logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Ora Cogan
garbage_olt_riv...
Festivalreviews

Leffingeleuren 2015 – zondag 20 september 2015

Geschreven door

Zondag begon alweer met een Vlaamse supergroep, wat vermoeiend! Het Gentse King Dalton bestaat uit Pieter (vocals, gitaar en bariton sax) en Jonas (slide gitaar) De Meester (beiden ex AedO), bassist Tomas De Smet (Think Of One, Zita Swoon, Broken Circle Bluegrassband), zangeres Jorunn Bauweraerts (Laïs) en drummer Frederik Heuvinck (A Brand). Maar King Dalton, dat eruit zag als een orkestje uit de Appalachen, zorgde onverwacht voor een zeer aangename verrassing. De groep is zeker niet voor een gat te vangen. Het ene moment klonken ze als 16 Horsepower om dan, wanneer Pieter de Meester zijn sax bovenhaalde, in de voetsporen van Morphine te treden. Nog wat later klonk het weer lekker funky terwijl ik ook even Yoko Ono meende te horen. Bovendien was er zelfs een moment van herkenning toen het mooie “Jewel pleasures”, bekend van de televisiereeks ‘Tom & Harry’, werd ingezet.

Muzikaal klonk Het Zesde Metaal heel wat conventioneler dan King Dalton. Het Zesde Metaal : dat is vooral meester-verteller Wannes Cappelle. Zijn West-Vlaams teksten zijn steeds spitsvondig, poëtisch en erg zelfrelativerend. Verder bestond de groep uit vier uitmuntende muzikanten waaronder gitarist Tom Pintens en een alweer briljante Filip Wauters op gitaar en lapsteel.

The Deslondes, genoemd naar een straat in thuisstad New Orleans, moesten starten voor een akelig leeg lijkende zaal. Buiten was eindelijk de zon aan de hemel komen piepen en zo vonden slechts weinigen de weg naar een donkere zaal voor een relatief onbekende groep (later sijpelde er toch wat meer volk binnen). Maar de vijf, die mooi op één rij stonden, lieten het niet aan hun hart komen. Wel integendeel. Ze brachten meteen leven in de brouwerij door een wedstrijdje two-step dansen te organiseren waarbij de winnaars zowaar een flesje pils kregen. De sfeer zat er meteen in en hun verrukkelijke pot americana kreeg een hartelijke respons. De heren hadden talent zat en maar liefst vier nachtegalen in de rangen. Naast de gekende nummers uit hun dit jaar verschenen debuutplaat werd ook een gloednieuwe song met als werktitel “Loses” gespeeld en dat werd meteen één van de pieken uit de set. Zondermeer een belofte voor de toekomst, deze The Deslondes.

Op zondag werd het meest uitgekeken naar het project Moondog by Roland & Friends maar dat werd een ontgoocheling. Vermoedelijk in tegenstelling tot het overgrote deel van de aanwezigen kende ik wel Moondog. In 2006 kocht ik de nog steeds aan te raden verzamelaar, ‘The Viking of Sixth Avenue’, die wekenlang in mijn cd-speler kampeerde waarna ik nog dieper in het werk van de excentrieke Amerikaan ging graven. Vooraf vroeg ik me af wat men in godsnaam met deze minimalistische avant-garde jazz zou aanvangen. Met een rits topmuzikanten als Roland, Isolde Lasoen, Patrick Riguelle, Yves Fernandez (trompet), Marc De Maeseneer (sax), Mirko Banovic (bas) en Serge Feys (keys) mocht je toch wel iets verwachten maar ze maakten Moondog gewoon salonfähig. Het werd een hapklare brok waar kunstminnend Vlaanderen zich in de culturele centra geen buil aan zou vallen. Het klonk mooi gepolijst en voor sommige stukken kon ik de mening van een enthousiast publiek beslist delen maar de geest van Moondog? Die was nooit en nergens te bespeuren. Verder viel ook op hoe beperkt de rol van een nochtans met een mooie vissenmuts uitgedoste Roland wel was. Hoewel hij met zijn schelpenrammelaar misschien nog het dichtst in de buurt van Moondog kwam.

Hoe graag had ik de kater na Moondog doorgespoeld met een spetterend optreden van het Nederlandse MY BABY. De omschrijving was alleszins veelbelovend, de ontnuchtering des te groter. Niets leek wat het was. De gitaar van het anders wel leuke zangeresje Cato Van Dyck was nooit te horen. De zielloze drums van broer Joost leken wel een nooit aflatende drummachine terwijl ik voortdurend een pompende bas meende te horen die nergens te zien was. En dan waren er nog de blueslicks van Nieuw-Zeelander Daniel ‘Dafreez’ Johnston die ik eerder met een kermis zou associëren. En toch zouden ze samen met Seasick Steve getourd hebben. Vreemd.

Slotsom : dit vernieuwde Leffingeleuren was een schot in de roos. Een festival op mensenmaat waar de muzikale ontdekkingsreiziger op zijn wenken bediend werd. Merci Leffinge!

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Leffingeleuren 2015 - zaterdag 19 september 2015

Leffingeleuren 2015 - zaterdag 19 september 2015
Leffingeleuren 2015
Festivalterrein
Leffinge
2015-09-19
Ollie Nollet en Nick Nyffels

Dag 2 van Leffingeleuren beloofde weer een dag vol ontdekkingen te worden …
Ik was er misschien nog niet klaar voor maar de Leuvense groep van Gaëtan Vandewoude en Chantal Acda, Isbells, konden me op dit vroege uur niet overtuigen. De vele instrumentenwissels haalden de vaart uit de set die zo al wat mak klonk. En dat kampvuurmoment waarbij ze onversterkt speelden en het publiek lieten fluiten was er helemaal over.(ON)

Vrouwelijke indierockers die de mosterd gaan zoeken in de jaren negentig, is een van de trends van 2015. Denk maar aan Waxahatchee (gezien op Best Kept Secret en in november in het voorprogramma van Kurt Vile) of Courtney Barnett. Ook Leffinge deed mee aan de trend met Girlpool, twee dames uit Los Angeles die de Kim Deal filosofie aanhangen: meer enthousiasme dan technisch vernuft. Cleo Tucker´s gitaarspel gaf je het gevoel of de band nog maar twee weken bezig was, wat aanvankelijk wel charmant was. De sterkte van Girlpool zat hem in de krachtige harmonieën tussen Tucker en bassiste Harmony Tividad, die heel dikwijls crescendo aanzwollen. Een nummertje eindigde op een gitaaruitbarsting, maar meestal kregen we heel eenvoudige, rudimentaire melodietjes in een laag tempo. Dit begon na een tijdje toch wel heel eenvormig te klinken, en we raden de dames aan om nog meer te oefenen, zodat uptempo songs ook tot de mogelijkheden behoren. (NN)
Girlpool uit Philadelphia is het meisjesduo Cleo Tucker (gitaar,voc) en Harmony Tividad (bas,voc). Niet gespeend van veel talent zongen ze met schelle stem eenvoudige (wat anders?) liedjes die steeds meer richting The Shaggs afdreven. Voor wie ze niet kent : The Shaggs (drie zussen) wisten in de jaren ‘60 dankzij complete muzikale onkunde een cultstatus te verwerven en werden zelfs door ene Frank Zappa de hemel in geprezen. Zo slecht werd het nooit met Girlpool, een cultstatus zal er dus wellicht nooit inzitten. (ON)

De files hadden er al twee maal voor gezorgd dat we Kevin Morby moesten missen. Zowel op Best Kept Secret als in de Botanique waar hij het voorprogramma deed van Steve Gunn liepen we deze ex –Woods-bassist mis door het drukke verkeer. Derde keer was het prijs in de grote zaal van de Zwerver. Rustige Americana met een Dylanfixatie zo kan je de songs van Morby nog het best omschrijven. In het eerste deel van de set speelde Morby akoestisch, het tweede deel was elektrisch, en in de begeleidingsband viel de versiering met slidegitaar op. Morby schuwt de lange gitaarsolo’s, speelde veelal op een metalige slaggitaar, en samen met de parlando deed deze aanpak ook aan die andere held van hem denken, namelijk Lou Reed. Een kind in de zaal begon zowaar te headbangen, wat bewees dat alternatieve country ook best ruig kan zijn. (NN)
Kevin Morby (Los Angeles) kende ik als bassist van Woods, dat vorig jaar nog schitterde op Leffingeleuren, en van zijn eigen band, The Babies. Vooral op basis van die laatste groep waren mijn verwachtingen niet bijster groot. Mijn verbazing was dan ook niet gering toen hij op akoestische gitaar begon met drie pure americanasongs. Na deze verbluffende start pakte hij zijn elektrische gitaar en ruilde het blonde meisje haar gitaar (waar ze nochtans subliem op bezig was) voor een bas en werd een machtig “Harlem river” ingezet. Na dit epos, een ode aan New York, kon het enkel bergafwaarts gaan. Toch had hij nog genoeg goeie songs, die meer dan eens aan Bob Dylan deden denken, in de aanbieding om een volledige set te blijven boeien. Dé verrassing van het festival. (ON)

Na Kevin Morby begonnen de bands te overlappen, dus besloten we maar om een stuk van de set van Eaves te gaan bekijken in de Kapel. Eaves is de band van Joseph Lyons, een jonge Brit uit Leeds wiens eerste album ‘What green feels like’ positief ontvangen werd. De muziekpers haalt de vergelijkingen met Nick Drake uit de kast, maar in een livebezetting met een potige band was die link toch niet direct te horen. Radiohead ten tijde van ‘The bends’, was een duidelijkere invloed, evenals de dramatische wendingen uit de nummers van Anna Calvi. Niet alle nummers van de halve set die we bijwoonden bleven even sterk hangen, maar beloftevol is deze Eaves zeker. (NN)

De eerste band die ons vandaag volledig bij het nekvel greep, was Torres. Slaan en zalven was het motto van de platina-blonde Mackenzie Scott. Etherisch aan een nummer beginnen, om  dan stevig uit te halen a la L7 of Hole, een beetje vergelijkbaar met de Engelse Wolf Alice. Deze Amerikaanse deed mee op het laatste album van Sharon Van Etten, en deed ook al haar voorprogramma. Qua podium présence deed ze ons ook aan St-Vincent denken, die andere Amerikaanse rockdame met ballen. Een dwingende, krachtige stem die ons het hele concert deed uitzitten, ook al was op dat moment de prachtige folkstem van Meg Baird al begonnen in de Cafe. Haar nieuwe plaat ‘Sprinter’, nam ze op in Engeland met Rob Ellis, de producer van PJ Harvey, en op die plaat deed Adrian Utley van Portishead ook mee. Waard om te checken dus. (NN)
Vader of moeder Scott had een geniale ingeving toen ze een naam mochten kiezen voor hun dochter en noemden haar Mackenzie. “San Francisco, be sure to wear some flowers in your hair”, heeft u hem? Men zou voor minder een pseudoniem kiezen en dus werd het Torres (naar haar grootvader). De 24-jarige blondine zag er beeldig uit met haar blauwe lippen en verscheen net als de andere groepsleden in een zwarte overall op het podium. Hier was duidelijk over nagedacht en niet alleen over het visuele aspect. Iets teveel, denk ik. De songs waren allen vakkundig dicht gepleisterd met weinig inspirerende synths. Ze wordt wel eens vergeleken met P.J. Harvey maar van de intensiteit van die Britse kan Torres voorlopig alleen maar dromen. (ON)

Meg Baird (San Francisco) heeft een verleden bij de groepen Espers en Heron Oblivion en bracht onlangs haar derde solo-lp, ‘Don’t weigh down the light’, uit. Samen met Charlie Saufley, die ook op de laatste platen van Six Organs Of Admittance en Howlin’ Rain te horen is, zorgden in het café voor één van de hoogtepunten van Leffingeleuren. Folk tot de pure essentie herleid : de kristallen stem en de akoestische gitaar van Meg spaarzaam bijgekleurd met de licht psychedelische gitaar van Saufley. Verstild en toch zo intens, nergens was het publiek zo stil als daar. Naast een goedgekozen cover van Gene Clark kregen we onverhoopt ook nog een magistrale uitvoering van “Mansfield and Cyclops”, een nummer uit het meesterwerk ‘Espers II’ en het absolute kippenvelmoment van Leffingeleuren 2015.
(ON)

De publiekstrekker van de zaterdag was ongetwijfeld het Canadese Great Lake Swimmers. De folkrock van dit vijftal uit Toronto werd gesmaakt door jong en oud. Zes albums hebben ze ondertussen uit, we schaamden ons een beetje dat we ze nog nooit aan het werk zagen. De sound van Great Lake Swimmers wordt bepaald door de stem van frontman Tony Dekker en de viool van de rosse Miranda Mulholland. Great Lake Swimmers hebben zowel stemmige folksongs die zo in Duyster passen, als uptempo hillbilly folksongs, vooral dan wanneer de banjo uit de kast gehaald wordt. Dekker liet het publiek meezingen op “I must have someone else’s blues”. Zowel de Americana liefhebber als de fan van populaire folk als Lumineers of Mumford & Sons kwam hier aan zijn trekken. (NN)

Wand – Van
die groep uit Los Angeles heb ik twee redelijk gesmaakte platen, ‘Golem’ en ‘Ganglion reef’, op het schap staan maar hun optreden in de Kapel werd geen onverdeeld succes. Ok, de band had wat pech toen er een snaredrum brak en het een tijdje duurde eer dat opgelost raakte maar daar zal het uiteindelijk niet aan gelegen hebben. Het was vooral zanger-gitarist Cory Thomas Hanson die de set eigenhandig de nek omwrong. Nochtans kon Wand imponeren met pompende psychrock waarbij het heerlijk op en neer deinen was. Helaas vond Cory Hanson het nodig om tussendoor telkens op zijn gitaar of op de toetsen te pielen terwijl de andere muzikanten te vaak werkloos mochten toezien. Een euvel dat ook op de platen te horen is maar live echt onverteerbaar was. (ON)

We hadden iets meer volk verwacht in de Kapel voor Tout va bien. De band van Dries Mertens look-a-like Jan Wouter Van Gestel had deze zomer al op Werchter, de Lokerse Feesten en Pukkelpop gestaan, en Belgische bands doen het meestal heel goed op de festivals, maar de tent zat toch niet vol. Van Gestel heeft een volwaardige band waarmee hij een stevig festivalgeluid weet neer te zetten, een mix van elektronica, piano begeleide singer/songwriting en alternatieve rock. De geluidsman had het druk, en er viel ook een micro uit, maar dat belette niet dat Tout va bien een overtuigende set neerzette. Brel-cover “If you go away” viel op, maar ons verbaasde vooral een nummer met een Mogwai/Sigur Ros –achtige muur van gitaar. Van Gestel gebruikte vooral zijn falsetstem, maar hij had toch ook een nummer waarin hij zijn normale stem gebruikte. Natuurlijk mocht het festivalanthem van de zomer niet ontbreken, “This fight” dat Compact Disk Dummies gewijs uit de boxen spatte. Na vijftig minuten waren al de nummers van Tout va bien opgebruikt, we konden nog eens de gezellige eet- en drankstandjes aandoen rond de kerk van Leffinge. (NN)

Met het alom bejubelde Dans Dans, één van de vele projecten van Bert Dockx (Flying Horseman), blijf ik het wat moeilijk hebben. Vooral de eerste jazzy nummers vond ik net niet vervelend en langdradig. Naarmate de set vorderde klonk het steeds pittiger, mocht er al eens gerockt worden en kon ik me uiteindelijk toch vinden in deze volledig instrumentale gitaarmuziek. Waar is de tijd dat de gitaarsolo collectief verguisd werd?... (ON)

