logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Ora Cogan
L7
Festivalreviews

Houza Palooza Festival 2011- Potentie uit te groeien tot een groots dansevent

Houza Palooza Festival 2011- Potentie uit te groeien tot een groots dansevent
Een week na de tragedie op Pukkelpop stond een nieuwe trip richting Limburg op het programma. Deze keer ter gelegenheid van Houza Palooza (4e editie), een jong elektronisch festival in Bree, die duidelijk de mosterd haalde bij Tomorrowland. Het podium op de mainstage was bijna een kopie van de main op Tomorrowland. Daarnaast waren er nog twee andere tenten, de Protech tent was dé locatie voor de technoheads onder ons, en in de Breakdown tent was er drum & bass te horen.

Eens ons tentje was opgezet was het tijd om naar de festivalweide af te zakken. In de Protech tent hebben we nog het einde van Guy J zijn set kunnen horen, een ideale warming up voor 2 Duitse helden, Extrawelt! De spacey minimal die sinds vijf jaar scoort bij verschillende labels waaronder Border Community. 'Schöne Neue Extrawelt' is hun eerste album onder die naam en het minste wat je kan zeggen is dat het heel andere koek is dan hun clubhit “Soopertrack”. Alweer een vlammende set van beide heren, die met hun agressieve doch harmonieuze beats de handen van de intussen volgelopen tent op elkaar kregen.

Na Extrawelt was het tijd voor nog meer Duits geweld, Oliver Koletzki. De in Berlijn woonachtige muziekstudent Oliver Koletzki zette met zijn track “Der Mückenschwarm” in 2005 de complete wereld op zijn kop. Dit succes was mede te danken aan Sven Väth die er een re-release van uitbracht op zijn label Cocoon Recordings. Volgens de lezerspoll van het Duitse Groove Magazine was “Der Mückenschwarm” de ‘Best Track’ van het jaar 2005 en Oliver Koletzki de ‘Best Newcomer’. Na deze bliksemstart had hij verschillende releases en remixen uit op label als Kling Klong en Dance Electric. Tevens startte hij het label Stil vor Talent waarop ook zijn eerste album ‘Get Wasted’ uit is gebracht. Koletzki had voor ons een set in petto die gekenmerkt werd door psychedelische melodieën met pompende beats eronder.

Na Koletzki besloten we onze tocht verder te zetten richting de mainstage, waar op dat moment Zombie Nation was begonnen. Zombie Nation is het elektronische dansproject van de Duitser Florian Senfter, alias John Starlight. In het verleden scoorde die reeds een hitje met het trancy “Kernkraft 400”, maar dat is niet onmiddellijk de beste referentie voor wat je van Zombie Nation kan verwachten. "Cross-over elektronische muziek" zo noemen ze het zelf graag, en wij voegen daar nog aan toe: nergens echt hitgevoelig, maar toch verrassend toegankelijk. De man achter Zombie Nation is een muzikale avonturier die op basis van creatief samplen hoogst interessante en oorstrelende resultaten bereikt. Zombie Nation wist mede dankzij de “Hey Today” remix van zijn “Radio Controlled” een prima sfeer te creëren.

Een act waar ik persoonlijk meer van had verwacht was London Elektricity in de drum & bass tent. Een inspiratieloze set, zonder eigen werk, die me maar matig kon bekoren.

Gelukkig maakte de volgende act veel goed. Dub FX kwam in Bree zijn allereerste album presenteren, de beatbox-virtuoos brengt, met behulp van loopstations en effecten, zijn eigen nummers en raakt daarmee aan dubstep, drum&bass en hiphop. Dub FX bracht een relaxte liveset, die goed was om even te bekomen (voor zover dit nodig is) van al dat techno geweld.

Terug naar de Protech tent, waar we ons klaarstoomden voor mijn persoonlijke hoogtepunt van de dag, Pan-Pot! Pan-Pot, is een briljant multi-dimensionaal duo uit Berlijn die house en techno fans tot waanzin weten te drijven. In slechts een paar jaar tijd heeft Pan-Pot (Tassilo Ippenberger en Thomas Benedix) hun plek veroverd in de bovenste regionen van de elektronische dansmuziek. Deze hemelvaart lijkt erg op de stormachtige opkomst van het label waarbij ze actief zijn: Mobilee Records. Zo bleek maar weer eens bij het uitkomen van hun laatste EP 'Confronted' op Mobilee, die inmiddels is geremixt door Adam Beyer & Jesper Dahlbäck, Slam, Martin Landsky en Dapayk.
Hun bereidheid om de componenten van hun producties uit te breiden terwijl ze toch met beide benen in hun specialiteit blijven staan - kolossale en onvergetelijke techno tracks met een overvloed aan noise en stuwende basslijnen - is dit maar een gedeelte van wat Pan-Pot onderscheidt van de hordes andere techno producers die momenteel actief zijn. Ze mogen zich dan vernoemd hebben naar een simpel hulpmiddel, Pan-Pot draait om het laten bewegen van het menselijk lichaam dankzij een ongekend dynamisch aanwezigheid op de dansvloer.

Na een ‘mindblowing’ set van Pan-Pot was het tijd voor een vaste waarde binnen de techno scene. Anthony Rothers electro ("Sex With the Machines", "Simulationszeitalter", "Hacker") wordt gekarakteriseerd door repetitieve machine-achtige beats, robotische geluiden, vocoders en een futuristische sfeer en teksten. Deze gaan vaak over de gevolgen van technologische vooruitgang, de relatie tussen mensen en machine en de rol van computers in de samenleving. Persoonlijk vond ik dit een weinig creatieve set die nooit echt tot een hoogtepunt kwam, kleine teleurstelling dus.

Afsluiter in de Protech tent was The Hacker. Een Franse electro en technoproducer. Hij is vooral bekend van zijn samenwerking met Miss Kittin. Zijn stijl is beïnvloed door Kraftwerk en new wavegroepen zoals The Cure en Depeche Mode. Een stomende set van de Fransman die een perfecte balans wist te creëren tussen elektro, techno en minimal.

Hoogtepunten van de dag waren zeker en vast Extrawelt, Dub FX, Pan-Pot en The Hacker, daartegenover vond ik de prestaties van London Elektricity en Anthony Rother minder gedenkwaardig.

Houza Palooza is een festival die nog niet zo bekend is, maar zeker en vast de potentie heeft uit te groeien tot een groot evenement. Een zeer geslaagde editie waar ik volgend jaar zeker en vast opnieuw van de partij ben!

Organisatie: Hooza Palooza Festival

Pukkelpop 2011 - wat we van ons afschreven

Geschreven door

Pukkelpop 2011 – wat we van ons afschreven

Pukkelpop 2011 … Hier komen we nu écht woorden tekort … Verstomming … Net als bij iedereen heerst na de helse storm op die bewuste donderdagnamiddag 18 augustus 2011 18h een akelige stilte … Pukkelpop was even de hel op aarde … Onze gedachte is bij iedereen en vooral bij hen, de slachtoffers en de organisatie …

Dit verslagje hebben we toch nog voor U klaar als, noem het, therapeutisch middel … Pukkelpop biedt de mogelijkheid om in een ongedwongen kader op zoek te gaan naar talrijke ontdekkingen op de verschillende podia, comedy, dance acts en dj’s; randanimatie, comedy en kermisattracties; de immense diversiteit van eet- en drankstandjes sieren het geheel.
En het zag er opnieuw goed uit. Al een tijdje terug uitverkocht, een sterke en gevarieerde affiche met prachtnamen als Foo Fighters, Eminem en dEUS als kleppers. De jonge freaks en de doorwinterde liefhebber konden hun muzikaal hartje ophalen en hielden van de ontdekkingen en van sommige – al - gevestigde waarden.
Maar het lot, de natuur besliste er even na 18h anders over, een ‘never-seen’ hels stormweer, ondanks de zonovergoten middag en namiddag gaven ( debuterende ) bands al het beste van zichzelf … Gemotiveerd werken aan respons en belangstelling …
Een storm, met hevige wind en grote hagelbollen teisterde de wei van Kiewit. Hierdoor moest Skin van Skunk Anansie haar optreden vroegtijdig stoppen . De Chateau tent, waar net op dat moment Smith Westerns aan hun set begonnen was, werd in een mum van tijd weggeblazen. Verschrikkelijk taferelen volgden, het tentzeil reeg open, de palen vielen naar beneden. Ook wij denken liever niet meer aan het moment toen we de tent trachten en konden ontglippen ...
Verderop was de ravage enorm, bomen werden ontworteld, enkele zelfs op aanliggende tenten ..., shelters, torens en metaalconstructies omvergewaaid ... De wei was één drassige boel  ... Drama ... We zijn diep bedroefd , want er vielen verschillende slachtoffers en gewonden; de materiële schade was enorm ... We zijn in diepe rouw ...

Pukkelpop wat we muzikaal zagen vóór…
Heerlijk ontspannend begon het allemaal … op de middag konden we al terecht voor Wolf Gang die al aardig wat volk op de been brachten in de Marquee . “Good morning” zei Max McElligott nog. Goed verteerbare rock, deels ingehouden , maar met het nodige speelplezier, kleurrijk en met een psychedelische tint door toetsen van deze jonge Engelsen die met “The king and all of his men” al meteen een eerste hit op zak hebben. Wolf Gang speelde poprock ‘pur sang’, die door songs als “Back to back” en “Midnight dancer” in de verf werd geplaatst; de stevige rocker “Lions in cages” besloot de fijne set van dit gewone bandje die door de gevarieerde aanpak nauw leunde aan Razorlight.

