logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Deadletter-2026...
Festivalreviews

Stellar Swamp 2016 – Brussels Psych Music Festival

Geschreven door

Stellar Swamp 2016 – Brussels Psych Music Festival
Stellar Swamp 2016
Magasin 4
Brussel
2016-02-20
Ollie Nollet

Stellar Swamp is een Brussels festival voor psychedelische muziek dat vorig jaar in het leven werd geroepen door de plaatselijke groep Moaning Cities, in een samenwerking met Magasin 4 en Atelier 210, die voor de twee locaties zorgen. Dag twee lokte verrassend veel volk naar Magasin 4, dat zo goed als helemaal volgelopen was voor vijf toch relatief onbekende groepjes. Veel echte psychedelica hoorde ik er niet, althans wat ik onder dat begrip versta, maar dat kon de muzikale pret niet drukken.

De eerste groep vond ik meteen al de revelatie van de avond. Het Brusselse Azmari omschrijft zichzelf als een Afro Psychedelic Ethiogrooves Band! Een hele mondvol maar zelfs dat bleek niet voldoende om hun muziek te omschrijven. Verder hoorde ik nog reggae, funk en ethno jazz invloeden terwijl ze voor het hoogtepunt van hun set de inspiratie bij de Touareg blues hadden gevonden. In die waanzinnige stroom van verschillende invalshoeken meende ik ook nog echo’s van Pigbag en Allez Allez te horen. De ene keer klonken ze erg uitbundig om even later het tempo te laten zakken en heel bezwerend uit de hoek te komen. Dat laatste vooral door de enigmatische zangeres, Nadia Daou. Een bont gezelschap ook waarin de twee blazers (sax en trompet), twee percussionisten (drums en conga’s) en gitarist Gugliemo Souffrice opvielen.

Tweede band van de avond was Sound Sweet Sound  uit Toulouse. Dit zestal wist een impressionante geluidsmuur neer te zetten wat resulteerde in kosmische dronerock met naast de obligate zware gitaren een verrassende, Japans uitziende geluidstovenaar die in de weer was met verschillende fluiten en een melodica. Instrumentaal best te verteren maar het schelle gekrijs van het zangeresje, die ik eerder met een gothic band zou associëren, bezorgde me bijna een indigestie.

Het trio Wooden Indian Burial Ground uit Portland, Oregon nam een verpletterende start. Vette psych-rock met een zwaar overstuurde gitaar van zanger Justin Fowler, wiens stem me zowel aan Jello Biafra als John Dwyer herinnerde.  En het was zeker niet alleen de zang die de mosterd haalde bij Thee Oh Sees. Jammer dat een gebroken snaar al na het tweede nummer roet in het eten kwam gooien. Meteen was de (sneltrein) vaart uit de set, maar dat was niet alles. Terwijl Fowler de snaar verving, begonnen de bassist en de drummer alvast maar aan het volgende nummer met als gevolg dat ik het eindeloos herhaalde baslijntje reeds grondig beu was nog voor de song begonnen was. Daarna bleef de motor wat sputteren en bleef ik dat opgefokte rock-‘n-roll sfeertje van het begin missen. Het publiek had daar duidelijk minder last van en zette het massaal op een dansen. Toch bleef ik een knagend gevoel hebben dat hier veel meer had ingezeten.

Night Beats uit Seattle, Washington is één van de beste livebands van de laatste jaren maar ook bij hen bleef ik wat op mijn honger zitten. De eerste nummers werden wat verknoeid door het voortdurend gefoeter op de geluidsmensen van zanger-gitarist Lee Blackwell die voor de gelegenheid getooid was met een baret. Of zijn de nieuwe songs toch wat minder puntig dan de oude? Na een tijdje werd dan toch de juiste cadans gevonden en kregen we dampende psychedelische garagerock met een uit de diepste krochten galmende gitaar, die steeds bij de les gehouden werd door de adequate drums van James Traeger en de infecterend pompende bas van nieuwkomer Jakob Bowden. Net toen ik dreigde helemaal uit mijn dak te gaan gooide Blackwell het roer om en bracht twee onbenullige popsongs waarin hij plots heel conventioneel probeerde te zingen terwijl ook zijn gitaar plots heel mediocre klonk. Brrr. Wat was dat? Daarna herpakte hij zich toch en kregen we een schitterende finale waarin hij zijn stem liet huilen als vanouds en zijn gitaar gierend de bocht mocht uitvliegen.

Het Italiaanse Throw Down Bones mochten het feestje afsluiten en ze deden dat met verve. Nochtans lig ik zelden wakker voor dit soort muziek. Industrial soundscapes uit een laptop waarbij twee mannen in leren jekker wild tekeer gingen met een bas en een gitaar en die niet zelden als een geweer op het publiek richtten. Maar het zat verdomd knap in elkaar terwijl de repetitieve bas voor een hypnotiserend effect zorgde en de twee het ook nog eens visueel aantrekkelijk maakten. Hoewel, in een minder gulle stemming had ik ze misschien poseurs genoemd. Mooie set, alleen jammer dat het o zo voorspelbaar moest eindigen in een poel van noise met eindeloos gepruts en gepingel waardoor ik een eventuele bis niet meer heb afgewacht.

Stellar Swamp, tot volgend jaar!

Organisatie: Stellar Swamp ism Atelier 2010 + Magasin 4, Brussel

We Are Open 2016 – vrijdag 12 februari 2016

Geschreven door

We Are Open 2016 – vrijdag 12 februari 2016
We Are Open 2016
Trix
Antwerpen
2016-02-12
Sam De Rijcke

Als u ons om onze top drie van de beste Belgische platen van 2015 vraagt, dan zullen wij u prompt antwoorden : Steak Number Eight (‘Kosmokoma’), The Black Heart Rebellion (‘People, When You See the Smoke, Do Not Think It Is Fields They’re Burning’) en Flying Horseman (‘Night Is Long’). Als u ons vervolgens vertelt dat deze drie bands op dezelfde avond geprogrammeerd staan op het Trix showcase-festival We Are Open, dan draaien wij u spontaan een regelrechte tongzoen en springen wij als de bliksem in onze wagen om koers te zetten richting Antwerpen. Dat we er terloops nog wat ontluikend talent kunnen ontdekken, is lekker meegenomen.

We kunnen van tijd tot tijd wel een goeie pot noise verdragen, maar dan vragen we ook dat er een stel goede songs achter het lawaai schuilen, wat helaas niet het geval is bij het luidruchtige Gentse combo Crowd Of Chairs. Veel herrie en geschreeuw, geen songs.

Heel snel nog een nummertje meepikken van het duo Onmens. En net op het moment dat we denken van “Hey, zijn dit de Compact Disk Dummies niet ?” is het helaas al gedaan. Het klinkt wel bijzonder cool, en wij beseffen dat we met Crowd Of Chairs de verkeerde keuze hebben gemaakt.

Quasi in zijn eentje verantwoordelijk voor misschien wel het beste Belgische album van het afgelopen jaar (‘Night Is Long’) is Bert Dockx. Met zijn band Flying Horseman brengt hij weidse grootstadsblues met prachtige gitaren die geregeld naar een broeiende climax groeien, ergens tussen Richard Hawley, Television, Chris Forsyth en Roxy Music in. De geest van die schitterende nieuwe plaat dwarrelt ook over het podium dankzij prachtsongs als “Faithfully Yours” en “Brother”. Mooi, heel mooi zelfs, en veel te kort. Dat heb je dan met showcasefestivals.

Hadden ze naast het café, de club en de bar in muziekcentrum Trix nu ook nog een pikdonkere diepe kerker gehad, dan was dat de plaats waar de beangstigende klanken van The Black Heart Rebellion het best zouden gedijen. Helaas moeten ze het hier in de bar doen en daar gaat hun doorgaans hypnotiserende sound een beetje in het gewoel verloren, maar onheilspellende songs als “Body Breaker” en “Flower Bone Ornaments” blijven overeind. Sorry dat we het steeds blijven herhalen, maar dit zijn de Belgische Swans. En dit bedoelen we 100% als compliment.

Op naar de jeugdige stormrammen van Steak Number Eight. Amai mijne frak! wat een maturiteit! wat een overtuiging! wat een sound! wat een power! Steak Number Eight is een goed geoliede West-Vlaamse machine die loeiend hard en extreem krachtig op het hoogste toerental draait. We hadden het al door met die prachtige nieuwe plaat ‘Kosmokoma’ dat de groep er zowaar nog een paar flinke stappen op vooruit is gegaan, live zetten ze dat nog eens extra in de verf. Brent Vanneste is een geweldige frontman  die middels  moordsongs als “Your Soul Deserves To Die” en “Gravity Giants” zijn band naar hogere oorden schreeuwt. Dit rockt als een op hol geslagen bizon bij wie de stoom meedogenloos en onbegrensd uit een stel kollossale neusgaten gutst. Het is keihard, pokkenluid, loodzwaar en hondsbrutaal, maar het is van een zelden geziene klasse.

