logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
dEUS - 19/03/20...

Ghostpoet

Ghostpoet - Tricky in maatpak ... en dat is een compliment!

Geschreven door

De invloed van BBC Radio 6 DJ Gilles Peterson in het spotten en promoten van opkomend talent begint zo stilletjes aan John Peel-achtige proporties aan te nemen. Neem nu de Leftfield MC Obaro Ejimiwe - aka Ghostpoet - wiens eigen beheer debuut EP in 2010 een zodanige indruk maakte op Peterson dat die prompt aan de catalogus van diens eigen Brownswood label werd toegevoegd. De tussentijdse balans na vier full albums oogt zo mogelijk nog indrukwekkender voor een a-commerciële outsider als Ghostpoet: twee van zijn schijven sleepten intussen een prestigieuze Mercury Prize nominatie in de wacht, en uit alle muzikale windstreken duiken collega’s op aan de deur van de opname studio om een gastbijdrage met Ejimiwe te kunnen inblikken.

Met de afgelopen herfst verschenen ‘Dark Days + Canapés’ worp onder de arm leek het dan ook een koud kunstje voor Ghostpoet om de AB Club volledig te doen vollopen. Opener “Many Moods At Midnight” maakte meteen duidelijk aan de fans van het eerste uur dat de tijden van Ghostpoet als eenzame MC on stage definitief voorbij zijn. Tegenwoordig staat Ghostpoet voor een hechte groep die de ongemakkelijke rhymes en stuiterende beats van weleer aanvullen met een organische ritmesectie en ijle gitaren.
Zoals de titel van zijn jongste opus al enigszins suggereert heeft
Ejimiwe inmiddels ook de zwartgallige postpunk van Bauhaus, The Cure en Siouxie ontdekt. Het heeft zijn muziek er een pak donkerder, maar daarom niet minder toegankelijk op gemaakt. De klankkleur van Massive Attack’s claustrofobische meesterwerk ‘Mezzanine’ dat dit jaar 20 kaarsjes mag uitblazen is wat dat betreft een belangrijk referentiepunt. Het mag dan ook geen toeval heten dat de opwarmende DJ Madame Moustache net voor de aftrap nog eens “Angel” uit die plaat door de boxen joeg! Van Massive Attack is het maar een kleine stap naar ene Tricky, die net als Gil Scott-Heron en Roots Manuva in het rijtje invloedrijke muzikale rolmodellen van Ghostpoet past. OK, we hebben Tricky zelden of nooit in een strak maatpak weten steken, maar de zwartgallige voordracht, de schaduwgevechtjes on stage en de serene iewat afstandelijke houding tegenover het publiek refereren onmiskenbaar naar het enfant terrible van de triphop.
Tijdens de anderhalf uur durende set stonden vooral het laatste album en diens al even briljante voorganger ‘Shedding Skin’ (’15) centraal. Beide platen worden bevolkt door tal van gastbijdragen die intussen zodanig stevig met de nummers vergroeid zijn dat elke andere versie inferieur is aan het origineel. Zo klonk het post-triphop juweeltje “Woe Is Meee” in de AB een pak minder urgent door de afwezigheid van de dreigende bariton van Massive Attack’s Daddy G, en kerfde “Shedding Skin” net iets minder diep in de ziel zonder de onderkoelde fluisterstem van Melanie De Biasio. Ter compensatie fungeerde de bijna onzichtbare toetseniste regelmatig als tweede stem, en één keer haalde ze zelfs een viool boven en voorzag hierbij “Blind As A Bat...” van een psychedelisch folkrandje.
Het wereldbeeld van Ghostpoet lijkt wel geïnspireerd door zijn huidskleur: zijn songs zijn doorgaans gitzwarte observaties die in de ik-vorm vertellen over menselijke miserie in al haar vormen. Als tegen het einde van de set het relaas van een bootvluchteling in het ijzingwekkende “Immigrant Boogie” passeert moeten we toch even slikken: “I was dreaming of a better life/With my two kids and my lovely wife/But I can’t swim and water’s in my lungs/So, here it ends, well, life has just begun”. Dat uitgerekend dit nummer vorig jaar werd uitgebracht als vooruitgeschoven single typeert Ghostpoet volledig.

