logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_14
Deadletter-2026...

Whispering sons

Whispering Sons – ‘The great calm’ op kruissnelheid

Geschreven door

Whispering Sons – ‘The great calm’ op kruissnelheid
Whispering Sons en Mind Ray

Whispering sons sloot hun clubtour ‘en honneur’ af. Er werd in de goed uur durende set gefocust op het materiaal van het derde album ‘The great calm’. Net over de grens wisten ze het diverse publiek te charmeren met die donkere, gruizige, niet direct vrolijke postpunk/wave, die nu onderhuids extravert, luchtiger durft te zijn.

Whispering Sons laat postpunk horen vanuit de donkerste krochten van de new wave, een duistere sound die tot kunst wordt verheven. Die derde klinkt afwisselend in opbouw, mooi overtuigend, met spannend groovende, stevige gitaarpartijen en in schoonheid klinkende piano/keys. Verder is er die kenmerkende diepe bas en bezwerende, hitsende drums, ondersteund van de indringende, maar even diepe, donkere, ritmische praatzang van Fenne Kuppens , die nu meer podiumprésence heeft dan voorheen. Ze geeft elan en swing aan het materiaal door haar dynamiek en armbewegingen.
Hier wordt muzikaal een brug gemaakt van Joy Division, The Sound , naar Savages en Nick Cave door de groove van Gang Of Four en de donkere tunnel van The Chameleons, Interpol heen. Interessante referenties dus voor een kwintet die er momenteel zelf staat als een huis . Eén van onze talenten die wisten te bevestigen nadat ze 8 jaar terug de HRR prijs wegkaapten. Sommige leden wisselden van instrument op het nieuwe werk, wat het geheel ten goede kwam alvast.
Een vertrouwd geluid in die broeierige donkerte, dat een publiek van alle leeftijden aanspreekt, zeker de ouder(e) wordende zielen, jong van geest.
Opener is het intieme “BALM (after violence)” dat een mistroostig decor optrekt en een zekere verlatingsgevoel ademt door de sobere, verdwaalde pianotunes, de andere instrumenten vullen gestaag aan en de praatzang zweeft over het nummer. “Stand stiil” klinkt intens , dreigend en laat al deels die gekende repetitief groovende, slepende explosiviteit horen. Met de nieuwe single “Something good” zit het kwintet op het energieke spoor van deze derde plaat. “Dragging” durft nog iets verder te gaan met snedig, snijdend gitaarwerk.
Licht en duisternis , melancholie en opwinding , heupwiegend rockend gaan we gezwind door de set, het zit allemaal vervat in dat geluid van Whispering Sons.
Na deze rits nieuwe songs, is er de herkenbaarheid van oudjes “Heat” en “Hollow”. “Satantango” doet door de stuiterende electrotunes, bleeps en donkere wave Suicide heropleven .
Na dit boeiend half uur wordt regelrecht gekozen ‘The great calm’ in de spotlight te plaatsen, eerst met de meer sfeervolle “Poor girl”, “Cold city” en “Still disappearing”, die enkele handige eruptieve draaien kregen; dan extraverter door die rockende donkere groove , met de singles “The talker”, “Walking, flying” en “Surface” van de vorige ‘Several others’ van 2021. “Try me again” bouwde goed op in die dreigende spanning en zit in de pipeline om de volgende single te worden van het sterke ‘The good calm’. Een smaakmakende afsluiter dus.
De slepende gedrevenheid wordt verder gezet in twee puike bis van hun debuut ‘Image’ van 2018, nL “Alone” en “Waste”, die door d  stroomstoten en de tempowissels de aandacht behielden en de warme respons ondersteunden.

De clubtour mag uiterst geslaagd genoemd worden . Whispering Sons weet hoedanook hun genre spannend, boeiend en leuk te houden. Het publiek werd gecharmeerd door een goed op elkaar ingespeelde band, die melancholie en dynamiek met elkaar verbond. Sjiek!

Punkier van aard waren Mind Rays. Het Gentse kwartet is al zo’n tien jaar bezig met een gebalde mengeling van garagerock en postpunk, strak, hoekig , toegankelijk als noisy . Power is het uitgangspunt van de korte, krachtige songs. De niewue EP ‘Mere vistors ‘ is er eentje die vertrouwd knalt! Onversneden rock’n’roll, met een energieke frontman! Stevig Vlaams bandje dus …

Neem gerust een kijkje naar de pics van hun set in de 4ad, Diksmuide, 15-02-24 @Kristof Acke
Whispering Sons – Whispering Sons blazen nieuw leven in hun sound (musiczine.net)
+ Pics
https://www.musiczine.net/nl/component/phocagallery/category/5799-whispering-sons-06-03-2024.html?ltemid=0

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Jake La Botz

Jake La Botz - Pendelend tussen pop en rock'n’roll

Geschreven door

Jake La Botz - Pendelend tussen pop en rock'n’roll

Openers van dienst waren The Rusty Zippers uit Gent. Een duo bestaande uit Ed De Smul, die jaren actief was bij Ed & The Gators, en Tom De Poorter die je onder andere zou kunnen kennen van Little Kim & The Alley Apple 3. Achter die merkwaardige naam, The Rusty Zippers, hoef je trouwens niets te zoeken, de heren vonden het gewoon lekker klinken.
Vooraf werden een paar camera's gemonteerd zodat ze hun set konden opnemen. Goed idee want het geluid zat, zoals altijd in deze zaal, perfect. De twee brachten, gezeten op een stoel, stemmige en meeslepende americana. Ik vermoed dat alle songs uit de koker van Ed De Smul kwamen. De pure blues van Ed & The Gators heeft plaats moeten ruimen voor een verfrissend amalgaam van folk, blues en country. Beklijvend gezongen met die donkerbruine stem van hem, gestut door een voetdrum en af en toe wat opgeleukt met een streepje mondharmonica. De knappe songs werden verder mooi ingekleurd door een schitterende Tom De Poorter op zowel gitaar, mandoline als banjo en kregen daardoor ook meer body.
Als slot kregen we dan toch nog een cover gepresenteerd. Het werd een stomende versie van Blind Willie Johnsons "Nobody's fault but mine" met gesmaakte solo's op gitaar en mondharmonica.
Een boeiende set die echt wel wat langer had mogen duren dan het toegemeten halfuurtje.