De Brusselse psychedelische retro rockers van Moaning Cities hadden we al eens eerder aan het werk gezien, en ze zijn nog geen haar veranderd (’t is hoogstens wat gegroeid). Ze zijn speciaal op een vliegend tapijt van Brussel naar Antwerpen gevlogen om er een stel in LSD gerijpte songs te komen spelen. Eén en ander wordt met een sitar nog wat extra opgefleurd om de hippiegeest nog sterker te verruimen. Soms ietwat te langdradig doch best wel aangenaam, maar de Black Angels-referenties liggen er nog steeds te dik op. Er is dus nog veel werk aan het ontwikkelen van een eigen smoel, maar ze zijn aardig op weg.

Van de papavervelden terug de garage in, alwaar Double Veterans met een stel korte en viriele garage-rocksongs de Trix Club in vuur in vlam zetten. Het is het bandje van Lee Swinnen, zoon van Guy, maar voor de rest heeft dit helemaal niets met The Scabs te maken. Double Veterans brengen met een heuse punkspirit een batterij simpele rechttoe rechtaan songs met een gortig kantje. Swinnen is duidelijk de baas van dit trio en hij jaagt zijn songs er door met een coole en vinnige nonchalance waarmee hij de zaal innig aan het pogoën krijgt. Faut le faire. Een bandje met pit, en volgens ons ook een toekomst.

Mag van ons met de prijs voor beste groepsnaam weglopen :  Cocaine Piss. Deze Waalse band is all the way to Chicago gevlogen om er met de legendarische producer Steve Albini hun debuutplaat op te nemen. Albini, die zelf is opgegroeid in de Amerikaans hardcore-punk scene, is nu wel aardig wat gewoon, maar hiervan zal hij toch ook wel even geschrokken hebben. Cocaine Piss verspreidt met name een hels kabaal, het is straight-in-your-face-hardcore met schreeuwerige female vocals, verschroeiende herrie waar zelfs Perfect Pussy een stapje voor achteruit zou zetten. Zo eindigt de avond als ie begonnen is, met een aanslag op onze trommelvliezen.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Eurosonic - Noorderslag 2016 - The European Music Conference and Showcase Festival

Geschreven door

Eurosonic - Noorderslag 2016 - The European Music Conference and Showcase Festival
Eurosonic - Noorderslag 2016 – 13 -16 januari 2016, Groningen
Diverse locaties
Groningen
2016-01-22
Birgit Van Asch

Vier dagen lang is Groningen, voor de 30ste keer dit jaar, even de belangrijkste stad in Europa. Of je nu van eierballen, mosterdsoep en vriestemperaturen houdt of niet, de stad in het hoge noorden van Nederland is waar je tussen 13 en 16 januari wil vertoeven als muziek je dagelijkse leven domineert. Eurosonic Noorderslag is hét Europees-internationale showcase- en conferentiefestival. Niet your ordinary festival inderdaad, maar wel het traditionele begin van de 'festivalzomer'. Muziekprofessionals van over de hele wereld komen hier de talenten die ze morgen in hun eigen zalen en festivals willen boeken ontdekken en netwerken dat het een lieve lust is. Ondanks de al even traditionele koude, hoef je niet te lang op zoek naar verwarming: elk kleinste hoekje van de stad waar een versterker en een microfoon in passen, wordt omgetoverd tot een concerttempel. Denk aan de imposante bakstenen muren van het Grand Theatre, maar evenzeer aan de lage plafonds van het verborgen café De Spieghel. Dit jaar huisvestten ze maar liefst 345 bands en hielden ze 42100 festivalbezoekers (deze verjaardagseditie was hélemaal uitverkocht) in hun greep.

woensdag 13 januari 2016
Woensdagavond aankomen in de stad betekent snel je spullen in een verloren gewaand pension achterlaten, snel het programmaboekje doorspitten en je naar de interessantste acts reppen, en zo gaat het door tot zaterdagnacht. Ogen en oren wijd open, want vorig jaar alleen al bestegen dé "sounds" van 2015 en 2016 als Years & Years, Jack Garratt, Oscar & The Wolf, James Bay en Ibeyi de podia.

Dit jaar gaf Bokka voor ons de aftrap op woensdag. Bokka is een mysterieus Pools trio, dat nooit ongemaskerd aantreedt en zelden dezelfde bezetting aanhoudt. Het idee achter de band klinkt veelbelovend: alle samples die ze gebruiken zijn fragmentjes van dagdagelijkse geluiden en van achter de maskers stijgt steevast aanstekelijke synthpop op. Fans van Kate Boy en The Knife kunnen hier ongetwijfeld hun hartje ophalen. De opkomst in het Grand Theatre stelt echter teleur en laat het net dié locatie zijn die een volle vloer nodig heeft. De etherische muziek reikt niet ver genoeg om de halfgevulde, metershoge zaal in vervoering te brengen en het aantal mensen neemt recht evenredig met het aantal speelminuten af. We kunnen het hen ook niet kwalijk nemen: Bokka communiceert niet met het publiek en de gimmicks flitsen meer dan hun talent. Helaas, blacklight-Heineken in dat keelgat gieten en de koude in.

Afterpartees slaagden er in Huize Maas wél in onze aandacht vast te houden. De Nederlandse publiekslievelingen werden vorig jaar uitgeroepen als een van de revelaties van Eurosonic 2015 en ze deden die titel dit jaar alle eer aan. Crowdsurfen, hide-and-seek met de versterkers spelen, Nellen doet het allemaal mét toonvaste stem. Vocaal hadden Afterpartees nooit de sterkste reputatie, maar de losgeslagen frontman heeft in de loop der jaren duidelijk flink geoefend. Ouder materiaal als "Lilly" en "Bathroom Floor" wordt met een geut bier de zaal in gespuwd, maar ook nieuwkomers in het oeuvre krijgen het publiek helemaal op de hand. Set afgelopen, een laatste biertje en gauw de verdwaalde zweetdruppels van mijn uitzinnige buurman van de wangen wrijven.

donderdag 14 januari 2016
Donderdag brengt ons als eerste naar de enorme Damsterstage, waar oude/jonge bekende Aurora de rij voor de ingang steeds langer laat worden. Maar wat is dat terecht. Deze 18-jarige Noorse ziet eruit alsof ze rechtstreeks uit een ijzig koud bos geplukt werd: sneeuwwitte huid, zwarte dikke veren als sjaal om de schouders  gedrapeerd en een stem die ijsblokken zowel kan laten smelten, als dat ze hen in 1000 scherpe stukken uit mekaar kan laten barsten. Toegegeven, Aurora's podiumprésence doet nog ietwat kinderachtig ongemakkelijk aan (al vond mijn gezelschap het eerder lieflijk en aandoenlijk, fair enough) en haar cover van Bowie's "Life On Mars" probeert net iets te hard een knoop in je maag te boksen. Maar wanneer haar band mee het podium bestijgt en alle ingehouden ingetogenheid de zaal verlaat: wàt een stem, wàt een heerlijke theatraliteit huist in dat tere meisje. Het contrast tussen haar kinderlijke stemkleur en de mature beheersing intrigeert en onderwerpt. De koningin van de Scandinavische electropop staat voor ons.

Moeilijk te evenaren zo lijkt het, zeker voor een jonge, even Scandinavische snaak als Elias (gedeelde geografische gebieden maken vergelijkingen des te gevaarlijker). Het Zweedse wunderkind gooide eerder hoge ogen met debuutsingle "Revolution", dus de lat ligt hoog. Zijn soulvolle r&b popsongs snijden door merg en been, maar klinken veel donkerder en warmer dan je ooit van een platinablonde Zweed zou verwachten. Deze keer is het Grand Theatre wel tot de nok gevuld. Gehuld in een soort witte t-shirtjurk perst Elias de noten de zaal in. Heel eerlijk: zijn backing zingt toonvaster dan hijzelf en is ongetwijfeld zijn garantie voor ¾ van de donkere soul in de performance. Maar zijn ijle stem en de bombast die de begeleidende muzikanten tegen de bakstenen van de zaal jagen, klinken aanstekelijk en zelfs al zijn we niet helemaal overtuigd, deze jongen boezemt genoeg muzikaal vertrouwen in om inderdaad een revolutie te ontketenen.

