logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Epica - 18/01/2...

The Haunted Youth

I Feel Like Shit And I Wanna Die -single-

Geschreven door

The Haunted Youth leerden we kennen toen ze met hun single “Teen Rebel” opgepikt werden door StuBru voor De Nieuwe Lichting. Daarna volgden nog een paar fijne singles, maar het was nog wachten op een album. Dat komt er straks aan, in november.
Om ons nog eens warm of wakker te maken voor dat album is er nog één single en dat is “I Feel Like Shit And I Wanna Die”. Met een heel beladen tekst over je slecht voelen en daar ook eerlijk voor willen/mogen uitkomen. Moet kunnen, uiteraard. Die zwaar op de hand liggende lyrics worden verpakt in een lichtvoetige poptrack die beelden oproept van een strand, ondergaande zon en misschien nog een cocktail erbij. Onbezorgdheid met een grote, roze strik errond. En opnieuw een the Cure-achtig riffje daarbij, zoals we dat ook al herkenden op “Teen Rebel”.

Zowel Radio 1 als Willy en StuBru zouden hiervoor moeten smelten.

https://www.youtube.com/watch?v=gXMyTSGMvRk&t=56s

Speedmobile

Supersonic Beat Commando

Geschreven door

Het Nederlandse Speedmobile ontstond als een tribute-avond aan Lemmy van Motörhead, maar omdat het zo plezant was, maakten ze er een band van, met leden psychobillyband Batmobile en garagerockers Peter Pan Speedrock. In 2020 was er al de EP ‘Speedmobile’ op vinyl en een album werd toen reeds aangekondigd, tot corona op de grote pauzeknop drukte. Daarom volgde er eerst nog de digitale EP ‘Straight Off The Farm’. Het eerste full album heet nu ‘Supersonic Beat Commando’.

Op dat full album worden een paar songs hernomen van de eerdere EP’s (“Fun Control”, “Iron Ride” en “Drink, Fight, Fuck All Night”) aangevuld met een tiental nieuwe eigen composities en een cover van “The Train Kept A Rollin”. Die ken je misschien in de versies van the Yarbirds, Led Zeppelin of Aerosmith. De versie van Speedmobile klinkt vet, maar zal misschien niet zo lang in ons geheugen blijven hangen als die van Aerosmith.

De eigen composities zijn exact wat je kan verwachten als je psychobilly en garage combineert: uptempo rock, smerig, hitsig en catchy. De lyrics hebben niet veel diepgang, maar daar ligt in deze genres nu eens echt niemand wakker van. De riffs vliegen je om de oren en de vunzige rock ’n roll viert hoogtij. Dit album is een feestje van begin tot eind.

Goudi

Oostende

Geschreven door

Goudi, dat is Pierre Goudesone van de vroegere newwaveband Flesh and Fell. Vandaag klinkt Goudesone’s stem opvallend als die van die andere bekende Brusselse Oostendenaar, wijlen Arno, en dat speelt hij graag voluit uit, met parlando en fluisterend zingen in soms wel heel sappig Oostends.
Muzikaal tapt Goudi wel uit een ander vat dan Arno, hoewel er ook overeenkomsten zijn: er wordt al eens teruggegrepen naar elementen uit de blues (op “M’en Liefde Nodig”) en naar het hitsige van Serge Gainsbourg (op “Muzik Min Keure”).  Le Plus Beau wordt zelfs in de eregalerij van Goudi gezet tussen (onder meer) Permeke, Jacky Ickx en Brel in “Belgica”.
Soms wordt de geinige parlando van Goudi geserveerd op een bedje van broeierige, urban synthpop, met vaak nog steeds een bluesy gitaarlick als toetje. Het is een formule die werkt. Soms kabbelt dit album achteloos-aangenaam voorbij en dan ontdek je als bij toeval nieuwe stukjes die je intrigeren of bijblijven. ‘Oostende’ ontdek je – net als de stad – niet in één wandeling. Elke luisterbeurt is een nieuwe ontdekkingstocht.
Toptracks zijn het walsende “T’is Wat Het Is” (met enkele goed gemikte blazers), “Alles Kan Wachten” (met een stukje rap erbij), “In Us Hoofd” en “Oender Min Vel”.

