logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Deadletter-2026...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

maandag 10 november 2014 00:00

Kasabian - Ophitsend feestje

Kasabian, groot in de UK, iets minder bij ons. In hun thuisland zijn ze steevast headliner van de grote festivals, hier kunnen ze Vorst Nationaal nog niet helemaal laten vollopen, zelfs al brengen ze een omvangrijk pak ladderzatte fans mee uit hun thuisstad Leicester.
Kasabian is een band die het in eigen land al tot stadionact heeft gebracht zonder daarbij al te veel toegevingen te doen qua sound, en dat stemt ons tevreden. Kortom, Kasabian is groot, maar blijft geloofwaardig. En vurig en explosief, zo blijkt wel degelijk vanavond. 

Eén van de grote sterktes, wat wij de vorige keer ook al merkten in Lille in 2012, is dat Kasabian geen opwarmingsronde behoeft, de groep schiet gelijk al met volle kracht enkele van hun scherpste pijlen af. Het opwindende “Bumblebee” is de bom van dienst die al meteen de party in gang zet. Met de hoogst energieke knallers die daarop volgen “Shoot The Runner”, “Underdog”, “Where Did all The Love Go” en “Days Are Forgotten” wordt maar al te duidelijk dat Kasabian als geen ander een menigte weet op te jutten. Nog maar 5 songs ver en het kot staat al helemaal op zijn kop.
Mocht u al uw twijfels gehad hebben bij het elektronisch getinte nieuwe materiaal op ’48:13’, u wordt meteen terechtgewezen. Het werkt, en hoe !  De pompende beats van “Clouds” en “Eez-eh” drijven de temperatuur nog flink wat graden naar omhoog. Helaas stijgt ook het alcoholgehalte van de Engelse fans evenredig mee en worden de idioten met de minuut irritanter. Maar goed, laten we dit er maar bij nemen, we zijn ook al wel eens zat geweest op een optreden, het is tenslotte rock’n’roll.
De stoom is er even af met het rustige en helaas ook melige “Thick As Thieves”, tijd voor de Engelsen om een nieuwe biervoorraad in te slaan. Stilte voor de storm, noemen ze dat dan, Kasabian schakelt hierop een paar tandjes hoger met een absoluut geweldige uppercut, het oudje “Club Foot”. Iedereen wordt zot, dat komt niet goed met die Britten, hier en daar worden al een paar rake klappen uitgedeeld. Yep, we zeiden het al, rock’n’roll.
Kasabian gaat onverstoord door met nog een stel opzwepende klassiekers “Re-Wired” en “Treat” dat zowaar uitmondt in een disco feestje. Dat disco tintje wordt verder nog eens in de verf gezet met een flard van de Donna Summer klepper “I Feel Love”, Kasabian komt er mee weg, dit is een waar dansfeestje.
De klepper “Vlad The Impaler” wordt gespaard voor de bisronde, “Get loose, get loose” is de boodschap, die is duidelijk overgekomen. Na een streepje “Praise You” van Fatboy Slim mag de klassieker van het eerst uur “L.S.F” het uitbundige feest met een knal afsluiten.

Een hitsige, rumoerige, wilde en opwindende avond, dankzij Kasabian en een hoop heetgebakerde fans. We zijn er toch weer heelhuids uitgekomen.

Organisatie: Live Nation

vrijdag 07 november 2014 00:00

Spoon - Spontane en efficiënte indie

Het Texaanse Spoon is typisch zo een indie-band die door de critici op handen wordt gedragen maar bij het grote publiek nauwelijks voet aan de grond krijgt. Hun laatste worp ‘They Want My Soul’, wederom zo een plaat die pas na enkele luisterbeurten zijn kwaliteiten prijsgeeft, wordt al evenmin met een overdaad aan aandacht overladen, dus de grote doorbraak is nog niet voor vandaag. De Gentse Vooruit is dan ook maar half vol gelopen, doch de aanwezigen zijn wel allemaal trouwe fans die met het kwaliteitsvolle oeuvre van Spoon goed vertrouwd zijn.

