logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
The Wolf Banes ...
Festivalreviews

FeestinhetPark 2010: zaterdag 14 augustus 2010

 

Ook op de tweede FihP kozen we na de aanstekelijke tunes van das Pop en Just Jack voor een gekruide portie beats’n’pieces …

dag 2: zaterdag 14 augustus 2010

De energieke en catchy tunes van de populaire Gentse band
Das Pop (Charlatan) sloegen behoorlijk aan bij de jonge feestvierders. Bent Van Looy en z’n kompanen trapten de set af met de popgevoelige en opgewekte songs “Underground”, “Saturday night” en het oudje “You”. Door de hoge dosis spelplezier en de nodige vaart in de performance verslapte de aandacht niet. Er werden vooral nieuwe nummers gespeeld van de titelloze, goed ontvangen derde plaat. Met het onweerstaanbare funky “Fool for love”, het ingetogen, subtiele “Girl be a man” en het rustige “Let me in” wisten ze menig festivalganger te bekoren. Wie hield van zwierige en kleurrijke popmuziek vond hier beslist zijn gading!

Het zootje ongeregeld
Disko Drunkards (Charlatan) zette de festiviteiten verder met hun originele en ongedwongen mengeling van funk, rock en elektronica. Uitgedost in grappige, weirde outfits leverde het viertal bestaande uit Stéphane Misseghers (drummer dEUS), Tim Vanhamel (Millionaire) op gitaar en occasionele zang, bassist Ben Brunin (tevens Vive La Fête) en Francois Demeyer op keyboards en lead vocals, vette en groovy ritmes. Floorfillers als “Who you gonna call?”, de fraaie Olivia Newton-John-cover “Physical” en humoristische, nonsense tracks als “Huh?”, “Kookoo” en “Dans le mille” zorgden voor een gezellig en uitgelaten sfeertje. Fun and funk bleek een gouden combinatie te zijn!

Ken Ishii (Igloo), de befaamde Japanse techno-DJ, producer, ooit nog debuterend op het Belgische platenlabel R&S Records, demonstreerde zijn feilloze en hoogstaande mixkwaliteiten. Er werd moeiteloos overgeschakeld van Detroit techno naar tech house en acid techno. Het dansminnende volkje waardeerde de verrichtingen van de grote meneer en ging volledig uit de bol. Meer moet dat (soms) niet zijn!

Na hun weergaloze passage een tijdje geleden in de clubtent op Pukkelpop keken veel mensen uit naar Just Jack. Het Britse gezelschap rond frontman Jack Allsop werd de voorbije jaren opgepikt door StuBru met de sterke singles “Starz in their eyes” en “Writer's block”. Live horen we jazzy, poppy deuntjes die vooral dansbaar zijn en dansen deden ze in Le Grand Mix. Het enthousiasme van Jack en de gevarieerde sound sloegen aan en het publiek kreeg weinig rustpauzes door de swingende set. De laatste cd ‘All night cinema’ is daarom zeker het checken waard.

In de Charlatantent waren vandaag voornamelijk DJ's geprogrammeerd, Brodinski was er één van en stond door de goede recensies in rood aangestipt. De Franse DJ/producer is een veelgevraagde artiest in België en speelde op bijna al de grote festivals en clubs. Naast remixes van o.m. Klaxons en Radioclit zitten z'n eigen tracks “Bad Runner” en “Gold Digger” in de meeste platenbakken van de topDJ's. De laatste plaat werd uitgebracht op het label van Tiga. Met een mix van oldskool classics en hedendaagse knallers toonde hij z'n skills en zuivere techniek … electro van de bovenste plank!

Even later nam Don Romini plaats achter de decks. De landgenoot van Brodinski begon rustig met een mix van dance, electro en een vleugje hip hop. Als hiphopDJ leerde hij op jonge leeftijd de kneepjes van het vak in de Parijse undergroundscene. Die hiphopgeluiden zijn nog frequent terug te horen in z'n sets en onderscheiden hem van een pak andere collega's. Door de concurrentie met Vive La Fête in de grote tent, was maar een halfvolle tent getuige van dit buitenbeentje, wat niet wegnam dat de aanwezigen de welopgebouwde set uitermate apprecieerden.

Vive la Fête hoort niet bij de resem rockbandjes die België al heeft uitgespuwd. Zij hebben een heel andere sound, iets dat me persoonlijk meer aanspreekt en me dwingt om me in een broeierige massa mensen te laten verpletteren. Live komt hun jaren tachtig-achtige elektropop sterk over. Natuurlijk heeft frontvrouw Els Pynoo hier haar aandeel in. Haar stem is absoluut niet van een fantastisch kaliber en houdt zich voornamelijk aan een afwisseling van gekir en jankerig geschreeuw, maar haar outfits laten weinig aan de verbeelding over. Dat lijkt de mannen nog geen klein beetje op te zwepen! Bovendien wordt in deze set vooral oude en gekende nummers gekregen terwijl lichten ons op de achtergrond hevig toe flitsten. Resultaat: een dansende en zwetende menigte. Niemand was bereid tot enige vorm van opgeven en de band speelde prachtig in op deze verwachtingen. Als einde kozen ze voor een eigen versie van popcorn. Elke keer als we overtuigd zijn dat dit het werkelijke einde is, komt er opnieuw een couplet. Sterk, sterk! (Fay)

Rond middernacht verschenen in de veelbesproken Igloo tent de hipste vogels van de zomer, Partyharders Squad. De Luikse partycrashers hadden versterking van Highbloo, een jonge talentvolle Waalse disc jockey die met z'n minimal, fidget en tech house als de ‘coming man’ staat aangeschreven in het dancemilieu.
Aangepord door 'orkestmeester' Mon Colonel, werd een eclectische mix van electro en noise in de kleine tent gepompt. Even later verschenen de ‘partners in crime’ The Subs op het podium … iedereen voelde dat “The pope of dope” eraan zat te komen... en zo geschiedde, net als donderdag bleek dit het 'dance-anthem' van de Belgische zomer te zijn en verschoof de tent met publiek en al enkele meters. De ultieme 'bom' van een uitzinnig feestje!

The Glimmers (Igloo), aka Mo en Benoeli, zijn graag geziene gasten op menige party’s en festivals. Op FihP werd hun eclectische en uiterst genietbare cocktail van electro, house, funk, soul, hip hop, disco en een streepje rock, met open armen ontvangen. Zowel obscure pareltjes als classics en hitsongs werden in de kleine tent geslingerd. Stilstaan was geen optie!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2010: vrijdag 13 augustus 2010

De vijftiende editie van FihP aan de oevers van de Oudenaardse Donkvijvers zal ingaan als de succesvolste van bijna 40000 bezoekers. Het festival dringt zich meer en meer op en eigent zich een uniek plaatsje na de Lokerse Feesten, Festival Dranouter en vóór Pukkelpop.
De organisatie kon terugblikken op een gevarieerde, kleurrijke programmering, een muzikale smeltkroes, de samenwerking met de Gentse scène van de Demo, Boomtown en Charlatan, een prachtig sfeerrijk decor (de opmerkzame indeling van de tenten op het terrein, met als voornaamste troef de aparte Igloo tent, enkel en alleen op FihP!), de partysfeer, de ontspannen vibe en een fantastisch publiek dat de bands warm onthaalde.
Al bij al viel het weer mee, maar eindigde in mineur toen het rotweer op zondagavond voor veel mensen op de camping leed veroorzaakte.
FihP zit er weer eens op dus …

Net als Festival Dranouter was er hier ook sprake van een Prédag. The Opposites, Baloji en Fun Lovin’ Criminals stonden er, en onderstreepten alvast de brede waaier van stijlen. Een ideale warming-up, met als gadget dat je er ook gratis heen kon. 8000 bezoekers waren er, en ondanks de mellow muzikale prestaties, bleek iedereen wel tevreden.