De afsluiter op zaterdag was voor ons het Amerikaanse La Luz: vier meiden uit Seattle die de jaren zestig weer doen heropleven, een beetje zoals het Spaanse Hinds dat we op Best Kept Secret zagen. Onvervalste surfrock dus, met meerstemmige gezang, veel reverbgitaar en spookachtige orgelgeluiden. Het publiek was een beetje afwachtend, wat spijtig was, want we konden ons wel een dol feestje inbeelden met deze dames. Toch is dit geen bubblegumpop, want de onderwerpen van de korte liedjes gaan soms over dood en duisternis. De band overleefde een crash met hun tourbusje in 2013, en dat liet toch emotionele littekens na. Een schrille schreeuw deed onze oren tuiten, La Luz wist hun surfrock spannend te houden zonder in nostalgie te vervallen. De band stopte nogal abrupt, een bisnummer zat er niet meer in, en zo kwam de zaterdag van Leffingeleuren ook nogal abrupt ten einde. (NN)
De feestelijkheden in de Kapel werden afgesloten door La Luz uit Seattle die ik vorig jaar al zag schitteren op Instant Karma in Oostende. Ik vond ze hier net iets minder dan toen maar daar kan een groep zatladders vooraan, die de intieme sfeer die de groep toch nodig heeft voortdurend stoorden, wel voor iets tussen gezeten hebben. De vier meiden verblijdden ons met timide surfpop waarin het orgel van Alice Sandahl en de gitaar van Shana Cleveland de onbetwiste pijlers waren met daar bovenop als kers op de taart die angelieke samenzang. Wat klonk dit weer subliem. Desondanks besloop me het gevoel dat ik iets teveel van hetzelfde hoorde. Misschien moet La Luz voor een eventuele derde plaat toch maar eens wat andere horizonten gaan opzoeken. (ON)

Slotsom van de dag? Veel interessante bands gezien …

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Leffingeleuren 2015 – vrijdag 18 september 2015

 

Leffingeleuren 2015 – vrijdag 18 september 2015
Leffingeleuren 2015
Festivalterrein
Leffinge
2015-09-18
Ollie Nollet en Johan Meurisse

Senses working overtime? - Three days of music, art, food & drinks, streetart, buskerstage, innovation … Een mooie omschrijving om de nieuwe inkleding van het sympathieke festival, die traditioneel de festivalzomer afsluit, te omschrijven.
Op deze 39ste editie is het festival letterlijk rond de kerktoren van Leffinge gecentraliseerd , een combinatie van muziek , festival , straattheater , kinderanimatie en allerhande kleine kraampjes, die een leuke , toffe , wonderschone trip onderstrepen en de sfeer ademen van een gezellig dorpsfeest . Weg dus met de grote tent , terug naar kleine podia in de dorpskern .  De organisatie heeft door de jaren een neus voor (beloftevolle) bands . Dit jaar werd deze kaart à fond getrokken; wat geprogrammeerd werd , kunnen we terug vinden in het clubcircuit en is een ontdekkingstocht waard. 
Het driedaags muziekfestival heeft ruim 10000 bezoekers naar Leffinge gebracht … Veel sfeer en een warme gloed. Tja, dit festival is en blijft iets unieks en magisch …Een tevreden organisatie in deze hernieuwde aanpak …
 
dag 1 – vrijdag 18 september 2015
Het parcours begon bij Buskerstreet, het steeds drukbezochte podium van het gratis gedeelte van het festival. Door omstandigheden zag ik slechts flarden van het Oostendse maar nu blijkbaar uit Gent opererende Alpha Whale dat me charmeerde met lekker kabbelende psychedelica en okselfrisse surfpop. Men zou er zich aan kunnen ergeren maar ik vond die zwijmelende, licht galmende stem gewoon een geweldig pluspunt. Soms deed ze me zelfs denken aan de door mij aanbeden Tav Falco. (ON)

Een zonnige cocktail van soul, funk , afro en world van Témé Tan deed meer dan deugd op deze donkerbewolkte avond. Een warme, aangename kleurrijke sound kregen we van Tanguy Haesevoets en C°, die de Kapel (nieuwe tent met een wat kleinere capaciteit dan de zaal) wat sier en elan gaven . De eerste rijen gingen alvast in op die  groovy ritmiek. De Congolese roots worden niet verloochend . Een sfeervolle start.

Het optreden van Hookworms was er meteen één om in te lijsten ! Hookworms uit Leeds begon met een magistrale brok noiserock waarin de zanger het geluid van een gekeeld varken akelig dicht benaderde. Later zong hij iets conventioneler maar echt zijn teksten volgen zat er nooit in. Toch bleef hij één van de grootste troeven van de band. Ook al omdat hij instond voor dat vermassacreerd Doors-orgeltje. Maar denk nu vooral niet dat we met een retroband te maken hadden. Hookworms klonk wel degelijk eigentijds. Breed uitwaaierende psychedelische gitaren en elektronica steeds voorzien van een geweldige drive waarbij ik toch weer een oude dinosaurus in gedachten kreeg, Hawkwind met name. (ON)

Mocambo was de ideale geleider op Starflam . Zij mogen dan nog West-Vlaamse roots hebben , hun hiphop is duidelijk gedrenkt in die Franse tunes. Wat afrobeats en Brazil tunes , werkte aanstekelijk op de dansspieren en maakte het nog sfeervoller en aangenamer.  Een muzikale identiteit die breed omfloerst kan zijn .

Mijn grootste vraag vooraf bij het optreden van The Shivas (Portland, Oregon) in het café was of hun tweede gitarist opnieuw zo boos zou kijken als in de Water Moulin vorig jaar. Nu bleek mijn vraag overbodig want de man maakt niet langer deel uit van de groep die het hier nog net iets beter deed dan in Doornik. Eerst leek hun surfpop misschien nog wat gewoontjes maar gaandeweg werd duidelijk dat ze verdomd veel knappe songs uit hun mouw aan het schudden waren. Jared Wait-Molyneux bleef me verbazen met zijn verfrissend gitaarwerk terwijl zijn samenzang met de ravissante drumster al helemaal onaards klonk. Ik kon amper de kreet “Volgend jaar op Rock Zerkegem!” inslikken. Intussen kunnen we toch al uitkijken naar de nieuwe plaat die in januari zou moeten verschijnen. (ON)

De optredens van Raketkanon zijn een beleven en slaan je murw door die rauwe , harde , felle verbeten aanpak; en het mag ontregeld , chaotisch klinken , de melodie wordt niet uit het oog verloren en de subtiliteit dwarrelt rond. Nirvana (de uitstaling) , Barkmarket ( de ronkende tunes)  en Lightning Bolt (punk – speelsheid – contact) zijn de perfecte driehoek om het combo onder te brengen . En dan vergeten we nog een Iggy of Steve Albini’s Shellac.
Stoere, weerbarstige, broeierige en intense onheilspellende noisepop, loodzware gitaren, pompende elektronica en toch … een sfeervolle, zalvende aanpak durft al eens om de hoek sluipen . Een band die zijn  publiek letterlijk om de vinger windt  en een allesverslindend geluid speelt. Letterlijk zijn zij bij hun publiek, de  zanger al crowdsurfend , de gitarist bij de eerste rijen en de drummer zich een weg banend naar de PA .
Raketkanon schoot letterlijk met scherp, werd op handen gedragen en boekte een overwinning.
Na de muzikale wervelwind van Raketkanon , was het eventjes op adem komen .

Terakaft bracht in de Kapel precies wat van hen verwacht werd. Twee Malinezen in traditionele touareg kledij, waarvan één, Liya Ag Ablil, met een Tinariwen-verleden, zorgden middels hun uiterst herkenbare sprankelende gitaarlijnen en bezwerende zang voor hypnotiserende Saharablues. Hierbij werden ze geruggensteund door twee Westerlingen (bas en drums) die hun muziek van een rockinfuus voorzagen zodat het nog wat hitsiger klonk.

Een interessant clubjaar werd het voor het herenigde Starflam uit Luik , die in de AB een reünie concert speelden ter gelegenheid van 40 jaar hiphop ,. Hun ‘fait du bruit’ bleek zo succesvol dat ze tijdens de festivalzomer wel overal eens te zien waren . Leffinge mocht niet ontbreken in deze reeks . Ook al is de afwezigheid van Baloji een gemis , de MC’s met hun DJ speelden een overtuigend concert en betrokken het publiek zo nauw mogelijk bij hun Französische sound. “Le plat pays”, “Sous pression”  en “La sonora” zijn al een paar sfeermakers buiten categorie . Positieve energie die het tempo er niet op vertragen. Een reünie , meer dan de moeite van het sextet. Een feestelijke trip!

Afsluiter in de Kapel was JC Satan uit Bordeaux en deels ook uit Turijn. Ik zag ze deze zomer nog voor zo’n 2000 man compleet uit hun dak gaan. Voor een veel kleiner publiek stond de groep weer stevig met de voeten op de grond en kregen we een veel strakkere (en betere) set voorgeschoteld. Waar ze vroeger nog een Thee Oh Sees-kloon leken zijn ze nu ver verwijderd van alle mogelijke vergelijkingen. Gloeiende garagenoise met psychedelische invloeden, gekruid met een snuif progrock en vooruit gestuwd door de vettige gitaar van de flamboyante Arthur Satan, die zoals steeds fel contrasteerde met de zich veel bescheidener opstellende zangeres Paula H. (ON)


Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

One Festival 2015 - Festival en bands om te ontdekken!

Geschreven door

One Festival 2015 - Festival en bands om te ontdekken!
One Festival 2015
Festivalterrein
Haacht
2015-09-18 & 19
Kimberley Haesendonck

Het was weer feest dit weekend in Haacht! Twee topdagen, een top-programmatie, goedkope pintjes en fijne animatie. Wie One Festival nog niet kent, zoekt dit beter even op. Bijna geen beter festival te vinden om je zomer mee af te sluiten!

dag 1 – vrijdag 18 september 2015
Eerste act van One Festival was Amongster, u wel bekend als winnaars van De Nieuwe Lichting 2013. Openen is nooit gemakkelijk, zeker niet op een kleiner festival, maar deze band deed dat niet slecht. Ze brachten enkele maanden geleden een nieuwe EP uit en die kwamen ze op One Festival ook even voorstellen. Singles als “Sarlow” en “Bright life” passeerden de revue. Ook minder bekende nummers als “Stay a while” en “Over The River” werden gespeeld. Afsluiten deed het viertal met het toch wat gekende “Leo”. Amongster houdt u maar beter in de gaten, want als u denkt dat deze band zijn hoogtepunt al bereikt heeft, heeft u het mis. Hier horen we gegarandeerd nog van, en maar goed.

Volgende act op het programma, was misschien wel de beste in de lijst. Na optredens op Pukkelpop en SXSW is het duidelijk dat Vuurwerk op het punt van doorbreken staat. De tent op One Festival stond goed vol. De sfeer zat er in en mensen bewogen op de onvoorwaardelijke beats die dit trio bracht. Ook de belichting, waardoor je enkel silhouetten zag op het podium, en de zwart-witvisuals pasten perfect in het plaatje. Guest vocals van onder andere Sylvie Kreusch en Max Colombie ontbraken jammer genoeg wel, maar dat maakte het optreden niet meteen slechter. Hun set werd afgesloten met een ‘
Endless Summerversie’ van Balthazar's “Bunker”. En jawel, Vuurwerk liet de tent in Haacht ontploffen. Petje af!

De dag afsluiten deed het festival met het kempische Lohaus en het Griekse Larry Gus. Dat eerste kon af en toe vergeleken worden met het, tegenwoordig, razend populaire Oscar & The Wolf. Al maakte het stemgeluid de band toch dat tikkeltje anders. Lohaus speelde deze zomer op onder andere Sziget en wonnen tal van muziekwedstrijden in België. Niet slecht, al is er toch nog wat werk aan de winkel. Larry Gus zette de tent wel meteen in vuur en vlam. Fijne beats, live drums en dat door één gekke, maar toch geniale Griek. De mensen raakten aan het dansen en stopten niet meer tot de set, jammer genoeg, voorbij was.

dag 2 – zaterdag 19 september 2015
Op de tweede dag van het festival stond High Hi al vroeg te popelen om hun nieuwe EP aan het publiek voor te stellen. Een plaatje met 4 ijzersterke nummers, al was het publiek niet meteen mee. Nummers als “Calm Down Sir” en “Tommy” werden gespeeld. Double Veterans, daarentegen, had het publiek wel vanaf de eerste noot mee. Vooraan zag je mensen wild heen en weer springen en ook achteraan werden hier en daar wat danspasjes aangehaald. Tijdens “Beach Life” en “Mystery Girl” zag je zelfs mensen meezingen. Er werden zowel nummers uit het album ‘The Brotherhood of scary hair and homemade religion’, als nieuwe nummers gespeeld. Eerlijk? Het is vreemd dat deze band nog niet doorgebroken is. Tijd voor verandering dus.

Het Hollandse The Deaf kwam ook even langs om het beste van zichzelf te geven. En met veel succes. Wie houdt van een mix tussen bands als The Subways en The Strypes, was hier aan het juiste adres. Geduw en getrek, op een gezellige manier. Ook werd er hier en daar wat gecrowdsurft. Haacht kon de 60’s garage punk die deze band bracht, duidelijk smaken. The Deaf kwam, zag en overwon.

En zo deed ook Fùgù Mango dat. Met hun dansbare African beats en indie pop kregen ze heel de tent aan het dansen. Het was koud, maar deze band bracht de warmte meteen weer in huis. Nummers als “Mango Chicks”, “Kyle’s dream” en “No Silver Bullet” werden gespeeld en warmden het festival helemaal op voor het laatste optreden van de avond.

Laatste aan de beurt waren De Nieuwe Lichting 2013-winnaars Soldier’s Heart. Ze kwamen op voor een stampvolle en heel enthousiaste tent. En terecht, want deze band is enorm goed bezig. Frontvrouw Sylvie staat er en weet perfect waar ze mee bezig is. Hun EP, die in het voorjaar van 2015 uitkwam, stelden ze vol enthousiasme aan het publiek voor. Hoogtepunten van de set waren  onder andere “New Housie” en “Ears & Eyes”. Hun set afsluiten deed Soldier’s Heart met “African Fire”. Het publiek werd razend enthousiast en nadat de laatste tonen door de boksen galmden, bleef men zelfs verder zingen. ‘He goes all the way, he goes all the way’, zelfs 10 minuten na de set hoorde je het nog overal. Deze band maakte indruk en heeft nog maar eens bevestigd dat ze steengoed zijn. Hier hoort u gegarandeerd nog van, en maar goed, want Soldier’s Heart is een aanwinst voor de Belgische muziekwereld.

Organisatie: One Festival Haacht

Crammerock 2015 op 4 & 5 september 2015 – Zilveren jubileum is meer dan goud waard

Geschreven door

Crammerock 2015 op 4 & 5 september 2015 – Zilveren jubileum is meer dan goud waard
Crammerock 2015
GroenePutte
Stekene
2015-09-04 & 05
Lode Vanassche

25 jaar geleden had men op enkele boerenbuitens twee sympathieke jeugdhuizen: De Kreun in het West-Vlaamse Bissegem en  Cramme in Stekene, de ene dicht bij de Fransozen, de andere bij de Kezen. Beiden betekenen nog steeds heel wat in ons Vlaams muzieklandschap. Kreun weet heerlijke optredens en nu ook met Heartbeats festivalletjes te organiseren, Cramme weet al jaren tien duizenden mensen naar Stekene te lokken met affiches om u tegen te zeggen. Nu weer niet anders.
Hun recept is geniaal en eenvoudig: Belgische en Nederlandse stuff heerlijk mixen met wat internationaal gedoe. Laat ons wel wezen, als West-Vlaming pur sang leg ik al jaren lang met plezier de kilometers af naar een van de sympathiekste festivals op onze zakdoek België . Crammerock.

dag 1 – vrijdag 4 september 2015
Ook Frank Vanderlinden van De Mens blijkt zich thuis te voelen. ‘Dit is mijn huis’, als het maar een podium is of een of ander kaffaat. De Mens legt er de pees op, speelt met verve rock in al zijn eenvoud, enkele akkoorden, een brugje hier en daar, heerlijke teksten , speelplezier en enthousiasme. Frank deelt de ‘Angst van Herman Brusselmans’ en laat ons een vleugje kleinkunst proeven. ‘De pijn , dronkenschap en verdriet’ van De Mens doen aan ons aller The Lau denken. ‘Wat kan het mooi zijn in een kamertje in Amsterdam’, en gelijk heeft ie. Lachen en mooi zijn terwijl ‘Zonder verlangen’ een pareltje blijft. Wat hebben die knapen toch bij elkaar geschreven. De Mens en het publiek  hebben zwaar genoten.