Na Elias ondernemen we een verwoede poging om nog een glimps op te vangen van het in Brighton gevestigde Black Honey. De indieband rond de sensuele Izzy Baxter slaagde er een jaar lang in onder de radar te blijven, bewust, maar hun shoegaze garagerock die opgebouwd is rond simpele melodieën is te potentieel succesvol om onopgemerkt te blijven. Zo blijkt, wanneer aangekomen bij café De Spieghel. De rij is een massa geworden en alleen groene bandjes mogen zich druppelsgewijs een weg banen door de meute. Maar de tien minuten van de show die ik op de toppen van mijn tenen heb proberen volgen waren het gevecht buiten helemaal waard! Black Honey rockt heel de tent bij mekaar.

De girlpower deze donderdagavond is ongezien en lijkt niet meteen aan kracht te willen inboeten. HVOB staat voor "Her Voice Over Boys", enough said? Het trio doet denken aan The XX, maar dan met Anna Müller achter de microfoon én mee achter de draaitafels én met een live drummer om het geheel organisch de zaal te laten betoveren. Betoveren, met feilloos uitgesponnen soundscapes en Anna's opwindende fluisterzang. Maar even hard terug op de begane grond knallen, want dat doen ze zonder genade met stuwende technobeats. Een persoonlijk hoogtepunt, getuige het feit dat ik zelfs niet het midden van de zaal ging opzoeken voor de beste geluidskwaliteit maar zo dicht mogelijk tegen het podium gekleefd stond, met de ogen dicht en de vuisten pompend in de lucht.

Tot grote spijt van vooral mezelf was de weg naar Simplon te lang om deze overdonderde muziekziel op tijd bij Mura Masa te krijgen. Gelukkig had de zaal net buiten het overbevolkte stadscentrum meer lekkers om de avond zo mogelijk nog geslaagder te maken: naast Skepta momenteel de grootste sterkhouder van de grimescene, Stormzy. Bookers better hurry als ze hem op hun podium willen, want deze held ging letterlijk voor goud. Het publiek was aanvankelijk iets kalmer dan de Londenaar gewoon was van Nederland (denk aan zijn show in de Melkweg een paar maanden geleden), maar laten we dat op de vrieskou steken. Stormzy klinkt grimmig en gevoelig tegelijkertijd en hij spit bars als een sneltrein, zonder onverstaanbaar te spuw-brabbelen. De turn up is ontdooid, Stormzy's trein draait op volle toeren en in de pit gaat het uiteindelijk helemaal los. "How can you be better than me?" vraagt hij. "Shut Up."

vrijdag 15 januari 2016
Vrijdag was een dag om als trotse Belg naar uit te kijken. Tijdens elke show van I Will I Swear die ik zie, is de groep rond Fien Deman en Jonathan Van Landeghem weer verder gegroeid, zonder uit haar intieme voegen te barsten. Zij voegt met haar volle stem warmte toe aan de breekbare teksten en melodieën die hij jarenlang in zijn slaapkamer schreef. Het intrigeert hoe jong deze getalenteerde muzikanten zijn en hoe ze toch in elke set een flinke portie maturiteit laten sluipen. Ze durven stiltes laten vallen en Fien Deman durft deze stiltes zingend weer op te pakken. Hun podiumprésence is misschien niet de meest levendige, het statief en de instrumenten zijn duidelijk veilige bakens om nog achter te schuilen maar nummers als "Fractures" en "Better Than This" gedijen gewoon het best op die Belgische bescheidenheid.

Snel naar die andere parel op de line-up, derde BBC Sound of 2016 en vol enthousiasme aan een weg naar de top aan het timmeren in haar bloemetjesjurk. Wanneer je online nummers van de Britse NAO beluistert, hoor je een soulvolle kinderstem die je als een kat besluipt en in je oor komt spinnen. Live gaat dat anders. Die vrouw, die spontane mini choregrafieën die ze uit haar armen schudt (tijdens het concert heb ik geprobeerd ze na te doen, ze leken heel simpel, maar tevergeefs) en die oprechtheid: haar neo-soul klinkt fris en opwindend en eigenlijk éxact als wat een ijskoud Groningen nodig had om even in de broeierigste plek ter wereld omgetoverd te worden. Wanneer ze haar hit met Mura Masa, "Firefly" inzet, gaat het volle Grand Theatre mee aan het dansen en niemand houdt op tot ze plots van het podium verdwijnt. Show afgelopen, iedereen fan, tot heel snel NAO.

Terug naar België dan, naar de voorlaatste act van een geweldige line-up in de grote zaal van Simplon die vrijdag (Fakear, Astrid S en Haelos traden eerder aan): Mugwump. Hoewel Eurosonic Noorderslag als showcasefestival voornamelijk kansen biedt aan getalenteerde nieuwkomers, is Mugwump hier een oudere eend in de bijt. De Belgen draaien al 25 jaar mee en hebben een tijdloze (dank, Pitchfork) waslijst tracks achter hun naam staan: interessante blends van 80's pop, filmmuziek, disco en techno. De complexe fusion oogst echter weinig succes bij het jongere publiek dat na de vorige acts in Simplon blijven hangen is. De enkelingen die vooraan het beste van zichzelf geven, als stonden ze op een trance/goafeest in de modder te trappelen, kunnen ook op weinig sympathie rekenen. Jammer van de muziek, dit publiek heeft nog een paar jaar extra op de teller nodig om het te begrijpen.

Afsluiten deden we deze keer met de loeiharde techno van Fjaak, tijdens The Big Bad After (de after waarbij dj's elkaar razendsnel opvolgen) die het verdriet om Subsonic moest helpen verwerken. Slechts drie kwartier hadden de Berlijners om de menigte in de bovenzaal van Simplon elke druppel alcohol uit hun lijf te laten zweten en ze slaagden met verve. DJ-geeks die we zijn puilden onze ogen al bij aankomst uit hun kassen bij het zien van alle hardware in de booth. Fjaak bouwt hun sets op met zowel analoge als digitale apparatuur, maakt de ervaring toch extra speciaal hé. Enige minpunt: drie kwartier was veel te kort. Er was gewoon geen tijd voor die anders dreigend lang uitgereikte beatscapes met slechts hier en daar een kleine tweak om de aandacht vast te houden en de climax ging telkens verloren in het volgende nummer. Maar ze beukten zo hard dat zelfs de wolken gingen schudden en Groningen after all bedekt werd onder een dikke, lang verwachte, sneeuwlaag.


zaterdag 16 januari 2016
De laatste dag van Eurosonic staat helemaal in het teken van Nederlands talent, met de indoor afsluiter Noorderslag. Zaterdag wordt de Oosterpoort tot in de kleinste ruimte bezet met talent dat het Nederlandse publiek al kon bekoren en hier de kans krijgt ook buiten de eigen landsgrenzen hoge ogen te gooien. Het is letterlijk een heen en weer lopen tussen de verschillende zalen, proberen aansluiten of ergens tussen wringen en je, als het even meezit helemaal laten opslorpen.
Dat laatste gebeurde meer dan eens, denk aan Tears & marble en Blue Crime die allebei wisten te betoveren, maar de grootste en voor ons eigenlijk enige eer is hier weggelegd voor Polynation. Het duo is een van de sterkhouders van het in Amsterdam gevestigde ‘Atomnation’ label dat ook de thuishonk is voor andere electro-crossover-house-jazz- al wat intrigeert artiesten, als Applescal (bezieler van het label), Weval en Koett. Polynation heeft ons heel wat klinkende verwijten opgeleverd, maar we wilden koste wat het kost een plek op die eerste rij bemachtigen. Ellebogenwerk dat loonde.
De twee zijn een brok energie op het podium, van die soort die knetterhard kan botsen en vonken, maar mekaar ook met graagte ondersteunt. Klinkt als een live jazz performance en dat was het ook, alleen al door de drummende helft die zichtbaar een jazzopleiding genoten heeft. Zo ingehouden en beheerst als hij bij momenten zijn slagwerk beroert, zo gaat zijn wederhelft helemaal los achter zijn dj booth en indrukwekkende stapel synths. Iedereen onder de indruk, iedereen flink aan het dansen en ook flink wat ogen die uit kassen rollen. Floating points en Bonobo zouden trotse peetooms zijn.
Wie niet op Noorderslag zélf aantrad, maar zaterdag wel een podium inpalmde dat niet tot de officiele line-up behoorde, was het viertal Yuko Yuko. in een verborgen kunstgalerijtje, vlakbij de uitgebluste Damsterstage, dat voor de gelegenheid door Subbacultcha was omgetoverd tot een waar hipsterparadijsje (pindanoten incluis), overtuigden zij en zij alleen mij he-le-maal van de scheurende, ijle psychpoppop die dezer dagen hoge toppen scheert. Op plaat klinkt het vaak te flets en gekreund om te zonder grimassen te bekoren, maar live!  Frontman Elias Elgersma zou samengeleefd kunnen hebben met Mac DeMarco. Zo'n band had Nederland nog niet: op-het-randje gitaarlijnen, drumpadded én drumgestelde beats, de scherp-ijle (het kan ja) van Elersma's vrouwelijke wederhelft op het podium en de hyperkineet zelve. Ik kon alleen maar hopen dat ik even funky kon dansen. Hipsters unite!


