logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Kreator - 25/03...

Thee Vicars

Thee Vicars: troonopvolgers van Billy

Geschreven door

Hiervoor doe je het, hé. Eindeloos kilometers malen om dan een goed half uur muziek voorgeschoteld te krijgen in een groezelig café en dan is er die ene zeldzame keer dat het er pats op zit, dat er naast de rook ook magie in de lucht hangt. De perfecte adrenalinestoot na weer eens een saaie, duffe zondagnamiddag. Zonder veel verwachtingen sleurde ik me uit de zetel om nog maar eens een groepje (en dan nog een Brits!) te gaan zien en dan werd ik daar totaal onverwacht omvergeblazen door vier jonge snaken die rechtstreeks uit de sixties leken te zijn gekatapulteerd. Plots waren mijn onder het stof liggende"Nuggets" en "Back to the grave" compilaties weer brandend actueel. Zo en niet anders moeten die groepjes geklonken als zondag laatst in de Pit's. Opwindend, alsof ze de rock-'n-roll ter plaatse aan het uitvinden waren. Woorden schieten tekort maar als covers een indicatie kunnen zijn: The Sonics!!, The Kinks!! Kniesoren zullen natuurlijk beweren dat dit al duizenden keren is voorgedaan. En misschien hebben ze gelijk maar als je het zo goed, met zoveel jeugdig enthousiasme en zoveel liefde voor de rock-'n-roll brengt houdt dat argument geen steek meer. Als Billy Childish te vadsig geworden is om nog te toeren dan zijn deze Vicars de geschikte jongens om de poten van onder zijn troon te zagen. En er zijn plannen voor een nieuwe Europese tour in oktober…Te goed om erover te zwijgen!

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Sioen

Sioen Meets Soweto

Geschreven door

Frederik Sioen gooide het over een andere boeg voor de vierde cd ‘Calling up, Soweto’. Z’n nieuwe repertoire gebeurde met de hulp van een handvol Afrikaanse artiesten. Die muzikale verrijking horen we terug op plaat en tijdens de livegigs.
Broeierige afro/worldpop, die de muzikale veelzijdigheid onderstrepen van Sioen!

Zie de livepics onder live foto’s

Labadoux 2009: zondag 3 mei 2009

Geschreven door

Vandaag was het weer niet slecht, maar bij lange niet zo goed al vrijdag! Toch was ‘de peloeze’ 's middags al overspoeld met mensen. Was het de plaatselijke fanfare die in de voormiddag al dat volk op de been bracht of is het de zeer democratische zondagsprijs? In ieder geval zal de tering van het volk de nering van Labadoux te goed komen. Zo denkt ook Jean-Pierre Deven, de organisator erover. Hij beseft ook dat het terrein wel aan zijn verzadigingspunt gekomen is. Daardoor staat de organisatie dan ook voor het dilemma waar Folk Dranouter ooit ook mee geworsteld heeft: het festival kleinschalig houden of verder groeien met meer volk en nog grotere namen op de affiche? Deze tweede optie heeft als voornaamste consequentie dat ze dan moeten verhuizen naar een ander terrein. Of er zou een brug moeten gelegd worden over de beek die het terrein aan de ene kant nu afbakent. Verder vertelde de gebaarde baas van de Fagot ons dat het festival telkens de kroon op het werk van een jaar rond is. Hij onderhoudt zijn contacten en kijkt uit naar welke namen in de buurt langs komen.
Backstage is het ook een gezellige drukte waar artiesten, sponsors en medewerkers broederlijk naast elkaar zitten te drinken, te eten en te kletsen. Door mond-aan-mond-reclame komen er nieuwe artiesten op af en blijven de oude bekenden graag terug komen. Zo stond er in ooit het contract van wijlen Warren Zevon dat hij naast een royale gage 50 $ extra wenste om op restaurant te gaan. Ze incasseerden het belachelijke bedragje samen met de grote contractuele hap, maar kwamen intussen wel eten van de lekkere kost die al 21 jaar door Greet(je) wordt klaar gemaakt!
We zijn al benieuwd hoe de 22ste editie er zal uitzien...

