logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Suede 12-03-26

Crammerock 2010: zaterdag 4 september 2010

Geschreven door

Een stralende zon op dag twee van Crammerock in Stekene. Op de twee grote podia stond ons een dag vol contrasten te wachten.

De weide kwam langzaamaan op gang. De meesten genoten van het zomers zonnetje tijden Intergalactic Lovers en Harvey Quinnt. Beide groepen brengen een ietwat dromerige poprock en was dus zeer aangenaam om op gang te komen. We waren vooral onder de indruk van Harvey Quinnt.

In stevig contrast stonden The Van Jets. Ze bezorgden Crammerock de eerste goed gevulde tent van de dag. Ze speelden krachtig, rauw en opzwepend hun nummers en hadden niet enkel hun hits nodig om leven in de brouwerij te brengen. Ze maakten echter de fout om de eindfases van hun nummers zodanig uit te rekken dat de schwung verloren ging. Desalniettemin een geslaagd rockoptreden, compleet met zanger Johannes Verschaeve die in het publiek sprong en een afgedankte gitaar die in datzelfde publiek verdween. “Down Below” en “The Future” zijn ook twee overtuigende singles uit hun laatste album ‘Cat Fit Fury’ en waren naast “Ricochet” en “Electric Soldiers” de hoogtepunten van de set.

Opnieuw een contrast was Flip Kowlier. De sympathieke West-Vlaming besloot voor zijn nieuwe cd ‘Otoradio’ de reggae/dub tour op te gaan. We zagen dat deze stijl hem geweldig goed afgaat. In een groen voetbalshortje bracht Kowlier jamrock alsof hij nooit iets anders gedaan heeft. Niet enkel hits als “Zwembad” of “Mo Be Nin” worden in deze stijl gebracht, ook zijn oude nummers kregen een groen-geel-rood-vestje aangemeten. Zo begon “De Grotste Lul Vant Stad” nog met zijn gekende intro, maar daarna was het een rustig nummer zonder het gitaargeweld. Andere songs als “Welgemeende” en “Bjistje In Min Uoft” kregen ook een geslaagde metamorfose. Flip Kowlier blijft vooral een entertainer met gevoel voor humor.

Dog Eat Dog bezorgde ons opnieuw een contrast, zelfs tijdens het optreden zelf. Het Amerikaans zootje ongeregeld brengt hardcore, maar tussen de nummers door wordt er ook gerapt op hiphopnummers die op band staan. De rechtlijnigheid was hier ver te zoeken en je kon het bezwaarlijk een echt concert noemen. We onthouden vooral dat ze fans zijn van milfen en gratis koud bier (ironisch genoeg stond de zanger Jupiler op te hemelen terwijl hij Maes in zijn hand had).

Gabriël Rios speelt deze zomer slechts drie concerten in ons land, en hij doet dat ook nog eens solo. U raadt het: wat een contrast. Rios staat alleen met een gitaar op het podium, maar zijn muziek blijft rechtstaan als een huis. Het deed ons vooral denken aan de optreden van José Gonzalez. Hij ontpopte zich zelfs bij momenten als een echte flamencospeler. Gabriël Rios vertelde op het eind van het concert dat hij niet zo zelfzeker was over zijn solo-optreden, maar hij hoeft niets te vrezen. Ingetogen en sfeervol, zo kan je het samenvatten.

Aan de overkant begonnen er ballonnen en plastic palmbomen op het podium te verschijnen. Voor het podium stond al een bescheiden massa. Das Pop kwam er aan. Het moet gezegd worden, het optreden van Bent Van Looy in een bekend televisieprogramma heeft de populariteit van de groep een ongeziene boost gegeven. Maar wat betekent populariteit als de muziek niet goed is? Gelukkig gaf Das Pop een gezellig en felgesmaakt optreden. Bent Van Looy was heel energiek op het podium, zowel als zanger als pianospeler en zelfs in een rush op de drums. Zijn bindteksten waren filosofisch en ietwat chaotisch. De groep had ook iets te vieren, want drummer Matt Eccles (uit Nieuw Zeeland) was jarig. Vooral het einde was gedenkwaardig met de nummers “Wings” en “Never Get Enough”. Die laatste zorgde voor een meezingmoment, gedirigeerd door de frontman.