Getalenteerd bandje zijn The Sore Losers. Ze komen uit de buurt van de Pukkelpop stal, grepen net naast de Humo’s Rock Rally en hebben vinnige, levendige rock’n‘roll, die een bluesy sfeer ademt. Ze speelden een handvol stevige nummers, “Juvenile heart attack”, “Silver seas”, “Your smile” die mooi verdeeld zaten in de set op de Mainstage en de spanning behielden. Het jonge bandje profileert zich ergens tussen het werk van Jack White met z’n White Stripes en de Raconteurs en voegen er een Black Crowes sausje aan toe. De retro van The Who of The Monkees stoorde niet. Ze waren één van de gesmaakte opwarmers en speelden een erg degelijke set vóór de Foo Fighters die nog meer sterke gitaarsongs hebben en er nog meer decibels tegenaan kunnen gooien.

In de Marquee droop het zweet nog meer van ons af als we de jonge deerne Eliza Doolittle aan het werk zagen. De kleine, lieflijke, mooie, gebruinde jonge lady in ontblote schouders, de haren in vlechtjes en in korte broek, is in een adem op te noemen met de Nederlandse Caro Emerald met haar aanstekelijke, groovy, broeierige en sfeervolle jazzy pop. En zoals we haar bezig zagen, flitsten beelden van Nelly Furtado, Lily Allen en Lady Linn voor de ogen … Het jonge volkje zwaaide met de handen , maakte vingerhartjes; slaakte allerlei “I love you” kreten, zorgde voor een “singalong”, heupwiegde en zette al eens een danspas . Haar band – heren in een gelijksoortig hemd- verpakte de songs in sfeervolle arrangementen over haar fijne stemmetje heen. Ze was de onder de indruk van het sterke onthaal, zelfverzekerd dartelde ze over het podium en emotievol zong ze “Moneybox”, singles “Skinny genes” en “Pack up”. Ook Bruno Mars was tussenin te herkennen. Amy Winehouse keek over haar schouder en knikte dat het goed was …

Op de Mainstage genoten we van de frisse, meeslepende, bezwerende ‘70’s retropsychedelica van White Denim uit Austin, Texas die Led Zeppelin, Black Crowes, Black Mountain en Tame Impala close in de hand hielden. Lang uitgesponnen zweverige songs, die diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen ondergingen tussen avontuur en toegankelijkheid; een uitzinnig virtuoos gitaarspel dito pedaaleffects. Fijne ontdekking!

Feelgood folkpop serveert Noah & The Whale . De Britse bende van Charlie Fink is een grootse band in wording en is definitief doorgebroken met het recente ‘Last days on earth’; ze zaten  in één oogwenk door hun set van 45 minuten en wisselden nogal graag van instrument. Net als een Jarvis Cocker van Pulp was Fink goed ter tale bij elk van de nummers. We neurieden “Life goes on” en “Tonight’s the kind of night”, lekker in het gehoor liggende pop door een zwierige viool of toetsen; niet enkel deze twee overtuigden, de sfeermeter van “sun & fun” ging ook in het rood op “Blue skies”, “Love on an orchestra” en “Five years time”. Samen met dat plaatje van The Naked & Famous en The Decemberists brengen de Britten iets leuk en ontspannend …  en hoorden we in de verte niet de invloed van Tom Petty en Cornershop ...

Een glimp zagen we nog van het sfeervolle Destroyer in de Chateau. Geen ‘search & destroy’ feelings, maar subtiele, uitgekiende neofolkypop van het uitgebreide collectief …

Catchy en feestelijk klonk het totnutoe wel in de Marquee …The Wombats deelden in het plezier. Ze hebben al een handvol hitjes uit en gingen op even stomende wijze te werk met hun aanstekelijke, opwindende en okselfrisse indiepop, door de gitaarloops, -riedeltjes en toetsen. Vanaf de derde song “Jump into the fog” was het prijs. De eerste rijen hotsten heen en weer, “Techno fan” en “Backfire at the disco” volgden. Wat een ambiance op deze namiddag … Op het podium zagen we een hyperkinetisch drietal die zich zichtbaar amuseerde. En dan kwamen nog “anti D”, “Tokyo” en “Let’s dance to Joy Division”, die een overtuigende streep trokken van een heerlijke dansbare set …

De Schotse band van James Allen, Joe Strummer lookalike, Glasvegas, had een debuut uit om van te snoepen, wave glamrock die een drietal honneurs opleverde “Geraldine”, “It’s my own cheating heart  …” en “Daddy’s gone”. De epische sound op de tweede cd werd nog pompeuzer, holler en klonk uiterst geforceerd, en daar wringt net het schoentje. Synths versmoorden het geluid. Live op de mainstage kon Glasvegas met deze sound en de nieuwe songs onvoldoende raken. Stevig wilden ze wel klinken en ook vocaal deed Allen sterk z’n best , maar je moet ook nog goede songs hebben. Buiten “Euphoric take my hand” als top van de nieuwe cd moesten eerder vernoemde oudjes het optreden redden. Het ambitieuze project Glasvegas die lichtjes op het podium deed schitteren, schitterde niet in de livegig … en op de koop toe was Allen uitermate spaarzaam in z’n woorden . Matige set dus.

Hartverscheurende keuzes in bands … The Naked & Famous (Club)  en Explosions in the sky (Marquee) …  Het Nieuw-Zeelandse Naked & Famous die een sprankelend debuut uithebben, ‘Passive Me, Aggressive You’, waarbij de hoes in een halve cirkel te zien was,
zagen we een klein halfuur een gevarieerde set spelen van melodieus prikkelende en sfeervolle songs … de synths en de gitaarloops kregen ruimte om door te klinken.
Explosions in the sky zit momenteel op dezelfde golflengte als geestesgenoten Mogwai op de recente cd . Het postrockvuur werd terug aangewakkerd. Een ingehouden spanningsboog en een opbouwende broeierige intensiteit noteerden we in hun instrumentale filmische postrock die af toe krachtiger klonk en durfde  te exploderen zonder maar overdreven te zijn.
We zagen hen een jaar terug in het OLT Rivierenhof, waarbij het heilige postrockvuur wat was uitgeblust. Nu waren ze duidelijk overtuigender. We zijn uitermate benieuwd wat een muzikaal avontuur ze zullen brengen in het clubcircuit …

(Pieter) Op de mainstage konden we dan terecht voor een eerste topper qua naam Skunk  Anansie, elkaar terug vonden een paar jaar terug … zangeres Skin was  haar extravagante en energieke zelve. Ze leek er enorm veel zin in te hebben en trok stevig van leer, porde het publiek aan om even later in een dolenthousiast publiek te duiken. Tijdens eerste klepper van formaat “Because of You”  begon het lichtjes te regenen, maar de dynamiek die Skin uitstraalde was ongelofelijk. Net na het magnifieke “Weak” , halverwege de set begon het hevig te regenen en kwam er een stevige rukwind opzetten. Skunk Anansie volhardde en probeerde moedig verder te spelen alsof er niks aan de hand was. Maar in een mum van tijd hadden we hier een storm, met felle regen, hevige wind en grote hagelbollen, die uitermate gevaarlijk werd en het et optreden terecht stillegde … 

En dan ken je het wel wat er allemaal is gebeurd …. Zelf zat ik in de Chateau om de uit Chicago afkomstige beloftevolle Smith Westerns te zien. Spijtig genoeg was het avontuur na twee nummers afgelopen en was door het helse stormweer het tentzeil doormidden gekliefd …
De rest houden we maar voor ons … we hebben het heelhuids overleefd
...

Wij betuigen ons intens medeleven naar slachtoffers, familieleden, gewonden en aan de PP organisatie & team ... een welgemeende support & sterkte ...
... enorm veel respect ...

We nemen en namen de stilte en de tijd ter nagedachtenis
een diepgeraakt, trouwe fan ...


… We blijven Pukkelpop een warm hart toe dragen …

Sziget Festival 2011 – overzicht 10 t/m 15 augustus 2011

Sziget Festival 2011 – overzicht 10 t/m 15 augustus 2011
Inleiding
Op voorhand werd onze interesse instinctief gewekt door een omschrijving in het programmaboekje waarin sprake is van de ‘speciale, unieke sfeer’ op Sziget, het zevendaags muziekfestival dat doorgaat op Obudai Sziget (Hongaars voor “eiland”) in het midden van de Donau die Boedapest in twee stadsdelen splitst en dat ieder jaar wint aan (internationale) populariteit. Een sfeer die misschien nog het best te verwoorden is als ‘hedonistisch’. Wél, na onze eerste visite valt daar wat ons betreft weinig, zelfs niets op af te dingen. Hier maakt het niet echt uit of je een fan bent van reggea, blues, Britpop, drum&bass of klezmer, er moet en zal  vooral stevig gefeest worden, zelfs tot in het persdorp toe, wat toch vrij uitzonderlijk is bij dit laptop minnende volkje.    
Met liefst 13 podia verspreid over het ganse eiland wordt het oriëntatievermogen serieus op de proef gesteld, maar als het even dreigt mis te gaan doemt er steeds een vriendelijk bevrouwde infostand op die je direct opnieuw op het juiste pad zet.  Dé grote troef van dit festival ligt dus duidelijk in haar veelzijdigheid: de Main Stage was deze editie met groepen als Kasabian, Kaiser Chiefs, Pulp, The Prodigy en White Lies vooral een Brits uitstalraam, maar ook liefhebbers van Zweedse metal of een Oekraïense travestietenshow komen hier aan hun trekken. Een speciale vermelding gaat uiteraard naar de Roma stage, hét tolerante uitgangbord van het festival dat deze editie haar tienjarig bestaan mocht vieren maar desondanks helaas nog steeds politiek gecontesteerd wordt.
De ambitie van de organisatoren is duidelijk: het grootste festival van Europa worden. Door een gevarieerd muzikaal aanbod, maar ook door een prijzenpolitiek die naar Belgische normen (nog) bijzonder schappelijk is. Voor 530 Hongaarse florint (nog geen 2 euro) krijg je een halve liter Dreher pils getapt, waarvoor je zelfs geen cash geld of bonnetjes hoeft boven te halen want alle transacties worden hier handig afgehandeld met een oplaadbare betaalkaart. Al gaan de echte kenners natuurlijk voor het ruime assortiment aan ‘palinka’ (Hongaarse degistief) die in royale porties geschonken worden.
Last but not least, dit festival is perfect combineerbaar met een bezoek aan het fraaie Boedapest. Betaalbare accommodatie is er in overvloed en pendelen naar het festival met het openbaar vervoer gaat snel en goedkoop, de ganse dag en nacht door.