dag 3: zondag 3 mei 2009
Het Zesde Metaal
We hebben het allemaal gespeeld toen we klein waren. Het zesde metaal heeft er een nummer over: "Cowboy en Indiaan". Frontman en liedjesschrijver Wannes Cappelle wist ons te vertellen dat ze in Nederland denken dat het nummer gaat over "Cowboy Jan en John". Van een taalbarrière gesproken!
Voor de Oost-Vlaamse krantenman naast ons klonk Wannes een beetje als het kleine broertje van Flip Kowlier, namelijk redelijk onverstaanbaar. Lag het aan de mix van instrumenten en zang? Of had Willem Vermandere gelijk toen hij zei dat ook het dialect gearticuleerd moet worden? Ondertiteling was niet beschikbaar, maar de tent stond gelukkig vol West-Vlamingen die met volle teugen genoten van de bijwijlen stevige muziek. Wat wil je ook met zo'n groepsnaam?
Na "De keuninck van de jacht" (zoek eens het leuke filmpje op YouTube) nodigde Wannes het publiek uit in de ‘huppelzone’ om er te dansen zoals de Zwingelpoepen uit Wevelgem (de volksdansgroep uit zijn geboortegemeente). De stilzitters mochten dan weer meezingen (doe uw keel naar omhoog en wat er dan uitkomt is uw kopstem). Na een verkoopspraatje om hun cd te promoten volgde een toepasselijk protestlied tegen Geld... Ze zijn niet bang om zichzelf te relativeren.
Voor een vroege zondagmiddag stond en zat de zaal alweer helemaal nokvol. Toen ze terugkwamen voor een bisnummer vertelde zanger Capelle ons zijn nachtmerrie van een optreden voor een lege tent. Hij betuigde zijn respect voor ons allen: "respect... met eiers". We mogen de mop doorvertellen...

Miek en Roel
De soundcheck was nog bezig toen we opnieuw de tent binnen kwamen voor de ouderdomsdekens van het festival. Als voorproefje van het eigenlijke optreden kregen we "Colours" van Donovan volledig te horen. We leken terug gekatapulteerd naar de sixties. Dit nummer hoorde er eigenlijk niet bij en was toch al één van de beste dingen die we te horen kregen!
Het sympathieke duo werd geflankeerd door leeftijdsgenoten die stuk voor stuk rasmuzikanten waren. De liedjes en teksten kwamen van leveranciers met ronkende namen: Johan Verminnen ("Kassière"), Kris de Bruyne (“Cirkels van goud") en Hugo Raspoet om er maar enkele te noemen. Met de Nederlander Peter Schaap ("Adem mijn adem") gaf Roel zelf toe dat hij wel een heel hoog ‘hippiegehalte’ had aangeboord. Ook zijn hobby (waarvoor bij sommigen onder ons misschien beter gekend is) gaf inspiratie voor een nummer: "De Filmfan Man".
Blijkbaar was de hippiemuziek wat te braaf voor het jonge volkje. De zon deed nog altijd haar best en lokte hen terug naar de weide. Zo misten ze de oerversie van "het Smidje", voor de jeugd van heden de bekendste hit van Laïs maar reeds in 1967 één van de grootste hits voor Miek en Roel! "Wie wil horen (een historie)" werd toen opgenomen met Roland op mondharmonica. Voor velen was het een blij weerzien! De stemmen waren nog zo gaaf als in hun glorietijd. Een geslaagd optreden!

Hannelore Bedert
Voor de tweede keer deze namiddag gingen de festivalgangers kopje onder in een taalbad! Een bad van dialect wel te verstaan, onder het motto ‘West-Vlaanderen Boven’! Hannelore begon haar set dan wel met een nummer in een soort ‘gekuischt schoon vlamsch’, dat voor alle ‘vreemden’ goed te begrijpen was. Dan wilde ze het nummer "Janker" toch opdragen aan iedereen die ooit van zijn lief te horen kreeg dat hij/zij een belachelijk dialect had. Door haar ontwapenende spontaniteit kon ze het publiek kneden als was. Met een gevoelig nummer kreeg ze de hele tent stil. Haar teksten bevatten dan ook parels, uit het leven gegrepen, maar ge moet er maar op komen: "Doet uw ogen toe, ik ben zoveel schoner als ge 't licht uit doet..."
Wat betreft levensechtheid schiet ze wel in de roos met een onderwerp als ‘constipatie’. En weer wordt een goed luisterend oor beloond met fijne regels zoals "'t Is gezellig als je tijd hebt / voor een uur / ge zoud'er emotioneel van worden op den duur". Naar haar eigen zeggen bleek ze hier veel respons op te krijgen na haar optredens. Maar vanaf nu wil ze alleen nog via e-mail benaderd worden over dit onderwerp. Of ze antwoordt, weet ze nog niet!
Hannelore had een jonge band achter zich met stuk voor stuk straffe muzikanten: Seraphine Stragier (cello), Thomas Vanelslander (gitaar), Bart Van Lierde (bas), Davy Deckmijn (drums), Jeroen Bart (viool) bespeelden op meesterlijke manier uiteenlopende registers.
Die ene Antwerpenaar in de tent incasseerde in naam van al zijn stadsgenoten nog een veeg uit de pan met een lekker swingend wraaklied "Vocabulaire". "Tel maar na hoeveel keer je in je leven Muggengeheugen zegt". Ze oogstten er een donderend applaus mee. Deze artieste is nog maar aan haar debuutcd toe (die u nu allemaal moet gaan kopen!), maar ze straalt al een zelfverzekerdheid uit die een veelbelovende toekomst voorspelt!