De tent loopt vol met jong geweld voor Zornik die nieuw werk naast oud werk komt voorstellen. Tijd even voor de muziekliefhebbers om te pauzeren. Hoe professioneel ze officieel mogen zijn, de intussen besnorde Koen wist niet meteen te overtuigen. Soms klonk alles eerder onsamenhangend en slordig, terwijl het jonge publiek daar geen oren naar had. Heeft Koen het nog? Limburgers en rock is zoals West-Vlamingen en spraaktechnologie. Ze eindigen met “Goodbye”, Zornik leeft nog maar missen de vibes en kicks van vroeger. Iemand moet het overnemen. Mag Zornik zelf zijn ook, hoor, die zich herbront.

De sound en de intense kracht van Intergalactic Lovers maakte dan weer alles goed. Wat een verschijning en wat een potentieel! Tja, olie komt altijd bovendrijven. En de liefde voor muziek druipt er gewoon af. Lara huppelt het podium op als een veulentje dat voor het eerst een weide proeft, misthoornt met haar stem en bezorgt met haar klassebakken voor puur kippenvel. “We are we are” en “Ill” (“Delay” – “Islands”) te noteren als absolute hoogtepunten.

Dandy Warhols
mag je al schikken bij die hoogtepunten. Hun ietwat gepolijste cd-sound mocht plaats maken voor het ruwere en spontanere gitaargeluid. Zanger Courney Taylor waant zich nog op Woodstock, begint als een LSD trip om dan “Heroine” is so passee aan te slaan . De georkestreerde slordigheid doet het gefluit en de feedback en de enkele technische problemen van de gitarist Peter Loew snel vergeten, als was het een kras in een van de fijnste leders. Eindigen met een beklijvende “Bohemian Like you” en “Godless” maakt er toch wel een goddelijk slordig optreden van.

Triggerfinger
blijft alles omverblazen maar moeten er zich voor behoeden dat de routine er niet te veel insluipt en ze te veel ‘hun ding’ beginnen te doen.

dag 2 – zaterdag 5 september 2015
Janez Detd kwam weer eens samen en zette met hun ruige meezinger,- feest- en puberpunk de tent moeiteloos op stelten. Het wat jongere publiek smulde ervan en zag dat het goed was.

Moeilijke opdracht voor opvolger en singer songwriter Gavin James  zou je denken.   Deze knaap bleek er  fantastisch in te slagen om in zijn eentje de tent stil te krijgen en te luisteren naar zijn pareltjes. Zijn tomeloze warmte en vriendelijkheid sprak de mensen wel aan en het was puur genieten van dit heel ingetogen en intens moment. Je waande je zowaar in een ingerookte bruine kroeg. De verdienstelijke covers van “Billy Jean” en “What a Wonderful World” waren best te pruimen, maar Gavin, speel maar je eigen pareltjes. We horen nog van jou.

Je kan er van The Van Jets uitgaan dat ze altijd hetzelfde doen, maar dan net weer iets anders. Alhoewel. Mode-adept Johannes draagt weer hetzelfde plunje en gaat weer op hetzelfde moment crowdsurfen. “Broken bones”  kreeg een ruwe gepaste versie en het publiek smulde ervan. Ze zijn er verdomd goed in.

Benieuwd wat de eeuwige comebacker Joost Sweegers met zijn Novastar zal brengen. Hij begint gepast met een akoestische “The Best is Yet to Come” en vuurt al zijn hitjes af op ons. Hij maakt zijn live-reputatie waar en kan bevestigen met “Miami”, ondanks de valse start van dit nummer. Tipje: Laat die videowalls en projecties achterwege en laat eerder de soms bij momenten heerlijke muziek spreken.

Admiral Freebee
zal en moet in de annalen van Crammerock genoteerd worden als absoluut hoogtepunt. Eén, hij heeft een arsenaal aan prachtige songs. Twee hij heeft muzikanten mee om u tegen te zeggen. Drié het speelplezier is weergaloos. Hij weet zijn prachtige warme doch frêle stem te compenseren met backing vocals en met een blazerssectie die u zowat omver blaast ( wat een flauwe woordspeling). Het begon al met de heerlijke funky soundcheck. Dan beginnen met” The last song” om dan alle toppers met het grootste plezier op het publiek los te laten. “Run”, “Einstein”, “Darkness” en ga maar verder.

Stereophonics
bracht weer de gemiddelde veertiger voor het podium. De landgenoten van John Cale brachten een brok pure nostalgie met vele nummers van ‘waar hab ik dat nog gehoord’. De gitarist is nog steeds retecool en tovert de mooiste riffs en solo’s uit zijn zessnarige plank. Maar het wauwgevoel ontbreekt.

Goose
is er alweer niet in geslaagd om een slecht concert te brengen. Goose kwam, pakte bij de eerste noot het publiek in, liet het niet meer los, gaf het een overdosis adrenaline, zag dat het goed was en overwon. Met nieuwe opener “Lucifer” en eindiger “Synrise” zetten deze Kortrijkse knapen met de vingers in de neus en op één been de tent in vuur en vlam. Enthousiasme, machtige muziek, super lichtshow, eighties in een 2050-versie. Weergaloos. Ze spelen gitaar op synthesizer, toets op gitaar, gitaar op bas, bas op drum, drum op gitaar enzovoorts. Na lang zoeken vond ik niemand in het publiek die niet bewoog of danste, al zat die in een rolstoel.  Het nieuwe werk klinkt meer dan belovend. Het zijn de besten die zich nog verbeteren.

Organisatie: Crammerock, Stekene

Laundry Day 2015 – zaterdag 5 september 2015 – Feest eindigt plots …

Laundry Day 2015 – zaterdag 5 september 2015 – Feest eindigt plots …
Laundry Day 2015
Middenvijver
Antwerpen
2015-09-05
Heidi Vanneste en Davy Devuyst

Op zaterdag  5 september werd het Belgische EDM festivalseizoen traditioneel afgesloten door Laundry Day. De weergoden hadden hier echter geen rekening mee gehouden, het was winderig en druilerig. Het deed deugd om jezelf te kunnen opwarmen aan de beats die op de 8 verschillende podia door de speakers werden gejaagd.
De parking bevond zich op een aantal kilometer van het festivalterrein. Dikke pluim voor de organisatie en de chauffeurs van De Lijn. Alle 5 minuten vertrok er een bus van de parking naar het terrein. Na het afsluiten van het festival kon je terug een bus nemen naar de parking. Deze bussen werden zelfs begeleid door de politie, zodat aanschuiven in de file niet moest. Deze dienst was tevens gratis, wat goed onthaald werd bij de festivalgangers.

Op de mainstage zorgde Dirtcaps voor een eerste hoogtepunt van het festival. Tijdens hun set begon het te regenen, maar de MC meldde meteen dat de regen hen niet zou tegenhouden, waarop het sein werd gegeven om het aantal BPM op te drijven. Ondertussen stond het publiek te dansen en te springen, gekleed in poncho’s die verkrijgbaar waren aan de bars. De mashup van ‘Galantis – Runaway’ was het hoogtepunt van hun set, die vol zat met rauwe beats.

De Heart United stage was het tweede grootste podium op het terrein. Daar werden de fans van hardstyle op hun wenken bediend. G-Fresh zorgde voor de ene moshpit na de andere. Zijn manier van draaien zorgt ervoor dat hij hardstyle tot een aantrekkelijk genre probeert te maken. Hij hanteert een vast recept, waarbij hij gekende nummer laat spelen, met daarna steevast hardstyle beats. “The Final Countdown” van Europe, “Lethal Industry” van Tiësto, “You’ll never walk alone” van Gerry & The Pacemakers zijn maar een aantal voorbeelden van bekende nummers waarmee hij het publiek wist te bekoren.

Telecomoperator Base had een podium gesponsord op Laundry Day. Mobile Beats by Base werd deze gedoopt. Audiophonic werd uitgenodigd om op dit podium het beste van zichzelf te geven. Zijn set start hij met wat progressive house, waarop het publiek wat mak reageert. Zo zit 3Devotion3 van Quintino in het begin van de set. Na een tijdje gaat hij de commerciëlere toer op en dat is direct te merken aan het publiek. Bij het spelen van een eigen remix van “Heads will roll” – Yeah Yeah Yeahs start hij zijn commercieel rondje. Bij het bonken van de remix van Sheperd met Save Geronimo, gaat het publiek helemaal uit zijn dak. Ook Tiësto wordt veel eer aangedaan in zijn set, zo zijn “Secrets” en “Split” de revue gepasseerd.

Bacardi had ook een prominente plaats gekregen op het festival. Zo was er de Cuba Libre tent. Deze was mooi ingekleed met de was die hing te drogen aan waslijnen. Belgische rots in de branding Peter Luts passeerde op deze stage. Begin jaren 2000 had hij zelf een aantal grote hitjes en was hij 1 van de mannen achter Lasgo en Astroline. Momenteel is hij meer bezig met DJ werk. Zo heeft hij een vaste residentie in discotheek Versuz in Hasselt. Hij weet als geen ander het publiek op te zwepen door de ene hit na de andere te spelen. Hij krijgt ondersteuning van de lasers, maar de beats die hij laat weergallen , maken de sfeer compleet.  “Bunny Dance” van Oliver Heldens en “Deep down low” van Valentino Khan zorgen dat de ‘eyh oohs’ door het publiek in de tent worden gescandeerd.

Op de mainstage mocht Bakermat zijn deephouse set afwerken. Bij het grote publiek is hij gekend van “Uitzicht”, “Vandaag” en natuurlijk “Bullit”. Deze werden dan ook verwerkt in zijn set en dit werd goed gesmaakt door het publiek. Hij verzorgde technisch sterke mixen en de CO jets en de lasers probeerden het feest compleet te maken. Laatstgenoemden kwamen niet helemaal tot hun recht, daar het nog te vroeg op de avond was daarvoor. De 4 danseressen en het in de lucht schieten van slingers, probeerden het publiek helemaal in de stemming te krijgen, maar toch was het redelijk mak. Daar zullen de lounge vibes wel voor iets in meegespeeld hebben.

Na deze rustigere set, stonden de Nederlanders Sunnery James & Ryan Marciano op het programma. Dit was een grote stijlverandering, want de heren zijn vooral gekend voor hun dirty house muziek. En hun set zat er propvol mee. Hun eigen nummer “Sound of the underground”, zorgde voor de eerste ontploffing in het publiek. De reactie van het publiek was wat onwennig op de rest van hun set, dirty house is dan ook een genre apart en een set van anderhalf uur van dit genre was dan ook misschien iets te veel van het goede. Hun gloednieuw nummer “Come Follow” sloot hun set af en deze werd in stijl afgesloten met het bijhorende vuur, confetti en CO jets.

Alvar & Millas zijn het schoolvoorbeeld van het beleid die de organisatie van Laundry Day probeert te hanteren. Ze geven jong Belgisch talent een kans om zich aan het grote publiek te tonen. Zij staan hier al een paar jaar op rij en nu mochten ze op de mainstage zichzelf in het zweet werken, wat ze zeker en vast deden. Ze zorgden voor een sterke set, waarbij vooral (progressive) house de hofleverancier was. Ze haalden vooral de grote DJ’s van deze aardbol naar boven zoals Calvin Harris (“Outside”, “Summer”, “How deep is your love”), Afrojack (“What we live for”, “Ten feet tall”) en Tiësto (“Red Lights”). Het begin van hun set was gekleurd met nummers van het Revealed Recordings label. Dit is het label van Hardwell, de beste DJ van de wereld volgens DJ Mag. Onder andere “Deorro” met Rambo kleurde het begin van de set. Het feit dat ze in het begin allemaal nummers gebruikten van dit label, kan erop wijzen dat ze zelf op dit label nummers zullen uitbrengen.

‘Future house’ artiest Tchami bracht heel wat beats en bleeps teweeg tijdens zijn set. Hij bracht een eigenzinnige set, waarbij zijn grootste hits als “Promesses” en  zijn remix van Janet Jacksons “Go Deep” natuurlijk niet ontbraken. Dit waren dan ook de weinige momenten waarop het publiek reageerde tijdens zijn set. De lichtshow, waarbij ondertussen stroboscopen hun intrede maakten, proberen het tij te doen keren, wat amper lukt.

Pendulum DJ Set & Verse waren de voorlaatste mannen die de mainstage mochten betreden. Deze drum’n’bass formatie is bestaft door 3 mannen (Rob Swire, Gareth McGrillen en Paul Harding). Verse nam de rol van MC voor zich. Swire en McGrillen hebben samen de groep Knife Party opgericht en hun set hier op Laundry Day was dan ook doorspekt met nummers van Knife Party (“Internet friends”, “Give it up”, “404”). De bij momenten psychedelische muziek werd goed bijgestaan door de lichtshow. Ook hun samenwerking met The Prodigy werd eer aangedaan toen ze “Voodoo People” speelden. Het publiek kwam massaal aan de mainstage postvatten. De volgende act speelt hier misschien een grote rol in mee.