Nadat hij wat rondhing in punkrock milieus en zelfs even in de jeugdcriminaliteit verzeilde leerde Jake La Botz (geboren in 1968) de blues kennen via de laatste bluesmannen uit het vooroorlogse tijdperk in Chicago, zijnde David ‘Honeyboy’ Edwards, ‘Homesick’ James en ‘Maxwell Street’ Jimmy Davis. Later begon hij door de VS te reizen om uiteindelijk in Hollywood te belanden waar hij dankzij Steve Buscemi een onwaarschijnlijke carrière als filmacteur startte. Het leverde hem rollen op in films zoals ‘Rambo’ maar ook een heroïneverslaving die hij uiteindelijk op zijn dertigste overwon. Naast muzikant en acteur is Jake La Botz ook nog eens een begenadigd schrijver en leraar somatische meditatie. Kortom, een bezig baasje die bovendien regelmatig in Europa komt touren. Zo zag ik hem al een paar keer op Roots & Roses en nu was hij dus te gast in de 4AD.
Jake La Botz koos ervoor om zich te laten begeleiden door een Europese groep en liet daarbij zijn oog vallen op Smokestack Lightnin' uit het Duitse Nürnberg. Een uitstekende keuze want Smokestack Lightnin' is één van de betere bluesgroepen die ik ken. De vier gedegen muzikanten deden hun job perfect. Bernie Batke op bas, Frank Schwab op drums, Axel Brückner afwisselend op gitaar en orgel terwijl Flo Kenner voor de tweede stem zorgde en zich voor de rest onledig hield met percussie-instrumenten als woodblock, claves, tamboerijn of maracas.
Jake La Botz opende zijn set met het heerlijk galopperende "Everybody got to fall down" en meteen kwamen zijn twee voornaamste kwaliteiten bovendrijven: zijn zoete, pretentieloze zang en zijn immer verfijnde gitaarspel. Bij het derde nummer verklaarde hij de dansvloer voor geopend en op de tonen van het bluesy "Hobo on a mystery train" verscheen warempel een danslustig koppel. De weg leek meteen wagenwijd open te liggen voor een weergaloos concertje …
Maar dat werd het net niet. De reden daarvoor lag enkel en alleen bij de songkeuze. Ik hoorde net iets te veel bijna pure popsongs. Niet dat die smakeloos klonken, maar vergeleken met rock-'n-roll nummers als "Damsel in distress" en "Shaken and taken", waarmee hij mijn hart liet smelten, vielen die toch te licht uit. Zijn laatste plaat, ‘Hair on fire’, waarvoor een huwelijk tussen muziek en meditatie aan de basis lag, is niet echt aan mij besteed. Die vreemde titel vond hij trouwens bij een gezegde uit het Boeddhisme: "men moet oefenen alsof je haar in brand staat". Niet dat alles kommer en kwel is op die plaat, dat nu ook weer niet. De titelsong en ""First McDonnel's on the moon" bleken live zelfs aan waarde te winnen. Maar het liefst hoor ik hem stijlen uit lang vervlogen tijden zich eigen maken zoals ook een Nick Waterhouse dat kan. En zulke nummers waren er toch in overvloed aanwezig zodat ik absoluut niet hoef te zeuren.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

The Cavemen

The Cavemen - Ranzige rock-'n-roll

Geschreven door

The Cavemen - Ranzige rock-'n-roll
The Cavemen + Killer Kin

Met twee groepen die pretenderen rock-'n-roll te spelen, The Cavemen en Killer Kin, hadden ze in The Pit's (waar anders?) een mooie double bill te pakken. Rock-'n-roll kent vele verschijningsvormen, zo bleek nog maar eens. Beide groepen pakten het op een nogal verschillende manier aan, maar het resultaat mocht er telkens zijn.

Killer Kin is een relatief nieuwe band (ontstaan in 2018) uit New Haven, Connecticut die vorig jaar een eerste titelloze lp uitbracht op Dead Beat Records. Inspiratie voor hun naam vonden ze bij Arthur ‘Killer’ Kane, bassist van de New York Dolls. Muzikaal moeten we het ook ergens in die richting zoeken. Naast de Dolls worden ook AC/DC, The Stooges, Dead Boys en zelfs Motörhead vaak vernoemd als invloeden. Ik hoorde vooral MC5, snoeiharde garagerock op het scherp van de snee. Met zanger Mattie Lea, die jammerlijk zijn broek vergeten was, had Killer Kin alvast een erg charismatische frontman in huis. Vanaf de eerste noten dook hij al het publiek in terwijl we hem enkele tellen later op de toog aantroffen. Tussen de nummers door bleef hij eindeloos ratelen ondanks een stem die compleet aan flarden gereten bleek. Veel kon ik uit die onstuitbare woordenvloed niet opmaken behalve dan dat hij niet erg hoog opliep met New York, wat nog zacht uitgedrukt is gezien de gebruikte krachttermen.
De groep had naast Lea nog een tweede opvallende verschijning in de rangen: de ravissante Chloe Rose, een ware rock chick op Flying V gitaar. Samen met haar partner Lea is ze ook verantwoordelijk voor alle nummers van de band. De overige drie leden van het gezelschap oogden wat minder spectaculair.
Toch was de rol van leadgitarist Brady ‘The Cat’ Wilson niet te onderschatten. Zijn, voor dit soort muziek, vrij cleane gitaarspel bleef me tot de laatste noot boeien. Op hun touraffiche beloofde Killier Kin ons ‘a giant dose of rock & roll’. Dat is misschien niet helemaal gelukt maar ze kwamen toch aardig in de buurt.