Woensdag 10 augustus 2011
De late namiddag vlucht vanuit Charleroi en enkele vervelende ongemakken (geblokkeerde bankkaart, geen gsm bereik) bij aankomst in Budapest  Nyugati palyaudvar (Budapest West Station) zorgden ervoor dat er op woensdag enkel nog een ‘late night programme’ kon afgewerkt worden.

Gelukkig net op tijd nog voor het Britse Hurts dat opvallend veel bijval oogstte en duidelijk een gevoelige snaar raakte in de overvolle A38-wan2 Stage.  Deed deze theatrale ‘80’s synthpop met een vette knipoog naar Depeche Mode de door economische rampspoed geteisterde Hongaren nostalgisch terugdenken aan ‘betere tijden’? Na eerdere succesvolle passages zoals in Werchter dit jaar blaken deze gestyleerde heren van zelfvertrouwen, getuige hun doorbraaksingle “Wonderful Life” die ze tot groot jolijt al meteen na het openingsnummer op het publiek loslieten. GSM toestellen en aanstekers zetten de bomvolle tent in lichterlaaie tijdens “Illuminating” en ook tijdens “Stay” ging ouderwetse romantiek in de lucht. “Better than Love” was de verwachte, extatische afsluiter van een set waarop rondom ons uitbundig en zonder gêne gedanst, gedronken en gevreeën werd. Van een beloftevolle aftrap gesproken!     

Ook Ambivalent katapulteerde ons op opwarmer voor Richie Hawtin in de Burn Party Arena terug in de tijd, meer bepaald naar begin jaren ’90, de hoogdagen van de minimal techno. Er was bijna geen doorkomen aan tussen de zwetende, dansende lijven die hun primitieve instincten zorgeloos botvierden op aanstekelijke, tribale ritmes en grooves. Uiteraard liet dit onszelf ook niet onbewogen en zo gingen wij al meteen stevig feestend de eerste nacht in…  

Donderdag 11 augustus 2011
De Britse electropopband La Roux heeft nog maar een plaat uit (‘La Roux’, 2009) waarvan de goed meezingbare singles meer dan behoorlijk scoorden in de Europese hitlijsten. We verwachtten ons dan ook niet aan grote verrassingen in de set maar keken vooral uit of het hoge stemgeluid van Ellie Jackson ook life stand zou houden. En dat deed het.
Na de eerste twee sobere opwarmertjes dachten we even dat de band tegen haar zin zo vroeg op het hoofdpodium was gepland (16u30). Die vrees was ongegrond, want met “Quicksand” was het startschot gegeven voor het eerste feestje van die dag. Na “I’m Not Your Toy” volgde al direct de bandvoorstelling: 1 man aan de drums, 1 vrouw en 1 man aan de keyboards. Allemaal in hetzelfde ruimtepakje. Tijdens “Fascination” en “Colourless Colour” ging het publiek pas goed uit de bol. Jacksons hoge tonen bleven loepzuiver maar ze leek zich nog altijd in te houden en zich te verbergen achter haar Lennon-achtige zonnebril. Vooraleer haar twee grootste hits op de massa los te laten, gooide de band er nog een cover van The Rolling Stones tussen (“Under My Thumb”): het had zo uit hun eigen repertoire kunnen komen. Met “In For The Kill” en “Bulletproof” stond niemand nog stil op de wei. We kregen eindelijk de bleekblauwe ogen te zien van de zangeres, die zelf met een big smile begon rond te springen en de elektrodrums te lijf ging.

Het is al een tijdje geweten dat het Amerikaanse avant garde duo Xiu Xiu geen hapklare brokken serveert en van experimenteerdrang zelfs haar handelsmerk maakt (hun laatste worp ‘Dear God, I Hate Myself’ is grotendeels gecomponeerd met een Nintendo), maar op Sziget viel de set toch wel erg zwaar op de maag . Of waren het de Balaton Grill vleessnacks van de avond tevoren die ons nog steeds parten speelden? We namen ons nu al voor om ze vanavond alleszins door te spoelen met een flinke scheut palinka. Qua overgave, kabaal en energie moet dit gezelschap niet onderdoen voor pakweg Battles of The Kills, maar in tegenstelling tot laatstgenoemden ontbreekt het Xiu Xiu toch aan voldoende sterke songs om een festivalpubliek te boeien. Gevolg: een zeer bescheiden opkomst bij het begin van de set dat helaas nog bescheidener was op het einde.     

Twee Sloveense vlaggen wapperden fier aan de verre horizon. Waren we na een tijdje zoeken dan toch eindelijk op de European Stage beland? Elvis Jackson illustreerde dat ook foute muziek zijn plaats verdiend op Sziget. Daar zorgde niet enkel de weinig subtiele mengeling van metal, ska en reggea voor (dikwijls zelfs binnen eenzelfde song), ook de geruite kniebroeken en roze plastronds van dit viertal zou grote sier kunnen maken op een volgend Eurovision songfestival. Niet dat dit het publiek een moer kon schelen, er werd zelfs gecrowsurfed op luchtmatrassen. Met de oproep “fuck the army” en “fuck weapons” vond de zanger de tijd gekomen om nog wat stichtende moraal bij te brengen. Maar vooral zijn voorstel op het einde van de set om punkrock in te ruilen voor de “weed business” leek ons het beste idee van deze jongeman in jaren.     

In februari 2011 zagen we Goose aan het werk in de AB: een zeer geslaagd optreden, maar de band leek toch meer gemaakt voor de festivals. In de Party Arena op Sziget stelden ze dan ook niet teleur. De play list had geen verrassingen in petto en de singles “Synrise”, “Can’t Stop Me Now”, “Bring It On” en “Words” werden netjes verspreid op het publiek losgelaten. Rond ons hoorden we zowel Nederlanders, Italianen, Engelsen en Fransen meebrullen. De band is 11 jaar na zijn debuut duidelijk in heel Europa doorgebroken.
Bij de life-act van Goose horen uiteraard flitsende lichteffecten. Tussen en achter de bandleden flikkerde strak verticaal, horizontaal en diagonaal wit licht aan en uit. De repetitieve ‘teksten’ werken enorm verslavend en als zanger Mickael Karkousse en paar keer op de boxen gaat staan en met de vuist in de lucht de massa opjut, is het kot te klein. Hij kreeg de hele zaal (letterlijk) op de knieën, om ze op zijn teken weer allemaal te doen recht te springen. Het dak ging er helemaal af toe gitarist en drummer er een apocalyptisch einde van maakten.

Kasabian is één van de weinige Britse bands die erin geslaagd zijn om hun buitensporig gehypete beginjaren, die niet zelden gepaard gaat met een flinke portie arrogantie, succesvol van zich af te schudden en een breder publiek aan te spreken. Ook in Hongarije bleken deze met coole zonnebrillen uitgeruste heren bijzonder hot. “Where did all your love go”, “Underdog” en “Empire” waren nummers die live stuk voor stuk een ondubbelzinnige party spirit uitademden, en moesten niet veel onderdoen voor wat The Happy Mondays en The Stone Roses een twintigtal jaar geleden op dit vlak al presteerden. Het massaal meegescandeerde bisnummer “Fire” deed de Main Stage zelfs voor het eerst echt ontploffen die dag. Kasabian was van alle Britse bands dit jaar wellicht de meest perfect gecaste dit jaar op Sziget.      

Het laatste kwartiertje van Crystal Castles meepikken volstond om te weten dat dit geschifte en chaotische duo uit Canada nog steeds de absolute top is binnen het electropunk genre. Voor zover Ethan Kath vanachter zijn knoppen de bomvolle tent al niet platwalste met door merg en been snijdende beats, dan bracht een gillende, kermende, kreunende Alice Glass (een mens durft zich niet voor te stellen welke handelingen die allemaal verrichtte daar op dat donkere, nevelige podium) het publiek in totale vervoering. Tijdens “Not In Love” werd Robert Smith van The Cure live geen seconde gemist en dat is toch geen geringe prestatie. 

The Chemical Brothers deden donderdag als hoofdact op de Main Stage wat van hen verwacht werd: in afwezigheid van politieke regelneven een audiovisueel bombardement loslaten die de decibelmeters deden tilt slaan tot ver achter het podium. Het vakmanschap droop van de set, maar echt verrassen doen Tom Rowlands en Ed Simons niet meer na hun talrijke doortochten in binnen- en buitenland de voorbije jaren. Op “Hey Boys, Hey Girls” brak ook op Sziget een euforisch dansfestijn los, zelfs tot op de vuilniscontainers die her en der opgesteld stonden voor andere doeleinden. Op het moment dat slotnummer “Block Rocking Beats” als een tsunami over de weide rolde was het publiek al lang platgewalst, gelukkig met minder dodelijke afloop.     

In tegenstelling tot Goose, is Gotan Project dan weer een band die je liever in een concertzaal ziet, dan op een festivalwei. Gelukkig stonden ze om 21u30 geprogrammeerd, bij duisternis is het nog altijd makkelijker om sfeer te scheppen. Toch bleken sommige nummers te subtiel om in open lucht echt goed tot hun recht te komen.
Voor wie het nog niet wist: Gotan is Argentijnse slang voor Tango en dat is ook basis voor alle nummers. Dat ze niet vies waren van jazzy en elektronica invloeden wisten we al, maar nu had de band ook hier een daar een stukje rap ingelast, een geslaagde cross-over. Over het algemeen bleef de muziek echter een kabbelend beekje.
De projecties op de schermen toonden achtereenvolgens een taxi door de stad, een trompet en een tangodanseres, veel meer variaties kregen we niet te zien. Halfweg het optreden deed de zangeres een poging tot interactie met het publiek en ook de man aan de toetsen probeerde iedereen in de handen te doen klappen. Vergeefs, zo bleek want een pak mensen verlieten het terrein. Een half uur voor tijd begon de bisronde al. De hits “Santa María” (de Buen Ayre) en “Peligro” staken er wel bovenuit, maar dit blijft muziek voor in een zaal.