Dé hoofdact van Laundry Day 2015 was natuurlijk Dimitri Vegas & Like Mike. Het was nog maar de tweede maal dit jaar dit ze een optreden verzorgden in hun thuisland, nadat ze deze zomer hun ‘Kings’ status op Tomorrowland mochten verzilveren. Hoeven de heren nog voorgesteld te worden? Duidelijk is het alvast dat ze druk aan het solliciteren zijn om de beste DJ act ter wereld te worden bij de poll van DJ Mag. Hun keuze om meer mainstream muziek te producen (“Higher Place”) kan deze stelling alleen maar verder onderbouwen.
In oktober weten we of dit degelijk zo zal zijn, maar het weze duidelijk dat er meer en meer vanuit gegaan wordt dat deze poll een internet/social media populariteitstest aan het worden is, dan dat het nog gaat om degelijk de beste DJ aan te duiden.
Hun set hier begon wat in mineur, er was een technische storing, waardoor “The Hum” tot tweemaal toe werd gespeeld. Bij de eerste poging viel deze snel uit en probeerde Mike dit recht te trekken door het publiek verbaal op te zwepen. Het publiek lijkt er zich weinig van aan te trekken, ze schreeuwen de longen uit hun lijf, honderden GSM schermen hangen boven het publiek.
Bij de tweede poging om “The Hum” te laten afspelen, lukt het beter en kan de set helemaal van start gaan. Een eigen remix van “Deep Down Low” volgt en het feest kan helemaal losbarsten.
Hun show bevat alle ingrediënten zoals ze dit nu al een paar jaar uitvoeren. Wodka uitdelen aan het publiek, een moshpit creëren bij hun eigen nummer “Tremor”, het links-rechts gaan met de armen, ‘eyh oohs’ vragen aan het publiek, Mike als MC, Instagram foto nemen met publiek… Het zijn één voor één vaste ingrediënten geworden van hun shows.
Muzikaal konden ze bij momenten wél verbazen, door bijvoorbeeld een aantal klassiekers van onder het stof te halen (bv. Delirium – “Silence”, RHCP – “Snow”, Gigi D’agostino – “L’amour toujours”).
Ook was er nieuw werk te horen van onder andere Dzeko & Torres met “Lose your mind”. Hun eigen hits konden natuurlijk niet ontbreken (“Ocarina”, “Mammoth”, “Gipsy”, …).
De heren probeerden hun set op te bouwen tot één grote climax op het einde van hun set, waarbij ze een sit down vroegen aan het publiek. Hun nieuwe hit met Ne-Yo “Higher Place” luidde het slot in. Net op het moment dat de beats terug op het publiek zouden afgeschoten worden, besliste de organisatie om de speakers van het publiek uit te zetten. Het was inmiddels middernacht en de organisatie wou de toekomst van het festival niet in het gedrang brengen, door langer muziek te spelen dan mocht volgens de vergunningen, communiceerden ze later.
Dimitri Vegas & Like Mike deelden op hun beurt een tik uit naar de organisatie op hun Facebook pagina door te stellen dat ze de belofte hadden gekregen dat ze hun set helemaal mochten afwerken. Rare bedoening maar, een DJ kan zijn set toch zelf aanpassen naargelang het afgesproken uur?
In ieder geval bleven de broers er verweesd bijstaan op de DJ booth, hun feest eindigde in mineur, waar de muziek nog wat bleef doorspelen via de monitoren …

Organisatie: Laundry Day  

Masters@Rock Festival 2015 op 28 en 29 augustus 2015 – Geslaagd , gevarieerd tweedaags festival

Masters@Rock Festival 2015 op 28 en 29 augustus 2015 – Geslaagd , gevarieerd tweedaags festival
Masters@Rock Festival 2015
Festivalterrein
Torhout
2015-08-28 & 29
Astrid De Maertelaere en Stan Vanhecke

Er stond wat druk op de ketel voor de organisatoren van Masters@Rock. Ze haalden meer toegankelijke namen naar het festival na het minder bezoekersaantal van vorig jaar, waarop slechts 5000 mensen aanwezig waren. De oppervlakte van het festivalterrein werd gehalveerd om het wat gezelliger te maken. Er werd zelfs gesproken over een mogelijk laatste editie van het nog jonge festival indien er minder dan 8000 toeschouwers werden gehaald.
Gelukkig konden we al vroeg vernemen dat de combitickets uitverkocht waren en we naar alle waarschijnlijkheid een zevende editie van het festival zullen krijgen. En hoe kon het ook anders. Een enthousiast publiek, een allegaartje van jong en oud, konden genieten van het laatste warme zomerweer met een frisse pint (of cola) in de hand en enkele fantastische streepjes muziek.

dag 1 – vrijdag 28 augustus 2015
Nochtans begon vrijdagavond nogal lauwtjes met het Brugse Vienna. Vienna is één van de Belgische bands die enkele jaren geleden werd opgemerkt door Maurice Engelen. Hij kwam later op de avond optreden met Praga Khan. Dat ze uit Brugge zijn, konden we al snel merken aan hun accent. Via Sonic Angel brachten ze hun enige album ‘One Heart at a time’ uit waar vrijdag hun beste poppunknummers werden uitgehaald.
Het is niet eenvoudig om met een gering publiek de sfeer in de tent te houden, maar we konden toch enkele op- en neergaande voetjes bespeuren. “One heart at a time” klonk goed, net als “Two Wrongs”. De zangeres heeft iets weg van Anouk of Avril Lavigne, maar dan zonder het echte hitgehalte.
Hoewel de zangeres met haar crop top goed haar mannetje kon staan, heeft de band op ons helaas geen blijvende indruk nagelaten. Al kregen we op het einde van de show wel even de toestemming om haar “ass” te checken.

Dan werden we toch gelukkiger als Compact Disk Dummies het podium kwam opgevlogen. De gebroeders Lennert en Janus Coorevits, respectievelijk 22 en 20 jaar jong, donderden zoals gebruikelijk door hun set heen. Deze jonkies zijn al vijf jaar bezig en bevestigden vrijdag hun muzikaal talent. Na een lang uitgesponnen intro en via een stevig “Ulysses” kregen we “What You Want”. Leuk, want een mens blijft niet graag op zijn honger zitten. De Dummies gingen dus vliegend van start, met een steeds op en neer gaande krullenbol van Lennert om ons te entertainen. Maar er was ook ruimte voor melodieuze diepgang, de synths en gitaren konden zich op de goede momenten ook eens inhouden. “Average Girl” was wat ons betreft één van hun best gebrachte nummers, het zat simpelweg sterk in elkaar. Toch was niet elk nummer even fantastisch. “Walls cavin’ inn” was wat chaotisch en vooral heel luid gebracht. Dat showbeest Lennert Coorevits doorheen het publiek ging, versterkte dat effect alleen maar. Daarna hoorden we “The Reeling”. Dat is en blijft natuurlijk een topper van formaat en iedereen hoopt natuurlijk dat de Compact Disk Dummies in de toekomst nog zo’n formidabele platen zullen maken. De set werd keurig afgesloten met de ondertussen bekende cover van “Toxic”. U weet wel, dat is eigenlijk het beste nummer van Britney Spears. Deze jongens maakten het nog (veel) beter.
Wij hebben dus enorm genoten van deze band. De Compact Disk Dummies zijn het levende bewijs dat elektro en rock perfect kunnen samengaan. We durven denken dat zelfs de echte rockers van de set genoten zullen hebben.

Dat zou voor Maurice Engelen wel wat moeilijker worden. Met Praga Khan staat hij al sinds 1989 op het podium. Hij verzorgde een optreden met twee gezichten. Enerzijds zijn er natuurlijk de oorwurmen van een songs die simpelweg iedereen te pakken krijgt. Praga Khan bewees nog altijd een steengoede danceact met een stevige ‘rave’kant te hebben. Aan de andere kant was er Maurice die zich als een gek gedroeg. In het begin van het optreden kregen we nog behoorlijk samenhangend materiaal met “We follow the sun”, “Love” en “Tausend Sterne”. En het moet gezegd, het leek erop dat het een dik feestje ging worden. Daarna ging het alleen maar bergaf met Maurice. Zijn evenwicht was het eerste die ging, samen met de zang. De 56-jarige was duidelijk met nog andere dingen bezig geweest dan zijn stem opwarmen. Zich overal aan vasthoudend geraakte hij nog bij “Breakfast in Vegas”, een hit die luidkeels werd meegezongen door het ondertussen talrijke publiek. Daarna was het tijd voor stagediven -uw reporter zorgde er persoonlijk mee voor dat Maurice niet op de grond terechtkwam- en keyboardslingeren.
Maar liefst zes keer moesten de fotografen zich bukken om een muzikale buil te vermijden. Daarna kwam één van de danseressen onder Praga Khan terecht. O ja, ondertussen konden we nog “Lonely” en “Luv U Still” horen, nummers die we zeker konden appreciëren. Als afsluiter kregen we “Power of the Flower” te horen.
Zo konden we nog ravend zoals in de jaren ‘90 de tent uit. En we konden zeker niet ontkennen, Praga Khan had voor een spektakel gezorgd, al was het niet volledig spek voor onze bek.


Onze favoriet van de avond was Arsenal die het zomerse festivalgevoel meteen terug naar boven bracht. De band viert dit jaar zijn 15de verjaardag en maakt van elk concert nog steeds een feest. Stilstaan was tijdens dit optreden geen mogelijkheid. De set begon met een nummer geschreven in samenwerking met Gabriel Rios: “The Coming”, in hun woorden ‘the new blues’.  Daarna volgden de gitaarriffs in “Switch”, opnieuw met een aanstekelijk enthousiasme gebracht. Salsamoves werden ingezet met het Braziliaanse “Saudade” en “Estupendo”. De sfeer zat er goed in en de tent zong luidkeels mee, meer dan bij elke andere band op het festival. Wat opviel, nummers dat we nog niet kenden of niet meer kenden hadden vaak hetzelfde effect als de zogenaamde hits. Zo werd “Amelaka Motinga” terug van onder het stof gehaald, een nummer van hun eerste plaat uit 2003. Op het energieke “High Venus” zwaaide iedereen lustig mee en het exotische “Longee” werd ook ten zeerste geapprecieerd. “Temul” was een goed intermezzo naar de hits “Not yet free” en “Lotuk”. Telkens was er een enorme interactie met het publiek. En als de frontman zei dat ‘hij het één van de beste/leukste optredens van de zomer vond’, geloofden we hem zomaar, simpelweg omdat dat zeker ook voor de toeschouwers gold. Tijdens “Black mountain” was er sprake van ‘beautiful love’, zowel op het podium als in de tent. Als afsluiter kwam er een sterke liveversie van “Melvin” gecombineerd met “A volta” in a-capellastijl. Die song werd lang gerokken door publiek en band. Altijd leuk om zo’n speciale liveversie te horen te krijgen. Kortom, Arsenal mogen we Belgische trots noemen.

Het is natuurlijk niet gemakkelijk om na Arsenal op te komen treden. Het lukte The Subs maar deels om alles te laten ontploffen. Allereerst door de massale leegloop van de ietwat oudere muziekliefhebber. Anderzijds omdat het allemaal dat ietsje minder was. De band trapte het optreden af met “Trapped”. Onze ogen waren in eerste instantie niet weg te slaan van hun kleurrijke, shiny kostuumpjes. “Close to Faith” had nog niet die vuile elektronische klanken die we zo graag horen van The Subs. Met het nummer kregen ze niet de hele zaal mee.
Met “Concorde” ging de groep de Franse toer op en konden ze hun rockability showen met een elektronische gitaar. Dat lukte behoorlijk goed, wij hebben genoten van het eerder onbekende nummer.
Daarna kregen we enkele hits, die zorgden voor beweging bij het publiek. Eerst kregen we “Kiss My Trance” te horen. Daarna kregen we “Mitsubitchi”, echt het nummer dat we bedoelden met die viezige elektro. Met “Face of the Planet” er even achteraan zorgde The Subs voor een stevig middenstuk. Toegegeven, wij konden het niet laten ook even op en neer te gaan.
De band sloot af met “Pope of Dope”, al hadden ze intro en nummer gescheiden door “Fuck that Shit”. “Pope of Dope” klonk niet alles openrijtend, ook omdat enkele dames de groep op het podium mochten vervangen. Sympathiek, maar soms ook wat knullig en vooral de illusie doorprikkend dat er al te veel live werd gespeeld.

Het was een fijne eerste dag op Masters@rock in Torhout. Het absolute hoogtepunt was Arsenal, zelden zo genoten van een optreden. Het optreden van Praga Khan zal ons om andere redenen bijblijven. Compact Disk Dummies en The Subs waren ook zeker de moeite waard. Wij keken alvast uit naar dag 2 van dit gezellige festivall

dag 2 – zaterdag 29 augustus 2015
Zaterdag werd volledig rock-’n-roll ingezet door The Salvador Statement. Voor deze bende jonge knapen was hun optreden een thuismatch. De frontman, die overigens een visuele beperking heeft, is afkomstig uit het Torhoutse. Binnenkort mogen we hun tweede EP ‘The Pleasure Of Being Human’ verwachten. Op Masters@Rock gaven ze het beste van zichzelf met nummers als “W.O.S.A.E (Waste of Sperm and Eggs)”. Later in de set kwam er ook ‘eentje voor alle vrouwen’, een aangename cover van “Jungle Drum”, oorspronkelijk van Emiliana Torrini. En eerlijk als ze waren, kregen we te horen “Ik verkoop geen 10 miljoen platen dus ik ga niet liegen, jullie zijn het beste publiek”. Als mooie afsluiter kregen we nog een cover van “Livin’ la vida loca”. Of Ricky Martin graag mokka-ijs lust, laten we in het midden, maar The Salvador Statement ‘wil graag nen crème met mokka’. We hoorden dus een sterke set van een band die zeker en vast niet uit de toon viel op dit festival.


Wallace Vanborn paste perfect in het plaatje van Masters@Rock. De groep kan heel stevig gitaarspelen. Er kwamen een paar heel sterke nummers voorbij in de set van deze band. De zeurderige stem van frontman Ian Clement past daar uitstekend bij. We konden luisteren naar enkele sterke nummers als “We are what we hide”, “Wave Goodbye” en “Welcome to the Wastelands”. Wallace Vanborn stelde ook enkele nieuwe songs van ‘The orb we absorb’ , die zeker evenwaardig zijn. Maar als we op de site van de band lezen dat ‘they’ll be destroying whatever processed beats are the new flavor of the week with a timeless rock album aimed at opening minds and opening eyes’, dan lijkt ons dat meer dan een beetje te veel hooi op de vork. Hopelijk is het als een mopje bedoeld, want Wallace Vanborn klonk toch een beetje te onzuiver en eentonig om tijdloos te zijn. En anders hebben wij zeker en vast een te gesloten geest.

Bij The Kids hadden we eigenlijk een beetje hetzelfde gevoel, al hebben zij hun strepen natuurlijk al verdiend. Bovendien hebben ze een fantastische hit met “There will be no next time”, die overigens nog altijd luidkeels werd meegebruld door het publiek. Voor de rest raasden The Kids onder leiding van Ludo Mariman doorheen een set waarin de toeschouwers geen rust werd gegund. Met “No Work” en “Bloody Belgium” begon de punkgroep quasi perfect. Het publiek had er zin in en kreeg in tien minuten vier nummers te horen. Daar wrong echter ook het schoentje. Na een tijdje merk je al snel dat nummers wel erg gelijkaardig klinken, vooral wat de gitaarriffs betreft. Meestal wordt er dan een andere titel bovenop geplakt. “Fascist Cops”, “Money is All I Need”, “I Wanna Get a Job in the City” en “I don’t Care” zijn allemaal uitstekende nummers maar zijn wel erg in dezelfde trant. De rasechte fans van The Kids zullen dus de tijd van hun leven hebben beleefd. De rest heeft een leuk optreden gezien aan een waanzinnig tempo, weliswaar met weinig klankvariatie.

Daarna was het tijd voor het Oost-Vlaamse Bulls On Parade, een straffe Rage Against The Machine-tributeband uit het Gentse. Ze openden met een opdreunende radiostem die zo van een Martin Luther King-toespraak zou kunnen zijn. Daarna speelden ze onmiddellijk het nummer waar ze zichzelf naar noemden. De voorstanders van moshpits konden zich vervolgens uitleven tijdens “Sleep Now in the Fire”, “Bullet In The Head” en “Know Your Enemy”. Alle hitjes passeerden de revue. Bulls On Parade was aanwezig op de 1ste editie van Masters@Rock en kon ook dit jaar de Rage Against The Machine-fans terug bekoren. Last but not least, mocht ook “Killing in the Name” uiteraard niet ontbreken. Door hun enthousiasme vergaten we zelfs af en toe even dat we naar een coverband stonden te kijken.

