logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Biohazard 8/8/2...
Editors
Festivalreviews

Sinner’s Day Festival 2011- the kings of new wave & punk all together – derde editie!

Geschreven door

Sinner’s Day Festival 2011- the kings of new wave & punk all together – derde editie!

Sinner’s Day mocht afgelopen zondag al drie kaarsjes uitblazen, en lijkt dus langzaam maar zeker een vaste stek te verwerven op de najaarskalender van menige nostalgische ziel die vooral zwart in de kleerkast of dressing heeft hangen. Zoals elk festival in het nostalgiecircuit kampt ook Sinner’s Day regelmatig met laattijdige exits van een paar sterkhouders op de affiche. Soit, ook zonder de eerder aangekondigde The Psychedelic Furs en John Foxx vonden ruim 8000 oudere jongeren met of zonder zwarte eyeliner de weg naar de Ethias Arena, waar alternerend op twee podia gothrock, punk, electropop, industrial, electronic body music en avant-garde elkaar in een ijl tempo afwisselden. Een korte impressie...

We geven maar wat graag toe dat we geen kenner zijn van het industrial metal genre, maar elk gezelschap die voor een ongeoefend oor klinkt als een met samples beladen kruising tussen Guano Apes en Rammstein kan je bezwaarlijk relevant noemen. Net als voorgenoemde bands komt ook KMFDM (*), oftewel Kein Mehrheit Für Die Mitleid, uit Duitsland overgewaaid. Hun zogenaamde ‘ultra-heavy beat’, een brutale krachtexplosie van krijsende vocals, logge industrial en achterhaalde cross-over leek enkel in de voorste gelederen enige potten te breken, maar werd door de rest van het publiek op zijn zachts gezegd apathisch onthaald. Later die avond zou een landgenoot van KMFDM met een pak meer muziekgeschiedenis op zijn naam gelukkig nog de meubels redden voor de Heimat.

Alan Wilder verdiende tussen ’82 en ’95 een ferme boterham als vervanger van Vince Clarke bij Depeche Mode, maar eigenlijk bediend deze Engelse keyboard wizard, meesterproducer en gevierd remixer liever alle knopjes zelf binnen de contouren van zijn experimentele solo project RECOIL (***). Nu is een DJ set niet onmiddellijk iets waar het typische Sinner’s Day publiek zit op te wachten, maar door een knappe combinatie van electronische soundscapes, donkere triphop en knappe visuals wisten Wilder en zijn kompaan toch onverwachts een groot deel van het publiek te boeien. In hun intrigerende mix herkenden we ondermeer Recoil’s debuutsingle “Faith Healer”, een hoogst eigenzinnige interpretatie van de Sensational Alex Harvey Band classic ingezongen door Nitzer Ebb’s Douglas McCarthy, en een erg trippy “Jezebel”. Wilder zat bovendien niet verlegen om een cynische knipoog naar zijn verleden bij Depeche Mode en verwerkte doodleuk flarden van “Never Let Me Down Again” en “Personal Jesus” in de ellenlange mix die het optreden eigenlijk was.

In vergelijking met de vorige editie kwamen punks dit jaar maar weinig aan hun trekken op Sinner’s Day. Met THE EXPLOITED (***) had de organisatie weliswaar een monument uit de tweede punkgolf naar Hasselt gehaald. De vervaarlijk ogende Wattie Buchan is anno 2011 nog het enig overgebleven lid uit de gloriejaren ’80-’82 van deze Schotse voortrekkers van de Oi! beweging, maar ondanks zijn 51 lentes oogt en klinkt deze voormalige soldaat met de rode mohawk nog heel strijdvaardig. Zonder dat presentator Luc Janssen ook maar één woord kon uitbrengen namen Buchan en zijn jonge kompanen stormenderhand het podium in voor een stomende set streetpunk, waarop het publiek in de frontlinie prompt antwoordde met een kolkend pogo feestje. Van de vermeende nazi sympathieën van The Exploited viel trouwens niets te merken, wel van het feit dat anthems als “Troops Of Tomorrow”, “Punk’s Not Dead” en “Sex And Violence” na drie decennia nog niets aan street credibility lijken te hebben ingeboet. We hadden wat graag onze stembanden ook eens gesmeerd tijdens “Exploited Barmy Army”, maar voor we het goed en wel doorhadden was het feestje al gedaan. Volgend jaar Buzzcocks op Sinner’s Day? Yes please!

Geen hond wist van tevoren wat precies te verwachten van VISAGE (**), het gereanimeerde studio project rond de extravagante Steve Strange dat mee verantwoordelijk was voor de lancering van de New Romantic beweging in het Engeland van begin jaren ’80. Aanvankelijk hadden Strange en zijn vier fout gecaste collega’s er opvallend veel zin in en kon de catchy tongue-in-cheek electropop van “Night Train”, “Visage” en “Diary of A Madman” nog wedijveren met het beste van generatiegenoten Heaven 17 en Blancmange. Nu is de in een blits maatpak verborgen Strange in zijn thuisland redelijk wat publieksaandacht gewend, maar op Sinner’s Day veel dat echter dik tegen en begon de frontman uit pure frustratie zowaar de draak te steken met Exploited fans. Op het moment dat de meesten het uitblijven van Visage’s voornaamste wapenfeit “Fade To Grey” intussen meer dan beu waren probeerde de groep tot overmaat van ramp en trouwens zonder veel succes nog een geheel overbodig nieuw nummer uit. Strange & co besloten dan maar wijselijk om de set voortijdig te beëindigen met een slordig en apathisch “Fade To Grey”. Deze reïncarnatie van Visage concentreert zich voortaan misschien beter op modeshows waar de spreekwoordelijke verpakking belangrijker lijkt dan de inhoud.

Reeds tijdens de vorige editie van Sinner’s Day werd de komst van THE MISSION (***) met de nodige toeters en bellen aangekondigd, voor de Belgische fans werden het dus 12 lange maanden vooraleer ze hun gothrock helden recht in de ogen konden kijken. In de tweede helft van de 80ies bereikte de populariteit van deze groep ongekende hoogtes in thuisland England, daarbuiten wordt deze afsplitsing van Sisters Of Mercy eerder als een cult band aanzien. Met een strak “Hands Across The Ocean” en zowaar een gothic versie van Neil Young’s “Like A Hurricane” bewezen de vier heren al meteen dat ze zonder veel gezichtsverlies hun zilveren jubileum kunnen vieren. Bovendien lijkt het ego van frontman Wayne Hussey in al die jaren enkel maar te zijn toegenomen, wie anders raakt immers weg met een aankondiging als “This is probably the best song you’ll hear all day”. De song in kwestie, “Butterfly On A Wheel”, behoort dan nog niet eens tot de absolute klassiekers van de band. De netjes tot op het eind opgespaarde “Wasteland” en “Tower Of Strength” behoren dan weer wel tot het cultureel erfgoed van de gothrock. Tijdens de lang uitgesponnen versie van dit laatste nummer ging Hussey als een volleerde Bono het publiek frontstage nog wat ophitsen, waarmee hij meteen het eerste orgelpunt van de dag scoorde.

