logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
giaa_kavka_zapp...
Festivalreviews

Festival Dranouter 2015 – zondag 9 augustus 2015

Festival Dranouter 2015 – zondag 9 augustus 2015
Festival Dranouter 2015
Festivalterrein
Dranouter
2015-08-09
Mireille Tansens en Johan Meurisse

Op de afsluitende Dranouterdag kunnen we niet omheen de fijne reeks namen op de mainstage, Calexico, The Waterboys en Flogging Molly , voorname bands die kleur en elan gaven aan de affiche .

Flogging Molly - Even dachten we dat deze Ierse Amerikanen nog niet waren geweest, maar als we even in ons archief bladerden ,  dan was het amicale gezelschap hier al in 2009. Het festival kon feestelijk worden uitgezwaaid met deze amusante bende onder de bebrilde Dave King , die de nummers aan elkaar zong en praatte . De blikken Guinness mochten nu de hoogte in bij hun freaky punkfolk , op leest van The Pogues, The Whiskey Priests en Dropkick Murphys, die  verwijzen naar de roots van The Chieftains en Dubliners.
Op plaat met de jaren wat minder opwinding en energiek , live nog even zwierig gezwind door die banjo , viool , accordeon, gitaargetokkel en tin whistles. Op speelse, luchtige wijze grossierden ze door het uitgebreide oeuvre en passeerden een rits FM classics de revue, “Swagger”, “Revolution”, “Drunken lullabies”, “Requiem for a dying song” en “Devil’s dance floor”. Op het eind kon iedereen mee hotsen en dansen op de laatste hevige folky tunes van de Californiërs . De Belgian Beers konden nog een keer gehesen worden. Schitterend . ‘I’m into folk … in een rauwe punkkilt’. Cheers mates!

Eerder waren The Waterboys van Mike Scott hier terug; ook zij zijn een graag geziene gast op het festival en bedankten op hun manier Jan De Smet om hen in te leiden . Het Schotse gezelschap bracht een nieuwe cd ‘Modern blues’ uit en is opnieuw op tour . Hun muziek nu: een evenwichtig geheel van retro , rootspop met folky , blues , doowop tunes . In hun dertigjarige carrière slagen deze -Boys er nog steeds in bij het nekvel te grijpen en je kippenvel te bezorgen . Ook hier kregen we een band op scherp , met oudjes als “A girl called Johnny”, “Medicine bow” , een aparte innemende versie van “Don’t bang the drums” (viool – piano – vocals) als “Fischerman’s  blues”, “We will not be lovers”, en het memorabele “Glastonbury song”, die alle genres van de band in een nummer brengt!
Van de nieuwe cd hadden we een sterk “Destinies entwined” (opener), “Rosalind”, “I can see Elvis” en een mooi uitgesponnen “Long strange golden road” .
Slotsom : The Waterboys brengen voldoende variatie en pootten een glansprestatie neer, die zowel de retrorocker, de indieliefhebber ( jaja deze band is de inspiratiebron voor een War On Drugs, mensen!)  als de folkie aanspreekt. Vanavond bleven wel enkele hits in de koelkast als “Whole of the moon”  en “A man in love”. Samen met vaste violist Steve Wickham en brother Paul op keys hitsten ze de anderen en het publiek op; ze dompelden ons onder in die doorleefde sound , die ruimte liet voor elk instrument , natuurlijk werd hier de gitaar , de piano , de keys als viool geaccentueerd. The Waterboys waren alive & kicking , al hadden we er nog graag een bis-je bij , maar we hoorden dat Scott het al niet makkelijk had om meer dan een uur op te treden door z’n verkoudheid .

Tja de vooravond kon ook al niet stuk , want Calexico was de derde in rij op de mainstage. Heerlijk wat Calexico , het collectief uit Tuczon , Arizona, presteerde , een soort ‘vier seizoenen’ in een stemmige tune gebundeld in de sferen van de spaghetti westerns van Sergio Leone – de sounds van Morricone en de kenmerkende beelden van Tarentino; beelden van stoffige kleding, pistolen in de holsters , stoppelbaarden , zweetparels op het aangezicht, spek en bonen , een saloon bar, dampende lijven, mooie Claudia Cardinale vrouwen , whisky’s, tequila’s,  mosquito’s, ruige taal, goudkoorts en met een zwerversbestaan aan de grens Mexico – VS … al die beelden, zaken flitsten voorbij op hun intens spannend , zwierig, broeierig en dromerige geheel van rootsamericana/mariachi/latino, tex-mez , jazz en folk  in het stofferig heuvelachtige Dranouter.
Inderdaad het duo Joey Burns en John Concertino , trekt al een paar jaar op met Jairo Zavala (Spaanse gastzang) en een Mexicaans klinkende trompet, die zorgen net voor dat ietsje meer … Hun kleurrijke, warme rootsamericana krijgt een zuiderse Cubaans/Mexicaanse tintje ; wat een soort exoticapop oplevert. De band had er duidelijk zin in, een gretig spelend combo , wat we optimaal apprecieerden. Verschillende stemmingen en aangename , twinkelende ritmes op ongedwongen wijze , daar zijn ze sterk in , en dat bracht ons al vroeg bij een “Falling from the sky” en “Cumbia de donde”  van de nieuwe cd , die voldoende in de spotlights kwam. Meer moois kregen we evenzeer als ze dieper in hun oeuvre begonnen als met “Across the wire”, “Sunken waltz”, “Corona”  en een “Crystal frontier”, die ze na jaren terug in de setlist plaatsen. Ingetogener werk als “Maybe on Monday”  werd op het achterplan geduwd .
Elk groepslid met z’n instrument kreeg hier zijn kans om de sound in zijn totaliteit op te vrolijken en dit was echt mooi meegenomen op deze ontspannende, aangename zondagse namiddag. Een link naar Los Lobos latino getinte ‘La pistola y el corazon’ (88) was zeker op z’n plaats, en feestelijk in die context  sloot “Guero canelo” hun ruim uur durende set af . Calexico nodigde ons meermaals uit tot een swing en danspas …

In de namiddag genoten we van Jan De Wilde , die naar gebruikelijke traditie een reeks vrienden mee heeft om zijn handvol optredens op festivals te sieren en dan denken we aan die van Labadoux en Dranouter . Met zijn Nederlandstalig (kleinkunst) werk heeft hij een paar pareltjes uit , niet in het minst van de hand van Lieven Tavernier . Het album ‘Hé hé’ is er zo eentje. “De eerste sneeuw” , “Zussen” en de titelsong “Hé hé” brachten ons in die wereld van de kleinkunst , die met de jaren nog altijd charmeert . Vocaal horen we meer en meer een Tom Waits grauw doorleefde praatzang en met “Walt Mathilda” maakte hij een terechte referentie  .
Hij mag er wat verwaaid uitzien, houden van de traagheid en luiheid (= heeft zich enorm moeten weren om op tijd op te staan om dan  van Aalst naar Dranouter te komen ),  op alles heeft hij wel een woordje uitleg klaar. Met z’n band en blazerssectie konden die fijne oudjes niet ontbreken, “Walter (ballade van een goudvis)” , “Daar is de lente (vrolijk lentelied)” , “De fanfare van honger en dorst” en “Joke”  … Kleinkunst die we een warm hart toedragen …

Op de kleiner stages stonden we stil bij de Nederlandse Erik de Jong aka Spinvis die z’n huiskamer van instrumenten transfereerde naar de Kerk . Hij had de Belgische Saartje Van Camp mee . Beide multi-instrumentalisten en samplefreaks gingen terug naar de bron van Spinvis om songs in elkaar te steken, te knutselen en te componeren . Heerlijk te zien wat er daar allemaal op het podium stond , gebeurde en hoe de twee switchten in het materiaal . Moderne kleinkunst van  twee liedjes- en woordkunstenaars , alsof ze met een heuse begeleidingsband voor de dag kamen , verder waren vooraf opgenomen lofi geluidjes en ingespeelde stukjes, die soms op het moment zelf laag per laag gearrangeerd werden door de laptop , ingebed .
Mooi hoe alles subtiel op zijn plaats viel, sober ingehouden , innemend , pakkend en emotievol. Sterk ! “Ik wil alleen maar zwemmen” , “Bagagedrager” of een indringende versie van “Kindje van God”.
Een overtuigende weemoedige trip van twee personen die zich onderscheiden en aanvullen , geluidskunst, een breikunst van geluid en woord .