Hoewel de songs op plaat steevast de indruk wekken dat er lang is over nagedacht en dat weinig aan het toeval wordt overgelaten, komen ze er op het podium met een opvallend frisse spontaniteit uit. Spoon is heus geen bende bloedserieuze nerds die een arty farty sound pogen neer te zetten, dit is een fris klinkende band die gewoon een set lekkere rock- en indiesongs serveert. Er wordt al eens rommelig gemusiceerd en de songs worden ook vrij kort gehouden, maar net dat maakt ze uiterst efficiënt.
De bedrijvige frontman Britt Daniel is in de eerste plaats een entertainer die vooral zichzelf en zijn publiek wil amuseren, een sympathieke peer die om de haverklap een stel energieke krachtstoten uit zijn gitaar doet knallen. De rest van de band houdt er dezelfde betrachting op na, de fans plezieren met een hoop eerlijke en fantastisch klinkende indiesongs.
Uiteraard krijgen we een flinke greep uit ‘They Want My Soul’ met onder andere een aangenaam poppy “Do You”, een potig “Rent I Pay” en een lekker zwevend “Inside Out”, maar de band besteedt al evenveel aandacht aan hun chef d’ oeuvre ‘Ga Ga Ga Ga Ga’ uit 2007, een album die toch nog wel een paar treden hoger staat. Onder meer “Don’t Make Me A Target” is met zijn knarsende gitaartjes geweldig en de frisse keyboards in “The Ghost Of Your Linger” klinken hemels.
Spoon dwarrelt vlotjes en ongedwongen, maar tegelijkertijd ook strak en krachtig, doorheen hun toch wel schitterende songs. Anderhalf uur is in een wip voorbij, en dan weten we altijd dat het goed geweest is.

Deze performance en de publieke opkomst geven ons gelijk, Spoon wordt schandelijk onderschat.

Organisatie: Democrazy, Gent

Bill Frisell is een begenadigd en veelzijdig gitarist die voornamelijk in jazz middens wordt gesitueerd, hoewel hij al jaren met de regelmaat van de klok ettelijke albums maakt die vooral grensoverschrijdend zijn, een rijke variatie van jazz, blues, etnische muziek, ambient, avant-garde, rock, folk, pop,…

Ook in de Handelsbeurs had men op voorhand een beetje voorbarig het ‘jazz’ etiket bovengehaald ter aankondiging van Bill Frisell zijn komst naar Gent. Het volstond om de zaal te doen uitverkopen, maar met jazz had deze doortocht weinig te maken, hoogstens waren hier vanavond een paar jazzy kwinkslagen te merken die verweven waren met een gans arsenaal aan andere invloeden.
Frisell kwam hier met name zijn nieuwste album ‘Guitar In The Space Age’ voorstellen, een plaat waarop hij instrumentale interpretaties brengt van een stel gekende en minder gekende songs uit een rijk verleden. Op het album vloeien een hele hoop stijlen door mekaar, blues, jazz, surf, country en rock. In de handelsbeurs was het niet anders.
Wij hadden op voorhand ons huiswerk gemaakt en ‘Guitar In The Space Age’ aan enkele grondige luisterbeurten onderworpen. We troffen er uiteraard muzikale passie en klasse aan -het zou er nog aan mankeren- maar tegelijkertijd merkten we ook op dat alles toch een beetje te braaf en te vrijblijvend klonk, tegen de grens van de muzak aan zelfs. Muzikaal behang dus, weliswaar van onberispelijke kwaliteit en overgoten met liters technisch vernuft, maar toch : behang.
Bij de live uitvoeringen werd er gelukkig wat meer peper op de songs gestrooid, Link Wray’s klassieker “Rumble” kreeg een ronkende en stevige behandeling mee en The Kinks hun “Tired Of Waiting For You” kaapte hier de absolute hoofdrol weg. De lange song zette op subtiele wijze aan en brak dan volledig open in een stomend samenspel van een stel ervaren rotten die mekaar perfect aanvoelden, het leek even alsof Crazy Horse hier stond te spelen.
Bij Bill Frisell leek de virtuositeit uit de losse pols te komen, hij etaleerde zijn unieke gitaartalent zonder daarbij de vedette uit te hangen. Hij hoefde niet persé het laken volledig naar zich toe te trekken en gaf voldoende ademruimte aan het stel uitgesproken klasbakken waarmee hij zich liet omringen, met name een formidabele Greg Leisz op pedal steel en elektrische gitaar, Tony Scherr op bas en Kenny Wollesen op drums. Vooral bij de laatste twee was te merken dat ze met de jazz pollepel zijn opgevoed, het vloeide er uit alsof het niets was.
De ganse set door viel de virtuositeit van deze muzikanten op, het kwartet kon met sprekend gemak alle stijlen aan en speelde heel bedreven en bij momenten zeer begeesterend, en dat gaf een flinke meerwaarde aan de set. De live uitvoeringen van de songs stegen een flink stuk uit boven de soms te halfslachtige albumversies, de rock was feller, de ingetogen passages waren intiemer. Kortom, de soms te melige Shadows-sound van de plaat werd voldoende de kop ingedrukt en de bezieling was een stuk prominenter aanwezig. 
Toch konden we ons niet van de indruk ontdoen dat deze band ons nog meer bij het nekvel had gegrepen mochten ze iets heviger buiten de lijntjes hebben gekleurd en iets frequenter het pad van de improvisatie hebben gekozen. Iets wat we bijvoorbeeld eerder in Gent bij Marc Ribot wel mochten vaststellen, ook zo een zogenaamde jazz gitarist, maar eentje die zijn demonen veel vaker en heviger de vrije loop geeft. Zowel Marc Ribot als Bill Frisell hebben trouwens al samengewerkt met de geflipte John Zorn, maar Ribot heeft de Zorn-gekte toch meer in zijn lijf zitten.

