logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Suede 12-03-26
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

Het kan alleen maar een goede zaak zijn dat SOAD volhardt in de boosheid en blijft ijveren voor de erkenning van de grootschalige genocide van de Turken op het Armeense volk zo’n 100 jaar geleden. Voor deze zaak hebben de leden (met Armeense roots) van SOAD immers na een lange periode van non-activiteit van maar liefst 10 jaar terug de koppen bij elkaar gestoken voor een korte tournee gevuld met onsterfelijke alt-metal songs die hun gelijke niet kennen.
Voorlopig geen nieuw materiaal, en het is maar zeer de vraag of dat er ooit nog gaat van komen want het schijnt niet altijd even goed te boteren tussen de groepsleden.
SOAD is altijd al een buitenbeentje geweest in metal-kringen, een wereld  waar je sowieso al niet veel politieke getinte bands tegenkomt. In hun bruisende metal-cocktail worden bijzonder snedige riffs afgewisseld met Oosterse geluiden en bruuske tempowisselingen, SOAD heeft hiermee een eigen sound gecreëerd en heeft die tussen 1998 en 2005 op vijf onsterfelijke platen voor de eeuwigheid vastgelegd. Die sound is uniek en werd tot op heden door geen enkele metal-band geëvenaard.


In een kolkend Vorst Nationaal bleek dat de band met een broek vol goesting stond te spelen, hard, strak, wild, bijzonder gedreven en uiterst energiek. Als er al een paar problemen zouden zijn tussen de heren, dan konden ze dat verdomd goed wegsteken, want hier stond een hechte en solide bende op het podium. Een vlammend enthousiast, woelig en extatisch publiek kregen ze als dank, want ook bij de fans was de honger onnoemelijk groot na een veel te lange pauze van 10 jaar. Zelden hebben wij Vorst Nationaal zo over kop zien gaan als hier, en dat was volkomen terecht.

SOAD had hun politieke boodschap netjes in een paar originele video’s ingepakt, zo kwam die perfect aan zonder de rotvaart uit hun splijtende set te halen. Geen prekerige toestanden dus, hier stond geen Bono op het podium, wel een bende uitgelaten speedrockers die er zich ten volle van bewust waren dat hun fans gekomen waren voor een portie splijtende metal met vlijmscherpe weerhaken.
De hyperkinetische metalsongs volgden mekaar in ijltempo op, de menigte werd steeds uitzinniger. Had u al op voorhand een verhoopt verlanglijstje in gedachten, dan werd u op uw wenken bediend want quasi alle songs die u had durven hopen kreeg je hier op een ultra-hete schotel geserveerd, en alles bijzonder pittig gekruid.
Maar liefst 33 bommetjes werden afgevuurd, we gaan ze hier niet allemaal opnoemen, maar Vorst kookte meermaals over bij knallers als “Aerials”, “Prison Song”, “B.Y.O.B”, “I-E-A-I-A-I-O”, “Radio/Video”, “Needles”, “ Bounce”, “Chop Suey”,… .
Ook als het even wat kalmer aan mocht bleef de magie in de lucht hangen, vooral in deel twee konden de gemoederen een beetje bedaren met een stel fraaie en rustige (nou ja) momenten, het was genieten van de tedere pracht van “Lonely Day” ,“Lost In Hollywood” en het geweldige “Spiders” .
Alsof Vorst nog niet ver genoeg boven het kookpunt was uitgestegen, ontplofte het hele zootje in het derde deel nog een ultieme keer met een salvo verschroeiende hardcore splinterbommen “Science”, “Chic’n’Stu”, “War”, “Toxicity” en “Sugar”, de één zowaar nog heftiger dan de ander. Wij konden amper nog één woord over onze lippen krijgen : “WOW !”

Vorst Nationaal werd vanavond compleet ondersteboven en binnenstebuiten gekeerd. Wat een show! Wat een setlist! Wat een energie! Wat een agressie! Wat een band!

Deze jongens hebben we veel te lang moeten missen.