Ietwat gemengde gevoelens tijdens 2manydjs, onbetwistbare hoofdact in de Burn Party Arena die avond. Nationale fierheid natuurlijk, omdat deze Gentenaren er ook tot in Boedapest in slagen om de absolute party climax te belichamen, met afgesloten toegang tot de nochtans reusachtige tent nog voor het begin van de set. Anderzijds besloop ons al vlug het gevoel dat we dit al eens eerder gezien en gehoord hadden, om niet te moeten zeggen dat het krek hetzelfde klonk als op de Lokerse Feesten een week voordien. Kan natuurlijk ook moeilijk anders met hun Radio Soulwax show waarbij de inventieve op platenhoezen gebaseerde visuals tot op de milliseconde gesynchroniseerd zijn met de muziek. Maar stonden deze broers niet geprogrammeerd als ‘live act’? Het zal de feestvierders in de tent in ieder geval worst geweest hebben. 2manydjs waren de absolute party top in de Burn Party Arena deze editie en de golf waarop deze heren nu al enkele jaren surfen lijkt nog lang niet aangespoeld.            

Vrijdag 12 augustus 2011
Van de karrenvracht aan UK bands die op de Main Stage van Sziget geserveerd werd bleef British Sea Power wellicht de vreemdste eend in de bijt. Naar muzikale referenties als Doves, Razorlight en Pulp hoefde je tijdens de set nochtans niet ver te zoeken, vooral het hitpotentieel blijft in vergelijking met deze tijdsgenoten helaas nog steeds ondermaats. In combinatie met de vroege programmering liet zich dat jammer genoeg ook voelen op de weide. British Sea Power had best enkele energieke nummers in petto en slaagde erin om geleidelijk wat meer volk naar de Main Stage te lokken. Toch bracht enkel de knappe single “Waving Flags” een bescheiden apotheose, wat té mager is voor ganse festivalset.        

Drie Nederlandse Limburgers van amper 20 jaar op Sziget, dat schepte verwachtingen.  DeWolff (spreek uit: ‘Die Wolf’ volgens de vele Hollanders die ons pad kruisten) zou ons terugbrengen naar de jaren ’60, zo werd ons toevertrouwd. De kostuums en de haartooi zaten al goed, maar wie zich aan swingende rock ‘n’ roll verwachtte, was eraan voor de moeite.
De gebroeders Van de Poel gingen wild tekeer op de orgel en de gitaar: nu eens speelden ze een partijtje vraag en antwoord op hun instrumenten, dan weer leken de toetsen of de snaren gewoon losgeslagen. Drummer Robin Piso gunde het publiek geen moment rust. Bij momenten dachten we tijdens een trage, bombastische drum en een wat hoge zanglijn even aan invloeden van Muse. Maar na “Don’t You Go Up The Sky”, “Fishing Night at Noon”, “The Thrills That Come Along With The Landing Of A Flying Saucer” en andere psychedelische pareltjes werd het duidelijk: hier stonden tegelijk The Doors, Led Zeppelin en Jimi Hendrickx voor ons! De voorste rijen kregen de jonge zanger van heel dichtbij te zien toe die ze helemaal op het einde nog aan een crowdsurf waagde.

In de Balkan moet blijkbaar sprake zijn van een heuse ska revival want ook KILLO KILLO Banda uit Servië tapte op de Europe Stage uit dit vaatje. Met “I will fight for my right not to fight” maakte dit bonte gezelschap uit Novi Sad komaf met het vooroordeel dat deze kandidaat lidstaat uitsluitend bevolkt wordt door agressieve vechtersbazen, al kregen gelukkig ook luchtiger, minder politiek geladen songs als “I like to ride my bicycle” een uitlaatklep. Op een gegeven moment telde de zanger niet minder dan 4.000 toeschouwers voor het podium , al lag 40 volgens onze nuchtere berekeningen veel dichter bij de waarheid. Typische Balkan humor zeker?     

The Haunted uit Zweden was een goede aanleiding om ook eens kennis te maken met de metal stage van Sziget. Blijkt dat The Haunted eerder al in het voorprogramma van metal grootheden Slayer en Napalm Death mochten spelen, maar wat  ons vooral opviel is dat de decibels op deze stage een ongelimiteerde vrijheid toebedeeld kregen. Zelfs van op respectabele afstand waren onze oren ons dankbaar om een plaspauze in te lassen in de naburige bosjes. De gespierde death metal kerels uit Göteborg zullen ons dit niet al te kwalijk kwalijk nemen zeker?   

De Deense elektronica artiest Trentemoller leek op voorhand goed te beseffen dat een live dj act doorgaans maar een troosteloze en vervelende aanblik biedt op een festivalpodium en had er daarom voor gekozen om een stevige live band met drums, gitaar en bass rond zijn keybords op te trommelen. Een schitterende keuze, want de energieke, opbouwende set nam de ganse party arena op sleeptouw en verveelde geen seconde.  Het was geen geringe uitdaging om de naakte ambient platen “The Last Resort” en “Into the great wide yonder” van een party jasje te voorzien, maar live lukte het wonderwel.
We stonden net iets te ver van het podium om te zien of het wel degelijk Ane Trolle was die de vocals voor haar rekening nam op doorbraaksingle “Moan”, maar de publiekrespons was er in ieder geval niet minder om. Uiteindelijk was het de schitterende chill out classic “Miss You” die het publiek collectief in  de hoogste sferen bracht. 

Geen idee onder welke noemer we de muziek van Dylan Kwabena Mills aka Dizzee Rascal zouden plaatsen. Rap komt waarschijnlijk het dichtst in de buurt na een blik op het podium: groene pet, maagdelijk wit t-shirt en een buddy met een oversized rood t-shirt (hé is dat niet de vlag van Hongarije of zoeken we het nu te ver?).
Tussen de hits door is een groot deel van de set voorzien om het publiek te bespelen/op te jutten, al dan niet met dooddoeners als ‘Give me ooh’ (publiek ‘ooh!’) of het deuntje ‘It’s the sound of da police’ (Publiek: u-uh), gevolgd door ‘Jump, jump, jump!’. Maar het werkt wel.
Halverwege het optreden kwam er een guest singer bij, die tijdens “Dance Wiv Me” bewees dat hij qua stem eigenlijk veel meer kwaliteit in huis had dan Dizzee en zijn buddy. Echte rap is dit niet meer, eerder funky dance. Het geheel kreeg bijwijlen zelfs een boysbandgehalte.
Na anderhalf uur verdween iedereen van het podium om versterking te halen van een bevallige zangeres die haar talent liet zien tijdens “Holiday” en “Bunkers”.
Dat was ook nodig want Dizzee zelf was aan het eind zijn stem zo goed als kwijt. Leuk feestje al bij al.

Oi Va Voi (“O mijn God” in Hebreeuws) was die dag de sfeervolle en subtiele afsluiter op de World Music Main Stage, die tijdens de set wel verplaatst leek van de met maanlicht beschenen oevers van de Donau naar het Hebreeuwse centrum van Jeruzalem. Politiek geladen nummers als “Refugee” vatten de set goed samen: een melancholische ondertoets maar met hoop op beterschap, een duidelijke boodschap voor wie zich de moeite troost om echt te luisteren maar ook zonder dat door de subtiele crossover van klezmer, soul en dance ruimschoots aan zijn trekken komt en een schaars geklede frontdame die vocaal minstens even grote ogen gooit.. Klasse! 

De hoofdacts op de Main Stage waren bijna allemaal afkomstig uit de UK en The Prodigy waren daar dus geen uitzondering op. Met dat verschil, dat deze band toch al 20 jaar op hun teller heeft, wat niet gezegd kan worden van La Roux, Dizzee Rascal en Kate Nash.
De energie en de passie op het podium was er niet minder om: “Poison”, “Firestarter”, “Voodoo People”, “Breath”, “Smack My Bitch Up”, ze passeerden allemaal de revue. Even waanden we ons terug op Werchter in ’96. Het jonge volk rond ons moet toen net uit de luiers geweest zijn maar deze nummers behoorden duidelijk tot het collectief geheugen.
Eigenlijk klonken alle nummers vrij identiek als op de plaat, veel verrassingen had dit optreden dan ook niet in petto. Maar dat was ook niet waar het publiek zat op te wachten. Dat wou gewoon uit de bol gaan.

Met Giani Lincan in de Roma tent was je aan het juiste adres voor een stevige portie swingende zigeunermuziek die het publiek al van bij het begin in vervoering bracht. Deze Roemenen in kraakwitte hemden leken professionals met een natuurlijk instinct en charme om een publiek tot dansen aan te zetten met gypsy grooves en Django Reinhart ritmes. Stuwende kracht binnen het brede muzikale palet was het slag-snaar instrument die elke pendelaar vertrouwd in de oren moet klinken in de buurt van de stations in de Belgische hoofdstad.

Van Kode 9 hadden we als grondlegger van het hippe genre niets minder verwacht dan een uitbundige afsluitende dubstep party in de A38-wan2 Stage, maar dat viel toch wel ferm tegen.  Weinig respons van het publiek, wat eigenlijk best begrijpelijk was op deze ontoegankelijke DJ set die ondanks het ver gevorderd uur er maar niet in slaagde om op de dansheupen te werken. Gevolg was dat de stage wel omgetoverd leek in een gezapige nachtelijke biertent. Om mee in de sfeer te komen bestelden wij ons nog maar een halve liter Dreher pils.  