De term ‘clean’ kwam ons bij Bill Frisell net iets te vaak voor de geest om van een onvergetelijk concert te gewagen. Al bij al wel zeer onderhoudend en vakkundig.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

donderdag 23 oktober 2014 01:00

Primitive And Deadly

Heavyness, duisternis en traagheid zijn altijd al de sleutelelementen geweest bij de doomrockers van Earth. Deze keer hebben ze daarin een paar geslaagde nuances gebracht.
Wat zeker ongewoon is voor Earth, op maar liefst drie van de vijf songs wordt zowaar gezongen, zij het niet door dartele duifjes. Zo komt de grofkorrelige Mark Lanegan zijn grafstem verlenen aan “There’s A Serpent Coming” en “Rooks Across The Gate”, zijn droefgeestige bariton zit die songs als gegoten en kleurt ze nog een stuk donkerder. Ook de illustere muze Rabia Shabeen Quazi van het verwante Rose Windows (check hun miskende meesterwerk ‘The Sun Dogs’) komt een beklemmende présence geven op het zwaarmoedige “From The Zodiac Light”, een slepend monster die elf minuten lang tegen de gure rotsen schuurt.
In de ronduit indrukwekkende  instrumental “Even Hell Has Its Heroes” drapeert gitarist Dylan Carlson minutenlang ijlende solo’s boven de logge riffs, het is niet minder dan geweldig, Earth wordt hier zowaar even Earthless.
‘Primitive and Deadly’ mag absoluut tot het beste werk gerekend van deze doomveteranen die na meer dan twintig jaar nog steeds weten te verbazen met hun vervaarlijke songs en hun sinistere sound.

Imelda May - Deze Ierse burlesque dame met een gouden stem en een voorliefde voor rockabilly en de fifties, had onze aandacht al gewekt met haar voortreffelijke laatste album ‘Tribal’. In de UK wordt ze onder meer door Jools Holland op handen gedragen, bij ons is de talentvolle lady nog een vrij onbekende naam. Toch was de AB aardig volgelopen en werd het een meer dan geslaagd en dynamisch retro avondje.