Organisatie: Live Nation

donderdag 16 april 2015 01:00

Gale Maze

Male Gaze uit San Francisco begeeft zich op hetzelfde terrein als de gruizige post-punk revival bands Eagulls, Holograms, Beastmilk en Total control. De band recycleert de eighties op de meest energieke wijze en voegt daar als extra een hevige sneer Thee Oh Sees gekte aan toe.
Het resultaat is een kort en zinderend debuutalbum met 7 turbulente songs die er geheid het tempo in houden en af en toe in een psych garage bad duiken. De vocals neigen soms naar Ian Curtis, maar de songs zijn heftiger, gejaagder en minder claustrofobisch dan Joy Division. Kortom, dit is meer opwindend dan depri.
Een stormachtig plaatje waarmee u zich geen seconde zal vervelen.

donderdag 16 april 2015 01:00

Light Stays Close

The Spectors bengelen tussen shoegaze en dreampop. Drijvende kracht achter dit groepje is songwriter en bassiste Marieke Hutsebaut. Ze heeft nu niet meteen de meest begenadigde stem (helemaal niet erg, Kim Gordon en Kim Deal hebben die ook niet en toch zijn ‘t pure klassewijven) maar ze heeft wel een handvol aardige songs uit haar shoegaze-mouw geschud. Met een zangeres aan het roer kom je in dit genre al gauw terecht bij The Pains Of Being Pure At Heart,  The Raveonettes, The Joy Formidable of –nog verder in de tijd- The Sundays en het onvermijdelijke My Bloody Valentine.
De sound mag je dan ook in die richting gaan zoeken, maar er wordt niet over de rooie gegaan. Bij de Spectors is de shoegaze immers gewikkeld in pastelkleuren en snijdt die niet zo hard door merg en been dan bij pakweg A Place To Bury Strangers of  -bijna naamgenoten- Spectres.
Er hangen wel mooie songs achter het gitaargordijn. Amper een paar wegwerpnummertjes die ons te poppy en vooral te licht klinken (“Wrong” en “Someone Else”) staan hier een beetje overbodig te wezen, maar de rest is van zeer deugdelijke tot superbe kwaliteit.
Vooral de tracks waar het gaspedaal wat harder wordt ingedrukt en waar de gitaren iets nadrukkelijker mogen scheuren (“Flakey”, “One Eighty” ) grijpen ons stevig bij het nekvel. Een aangenaam buitenbeentje is “Drone”, die met zo een Black Angels riffje aanzet en gans de song een permanente dreiging aanhoudt. Het schijnt live een absolute kraker te zijn, en we kunnen ons daar wel iets bij voorstellen.
Veelbelovende plaat, maar toch wordt het voor dit bandje een heuse uitdaging om in de toekomst de eenzijdigheid van het genre te omzeilen, zeker nu er alsmaar meer soortgenoten boven water komen. En dan hebben het zowel over nieuwe  (Spectres, Cheatahs,…) als oude bands, want zelfs de pioniers trachten hun graantje opnieuw mee te pikken, zowel Ride als Swervedriver zijn nu ook uit een diepe winterslaap ontwaakt. Het wordt drummen.

donderdag 16 april 2015 01:00

Restarter

Zoals we het van deze krachtige band gewoon zijn, trekt Torche een massieve wall of sound op en daaronder leggen ze deskundig een stel prachtsongs. We kennen de formule onderhand wel, maar toch blijven ze er ons mee verrassen. Het beukt, het dreunt en het bonst dat het geen naam heeft. De gitaren gaan geweldig tekeer op opener “Annihilation Affair” waarin na een tijdje alles openbarst via een instortende muur van feedback geraas, we zijn meteen wakker. Verder is de moordriff die het machtige “Minions” voortstuwt uit geen enkel brein nog weg te branden, een bulldozer van een song is dat. En zo gaat het stevig door, met het gaspedaal nog wat meer ingedrukt op “Loose Men” en “Blasted”. Log en bijzonder heavy zijn “No Servants” en “Believe It” en helemaal overdonderend is afsluiter “Restarter” die 8 minuten aan een stuk geniaal door raast.
Torche klinkt wederom bijzonder heavy op ‘Restarter’, een loodzwaar maar tegelijkertijd dynamisch album die als waardige opvolger van die andere krachtbommen ‘Meanderthal’ en ‘Harmonicraft’ mag beschouwd worden.
Torche speelt op 21/05 in Trix Club (samen met de doomveteranen Pentagram), onder de vlag van Heartbreaktunes,  een organisatie waar ze een neus hebben voor het betere sloopwerk.