Tot slot nog de West-Vlamingen Amenra , vaandeldragers van  de postmetal/doom /sludge, die voor de doorsnee Dranouterganger in hun ‘electric version’ wel even de wenkbrauwen zouden doen fronsen . Geen nood , Amenra  kan hun aparte gitzwarte  muziek, die onheilspellend , dreigend, apocalyptisch, ijzig klinkt, ook in z’n puurste , integere vorm spelen . Oerenergie op z’n zachtst, rakend , hartbrekend. In een even sober zwart decor zagen we een paar schimmen die hun slepende sound , rustgevend , teder, zalvend speelden. Op die manier werd het intens beleven een postrock op z’n Mogwai’s , zelfs donkere ambient , zoals ik me liet vertellen , die we eigenlijk heel graag in de Kerk hadden gezien, maar vanavond stonden ze in hun donkerste op de clubstage …

De 41ste editie van Festival Dranouter toont met deze selectie nog maar eens aan dat ze goed bezig zijn , goed hebben nagedacht over het concept en er uiterst geslaagd uitkomen …

Festival Dranouter kon terugblikken op drie heerlijk dagen en we zullen die nieuwe feeërieke omgeving in al zijn vriendelijkheid, bedrijvigheid en diversiteit missen.

Neem gerust een kijkje naar de pics :
http://www.pbase.com/pieter_73/dranouter_festival_2015 (dank aan Pieter Verhaeghe)
Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter  

Festival Dranouter 2015 – zaterdag 8 augustus 2015

Festival Dranouter 2015 – zaterdag 8 augustus 2015
Festival Dranouter 2015
Festivalterrein
Dranouter
2015-08-08
Mireille Tansens en Johan Meurisse

‘We goan ’t zwien deur de bjeten joagen’ , vandaag kon je de West-Vlaamse uitdrukking ter harte nemen met gretig spelende bands op de mainstage …
Een muzikale tsunami waaide over Dranouter met Triggerfinger , en de Red Hot Chilli Pipers wuifde letterlijk de zaterdagse topdap uit . De organisatie kon het bordje ‘uitverkocht’ plaatsen met ruim 13000 bezoekers . Niks dan lachende gezichten … Het weer, de sfeer, de gezelligheid , het sociaal contact, de ambiance én …de muziek , het zit allemaal goed . Een (v)folkse sfeer … De mensen vinden hun weg in, rond de dorpskern . De nieuwe formule slaat aan!
 
Muziek?
Dranouter rockt , en het rockte stevig vanavond! Hoofdvogel Triggerfinger spelen maar een paar festivalconcerten en het trio ging gretig ,hard , fel , smerig , energiek te werk. De heren in maatpark zijn sterk op elkaar ingespeeld , wat de nummers ruimte en diepgang geeft. Rock’n’roll met een eigen smoel . Nummers als “Black panic”, “Abscence of the sun”, “On my knees”, “My baby’s got a gun”, “All this dancin ‘around” en “Is it” kenden creatieve, onverwachtse wendingen; de instrumenten werden strak gespannen door zompige gitaarlicks , noisy effects , een diep , grommende , ronkende bas  en begeesterende drumpartijen .
In een folky traditional werd gehakt of inspiratie gehaald , merkte Ruben Block op; hij was ook niet vies wat reggae in zijn stem te steken en ook Rihanna’s “Man down” kreeg een lekkere dansbare groove mee. Tja, zeker beter dan die andere cover “I follow rivers” …
Die laatste plaat mag misschien wat minder zijn , Triggerfinger is ‘El pistolero’ en schiet raak! De heren staken er vanavond nogal show in, met drummer Goossens als performer  op het einde.  De festivalweide in vuur en vlam! Wervelend optreden , heerlijk genietbaar!
 
Eerder brachten de Intergalactic Lovers ons in optimale (rock) stemming . Een heel sterke set, performance , een mooi decor en lightshow met die schotels , siert al jaren hun stekelige pop. De beloftevolle band is groots geworden; hun charmante, dromerige en fris aanstekelijke gitaarpoprock met een rauw randje, die een zekere hitpotentie heeft, slaat aan. De band staat er en Lara Chedraoui met haar lang wapperende haren, zingt sierlijk en beweegt, kronkelt expressief rond haar micro . Ze speelden hier graag en dat zorgde net voor dat ietsje meer . De singles zaten mooi verdeeld in de set en dan kom je bij “Northern rd” , “She wolf” , “Bruises”, “Islands” en “Delay”, naast hun ander moois dat niet moet onder doen en aangenaam, broeierig , sfeervol klinkt als het opbouwende “Distance”, “Great invader” en “Obstinate heart”.  Intergalactic Lovers is een lieflijke rockband, die terecht groots mag zijn … .

Ook Het Zesde Metaal in de vooravond is ‘goe bezig’ . Al een kleine tien jaar in de running, een derde plaat uit , en ze beleven nu hoogdagen , de band rond zanger/componist Wannes Cappelle. Hij heeft sterke artiesten achter zich , opnieuw die Tom Pintens , die de West-Vlaamse songs een extra touch geven . Er zit vanalles in de muziek , van sing/songwriting, pop,  rootsamericana en Nederlandse kleinkunst , eenvoudig goed , pakkend en subtiel uitgewerkt . Een mooie lijst hoorden we van “ Nie voe kinders” , titelsong van de laatste cd, “Gie , den otto en ik” , “Ier bue oes” en “Ik haat u nie”. Evenzeer te koesteren: “Ip min knieën” en “Ploegsteert”, streek-toepasselijk, die van onder het stof werd gehaald . Ook al moet een nummers eens opnieuw ingezet worden, het kan , mag en komt gemoedelijk over . Het Zesde Metaal intrigeert, is goed , spannend, rockt  en raakt …

In de namiddag hadden we nog de Schotse The Treacherous Orchestra ; de bigband gaf hun materiaal een swingende beat en zorgden voor ambiance . Een pak instrumenten als doedelzak, accordeon, banjo , flutes en ga zomaar door gaven dat bijkomende kleurtje van de folktraditie . Je kreeg een ferme stamp onder de kilt bij deze (dans) muziek . Een stomend concert …

Even leuk was de afsluiter van de tweede avond The Red Hot Chilli Pipers . Twee jaar terug waren we al onder de indruk wat dit combo verwezenlijkte met doedelzak , bijhorende trom en blazers , nu vanavond wuifden ze ons uit met een reeks aangename covers en traditionals, van “Gimme all your lovin’” , “Smoke on the water”, “Thunderstruck” over het nieuwe van een Coldplay of Avicii . Schitterende vondsten in hun instrumentatie dus! De heren in kilt zijn alvast doorwinterd voor deze boeiende wendingen  . De songs rockten , ‘folkten’ en werden met schwung en zwierigheid gespeeld . … ‘Im’n into folk in een We will rock you kilt’ …

Op die manier werd een succesvolle tweede dag besloten …

… En er was nog moois te beleven …
Om 12 uur werden we al verwacht in de kerk van Dranouter. Daar speelde Jahwar. Ze werden aangekondigd als popmuziek, doorspekt met Arabische invloeden. Maar die Arabische invloeden waren niet echt te horen. Mooie popnummertjes die makkelijk te verteren waren op dit middaguur, dat kregen we wel voorgeschoteld. Ik miste toch een beetje die Arabische invloeden. Het ging het geheel zeker wat meer spanning gegeven hebben.
(dank aan Simon Van Extergem)

Claran Lavery & Marc O’Reilly - Twee Ierse songsmeden maken hun opwachting in de Kerk. De twee maken er een aflossing van. Terwijl de ene enkele nummers speelt, wacht de andere achter de coulissen op zijn beurt. 2 traditionele singer-songwriters, die met een klassieke gitaar en een mooie stem het publiek in de Kerk proberen te beroeren. En dat lukt hen ook. Beide heren lijken gelukkig van stemkleur totaal niet op elkaar en de afwisseling tussen de beide heren klinkt goed in de oren. Mooie nummers dus, die prachtig begeleid worden. (dank aan Simon Van Extergem)

Lula Pena is een Portugese fadozangeres, die in eigen land heel populair is. Van fado is geweten dat het niet meteen de meest opbeurende muziek is, en dat wordt ook nu snel duidelijk. Donkere nummers die met veel overtuiging worden gebracht. Een vrouw met een hele mooie stem, die haarzelf perfect en summier begeleid op de gitaar. Helemaal alleen trotseert ze het publiek en ze brengt het er heel mooi vanaf. (Kerk) (dank aan Simon Van Extergem)