Intussen zijn The Cavemen qua populariteit ver voorbijgestoken door een gelijknamige highlife band uit Nigeria die sinds 2020 actief is. Maar dat zal onze favoriete garagerockers uit het Nieuw-Zeelandse Auckland waarschijnlijk worst wezen.
Vijf jaar na de vorige heeft de band eindelijk een nieuwe en uitstekende plaat uit: ‘Ca$h 4 Scrap’ (op Slovenly Recordings), misschien wel hun beste tot nu toe. Meteen ook een goeie reden om nog eens te touren en daarbij kon The Pit's uiteraard niet overgeslagen worden.
Net als een paar jaar geleden begonnen The Cavemen hun set met een nummer bestaande uit één enkele zin: "Who's gonna win the war". We kunnen alleen maar hopen dat deze song binnenkort overbodig wordt. Niet dat we The Cavemen meteen au sérieux moeten nemen. Optreden betekent voor hen nog steeds lol trappen middels luide, met bier doordesemde rock-'n-roll.
Zanger Paul Froggatt kon moeilijk onderdoen voor Mattie Lea van Killer Kin en koos zo ook al snel voor de toog als extra podium. Inmiddels is de groep kind aan huis in de Pit's en kon hij zowat de helft van de aanwezigen met de voornaam aanspreken wat het feestgevoel nog wat aanzwengelde. Want een feestje, dat werd het! Nieuwe prijsnummers als "Night of the demon" en "Personal WW III" werden afgewisseld met gekende anthems als "Boyfriend".
Compromisloze garagepunk die een aanslag pleegde op de nekspieren terwijl het rondspattende bier voor wat verkoeling zorgde. Een paar keer mocht gitarist Jack Beesley de vocals overnemen en dat deed hij uitermate sappig. Mocht de schorre strot van Froggatt het ooit begeven dan is de vervanging alvast verzekerd.
Naar het einde toe begonnen de micro's wat te sputteren terwijl de avondklok ervoor zorgde dat een bisnummer in laatste instantie werd afgeblazen. Maar dat maakte dit weergaloze festijn vol ranzige rock-'n-roll er niet minder op.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Shellac

To All Trains

Geschreven door

Bijzonder pijnlijk is het om dit gloednieuwe album van Shellac hier voor onze neus te zien verschijnen nu de legendarische muzikant en producer Steve Albini amper 10 dagen voor de release definitief werd geveld door een hartinfarct. Dit is immers geen kroniek van een aangekondigde dood zoals dat bij David Bowie of Leonard Cohen het geval was. Zij wisten immers dat de man met de zeis klaar stond en konden zo hun eigen ultieme zwanenzang orkestreren.
Albini daarentegen stond met volle goesting klaar voor een nieuwe tournee ter promotie van deze opvolger van ‘Dude Incredible’, een plaat die ondertussen ook al 10 jaar oud is.
Heel wrang en raar voelt het om dit te zeggen, maar op ‘To All Trains’ klinkt Shellac springlevend. Het album serveert de typische Albini sound in al zijn puurheid. Droog, strak, zonder franjes en met een je m’en fous hardcore-touch. Amper 28 minuten verpakt in 10 minimalistische en messcherpe songs die schitteren in al hun kracht en eenvoud. De rechttoe-rechtaan gitaarstijl van Albini uit zich in alweer kurkdroge en ultra efficiënte riffs, de vocals spuwt hij er als een primaire punker uit. “WSOD”, “Chick New Wave” en “Scrappers” zijn gemene in-your-face punchers, “Tattoos” is dwarse en norse post-punk en “Wednesday” is een moordlustige valse trage. De allerlaatste song heet -als ware de duivel er mee gemoeid- “I Don’t Fear Hell” en krijgt zo toch wel een heel zware erfenis met zich mee, Albini sneert “If there’s a heaven, I’ll hope I’m having fun, cause if there’s a hell I’m gonna know everyone”. Wist hij veel dat hij er zo dicht bij was.

Honderden bands zijn langs geweest bij Steve Albini in de hoop hun songs in de meeste onverbloemde en spontane vorm op band te zetten, maar het is steevast op Albini zijn eigen platen dat die rudimentaire sound het krachtigst tot uiting komt, ‘To All Trains’ is daar het zoveelste staaltje van. Helaas ook het laatste.
Een geweldige plaat die ongewild een zware tol moet dragen. Heel zuur is dat.

The Names

Volume EP

Geschreven door

Eind de jaren 90 werd volop de kaart van cd’s getrokken en velen deden hun collectie vinyl van de hand. Van een collega kocht ik een set platen met New Wave en Post punk uit de jaren 80. De bekende dingen maar ook minder bekende dingen zoals eentje van The Names. Ik kende het niet maar om te beginnen viel het artwork van de hoes mij meteen op. Dat was heel mooi gedaan. Toen ik de plaat oplegde, was ik gefascineerd door hun soundscapes en postpunk songs. Vooral hun single “Nightshift” vond ik top. Later leerde ik ook het alom geprezen “Calcutta” kennen. Je hoorde ook dat deze muzikanten op muzikaal vlak toen beter waren dan veel bands in hun genre. Daarna werd het lang stil. Met hier en daar een teken van leven. Gelukkig kwam er de laatste twee jaren naar de buitenwereld toe terug wat leven in de band en dit resulteert nu in de EP ‘Volume’.

Er wordt geopend met de vooruitgeschoven single “Far From Factories”. Muzikaal een heel mooi nummer. Het nummer ontplooit zich langzaam zonder echt te vervelen. “Mort D’ Amour” begint met een lekkere bas, trip hop beats en synths. Echt een sterk begin. De zang is op de hogere regionen soms wat op het randje gezongen. Tot halfweg weet het mij allemaal goed te boeien. Daarna kon het wat mij betreft wat spannender uitgewerkt worden. Niettemin is het een aardige song. Op “Watching For The New World” vallen ze meteen met de deur in huis. Een catchy song met zanglijnen die Michel Sordinia beter liggen dan op het vorige nummer. Ook de outro met de spoken words erin is heel geslaagd. Het is zo’n nummer dat makkelijk het volk mee zal krijgen op een concert en dat eindeloos kan uitdeinen zonder vervelend te worden. “Laudanum” is dan een song die heel anders opgebouwd is dan de vorige nummers. Voor het grootste deel krijgen we hier enkel zang en piano. Later komt er nog wat percussie en een ijle synth bij. Gedurfd maar als je de moeite en de tijd (zeven minuten) neemt toch wel een fijne track.

