logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_17
avatar_ab_16

The Big Pink

Noise duo The Big Pink overtuigen met korte set.

Geschreven door

Meer dan twintig jaar geleden, zo ergens tussen 1988 en 1991, was shoegaze een van de vernieuwende stromingen binnen de indie-rock. Een hele resem bands bouwden dromerige soundscapes op basis van noise en distortion, en het genre kreeg de name shoegaze omdat de bandleden veelal naar hun effectpedalen staarden van under hun pagekapsels, en dus weinig of niet in interactie gingen met het publiek. Voorlopers waren Jesus and Mary Chain, absolute vernieuwers waren My Bloody Valentine, en in hun kielzog kwamen een hele reeks bands zoals Ride, Slowdive, Curve, Medicine.De grunge die in 1991 vanuit Seattle overwaaide, zou al deze bands wegblazen.
Alles keert terug in de rock, dus ook shoegaze. In 2009 zette het reünieconcert van My Bloody Valentine een nieuw record qua decibels, en kwam er ook een nieuwe lichting bands op de voorgrond die noise als melodisch element van hun sound zou aanwenden. The Pains of Being Pure at Heart, A Place to Bury Strangers en ook de The Big Pink, die vanavond in Trix hun debuut ‘A Brief history of love’ kwamen voorstellen.

The Big Pink is een Londens duo, Robbie Furze and Milo Cordell. De ene heeft een verleden als gitarist bij de geluidsterrorist Alec Empire, de andere bracht noise bands uit op zijn eigen platenlabel. The Big Pink werd heel snel door de Engelse rockjournalisten opgepikt, met een lichte hype en een voorprogramma van Muse als gevolg.
The Big Pink hadden roze versterkers meegebracht, bij wijze van visueel en auditief statement. Op de tonen van “I want too get high” van Cypress Hill betraden Furze en Cordell zo rond tienen het podium. Net zoals op de plaat, hadden ze versterking bij: de band was uitgebouwd tot een viertal, met als opvallendste verschijning de bevallige Akiko Maatsuura aan de drums, in glitterjurkje.
Er werd snedig afgetrapt met het uptempo “Too young to love” en “Frisk “, dat bij momenten aan de Young Gods deed denken. Naast industrial en shoegaze, haalt The Big Pink ook inspiratie uit rave, en donkere trip en hip-hop à la Massive Attack, maar de melodie blijft altijd op de eerste plaats staan. Het viel ons ook op hoe helder de stem van Furze in de mix zat, het deed ons bij momenten aan Richard Ashcroft van het vroege The Verve denken  ten tijde van ‘A Storm in Heaven’, vooral dan bij de single “Velvet”. Een mooie verrassing was ook “Sweet Dreams”, waar The Big Pink een stukje “Mayonaise” van Smashing Pumpkins in binnengesmokkeld had. Met enkel hun debuut uit, wisten we dat het een korte set zou worden, en dat bleek ook zo te zijn toen na vijftig minuten afgesloten werd met “Dominos”. Geen bisronde, voor meer zullen we moeten wachten op nieuw werk.

Setlist
Too young to love, Frisk, War with the sun, Velvet, Crystal visions, Count backwards, Sweet dreams , Tonight, Dominos

Waldorf is een band uit het Gentse rond Wolfgang Vanwymeersch. Ze hebben net hun nieuwe ‘Twelve seconds to none’ uit, na een aantal jaren stilte sinds hun debuut uit 2005 en de single “Information” passeert wel eens op Studio Brussel. We hoorden melodieuze stonerrock, die gerust naast Them Crooked Vultures kan staan, al zegt dat wellicht meer over de plaat van Them Crooked Vultures dan over Waldorf. Niet slecht, maar we hoorden toch niet veel nummers die potten gaan breken in de Afrekening, en dat zullen ze toch nodig hebben indien ze ruimere bekendheid in Vlaanderen willen ambiëren om maar te zwijgen van buitenlanden als Nederland en Wallonië.Toen de zanger vroeg wie de plaat had, was er niemand in het publiek die reageerde, en dat zegt veel vrees ik.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Channel Zero

Channel Zero een must & lust to see!

