logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
dEUS - 19/03/20...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 06 augustus 2009 03:00

Far

De lieflijke, mooi ogende Regina Spektor (Russische roots btw!), is al toe aan haar vijfde cd, ‘Far’, die nogal redelijk snel volgt op haar doorbraak ‘Begin to hope’, waarop die prachtsingle “Samson” te horen is. Spektor zit binnen het rijtje van An Pierlé, Kate Nash en St. Vincent. Ze zet haar gevoelige kijk op maatschappelijke thema’s om in emotievolle (folky) pop, gebaseerd op haar intense pianospel en nasale, pakkende stem.
’Laughing with’ is een grootse single. Ze heeft een handvol popsongs klaar met “Eet”, “The calculation”, “Folding chair” en “Dance anthem of the ‘80’s”. De rest van de cd wordt spaarzaam begeleid door drums, keys en een blaasinstrument. En vooral de laatste songs van de cd, “Genius next door”, “Wallet”, “One more time with feeling” en “Man of thousand faces” worden uiterst sober gehouden; het zijn intieme, ingetogen huiskamer ‘luister’ songs waar piano, stem en hemelse backing vocals voorop staan.
Op ‘Far’ horen we opnieuw een sfeervolle aanpak, waarin Regina Spektor zich weet te onderscheiden. Maar lichtte ze op Rock Werchter 2009 niet een tipje van de sluier om het eens een andere richting te laten uitgaan naar meer rauwe, rudimentaire songs?!

donderdag 06 augustus 2009 03:00

Josephine

De Amerikaanse singer/songwriter Jason Molina (die onlangs naar Londen verhuisde) is de spil van de Magnolia Electric Co. Deze groepsnaam nam nà 2003 vaste vormen aan, want onder z’n toenmalige band Songs:Ohia bracht hij een cd uit onder deze titel. Molina brengt muzikaal een herkenbaar geluid van melancholische americana/rootsrock, zonder écht afstand te doen van de slow/emocore van z’n Songs:Ohia. Die ingetogen, pakkende momenten horen we vooral terug in songs als “Whip-poor-will”, “Song for Willie”, “Heartbreak at Ten Paces” en “Knoxville Girl”. De sfeervolle, emotievolle gitaarrock vormt de rode draad in mans oeuvre, net als bij een Bonnie ‘Prince’ Billy. Hij haalt iets krachtiger uit in de opener “O! Grace”, “Hope dies last”, “The handing down”, “Little sad eyes” en in de titelsong van de cd ‘Josephine’, een naam die we in verschillende songs terug horen en misschien wel het pseudoniem kan zijn voor het verlies van z’n vaste tourbassist Evan Farrell. De uitstapjes naar de soul en funk zijn hier meegenomen.
Molina plaatst intimiteit en weemoed voorop, en wisselt z’n songs voldoende af met een aanstekelijke opbouw, wat van ‘Josephine’ een uiterst boeiende plaat maakt.

dinsdag 11 augustus 2009 03:00

Folkdranouter 2009: zaterdag 8 augustus 2009

Op de tweede dag van Folkdranouter trok de organisatie vooral de kaart van de (sfeervolle) gitaaraanpak van bands als Travis, Novastar, The Veils en het singer/songwriterschap van Venus In Flames, Bony King Of Nowhere en Jasper Erkens. Of hoe folk zich in allerlei bochten wringt …

Niet te onderschatten is onze Wigbert wel (Kayam), want hij is zowel solo artiest, producer als songleverancier. Hij levert sterk uitgewerkte composities af en geeft er een hoge emotionele waarde aan. Deze namiddag vervoegde Piet van den Heuvel en Raf Walschaerts (van Kommil Foo) Wigbert & Band. Kleurrijke dromerige kleinkunstpop door fijne songs als “Tennis”, “Joey (als Matahari)”, “Worsten” en niet te vergeten “Ebbenhout blues”.