Enge Buren
Terwijl we stonden te wachten tot La Bedert haar cd kwam signeren zagen we in de biertent een verrassende muzikale mix. Met hetzelfde gemak waarmee ons moeder vroeger mayonaise maakte, mixten deze halve gare Nederlanders "A Forest" van The Cure met Peppie en Kokkie of Rammstein met Frans Bauer, getiteld ‘Rammbauer”... Met spijt moesten we dit verrassend slim allegaartje van songs en sounds, van grunge en schlagers ter vroeg achterlaten om de oude frontman van de Scabs te gaan beluisteren.

Guy Swinnen Band
Guy kwam het podium op zonder band en bewees onmiddellijk dat hij niet alleen zijn helden goed wist te kiezen, maar dat hij hun werk zonder blozen voor een hele tent kon brengen. Gewapend met gitaar en mondharmonica was hij even The Man in Black met "A Solitary Man". Toen kwam de band erbij en kregen we een mix van nieuw werk uit de cd ‘Burn The Bridges’ en oude bekenden van The Scabs of andere grootheden zoals Bob Dylan of Neil Young.
"We zijn hier om ons te amuseren" wist Swinnen ons te vertellen. Daarmee kreeg het publiek ook zijn zin. De band rockte dat het een lust was: Swinnen kondigde een gitaarriff aan van Bère (Bert van Goeyland) en plots was er "Nothin On my Radio". Na een nummer uit het project ‘Te Gek’! (ten voordele van de geestelijke gezondheidszorg) waar Swinnen al 3x aan meewerkte, werd het publiek zelf zot bij "One For The Road (I'm Robbin' a Liquor Store)". Hij had het hele optreden dan ook stapsgewijs opgebouwd naar een climax die losbarstte in een muzikaal vuurwerk met het bisnummer "Hard Time"! Blij dat we erbij waren...

Follia
In de biertent stonden op de eerste zondagavond van mei blijkbaar heel wat mensen die op maandag nog geen plannen hadden. Het bier vloeide nog rijkelijk en met de muziek van Follia was het moeilijk de benen stil te houden. De hele tent swingde als een pitta-pan. Met de vaart gevaarlijk dicht in de buurt lag gelukkig alles goed vast aan stevige kabels. Met 2 violen en 2 dwarsfluiten enkel gitaren en een accordeon was het niet mogelijk deze muziek in één lade te stoppen. Dat hoeft natuurlijk en kan ook moeilijk met muzikanten die zowel in de jazz als de folk hun scholing kregen. Follia weet dans- en luistermuziek perfect te combineren!

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Great Lake Swimmers

Leuk, innemend concertje van Great Lake Swimmers

Geschreven door

De Canadezen van Great Lake Swimmers zetten op de Dag van de Arbeid voet aan wal te Gent om er met gepaste trots hun nieuwste worp, ‘Lost Channels’, voor te stellen aan de volgestroomde Balzaal van de Vooruit. Vooral de eerste helft van de nieuwe plaat - met o.a. de huidige single “Everything is moving so fast” - kwam in ruime mate aan bod. Graag hadden we ook wat meer songs uit de andere helft gehoord (parels als “Stealing tomorrow” en “New light” blijven ons inziens immers ook live overeind), maar bon, we mogen niet klagen want alleen al de naar de keel grijpende versie van “Moving Pictures, Silent Films” (uit hun 6 jaar oude, titelloze debuut) rechtvaardigde de aanschaf van ons ticket. Nummers als “Your Rocky Spine” en “Various Stages” bevestigden dat de groep rond Tony Dekker al een aardig oeuvre bij elkaar gespeeld heeft.
De iets te korte reguliere set werd afgerond met “Song for the Angels” uit ‘Bodies and Minds’ (2005). Ook de eerste bisronde werd besloten met een nummer uit diezelfde plaat, de solo gebrachte versie van het onvolprezen “Imaginary Bars” kon op zodanig veel bijval rekenen dat de voltallige groep nog eens het podium betrad om “Harvest” van Neil Young ten berde te brengen. Een ander hoogtepunt tussen de vijf bissen was “I am part of a large Family” uit ‘Ongiara’ (2007).

Voorafgaand had Marissa Nadler de gelegenheid gekregen om haar vierde album te presenteren. Vocaal neigt ze nu en dan naar Heather Nova, muzikaal tapt ze echter uit een folkier en tekstueel uit een vaak donkerder vaatje. Na het eerste nummer solo gebracht te hebben, liet ze zich bijstaan door een drummer en gitarist. Songs als “Silvia” en “Mistress” konden op bijval rekenen bij het geïnteresseerde publiek. Spijtig genoeg kwamen sommigen duidelijk enkel voor de hoofdact hetgeen hen verhinderde om de soms breekbare muziek met de gepaste stilte te aanhoren. Vooral op de momenten dat ze haar begeleiders rust gunde en solo met een tamboerijn op het podium stond, ware ze gebaat bij een muisstil publiek.
Persoonlijk vonden we niet dat Nadler de verwachtingen volledig inloste, maar dat was ook niet evident aangezien deze na de jubelende recensies van haar laatste CD, ‘Little Hells’, misschien onrealistisch hooggespannen waren.