Geschreven door
Channel Zero is back in business… twintig jaar na hun oprichting, 6 albums en dertien jaar na de noodgedwongen stop, begonnen ze vorig jaar onder impuls van Marlon W. in een nagenoeg ongewijzigde bezetting te werken aan een reünie, nl. Franky DSVD, Tino DM en Phil B – enkel gitarist Xavier C moest afhaken door oortrauma, maar werd en verve vervangen door Mikey Doling (ex Soulfly).
Het kwartet onderscheidde zich, eiste hun plaats op binnen de Belgische metalscene, had de energie, de look en podiumprésence, maar strandde internationaal ondanks spraakmakende supports (Bodycount, Danzig, Kiss, Megadeth, Biohazard). Erg succesvol was de ‘Unsafe’ plaat (medio de jaren ‘90), met een handvol singles, die ook het rock-mindende publiek bereikte.
Een triomfantelijke reünie kun je achterna wel zeggen, want de zes concerten (oorspronkelijk was er maar eentje voorzien) waren in een mum van tijd uitverkocht. Ze wekten, naast de vroegere fans, de interesse op van de jonge metalheads. Ze bewezen op het podium dat hun terugkeer meer dan terecht was en vielen terecht over de tongen. Ze speelden een fris, gedreven, gebalde set die sterk en oorverdovend was … Meteen plaatsten ze zich middenin de huidige metal … en sloegen een bres, alsof er nooit een gapende leegte had bestaan.
12000 fans zagen de band aan het werk. Het is voor Channel Zero een hart onder de riem en is de aanzet van een geslaagde en happy return, met een nieuwe single, “Black flowers”, een gig op de GMM en de motivatie te werken aan nieuw materiaal. Het kwartet voelt aan dat ze meer dan ooit op dezelfde golflengte zitten … Ook weinig gezien was dat de ABbar goed verkochte. De stevige sound van Channel Zero smaakte des te beter met een stevige pot bier!

De lichten doofden … ”She watch Channel Zero” van Public Eenemy, de hiphopband van de eighties, het nummer waaraan de band destijds zijn naam ontleende, knalde door de boxen … Al subiet werd Channel Zero enthousiast onthaald. In de eerste minuten van opener “Black fuel” was de band afgeschermd van het publiek door een groot wit doek. We zagen de schaduw van de members, achteraan flitste de groepsnaam en er waren projecties van ruis en beelden vanuit een politiehelikopter. Toen het kwartet dan te zien was, werden ze meteen op handen gedragen. De AB barstte uit zijn voegen. Iedereen wou een glimp zien van de vier gespierde, afgetrainde kerels, wou een luchtgitaar vastnemen, het refrein met gebalde vuist mee scanderen, springen of skydiven, maw genieten van elke seconde Channel Zero.
De band zette er verder stevig de beuk in met het energieke “Heroin”: een catchy melodie, pompende, stuwende en dynamische ritmes, een diepe bas, ferme riffs en soli, gitaarexplosies, gevatte tempowisselingen en de helder overtuigende zang van Franky. We hielden Pantera en Metallica in het achterhoofd bij zo’n nummers. Het tempo hielden ze even hoog met “Back to the bone”, die elan kreeg door de snelle riffs, de opzwepende ritmes en waarvan het refrein luidkeels werd meegezongen. Ze deelden de ene na de andere mokerslag uit en waren top.
”Mastermind” klonk iets slepender, maar een snedige “Why” en een opbouwende “My self control” volgden, die sommige momenten explodeerden.
Alles viel in z’n plooi … de muziek … en de entourage van gesplitte projectie schermen, de verhogen waarop de groepsleden hun ding konden doen en een zanger die z’n publiek aanporde, voeling hield, alle kanten van het podium rond draafde en op de verhogen te zien was.
In een verschroeiend tempo hoorden we schurende versies van “Run WTT (With The Torch)”, “Unsafe” en “Dashbord devils”. Ze waren in de vier uithoeken te zien op het dreigende, bezwerende en mooi uitgesponnen “Call on me”. Ook de nieuwe song “Black flowers”, al hoog in onze Belgische charts, kon rekenen op een sterke respons. Het Nederlandse gitaarwonder Marcel Coenen (In Nederland een begrip met z’n instrumentale soms snelle gitaarmuziek) was de special guest en gaf de medley van ‘oudjes’ “Succeed or bleed” – “Inspiration to violence” en “No lights” cachet.
Na een korte pauze vatten ze de classics “Help”, “Fools parade” en “Lonely” aan, die de massa massaal meebrulde, en tot slot explodeerde al de samengebalde energie op “Suck my energy”. Wat een finalereeks! Het afsluitende “Man on the edge” was hierbij eerder een outtro van de anderhalf uur energieke, gebalde set!

