logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Ora Cogan
Jon Spencer

Hooverphonic

Hooverphonic: romantiek voor een fatalistische Valentijn

Geschreven door

Hooverphonic vierde vorig jaar z’n tienjarig bestaan met de ‘Electric Hoover tour’, waarbij ze hun debuutalbum ‘A new stereophonic sound spectacular’ voorstelden. Het was een fijne terugblik naar de roots van de trippop, zoals we het hoorden van Tricky, Portishead en het fel onderschatte Lowpass van eigen bodem.
Het heeft alvast het duo Callier/Geerts en de lieftallige, mooi ogende zangeres Geike Arnaert muzikaal geïnspireerd voor de nieuwe cd ‘The President of the LSD Golfclub’, want er is meer het werk van een echte band; het knip- en plakwerk en de strijkersarrangementen zijn volledig op het achterplan. De plaat onderscheidt zich door ‘60’s gitaarrock’n’roll, ’70’s psychedelica toetsen, ‘80’s wave en een diepe bas, gedragen door de hemels breekbare, ijle én soms onheilspellende stem van Geike. Hooverphonic staat op die manier in voor een poppy dromerige en een filmisch, bevreemdende, dreigende sound.

Een ingenieus lichtdecor van stroboscoopeffects en witte spotlights (aan de statieven van draaiende spiegels bevestigd) hadden iets mee van een filmset of van een straatverlichting.
Het eerste half uur was gewijd aan de nieuwe plaat. “Stranger”, donker en huiveringwekkend, was de ideale geleider in dit lichtdecor. Een bezwerende trippoppsychedelicatrip van “50 W” volgde. “Expedition Impossible” liet de gitaarklanken stevig doorklinken. En Hooverphonic’s hitpotentie was te horen op “Gentle storm”. Geike trakteerde het publiek op een intiem Valentijn met Godley & Creme’s “Cry”…pakkend en emotievol…Om kippenvel van te krijgen en haar een zoen te geven!
Na “Cry” grossierde het zestal in hun uitgebreide oeuvre; de songs werden muzikaal aangepast en klonken rauwer en directer: een poppy “Club Montepulciano”, een snedige “No more sweet music” - waarbij de drummer een paar krachtige slagen liet horen -, “The magnificent tree” - die ze nog maar een paar keerden speelden -, en een sfeervolle “Billy”.
De groep ging naar een climax met het op gitaargetokkel herkenbare “Jackie Cane”, “The world is mine” en een uitgesponnen “Eden”, op het eind omgeven door een scherp, krachtig gitaarspel en distortion.
Vocaal werd Geike af en toe ondersteund door Alex Callier. Enkele leuke verwijzingen naar Valentijn en anekdotes van Callier doorbraken de ‘coole’ sets van vroeger.
De groep werd sterk onthaald. Tweemaal keerden ze terug en speelden een uitgebreide bis: “Mad about you”, “Sometimes” en “Inhaler” waren strakker, zwollen aan en hadden een repetitieve opbouw. Het donker, dreigende “Bohemian laughter” besloot na ruim anderhalf uur de set.

Bij Hooverphonic heeft de rock’n’roll /psychedelica de bovenhand genomen; ze lijken de soundtrack te vormen van fatalistische romantiek-/suspensefilms. Hun op de klippen gelopen liefdessongs,waren nu net niet toepasselijk voor de romantiek van Valentijn!

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Gotthard

Gotthard: “and the Oscar goes to Gotthard!”