Minder uitbundig, maar daarom niet minder sfeervol, was het optreden van Absynthe Minded. Net zoals voor Daan die we gisteren aan het werk zagen, was 2009 een uitstekend jaar voor de Gentse band. Vorig jaar speelden ze ook al op Crammerock, en de set was nagenoeg onveranderd. Live werken de nieuwe nummers van het laatste album ‘Absynthe Minded’ iets minder goed dan eerder werk. Zo zagen we een fantastische “I Am A Fan”, en dat nummer is van hun eerste album. Natuurlijk werd monsterhit “Envoi” als laatste gespeeld en werd er veel meegezongen.

In plaats van Novastar te gaan bekijken, besloten we de grote tent te verlaten en de kleinere tent een bezoekje te brengen voor Mish Mash Soundsystem. Het controversiële radioprogramma bevat naast de grove commentaren de betere elektromuziek. De bekendste nummers uit het programma galmden door de boxen, maar er werd ook gekozen voor mash-ups van klassiekers die je op elke lokale Chiro- of Scoutsfuif nog kan horen (“Song Two”, “Killing In The Name Of” en “Smells Like Teen Spirit”). Dat ze over de nodige humor beschikken, bewezen ze met hun remix van “Head Will Roll” en “Where’s Your Head At?”. En laten we de toeter niet vergeten. Geslaagd geschift feestje.

Onze aflsuiter van het festival waren de Audio Bullys. Eén dj en één mc die het geheel aan elkaar rapt terwijl er muziek gedraaid wordt die ergens het midden houdt tussen dance, hiphop en punk. Spijtig genoeg was het publiek na Novastar dusdanig uitgedund dat de opkomst voor de Britten bedroevend laag lag. Dat kwam de sfeer niet ten goede en zorgde voor een domper op de feestvreugde van 20 jaar Crammerock. Het beperkte aantal hits van deze groep kan ook een reden geweest zijn …

Organisatie: Crammerock, Stekene

Crammerock 2010: vrijdag 3 september 2010

Geschreven door

Crammerock blaast dit jaar 20 kaarsjes uit, en dat werd meteen beloond met een uitverkocht festival. Het was er drukker dan de vorige editie en dat merkte je als je op het terrein liep tussen de 20.000 mensen. Het tweedaagse feestje dat in het hart van Stekene doorgaat verwelkomde 37 artiesten, doorgaans van eigen bodem. Grootste troef van dit festival is de unieke opstelling van de twee podia. Ze staan lijnrecht tegenover elkaar in één grote tent. Als de ene groep stopt, begint de andere vijf minuten later aan de andere kant. Er is nog een derde podium waar er non-stop dj’s hun platen aan elkaar mixen.

De eerste groep die we aan het werk zagen waren The Opposites. De Nederlandse hiphoppers hebben tegenwoordig hun tweede verblijfplaats op de Belgische festivals, want ze waren deze zomer zowat overal te zien. Het was onmiddellijk een eerste poging om de grote tent af te breken met dreunende bassen die tegen een onverantwoordelijk niveau opliepen. Wie de Jeugd Van Tegenwoordig ooit aan het werk zag, weet ongeveer hoe het eraan toe ging in Stekene. We kregen zowaar zin in een Broodje Bakpao na het optreden.