Channel Zero moeten we anno 2010 stevig vasthouden. De overweldigende, keiharde set & sound toonde een band in bloedvorm, die sterk op elkaar was ingespeeld! Ze deden de adrenaline stijgen, de harten bonken, brachten genadeslagen toe en sloegen een krater binnen de huidige metal. Kortom Channel Zero is een must & lust to see!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie : CNR ism AB


Sunn O)))

Niet – van – deze – wereld - Sunn O)))

Geschreven door
Het Amerikaanse Sunn O))) is een unicum binnen het muzieklandschap. De band gecentraliseerd rond het – core duo Stephen O’Malley en Greg Anderson, biedt een aparte combinatie van avantgarde, dronemetal, modern klassiek, minimalisme en jazz; een sound van massief, slepende, logge, lome en repeterende gitaarlagen, drones en synths, met de nodige distortion en feedbackgeraas. Deze ‘Masters of Doom & Drone’ hebben sinds hun ontstaan, samen met Earth een tiental jaar terug, een trouwe aanhang en zijn invloedrijk op bands als Neurosis, Isis, Sun ra en Amenra.
Een indrukwekkende rij versterkers en pedaaleffects, een opgetrokken mistgordijn, een sober donker gehouden lichtdecor en heren in een monnikspij wanen ons in een nevelig moeras van een creepy wereld. Het trio maakt de sfeer nog meer angstaanjagend door de huiveringwekkende keelgezangen van Atila Cszihar, te horen op twee nummers van het recente ‘Monoliths & Dimensions’ (“Agatha” en “Big church”) en op songs van de EP ‘Oracle’ van twee jaar terug. Die songs vormden de basis van de anderhalf uur durende set.

Het publiek was uiterst geconcentreerd en gaf zich volledig over aan de hallucinante, meeslepende tranceachtige trip, van verwaaide en verdwaalde sounds en de grauwe, zalvende maar door merg en beende gaande paters – en keelgezangen van Attila, die kippenvel bezorgde op de songs van de recentere platen, het geluid van de psalmen van ‘The Grimmrobe Demos’ en de apocalyptische verzen van Seldom Hunt. Ze verbleekten het logge karakter en de diepe grafstem van Michael Gira in z’n Swans beginjaren. Beelden van Koyaanisquatsi (Philip Glass), nachtelijke offergangen, zwarte magie en van de apocalyps borrelden op…
De zwarte mis ging gepaard met de typische rituelen van handgebaren, kruistekens, aanrakingen en ernstige, coole en ontmoedigende blikken: ijzingwekkend, filmisch, mysterieus, donker en dreigend. Cryptisch kon het worden omschreven als zo hard als staal, log als beton en traag als lava.
Ze openden knarsend de kerkdeuren met het traag slepende “Agatha” en sloten ze piepend en krakend met de rauwe en de ontspoorde ritmes van “Cry for the wheeper” uit de vorige ‘Black one’ cd.
We moesten toch eventjes de tijd nemen om terug tot de realiteit te komen, toen het concert was beëindigd; de muzikale leefwereld van Sunn O))) is geen gewone brok popmuziek, nee, ze is lichtschuw, is hard en meedogenloos en klinkt huiveringwekkend en oorverdovend …