Geschreven door

Zwitserland zal de geschiedenis zeker niet ingaan als Grote Rocknatie. Op hardrock/metal gebied herinneren we ons nog Krokus, maar dan wordt het aardig stil - tot in 1992 Gotthard uit het niets verschijnt met hun titelloze debuut. Catchy – recht voor de raapse riffs, erg refererend aan AC/DC, maar toch met invloeden uit de klassieke Europese hardrock zoals Scorpions en Whitesnake. Het is dan ook vooral de tandem Steve Lee (zang) en gitarist Leo Leoni die zowel muzikaal als visueel het mooie weer maken op het podium. Zoals op vele van de latere cd’s krijgen we op het debuut een cover, omgetoverd naar een echt Gotthard nummer. “Hush” (o.a.Deep Purple) staat nog steeds op de setlist. In 1994 verschijnt ‘Dial Hard’, een meer dan waardige opvolger, al kiest de band voor een meer bluesy georiënteerde sound.”‘Mountain Mama” en “Travlin’ Man” getuigen daarvan. Kort daarop zag ik ze voor het eerst live op het nu legendarische Via-Rock Festival. Ze maakten wel een verpletterende indruk. Het derde werkstuk, ‘G’, is wat harder, maar enkele midtempo songs en ballads maken de cd toegankelijker. Om even het gas er af te halen, brengen ze in ’97 een volledig akoestisch opgenomen live-cd uit – ‘d-frosted’. Daarop bewijst de band dat hun songs en performance staan als een huis. ‘Open’, hun 4e studio-cd vertoond m.i. een lichte vermoeidheid; de songs boeien niet echt en het lijkt er op of de band uitdooft. In 2001 slaan ze hard terug met ‘Homerun’. ‘Hard’ is anders niet echt het woord, want de cd is behoorlijk radiovriendelijk. De songs zijn behoorlijk belegen, maar de productie klinkt Amerikaans gepolijst – wat niet noodzakelijk een slechte zaak is. Het geluid is groter en hiermee moeten ze het echt gaan maken. Amerika lonkt en bij de opvolger ‘Human Zoo’ (2003) komt de Bon Jovi-faktor wel erg om de hoek kijken. Qua productie is deze uit de kunst, maar de ballen van begin ’90 zijn toch wel echt weg. ‘Lipservice’ (2005) maakt duidelijk dat de oer-band er nog steeds is. Nu ze hun definitieve geluid lijken gevonden te hebben, brengen ze hun beste werk uit. De daaropvolgende tour brengt hun overal (excl België!) Gelukkig krijgen we met de grootse live-cd ‘Made In Switzerland’ een band in topvorm. Geen meligheid, lekker gevarieerde setlist en vooral een uitmuntende band (op cd én dvd). Vorig jaar verscheen hun laatste ‘Domino Effect’. Weerom een top-cd. Op 13 februari speelden ze een uitgestelde wedstrijd in Vosselaar…

Geen support, dus iedereen op scherp voor deze bende Zwitsers! Na een lichte vertraging staken ze van wal met “Master Of Illusion”, gevolgd door “Gone Too Far”, de eerste songs van de recentste cd. Het wel erg heterogene publiek reageerde gelijk enthousiast. Geluidstechnisch was het wel dik in orde. “Top Of The World”, een echte publiekssong zette de sfeer op 11. De gitaartandem Leoni – Scherer klinkt heerlijk complementair en op de zang én presence van Steve Lee valt niets aan te merken. Alle bandleden zien er behoorlijk goed uit, dus de vrouwelijk fans werden ook meer dan op hun wenken bediend. Steve Lee weet dat en maakt er mooi gebruik van. Naast een absolute topzanger kan hij het publiek meetrekken als geen ander. De ritmesectie Hena Habegger en Marc Lynn zijn ondertussen al zo geroutineerd, dat de motor nergens sputtert. Extra muzikant Nicolo Fragile zorgt naast de keyboard ondersteuning tevens voor een aardige pianobegeleiding als de ballades de revue passeren. Met enkel zang en piano staan deze ook nog overeind en worden stevig meegezongen. Topmomenten waren er zeker met “Hush”, “Sister Moon”, “Mountain Mama” en “Domino Effect”, alwaar de band als vanouds lekker heavy kon gaan.
Afsluiter – na de bissen – was: “Mighty Quinn”, heerlijk hard afgesloten met niet ophoudende muzikanten. De spelvreugde lag deze avond dan ook erg hoog.

Gotthard is een erg veilige band. Een uitstekende kennismaking voor (hard)rock debutanten en met een setlist die je altijd wel ergens weet te boeien. Complexloos en toch eigentijds. Gotthard staat garant voor ‘a good time’!
The Oscar Goes to Gotthard!
Setlist: *Master of Illusion *Gone Too Far *Top of the World *The Call *I Wonder *Hush *Tomorrows’s Just Begun *Anytime Anywhere *Sister Moon * One Life One Soul *Let It Be
*Mountain Mama *The Oscar Goes To You *Falling *Heaven *Lift U Up *Mighty Quinn

Organisatie: Biebob Vosselaar

Neil Young

Neil Young: zestig plusser bijt van zich af

Geschreven door

Muziekicoon Neil Young, de zestig voorbij, leverde vorig jaar nog een behoorlijke plaat af ‘Chrome Dreams II’, die z’n superieure gitaarspel en z’n emotievolle vocals in de schijnwerpers plaatste. Te Antwerpen vatte hij z’n Europese ‘Continental Tour’ aan .