Afsluiten deden
Ejimiwe & co met “Freakshow”, een van postpunk doordrongen triphop epos dat in andere tijden en een betere wereld wekenlang de toppositie van De Afrekening zou moeten innemen. Echter, zo lang nietszeggende ondingen als Imagine Dragons de plak zwaaien moet Ghostpoet zich tevreden stellen met een reputatie als cult hero. Onze platenkast staat er vol van, dus ondergetekende hoor je niet klagen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Architects

Architects onder de indruk van de sterke respons!

Geschreven door

Architects onder de indruk van de sterke respons!
Counterparts, While She Sleeps & Architects
Ancienne Belgique
Brussel
0
1-02-2018

Het beloofde weer een gezellige avond te worden in het hartje van Brussel want niemand minder dan Architects (die notabene vorig jaar nog als voorprogamma van Parkway Drive in de AB stonden) kwam ons verwarmen als headliner op deze koude donderdagavond. Met in hun zog While She Sleeps en Counterparts.

We waren juist op tijd aangekomen om nog een deel van de Canadezen van Counterparts mee te pikken. De zaal was nog niet helemaal vol gelopen voor de agressieve/melodische hardcore van deze mannen maar dat deerde de band duidelijk niet. Nummers als 'Choke', 'Haunt Me' en 'Witness' werden door de diehards van voor aardig mee gebruld. Herhaaldelijk vroeg de zanger en gitarist om een moshpit en circlepit maar het was duidelijk nog vroeg voor de meesten. Afsluiten deden ze met 'The Disconnect'. Aardig begin van de avond maar toch was het duidelijk dat de meeste hier kwamen om wat er hierna allemaal te gebeuren stond inclusief mijzelf.

Klaar om de volgende band te checken. Beginnen deden ze met 'You Are We' en het was al snel duidelijk dat de mannen van While She Sleeps volle gas vooruit zouden gaan want echt veel tijd hadden ze niet om de zaal te doen ontploffen. Maar dat hadden duidelijk ze niet nodig ook. De zanger liet het publiek in no time uit zijn hand eten en raasde als een bezetene over het podium. Nummers als 'Civil Isolation', 'Seven Hills', 'Brainwashed', 'Death Toll' en 'Four Walls' passeerden de revue. De positieve energie tussen het publiek en de band was te voelen tot op het laatste stoeltje bovenaan. Als voorlaatste nummer speelden ze 'Silence Speaks' weliswaar zonder Oli Sykes maar dat was duidelijk niet nodig om de menigte met de teksten te laten schreeuwen. En na de dollemans rit waren we helaas al aan het laatste nummer gekomen, want op de tonen van 'Hurricane' was het al aftellen naar de headliner .

Het was tijd voor Architects en aangezien de zaal beneden helemaal vol was en er bijna geen plaats meer was om te bewegen besloot ik boven aan te staan want ik wou de show op het podium niet missen. Ik zag de band nog deze zomer op Graspop maar vond dat het geluid niet echt geweldig was en hoopte dat dit deze avond anders zou zijn en zo was het ook. Van in het begin werd je door Sam Carter en de rest meegenomen in een reis door de meeste van hun albums. Beginnen deden ze met 'A Match Made In Heaven' en 'Downfall' van hun recenste album All Our Gods Have Abandon Us, later in de set was het ook nog de beurt aan 'Gravity', 'Deathwish'. De vlam zat dan al goed in de pijp, en de het was eigenlijk overbodig te vragen of de energie goed zat. Ook het Lost Forever/Lost Together album mocht niet ontbreken. O.a. 'Naysayer', 'Broken Cross', 'Dead Man Talking' en na 'The Devil Is Near' was het tijd voor een speach zoals alleen Sam Carter het kan over dat iedereen gelijk is, dat er al genoeg haat in de wereld is. En van hun album Daybreaker speelden ze 'Black Blood' & 'Alpha & Omega' . Rascisme, homofobie is een ziekte en iedereen zou moeten ingrijpen als ze dit zien gebeuren.  Zoals ik al zei was de zaal beneden vol maar toch kregen ze tijdens 'Phantom Fear' toch een moshpit/wall of death voor geschoteld. Er was nog 'tijd' voor 2 nummers. Eerst was 'Gravedigger' aan de beurt . Daarna speelden ze als hommage aan het overlijden van Tom Searle (hun gitarist en de persoon die al de teksten schreef en in augustus vorig jaar de stijd tegen kanker had verloren) 'Doomsday' waarbij er bij mij toch wat haar op mijn armen recht kwam. Hij bedankte het publiek om te komen kijken naar hen en kon de massale belangstelling niet geloven (dit heeft hij wel tienmaal gezegd). En het licht ging uit.
N
atuurlijk kwam de band nog eens op het podium voor het overlijden van hun dierste vriend Tom Searle. En als afsluiter nog 2 nummers van hun laatse album 'Nihilist' en 'Gone With The Wind'. Een meer dan geslaagde show, waarbij je het gevoel had dat het nog wel een uurtje mocht doorgaan zo. En een terechte headliner waarbij het niet kon uitblijven dat ze de aAB zouden uitverkocht krijgen.