Wie The Opposites boekt, blijkt daarbij ook School is Cool en Customs in één beweging mee te boeken, want dit trio prijkte het vaakst op de affiches deze zomer. Rock Rally-winnaar School is Cool hebben we jammer genoeg moeten missen, maar een strak spelende Customs verzachtte het leed. Of toch gedeeltelijk, want ze overtuigden ons niet helemaal. De set kwam traag op gang, ondanks een puike versie van “Shut Up, Narcissus”, maar het duurde tegen “Justine” voordat ze ons meekregen. Daarna ging het een pak vlotter met songs als “Where The Moons Spends Its Days”, “We Are Ghosts” en natuurlijke “The Matador” en “Rex”.

Stijn Meuris doet het dezer dagen solo met zijn band… Meuris. We waren nog niet vertrouwd met het solowerk, maar blies ons omver met een fantastische set. De muziek was heel goed, de charismatische frontman was overtuigend, maar het publiek bleek minder overtuigd te zijn. Stijn Meuris schuwde geen nummers van Monza of Noordkaap, maar hij stak ze in een aangepast jasje. Zo hoorden we een subliem “Van God Los”. Afsluiten deden ze verrassend met een cover van “Arme Joe” van Will Tura. Het eerste hoogtepunt was al een feit.

Het Britse The Levellers deed bij de doorsnee bezoeker niet meteen een belletje rinkelen. Totdat ze “What A Beautiful Day” en “One Way” speelden natuurlijk. Ze brachten folkrock en wat je zou verwachten van een concert in dit genre gebeurde ook. Spontaan brak er veel gedans uit. Waar een viool allemaal niet goed voor is. The Levellers stonden enthousiast te spelen en de sfeer zat heel goed. Absoluut hoogtepunt was het nummer “The Devil Went To Georgia”.

Voor het volgende optreden was de opkomst massaal. We stonden tijdens The Levellers redelijk vooraan, maar toen we ons omdraaiden om Sum 41 te zien was het moeilijk om een kijkje dichterbij te gaan nemen. Het Canadese Sum 41 is een groep die een deel van onze jeugd uitmaakt (wij waren 12 toen “Fat Lip” uitgebracht werd) en het was voor ons een nostalgisch moment. Zonder veel aankondiging werd “The Hell Song” ingezet. De skaterock/punkrock werd zeer gesmaakt en tot ver in het publiek werden er crowdsurfers en moshpits gespot. Tussen de songs door was er veel randanimatie. Basgitarist Jason McCaslin was jarig en nodigde af en toe wat mensen uit om aan de zijkant van het podium de band beter te kunnen volgen en zanger Deryck Whibley (ex van Avril Lavigne nota bene) vond het publiek in Stekene ‘crazy’. Het was verbazingwekkend hoe songs als “Still Waiting”, “Motivation” en “Over My Head” na al die jaren zo diep in ons onderbewustzijn zijn gebleven. We hadden ze al enige tijd niet meer gehoord en toch konden we ze moeiteloos meebrullen. Ook werden “Paint It Black” en “Master Of Puppets” gecoverd. Natuurlijk ontbraken “Into Deep” en “Fat Lip” niet op de setlist. Het concert was snel gedaan (ze waren iets later dan gepland begonnen met spelen) en het publiek hoopte op meer, maar na een droog dankwoord kwam de groep niet meer terug. Sum 41 mocht zeker headliner van de avond geweest zijn, en het talloze publiek dacht daar waarschijnlijk hetzelfde over.

Front 242 mikte duidelijk op een ander publiek die zijn jeugd wou herbeleven. De legendarische elektrogroep uit de jaren ’80 zijn de voorlopers van de techno en de new beat. De donkere muziek werd gebracht door twee keyboards en een drumstel, terwijl er al even donkere visuals geprojecteerd werden. De iets oudere bezoeker werd zo ook verwend.