Gans in het begin van de avond weerklonk de elektronica van Alaska in Winter, het elektronica-project van Brandon Bethancourt. Het feit dat verschillende mensen aan de promo-stand een Alaska in Winter-plaat kochten, wijst erop dat de liefhebbers van het genre op hun wenken bediend werden.

Onze eerste mei verliep dus zeer voorspoedig en dat was niet enkel aan de sociale verworvenheden (waaraan de Vooruit ons uiteraard steeds doet denken) te danken.

Organisatie: Vooruit, Gent (ism Democrazy)

Labadoux 2009: zaterdag 2 mei 2009

Geschreven door

Op een sympathiek festivalletje als Labadoux, zeg maar Dranouter in ’t klein, wil men het liefst kleinschalig houden. De optredende acts zijn een beetje ondergeschikt aan het totaalgebeuren, waarmee we willen zeggen dat de mensen sowieso toch komen opdagen los van wie er op de affiche staat. Niet allen muziek, met de nadruk dan op folk, is hier geprogrammeerd, ook de liefhebbers van dans, cabaret en comedy vinden hier hun gading, en dit alles in een los sfeertje van “alles mag, niets moet”.  Best wel leuk.

dag 2: zaterdag 2 mei 2009
Zaterdag waren wij naar Ingelmunster afgezakt voor de muziek, zoals bijvoorbeeld de blues…. De blues van Watermelon Slim & The Workers had Labadoux toch één van de bluessensaties van de laatste twee jaar geprogrammeerd. Watermelon Slim is een bleekscheet die de blues in al zijn bloedvaten lopen heeft, de man is al niet meer van de jongste en had bovendien zijn gebit achtergelaten wat hem dikwijls, en dan vooral in zijn ongetwijfeld goedbedoelde bindteksten, hopeloos onverstaanbaar maakte. So what, hij speelde zijn traditionele blues met vuur , passie en wild enthousiasme, en dit van achter zijn slide gitaar waaruit hij snedige bluessongs puurde. Ook uit zijn mondharmonica haalde hij vuurwerk en zo kreeg hij een aardige respons van het zittende publiek. Als je ’t ons vraagt, verdiende de man overduidelijk een staand publiek. Nu bleef het immers bij een weliswaar gemeend enthousiast applaus, maar op menig ander festival (Peer, bijvoorbeeld, iemand ?) had hij wel enige beentjes aan het dansen gekregen.

Maggie Riley heeft als belangrijkste wapenfeit op haar CV staan dat zij de engelenstem verzorgde op Mike Oldfield’s “Moonlight shadow” (hier uiteraard ook van de partij, de song dan, niet Mike Oldfield, of wat had u gedacht ?), voor de rest hadden wij eerlijk gezegd ook nog nooit van het mens gehoord. Ze stond een beetje onwennig op het podium en leek behoorlijk content met de opkomst en de positieve respons. Haar songs, pop met een traditioneel randje, klonken een beetje te gewoontjes maar een puike gitarist zorgde toch wel voor wat opmerkelijke momenten. Zullen we het maar houden op onderhoudend optreden, maar nooit spetterend.

Sensatie van de avond waren, en dat hadden wij op voorhand al stiekem een beetje verwacht, de Easy Star All Stars. Een bont allegaartje muzikanten, ontsproten in New York, die er niets beters hebben op gevonden dan een dub/reggae versie te maken van klassieke albums als ‘Dark side of the moon’ (Pink Floyd), ‘OK Computer ‘(Radiohead) en ‘Sergeant Pepper’s lonely hearts club band ‘(Beatles). En wat op hun versies van die platen als een origineel en knap idee klinkt, werkte ook heel aanstekelijk op een podium. Inmiddels waren in de concerttent ook de stoeltjes wat naar achter geschoven waardoor de bruisende reggae/dub cocktail van deze gezellige groovy bende voor een uitbundig feestje zorgde. Bij het publiek zat er nu wel leven in de brouwerij, kon ook niet anders met die frisse en ritmische versies van ondermeer “Paranoid Android”, “Karma Police”, “Lucy in the sky with diamonds”, “With a little help from my friends” en “Money”. Die songs hadden hier stuk voor stuk een wel heel interessante wending gekregen en de verbluffende muzikanten en dito zangeres (die iets heel moois deed met Pink Floyds “A great gig in the sky”) vertolkten deze klassiekers met het nodige respect. De Easy Stars All Stars zijn dus geen grap, wel een van de beste reggae bands die we de laatste jaren hebben gehoord.

