logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
The Wolf Banes ...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 23 april 2015 01:00

Deeper

Qua claustrofobische postpunk en no wave kon die vorige plaat ‘Zeros’ van Luis Vasquez aka The Soft Moon wel tellen, enkel in het werk van Dirty Beaches ontdekten wij diezelfde donkere en onheilspellende golven. Dirty Beaches is ondertussen met ‘Stateless’ naar de ambient afgrond afgegleden maar The Soft Moon wandelt op ‘Deeper’ verder door de duistere krochten van de eighties wave en industrial.
De songs worden nog meer dan op de vorige plaat gedragen door onrustbarende eighties synths en onderkoelde bassen. De gitaren mogen ook nog wel meedoen, maar ze komen vaak rechtstreeks uit een ondergronds buizenstelsel en worden daarna nog eens door de echomolen gedraaid. Op “Black” en “Wrong” zit the Soft Moon in de wereld van Skinny Puppy en Nine Inch Nails en op “Far” wordt The Cure in een met zwavelzuur gevuld synthesizerbad gedompeld. Bij “Try” moeten we aan Chromatics denken maar dan met wat meer venijn en minder melodie. Op de verslavende tonen en de ritmische synths van “Feel” mag u van ons zelfs geen dansen, maar trek dan wel iets zwarts aan, en terwijl u uw indianendansje uitvoert mag u hier zowaar ook even richting New Order wegdromen, maar nu ook weer niet  te lang.
De plaat eindigt met de indringende waanzin van “Being”, bij wijze van statement splitst The Soft Moon hier op het eind een minutenlange knarsende ruis in onze oren, kwestie van ons nog eens duidelijk te maken dat dit geen alledaags plaatje is. We love it.
The Soft Moon staat op 17/05 op Les Nuits Botanique

donderdag 23 april 2015 01:00

Alpha Whale

Westvlaamse garage pop met een surfrandje, denk aan The Growlers, Black Lips en The Allah Las. De lazy en zonnige gitaarrock van deze debuutplaat mag er best zijn, maar nergens kan Alpha Whale boven de hier voormelde groepjes uitstijgen, zeker Allah Las lijken nog een stapje te hoog. Een tintelend retro sfeertje dwarrelt gans de tijd door dit plaatje en op “Hidash” komt zich met succes een sitar mengen, maar toch zou het Alpha Whale goed doen mocht er wat meer Thee Oh Sees gekte of Ty Segall waanzin aan toegevoegd worden. En ook die Dick Dale gitaartjes mogen van ons een paar versnellingen hoger.

Het laatste album ‘Transfixiation’ werd een beetje lauw onthaald in de pers, de vernieuwing zou er af zijn heet dat dan. Lulkoek, toen Eddy Merckx, Miguel Indurain of Bernard Hinault hun vijfde touroverwinning binnenrijfden was dat ook al lang niet meer verrassend, maar het was wel het zoveelste staaltje van pure klasse. Waarmee we maar willen zeggen, ‘Transfixiation’ is wat ons betreft wederom een gloeiend heet album die al het beste en meest splijtende van A Place To Bury Strangers in zich draagt, én de reden waarom wij vol goesting en met de nodige oorpluggen naar de Kreun trokken.