Organisatie: Eurosonic – Noorderslag

Den Trap, Kortrijk - Rock Trap - 25 jaar Rock’n’Roll Circus in Kortrijk

Geschreven door

Den Trap, Kortrijk - Rock Trap - 25 jaar Rock’n’Roll Circus in Kortrijk
Den Trap 25 Jaar
Kortrijk
2015-12-17 t/m 2015-12-20
2015-12-21
Lode Vanassche

25 jaar Rock’n’Roll Circus in Kortrijk: Echt gemeen van den Trap om muziekminnende mensen zo van hun stokken te blazen met Steak Number Eight – Goose – SX – Balthazar

Zowat elke Belgische band die wat te betekenen heeft (Black Box, Admiral, Goose, Van Jets,…)  heeft al in den Trap gespeeld. Maar ook andere kanjers zoals Chuck Prophet, Godfathers en Chris Spedding passeren  met graagte en passie. Het hoeft geen betoog dat Den Trap een begrip is in zuid West Vlaanderen en ook de rest van dit zakdoekje, België genaamd.

Vijfentwintig jaar nadat ik mijn eerste fles witte wijn soldaat maakte in den Trap is Peter en Co aan een heuse jubileum en triomftocht toe. De grootste concertorganisatoren hebben een arm veil of krijgen de natste dromen voor wat Peter geprogrammeerd kreeg. Zoek maar eens in heel ons land naar een kroeg die Steak Number Eight, Goose, Sx en Balthazar op het podium krijgt. Hoe doet dienen Peter dat nu? Het antwoord is even simpel als geniaal: Zijn legendarische liefde voor muziek en de mensheid. Peetn heeft godverdomme eigenhandig die gasten zowat grootgebracht. Zoals Maarten van Balthazar zelf vertelde, zetten iedere bovengenoemde hun eerste ietwat verlegen stappen op het podium die Peter en zijn Trap aanbood. En stuk voor stuk zijn ze later allemaal in de prijzen gevallen, van kunstbende tot en met rockrally’s.

En het waren feesten! Gehuld in een pietelair, buizenhoed en heuse pornosnor ontving onze gastheer Peter in een vierdaagse marathon zijn invités. Eerste band op dit Kortrijkse Rock’n Roll Circus waren dus postrockers en noisers Steak Number Eight. Brent en zijn manschappen wonnen ergens in 2007 de rockrally en worden nu acht jaar later met de meest positieve recensies overladen, ook in de buitenlandse pers, met hun nieuwste worp ‘Kosmokoma’. Een eivolle trap kon met volle teugen en oordoppen genieten van hoe ze door dit viertal werden omvergeblazen. Vergeet vooral niet dat Brent nog altijd maar 23 is en een heuse internationale doorbraak in het circuit nu al een feit is.

Electrorockers Goose kantoren nog steeds boven den Trap en zijn zowaar kind aan huis. Mannen die pukkelpop afsluiten en platwalsen, wie zijn ze wat doen ze? Juist , op de jubilee van den Trap spelen. Ontdaan van hun fantastische lichtshow en andere effecten zou je denken dat deze heren niet in overdrive zouden raken. Mis dus. Ze zijn er alweer niet in geslaagd om een slechte performance te geven. Het zijn alleen maar de besten die zich nog verbeteren. Met hun thuismatch, en dat zijn de moeilijkste, kwam  Goose, pakte bij de eerste noot het publiek in, liet het niet meer los, gaf het een overdosis adrenaline, zag dat het goed was en overwon. De overheerlijke apotheose en loei (gitaar) harde outro zal héél lang blijven nazinderen. Ik heb er geen ‘Words’ voor….Het maakt hen geen reet uit of ze nu voor een volle tent of weide of in een kleine kroeg spelen. Van professionaliteit gesproken.

Sx zorgde voor een warme beklijvende set waar oud met veel nieuw werd afgewisseld. Stefanie en co slaagde er met verve erin om met hun esoterische-indiepop en trance te brengen en te houden. Ze ontpopte zich met haar elegante ravissante slangebewegingen andermaal tot een opzwepende, creatieve en vooral lekkere frontvrouw.

Balthazar legde op een been en met de vingers in de neus de boel gewoon plat. Klankman Filip vertelde dat Maarten zijn enthousiasme naar het management niet kon verbergen toen hij wist dat hij in dat ‘kroegje’ Den Trap mocht spelen, als was het een klein kindje dat net een snoepje had gekregen. En dit na uitverkochte concerten in Parijs, Hamburg , Berlijn en in een recordtempo tweemaal verkochte AB ! Zegt dus ook veel over Peter en Den Trap, beste lezers!
De klank zat zo goed als perfect en we kregen een set om duimen en vingers van af te likken. Less is more als grootste troef en geen poeha of moeilijkdoenerij. Hopen muziek hebben die gasten mee!  Na opener “Deceny” passeerden onder andere “Leipzig Boatman Oldest”, “Looked” en “Blood” de revue. Definitief neergeknuppeld na de bisronde met “True”, “Sinking” ,”Claim”.
Balthazar weet als geen ander verschillende genres door elkaar te spelen en er heel gelaagd doch fantastisch twee en meer stemmen in harmonie erover te draperen. Intensiteit en speelplezier zoals het hoort. M
ag ik ook nog de fantastische doch bescheiden frontman bedanken voor een heuse sneer naar een of ander Kortrijks muzikantje door wiens gat de zon schijnt en die radio twee zowat heeft ingeslikt?  En ja, Patricia is de mooiste violiste die er rond loopt. Zou niet misstaan in een of ander Velvet Underground Tribute Band…..

Beste Peter, Pierre, Wouter, Pieter, Jeroen, Ruben, en nog zovele andere Trappers , jullie hebben Kortrijk op de muziekkaart gezet. Bedankt voor de laatste vijfentwintig jaar.  Doe er maar nog een jubileetje bij.

Organisatie: Den Trap , Kortrijk

GlimpsGent 2015 – Luistervoer voor de toekomst

GlimpsGent 2015 – Luistervoer voor de toekomst
GlimpsGent 2015
All Areas
Gent
2015-12-10 t/m 2015-12-12
Stan Vanhecke en Astrid De Maertelaere

Afgelopen weekend konden we alweer genieten van het vijfde Glimpsfestival in Gent, het leukste en meest uitgebreide showcasefestival van de Lage Landen. Meer dan 60 internationale muzikale talenten kwamen het beste van zichzelf geven op tien verschillende locaties in het centrum van de stad. Benieuwd of we weer met enkele pareltjes van bands worden geconfronteerd.

dag 1 – donderdag 10 december 2015
Wij trapten donderdagavond af in de zaal van de Charlatan om naar de Nederlandse jongens van Pauw te luisteren. De langharige Kees, Brian, Rens en Eszl brengen een soort psychedelische muziek met bassen. Soms melodieus en goed klinkend in de oren zoals bij “Visions”, “Abyss” en “Memories”. Soms wat in hogere sferen zoals in “Shambhala”. Ook de riff van “High Tide” kon ons wel overtuigen. Jammer genoeg begaf Pauw zich te veel op onnodige paden in sommige nummers en leken ze zelf niet goed meer te weten waar ze gingen uitkomen. Mooi afgewerkte nummers hebben we dus niet echt gehoord maar beloftevol zijn deze jonge gasten zeker. Ze lieten zelfs een blokfluit ‘cool’ klinken. Graag zien we hen binnen een paar jaar nog eens terug.

Daarna bleven we nog wat hangen in de Charlatan voor Protection Patrol Pinkerton of PPP. Meteen het hoogtepunt van deze eerste avond. PPP is op zijn jonge leeftijd al terug van weggeweest. Ze kwamen in de Charlatan voor de eerste keer hun nieuwste plaat ‘Good Music Beautiful People’ voorstellen. En dat was een succes. De zeskoppige indiepop band doet soms denken aan het melodieus spelend Vampire Weekend of Ben Howard en heeft ook veel weg van het Belgische Team William. Niet toevallig, de frontman van Team William, Floris De Decker, producete ‘Good Music Beautiful People’ en bassist Nils Tijtgat is in beide groepen actief. PPP begon sterk met “This Time”, onmiddellijk een oorwurm van formaat. Daarna mochten we al meteen snoepen van het nieuwe en dansbare “Don’t wreck this up”. Beide perfect afgewerkte nummers waarvan we konden genieten. Even daarna liet Jelle Denturck zich van zijn breekbare kant zien tijdens “Oh Boy”, een zoetgevooisd liedje dat hij zong met Frauke, die even het podium op kwam. We kregen ook nog “Future = our home”, een steengoed nummer waar iedereen gelukkig van wordt. PPP is dus helemaal terug, en dat wij daar blij om zijn! 