Goed dat één van de Britse traditionals hier terug waren na een Fairport Convention , met name Steeleye Span rond Maddy Prior., een band van enorme invloed op de huidige neofolk. De laatste keer , al een tijdje terug op Dranouter (94?, 99?), zaten ze nog bijna te spelen in de modder , herinnerden ze zich , maar nu kon het stof wat verder weggeblazen worden met hun bezwerende , rauwe  folkrock , die een melancholische klankkleur heeft , maar vernuftig in elkaar zit . Het zijn songs met een verhaal , die de ‘typical old Britsh tradition’ accentueert, wat progrock attendeert , iets Middeleeuws uitstraalt , en een sprookje of een huiverachtig verhaal op z’n ‘Lord of the rings’ doet opborrelen.
Het alom bekende hippe “All around my hat”, zat middenin de set en sprak de dansspieren aan , maar ook de directe “Lark in the morning” of een “Boys from Bedlam” intrigeerden. Ze mogen dan pensioengerechtigd zijn , de sound en de vocals zijn nog steeds goed , ook al viel er af en toe een gaatje …

Eén van de sterkhouders van de folk is onmiskenbaar het ensemble van Kadril van de broers Libbrecht. Ze zorgden ervoor dat folk een bredere nuance kreeg , door de  toevoeging van pop en rock zonder z’n authenticiteit te verliezen.  Een graag geziene vaste gast op Dranouter, en vandaag waren zij de ideale geleider voor Steeleye Span . Een gevarieerde, boeiende set speelden ze met traditionals en eigen werk. “Louise”; “Luiaardsgild”, “Drie gezellen uit Rosendal en “Deze goden” om er maar een paar op te noemen  uit hun uitgebreide oeuvre. Zangeres Karla Verlie weefde de nummers aaneen. En die dansende folkpasjes in de tent kleurden de set.

Tot slot kwamen we bij De Temps Antan  (mooi gevonden groepsnaam!), drie Canadezen die intimiteit en uitbundigheid in elkaar deden vloeien . Een aangename folk/cajun door heerlijke klanken van viool , accordeon, harmonica, gitaar , bazouki en foottics.
Opkomend talent van bij ons, Jonas Winterland , op radio 1 verheerlijkt, bracht op de Nekka stage een reeks sobere Nederlandstalige kleinkunst , vol tekstuele spitsvondigheden. Er werd gretig geput uit ‘Zwaartekracht en andere verzinsels’ met een “Jaren van verstand” , “Wie ik ben, hoe ik heet” en “Ik hou je warm”. Ook Raymond met z’n “Warme dagen” werd opgehoest . Mooi …

Neem gerust een kijkje naar de pics : http://www.pbase.com/pieter_73/dranouter_festival_2015 (dank aan Pieter Verhaeghe)
Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter  

Festival Dranouter 2015 – vrijdag 7 augustus 2015

Festival Dranouter 2015 – vrijdag 7 augustus 2015
Festival Dranouter 2015
Festivalterrein
Dranouter
2015-08-07
Mireille Tansens en Johan Meurisse

Festival Dranouter verhuist naar … Dranouter . Onder dit credo kunnen we zeggen dat de missie geslaagd is . Een kleiner terrein en tenten, kraampjes , die iets dichter bij elkaar staan wat de gezelligheid bevordert . Het ademt de sfeer van een grote kermis uit, dichter bij de dorpskern en rond ’t Folk, het hart van de organisatie, met goede muziek uit alle windstreken; en met de Klakeye/Nekka stage en de Kerk erbij , aan de overkant; kleinere stages die tekenen voor een geslaagde intimiteit. Goed uitgedokterd en goedgekeurd!
Het was even wennen na al die jaren , na 40 jaar in dezelfde omgeving van de Koudekotstraat ...
Festival Dranouter , het is één van die pittoreske festivals , die we maar al te graag koesteren . Het festival staat voor een groen, gezinsvriendelijk en gemoedelijk driedaags muziekfeest; een gezellige ambiance en een erg warme, amicale , rustige sfeer dus. De terreinaankleding mag soberder zijn , het spreekt jong en oud aan , jonge gezinnen met kinderen en de rasechte muziekliefhebber.
Het festival kreeg door de jaren een breder perspectief , brengt ‘roots’ en ‘folk’ samen , met de aandacht voor de traditie. Een fijne selectie van internationale en Belgische acts , afgewerkt met te ontdekken bands over de verschillende stages. Op die manier blijft Festival Dranouter een interessante insteek . 
Het festival staat in het teken van de ecologie , nieuwe milieu uitdagingen , een goede traditie die ze in ere houden.
De 41ste editie overtuigt ruim 40000 muziekliefhebbers en beschouwt hiermee haar verhuis, nieuwe formule, kortom haar heroriëntering als optimaal geslaagd . Festival Dranouter ziet de toekomst zonnig tegemoet.

Wat muziek graag? Vrijdag 7 augustus 2015 – dag 1
Onnoemelijk te zeggen dat Bart Peeters het feestvarken van de eerste dag was … Muzikant, presentator, humorist, animator , hij heeft het allemaal . Een groot sing/songwriter in de Nederlandstalige muziek, die het een kleurrijke swing geeft . Hij heeft na een sabbatjaar een nieuwe plaat uit en is op tour getrokken . Vanavond werden anderhalf uur lang alle zorgen opzij geschoven , met z’n lekkere mishmash aan stijlen. Alles weet hij met z’n band Ideale Mannen te verwerken in zwierige , heerlijke uptempo’s , als ruimte laten voor sfeervolle, intiemere songs . Van “Venus , Pluto of Mars” , “Poolijs”, “Heist aan zee”  naar “Konijneneten”, “Denk je nog eens aan mij” of een “Dicht bij mij”. “I’m into folk” werd in het Nederlands omgebogen,  “Ik hou van folk” en zette Dranouter op z’n kop … Letterlijk ‘handjes’ uitzwaaien met de nodige “oohaahs”. Bart Peeters houdt van Dranouter en Dranouter van Bart Peeters , dit was overduidelijk …

Asaf Avidan is wat de vreemde eend in de bijt in de Kayam, die bij onze Franstalige vrienden meer dan zomaar die “One day/reckoning” is, maar op Vlaamse bodem blijft het eerder bij die ene klassieker, vanavond  in een deels folky akoestische versie gespeeld en die voor de nodige ambiance en singalongs zorgde “One day baby, we’ll be old, oh baby, we’ll be old”.
De Israeli heeft een heuse band achter zich en heeft duidelijk meer te bieden dan het gezellige danspasje en gefluit van de single , maar spijtig genoeg raken de andere songs onvoldoende , die ondanks alles , wel ingenieus in elkaar zitten, een combinatie van sing/songwriting, semi-akoestisch materiaal aangevuld met snedige rock, blues , indie, reggae en leuke danstunes. Wat irriteert is zijn schelle,  hoog uithalende stem . Maar hij kan met z’n band fel van leer trekken. Kijk, veel volk blijft zeker staan en hij werd hartverwarmend ontvangen , wat hem zeer zeker deugd deed . Ook hij wordt uitgezwaaid en sluit de eerste dag af …

Eerder zagen we nog iets van de Amsterdam Klezmer Band , een uitgebreide Brass band die klezmer, Balkan en pop dicht bij elkaar brengen . De Nederlanders willen op het vroege uur de mensen in de juiste stemming brengen .

De huiselijke familie van de Magic Numbers was hier in 2011 al aanwezig. Hun grootste succes zijn ook al van een tiental jaar terug en als we er de laatste platen op nahouden , ondanks de sterke promo op radio 1 , zal het daar bij blijven . De songs hebben een dromerige retro ‘feel good’ tune  en een meerstemmige zang ; ze zijn sfeervoller , zeemzoeterig meer dan ooit en de snedige, springerige ritmes zijn op het achterplan geduwd . En toch, het kwartet legt voldoende creativiteit aan de dag , tovert een geweldige solo en een vocale prachtprestatie vulde aan .
“Love’s a game”, “Forever lost”, “See you , see me” en  “Love me like you do” zijn nu net die oudjes die zich onderscheiden  … De Magic Numbers schrijven goed uitgewerkt materiaal, maar de magie is wat verloren gegaan …

Naast de Kayam tent was er ook voldoende te beleven op de zijpodia … Een greep
Roosbeef , die nu in Antwerpen woont en met Tom Pintens in zee gaat, brengt op de nieuwe cd ‘Kalf’ een reeks vindingrijke , gedreven en ontroerende songs, die absurditeit, humor en ernst in elkaar doet vloeien. “De Schelde” en de titelsong zijn er maar een paar die wisselen in ritme , onverwachtse wendingen ondergaan en onderhevig zijn aan de stem ‘kronkels’ van de zangeres, die zingt , grauwt, schreeuwt , huilt , er wel eens een valse noot uitkrijst en als een krolse kat over het podium en de instrumenten beweegt ... Een onschuldig, sprookjesachtig en huiverachtig decor borrelen op 