Ook de support Eagle Twin was lekker op dreef met hun straffe cocktail van postmetal, sludge, doom, drone, noise en fuzz, bepaald door een opbouwende, krachtige, slepende, bezwerende gitaar en strakke, opzwepende drums én gedragen door een rauwe soms schreeuwende zang. Eagle Twin speelde één langgerekte brij, zorgde voor een dreigende spanning en bood grauwe, emotionele schoonheid, m.a.w. de ideale aanzet naar Sunn O))) …

Organisatie: Aéronef, Lille


Wave Machines

Wave Machines: Surfen op aanstekelijke golven

Geschreven door

Wave Machines is een jong viertal uit Liverpool, maar naar muzikale referenties van spraakmakende stadsgenoten (The Beatles, Echo & The Bunnymen, The La’s,…) hoefde u tijdens de voorstelling van debuutalbum ‘Wave If You’re Really There’ niet op zoek te gaan die avond in de Botanique.

Klonk de opener nog wat aarzelend, dan schakelde Wave Machines met “The Greatest Escape We Have Ever Made” fors enkele versnellingen hoger en nestelden ze  zich moeiteloos tussen het meest aanstekelijke wat Talking Heads en Hot Chip in de aanbieding hebben. “I Go I Go I Go” had het refrein om iedere parochiezaal om te toveren in een stomende Brooklyn nightclub en “Keep The Lights On” klonk live als Bee Gees discopop mét ballen. Ook verderop in de set zocht de besnorde zanger Timothy Bruzon met zijn falsetto stemmetje soms gevaarlijk dicht de kitsch grens op. Toch kreeg je in tegenstelling tot bij Scissor Sisters nooit de vervelende drang om een tailoor in je broek te moeten stoppen.
De toetsenist, die verdacht veel op Walter Van Beirendonck leek (nu we toch in die sfeer zitten), zette met ritmisch handengeklap “Dead Homes” in. Meteen het enige, minder vrolijke rustmoment in een voor de rest bijzonder aanstekelijke en melodieuze set met voldoende synthesizer weerhaakjes en ingenieuze ritmes en hooks om te blijven boeien tot het eind.
De atypische radiosingle “Punk Spirit”, waarvan het refrein “Where Is My Punk Spirit?” ongetwijfeld nu al luidruchtig meegebruld wordt in Ierse pubs aan de Merseyside, sloot de korte set af, waarna nog één bisnummer volgde.

Wave Machines leken oprecht gecharmeerd door de enthousiaste reactie van het publiek en beloofden vlug opnieuw te zullen spelen in België. Graag heren, maar liever volgende keer ergens op een zwoele weide met een cocktail in de hand in plaats van een Witloofkelder op een ijskoude winternacht. Deze zomer op Werchter misschien?

Organisatie: Botanique, Brussel

Rolo Tomassi

Hysterics

Geschreven door

We waren de voorbije zomer sterk onder de indruk van de uit Sheffield afkomstige noise band Rolo Tomassi. De band, onder broer James en zus Eva Spence, brengt een combinatie van noiserock, punkjazz en allerlei –core invloeden. De songs kunnen een opbouwende melodie hebben, gaan van hard naar zacht en zijn uiterst avontuurlijk en opzienbarend door de verrassende wendingen, bizarre kronkels en ontspoorde ritmes. We horen waanzinnige gitaar- en toetsenpartijen en opzwepende en strakke drums. En op de koop toe overstelpt de frontvrouwe ons met haar krijsende, schreeuwende en gillende zang. Maar ook deze frêle dame kan zacht klinken in haar vocals. En net precies al die tegengestelden maken de songs erg boeiend en spannend. “Oh Hello ghost” en “I love turbulence” geven de toon aan voor de rest van de plaat. Een song als “Fofteen abraxas” klinkt grauwer en donkerder en de psychedelica klinkt door op “An apology to the universe” en het afsluitende “Fantasia”. We krijgen momenten van rust aangeboden met enkele soundscape instrumentals. De herriemakers zorgen voor een letterlijke pletwalssound op ‘Hysterics’.