De eerste volwaardige dag was de uitvalsbasis voor de danslustigen, want met kleppers als Paul Kalkbrenner, Orbital, Peaches, Shameboy, Jaydee, Sound Of Stereo en Kevin Saunderson lonkte FihP heel even naar Tomorrowland en Laundry Day …

dag 1: vrijdag 13 augustus 2010

Stijn Vandeputte aka Stijn aka de Belgische funkprins (– lees: funkPrince -)  warmde het publiek op in de Grand Mix aka het hoofdpodium aan de boorden van het Donkmeer. Stijn bedankte het langzaam toestromende publiek voor de vroege aanwezigheid bij aanvang van de set. Traditionele openers “Password” en “Booty”, uit de nieuwe derde plaat, brachten het feest op gang. Zoals steeds speelde de funkmaster met het publiek en toverde hij uit z’n synths en drumcomputers elektronicaspeeltjes en de meeste diverse beats. Even later kreeg hij begeleiding op gitaar en saxofoon wat een surplus betekende.
Het merendeel van de setlist kwam begrijpelijk uit de nieuwe cd ‘Ten danz’, “Jan met de pet” en de huidige single “ Back in Detroit” kwamen goed uit de verf. Ook de oudere klassiekers “Sexjunkie”en “Hot & sweaty” deden (weer) de nodige lijven shaken en hoofden knikken, én uiteraard kon een Prince cover niet ontbreken ...”Little red corvette” werd op onnavolgbare wijze gebracht.

In de Charlatantent begon even later Lucy Love. Het Deense gezelschap viel meteen op door de outfits en de choreografie van de dansers. Met een mix van elektro, dub-beats en energieke raps probeerden ze hun vibe over te brengen naar het publiek, wat in eerste instantie niet direct lukte. Slechts na een halfuur hard werken van de dynamische frontdame op het podium, kwam alles en iedereen pas goed los. Ontdekt op het Eurosonic festival en al vrij snel geprogrammeerd op Roskilde haalde ze de mosterd bij M.I.A. en Dizzee Rascal. Het begin dit jaar uitgekomen album ‘Superbillion’ scoorde goed bij de recensenten, en na een uurtje FihP konden we besluiten dat Lucy Love de komende jaren te volgen is!

De weken vóór het festival werd het bericht rondgestuurd dat Peaches door een gebroken been haar performance in een rolstoel zou moeten afleggen... De Canadese, die eind vorig jaar haar vierde langspeler uitbracht, hield woord en kwam in een karretje het podium opgerold, vergezeld van een hermafrodiet en van andere rare individuen.
De vuile, vunzige electroclash in combinatie met de controversiële show, was in Oudenaarde al snel het gespreksonderwerp. Trouwens, in haar teksten en show vervaagt ze de scheidingslijn tussen mannelijk- en vrouwelijkheid. Met remixes voor Basement Jaxx en Daft Punk en de samenwerking op het nieuwe album met o.a. Digitalism en Soulwax, is ze alvast goed omringd.
In een set die deed denken aan de Lords Of Acid, entertainde Merril Nisker de dansende menigte en ondersteund door de security, kwam ze af en toe uit haar 'rijtuig' om het publiek op te zwepen en om te dansen met haar 'toyboy'... Ondanks het feit dat de nieuwe plaat iets serieuzer werd bestempeld, was het spektakel doorspekt van seks, zompige electro, glam en punk; het was er soms zo over dat het goed werd!

De tent staat tot aan de nok gevuld bij De Jeugd Van Tegenwoordig. Met mijn één meter zestig is het dus een moeilijke opdracht om iets op te vangen van de gestaltes die het podium betreden. Daar lijkt niets opvallends aan – het enige wat ik opvang, is dat er blijkbaar mensen op het podium slapen. Goed, dan moet ik het maar overlaten aan mijn gehoor, denk ik, maar al snel blijkt dat ik dat op mijn buik kan schrijven. De anders zo stevige, elektronische beats die de basis voor hun muziek vormen, klinken maar flets en van hun teksten valt al helemaal geen woord te verstaan. Ze gebruiken van nature al een zodanige hoeveelheid slang dat het voor niet-Amsterdammers een onbegrijpelijk maar grappig taaltje wordt, maar mompelen hier bovenop nog eens ook! Toch lijkt dat het publiek weinig te deren. En inderdaad, als fan van De Jeugd maakt het niet zo veel uit dat ik geen bal versta van wat ze brengen – er zijn immers maar weinig nummers die zo doordringend in je hoofd blijven hangen als die van hen. Dus wanneer ze een hit als “Shenkie” brengen, lip ik de woorden toch moeiteloos mee. Meestal blijft hun muziek in een elektronisch aandoend hiphopachtig genre hangen, maar dat geldt niet voor hun experimentje gedurende “Watskeburt”. Bij het tweede refrein besluiten ze om alles met een dubbele versnelling af te rammelen. Doet nogal aan core denken, maar rappen op dat tempo is toch een duim waard. Als niet lang daarna de muziek uitvalt, zijn onze noorderburen nog maar net opgewarmd. “Watskeburt?” vraagt mijn partner zich verbaasd af. En ja hoor, het geluid blijft weg. Erg rouwig kunnen we er niet om zijn. (Fay)

Paul Kalkbrenner (Grand Mix) serveerde het hoofdzakelijk jonge volkje een melodieuze, warme en dromerige set met minimal en techno. De populaire, kale Berlijner van het Bpitch Control-label, bewees meer dan een ‘one-hit wonder’ te zijn. Zijn hymne “Sky and sand” passeerde al vroeg de revue en zat mooi geïntegreerd tussen het overige werk. Jammer dat het volume aan de lage kant was, maar daar maalden de danslustigen niet om. Zij genoten met volle teugen.

Het tempo werd iets hoger geschakeld op het Charlatanpodium toen de harde beats van Shameboy werden ingeplugd. Verschillende keren stond het duo garant voor een feestje hier. Ze hebben een belangrijke personeelswissel doorgevoerd, want begin het jaar is bezieler van het éérste uur Jim Dewit vervangen door de Duitser Dominiek Friede, die eerder al meewerkte met de band. Live waren er geen grote verschuivingen want de pulserende, harde beats onder leiding van Luuk Cox stonden nog steeds centraal. Repetitieve herhalingen zijn uit den boze want aan de oude krakers “Strobot”, “Rechoque” en “Splend it” wordt continu gesleuteld waardoor ze vernieuwend en fris blijven. Uit de nieuwe plaat ‘808 State of mind’ kregen we o.a. “Blastermind” en “Vultures”, waarmee het duo moeiteloos de tent plat speelde.