De jonge Bert Dockx laat zich niet voor één gat vangen. Met zijn bands Flying Horseman  richt hij zich op het melodische, rustige Engelstalig werk. Met Dans Dans gaat hij volledig los, samen met een bassist en een drummer en kan hij zich op zijn gitaar volledig uitleven. Hij treedt ook op onder zijn eigen naam. Maar met Strand gooit hij het nog eens over een andere boeg. Hier primeert de Nederlandse taal. Hij begeleidt zichzelf op akoestische gitaar. Een mooie, ingetogen set krijgen we te horen, met luisterliedjes en gitaarspel die zijn virtuositeit op gitaar nog maar eens onderlijnd. Na 45 minuten zijn de Nederlandstalige nummers echter op (hij heeft ook nog maar 1 album uit onder de naam ‘Strand’) en vraagt hij beleefd aan het publiek of hij enkele Engelstalige covers mag spelen. Dat is uiteraard geen probleem. En met nummers van Joy Division en Bob Dylan breit hij een mooi eind aan een even mooie set. Klassevent, die Bert Dockx. (dank aan Simon Van Extergem)

Verder in de clubstage een emotievolle , ingetogen set van William Fitzsimmons . Een sober gehouden instrumentatie met drie , gedragen door z’n warme , innemende stem . De tweede gitarist was genoodzaakt zittend op een stoel te spelen , met een gebroken voet . Tja , waar hoorden we nog zo’n nieuws een goede maand terug …
Met akoestische en double gitaar wist hij te raken , elektronica sijpelde door en op het eind werd je nog geprikkeld door die intieme sing/songwriting folky sound als ze midden het publiek zonder versterking lofi gewijs speelden … Harmonie , eenvoud en samenhorigheid vonden elkaar hier ten top …

Onze muzikale duizendpoot Tom Barman heeft nooit z’n liefde voor jazz onder stoelen of banken gestoken . Een Beefhart is van sterke invloed op Taxiwars , die een jazztrio heeft als rugdekking , die enorm op elkaar is ingespeeld en ons overdonderen met een energieke , krachtige en sfeervolle  hippe freejazzy sound, die een punky sfeertje ademen. Barman laat zijn kompanen voldoende ruimte , wat uitermate goed is ; hier kan er danig worden geïmproviseerd en gegrooved, wat het materiaal ophitste. Sterk.

Tot slot konden we nog in de Kerk terecht . Een erg mooi gevonden plaats om artiesten hun ding te laten doen. ‘Jezus kleurt je dag’ als we Kerk binnenstapten … De akoestiek is wondermooi, plaatst de bands in de spotlights en brengt hen naar ongekende hoogtes o.m.  een Douglas Firs rond
sing/songwriter Gertjan Van Hellemont , americana/rootspop, en het jonge broertje van onze Bony King Bram Vanparys, die hier vanavond de backing op zich nam .
Een herfstig klanken palet en een dromerige ritmiek in het genre , ‘zomeravondzon’ muziek, gedragen door z’n indringende , doorleefde stem , die nog wat te vroeg geprogrammeerd stond , maar ok , in het mooie decor kwam het tot z’n volste recht. Een weemoedige sound , hartverscheurend solo of met band met nummers als “Caroline, “Don’t buy the house” , een paar oudjes van de vorige cd (“Pretty legs & things to do”) of de acapella aanpak op het eind . Crosby, Stills & Nash zouden erg onder de indruk zijn …

Op die manier konden we met een gerust , goed gevoeld dag 1 besluiten …

Neem gerust een kijkje naar de pics : http://www.pbase.com/pieter_73/dranouter_festival_2015 (dank aan Pieter Verhaeghe)

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter
 

Lokerse Feesten 2015 – DAG 08 – Goose – Leftfield – Superdiscount – Trentemoller

Geschreven door

Lokerse Feesten 2015 – DAG 08 – Goose – Leftfield – Superdiscount – Trentemoller
Lokerse Feesten 2015
Grote Kaai
Lokeren
2015-08-07
Nick Nyffels

Leftfield’s  acid house dub reggae - overtuigt nog altijd na vijftien jaar radiostilte

Dag 8 van de Lokerse Feesten stond in het teken van de elektronische dansmuziek. Wij pikten in bij Superdiscount, het Franse drietal rond Etienne De Crécy en Alex Gopher. Het parkeerterrein van de Lokerse Feesten was nog redelijk leeg op dat moment, wat samen met het daglicht toch wel een beetje spelbreker was voor de respons. Ook al heeft Superdiscount een elektronummer dat “ Sunset “ heet, het Ibiza gevoel ontbrak toch op de Grote Kaai, dat ondanks de stand van een pastis producent. De eerste vijf rijen bouwden een feestje, voor de rest van het publiek was dit vooral aangename muziek om bij te praten bij een drankje en een hapje. Wat op Tomorrowland wel kan, sfeer overdag bij dj’s, lukt nog niet op de Lokerse Feesten. Misschien dat de organisatie een kamion of veertig met zand moet aanvoeren om er een beach party van te maken? Aan de muziek lag het niet, De Crécy wist te scoren met “Hashtag my ass”, “Prix choc” aka Sensemillia Marihuana en “Fast track”, met zijn baslijntje, mijn persoonlijke favoriet.

Tegen dat Leftfield er aan begon, was het donker, wat de sfeer direct maal tien verhoogde. Het publiek bestond vooral uit veertigers, de jonge gasten kennen Leftfield niet, wat logisch is aangezien deze dance-pioniers in de tweede helft van de jaren negentig actief waren, tot dit jaar, toen Neil Barnes Leftield weer oprichtte als solo-project met de derde plaat ‘Alternative Light Source’. De andere helft van het jaren negentig – duo, Paul Daley, besloot niet meer mee te doen. Nu Barnes was natuurlijk niet alleen gekomen, hij had een volledige band mee met een aantal gastzangers, en had ook voor een passende lichtshow gekozen.
Leftfield begon er aan met een reeks nieuwe nummers uit de laatste plaat, die door de lichtshow met sobere pulserende witte lijnen ondersteund werden. Tegenover plaat 1 en 2, zijn de nieuwe nummers meer house en electro, en is de dubreggae invloed een beetje verdwenen.  Niettemin knappe electro, met Barnes op vocoder, ergens tussen Afrika Bambaataa, Gesaffelstein en Chemical Brothers a la “Hey boy, Hey Girl” in, bijvoorbeeld in “Little Fish”, een hypnotiserende en heftig scheve en scheurende track.  Op een bepaald moment moesten we zelfs denken aan de heerlijke old-school house van “House Nation” van “The ultimate seduction”. Ook de natuurkundigen onder ons kwamen visueel aan hun trekken met een heat map van het universum die mogelijks het bestaan van anti-materie of dark matter aantoonde. Dark matter was de muziek van Leftfield zeker, toen de gastzangers er bij gehaald werden en de dubreggae invloeden de nummers binnenslopen. Hevige bassen, echo’s en een mannelijke reggaezanger zorgden voor het hoogtepunt van de avond voor mij, in het ronduit magistrale “Swords” uit “Rythm en Stealth”. Terwijl op de originele versie, een vrouw de zang deed, namelijk Nicole Willis, de vrouw van Jimi Tenor, nam vanavond een mannelijke rastafari de zanglijn op zich, wat toch heel geslaagd was door de falset stem. Een beetje zoals Horace Andy bij Massive Attack dus, waar Leftfield toch ook veel raakpunten mee heeft. De volgende dubschijf werd niet door een rastafari gezongen, maar door een kaalgeschoren hooligan in hoodie, niettemin met een Jamaicaans accent: “Inspection check one” was er ook boenk op en deed de vuisten in de lucht gaan om naadloos over te gaan in “Afrika Shox”, door Barnes ingezet op vocoder, om dan tot een heftig dansanthem over te gaan waarin we luidkeels “Afrika Bambaata” meezongen. De nieuwe nummers duwen de set vervolgens richting acid house  en als toetje krijgen we nog de blikmetalen echos van “Phat planet”.  Dit was een schitterend concert, Leftfield staat er weer.

We moeten toegeven, Goose vinden we meestal ronduit slecht: als je als rockgroep je invloeden in de dance gaat zoeken en je kiest voor Bonzai en platte electroclash, terwijl er zo veel betere dansmuziek bestaat om je te laten inspireren, dan ben je fout bezig. Niettemin is dit de publiekstrekker vanavond, en begot, ze wisten ons nog positief te verrassen. Dat kwam omdat ze verrassend subtiel uit de hoek kwamen, het was veel meer Depeche Mode dan rechtdoor beukende electroclash. Genoeg hits hebben ze natuurlijk met onder meer “British mode”, “Words”, “Control”, “Cant stop me now”  en “Synrise”. Muzikaal was Goose het equivalent van een vuile pitta, maar hey, dat kan ook smaken, zeker als je al een paar pinten op hebt. We vinden wel dat ze in een doodlopend straatje zitten, en dat ze uit een ander muzikaal vaatje zullen moeten tappen om nog verrassend uit de hoek te komen met een volgende plaat, net zoals Soulwax. Maar plat entertainment is niet altijd slecht, maar liefst met mate, zoals vanavond op de Lokerse Feesten.