‘Oostende’ is een album dat zich niet snel laat doorgronden. Un train peut en cacher un autre, zeggen ze in het Frans en dat gaat ook op voor Goudi op dit album: telkens je denkt dat je hem en zijn album helemaal doorgrond hebt, volgt er een nieuwe openbaring. Zo een album kunnen maken, dat is slechts weinigen gegeven.

Little Kim

Moederland

Geschreven door

‘Moederland’ is het solo-debuutalbum van Kimberley Claeys, die muzikaal al heel wat rondzwervingen achter de rug heeft. Misschien kent u haar van Little Kim & The Alley Apple 3, als de huidige zangeres van Kadril of van haar samenwerkingen met Guido Belcanto, maar dat is eigenlijk nog maar het begin van een lange lijst.

‘Moederland’ is Little Kim’s solo-debuut en daarop biedt ze zowel country, americana (Belgicana) als folk en het betere levenslied, op Nederlandstalige teksten van Guido Belcanto, Lieven Tavernier en Bruno Deneckere. Dat zou een heel heterogeen album kunnen opgeleverd hebben, maar ‘Moederland’ is als een grote tafel met food-to-share dat door slechts één kok bereid is en die kok is Kim zelf. Ze kreeg hulp van een absoluut dream team, niet alleen als leveranciers van songs maar ook nog eens bij de muzikanten, maar het is zij die aan alle composities een eigen draai heeft gegeven. De songs werden haar op het lijf geschreven en zij ging daar nog eens next level in door zich helemaal in elk personage in te leven bij de opnames.

De songschrijvers putten uit eigen werk en maakten vertalingen en herinterpretaties van klassiekers. Die komen van Bob Dylan, Jack Clement (die songs leverde aan onder meer Johnny Cash), Gillian Welch, Nathalie Merchant en Daniël Norgren.
Opnieuw heel divers, maar het levert een reeks parels op die tot de top van de Nederlandse canon zouden moeten behoren. “Neem Maar Mee, (Vuilnisman)” lijkt op het eerste gehoor een lichtvoetig niemendalletje, maar heeft een tweede laag die gaat over het loslaten van oude dromen en verlangens. Titeltrack “Moederland”, over de Eerste Wereldoorlog maar dan vanuit het standpunt van een moeder, kan inzake intensiteit wedijveren met Vermandere’s “Altijd Iemand’s Vader, Altijd Iemand’s Kind”. “Een Jongen Die Ik Heb Gekend” en “Ik Denk Dat De Dingen Zo Gaan” dragen tekstueel onmiskenbaar de stempel van Guido Belcanto en tonen waar hij de absolute meester in is: nonchalant en openhartig: oeverloos liefdesverdriet in een schoon papierke met een grote roze strik errond. “De Tweede Kus” herinnert er ons nog eens aan dat we Bruno Deneckere misschien wat te vaak miskennen als songschrijver.
Niets dan lof dus voor Little Kim en haar debuut. Of misschien een paar kleine opmerkingen. De twaalf songs van ‘Moederland’ zijn haar op het lijf geschreven, maar ik mis er op dit solo-debuut eentje waarin ze voluit haar hele vocale range showt. En als je Belcanto kruist met country en americana, moet je misschien voluit voor het tranerige durven gaan in de vocalen. In country wordt een gebroken hart nog rauw en bloedend op het bord geserveerd.

Great things come to those who wait. Little Kim heeft misschien lang gewacht voor haar solo-debuut, maar ‘Moederland’ bewijst dat geduld altijd beloond wordt.

A Slice of Life

Tabula Rasa

Geschreven door

‘Tabula Rasa’ is het tweede full album van de Belgische postpunkband A Slice Of Life, met een overvloed aan referenties naar de donkere jaren ’80. Het genre waarin deze band grossiert, kan je behalve als postpunk ook nog omschrijven als gothic rock of new wave. Welke term u ook verkiest, onthou vooral dat A Slice Of Life met ‘Tabula Rasa’ een meesterwerkje heeft afgeleverd dat ons landje nog maar eens aan de kop van het postpunk-peloton zet.