Ook voor Dog Eat Dog was het al de tweede keer dat ze op het festival speelden. Met de energie die zij uitstraalden is het moeilijk te geloven dat ze dit jaar hun 25ste verjaardag vierden. Vroeger was hun harde rock/punkstijl met rap en een blazer eroverheen waarschijnlijk ongehoord. En eerlijk gezegd, vandaag houdt dat nog steeds behoorlijk stand. Door de tand des tijds lijkt het allemaal wat softer, zeker qua show en lay-out. Geregeld werden mensen op het podium uitgenodigd, eenmaal kwam een bebaard bandlid zelfs met kind op de arm meezingen. Dog Eat Dog bewees dus meermaals ‘het’ nog te hebben. In het begin deed het dat met “If these are good Times”. Het refrein klonk trouwens redelijk melodieus. Ondertussen wist frontman John Connor zich nog eens te bewijzen als uitstekende entertainer. De drummer kwam ook nog even meerappen, er gebeurde dus meer dan genoeg op het goed gevulde podium. Vooral het nummer “Cannonball” straalde veel rock uit, enkele extra gitaren werden daarvoor uit de kast gehaald. “Pull My Finger” gaf een beetje datzelfde gevoel. En dan zijn er natuurlijk nog die songs zoals “Who’s the King” en “Rocky”. Een licht saxofoongeluidje eroverheen en iedereen die nog steeds de lyrics staat mee te brullen, allemaal zuiver gebracht ook. Moeilijk om daar niet van te genieten. Dat daarna nog “Expect the Unexpected” en vooral “No Fronts” nog volgden, meer konden we niet dromen. En dan kwamen de jongens van Black Box Revelation en Golden Earring nog aan de beurt.

Op de valreep kon de organisatie nog een topband met Belgische oorsprong strikken. De Black Box Revelation is terug van even weggeweest en stelde afgelopen zaterdag enkele nummers uit hun nieuwe album ‘Highway Cruiser’ voor. Het duo ging van start met “Do I know you” en “Where has all this mess begun”. Dan werd het al snel tijd voor hun eerste hit “I think I like you”. Het nummer blijft aanstekelijk.
Na “Madhouse” werd dan eindelijk een tipje van de sluier van het vierde album opgelicht “Wild Horse”. Een zangeres van The Gospel Queens vervoegt het tweetal om de bluesy sound te versterken. De nieuwe plaat werd goed onthaald, wat wel opviel was het iets tragere tempo. Tijdens “Gloria”, een eerste, zomerse single uit de langspeelplaat, zorgde de background zangeres voor de nodige shalalalala’s. “Never alone, always together” bracht ons vervolgens terug in de vertrouwde sfeer. Tijdens “Pounding”, een verse on-the-roadplaat werd Jan in de spotlight geplaatst.
‘My heart is pounding for your love so sweet’ weerklonk het in de tent. Het nummer sloot mooi aan bij het vorige.
Na “Two Young Boys” beseften we echter dat het duo de tent niet volledig meekreeg. Hoewel we grote fan zijn van de BBR moeten we toegeven dat ze die dag misschien wel wat futloos bleken. Nochtans leek Dries zich tijdens “High On A Wire” wel volop te vermaken. “Riverside” was de volgende vintage plaat waar we kennis mee mochten maken, gevolgd door de bekende nummers “Gravity Blues”, “My perception”, “Sealed with thorns” en “Set your head on fire”. En al leken ze zich nog steeds niet volledig te geven, het tweetal doet letterlijk Masters@Rock’  eer aan. Mooie vooruitzichten alleszins voor Jan en Dries, die bij de volgende tournee van Seasick Steve het voorprogramma mogen verzorgen.


Na het 25-jarige bestaan van Dog Eat Dog, gaan we nog een stapje verder. De alombekende Nederlandse band Golden Earring viert in december dit jaar zijn 50ste levensjaar. Wij mochten alvast meegenieten van hun spectaculaire liveshow. De aandacht van het publiek werd al onmiddellijk opgeëist met “Another 45 miles”. Het ontroerende refrein weerklonk doorheen de tent. Dan volgden “Twilight Zone” en “Still Got The Keys To My First Cadillac”.
Dat de band nog lang niet uitgeblust is, is duidelijk. “When The Lady Smiles” was wellicht een van de grootste klassiekers die de afgelopen twee dagen werd gespeeld. Het is een song die iedereen nog kent, de Nederlanders brachten hem ook zoals het moest. Met een sterke Barry Hay als frontzanger bulkt de band nog steeds van het charisma. Op een gegeven moment kwam een kranige oude saxofonist het podium op. Hij blies de pannen van het dak in enkele nummers van de set.
Na “When The Lady Smiles” kregen we nog “The Devil Made Me Do It” en “Going to the Run”.
Het was heerlijk om te zien hoe deze bandleden vol overgave gitaarsolo’s kunnen spelen. Dat werd nogmaals bewezen tijdens “Long Blond Animal”.
Tijdens “Radar Love” was de uitdrukking ‘old but gold’ wel van toepassing. Eerst dachten we dat de superhit van Golden Earring wel wat vroeg in de set was geslopen. Maar deze versie duurde maar liefst twintig minuten, inclusief mystieke intro met een dubbele basgitaar en een geniale solo van drummer Cesar Zuiderwijk dat van ongekend niveau was. Opbouwend maar zonder te vervelen kregen we uiteindelijk het refrein in stukjes in het nummer te horen. Fantastisch toch hoe Golden Earring een klassieker zo durfde om te vormen, met groot succes bovendien. Ook leuk voor de meeste mensen uit het publiek, die zo’n versie van “Radar Love” waarschijnlijk nog nooit hadden gehoord. “Jangalene” en “Holy Holy Life” waren prima afsluiters van een geweldig optreden.

Voor de echte doorzetters was er nog Dirk Stoops met een niet meteen ontvlammende DJ-set. Enkele nummers die we nog opvingen waren “Rhythm is a dancer”, “I love It”, “Scream & Shout”, “Hangover” en “I Like To Move It”. Maar eerlijk gezegd, het beste hadden we toen al even gehad.
We hebben ons stevig geamuseerd op Masters@Rock en hebben enkele schitterende bands aan het werk gezien.
Wij kijken alvast uit naar een zevende editie.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/masters-rock-2015/
Organisatie: Masters@Rock, Torhout

Pukkelpop 2015 thru the eyes & ears of Geert Huys

Geschreven door

Pukkelpop 2015 thru the eyes & ears of Geert Huys
Pukkelpop 2015
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit
2015-08-30
Geert Huys

PUKKELPOP, Kiewit, 19-22 augustus 2015

Die Chokri toch. Dolenthousiast over de 30 lentes die Pukkelpop intussen achter de kiezen heeft besloot hij om ook al op woensdag schoon muzikaal volk -voornamelijk van eigen bodem- naar Kiewit te halen. Diezelfde 1+3 formule zou naar verluid ook gelden voor volgend jaar, waarmee Pukkelpop dus voorzichtig op weg lijkt om een vierdaagse te worden. Onze routeplanner stond pas op donderdag ingesteld, de neerslag van ons kritisch oor en gescherpt potlood lezen jullie hieronder.

dag 2 – donderdag 20 augustus 2015
CURTIS HARDING (Club, ***½)
Bio
: Met 35 lentes op de teller en een verleden als backing vocalist en songwriter bij Cee-Lo Green kan je deze in Atlanta, GA residerende soulman bezwaarlijk een groentje noemen. Toch duurde het tot vorig jaar vooraleer ‘Soul Power’ het levenslicht zag, ‘s mans debuutschijf waarop vintage Southern soul een ferme schop onder de black ass kreeg vanuit r&b (lees: rhythm-and-blues) en garagerock hoek.
On stage: Harding en zijn drie maats serveerden soul zoals we die bij voorkeur graag op ons bord krijgen: zonder kleverige koortjes, maar met een gitaar die al eens mag soleren, kortom meer Stax dan Motown. Op plaat horen daar ook blazers en een Hammond bij, maar die zijn Harding’s band inmiddels ontvlucht waardoor de songs zonder franjes tot hun essentie werden gereduceerd. Covers lijken ons altijd een goed idee om een festivalset wat bij te kruiden met herkenbaarheid. Hulde aan Harding dat hij in deze zonder kleerscheuren weg kwam met “Ain’t No Sunshine” (Bill Withers) en “California Dreamin’” (The Mamas & The Papas).
Highlights: “Freedom” // “Surf” // “Keep On Shining”

PISSED JEANS (Shelter, ***)
Bio
: Derde keer, goeie keer moeten deze vier Amerikaanse working-class heroes hebben gedacht toen ze na een veelbelovende start als The Gatecrashers en vervolgens Unrequited Hard-On uiteindelijk toch kozen om voortaan als Pissed Jeans door het leven te gaan. Sub Pop, hét Amerikaanse indie label bij uitstek, kan maar geen genoeg krijgen van hun averechtse grungepunk en verschaft de heren reeds een decennium lang onderdak.
On stage
: Pukkelpop zonder deftige headliners? Ja, dat kan. Pukkelpop zonder een portie nihilistische noise? Nee, dat is er vér over. De grootste eer die je Pissed Jeans nu eenmaal kan bewijzen is om hen uit te schelden als bastaardzonen van The Jesus Lizard en The Melvins. Een losgeslagen ritmesectie die je regelrechte stompen in de maag wil verkopen, een gitaar die het liefst zo vlug mogelijk van haar snaren af wil, en een brulboei met spastische tiks: nee, een gezondheidswandeling werd het niet daar in de Shelter. Frontman Matt Korvette, in het echte leven nota bene een voorbeeldige verzekeringsagent, wou maar niet begrijpen waarom zo veel volk zich nu precies kwam vergapen aan zijn band terwijl toch bijna elke andere groep op Pukkelpop over betere looks en sound beschikt. Wij Vlamingen weten nu eenmaal valse bescheidenheid te appreciëren, daarom.
Highlight: “Bathroom Laughter”

MEW (Club, ***½)
Bio
: Samen met Kashmir, The Raveonettes en Efterklang maakt Mew sinds begin deze eeuw deel uit van de crème de la crème van de Deense rockscene, maar daar houdt de vergelijking met voorgenoemde bands eigenlijk wel op. Hun ongrijpbare potpourri van progrock, indie en dreampop smaakte het best op de klassieke albums ‘Frengers’ (’03) en ‘And The Glass Handed Kites’ (’05) die hen in hun thuisland een karrevracht aan awards opleverden.
On stage
: Negen jaar geleden stonden onze favoriete Denen ook al in de Club van PP, maar deze keer kregen we geen huiveringwekkende versie van hun magnum opus “Comforting Sounds” als apotheose. Enigszins begrijpelijk, want de groep wou toch vooral in de verf zetten dat ze na jarenlange afwezigheid met ‘+-‘ eindelijk nog eens een nieuwe plaat uit hebben. Elk van de 8 nummers leek wel een mini-symfonie waarin bosnimf Jonas Bjerre zich vocaal moeiteloos kon meten met Jon ‘Yes’ Anderson en Jónsi. Etherische sprookjes met weerhaakjes, ook ruim voor bedtijd houden we er wel van.
Highlights: “Special” // “Am I Wry? No” // “156”

CHARLES BRADLEY & HIS EXTRAORDINAIRES (Marquee, ****)
Bio
: 24 oktober 1962: wie stond er toen op de tippen van zijn tenen in het Apollo Theater tijdens de live registratie van James Brown’s legendarische live album? Juist, een 14-jarige Bradley wiens leven daarna nooit meer hetzelfde zou zijn. Een leven dat beroepsmatig voor een groot deel werd ingevuld als kok en impersonator van Mr. Brown, totdat hij op een avond de baas van het retrosoul label Daptone Records tegen het lijf liep. Met 63 lentes achter de kiezen was Bradley’s debuutschijf in 2011 eindelijk een feit, en de rest geschiedenis.
On stage
: We zijn er nog niet helemaal uit wie we na afloop nu eigenlijk de strafste vonden: Bradley of zijn Extraordinaries? Wie een net niet bleitende Bradley een opener als “Heartaches and Pain” hoort croonen, die weet meteen dat dit soort emoties gewoon niet te faken valt. The Screamin’ Eagle of Soul kneep zijn stembanden zodanig strak dicht alsof hij alle miserie en illusies van jaren life on the street in één keer uit zijn zwetende lijf wou persen. En wat dan te onthouden van His Extraordinaires, een bende jonge bleekscheten wiens retestrakke soulgroove nog meer zweet door de tent deed vloeien. Wie op de eerste rijen stond geposteerd kreeg er zoals gewoonlijk op ’t eind nog een groepsknuffel bovenop.
Highlights: “The World (Is Going Up In Flames)” // “You Put The Flame On It” // “Strictly Reserved For You”

LIANNE LA HAVAS (Club, ***)
Bio
: Toegegeven, we zijn altijd extreem op onze hoede wanneer een zekere Prince zijn appreciatie voor een jonge collega laat blijken, maar in het geval van La Havas is er duidelijk meer aan de hand. Een jonge soulgriet die er niet alleen goed uit ziet maar ook nog eens haar eigen nummers pent én een stukje gitaar kan spelen? Kijk, dán heb je onze aandacht beet. Ook Chokri & co waren bij de les, want de Londense met Jamaicaans-Griekse roots mocht drie jaar na haar eerste doortocht opnieuw haar koffers pakken richting Kiewit.
On stage
: Na haar succesvol debuut heeft La Havas klaarblijkelijk alleen maar zelfvertrouwen bijgetankt. De Club tent liet zich dan ook moeiteloos opvrijen door de zwoele soulpop die de 26-jarige sympathieke chanteuse en haar vijf makkers in een strak geregiseerde set hadden gestopt. Een tikje te gepolijst naar onze smaak, dat wel, maar in het gezelschap van een vertrouwde Grimbergen Dobbel wordt een mens al snel wat verdraagzamer. Apropos, hoorden we daar tijdens de meeste funky momenten geen echo’s van Meshell Ndegeocello doorklinken? We kennen slechtere referenties voor een artieste die momenteel de Engelse album charts aanvoert.
Highlights: “Unstoppable” // “Grow” // “Is Your Love Big Enough”

INTERPOL (Marquee, ****)
Bio
: De postpunk revival die ons begin vorig decennium overspoelde mag dan wel een typisch Brits fenomeen zijn, toch werd de lont eerst aangestoken aan de andere kant van de grote plas door dit stel New Yorkse zwartkijkers. Op hun alom bejubelde debuutschijf ‘Turn On The Bright Lights’ (’02) slaagde Interpol er wonderwel in om tegelijkertijd retro (Joy Division, The Chameleons, The Smiths anyone?) én eigentijds te klinken. Het bleek een succesformule die op de daaropvolgende vier platen verder werd uitgediept, maar zelden of nooit meer de impact van de eersteling kon evenaren.
On stage
: De strak-in-het-zwart dresscode, een zuinig belicht podium en de starre blik op oneindig van opperhoofd Paul Banks: de verrassing qua stage act mag er dan al wel een poos vanaf zijn, toch blijft Interpol een band die live moeilijk te betrappen valt op een minder moment. In tegenstelling tot generatiegenoten Editors cultiveren de New Yorkers nog steeds een soort afstandige cool die de live beleving enkel maar versterkt. Ook met de setlist zat het wel snor, want op een handvol songs na werd enkel uit de eerste twee platen geciteerd. Interpol mag dan al de laatste jaren creatief wat ter plaatse zijn blijven trappelen, maar stilstaan is in deze vooral niet achteruit gaan.
Highlights: “The New” // “All The Rage Back Home” // “PDA”

THE GET UP KIDS (Shelter, ***)
Bio
: Echt kids kunnen ze zichzelf ondertussen al lang niet meer noemen als je weet dat deze bende emo/powerpoprockers uit Kansas inmiddels voor de vierde (!) keer op PP staan ter gelegenheid van hun 20th Anniversary Tour. In die tijd brachten ze ‘amper’ vijf platen uit die hen weinig grote roem hebben opgeleverd, maar achteraf gezien wel de template bleken te zijn voor het gladgeschoren wegwerpspul waar posterboy bandjes als Blink-182 vervolgens een ferme stuiver hebben aan verdiend.
On stage
: Op het moment dat het Amerikaanse vijftal zich de ziel uit het lijf aan het spelen was stond de huidige generatie kids zich te vergapen aan de pregefabriceerde kunstjes van ‘headliner’ Linkin Park voor de Main Stage. De Shelter bleef hierdoor akelig leeg, maar de groep liet dat niet echt aan haar hart komen en trakteerde de fans op een fraaie bloemlezing uit hun back-catalogue waar terecht veel songs vanop hun beste plaat ‘Something To Write Home About’ (’99) tussen staken. Met een gevatte cover van “Beer For Breakfast” bekenden de heren bovendien maar al te graag dat ze nu en dan eens de mosterd zijn gaan halen bij The Replacements. We zijn er echt het hart van in: nu wordt er eens een volledig nummer aan onze hoofdredacteur gewijd, en dan is de man in kwestie in geen velden of wegen te bekennen.
Highlights: “Holiday” // “Action And Action” // “Stay Gold, Ponyboy”