Setlist While She Sleeps: You Are We – Civil Isolation – Seven Hills – Brainwashed – Death Toll – Four Walls – Silence Speaks – Hurricane
Setlist Architects: Match Made In Heaven – Downfall – Naysayer – Deathwish – Broken Cross – Dead Man Talking – Alpha Omega – Black Blood – Gravity – Phantom Fear – The Devil Is Near – These Colours Don't Run – Gravedigger – Doomsday – Nihilist – Gone With The Wind

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Douglas Firs

Douglas Firs - Americana ruist overtuigend door onze naaldtakken

Tijdens het Gentse lichtfestival konden de fans van Douglas Firs hun hartje ophalen in de oude Gentse bibliotheek, dat nu bekend is als NEST. Gertjan Van Hellemont zorgde voor een prima presentatie van hun nieuwste plaat, ‘Hinges of Luck’.

De band begon dan ook met “The Both of Us” een topnummer van die derde langspeler. Een song vol melancholie, maar vooral in het begin. Het nummer switcht al snel naar het stevigere gitaarwerk, waardoor het publiek wel scherp wordt gehouden. Van Hellemont en kompanen waren zeker niet zinnens om er een setje op ‘automatique’ van te maken. Ook zo in “Caroline”, dat een beetje scherper klonk dan vroeger, op “The Long Answer is No”. Uitschieters in de stem, een mondharmonica en een korte gitaarsolo zorgden daarvoor. Toch tijd voor een meer up tempo nummer, moet de singer-songwriter hebben gedacht, want met “Everything is a Lie” kregen we wat snelheid in de set, met een stevige bas. Het is waarschijnlijk het meest Amerikaans klinkende nummer in de Americanastijl die Douglas Firs wel heeft.
Een heel mooi begin dus, jammer dat daarna even wat geluidsproblemen waren bij bassist Simon Casier (ook bekend van Balthazar en Zimmerman). Gertjan loste het sympathiek op met een kort praatje. Sympathieke gast eigenlijk, zonder valse bescheidenheid. Dat geldt trouwens voor de volledige band, dat zo ‘down to earth’ overkomt dat je je bijna begint af te vragen hoe ze überhaupt aan een indie band zijn begonnen. Waarschijnlijk omdat het zo’n fantastische muzikanten zijn, talent drijft boven. Beste voorbeeld daarvan was Cleo, dat op haar verjaardag even kwam meezingen tijdens “How Can You Know”, een ingetogen liedje dat veel weg had van Angus & Julia Stone. Daarna kregen we “Montréal”, geschreven op de eerste dag in Canada met heimwee naar huis en met een speciaal gestemd en twinkelend akkoord. Dat deed Gertjan Van Hellemont even alleen, bij “The Waiting Around” haalde hij Cleo en zijn broer, toetsenist van de band terug op het podium. “Er staan ook vrolijke liedjes op de nieuwe plaat”, begon de zanger. “Maar die zijn volgens mij al allemaal geweest.” Waarna we één van de mooiste nummers van de avond te horen kregen.