Verschillende decennia na hun debuut krijgen we hier de EP ‘Volume’. De sound is iets veranderd en wat moderner geworden. De teksten zijn donker en intens. De stem blijft heel herkenbaar en met “Far From Factories” en “Watching For The New World” hebben ze twee songs die er boven uit steken.
Deze EP zou de voorbode van een full album zijn, ‘Encore’ genaamd, die eind dit jaar moet verschijnen. We zijn alvast benieuwd.

New Wave/Postpunk
Volume EP
The Names

Laughing Bastards

Laughing Bastards (Michel Mast) ( Ham Sessions) - De link naar vroeger en de connectie met de nieuwere generatie, is gewoonweg wie wij zijn. Het is een bewuste manier van werken

Geschreven door

Laughing Bastards (Michel Mast) ( Ham Sessions) - De link naar vroeger en de connectie met de nieuwere generatie, is gewoonweg wie wij zijn. Het is een bewuste manier van werken

De muziek van de Gentse formatie Laughing Bastards  is opgebouwd rond de chemie tussen oude jazz en improvisatie, experiment. Op de facebook pagina lezen we ''Uit een tumultueuze liefdesrelatie die jazz aanging met andere muziekstijlen wereldwijd, ontstond het ensemble Laughing Bastards''.
We zagen de band live aan het werk op 5 mei in De Casino, Sint-Niklaas: https://www.musiczine.net/nl/concerts/item/94615-laughing-bastards-oude-wijn-in-nieuwe-vaten.html en spraken af met bezieler Michel Mast voor een interview over dat concert, de nieuwe plaat ‘Festish’ en eveneens het organiseren van de Ham Sessions https://www.musiczine.net/nl/news/item/94608-even-voorstellen-ham-sessions-outdoor-2024.html

Michel, vertel ons eens wat meer over de band Laughing Bastards. Heeft de naam een onderliggende betekenis (het werd in De Casino al deels omschreven, vrij mooi alvast)
De naam is zorgvuldig gekozen, ik vind dit belangrijk. Omdat we er van uit gaan dat zuiverheid eigenlijk alleen maar verarming en ziekte vertegenwoordigt. Wij hebben liefdesaffaires met alle muziekstijlen ter wereld. We proberen daarom ook als band zo breed mogelijk te zijn geografische en in de tijd, dat maakt ons ‘Laughing Bastards’.

Ik zag jullie live in De Casino en vond de manier waarop jullie oude jazz in een nieuw ‘improviserend’ kleedje staken echt opvallend,  ik schreef ook ‘Oude wijn in nieuwe vaten steken’. Een heel bewuste manier van werken of is dat kort door de bocht?
Ik vind dat, in mijn geval , zeer belangrijk. De traditie van oude jazz moet er zijn. De link naar vroeger, en de connectie met de nieuwere generatie is gewoonweg wie wij zijn, daarom is dit zeker een bewuste manier van werken. Ikzelf heb een geschiedenis binnen jazz die de jongeren binnen de groep niet hebben, daarom vind ik die bewerkingen van oudere jazz in een eigen repertoire ook een belangrijk onderdeel van Laughing Bastards.

Het zijn ook niet de alledaagse jazz fenomenen waaruit jullie inspiratie halen
Ik vraag me af of het publiek kan uitmaken welke stukken bewerkingen zijn en welke origineel. Dat onderscheid maken is voor een publiek, denk ik, niet zo evident.

Wat mij betreft zijn jullie in die opzet meer dan geslaagd. Wat me ook opviel. Hoewel jij het woord nam, en vrij centraal stond, is het eerder het totaalplaatje dat belangrijk is binnen dit project, klopt dat?
Ook dan zijn we geslaagd in onze opzet, want we proberen zeker en vast als één collectief over te komen op het podium. Dus ja dat is zeker ene bewuste manier van werken…

En hoe heb je deze topmuzikanten gevonden… Hoe belangrijk is hun inbreng echt?
We zijn bezig sinds 2012, eigenlijk zijn de gitarist   (Jan-Sebastiaan Degeyter )  en ikzelf met dit project begonnen. We hebben samen het repertoire van Jimmy Giuffre aangepakt. We hebben een bassist aangesproken om dit specifieke instrumentalia (sax, bas , gitaar) te verwerken, gaandeweg is onze sound verder ontwikkeld met toevoeging van een drummer. Een bewuste aanpak? Waarschijnlijk wel, maar uiteindelijk is alles op een zeer natuurlijke wijze verder gegroeid.
In eerste instantie werkten we samen met Lander Gyselinck, die heeft dat kunnen doen  in zoverre zijn agenda dat toeliet. Ook met Casper Van De Veld hebben we samengewerkt, toch ook een bekend drummer binnen de scene. En nu werken we samen met Marcos Del Rocha. Ik en Jan-Sebastiaan opperden het idee dat er een extra stem aan kon worden toegevoegd  die precies die schakel tussen sax en gitaar kon aan vullen , en toen is de cello wel heel bewust gekozen. En ook een zeer duidelijke plaats gegeven binnen de groep. Als zout en peper binnen de groep.

