logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Kreator - 25/03...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

vrijdag 13 maart 2015 00:00

The Herd

De Vlaamse Mudcookies komen op ‘The Herd’ niet bepaald met het meest originele geluid aanzetten, maar ze zijn wel bijzonder vaardig in hetgeen ze doen. Blues, surf, country en rockabilly zijn de ingrediënten. Als u fan bent van Fabulous Thunderbirds, Steve Earle, The Paladins en Treat Her Right dan zal dit er ook wel zonder veel morren ingaan. Hoogtepunten zijn “Ovis” (de opener die lijkt weggelopen uit een Ry Cooder soundtrack), “Trouble” (een gortig rockertje) en “Too High” (met een sexy saxofoon die ons doet mijmeren richting Morphine).
Niet mis, maar om de ettelijke duizenden platen die in dit genre al gemaakt zijn te kunnen overstijgen, zou er nog wat meer pili pili op de patatten mogen. Wij bedoelen maar, Vlaamse kermissen genoeg om hiermee optredens te versieren, maar grensoverschrijdend klinkt dit niet.
So be it, bij zulke groepjes is het toch altijd meer om de fun dan om de centen te doen. ‘The Herd’ verraadt dan ook van een gretige vorm van speelplezier, en live kan dit wel voor gensters zorgen. Dus toch maar even checken als die gasten ergens in de buurt komen. 

vrijdag 13 maart 2015 00:00

A Flourish And A Spoil

Mocht u er aan twijfelen, The Districts is wel degelijke een Amerikaanse band. Vooral de catchy opener “4th and Roebling” zet u een beetje op het verkeerde been door openlijk te solliciteren naar de Britse markt.
The Districts lijken dan ook nog in hun opzet geslaagd want dit album werd met de nodige lof door NME onthaald. Doch, het plaatje is lang niet zo sterk als die flukse binnenkomer doet vermoeden, algauw zit de klad er in en peddelen de songs voorbij zonder zich ergens in ons brein of nekvel vast te zetten.
Niet dat ze op de zenuwen werken, daar niet van, maar het is allemaal een beetje te vrijblijvend, ongevaarlijk en lichtzinnig waardoor er maar bitter weinig echt blijft hangen. Het is steeds net een beetje minder dan de grote voorbeelden, zo streven “Hounds” en “Young Blood” naar My Morning Jacket maar geraken er niet, elders gaat het dan weer richting Arctic Monkeys maar wordt zelfs het niveau van de zwakkere momenten van ‘AM’ niet gehaald.
The Districts komen op 09/04 naar de Botanique. U mag hopen dat er live wat meer poer in zit. Weet het ons te zeggen, wij blijven thuis.

vrijdag 27 februari 2015 00:00

Earth – Slowmotion metal

‘Primitive and Deadly’, de nieuwste van Earth, is ongetwijfeld één van de beste platen uit hun rijk gevulde carrière. De doomrock en postmetal worden er genuanceerd met onder andere de innemende grafstem van Mark Lanegan en de ijle vocals van Rabia Shabeen Quazi. De band kwam het album in De Kreun voorstellen en met zo een dreun van een plaat waren onze verwachtingen tamelijk hoog gespannen.

Wij bleven echter een beetje op onze honger zitten. Hoewel vier van de vijf songs van die ingrijpende plaat de weg naar De Kreun vonden, kwamen de gelaagdheid en de magie van ‘Primitive And Deadly’ maar mondjesmaat naar boven. Het bleek vooral een gemis dat er geen vocalisten mee waren. De meerwaarde van songs als “There’s a Serpent Coming” en “From The Zodiacal Light” ging verloren. Zonder de vocals van Lanegan en Quazi staken deze tracks niet boven de rest uit, hun body was niet echt verdwenen maar de ziel was een beetje zoek.
Earth hanteerde gans de avond een soort van tergende traagheid waarbij de sound wel bijzonder krachtig en zuiver bleef, maar waarin de songs (zo een acht in totaal) helaas ook onderling verwisselbaar leken daar ze er met zijn allen hetzelfde slepende tempo op nahielden. Hoe intens en begeesterend het ook bij momenten mocht klinken (vooral “Even Hell Has it’s Heroes” en “The Bees Made Honey in The Lion’s Skull” kerfden diep in onze aderen), de sleur kwam er toch wat in te zitten omdat het trio uit hetzelfde doom-vaatje bleef tappen.
Eenzijdigheid kwam zo de kop opsteken en ook met de heavy sound ging Earth niet echt over de rooie, wij hadden het allemaal nog wat zwaarder en radicaler verwacht. Vaak worden ze in één adem met elkaar genoemd, maar dit was duidelijk Sunn O))) niet, de dreunen gingen niet door merg en been, onze maag werd niet binnenstebuiten gekeerd en ons brein werd niet omgeploegd.