Grootste publiekstrekker van het festival waren de broers Phil and Paul Hartnoll, bij veel muziekliefhebbers beter bekend als
Orbital (Grand Mix). De Engelse electronica-pioniers, al meer dan 2 decennia actief, waren hun streken duidelijk nog niet verleerd. Hun inventieve, speelse en intelligente combinatie van techno, ambient, house en een vleugje jungle misten hun uitwerking niet. De lichtgevende en priemende oogjes, het handelsmerk van de heren, ondersteund door knappe en sfeervolle visuals, zorgden voor een intense en aparte beleving. De concertgangers wisten de leuke, ongedwongen wisselwerking tussen het melancholische, zachte en de agressievere, meer opzwepende sounds te smaken. We herkenden fantastische en energieke vertolkingen van dancefloorfillers “Satan”, “Chime”, “Omen”, “The saint” en “The box”. Wie beweert dat dansmuziek geen ziel heeft, moet dringend deze grootmeesters aan het werk zien. Voor velen een absoluut hoogtepunt.

Jaydee (Igloo) bracht een bescheiden doch aangename DJ-set. De toegankelijke house en techno zetten velen aan tot dansen. Natuurlijk mocht het alom bekende, onverslijtbare “Plastic dreams” niet ontbreken. De kraker van begin jaren '90 bracht de gezellige, kleine tent tot een kookpunt. Het unieke concept van de Igloo-tent en de visuele elementen zetten de muziek extra kracht bij. Beslist nog niet afgeschreven.

Ook jonge wolven Sound Of Stereo kregen een hoog plaatsje in de line up. Brusselaars Jochen Sablon en Vincent De Boeck zaten de voorbije jaren op een rollercoaster en uit het niets veroverden zij de afgelopen maanden hun plaatsje aan de top van de dancescène. Ze bereikten zoveel ‘kids lately’ waardoor alle grote fests zoals Pukkelpop, Dour, I Love Techno en Tomorrowland hen maar al te graag op de affiche wilden. Zowel hun draaikunsten als eigen singles “Zipper” en “Heads up” worden fel bejubeld. En al snel kregen ze het jonge volkje naar hun hand. De nodige visuals ondersteunden het anderhalf uur durend spektakel, dat bol stond van de floorfillers en aantoonde waarom ze hadden getekend op het N.E.W.S label van Dr Lectroluv.

FihP wist één van de grondleggers van de Detroit techno te strikken, nl.
Kevin Saunderson (Igloo). Samen met Derrick May en Juan Atkins zette deze man in de jaren '80 de techno- muziek op de kaart. De hooggespannen verwachtingen werden moeiteloos ingelost door deze Amerikaanse veteraan, nochtans deden technische problemen bij aanvang van de set ons het ergste vermoeden. Maar hij bewees een echte professional te zijn en serveerde de overvolle tent een solide, strakke en zelfverzekerde performance waarbij stilstaan geen optie was. Uit de bol gaan was dus de boodschap!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

Festival Dranouter 2010: zondag 8 augustus 2010

Geschreven door

De afsluitende familiedag in Dranouter kon opnieuw rekenen op heel wat belangstelling. 27000 mensen konden genieten van een afwisselende, kleurrijke programmering van pop, soul, afro en folk, waarbij Solomon Burke feat. Joss Stone een set buiten categorie speelden …

Maar er viel al een volle Kayam tent te noteren tijdens het vieruutje van het festival, want Daan, één van de meest geboekte Belgische artiesten tijdens de festivalzomer, gaf een wervelende synthpop en rootsrock setje. Sinds de cd ‘Manhay’ verscheen, vernoemd naar het Waalse dorpje, waar hij frisse lucht opsnoof om inspiratie op te doen, is hij met z’n band onophoudelijk ‘on tour’ en kreeg hij terecht 4 awards mee van de MIA’s 2009. Een ‘new face’ en ‘sound’ presenteerde hij. De band was erg goed op elkaar ingespeeld en na kleppers “Exes”, “Crawling from the wreck” en “Icon” van de laatste cd, speelde de James Dean lookalike een reeks aanstekelijke, dansbare instant klassiekers, refererend aan de eighties als “The player”, “Addicted (to love)”, “Eternity”, “Victory”, “Sweet designer drugs” en het obligate “Housewife”; de gitaren, drums en synths klonken fors door en de leden hotsten heen en weer op het podium, wat aanstekelijk werkte op de dansspieren. De hitmachine Daan was op hol geslagen. De tent stond al vroeg in de namiddag op z’n kop … Moest er nog ‘Daan’ zijn?!

Van het intieme Isbells hebben we maar een glimp kunnen zien … én ze hebben er eigenlijk zelf voor gezorgd, want wat hebben we als bezoeker en fan gevloekt op het gezelschap! De overdreven, enerverende soundcheck van ‘iets hoger’, ‘iets lager’ liep ruim 20 minuten uit, waardoor we enkel de breekbare songs “BB Chevelle”, “Without a doubt” en “Reunite” konden horen. De doorbraaksingle “As long as it takes” zal wel iets verderop gezeten hebben. Het project van Gaëtan Vandewoude is een Belgisch unicum binnen de alt.country/americana, folk en sing/songwriting en brengt een ganse ‘wave’ op gang, waaronder we ook Amatorski kunnen rekenen. Naast een instrumentarium van akoestisch ingehouden gitaren, een licht en sobere elektrische gitaar, mandoline, steelpedal, toetsen en spaarzame jambee-tics, gaat de aandacht naar het stemgenre en –timbre van zachte, zalvende, meerstemmige en hemelse vocals, aangevuld met obligate ‘oohoohs’ en ‘hoohoos’. Pareltjes van songs in een herfstig decor, dromerig en beklijvend allemaal, maar hun eigen stomme stoorzender soundcheck verbrodde het unieke sfeertje van de intimiteit … Isbells, aub, blijf je leest!

De perfecte sensuele tongkus kregen we van het Franse Nouvelle Vague die uitpakten met een keuze van bekend en minder bekend werk van ‘80’s (punk) pop en new wave classics. De coversongs hebben een zwoele, groovy ondertoon en krijgen leuke, frisse, knappe en creatieve impulsen. Het geheel klinkt bevreemdend, sensueel en romantisch, bepaald door de vocals van twee charmante zangeressen, die in navolging van de Cocorosie dames een prominente rol innemen. Met hun broeierige, fluisterende sexy stemmen en verleidelijke danspasjes kregen we een de ideale cocktailparty van ‘Was het nu ’70 of ’80’ - catalogus voorgeschoteld, waaronder “Master & servant”, “Ever fallen in love”, “The guns of Brixton”, “Dancing with myself”, “Making plans for Nigel”, “Blister in the sun” en “I just can’t get enough”. Waverocken konden we met de obscure single “Dance with me” (van Lords of the new church) en de afsluitende pakkende en opbouwende “Love will tear us apart” van Joy Division, waarbij iedereen meeklapte en het refrein meezong. Meer dan noemenswaard was de duivelse versie van Bauhaus “Bela Lugosi’s dead” en de Dead Kennedy’s klassieker “Too drunk to(o) fuck”, die veel aan de verbeelding overliet …

Minder vaart liep het bij Hope Sandoval & The Warm Inventions. De intimistische, broeierige, dreunende pop is een stijl apart. We weten onderhand wel dat Hope Sandoval niet de meest ‘happy’ muziek maakt. Na haar werk met de Mazzy Star en het gezinsleven, was ze sporadisch nog te horen als guestvocaliste; ze heeft met de nieuw geformeerde band twee platen uit, die in het verlengde liggen van haar vroegere band. Traag slepende melodieën, repeterende, dreunende tunes hebben een donkere ondertoon en bepalen samen met haar hemels dreigende stem de sfeer. Het sober ingehouden materiaal, spaarzaam begeleid, kreeg warmte door de haar bespeelde toetsen en xylo. Een beklemmend sfeertje, waarvan de dramatiek aan het hart van het publiek sloeg. Daarenboven is ze niet de meest praatlustige lady en was er de koele uitstraling en statische opstelling van de band, waardoor de finesse en subtiliteit van haar songmateriaal wat aan het publiek voorbij ging …