Het optreden kon ondertussen niet meer stuk, het publiek was in vervoering. Toch kregen we nog enkele toppers om af te sluiten. Het zachte “Undercover Lovers” met fantastische hoge zang. “The Long Answer is No” met beats als van een denderende trein.
En “Judy” van ‘The War On Dr…’, euhm, ‘Douglas Firs’ dus. Ze maakten een heel mooie set compleet.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/douglas-firs-31-01-2018/
Organisatie: Democrazy, Gent

The Strypes

The Strypes – Het dak eraf!

Geschreven door

Gisteren was het podium in de AB weggelegd voor de Ierse rockband The Strypes. Het jonge viertal zette de zaal van begin tot einde in vuur en vlam en we rolden weergaloos van het ene nummer in het andere. Hun oudste lid is dan misschien wel maar 22, hun muziek klonk nog nooit zo volwassen.

Vóór het jong geweld op ons wordt losgelaten, beklimt Max Meser het podium. De 25-jarige Brit brengt Britpop power ballads die ons met momenten doet denken aan The Last Shadow Puppets. Deze vergelijking komt misschien door het lichtblauwe kostuum van de bassist of de Miles Kane-waardige gitaarsolos. Met “Weak For Love” haalt Meser zijn meest swingende rockabilly kant boven en toont hij waarom hij een perfecte opwarmer is voor The Strypes.


The Strypes, die sinds 2010 bestaan en afkomstig uit Cavan, zijn aan hun derde langspeelplaat toe, namelijk ‘Spitting Image’. Ze waren onder andere al te bezichtigen op Rock Werchter en Dour, dus een Belgisch podium is voor hun geen onbekend terrein.
Vanaf de eerste minuut was duidelijk wat de bedoeling was van de Ieren. Misschien ietwat te enthousiast wilden ze het publiek meekrijgen met hun show. De gewillige toeschouwers kregen amper tijd om te ademhalen maar dat bleek geen probleem. Vlak voor bassist Pete O’Hanlon ontstond er ook snel een moshpit die anderhalf uur ononderbroken zou duren. Ook hijzelf genoot daar duidelijk van.
De mannen van The Strypes zijn ieder op zich wel wat speciaal. Veel gekkere bassisten zullen we nog niet gezien hebben. Laten we hopen dat hij goeie schoenen aanhad, wat hij heeft een redelijke afstand afgelegd op dat podium. De gitarist zorgde dan weer voor een ander hoogtepunt, want die speelde het refrein van “Blue Collar Jane” feilloos met de gitaar achter de rug. Ook het gesynchroniseerd schudden van de hoofdjes kon het publiek duidelijk smaken.
Op een avond die praktisch perfect liep waren er hier en daar toch enkele mankementjes. De drummer was iets te ijverig waardoor een nummer na 30 seconden eens herstart moest worden, een gitaar moest op het podium opnieuw volledig gestemd worden, maar dat werd ze haast direct vergeven door het publiek.
Hoewel hun muziek op plaat soms wat eentonig en niet zo actief klinkt, kunnen we wel zeggen dat ze live een prestatie van jewelste neerzetten. Een betere workout dan 90 minuten genieten van Ross Farrelly is er waarschijnlijk niet. Een ongetwijfeld hoogtepunt was er wanneer de hele zaal door de knieën ging om op het refrein van “Scumbag City” recht te veren.
“This was the best f*cking gig of the whole tour.” luidde het bij gitarist Josh McClorey.
De mensen in de zaal zagen ook hoe sterk The Strypes uit de hoek kwamen, wat resulteerde in iemand die hier en daar op het podium klom of nummers die luidkeels meegezongen werden. Een meezingmoment moest zelf onderbroken worden door een cover van “Psycho Killer”, origineel van Talking Heads.

The Strypes hebben nu wel overtuigend bewezen dat ze live ijzersterk zijn, en dat ze hun nummers tot in de puntjes beheersen. Een geslaagde avond vol rock, geduw en vliegende drumsticks.