Qua sound klonk het allemaal wel overtuigend via de logge en trage riffs, dreigende en kurkdroge drums en diepe bastonen. Maar net dat tikkeltje meer dat een mens van zo een band zou verwachten, dat was er niet bij. We geraakten niet in trance, die klik wou maar niet komen, Earth nam ons niet mee naar die bovenaardse wereld die ze op hun platen nastreven. Bij die gasten voor ons leek het middels een knoert van een joint wel te lukken. Zullen we de volgende keer ook maar eens proberen.

Organisatie: Kreun , Kortrijk

zondag 15 februari 2015 00:00

Fire Music

De nieuwe van Danko Jones is volledig wat we er van mochten verwachten, ongecompliceerde feelgood spierballenrock met ettelijke powerriffs, hoog fungehalte (“Do You Wanna Rock”), een knipoog naar punk (“Gonna Be A Fight Tonight”) en bij momenten een speed-attitude van ‘probeer ons nu maar eens in te halen’ (“Body Bags”, “Watch You Slide”).
Het soort muziek die het altijd goed doet in spreidstand, luchtgitaar in de aanslag en liters bier binnen handbereik. Daar zal het alleszins niet aan mankeren op Graspop Metal Meeting, waar Danko Jones tussen de zware jongens geprogrammeerd staat. Diens flitsende live reputatie indachtig, zou ik daar toch maar eens langsgaan, mocht ik van u zijn.

donderdag 05 februari 2015 00:00

Transfixiation

Omdat we er toch weeral niet van onderuit kunnen gooien we het maar meteen op tafel : The Jesus And Marcy Chain. Voila, ’t is er uit. Zonder hen was A Place To Bury Strangers waarschijnlijk nooit geboren en het zal de band totterdood blijven achtervolgen.
We gaan niet flauw doen, de referenties zijn op songs als “What We Don’t See” en “Love High” weer onmiskenbaar aanwezig, maar wat is ‘Transfixiation’ toch wederom een geweldig verschroeiend album geworden.
Loden baslijnen die de diepste kuilen verkennen, verzengden gitaren die flirten met de pijngrens en onderkoelde vocals die het noodlot tarten.
A Place To Bury Strangers recycleert de eighties op een hoogst frisse manier op “Supermaster” en “Straight” en laat daarna de gitaren uit alle mogelijke bochten vliegen op de ontspoorde herrie van “Love High”. Het versmachtende “Deeper” is een moordsong die zijn naam alle eer aandoet, APTBS sleept zich hier zelfs richting doom-metal, bassen zoeken de donkerste draaikolken van de hel op, gitaren snijden dwars door onze aders heen en dreigende vocals echoën vanuit gure ondergrondse spelonken. “We’ve Come So Far” is  een razende klomp briljante gitaarherrie die flirt met krautrock.
Verzengende  songs als “I’m So Clean” en “Fill The Void” zijn doordrongen van ziedende shoegaze-punk die door merg en been gaat. De plaat eindigt met een gruizige streep distortion genaamd “I Will Die”, alsof de restanten van MC5 en The Stooges van onder een bulldozer hun laatste woorden er uit schreeuwen.
Een roodgloeiende plaat.
A Place To Bury Strangers zal onder een stortregen van stroboscoop-lichten een gerichte aanval op uw trommelvliezen plegen op 23/04 in De Kreun. See you there.

zaterdag 07 februari 2015 00:00

Adrian Crowley - Als een goede wijn

Al 8 platen heeft Adrian Crowley uit, maar toch had op het vasteland nog niemand gehoord van deze Ierse singer/songwriter. Tot hij eind 2014 met het prachtige album ‘Some Blue Morning’ op de proppen kwam, lovende reacties alom waren zijn deel en vergelijkingen met grootheden als Leonard Cohen, Bill Callahan en Nick Cave waren plots overal aan de orde. Twaalf jaar na de eerste plaat was er dan eindelijk die welverdiende erkenning. Of toch niet? Blijkbaar waren in België al die lofbetuigingen nog niet zo goed doorgesijpeld want de op zich al bescheiden AB Club was niet eens volgelopen. Maar goed, wij waren er wel, en het is nu eenmaal onze taak om er bij u eens goed in te wrijven wat u nu weeral gemist heeft.