Na het fantastische Protection Patrol Pinkerton repten we ons naar het Duitse Fenster in de Minnemeers. Niet slecht, dachten we onmiddellijk. Het deed ons misschien een beetje denken aan Tame Impala, psychedelische hipstermuziek die hoog in de lucht wordt gemaakt. Een hoge stem, een metalen windklokkenspel en onvoorspelbare keyboardgeluiden werden aan elkaar geregen. In “Cat Emperor” en “Memories” klonk dat zeker goed maar over het algemeen verveelde Fenster redelijk snel. Veel nummers lijken te veel op elkaar, het werd dus een beetje saai op den duur. Het publiek slinkte dan ook behoorlijk, vreemd genoeg ook op de eerste rij, dat kan natuurlijk gebeuren op een showcasefestival. Fenster, niet slecht dus. Willen we ze opnieuw zien? Goh, eigenlijk niet.

We sloten onze donderdag af met een stukje Dans Dans. Zij hebben wel een unieke sound. De drie kerels van Dans Dans brengen een mix van instrumentale jazz en rock zonder al te veel poespas. We konden wel genieten van die manskerels zonder capsones. Dans Dans bracht mooi in elkaar overgebrachte nummers. We leken “Au Hasard” te herkennen, al is dat altijd moeilijk te zeggen bij Dans Dans, ze improviseren er namelijk helemaal op los. En ze doen dat goed.

dag 2 – vrijdag 11 december 2015
Op vrijdagavond planden we ons eerste optreden in de Sint-Jacobskerk. Het fijnzinnige Blackie & the Oohoos hebben alvast een fantastische naam, en ook het optreden konden we smaken. De zusjes Maieu brachten mysterieuze en spirituele droompop, alles met een heel broze en intimistische kant. We hoorden leuke nummers uit album ‘Song for two sisters’, perfect passend in de grote Sint-Jacobskerk. Een slimme zet van de organisatoren. We hoorden belletjes, zagen mooie kleuren en lieflijke muziek. Blackie & the Oohoos maakt misschien geen unieke muziek maar heeft wel een geheel eigen stijl dat de nieuwsgierigheid opwekt. Vooral “Song for two sisters”, het nummer gelijknamig aan het album bewees dat de band een blijver is. Mooi ritme, perfect afgewerkt, een stevige start van onze tweede dag op Glimps.

Daarna was het nog even binnenwippen in het Charlatan Café vooraleer we naar de zaal trokken om Rozi Plain te zien. Daar was de Deense Nils Gröndahl op de grond aan het kermen in een microfoon. Blij dat er kansen worden gegeven voor experimentele muziek, maar niet echt spek voor onze bek. Wanneer het soms moeilijk te onderscheiden is of het nu muziek is, of gewoon de versterker die het begeeft, dan haken wij af. Beluister van hem eens “Das Fenster” en je begrijpt wat we bedoelen.
Neen, dan konden wij meer genieten van Rozi Plain. De supersympathieke Britten hadden een goede babbel, één van de weinige groepen die het lef had om de interactie met het publiek aan te gaan. Rozi Plain breng ook gewoon leuke en vrolijke muziek, goed uitgevoerd met een mooie stem en een poppy sound. Wij wilden Rozi Plain onmiddellijk adopteren en in onze living zetten. De set paste mooi in elkaar. “Actually” heeft een zeer catchy melodietje, “Jogalong” hoorden we op fluistertoon met hoge keyboardnoten eromheen dansend. “Best Team” swingde wat meer en was wat luider dan de rest van de set, net wat op dat moment nodig was. In “Cold Tap” hoorden we zowaar een Taishokoto, een tof Japans snaarinstrument die goed bij de stijl van de band hoorde. Rozi Plain was dus zeker één van de fijnste optredens van de avond.

En het ging enkel in stijgende lijn daarna. In het Lakenmetershuis was Yalta Club net aan zijn set begonnen. De Parijzenaars brengen gevarieerde indiepop, denk aan groepen als Fanfarlo en Crystal Fighters. Yalta Club heeft al een volwassen show en enkele uitstekende hits, een echte ‘ontdekking’ kun je ze dus niet noemen. Ze zijn al even bezig. We hoorden “Late”, een nummer dat op het einde echt ontploft op de goede manier, trompet erin verwerkt en al. In “What’s coming after” werden de instrumenten tot een minimum beperkt en gingen alle bandleden samen al vingerknippend hun tekst opzingen. Fantastisch gedaan, het zorgde voor een samenhorigheid tussen band en publiek. Met “Of Mice and Godesses” ging het de donderende toer op. Zware drums en het meisje van de band ging met castagnetten en korrelige radiostem tekeer. Op het eind dansten ze met de vrolijkste melodie van de avond het publiek in met het gloednieuwe “Love”. De mensen in het Lakenmetershuis kwamen recht van hun stoel om mee te shaken met de band. Een staande ovatie op het einde van het optreden, je moet het maar doen in een zaal waar vooraf hooguit een tiental mensen ooit van je muziek hebben gehoord. Chapeau voor de zeskoppige band, een echte aanrader voor de opgewekte hipsters in deze wereld.

Op dat moment was het ook tijd voor de zware rockers van The K in het Charlatan Café, een volledig ander genre dan het voorgaande. Tijdens hun Winter Tour stopten ze twee keer in het Gentse. Donderdag hebben ze al het beste van zichzelf gegeven in het Trefpunt, georganiseerd door JauneOrange. Deze drie kerels lieten er geen gras over groeien en vlogen er meteen in met “Intrusive Behavior”. Actie was er genoeg op het podium met nummers zoals “Essential Chippendale”, “Sleeper Hold” en “20” of Discipline” en de energie vloog er vanaf. Hoewel het testosterongehalte in het Café heel hoog was, troffen we toch een setlist op een vrouwenblaadje aan. The K. ‘smijt’ zich volledig, af en toe volgt er zelfs een WOW vanuit het publiek. Om de show helemaal te stelen sluiten ze hun set af met “Streaks in the Sky”. De frontman doneert zijn gitaar aan een meisje uit het publiek. Ook de drums worden één voor één tussen het volk geplaatst om zo het nummer verder te zetten. Eén ding is zeker, deze noise rock zullen we niet snel vergeten.

We repten ons daarna terug naar het Lakenmetershuis, want daar wilden we Cristobal & the Sea nog even meepikken. Vier mensen uit verschillende landen hadden hun pinguïn-mascotte en sjaaltjes meegenomen naar Gent. De muziek brachten ze op blote voeten. Al snel kregen we de indruk dat de show rond deze mensen beter was dan de muziek. Dat bleek ook, we kregen het warm noch koud van de zogenaamd speelse en vrolijke nummers met dwarsfluitdeuntjes erbovenop. “My Love” en “Disquiet” waren de beste liedjes van het multiculturele gezelschap. Ze brengen bij wijlen een beetje een moderne versie van wereldmuziek zonder echte uniciteit te hebben. Het zijn ongetwijfeld goede muzikanten maar ze vallen een beetje weg tussen al het andere Glimpsgeweld.

We sloten deze tweede dag af waar we begonnen waren. Raglans kwam nog wat rocken in de Sint-Jacobskerk, boysband-style. De Ieren bleven het tempo hoog houden en zo sloten we de dag toch nog positief af. “White Lighning” konden wij bijvoorbeeld wel pruimen.