Met PATTI SMITH & BAND (*****) haalde Sinner’s Day één van de laatste nog levende dinosauriërs uit de Amerikaanse new wave geschiedenis naar Hasselt. Smith wordt eind volgende maand 65 en mag dus voortaan gratis op bus en tram, maar voor het zover is wil ze haar nieuwe verzamelaar ‘Outside Society’ wereldwijd promoten. Wat ons betreft overigens een totaal overbodige aanschaf, want iedereen met het rock’n’roll hart op de juiste plaats heeft op z’n minst de eerste vier albums die Patti Smith tussen ’75 en ’79 op de nietsvermoedende wereld losliet op de plank staan. Net die eerste platen vormden het centrale thema van de indrukwekkende set die Smith en haar drie metgezellen in petto hadden. Een meer treffende openingszin dan “Jesus died for somebody’s sins, but not mine” uit “Gloria” kon Sinner’s Day zich niet wensen. We zagen en hoorden een Smith in grote doen: de ene keer prevelend en moraliserend, de andere keer gemeen om zich heen schoppend bevangen door een wilde mimiek. Ook haar trouwe luitenanten Lenny Kaye (gitaar/zang), Tony Shanahan (bas/keyboards) en Jay Daugherty (drums) maakten een opvallend rauwe beurt en wisselden moeiteloos tempo’s tussen de lome rock’n’reggae van “Redondo Beach”, het punky “Free Money” of het lang uitgesponnen “Ain’t It Strange” waar Smith een schaduwgevecht aanging met de meesterlijke Kaye. Ondanks alle uitspattingen bleef Smith ongemeen alert en hield ze regelmatig contact met alle saints & sinners in het publiek. Zo werd “Pissing In A River” opgedragen aan iedereen die haar eerste optreden op Belgische bodem nu inmiddels 35 jaar geleden zonder blijvende mentale letsels heeft overleefd. Met een furieus “Rock’n’roll Nigger” trok la grande dame van de new wave in extremis nog de laatste twijfelaars over de streep: de actieve vergrijzing is niet te stoppen.

Op het eerste zicht leek KARL BARTOS (****) misschien wel dé nobele onbekende van deze Sinner’s Day editie. We namen echter al snel onze hoed af voor deze 59-jarige Duitser eens we in diens bio lazen dat de man tussen ’75 en ’90 op de loonlijst stond van electropioniers Kraftwerk waar hij de electronische percussie voor zijn rekening nam. Naar het voorbeeld van zijn voormalige spitsbroeders brengt Bartos als ‘live’ artiest een voorgeprogrammeerde set waarin beeld en geluid uiterst ingenieus door elkaar vloeien. Ook wat zijn songkeuze betrof deed de kranige electropionier helemaal geen moeite om te verbergen dat hij ooit deel uitmaakte van de Kraftwerk Mannschaft. “The Robots”, “Pocket Calculator”, “Tour de France” en “Neon Lights” werden gründlich door de mangel gehaald en kregen hier en daar een goed gedoseerde techno injectie mee waardoor de Duitser zich behoorlijk eigentijds en vooruitstrevend profileerde. Een optreden van Bartos staat echter niet enkel garant voor een live remix show van Kraftwerk classics, ook eigen nummers zoals “15 Minutes Of Fame (2000)” en “Ultraviolet” uit zijn enige solo album ‘Communication’ (‘03) bewezen dat Herr Karl ook als solo-artiest een zeker bestaansrecht heeft.

Wat kunnen we nog kwijt over THE CULT (****) na hun wervelende optredens van de jongste jaren in de AB? Wel, misschien de voorspelling dat we vertrokken zijn voor een relaxte set compromisloze powerrock wanneer de charismatische frontman Ian Astbury goedlachs en zonder zijn geliefde sunglasses het podium komt opgewandeld. Powerrock, u leest het goed, want The Cult is al lang niet meer dat door spinnewebben gefascineerde gothic bandje ten tijde van “Spiritwalker” en “One Horse Nation”, de twee oudste nummers op de setlist van Sinner’s Day. De uitgesproken voorliefde van meestergitarist Billy Duffy voor monsterriffs in de beste traditie van Rolling Stones, Led Zeppelin en AC/DC hebben van The Cult uiteindelijk een wereldgroep gemaakt. Het blijft telkens weer verdomd moeilijk om die fameuze luchtgitaar niet boven te halen op “Lil’ Devil”, “Wild Flower” en “Love Removal Machine”, allen nummers die even goed aan het brein van Keith Richards, Jimmy Page of Angus Young zouden kunnen ontsproten zijn. De echte reden waarom Sinner’s Day een band als The Cult naar hun festival haalt is en blijft natuurlijk de gothrock classic ‘Love’. Na stomende versies van “Nirvana” en “Rain” uit dat monumentale album restte Duffy enkel nog het ritueel dat hij ongetwijfeld reeds een paar honderd keer heeft beleefd: alle spotlights gericht op zijn parelwitte Gretsch die de onwaarschijnlijke intro van “She Sells Sanctuary” onverbiddelijk richting brein en buik stuurt. Tot volgend jaar dan maar hé Ian, zonder zonnebril en als het even kan met een treffelijke nieuwe plaat?

Ruim na middernacht mocht Luc Janssen voor het laatst één van zijn befaamde one-liners bovenhalen: “De volgende band had graag een bescheiden aankondiging. Graag dus jullie aandacht voor de meest invloedrijke Belgische groep ever”: FRONT 242 (****). Van Underworld over The Prodigy tot Ministry, allen geven ze grif toe dat hun back catalogue er een stuk anders zou uitzien zonder deze uitvinders van de electronic body music. De groep kwam op Sinner’s Day dertig kaarsjes uitblazen en kreeg dus de gepaste eer om het festival af te sluiten. De hamvraag was echter of de stronteigenwijze heren hun eigen verjaardagsfeestje niet gingen saboteren met het soort grillige set zoals we die de laatste jaren meer en meer van hen gewend zijn. De twijfel bleek al vlug onterecht. Net als Karl Bartos had ook Front 242 gekozen voor een intrigerende mix van beeld en geluid, hier en daar aangevuld met een moraliserende noot. Projecties van citaten uit de lijst der universele rechten van de mens terwijl Jean-Luc De Meyer zich de longen uit het lijf schreeuwde tijdens de veelbelovende opener “Shout Out Loud”: het werkte wonderwel. En ja hoor, schoorvoetend begonnen de vijf heren daarna toch een soort feestje der herkenning te bouwen. Vaderlandse gloriemomenten als “Body To Body”, “Moldavia”, “No Shuffle”, “Headhunter” en “U-Men” kregen weliswaar een industrial getinte upgrade, maar de pulserende beats in elk van deze nummers vinden nog steeds feilloos hun weg naar de dansspieren. Het publiek was moe maar danste moedig verder, ook toen Front 242 tijdens de bisnummers met “Tragedy For You” een laatste salvo loste.

Sinner’s Day 2011 heeft onze hunkering naar de gitzwarte 80ies terug een beetje bevredigd. Wel, voor even toch, want de organisatie kondigt voor de volgende editie een pak meer bijna vergeten Belgen aan op de affiche. De managers van o.a. De Brassers, Aroma Di Amore en Luna Twist weten dus de komende maanden wat hen te doen staat, het publiek van haar kant mag die arafat sjaal en zwarte eyeliner terug een jaartje opbergen.