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Labadoux 2009: vrijdag 1 mei 2009

Geschreven door

We fietsten over een zonovergoten Wantebrug in Ingelmunster en kregen de concerttenten van Labadoux in het vizier. Het leek wel augustus en ‘Dranouter aan de vaart’. Veelkleurige tentjes stonden langs de oevers van de vaart naar Roeselare. De geur van bbq hing nog in de lucht. Het publiek dat drie volle dagen zou blijven had er duidelijk zin in!
Op de ‘Peloeze’ (zoals ze hier het grasplein tussen de festivaltenten noemen, liep al wat volk rond, maar er was nog heel wat ruimte over. Heel wat mensen wachten de grote namen af om tot hier af te zakken. dat ze hierin ongelijk zouden hebben bleek al gauw toen het eerste optreden begon. daarom deze raad aan toekomstige festivalgangers: staar je niet blind op die bekende namen, maar probeer ook te ontdekken welke verrassingen J-P Deven en z’n crew van Labadoux voor jullie in petto had!

dag 1: vrijdag 1 mei 2009

Munnelly, Flaherty & Masure
In de concerttent speelden David Munnely, Helen Flaherty en Philip Masure zich al vanaf de eerste minuut in het zweet. De zon bleef dan schijnen dat het een lust was. Dit Iers-Schots-Vlaams ensemble was voor de gelegenheid aangevuld met bassist Fons Verhamel (ooit jarenlang lid van From Us To You). Hij speelt heel regelmatig samen met dit trio.
Met deze opener startte het festival onmiddellijk op een heel hoog niveau! Individueel is elk groepslid duidelijk door de wol geverfd, maar het groepsgeluid sprak boekdelen! De stem van Flaherty staat als een huis, Masure lijkt wel met zijn gitaar vergroeid en Munnely kon toveren, zowel op keyboards als op zijn diatonische accordeon.
Helen Flaherty verraste het publiek met haar kennis van het Nederlands. Dat ze al jaren les geeft in Antwerpen werd er wijselijk niet bij verteld. Ze vroeg of Soetkin aanwezig was. Soetkin Collier (van Urban Trad) verzorgde blijkbaar de groepsleden met voedsel en drank. Gezwind wipte die over de afsluiting en ging meteen meezingen in een gevoelige ballade. De vrouwenstemmen klonken in perfecte harmonie. Daarna stelde de sympathieke David zich voor als ‘a very funny man’. Iedereen werd ten dans genodigd op de "Mad Gig". Dat lieten heel wat koppels zich geen twee keer zeggen. De ambiance zat er meteen in!
Heel intrigerend was ook de uitvoering van "La Partida" (te vertalen als ‘het vertrek’ of beter ‘het afscheid’). Deze Zuid-Amerikaanse traditional eindigde in een hels ritme waarbij de accordeonist als bij wonder niet over zijn eigen vingers struikelde.
Het festival was met een hoogtepunt begonnen en Helen bedankte haar publiek met de verzuchting ‘en nu mogen wij ook gaan drinken’. Of deze ‘beste zangeres van de groep’ (zoals Philip haar afkondigde) koos voor een Guinness of een Kilkenny, konden we niet achterhalen. Het was hen in ieder geval ‘gejeund’!

Le Vélo Vert
Toen Yves Bondue met enkele getrouwen in maart 2006 ‘Sjchrijeuw & l'histoire du vélo vert’ uitbracht, was er meteen heel wat interesse voor deze nieuwe benadering van folk en chanson met een vleugje musette of tango. De prille An-Sofie Noppe stond naast hem op de voorgrond. Haar stem verleidt de ene keer het publiek als een sirene en schreeuwt wat later weer als een eenzame ziel om begrip. Op sopraansax en bijwijlen op gitaar staat ze haar ‘vrouwtje’ naast de accordeon en het klavier van ‘groene fietser’ Bondue. We hoorden het eerste nummer dat ze ooit schreef voor de groep, "Schommel", dat ingetogen de eenzaamheid van de jeugd beschrijft, en “Bij Jou”, dat geïnspireerd is op haar heimat Watou.
Drummer Jan De Smet bespeelt een uitgebreid assortiment instrumenten en instrumentjes en met Rudy Degryse hebben ze een gitarist en contrabassist in huis die als een rots in de branding de basislijnen uitzet, maar evenzeer vingervlugge gitaarrifs uit zijn mouwen schudt.
Op dit katholieke festival vond Bondue de bergrede een gepast onderwerp om te brengen als "Jezus met 5 pita's en 2 sushi". Hij had het publiek volledig in zijn ban en kreeg op eenvoudige aanvraag een regiment “Rode schoenen” te zien om dan via de "Achtbaan naar de zaligheid" naar de afsluiter te roetsjen: met keelklanken à la Bobby Mc Ferrin zong Ann-Sofie "Wij willen nog niet slapen". En dat wilden wij ook niet! Hopelijk gauw tot ziens, op een groene vélo!