“Seven Days” deed als vooruitgeschoven single reeds het beste vermoeden voor dit album. Niet alle tracks halen vlot dat niveau, maar ‘Tabula Rasa’ heeft ook geen missers of vullers. “Matterhorn” is een sterke, dansbare track. “Goodbye” en “Fortress Of Solitide” zijn licht tergende slepers zoals the Cure die op zijn jongste albums al eens durft te zetten. Nog meer referenties naar dan de jonge versie van the Cure in de intro van “Cavern”. “Anywhere But Home” heeft een ijzersterke finale. Misschien een beetje klassiek en voorspelbaar in de opbouw, maar wel goed en met passie gebracht.
In postpunk kies je als band voor ofwel onderkoelde en eentonige vocalen of voor net veel passie en emotie. Tracks als “Run For Cover” toont dat Dirk Vreys de juiste keuze heeft gemaakt. Geweldige track, geweldige lyrics (‘people go when friendships die’ is zo uit het leven gegrepen en herkenbaar).
“What Doesn’t Kill Me” heeft wat leuke verrassinkjes in de muziek, maar nog niet op het niveau van een Whispering Sons.
Sterke intro’s hebben ze wel bij A Slice Of Life. Die van “In Your Shoes” is er ook boenk op. Kort daarna lost deze track niet alle verwachtingen in en lijkt die wat te gaan doodbloeden, maar dan herpakken ze zich en zwelt de windhoos van gelaagde gothic rock alsnog aan.
Op het afsluitende “Animal Instinct” duwen Vreys & co het gaspedaal nog wat dieper in en krijgt Emmanuel Schaeverbeke op keys eens de hoofdrol. Dansbaar en catchy met twee voeten vooruit.

‘Tabula Rasa’ is een heel gevarieerd en sterk album waar elke fan van postpunk (of hoe je het ook wil noemen) plezier zal aan beleven.

Madrugada

Madrugada - Wat een emotievolle totaalbeleving van sound en visuele effecten

Geschreven door

Madrugada - Wat een emotievolle totaalbeleving van sound en visuele effecten

De Noorse band Madrugada (*****) stond in 2007 op het hoogtepunt van zijn kunnen toen het noodlot toesloeg …het plotse overlijden van gitarist Robert Burås op amper 31 jarige leeftijd luidde ook het einde van de band in. Madrugada had ondertussen een lange weg afgelegd, ze lieten na hun afscheidsconcerten in 2008 - dat hen o.a. naar Dour Festival bracht - een grote leegte achter.
In 2019 ging de band plots weer op tour en ondertussen kwam een nieuwe plaat uit 'Chimes at Midnight' . Nu stond Madrugada in een overvolle Ancienne Belgique en we vroegen ons af of de band ons nog steeds zo diep kon raken als die keer op T/W in 2002, ook al twintig jaar geleden…

Dat de band er zin in had, bleek al vanaf de start van het concert. De band speelt gretig en zanger Sivert Høyem heeft z’n kenmerkende melancholische hoge stem, die het geheel typeert. Ze zijn perfect op elkaar afgestemd en maken er een fijne, emotievolle totaalbeleving van. Bij de ene song ging het er wat meer ingetogen aan toe, terwijl op een ander nummer het gaspedaal werd ingeduwd zonder die weemoedige kant uit het oog te verliezen. Sjiek die aanpak!
Het enthousiasme van de fans en de gemoedelijke sfeer die heel de avond overheerste , in combinatie met het op elkaar ingespeeld zijn en het spelplezier, zorgden ervoor dat we werden omver geblazen.
Op de gekende songs ,"The kids on High Street” of “Vocal” kreeg de band de meeste handen op elkaar; ook de songs uit het nieuwe album gingen erin als zoete broodjes. Op die manier werd “Nobody Loves you lik I do” door iedereen mee gezongen. Bovendien kon er soms een grappige kwinkslag vanaf, of ging Sivert zijn publiek letterlijk opzoeken. Evenzeer waren we diep onder de indruk van de al even adembenemende, mooie lichtshow en beelden op het scherm; O.m. komt Sivert op “Blood Shot Adult Commitment” op het podium gekleed in een glitter jas, het licht valt op die jas, en Silvert is net een levende discobal.
Verder in de set schijnt hij met enkel een schijnwerper door de zaal. Soms is de zaal getooid in fel blauw licht , dan weer bloedrood. Het is een duiding dat de visuele effecten minstens een even grote impact hebben.

Wat een emotievolle totaalbeleving van sound en visuele effecten ervaarden we hier in dit (duister) kader.