Het eerste deel van de set van deze Canadese Amerikaan was akoestisch. Als een mooi uitgedoste gitaarkoning pootte hij zich neer op zijn troon, omringd door een zevental gitaren en een piano. Hij kon meteen rekenen op een warm onthaal toen hij “From Hank to Hendrickx” begon. Op de olf folky song “Ambulance blues” kon het publiek al genieten van z’n bedreven gitaarspel, en op “Sad movies” en “Harvest” gaf hij de indruk in je knusse huiskamer te spelen. “A man needs a maid” en “No one seems to know” klonken sfeervol door toetsen. Een mooie afwisseling. Hij behield de intimiteit op “Love art blues” en “Mellow my mind”, die elan kreeg door dobro .
Neil groef diep in het verleden toen hij met de van Stephen Stills verkregen gitaar “Out on the weekend” inzette. Tenslotte besloot hij met “Love is a rose”.
Een uurtje doorwinterde singer/songwriterpop.
Na een kleine pauze kon het elektrische deel beginnen. Young speelde zo’n anderhalf uur met vaste bandleden Keith, Rosas, Molina en Crawford, naast vrouwlief Pegi Young.
Een snedige rockaanpak hoorden we op “Mr Soul” en het nieuwe grungy klinkende “Dirty old man”; Het subtiele gitaarspel van Young kwam naar voor, misschien met iets minder punch dan vroeger, maar voor een man op zijn leeftijd slaagde hij er nog steeds in van zich af te bijten! “Spirit road”, “Winterlong” en “The believer” klonken dromerig en ingetogen. Het waren aangename rustpunten in de set. Tenslotte konden we genieten van uitgesponnen versies van “No hidden path”, “Cinnamon girl” en “Cortez the killer”, die een schitterende apotheose vormden. Een staande ovatie was het logische gevolg voor Neil Young en z’n band.
Tussenin was een schilder op het podium bezig, die aan elk nummer een doek wijdde. Fijn gevonden!

Een pak klassiekers liet Young thuis, doch dit deed geen afbreuk aan de prestatie van deze begenadigde singer/songwriter. Ondanks de hoge ticketprijs was zijn stop te België een absolute aanrader.

Vrouwlief Pegi Young kon rekenen op enkele muzikanten uit Neils stal en speelde aanstekelijke alt.country songs in een volleerde Emmylou Harris stijl. Een uitgebreid instrumentarium van gitaar, dobro, steelpedal en modharmonica ondersteunden deze muzikale aanpak.
 
Organisatie: Live Nation

The Von Bondies

The Von Bondies speelden een wervelend uurtje rock’n’roll

Geschreven door

Het Amerikaanse The Von Bondies liet in 2004 van zich horen met de single “C’mon C’mon” uit hun  tweede cd ‘Pawn shoppe heart’. Een fris, gedreven, energieke poppy rock’n’roll sound. Frontman is Jason Stollmeister, vocaal bijgestaan door de twee mooi ogende dames Gbur/Banks. Op Werchter, vier jaar terug, was er sprake van een lauw, rommelig concertje en staken ze onvoldoende dynamiek in de set. Het was trouwens niet de meest happy periode, want naast de wisselende concerten, kwam Stollmeister in conflict met boezemvriend Jack White, wat Jason –en  z’n band - in een negatief daglicht plaatste.

De voorbije jaren was het stil rond deze beloftevolle band. Ze ondernemen momenteel een korte tournee om de binnenkort nieuwe cd ‘Love, hate and then there’s you’ te promoten.
Een uitverkochte Rotonde bewees dat de band nog niet in een godvergeten hoekje werd geplaatst. Een opvallend jong publiek genoot van een kwintet die op scherp speelde: een goed geoliede band, snedig strakke rocksongs - onder diverse tempowisselingen -, enkele puike soli en tenslotte de sterke zang en  vrouwelijke backing vocals. De songs volgden elkaar in sneltempo. De oude Datsuns leken wel herboren. Stollmeister en z’n bandje waren onder de indruk van de respons en lieten zelfs op het eind de eerste rijen op het podium toe.
Het oude “It came from Japan” uit hun debuut ‘Lack of communication’ (nog geproduced door Jack White!) zette de garagerock’n’roll toon. Ze hielden het tempo hoog met songs als “Tell me what you see” en “Fever”. Af en toe was er ruimte voor enkele nieuwe songs als “Pale bride” en “Rock’n’roll nurse” (door de drummer gezongen).
De cd ’Pawn shoppe heart’ was de rode draad doorheen de korte, stevige set: “Not that social”, waar de dames Gbur/Banks de vocalen op zich namen, “Been swank”, “Pawnshopped heart”, en de single “C’mon C’mon”.
Enkel in het eerste nummer van de bis, de titelsong “Lack of communication”, klonken The Von Bondies ingetogen, pakkend en breekbaar, bepaald door de mooie samenzang van Stollsteimer/Banks. Het rock’n’roll hart sprak “No regrets” en “Broken man”, die de set op wervelende wijze besloten.