Afsluiten mocht Trentemøller  met een dj-set. Een projectie van een gezicht met rode ogen staarde ons aan, en Trentemøller verwerkte zijn eigen hits in de set, maar wij gingen de echte clubsfeer nog even opzoeken in de Red Bull Elektropedia Room bij Karotte, een Duitser die iedereen viel spaß bezorgde.


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2015/
Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Lokerse Feesten 2015 – DAG 07 – Raving George - Oscar & The Wolf – Tori Amos – Rae Morris – Tout va bien

Geschreven door

Lokerse Feesten 2015 – DAG 07 – Raving George - Oscar & The Wolf – Tori Amos – Rae Morris – Tout va bien
Lokerse Feesten 2015
Grote Kaai
Lokeren
2015-08-06
Sien Ranschaert

Dag 7 van de Lokerse Feesten met aan de aftrap Tout Va Bien.  Met hun band konden ze het publiek niet helemaal bekoren hoewel de aandachtige toeschouwer toch deelde in het poëtische gevoel van leadzanger Jan Wouter Van Gestel.  Voor de meeste toeschouwers was pas “Ne Me Quitte Pas (“If you go away”) en “This fight” de herkenbare noten.  Spijtig voor de Nieuwe Lichting laureaat van 2013, want hun gevoel was er, alleen waren er niet genoeg muziekliefhebbers aanwezig om hun muziek te smaken.  Maar hun debuutplaat ‘Kepler Star’ is wel de moeite hoor!

Als tweede in de rangorde stond Rae Morris geprogrammeerd.  Pas 22 jaar en al voorbestemd om hoge toppen te scheren in de muziekwereld.  Ook hier waren de verwachtingen hooggespannen maar enkel het herkenbare nummer “Under the shadows” kon het publiek tot uitspattingen verleiden.  Deze zangeres wordt nogal eens vergeleken met Roisin Murphy en met een The War On Drugs maar dan zal ze toch nog wat nummers met meer punch moeten maken. 
Het was een beetje eentonig en toen ze vermelde dat ze aan haar laatste nummer begon was er een zweem van opluchting onder het publiek.  Er werd meer gekeken naar de prestaties van de drumster dan naar de lead zangeres.  Haar stem is melodieus en afgewerkt, de groep produceert een mooi geluid maar de zangeres heeft nog een beetje meer durf nodig.

De hoofdact van de avond was Tori Amos, een dame die geen band nodig heeft om het publiek te doen luisteren.  Met keyboard en piano kan ze haar mannetje wel staan op het podium.  “Little Earthquakes”, “Nobodies Who Want To Be Somebodies” en “Bliss” wisten het publiek meteen te bekoren. 
De roodharige muzikante had zelf haar eigen drum meegebracht, met name haar piano die ze met haar hand als een drum bespeelde tijdens het nummer “Take To The Sky”.  Het publiek kon het wel smaken en ging mee in de dynamiek die Tori uitstraalde. 
De neutrale toeschouwer ervaarde het feministische in de muziek minder vooral na Rae Morris.  2 Vrouwen met lyrische teksten zonder echte beats maakten het nu wel een zeer rustige avond.  Tori kan teren op haar prachtige nummers van haar beginperiode, de nieuwe nummers hebben toch niet zo'n hoog niveau.   Na “Precious Things” en “In Your Room” van Depeche Mode hield Amos het voor bekeken.  Zonder toemaatjes voor het talrijke publiek dat op deze zwoele avond naar de Kaai was gekomen. Spijtig …

Max Colombie en zijn groep Oscar & The Wolf hebben de zware opdracht om na een diva als Tori Amos het publiek van de Lokerse Feesten in hun ban te krijgen . Dat lukt ze meteen, ze hebben als jonge groep toch al een paar grote hits zoals “Strange Entity”, “Bloom” en “Somebody Wants” en die laten ze dan ook vol plezier over het plein los.  En het lukt, alle blikken zijn naar het podium gericht voor de uitbundigheid waarmee de leadzanger op het podium staat.  Ook vuurwerk en confetti zijn van de partij. 
De indierock aangevuld met passende beats maakt dat er een waar feest losbarst.  Met een verrassend leuke cover van Gala's megahit “Freed From Desire” had de band Lokeren op hun hand.
Zelfs Fatman Scoop en Jennifer Lopez (“Jenny From The Block”) moesten eraan geloven.
Dat de Lokerse feestgangers hun set konden smaken was duidelijk.
Na een verplicht bisnummertje werd Oscar & The Wolf op een minutenlang durend applaus onthaald.

Om het feest compleet te maken was daar Raving George die samen met Oscar & The Wolf de single “You're Mine” maakte.  Waarvoor ze donderdagavond een gouden plaat kreeg.  Dat was trouwens ook de opener van haar set in Lokeren.  Het publiek was er verder minder voor te vinden, maar de rest van haar set bestond uit opzwepende beats die het feest tot in de vroege uurtjes liet verderduren.


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2015/
Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Lokerse Feesten 2015 – DAG 06 – Kaiser Chiefs – Jesus & Mary Chain – Mark Lanegan Band – La Muerte

Geschreven door

Lokerse Feesten 2015 – DAG 06 – Kaiser Chiefs – Jesus & Mary Chain – Mark Lanegan Band – La Muerte
Lokerse Feesten 2015
Grote Kaai
Lokeren
2015-08-05
Geert Huys en Johan Meurisse

Met La Muerte (***) haalden de organisatoren één van de meest eigenzinnige en compromisloze bands uit het rariteitenkabinet van de Belpop geschiedenis naar de Grote Kaai. Met hun aan The Birthday Party en The Stooges verwante nihilistische rioolrock waren de Brusselaars nooit sant in eigen land. Aan de andere kant van de landsgrenzen was La Muerte in de periode ’84-’94 echter niets minder dan een begrip in de betere undergroundkringen, o.a. dankzij een single of the week in NME, een BBC radiosessie met de legendarische John Peel, en een Europese tour met The Young Gods.
Twee decennia na de officieel aangekondigde dood is er nu eensklaps La Muerte v2.0 die naast oerleden Marc Du Marais en Dee-J verder nog drie verwante zielen huisvest uit Length Of Time en Channel Zero. Een beetje theater was in het verleden nooit ver weg bij de Brusselaars, en ook in Lokeren hield de band die reputatie enigszins staande. Met een zak over het hoofd getrokken leek Du Marais wel een soort gruntende Elephant Man die over het podium strompelde. Een foute knalgele sweater met het opschrift “Autoshop Johnny Timmermans Ninove” - een zaak die nota bene in het jaar van La Muerte’s comeback na 50 jaar onlangs de deuren heeft gesloten - maakte het plaatje compleet. Ook het muzikale recept, bestaande uit flarden averechtse bluesrock en vuige garagepunk afgewerkt met een vleugje industrial en wat samples uit westernfilms, bleef beproefd. De manische pletwals van Dee-J & co liet weinig ruimte voor melodie en herkenbaarheid, die kwamen er eigenlijk pas helemaal op het eind met flink vertimmerde versies van “Lucifer Sam” en “Wild Thing”. Luider en smeriger zou het vanavond niet meer worden, missie geslaagd dus voor de outlaws van La Muerte.

Mark Lanegan (****) en de Lokerse avondzon, het leek ons op voorhand eerlijk gezegd geen winnende combinatie. De rijzige Amerikaan, zijn vaste orkestleider Aldo Struyf en hun jonge kompanen maakten echter van de nood een deugd en hadden de perfecte festivalset in elkaar gebokst. Weinig ruimte dus voor verstilde blues of rafelige gospel die enkel in gitzwarte concerttempels tot hun recht komen, maar des te meer uptempo songs die regelmatig de geest van wijlen Screaming Trees opriepen. “The Gravedigger’s Song” gaf het rauwe startsein met Lanegan’s schorre strot als hoofdingrediënt, en weg waren we voor een uiterst gevarieerd festivaluur waarbij voornamelijk uit ’s mans laatste drie albums werd geput. De donkere electronische beats onder “Ode To Sad Disco”, “Harborview Hospital”, en “Floor Of The Ocean” knisperden heerlijk weg op de hete tarmac van de Grote Kaai, maar evenzeer grossierde de ML band in sidderende bluesrock tijdens “Hit The City”, “Riot In My House” en de postume Screaming Trees song “Black Rose Way”.
Net als dit voorjaar in de AB gaf Lanegan een meer relaxte indruk dan zijn reputatie doorgaans laat uitschijnen. Er huist weliswaar geen volksmenner of spraakwaterval in de Amerikaan, maar toch was de man spraakzamer dan gewoonlijk. Hét kippenvelmoment van de avond diende zich aan toen hij het oorspronkelijk met Soulsavers opgenomen “Revival” aan een pas overleden vriend opdroeg. Met een withete dosis “Methamphetamine Blues” nam de groep afscheid van Lokeren, de plaats waar ons groot ongelijk werd bewezen: Lanegan kan je ook op klaarlichte dag diep in de ziel krassen, waarvoor onze welgemeende dank.