2009 was het jaar van Daan, bekroond met 4 MIA’s. De extravagante zanger (met grote zonnebril) was in bloedvorm. Er werd vooral nieuw werk gespeeld, maar beginnen deden ze toch met “Exes” en “Crawling From The Wreck”. Tussen het nieuwe werk (dat van hoge kwaliteit was) zat af en toe een oudere hit, en naar het einde toe kwamen er steeds meer en meer. Wat ook opvalt is dat Isolde Lansoen, de drumster, een uithangbord geworden is van de band. Het was vooral een leuk concert om naar te kijken.

Als afsluiter van dag één stonden we voor een dilemma. Vaste waarde Felix Da Housecat of opkomend DNB-artiest Netsky? Wegens ziekte van Felix Da Housecat was de keuze opeens een stuk gemakkelijker (hij werd vervangen door Discobar Galaxie). Netsky speelt geregeld de pannen van het dak in het Verenigd Koninkrijk en in Oost-Europa, maar geleidelijk aan krijgt hij voet in eigen land. Hij speelde een goede DNB-set, ideaal om nog een laatste feestje van de dag te vieren.

Organisatie: Crammerock, Stekene

Massive Attack

Massive Attack - Kritische aanbidding van een legende

Geschreven door

Massive Attack is een vaste waarde op Belgische bodem. Vorig jaar deden ze nog en de Lotto Arena (het kleine zusje van het Sportpaleis) én Vorst aan en die waren in een zucht uitverkocht. Het (grote) Sportpaleis vullen lukte hen op 3 september 2010 echter niet. Ondanks (toch niet ‘net door’ nemen we aan?) hun langverwachte nieuwe album dat begin dit jaar als ‘Heligoland’ gedoopt werd. Bizar eigenlijk voor een groep met zo’n curriculum, maar er waren nogal wat lege plekken in de Antwerpse muziektempel waar de bovenste ring niet eens open was.

Het decor dat de groep klaar had laten zetten, oogde sober grijs, met een horizontaal gestreepte tuinomheiningachtig bouwwerk achter de instrumenten. Het was wachten tot 21u30 vooraleer de band het podium betrad  en meteen werd - naar gewoonte – het publiek niet enkel op hun stevige trance en hiphop sound , maar tegelijk op een bibliotheekvol (naast Engelse en Spaanse ook Nederlandse- én Franstalige) woorden en teksten getrakteerd. In zoverre dat het bij sommige songs – spijtig genoeg - de overhand nam.
De lichtshow is altijd scherp, fijn georkestreerd en afgelijnd bij Massive Attack, maar het leidde in Antwerpen bij momenten de aandacht af van het – voor ons toch - essentiële, de muziek. Nu weten we dat Robert 3D Del Naja en Grant Daddy G Marshall hun (soms nogal pretentieuze) missie willen etaleren, maar toch. Cijfers over wapenwedloop, internationale politiek, armoede en honger, vormden de tegenhanger voor wat later volgde met boodschappen over het Vlaamse BV-landschap en zelfs een citaat waarin PS en N-VA een slag onder de gordel kregen. En welke zever nog meer? Bier wordt duurder, Justine is een vechter, een statement over Wim Delvoye, … pff… Ja, het was er echt ten dele over. Op ‘Teardrop” was het visuele aspect – met schitterende closeups– er dan weer wel recht op.