Wisselend succes dus op dag twee op Glimps in Gent. Uitschieters waren Yalta Club en Rozi Plain, Blackie & the Oohoos willen we zeker nog eens terug zien. De harde rockers van The K. zijn ook een aanrader voor de fans van het zwaardere genre.

dag 3 – zaterdag 12 december 2015
Op de derde dag van Glimps verwachtten we ons weer aan een heleboel nieuwe onontdekte pareltjes. We begonnen onze zoektocht deze keer in het Lakenmetershuis op de vrijdagmarkt. Daar speelde Jacob Bellens zijn ietwat tragische en sacrale popmuziek. Alles heel eenvoudig gebracht zonder simpel te worden. De man zorgt voor kippenvel met zijn mooie stem, zittend achter zijn keyboards. Iedereen hield de volledige set de adem in. Vanaf het begin met “Heart of Africa” had hij het publiek te pakken. Daarna was het af en toe iets luchtiger, dan weer confronterend eerlijk zoals de Deen het bracht. We kregen “Untouchables” en “Eight Arms to Hold You”,  beiden in dezelfde prachtige stijl. Voor het eerst speelde de band ook “Behind the Barricades”, een nummer met iets meer power maar even mooi als de voorgaande. Het speelplezier spatte ook van Jacob Bellens en de drie ondersteunende muzikanten af. “Polyester Skin” maakte het optreden helemaal compleet. Wij hebben intens genoten en kunnen niet wachten om hem nog eens aan het werk te zien. Ga hem bewonderen!

We bleven nog even in het Lakenmetershuis voor het Nederlandse Bird on the Wire. Het is natuurlijk moeilijk om in de sporen van een topper op het podium te gaan staan. De drie meisjes en jongen van Bird on the Wire maken psychedelische synthmuziek met een zachte en hoge stem eroverheen. Daar kwamen ook nog wat bassen en drums bij. Het heeft iets weg van Bat for Lashes of Cocorosie. Bird on the Wire kon niet helemaal overtuigen, ze spelen leuke nummers maar missen duidelijk iets. Dat werd ook niet opgevangen door een charismatische frontman of frontvrouw, waardoor alles een beetje eentonig werd. “Horse” was hun beste nummer en zat vast aan “Sandy”, gloednieuw gebracht vanop hun nieuwste plaat. Voor de rest dus geen verpletterende indruk achtergelaten, het kan natuurlijk niet altijd prijs zijn op een showcasefestival.

Yung stond vrijdag reeds paraat in de Handelsbeurs ter vervanging van Taragana Pyjarama. Zaterdag was deze indiepunkband te bezichtigen in het Minnemeers. Een bende jonge Deense knapen uit Aarhus verscheen op het podium. De zanger deed ons het eerste ogenblik een beetje denken aan supermario, het kapsel en dat snorretje. Dat terzijde, hadden wij meteen het gevoel dat het goed zat. Vooraf hadden we gelezen dat Yung dezelfde energie zou hebben als Nirvana en wij snappen nu wel waarom. Luide gitaren en hevig gedrum, tijdens “God” en “Blue Uniforms” bracht Yung een stevige portie rock. Twee nummers van hun nieuwe album ‘These Thoughts Are Like Mandatory Chores’ dat in september dit jaar gereleased werd.  Bij “Nobody Cares” en “Burning Bodies” bracht het stemgeluid ons terug naar het grungewereldje. Een duidelijke boodschap uit het publiek volgde: “Amai, die zijn goed”. En meer hebben wij daar niet aan toe te voegen.


Ondertussen pikten we nog twee bands mee, I have tribe en Go March, respectievelijk in de Sint-Jacobskerk en het Minnemeers. De stijlen konden niet meer verschillend zijn. De Ier bracht ballads vanop zijn piano, Go March rockte er op los. I have tribe was voor ons te rustig, Elbow maar slechter gezongen, zonder power. Zeker mooi om even te luisteren zoals in “Lungs”, zo’n liedje dat de gedumpte mens opzet. Al bij al was I have tribe niet spannend genoeg in dagen waarin zo goed als alles kan op muzikaal vlak. Dan hebben de jongens van Go March dat beter begrepen. De gitaar teasde en pleasde, de kopjes gingen op en neer. De nummers werden stevig opgebouwd en gingen aan het eind helemaal los.  “Chase” en “Rise” waren daar enkele van de toppers van de avond.

Glimps afsluiten deden wij waar de zaterdagavond begon, in het Lakenmetershuis. Daar was het de beurt aan Sherman, die het solo probeert de dag van vandaag. Hij speelde wel nog hit “By your side”, wat wel een flauw afkooksel werd van het origineel, doordat de drums uit de laptop komen. Bovendien misten we de backing vocals die het nummer zoveel leuker maken. Voor de rest had Sherman de elektronica in de armen genomen en stond hij wat in de stijl van Jamie XX op het podium. We hoorden een erg catchy nummer zoals “White City” en hoorden een leuke riedel in “Crosses”, beide nummers van nieuwe plaat ‘Ocean City’. De stijl was niet helemaal wat we ervan hadden verwacht, maar daarom niet minder goed uitgevoerd.  We luisterden graag naar Sherman, al was het misschien wat commercieel en hebben we een onuitwisbaar gevoel dat we nog lang zullen moeten wachten op de echte doorbraak. Maar wel een mooie afsluiter voor een fantastische vijfde editie van Glimps.

Meer dan 70 internationale bands zakten af naar het Gentse showcasefestival en lokte meer bezoekers dan ooit. Ook artistiek hebben wij erg genoten en deden enkele ontdekkingen doorheen de drie dagen. We herinneren ons Protection Patrol Pinkerton, Pauw, Rozi Plain, Yalta Club, Jacob Bellens en Yung. Toch weer een hele collectie nieuwe of bevestigende bands die we in de toekomst graag volgen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/glimpsgent-2015/
Organisatie: GlimpsGent  

Night Of The Proms 2015 – Het jaar van de verandering

Night Of The Proms 2015 – Het jaar van de verandering
Night Of The Proms 2015
Sportpaleis
Antwerpen
2015-11-13
Frank Gevaert en Erwin Vanlaere

Na 30 edities werd de concertenreeks van Night of de Proms grondig hertekend. Producent Jan Vereecke kondigde vooraf aan dat er nieuwe manieren gezocht werden om klassieke en moderne muziek met elkaar te verbinden en de voorbije maanden werd meer en meer duidelijk dat de wijzigingen inderdaad ingrijpend zouden zijn.

Geen vertrouwde gezichten zoals dirigent Robert Groslot en presentator Carl Huybrechts meer. Zij werden respectievelijk door Alexandra Arrieche en Kobe Ilsen vervangen. Ook het zangkoor Fine Fleur en de drie achtergrondzangeressen verdwenen uit het zichtveld. In hun plaats kwam het Nederlandse trio The Pretty Vanillas. Wie wel nog het podium zouden betreden, waren John ‘Mister Proms’ Miles, het orkest Il Novecento en de Electric Band.
Er werd door pers en publiek met veel belangstelling uitgekeken naar de impact van deze grondige herbronning. Het doorvoeren van een nieuwe stijl had de betrachting om de Night of the Proms een nieuw elan te bezorgen. Naarmate afgelopen vrijdag de premièreavond van de editie 2015 vorderde, zou evenwel blijken dat niet alle wijzigingen even succesvol uitpakten.      
Een fanfare die zich een weg baande doorheen het publiek, Natalie Imbruglia die onaangekondigd op het podium verscheen en « The Hanging Tree » bracht met de zangeressen van Scala die op hun beurt verspreid in de zaal opgesteld stonden: het was duidelijk dat de organisatie wou inspelen op het verrassingseffect.
De Puerto Ricaanse tenor Fernando Varela verschafte ons een eerste glimp van zijn kunnen  via « Verita », een mooie Italiaanse versie van « De Waarheid » van Marco Borsato, waarna het tempo opgevoerd werd door Basement Jaxx die met behulp van Il Novecento « Samba Magic » een extra zomers tintje gaven. Mooi om zien was ook hoe Alexandra Arrieche vooraf het publiek toeschreeuwde met de vraag of ze klaar waren voor een magische samba. We hebben het Robert Groslot aldus nooit zien doen maar in tegenstelling tot Arrieche, is hij niet van Braziliaanse origine natuurlijk. De verschijning van Arrieche werkte aanstekelijk en viel in de smaak van het publiek. Alleen spijtig dat Simon Ratcliffe (gitaar) en Felix Burton (percussie) van Basement Jaxx er iets te apathisch leken bij te staan om er een uitbundig vervolg aan te breien, laat staan hun versie onvergetelijk te maken.
Na « Flower Waltz » (Tchaikovsky) etaleerde de Amerikaan Gavin DeGraw zich als een rasechte publieksmenner. Toen hij gezeten aan zijn piano via een lift het podium opgehesen werd en « Soldier » inzette, deed hij ons nog wat denken aan een jonge Billy Joel maar bij het snedige « I Don’t Want To Be » zocht hij niet enkel de loopbrug maar ook de voorste rijen van het publiek op, waarbij hij zich meer en meer leek te ontpoppen als een blanke versie van Bruno Mars. De hoogste score qua entertainment mochten op rekening van DeGraw geplaatst worden. Vooral ook toen hij Arrieche innig ging omhelzen.    
Wie evenzeer de harten van het publiek (lees: de ogen van de mannelijke fans) veroverde, was Natalie Imbruglia. Deze Australische is op haar 40ste nog steeds een ravissante verschijning  en pakte de zaal niet enkel in met haar taille en glinsterende ogen maar ook met de vertolking van haar wereldhit « Torn ». Na een rol in de soapserie ‘Neighbours’ werd zij in 1997  eensklaps wereldwijd de nieuwste ster aan het firmament door deze cover van het nummer van Ednaswap (maar oorspronkelijk vertolkt door de Deense Lis Sørensen). De intro tijdens de Proms was erg ingetogen en intiem maar het nummer ontbolsterde via de orkestrale begeleiding. Imbruglia bracht in het Sportpaleis ook « Instant Crush » (origineel van Daft Punk), de eerste single van haar nieuwe album ‘Male’ waarop louter covers van mannelijke artiesten prijken.   
Dan achtte presentator Kobe Ilsen zijn moment gekomen om via een zogenaamde Kiss Cam een zoen te versieren bij Imbruglia. Daar slaagde hij – dankzij een ingestudeerd  nummer – in maar nekte alle spontaniteit door zich te bezondigen aan overacting. Dat de Kiss Cam tot hilariteit ook willekeurig uitgetest werd op het publiek, deed dit gelukkig snel vergeten.
En al helemaal toen exact een maand na de passage van U2 in hetzelfde Sportpaleis, hun «With Or Without You » opnieuw weerklonk in een prachtige vertolking door Scala. Via hun theatrale verschijning kreeg het koor niet enkel iedereen muisstil maar dompelde de zaal ook onder in een pre-kerstsfeer via de lichtjes (inderdaad ze zijn terug) die aan toeschouwers vooraf uitgedeeld werden. Helemaal een speld kon men horen vallen tijdens het door Fernando Varela vertolkte « Nessun Dorma » (Puccini). Varela zorgde hiermee wellicht voor hét hoogtepunt van de Proms en mocht rekenen op een meer dan terechte staande ovatie.       
Nog niet helemaal bekomen van deze prestatie, kreeg het publiek een lange intro van « Red Alert » van Basement Jaxx voorgeschoteld waarbij geëtaleerd werd dat dance en klassieke muziek niet met gekruiste degens tegenover elkaar hoeven te staan. Lag het aan Ratcliffe en Burton die zich opnieuw als vissen op het droge leken te gedragen of aan de onbekendheid bij het aanwezige publiek, feit is dat dit nummer hoewel fraai uitgevoerd, toch wat aan de massa voorbijging. En dat gold helemaal voor « Romeo ». Meer animo viel te bespeuren bij « Good Luck », niet in het minst door de imposante zangeressen Vula Malinga en Sharlene Evette Hector, allebei getooid in opvallende jurken en voorzien van dito pruiken.     