Setlist: Rollin’ And Tumblin’ - Eighty-Four - Cruel Brunette
- (I need a break from) Holidays - Black Shades Over Red Eyes - Hometown Girls - Grind And Bear It - Freckle And Burn - Easy Riding - Angel Eyes
Get Into It - Behind Closed Doors - Great Expectations - Mystery Man - What a Shame – Still - Gonna Drive You Home - Scumbag City
- Heart Of The City - Blue Collar Jane

Ism Dansende Beren www.dansendeberen.be

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Adrian Crowley

Adrian Crowley is wel heel erg minimaal in de 4AD

Geschreven door


De 4AD was goed gevuld voor een triootje op zaterdagavond. We pikten nog de laatste nummers mee van de Londense Nadine Khouri, die op haar door John Parish geproducete plaat ‘The salted air’ ook hulp kreeg van de hoofdact van vanavond, Adrian Crowley. Te kort dus voor een beoordeling, het klonk allemaal nog al spaars, de nummers die we achteraf googelden, klonken niet slecht: een beetje pop noir, veel sfeer, iets voor fans van Mazzy Star en This Mortal Coil: minimaal, maar toch naar een hoger plan gebracht door de productie van Parish.

Head Full of Flames is een viertal uit het Brusselse dat al een tijd bezig is, maar voorlopig wat onder de radar blijft. De band ontstond aan het Leuvense Lemmensinstituut, en de bassist, Pieter-Seaux, ken je wellicht beter van bij het duo Hydrogen Sea. Head Full of Flames brengen rustige, knap opgebouwde gitaarfolk, je kan ze nog het beste vergelijken met Isbells. De nummers zitten goed in elkaar, de percussie legt subtiele accenten, en de zang mag er zeker zijn. Echte wintermuziek, die melancholisch is maar toch voldoende dynamiek vertoont.

Adrian Crowley staat altijd garant voor kwaliteit. Dit is ook zo op zijn nieuwe plaat ‘Dark Eyed Messenger’, waar hij zijn gitaar achterwege laat, en zijn bariton laat begeleiden door een mellotron. De Ier wordt dan ook heel hoog gewaardeerd door de critici, maar bij het grote publiek blijft deze 50-jarige folkie toch miskend. Crowley tourt dan ook heel low-key door Europa, en dat was eigenlijk het grootste probleem vanavond: bij gebrek aan opsmuk door een begeleidingsband klonk Crowley wel heel spaars: het eerste deel van de set speelde hij gitaar, in het tweede deel begeleidde hij zichzelf op mellotron, maar in beide gevallen was het zeer minimaal, en dit ten koste van de sfeer: stel je voor dat Nick Cave zijn ‘Skeleton tree’ zonder Bad Seeds had opgenomen, dan kwam je ongeveer uit bij wat Crowley vanavond in de 4AD bracht.
De Ier begon er aan met “Silver Beech tree” uit zijn nieuwe album, dat de hoofdbrok vormde van de set. Wij leerden Crowley kennen in 2013, toen we hem aan het werk zagen in de Nijdrop, en qua podium-act was dit heel gelijklopend: Crowley babbelt tussen de nummers door met het publiek, maar voor mij mocht er gerust meer swung en melodie in de uitvoering zitten: het was soms wel erg traag en erg parlando. Toen stelde Crowley zijn plaat ‘I see three birds flying’ voor, en ook vanavond bracht hij met “Fortune teller song” een nummer uit die meer gitaargerichte plaat.
Crowley heeft een goede muzieksmaak, dankzij hem kennen we nu ook een obscure song van The Velvet Underground, “Ocean”, en daar zijn we blij om. De beste songs deze avond waren “Catherine in the dunes” , “Valley of tears”, oud-testamentische hel en verdoemenis in de stijl van Dave Eugene Edwards, en “Unhappy seamstress” waarin hij ons terugvoerde naar de kindertijd met een opwindmuziekdoos: we hebben er ooit ook nog één gehad die “Te Lourdes op de bergen” speelde, dit exemplaar speelde een andere maar even krakkemikkige melodie. Afsluiten deed Crowley met een cover van een van zijn grote voorbeelden, Lee Hazlewood’s “My autumn’s done come”.

De platen van Crowley kunnen we aan iedereen aanbevelen, zijn optredens kunnen een begeleidingsband gebruiken, Crowley is geen Luka Bloom die met zijn gitaar een hele concertzaal kan begeesteren, daarvoor is zijn muziek ook te donker.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

The Sonics

The Sonics - Een onvermoeibare Rob Lind weet van geen ophouden

Geschreven door

Ondanks onheilstijdingen als zou de rock-‘n-roll dood en begraven zijn, die de laatste weken weer niet uit de lucht waren, wisten The Sonics, pioniers van de garagerock, de Kreun toch mooi vol te laten lopen. Rock-‘n-roll dood? Niet lucratief genoeg meer voor de media, dat wel.