Hoewel de rockabilly uitspattingen gerust nog een stuk smeriger mochten van ons, was dit een bruisend en levendig concert. Het unieke zangtalent van deze sympathieke Ierse dame kwam er vlotjes uit zonder overdreven opschepperij. Het meest begeesterende vocale kippenvelmoment was met voorsprong de naar de hemel gezongen jazz van “Gypsy in Me” waar Imelda May in de buurt kwam van de haast ongenaakbare Billie Holiday.
Verder werd er overwegend gerockt vanavond en zat er flink wat vaart in de set met een handvol stevige rockers en rockabilly spetters als “Wild Woman”, “Five Good Men”, “Psycho”, “Mayhem” en een absoluut denderend “Johnny’s Got A Boom Boom”, allemaal pittige songs die sterk knipoogden naar Stray Cats en Paladins.
Imelda May liet zich begeleiden door een knappe en uiterst viriele band. De wonderlijk klinkende schuiftrompet passages van Dave Priseman bevielen ons enorm in het atmosferische en jazzy “Wicked Way” en in de swingjazz van “Inside Out”. Mede hoofdrolspeler was gitarist Darrel Higham, tevens Imelda’s echtgenoot, die zich meermaals liet opvallen met een stel heerlijke solo’s en surfgitaartjes. Misschien hadden wij graag stiekem nog iets meer motorolie in zijn instrument gekieperd om de sound nog wat vettiger te doen klinken, maar toch was het voortdurend genieten van de vloeiende rock’n’roll die gans de avond door de lucht zweefde.
Imelda May betrok haar publiek mee in het rock’n’roll feestje en liet de zaal een aardig potje meezingen in het swingende “It’s good to be Alive”, de stemming zat er stevig in, Imelda May had de AB helemaal in haar binnenzak.
De deerne had ook een paar verrassende covers in petto, Willie Dixon’s “Spoonful” bracht als smeulende nachtelijke bluessleper het tempo op adembenemende wijze een paar stappen terug en op het eind kregen “Bang, Bang, My baby shot me down” (Sonny & Cher)” en “Dreamin’” (Blondie) een uitmuntende en bloedmooie akoestische versie mee. De fluwelen stem van Imelda May werd bij die twee pareltjes enkel begeleid door de sobere ukelele van haar teergeliefde echtgenoot.
De volledige band werd er nog een laatste keer bijgehaald voor de ultieme flitsende rockabilly klepper “Right Amount of Wrong” die de set op de meest zinderende wijze afsloot.

Een zeer vitale doch misschien ietwat te cleane performance (mierenneukers als wij hebben altijd wat detailkritiek in huis), maar met het rock’n’roll hart op de juiste plaats en een stem die het achtervolgende peloton op minuten achterstand zet.
Als ze haar song “Wild Woman” nog iets letterlijker zou nemen en tussendoor ook nog even een concertje meepikt van pakweg The Jim Jones Revue of Jon Spencer, dan kan het vuur nog heviger oplaaien en zou het hek pas helemaal van de dam zijn. Moet kunnen.

Organisatie: Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel

donderdag 16 oktober 2014 01:00

Deep Fantasy

Tien gure en korte lappen indie- en punkgeweld met een furieuze dame (Mish Way)aan het roer, het doet denken aan Perfect Pussy maar bij White Lung zit er toch wat meer lijn en wat minder oeverloos geweld in. Dit gaat snel en hard, doch de songs blijven overeind tussen het brute gitaargeraas.
‘Deep Fantasy’ is een opwindend ritje op de punk rollercoaster van amper 25 minuutjes, u zal direct nog een keer willen.
U kan dit kwieke viertal (drie wilde vampen en één mannelijke gitarist) uit Vancouver live gaan aanschouwen in De Kreun op 18/11, als je het tempo maar kan bijhouden.

donderdag 16 oktober 2014 01:00

Avowed Slavery

Een klein jaartje na ‘Slave Vows’ heeft The Icarus Line nog een brandend vervolg gebreid aan dit verwoestende album. De grimmige lijn wordt verder doorgetrokken in deze EP met 5 hardvochtige, verzengende en zwaarmoedige songs. “Leeches and Seeds” is Nick Cave die zich in een Stooges furie stort, “Salem Slims” is ontspoorde Jon Spencer en de sinistere klomp onheil van 13 minuten “The Father/ The Priest” lijkt te zijn weggelopen uit het ijzingwekkende dubbelalbum ‘To Be Kind’ van Swans.
‘Avowed Slavery’ evenaart in alle opzichten het ongure niveau en de versmachtende sfeer van ‘Slave Vows’ en is dan ook een niet te missen addendum die het geheel nog een stuk indrukwekkender maakt. Totaalpakket aanschaffen, dus.

donderdag 09 oktober 2014 01:00

Strand Of Oaks - Potig en intiem

Met ‘Heal’ heeft Timothy Showalter, alias Strand Of Oaks, al één van de betere platen van dit jaar uitgebracht, een album waarop losjes overgeschakeld wordt van eighties pop naar felle rock.