Eigenlijk was de gig op zich goed tot af. Niet het summum dat we de jongste jaren gewoon waren van de Briste trendsetters (als daar nog sprake van is). Ze deden hun ding, kenden enkele absolute hoogtepunten en speelden in hun eerste deel vooral uit ‘Heligoland’, terwijl ze voor hun laatste vijf nummers in hun succesrijke verleden groeven. Het moet gezegd dat het publiek het bundeltje met “Mezzanine”, “Teardrop”, “Angel”, “Inertia Creeps” en “Safe from Harm” danig meer kon smaken, al kreeg ‘Heligoland’ van menig recensent de jongste maanden een superquotering.
Martina Topley-Bird was ok en Robert Del Naja was wel duidelijk geëngageerd. Tijdens de tunes waar hij niet mee zong, bewoog hij on stage als de frontman-leider die hij eigenlijk is.  Het eigenlijke hoogtepunt blijft voor mij (en was het die vrijdag ook) “Angel” met een sublieme Horace Andy die met zijn donkere, hol-volle timbre dat nummer tot leven wekt zoals nooit iemand hem ooit nog zal (kunnen) nadoen. Hij blijft onlosmakelijk verbonden met Massive Attack. En ook voor het nieuwe “Girl I love you” is wat uit zijn strottenhoofd rolt, de perfecte drager.
Topley-Bird – rode bril op haar gezicht geschilderd en in cocktaildress - was fysiek imposant aanwezig, maar ook muzikaal was ze omnipresent, zowel vocaal als op synthesizer. Haar vrouwelijke collega Deborah Miller vonden we minder impressionant, al kan onder andere het arrangement van “Teardrop” daar ook toe bijgedragen hebben.
Na een lang gerekt einde van “Safe from Harm” – met de wellicht heel symbolische quote van ‘Eine kleine Rebel’ naast een pak andere levensverbeterende statements– trok de band zich na een tiental minuten langzaam weer op gang voor een bisronde. “You were just leaving” was hun try-out en viel ons wat tegen. Nog wat hits ertegen dan maar en afsluiten met “Karmacoma” én een publiek – dat een uur en driekwartier voorbeeldig geluisterd had - op de banken.

Conclusie: Massive Attack is de blijvende grootheid als zowat de invloedrijkste elektronische act van de jongste twintig jaar. Ze torsen een legende-status en die mag je wel kritisch aanbidden, toch?

Set list 1. United Snakes 2. Babel 3. Risingson 4. Girl I love you 5. Future Proof  6. Psyche 7. Splitting the Atom 8. Mezzanine 9. Teardrop 10. Angel 11. Inertia Creeps 12. Safe from Harm

Bis 1. You were just leaving 2. Unfinished Sympathy 3. Atlas Air 4. Karmacoma

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie Greenhouse Talent

Black Diamond Heavies

Black Diamond Heavies - voorlopig afscheid van een fenomenale band

Geschreven door

Black Diamond Heavies live bezig zien kan bijzonder verslavend werken, zo was hun optreden in de Trix de elfde keer dat ik hiervan getuige was. Nu kreeg ik daar ook ruimschoots de kans toe want het duo is haast voortdurend op de baan en maakte de laatste vier maand alleen al driemaal de oversteek naar Europa.

John Wesley Myers schreeuwt zich met zijn donkerbruine schuurpapieren stem de ziel uit het goed getrainde lijf terwijl hij fenomenaal tekeergaat op zijn Fender Rhodes en daar bovenop nog op een tweede toetsenbord voor een pompende bas zorgt. Dat hij telkens opnieuw alles geeft wat hij in zich heeft bewijst de plas zweet (letterlijk) waarin hij zijn optredens steevast eindigt. Hierbij wordt hij perfect aangevuld door de wonderbaarlijke drummer Van Campbell die John telkens blindelings vindt. Hierbij lijkt hij wel te communiceren met zijn drumstel door het met de vreemdste blikken te taxeren.
Een setlist kennen ze niet en hun optreden in de Trix bestond zeker uit drievierden andere songs dan de avond voordien in La Chimère in Lille. Niets dan hoogtepunten waarbij ik toch een weeral indrukwekkend "Fever in my blood" en een verschrikkelijk stompend "Poor brown sugar" wil vermelden. Naast die eigen nummers hebben de Black Diamond Heavies zich een hele reeks covers eigen gemaakt die het origineel soms ver overstijgen. Zo zou je bij hun versie van "Ain't talkin' about love" (nu uit op single) bijna vergeten wat voor een kutband Van Halen eigenlijk was. Ook hier "Oh, sinnerman" van Nina Simone, één van de weinige nummers die ze altijd spelen en steeds langer en imposanter lijkt te worden door de geniale tussenstukjes. Toch was er één song die alles overtrof: Junior Kimbrough's "Baby, please don't leave me" dat een gitzwarte bewerking kreeg en waarbij het leek alsof de demon zelf in John Wesley Myers was gevaren. Nooit eerder zag ik zijn ogen zo vuur schieten. Nog maar eens een weergaloos optreden, dat kon zelfs een pianopanne (die John in de kortste keren met een schroevendraaier oploste) niet verhinderen.
Voorlopig worden de Black Diamond Heavies op non-actief geplaatst en gaan beide heren zich met andere projecten bezig houden. John wordt lid van ‘Cut In The Hill Gang’, de nieuwe groep van Soledad Brothers opperhoofd Johnny Walker en komt zo reeds op 12 november naar de 4AD. Van Campbell gaat in de States toeren met stadsgenoot (Louisville, Kentucky) Bonnie ‘Prince’ Billy en maakt zo deel uit van ‘The Cairo Gang’.