Ons respect voor Frederik Sioen steken we niet onder stoelen of banken. Hij bouwde al een aardige reputatie op met onderschatte albums ‘See you naked’ en ‘Ease your mind’. Deze goedgemutste, optimistische jonge dertiger gooide het na de recente ‘A potion’ (’07) over een andere boeg. Hij ging in op de invitatie van ‘One day for another world (Oxfam)’ in Z-Afrika/Soweto en werkte ginder met enkele artiesten, wat het muzikale project ‘Calling up Soweto’ opleverde. Resultaat: een cultureel verrijkende aanpak van broeierige afro/worldpop en een Sioen als vanouds met sfeervol, ingetogen materiaal op piano/toetsen.
De songs kregen een funky groove, klonken aanstekelijk, dansbaar en hadden door de Afrikaanse backing vocalisten een ‘kerk’gospelgehalte (Kayam). Openers “Calling up Soweto” en “Mother please” zorgden meteen voor een feestelijke stemming. “Automatic” en “Robot” (met blazersectie) zetten de ‘positive vibe’ verder, refererend aan Zita Swoon en Paul Simon. Sioen porde het publiek aan tot dansen door de uiterst ritmische sound. Maar ook z’n vertrouwde geluid in nummers als “Ease your mind” en “People of the sun” kwam goed uit de verf in deze bezetting. “No conspiracy at all” groeide uit tot het hoogtepunt, dat het gehalte aangemeten kreeg van Live Aid’s ‘Feed the world’. Net als in de opbouwende songs “Wash away”, “Sailing a ship” en het afro “Umuntu …” was hier de factor gevoeligheid erg hoog. Tot slot bracht Sioen een schitterende finalereeks met een pittig gedreven “Son of a gun” en een  broeierige “Nowhere to go”. De samenwerking zinderde na en leverde een grootse respons op; de Afrikaanse artiesten zullen er een toffe herinnering aan overhouden, wat een onvergetelijke reis huiswaarts zal betekenen … Sioen had de lat hoog gelegd …

De wondere, muzikale sprookjes- droomwereld van het kunstminnende en cabareske CocoRosie, onder de zusjes Casady, was de vreemde eend in de bijt in de programmatie op zaterdag (en misschien wel van de 3daagse). Net als Flogging Molly stonden zij ook al lang op het lijstje van de organisatie. De zusjes waren in Dranouter met beatboxer Tez, een pianist en iemand op drums/xylo/vibrafoon (Kayam). Ook de harp ontbrak niet. “Today, we’ll make poetry” spraken ze uit. Hun kleurenpalet van knusse, -iets-niet-van-deze-wereld, freefolk/elektronica kreeg deze namiddag op die manier een ‘unplugged’ aanpak: een minimale, spaarzame begeleiding van subtiele sounds, allerhande geluidjes en beatboxing, gedragen door de haakse zang van de zusjes.
Eerst stelde dit weirde NY-se collectief enkele nieuwe songs voor van hun pas verschenen EP, om dan uit te halen met kippenvel versies van “Beautiful boyz”, “Werewolf” en “By your side”. Af en toe werd het tempo verhoogd en klonk het iets krachtiger, vooral door de beatbox. “Rainbow warriors” en “Japan” waren de hoogtepunten, frisse, speelse songs bij uitstek met ‘Wizard Of Oz’/ Familie Trapp’ wortels. Ongedefinieerde pracht voor de ene, geschifte psychedelica voor de andere ... CocoRosie is en blijft iets magisch en bijzonders bieden. Wordt vervolgd …

Joost Zweegers’ Novastar bracht vorig jaar de derde cd ’Almost bangor’ uit: puur oprechte, sobere singer/songwriterpop, die op de recente cd verbeten en krachtiger durft te klinken. Tijdens de live optredens en vooral op de festivals trekt Zweegers de lijn van een snedige aanpak door. Z’n vaste drummer werd vervangen door Isolde Lasoen, de bevallige drumster van Daan, die moeiteloos de songs kon drummen (Kayam). Met de broeierige rockers als “Weller weakness”, “Tunnelvision” en de titelsong “Almost bangor” kwam de klemtoon eerst op het nieuwe materiaal. Een hyperkinetische Zweegers zwierde z’n akoestische gitaar luchtig heen en weer en deed de snaren afzien. Het sfeervolle “Never back down” en het intense “The best is yet to come” waren bepalend voor de rest van het concert: aan de broeierige opbouw gaf hij een dynamische draai om het geheel uiterst opwindend te maken, zonder dat de lieflijkheid en emotionaliteit verloren ging. Z’n keuze van “Wrong”, “When the lights go down …”, “Because” (publiek entertainde Novastar!) , “Making waves” en “Caramia” boden net die evenwichtige aanpak van gevoel, finesse en rauw, sprankelend …