Neem gerust eenkijkje naar de pics (rubriek live foto’s – festivals)

Organisatie
: Sinner’s Day Festival (More-Entertainment)  

Night Of The Proms 2011 – Beste editie in jaren

Geschreven door

Night Of The Proms 2011 – Beste editie in jaren

De zevenentwintigste editie van Night of the Proms bleek de beste in jaren. En dit dankzij de internationale gasten die ditmaal niet door de mand vielen. Met Simply Red – zanger Mick Hucknall, Seal en Angie Stone werden drie toppers binnengehaald met uitgesproken soulstemmen. Het klassieke luik met de Div4s, een ontdekking van Andrea Bocelli, werd een aangename kennismaking. Na het eerbetoon aan Amy Winehouse met “Valérie” (cover The Zutons) door John Miles mochten de Div4s het beste van zichzelf geven. Ze waren het sterkst wanneer ze samen met Seal “Kiss from a Rose” brachten. Of “Conzonetta sulfaria” uit La Nozze di Figaro. Daarna maakte verrassingsgast Sioen een goeie beurt al was hij wel wat onder de indruk van dit alweer bruisende Sportpaleis.

Ook een goeie zet was het vertonen van filmbeelden van ‘The Shawshank Redemption’, The King’s Speech en Amadeus en er tegelijk de klassieke muziek uit die films live bij te spelen.
Nog meer filmmuziek net na de pauze met de ‘Lion King suite’.
Liv Van Aelst brengt “Circle of Live” en John Miles “Can You Feel The Love Tonight”. Uitstekend gebracht ook al omdat zijn stemtimbre zeer dicht bij dat van Elton John ligt. Later op de avond zong hij ook nog zijn klassieker “Music”.

Maar zoals ieder jaar waren de popsterren van dienst degenen waar het meeste volk zat op te wachten. Angie Stone bracht een knap “Wish I Didn’t Miss You” en zong een duet met Mick Hucknall tijdens “Holding Back The Years”. Hucknall heeft een fenomenale stem en een prachtige staat van dienst maar vreemd genoeg bleek Seal het meeste succes te hebben Hij kan als geen ander het publiek opzwepen. En met hits als “Papa was a Rolling Stone”/ “Killer”, “Amazing” en “Crazy” heeft hij daarvoor uitstekende songs. Dit was een prachtige manier om een streep te trekken in z’n Proms.
“Land of Hope and Glory” was er ditmaal als afsluiter niet bij, maar niemand die er om maalde. “Hey Jude” volstond daarom ruimschoots.


Deze editie was uitstekend ook vóór de pauze. En dat wil heel wat zeggen.
Er zijn nog een handvol tickets maar vlug zijn is de boodschap. Meer info op www.notp.com

List

1 Leichte cavalerie – Il Novecento
2 Valerie – John Miles
3Div4smedley- Div4s
4 Verrassing – Verrassing
5        “         -          “       
6 Dies Irae- Il Novecento+Fine Fleur
            Letter Duet Il novecento+ 4 Div4s
            Beethoven 7th – Il Novecento
7 Kiss from a rose – Seal + Div4s
8 The Prayer – Div4s
    Carmina Burana – Il Novecento
9 DAM meets Il Novecento – Il Novecento +DAM
10 Wish I didn’t miss you – Angie Stone
11 Holding back the years – Mick Hucknall & Angie Stone
12 Fairgrond- Mick Hucknall
13 The right thing – Mick Hucknall

Intermission
14 Lion king suite – Il Novecento & John & Liv
15 No more rain – Angie Stone
16 Iwanna thank ya – Angie Stone
17 The typewriter – Il novecento & PDS
18Agnus Dei – Barber
19 Music – John Miles
20 Con te partiro Div4s
21 For your babies- Mick Hucknall
22 Stars – Mick Hucknall
23 Papa was a rolling stone/ killer- Seal
24 Amazing – Seal
25 Crazy – Seal
26 Hey Jude – All

Organisatie: Sportpaleis, Antwerpen

Kraakpand 2011- Kraakpand 6.1 – De ‘Late’s with Jools Holland’ in Gent …

Kraakpand 2011 - Kraakpand 6.1 – De ‘Late’s with Jools Holland’ in Gent …
Op Kraakpand 6.1 stonden naar goede gewoonte weer 5 uiteenlopende bands met elk hun eigen stijl. Uniek is de opstelling die refereert aan de ‘Late’s with Jools Holland’. De bands staan allemaal naast elkaar opgesteld in een halve cirkel en spelen afwisselend een vijftal nummers ter kennismaking. De hele show werd vakkundig aan elkaar gepraat door Dirk Blanchart die met zijn korte interviews voor een komische noot zorgde.
Kraakpand mag terecht in de spotlights staan, gezien het een interessante kweekvijver is voor debuterende nationale en internationale bands . We koesteren alvast de Kraakpand(en) en z’n formule … Kraakpand kiest voor toekomstmuziek, lazen we in grote letters . We kunnen het maar beamen. De muziekshow bestaat nu vijf jaar …
Op deze Kraakpand 6.1. stonden volgende bands geprogrammeerd
Gabby Young & Other Animals (Uk), Russian Red (Sp), Gregory Page (Usa), Depedro (Sp) en The Phantom Four & The Arguido (Nl). Vijf sterke bands zo bleek achteraf, wat het talent nogmaals dik onderstreept!

Op de tunes van Ennio Morricones “Man With A Harmonica/ Death Rattle" kon de eerste band z’n song inzetten … Een overzicht

Russian Red draait rond de fragiele jonge Spaanse Lourdes Hernández uit Madrid. De kleine, jonge dame die een erg natuurlijke flair tentoonspreidde, beschikte over een erg mooie stem, ergens tussen Feist, Katie Melua, Regina Spektor en Joanna Newsom. Geen ‘girl(s) just wanna have fun’ - attitude meer, zoals we op haar debuut konden horen; de 26 jarige lady begon wat onwennig, maar kwam per nummer sterker voor de dag. Ze was niet benauwd van een heupwiegend danspasje. Ze putte uit de tweede cd ‘Fuerteventura’ (opgenomen met leden van Belle & Sebastian), indiepopfolk,  met de singlereeks “I hate you but I love you” en “The Sun The Trees” … Dromerige, liefdevolle, tedere en hartverwarmende songs. Ook een eerbetoon aan Nick Drake  was er. Ingetogen pracht door pakkend, emotievol gitaargetokkel, dobro, een spaarzame percussie en haar innemende stem.

Depedro is het muzikale alter ego van Jairo Zavala, de  tweede Spanjaard deze avond . Hij heeft eerder al z’n strepen verdiend bij Calexico en bij de begeleidingsband van Amparo Sanchez. Net als zijn landgenote kan hij in zijn thuisbasis op een grote schare fans rekenen; en daar zit het debuut ‘Depedro’ voor iets tussen. Via het PIAS label krijgt Depedro de verdiende airplay; hij palmde moeiteloos het publiek  in met z’n semi-akoestische pop die folk en flamenco integreerde. De begenadigde gitarist en vocalist werd bijgestaan door een drummer en een multi-instrumentalist die de sterke melodieuze songs elan gaf. Betoverende, aanstekelijke Spaanse ballads ,die ook in het Engels werden gezongen . ‘I’m just a musicain’, prevelde hij bescheiden, maar op het podium hadden we te maken met een groots artiest met een Gabriel Rios charisma …

De oudste en meest ervaren muzikant, Gregory Page, kwam uit de States overgewaaid. Zijn afgeborsteld kostuum en muziek ademen een jaren 20 sfeer uit. Hij is een voortreffelijk artiest, moeten we besluiten , maar ook een schrijftalent en extravert zoals hij is , sprak hij meteen het publiek aan en bracht uitgebreide bindteksten . Een crooner, die een heerlijk mix van jazz, blues en jaren ’20 folklore integreerde. Uniek. Dat hij nog niet bekender is, met deze broeierige, aanstekelijke songs, is een raadsel.