Voor de Heavies hadden we Elliott Brood uit Toronto ook al een erg overtuigende set zien spelen. Dit drietal bedacht voor hun muziek de term ‘death country’ maar hun uptempo nummers klonken toch verdacht opgewekt. Daarvoor zorgden rammelende akoestische gitaren, banjo's en ukeleles. Toch waren het vooral de tragere songs die de diepste indruk nalieten. En de momenten waarop een zittende Casey Laforet, die tevens op zijn sokken een stel baspedalen bediende, atmosferische klanken uit zijn elektrische gitaar kneep werd het akelig mooi. Die combinatie van opzwepende folk, country of hillbilly en meer dreigende hypnotiserende lappen rock werkte verrassend goed en maakt van Elliott Brood een redelijk unieke band.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Trix, Antwerpen

Gram Rabbit

Miracles & Metaphors

Geschreven door

In ons Belgenlandje (en eigenlijk geldt dit voor de rest van Europa) zijn Gram Rabbit volslagen onbekend maar in thuisland Amerika mag frontvrouw Jesika Von Rabit zichzelf als een bekendheid zien.
Met hun debuutLP plaat uit 2004 konden ze geen betere naam bedenken want met ‘Music to start a cult to’ veroorzaakte de band uit Joshua Tree een ware cultfollowing in de States. Of ze het hier gaan maken hangt grotendeels af van dat tikkeltje geluk en ook rijst de vraag of de Europeanen hun Amerikaans geluid wel zullen lusten want het moet gezegd worden : hun mengeling van psychedelica en indiedisco is wel zeer origineel, maar echt klikken doen die twee genres nu ook weer niet.
Sommige van hun tracks zijn bloedstollende psychedelica geworden maar meestal (en dat is vooral wanneer Jesika de micro hanteert) raken ze niet verder dan No Doubt en dat is nou net niet bepaald een band waar iedereen zit op te wachten.
Je zou Gram Rabbit het best kunnen omschrijven als een Amerikaanse versie van Scissor Sisters waardoor ze dus best leuk zijn, maar net iets te oppervlakkig om van blijvende aard te kunnen zijn.