The Veils, onder zanger/pianist/gitarist Finn Andrews, pakten op hun beurt moeiteloos de Flamundo in. Ook zij houden van contrasten, van lieflijke, breekbare pop tot strakke weerbarstige americana; in hun broeierige rootsrock behielden ze een plaatsje voor melodrama, onder Andrews pakkende, doorleefde stem. De band was toe aan hun laatste optreden en wou wel eens wild om zich heen slaan, wat de nodige mokerslagen gaf in sommige nummers.  Ze wisselden het nieuwe werk van ‘Sun gangs’ (wat een sterke plaat) af met frisse, oudere songs. De recente “The house she lived in”, “Three sisters” en “Sit down by th fire klonken even indringend en bezwerend als “Advice for the young mothers to be” en “Jesus for the regular”. Het afsluitende mooi uitgesponnen “Larkspur” besloot overtuigend de set, die qua spanning en dreiging aardig in de buurt kwam van Woven Hand. De spontane charme van Andrews en z’n band was aardig meegenomen. Dit was een uurtje indringende, meeslepende americana/roots/poprock …

Tot slot bleef Folkdranouter maar rocken op deze tweede dag. Francis Healy en de zijnen Travis (Kayam) zijn gekend om hun bloedmooie, sfeervolle popsongs (net als Semisonic en Nada Surf) over hun tienjarige carrière. Deze Schotse band ging twee richtingen uit: ze vingen aan met een handvol strakke composities, waaronder “Chinese blues”, “Something anything”   en “J. Smith” uit de recente ‘Ode to J.Smith’ om dan langzaam het publiek in te palmen met de sfeervolle, dromerige songs “Selfish Jean”, “Closer”, “Driftwood” en “Turn”. Travis moet alvast Coldplay gevolgd hebben op hun livegigs, want net als hen stonden ze zij aan zij met een akoestische gitaar om “Flowers in the window” te zingen.
Kampvuurmoment: “Sing” en “Why does it always rain on me” (in de bis) hadden een meezinggehalte, waarbij de massa massaal mocht springen en met de handjes wuiven, wat respect en sympathie afdwong …temeer dat zij vol lof waren over de kennismaking met het  optreden van Novastar. Na vanavond hebben ze de ‘oude’ status van supportband kunnen afzweren …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Folkdranouter, Dranouter

De Lokerse Feesten waren aan hun tweede dansavond toe, na de genoteerde puike sets van 2 Many DJ’s en Fatboy Slim. De Grote Kaai werd (opnieuw) omgetoverd in een elektronisch web van pulserende beats, ambiente soundscapes, trancegerichte softe beats en techno. Een zweverig, dromerig dansconcept werd afgeleverd door eerst de Fransman Etienne de Grécy, die ondanks alles nu in de voetsporen treedt van Justice en Daft Punk, en door de pioniers van de ambienttechno, Orbital, (btw bepaalden ze deze stijl samen met Meat Beat Manifesto!); Orbital, onder de broertjes Paul en Phil Hartnoll, vonden elkaar terug, vijf jaar na de release van ‘The blue album’, en konden op die manier hun twintigjarige carrière samen vieren.