Cécil Corbel
Deze roodharige nimf bracht met haar vijfkoppige groep Bretoense, Ierse en Schotse nummers, maar maakte daarbij ook muzikale uitstapjes naar andere muziekculturen zoals bijvoorbeeld Turkije en Israël. De klanken van haar harp voerden ons mee naar een Keltisch verleden tussen elfen en hobbits.
Haar stem klinkt als het zuiverste water van een bergbeekje dat in het Schotse hoogland de Glenns vult. In "Le vent m'emporte" bezong ze haar thuisland Bretagne dat dikwijls door de wind gegeseld wordt. Soms kwam de vader van de Bretoense harp Alan Stivell even om de hoek kijken als we een Bretoense traditional herkenden. Maar met nummers zoals het Turkse "Yarim Gitti" (dat ze vertaalde als ‘ma bien aimée’) kwamen we dan weer in de sprookjes van 1001 nacht terecht.
Dit was folk van de hoogste plank. Misschien niet voor iedereen zijn kopje thee (sommigen verlieten de tent halfweg het optreden) maar deze muziek verdient meer dan de inspanning om te blijven zitten tot de laatste klanken van de metalen snaren weggedeind zijn. Wie achteraf een Guinness ging nutten, wist nu tenminste waar het harpje als logo voor dit bier vandaan komt.

Chris Jagger’s Atcha
Wie gekomen was om het broertje van Mick te vergelijken met de Rolling Stones, wist al direct dat hij dit uit zijn hoofd mocht zetten. Zijn groep Atcha bracht ons met zydeco en cajun onmiddellijk naar de swamps van Louisiana. Hier waren geen covers van Chuck Berry of drang naar “Satisfaction” te bespeuren. De bassist met het hoedje kon qua looks nog wel doorgaan voor een jonge Keith, maar daar stopte het dan ook. Jagger tapte uit verschillende muzikale vaatjes en bond zowaar het washboard voor. En dat was niet om de was te doen! Het publiek had heel wat ‘Sympathy voor deze Devil’ en kon de mix aan muziekstijlen best smaken. Op zijn website vonden we ook twee gratis downloads. Wie er niet bij was kan daar het gemis wat goed maken. Want zoals gewoonlijk hadden de afwezigen (groot) ongelijk!


Garland Jeffreys
De Amerikaanse singer-songwriter & gitarist Garland Jeffreys is wereldwijd gekend voor zijn unieke mix van rock’n’roll, reggae, blues & soul enerzijds en zijn geëngageerde teksten anderzijds. In de voorbije 4 decennia scoorde hij telkens wel ergens één hit, wat hem veel respect opbracht van mensen zoals Bruce Springsteen. Het was vooral Europa dat hem in de armen sloot. In de VS van de republikeinen blijkt het rassenonderscheid nog altijd een te hoge drempel om muzikaal meesterschap te (h)erkennen. Het zou ons verbazen mocht er in huize Reagan of Bush een exemplaar te vinden zijn van ‘Don't Call Me Buckwheat’. Op deze cd (alweer van 1992) staat de titeltrack bol van de scheldwoorden die Jeffries zijn hele leven al mocht horen van de blanken. Gelukkig is ‘boekweit’ in onze contreien nog geen beladen woord...
In Ingelmunster geen scheldwoorden. De man werd er bijna op handen gedragen! Met zijn 65 jaar verzekerde hij ons met het openingsnummer dat hij nog springlevend is: "I'm Alive" en met James Brown zaliger zong hij luid: "I'm Black and I'm Proud". Voor de tweede keer die dag werd de tent omgetoverd in een kerk: “This is a Rock 'n’Roll church! Do I hear AMEN?” ‘Is het kerk, een moskee, een synagoge? Welke vertrouwen we?’. Deze zware thema's werden verpakt in lichtvoetige reggae of rockabilly en afgewisseld met pophits zoals "Christine".
Jeffreys had een soort helling laten bouwen aan het podium. Daarover liep hij tot als op een catwalk tot tussen zijn publiek. Dit was duidelijk meer dan een gimmick. Achteraf konden we het hem persoonlijk vragen: Ik doe dat gewoon graag. Ik wil dicht bij de mensen staan. En het publiek stond met plezier dicht bij hem!.
Een akoestisch duet met de jonge gitarist vormde een rustpunt in het optreden. Met een portie onversneden blues ("I'm a good man but a poor man", "Schoolyard Blues" en "Corina") bewees de man dat hij de gitaar ook meester was. Intussen klonk in het publiek al de roep naar "Matador", zijn grootste hit. Daar moesten we echter nog even op wachten: “You sound like my mother, Shut the door, shut the door”, was zijn antwoord. We kregen nog een resem hits met o.a. "Wild in the streets" en "96 tears". Bass en drum klonken als een Sly en Robbie en Jeffreys sprong op het podium als een jong veulen. Met "Hail hail Rock 'n Roll" bracht hij de zaal a capella aan het zingen en toen was het voorbij.
Zoals iedereen verwachtte, werd "Matador" zijn toegift. “The Dutch, The Germans, they all think they made this song a hit. But we all know, it was the Belgians who did it!”.
Deze artiest houdt van België. En de liefde is geheel wederkerig. Wat ons betreft, kon het hele weekend niet meer stuk!