De Kreun mag dan al dikke betonnen muren hebben, APTBS raasde er los doorheen. We hadden ook niets anders verwacht, hun set was alweer een verschroeiende en decibelvretende aanval op de trommelvliezen, een verpletterende dosis shoegaze die geregeld ontspoorde en ontplofte.
Onder de verzengende noise en de dikke lagen feedback zaten toch maar weer een stel knappe songs verscholen. Dat is nu net de sterkte van APTBS, hoe luid, verbrijzelend en vernietigend hun acte de présence ook mag zijn, altijd blijven de songs overeind, ook al zwemmen die soms in een zee van distortion.
Natuurlijk ging het verscheurende trio wel eens over de schreef, vooral naar het einde van de set toe. Na de vermorzelende kracht van het diep dreunende “Deeper”, één van de sterkhouders van de nieuwe plaat, trok APTBS alle mogelijke registers met veel geweld open in de inmiddels tot klassieker verheven “I Live My Life To Stand In The Shadow Of Your Heart” die wederom uitmondde in een striemende noise eruptie. Als definitieve einde van die terreuraanval kreeg de song nog een extra staartje in de vorm van een minutenlange elektronische kakafonie van zware beats, dwangbuisbassen en vervormde stemmen. De band had zich daarvoor ook nog eens midden in het publiek geposteerd. Best wel interessant, maar dat finale intermezzo duurde ons toch wat te lang, wij hadden liever nog wat extra gitaarherrie gekregen. Moge dit elektronische uitstapje hen hopelijk niet tot gedachten brengen voor de volgende plaat, we zouden zulke exploten liever overlaten aan bandjes als Fuck Buttons die geboren zijn voor dit soort herrie.

Desalniettemin een overweldigend optreden. Wij kunnen ons geen andere shoegaze band voor de geest halen die zo fel en hectisch tekeer gaat als APTBS.

Tevens een goed woordje voor zZz, het Amsterdamse duo die met hun aan Suicide gelinkte sound het publiek op temperatuur had gebracht. Er zaten meermaals dravende eighties tinten en verslavende beats in hun songs, en dat bracht ons perfect in de stemming voor de orkaan die hierop zou volgen …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/a-place-to-bury-strangers-23-04-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/zzz-23-04-2015/
Organisatie: Kreun , Kortrijk

Het kan alleen maar een goede zaak zijn dat SOAD volhardt in de boosheid en blijft ijveren voor de erkenning van de grootschalige genocide van de Turken op het Armeense volk zo’n 100 jaar geleden. Voor deze zaak hebben de leden (met Armeense roots) van SOAD immers na een lange periode van non-activiteit van maar liefst 10 jaar terug de koppen bij elkaar gestoken voor een korte tournee gevuld met onsterfelijke alt-metal songs die hun gelijke niet kennen.
Voorlopig geen nieuw materiaal, en het is maar zeer de vraag of dat er ooit nog gaat van komen want het schijnt niet altijd even goed te boteren tussen de groepsleden.
SOAD is altijd al een buitenbeentje geweest in metal-kringen, een wereld  waar je sowieso al niet veel politieke getinte bands tegenkomt. In hun bruisende metal-cocktail worden bijzonder snedige riffs afgewisseld met Oosterse geluiden en bruuske tempowisselingen, SOAD heeft hiermee een eigen sound gecreëerd en heeft die tussen 1998 en 2005 op vijf onsterfelijke platen voor de eeuwigheid vastgelegd. Die sound is uniek en werd tot op heden door geen enkele metal-band geëvenaard.


In een kolkend Vorst Nationaal bleek dat de band met een broek vol goesting stond te spelen, hard, strak, wild, bijzonder gedreven en uiterst energiek. Als er al een paar problemen zouden zijn tussen de heren, dan konden ze dat verdomd goed wegsteken, want hier stond een hechte en solide bende op het podium. Een vlammend enthousiast, woelig en extatisch publiek kregen ze als dank, want ook bij de fans was de honger onnoemelijk groot na een veel te lange pauze van 10 jaar. Zelden hebben wij Vorst Nationaal zo over kop zien gaan als hier, en dat was volkomen terecht.