Het dateert al van een tijdje dat Orbital nog in ons landje was te zien. Ik moest even diep nadenken om te weten dat ze eind de jaren ’90 één van de avonden op Pukkelpop besloten.
De broers verschenen met hun typische lasbril dito zoeklichtjes aan. Ze waren geflankeerd door een pak elektronica, synths, laptop en drumcomputer. Achter hen hingen een paar grootse panelen, waarop beelden, projecties en tekstvellen te zien waren. Ze slaagden erin, net als de huidige dance acts, het podium vol elektronica en visuals te stoppen.
Muzikaal zochten de broers het juiste evenwicht om het publiek in trance te werken. Ze refereerden als snel in de set aan het fel onderschatte Meat Beat Manifesto door een remix van hun “Mindstream”. Het zette de toon van opzwepende beats naar een technoconcept, waarin ze hemels sferische, trancy soundscapes verwerkten.
De groep greep terug naar z’n eerste twee ‘Orbital’ cd’s (begin ‘90er jaren) met een adembenemende, snedige versie van “Satan”, die zelfs wat meer rockte, “Belfast”, “Chime”, “Lush” (die de set opende) en “Halcyon + On + On”, (waarin de ‘80’s klassieker van Belinda Carlisle “Heaven is a place on earth” een frisse remix en aangepast dansconcept kreeg); de discotunes in deze remix mochten zelfs worden gelinkt aan de Pet Shop Boys!.
Ze palmden stelselmatig het publiek in met “One perfect sunrise”, “The box” en “Dr Who” (van hun doorbraak ‘In sides’) . Aanstekelijke danspasjes en handjeszwaaien zorgden voor de nodige pret en plezier. Er volgde een lange en uitbundige ovatie, wat de beide broers uiterst tevreden stemde.
Overduidelijk was dat het recenter materiaal van ‘Middle of nowhere’ en ‘The blue album’ zo goed als volledig links werd gelaten. Orbital speelde een sterke act en greep vooral terug naar z’n roemrijke roots en toonden hiermee aan hoe sterk hun invloed wel was op de huidige dance!

De Crécy was een ideale warming up. Hij stond aan z’n draaitafel en computer middenin een gigantische kubus, waarvan de raakvlakken steeds veranderen van kleur. De visual effects van lasers en stroboscoops versterkten het beeld van de kubus. Op het doek lazen we beats ‘n’cubes. Opvallend liet hij z’n songs onderdompelen in een Orbital sound, waardoor de discotunes van z’n ‘Superdiscounts’ eerder ondergeschikt waren. In het tweede deel van de set verhoogde het tempo door z’n opbouwende en opzwepende beats, wat sterk werd ontvangen door de horde jongeren vooraan. Ook deze veertiger slaagde erin z’n publiek in te palmen want net als bij Orbital gingen de armen in de lucht en werd er menig danspasjes gezet …

Iedereen kon nog rustig doorfuiven op de beats’s’pieces van de Digitalism DJ set, maar we waren toen al voldoende verzadigd …

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

maandag 27 juli 2009 03:00

Compromise

Uit de omgeving van Bergen komt Bubble Trap. Ze debuteerden in 2004 met de demo ‘Soap for memories’ en na singles “Jay” en “I am nothing” van een paar jaar terug is het langverwachte debuut ‘Compromise’ uit.
De groep brengt broeierige, dromerige gitaarpop, die door toetsen psychedelisch worden gekleurd. Een link naar ‘70’s Pink Floyd en ‘80’s Alan Parsons is daarmee gelegd. De vocals van toetsenist Sébastien Boutry refereren soms aan Anthony Kiedis en Ed Kowalczyck. Ze hebben aardig wat nummers op zak, die door een directe rockaanpak wat krachtiger durven klinken. “You keep silent” is alvast een goede single als uitgangsbord om de groep meer airplay te geven.

Info op http://www.myspace.com/bubbletrap


donderdag 23 juli 2009 03:00

Still night, still light

Meisjespop. We hoorden het al eens van Cocorosie, Electrelane en Stereolab. De drie bevallige dames van Au Revoir Simone uit NY brengen zeemzoeterige, dromerige elektronicapop, wat zich het best omschrijft als folktronica. Hun songs zijn een bundeling van fragiele schoonheid op toetsen , klavieren en drumcomputer, die door beats groovy en krachtiger klinken, gedragen door de zacht zalvende stemmen stemmenpracht van Erika Forster, Annie Hart en Heather d’Angelo. Het zijn eenvoudige, repetitieve en opbouwende melodieën, die door het donker ondertoontje passen bij soundtracks van passionele drama’s. Hun intrigerende orgelpartijen passen ook bij de outfit van The Residents. Een tip voor hun  volgende plaat (over vier jaar?!).
’Still night, still light’ biedt net als de voorganger ‘The bird of music’ hartverwarmende en weemoedige romantiek, met “Anywhere you looked” als hoogtepunt.