The Phantom Four & The Arguido
Halverwege de eerste song van het vijftal begon onze frank te vallen . Hier zijn Urban Dance Squad en The Treble Spankers verenigd … Crossover, surf, rock, world, garage rock’n’roll en hiphop . Het kwintet durfde hard te spelen … een frisse, dynamische, opwindende  rauwe sound. Gejaagd, uptempo  en vol adrenalinestoten! En in de vijf songs, die ze als opgefokte buffels in een razend, fel tempo speelden, brachten ze voldoende variaties aan. Ontstaan als gelegenheidsformatie is er een nauwe samenwerking tussen twee grootheden gegroeid. ‘The Obscure EP’ is alvast veelbelovend . De verbeten rapzang van Rude Boy (nieuw pseudoniem The Arguido ) is nog even militant en deed (even) de oude glorie herleven.

Tot slot Gabby Young & Other Animals (foto) – eerder waren we al onder de indruk van haar op het Festival Dranouter. En ook vanavond kunnen we volmondig ‘ja’ zeggen dat ze een grootse artieste in wording is. Met een niet alledaags instrumentarium van blazers en een contrabas, ondersteund van akoestisch gitaargetokkel en drums overtuigde ze; we hadden cabaret en een vaudeville style van groovy en gypsy  jazzy/spaghetti western/boombal  music. De roodharige lady op z’n Amy’s bewoog , dartelde op het podium en betrok het publiek in haar uitbundige en innemende, ontroerende songs . Ze houdt van wisselende stemmingen (“Whose house” – “We’rell all in this together”) en op het eind  verbaasde ze met het ingetogen, kwetsbare “Honey”. Die jaren ’20 folklore/circusswing schitterde hier …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Handelsbeurs Gent

Nevermind 20th Anniversary Tribute Night 2011 - Here we are now, entertain us: 1991 revisited!

Geschreven door

Nevermind 20th Anniversary Tribute Night - Here we are now, entertain us: 1991 revisited!

Exact 20 jaar na dato van de release van het legendarische ‘Nevermind’-album van Nirvana wist Trix een affiche samen te stellen om U tegen te zeggen. We waren er dan ook al vroeg bij om de documentaire ‘Hype!’ mee te pikken. Deze registreerde op magistrale wijze een periode van 3 ½ jaar. Van het ontstaan van de ‘Seattle’-scene tot het vercommercialiseren van de ‘grunge’ en alles wat erbij hoorde. We zagen interviews met leden van bekendere bands (Soundgarden, Pearl Jam, Alice in Chains, Melvins) en minder bekende namen (Seaweed, Posies, Tad, Blood Circus, 7 year Bitch, The Thrown Ups) en kregen zo een inkijk in de interne keuken van een scene die de muziekwereld voorgoed zou veranderen. Leuk was het moment toen Nirvana voor de eerste maal “Smells like teen spirit” in een local bar op een verbouwereerd publiek losliet. Rauw en zonder compromissen! Zoals het hoort dus! We waren ‘in the mood’ voor het live gedeelte van de avond.

Om 20h00 startte het Gentse Kapitan Korsakov (KKK) zijn set in het Bar-gedeelte van Trix. De groep met boegbeeld en zanger/gitarist Pieter-Paul Devos (een Cobain look-a-like), bassist Pieter van Mullem en drummer Jonas Van den Bossche liet er geen gras over groeien. Verschroeiende riffs, hoekige drumslagen en een loodzware bas waren schering en inslag. Noiserock, doordrongen van distortion, werd ons rond de oren geslagen. Hun debuut ‘Well Hunger’ uit 2009 werd alom bejubeld. Devos’ stem ligt akelig dicht tegen deze van Kurt Cobain. Luister eens naar “Wild Smile” en je weet wat we bedoelen. Rauwe oersongs “Sinksleeping” en vooral het trashy “When we were hookers” konden onze oren enorm bekoren. Deze laatste song heeft een killerriff die je meesleept in een draaikolk van distortion en de opzwepende bas kan je alleen maar ongevraagd doen headbangen. Kapitan Korsakov kon niet ontbreken op deze tribute affiche en deed wat van ze verwacht kon worden. Een schitterende start van de avond.

Geen tijd te verliezen, want door het werken met 2 podia, stond een 40-tal minuten later het tevens uit Gent afkomstige Drums Are For Parades op het podium van het Clubgedeelte zijn snoeiharde Skygazer-rock in het publiek te spuwen. Er werden zoals gewoonlijk een resem kopstoten uitgedeeld uit hun debuut ‘Master’. Wim Reygaert haalde terug zijn killerblik tevoorschijn en de bebaarde gitarist/zanger liet geen kans onbenut om het publiek in mootjes te hakken met zijn typische alien-riffs. Piet Dierickx deed Animal van de Muppets verbleken en mitrailleerde zijn drumroffels rechtstreeks in onze buis van Eustachius. Gitarist David Dumont kraste ondertussen zijn snaren bijna van zijn gitaar. Retestrakke set en goedgekeurd door ondergetekende!

Rond 21h30 waren Bed Rugs aan de beurt op het andere podium. We hielden het slechts enkele nummers vol. Te braaf en we trokken richting Foyer om er de videoregistratie van het legendarische optreden uit 1991 van Nirvana op het Readingfestival te gaan bekijken “

De ‘grande finale’ werd ingezet door The Rott Childs op het Clubpodium. Het was ondertussen al 22h30 en onze muzikale honger was nog lang niet gestild. De supergroep rond Jethro Volders & Chuck Dexters (ex-Guapo Stuntteam),Wim Coppers (Officer Jones and his Car Patrol Problems) en Ben Younes Zahnoun (Pawlowski, Eat Lions & A Clean Kitchen Is A Happy Kitchen) gaf er direct een stevige lap op. Vettige licks en linea recta indierock werden tot diep in onze ruggengraat geïnjecteerd. Onze ingewanden werden overhoop gehaald door de ‘musical mayhem’ van dit viertal. De directe aanpak van deze heren zorgde voor veel lillend vlees, heupgewieg en bezwete lijven. The Rott Childs zijn een bende smerige, gemene muzikanten die je bij de keel grijpen en je nooit meer loslaten. De ongepolijste edelsteen “Riches will come thy way” vat de overload aan rottende rock mooi samen. We werden er letterlijk wild van! Vuil, vies, maar voldaan lieten The Rott Childs ons na een klein uur gekte verweesd achter!

Net toen we dachten dat dit het hoogtepunt van de avond moest zijn, werden we in extremis nog getrakteerd op een uitsmijter van jewelste. De kers op de taart werd ons voorgeschoteld door de Antwerpse Nirvana-tributeband Nier Van A. Een kruisbestuiving van Antwerps finest: The Hickey Underworld and Deadsets. Tributebands zijn niet echt spek naar onze bek, maar dit was anders! Er volgde een uur magie en kippenvel. Het was alsof we terug in de tijd werden geworpen en aanwezig waren bij het debuut van Nirvana zelf. Wat een rake kopie van het origineel was dit zeg! En het sloeg als een vonk over op het publiek. Er werd meegebruld, gecrowdsurft, gestagedived en gemosht als in de begindagen van de grunge. Overal bezwete (Nirvana) T-shirts, lachende gezichten en een boost aan energie die als een wervelwind door de Trixbar waaide. Wat een apotheose! Ogen dicht en men waande zich in de gure kroeg midden Seattle waar Nirvana voor het eerst zijn muzikale rauwheid op de mensheid losliet. Nier Van A bracht grunge met een grote G en was de winnaar van de avond! Klasse!