Tokio Hotel

Humanoid

Geschreven door

De vier jonge gasten uit Maagdenburg slaagden er twee jaar geleden in het jonge publiek te veroveren. Ze haalden zelfs vier TMF Awards binnen als beste nieuwe artiest, beste album (‘Scream’), beste clip en beste pop. Tokio Hotel, rond de tweeling Bill & Tom Kaulitz, waren het ideale exportproduct voor elke ‘rockmindende’ tiener.
Ook op de nieuwe plaat klinkt de band niet anders dan voorheen. Ze brengen melodieus stevige en pittige poprockers, gaan wat breder door de synths en hebben oog voor enkele ballads. Op die manier hebben we lekker in het gehoor liggende songs. Het zijn vooral “World behind my wall” en “Phantomaider” die sterk bekoren . “Dog unleashed” en “Human connect to human” refereren aan de ‘80’s electro en er klinkt een “Personal Jesus” –riff van DM door. “Zoom into” tot slot doet de meisjesharten sneller slaan. En daarmee heb je het recept gehoord van de toegankelijke poprock van de Tokio Hotel twintigers.

Rammstein

Liebe ist für alle da

Geschreven door

Het Duitse Rammstein heeft zich gaandeweg opgewerkt tot een grootse band met hun metal – rock - industrial concept binnen een melodieus toegankelijke lijn. De band rond Till Lindeman geeft elan aan het geluid door totaalspektakel op hun optredens en vunzige, seksuele fantasieën en nihilistische teksten.
Na ‘Reise Reise’ en ‘Rozenrot’ laste de band een noodgedwongen rustpauze in. De gigs eisten hun tol en leverden heel wat interne twisten op. ‘Liebe ist für alle da” is krachtig, rockt, beukt, en klinkt meer aanstekelijk door sfeervolle toetsen. De strakke, straffe riffs en de zwaardere electro (“Rammlied”/ “Ich tu dir weh”, “Waidmanns Heil”) wisselen ze met “Pussy”, “Früling in Paris”/”Mehr”/”Roter sand”, die opbouwend, sfeervol en dansbaar kunnen zijn.
Al bij al is de nieuwe cd toegankelijk door het afgewerkte karakter. Rammstein zorgt voor een avondje fun en ‘all what you think bout …, but afraid to do’ …

Das Pop

Das Pop

Geschreven door

Deze plaat van het Gentse Das Pop leek eventjes op de Vlaamse versie van de klucht ‘Chinese Democracy’ te gaan lijken wegens zijn talloze verschuivingen in de releasedata. Maar eindelijk is ze er dan, de langverwachte opvolger van ‘The Human Thing’.
Slimmerik Bent Van Looy en de zijnen brengen een plaatje dat bulkt van de zwierige poprock, wat ook niet anders kan met die bandnaam. Opener “Underground” herbergt een heerlijke viool en koebel die samen met Van Looy’s stem een geniaal catchy nummer neerzetten. Die kleine en subtiele keuzes van korte klanken zijn de sterkste punten van het album en Das Pop kan die formule meermaals herhalen. Op en top pop dus. Heel goede pop zelfs.
Het geheel klinkt in tegenstelling dan wat je zou vermoeden niet extreem gelaagd. Voorbeelden te grabbel. Zo hebben we de mandoline in “Wings”, de stevige baslijn met handengeklap op “Try Again”, alweer die viool tijdens hit “Never Get Enough” en tweeluik “Saturday Night” part 1 & 2 moet het dan weer hebben van korte gitaarslagen. De schwung wordt nooit uit de nummers gehaald, maar het geheel is niet dansbaar van a tot z. Zo zitten de ballads “Girl Be A Man” en “September” meer naar het einde toe verstopt, waarna ze er weer wat steviger tegenaan gaan in “Feelgood Factors”.
Producers van dienst zijn de Dewaele broers, maar nergens is hun invloed stevig doorgedrukt. Ze stonden er op dat er géén synths gebruikt werden. Bent Van Looy (wie weet, binnenkort officieel De Slimste Mens) stuurt u de groeten vanuit Fuckland!