Vooraleer we het over de nieuwste plaat zullen hebben …Is er ook
een link naar de Ham Sessions dat van start ging op 18 mei , kun je ook daar meer over vertellen?
De Link tussen Ham Sessions en de groep, ben ikzelf. Ik ben hiermee twintig jaar geleden gestart. Al mijn verhalen zijn nu eenmaal lange verhalen en gaan over verdieping. Ik ben ook lid van Flat Earth Society. Ham Sessions is dus gestart om een soort podium voor mezelf te maken. Of dat was althans de oorspronkelijke opzet. Er hebben daar ondertussen ontelbare muzikanten gespeeld, check gerust de website: https://www.hamsessions.be/ je vindt daar al de muzikanten die op Ham Sessions hebben gespeeld. Vandaar ook het idee om daar ook met mijn eigen groep eens te staan …

Het organiseren van evenementen is in deze toch wel onzekere tijden na corona niet simpel, lukt dit bij jullie een beetje?
Het is , na corona, nog niet op zijn plooi, zeker en vast niet. Hoewel het publiek zijn weg terug begint te vinden moet ik toegeven. Maar het gedrag van het publiek is wel veranderd. Mensen reserveren moeilijker dan vroeger, ze wachten liever tot de laatste minuut om een kaart te kopen. Het waren niet de gemakkelijkste jaren, maar we hebben ze ondanks alles toch goed doorstaan.

Laten we het ook over de nieuwste plaat hebben. Met ‘Fetish’ brachten jullie een nieuwe plaat uit, je hoort (en voelt) dat daar een heel proces aan vooraf is gegaan. Vertel even; ook de cover van het album spreekt tot de verbeelding…
We zijn er ondertussen al twee jaar mee bezig. Wat de hoes betreft, het visuele aspect is voor mij ook zeer belangrijk. Jan-Sebastiaan is grafisch ontwerper. En heeft de hoes naar zijn hand kunnen zetten. Ondanks de toch wat beperkende voorwaarden, is het gelukt er iets persoonlijk van te maken. Achter de titel schuilt eveneens een verhaal. Ik was op zoek naar woord dat eindigt op ‘ish’. En toen ben ik uitgekomen op Fetish. Het is kort en brengt veel gevoelsmatige associaties met zich mee. De titel heeft ook te maken met een song van Jimmy Giuffre ‘the train and the river”. Dat we ook in De Casino hebben gespeeld.

De inspiratie voor het laatste album was bijvoorbeeld John Lurie. In de jaren 90 was hij hip, maar is dan volledig uit de circulatie verdwenen. Nog zo’n voorbeeld is Carla Bley. Niet alledaagse jazz muzikanten, maar je doet iets met hun werk dat vrij uniek is. Waarom deze ‘onbekendere’  parels binnen de jazz?
Ik wil toch benadrukken dat binnen ons repertoire de originele stukken het belangrijkste zijn. Zowel Jimmy Giuffre als John Lurie zijn binnen de scene toch wel grote namen. Ze zijn wellicht wat minder gekend bij een jongere generatie. Ook Carla Bey is absolute top. John Lurie stampt uit de jaren ’90. We zijn, sinds de vorige plaat,  op zoek geweest naar een figuur die ons zou kunnen inspireren Om bruggen tussen generaties te kunnen slaan. En dan zijn we bij John Lurie uitgekomen. De manier waarop die composities in elkaar staken, sluit aan bij de manier waarop we willen werken. Daarom hebben we hem gekozen.

Wat me in De Casino opviel van het optreden, is dat er een opvallend jonger publiek aanwezig was dan wat ik doorgaans zie op jazz concerten; heb je er een verklaring voor?
Dat klopt wel, het was me nog niet echt opgevallen maar inderdaad; Geen idee waarom … want bij Ham Sessions merken we dat de leeftijd toch vrij hoog ligt. Als we door deze aanpak erin geslaagd zijn een wat jonger publiek aan te trekken, is dit zeker een overwinning.

Waarom is het, denk je , zo moeilijk om jongeren aan te trekken om naar jazz concerten te komen?
Geen idee, voor Ham Sessions hebben we een samenwerking met het conservatorium. We geven tickets voor vijf euro weg aan studenten, en zelfs dat lukt moeilijk tot niet. We doen dus alles wat mogelijk om ze aan te trekken, maar het lukt niet …geen idee waarom

Ik ben ook pas op latere leeftijd in jazz geraakt, ligt het eraan dat jazz een wat moeilijkere stijl is, en is wat jullie doen, toegankelijker waardoor het bij jullie wel lukt een jonger publiek aan te trekken?
Ik ben gewoon van bij groepen te spelen waar de drempel hoog ligt, bij ons ligt de drempel vrij laag. Meer kunnen we niet doen, het is geen moeilijke muziek om te begrijpen…

Ik heb ook in een interview gelezen dat je nooit naar je eigen muziek luistert, opmerkelijk…
Ik heb daar geen verklaring voor, ik heb het gewoon heel moeilijk om naar mezelf te luisteren. Ik vertel graag een anekdote. Soms staat mijn IPhone op play list. S ’nachts worden we dan wakker en horen iets; en ben ik geboeid door iets dat aan het spelen is. Bleek het ikzelf te zijn die aan het spelen was. En ik had het gewoon niet door… nee, ik luister nooit bewust naar mijn eigen muziek. Of zeer weinig, of dus louter toevallig zonder het door te hebben.

Wat zijn jullie verdere plannen? Komt er nog een tour?
Een tour is veel gezegd, er komen uiteraard nog optredens. O.a. op Gent Jazz op 11 juli. https://www.gentjazz.com/line-up?f=11-07-2024
Voor de rest moeten we werken aan een nieuwe tour en een nieuw project. Dat zal meer voor volgend jaar zijn denk ik. Maar er staan zeker en vast wat losse optredens op het programma … We hebben een optreden in Overpelt en Jabbeke. Voor de rest nog beetje koffiedik kijken en verder opbouwen dus.

In een interview had je , nu we toch over toeren bezig zijn, gezegd dat je live optreden het belangrijkste vindt, waarom eigenlijk?
Ik luister veel muziek, maar ik ben een grote concertliefhebber omdat ik het moet zien en voelen, en dat kan enkel door live optredens. Dat geldt ook voor live spelen, je publiek een verhaal kunnen vertellen en laten voelen… Dat is onvervangbaar en daar kan geen enkele Artificiële Intelligentie tegenop. 