Op ‘Some Blue Morning’ hebben de fraaie songs een intieme omkadering meegekregen met hier en daar wat cello, keyboards en strijkers, maar op het podium deed Crowley het helemaal in zijn muzikale blootje. Enkel Katie Kim, die ook voor het voorprogramma had gezorgd, kwam sporadisch wat voorzichtige vocale steun leveren. Dat Crowley zijn songs zo nog meer uitkleedde, kwam de intimiteit alleen maar ten goede. Hij begeleidde zichzelf op elektrische gitaar en haalde daar wonderlijke mijmerende echo’s uit die wel eens naar David Lynch achtige taferelen refereerden. Samen met die zalvende bariton van hem zorgde dit voor heuse kippenvelmomenten.
U mocht gerust in katzwijm vallen bij de weidse sound van het onooglijk prachtige “The Hatchet Song” of het betoverende “The Hungry Grass”.
Adrian Crowley manifesteerde zich ook als een entertainende storyteller. Met een anekdote over een vervelende ekster die zijn vakantie in de Pyreneeën vergalde,  leidde hij het schitterende “The Magpie” in. Ook zijn verhaal  ter introductie van “Trouble”, over breeddenkende Nederlanders die het al vreemd vonden dat  hij te voet met zijn gitaar op de rug naar een optreden peddelde, wekte bij het  publiek een glimlach los. Zo nam Crowley met zijn verhalen zijn publiek mee binnenin zijn songs waar het aangenaam vertoeven was. Wij zaten tevergeefs nog te wachten op dat fabelachtige relaas over een wild zwijn in de prachtsong “The Wild Boar”, maar het mocht niet zijn, Crowley liet de song vanavond helaas in zijn valies zitten.
Als bis kregen we enkel de folksong “Golden Paleminos” waarvoor Crowley achter de piano ging zitten. Dat hoefde hij nu niet echt te doen, wij prefereren immers met voorsprong de albumversie van “Golden Paleminos” met dat zacht tokkelende akoestische gitaartje. Maar goed, wij waren al lang tevreden met wat deze fijne songteller vanavond gebracht had. Buiten was het ijzig koud, maar binnen was het hartverwarmend.

Met het oog op ons huiswerk hebben we ons nog eens verdiept in ‘Some Blue Morning’ en de plaat klinkt bij iedere beluistering mooier, eentje om te koesteren. Na acht platen is Adrian Crowley hiermee tot zijn voorlopige artistieke hoogtepunt gekomen, als een lekker wijntje die jaren heeft liggen rijpen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

zondag 01 februari 2015 00:00

Pere Ubu - Eeuwig dwars


Pere Ubu is de eeuwige undergroundband, een cultgroep die met een dwarse, experimentele, freaky en avantgardistische stijl steeds in de kantlijn van de rock- en wavemuziek is blijven vertoeven. De band is in de jaren 70 ontstaan uit de restanten van de proto punkers Rocket From The Tombs en heeft in 40 jaar een hele resem bandleden zien komen en gaan.
De constante in de band is natuurlijk de inmiddels 62 jarige David Thomas, een zonderling en iconisch figuur die tussen alle Pere Ubu platen door ook een tiental solo platen heeft gemaakt die al even bizar klonken als het werk van zijn buitenissige groep.
David Thomas is een artiest van het kaliber Captain Beefheart, Michael Gira (Swans) en Mark E Smith (The Fall), een ondoordringbare en eigenzinnige kunstenaar die de wereld een hoop averechtse songs en levenslessen heeft bijgebracht. Om gezondheidsredenen moet de man tegenwoordig al zittend zijn concerten doorbrengen, maar het maakt er zijn verschijning daarom niet minder indrukwekkend om.