donderdag 23 juli 2009 03:00

Wooden arms

Patrick Watson is een jong Canadees talent, ergens tussen Buckley en Radiohead, die een tweetal jaar terug debuteerde met ‘Close to Paradise’. Ongrijpbare sprookjesachtige droompop werd geciteerd.
De opvolger ‘Wooden arms’ is een mooi vervolgverhaal … in de fijnzinnige sfeervolle composities zijn voldoende varianten in klankkleur en orkestraties aangebracht. Watson wil met z’n band sfeer creëren. Het lijkt wel een kamerorkest, ‘een nightclubbing Tom Waits’, die hun charmante pop overdekt met jazzy loops en modern klassiek, durft te experimenteren door onverwachtse wendingen, en de songs een filmische ondertoon biedt. Songs die tot de verbeelding spreken.
Hij is een virtuoos op piano en toetsen en is vocaal tot veel in staat. De dissonante klanken die hij en z’n band produceren kan hij als een volleerd orkestleider ter orde roepen, wat de dromerige chaos stroomlijnt.
’Wooden arms’ is een speciaal plaatje van opmerkelijke songs die zich per beluistering blootgeven. Het vrouwelijk element is aanwezig in de background zang van de Canadese diva Lhasa de Sela (in de titelsong) en Katy Moore op “Big bird in a small cage”. Mooi hoe hun stemmen zich kunnen voegen bij Patricks falset. Geniet van deze wondere wereld (die je voert naar verre oorden) van elf songs die elk op beurt staan als een huis …

Een heel interessante formule leek de 4x4 in de club circuit marquee:

The Sedan Vault bewezen dat ze na een resem cluboptredens sterk op elkaar ingespeeld zijn om hun ingewikkelde constructies fris, dynamisch en mainstream te houden.

Het Nederlandse De Staat tekende voor een nieuw Fatal Flowers in eigen land en met hun  retrorock'n'roll refereerden ze nauw aan het Australische Beasts of Bourbon. Zij waren pas de voorbode van wat 's avonds een schitterende finalereeks betekende met

- Deerhoof: volgend jaar zijn zij verdiend de 'artist in residence' van het Sonic City festival in de Kreun. Het kwartet onder de kleine springerige zangeres, gaven de indie/noiserock een uppercut van formaat: ze balanceerden tussen avontuur, experiment en toegankelijkheid door onverwachtse wendingen, diverse tempowisselingen en ontspoorde ritmes. Chique!

- ... Trail Of Dead liet de bombast van een paar platen terug voor het was en koos resoluut voor gedoseerde, broeierige gitaren, dubbele percussie en zachte synths. Geluidsstormen, gierende gitaren, die afgewisseld werden met zacht intermettzo's, ondersteund door een krachtige zang. 65 daysofstatic doet het hen enkel live na ...Onderbouwde noiserock die de bocht richting postrock namen ...

De nacht kon worden ingegaan met het weirdo elektronische psychedelische trio Animal Collective. Sterker en overtuigender klonken ze met de in elkaar overgaande songs en een hemels, sferisch, bezwerende zang.

Tot slot was er Fuck Buttons die hun knisperende, dreunende elektronica en bleeps melodieus meer vorm gaven door trancy, dansbare beats.

Verder viel er moois te beleven van St. Vincent, feëerijke, lieflijke pop die venijnig en grilig kon klinken, waarbij de composities onverwachtse wendingen ondergingen en toch de toegankelijkheid behielden.

De zeemzoeterige, dromerige electronica pop van de bevallige Au Revoir Simone, de opwindende, bruisende electronicagroove van Does it offend you, yeah, die nu ergens tussen onze Goose en Metronomy te situeren is, het ambiancevolle Babylon Circus en de slapstick/boombal/fanfare van Caravan Palace. En niet te vergeten Mercury Rev, die live een spacerockende richting zijn ingeslaan, met toetsen en ... veel pedaaleffects en gitaarloops, waardoor de songs live intenser, krachtiger en dynamischer klinken. Ook het oude materiaal kreeg een nieuwe outfit kleedje.

Op de mainstage kon je nog terecht voor de harde, gebalde aanpak van Sepultura, die het vooral moest hebben van het oude materiaal, The Dillinger Escape Plan, die overweldigend waren, en het podium en zichzelf bijna ombouwden en tot slot Killing Joke die vooral teerde op hun'80's waverockend materiaal, wat betekende dat ze hun laatste platenwerk definitief vaarwel zegden. Vive La Fête breidde er nog een kitschwave/electro feestje aan ...

Tevreden besloten we dag 2 van onze vierdaagse marathon ...