In
De Casino bewees je inderdaad dat je muziek live nog beter overkomt, erg prikkelend, haast filmisch; zijn er ooit plannen geweest iets te doen rond film muziek?
We zijn allemaal, en vooral Jan-Sebastiaan en ik, zijn zeer visueel aangelegd. Op het moment zijn daaromtrent nog geen plannen, wel YouTube filmpjes, maar we hebben hiervoor zeker interesse. Om daar iets mee te doen, maar er zijn nog geen plannen in die richting.

Je bent nog zeer actief met al die projecten, hoe blijf je dat combineren?
Dat lukt nog. Maar ik begin toch zoveel mogelijk dingen meer en meer door te geven. We zitten met een steeds groter wordende groep vrijwilligers. Die zich op hun beurt meer en meer inzetten op verschillende vlakken. We proberen ons te organiseren rond vijf organisatorische poten. Dat is programmeren, productie werk, communicatie, zakelijk beheer en fondsenwerving. We proberen met die vijf poten een groep samen te stellen, waarbinnen ik meer en meer afstand begin te nemen.

Wat zijn je ambities met Ham Sessions, Laughing Bastards of andere projecten; is er een soort doel dat je voor ogen hebt?
Ik ben al heel blij dat we met deze groep eindelijk beetje van de grond aan het geraken zijn en  onze stempel beetje drukken op de scene. Het is een draagbaar formaat, we kunnen daar zonder veel gedoe verder mee bouwen, en daar schuilt toch de ambitie. Om dit zo lang mogelijk te kunnen blijven doen. met al de projecten waar ik mee bezig ben, maar dit Laughing Bastards is toch mijn hoofdproject.

Bedankt voor dit fijne gesprek

Those Who Didn’t

Those Who Didn’t - Wij worden gelukkig van alle podia, groot en klein. ’t Gaat nog steeds om de (pardon my cliché-french) magie van het live spelen

Geschreven door

Those Who Didn’t - Wij worden gelukkig van alle podia, groot en klein. ’t Gaat nog steeds om de (pardon my cliché-french) magie van het live spelen

Voor een beginnende band of artiest zijn er een hele rits mogelijkheden om bepaalde deuren te laten open gaann o.m. concours, wedstrijden zijn gegeerd om erkenning te verkrijgen. Humo’s Rock Rally is zowat de grootste en meest bekende wedstrijd die ons land rijk is, eens je in de finale geraakt, kan je carrière gelanceerd worden. Of toch ongeveer.
Ondertussen is de winnaar gekend (Maria Iskariot) maar voor ons was iedere band een potentieel winnaar, lees ons verslag er nog even op na: https://www.musiczine.net/nl/festivals/item/94537-humo-s-rock-rally-2024-iedereen-winnaar-in-deze-finale.html
E
en band die ons compleet van de sokken heeft geblazen was echter de formatie Those Who Didn’t. We schreven over hun optreden: ‘Twee gitaristen, een bassist die perfect aansluit en een drummer die zijn drumvellen nogal weet te bewerken. Schitterend. Het op elkaar ingespeeld zijn is het muzikaal verhaal. Wat een variatie, wat een wervelstorm in die sound.’ Naderhand hadden we met de band een fijn interview, waarbij we polsten naar de ambities en de toekomstplannen.

Stel jezelf even voor, hoe is de band ontstaan? En welke muziek/artiesten waren de voornaamste inspiratie?
Fré Duran: Those Who Didn’t is van start gegaan in 2018 als studioproject. Na het ter ziele gaan van mijn vorige band wou ik de studio ingaan met Michael John Joosen (drums) en Patrice Van Damme (bass), met wie ik in het verleden al had samengewerkt. Bedoeling was vijf songs op te nemen die ik ettelijke jaren eerder had geschreven, maar nooit pasten bij de bands waar ik bij speelde. Er was geen verder plan, gewoon opnemen en klaar. Maar we voelden de bui eigenlijk hangen: deze chemie en vibe zaten te goed om te laten liggen. Vervolgens zijn we shows beginnen spelen omdat daar geen ontkomen meer aan was: deze songs eisten dat van ons. Met Yannick Hermans (gitaar) was onze line-up compleet en zat onze chemie gebeiteld. Qua inspiratie gaat het vrij breed, maar shoegaze staat behoorlijk vooraan: bands als Ride en Swervedriver hebben zeker een verregaande invloed op mij gehad. Maar het is onmogelijk om dé hoeksteen van onze sound te pinpointen…

Als je instrumentale muziek brengt, word je al gauw in het hokje ‘postrock’ geduwd, niets mis mee, maar ook beetje eng… Wat is jullie opinie daarover en hoe zou je je muziek zelf omschrijven
?
F.D.:
Tsja, het moet een naam hebben he. ’t Kan misschien soms wat eng worden wanneer het als een soort stigma werkt en het ervoor zorgt dat mensen, die misschien niet zo into postrock zijn, ons al bij voorbaat links laten liggen. Dat is nu eenmaal hoe het werkt met labels en niches. Wij zien onszelf niet zozeer als een postrock-band, eerder als een rockband zonder zanger. Maar ook die omschrijving schiet wat te kort: we proberen een band te zijn met zo weinig mogelijk parameters. Parameters zoals: ‘geen zanger, dus postrock’.

Proficiat met jullie sterke prestatie op Humo’s rock rally, voor mij persoonlijk hadden jullie mogen winnen. Nu, elke band in de finale was een potentiële winnaar … Kan dit komen omdat jullie instrumentale muziek brengen of wat speelt er, denk je?
F.D.:
Merci voor het compliment! Het was een geweldige rollercoaster waarbij iedereen die deelnam, gewonnen heeft, al was het dan niet in de vorm van een prijs voor iedereen. Het niveau lag hoog en het was een mooie, eclectische line-up. En ook een heel fijn publiek. En of we nu wel in de prijzen vielen of niet, wat ons betreft was het een groot succes: als instrumentale band zover geraken… daar zijn we trots op! En ook: den AB, man!