Vooraleer het echte feestje kon beginnen werd ons The Error Team als aperitief geserveerd. Mijn verwachtingen voor dit trio uit Gent waren niet bijster hoog maar het werd een aangename verassing. Een Rhodes piano en een Hammond orgel (Matto Le D, ex Fifty Foot Combo), geflankeerd door soepele drums , zorgden voor een warme sound en knappe nummers, waarvan er enkele zeker niet hadden misstaan op ‘Sounds of the unexpected’, een uitmuntende verzamelaar die vorig jaar verscheen op Ace Records. De drie hielden het volledig instrumentaal en leken me een gedroomd combo voor bij de koffiekoeken. Misschien net iets minder geschikt als opener voor The Sonics. André Brasseur was een betere uitdager geweest, ze hadden de ouwe zeker nog het vuur aan de schenen kunnen leggen.

Het verhaal van The Sonics is genoegzaam gekend. Na twee uitstekende platen, ‘Here are the Sonics’ en ‘Boom’, midden jaren ‘60, hielden de vijf het wegens gebrek aan succes het voor bekeken. Hun muziek raakte echter, mede dankzij de talloze covers van onder meer The Cramps, Bruce Springsteen, The Black Keys en The Fall, echter nooit vergeten en eens de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en er een zee van tijd vrijkwam besloten de drie frontmannen samen met een nieuwe ritmesectie in 2007 The Sonics nieuw leven in te blazen. Eerst waren er slechts sporadisch optredens waarbij Sjock Gierle (ere wie ere toekomt) één van de eersten was om hen een plaatsje op de affiche te geven. Dat concert blijft één van de meest memorabele die ik ooit zag.
En ook The Sonics zelf hadden nu  de smaak te pakken. De tours volgen elkaar in snel tempo op en er komt zelfs een nieuwe plaat : ‘This is The Sonics’ (2015). Maar de leeftijd valt niet weg te cijferen en in 2016 kondigen gitarist Larry Parypa en toetsenist Gerry Roslie aan niet langer te zullen touren. Hun plaatsen worden ingenomen door respectievelijk Evan Foster (Boss Martians) en Jake Cavaliere (Lords Of Altamont). Vorig jaar slaat dan het noodlot toe wanneer bassist Freddie Dennis (de man met de fenomenale Little Richard strot) getroffen wordt door twee beroertes. Naar verluidt verloopt zijn herstel voorspoedig. Enkele Amerikaanse optredens dienen gecanceld te worden maar voor de Europese tour wordt Don Wilhelm, die er bij het prille begin van de reünie ook even bij was, heropgevist.
Als vanouds werd er afgetrapt met “Cinderella” maar het maakte ons niet meteen euforisch. De stem van Don Wilhelm was nauwelijks te horen terwijl de sound één doffe brij was. Was de man aan de mixtafel nog een uiltje aan het knappen? Gelukkig volgde er toch beterschap. Saxofonist Rob Lind, het enige overgebleven originele lid, genoot er zichtbaar elke seconde met grote teugen van. Ondanks zijn (vermoedelijk) 73 lentes werkte zijn enthousiasme aanstekelijk en de paar keer dat hij uithaalde op mondharmonica waren verschroeiend. Nu we de oerschreeuw van zowel Roslie als Dennis moesten missen (het enige minpuntje naast de lamentabele start van de soundman) werd er door iedereen behalve de drummer gezongen. Die drummer, Dusty Watson, was, met een verleden bij o.a. Dick Dale, Surfaris, Davie Allen and The Arrows, Lita Ford, Supersuckers, Slacktone en Agent Orange, trouwens geen van de minste.
Ook het verse bloed legde The Sonics alvast geen windeieren. Vooral gitarist Evan Foster kwam bijzonder snedig voor de dag terwijl Cavaliere op zijn beurt voor een tweetal gesmaakte nieuwe songs zorgde. Buiten die twee nummers was er trouwens zo goed als niets veranderd op de setlist vergeleken bij de vorige keren. Een paar Little Richard covers : “Lucille” en “Keep a knockin’”.
In de jaren ‘60 speelden ze zowat al zijn songs en was hun ambitie om minstens even goed als hem te zijn. Verder covers van tijd- en streekgenoten, The Wailers (“Dirty robber”), The Lords Of Altamont (“Get in this car”), Eddy Cochran (“C’mon everybody”), Richard Berry (het onverwoestbare en geheel eigen gemaakte “Have love, will travel” en “Louie Louie”) en Barrett Strong (“Money”).
De ene hit na de andere, swingend als nooit tevoren, om het kookpunt te bereiken met “Boss Hoss” en uiteraard “Psycho”.