Zaterdag 13 augustus 2011
Het optreden van Kate Nash op de Main Stage zal meer bijblijven door het trouwaanzoek die ze van een jongeman uit het publiek kreeg dan omwille van het muzikale vernuft. Tijdens het eerste deel van de set wou de Britse deerne met haar 3 koppige damesband net iets te geforceerd haar brave meisjesimago van zich afschudden door met onverzorgde vuurrode lipstick enkele gammele punksongs op de verbaasde wei uit te schreeuwen. Er kwam amper verbetering in de set toen Kate Nash zelf achter de piano ging postvatten, maar toen kreeg ze dus die jongeman met het opschrift “merry me” op ontbloot bovenlijf in het vizier. Het publiek vooraan rook een ontluikende romance en toen hij gecrowsurfed werd naar het podium en mocht hij zich van een giechelende Kate  als een schoothondje neervlijen naast de piano. De arme Kate had de grootste moeite om ietwat geconcentreerd te blijven toen hij haar tijdens “Foundation” met doldwaze, kalverliefde blik strak zat aan te staren. “You made my day”, was haar antwoord, maar we zijn er helaas niet in geslaagd om te weten te komen of dit originele aanzoek nog een vervolg gekregen heeft backstage .Een eerder amusant dan goed optreden dus.

Dé party rockband van het voorbije decennium mocht uiteraard ook op Sziget niet ontbreken. Met “Everyday I Love you less and less”, “Never miss a beat” en “Everyday is average nowadays” nam Kaiser Chiefs een verschroeiende start. We hebben ze het al een paar keer eerder zien doen op grote festivalpodia, maar toch sloeg dit prettig gezelschap uit Leeds er toch opnieuw in om met veel overgave en branie de Main Stage tot een kookpunt te brengen. De Hongaarse hitte leek  geen vat te hebben op zanger Ricky Wilson die tijdens de set een halve marathon afwerkte op en naast het podium. Wat ook opviel was dat nummers als “Little shocks” en “Starts with nothing” uit de nieuwe plaat ‘The Future is medieval’ weliswaar minder meegebruld werden dan de klassiekers “I predict a riot” en “Oh my God”, maar des te meer diepgang en variatie in de set brachten.      

Wie ging met de eer lopen om het meest volk te verzamelen voor de al bij al vrij bescheiden Europe Stage? Het Belgische Triggerfinger leek wel een thuismatch te spelen. We hadden ze eerder al tegen het lijf gelopen tot in de sauna toe, maar tijdens dit optreden kregen we pas echt een goed zicht op het aantal Belgen en Nederlanders die deze zomer naar Sziget waren afgezakt. Een heuse kolonie!  Al kunnen we ons niet voorstellen dat pakweg de Kosovaren of  de Letten niet evenzeer voor de bijl gingen voor de gitaar riffs van“Let it ride” of “Love lost in love”. Even dachten wij halverwege de set een jankende weerwolf op het donkere podium te spotten, maar het was zanger Ruben Block himself die een geluidsspreker besprongen had en zijn bakkebaarden gevaarlijk liet wapperen in het maanlicht boven de bomen. Volgend jaar een groter podium voor deze heren! 

De muziek van 30 Seconds To Mars houdt het midden tussen hard rock, emo en progressive metal. Tijdens de zangpartijen (al dan niet met een spirituele inslag) werd het publiek getrakteerd op slow-motionbeelden van soldaten in oorlog, een brandend vuur. Tussendoor verschenen in grote letters: Moment, Sun, Fight, Vector. We zoeken nog altijd naar een verband tussen de woorden. Om iedereen bij de show te betrekken werden enorme rode ballonnen op het publiek losgelaten. Enkele minuten later werd dan weer een pak confetti de lucht ingejaagd.
Het werd duidelijk: deze band zag het groots, het moest en zou een feest worden en daarbij zou Jared Leto het liefst in het middelpunt staan. Akkoord, de man heeft een goede stem en energie voor vijf en hij behield beide tot het einde van zijn ‘show’. Die zou hij leiden met een zwarte cape om zich heen en een mysterieuze reuze A in het decor. Halfweg het optreden liet hij weten dat hij eigenlijk op de plek stond waar Amy Winehouse had moeten staan. Met kreten als ‘Praise the Lord’, ‘Do a prayer’  en ‘Halleluya’ werd ook zij massaal herdacht op Sziget.
Verder bewees Jared Leto dat hij naast een begenadigd zanger ook iets van gitaar kent. Maar hij wou vooral ‘crazy’ zijn: het begon met 1 kerel met een hanekam op het podium te roepen en het eindigde met ongeveer 50 uitzinnige fans uit het publiek te pikken die er ‘as crazy as him’ uitzagen . De rest van het publiek werd nog getrakteerd op een lading slingers die als vuurwerk werden afgeschoten.

Een enorme massa was afgezakt naar de World music Stage om er hulde te brengen aan de Bosnische vaandeldrager van de Balkan muziek, Goran Bregovic. De naam van zijn ‘Wedding and Funeral Band’, waarvan de samenstelling live varieert tussen 10 en 37 groepsleden (op Sziget geraakten wij de tel kwijt),  vatte de sfeer van dit optreden perfect samen: soms feestend, soms melancholisch, waarbij het niet altijd duidelijk is of een trouwfeest aanleiding moet geven tot feesten of treuren, idem dito bij een begrafenis, en dat niet in het minst door de muzikale intermezzo’s van de 
Bulgaarse zangeressen Daniela Radkova-Aleksandrova and Ludmila Radkova-Traikova. Goran Bregovic slaagde er met zijn orkest in om de grenzen van het voormalige Joegoslavië zonder bloedvergieten te verleggen  tot in Boedapest en ver daarbuiten.    

Dat “gypsy” meer een state of mind is dan een nationale identiteit bewees het Gypsy Sound System. Het Zwitserse duo DJ Olive and Dr. Schnaps vond de gezapige koeienweiden en beboste gletsjerdalen van hun thuisland duidelijk te benauwend en zocht haar toevlucht in de Roma stage bijna drie uur lang tot uitbundige feestmuziek die op trouwfeesten gedraaid wordt van de Balkan tot in India. Een stevige aanrader aan de organisatoren van de nieuwjaarsreceptie van NV-A volgend jaar!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Szigetfestival (http://www.szigetfestival.fr)

FeestinhetPark 2011: zondag 14 augustus 2011

FeestinhetPark 2011: zondag 14 augustus 2011
Omstreeks 14u30 stak Steak Number Eight, de snoeiharde trots van Wevelgem, van wal in de Grand Mix. De jonge kerels die eind 2007 Westtalent op hun naam schreven en in 2008 op hun 15de de jongste winnaars werden van Humo’s Rockrally trokken ondanks het vroege uur al fel van leer. Met ‘When The Candle Dies Out uit’ brachten ze in 2008 een demo-album uit, opgedragen aan de overleden broer van zanger Brent Vanneste.
Begin dit jaar trokken ze samen met Mario Goossens (drummer Triggerfinger) de studio in om hun debuutalbum ‘All Is Chaos’ op te nemen. Dit album is een volwaardig album geworden vol steengoede postrock en sludgemetal songs. Na een korte mysterieuze intro trokken ze een song traag en gezapig op gang, die ergens halverwege totaal ontplofte. De rauwe kreten van de frontman gingen door merg en been en de emotie was af te lezen op het gezicht, wat zorgde voor kippenvel.
Steak Number Eight regen hun nummers vloeiend aan elkaar en lieten weinig ademruimte toe. Al snel was het duidelijk dat we hier één van de talentrijkste groepen in hun soort aan het werk zagen …

In de Bar Bizar gaf het Leuvense Undefined een release show, en kwamen op die manier hun debuutalbum ‘Crimes Against Logic’ voorstellen. Undefined bracht hip-hop, maar dan met unieke cross-over van dancehall, funk en reggae. Ook tekstueel wijken ze af en hebben ze geen directe link met het fenomeen hip-hop. Hun teksten zijn poëtisch getint en stralen een positieve boodschap uit. “Live It Up” was een eerbetoon aan hun zanger die begin 2009 om het leven kwam in een tragisch verkeersongeval. Undefined kon moeiteloos 40 minuten boeien en deed uitkijken naar meer…

We pikten nog even een laatste halfuur mee van Hookerz & Mc Nice in de Igloo Dome. Het duo gekend van de Gentse undergroundscène,  probeerde met hun drum'n’bass het toestromende jonge volkje wakker te schudden. De snelle mixen van Hookerz in combi met de enthousiaste Mc Nice misten hun effect niet, en vroeg in de namiddag heerste er al een uitgelaten sfeertje in de kleine clubtent. Wie hen nogmaals aan het werk wil zien; kan dit in de Decadence waar ze op de Steamfeestjes – het wekelijkse drum'n’bass concept- achter de decks staan.
Even later werden ze afgelost door dubstep pioniers Kastor & Dice die het over een andere boeg gooiden. Het duo is twee derde van het team achter de beruchte Untitled! evenementen en voorzien elke maand hun eigen 'dubsteptape' in Switch op StuBru. Met een mix van nieuwe dubplates afgewisseld met tijdloze klassiekers, zetten ze moeiteloos de Igloo in de fik. Met hun back2back set hielden ze het geheel spannend en toonden aan perfect op elkaar ingespeeld te zijn; foutloos werd alles gemixt!
De geüpgrade Igloo Dome toonde nogmaals z'n meerwaarde op het festival en was dè uitvalsbasis bij uitstek voor alle dubstep en drum'nbass fans.
Toen we even later naar het gezellige Kaffee Hyppo wilden gaan voor Backloop stonden we voor een gesloten doorgang... wegens het gestegen waterpeil van de overvloedige regen was het deze laatste dag gesloten.