Een totaal ander sfeertje snoven we op bij het Congolese Staff Benda Bilili. Hun muziek zit binnen de afroworld van Congolese rumba, soukous, reggae en funk. We hadden nog niet alles gezien na Amadou & Mariam, Tinariwen en Toumani Diabéke, me dunkt, want de kern van de band, 4 polio-patiënten, zanger-gitaristen, die, alhoewel ze aan hun rolstoel gekluisterd zijn, in een funkende James Brown stijl letterlijk freewheelden op het podium, bijgestaan door een heuse ritmesectie. Intrigerende, opzwepende, dansbare nummers, ongelofelijk knap in elkaar gestoken door de afwisselende en door elkaar lopende stijlen. De vier heren ‘in a wheelchair’ zorgden voor een leuk feestje, dat niks anders dan respect afdwong van.

Peggy Sue uit Brighton … We zagen ze nog als support van Archie Bronson Outfit tijdens Les Nuits Bota 2010; ze spelen dramatiek met een rauw randje en hellen daarmee over naar de vrouwelijke songwriterpop van Feist, Cat Power en Joan as Policewoman, houden van de dromerige folkpop van Indigo Girls en Tegan & Sara en durven wel eens in de richting gaan van de ruwe bolsterrock van Sleater-Kinney en van de begindagen van PJ Harvey …. Zachte strelingen en ruwe partijen dus …

Maar niks op het ganse festivalweekend kon tippen aan de zalige muziek van Solomon Burke – Joss Stone, of beter gezegd Solomon Burke & The Soul Alive Orchestra with Joss Stone. De twee grootheden vonden elkaar en trekken voor een paar concerten op tournee. En wie erbij was keek en luisterde ernaar … Solomon Burke, een man van formaat, letterlijk en figuurlijk, preacher en ‘godfather of soul’, op zijn met goud bezette troon, werd geëscorteerd door enkele bevallige soulzangeressen en een heuse begeleidingsband, grossierde in z’n rijkelijk gevulde oeuvre, entertainde het publiek alsof hij de zondagsmis in de kerk van Dranouter aan het doen was, strooide met complimentjes en deelde roosjes uit, en … had nog een surprise achter de hand … de blanke soulzangeres Joss Stone … en dan voelde je doodgewoon de vonken spatten van een heerlijke, frisse, speelse en beheerste Motown combinatie van pop, (Memphis)soul, blues en gospel. Dit klikte zondermeer! Joss dartelde rond Burke, flirtte met het publiek en zorgde door haar charisma dat een romantische avondzon neerdaalde. De soulprinses kreeg van de Master himself ruimte om een paar eigen nummers te zingen als “Tell me what we’re gonna do now”, een “Don’t give up on me” - duet en een ‘jamming version’ van “Super duper love”. Bloemetjes en bijtjes waren er in overvloed op covers “Wonderful world”, “Rolling on a river” en “Everybody needs somebody to love”. Tot slot was er nog een medley rond “The saints go marching in”. Hier ontbrak enkel die The Wedding Chapel nog … Verbluffende gig!

Het kroonstuk van het festival moesten de folkrockpunkers van het eerste uur, The Pogues feat shane MacGowan zijn. The Pogues waren één van de bepalende bands, die de folk medio de jaren ’80 een vooraanstaande plaats gaven in de poprock. ‘Rum, Sodomy & The Lash’, ‘If I should fall from grace with God’ en ‘Hell’s ditch’ waren drie puike platen van het Londense collectief. Creatieve spil Shane kon met z’n doorleefde, grauwe, melancholische Engelse dialectvocals de songs elan geven. Maar door de overmatige ‘streams of whiskey’ en cocktails slaagde hij er met de jaren onvoldoende in nog een oerdegelijke set af te leveren en te beëindigen. Op die manier ontstonden mythes rond de ladderzatte figuur van … A. komt hij nog af en B. haalt hij de eindmeet in de set. Nu, hij slaagde vanavond in beiden, maar nuchter zullen we hem wel nooit op het podium zien.
Ze speelden een ‘Best of’, waar de klemtoon natuurlijk kwam op de zwierige en speelse folkpop, en waarbij Shane op en van het podium strompelde, als een Lanegan zich vastklampte aan z’n microstatief, af en toe nipte aan een glas (gin), wat brabbelde tot z’n publiek en zo goed mogelijk probeerde de nummers tekstvast te zingen. De toon werd gezet door ”Streams of whiskey”, “If I should fall from grace with God” en “Broad Majestic Shannon”. De banjo, accordeon en tin whistle gaven kleur. De band speelde strak, wat mogelijk maakte dat Shane niet uit z’n rol viel. Verder hoorden we alvast fijne versies van “Kitty”, “Sunnyside of the street”, “Thousands are sailing”, een rockende “Tuesday mornings” (vocaal door Spider Stacey (?)) en een aangrijpende “Rainy night in Soho”. Er zaten een paar mindere momenten in, die Shane ook meesleurden. “Dirty old town”, “Sickbed of Cuchulainn” en de feestelijke afsluiter “Fiesta!” waren goed geprogrammeerd om de zwakkere plekken op te vangen.
De succesvolle Dranoutereditie kon besloten worden door de drinkemansliederen van een matig tot goede de Pogues. Prosit! CU Next Year!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

Festival Dranouter 2010: zaterdag 7 augustus 2010

Geschreven door

Op dag 3 kwam de klemtoon op het rockluik. Vandaag geraakte het festival uitverkocht voor de eerste keer in z’n 36e editie. 30000 bezoekers … en daar zal het éénmalig optreden van dEUS wel voor iets tussen hebben gezeten.

De scharen waren al vlijmscherp toen Meuris het festival opende in de Kayam. Hij trok de voorbije maanden in het clubcircuit om geselecteerde songs van Noordkaap en Monza het nieuwe decennium in aangepaste, frisse, pittig versies te spelen, wat het album ‘Spectrum’ opleverde. Een ‘director’s cut’ heet dat volgens Meuris. En inderdaad, een goed op elkaar afgestemde band gaf het materiaal een stevige injectie, de toetsen klonken goed door en Meuris beleefde een nieuwe jeugd als zanger en performer. Broeierig en slepend krachtvoer speelden ze met “Panamarenko”, “Gigant”, “Druk in Leuven”, “Een heel klein beetje oorlog”, “Wat een fijne dag/het zou niet mogen zijn”en “Hoopvol”. Op “Satelliet Suzy” kon band als publiek even op adem komen. Tot slot werd Will Tura in de bloemetjes gezet met de versie van “Arme Joe” die een leuke synthtune kreeg op z’n Editors “Papillon”.