Ook de bisronde kende geen verrassingen maar wie zou daarom malen : “I don’t need no doctor” (Ray Charles), “Strychnine” en “The witch” (de song waar het allemaal mee begon) liet de meute helemaal uit haar dak gaan. Nee, The Sonics zijn nog lang niet uitgezongen. Er wordt zelfs gedacht aan een nieuwe plaat.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-sonics-26-01-2018/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-error-team-26-01-2018/

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Starcrawler

Starcrawler - Ranzige Californische rock

Geschreven door

Overgewaaid uit L.A. en ginder onder meer dankzij lieve woordjes van Dave Grohl en Ryan Adams binnengehaald als de nieuwe hype. En dat met een debuutplaatje die nog geen half uur in beslag neemt. We snappen het wel, want er zit verdomme pit in dit bandje.

Vooreerst stellen we vast dat zangeres Arrow De Wilde nogal wat rock’n’roll attitude heeft en het podium met een vettige dosis lef inpalmt. Graatmager is dat mens, we vragen ons af of dit nog wel gezond is, maar eigenlijk zijn het onze zaken niet. Eerder in interviews stelde het slangenmens dat Ozzy Osbourne haar grote voorbeeld is. Hier kunnen we niet echt volgen, maar het zegt wel iets over de rock’n’roll allure die dit groepje nastreeft.

Starcrawler is immers meer punk dan hard-rock. De gitaar is smerig, de songs zijn korte adrenalinestoten, de riffs rammelen dat het een lust is en de energie die er uit voortkomt is hectisch.
Wij horen The Runaways, prille Yeah Yeah Yeahs, Ramones en Johnny Thunders & The Heartbreakers. Daar tussenin zit wat gortige hard-rock en gepeperde glamrock. De songs richten zich steeds op de onderbuik en Arrow De Wilde verkoopt er met plezier nog een extra stamp in het kruis bij.
Neen, dit is hoegenaamd geen nieuw geluid, maar het is een bandje die de flow, de looks en de sound heeft en die er met pure rock’n’roll nonchalance een gortige lap op geeft. Vettige nummertjes als “Ants”, “I Love L.A.”, “Let Her Be” en “Pussy Tower” werken bijzonder aanstekelijk en banen zich een gruizige weg tussen de zuilen van de Witloof bar.

Het hele gebeuren duurt amper drie kwartiertjes, maar we zijn wel overtuigd. De hype is gerechtvaardigd, ook al is dit niets nieuws onder de zon. It’s Only Rock’n’Roll, maar het snijdt, briest en jakkert als een ouwe Ford Mustang met opgefokte motor die luidruchtig door de straten van L.A scheurt.


Organisatie: Botanique, Brussel

UB40

UB40 – Hartverwarmend concert

Geschreven door


Woensdag 24 januari, de warmste 24ste januari sinds de metingen ooit blijkt uit de nieuwsberichten & het was niet anders in De Roma deze avond. Aan de bar is het een gezellige bedoening want we zijn nog steeds in de nieuwjaarsmood. DJ Beatbuster die het voor & na programma mag verzorgen heeft zich goed voorbereid, enkel reggae nummers in zijn set & vestimentair hield hij zich ook al aan de bekende reggae kleuren, groen geel rood. De kleuren van, nee niet de Jamaicaanse vlag, maar wel van de Ethiopische ;-)
Want alhoewel de meeste reggaesterren van het Caraïbische eiland Jamaica afkomstig zijn, vindt de reggae zijn spirituele oorsprong in Ethiopië.  Tot zo ver de ‘trivial pursuit’ weetjes, want waar de term UB 40 voor staat weten jullie wel, toch ? Juist !