www.myspace.com/gramrabbit

Anathema

We’re here because we’re here

Geschreven door

Er is een tijd geweest waar progrock als een wel heel lelijk woord bestempeld werd, maar aan alles komt een eind. Laat ons zeggen dat liefhebbers van prog-rock dat vroeger best stiekem voor zichzelf hielden wilden ze nog een beetje credibility overhouden, maar nu blijkt het weer te mogen. Tool is bijvoorbeeld al jaren een lieveling in de alternatieve scene terwijl zij eigenlijk al gans die tijd pure prog voortbrengen, het immens populaire Muse overschrijdt met graagte de grenzen van het bombast en een band als Porcupine Tree, voordien totaal onhip, stond op de laatste editie van het befaamde rock Werchter, een festival die er toch prat op gaat om kort op de bal te spelen qua programmering van de huidige tendensen en stromingen in de rock en popmuziek.
Niet te verwonderen dus dat het Engelse Anathema nogal wat aandacht krijgt op vandaag, en dat verdienen ze echt wel met hun nieuwste album. Na nogal wat personeelswisselingen is hun sound in enkele jaren tijd geëvolueerd van een zwaar metalgeluid tot de meer gelaagde atmosferisch rock die op‘We’re here because we’re here’ volledig tot ontplooiing komt. De band verkent de grenzen van de prog-rock, weeft er wat metal en post-rock door en creëert emotioneel geladen songs die een zeldzame pracht in zich dragen. Zo krijgen we een geslaagd muzikaal huwelijk die we ook soms bij het prachtige Archive menen te bespeuren.
Uiteraard ligt het bombast die eigen is aan het genre nogal op de loer (piano, veel keyboards, aanzwellende strijkers en gitaren) maar Anathema weet het allemaal binnen de perken te houden door middel van ijzersterke songs die altijd even boeiend blijven dankzij de fijn uitgebalanceerde arrangementen, mooie vocals en instrumenten die perfect hun plaats kennen. Hier wordt inderdaad op hoog niveau gemusiceerd en de plaat klinkt ook wel heel clean, maar die properheid doet voor één keer geen afbreuk aan de sterkte en cohesie van het album.
Wij laten onze geest graag rondzweven op de weidse prachtgeluiden van “Hindsight” en “A simple mistake” of op de epische rock van “Thin air”, om maar een paar van de juweeltjes te noemen op deze voortreffelijke schijf.
De heropleving van de prog-rock is een feit, bands als Anathema geven een frisse nieuwe wending aan het genre en wij malen daar geenszins om.

Goldfrapp

Head first

Geschreven door

Na het beluisteren van de nieuwe cd van Alison Goldfrapp – Will Gregory moeten we besluiten dat haar electrokitschdiscopop nu voldoende is uitgemolken en/of er nog verder behoefte aan is. Eenvormigheid sluipt om de hoek, ‘Head first’ is een verderzetting van ‘Black cherry’ en ‘Supernature’. Maar hier ontbreken échte hits en ze zijn zo inwisselbaar, ondanks het feit dat de eerste vier songs “Rocket”, “Believer”, “Alive” en “Dreaming” wat blijven hangen. Inderdaad, Goldfrapp behoudt een dromerig, sensueel, licht swingende lijn en hitgevoeligheid met een huppelend, zalvend niets-aan-de-hand- sfeertje maar minder pakkend en beklijvend dan vroeger. We horen de invloedssfeer van Giorgi Moroder, Olivia Newton- John en Madonna natuurlijk, doch ze kan zich niet meer onderscheiden van de andere discopopdames Little Boots, La Roux, Ellie Goulding of een Lady Gaga.
Van de frisse afwisseling van de vorige plaat ‘Seventh tree’, die deels teruggreep naar haar hemels debuut ‘Felt mountain’ is bitter weinig te horen. Een fragiele popsong van weleer is er met het afsluitende “Voicething”. Allemaal best wel leuk, catchy en ontspannend, maar beetje flets en plat. Ze zal van een creatiever vaatje moeten tappen om nog te kunnen boeien …