Op naar de Grand Mix dan maar waar de feestbende van Shantel & Bucovina Club Orkestar ons stond op te wachten. Dj en producer Stefan Hantel ontdekte de magie van authentieke Balkanmuziek in de Roemeense provincie Bucovina, waar zijn roots liggen. Als dj Shantel mixt hij deze uitbundige Oost-Europese zigeunergrooves met eigenzinnige clubmuziek. Overal waar hij z'n 6 koppige groep meebrengt, is er steevast een swingend feestje, ook hier ging de tent massaal loos op de zwierige, aanstekelijke sound van de Balkanpop. Reeds van bij de opener “Mahala” was het partytime. Een ruime blazerssectie en een accordeonist zorgden voor een broeierig sfeertje en ambiance; hoogtepunt: “Disko Partizani!”, het lijflied van de band, waar ze een kat en muis spelletje speelden met het publiek.
De sfeermakers hielden het volk in hun greep met de poppy mix van gipsy, pop, dub en balkanbeats. ”Disko Boy”, “Opa Cupa” of “Gadja Dilo”, ze klonken allemaal even frivool, fris als feestelijk en brachten even de zomer  naar ons landje …

In de Bar Bizar speelde even later Hercules & Love Affair. Het danceproject van Andrew Butler scoorde in '08 een monsterhit, “Blind” waarop Anthony (van The Johnsons) de vocalen voor z'n rekening nam. Na de superlatieven van z'n titelloze debuutplaat kwam hij met het zopas gereleaste album ‘Blue songs’; voorzien van een bont allegaartje 'paradijsvogels' kwamen ze het Charlatanpodium op, geflankeerd door 2 dj’s, en vooraan 2 manvrouwen en een frêle jongedame achter de mics. Op een mix van disco en housetunes wisselden ze de zangpartijen af. Het kwintet ging op in hun dansbare sound. Maar ze kregen niet gauw het publiek mee … Moe? … Verzadigd?  Of stond iedereen al te wachten op Triggerfinger? Feit was dat de discopop maar matig werd onthaald en pas bij “Blind” een eerste piek had. Hoe de band ook probeerde, het bleef leuk en amusant maar de echte klik met het publiek kwam er helaas niet.

Triggerfinger is één van de revelaties dit jaar en prijkte terecht op de affiche van FeestinhetPark. Triggerfinger, die in 2004 debuteerde, bouwde gestaag aan z’n carrière en een ijzersterke live reputatie. Het was pas na ‘All This Dancin’ Around’ van 2010 dat het trio rond zanger/gitarist Ruben Block door iedereen werd opgepikt en de verdiende aandacht kreeg.
Ze worden vaak vergeleken met krachtige rock’n’roll groepen als Iggy, Led Zeppelin en de Queens, maar hebben er een eigen uniek herkenbaar geluid van gemaakt. En ze zijn populair!
Nergens was te merken dat ze nog maar net terug waren van het Hongaarse Szigetfestival. Ze openden sterk! Opnieuw bewees frontman Block dat hij een entertainer ‘pur sang’ is en in geen tijd het publiek naar zijn hand kan zetten.
Natuurlijk hebben ze met Mario Goossens één van de beste drummers; z’n drumsolo – die wel iets te lang duurde – toonde aan hoe het kwam dat hij eerder dit jaar een Mia kreeg voor beste muzikant.
Een uur lang was het heerlijk rocken en ze vuurden de ene na de andere song af! Het rockfeestje eindigde met het bloedmooie “Love Lost In Love”. Wat een live band . Dit triggerde naar meer …

Het festival werd met Arno beëindigd. De Arno statements kennen we onderhand wel. Na vier intense dagen dropen we af en genoten van de laatste ‘Olala’-tunes van onze Oostendse Brusselaar.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2011: zaterdag 13 augustus 2011

FeestinhetPark 2011: zaterdag 13 augustus 2011
Het Leuvense zestal Addicted Kru Sound of kortweg AKS had de ondankbare taak om dag 3 in de Charlatantent te openen. De band oorspronkelijk gestart als dj-collectief, is de laatste jaren uitgegroeid tot een volwaardige band; tot voor kort nam Selah Sue de vocals voor haar rekening, maar door de sterke respons op haar eigen carrière, werd ze recent vervangen door Laura 'Lola' Groeseneken. Wat verwonderd door de puike opkomst, begon de band zonder complexen aan hun set. Met een mix van jungle, electro, dubstep, drum 'n bass en breakbeat zetten ze in een mum van tijd de Bar Bizar in lichterlaaie. De zangeres Lola trok de aandacht naar zich toe door haar warme vocalen en dito looks. Ook het gebruik van de sax bij het grootste deel van de nummers gaf een leuke speelse toets aan het geheel. De band genoot zichtbaar en het jonge publiek ging moeiteloos in de 'energieke roes' van hun sound. Eerder dit jaar verscheen de eerste EP, waarvan “Give it back” werd opgepikt door StuBru. Een aangename ontdekking!

De Kortrijkse indiepop band SX opende op zaterdag de Grand Mix; ze wonnen midden 2009 de publieksprijs in de finale van Westtalent (West-Vlaams muziekconcours). In januari 2011 pikte StuBru hun single “Black Video” op, met als gevolg dat het nummer niet meer weg te denken is. Op het festival kregen ze de kans dat ze meer zijn dan die groep van “Black Video”. SX roept met hun Orgelpads, synthesizers en reverb gitaren een dromerige sfeer op waarbij Stefanie Callebaut’s stem heerlijk door de tent zweefde. In z’n geheel mocht het  krachtiger en energieker zijn, want de spanning daalde en het was af en toe indommelen. Op die manier kunnen we ons de vraag stellen of SX net als Amatorski, zonder afbreuk te doen aan hun muzikale scherpte, thuishoort op een festival en niet beter tot hun recht komen in een concertzaal…

Even later kwam het zootje ongeregeld Does it offend you, yeah?. Remixes voor Muse en Bloc Party gaven het kwintet enkele jaren terug de nodige aandacht,  maar het was vanaf hun debuut ‘You Have No Idea What You're Getting Yourself Into’ dat het  in een stroomversnelling kwam. Begin dit jaar kwam de 2de langspeler ‘Don’t Say We Didn’t Warn You’ uit, die ze hier kwamen voorstellen. Met een 'je ne sais quoi' houding, die je enkel van Britse bands kan verwachten, en op de tonen van ‘Time to Say Goodbye’ van Andrea Bocelli/Sarah Brightman begonnen ze vol overgave aan hun set. De rauwe, poppy electropoprock klonk soms loeihard en frontman James Rushent ging als een bezetene te keer achter z'n mic. De eclectische sound klonk aanstekelijk en dansbaar; de meesten waren wat verbaasd en verdwaasd, gezien de eerste kennismaking met de band. De combinatie van synthriedeltjes, samples, strakke basslines van bassiste Chloe Duveaux en de de soms chaotisch en psychedelische uitspattingen, gaf een unieke live sound. Knaller “We Are Rockstars” besloot in stijl het uurtje 'raverock'.

Rond 20u stond Gabriel Rios  in de Grand Mix. Na een korte theatertournee in het voorjaar doet hij maar een paar festivalsets deze 'zomer'. De in New York residerende Puertoricaan verscheen strak in het pak op de buhne. Omringd door pianovirtuoos Jef Neve en percussionist Kobe Proesmans heeft de live bezetting een grondige new look ondergaan. De nadruk kwam op de laatste plaat ‘The dangerous return’, en in een gezellige setting was een volgelopen tent getuige van een zeemzoete Rios. “Dauphine” en “ Broad daylight” zaten voorin de playlist. Ze zetten de puntjes op de i. De charismatische zanger was ontspannen, relaxed en onderhield een strak tempo in het optreden. Slechts af en toe prevelde hij enkele lovende woorden en dankte voor de respons en appreciatie. “Straight song” en “You will go far” van de recente langspeler gooiden het juk van 'Latin artiest' definitief af.
Hij zette de evolutie van z'n sound in de verf. Rios en begeleiding speelden een glansrijke set , zonder bis weliswaar. En hij ontving, later op de avond, een gouden plaat voor ‘The dangerous return’.

Met argusogen keken we uit naar Seasick Steve die als vervanger fungeerde voor Pete Doherty. De 70 jarige bebaarde bluesmuzikant is na geslaagde passages op Werchter en Pukkelpop de laatste jaren een graag geziene gast in ons land. Vergezeld van z'n drummer Dan Magnusson mocht hij bij aanvang van z'n set op een warm onthaal rekenen. Steve Wold, die z'n gehele leven een rondzwervend bestaan kende, bracht op z'n 63ste maar z'n eerste plaat uit. Hij bracht door een show bij Jools Holland een kleine hype teweeg, en sindsdien gaat het hard voor de man.
Op z'n eigen manier zette hij door een zompige mix van blues, folk en country de Grand Mix naar z’n hand, door een ruim instrumentarium en met de 'Mississippi Drum Machine', een houten omgekeerde kist die als percussie diende, de 'One-stringed diddley bow' als het één-snaar-instrument, of de driesnarige gitaar (Three-String Trance Wonder), door den Steve bespeeld met een schroevendraaier.
Ook de 'spoken words' van de authentieke Amerikaan tussen de nummers in, zijn vaak hilarisch. Vast ritueel tijdens de set is dat een meisje - lukraak uit het publiek gekozen - bij hem op het podium komt en een persoonlijke 'lofzang' ontvangt op “Walkin' man”.
Een dik uur lang bleef Steve de bluesakkoorden uit z'n vingers schudden en drumde Magnusson als een gek, wat in het laatste nummer uitmondde in een trash van z'n drumkit. Check zeker het nieuwe album ‘You Can’t Teach An Old Dog New Tricks...’, treffender kan een titel niet! Seasick Steve was een volwaardige replacement voor de opgesloten Brit en één van de absolute hoogtepunten van deze editie!

Stevig shaken konden we op Les petits pilous die hun electro/house stevig door de boxen knalden. Het Franse duo, die meneer Boys Noize tot hun grootste fan rekenen, werkten al samen met The Subs wat de EP ‘My Body/Rototom’ opleverde. Deze kerels stonden een uur garant voor een stomende set en tekenden voor één van de vetste DJ sets van het weekend!