De sfeervolle, ingehouden rootsrock van Joan Wasser aka Joan as Policewoman klonk flets in de te hoog gegrepen Kayam tent. Begin volgend jaar verschijnt een nieuwe cd en daarvan kregen we enkele nummers van te horen waaronder het rustig voortkabbelende “Flash” en het heupwiegende “The magic”. Ook Public Enemy’s “She watch Channel Zero” dompelde ze onder in een laidbackversion. De songs worden bepaald door een semi –akoestische gitaar, piano/toetsen en een spaarzame drums, naast haar indringende, emotievolle stem. Maar haar innemende droompop beschikt ook over te weinig ‘jus’ na haar debuut om de aandacht van het publiek te houden. Het waren vooral de aanstekelijke en gevoelige oudjes van ‘Real life’ als “Eternal flame”, “Save me” en de titelsong van haar debuut die konden prikkelen. Het lijkt erop dat JAPW een stille dood tegemoet gaat, ondanks de enthousiaste ingesteldheid. Benieuwd dus wat die nieuwe plaat zal zijn in z’n totaliteit …

Blij dat we dan op zo’n moment Electric Celi konden zien, één van de komende bands binnen de traditionele scène in Ierland. De groep gaf het materiaal een uptempo swing door gitaar,toetsen, flutes en viool. Aangenaam, ontspannend, leuk en kleurrijk!

De Engelse sing/songwriter Tom McRae mag al tien jaar worstelen met droefgeestige songs, steeds weet hij te boeien, door de gevarieerde inbreng en de gigs al of niet met band. Op het recente ‘The alfabet of hurricane’ priemden de zonnestralen door. Eerder overtuigde hij al in het clubcircuit en ook vanavond kon hij veel meer dan JAPW het publiek houden. Hij ontpopte zich als een charismatische zanger, en ontlaadde de spanning door z’n weemoedige muziek enkele bezwerende en opzwepende stroomstoten te geven. Een sterke band ondersteunde hem. “Me and Stenton”, “End of the world news” stonden naast “I still loves you”, “A & B song” en de absolute kraker “Boy with the bubblegum”, die venijn in de staart had. Deprimerende songs die lieflijk, dromerig, aangrijpend als uitgelaten en dynamisch klonken. We kregen het allemaal. Zo zie je maar tot wat dit talent in staat was …

In afwachting dat Tindersticks kon postvatten, dwarrelde troubadour Harper Simon op de Mainstage rond. Vliegtuigproblemen gooide voor beiden roet in het eten: Tindersticks die een deel van hun materiaal miste in Zavemtem en Simon die er in de namiddag niet geraakte. Harper is nog niet zo bekend als z’n papa Paul, maar vuurde toch enkele bedwelmende akoestische gitaarliedjes op ons af. Een half uur lang konden we fijne songs horen van z’n pas verschenen debuut.

Tindersticks luidde hun reünie een paar jaar terug in met ‘The hungry saw’. ‘Falling down a mountain’ is de opvolger en Tindersticks klinkt nog als Tindersticks van in z’n eerste dagen – sfeervolle, romantische, melancholische (k)luisterpop, onder de typische ‘crooner’, raspende, zalvende stem van Stuart Stapels. De Tindersticks nummers blijven gedrenkt in smachtende soul en retro en krijgen diepgang en kleur door de toevoeging van piano, toetsen, blazers, xylo en strijkers.
Soms is de getormenteerde zielenpop wat zwaar om te dragen; we waren dus verheugd dat er zowel op plaat als live oog is voor een Cave-iaans krachtiger aanpak als op “Harmony around my table” en “Black smoke”. Spijtig genoeg hebben ze door de problemen de set moeten verkorten, waardoor de extravertie onvoldoende kon uitgespeeld worden. Een tweede kans is hen zeker gegund …

Een andere exclusiviteit op Dranouter was de programmering van dEUS. In de nieuwe optiek van het festival was het éénmalig concert dat dEUS dit jaar (buiten de ‘last instant’ in OLT Rivierenhof) alvast de kers op de taart voor de organisatie. In afwachting van de nieuwe cd die volgend jaar komt te verschijnen, zijn er een paar muzikale trainingen in Europa. Op Pukkelpop 2009 concerteerden ze nog voor 2 gigs en hoorden we al twee nieuwe nummers. Vandaag werd er 1tje toegevoegd “Second nature”, die middenin de set was en een doorsnee dEUS song was met een broeierig sfeervolle opbouw. Verder speelden ze net als Meuris een messcherpe set. Ontspannen, goedgeluimd maar uiterst beheerst en geconcentreerd ging het kwintet te werk. Sterk op elkaar ingespeeld kon elk wel z’n eigen ding doen, Janzoons op viool/xylo maar vooral op toetsen, die een meer prominente rol innamen en Mauro door z’n prikkelende gitaarwendingen en z’n raspende, schreeuwende backingvocals.
We stonden tegen elkaar gedrumd op openers “Little aritmetics die naar het einde explodeerde, een funky en dansbare “Fell of the floor, man” en een rockende “The architect”. Het gaspedaal werd met o.a. “Real sugar” en “Nothing really ends” niet steeds even fel ingedrukt. De sobere maar strakke lightshow zorgde voor bijkomende sfeerschepping. Na een snedige “Slow” en het meeslepende “Favourite game” konden we ons hartje ophalen op een uitmuntende heftige “Theme from Turnpike”. En ze hielden het tempo strak, na dit nummer met “Bad timing” en “Don’t get what you want”. Tot slot kon een uitgesponnen en afwisselende versie van “Roses” niet ontbreken om iedereen mee te krijgen. En ze hadden er zin in om de bedreven set nog meer elan te geven: een op Mauro’s lijf geschreven “Mortichair”, “Suds & soda” en een intieme “Serpentine” kon de pittige, sierlijke set definitief besluiten. Geen “Hotellounge”, maar dat hoefde ook niet meer na wat dEUS ons had voorgeschoteld. In dat jaartje toonden ze aan dat ze niet hebben stilgezeten in hun ‘Vantage Point studio’s’ …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

Festival Dranouter 2010: vrijdag 6 augustus 2010

Geschreven door

De 36 ste editie van het Festival Dranouter was een schot in de roos .. In totaal waren er tijdens de vier dagen 100000 bezoekers. De naamverandering en de bredere muziekprogrammatie binnen het pad van de poprock, waarbij voor het eerst de ‘folk’ werd geschrapt, zal daar wel voor iets tussen hebben gezeten. De nieuwe muzikale koers blijft wel oog hebben voor (familie) tradities en nieuwigheden (Low Impact Zone, Jesus Miracle Lab, Wedding Chapel, Radio Dranouter live). En verder natuurlijk nog de theatervoorstellingen, de kermisattracties van zweefmolens, de kraampjes en de pleintjes in de boerenbuiten van de Westhoek, de nachtelijke taferelen die zich afschilderen tijdens het wandelen tussen het festivalterrein en de parking enz …, maken het festival warmer en aparter van de andere grote festivals. Een prachtig decor en een uiterst genietbaar festival dus met een leuke, ontspannende sfeer en gezelligheid. En niet te vergeten Festival Dranouter is een Green Festival op en top.
Sfeerschepping, gemoedelijkheid en muziek slaan de handen in elkaar; na het startschot op donderdag konden we terecht voor een heuse boeiende afwisseling van acts als Vaya Con Dios, Paolo Conté, Anouk, Tom McRae, Tindersticks, Staff Benda Bilili, Solomon Burke feat. Joss Stone, The Pogues en het éénmalig concert van dEUS, die zorgde dat Dranouter voor het eerst in z’n geschiedenis uitverkocht geraakte met 30000 bezoekers.
En het weer? … afgezien van enkele onweersbuitjes bleef het droog en was het warm.

dag 1: vrijdag 6 augustus 2010
Op de eerste echte festivaldag kwamen ongeveer 28000 bezoekers, die genoten van de zomers zuiderse en feestelijke sounds en van de ‘la douce’ France en Italy van Vaya Con Dios, Paolo Conté en de onderhouden vrouwenpop van Anouk. Een geslaagde combinatie.