Lonelady

Nerve Up

Geschreven door

’Nerve Up’ is een fijne, overtuigende debuutplaat van de uit Manchester afkomstige Julie Campbell aka Lonelady. Tien stijlvolle, onderkoelde songs, die op puike wijze indie, electropop en postpunk vermengen, catchy, fris en onbevangen. Lonelady grossiert doorheen deze stijlen op een niet storende wijze.
De songs intrigeren door de rauwe melodieën, de hoekige riffs, de nerveuze ritmes, een rinkelende gitaarriedel en ‘80s wavesynths. Ze weet heel goed om te springen met haar invloeden en refereert vocaal aan Kristin Hersch’s Throwing Muses vs Tanya Donelly’s Belly.
Al meteen trekt ze de aandacht met “If not now” en “Intuition”, die de basis vormen van het materiaal; variaties horen we met de dreunende, repeterende ritmes horen van “Marble” en de titelsong. Terecht werd “Immaterial” als single gekozen door z’n toegankelijkheid. En tot slot daalt de gemoedsrust over de plaat met het afsluitende ingehouden “Fear no more”. Wat ervoor zorgt dat alles prima in balans is en een wondermooi debuut oplevert!

Laura Veirs

July Flame

Geschreven door

Binnen de vrouwelijke sing/songwriterpop schuiven we de jonge Laura Veirs niet opzij. De folkycountry lady met het onschuldige ronde kleine brilletje had in 2004 een bescheiden doorbraak met de plaat ‘Carbon Glacier’. Een goede zes jaar later brengt ze op even bescheiden wijze staaltjes sfeervol, sober semi-akoestische materiaal, die de pop, de folk en de americana traditie hoog in het vaandel houden. Regelmatig kunnen de songs breder zijn, wat kleur, elan en een groove geeft aan de ingehouden songs. Op die manier wordt haar akoestische gitaarspel en fluwelen stem ondersteund door viool, blazers, steelpedal, soundscapes en miminale drums; ook een prachtig koortje hoort erbij.
Kortom, op de nieuwe plaat horen we songs met een onderhuidse spanning, met de titelsong op kop …

Graveyard Train

Graveyard Train - Akoestische groep overrompelt de Pit's

Geschreven door

Voor zover ik me herinner had ik dit nooit eerder gezien : een afgeladen volle Pit's die compleet uit zijn dak gaat voor een akoestisch optreden (enkel de bas was elektrisch). Dit keer geen hardcore, smerige rock-'n-roll of luide punk maar ‘horror folk’, gebracht door het zestal Graveyard Train uit Melbourne.

Die horror slaat dan enkel en alleen op de teksten die onveranderd over smakelijke onderwerpen gingen als dood, wanhoop, vampieren, weerwolven, mummies, begrafenissen, geesten, heksen, angst, ... Ook de namen van de groepsleden liegen er niet om: Creepy J. Mc Craw, Scarecrow Bone Marrow, JJ Cadaver, ... De muziek hierbij was in wezen vrij braaf maar wel bijzonder aanstekelijk. Naast de eerder vermelde bas denderden ook een akoestische gitaar, dobro, washboard, mondharmonica en banjo mee op deze indrukwekkende trein. Als percussie sloeg JJ Cadaver met een hamer op een ijzeren ketting die om zijn lijf hing wat niet geheel ongevaarlijk was, gezien de vele tapes op zijn handen. Met dit soort instrumenten kom je automatisch terecht bij de American Folk, het deed me denken aan The Hackensaw Boys maar dan een stuk trager. Regelmatig werd er met zijn vijven samen gezongen wat resulteerde in iets wat het midden hield tussen Slavische koorzangen en het brallende gezang van een stel (Australische) kroegtijgers. Wat even wennen was maar na een tijdje wekte het uitstekend. Tussen de eigen barroom stompers en macabere ballades was er ook ruimte voor een merkwaardige cover: "Fever", wel toepasselijk bij de intussen weer tropisch geworden temperatuur. Er werd soms behoorlijk subtiel gemusiceerd en het samenspel tussen de gitaren en de banjo kon me mateloos bekoren. En het publiek, dat bleef razend enthousiast.

De aanmoedigingen tussen de nummers klonken dan ook heel wat luider dan de muziek zelf. Ik vermoed dat Graveyard Train dit optreden nog lang zal heugen. En achteraf konden de cd's niet snel genoeg aangevoerd worden ... 

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Pagina 813 van 966