donderdag 16 april 2015 01:00

This Is The Sonics

Het is haast niet te geloven dat garagerock-pioniers The Sonics 50 jaar na hun meest bedrijvige periode nog zo een bruisende en viriele rock’n’roll plaat hebben gemaakt. Met het trio ‘Here Are The Sonics”, ‘Introducing The Sonics’ en ‘Boom’ hebben The Sonics in ’65 en ’66 drie borrelende garage-rock mijlpalen op de wereld neergepoot. In een tijd waar jonge meisjes per lopende meter flauwvielen bij elke Beatles-scheet die er te horen en te ruiken was, maakten The Sonics in de smerige kantlijn van de toenmalige pop- en beatmuziek deze drie legendarische vette en stomende rockplaatjes. Nu is daar een al even driftig vervolg op gekomen met ‘This Is The Sonics’, alsof de tijd gewoon vijftig jaar heeft stil gestaan.
‘This Is The Sonics’ staat als vanouds weer bol van opwindende en vlijmscherpe rock’n’roll klassiekertjes die een gortige en vlammende uitvoering hebben meegekregen. Het zijn soms alom gekende en veel gecoverde songs (“You Can’t Judge A Book By The cover”, “Look At Little Sister”, “I Don’t Need No Doctor”,…) maar The Sonics laten die keer op keer tot boven het kookpunt uitstijgen en doen dat met de gretigheid van een bende jonge wildebrassen die er op uit zijn om een relletje te stichten.
Van de energieke bedrijvigheid die ze op ‘This Is the Sonics’ aan de dag leggen staan zelfs woelige jonge rockertjes als The Strypes nogal te kijken.  
Dit is van de heetste en meeste opwindende garage rock die we de laatste maanden gehoord hebben, en dat van een bende oudjes, hoedje af !

donderdag 09 april 2015 01:00

Thin Walls

We hebben zo een beetje de indruk dat Balthazar, na Oscar & The Wolf uiteraard, zowat de meest overroepen band van het Vlaamse land is. Met deze ‘Thin Walls’ hebben we namelijk hetzelfde gevoel als bij ‘Rats’, er staan beste interessante dingetjes op, maar over gans de lijn klinkt het toch wat eenzijdig en behoorlijk saai.
Op te veel songs grijpt de zanger terug naar die irritante aan Bob Dylan ontleende klaagzang van het vorige hitje “Sinking Ship”. Men hoopt er misschien de succesformule wat langer mee uit te melken, maar in onze oren bereikt Balthazar eerder het tegenovergestelde, dat stemmetje begint mettertijd danig op de zenuwen te werken.
Nog zo iets, het hitje “Then What” mag dan al catchy klinken, de song is gebouwd op een riff die schaamteloos gejat werd van “1979” van Smashing Pumpkins.  Als dan moet blijken dat dit nog het sterkste nummer van de plaat is, dan is de spoeling toch wat te mager, me dunkt. Voor de rest zitten er misschien terug wel wat goede ideeën in ‘Thin Walls’ maar helaas ook te weinig vaart.
‘Thin Walls’ is in de nationale pers met bakken lof overladen. Misschien hebben wij het weer eens niet begrepen, maar geloof ons vrij, hoezeer ze alhier ook de loftrompet zwaaien met dit album, we denken niet dat het over de grenzen veel potten zal breken. Als dit qua indie-pop het Belgische uithangbord moet zijn, dan zijn we nog ver van huis.
Als u Balthazar live wil zien, ga dan naar om het even welk zomerfestival, u komt ze daar wel tegen.