Een meer dan geslaagd verjaardagsfeestje! We nemen er de gekneusde ribben en de bloeduitstortingen met de glimlach bij! Jammer dat Kurt Cobain er zelf niet bij kon zijn… hij zou trots geweest zijn en zijn legendarische smeekbede “here we are now, entertain us” ruimschoots beantwoord zien. May he rest in peace…

Organisatie: Trix, Antwerpen

Elements Festival 2011 – groeit uit tot één van de grootste dans events …

Geschreven door

Elements Festival 2011 – groeit uit tot één van de grootste dans events …
De tweede editie van het Elements festival trok alweer enkele duizenden danslustige jongeren aan, onder het gemengde publiek merkten we zowel rasta’s als gothics op, een alternatief allegaartje zeg maar, allen met één doel : Feesten !

Dit is duidelijk een festival voor liefhebbers van drum ’n’ bass, dubstep, darkstep, french core, break core en alle andere aanverwanten. Wie een beetje thuis is in deze genres, wist dat hier de grotere namen en dj’s kwamen aantreden. Verspreid over zes podia  vuurden al die gasten hun pompende beats af op het uitfreakende jonge volkje. Uiteraard ging dat geweld gepaard met indrukwekkende laser- en lichtshows, kwestie van de sfeer tot een climax te drijven, want hier moest en zou gefeest worden.

Te veel acts om die allemaal treffelijk te kunnen opvolgen, hier volgt dus een selectie van wat wij mochten ondergaan.

Limewax is een Oekraniër die al sedert zijn elfde in Nederland woont.  Deze DJ/ Producer is thuis in darkstep, hardstep en skullstep.  Zijn act was ‘zot wè’ (om even de woorden van de modale festivalganger te gebruiken), de muziekstage was meteen opgewarmd voor een nog woeliger en opzwepender DJ duo die daarna zou komen. Met name The Sickest Squad, die verantwoordelijk was voor een aardbeving waar ze zelfs in Japan nog zouden van schrikken. Geen mens die kon stilstaan op de moordende Frenchcore beats met als absolute hoogtepunt het wel zeer ophitsende “Boomshakalaka”, jawel, de titel is al even gek als de track zelf. De adrenaline kolkte constant in onze bovenkamer. Een uur pompen, dat was het, wat resulteerde in een onverzadigbare dorst. In de Villa Bota konden we op ons positieven komen bij Sophics. Een duo die het volkje zeer goed wist mee te krijgen met hun overweldigende drum ’n’ bass tracks. Zwaaiende handen en bewegende zwetende lichamen genoten van de iets rustigere muziek en van de frisse buitenlucht voor ze naar de overheersende beats van Ajapai gingen.  De bass van deze hevige dubstep ging dwars door merg en been zodat wij bij de rustige stukjes een meter boven de grond aan het zweven waren. Even stoom uitblazen en onze hevige dorst lessen voordat we onze goede vriend DJ Radium konden gaan bewonderen. Die begon zijn set een beetje met een sisser, met name “I got a feeling” van The Black Eyed Peas, nogal misplaatst als je ’t ons vraagt. Daarna wist hij zich te herpakken met een stomende frenchcore en hardteck set. Een afknapper van formaat  op de Red Bull Elektropediastage was Hey Today !, te situeren binnen de House en techno wereld, dit kon ons echter helemaal niet bekoren, de muziek was al even stompzinnig als de naam (Hey Today! Wie bedenkt zo iets). Op naar de Suburb Soundz hardtechno stage om Sepromatiq te aanschouwen, helaas was dit ook niet te pruimen, te hard en te veel ‘boenke boenke’. Op de Skankerz stage wist de dubstep act Skism veel goed te maken, één van de grotere namen binnen het genre die zijn reputatie volledig wist waar te maken.

Eigenlijk waren er nog een tiental acts die we wilden meemaken, maar dat is het probleem met dergelijke festivals, een mens zou zich moeten kunnen in vieren delen om van al dat lekkers te proeven. Ons hoofddoel was echter bereikt. Ons dik amuseren en onszelf eens flink laten gaan, net als de duizenden andere uitfreakende festivalgangers. En hiermee was de opzet van Elements volledig geslaagd en mag de organisatie zich absoluut tevreden achten met deze tweede editie van wat nu al één van de grootste dance-evenementen van het land aan het komen is.

Tot volgend jaar !

Organisatie: Suburb Soundz – Elementsfestival, Brugge

Leffingeleuren 2011 – in de ogen van …

Geschreven door

Leffingeleuren 2011 – in de ogen van …
2011-09-16 t/m 2011-09-18
Dit was misschien niet de sterkste editie van Leffingeleuren, toch viel er weer genoeg moois te rapen om de ware muziekliefhebber te behagen en die vindt opnieuw in steeds grotere getale de weg terug naar dit festival. Leek het er een aantal jaren geleden nog op alsof Leffingeleuren het festival van de plaatselijke jeugdbewegingen was geworden, dan is daar nu toch wel een duidelijke kentering in gekomen. Een doorgedreven inspanning van de organisatoren om beginnende groepen of onbekend talent te programmeren maakt Leffingeleuren ook aantrekkelijk voor muzikale avonturiers. Waar de zaal vroeger soms pijnlijk leeg bleef (zelfs tijdens uitverkochte edities) liep die nu zelfs bij nobele onbekende groepjes behoorlijk vol. Een verheugende vaststelling.

Kan het zijn dat de eerste groep op een driedaags festival meteen ook de beste is? Blijkbaar wel. Screaming Females (vrij-zaal-20u) uit New Brunswick, New Jersey zorgde voor een set dampende rock-'n-roll, iets waar we in dit koude weekend toch wat verstoken van bleven. Frontvrouw Marissa Paternoster kon je bezwaarlijk een babe noemen : piepklein, de ogen verborgen onder het haar en gehuld in een zwart kleed dat nog het meest weg had van een nonnenhabijt. Maar wat ze uitvrat op gitaar deed mijn mond toch openvallen. Gestuwd door een ook al schitterende bassist, King Mike en drummer Jarrett Dougherty bracht ze stevige gitaarrock waarin we invloeden van Dinosaur Jr. en Sleater-Kinney ontwaarden. Ik had er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord en toch heeft Screaming Females reeds vier platen op het actief. Een ontdekking en absoluut te volgen.

EMA (zat-zaal-18u35) , wat staat voor Erika M. Anderson, wordt momenteel ferm gehyped. Op haar debuut ‘Past life martyred saints’, die er kwam na de split van haar vorige (psych-folk) groep Gowns en een relatiebreuk legt ze haar ziel op een pijnlijke manier bloot. Vraag was uiteraard of ze dat ook op het podium kon waarmaken en gelukkig lukte dat grotendeels wel. Misschien klonk haar stem niet doorleefd genoeg om volledig te overtuigen maar muzikaal klopte het plaatje wel. Geheim wapen hierbij was Leif Shackelford op toetsen en viool. En alleen met die elektrische viool slaagde hij er op sommige momenten in de sound richting Godspeed You Black Emperor uit te duwen. Schitterend! Een ander raakpunt was een jonge Nick Cave hoewel EMA toch net iets minder intens voor de dag kwam en dat ondanks die microfoonkabel die ze op het eind rond haar nek snoerde

Wat deed Battles ( vrij-tent-22u) in godsnaam zo hoog op de affiche tussen Das Pop en Goose? Na het concert werd dat duidelijk : Battles is niet langer dat dwarse gitaarensemble maar doet zich tegenwoordig ook te goed aan tonnen elektronica en is zo een heel eind richting dance opgeschoven. Battles (New York) is nog steeds de band van ex-Helmet drummer John Stanier die ook actief is bij het Tomahawk van Mike Patton. De man is onovertroffen achter zijn drumstel met die ene cimbaal die haast tot de hemel reikt, super geconcentreerd ook en het lachen heeft hij jaren geleden definitief afgezworen. Sinds gitarist Tyonday Braxton (zoon van Anthony) vertrokken is komt Ian Williams (ex Don Caballero) meer op de voorgrond. Op gitaar kon ik hem wel smaken maar wanneer hij ter plaatse begon te joggen tussen twee keyboards die hij al lopend bespeelde had ik meer problemen. Nu viel er wel voortdurend wat te beleven met deze drie virtuozen die steeds druk in de weer waren. Het probleem dat de plaat is opgenomen met gastzangers (o.a. Gary Numan)  vingen ze op door ze op een videoscherm te laten meezingen maar dat bleef toch eerder bij behelpen. Battles was spectaculair maar of het goed was laat ik in het midden.