Kan zo’n deelname een springplank vormen? Voelen of zien jullie nu al ‘deuren open gaan’? Wat is de ambitie van de band (buiten die wereld veroveren, wat iedereen wel wil zeker?)
F.D.:
Laat ons zeggen dat er stevig heen en weer gemaild en gebeld wordt op het moment. Die erkenning voor wat we doen, is heel fijn. Uiteraard is het de bedoeling ons als band door een goeie booker te laten vertegenwoordigen en een betrokken label te vinden dat onze plaat uitbrengt. Van een mooi momentum gesproken ook: een plaat opnemen bij Damien Vanderhasselt (Producer van o.a. Sons, Glitterpaard, Black Leather Jacket en drummer bij Millionaire) en een opvallende doortocht maken op de Rock Rally… could be worse.

Verkiezen jullie Sportpaleizen uit te verkopen of het club circuit?
F.D.:
Wij worden gelukkig van alle podia, groot en klein. ’t Gaat nog steeds om de (pardon my cliché-french) magie van het live spelen.

Wat mij vooral opviel, jullie vertellen een verhaal met jullie instrumenten, waardoor je geen zanger nodig hebt. Klopt dat, of toch maar zang toevoegen?
F.D.:
Ik ben blij dat dat rondgaat: dat onze muziek een verhaal vertelt, zonder dat er een woord aan te pas komt. Mission accomplished. Wat zang betreft: daar is geen behoefte aan binnen deze songs. Dat sluit niet uit dat er in de toekomst geen samenwerkingen kunnen zijn, stembanden-gewijs, maar dat verhaal moet nog geschreven worden.

Ook dat jullie elkaar perfect aanvoelen en aanvullen is opvallend, alsof je dat al dertig jaar doet samen … Verklaring?
F.D.:
We hebben allemaal at some point wel eens samengespeeld, dus we waren geen complete strangers voor elkaar. Verder zijn we allemaal muziek-maniakken met een gezonde dosis nieuwsgierigheid waarin we elkaar goed aanvullen en matchen.

Hoe waren de reacties na jullie optreden op Humo’s rock rally? Positief als minder positief?
F.D.:
We zijn nog steeds aan het nagenieten dat we zo positief onthaald werden, zowel door publiek als door de jury. Het zijn vooral de complimenten van mensen die nooit naar ‘postrock’ luisteren, die me bijblijven. Dat toont voor mij aan hoe pointless die labels kunnen zijn. En azijn-comments horen er natuurlijk ook bij hè. Zou bijna griezelig en onvolledig zijn zonder.

Wat zijn de plannen verder? Kansen om breed door te breken?
F.D.:
Onze bedoeling is onze plaat uitbrengen bij een fijn label, met een booker samenwerken die een mooi parcours kan uitstippelen en zoveel mogelijk zielen te winnen. We hebben in het verleden al vaker gesmaakte supports gespeeld voor bands die ons nauw aan het hart liggen (Crows, Messthetics -met de ritmesectie van Fugazi-, Sons, het onvolprezen Hammok), dus we kijken er naar uit om dat verder te zetten. Uiteraard staan headline shows nu hoog op ons to-do lijstje. En als we daarbij aanslaan bij een ruim publiek: all the better! Hoe groter de deining die we veroorzaken, hoe beter.

Zijn er nog zaken die je graag zou meedelen (links naar sociale media of zo mag). Doe gerust
F.D.:
Ik zou zeggen: hou onze sociale media in de gaten, want zoals gezegd, er staan mooie dingen te gebeuren. En bovenal: als we in je buurt spelen: kom af!

Bedankt voor het fijne gesprek en hopelijk tot binnenkort ergens ‘ter lande’

F.D.: Jij bedankt en tot snel!

Pics homepag @Koen Keppens

Website:
https://www.thosewhodidnt.com/
Spotify: https://open.spotify.com/artist/5T815vtCdeM9OYg2qGWm10
Instagram: https://www.instagram.com/thosewhodidnt
Facebook: https://www.facebook.com/Thosewhodidnt/  

Frankie & The Witch Fingers

Frankie & The Witch Fingers - Psych-rock op kruissnelheid

Geschreven door

Frankie & The Witch Fingers - Psych-rock op kruissnelheid
Frankie & The Witch Fingers + Hooveriii

Een kleine domper op de feestvreugde was de afzegging van de geweldige Australische punk’n’roll band COFFIN, iets waar wij nochtans naar uitkeken. Jammer, maar de vervanger maakte dat al snel goed. In laatste instantie werd Hooveriii opgetrommeld, een psych-rock band uit Los Angeles die we eerder dit jaar nog in dezelfde Aéronef als support act van Slift mochten meemaken.
Hun act van vanavond was toch alweer iets anders dan deze van een paar maanden gelden, vooral driftiger zeg maar. Hooveriii heeft immers ondertussen een nieuw album ‘Quest for Blood’ uitgebracht, eentje met oude opnames, demo’s en prille songs die nooit een release hebben gekregen. Dat hoorde je ook, het album klinkt redelijk primitief, lo-fi en punky en dat straalde ook meteen door in de set vanavond.
Met songs als “John’s Room”, “Quest For Blood” en “Ghouls” gaf Hooveriii zo een punky boost aan hun act. Daartussenin zaten nog een paar onvervalste psych-rocksongs als “Out Of Time”, “Can’t You Hear Me Calling”, “Electric Eyes” en “Bird On A Wire” waarin de band de gitaren meer de hallucinogene kant op stuurde. Dit alles resulteerde in een bijzonder sterke set van Hooveriii die ons heel nieuwsgierig maakt naar welke richting ze nu eigenlijk zullen uitgaan, want hun laatste reguliere album ‘Pointe’ van 2023 is toch meer aan de lichtvoetige kant terwijl hun présence vanavond vooral stevig doordenderde met straight in your face psych- en punkrock.