De ‘Balkan Banquets’ van het Belgisch/Franse Orchestre International du Vetex zit in de lift. De feestfanfare brengt muzikanten uit Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk van diverse sociale achtergrond samen en biedt een prachtige collecte van trompetten, saxofoon, trombone, klarinet, bugel en sousafoon, en verder accordeon, flute, drums en percussies. Een zwierig geluid geënt op de Oost-Europese traditionele muziek, gypsy, klezmer en polka zorgde voor de juiste toon en sfeer op het festival in Dranouter. Eigen nummers werden afgewisseld met traditionals uit de Balkan. (H)Eerlijk feestelijke muziek hoorden we, af en toe ondersteund door een gemoedelijke Portugees leunende zang. De Balkan pop is en blijft alvast hip door hun inbreng …

Club!in Residence was het Zuiderpershuis in Antwerpen. Ze brachten op vrijdag wereldculturen samen in de Clubstage en konden alvast enkele beloftevolle artiesten strikken waaronder Terrakota en Hindi Zahra die avond.
Terrakota hielden het even feestelijk en zomers met hun Zuiderse geluiden, Afroritmes, opzwepende percussie, dans en de puike man/vrouw samenzang. Hindi Zahra ontpopte zich als een beloftevolle jonge klassemadam. Ze is afkomstig van het Berbervolk in Marokko, heeft Touareg-roots en opereert vanuit Parijs. Ze stelde haar debuut ‘Handmade’ voor, een soort fusion van pop, folk, soul, blues, jazz en flamenco met Oosterse, Marokkaanse rootsmuziek, zonder echt wereldmuziek te zijn. In sommige nummers is er de link met de hypnotiserende retro/world/woestijnblues van Tinariwen, ook Toeareg nomaden, maar dan van Mali. Ze wisselde haar meeslepende, aanstekelijke heupwiegende poplounge af met enkele aanstekelijke knallers als “Stand-up”, die alle stijlen samenbracht en, ondanks haar ziekjes-voelen, een schitterend staartje gaf aan haar gevarieerde set. Ook Baloji was hier vanavond te zien die op z’n soloplaten een zoektocht maakt naar de Afro-Europese identiteit en op de recentste plaat ‘Kinshasa Succersale’ een cru en klaar beeld schept over z’n roots in Congo.

De muzikale smeltkroes van het uit LA opererende Fool’s Gold is nog maar bitter weinig gekend en wie ze zag, was toch onder de indruk van de verwevenheid Westerse pop, intrigerende, tintelende gitaarakkoorden vs Afrikaanse, Oosterse, Indiase aanstekelijke ritmes en melodieën. Hun world beat pop werd af en toe zelfs in het Hebreeuws gezongen door de Israeli roots. De muzikale veelkeurigheid werd opgezweept en gedragen door de drums, percussie, synths, blazers, de gitaarpedaaleffects en de indringende zang. Middenin zakte het tempo evenwel, wat de dromerige kant van de band beklemtoonde. Een bezwerende trance danstrip zoals bij Hindi Zahra, met een knipoog naar Tinariwen …

Het Belgische The Antler King in de Kring hield het publiek in z’n greep met hun gevarieerde sound van ingehouden laidback en poprock. Broeierige pop waarbij het kwintet af en toe enkele akoestische momenten inschakelde. ... ‘a cold summerbreeze wraps itself around your shoulders‘… Mooi toch voor zo’n band op het festival ...

De feestelijke stampers maakten plaats voor een ‘du vin – du pain’ avondje met de jazzy crooner ‘douce’ sound van Vaya Con Dios en Paolo Conté in de Kayam tent.
Vaya Con Dios is gecentraliseerd rond Dani Klein, inmiddels 55 geworden. Ze is back en gaf een eerste teken van leven in 2004, maar het is vooral nu dat ze terug in de spotlights staat met de recente cd ‘Comme on est venu’. De plaat, nota bene geproduceerd door haar zoon, koppelt de vroegere Latijns-Amerikaanse sound aan de muzikale leefwereld van Piaf, Brel, Adamo, Gainsbourg en Arno. Een uiterst sfeervolle plaat van het Franse chanson, pop, jazz en soul. Ze slaagde er met haar uitgebreide band in de Kayam tent om te vormen tot een rokerige nachtkroeg. De oude hits “Puerto rico”, “Heading for a fall”, “What’s a woman …” en “Hey nah neh nah” werden in een aangepast kleedje gestopt, kregen een gepaste lichte heupwiegende swing en regen de set aaneen met het nieuwe werk, “Les voiliers sauvages”, “Suffisant d’y croire”, “Le pauvre diable” en de titelsong Comme on est venu”. Ook de andere Engelstalige songs boeiden, “Ain’t no love”, “Lay your hands” en “Get to you” … danspasjes werden op ongedwongen wijze gemaakt. Kijk, na de tournee in de talrijke CC zijn we er nu nog meer van overtuigd dat Dani Klein in één adem op te noemen is met die andere meertalige chansonnière Jo Lemaire; twee perfecte ambassadrices …

Paolo Conté klonk met een glaasje wijn. De ruim 70 jarige nors kijkende, rechtvaardige rechter, zanger/componist en tekstschrijver van liedjes voor andere artiesten en later voor zichzelf, gaf met treurige, melancholische songs en z’n grauwe zegzang en korrelige gebroken stem een aparte charme aan het festival; net als bij Vaya Con Dios kwamen de songs het best tot hun recht in de rokerige nachtkroegen, voor deze gelegenheid de Kayam-tent. De man heeft al een lange carrière achter de rug en brak definitief door met het in ’90 verschenen ‘Parole d’amore scritte a machina’. Samen met een jazzbalorkest van blazers, strijkers en piano hoorden we innemend sfeervol materiaal van “Impermeabli”, “Diavolo roses”, “Max” en “Comédie”, met een zalvende, subtiele, fijne klankkleur, én die af en toe een huppelend ritme kende

Van een andere orde was Anouk, die op de eerste avond een nokvolle Kayam tent lokte. Tja, in het nieuw ingeslagen pad van de organisatie kan de Nederlandse dame worden ingepast, na vroegere concerten op Rock Werchter, T/W Classic, Suikerrock enz … was ze vanavond hier voor het enige zomerconcert in België. De refreinen van haar hitsende en ingetogen emo vrouwenpop als “In this world”, “Modern world”, “Are U kidding me”, “Nobody’s wife” en “Girl Girl” en op het verzoek gevraagde “Michelle” werden luidkeels meegezongen. Onschuldige Poprock die elan had door de blazers en toetsen, de backing vocalistes en de onovertroffen Pamela Anderson uitstraling. “Good God” dachten we, toen ze op het Festival Dranouter kwam, én nét die song besloot (qua opkomst) succesvol de avond …

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

Festival Dranouter 2010: donderdag 5 augustus 2010

Geschreven door

Het lijkt erop dat Dranouter een vierdaags festival is geworden , want op de vooravond was de grote Kayam tent al meteen gevuld om onze Belgische artiesten Absynthe Minded en Gorki aan het werk te zien. 15000 bezoekers noteerde de organisatie. In het festivaltafereel van Dranouter vergeten we de komiek/mentalist Gili (bekend van De Laatste Show) niet. Hij vervangt Friedl’ Lesage, die jaren aan een stuk de optredende groepen aan elkaar praatte. Kort, krachtig, nuchter en ludiek trok hij de aandacht en kondigde hij de artiesten aan, met een vleugje zelfrelativering. De aftrap van het Festival Dranouter is gegeven, die naast de naamsverandering een frisse popwind inslaat, met oog voor (familie) tradities en nieuwigheden (Low Impact Zone, Jesus Miracle Lab, Wedding Chapel, Radio Dranouter live, zweefmolens, theatervoorstellingen, enz …) ,die het festival warmer en aparter maken van de andere grote festivals.