Over het Schotse Jesus & Mary Chain (****) van de broers Jim & William Reid kan er veel gezegd worden . Feit is dat hun materiaal  medio de jaren 80 baadde in onstuimige gekte, gekunstelde slordigheid en onverschilligheid . Band die stekeligheid , smerigheid, emotie en gevoeligheid samenbrachten in heerlijk materiaal!
‘Psychocandy’, baanbrekend album net dertig jaar teug, is er eentje dat we koesteren . Een kleine 15 jaar duurde hun carrière , maar hun werk had al beduidend wat minder spankracht sinds 94 met een ‘Stoned & dethroned’ .
Een eerste return van de broers was op het Coachella festival (2007) en 30 jaar na datum van hun debuut doen ze nu ook een rits concerten . De band stond aan de wieg van de shoegaze en samen met Sonic Youth hielden ze graag de gitaarpedalen ingedrukt .
In hun voetsporen hadden we bands als My Bloody Valentine, Ride, Slowdive , Loop en The House Of Love. Met een knipoog naar The Chameleons. Een recentere catalogue brengt ons bij Brmc, The Raveonettes , The soft moon , Big pink en A place to bury strangers . En je kan nog een enorme waslijst opnoemen van psychedelica bands die ook aanklopten bij de Schotse broers .
De ‘rewind’ concertreeks stond dus in het teken van deze ‘Psychocandy’ die integraal werd voorgesteld. De paddenstoelenkapsels van weleer hebben bij Jim plaats gemaakt voor een modale vijftiger , terwijl broer William , goed gezet, het nog graag houdt op zo’n Robert Smith kapsel en moeiteloos die spannende gitaarlicks speelt .

Persoonlijk moet ik al diep in m’n archief kijken wanneer we hen nog eens zagen … Futurama was memorabel mid80ies toen de band – neergestreken op de grond - het hield op (ultra) korte optredens in een mistig decor en sobere spotlights ; verder hadden we nog een optreden op Caracalla in Bellem , in onze buurt.

Dus die nostalgie deed ons hartje sneller slaan als deze plaat nog eens opgehoest werd, en de veertien nummers de revue passeerden .
“Just like honey” was de aanzet om in de juiste stemming te geraken . “Living end” , “The hardest walk” , In a hole” tekenden voor een band goed op dreef in het genre; vooral bij een “Never understand” , “Inside me” en afsluiter “It’s so hard” weet je wel waar vele bands de mosterd haalden , met die zwierige , galmende gitaarlicks en hun (noisy) effects .
Ze wisselden die fellere gitaarrock’n’rollende songs af , met sfeervoller, emotievoller werk ,  die weten te raken als “Taste of cindy” en “Something’s wrong”.
Even meegeven: de (noisy) effects waren in het totaliteit gedoseerd, en op die manier klonken ze toegankelijker.
Een heerlijk nostalgische trip ervaarden we meer dan een uur lang en de bijhorende nummers waren een schitterende keuze . Een broeierige, intense spanning hadden we van hun oeuvre,  “April skies”,  “Some candy talking” , “Head on” , Blues from a gun” en “Reverence” , die nazinderde en  mooi uitgesponnen werd  door de repetitief opbouwende ritmes.

“I wanna just die like Jeus Christ”, die muzikale pijn voelde je na zo’n reeks  nummers. Kortom, een ‘rewind’ concert om in te lijsten …

Tja die Kaiser Chiefs (***) van spring in ‘t veld Ricky Wilson , zijn al zo’n goede tien jaar bezig en werden al uitgenodigd op het nostalgisch event , TW Classic. De benevelde sound van die andere Britten werd weggeblazen door broeierige en energieke mainstreampop .
De Kaiser Chiefs zijn altijd wel goed voor een feestje , hoewel … als je de laatste cd’s op nahoudt , dan moeten we eerlijkheidshalve zeggen dat het scherpe randje er wat van af is en de uptempo stampers op het achterplan zijn geraakt . De vinnige stroomstoten hebben we nog steeds bij hun oudere songs , o.m. een “The angry mob” en “Everyday day I love you less & less” , in het begin van de set, en verder werden die mooi verdeeld in de set , waardoor we niet echt in een dip geraakten.
Een gretige Wilson wou zijn publiek knuffelen , het vuur aan de lont steken , alleen het publiek raakte nog niet op dezelfde golflengte en liet de dynamiek wat over zich heen waaien. Het was maar naar het eind toe , met “Ruby” , “I predict a riot”, het recentere “Coming home” en de Who cover “Pinball wizard” dat het publiek in beweging te krijgen was .
Toegegeven, ik genoot wel van die set die nog een paar oudjes tussenin had (“The moden way” , “Na na na na naa” en “Never miss a beat” , maar de nieuwere songs van een ‘Education, education , education & war’ misten die gezwindheid en opwinding.

Tja, na ‘I wanna just die like Jesus Christ’ kon “Oh my God” met handjes zwaaien en confetti het gitaarrock’n’roll avondje definitief besluiten. Een Lokerse Feesten ten top qua affiche dus …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2015/
Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Binic Folks Blues Festival 2015 - Rock-‘n-roll springlevend in Bretagne

Geschreven door

Binic Folks Blues Festival 2015 - Rock-‘n-roll springlevend in Bretagne
Binic Folks Blues Festival 2015
Festivalkaai
Binic (Bretagne)
31/07, 01 & 0208/2015
Ollie Nollet

Binic Folks Blues Festival 31/07, 1 & 2/08 - Eén lange maar boeiende aanloop naar de peetvaders van de garagerock, The Sonics

Het idyllische Binic (Cotes d’Armor, Bretagne) begint stilaan letterlijk uit haar voegen te barsten tijdens het Folks Blues Festival. Sprak men vorig jaar van zo’n 25000 à 30000 bezoekers, dan waren er dit jaar waarschijnlijk opnieuw een pak meer. Hoe dit eclatante succes te verklaren is blijft een beetje een raadsel.
De programmatie lijkt me niet meteen de reden voor deze enorme volkstoeloop. Ok, dit jaar hadden ze The Sonics maar wat dacht je van de drie headliners op vrijdag : Son Of Dave, JC Satan en Urban Junior? Dat zijn drie namen die niet eens de Pit’s laten vollopen (de laatste twee speelden er ook effectief) en toch kon je er op de koppen lopen. Een betere verklaring is wellicht het feit dat dit een gratis festival is en misschien nog meer het totaal ontbreken van ook maar enige controle. Iedereen is er vrij zijn eigen drank mee te brengen wat dan ook massaal werd gedaan. Het was echt opvallend dit jaar. Er waren overal glascontainers geplaatst maar die konden de gigantische toevloed aan leeggoed echt niet slikken. Dat kolossale drankverbruik uitte zich ‘s avonds telkens in een immense moshpit met talloze crowdsurfers terwijl de sfeer er steeds opperbest bleef en incidenten gelukkig uitbleven. Een ideale situatie ook voor de groepen die slechts zelden of nooit zo’n respons krijgen.

dag 1 –vrijdag 31 juli 2015

Mijn parcours begon vrij teleurstellend bij James Finch Jr, een halfzachte singer-songwriter uit San Francisco, die enkel te pruimen viel als hij zijn gitaar wat gruizig liet mijmeren. De bassist hoorde dan weer beter thuis op een kermis en dat niet alleen vanwege die onnozele zonnebril.

Hot Flowers, een duo uit Bordeaux, begonnen vol vuur en lieten me twijfelen tussen een oude Crypt-band en Madensuyu maar na zo’n 20 minuten was het vet van de soep en moesten we het stellen met een derderangs Digger & The Pussycats.

Veel beter verging het The Blues Against Youth, een one-man-band uit Rome. Gianni TBay hield het bij tamelijk pure country en blues en kon aardig overweg met zijn gitaar. Jammer van de wel erg vlakke zang maar wie Townes Van Zandt en Hank Williams in één en dezelfde set covert krijgt van mij veel krediet.