DJANGO DJANGO (Club, ****)
Bio
: Tijdens de dooie momenten tussen de lessen middeleeuwse literatuur en post-modernistisch beeldhouwen besloten deze vier voormalige studenten van het Edinburgh College of Art om in ’09 een indiebandje te beginnen. Uit hun titelloos debuut bleek een voorliefde voor o.a. Bo Diddley, The Beach Boys en The Beta Band, allemaal referenties die terug te vinden in de onwaarschijnlijke oorworm “Default”. Toen Chokri & co te horen kregen dat er afgelopen lente een tweede Django Django album zou verschijnen werd prompt een headliner slot in de Club gereserveerd.
On stage
: Dat ook art school studenten een feestje kunnen bouwen hadden we enkel van horen zeggen, maar nu weten we het zeker. De aanstekelijke mix van psychedelische pop, hippe electronica en okselfrisse indiefolk maakte van Beck eerder al een wereldster, en ook Django Django doen er nu meer dan ooit hun voordeel mee. Stilstaan was dan ook geen optie bij de uitgekiende combinatie van uber catchy songs en neo-psychedelische visuals. Een artistiek verantwoord feestje, dat was het.
Highlights: “First Light” // “Storm” // “Default” // “Waveforms”

dag 3 – vrijdag 21 augustus 2015
OSCAR (Main stage, *)
Bio
: PP houdt naar eigen zeggen de vinger aan de pols van nieuwe en nog te ontdekken muziek, dus kon een NME New Band of the Week uiteraard niet ontbreken op de affiche. Eén van de 13 in een dozijn bandjes die op die manier van over het kanaal is komen overwaaien is Oscar, de éénmansband van de 23-jarige Londenaar Oscar Scheller wiens eerste muzikale brouwsels het predikaat ‘infectious lo-fi bedroom-pop’ opgekleefd kregen.
On stage
: Een mens die vroeg uit de veren is om de eerste band van de dag op de Main Stage te spotten, het kan een primeur opleveren waar je achteraf flink mee kan opscheppen maar het kan evengoed al eens ferm tegenvallen. Neem nu Oscar, met de ‘O’ van onschuldig, ongevaarlijk en overbodig. Edoch, elk nadeel heb z’n voordeel, want nu kennen we tenminste de definitie van die fameuze ‘bedroom-pop’: slaapverwekkend geneuzel verpakt in futloze liedjes.
Highlight: Oscar die een akelige stilte als antwoord kreeg op de vraag waar ergens hij goeie chocolat kon kopen.

ALGIERS (Club, ****)
Bio
: Maatschappijkritische bandjes kan je tegenwoordig op één hand tellen, de jeugd van tegenwoordig wil tenslotte alleen maar chillen met “Drank en Drugs” on constant rotation. Wat kort door de bocht zegt U? Wel, wij vlogen zowaar uit de bocht toen het titelloze debuut van Algiers een paar maanden terug op onze draaitafel belandde. Voor dit experimentele trio dat opgroeide in het zuiden van de VS -Atlanta, GA om precies te zijn- kent het gedachtengoed van Malcolm X en M.L. King maar weinig geheimen meer, maar minstens even straf als de boodschap is de muzikale verpakking. Met hun eclectische en beklijvende mix van gospel, soul, post-punk en electro is Algiers immers één van de weinige bands op PP die het predikaat ‘vernieuwend’ écht verdienen.
On stage
: Hun zorgvuldig opgebouwde street credibility vertalen naar een soort rauw spiritualisme op het podium, dat bleek de voornaamste missie van Algiers. Aangevuld met het voormalige drumbeest van Bloc Party Matt Tong transformeerde het eigenzinnige trio zich tot een stel losgeslagen gospelpredikanten die de ene na de andere donderpreek de tent inspuwde. Toegegeven, dit was zware kost zo vroeg op de dag, maar wie bij de les bleef kwam echt wel ogen en oren tekort. De getormenteerde zwarte frontman Franklin James Fisher die samen met zijn blanke kompanen een vlammende negrospiritual inzette als intro van het toepasselijk getitelde “Black Eunuch”, een gitarist die zijn sixstring dissonant afranselde met een strijkstok, of een trits archieffragmenten uit historische toespraken die de pauzes tussen de nummers moesten opvullen: het zijn maar enkele impressies die de permanente staat van dreiging tijdens die 40 min durende confrontatie tussen band en publiek illustreren.
Highlights: “Black Eunuch” // “Blood” // “Irony.Utility.Pretext” // “Claudette”

BAD BRAINS (The Pukkelpop Album Sessions)
And now for something completely different.
Even ontsnappen aan het festivalgewoel op een cultureel verantwoorde manier? Het kon dit jaar in de oude pastorij van Kiewit waar voor het eerst tijdens PP het populaire Classic Album Sundays event werd georganiseerd. Het concept? Onder leiding van vinyl junkie Colleen ‘Cosmo’ Murphy werden per festivaldag vier classic albums integraal onder de naald gelegd op één van de beste en duurste installaties op deze aardkloot (voor de audiofreaks: een McIntosh C2500 preamplifier + Sonus Faber Lilium speakers). Alles werd telkens ingeleid door een PP act of vriend des huizes voor wie de plaat in kwestie inmiddels de status van desert island album heeft bereikt. Wij gingen resoluut voor ‘I Against I’ (’86) van Bad Brains, voor deze gelegenheid voorgesteld door de Amerikaanse Afropunkers van HO99O9. Dit album was aanvankelijk enkel een mijlpaal in de progressieve hardcore scene rond hun thuishaven Washington DC, maar achteraf beschouwd blijkt het kleinood de eerste geslaagde poging tot cross-over. Voor onze jonge lezers: cross-over medio eind jaren ’80 betekende in wezen een potpourri van metal en funk, maar Bad Brains ging nog wat verder en kruidde het geheel af met reggae, hardcore en prog. De integrale ‘I Against I’ draaibeurt was niet enkel een onvergetelijke luisterervaring (oprichtster Murphy gebruikt niet voor niets de term ‘sonic oasis’), ook werd nog maar eens duidelijk waar latere en veel succesvollere bands zoals Living Colour, de Peppers en Faith No More de mosterd hebben gehaald.

FRANK CARTER & THE RATTLESNAKES (Shelter, ***½)
Bio
: Tussen ’05 en ’11 fungeerde Frank Carter als brulboei in de Engelse hardcore punk band Gallows die met debuutschijf ‘Orchestra Of Wolves’ meteen een klassieker in het genre uitspuwde. Na zijn vrijwillige exit uit dat gezelschap leek de man even het spoor kwijt bij het vervolgproject Pure Love dat gevaarlijk dicht in de buurt kwam van tenenkrullende stadionrock. Het is hem allemaal vergeven, want Carter vond net op tijd de weg terug naar de spuwbak toen hij zich recentelijk omringde met The Rattlesnakes.
On stage
: Je hebt frontmannen met tattoos en verder niks, en je hebt Frank Carter. De Britse bonenstaak valt niet enkel op door zijn niets minder dan impressionante body art, maar we verdenken hem er ook van over een bovengemiddelde longinhoud te beschikken. Een andere verklaring voor de vocale furie waarmee hij zijn drie Rattlesnakes het vuur aan de schenen legde kunnen we immers niet verzinnen. Gallows evenaren wordt moeilijk, maar het nieuwe spul geplukt uit de debuutschijf ‘Blossom’ bewijst wel dat de termen ‘melodieus’ en ‘hardcore’ niet per definitie elkaars tegenpolen hoeven te zijn. Dat Carter zich daarbij graag
profileert als een alles en iedereen ophitsende driftkikker met Henry Rollins fixatie zien we bij deze graag door de vingers.
Highlights: “Juggernaut” // “Devil Inside Me” // “Fangs”

THE DISTRICTS (Club, ***½)
Bio
: Vier jonge snuiters die in hun heimat amper de legal drinking age hebben bereikt maar toch al sinds ’09 gelden als één van de meest opwindende rockjonkies in en rond thuisstaat Pennsylvania. Ondanks hun groeiende populariteit blijven The Districts halsstarrig weigeren om de ruwe randjes van hun epische garagerock bij te schaven. Het heeft hen intussen een onderdak opgeleverd bij het greasy bluesrock en indie label Fat Possum Records dat hun tweede album ‘A Flourish And A Spoil’ met man en macht probeert te promoten aan de andere kant van de grote plas.
On stage
: Toegegeven, The Districts maken weinig aanspraak op de prijs van meest originele indie bandje op PP. Op het hoogste toerental lonken ze naar de je m’en fous rammelrock waar The Libertines en The Strokes in hun begindagen nog écht het verschil konden maken, wanneer ze gas terug nemen komen My Morning Jacket en Band Of Horses in beeld. Anderzijds willen we niet gezegd hebben dat dit geen genietbaar setje was. Het was een plezier om eindelijk nog eens een bende jonge honden te zien die vol overgave een stomend potje rafelige indierock serveerde. Nu nog een beetje zelfgekweekte kruiden in dat recept verwerken, en we komen gegarandeerd terug voor het dessert.
Highlights: “Peaches” // “Young Blood” // “Chlorine”

GAZELLE TWIN (Wablief?!, ***½)
Bio: Als ze vanuit haar Engelse thuisbasis Brighton niet aan de slag is als producer of remixes in elkaar knutselt van o.a. John Foxx dan mag je er van op aan dat Elizabeth Bernholz zich aan het uitleven is met haar eigen studioproject Gazelle Twin. Als prominent lid van het ‘Anti Ghost Moon Ray Arts Collective’ liggen artpop en avant-garde haar nauw aan het hart, en zeker voor wie een zwak heeft voor weirde bliepjes is haar laatste worp ‘Unflesh’ een hebbeding.
On stage
: Naar aanleiding van de 30 kaarsjes die Chokri trots in de Pukkelpop verjaardagstaart mocht prikken kreeg ene Mauro carte blanche om op dag 2 een festivalprogramma in elkaar te boksen in de Wablief?! tent. In het geval van Mauro spreken we in feite beter over het samenstellen van een rariteitenkabinet, zo eentje waarin Twin Gazelle een schoolvoorbeeld van perfecte casting bleek te zijn. Op een in de hoek verscholen knoppendraaier na had Bernholz de stage voor zich alleen, en al snel bleek waarom. Verscholen achter een steriel masker leefde Bernholz zich uit in een soort avantgardistische balletoefening die mijn psychiater misschien zou interpreteren als schaduwgevechten met onzichtbare demonen, maar in muzikale kringen eerder performance art wordt genoemd. Het geheel werd voorzien van een claustrofobische soundtrack waar dubstep, EBM en kale soundscapes door de mangel werden gehaald. Fans van Laurie Anderson, The Knife, Fever Ray en de zotste capriolen van Björk hadden hier wellicht een vette kluif aan.
Highlights: “Anti Body” // “Belly Of The Beast” // “Guts”

OUGHT (Club, ****)
Bio
: In hun beginjaren had het uit Montreal, Quebec afkomstige viertal Ought veel weg van een communion band naar het voorbeeld van Andy Warhol’s The Factory. Niet alleen deelden de groepsleden dezelfde flat en waren ze wel eens party crashers op elkaars feestjes, ook hun respectievelijke muziekcollecties vertoonden opvallend veel overeenkomsten. Hun voortreffelijk debuut ‘More Than Any Other Day’ (‘14) is gemaakt op maat van college kids die van hun ouders straffe verhalen hebben gehoord over Talking Heads, Television en The Feelies, maar zelf toch liever dwepen met een fris jong DIY bandje als Ought.
On stage
: De vier Canadezen hadden aan de waanzinnig strakke intro van “Pleasant Heart” genoeg om de toon te zetten voor de rest van hun wervelende set. Ondanks Ought’s vrij korte staat van dienst is hun handelsmerk instant herkenbaar: een kregelige gitaar die zich via tal van tempowisselingen in allerhande U-bochten wringt, de aan Mark E. Smith refererende nasale stem van de flinterdunne frontman Tim Darcy én de subtiele keyboards van Matt May. Amper 7 nummers stonden er op het menu die elk vlotjes de kaap van de zes of zeven minuten overschreden, wat maakt dat Ought een allesbehalve typische indie band is. Officieel ziet hun tweede albumworp ‘Sun Coming Down’ pas ergens midden september het levenslicht, maar toch had het vooruitziende Canadese gezelschap al een try-out van drie  nieuwe nummers in petto. Meest in het oog springend daarbij was “Beautiful Blue Sky”: zo ongeveer moet het resultaat geklonken hebben na een nachtje in het repetitiehok met Television en The Fall.
“I’m no longer afraid to die, because that is all that I have left” sneerde Darcy telkens weer in dat nummer. Stoppen op het moment dat de weg naar eeuwige indie roem definitief open ligt? Ach meneer, een bevlieging die zo overwaait, meer is het niet.
Highlights: “Pleasant Heart” // “The Combo” // “Beautiful Blue Sky” // “Today, More Than Any Other Day”

THE GERMANS (Wablief?!, ***½)
Bio
: Een Belgisch vijftal dat experimentele pop en noise door de mangel haalt én dwars van alle trends absoluut niet geïnteresseerd lijkt in enige radio airplay? Ja, dát is natuurlijk koren op de molen van Mauro die deze vanuit Dikkelvenne naar Gent overgewaaide halve finalisten van Humo’s Rock Rally editie 2004 maar wat graag op zijn verlanglijstje aanvinkte als curator van de Wablief?!
On stage
: Wie The Germans ooit al op de planken zag staan kan getuigen dat improvisatie geen vaag begrip is bij deze Gentenaars, maar wat het onconventionele gezelschap in de Wablief?! tent neerzette durven we bestempelen als het absolute summum van hun kunnen. De voortekenen waren alleszins gunstig: het jongste Germans album ‘Are Animals Different’ huisvest één nummer dat afklokt op 39 min en 50 sec, en van Mauro kregen ze welgeteld 40 min om het publiek in de Wablief?! dé sonische trip van hun leven te bezorgen met dat ene fameuze nummer. Van sinistere psychedelica over kosmische ambient soundscapes, Oosterse percussie, averechtse dubstep en downtempo krautrock naar monotone mathrock als zinderend orgelpunt: thuis in je luie zetel haal je gegarandeerd de finale niet, maar in Kiewit voelde nagenoeg niemand de onweerstaanbare drang om de tent te verlaten en -ik zeg zo maar iets- Passenger uit te checken op de Main Stage. Oh ja, en dan hadden we bijna nog met geen woord gerept over de drie bodypaint kunstenaars op het podium wiens gladde witte lijven en suggestieve balletkunstjes de trip ook visueel aantrekkelijk maakte. Na afloop van deze trip naar het onderbewustzijn van The Germans hebben we de wetten van de fysica zelden zo hard gevoeld: what goes up, must come down.
Highlight: “Are Animals Different”