Check https://www.youtube.com/watch?v=tM2vscbsnb4
Setlist:
Look Away Lucifer - Strange Colour Blue - Majesty - Honey Bee - Black Mambo - Blood Shot Adult Commitment - The Kids Are on High Street - Vocal - Electric - Help Yourself to Me - Nobody Loves You Like I Do - Valley of Deception - Stabat Mater - What's on Your Mind? - The World Could Be Falling Down

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Come

Come - Come, met de ‘C’ van ‘Catharsis’

Geschreven door

Come - Come, met de ‘C’ van ‘Catharsis’

Wanneer je als beginnend bandje in de early 90ies na amper één plaat werd bewierookt door J. Mascis (Dinosaur Jr.), Bob Mould (Hüsker Dü) én Kurt Cobain dan moest er wel iets op til zijn. Het overkwam het in Boston geboren Come, al heeft de geschiedenis ons intussen geleerd dat de roem van dit noiserock gezelschap uiteindelijk nooit verder reikte dan een beperkte schare indie fans. Voor die laatste groep is er trouwens uitstekend nieuws: de recente reissues van Come’s opus magnum ‘Don’t Ask, Don’t Tell’ (’94) en hun verzamelde Peel Sessions door het Engelse Fire Records gaan vergezeld van een Europese clubtour met haltes in zowel Brussel als Diksmuide.

De perstekst van de 4AD windt er geen doekjes om: “...met Come staat hier vanavond één van de mijlpalen uit de nineties muziekgeschiedenis op de planken”. Bovendien treedt de cultband terug op in de oerbezetting ten tijde van de eerste twee albums, weinig verwonderlijk dus dat het gros van de setlist werd opgediept uit de periode ’92-’94. De pastorale slowcore van opener “Bell” maakte meteen duidelijk dat Come anno 2022 veel verder reikt dan een plichtmatige trip down memory lane. Nee, dit zou een avondje worden diep doordrongen van catharsis, een emotionele climax gedistilleerd uit de dissonante gitaaruithalen van het core duo Thalia Zedek en Chris Brokaw, de abrupte tempowisselingen van ritmetandem Sean O’Brien en Arthur Johnson, en de verwrongen zang van Zedek. Kortom, de muziek van Come intrigeert en provoceert, getuige het ‘HATE’ statement geafficheerd op Zedek’s gitaar.
Nu Zedek de kaap van de 60 lentes heeft overschreden lijkt haar vocale rasp steeds nadrukkelijker aan te leunen bij die van andere vrijgevochten muzikale boegbeelden zoals Marianne Faithfull, Patti Smith en ja zelfs een prille Courtney Love. Aan sympathiek gekeuvel met het publiek doet ze niet; veel liever identificeert Zedek zich met de getormenteerde zielen in “Finish Line”, “String” en “Dead Molly”. Haar hoekig gitaarspel haakt wonderwel ineen met het meer subtiele snarenwerk van ex-Codeine legende Chris Brokaw. Die laatste mag met “Recidivist” de enige track uit Come’s zwanezang album ‘Gently, Down The Stream’ (’98) voor zijn vocale rekening nemen, waarbij hij de 4AD familie uitvoerig bedankt dat uitgerekend Come het nieuwe concertseizoen aan de Kleine Dijk mag aftrappen.
Tijdens de tweede concerthelft toonde Come pas echt wat ze in hun mars hebben als het op muzikale moodswings aankomt. “Yr Reign” en “Poison” bleken stevige brokken noiserock die eerst vakkundig in vitriool werden gedrenkt vooraleer ze de zaal in te spuwen. Als Zedek & co vervolgens de voet van het gaspedaal halen schuren ze ineens dicht aan tegen de claustrofobische blues-noir van The Gun Club. Toevallig of niet zijn het net die gruizige slowburners zoals “Let’s Get Lost” en “Sad Eyes” die we als hoogtepunten van de avond inkaderen. En van blues gesproken: Brokaw’s monumentale slide intro van “Off To One Side” blies alle puristen in het genre moeiteloos van hun sokken.
Tijdens de korte encores trakteerden de Bostonians ons nog op “In/Out”, één van de handvol singles waarmee Come toendertijd niet verder raakte dan de onderste regionen van de alternative charts maar ondertussen wel is uitgegroeid tot een 90ies college radio classic. Het andere vermeende radiohitje “Wrong Side” bleef jammer genoeg in de kast, maar dat doet niks af aan de glorieuze terugkeer van de indie veteranen.
Tijdens de signeersessie vertrouwde Brokaw ons trouwens toe dat Fire Records weldra ook de rest van de Come catalogus gaat oppoetsen.  De aanvullende aalmoes die onze welwillende regering onlangs tevoorschijn heeft getoverd kent bij deze al zijn bestemming.