La Bastard uit Melbourne was één van de vele groepen uit de stal van Beast Records, het platenlabel uit Rennes. Een surfgroep met een voluptueuze zangeres, het deed me dromen van Shannon and The Clams maar hier hadden we toch geheel ander vlees in de kuip. Powerpop en powersurf met een als bezeten tekeer gaande gitarist die duidelijk de tijd van zijn leven beleefde. Sympathiek, dat zeker maar ik krijg mijn surf liever wat subtieler geserveerd.
‘Subtiel’ zal waarschijnlijk ook niet in het woordenboek van Henry’s Funeral Shoe (Wales) staan. Toch konden de broers Aled en Brennig Clifford me moeiteloos inpakken. Het ging hier om bluesrock in een minimale bezetting met uitvergrootte riffs van een wijdbeense gitarist die het grote gebaar niet schuwde en met vooral een geweldige drummer die regelmatig zo’n half metertje boven zijn stoel uitwipte.

JC Satan uit Bordeaux (enkele leden komen oorspronkelijk uit Turijn) bleek geëvolueerd van een Thee Oh Sees-kloon naar een niets ontziende pletwals van noise, psychrock, garage en zelfs een snuif progrock. Gitarist Arthur Satan trok met zijn, van de smeerolie druipende, gitaar alle aandacht naar zich toe terwijl zangeres Paula zich eerder bescheiden opstelde en me een paar keer deed denken aan onze eigenste Little Trouble Kids. Maar JC Satan is tegenwoordig met niets of niemand meer te vergelijken en hield het volledig volgelopen plein aan de Pommelec scène, dat minstens vijfmaal groter was dan vorig jaar, compleet in de ban.

One-man-band Urban Junior bedient zich van synths, gitaar, drums en een 80’s beatmachine terwijl hij door een megafoon zingt. Niet gewoon dus en daarbij haspelt hij ook nog eens alle genres door elkaar : van blues tot disco. Iets teveel elektronica naar mijn gedacht maar daar zullen de vele danslustigen zeker geen boodschap aan gehad hebben.

dag 2 - zaterdag 01 augustus 2015
De zaterdag werd fijn geopend met meteen één van de revelaties van het festival. The Lame (Turijn) bracht naast enkele ranzige punknummers en een stevige bluesstomper vooral ‘80’s gitaarrrock (zeg maar Green On Red) maar dan wel in Crypt-stijl : twee gitaren en drums. Hun plaat is trouwens gemasterd door Crypt-opperhoofd Tim Warren. Naast de geweldige zanger Stefano Isaia (ook actief bij de Movie Star Junkies) wil ik zeker ook de flamboyante drumster, Maria Mallol Moya, die tevens zorgde voor een sexy tweede stem, vermelden.

Shake It Like A Caveman (one-man-band uit Tennessee) moet tijdens de allereerste editie van BFBF nogal wat indruk gemaakt hebben. Ik vond hem net iets teveel het publiek bespelen met zijn funky blues. Halfweg kwam de Franse saxofonist Pierrot Rault voor een verfrissende wind zorgen.

Delaney Davidson (Nieuw-Zeeland) zorgde in zijn eentje voor een bijzonder indrukwekkend geluid. Hij leek wel te toveren door verschillende lagen samples (van zijn stem, van zijn gitaar en van het getokkel op de klankkast ervan) op elkaar te stapelen. Het mooie eraan was dat het nog feilloos werkte ook. Even mocht Izobel Garcia (Los Angeles), die vorig jaar ook al met Reverend Beat-Man mocht opdraven, hem vervoegen. Maar na twee nummers (waaronder datzelfde Mexicaanse volksliedje van vorig jaar) liet hij haar met een dwingend handgebaar het podium alweer verlaten. Terecht want Delaney Davidson’s blues verdroeg geen inmenging van derden.

Het Franse duo Hummingbird (Nîmes) was op het eerste zicht niet bepaald publieksvriendelijk. De zanger-gitarist, Sylvain Arnaux, zat neer terwijl de drummer zich verborg achter een hangende basdrum. De twee bezorgden ons aan 16 Horsepower verwante americana waar echt wel enkele heel knappe dingen tussenzaten maar waar ik na een tijdje toch het etiket ‘aanvaardbaar’ op kleefde. Zo publieksonvriendelijk waren ze nu ook weer niet want een op het einde duidelijk aangeschoten Arnaux deelde zijn fles whisky gul met het volk.

De laatste plaat “Wayne interest” van Tijuana Panthers vind ik eerlijk gezegd een sof maar hun zonnige surfpop gedijde hier uitstekend. Mede dankzij de uitzinnige reacties raakte de steeds forser spelende band meer en meer op toerental terwijl ik me kostelijk amuseerde met het in de gaten houden van de gitarist, een Benny Hill lookalike!

Afsluiter op het grootste podium (La Banche) was Ought uit Montreal dat een plaat uit heeft op het gerenommeerde ‘Constellation Records’. De vier jongelingen brachten verrassend gevarieerde postpunk, flink gekruid met wat noise, en beschikten met Tim Beeler over een fameuze zanger die zijn stem (ergens te situeren tussen Ian Curtis en Scott Walker ) flink liet galmen. Vooraf leek Ought een wat vreemde keuze maar achteraf kon ik er best mee leven.

dag 3 – zondag 02 augustus 2015
Prima start op zondag met meteen een feestje : Hipbone Slim & The Kneetremblers (Londen) wisten met hun authentieke fifties rock-‘n-roll vooral de vrouwen aan het dansen te krijgen. Af en toe mocht er iemand op het podium kruipen om de maracas te schudden, iets wat dan weer de mannen meer interesseerde. Heerlijk ook hoe ze Gene Vincent nog eens van onder het stof haalden terwijl ik het altijd fijn vind om de flegmatieke drummer, Bruce “Bash” Bland terug te zien.

Kaviar Special, vier jongelingen uit Rennes, laveerden tussen sixties garage, psychrock en grunge wat tot een aanstekelijk en verfrissend resultaat leidde, ook al omdat de Black Lips meermaals om de hoek kwamen loeren.

Heel wat minder vond ik het duo Escobar uit Limoges. Powerpunk met een goeie gitaar en dito drums die na een tijdje de eentonigheid niet kon ontwijken terwijl de zang te veel in de glamrock baadde.

Met Ron S Peno & The Superstitions (Melbourne) had ik het soms moeilijk. Schitterende groep waarin vooral gitarist Cam Butler en toetsenman Tim Deane de uitblinkers waren maar Ron S Peno zelf werkte met zijn licht obscene gebaren me soms op de zenuwen. BFBF is altijd erg karig met informatie over de groepen zodat ik ze niet meteen kon plaatsen. Maar toen ze een cover speelden van Died Pretty (wie kent ze nog?) begon het me stilaan te dagen. Dit was gewoon de zanger van Died Pretty die ook nog bij Screaming Tribesmen een verleden heeft. Wanneer ik mijn aversie wat opzij kon duwen hoorde ik bij momenten de keel toesnoerende gitaarrock met knap uitgewerkte songs.

Harlan T Bobo (Memphis) kwam daarna zijn sympathieke zelf zijn en sprong al snel van het podium om zijn fans uitgebreid te knuffelen. Hij zag er wat sjofel uit mede door die handig, met zwarte tape, herstelde laars maar bleek goed geluimd en vertelde ons zelfs over zijn erotische dromen met Paula H. van JC Satan in de hoofdrol. De set begon met enkele van zijn sterkste nummers, kende daarna een dipje om superieur te eindigen met wat nijdig rockende songs.

Uiteindelijk was het zover : tijd voor de groep waarop iedereen al drie dagen zat te wachten : The Sonics. Ik had strategisch helemaal vooraan postgevat omdat ik wel wist wat er zou gebeuren. Vanaf de eerste noten veranderde het plein in een gigantische moshpit waarboven in een dikke stofwolk talloze crowdsurfers elkaar kruisten. En de veteranen deden, alsof er niets aan de hand was, gewoon hun ding zoals altijd : beginnen met “Cinderella om te eindigen met “The witch”. Tussendoor veel songs uit de nieuwe plaat, ‘This is The Sonics’, die zeker niet stoorden en een geweldige cover, “Keep a-knockin’” (Little Richard), gegild door ‘nieuwkomer’ Freddie Dennis. Ik heb het nu al vele keren gezien en weet telkens perfect wat er zal komen, toch blijft het een verademing om Rob Lind (sax), Larry Parypa (gitaar) en Gerrie Roslie (die op het einde ondanks zijn 71 lentes nog gezwind een been op de toetsen van zijn piano zwiepte) aan het werk te zien. Terwijl het stof geleidelijk neerdwarrelde had ik nog aanzienlijk wat werk om alle ingewanden terug op hun plaats te krijgen.