COURTNEY BARNETT (Club, ****)
Bio
: Opvallend veel mooi volk uit downunder kreeg dit jaar een uitnodiging in de bus van Chokri & co, en wat ons betreft is de 27 lentes tellende Courtney Barnett de meest klinkende naam in die delegatie Aussies. In haar jonge jaren kregen Barnett’s songschrijverstalent én gitaarspel ruim de tijd om te rijpen in allerhande weinig beduidende bandjes zoals het garage grunge gezelschap Rapid Transit en het psych/country combo Immigrant Union vooraleer ze besloot om in ’12 resoluut voor eigen rekening te gaan. Eén en ander resulteerde in de oprichting van haar eigen Milk! Records label, een aantal bejubelde indierock EPs en uiteindelijk een debuutschijf van formaat ‘Sometimes I Sit and Think, And Sometimes I Just Sit’ die gewoon geboren is om in elk zichzelf respecterend eindejaarslijstje op te duiken.
On stage
: De toestroom richting de Club tent loog er niet om. Barnett ligt goed in de markt bij zowel StuBru als Radio 1, en daar zullen de weinig verhullende referenties naar andere acts in de categorie gitaarspelende-vrouwen-met-nonchalante-aanblik-uit-de-90ies (zie ook o.a. Liz Phair en Juliana Hatfield) wellicht niet vreemd aan zijn. Dat haar muzikale aanpak dus niet écht vernieuwend kan worden genoemd, daar zijn we het over eens, maar wat van Barnett toch een regelrechte aanwinst maakt is de ongedwongen cool in haar zegzang stem, het verheffen van alledaagse observaties tot bescheiden levenslessen in haar lyrics, én haar rauwe gitaarspel. Al die puzzelstukken vielen het best op hun plaats in “Small Poppies”, dat ene nummer waarbij ze samen met haar ritmetandem de platgetreden paden van de catchy indierock voor één keer verliet richting psychotische bluesrock. Er zijn er steeds minder, maar Barnett is met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wellicht één goede reden om volgend jaar toch naar Werchter af te zakken.
Highlights: “Pedestrian At Best” // “Small Poppies” // “An Illustration of Loneliness (Sleepless in New York)”

FFS (Marquee, ****½)
Bio
: Twee bands die (even) fusioneren tot één, het verkleint niet enkel (even) de ecologische voetafdruk van de muziekindustrie maar het zorgt bovendien ook voor wat extra zuurstof bij bands die even wat creatief uitgeblust zijn. Zo bleek de laatste worp van Franz Ferdinand maar een pluimgewicht vergeleken met het eerdere werk van de sympathieke Schotten, en hebben we in dit decennium ook maar weinig of niets van enig muzikaal belang meer vernomen van de Amerikaanse broers Ron en Russell Mael, oftewel Sparks. Het helpt bovendien dat beide groepen in kwestie zelfverklaarde fans zijn van elkaars back catalogue, dus bleek de mathematische samensmelting tot FFS enkel een kwestie van agenda’s op elkaar afstellen, in het geniep nummers uitwisselen, en tenslotte een erg fraaie debuutschijf uit de hoed toveren.
On stage
: Gelegenheidsprojecten en supergroepen, zo zijn er in het recente verleden wel een aantal gepasseerd in Kiewit. Them Crooked Vultures (Josh Homme + Dave Grohl + John Paul Jones), Radikal Slave (Mauro + Buscemi), Broken Bells (Danger Mouse + Shins frontman James Mercer): klinkende namen die samen allemaal wel iets boeiends deden, maar zelden met een onvergetelijk resultaat. Aan die ongeschreven wetmatigheid komt nu een eind met FFS die de Marquee tent in geen tijd omtoverden tot een pop-up danstempel waar je al Geert Bourgeois moest heten om stil te blijven staan. Theatrale artpop, campy disco en funky indierock, het werkte gewoon allemaal dankzij het aanstekelijke enthousiasme van de androgyne Russell Mael en de gekende bariton van Alex Kapranos. We trappen een open deur in door te stellen dat het speelplezier van het tentzeil droop, temeer er naast FFS nummers ook campy herwerkingen van Franz Ferdinand en Sparks evergreens in de set staken. FFS sloot de deuren van de keet met het nummer dat ze eigenlijk als 10 jaar in de kast hadden liggen en de relativiteit van hun succes perfect verwoord: “Piss Off”. De wishlist van Schueremans voor volgend jaar begint inmiddels al aardig aan te dikken.
Highlights: “The Man Without A Tan” // “Collaborations Don’t Work” // “Call Girl” // “Michael” //
“This Town Ain’t Big Enough For The Both Of Us”

THE GASLIGHT ANTHEM (Marquee, **)
Bio
: Jammer maar het is niet anders: sommige bands kunnen echt niet kiezen. We lezen in de bio van dit gezelschap dat ze een jaar of tien geleden geboren zijn in de punkscene van New Jersey, terwijl ze thuis heimelijk naar platen van Bruce Springsteen luisterden. Geen van beide inspiratiebronnen heeft uiteindelijk de bovenhand gehaald, maar dat bleek enig succes allerminst te hypothekeren. Een stuk of vijf albums in de running blijkt The Gaslight Anthem uitgegroeid tot een goed geoliede rockband die dankzij het afvijlen van de scherpe randjes ook in Europa middelgrote concerttempels vlotjes doet vollopen.
On stage
: Misschien kregen we één en ander toch wel verkeerd voorgespiegeld door FFS, en is het leven in de praktijk allerminst een pretje. Teddybeer-tegen-wil-en-dank Brian Fallon en zijn vier maats hebben dat maar al te goed begrepen, alleen, waar waren de songs die écht geloofwaardig getuigen over de dagdagelijkse miserie en overlevingsdrang in the American Heartland? In plaats daarvan kreeg het publiek een carriére overspannende selectie van steriele blue-collar rock voorgeschoteld die gemaakt is voor het soort stadions waar Foo Fighters sinds enige jaren kind aan huis zijn. Zijn we rouwig omdat de groep inmiddels heeft aangekondigd om voor onbepaalde tijd de gitaren aan de wilgen te hangen? Beluister hun (we wikken onze woorden) ‘interpretatie’ van
“The House Of The Rising Sun”  die ze zonodig ook in Kiewit moesten ophoesten, en oordeel zelf.
Highlights: “45” // “The ’59 Sound”

GOAT (Wablief?!, ****)
Bio
: Het leven van een recensent is soms bedrieglijk eenvoudig. Neem nu het Zweedse gezelschap Goat, waarvan we verder enkel kunnen melden dat de eerste reïncarnatie van de groep 30 tot 40 jaar geleden ontstond in het voornamelijk door voodoo worshippers bevolkte dorpje Korpilombolo. Namen en gezichten van bandleden blijven verhuld in een waas van mysterie, en hetzelfde kan worden gezegd over hun epische cocktail van wereldmuziek en West Coast psychedelica. Vreemde geit in de bijt of niet, het Amerikaanse SubPop label bleek voldoende gecharmeerd om het jongste Goat werkstuk ‘Commune’ wereldkundig te maken.
On stage
: Na de doortocht van The Germans bleek onze laatste afspraak met het experimentele discours van Mauro in de Wablief?! qua muzikale trip de alles overtreffende trap. Louter en alleen al visueel was dit een sterk geregisseerd totaalspektakel waarbij de voodoo maskerade van de zeven groepsleden, de kwistig geprojecteerde vloeistofdia’s en de traditionele danspasjes van de twee zangeressen als stukken van een veelkleurige puzzel perfect op hun plaats vielen. En het uitzinnige publiek, wel dat wou koste wat kost het einde halen van deze door hypnotiserende percussie en acid rock aangedreven tribal gathering. Enig minpuntje was dat een wild overstag gaande Mauro nergens te bekennen was, maar ach, de man had toen mogelijks al de handen vol om zijn collega Evil Superstars nog tot zaterdagnamiddag in het gareel te houden.
Highlights: “Words” // “Goatman” // “Gathering Of Ancient Tribes”

dag 4 – zaterdag 22 augustus 2015
POND (Club, ****)
Bio
: Oudere PP gangers opgelet, het betreft hier niet de creatieve heropstanding van het gelijknamige Amerikaanse fuzzrock trio dat in de 90ies een beetje furore maakte tijdens de nadagen van grunge gekte. Nee, deze Pond komt overgevlogen vanuit Perth, Western Australia en huisvest met gitarist Nick Allbrook en drummer Jay Watson twee (voormalige) leden van de meest gepushte band van 2015, Tame Impala. En meteen komt elke beetje muziekkenner er moeiteloos achter dat de ‘P’ in Pond staat voor ‘psychedelica’ en ‘pop’.
On stage
: Pond lijkt één van die zeldzame groepen die op het moment dat de doordeweekse ambtenaar aan zijn klokvaste lunchbreak toe is al met ongelooflijk veel goesting en branie op het podium staan. Bovendien bestaat het frivole viertal uit stuk voor stuk virtuoze muzikanten die op ingenieuze manier flarden dreampop, progrock en spacefunk integreren in hun neo-psychedelische basisformule alsof het niets is. De titel van de song in kwestie ontglipt ons even, maar er was zelfs een moment in de set waarop we in een kortstondig auditief visioen pakweg King Crimson, MGMT en Beach House hoorden rommelen in elkaars repetitiehok. En wat hebben we vandaag geleerd Chokri? Wel euh, dat het preventieve drugsbeleid op PP publiekelijk heeft gefaald, met oprechte dank aan Pond.
Highlights: “Waiting Around For Grace” // “Don't Look At The Sun Or You'll Go Blind”

TOXIC SHOCK (Wablief?!, ***½)
Bio
: Antwerpse thrashmetal bands en integere politici: je veronderstelt ergens wel dat ze bestaan, maar er in 1-2-3 een naam op kleven is een uitdaging. Voor alle duidelijkheid, Toxic Shock behoort tot de eerste groep en hun ster is rijzende. Wally, PC, DK, White en Wotte voor de vrienden verzekerden zich o.a. door een split 7’’ release met hun Amerikaanse genregenoten Iron Reagan intussen van behoorlijk wat buitenlandse aandacht, én kleurden dit jaar de affiche van Groezrock.
On stage
: Wat Mauro deed op vrijdag mocht Meuris nog eens overdoen op zaterdag: een ganse festivaldag lang zijn eigenzinnige goesting programmeren in de Wablief?! tent. We verdenken de hyperkinetische Limburger van veel goed en kwaad, maar niet dat hij The Dead Kennedys, Black Flag, Suicidal Tendencies en D.R.I. thuis of onderweg regelmatig heeft opstaan. Want ja, zó klonk dit vijftal uit ’t Stad wel. Het hielp alvast dat wij bovengenoemde bands regelmatig eens een draaibeurt gunnen om van dit oerdegelijke portie oldskool-hardcore-met-een-scheut-thrash te genieten, zeker als er eensklaps een Bad Brains cover (daar zijn ze weer) uit de losse pols wordt geschud en in “PMA” (Police Malfunction Attitude) de politiezone Hazodi te kakken wordt gezet. Besluiten doen we graag door ons welgemeend respect te betuigen aan de duchtig heen en weer marcherende frontman Wouter 'Wally' Verhaegen: de man kreeg vorig jaar nog een kanker diagnose te verwerken, maar zette in Kiewit toch maar mooi de beste cameo van een jonge Henry Rollins neer die we in jaren hebben gezien. Het opschrift ‘Not Afraid’ op zijn shirt mag dan wat vrijpostig ogen, in dit geval was de waarheid nooit dichterbij.
Highlights: “PMA” // “Monday Is Cancelled”

BENJAMIN BOOKER (Club, ***)
Bio
: Hoezo, de jeugd kent haar klassiekers niet meer? Deze 26-jarige zwarte bluesjongen alleszins wel, getuige het feit dat T. Rex, The Gun Club en Blind Willie Johnson regelmatig terugkerende antwoorden zijn wanneer in interviews naar diens inspiratiebronnen wordt gepeild. Het is bovendien allesbehalve een handicap dat de vanuit New Orleans opererende Booker goede maatjes is met Jack White, wat o.a. heeft geresulteerd in een paar redelijk straffe gezamenlijke jamsessies én een live plaat (vinyl only uiteraard) uitgegeven door White’s befaamde Third Man Records.
On stage
: Net als White is Booker geen spraakwaterval op het podium, maar waar zijn buddy dat doorgaans ruimschoots weet te compenseren door een breed muzikaal spectrum af te tasten viel Booker door zijn eenzijdige aanpak aanvankelijk wel wat door de mand. Geruggesteund door een powerhouse ritmesectie werkte de Amerikaanse belofte zich in een ijl tempo door een resem rauwe punky rockabilly en garageblues songs die net iets te snel inwisselbaar begonnen te klinken. Maar kijk, toen Booker overschakelde op een doorleefde interpretatie van de ruim één eeuw oude jazz/folk/bluegrass standard “Li'l Liza Jane” werden we al wat milder in ons oordeel. De jeugd kan niet zonder klassiekers, quod erat demonstrandum.
Highlights: “Violent Shiver” // “Li’l Liza Jane”

VIET CONG (Club, ****½)
Bio
: Achteraf is het makkelijk praten, maar deze vier Canadezen zijn de eerste om toe te geven dat ze iets meer subtiliteit aan de dag hadden kunnen leggen bij het verzinnen van een band naam. Soit, geen kat kon voorspellen dat de nieuwe groep die verrees uit de as van het gevierde indie gezelschap Women in no time zou uitgroeien tot één van de meest gehypte bands van 2015. We weten al langer dat hypes in muziekland verdacht veel gemeen hebben met verkiezingsbeloftes, maar gun de titelloze debuutschijf van dit artrock kwartet toch maar een paar luisterbeurten om nadien vast te stellen dat een eindejaarslijstje zonder Viet Cong niets minder dan een schromelijke vergissing zou zijn.
On stage
: Was Viet Cong dit voorjaar reeds outstanding in De Kreun, dan dient hun doortocht in Kiewit als gewoonweg verbluffend te worden bestempeld. Merkwaardig toch, dat de zeven songs die het talrijk aanwezige publiek in de Club voor de kiezen kreeg -waarvan net geen half dozijn uit die fameuze debuutplaat- makkelijk afkomstig konden zijn van evenveel verschillende bands. Terwijl de eerste splinterbom “Silhouettes” het beste van Joy Division en Bloc Party liet opborrelen ging “Bunker Buster” eerder grasduinen in de erfenis van Shellac en Bauhaus. Viet Cong’s ‘arty’ gehalte bereikte een hoogtepunt in “March Of Progress” waar achtereenvolgens een flard uit de Warp catalogus, The Beach Boys en The Shins met de nodige branie aan elkaar werden genaaid. Piéce de resistance was ook nu weer de ijzingwekkende afsluiter “Death”, een epische brok nowave noiserock die als een langzaam tot eruptie komende vulkaan na een kwartier afklokte. Zoveel artistieke vrijheid bleef natuurlijk niet zonder gevolgen. Een deel van het publiek trok voortijdig naar de toog, met of zonder het besef dat ze in de persoon van Mike Wallace hier net de beste drummer van PP15 aan het werk hadden gezien.
Highlights: “Silhouettes” // ”March Of Progress” // “Bunker Buster” // “Continental Shelf” // “Death”

CONDOR GRUPPE (Wablief?!, ***½)
Bio
: Stijn Meuris heeft de reputatie om een veeleisende frontman te zijn, maar tegelijkertijd biedt het ook zo voordelen als je op de loonlijst van diens groep prijkt. Neem nu Kris Delacourt, een erg getalenteerde muzikant die niet enkel op  commando van de Limburgse wereldburger gitaar & toetsen verzorgt, maar ook zijn ding doet bij Condor Gruppe. Dat Meuris de touwtjes in handen had om de Wablief?! een ganse dag lang te vullen met talent van eigen bodem was dan ook niets minder dan een mooie opportuniteit voor dit exotisch klinkende gezelschap uit Antwerpen om in het jaar van hun bescheiden doorbraak één van ’s lands grootste festivals aan hun erelijst toe te kunnen voegen.
On stage
: Met zeven man was het podium aardig gevuld, en ja, die bleken echt wel allemaal nodig om de weelderig aangeklede nummers van Condor Gruppe ook live aan de man te brengen. Van enige muzikale navelstaarderij kon je dit Antwerps gezelschap overigens moeilijk beschuldigen: met spaghetti westernmuziek à la Morricone, John Barry soundtracks, surf, worldbeat, psychedelische jams en krautrock kwamen ingrediënten vanuit een trits verschillende genres aangewaaid. Let wel, hier stond geen inderhaast bijeengeraapt filmorkestje die de videoprojecties met fragmenten uit obscure B-films ter plaatse van een soundtrack kwamen voorzien. Neen, Condor Gruppe bleek live een ferm uit de kluiten gewassen retrorockband met beide voeten in het nu.
Highlights: “Ondt Blood” // “Dusty Fingers”