donderdag 09 april 2015 01:00

Pickin’ Marmelade

Het jonge duo Scrappy Tapes is op hun eerste full cd ‘Pickin’ Marmelade’ met de blues aan de slag gegaan en heeft die in een emmer vet ondergedompeld. Ze grasduinen in die onuitputtelijke blueswereld en komen daarbij niet zozeer terecht bij grootheden als pakweg BB King of Buddy Guy, maar eerder bij de rafelige blues van obscure namen als RL Burnside, T-Model Ford of Junior Kimbrough. Stel dat Scrappy Tapes Amerikanen waren, dan hadden ze gegarandeerd onderdak gevonden bij Fat Possum, een label die de blues graag binnenrijft met vette modderkluiven aan de botten.
Scrappy Tapes hebben dat rauwe van prille White Stripes en vroege Black Keys, en ze roeien in het zog van garagebluesrockers als Soledad Brothers en Lef Lane Cruiser. Kortom, er hangt flink wat teer en smerige motorolie aan hun songs, en dat moet er niet persé af gewassen worden. We houden maar al te zeer van de groezelige bluesrockers als “No Direction”, “What I Really Need” en “Turn Your Heat down”. Maar de kerels kunnen ook wat gevoeliger uit de hoek komen met fijnbesnaard materiaal als “Like A Little Boy” (Seasick Steve is in de buurt) en de ingetogen afsluiter “The Unspoken” waarin veel Jack White stuifmeel rondhangt.
Ze kennen dus hun voorbeelden, en aan de intro van het stevig stuiterende “Break Out Like The Measles” te horen hebben ze ook een dikke boon voor Rory Gallagher.
Ook met de stekker uit het contact getrokken, weten ze met het fijne akoestische ‘Pistol Slapper Blues’ de magische Rory op een mooie manier te eren. Het korte maar intense ‘Howl’ trekt dan weer een knipoog naar Black Rebel Motorcycle Club ten tijde van hun rootsplaat die de naam euh… ‘Howl’ draagt, ’t zal wel toeval zijn, zeker.
Nice and dirty flemish bluesrock.

donderdag 09 april 2015 01:00

Muddy Wolf at Red Rocks

Joe Bonamassa is het soort bluesrock-gitarist die getrouwd is met zijn gitaar, er mee gaat slapen en waarschijnlijk ook gaat kakken. Zo eentje die graag zichzelf hoort spelen en zijn eigen solo’s uitermate fantastisch vindt. Op een Bonamassa optreden kan u tijdens één solo gerust op uw gemak een toiletbezoekje plegen én daarna een pintje gaan pakken in het café ernaast, u bent op tijd terug.
‘Muddy Wolf At Red Rocks’ moet zowat zijn elvendertigste live cd zijn en deze keer is het een eerbetoon aan de al lang overleden bluesgrootheden Muddy Waters en Howlin’ Wolf. Wat moeten we daar nu mee ? Beide helden waren vermaard omwille van hun authenticiteit, Muddy Waters voor die bruisende combinatie van prachtig doorleefde bluessongs met die typisch wenende gitaar, en Howlin’ Wolf vooral omwille van zijn rauwe songs en die unieke stem waaraan hij zijn naam had te danken (zowel de rasperige kelen van Captain Beefheart, Tom Waits als die van Arno zijn schatplichtig aan de meester).
Qua stem moet Bonamassa sowieso onderdoen voor de twee blueslegendes, hij is een bleekscheet die de blues geleerd heeft op de gitaarschool en niet op de katoenplantages. Bij Waters en Wolf zat de blues onlosmakelijk ingebakken in hun lijf, bij Bonamassa komt die uit de boekjes.
Hij ontbeert dus een hoop talenten als het op de blues aankomt, en als hij die tracht te vervangen door een aan grootheidswaanzin lijdende elektrische gitaar, dan vinden wij dat nogal blasé. Dit live album wordt nog enigszins opgesmukt door een stel soulvolle blazers, maar als Bonamassa het voor de zoveelste keer niet kan laten om uitvoerig zijn gitaar te neuken, dan gaan wij regelmatig een toertje om de blok wandelen. Natuurlijk is het songmateriaal sterk, bijna alle songs zijn klassiekers, echte bluesstandards zeg maar, maar ze zijn al duizenden keren gecoverd.
Bonamassa geeft de songs wat extra bombast maar geen meerwaarde, hij gebruikt ze alleen maar om zijn eigen virtuoze kunstjes te etaleren en uit te vergroten. Of Muddy Waters en Howlin’ Wolf zich hiermee vereerd zouden voelen is maar zeer de vraag.
Maar goed, als u elektrische macho-bluesrock verkiest bovenop authentieke primaire blues, en u kickt bovendien op een overdaad aan narcistische gitaarsolo’s, dan is dit zeker uw ding.