Prédag 5 augustus 2010
James Walsch, spil van Starsailor, mocht na de Australisch sfeervolle indiepop van Expatriate definitief het festival voor geopend verklaren. Hij last een sabbatjaar in en is momenteel op solopad, waarbij hij een duik nam in de vier Starsailor platen, stilstond bij het onovertroffen debuut ‘Love is here’ en een tipje van de sluier liet horen van komend werk. Hij eigende zich een plaatsje toe naast Coldplay, Travis, Elbow, Keane, Air Traffic en het oude Muse. De songs werden bepaald door akoestische gitaar, waarbij de snaren krachtig tokkelden. Alsof Luka Bloom achter de Britse sing/songwriter stond. “Silence is easy” en “Alcoholic” vatten de set aan en werden sober, elegant en emotievol op toetsen gespeeld. Hij wisselde het af met ingetogen, ingehouden songs als “Poor misguided fools”, “Lullaby“ en “The good souls” die middenin en op het eind van het nummer het begeesterende gitaarspel van Walsch benadrukten en zelfs een elektrische swing kregen. “Tell me it’s not over” was directer en toonde de rockkant van Walsch. Het refrein van “4 to the floor” werd luidkeels meegezongen en een paar nieuwe songs hield hij uiterst intiem en innemend. Danig waren we onder de indruk van het duet “In that way”met de Vlaamse artiest van Andes, die het Nederlands perfect op de Engelse vocals van Walsch inpaste. Chique! Meteen het hoogte punt van de set …
Walsch bevestigde als rasecht muzikant en performer; moeiteloos palmde hij z’n publiek in; hij boeide solo enorm en de sober gehouden songs overtuigden!

Abstynthe Minded is ‘hot’ en vanavond was hier het meeste volk voor gekomen. De band rond Bert Ostyn heeft al vier platen uit en is nimmer zo populair als nu. Dik verdiend, want ze leverden één van de beste platen af vorig jaar; de warme, sfeervolle en speelse sound en de gevarieerde aanpak van gevoelige, frisse pop en rootsrock met jazzy-, blues-, swing en Balkan capriolen, gedragen door Ostyns emotievolle melancholische stem, slaan aan.
De band was in topvorm. Begrijpelijk want na de talrijke clubconcerten en hun programmaring op bijna elk festival zorgden voor een goed (af)getrainde, ge-oliede band die hun songs een stevig rockkleedje toestopte, zonder aan emotionaliteit, muzikale subtiliteit, veelzijdigheid en grilligheid in te boeten. Ze grossierden in hun oeuvre. Schitterend hoe de (huidige) singles als “Moodswing baby”, “Papillon”, “Envoi” en “Plane song”de stevige scheut verdroegen en sterk onthaald werden. Of hoe het bezwerende geluid, de Oost-Europese invloeden, de contrabas, viool- en toetsenpartijen en de verrassende wendingen intrigeerden van een “There is nothing”, “People of the pavement”, “Stuck in reverse”, “Dead on my feet” en “I am a fan”. Stevig rockten “Mercury”, Weekend in Bombay” en “Substitute” en op het eind konden we niet omheen de classic “My heroics, part one”. Duidelijk is dat ze nog meer zieltjes hebben gewonnen. Wie nu nog twijfelt omtrent de muzikale kwaliteit van de band …

Tot slot gaf Luc de Vos met Gorki in Dranouter het enige optreden van het jaar. Ook hij kan al terugblikken op een lange carrière en spreekt de kleine, de tiener, de rijpere jeugd en de ouderdomsdekens aan met z’n eenvoudige, mooie meeslepende, broeierige Vlaamstalige gitaarpoprock. Ook hij wist handig in te spelen op het nieuwe Dranouter concept en wou de folktraditie niet aan zich voorbij laten gaan .. .Samen met 2 volleerde accordeonisten, Wim en Didier, kreeg “Billy lag te slapen” en “Beste Bill” de juiste folky injectie, swing en emotie. Eén voor één kwamen de eigen bandleden op het podium om “Beste Bill” verder te zetten in de gekende Gorkipop vs hoempapa. Het gaf de song nogal wat identiteit! Ook middenin de set op “Hij leeft” en “Monstertje”, werkte deze formule aanstekelijk. Voor de rest hoorden we het broeierige, meeslepende materiaal zoals we van Gorki gewend zijn de laatste jaren met “Schaduw in de schemering”, “Joeri”, “Ik doe mee”, “Xtc” en “Stotteraars aller landen” onder de luchtige, vrolijke, melancholische tonen en Devos’stokpaardjes “Sexy bitches” en “Yeah baby”. Het laatste half uur kon de tent volledig uit z’n dak gaan met meezingers van het eerste uur “Anja”, “Lieve kleine piranha”, “Soms vraagt een mens zich af” en het leuke “Veronica komt naar je toe”. Een uitgesponnen, uit volle borst meegezongen, intieme “Mia” (na al die jaren nog steeds beklemmend door het pakkende pianospel) mocht de succesvolle, officiële eerste festivalavond besluiten. ‘Rock’n’roll rules’ volgens de regels en de kunst van Devos … Nog tem in het voorjaar van 2011 zien we hem op solopad …

Ondertussen konden we nog lekker uitwaaien op de de beats’n’pieces van de DJ’s Desperado en Buscemi die de Palace omtoverden in een danstent en de Biertent van de vroegere dagen deed herleven …

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

Lokerse Feesten 2010: DAG 09: Babyshambles – Paul Weller – The Horrors – The Van Jets

Geschreven door
Wie een uitgesproken voorliefde heeft voor Engelse gitaren en een aantal roemruchte figuren uit de Britpop geschiedenis aan het werk wilde zien moest van de partij zijn op de voorlaatste dag van de Lokerse Feesten editie 2010.


THE VAN JETS (**) mag dan al een oervlaamse band zijn, zelden of nooit hebben deze voormalige laureaten van Humo’s Rock Rally hun voorliefde voor de betere Engelse glamrock van T. Rex en Mott The Hoople onder stoelen of banken kunnen steken. Met twee full albums onder de arm beschikken deze jongelingen inmiddels over voldoende klasse songs om één uur lang te boeien, waarvan we vooral “Our Love = Strong”, “What’s Going On”, een leuke versie van Bowie’s “Fashion” en de jongste single “Down Below” onthouden. Keerzijde van de medaille is dat deze steeds populair wordende groep soms te hard haar best lijkt te doen om een festivalpubliek te entertainen. De geforceerde poses van frontman Johannes Verschaeve en de veel te lang uitgesponnen versies van sommige van hun prijsbeestjes haalden maar al te vaak de vaart uit de set. Een nummer als “Electric Soldiers” klinkt pas lekker als het kort, krachtig en smerig uit de boxen knalt, in Lokeren kreeg het publiek daarentegen een verhakkelde en futloze versie geserveerd als afsluiter. Maar ach, de festivalzomer duurt nog wel even voor deze jonge honden en dus hebben ze nog tijd zat om zich te bezinnen over het “less is more” principe.