THE WAR ON DRUGS (Main stage, *****)
Bio
: Na de ellenlange tour ter promotie van het tweede War On Drugs album ‘Slave Ambient’ (’11) zat frontman Adam Granduciel met een langdurige post-adrenalin homecoming blues opgescheept. De Amerikaan besloot om niet gewoon thuis te zitten kniezen maar schreef in vier verschillende steden ‘Lost In The Dream’ bij elkaar, een plaat waarvan al snel duidelijk werd dat ie een modern classic zou worden. Check de end-of-year lijstjes van vorig jaar en probeer het tegendeel te bewijzen.
On stage
: Weinig bands slagen erin om binnen de 12 maanden te promoveren van de bescheiden Club naar de Main stage op PP, én dan en passant nog eens het beste optreden van de volledige driedaagse te serveren. Waarom deze doortocht van Granduciel & co nog meer vonkte dan vorig jaar hoor ik U vragen? Wel, omdat ‘Lost In The Dream’ zich best laat vergelijken met een cuvee die na een jaartje on the road inmiddels volledig uitgerijpt is. De epische grandeur van de songs, de zelfzekere Dylan-on-speed personificatie van Granduciel, en de ongelooflijk hechte groep met de trefzekere motorik krautrock beat van drummer Charlie Hall als kloppend hart: kortom, geen enkele andere band op PP15 kwam zo akelig dicht bij de perfectie.
Highlights: “Under The Pressure” // “An Ocean In Between The Waves” // “Burning” // “Red Eyes” // “Disappearing”

EVIL SUPERSTARS (Marquee, ****)
Bio
: Luc Nilis, Regi, én Evil Superstars: allen hebben ze Heusden-Zolder ooit op de wereldkaart gezet wegens bepaalde verdiensten waarover de meningen nogal uiteen liggen. Over één zaak betreffende de Superstars zijn de meeste van onze bronnen het echter wel eens: dit zijn met voorsprong de meest weirde winnaars ooit van Humo’s Rock Rally (editie ’94 alweer), die bovendien met Mauro Pawlowski en Tim Vanhamel twee van de kleurrijkste muziekambassadeurs van ons landje hebben gebaard. Erg uiteenlopende figuren, dat wel, maar samen 30 PP kaarsjes komen uitblazen op een boogscheut van hun heimat, kijk dat vonden ze nu eens wel een leuke uitdaging.
On stage
: Intussen weten we al beter (zie o.a. de uitstekende affiche van Sonic City), maar de doortocht van Evil Superstars in de meest ‘succesvolle’ bezetting (Pawlowski - Vanhamel - Vandebroek - Requilé - Schroyen) werd door velen geanticipeerd als dé eenmalige reunie van het jaar. Eén en ander leverde de grootste media aandacht op waarvan Mauro & co ooit hebben mogen proeven, ja zelfs Marcel Vanthilt werd uit zijn Villa opgetrommeld om het vijftal met laaiend enthousiasme aan te kondigen. Nagenoeg niemand was zo naïef om een soort ‘best of’ van de Limburgers te verwachten, maar tussen alle gekte in kregen we toch de intro van “Satan Is In My Ass” en een witheet “B.A.B.Y.” als herkenningspunten geserveerd. En voor de rest? Een eigenzinnige selectie outtakes, B-kantjes en albumtracks waarbij de rauwe avant-blues van Captain Beefheart en een opgefokte Queens Of The Stone Age in overdrive al snel de overhand kregen. Alsof dat nog niet weird genoeg was kregen we video animaties met o.a. acrobatisch bewegende vrouwenbenen en doodshoofden, twee items die je ook wel eens op planeet Evil aantreft. Wacht, zei daar iemand ‘planeet’ zoals in “It’s A Sad Sad Planet”? Juist, die gedroomde afsluiter zorgde in de Marquee voor een uniek sing-along moment waar de generale repetitie van het Nationaal Zangfeest alleen maar kan van dromen.
Highlights: “1.000.000 Demons Can’t Be Wrong” // “Good News For Women” // “Darkagedisco” // “It’s A Sad Sad Planet”

TIGA (Dance Hall, ***½)
Bio
: De meningen liggen wat uiteen over de rol van Tiga James Sontag in de geschiedenis van de dance. De één vindt hem een ordinaire copycat, terwijl de ander hem als niets minder dan een pionier bestempeld. Dan maar terug naar de feiten, die leren ons dat de Canadees begin jaren ‘90 zowat eigenhandig de acid house in zijn thuisland importeerde, er de allereerste rave parties organiseerde én één van de eerste lokale techno platenzaken opende. Intussen kennen chillers aller landen Tiga als DJ, remixer, producer, vriend van de Dewaele Bros. én trotse maker van vette electrohouse schijven als ‘Sexor’ (’06) en ‘Ciao!’ (’09).
On stage
: Erg ‘Hot in Here’ was het toch niet in de bijna lege Dance Hall toen Tiga en zijn collega knopjesdraaier de eerste beats afvuurden. Maar wat wil je, het imago van de stijlvol gecoiffeerde Canadees in maatpak refereert dan ook sterk naar Gary Numan en John Foxx, twee onvervalste 80ies electropop iconen die hun beste werk afleverden in een periode toen van de gemiddelde Dance Hall bezoeker op PP nog geen DNA spoor te bekennen was. Ook qua sound knipoogt Tiga nog steeds erg nadrukkelijk naar dat decennium, dus kan je beslist van een uitdaging spreken wanneer je als prille veertiger tussen jong geweld als Gorgon City en Wilkinson staat geprogrammeerd. Geen nood, de tent liep geleidelijk aan toch redelijk vol toen bleek dat je ook op de tonen van campy en afgeborstelde electrohouse zoals het onlangs samen met Boys Noize ingeblikte “100” een feestje kan bouwen. Grappig trouwens om te zien hoe een deel van het jonge volkje plotseling een aha-erlebnis ervaring kreeg toen “Sunglasses At Night” (’01) weerklonk. Amai, is die gast al zó oud?
Highlights: “Bugati” // “100” // “Shoes”

TAME IMPALA (Marquee, ***)
Bio
: Net als Pond is Tame Impala van Australische makelij en worden ze gemakkelijkheidshalve in de neo-psychedelische hoek gestopt. In tegenstelling tot eerstgenoemde band is Tame Impala eerder een eenmans-studioproject, ontsproten aan het brein van de bangelijk perfectionistische Kevin Parker. Debuut ‘Innerspeaker’ (’00) zorgde dankzij de spacy mixkunsten van David Fridmann (ex-Mercury Rev) meteen voor een wereldwijd auditief orgasme, en alhoewel de gitaren intussen wat op de achtergrond waren geraakt kaapte ook opvolger ‘Lonerism’ (’12) vlotjes een aantal prijzen mee. Behalve indien U deze zomer op planeet Mars heeft doorgebracht is het genoegzaam bekend dat Parker intussen ook het bestaan van aalgladde disco heeft ontdekt, dat Tame Impala’s nieuwste worp ‘Currents’ heet en dat iedere hipster dit dé plaat van het jaar hoort te vinden.
On stage
: U merkt het al, met enige reservaties trokken we de tjokvolle Marquee tent in, maar middels de pompeuze opener “Intro” werden we toch al onmiddellijk op ons gemak gesteld. “Intro” is niet echt een nummer vanop ‘Currents’, maar in een uitgesponnen versie die status wel waardig én vooral één van de zeldzame keren dat Parker effectief de gitaar beroerde om de door synths opgetrokken wall of sound met wat extra punch te behangen. Ook de selectie uit de eerste twee platen was best genietbaar, ook al staken ze in een nieuwe outfit waarvan alle uitgerafelde draadjes netjes waren weggeknipt. Wanneer materiaal uit ‘Currents’ werd opgedist duurde het echter niet lang vooraleer Parker en zijn vier metgezellen vervelden tot een popgroep die disco, r&b en synthpop tot kunst probeerden te verheffen. Een zeldzame keer lukte dat aardig, zoals tijdens “Let It Happen”, maar meestal gleed de fusie tussen disco en psychedelica pijnlijk uit over zijn eigen oppervlakkigheid. De Darwin in ons voorspelt dat een Aepyceros melampus die meer bokkesprongen maakt dan goed voor hem is geen schijn van kans maakt in de evolutie, maar laat dat een boodschap zonder enig belang zijn voor de hipsters die begin volgend jaar Vorst Nationaal gewoon vlotjes doen vollopen voor Parker & co.
Highlights: “Intro” // “Let It Happen” // “Elephant”

ALT-J (Main stage, ****)
Bio
: Over de Mercury Prize editie 2012, zowat de meest prestigieuze muzikale onderscheiding aan de andere kant van het kanaal, werd langer dan normaal gepalaverd. Tot eenieders verrassing ging de beker toen niet naar de radiovriendelijke pop van Ben Howard, Michael Kiwanuka of Lianne la Havas maar wel naar het debuut ‘An Awesome Wave’ van het studentikoze kwartet Alt-J uit Leeds. Dat hun arty mix van folktronica en indiepop in weinig of niets lijkt op wat andere bands eerder hebben gedaan is in deze een compliment dat kan tellen. De band overleefde intussen de vrijwillige exit van bassist Gwil Sainsbury, getuige de evenwaardige opvolger ‘This Is All Yours’ die nog geen zichtbare sporen van creatieve bloedarmoede vertoont.
On stage
: Eerlijk waar, het heeft een beetje geduld gekost om te wennen aan de neuzelzang van frontman Joe Newman, maar eens voorbij dat punt blijkt Alt-J een groep die hun promotie van de Castello tent (PP12) naar de Main stage dit jaar dubbel en dik heeft verdiend. Netjes op een rijtje gepositioneerd en dicht tegen elkaar aan schurkend slaagde het vierkoppige gezelschap er wonderwel in om de intimiteit van een huiskamer te benaderen, maar voor alle zekerheid had de groep toch een extra lading stuiterende beats meegebracht om ook de laatste rijen van de goedgevulde weide gedwee te laten meewiegen. Voor een groep zonder uitgesproken imago die zich bovendien amper bezondigd aan gratuite oneliners wist Alt-J het publiek overigens vlotjes aan zich te binden. Meerwaardezoekers kunnen gerust zijn: artfolk for the masses, yes they can.
Highlights: “Fitzpleasure” // “Taro” // “Nara” // “Every Other Freckle”

RIDE (Club, ****½)
Bio
: Chokri & co hebben iets met reünies van legendarische shoegazers. Na My Bloody Valentine (PP09) en Slowdive (PP14) was het dit jaar de beurt aan Oxford’s finest Ride. Na vier platen, waaronder het lichtjes fenomenale ‘Nowhere’ (’90) en de puike opvolger ‘Going Blank Again’ (’92), konden spilfiguren Andy Bell en Mark Gardener niet langer door één en dezelfde deur. Bell stelde vervolgens zijn pensioenfonds veilig als bassist bij Oasis en Beady Eye, maar na de voortijdige euthanasie van die laatste groep had de veteraan plots de handen vrij om de jarenlange speculaties rond de wedergeboorte van Ride samen met zijn drie voormalige spitsbroeders in de praktijk om te zetten.
On stage
: Na 2min15sec, oftewel de precieze tijdsduur die de epische intro van “Leave Them All Behind” in beslag neemt, wisten we al dat de tweede doortocht van Ride op PP een memorable trip down memory lane zou worden. Ook de vrij kwiek ogende Bell herinnerde zich trouwens nog de editie van ’91 waar de toenmalige jonkies de affiche deelden met bandjes als Nirvana, Sonic Youth, The Pogues en Ramones. De trommelvlies strelende wall of sound, de vocal harmonies van Bell en Gardener en de kurkdroge ritmesectie: alle ingrediënten die Ride tot missing link maakte tussen My Bloody Valentine en de daaropvolgende Britpop generatie bleken een kwarteeuw na datum hun houdbaarheidsdatum amper te hebben overschreden. De groep ging bovendien wel erg diep in de plooien van de tijd gaan grasduinen en disselde daar maar liefst vijf nummers uit hun allereerste EPs op, en laat dat nu net de periode zijn waar wij het liefst worden aan herinnerd. Ride kwam, zag en overwon middels een begeesterende demonstratie van hun kunnen. Laat daar maar vlug nieuwe plaat van komen, denken we dan.
Highlights: “Leave Them All Behind” // “Polar Bear” // “Seagull” // “Drive Blind” // “Chelsea Girl”

UNDERWORLD (Dance Hall, ****)
Bio
: Invloedrijkste danceproject van de jongste twee decennia? Check! Is “Born Slippy” de populairste rave track ever? Check!
Stond Underworld in ’94 in de eerste (inderhaast geïmproviseerde) dance tent ooit op een Belgisch festival? Check! Verdienden deze Britten om 30 jaar PP met enige artistiek verantwoorde luister af te sluiten op de Main stage? Euh, ja natuurlijk check, maaaaaaaaaaar ‘Wat moeten we dan antwoorden aan de manager van Netsky?’ moeten Chokri & co zich toch enigszins vertwijfeld hebben afgevraagd. Ah, weet je, PP is er in de eerste plaats voor de jonge hipsters met beperkt muzikaal geheugen, dus dan boeken we toch gewoon de Dance Hall voor die ouwe jongens?
On stage
: No regrets, want net ver weg genoeg verwijderd van het volstrekt onschuldige Netsky circus stonden Karl Hyde en Rick Smith (naar we vermoeden vergezeld door Darren Price als tweede knopjesdraaier) geschiedenisles te doceren voor een bende niet altijd even frisse dertigers en veertigers. Fris en monter, dat was wel het minste wat je kon zeggen over de 58-jarige Hyde die, als ie even zijn maatje Smith niet aan het knuffelen was, met zijn donkere gedweeë stem moeiteloos het weinige stof van de Underworld legacy blies. Alle anthems in de set, die vooral uit ‘Dubnobasswithmyheadman’ (’93) werden geplukt, kregen bijna onhoorbaar een eigentijds randje mee waardoor een ‘golden years’ effect netjes uitbleef. Aan dit bpm tempo hadden de heren in tegenstelling tot hun jongere collega’s trouwens weinig of geen nood aan flashy visuals. De songtitels werden gewoon netjes geprojecteerd op een groot scherm, vooral handig als je memorie na 20 jaar en 3 dagen PP enige moeheid begint te vertonen.

Mea culpa, Chokri & co, vergeet het bovenstaande. Uit de bol gaan in een tent die gevuld is met leeftijdsgenoten op muziek die -naar analogie met classic rock- we zonder schroom kunnen bestempelen als ‘classic dance’, ja dát was nu eens een verjaardagskado dat kon tellen. Tot PP16 dus, en hopelijk staat die handtekening onder dat contract met Tool dan eindelijk in onuitwisbare inkt.
Highlights: “King Of Snake” // “Pearl’s Girl” // “Dirty Epic” // “Cowgirl” // “Rez”

Neem gerust een kijkje naar de pics van Lowlands 2015
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lowlands-2015/
Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pagina 64 van 147