Het kwartet werd sterk onthaald en uitvoerig bedankt. Van een beginnend rommelig, rammelend bandje was er geen sprake meer.

The Hickey Underworld, winnaars van de voorbije Humo’s Rock Rally, openden. Ze speelden een strak setje emocore à la Quiksand. Ze lieten een goede indruk na. Ze zijn bezig aan hun debuut, en na de overtuigende live prestatie betekent dit … in het oog houden!

Organisatie: Botanique, Brussel

Belgian Asociality

Belgian Asociality: prettig gestoorde, rammelende pretpunk

Geschreven door

Het Antwerpse kwartet Belgian Asociality (Mechelen, Keerbergen) bestaat twintig jaar. De ‘enfants terribles’ van de Vlaamstalige pop’, Mark Vosté (zang) en Tom Lumbeek (bas), zijn opnieuw wakker geworden en zullen binnen enkele maanden een nieuwe ‘worp’ klaar hebben na ‘Belgian Asociality, ‘Astamblieft!’, ‘ATP’ en ‘Wakker worre’. Korte, krachtige, opzwepende songs met humoristische en cynische no-nonsens teksten, die meezing- en meebrulbaar zijn. Invloeden uit de hardcore, ska, metal en country worden aangehaald. “Zonder schroom, zeggen wat je denkt”! Maw dit is prettig gestoorde, rammelende pretpunk! Hen wordt amateurisme verweten van eenvoudige, simpele muziek, doch ze slagen er telkens in een feestje te bouwen, waar gretig kan gestagedived en gepintelierd worden.
In Zaal Black Horse was dit ook het geval. Meteen zat de vonk erin; wat wil je met songs als “Stagediv”, “De gefrustreerde automobilist”, “Boerderie”, “Morregen”, “Feasty boys”, “België” (met persiflage van het volkslied op z’n Leterme’s), “Jupiler”, “Bompa punk”, “Wodka”, “Van mijn erf” en “Non non, rien ne va changer, tout va continuer”.
Een klein anderhalf uur lang hielden ze het tempo hoog, ondergingen de songs leuke, soms onverwachtse, wendingen en ontpopte den Mark zich als een ‘Sergio’entertainbeest.
Ze speelden een best of, waarbij af en toe eens een nieuw nummer werd voorgesteld, waaronder “Die van ons”. Op die manier wordt het dus nog eventjes afwachten hoe de nieuwe plaat zal klinken “Het is gedaan” en “’t’Is weer goe geweest” in overtuigende acapella stijl, besloten de set.

Belgian Asociality heeft na 20 jaar nog niks ingeboet van hun ‘boereleute’ mentaliteit. Zoals ze zelf zeggen “Wa minder haar, moar nog ne even grote smoel”.

Het jonge plaatselijke gezelschap ICTC gooide er een pak ACDC covers tegenaan, waarbij de zanger en de gitarist zich als een jonge Johnson en  A.Young onderscheidden. Ze hielden het publiek in hun greep met puike covers als “Back in black”, “If you want blood, you’ve …”, “Thunderstruck”, “For those about to rock”, “Highway to hell”, “Rock’n’roll damnation” en “Whole lotta Rosie”. Tof bandje.

Organisatie: The Unforgiven ’motorcycle’ Brotherhood, Oudenaarde-Ename

Githead

Githead: undergroundgeschiedenis klinkt verfijnder en subtieler

Geschreven door

Githead is het nieuwe muzikale project van Colin Newman, ex Wire. Dertig jaar terug lag hij met z’n band aan de basis van de huidige postpunk; in 2003 was er zelfs een nieuw teken van leven met de ‘Read & Burn’ EP’s en de cd ‘Send’. Op Pukkelpop 2003 gaven deze vijftigers de upcoming jonge postpunkbandjes (van toen) het nakijken, met hun rechttoe-rechtaan, snedige, punky melodieuze gitaarrock. Ze speelden een hels moordend tempo.
Githead klinkt verfijnder, subtieler en toegankelijker en kruist Wire’s postpunk en Yo la Tengo’s indiepop. In Githeads geluid horen we Wire’s melodieuze opbouw en pakkende refreintjes.
Newman heeft als tweede gitarist Robin Rimbaud (aka Scanner), bassiste (en vrouwlief) Malka Spigel en drummer Max Franken (beiden ex Minimal Compact) in de band.