Binic Folks Blues Festival : het blijft een uniek gegeven.

Organisatie: Binic Folks Blues Festival

Brakrock 2015 - zalig kleinschalig!

Geschreven door

Brakrock 2015 - zalig kleinschalig!
Brakrock 2015
Park Kasteel ter Elst
Duffel
2015-08-01
Hans De Lee

Op wereldvlak moet Vlaanderen volgens mij toch de plaats bij uitstek zijn waar tijdens de zomermaanden zowat het meeste festivals doorgaan op zo’n bescheiden oppervlakte!  Elk gehucht, dorp of stad heeft wel zijn eigen feesten, openluchtconcerten, festival of muzikaal evenement!  En tal van vrijwilligers en muziekliefhebbers zetten wekelijks met een groot hart hun beste beentje voor om elk evenement succesvol te laten verlopen.

Brakrock in Duffel is daar sinds een paar jaar een mooi voorbeeld van en heeft zich vooral toegelegd op een gevarieerd aanbod uit het punkrockgenre. Tot het grootste festival in Vlaanderen zal het allicht nooit uitgroeien, en dat is maar goed ook, maar het hoort zeker bij de kanshebbers om te titel van sympathiekste festival in de wacht te slepen.  Ongedwongen, budgetvriendelijk, kleinschalig, met oog voor het milieu en in een prachtige omgeving kunnen zowel inlands punkrock talent als enkele internationale acts hun ding doen op 2 podia tussen de bomen, naast het water van De Nete en in de schaduw van de kasteelruïnes van Kasteel ter Elst.

YOU NERVOUS? uit Lokeren en omstreken mocht de spits afbijten en deed dat met veel plezier en overgave!  Hun frisse punkrock pur sang klonk heel aanstekelijk en kon de eerste Brakrockbezoekers meteen overtuigen.  Deze gasten hebben de juiste spirit en energie en zullen ongetwijfeld nog groeien en bekender worden.  Veel zal afhangen van de kwaliteit en de reactie op hun eerste CD die allicht nog dit jaar wordt uitgebracht.  Ik ben alvast fan en wens hen veel succes in de toekomst, te beginnen bij hun optreden in Slovenië op Punk Rock Holiday!

GENERATION 84 was de volgende band, alweer van eigen bodem en alweer van zeer degelijk niveau.  In hun (punk)rock zaten live wel iets meer metal en hardcore invloeden verwerkt en ook de zanger wisselde met zijn krachtige stem geregeld tussen cleane vocals en indrukwekkende screams.  Het nummer “Production Line” is mij het meest bijgebleven.

Net als Ieperfest kreeg Brakrock af te rekenen met heel wat (last minute) cancels en zo viel Victims of Circumstance in laatste instantie nog weg en zou The Decline pas veel later op de dag kunnen spelen wegens ‘geblokkeerd’ in Duitsland. Eerder had ook al headliner Guttermouth het laten afweten.  Jammer maar helaas en hoedje af voor organisator Kim Vervoort en team om toch nog alle gaten in de affiche netjes op te vullen.  Respect!

En zo kwam totaal onverwacht het hardcore ensemble MOMENTS uit Tessenderlo invallen op de Riverstage (mainstage naast De Nete).  Hun stevige, agressieve set kwam zeer overtuigend en intens over.  Wat een brok melodieuze hardcore was me dat.  Check maar eens een nummers als “The Architect” van hun recente CD ‘Hopes & Dreams’ en overtuig jezelf.  Met dit nummer sloten ze een sterk optreden in Duffel af!

SET THINGS RIGHT zette als het ware het optreden van Moments verder.  Opnieuw hardcore van de bovenste plan uit Vlaanderen.  Na een bombastische intro werd meteen hard van leer getrokken en wisselden loodzware stukken af met meer melodieuze passages.  De dubbele vocalen klonken zeer geslaagd en ‘vloeiden’ mooi in elkaar over.  Het deed mij af en toe denken aan Stick to your Guns.  De CD ‘This is Home’ bewijst wat deze kerels in hun mars hebben en smaakt alvast naar meer.

THE DECLINE zat zoals reeds gezegd hele tijd vast in Duitsland en kon niet tijdig in Duffel geraken daarom werd F.O.D.  zo goed gevonden om het gat in de affiche snel op te vullen en hun optreden was een schot in de roos.  De zoveelste punkrockband uit Vlaanderen luisterde dus onverwacht het Brakrock publiek op met hun melodieuze punkrock, goed in het oor liggende songs van CD ‘Tricks of the Trade’ en zelfs een cover van openingsband YOU NERVOUS? (met leden van die band op het podium).  Alweer het bewijs dat punkrock in Vlaanderen toch echt wel leeft en er heel wat kwaliteit zit in een generatie van bands die dapper timmeren aan de lange weg naar (h)erkenning en succes.

Met SKIN OF TEARS zag ik de eerste buitenlandse act aan het werk.  Deze skatepunk ‘veteranen’ uit Duitsland bestaan al sinds 1991 en hun (bescheiden) succesnummers dateren al van een tijdje terug maar toch rocken ze nog als de be(e)sten en heeft frontman Torsten nog niets verloren aan uitstraling en energie.  Zijn rauwe stem klinkt wat a-typisch voor het genre maar niet minder overtuigend.  In de set zitten een paar pittige nummers die worden getest alvorens de groep in september de studio ingaat voor opnames van een nieuwe CD.  Fijn optreden!

NOT ON TOUR is altijd wel een beetje een vreemde eend in de bijt aangezien de band afkomstig is uit Israël (Tel Aviv) en dan nog geleid wordt door een ferme madam (Sima) on vocals.  Ik zag ze een tijdje geleden al aan het werk tijdens Groezrock en wist dus wat er mij te wachten stond : een potige set originele punkrock met ballen.  Voor het podium was het vrij druk en Not on Tour bevestigde hun reputatie moeiteloos met een overtuigend optreden.  Ondermeer ‘Dirty Envelopes’ klonk snel, fris en energiek.  Mooi was het moment waarop een nummer werd opgedragen aan Tony Sly, de zanger van No Use for a Name, die 3 jaar geleden overleed.

Uit Nederland was singer-songwriter TIM VANTOL komen overwaaien.  Met zijn originele mix van rock, country en rockabilly was het wel even wennen tussen al het punkrock en hardcore geweld van de dag.  Plots stond er immers een contrabas en een ‘klassieke’ gitaar op het podium…maar hij kweet zich met veel lef en enthousiasme van zijn taak en de respons van het publiek was navenant.  Mister Vantol en zijn muzikanten rockten en swingden dat het een lieve lust was.  Complexloze en heel geslaagde set!

Tijdens het nuttigen van een veggieburger en enkele bio-biertjes hoorden we THE SETUP uit een heel ander vaatje tappen.  Zoals altijd trakteerde deze bende uit Antwerpen de aanwezige fans en kijklustigen op een vette hardcoresound recht in het gezicht!  Gebracht met veel passie en overgave.  En dat al sinds 2002 en met een paar ‘genietbare’ CD’s op hun palmares.

Door het wegvallen van Guttermouth was het voor mij vooral uitkijken naar mijn persoonlijke headliner TEENAGE BOTTLEROCKET uit Wyoming (USA).  Dit viertal sierde paar jaar geleden ook al  de affiche van Brakrock en stond dit jaar ondermeer op Groezrock. 
Hun muziek is net als de heren zelf van pure (punk) rock’n’roll makelij,  in de goede traditie van hun grote voorbeelden The Ramones.  One, two, three, four…en rammen maar! 
Na de gekke intro van Black Eyed Peas begonnen de broers Ray en Brandon samen met collega Kody en Miguel in een rotvaart punkrocknummers van 2 minuten te lanceren op het talrijke publiek! “Skate or die” en “Bigger than Kiss” zaten vooraan in de set zodat de boel al van bij het begin genadeloos ontplofte.  Daarna werden vooral nummers gespeeld van de recente CD ‘Tales from Wyoming’ (I found the one, I wanna die, They call me Steve enz…), afgewisseld met een paar krakers van vorige CD’s, een cover van een Tony Sly –song en een medley met flarden van Metallica en The Ramones (Blitzkrieg Bop).  Het nummer “Headbanger” werd opgedragen aan hun metalhelden van Slayer.  Net als alle vorige optredens die ik van de band zag was het genieten van begin tot einde! Thanks dudes!

Voor mij zat Brakrock 2015 er na deze act op maar voor de blijvers was er nog Get Dead!, The Decline en afsluiter Diablo BLVD!  Een uitstekend trio om deze geslaagde en zonnige editie van het Duffelse festival met brio af te sluiten.  See you next year brakpeople!

Organisatie: Brakrock

Pagina 61 van 143