Organisatie:4ad, Diksmuide

The Black Crowes

The Black Crowes - ‘Shake Your Money Maker’ bruist als nooit tevoren

Geschreven door

The Black Crowes - ‘Shake Your Money Maker’ bruist als nooit tevoren

Die goeie ouwe nineties, een tijd waarin rockmuziek alom aanwezig was en gitaren hoogtij vierden, een periode waarin bands als Nirvana, Pearl Jam, Smashing Pumpkins, Afghan Whigs en Jane’s Addiction, om er maar enkele te noemen, hun beste albums maakten. Tussen al dat grungy gitaargeweld kwamen ook de hennep-verslindende rock’n’roll-slungels van The Black Crowes hun neus aan het venster steken met een formidabel debuutalbum ‘Shake Your Money Maker’ dat onbeschaamd teruggreep naar de seventies. De plaat was gemarineerd in een retro-extract dat samengesteld was uit hoge dosissen Stones en Faces, lekkere ramshackle rock’n’roll met een hoog soul gehalte. Tot op vandaag is dit ook nog steeds het beste en strakste album dat The Black Crowes hebben opgenomen.

Met de integrale vertolking vanavond van dit meesterwerkje bleek dat het album nog steeds staat als een huis en dat The Crowes na al die jaren de songs nog met evenveel groove, enthousiasme als energie brachten, alsof het pasgeboren baby’s waren. Eens te meer viel het op dat er heel wat Stones-vuur in de songs brandde, meer trouwens nota bene dan bij de Stones zelf die met hun bedenkelijke doortocht van afgelopen zomer in Brussel bijlange niet zoveel vinnigheid voor de dag wisten te leggen.
Een dikke pluim ook voor zingende joint Chris Robinson wiens stem soulvoller en krachtiger dan ooit klonk, vooral in pareltjes als “Sister Luck”, “Seeing Things” en “She Talks To Angels”, pure kippenvelsoul. De Otis Redding song “Hard To Handle” was wederom een hoogtepunt, de Black Crowes bewerking moet zowat de meest swingende versie van deze klassieker zijn die ooit werd gemaakt. The Crowes schakelden moeiteloos over naar de meest potige rock’n’roll met een denderend “Thick and Thin” en stoomden dan rechtdoor naar een hevig ‘Stare It Cold’ als bruisend slotakkoord van het ‘Shake Your Moneymaker’-luik.
Als uitgebreid dessertbuffet kregen we nog een heerlijk “Bad Luck Blue Eyes” en een stevig “Wiser Time”. Daarna kwam de jam-band in The Crowes tevoorschijn met een heerlijk uitgesponnen “Thorn In My Pride”, een minutenlang borrelend steekspel van gitaren en keyboards, en niet te vergeten een verbluffende Chris Robinson op mondharmonica. Met de onvermijdelijke kolkende publiekslieveling “Remedy” daar achteraan kon er niks meer stuk gaan.

The Black Crowes hadden hier zomaar voor een onvergetelijk concertje gezorgd. Als ultieme toetje waren we dan nog eens aangenaam verrast met een superbe uitvoering van “Moonage Daydream”, onze favoriete Bowie song. Thank You, Crowes! Thank You Very Much.

Geen idee of hier nog een vervolg kan aan komen, van ons mag het zeker. Het is in ieder geval goed nieuws dat de broertjes Robinson terug door één deur kunnen, hun deurgat is blijkbaar iets breder dan dat van de Gallaghers.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Wim Heirbaut
https://www.musiczine.net/nl/photos/category/4343-the-black-crowes-30-09-2022.html
https://www.musiczine.net/nl/photos/category/4342-dewolff-30-09-2022.html

Organisatie: Live Nation

Derek & The Dirt

Derek And The Dirt - Nog steeds de smerigste rockers van het land

Geschreven door

Derek And The Dirt - Nog steeds de smerigste rockers van het land

De comeback van Derek And The Dirt werd in 2017 gestart en ondanks de grote coronapauze dendert die trein nog steeds door. Er kwam een nieuw album (‘All Today’s Words’ in 2018) en daarna nog een paar singles, maar vooral veel concerten. Dat Derek en zijn Dirt nog steeds rocken als de beesten bewezen ze zopas nog eens in de Elpee.