Een klein anderhalf uur lang speelde het kwartet songs van hun reeds twee verschenen cd’s ‘Profile’ (’05) en het recente ‘Art Pop’(’07): broeierige gitaarpoprock, een diepe bas, opzwepende percussie, enkele puike soli en een melancholische zang.
In het begin hoorden we met “Alpha”, “On your own” en “Fake corpses” een intens, meeslepende sound. Ze zetten een tandje bij, want “Drop” en “Drive by” klonken steviger. Spigel nam de vocals op zich op het meer ingetogen wave elektronica getinte “Lifeloops”. Het was de aanzet naar enkele dromerig sfeervolle indiepop songs waaronder ‘To have & to hold” en “Craft is dead”; een sterke samenzang kleurde het geheel.“All set up/comprehension” en “Live in your head” onderstreepten de kwalitatieve sterkte van  Newman’s songschrijven, vaardige, mooi uitgesponnen nummers die een hoogtepunt vormden in de set.
Het Britse kwartet kon rekenen op een sterke respons. Tweemaal keerden ze terug met een snedig klinkende “Profile”, een op z’n Yo La Tengo’s weemoedige “Raining down” met de stem van Spigel, en tenslotte een reprise van de single “All set up/comprehension”.

De groep heeft een serieus stuk underground geschiedenis achter de rug van vier fraaie artiesten. Ze zorgden voor een niet onaardige, afgewerkte set, die af en toe krachtiger klonk.

Het Mexicaanse Los Llamarada kon het etiket van ‘beloftevol bandje’ onvoldoende waarmaken. Hun rauwe postpunk met feedbackgeraas en de afwisselende mannelijke en vrouwelijke schreeuwzang, boden te weinig spanning, wat de interesse deed afnemen. Het kwartet had wel iets van PIL, maar stootte op te weinig hecht boeiend songmateriaal. Op plaat klinken ze geolied en gedurfd, live chaotisch en rauw, rammelend die de bocht van ‘jong inspiratievol’ miste.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

de portables

De Portables: ongedwongen speelsheid

Geschreven door

De West-Vlamingen van De Portables, uitgeweken naar Gent, zijn al ruim tien jaar bezig met muziek en film; op het podium zorgen ze voor een toffe combinatie in een ongedwongen speelsheid. Hun songs getuigen van muzikale schoonheid, zwellen mooi aan, hebben een broeierige spanning of kunnen direct klinken, ergens tussen postrock, psychedelicapop, lofi, retro- en indierock. Avontuur, diversiteit en originaliteit zijn twee grote troeven van het kwintet.

Hun set van een uur gaf de indruk van één lange generale repetitie, maar eentje die intrigeerde en beklijfde. Een leuke manier van werken met een dosis humor, leuke anekdotes en zichzelf niet té au sérieux nemen.
Op hun dooie gemak wisselden ze van zang en instrument - van gitaar, bas, drums -, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, ook tijdens sommige nummers.
Ze grossierden in hun oeuvre, stelden enkele songs voorop van hun recentste cd ‘Topless is more’ als “Vegetarian bbq”, “Haut gay” en “Plankier” en trakteerden ons op een cover van Orange Black, de vroegere band van Go Find-er Dieter Sermeus (die in het weekend papa werd!) “Surrender”.
Hun soms lang uitgesponnen songs gingen van een sfeervol, dromerige naar een snedig, fellere aanpak, met een vleugje distortion of dansbeats.

De Portables hebben zo hun eigen weg binnen het muzikale landschap …wat respect afdwingt!

Star Club West verving The Go Find. The Go Find, met hun dromerige, melancholische gitaarpopelektronica, moest dus afzeggen (reden zie hoger).
Het Antwerpse Star Club West, onder Nico Jacobs, is ook al een pak jaar bezig en heeft drie albums uit. Hun songs kronkelden zich een weg in onze hersenen: een sfeervolle start, dan snedig, krachtiger en noisier door de pedaaleffects . Avontuurlijk weemoedige indie/postrock met een rauw Pavement randje!