Maar ik zou het over het concert hebben, de gordijnen floepen open & front staat Brian Travers met zijn sax in de aanslag, van bij de eerste noot herkennen we “Food for thought”, het meezingen kan beginnen & de toon van de avond is gezet. Echt swingen doen ze niet op het podium, een stapje naar links & een stapje naar rechts, meer is het niet, maar wel in de maat, dat dan weer wel . . . Mooie bezetting trouwens, percussie & drums flankeren de blazers en de sax, er is een gitarist & bassist, broer Duncan beperkt zich tot zang & broer Robbin doet de leadgitaar, zingt en mompelt de bindteksten. Broer Ali doet niet meer mee, deze zien ze enkel nog in de rechtszaal omwille van hoe kan het ook anders financiële geschillen. En dan is nog de oudste Campbell, broer David, het zwarte schaap van de familie, in plaats van leadzanger te worden koos hij de weg van het snelle geld, via een gewapende overval, de snelste weg naar de gevangenis bleek achteraf . . . Maar dit geheel terzijde.

Na de eerste nummers wordt Antwerpen welkom geheten met het verzoek om een beetje mee te zingen & te dansen, wat dan ook volop gedaan wordt op “Cherry oh baby”. Waarna er enkele nummers volgen uit het laatste album, ‘Getting over the stom’, dat dit laatste album al weer dateert van 2013 kan de pret niet drukken. Na de meezinger “Sing our own song” krijgen de romantische hardcore fans hun momentje van liefdesliedjes met onder andere “Bring me your cup” .
Met een knipoog naar hun goede vriend, maar jammer genoeg veel te jong overleden Robert Palmer (1949-2003) volgt het immer mooie “I’ll be your baby tonight”. Vervolgens komt de bassist (Earl Falconer) met “Reggae music” in de spotlights, hij rapt, swingt en zingt zich een eind in het rond, ook het nummer “Baby” neemt hij voor zijn rekening. Na deze performance mag ook de percussionist (Norman Hassan) even in het voetlicht treden, hij moet zich jammer genoeg beperken tot 1 song want hij heeft te kampen met een zware verkoudheid waardoor hij praktisch geen stem heeft. Maar hij perst er alles uit bij “Boom Shaka Lacka” en compenseert het gebrek aan zang met wat extra danspasjes.
De band lijkt één grote familie die er lol in heeft en ze lachen wat af zo onder mekaar, dat draagt natuurlijk alleen maar bij aan de sfeer. We krijgen nog “Here I am” met veel sax en blazers, in één beweging brengen deze laatsten de dames op de eerste rijen in vervoering. De bezwete handdoekjes worden gretig opgevangen (jakkes) & wellicht als relikwie bewaard, tja elk is fan op zijn of haar manier, toch ? Met hoe kan het ook anders “Red red wine” (geschreven door Neil Diamond) verlaten de heren het podium, maar gelukkig niet voor lang, want we misten nog een topnummer.
En inderdaad op de tonen van “Don’t break my heart” komen ze één voor één terug hun plek innemen, waarna we nog “Kingston town” krijgen, één van de blazers filmt ondertussen het voltallige publiek met zijn I-phone en daarmee blijf je harten winnen natuurlijk.
Als toemaatje zingen we uit volle borst mee op de immer populaire Elvis cover “Can’t help Falling in Love”.

Goed gemutst verlaten we de Roma, dit was een hartverwarmend concert, blij dat ik er bij was.

Setlist : Food for thoughts / One in ten / Maybe tomorrow / Come back darling / Cherry oh baby / Midnight rider / Blue eyes crying in the rain / Sing our own song / Bring me your cup / Love is all is all right / Impossible love / Sweet sensation / I’ll be your baby tonight / Reggae Music / Baby / Boom Shaka Lacka / Here I am / Red red wine
Extra : Don’t break my heart / Kingston town / Can’t help falling in Love

Organisatie: 
Greenhouse Talent + De Roma, Antwerpen 

Pagina 140 van 386