Opnieuw kon men rekenen op een volle wei van 34000 belangstellenden

(neem gerust een kijkje onder live foto's')

Op de eerste van de vierdaagse marathon waren er al 34000 bezoekers. Een rustige aanloop van Frans talent, beloftevolle ontdekkingen en enkele doom/drone metal bands.

Een overzicht van onze windowshopping dag 1

Joe Gideon & The Shark zorgde voor een broeierige spanning van rauw rockend materiaal en een intense, soms krachtige drums, onder een diep grauwe (zeg)zang ... van een rustig voortkabbelend tot en meer snedig en smerig geluid ...

Selah Sue was sterk onder de indruk van de massa die samentroepte in de grote dancehall. Omarmd met haar akoestische gitaar en haar soulfulle pakkende stem, kon ze rekenen op een ongeëvenaarde respons.  Ze stond duidelijk haar 'mannetje' in deze menigte  en bewees elk soort festival aan te kunnen!  van het innemende "Mountain" naar een broeierig  "Black part love" tot" Fyah fyah",  een medley en een "Cotton on eye joe" zwierige  tune .

Jim Jones Revue ontpopten zich als heruit gevonden Blues Brothers/The Cramps met hun frisse en dynamische rockabilly rock'n' roll . De 'say yeahs' vlogen om de oren ...

Eén van de ontdekkingen was Qemists. De groep stoeide met invloeden van UDS, Faith No More, Senser, Breakbeat Era, Prodigy, Goldie en Roni Size en gaf er een eigen alternatieve, opwindende draai aan. Rock, crossover, drum'n'bass, harde ontspoorde beats en strakke gitaren ...'say yeah' tot Qemists.

MVSC, de ontmoeting tussen Montevideo en Compuphonic, boeide met aanstekelijke grooves van punkfunk en leken een goede 'warming up' voor Friendly Fires, ware het niet dat zij ter elfder ure hun optreden cancelleden.

 Cocoon vormde een aangenaam rustpunt en hield het op gemoedelijke, dromerige pop, met een knipoog naar Bony King Of Nowhere.

Tussendoor hadden we de harde, bezwerende en huiveringwekkende drone/dooms van Amenra en Isis, die kippenvel bezorgden . Meshuggah, ondanks de mindere zang, overweldigende met hun strakke mathmetal.

De avond kon worden  besloten met Santigold. Ze deed alvast haar best om de combinatie van pop, soul, funk, dubs, reggae in een mooi concept te gieten. Maar de mainstage was iets te hoog gegrepen. Een ietwat rommelige sound kon nét niet die vonk geven ... Op het eind mochten de eerste rijen meedansen op de bühne.

De nacht kon worden ingezet met de beat'sn'pieces van Matthew Herbert, met een link naar de Roisin Murphy/Moloko sound, Mstrkrft, die de beats nog heftiger deden klinken en tot slot de opzwepende drum'nbass van Andy C and MC GQ en Noisia

Ondertussen werd het vier uur in de ochtend .. tijd om ons bed op te zoeken, te slapen en dag 2 aan te vatten na een helse plensbui ...

donderdag 09 juli 2009 03:00

Love, hate and then there’s you

In 2004 werd het Amerikaanse The Von Bondies gebombardeerd als één van de talentrijke ontdekkingen met de cd ‘Pawn Shoppe Heart’ en de aanstekelijke opwindendende single “C’mon C’mon”. Het conflict tussen frontman Jason Stollsteimer en White Striper Jack White was een zwarte bladzijde in de carrière en op de koop toe waren er strubbelingen met een platencontract. Vijf jaar later is alles van de baan en is de band er terug van twee jongens –twee dames en een oud vertrouwd geluid van melodieus krachtige, gebalde en broeierige gitaarrock.
We horen een paar snedige, stevige en hardere songs, “She’s dead to me”en “Chancer; opbouwend binnen het gebalde rockconcept zijn “This is our perfect crime”, “Shut your mouth” en “Pale bride”. De band gaat fijner en laat het arrangement naar voren komen op de afsluitende songs “Accidents will happen”, “Earthquake” en “Modern saints”. Ook de backing vocals van de dames zijn meegenomen.
‘Love, hate and then there’s you’ is een goed in het gehoor klinkende rockplaat en biedt voldoende varianten in vaart en ritme.

Pagina 148 van 180