Een tiental dagen geleden stond hij al in de Trix, nu kwam hij langs in de 4AD en was hij vol lof over dit sympathieke clubzaaltje.
Een enthousiaste, gedreven en bijzonder dankbare Showalter gaf meteen het beste van zichzelf en dropte al een eerste hoogtepunt heel vroeg in de set met een bevlogen “Heal”, een schitterende song die op plaat flink in de synthesizers is gemarineerd, maar die er op het podium als een bijzonder felle rocksong (met uitmuntende gitaarsolo) uitkwam.  In “Goshen ’97” ging Strand Of Oaks vlotjes op dat elan verder, de gitaarpartij van J. Mascis van op het album mistten we niet, Showalter wist daar vakkundig raad mee. We hadden algauw door dat we hier niet alleen met een talentrijk songschrijver maar ook met een voortreffelijke gitarist te maken hadden.
Het volgende en absolute hoogtepunt was “JM” , een briljante song met al even sublieme gitaren. Bij momenten kwam “JM” wel heel dicht in de buurt van Neil Young’s “Cortez The Killer”, maar dit zagen we als een onvoorwaardelijk pluspunt, als wij ergens Crazy Horse menen in te herkennen gaan onze oren immers altijd flapperen.
Na zoveel fraaie krachtpatserij stuurde Showalter zijn band even achter de coulissen om ons in vervoering te brengen met een trio songs waarin hij zich van zijn meest intieme kant liet bewonderen. Het was niet minder dan prachtig, “Woke up To The Light” bezorgde ons trouwens een pak meer kippenvel dan de albumversie, minder stroop, meer gevoel.
De knappe songs van Strand Of Oaks deden ons wel eens denken in de richting van Bob Dylan en Tom Petty, bijgevolg dus ook aan Showalter’s al even bevlogen generatiegenoten van the War On Drugs (een uiterst knap “Shut In” kon gemakkelijk door Adam Granduciel zijn geschreven). 

En tot slot nog dit, wij hebben het nooit gehad voor de opgezwollen pathos van Bruce Springsteen, maar wat Showalter helemaal in zijn eentje op het einde deed met The Boss zijn “Used Cars” was van een adembenemende schoonheid. “Used Cars” staat trouwens op ‘Nebraska’, niet toevallig de meest naakte plaat van Springsteen.

Op voorhand had het duo Scrappy Tapes de zaal op een alleraardigste manier opgewarmd met hun ranzige bluesrock in de trend van .. tja hoe kan het ook anders, The White Stripes, The Black Keys en de minder bekende maar even wonderlijke Soledad Brothers. Hoewel de invloeden niet weg te denken waren, overtuigde dit duo met een eigen smoel dankzij een set verbluffende songs en een resem verdomd fraaie en vunzige gitaaruithalen. Hun kersverse album heet ‘Pickin’ Marmelade’ en u mag het wat ons betreft blind kopen.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/scrappy-tapes-07-10-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/strand-of-oaks-07-10-2014/

Organisatie: 4AD, Diksluide

Bij ons is Triggerfinger ondertussen al een mega-groep geworden, in Rock Werchter werd voor dit zwaar rockende trio de mainstage voorbehouden en in december is de rocktempel Vorst Nationaal aan de beurt.
Wie Triggerfinger graag ietwat kleinschaliger wou aanschouwen moest dus de grens over. In Tourcoing startte de band hun eigenste Tour De France, en gezien dit gehucht op amper een kwartiertje rijden ligt van Kortrijk mocht men zich hier wel aan een flinke opkomst van Belgen verwachten. Niet te verwonderen dus dat het bordje Sold Out al enkele weken geleden werd bovengehaald.

Triggerfinger had er goesting in, heel veel goesting. Hier was geen sprake van eventuele vermoeidheid na een drukke zomer, het krachtige trio speelde gretiger dan ooit. Na al die open air optredens van de afgelopen maanden vond de band het inspirerend om eindelijk nog eens het echte zweet van een clubzaal te mogen proeven. Ook wij mochten dat letterlijk meevoelen in die stomend hete Grand Mix, een uiterst aangenaam concertzaaltje waar al een resem puike bands zijn gepasseerd.
Triggerfinger stoomde , kolkte en bruiste als nooit tevoren.
Le Grand Mix ontplofte met furieuze rockuitbarstingen als “Black Panic”, “On My Knees”, “There She Was Lying in Wait”, “Is It”, “First Taste” en “Let it Ride”. Tempo, power, adrenaline en geestdrift, daar kwam het op aan, Triggerfinger ging recht op doel af en de motor draaide op volle toeren.
Stilaan een constante in elke set, “My Baby’s Got A Gun”, Triggerfinger’s versmachtende interpretatie van de blues, was nog maar eens het ultieme hoogtepunt van de avond.
Ruben Block liet zich vanavond ook meermaals verleiden tot een stel scherpe en scheurende gitaarsolo’s, onder meer in een openbarstend “Camaro” en in de withete funk van “All This Dancin’ Around Again”, waarin trouwens ook de drumsolo van Mario Goossens voor één keer niet op de zenuwen werkte. Ook de flauwe grap “I Follow Rivers” was nu eindelijk uit de setlist geweerd, dus bijna alles zat perfect vanavond. We merkten welgeteld één klein haperingetje, de niet te bijster fantastisch klinkende nieuwe single en halve Bowie persiflage “Of The Rack” kwam ook in zijn live versie niet van de grond. Maar aan het eind van zo een verpletterende show konden ze zich dat missertje wel permitteren.