Beak>

Beak

Geschreven door

Portishead producer en multi instrumentalist Geoff Barrow heeft onder de naam BEAK> een raar, donker, minimalistisch en tamelijk onheilspellend plaatje gemaakt die niks te maken heeft met hetgeen hij doorgaans met zijn reguliere band doet. We merken raakpunten met duistere eighties wave, Suicide, krautrock, een beetje dub en een lap Mogwai. Zelfs de donderwolken van Sunn O))) komen ons voor de verdoemde geest.
De plaat is quasi volledig instrumentaal en zit vol met stoorzenders, laaggestemde gitaren en depressieve synthesizers. Heel zelden hoor je op de achtergrond wat verdwaalde vocals die ook al helemaal niet de bedoeling hebben om het boeltje op te vrolijken. Een grimmig en onderkoeld sfeertje wordt hier verwekt maar de plaat werkt wel verslavend en is nogal bedwelmend voor de geest.
Interessant werkstukje, doch iets voor geoefende oren. Om de donkere winterdagen nog net iets meer te verduisteren.

Living Colour

The chair in the doorway

Geschreven door

Wat ooit een belangrijke band was in de alternatieve scène is nu een quasi vergeten groepje dat moeizaam probeert om terug aan het front te komen met een nieuw album. Helaas zitten daar, ondanks al het moois wat Living Colour in het verleden al gebracht heeft, weinigen op te wachten. Als we er dan bij vertellen dat het vuur, de power en de klasse van ‘Vivid’ (’88) en ‘Time’s up’ (’90) hier maar bij vlagen terug te vinden zijn, dan weet u al hoe laat het is. De levende kleuren zijn wat verbleekt op ‘The chair in the doorway’ en de inspiratie van weleer is voor een groot stuk weggeëbd. Hier en daar komt Living Colour nog wel eens venijnig uit de hoek, maar die momenten zijn te schaars. “Bless those” is zo een kloeke song die volledig onze goedkeuring wegdraagt, ook “Decadence” is een verbeten rocker, maar naar betere songs is het verder toch wel zoeken. Verdienstelijke pogingen als opener “Burned bridges” en het felle “Out of my mind” komen ook nog ergens in de buurt van een geslaagde song, maar dan is het vet van de soep. Alhoewel, met de hidden track “Asshole” mogen ze op het eind toch nog even schitteren : fijne riff, Glover en Reid goed op dreef, lekker rollend nummertje.
De mooie soulvolle stem van Corey Glover is wel immer present en ook het virtuoze gitaarwerk van Vernon Reid komt geregeld de kop opsteken, doch te weinig naar onze goesting. Die dingen zijn ze dus niet verleerd, maar er staan niet echt onvergetelijke dingen op ‘The chair in the doorway’. Wat we horen klinkt allemaal wel onderhoudend en soms wel stevig, maar niets blijft echt hangen, en dat is de zwakte van deze nieuwe plaat. Beetje jammer toch, want ze kunnen het nog, dit hebben we in den lijve ondervonden in de Vk* (eind 2009) en vooral bij hun onvergetelijke vlammend concertje in de Botanique in 2008.

Pagina 848 van 966