Na zonsondergang en bij het intreden van de eerste duisternis voelen THE HORRORS (***) zich het best in hun vel. Hun gitzwarte en onheilszwangere set werd ingezet met de dodenklok intro van “Mirror’s Image”, tevens openingsnummer van hun vorig jaar verschenen en fel bejubelde ‘Primary Colours’ album dat in Lokeren zo goed als integraal werd opgediend. Net als op die plaat wordt ook live elk nummer vakkundig dichtgemetseld met een heerlijke brij van uitwaaierende gitaren en atmosferische synths, en frontman Faris Badwan bewees bovendien dat een pose wel degelijk kan werken. Hij gunde zowel zijn makkers als het publiek amper een blik en leek één uur lang wel op een andere planeet te vertoeven, maar dergelijke apathie paste perfect in de sfeer van dramatiek die rond de Horrors sound hangt. Net als tijdens hun doortocht in de Gentse Minnemeers dit voorjaar scoorde de pastorale pracht van “I Only Think Of You” het hoogtepunt van de avond. Na het lang uitgesponnen krautrock epos “Sea Within A Sea” bleef het Lokerse publiek wat verweesd achter, maar zag de LF organisatie zich wel beloond voor hun gewaagde zet om de ongrijpbare Horrors op de affiche te zetten. Graag meer van dat volgend jaar!

Met zijn 52 lentes was PAUL WELLER (****) met voorsprong de ouderdomsdeken van de avond. Echter, in tegenstelling tot vele van zijn generatiegenoten die eindeloos blijven teren op een glorierijk muzikaal verleden levert de modfather met de regelmaat van de klok nog steeds puike platen af. Sterker nog, met zijn nieuwste worp ‘Wake Up The Nation’ lijkt de man nadrukkelijker dan ooit te solliciteren voor een plaatsje in menig eindejaarslijstje. Op dat album volgestouwd met korte puntige songs gaan rock, punk, psychedelica en soul hand in hand, en het was precies die afwisseling van stijlen gekoppeld aan een bijzonder straffe begeleidingsband die Weller’s optreden tot het hoogtepunt van de avond maakten. Zo werd er schijnbaar moeiteloos overgeschakeld van het maatschappijkritische anthem “Wake Up The Nation” naar de Motown soul van “No Tears To Cry” (het beste nummer dat Willy DeVille nooit maakte) en de bijtende punk van “Fast Car/Slow Traffic”. Sporadisch gunde Weller het Lokerse publiek ook een kijkje in zijn indrukwekkende back catalogue. Een opgefriste versie van The Style Council’s “Shout To The Top” bewees nog maar eens de tijdloosheid van dit nummer, en menig kalende punkrocker kon loos gaan op “Strange Town” (’79), “Start?” (‘80) en vooral “Art School” (’77) uit Weller’s periode bij The Jam. Wie Lokeren vanavond links liet liggen had dus overschot van ongelijk, maar krijgt volgende maand een herkansing om de modfather te bewonderen tijdens Leffingeleuren.

Enkel en alleen al het feit dat Pete Doherty tijdig de weg naar Lokeren vond en bovendien eigenhandig het podium kwam opgeslenterd is voldoende om het optreden van BABYSHAMBLES (***) als memorabel te beschouwen. Met de ijzersterke opener “Delivery” leken Doherty en zijn maats zelfs heel even op weg om ook op muzikaal gebied een straffe toer uit te halen, maar daarna bleek al gauw waar het schoentje knelt bij Babyshambles. In tegenstelling tot The Libertines beschikt de groep namelijk over onvoldoende beklijvende songs om lang te boeien, dus besloot Doherty dan maar om het publiek op andere manieren te entertainen. Hij haalde zijn beste Duits (?!) boven om het talrijke jonge volkje op de eerste rijen toe te spreken, liet midden in de set plots een koppel roze ballerina’s aanrukken, organiseerde tussen twee nummers in een mini-signeersessie en plukte een klein meisje uit het publiek waarmee de communicatie begrijpelijk niet echt wou vlotten. Elke andere frontman zou zich hiermee onsterfelijk belachelijk maken, maar Doherty kwam er wonderwel mee weg. De alcohol vloeide rijkelijk op het podium en flessen gingen broederlijk van hand tot hand, maar echt beter zingen ging Doherty hier toch niet door. Het zal de voor eeuwig en altijd gebrandmerkte junk echter worst wezen. Een live optreden betekent voor de ex van Kate Moss immers veel meer dan louter spelen want wat er voor en naast het podium gebeurt lijkt hem minstens evenveel te interesseren. Met het autobiografische “Fuck Forever” eindigde Babyshambles in schoonheid (maar ook dat is relatief) om snel plaats te maken voor de HINDU NIGHTS DJ set (***) van Paul Gallagher (naar verluid de braafste uit de familie) die na een meer dan geslaagde avond het Lokerse publiek nog een aantal uurtjes bezig hield.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Lokerse Feesten 2010: DAG 08: M.I.A. - Air

Geschreven door

Een beetje een ondankbare taak voor het Franse Air om te moeten spelen voor een publiek die duidelijk gekomen is om te springen en te dansen op de opzwepende raps en beats van M.I.A.
Hun zweverige, atmosferische en filmische muziek was dan ook niet aan het volkje besteed, enkel toen op het einde van de set “Kelly watch the stars” en “Sexy boy” uit de kast werden gehaald kwam er voorzichtig wat beweging op het terrein. De set van Air was ook wel overwegend rustig en kabbelde een beetje door op hetzelfde toontje, maar toch houden wij van de dromerige psychedelica die zij uit hun elektronica kasten halen. Misschien best te herbeleven ergens in een knappe concertzaal genre AB of Koninklijk Circus, zoals in het voorjaar, maar vanavond was hun doortocht helaas niet onvergetelijk.

Een optreden die ze in Lokeren niet snel zullen vergeten was dat van M.I.A., een dame met ballen die dezer dagen geweldig populair is. Een massale opkomst die avond, en iedereen was duidelijk voor haar gekomen, dat hadden die arme sukkelaars van Air ook al ondervonden. Het werd een bruisend en ophitsend optreden.
Het zag er behoorlijk indrukwekkend uit met flitsende videobeelden, gesluierde vrouwen als backgroundzangeressen en wild dansende mannen in combat outfit. De songs van M.I.A. werden onder zware beats het volk gekegeld. M.I.A. rapte er met volle overgave doorheen en kreeg als volbloed performer het volk volledig aan haar voeten. En letterlijk zelfs, tijdens het moordende “Born Free” (wat een heerlijk agressieve song is dit toch) dook ze het publiek om van bovenop de fans de song verder te zingen. Op het eind ging Lokeren volledig uit zijn dak met het kolkende “Paper Planes”, nog zo een geweldig nummer die in zijn eentje een publiek kan verpulveren.
Een stomend concertje, en vooral een flitsend totaalspektakel van een dame met pit die de Rihanna’s en Britneys van deze wereld een flinke trap in het kruis verkoopt.

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Pagina 118 van 143