SOAD had hun politieke boodschap netjes in een paar originele video’s ingepakt, zo kwam die perfect aan zonder de rotvaart uit hun splijtende set te halen. Geen prekerige toestanden dus, hier stond geen Bono op het podium, wel een bende uitgelaten speedrockers die er zich ten volle van bewust waren dat hun fans gekomen waren voor een portie splijtende metal met vlijmscherpe weerhaken.
De hyperkinetische metalsongs volgden mekaar in ijltempo op, de menigte werd steeds uitzinniger. Had u al op voorhand een verhoopt verlanglijstje in gedachten, dan werd u op uw wenken bediend want quasi alle songs die u had durven hopen kreeg je hier op een ultra-hete schotel geserveerd, en alles bijzonder pittig gekruid.
Maar liefst 33 bommetjes werden afgevuurd, we gaan ze hier niet allemaal opnoemen, maar Vorst kookte meermaals over bij knallers als “Aerials”, “Prison Song”, “B.Y.O.B”, “I-E-A-I-A-I-O”, “Radio/Video”, “Needles”, “ Bounce”, “Chop Suey”,… .
Ook als het even wat kalmer aan mocht bleef de magie in de lucht hangen, vooral in deel twee konden de gemoederen een beetje bedaren met een stel fraaie en rustige (nou ja) momenten, het was genieten van de tedere pracht van “Lonely Day” ,“Lost In Hollywood” en het geweldige “Spiders” .
Alsof Vorst nog niet ver genoeg boven het kookpunt was uitgestegen, ontplofte het hele zootje in het derde deel nog een ultieme keer met een salvo verschroeiende hardcore splinterbommen “Science”, “Chic’n’Stu”, “War”, “Toxicity” en “Sugar”, de één zowaar nog heftiger dan de ander. Wij konden amper nog één woord over onze lippen krijgen : “WOW !”

Vorst Nationaal werd vanavond compleet ondersteboven en binnenstebuiten gekeerd. Wat een show! Wat een setlist! Wat een energie! Wat een agressie! Wat een band!

Deze jongens hebben we veel te lang moeten missen.

Organisatie: Live Nation

donderdag 16 april 2015 01:00

Gale Maze

Male Gaze uit San Francisco begeeft zich op hetzelfde terrein als de gruizige post-punk revival bands Eagulls, Holograms, Beastmilk en Total control. De band recycleert de eighties op de meest energieke wijze en voegt daar als extra een hevige sneer Thee Oh Sees gekte aan toe.
Het resultaat is een kort en zinderend debuutalbum met 7 turbulente songs die er geheid het tempo in houden en af en toe in een psych garage bad duiken. De vocals neigen soms naar Ian Curtis, maar de songs zijn heftiger, gejaagder en minder claustrofobisch dan Joy Division. Kortom, dit is meer opwindend dan depri.
Een stormachtig plaatje waarmee u zich geen seconde zal vervelen.

donderdag 16 april 2015 01:00

Light Stays Close

The Spectors bengelen tussen shoegaze en dreampop. Drijvende kracht achter dit groepje is songwriter en bassiste Marieke Hutsebaut. Ze heeft nu niet meteen de meest begenadigde stem (helemaal niet erg, Kim Gordon en Kim Deal hebben die ook niet en toch zijn ‘t pure klassewijven) maar ze heeft wel een handvol aardige songs uit haar shoegaze-mouw geschud. Met een zangeres aan het roer kom je in dit genre al gauw terecht bij The Pains Of Being Pure At Heart,  The Raveonettes, The Joy Formidable of –nog verder in de tijd- The Sundays en het onvermijdelijke My Bloody Valentine.
De sound mag je dan ook in die richting gaan zoeken, maar er wordt niet over de rooie gegaan. Bij de Spectors is de shoegaze immers gewikkeld in pastelkleuren en snijdt die niet zo hard door merg en been dan bij pakweg A Place To Bury Strangers of  -bijna naamgenoten- Spectres.
Er hangen wel mooie songs achter het gitaargordijn. Amper een paar wegwerpnummertjes die ons te poppy en vooral te licht klinken (“Wrong” en “Someone Else”) staan hier een beetje overbodig te wezen, maar de rest is van zeer deugdelijke tot superbe kwaliteit.
Vooral de tracks waar het gaspedaal wat harder wordt ingedrukt en waar de gitaren iets nadrukkelijker mogen scheuren (“Flakey”, “One Eighty” ) grijpen ons stevig bij het nekvel. Een aangenaam buitenbeentje is “Drone”, die met zo een Black Angels riffje aanzet en gans de song een permanente dreiging aanhoudt. Het schijnt live een absolute kraker te zijn, en we kunnen ons daar wel iets bij voorstellen.
Veelbelovende plaat, maar toch wordt het voor dit bandje een heuse uitdaging om in de toekomst de eenzijdigheid van het genre te omzeilen, zeker nu er alsmaar meer soortgenoten boven water komen. En dan hebben het zowel over nieuwe  (Spectres, Cheatahs,…) als oude bands, want zelfs de pioniers trachten hun graantje opnieuw mee te pikken, zowel Ride als Swervedriver zijn nu ook uit een diepe winterslaap ontwaakt. Het wordt drummen.