donderdag 09 april 2015 01:00

Dying

Het wordt alsmaar moeilijker om zich nog te onderscheiden in het shoegaze genre nu al die nieuwe bandjes er bij komen, maar Spectres (Bristol, UK) steken er onmiddellijk boven uit, dat voel je, dat hoor je, dat ruik je, dat beleef je gewoon op ‘Dying’. De band heeft op hun vlijmscherpe debuut het gruizigste van Sonic Youth en het meest heftige van A Place To Bury Strangers bij mekaar gehaspeld en is daarmee aan de slag gegaan.
De gitaren scheuren geweldig, als Ride en Swervedriver in hun beste dagen, en de bassen dreunen bij wijlen heel angstig en diep door. Er wordt geregeld een noise barrière overschreden, maar net voor de kakafonie onhoudbaar dreigt te worden zetten ze telkens tijdig een handige stap terug.
Na opener “Drag”, anderhalve minuut  gedruis die lijkt te zijn opgenomen in het hartje van een staalfabriek, zet de shoegaze TGV aan met drie razende oplawaaien “Where Flies Sleep”, “The Sky Of All Places” en “Family”, om dan de remmen even dicht te gooien en hartig naast de sporen te rijden op de scheurende tonen van “This Purgatory”.  In het ontregelde “Mirror” gaat het ganse gevaarte terug aan de haal, en met  het verslavende “Blood In The Cups” komt men aan bij het absolute hoogtepunt van dit album, een dreun van een song die ankers vastpint in ons beenderstel, Swans zijn in de buurt.  Na nog wat brandende herrie op “Sink” en “Lump” gaan nog één keer alle registers open op het negen minuten durende “Sea Of Trees”, een rumoerig epos dat met bijtend zuur overgoten is en heel wat Sonic Youth extracten bevat.
Spectres is één van de revelaties van het jaar, dit hemels kabaal willen we wel eens live meemaken. Er zijn vooralsnog geen concerten gepland op het vasteland, maar we houden het nauw in de gaten.

donderdag 02 april 2015 01:00

Stepping Up

Mississippi Delta Blues uit Vlaanderen, het kan. Tiny Legs Tim deed het al in zijn eentje op zijn twee vorige platen, en hij doet het nu nog eens losjes over, deze keer omringd met  een stel puike muzikanten.
De sound is wat voller maar klinkt nog steeds behoorlijk authentiek, grote ijkpunten zijn alweer Muddy Waters, Jimmy Reed en Elmore James. Er komt deze keer ook wat grootstadsblues  en een snuifje country de kop opsteken, en dat zorgt voor een aangename wind doorheen de bluesreis die Tiny Legs Tim maakt op ‘Stepping Up’.
Wat authentieke blues betreft moet dit zowat het strafste zijn wat er in de Vlaamse velden te vinden valt, en het komt rechtstreeks vanuit de Gentse katoenplantages.

Pagina 44 van 112