The Fresh And Onlys (vrij-café-00u15) uit San Francisco lieten me een tijdje geleden in Trix met een onvoldaan gevoel achter. En ook hier kwam het bijzonder stroef op gang. Hier en daar hoorde ik wat opflakkeringen die me de Triffids voor de geest haalden maar de meeste tijd bleef de zang gewoon te veel zeuren. Ik had ze eigenlijk al opgegeven toen de complete ommekeer kwam. Hoe het precies in zijn werk ging weet ik niet maar plots viel alles op zijn plaats. Fantastische songs en heerlijk galmende gitaren. Eindelijk werd duidelijk waarom sommigen zo euforisch doen over dit buitenbeentje van ‘In The Red’. De laatste 15 minuten van The Fresh and Onlys waren de beste 15 minuten van gans Leffingeleuren.


Veel had ik niet verwacht van Rainbow Arabia (zat-zaal-16u). De muziek van het echtpaar Danny & Tiffany Preston uit L.A. werd omschreven als een mix tussen postpunk, electro en muziek uit het Midden-Oosten. Voeg daar meteen ook maar wat Afrikaanse ritmes aan toe. Niet onmiddellijk mijn ding maar deze combinatie van stijlen werkte uitstekend. Vooral de innemende Tiffany Preston die, wanneer ze geen gitaar speelde, gans het podium gebruikte om haar bezwerende dansjes uit te voeren, maakte het verschil. Maar ook de sober gehouden elektronica van manlief en de uitstekende, wat weggemoffelde (in een hoekje van het podium) drummer Butchy Fuego (o.a. Boredoms) droegen bij tot dit fijne optreden. Dit was, naar eigen zeggen, hun voorlaatste show, hopelijk pikken ze de draad na de aangekondigde break van anderhalf jaar terug op.

Wie kent hem nog : G. Love (zat-tent-19u25)? Ik was behoorlijk wild van zijn debuut met Special Sauce uit '94 waarop hij de blues met succes wist te combineren met hiphop. Ik kocht nog hun tweede plaat ‘Coast to coast motel’ maar daarna verdwenen ze volledig uit mijn gezichtsveld. En nu dook hij hier plots solo op in Leffinge. Het begin van de set miste ik door een overlapping met de eerder vermelde EMA. Het eerste wat ik hoorde was een cover van Paul Simon's "50 ways to leave your lover" gevolgd door een superbe song die me heel hard aan Dylan deed denken maar waarvan ik jullie jammer genoeg de titel schuldig moet blijven. Het maakte me euforisch en in gedachten had ik het al over het absolute hoogtepunt van het festival maar de koude douche volgde meteen toen de goede vriend die hij op het podium vroeg Admiral Freebee bleek te zijn. Die het presteerde het om één van zijn eigen nummers te brengen, weliswaar met een uitstekende G. Love op mondharmonica. Gelukkig stapte hij daarna weer op en wat volgde was opnieuw de moeite waard maar de magie van dat ene nummer kwam toch niet meer terug. Wel hoorden we nog een flard van Lou Reed's "Walk on th wild side", een song die G. Love op het lijf is geschreven. Het was mooi geweest en ik besefte dat ik G. Love misschien ten onrechte uit het oog verloren was.

Man Man (zat-zaal- 21u35), net als G. Love uit Philadelphia, was toch één van de namen waar ik het meest naar uitkeek. En hoewel ze heel hard hun best deden kon hun laaiend enthousiasme het publiek niet volledig over de streep trekken. Nochtans was dit een bijzonder hilarische show waarvoor ze zeker heel wat mosterd bij Frank Zappa pikten. Met indianenstrepen op het gezicht geschilderd bestormden ze het podium dat volgestouwd stond met ongelooflijk veel instrumenten en allerlei onnozele attributen. De hyperactieve zanger, Honus Honus, ging er volledig voor, waarbij hij een verkleedpartij in vrouwenkleren niet uit de weg ging. Ook muzikaal bleek Zappa een inspiratiebron terwijl The Flaming Lips ook nooit veraf waren. Toch had ik de indruk dat vooral het visuele nog de bovenhand kreeg.

Vooraf las ik dat The Dead Trees (zat-café-23u30) oorspronkelijk van Boston zijn maar via een tussenstop in Portland uiteindelijk in Los Angeles belandden. Komen ze op het podium in Leffinge en verkondigen ze doodleuk dat ze van New York zijn. De prijs voor de meest ontwapenende verschijning op het podium in Leffingeleuren gaat ongetwijfeld naar zanger Ian Cummings die dankzij de aangereikte Duvels aardig zin kreeg om met zijn publiek te communiceren. Zo stond hij vol verwondering over dit festival "tussen de koeien en de schapen", dingen die ze in New York niet eens kennen. Al even gemoedelijk was de muziek van dit viertal : zomerse lichtvoetige pop waar zelfs uw schoonmoeder zich geen buil kon vallen. Naar het einde toe mocht het er al eens wat steviger aan toe gaan en rees meteen de vraag waarom ze dat niet de hele tijd hadden gedaan. Charmant zeker maar net iets te braaf.

Op zondag lik ik traditioneel mijn wonden en daar er niets met weerhaken geprogrammeerd stond had ik daar ruim de tijd voor. Slechts Alpha Blondy (zon-tent-21u45) uit Ivoorkust kon me verleiden om een optreden volledig mee te maken. Geen slecht idee trouwens om een festival met een reggae-optreden af te sluiten. Je hoeft er niet bij na te denken, gewoon wegdrijven op de vibes wat nog net kan na drie dagen festival. Veel ken ik er niet van maar met die blazers erbij klonk het voortreffelijk. En de 58-jarige Alpha Blondy zelf had de nodige kapsones. Zo verdween hij in de coulissen toen hij merkte dat hij gefilmd werd (weliswaar enkel om op het grote scherm naast het podium te projecteren). Bij dit soort artiesten hoort dat erbij zeker?