De pauze voorbij mocht Basement Jaxx nog een bijzonder kleine reprise brengen van « Good Luck » (het nut hiervan ontging ons) en verschafte Thuis-acteur Mathias Vergels uitgebreide toelichting bij de dramatische inval van Napoleon in Rusland. Dit ter inleiding van het door Il Novecento uitgevoerde wereldberoemde en historisch getinte « Ouverture 1812 » (Tchaikovsky). 
Na het van extra beats voorziene « Elegantly Wasted » gezongen door Scala, en het enthousiasme van Gavin DeGraw gedurende « Not Over You », brachten Fernando Varela en Michelle Oudeman (The Pretty Vanillas) « Vivo Per Lei » dat jammer genoeg in mineur startte omdat een tijdlang de microfoon van Oudeman niet werkte. Natalie Imbruglia bleef bij « Shiver » gelukkig van een dergelijk schoonheidsfoutje bespaard.
Dan was het moment aangebroken voor Joe Jackson die evenmin vrij was van enkele mankementen van technische aard (de videoschermen weigerden even dienst). Maar de ervaren Brit liet het niet aan zijn hart en nog minder aan zijn pianospel komen en trakteerde ons op mooie versies van « Home Town » (met dank ook aan Pachelbel’s « Canon In D ») en van klassiekers « Steppin’ Out » en « Is She Really Going Out With Him ». Vooral bij dit laatste nummer kreeg hij moeiteloos het publiek mee dat spontaan ritmisch meeklapte. « Slow Song » was misschien het minst bekende van het viertal maar werd wel voorzien van de pakkendste uitvoering.  
Wat een contradictie met Miley Cyrus’« Wrecking Ball » in de versie van John Miles. Een overdaad aan gitaren zorgde er voor dat de figuurlijke sloopkogel alle richting en precisie mistte. Op « Music » viel daarentegen niet zo veel op te merken al hadden we ook dat anthem van de Proms al imposanter horen klinken tijdens vorige edities.   
Ook Regi mocht op het einde van de show zijn duivels ontbinden en wuivende handjes opeisen via een klassiek uitgevoerde party mix waarbij onder meer « Alors On Danse » (Stromae), « Kernkraft 400 » (Zombie Nation), « Levels » (Avicii), « Heads Will Roll (A-Trak Remix) » (Yeah Yeah Yeahs) en « Sun Is Shining » (Axwell /\ Ingrosso) de revue passeerden.
Een verjongingskuur onderging ook het afsluitende lied want dit was deze keer niet van de hand van The Beatles of ABBA maar wel van Mark Ronson. Op de georkestreerde tonen van zijn « Uptown Funk » verschenen alle protagonisten ter afkondiging nog eens op het podium betraden en daarbij bewees vooral Fernando Varela van vele markten thuis te zijn want ook dit moderner werk leek hij volkomen te beheersen.

In deze editie ‘nieuwe stijl’ stonden enkele oudgedienden hun plaats af aan jongere exemplaren, werd er meer werk gemaakt van bewegende podia, moderne projecties en vuurwerk en werden er ook extra beats gepompt in diverse uitvoeringen. Ook werd het pure klassieke werk nog iets meer naar de achtergrond verdrongen. Van de muzikanten eiste Fernando Varela een hoofdrol op en kwam tevens Scala uitstekend uit de verf. Geen enkele  artiest ontgoochelde overigens. Enkel Basement Jaxx bracht niet helemaal wat we van hen zouden mogen verwachten maar het duo kon (opnieuw) rekenen op hun zangeressen. Ook de tussenkomsten van Kobe Ilsen waren niet altijd even geslaagd. Hij probeerde te snel en te onstuimig de zaal voor zich te winnen, schreeuwde zich daarbij hees en zijn humor was soms te cassant om nog echt grappig te zijn.
Maar de editie 2015 van de Night of the Proms stond duidelijk in het teken van de verandering en elke aanpassing moet een leerproces ondergaan. Bovendien zijn er nog shows tot 21 november dus is er gelet op de vakkundige crew, zeker nog ruimte om enkele verbeterpunten aan te brengen.     

Organisatie: NOTP + Sportpaleis Antwerpen

Festival Les Inrocks 2015 – Dag van de Gitaar

Geschreven door

Festival Les Inrocks 2015 – Dag van de Gitaar  
Festival Les Inrocks 2015
Grand Mix
Tourcoing
2015-11-12
Sam De Rijcke


Voor de eerste van de twee avonden had Festival Les Inrocks duidelijk voor de gitaren gekozen, meer bepaald voor noise, shoegaze, frisse gitaarrock en geflipte hallucinogene rock’n’roll. Het zou een bont en memorabel avondje worden.


Dat wij van Bo Ningen geen easy listening moesten verwachten, hadden wij ook al in het motje. Maar dat die extatische Japanners pokkenluid en met striemende gitaren gedurende een half uurtje de zaal mitrailleurgewijs zouden bewerken, deed ons toch even naar adem happen, ...en naar oordopjes. Wat een herrie. Op de laatste plaat ‘III’ valt er nog wat subtiliteit tussen de teringzooi te herkennen, maar live was dat al minder voor de hand liggend. Hun bonte mengeling van grunge, kraut-rock en psychedelica werd hier vooral door de genadeloze noise-molen gedraaid, als u naar een vleugje melodie op zoek was dan was u er aan voor de moeite. Nu snappen wij weer waarom de Japanners destijds berucht waren omwille van hun kamikaze piloten.