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Steve Earle

Steve Earle: ruwe bolster met blanke pit

Geschreven door

Hoog bezoek afgelopen zaterdagavond in de Gentse Ha’, sinds jaar en dag dé ontmoetingstempel bij uitstek voor singer-songwriters aller windstreken. Lang voor Ryan Adams en Jeff ‘Wilco’ Tweedy tot ongekroonde koningen van de alt.country werden gebombardeerd, effende Steve Earle medio midden jaren ‘80 het americana pad met zijn solo-debuut en new country klassieker ‘Guitar Town’. Sindsdien lopen woelige huwelijksperikelen, pills’n’booze en een persoonlijke kruistocht tegen de politieke hypocrisie van het Witte Huis als een rode draad doorheen Earle’s albums, verhalenbundels en toneelstukken. Ter promotie van het overigens voortreffelijke nieuwe album ‘Washington Square Serenade’ doet de net 53 geworden countryrock troubadour een bescheiden akoestische solo tournee, maar in een Amerikaans verkiezingsjaar kan het publiek zich ongetwijfeld ook verwachten aan een stevige portie politiek gepreek.

Earle’s set in de Ha’ begon echter integer en innemend, en greep met “The Devil’s Right Hand” uit ‘Copperhead Road’ (‘88) en “My Old Friend the Blues” en “Someday” uit ‘Guitar Town’ (‘86) al meteen terug naar diens fabelachtige beginperiode. Door zijn indrukwekkende persoonlijkheid en doorleefde vocals dwong Earle aanvankelijk vooral aandacht en respect af bij het publiek, getuige de ijzige stilte tijdens de death row parabel van “Billy Austin”. Door het inschakelen van typische americana instrumenten zoals dobro, banjo en mandoline bleek nogmaals dat een singer-songwriter enkel gewapend met gitaar en mondharmonica best wel een muzikaal gevarieerde set kan neerzetten. Tot éénieders verrassing, en tot enige ergernis van een aantal stugge countrypuristen, haalde Earle plots zelfs een heuse ritmesectie tevoorschijn toen een DJ onzichtbare Oosterse percussie of hiphop beats uit de boxen deed klinken. Vooral de nummers uit het laatste album zoals “Jericho Road”, “Satellite Radio” en “Way Down in the Hole” klonken hierdoor uiterst eigentijds en catchy, waarmee Earle leek duidelijk te maken dat hij niet als een knorrige oubollige countryrocker wil aanzien worden.
De sfeer werd opnieuw wat gemoedelijker toen Earle een duet bracht met zijn eigen voorprogramma en vrouwlief Allison Moorer, zelf een niet onaardig(e) (ogende) singer-songwriter die een uurtje voordien haar nieuwste album ‘Mockingbird’ had voorgesteld. De combinatie van Earle’s doorleefde stem met de soulvolle uithalen van Moorer deed ons even terugdenken aan wat Gram Parsons en Emmylou Harris ooit aan de wieg van de countryrock toe vertrouwden. Moorer mocht daarna nog even op het podium blijven om, bij wijze van inleiding tot “City of Immigrants”, getuige te zijn van een kleine donderpreek over de rol van Amerika in de wereldwijde globalisering. Earle is niet bepaald wat men noemt een subtiel redenaar, zegt zonder veel omwegen waar het op staat en getuigt van een radicale visie op wereld van nu. Zo gelooft hij rotsvast in de ‘Music Against War’ filosofie, en dat ondervond ook het publiek dat onder zachte dwang werd aangemaand om in koor “One of These Days, I Gonna Lay This Hammer Down” te scanderen.
Zo militant als Earle na ruim anderhalf uur de coulissen was ingedoken, zo melancholisch kwam hij terug op het podium voor een enkele bisronde. Oorlog in het Midden-Oosten stond alweer centraal in “Rich Man’s War” uit ‘The Revolution Starts ... Now’ (‘04), maar het strijdvaardige enfant terrible moest hier plaats ruimen voor de bezorgde vader die zijn zoon naar het front ziet vertrekken. Dit moment van bezinning werd verder gezet door een beklijvende versie van “Little Rock’n’Roller” bij wijze van zelftherapie op te dragen aan zijn pas overleden vader. Het profetische “Copperhead Road” uit het gelijknamige album sloot een bijna twee uur durende set af.

Steve Earle profileerde zich als de working class hero van de countryrock, de ene keer schoppend tegen de schenen van het politiek establishment, de andere keer mijmerend over gemiste kansen en persoonlijk verlies, kortom een ruwe bolster met blanke pit.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Pagina 383 van 394