De Dolfijntjes XXL
Qua aantal was dit in ieder geval de grootste band van de dag! We konden ons niet ontdoen van de bijbelse symboliek die ook nu weer opdook: Wim kwam met zijn 12 apostelen op het podium voor een bomvolle tent. De verwachtingen waren hoog gespannen en ze deden dan ook wat ze moesten doen en dat zongen ze ook: “Ik ga doen wa da'k moe doen. Wa da'k moe doen, da goa kik zeker doen! 't Zijn altid de zelste die 't moeten doen!” Hun jongste hit was meteen een meezinger van jewelste.
De elektrisch versterkte accordeons produceerden zo'n vreemde klanken dat je bij moment niet wist of je nu een jankende gitaar of een mishandelde synthesizer hoorde. Maar het beukte en het rockte als Muzikale Bella met de dollekoeienziekte!
Wim speelde op onnavolgbare manier de getormenteerde zanger met zijn accordeon om de machtige torso gegord. De blazerssectie swingde als de apen van koning Louie en de menigte in de tent werd een kolkende massa zwetende lijven die meeriepen en -zongen met de Vlaamse mix van smartlappen en liedjes uit de 'zwarte mis'.
Kortom: de Dolfijntjes waren hun eigen oude zelf en het publiek kon er niet genoeg van krijgen! Zo werd dag één pas afgesloten in de kleine uurtjes.

Nem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

The Big Pink

The Big Pink: eentonige geluidsbrij doet shoegazer revival oneer aan

Geschreven door

dNet vóór Les Nuits Botanique opnieuw uit haar voegen barst slaagde de Botanique er nog in om met het Londense The Big Pink een ultrahippe band te programmeren in de gezellige Rotonde. Want zeg nu zelf, als recente winnaar van de ‘NME Radar Award’ voor beste nieuwkomer én een nominatie voor ‘BBC sounds of 2009’ zijn alle ingrediënten ruimschoots aanwezig om deze band rond het Londense duo Milo Cordell en Robbie Furze tot ‘hype’ te katapulteren nog vóór hun debuutplaat in de winkels ligt. Het feit dat één van deze heren bovendien eigenaar is van het Merok platenlabel, waar hedendaagse groepen als The Klaxons, Crystal Castles en The Teenagers momenteel de grote sier maken, doet hier zeker geen afbreuk aan…

Met o.a. Adele, MGMT en Vampire Weekend als voormalige laureaten hebben NME en BBC al meermaals bewezen over visionaire gaven te beschikken bij het voorspellen van ‘The next big thing’. Maar de kans dat u deze zomer songs van The Big Pink vlotjes zal meefluiten op de radio lijkt ons toch erg klein te noemen.
Het feit dat The Big Pink zich inschrijft in een steeds langer wordende rij aan groepjes die de mosterd halen bij de Schotse cultband The Jesus and Mary Chain (J&MC), waardoor sommigen zelfs al volop spreken van een heuse ‘shoegazer revival’, geldt als verzachtende omstandigheid. Het is nu eenmaal bekend dat dit onderschatte genre, dat haar bloeiperiode kende begin jaren ’90 in Groot-Brittannië met My Bloody Valentine, Slowdive en Ride als voornaamste hoogtepunten, door haar veelgelaagde, galmende pedaaleffecten sound een stuk minder radiovriendelijk klinkt dan de hoekige postpunk waar groepen als pakweg Franz Ferdinand, Bloc Party en Arctic Monkeys een patent op hebben.
Een fundamenteler reden is dat The Big Pink live op geen enkel ogenblik de indruk wekte om met deze erfenis op een verfrissende manier aan de slag te gaan.
Het begon nochtans niet slecht met “Too Young To Love”. Maar waar J&MC er destijds op onovertroffen wijze in slaagde om de psychedelica van The Velvet Underground en de hemelse melodieën van The Beach Boys te transformeren tot een vernieuwend geheel dankzij een forse injectie aan feedback guitar, reverb en noise, gingen songs als “Count Backwards”, “Stop The World” en “At War With The Sun” gebukt onder de kwalen die ons vroeger definitief deden afhaken van The Smashing Pumpkins: bombastisch, drammerig en vooral… vervelend.
Enkel tijdens de knappe nieuwe single “Velvet”, die herinneringen opriep aan het oeuvre van Curve begin de jaren ’90 (en niet toevallig gemixt door Alan Moulder, getrouwd met ex-frontvrouw Toni Halliday), aan het eind van de set slaagden de elektronische arrangementen erin een nummer meer ruimte te geven in plaats van dicht te plamuren tot een eentonige geluidsbrij.

Helaas was het kalf op dat ogenblik al definitief verdronken. Na amper 8 nummers gaf The Big Pink er al de brui aan en opvallend weinig concertgangers bleken dit echt te betreuren.

Organisatie: Botanique, Brussel

Falling Man

Geen Billy Childish, maar versplinterde rock van Falling Man

Geschreven door

Ik had hier al mijn pen geslepen en een vers blik superlatieven laten aanrukken om een ware lofrede te schrijven over een monument uit de Britse garagerock: Billy Childish. Maar de snoodaard blies ter elfder ure zijn ganse tour af. Niet lucratief genoeg misschien of een nieuw lief gevonden, Billy? Zo promoveerde Falling Man tot hoofdgroep en werden Gentlemen Of Verona alsnog opgeroepen.