donderdag 16 april 2015 01:00

Restarter

Zoals we het van deze krachtige band gewoon zijn, trekt Torche een massieve wall of sound op en daaronder leggen ze deskundig een stel prachtsongs. We kennen de formule onderhand wel, maar toch blijven ze er ons mee verrassen. Het beukt, het dreunt en het bonst dat het geen naam heeft. De gitaren gaan geweldig tekeer op opener “Annihilation Affair” waarin na een tijdje alles openbarst via een instortende muur van feedback geraas, we zijn meteen wakker. Verder is de moordriff die het machtige “Minions” voortstuwt uit geen enkel brein nog weg te branden, een bulldozer van een song is dat. En zo gaat het stevig door, met het gaspedaal nog wat meer ingedrukt op “Loose Men” en “Blasted”. Log en bijzonder heavy zijn “No Servants” en “Believe It” en helemaal overdonderend is afsluiter “Restarter” die 8 minuten aan een stuk geniaal door raast.
Torche klinkt wederom bijzonder heavy op ‘Restarter’, een loodzwaar maar tegelijkertijd dynamisch album die als waardige opvolger van die andere krachtbommen ‘Meanderthal’ en ‘Harmonicraft’ mag beschouwd worden.
Torche speelt op 21/05 in Trix Club (samen met de doomveteranen Pentagram), onder de vlag van Heartbreaktunes,  een organisatie waar ze een neus hebben voor het betere sloopwerk.

donderdag 16 april 2015 01:00

This Is The Sonics

Het is haast niet te geloven dat garagerock-pioniers The Sonics 50 jaar na hun meest bedrijvige periode nog zo een bruisende en viriele rock’n’roll plaat hebben gemaakt. Met het trio ‘Here Are The Sonics”, ‘Introducing The Sonics’ en ‘Boom’ hebben The Sonics in ’65 en ’66 drie borrelende garage-rock mijlpalen op de wereld neergepoot. In een tijd waar jonge meisjes per lopende meter flauwvielen bij elke Beatles-scheet die er te horen en te ruiken was, maakten The Sonics in de smerige kantlijn van de toenmalige pop- en beatmuziek deze drie legendarische vette en stomende rockplaatjes. Nu is daar een al even driftig vervolg op gekomen met ‘This Is The Sonics’, alsof de tijd gewoon vijftig jaar heeft stil gestaan.
‘This Is The Sonics’ staat als vanouds weer bol van opwindende en vlijmscherpe rock’n’roll klassiekertjes die een gortige en vlammende uitvoering hebben meegekregen. Het zijn soms alom gekende en veel gecoverde songs (“You Can’t Judge A Book By The cover”, “Look At Little Sister”, “I Don’t Need No Doctor”,…) maar The Sonics laten die keer op keer tot boven het kookpunt uitstijgen en doen dat met de gretigheid van een bende jonge wildebrassen die er op uit zijn om een relletje te stichten.
Van de energieke bedrijvigheid die ze op ‘This Is the Sonics’ aan de dag leggen staan zelfs woelige jonge rockertjes als The Strypes nogal te kijken.  
Dit is van de heetste en meeste opwindende garage rock die we de laatste maanden gehoord hebben, en dat van een bende oudjes, hoedje af !