Als ze dit tempo en die brute power blijven aanhouden zal ook de rest van Europa voor de bijl gaan. We hebben er het volste vertrouwen in.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/triggerfinger-02-10-2014/
Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

donderdag 25 september 2014 01:00

Songs Of Innocence

Dat U2 (alweer) een zwakke plaat heeft gemaakt verbaast ons niks. We zouden pas geschrokken zijn mochten ze plots een kwaliteitsvolle knaller hebben voortgebracht. De Ierse miljonairs hebben immers al sedert ‘Zooropa’ uit ‘93 geen treffelijk album meer bij mekaar kunnen knutselen. Een handvol sterke songs, dat wel, maar een volledig album ? No way.
Natuurlijk mogen we het belang van deze jongens niet onderschatten. Ze joegen een frisse post-punk wind doorheen de jaren tachtig en hebben met enkele cruciale albums, met als absolute mijlpaal ‘Achtung Baby’, definitief hun stempel op de geschiedenis van de rockmuziek gedrukt .
Op vandaag is de relevantie van een groep als U2 echter al ver beneden het vriespunt gezakt. Om de zoveel jaar komen ze nog eens met een mega show op de proppen met als motto ‘the sky is the limit’, maar op artistiek en creatief gebied gaat de band er al lang niet meer op vooruit. Al dat mega spektakel trekt nog steeds ettelijke duizenden trouwe aanhangers naar de grote stadiums, maar die fans zitten daar toch altijd weer ongeduldig te wachten op het werk uit het tijdperk 1980-1993, de periode waarin U2 er wel toe deed.
Mocht u zich al half bedrogen gevoeld hebben met ‘Pop’, ‘All  That You Can’t Leave Behind”, ‘How To Dismantle An Atomic Bomb’ en ‘No Line On The Horizon’ dan heeft u nu pas echt een kat in een zak gekocht (of gedownload, U2 heeft dit ding immers gratis op het internet gegooid, alsof ze zelf wisten dat ze de fans hard aan het bedriegen zijn mochten ze hier geld voor vragen).  
Hoe zeer de groep ook probeert om pittig en krachtig als in hun beste jaren uit de hoek te komen, U2 klinkt op ‘Songs Of Innocence’ vooral als een flauw afkooksel van zichzelf. Daar waar er op elk van de vorige vier platen nog een paar uitschieters stonden die het geheel enigszins overeind hielden, is deze keer zowat alles van inferieure kwaliteit. Wij hebben enkele pogingen ondernomen, maar werkelijk niets is blijven hangen, geen melodie, geen riff, geen spitse solo, laat staan een goeie song. Zowat alles wat hier op staat hebben ze al eens eerder gedaan, maar dan stukken beter. Dit is met voorsprong het slapste wat U2 ooit heeft naar buiten gebracht.
Het zou hen, en hun muzikale toekomst, goed doen mochten ze dat zelf stilaan ook gaan beseffen, maar we vrezen er een beetje voor.
Er zal hier vanzelfsprekend wederom een grootse tournee op volgen waarbij u onvermijdelijk een stel van die nieuwe gedrochten door de strot geduwd zal krijgen vooraleer u zich mag gaan verkneukelen aan toppers als “One”, “Where The Streets Have No Name”, “Bullet The Blue Sky”, “Bad”, “I Will Follow”, “Beautiful Day”, “Vertigo”, “Even Better Than the Real Thing”, “With Or Without You”, “The Fly”, “Elevation”, enz…. U heeft het er voor over, want u bent fan. We kunnen het begrijpen, U2 heeft immers een indrukwekkende songcatalogus, maar deze keer werd daar niets, maar dan ook niets, aan toegevoegd.
Tijd voor herbronning ? Of gewoon tijd om er definitief een punt achter te zetten ? Dat ze er zelf maar moeten uitkomen.

Pagina 48 van 112