Qua energieboost moesten Frankie & The Witch Fingers al zeker niet onderdoen. Integendeel, het ging er hier nog wat straffer en heter aan toe. Deze jongens hebben qua geluid, beroering en intensiteit nogal wat gemeen met de al even energieke en wat ons betreft legendarische Osees. Dit is even driftig en wild. Let op, Frankie & The Witch Fingers zijn zeker geen copycats, ze hebben immers zelf een arsenaal aan geweldige songs die een clubzaal als de l’Aéronef kunnen binnenstebuiten keren.
Ze schoten al meteen raak met “Empire” uit die alweer fantastische nieuwe plaat ‘Data Doom’, de vaart zat er meteen in en dat zou gedurende het komende uur niet stoppen. Nog uit dat nieuwe album schitterden “Syster System” en een extatisch “Electricide”. De klassieker “Dracula Drug” uit ‘Zam’ (2019) was alweer een wonderlijk hoogtepunt, een song waarin Frankie & The Witch Fingers zich van al hun beste kanten lieten bewonderen met heerlijke tussenpozen en ronkende riffs, van hard naar ingetogen en terug. “Realization” en “Work” hielden er het razende tempo in, “Reaper” bracht dan weer iets meer subtiliteit in het hele gebeuren.
Snedige punk-rock en hoogst ontvlambare psych-rock, daarmee schitterde de band gans de avond, immer geweldig en bijzonder gedreven.
Als ultieme toetje kregen we nog een uitzinnige versie van de Stooges klassieker “I Wanna Be Your Dog”, een ideale afsluiter voor dit pittig en explosief concertje.

Organisatie: Aéronef, Lille

Ka’Una

Focus

Geschreven door

Ka’Una is de band van Hannes Leroy (ex Thurisaz) die een uitlaatklep nodig had voor zijn persoonlijke angsten en emoties. Hij liet zijn eigen muziek horen aan zijn voormalige bandmaat Mattias en die sprong meteen mee op de kar. Daarna sloot nog een ritmesectie aan met Klaas en Stijn (van Scrape).
Ka’Una brengt een mix van postrock en postmetal met de vocalen vaak als extra instrument. De muziek is heel gelaagd en heel donker. De nummers hebben elk een lange speelduur en hebben flink wat progressieve elementen. Als de intensiteit en agressiviteit het hoogste niveau halen, doet deze muziek mij denken aan de woede-uitbarstingen van Conjurer, ook aan het onbehagen van Lethvm en zeker aan het gitzwarte van het vroegere Sons of a Wanted Man. Er zit niet zo heel veel variatie in emoties, intensiteit en ritmes. Variatie is hier eerder gradatie.
Het nummer dat mij het hardste raakt, is “My Burden”, op dichte afstand gevolgd door de allesverscheurende emotie van “Into Red” en het lang aangehouden adrenalineshot van “A Way”.
“Careless” vind ik wat moeilijker te plaatsen. In de muziek zit daar een zekere melancholieke berusting, die geen match vindt met de intense en urgente lyrics van de eerste helft. Misschien was dat net het contrast dat ze zochten. Dit nummer kreeg overigens een bijzonder knappe outro.

Alweer een sterk album in een genre waarin ons land steeds nadrukkelijker excelleert.
https://www.youtube.com/watch?v=EMmmwhfnimQ

Mould

Pull & Repulsion

Geschreven door

Mould is een nieuwe Nederlandse band met toch ook een paar bekende gezichten. Gitarist Mark de Smit zat een tijdje in de Belgische band Powerstroke, Koen van Soelen kennen sommigen misschien van Swamp Machine, Rob Dekker speelde eerder al in Novaria en ook zangeres/gitariste Jeska Buhmann zat eerder al in verschillende bands. Met ook nog gitarist Juriën Quaars komt het aantal gitaren in Mould op drie. Mould brengt sonic doom en epic sludge en dan kun je nooit genoeg gitaren hebben.
Het debuutalbum ‘Pull & Repulsion’ van de band uit Zeeland komt uit op het Belgische label Polderrecords en de opnames gebeurden in de ICP-studio in Brussel, op aangeven van producer Stephen van Haestregt. Die was enkele jaren drummer bij Within Temptation, Orphanage en My Favorite Scar en zat al in de studio met onder meer After Forever en Ayreon.
Het thema in muziek en lyrics op ‘Pull & Repulsion’ is dualiteit. Er zijn altijd twee kanten aan een verhaal, alles wat bestaat heeft een schaduwzijde, niets is wat het lijkt, … Daar kan je letterlijk alle kanten mee uit en in de breinen van de bandleden van Mould levert dat een heel gevarieerd album op, met veel afwisseling van soorten emoties en ritmes en met scherpte en diepte in de lyrics. Zo hebben wij dat graag.
De toon die gezet wordt op dit album, is er één van aanwezige leegte, donkerte, angst en koude. De muzikale mosterd daarvoor haalden ze bij YOB, Windhand, Neurosis en Thou. Wij horen zelf raakpunten met enkele bands dichter bij huis: onder meer Modder, Lethvm, Splendidula en Doodseskader.
Ondanks de variatie in slow en heavy volgt in de tracks van Mould alles logisch op elkaar, zit er vaak een organische progressie in de melodie en heb je nergens het gevoel dat er willekeurig wat leuke stukken aan elkaar geplakt werden. Elke song heeft bovendien een eigen gezicht en al na een paar luisterbeurten ben je helemaal mee op het door deze band uitgestippelde pad. Ook leuk: op “Abort”, de laatste track van het album, zingt de dochter van Mark en Jeska een stukje mee.

‘Pull & Repulsion’ is een sterk debuutalbum. Mijn persoonlijke favorieten zijn “To Control The Sky”, “Age of Obsidian” en “Face The North”.

https://www.youtube.com/watch?v=YPAdGWCFCxQ

Pagina 94 van 966