Onze oprechte excuses aan het Britse Wolf Alice. Wij zijn eerder dit jaar te hard geweest voor hun debuutplaatje ‘My Love Is Cool’. Wij hadden toen niet door dat Ellie Rowsell prachtig kon zingen (en door alleen maar de plaat te beluisteren konden we ook niet zien dat het zo’n schoon kind is).
Rowsell wist de nachtegalenstem van Elizabeth Frazer te koppelen aan de verbetenheid van PJ Harvey. Soms klonk die stem misschien nog wat te schuchter, maar dat maakte het dan weer sympathiek. Ook zeer bevorderend voor de strakke set van vanavond was de tijdslimiet waardoor de band wijselijk de zwakke tracks van die debuutplaat uit de setlist moest weren. Er werd resoluut gekozen voor het materiaal waar de snerpende gitaren vrijgeleide kregen, en die gingen een stuk heftiger tekeer dan op het album. We konden opgelucht ademhalen, de Cranberries-neigingen van de plaat waren nergens te bespeuren, Wolf Alice ging eerder de shoegaze toer op of neigde soms naar Blood Red Shoes en zelfs naar vroege Smashing Pumpkins (van de tijd toen Billy Corgan nog alles op een rijtje had).
Prompte rocksongs met snijdende gitaren als “You’re A Germ”, “Lisbon”, “Swallowtail” en “Giant Peach”, dat zijn de stenen waar Wolf Alice verder moet op bouwen, en dat hadden ze vanavond zelf goed begrepen.


Ook in het geval van The Districts moeten we onze mond met zeep spoelen, een paar maanden geleden waren wij niet echt te spreken over ‘A Flourish and A Spoil’, het debuutalbum van deze Amerikaanse band. De plaat deed ons een beetje te veel denken aan Britpop-plagiaat gecombineerd met tweederangs My Morning Jacket. Vergeet wat we toen gezegd hebben, dit bandje heeft ons nu de rekening gepresenteerd, vol in ons gezicht. The Districts schoten met scherp en de songs waren in hun live versies verbluffend energiek en boeiend, en dit niet in het minst door de vocale prestaties van frontman Rob Grote die zich in een dynamisch veld manifesteerde ergens tussen Jim James (My Morning Jacket) en Yannis Philippakis (Foals).
Dit bleek een strakke indierockband die tot grootse dingen in staat is. Nummers als “4th & Roebling” en vooral het geweldige “Young Blood” behoorden tot de strafste songs die we vanavond te horen kregen. We hebben bij onze thuiskomst meteen ‘A Flourish And A Spoil’ terug van onder het stof gehaald om die plaat een verdiende tweede kans te gunnen.


De meest ophefmakende band was ongetwijfeld het Britse zootje ongeregeld The Fat White Family, een fucked up  bende die zichzelf kennelijk al de nodige porties alcohol en vermoedelijk nog een hoop andere substanties had toegediend. Een groep met een knoert van een ‘je -m’en- fous’-attitude, ze deden zich voor alsof de hele wereld hun rug op kon, en dat was ook zo. Maar eenmaal die gasten ontploften in hun dynamische chaos van ophitsende songs, wisten we wat dit niet zomaar het zoveelste Britse groepje was maar wel de toekomst van de rock’n’roll. Wij hebben helaas nooit The Birthday Party live gezien, maar we kunnen ons voorstellen dat het zo iets intens moet geweest zijn, een geniale puinzooi met fel opgestoken middelvinger. Hier hing iets speciaals in de lucht, al duurde het helaas niet lang. Na een kwartier gaf één van de gitaristen er totaal misnoegd (en ook wel ladderzat) de brui aan, twee songs later verdween ook de rest achter de coulissen. Een uiterst woelig publiek bleef verbouwereerd en ontstemd achter, amper twintig minuten had deze denderende janboel geduurd, maar wel twintig van de meest waanzinnige minuten die wij de laatste jaren op een podium hebben meegemaakt. Legendarisch optreden, met een allure van “ge kunt allemaal vierkantig onze kl** kussen”. Rock’n’roll !

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Deathcrusher 2015 met o.m. Napalm Death, Obituary en Carcass

Geschreven door

Deathcrusher 2015 met o.m. Napalm Death, Obituary en Carcass
Deathcrusher 2015
Trix
Antwerpen
2015-10-31
Frederik Lambrecht

Wat we al lichtjes vermoed hadden kwam een goede week geleden ook uit, namelijk dat dit minifestival uitverkocht zou geraken. Meermaals werden we eraan herinnerd dat tickets kopen aan de deur een onmogelijke missie zou zijn, dus dat het een drukke bedoening zou worden in zaal Trix te Antwerpen, daar kon je vanop aan!

Herod
mocht de aftrap geven, gevolgd door de progressieve metal van Voivod, maar wegens een te lange zoektocht naar een deftige parkeerplaats, en één waarbij we reglementair konden plaatsnemen, heb ik beide show niet kunnen aanschouwen. Gelukkig stond er al veel volk paraat waardoor ik lichtjes kon polsen naar hun optredens, waarbij het woord ‘degelijk’ meermaals aan bod kwam. Maar ja, de meesten kwamen uiteraard niet voor de openingsbands op deze avond maar voor de zware paté van Napalm Death, Obituary & Carcass.

Laten we er maar aan beginnen: enkele pintjes bestellen, een plaatsje zoeken voor het podium tussen de massa om vervolgens een luid applaus te ontketenen voor de Britse grind/death metal band Napalm Death, die het volk verwelkomde en er direct de beuk in gaf met het titelnummer van hun laatste album ‘Apex Predator-Easy Meat’. De moshpit was in het begin wat flauwtjes naar mijn gedacht, maar met “Silence is Deafening” (opnieuw een openingstrack van een album) begon de sfeer er nog meer in te komen. Van hun laatste album werden trouwens ook “Smash a Single Digit” en “How the Years Condemn” gespeeld, nummers die wederom bewijzen dat dit echt wel een goeie plaat is.
Ook aan sterk oud materiaal werd gedacht en zodoende gingen de armen en benen in de lucht tijdens “Scum”, “Deceiver”, het ellendig lange “You Suffer” en “Suffer the Children”. Deze set vloog helaas te vlug voorbij, ook omdat de nummers aan een energiek tempo onze trommelvliezen werden ingeblazen. Oh ja, de traditie werd verdergezet met cover “Nazi Punks Fuck Off” en het hard “Siege of Power” van het machtige album ‘Scum’. Wel, de toon was gezet, en als dit verder ging op dit elan, dan kon je de meesten hoogstwaarschijnlijk van de vloer rapen haha

Obituary
dan…voor sommigen is de stem van John Tardy een gesel, maar voor de meesten is dit een death metal stem pur sang. En ja, ik hoor bij deze laatste groep. Instrumentaal stond het als een huis en de hitjes werden van stal gehaald met oa “Redneck Stomp”, “I don’t Care”, “Dying” en “Slowly We Rot”. Zweten, zweten, meebrullen, duw in de nek, zweten, meebrullen, vuisten in de lucht, … en ga zo maar door, want dit optreden was subliem. Weinig tijd om te rusten, want er werd constant wel een bekende en/of harde riff in je gezicht geblazen. Puik werk jongens…en hopelijk tot binnenkort, want dit was een super optreden volgens mijn mening!

Aangezien voorgaande bands behoren tot een legioen van oudgedienden, dan was Carcass de heer een meester inzake death/grind geschiedenis. Althans toch qua naam, want helaas was de show niet veel soeps mijn gedacht. Persoonlijk had ik toch graag de duistere kant van Carcass aanhoort, maar helaas tapten ze teveel van het nieuwe vaatje, met name dus album ‘Surgical Steel’ uit 2013. Op zich is er niks mis met dit album, maar als je op de hoofdaffiche staat NA bovengenoemde bands, dan mag je voor mij wel bewijzen dat je daar met recht en rede staat…
Lijst ze maar op: 319853, 3Cadaver Pouch Conveyor System”, “The Granulating Dark Satanic Mills”, “Unfit for Human Consumption” en “Mount of Execution”… en zodoende was de helft van de set al opgebruikt. Gelukkig voor de oude fans werd ook nog eens in hun repertoire gespeurd waarbij ze nummers “Buried Dreams” en “Heartwork” van het gelijknamige album, “Incarnated Solvent Abuse” en “Corporal Jigsore Quandary” van het album ‘Necroticism - Descanting the Insalubrious’ speelden. Uit hun prille periode werden nog de obligatoire hits “Exhume to Consume” en “Reek of Putrefaction” gespeeld, nummers waarbij de ouwe getrouwen hun vingers en duimen mee aflikten. Maar algemeen gezien had ik toch meer oudere nummers verwacht op de setlist.

De klank in de zaal Trix was wederom subliem en de affiche was een combo van old school bands en mocht er volgend jaar een heruitgave van deze affiche zijn, wel reken dan maar dat ik opnieuw present zal zijn! Er zouden mijn inziens meer van dit soort zaalshows mogen geprogrammeerd worden, want ik heb mij alvast geamuseerd…

Organisatie: Heartbreaktunes

Pagina 59 van 143