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge   

Leffingeleuren 2011 – zondag 18 september 2011

Geschreven door

Leffingeleuren 2011 – zondag 18 september 2011
Na twee helse dagen LL was er op de afsluitende dag meer ademruimte, want de optredens waren gesitueerd in de Concerttent, die een ‘lazy Sunday’ gevoel al gauw doorprikten met het beloftevolle Balthazar die samen met Intergalactic Lovers overtuigende startschoten op Leffingeleuren waren . ‘Applause’ betekende de doorbraak voor het Kortrijkse vijftal, die een intens broeierige, spannende set speelden; naast de puike samenzang viel vooral de zweverige, diepgrauwe  zegzang van Maarten Devoldere op. De band gaat er wel voor en probeert terecht zoveel mogelijk muziekharten te winnen. Spelplezier en enthousiasme sierden de gevarieerde set van o.m. singles “The boatman”, “I’ll stay here”, “Fifteen floors” en de snedige rocker “Hunger at the door”, die nog elan kreeg met de danseressen van ‘t Schoon Vertier …. Een te koesteren band …

De Amerikanaase sing/songwriter Donavon Frankenreiter is net als Jack Johnson een fervent surfer . Voor het exclusief Belgische concert was hij in Leffinge met een heuse band die rootsrock met een intrigerende soulgroove combineert. Een ideale luister zondag-‘matinée’, vorm gegeven door zijn tintelende semi- akoestisch gitaarspel en lichthese vocals. Tja zon, zee & surf sijpelden door met een frisse bries solopartijen. Hij refereerde aan Ben Harper, Van Morrison en Donovan en had op het einde het publiek mee. Martin Sexton, die nog solo optrad in Café de Zwerver hielp een gitaarhandje mee.

Maar vandaag was iedereen gekomen om het Belgische talent Selah Sue te zien . Ze amuseerde zich alvast rot op dit afsluitende festival. Publiek, band en de zangeres leken voor elkaar gegoten. Wat een respons en wat een dynamiek en intensiteit op het podium. Haar sound is een fusion en een bezwerende groove van pop, soul, jazz, funk, r&b, reggae, ragga, dubstep en trippop. Solo of met band , Selah Sue is super (!) en bood de Partycocktail met nummers als “Raggamuffin’”, "This world" en “Crazy vibes” die uitgegroeid zijn tot festivalklassiekers; het nummer “Please” (origineel met Cee-Lo Green) onderstreepte de veelzijdigheid van de dame die heel wat variaties aankan met haar doorleefde soulstem en probleemloos slaagt met raps. Klasse!

En de muzikale overstap naar de reggaetunes was gezet, Alpha Blondy sloot het festival af. Grillig maar overtuigend smeedde hij die tunes aan afro en pop . Muzikaal hebben we niet echt affiniteit met de muziek; we kennen hem van de plaat ‘Masada’ (’92) en de single “Brigadier Sabari” ( beter bekend bij ons als cover “Operation coup de Poing” van 2 Belgen). Een  uiterst genietbare, groovy rastapeace met een politieke achtergrond en humor.

Met de smile vertrokken we naar huis; we hebben veel fijns ontdekt op Leffingeleuren . Een dikke streep trokken we onder de festivalzomer. Wat een geslaagde 3daagse (ontdekkings) tocht.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Leffingeleuren 2011 – zaterdag 17 september 2011

Leffingeleuren 2011 – zaterdag 17 september 2011
Deze tweede dag was een cavalerietocht in zaal de Zwerver, want daar stonden een pak fijne ontdekkingen genoteerd. Op het hoofdpodium was er voor elk wat wils. 6500 bezoekers waren er en wie samen met ons deze helse muziekrit besloot, had hier heel wat nieuw spraakmakend talent gezien …

De namiddag begon alvast zomers & kleurrijk met Rainbow Arabia (de Zwerver) en Crystal Fighters (concerttent).
Rainbow Arabia, een Californische band  rond het echtpaar Danny en Tiffany Preston stoeiden met world, Afrikaanse ritmes, synths en drumbeats, vulden aan met gitaarloops, harmonium, tamboerijn, enz . De zweverige vocals van Tiffany zijn bevreemdend en zorgen voor een stukje mystiek. In het begin trok  het echtpaar  (op het podium met 3!) de kaart van de creativiteit en de vernieuwing; hier hadden we eerder invloeden van Yeasayer of Animal Collectieve; in het tweede deel van de set klonken ze aanstekelijk, dansbaar en krachtiger en maakten ze de link met Klaxons en Transglobal Underground.
Het Londense kwintet Crystal Fighters bracht de zomerzon binnen. Hun aanstekelijke, frisse electropop verdreef de druilregen. Traditioneel Baskische instrumenten werden toegevoegd . Een multicultureel geluid van een even multi-culturele band door bezwerende, broeierige en opzwepende tribal ritmes/- drums en warme zangpartijen van zanger Sebastian en de wulpse zangeres Laure. Wat een energie, opwinding en dynamiek!
Het tempo werd hoog gehouden en het meeslepende, aanstekelijke “Plague” , “Champion sound” bouwden op en explodeerden … ‘harder’, ‘faster’ en ‘dansbaarder’. Het dromerige “At home” spande figuurlijk een regenboog tussen het sfeervolle en freakende werk. Crystal Fighters slaagde erin Leffingeleuren ‘hotter’ te maken …

Het electro/indie/ minnende Sx uit Kortrijk heeft met “Black video” al een aardige hit op zak . Ontdekt tijdens Westtalent en door  StuBru , de ‘vibes on air’,  opgepikt, zorgden ervoor dat het snel ging voor het trio; op elk zomerfestival waren ze haast te zien. Het trio houdt het op keys/toetsen , een galmende gitaar, drums en drumbeats . Stefanie Callebaut, spil van de band, plaatste zich duidelijk in de spotlights en gaf het broeierige materiaal duidelijk elan met haar etherische, betoverende, onheilzwangere, hallucinante vocals. Ze bedient sensueel en huiverachtig de toetsen. En ook de sound heeft dezelfde kenmerken.
Hun debuut mogen we in 2012 verwachten. “Stop” en “Graffiti”, ook op de EP terug te vinden, zijn al veelbelovend, maar in de bijna uur durende set, hoorden we heel wat spannende, opbouwende songs binnen een etherische synthwavepoplaag; songs die een ‘nightclubbing’ sfeertje en een donkere apocalyptische ondertoon hebben. Hier flitsten beelden van Kate Bush, Scarlett Johansson, Twin Peaks en Malcom Mclaren’s “Butterfly” voor de ogen. Revelerend bandje, jong talent, dat tekent voor een puike overtuigende performance.

De naar NY uitgeweken Belgische Puertoricaan Gabriel Rios heeft met
pianovirtuoos Jef Neve en percussionist Kobe Proesmans een heel gedegen professionele bezetting, aangevuld met een bassist en tweede percussionist . En wonderwel is het ‘El sympathico’ met knuffelbeergehalte Rios niet meer die zich in de kijker speelt, maar vooral z’n twee muzikale soulmates, die de aandacht in het materiaal behielden en voor sfeer en de ambiance zorgden door het publiek te laten meeklappen en meezingen. Het virtuoze pianospel en de speelse drums zijn belangrijke pijlers. De songs kunnen ingetogen, rijkelijk gearrangeerd zijn en kunnen onverwachtse en originele wendingen hebben. Een evenwicht tussen toegankelijkheid van strakke songs, Rios’ sing/songwriterschap en de Broadway musical, hoempapa van de recente cd ‘The dangerous  return’. Een breder, gevarieerde opzet, een ontspannen karakter en een warme gloed kreeg je met “Dauphine”, “Broad daylight”, “Gulliver”, en door de zwierige ritmes  van “Angelhead”, “El raton” en “Natural disaster”.