Deze Gentlemen, een vijftal uit Sint-Truiden, begonnen vrij stevig aan hun set en even leken ze op de Yeah Yeah Yeahs minus de electronica. Twee heftige en verschrikkelijke grimassen trekkende gitaristen (vooral die ene die verschrikkelijke buikpijn leek te hebben, te veel onrijpe appelen gegeten?) en een ferme zangeres, wiens stem het midden hield tussen Karen O en Lena Lovich, konden ons ondanks hun onverdroten inzet helemaal niet overtuigen. Na een drietal songs het voordeel van de twijfel genoten te hebben sloeg de balans volledig de negatieve richting uit. Dit klonk veel te stereotiep en te vlak.

Toen Falling Man aantrad, bleek meteen dat we hier heel wat ander vlees in de kuip hadden. Nochtans had ik vooraf de nodige reserves jegens hun zanger Sam Louwyck (acteur in Ex-Drummer en gewezen balletdanser) maar die bleken onterecht. Integendeel, het leek erop alsof Louwyck al gans zijn leven achter de microfoon stond in een rockband: zelfverzekerd, serieus geschift en met een onnavolgbare grom die ons grinnikend deed denken aan de Beasts Of Bourbon of Captain Beefheart. En ook muzikaal kwam die laatste soms om het hoekje gluren, vooral zoals we hem kenden tijdens zijn ‘Doc at the radar station’-periode. Op hun site halen ze Jon Spencer aan als één van hun invloeden maar buiten het gebruik van twee gitaren en het ontbreken van een bas hoorde ik hier niet veel van.
Afgekloven rock met twee alles versplinterende gitaren, regelmatig voorzien van een portie noise, met daarbovenop het dementerende gerochel van Louwyck zorgden voor een lugubere sound die heel goed zou gedijen op het kerkhof. Absolute topper vond ik meteen al het tweede nummer waardoor ook nog eens een schurende countrywind waaide. Ondanks enkele mindere momenten, die er echt ook wel waren, bleef dit boeien tot het einde en voelden we ons nog bekocht, ook toen er geen bisnummer volgde. Na Sticky Monster lijkt Falling Man weer een hele stap voorwaarts voor gitarist Lode Sileghem en hopelijk horen we nog meer van deze band.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Fever Ray

Fever Ray

Geschreven door

Fever Ray: het muzikale project van Karen Dreijer Andersson, helft van het Zweedse The Knife, wisten hier door te breken met ‘Silent Shout’. Wie te vinden was voor de grillige, spannende, dreigende en koele elektronica en beats van The Knife, komt hier zeker ook aan z’n trekken, maar bij Fever Ray horen we een breder concept: een sfeervolle, warme, broeierige sound met Indiase invloeden van spaarzame melodielijnen en sluipende, slepende beats, gedragen door de hemelse, heldere en zuivere zang van Karen , die af en toe wat vervormd worden.
Fever Ray manifesteert zich ergens tussen Bel Canto, Björk, Cocteau Twins, Japan en het angstaanjagende van Massive Attack en Sunn o))). De soundscapes van “If I had a heart” en de instrumentaal afsluitende “Coconut” onderstrepen de ijzige mystiek. Het gaat dan van het onderkoelde met trage, lome beats “Triangle walks” en “Concrete walls” tot de meer toegankelijke benadering van “When I grow up”, “Now’s the only time I know” en” I’m not done”.
Fever Ray biedt huiveringwekkende songs en is live impressionant. Een sterke aanrader dus met een knipoog aan de jaren ‘80’s shows van The Residents (‘Eskimo’ – ‘The mole show’, wat trouwens een belangrijke inspiratiebron was!).

Jessica Lea Mayfield

With blasphemy so heartfelt

Geschreven door

De jonge Jessica Lea Mayfield ontpopt zich als een talentrijke singer/songschrijfster op haar tweede plaat ‘With blasphemy so heartfelt’. Ze nestelt zich ergens in de roots van Edi Brickell, Cat Power en Joan as Police Woman en geeft de americana een fikse push met haar puur oprechte en eerlijk broos klinkende pop.
Dan Auerbach van The Black Keys was onder de indruk van haar verloren gewaand debuut ‘Attack & release’ en hield woord toen hij beloofde in te staan voor haar tweede plaat. Hij nam het overgrote deel van de instrumenten op zich als gitarist, organist, pianist en drummer, samen met haar broer Dave op akoestische bas.
Een handvol songs op de plaat, “Kiss me again”, “For today”, “The one that I love best” en “I can’t lie to you, love” (met een aan Neil Young refererend solopartijtje) klinken breder en voller. De ingetogen aanpak en de sobere, spaarzame begeleiding komt aan bod in de daaropvolgende songs.
’With blasphemy so heartfelt’ opent een glansrijke carrière van een talentrijke artieste, als componiste en zangeres.

Pagina 881 van 966