Om even op adem te komen na de uitermate geslaagde set van Les Petits Pilous trokken we opnieuw naar de Grand Mix. Daar was het aan Das Pop om de tent op zijn kop te zetten. De altijd even goedgezinde Bent Van Looy huppelde vrolijk rond en had er duidelijk zin in. Gehuld in een geel pakje was hij zijn modebewuste zelve. Een afwisselend overtuigend optreden en een goede mix van zowel oud werk, “Fool For Love”  als  het recente “Skip the rope” uit ‘The Game’, gingen als zoete koek naar binnen. De dobbelstenen die ze op Dour meehadden, waren opnieuw van de partij en werden tijdens het laatste nummer op een dolenthousiast publiek losgelaten. Ook een nieuwsgierige Seasick Steve zag dat het goed was en genoot van het enthousiasme. De heren zegden af voor Pukkelpop maar al wie hen vandaag aan het werk zag, zal er niet van wakker liggen …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2011: vrijdag 12 augustus 2011

FeestinhetPark 2011: vrijdag 12 augustus 2011
Feestvierders, reggae en andere dancehallers konden hun hartje ophalen op deze tweede dag …

De jonge Waal Luca Di Ferdinando aka Highbloo begon in 2009 intens te knutselen met bleeps & beats, het resultaat was navenant ... Een dik jaar later werd hij ‘de poulain’ van de Partyharders Squad en met een pak straffe releases -waarvoor hij onderdak vond op het label van Dr. Lektroluv-, met als debuut EP ‘My Sitar’, in 2010 verschenen. In sneltempo vond hij z'n weg naar de top zowel als DJ en als producer. Als opener op vrijdag had hij dan ook weinig moeite om de Igloo Dome op temperatuur te brengen. Met een geduldige, gestage opbouw van zijn electrosound en geruggesteund door schitterende visuele effecten en projecties– gebracht door 5! beamers- bracht hij het jonge volkje reeds vroeg op de avond in extase. Met een verzorgde eclectische set vol variatie en technische hoogstaande mixen was de kop eraf, want later op de avond mochten we Highbloo nog aanschouwen bij The Subs.

Zoals ieder jaar probeert de organisatie vernieuwend te zijn. Op deze editie zorgden ze voor een nieuw 'platform' voor jonge dj's uit de streek en voor de residents uit Kaffee Hyppo. In een gezellige uithoek van het terrein en omgeven door de gloed van de Donkvijvers werd een sfeervolle, loungy setting neergepoot. Locals Dilly Boys & Friends mochten daar het bal (populaire) openen met hun typische Britpop sound. Het duo is sinds enkele jaren aan een opmars bezig en zijn gekend van hun sets op de 'Hindu nights' in de Make Up Club, in de Vooruit en ook van hun eigen feestjes 'Date with the night'. Met lagen soul, indie, rock en (andere) Britpopklassiekers zorgden ze voor een aangename sfeer op de enige 'buitenlocatie' van 'Het Park'. Ze genoten duidelijk van hun performance en de ruim aanwezige party animals dansten lustig op de door hen gecreëerde vibes.

De reggaetunes van Stephen Marley en de dancehall van Mr Vegas warmden ons op voor Sean Paul …

De Jamaicaan Sean Paul trad op in de Grand Mix van Stu Bru; toen we de tent naderden zagen wij dat deze bijna uit zijn voegen barste. Iedereen had hiervoor gecheckt! Met “We Be Burnin", "Baby Boy" en "Get Busy" heeft de 38-jarige energieke artiest hits genoeg om er een zeer exotisch en zwoel feestje van te maken. Maar het zwoele feestje bleef uit … Aan de talrijke toeschouwers zal het niet gelegen hebben. Ok, energie had de wild om zich heen zwaaiende Jamaicaan in overschot, maar het ganse optreden kregen wij het gevoel dat het een verplicht nummertje was. De schwung probeerden ze er op het eind nog in te krijgen door het tempo wat op te drijven en er “The Time (dirty bit)” van The Black Eyed Peas tussen te gooien. Als er sprake was van een hoogtepunt(je), dan best met “Temperature”, het nummer waar iedereen zat op te wachten …

Na de ietwat flauwe vertoning van Sean Paul keken we uit naar het elektronisch dansproject van de Duitser Florian Senfter, alias John Starligh aka Zombie Nation. Voor zijn show had hij een led constructie laten bouwen rond zijn draaitafel die ons beetje aan de kubus van Etienne de Crécy deed denken. De Duitser werkte een heel aangename set af en bouwde op naar “Kernkraft 400”, één van de hoogtepunten … ergens halverwege het nummer zorgde hij voor een pauze, en een dolenthousiast publiek kon de obligate “oh oh oohs” meebrullen. Zombie Nation had iedereen afgestemd op het feestje van The Subs …

Afsluiter op de 'mainstage' was het feestcollectief The Subs. Op een onheilspellende intro en tune, gehuld in monnikspijen, ontwaarden door nevel de silhouetten van het Gentse trio in de volgelopen Grand Mix. De klemtoon kwam eerst op het nieuwe album 'Decontrol' en daarna kozen ze voor een weldoordachte opbouw.
“The hype”, “Dry lemon” en “Don't stop” gaven meteen de juiste toon. De gekortwiekte kruin van Papillon viel op. Ook nieuwkomer Highbloo liet zich gelden door vanop de boxen z'n 'electronica' te hanteren. Kenmerkend voor de  ganse set was dat bijna alle nummers uit het debuutalbum in korte stukjes in de nieuwe tracks verweven zaten.
Ze zorgden voor herkenbaarheid en een verfrissende afwisseling tussen de nieuwe parels  “Itch” en “Hannibal and the battle of Zama”. De traditionals als “Fuck that shit”, “Mitsubitchi” en “Kiss my trance” werden mooi uitgesponnen en deden hun naam van ‘floorkillers’ alle eer aan. Er werd af en toe in de electrotracks ‘geteasd’ met flarden van het onvermijdelijke “The pope of dope” . De tent kolkte en de ‘electroravetrashpunksound’ kende z'n ultieme hoogtepunten met de 'sit & jumptrack' “My punk” en “The face of the planet”. Tot slot trakteerden ze ons op een volledige versie van “The pope of dope”. The Subs als partymachine en de scalp van FihP …

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2011: donderdag 11 augustus 2011

FeestinhetPark 2011: donderdag 11 augustus 2011
eVier dagen Feest in Oudenaarde … wat begon als een ééndagsfestival in het stadspark is in bij de zestiende editie uitgegroeid tot een gezellig 4-daags festival aan de Donkvijvers.
Het festival dringt zich meer en meer op en eigent zich een uniek plaatsje na de Lokerse Feesten, Festival Dranouter en vóór Pukkelpop.
De organisatie kon terugblikken op een gevarieerde, kleurrijke programmering van o.m. Sean Paul, Stephen Marley, Seasick Steve, Arno, Stereo MC's, Triggerfinger en Kruder & Dorfmeister, een muzikale smeltkroes dus; de samenwerking was er (opnieuw) met de Gentse scène en de Charlatan; en ook het eigen café Kaffee Hyppo kwam er nog eens bovenop, de stageplaats voor DJ talent van eigen bodem … een prachtig sfeerrijk decor (de opmerkzame indeling van de tenten op het terrein, met als voornaamste troef die aparte Igloo tent met zijn heerlijke projecties), de partysfeer, de ontspannen vibe en een fantastisch publiek dat de bands warm onthaalde.
Net als Festival Dranouter was er hier ook sprake van een Prédag, gratis voor de festivalbezoeker … wat al resulteerde in een goede 8000 man.
Verspreid over het hele weekend waren er net als vorig jaar ongeveer 40000 bezoekers. Een tevreden organisatie, ondanks dat de weergoden er die zaterdag terug een drassige boel van maakten. “Houdt dat nu eens nooit niet op?!” hoorden we terecht … Houten planken brachten soelaas voor de toegankelijkheid en een zonnetje begon te piepen … eindelijk … zucht … FihP zit er weer eens op dus …

dag 1: pré-dag - donderdag 11 augustus 2011
Een drugscontrole onderweg belette dat we de ganse set van Flip Kowlier konden zien.
Maar we waren nog net op tijd om enkele vurige songs te horen als “In de fik”, “Autoradio” en “Kom mor ip”. Met die song bracht hij een ode aan ‘t Hof Van Commerce, die aan nieuw materiaal werkt. Het resultaat kunnen we in 2012 verwachten. Met de Gentse Izegemnaar kregen wij al vroeg op de avond een vet feestje waar hij liet zien van alle markten thuis te zijn  en nog niet vergeten is hoe hij een publiek naar zijn hand kan zetten. Als afsluiter koos hij voor “Min Moaten” dat door een meebrullend publiek zeer warm onthaald werd …

Na het gesmaakte optreden van Flip Kowlier maakten wij ons op voor de Londense elektronische hip-pop formatie Stereo Mc’s. Dat de Britten er zin in hadden, was duidelijk toen ze al zeer vroeg de klepper “Connected” speelden. Het was mooi hoe zanger Robert Birch op het podium rondhuppelde als een jong veulen om het publiek op te hitsen. Dat de beste jaren van deze nineties band al ver achter de rug liggen was duidelijk, maar insruk maakten ze nog steeds. Hun sound, beats, grooves en lightshow werkten aanstekelijk op de dansspieren! Ze sloten af met het bezwerende en opzwepende “Step it up”, één van hun meest onderschatte hits.

Met Hermanos Inglesos staan er twee broertjes op de affiche van FihP die hun sporen in het Belgische Dj landschap al ruim verdiend hebben. Zo zijn ze regelmatig te gast op de hipste feestjes in binnen- en buitenlandse clubs. Het debuut ‘The Wander of You’ verscheen vorig jaar, volgestouwd met rustige als meer opzwepende, energieke electro house. Voor een volgelopen tent showden ze die draai en mix skills. Op het nummer “Wanderland” hoorden we duidelijk de stem van Lara Chedraoui (Intergalactic Lovers) en op “Take me down” ging het dak er af!

Op de tonen van voormalig ‘t Hof Van Commerce lid Kristof Michiels aka King Dj gingen wij een eerste geslaagde festival nacht in. Deze muzikale duizendpoot had een erg gevarieerde set samengesteld zodat hij voor iedereen iets goeds uit de platenbak graaide.