Ook in Eeklo was Pere Ubu, en dan vooral David Thomas, weer volledig zijn ongeëvenaarde zelf, onvoorspelbaar, markant, bijzonder, tegendraads, afwijkend en ongeremd. De band speelde zijn eigen voorprogramma via een half uurtje improvisatie gevuld met flarden van songs die binnenstebuiten werden gekeerd en met elkaar verweven tot een soort soundtrack van een zonderlinge en wereldvreemde road movie.
Daarna volgde een ‘reguliere’ set, voor zover je dat woord eigenlijk nog in de mond kan nemen bij een Pere Ubu concert. De songs waren inderdaad wat korter en hadden elk min of meer een kop en een staart, maar ze gingen nog altijd diverse richtingen uit en zoals steeds bracht Pere Ubu ze in flink verkapte versies, elke Pere Ubu song leidt immers iedere avond een leven op zich en klinkt nooit twee keer hetzelfde.
Pere Ubu had hier een nieuw album ‘Carnival Of Souls’ te promoten met onder meer een heerlijk stuiterend “Bus Sation”, een sluipend “Road To Utah” en een in weed gedompeld “Carnival”.
Met zijn aparte en intrigerende stem wist David Thomas de nodige ziel te leggen in zijn excentrieke songs, ondertussen bleef zijn band lekker dwars doch vakkundig musiceren, ver weg van de geijkte paden.
Een hoofdrol was weggelegd voor de eigengereide klarinettist Darryl Boon en ook de weerbarstige gitaar van Keith Moliné ging geregeld scherp uit de bocht. De voltallige band creëerde alweer die typische ongeëvenaarde chaos waarbij ze telkenmale na een stel vreemdsoortige kronkelingen terug op hun poten terechtkwamen.

Pere Ubu is een unieke band die met niets of niemand te vergelijken valt en David Thomas is een legendarisch cultfiguur die de dingen maar al te graag op zijn kop zet. Wij zijn bijzonder content dat we dit overhoekse anderhalf uurtje in de N9 mochten ondergaan.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/pere-ubu-30-01-2015/
Organisatie: N9, Eeklo

 

vrijdag 30 januari 2015 00:00

Soul Power

Iedereen loopt de laatste tijd hoog op met de nieuwe D’Angelo, maar men vergeet dat er elders in de USA een nieuw soultalent is opgestaan die nog een veel betere plaat heeft gemaakt. Curtis Harding is de naam, ‘Soul Power’ heet het album en u moest nu al naar de platenwinkel aan het hollen zijn (…of ja, aan het downloaden zijn, we leven al lang in andere tijden). Harding’s soul is vintage en retro, maar staat ook met één been in het heden en de stroop is er af geschrapen. Goeie soul dus, uitstekende soul zelfs, beter dan Charles Bradley en Lee Fields, echter dan Paolo Nutini, veel minder glad dan Bruno Mars of Aloe Blacc, en  -ja, hier zijn we weer- nog sterker dan D’Angelo.

Curtis Harding leerde de stiel bij onder meer Outkast en Cee Lo Green maar kwam elders dan weer bij Cole Alexander van de garagepunkers van Black Lips terecht. Aan ‘Soul Power’ hoor je dat hij in verschillende vaarwaters heeft gepeddeld en dat zijn soul meer in de garage dan in de salon heeft gezeten. De Cee Lo Green invloeden zijn er wel degelijk (“Keep On Shining”,“I Need A Friend”), maar die zijn ontdaan van alle gezwollen kitsch. Op de rockgetinte songs (“Surf”, “I Don’t Wanna Go Home”, “Drive My Car”) neigt Harding dan weer naar geestesgenoten Black Joe Lewis en Benjamin Booker, niet toevallig twee artiesten die hun soul het liefst in een gruizige kom garagerock opwarmen.

Curtis’ talent schuilt in zijn stembereik die geregeld ongekende hoogtes haalt, maar bovenal heeft hij een stel gloedvolle songs bij mekaar geschreven die rijkelijk baden in authentieke soultradities en daar een frisse en vinnige hedendaagse toets aan geven. Hij is dan ook nog eens omringd met een schare topmuzikanten die de meest energetische soul, funk en rock serveren.

‘Soul Power’, de vlag dekt de lading. Te zien in de AB!