Dat de organisatoren van Leffingeleuren een neus hebben voor talent bewezen ze met de komst van EMA, voor de allereerste keer op een Belgisch podium.
Madam Erika M. Anderson had met haar debuut ‘Past life martyred saints’ (check de review op deze site) al een geweldig visitekaartje afgegeven en kwam dat eens dubbel in de verf zetten in de Zwerver. Ze pakte Leffinge in met grillige en bijtende songs als “Milkman”, “The grey ship” en “Anteroom”, die laatste in een veel giftiger aanpak dan de verstilde albumversie. Een goedgekozen cover “Add it up” (van de fantastische Violent Femmes) klonk, ondanks een nogal rommelige aanpak, even energiek als het origineel. De sympathieke blondine en haar band lieten de gitaren nog eens lekker scheuren in een zinderend “Red star” en bij afsluiter “California” moesten we maar even de ogen dicht doen om ons een jonge Patti Smith voor de geest te halen. We zijn het nu wel zeker, EMA is één van de revelaties van 2011.  En die hond op haar t-shirt? … hij spitste de oren en watertandde …

G. Love had voor de oversteek naar Europa zijn vaste band Special Sauce achtergelaten en had in de plaats een paar basisbenodigdheden meegebracht, zijnde een gitaar, een mondharmonica, een pak talent, tonnen ervaring, een welgemutst humeur en een pak prima songs. Meer had hij echt niet nodig om de tent plat te krijgen. Aanvankelijk was het genieten van pure blues- en folksongs met tussendoor ook een cover van Paul Simon’s “Fifty ways to leave your lover”, die weinig toevoegde aan het origineel maar wel fris klonk. Nadien mocht Tom Van Laere (Admiral Freebee) een handje komen toesteken en samen met G Love een prachtversie spelen van zijn eigen onverslijtbare klassieker “Rags and run”. Vervolgens herinnerde G Love ons eraan dat hij een pionier was in het rap-blues genre en bracht hij swingende versies van “Booty call”, “Baby’s got sauce” en een goedgeluimd “Blues music” die hij op een heerlijke manier liet overvloeien in Lou Reed’s “Take a walk on the wild site”. De passage van deze klasbak liet het enthousiaste publiek met een goed en warm gevoel achter, wat een welgekomen afleiding was op deze regenachtige dag.

Ook iets bijzonders was het Canadese Austra. De songschrijfster/zangeres Katie Stelmanis heeft haar gezicht nog niet weggestopt als Fever Ray, maar plaatst zich muzikaal en vocaal naast haar en voegt er opera vocalen aan toe. Synths, drumbeats en twee bijna even ijl zingende engelen boden een spannende, hypnotiserende, broeierige, opwindende gig. Het tempo werd subtiel opgeschroefd met songs als “Lose it” en “The choke”; met de single “Beat and the pulse” en “The future” had de beloftevolle Austra haar publiek volledig in haar greep. ‘Feel it break’ heet de debuutplaat. Aankopen na zo’n bezwerende, meeslepende overtuigende set!

Ook al zijn we na ettelijke concertjes over de jaren heen wel al wat gewoon, op ieder festival is er wel zo een band waar we steil van achterover vallen. Deze zomer in Werchter was dit Grinderman, In Lokeren Kyuss en In Leffinge ongetwijfeld Blood Red Shoes. Amai !
Sedert The White Stripes weten we dat je maar met zijn tweetjes moet zijn om heerlijk lawaai te maken, het Britse Blood Red Shoes is het zoveelste duo die dat soort prachtige herrie tot in de hemel jaagt. De zeer bevallige verschijning Laura Mary Carter (vocals/gitaar) en de alom bedrijvige Steve Ansell (vocal/drums) hebben met de potige albums ‘Box Of Secrets’ en ‘Fire like this’ al bewezen tot wat ze in staat zijn, maar wat ze live presteren is nog een stuk krachtiger en vettiger dan op die plaatjes. Het uiterst energieke duo deed Leffinge uit zijn voegen barsten dankzij gloeiend hete songs als “Keeping it close”, “Light it up”, “It’s happening again” en “Doesn’t matter much”, allemaal voorzien van geweldige gitaarriffs en lekker schoffelende drums. De vocals verdeelden ze netjes onder hun tweetjes en het vuur, de passie en de vlammende rock’n’roll vibe hingen de ganse tijd in de lucht.
Quasi de ganse set was gevuld met uiterst bronstige versies van songs uit de twee voormelde platen, maar een nieuw nummer als “Don’t ask “ klonk bovenal pittig en veelbelovend.
Afsluiter “Colours fade” deed de gitaren lekker uitrazen in een walm van distortion, het was een brandende apotheose van een geweldig concert.
Dit was hun allerlaatste optreden in de tournee die volgde op ‘Fire like this’, nu gaan ze terug de studio in en wij kunnen niet wachten tot wanneer ze er ongetwijfeld met een dijk van een plaat weer uitkomen.

Een zwierige tune kregen we van het Amerikaanse Man Man, die we nog vorige week aan het werk zangen tijdens het Radar Festival in Tourcoing. Ze hebben al vier cd’s uit, maar hebben hier nog geen voet aan de grond . De gekke bende brengt invloeden samen van de psychedelica van Moon Duo en zZz, de retro van Monster Magnet en de hoempapa van Kaizers Orchestra. Ophitsende en opzwepende melodieën van synths, piano, xylofoon en drums gaven een uitzinnig, feestelijk concert tot gevolg.

Arno was weer volledig zijn eigenste zelf. Waarmee we willen zeggen : er is inderdaad een hoek af, en de man ontgoochelt nooit op een podium, maar toch hadden we de indruk dat de automatische piloot gevaarlijk dichterbij kwam. Kortom, wij hopen altijd van zo een rasartiest dat hij ons nog een beetje verrast, maar deze keer bleven we toch wat op onze honger zitten. Was het omdat hij nu al sinds mensenheugenis steeds zijn set eindigt met het onvermijdelijke trio “Oh la la la”, “Putain putain” (hier trouwens in een veel te makke versie met te brave gitaarloopjes) en “Les filles du bords de mer” ? Was het omdat hij voor een eerder tam publiek speelde die nog niet goed bekomen was van het geweld van Blood Red Shoes ? Was het omdat zijn band (en dan vooral de gitarist) toch wat te braaf klonk (wij misten JM Aerts of Geoffrey Burton) ? Of wordt hij nu echt wel een dagje ouder ? Wij weten het zelf niet maar de term ‘voorspelbaar’ is nooit goed in rock’n’roll middens, dat weten we wel. Ook al heeft hij een ongebreidelde creatieve geest, toch moet Arno eens herbronnen.

Een veelbelovend groepje The Dead Trees speelde in café de Zwerver en verblijdde ons met heerlijk klinkende en okselfrisse no-nonsens rock’n’roll liedjes met een knipoog naar Strokes, Alex Chilton en Velvet Underground. Een zeer aangename verrassing. Hun nieuwste album ‘Whatwave’ is trouwens een zeer aardig dingetje waar u best maar eens wat aandacht aan besteedt.

Wie na een drukke dag Leffingeleuren meende lichtjes in slaap te dutten, werd brutaal terug wakker geschud met de uiterst potente post metal van Steak Number Eight. De Westvlamingen gaven er een geweldige lap op bevestigden de ruwe power en tonnen talent die zij op het album ‘All is chaos’ eerder op het jaar hadden vastgelegd. Hun songs overstegen met glans de valkuilen van het metal genre, op het podium van zaal De Zwerver stond de gebalde sound als een huis. Het beukte, stormde, stampte en ramde dat het geen naam meer had en toch schuilden er razend knappe songs onder het bulldozergeweld. Isis zijn de grote voorbeelden, maar qua intensiteit en klasse zijn die nu al bijgebeend. Indrukwekkend, hoogst indrukwekkend.


Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Pagina 111 van 147