Op de eerste dag viel het hoge aantal bezoekers op en werd het al gezellig druk. Mooi zo!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

Ieper Hardcore Fest 2011 - 19de editie van Ieperfest is absolute topeditie!

Geschreven door

Ieper Hardcore Fest 2011 - 19de editie van Ieperfest is absolute topeditie!
Ieper Hardcore Fest 2011
Op vrijdag 12 augustus was Musiczine te gast in Ieper.  Voor de 19de keer al vond er het fijne Ieper Hardcore Fest plaats.  Wie aanwezig was of wie  in het verleden Ieperfest bezocht, zal beamen dat dit een van de best georganiseerde festivals is. 
Hoofpodium en Marquee staan vlak naast elkaar, geen enkele groep overlapt met een andere (de ene band start netjes  wanneer de andere gestopt is), geen ellenlange wachttijden aan de bar of aan de eetkraampjes (vanop de vele bankjes daar kun je lekker genieten van de optredens op de main stage),  een ruime(distro-) tent vol merchandising waar je bovendien ongestoord een praatje kunt maken met de meeste bands, camping en parking die letterlijk vlak naast de festivalsite liggen en dan hebben we nog niet gehad over het werkelijk verrukkelijke (weliswaar volledig vegetarische) eten dat ter plaatste bereid wordt…  Een dikke pluim dus voor de organisatie, Ieperfest is voor de bezoekers een verademing in vergelijking met vele  andere Belgische festivals.

Het belangrijkste item op een festival is natuurlijk de muziek en die is op Ieperfest meer dan de moeite waard.  Je zou kunnen stellen dat dit het ideale  festival  is voor de meerwaardezoeker binnen het hardere genre.  Zo  vinden we  uiteraard heel veel hardcore in al zijn varianten op de affiche maar daarnaast is er ook plaats voor ondermeer trash, grind, sludge en death metal, punkrock en zelfs postrock.  Naast zijn eigen favoriete bands kan de gemiddelde bezoeker op Ieperfest dus heel wat nieuwe zaken ontdekken.

De eerste band die wij op vrijdag meepikten in de gezellige Marquee was La Dispute.  Deze band uit Michigan wordt vaak in één adem genoemd met bands als Touché Amore (die we iets vroeger op de dag jammer genoeg misten), Make Do And Mend, Defeater en Pianos Become The Teeth.  Deze posthardcorebands noemen zichzelf  ‘The Wave’, wat ons betreft een leuke verzamelnaam voor enkele  van de meest fijne  en eigenzinnige bands die de VS de laatste jaren voortbracht  De heren van La Dispute haspelden op Ieperfest hun laatste show van een 3,5 weken durende tournee in Europa af maar leek ons desondanks nog zeer vitaal.  Hun fragiele, breekbare maar tegelijkertijd energieke en zeer experimentele muziek die refereert naar bands als At The Drive In, Thursday en The Mars Volta kon heel wat fans bekoren.  Het was vooral de kleine maar sympathieke frontman Jordan Dreyer die ons een prima indruk liet met zijn nerveuze vocalen die voortdurend balanceerden tussen zingen en extatisch roepen. La Dispute bracht zeer stevige versies van ondermeer “New Storms For Old Lovers”, “Edit Your Hometown”,  “Why It Scares Me” en “Sad Prayers For Guilty Bodies” waarbij ze ondersteuning kregen van  Jeremy Bolm, frontman van Touché Amore.  Een dikke show van een talentvolle formatie.

Op het hoofdpodium was het daarna de beurt aan Six ft Ditch, de hardcoreformatie uit het nabije Portsmouth.  Het was van 2007 geleden dat deze Britten nog present tekenden in Ieper en ze waren volgens eigen zeggen enorm blij terug te zijn.  De band staat garant een brutale portie murdercore  en het was duidelijk dat  heel wat aanwezigen hier duidelijk pap van lustten.  Six ft Ditch bracht op Ieperfest nogal wat songs van hun nieuwe album ‘Recreational Style’ waar de NYHC-invloeden duidelijk merkbaar zijn .  Het geluid van de band zat goed, de songs waren meer dan ok  maar jammer genoeg schoot de vlam nooit echt in de pijp.  Dit had alles te maken met de veel te lange pauzes tussen de nummers waardoor de vaart er nooit in kwam.

De sympatieke Zweden van Victims brachten in de Marquee een mix van metal en hardcore waarbij een band als Mothorhead nooit veraf was.  Jammer genoeg maakte het zaakje bitter weinig indruk op ons en na een handvol nummers trokken we richting Distro-tent om een praatje te maken met ondermeer de zanger van La Dispute die ons wist te melden dat hun vrienden van Defeater net afscheid genomen hebben van drummer Andy Reitz…

Ieperfest was enorm trots dat ze voor de eerste keer de legendarische heren van Strife op de affiche hadden.  Niet te veel lullen maar gewoon alles geven  lijkt ons het devies van deze heren uit Los Angeles.  Een absolute hoofdrol was er daarbij weggelegd voor zanger  Rick Rodney, een man die verdacht veel  leek op ene Sammy Tanghe uit het onvolprezen Eiland.  Rodney is ongetwijfeld een van de meest sympathieke frontmannen binnen de scène en werkelijk alles gaf die man op Ieperfest.  Dat hij daarbij op de  felbevochten Ieperse strijdvelden een stevige vleeswonde op zijn kale knikker opliep, was daarbij illustratief. Strife zorgde met hun  razendsnelle hardcoresongs  duidelijk voor een van de topmomenten van de dag .  Het ging er voortdurend lekker hectisch aan toe, vooral wanneer Rodney zelf de pit introk om z’n strijdliederen samen met de fans te brullen.

Aan Horse The Band om minstens even goed te doen in de Marquee… Strife evenaren was er misschien niet bij maar de show van deze Amerikanen was zeker de moeite waard. Horse The Band staat met hun nintendocore duidelijk voor een zeer  apart geluid.  Brute metalcore, jazzy geëxperimenteer en door videospelletjes beïnvloede deuntjes worden voortdurend afgewisseld.  Alle bliepjes en jengeltjes zitten bij deze muziek duidelijk perfect op hun plaats en alles wordt verweven in schitterende  riffs  en breaks wat ervoor zorgt   dat Horse The Band een unieke band is.  Het was voor de vele aanwezigen genieten geblazen met als absoluut uitschieter topnummer “Science Police” dat voor heerlijke vibes doorheen de tent zorgde. Heel opvallend  was ook  zanger Nathan die  ergens iets deed dat het midden hield  tussen grommen, krijsen en zingen .  De man met het onverstaanbare dialect kwam bij momenten nogal  vreemd over, deed fijne staaltjes body language  en trok  meer dan eens de petjes van voorbij rennende skydivers van hun hoofd.  Een geschift optreden van een geschifte band met al even geschifte muziek!

Sheer Terror  is een absolute pioneer binnen de New Yorkse hardcore-scène.  In hun carrière wist de band enkele legendarische albums te maken.  Vorig jaar maakten ze voor de tweede keer en na shows op verschillende continenten stonden ze nu  mooi op Ieperfest.  Wie denkt aan Sheer Terror, denkt vooral aan de zeer eigenwijze en cynische frontman Paul Bearer en ook in Ieper was de man niet anders. De fans konden genieten van de zware, lekker ouderwetse  hardcore van deze veteranen  met topnummers als “Love Songs For The Unloved”, “ Don’t Hate Me Because I’m Beatiful”, “Twisting and Turning” en “Bulldog”.   Tussen de songs door stal stand up comedian Bearer de show met zijn hilarische bindteksten, enkel een beetje jammer dat daardoor de vaart uit de show werd gehaald. 

Een beetje een vreemde eend in de bijt was het Britse And So I Watch You From Afar maar  dat kon de vele aanwezigen in de Marquee absoluut niet deren.  Dit kwartet uit Belfast heeft een ongelooflijke reputatie en bevestigde die probleemloos op Ieperfest.  Hun stevige, instrumentale combinatie van  postrock, mathrock en botte hardcore rolde als een tank doorheen de tent onder aanvoering van een waanzinnige drummer.  We werden werkelijk bedolven onder een mortiervuur van stevige gitaarbreaks en razendsnelle tempowisselingen.  De absolute sterkte van ASIWYFA is dat ze in deze lawine van geluid desondanks prachtige melodieën weten te verstoppen.
Deze show was alleszins een van de absolute hoogtepunten op Ieperfest!

Veel mensen waren duidelijk aan het wachten op de show van afsluiter Comeback Kid.  Deze Canadezen traden de voorbije jaren verschillende keren op in België en verwierven in die tijd een heuse fanbase.  Op Ieperfest bleek dat Comeback Kid door het vele touren een goed geoliede machine is geworden: maar liefst zestien nummers passeerden in sneltempo de revue en het viel op dat daar vrij weinig nummers uit hun laatste prima ‘Symptoms + Cures’ tussenzaten en opvallend veel van de oudere albums ‘Wake The Dead’ en ‘Turn It Around’.  Heel wat kids namen een duik van het podium, verschillende aanwezigen wilden daarbij  zanger Andrew Neufeld een handje helpen met het zingen in de microfoon maar die kon dat maar matig appreciëren.  Een klein minpuntje in deze overigens oerdegelijke show met als absolute uitschieters  de klassiekers “Lorelei”, “All in A Year”, “Because Of All”, “Wake The Dead” (waar Neufeld werkelijk overspoeld werd door een horde enthousiastelingen) en het daarbij aansluitende “Final Goodbye”. 

Een prima afsluiter dus van de eerste dag van het prima georganiseerde Ieper Hardcore Fest!  We geven nog mee dat begin 2012 de Wintereditie van dit festival plaatsvindt en meer bepaald op zaterdag 18 februari in JOC ‘Het Perron!

Organisatie: Ieperfest, Ieper

Pagina 112 van 147