donderdag 09 april 2015 01:00

Thin Walls

We hebben zo een beetje de indruk dat Balthazar, na Oscar & The Wolf uiteraard, zowat de meest overroepen band van het Vlaamse land is. Met deze ‘Thin Walls’ hebben we namelijk hetzelfde gevoel als bij ‘Rats’, er staan beste interessante dingetjes op, maar over gans de lijn klinkt het toch wat eenzijdig en behoorlijk saai.
Op te veel songs grijpt de zanger terug naar die irritante aan Bob Dylan ontleende klaagzang van het vorige hitje “Sinking Ship”. Men hoopt er misschien de succesformule wat langer mee uit te melken, maar in onze oren bereikt Balthazar eerder het tegenovergestelde, dat stemmetje begint mettertijd danig op de zenuwen te werken.
Nog zo iets, het hitje “Then What” mag dan al catchy klinken, de song is gebouwd op een riff die schaamteloos gejat werd van “1979” van Smashing Pumpkins.  Als dan moet blijken dat dit nog het sterkste nummer van de plaat is, dan is de spoeling toch wat te mager, me dunkt. Voor de rest zitten er misschien terug wel wat goede ideeën in ‘Thin Walls’ maar helaas ook te weinig vaart.
‘Thin Walls’ is in de nationale pers met bakken lof overladen. Misschien hebben wij het weer eens niet begrepen, maar geloof ons vrij, hoezeer ze alhier ook de loftrompet zwaaien met dit album, we denken niet dat het over de grenzen veel potten zal breken. Als dit qua indie-pop het Belgische uithangbord moet zijn, dan zijn we nog ver van huis.
Als u Balthazar live wil zien, ga dan naar om het even welk zomerfestival, u komt ze daar wel tegen.

donderdag 09 april 2015 01:00

Pickin’ Marmelade

Het jonge duo Scrappy Tapes is op hun eerste full cd ‘Pickin’ Marmelade’ met de blues aan de slag gegaan en heeft die in een emmer vet ondergedompeld. Ze grasduinen in die onuitputtelijke blueswereld en komen daarbij niet zozeer terecht bij grootheden als pakweg BB King of Buddy Guy, maar eerder bij de rafelige blues van obscure namen als RL Burnside, T-Model Ford of Junior Kimbrough. Stel dat Scrappy Tapes Amerikanen waren, dan hadden ze gegarandeerd onderdak gevonden bij Fat Possum, een label die de blues graag binnenrijft met vette modderkluiven aan de botten.
Scrappy Tapes hebben dat rauwe van prille White Stripes en vroege Black Keys, en ze roeien in het zog van garagebluesrockers als Soledad Brothers en Lef Lane Cruiser. Kortom, er hangt flink wat teer en smerige motorolie aan hun songs, en dat moet er niet persé af gewassen worden. We houden maar al te zeer van de groezelige bluesrockers als “No Direction”, “What I Really Need” en “Turn Your Heat down”. Maar de kerels kunnen ook wat gevoeliger uit de hoek komen met fijnbesnaard materiaal als “Like A Little Boy” (Seasick Steve is in de buurt) en de ingetogen afsluiter “The Unspoken” waarin veel Jack White stuifmeel rondhangt.
Ze kennen dus hun voorbeelden, en aan de intro van het stevig stuiterende “Break Out Like The Measles” te horen hebben ze ook een dikke boon voor Rory Gallagher.
Ook met de stekker uit het contact getrokken, weten ze met het fijne akoestische ‘Pistol Slapper Blues’ de magische Rory op een mooie manier te eren. Het korte maar intense ‘Howl’ trekt dan weer een knipoog naar Black Rebel Motorcycle Club ten tijde van hun rootsplaat die de naam euh… ‘Howl’ draagt, ’t zal wel toeval zijn, zeker.
Nice and dirty flemish bluesrock.

Pagina 43 van 111