 

donderdag 22 januari 2015 00:00

Banks Of The Lea

Italië is nu niet bepaald het meest sexy land als het op rock’n’roll aankomt, maar de lekker gortige  rock die dit deze band afvuurt weet ons toch aangenaam te verrassen.
Frontman Stiv Cantarelli weet zijn band op af en toe stevig op te hitsen richting Gun Club (“Lacalifornia”) en er rolt geregeld een dolle saxofoon door de songs die ons doet denken aan hetgeen Steve Mackay wel eens bijbrengt aan het vunzige Stooges geluid. De gerookte blues van “Arrogance Blues”, de garage versie van The Black Crowes op “Soul Seller” en de smerige sluimerende dreiging van “Before I Die” zijn wat ons betreft de hoogstandjes van dit plaatje, maar de rest frommelt zich ook overtuigend door het deurgat. Dit lijkt ons een bandje om in de gaten te houden.

woensdag 21 januari 2015 00:00

JD Mc Pherson - Let The Good Times Roll

Country is nooit echt ons ding geweest, maar de twee jonge broertjes van Cactus Blossoms kwamen er vanavond bijzonder goed mee weg. Of hoe piepjonge kerels toch stokoude country kunnen spelen zonder door de mand te vallen. Ze wisten de country muziek te ontdoen van de vaak overbodige stroop waarmee het genre doorgaans geplaagd wordt en brachten alles terug tot een goudeerlijke vorm van authenticiteit. Jack Torrey Burkum had een handvol frisse songs in de aanbieding en was bovendien ook nog gezegend met een glasheldere stem. Eén en ander vertelt ons dat die kereltjes het ver zullen brengen in het genre.

Ook bij JD Mc Pherson is retro het sleutelwoord, de singer songwriter grossiert in vintage rocksongs die geïnspireerd zijn op de fifties, op oude rhythm & blues en rockabilly, met diverse knipoogjes naar Gene Vincent, Bo Diddley en Buddy Holly. Naast generatiegenoten als Nick Waterhouse, Pokey Lafarge, Kitty Daisy & Lewis en Pete Molinari is JD Mc Pherson één van die jonge artiesten die op een superbe manier de klok meer dan 50 jaar terugdraaien en zich daarvoor beroepen op goeie ouwe originele rock’n’roll.

Het debuut ‘Signs & Signifiers’, een echt retro pareltje, kwam al uit in 2010 maar omdat het plaatje toen schandelijk aan de wereld is voorbijgegaan werd het in 2012 op een groter platenlabel heruitgebracht en ging de bal uiteindelijk toch aan het rollen voor dit onmiskenbare talent.
De langverwachte opvolger ‘Let The Good Times Roll’ zit er in februari aan te komen en Mc Pherson kwam hier in een uitverkochte AB Club al een tipje van de sluier lichten. Daar de nieuwe plaat nog niet gereleased is kwam de hoofdmoot vanavond uit dat geweldige debuut en gezien JD MC Pherson en zijn ronduit fantastische muzikanten dat materiaal nu onderhand wel stevig onder de knie hebben, maakten ze er een wervelend feestje van. Mc Pherson bleek alleszins al een karrevracht aan ervaring en podium présence te hebben opgedaan, het talent barstte er uit met een formidabele drive en schwung, en ook zijn stem voldeed aan de strengste rock’n’roll normen, vinnig, krachtig en uiterst fel.
De rock’n’roll kwam dus met gulle geuten uit alle mogelijk poriën. En dat was niet enkel te danken aan die heerlijk rollende songs als “Fire Bug”, “Country Boy”,” Scandalous”, “Let The Good Times Roll” en natuurlijk “North side Gall”, maar vooral aan een werkelijk verbluffende begeleidingsband die er gans de avond een bruisende groove en tempo in hield. Met het smoothy en lekker trage “A Gentle Awakening” werd er op sublieme wijze heel even wat gas teruggenomen, voor een moment leken we in een donkere sfeervolle jazzkroeg verzeild te zijn geraakt.
JD Mc Person zijn gitaar had nogal wat Diddly liquor gedronken, het rollende en lekker uitgesponnen “Wolfteeth” dreef gans de tijd op een Bo Diddley beat en als ode aan de riffmeester bracht Mc Pherson een schitterende versie van “Pretty Thing”. Mc Pherson kon dus ook met de gitaar een aardig eindje overweg, hij ontpopte zich hier in de AB Club als de volmaakte performer.

De frisse nieuwe songs die we te horen kregen wekten de nieuwsgierigheid voor de komende plaat nog wat harder aan. We kijken er enorm naar uit, net als naar een volgende doortocht in de AB, maar dan in de grote zaal, zo een spetter verdient immers een veel grotere publieke aanhang.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 46 van 112