Peter De Bosschere zit opnieuw aan de drums bij the Dirt en dat is goed nieuws. Geen kwaad woord over Frederik Van Den Berghe, maar De Bosschere voegt toch wat meer smerige rock ’n roll toe. Dat De Bosschere er ook al in de laatste jaren van de eerste versie van Derek And The Dirt bij was, maakt het plaatje compleet. Ook bassist Philippe De Vuyst eist steeds nadrukkelijker zijn plaats in de spotlights op en dat is alleen maar toe te juichen. Het is nog altijd mooi om te zien hoe Derek en Pim elkaar blindelings vinden op het podium en vaak rug aan rug of elkaar diep in de ogen kijkend duelleren op gitaar. De Wolf is overigens niet alleen een prima gitarist. Op ‘Opex’, het laatste album van Arno, krijgt hij een verdiende dankuwel voor zijn diensten als geluidstechnieker.
De set in Deinze was zoals te verwachten was een mix van oud en nieuw werk. Voor de nostalgici waren er mooie versie van “Marlene”, “Simenon Girl” en “Run”. De oude ballads – “Talking To God”, “Rosie” en “Oh By The Way” – werden nog twee tandjes trager gebracht dan in hun oorspronkelijke versie. Vooral bij “Oh By The Way” leverde dat vuurwerk op, met een lange solo van Pim Wolf.
We zagen Derek And The Dirt eerder deze zomer al een eerder slordig concert spelen, maar in de Elpee wisten we opnieuw waarom we Wolfie ooit de Slash van de Lage Landen genoemd hebben.
Van het comebackalbum kregen we in Deinze enkel “Come On”, “Sugar” en “My Mistakes”, aangevuld met de nieuwe singles “Massa” en het lekker uptempo-rockende “Listen To Me Baby”. Voorts stond er nog “Running Out” op de setlist, een nummer dat we niet meteen herkenden.
Wat we wel herkenden was “Dancing Barefoot”, een cover van Patti Smith die op veel enthousiasme werd onthaald in Deinze.
Wat de Elpee helemaal deed ontploffen was setafsluiter “Love’s Exaltation”. En dus kwam er nog een toegift en dat werd “Stealin’ From Rock ’n Roll”. Kat zegt dat ze nog eens mogen terugkomen naar de Elpee en dat is iets om naar uit te kijken.

Derek And The Dirt staat met één voet in het verleden en met één voet in het heden. En wat ons betreft is er voor deze rockers zeker ook nog een toekomst.

Organisatie: Elpee, Deinze

BUSKERfestival Herent 2022 - Het ultieme huiskamerconcert

Geschreven door

BUSKERfestival Herent 2022 - Het ultieme huiskamerconcert
BUSKERfestival Herent 2022
GC De Wildeman
Herent
2022-09-30
Erik Vandamme

We citeren: '' Rootstown en GC De Wildeman stellen met veel trots de 2de editie van BUSKERfestival Herent voor. Deze muzikale wandeling trekt doorheen jullie geliefde cultuurcentrum. In kleine groepen trekken jullie op ontdekking doorheen het gemeenschapscentrum. Bij elke tussenstop staat er een muzikant of groep uit de Rootstown-stal klaar om de deelnemers te beroeren met 100% akoestische liedjes.''
Op 30 september weliswaar … Met een optreden op de zolder verdieping, in de 'trouwzaal', en op twee intieme locaties, werd vooral een soort huiskamerconcert sfeer gecreëerd die tot de verbeelding sprak.

Na een korte voorstelling, werden we dus in groepjes rond geleid, en belandden we in een vrij donker en vooral intieme zaal, waar David Newbould (*****) helemaal op zijn eentje als een straatmuzikant akoestisch zijn songs bracht. Dat de man een verhalenverteller is, bewees hij al met zijn album 'Power Up'  - de recensie kun je hier nog eens nalezen . 
Ook tijdens die korte set op BUSKERfestival vertelt hij uitvoerig zijn verhalen in zijn muziek als in de bindteksten op een gezapige, humorvolle en emotioneel beladen wijze. Het zijn persoonlijke ervaringen. Je voelt je als luisteraar sterk verbonden .

In een nog intiemere, warmere omgeving vinden we RUTH (*****) die voor de gelegenheid wordt bijgestaan door een cello speler Daan De Meyer; hij is een enorme meerwaarde. Met haar gitaar en zeemzoetige , kristalheldere  en bijzonder hypnotiserende stem voert RUTH je naar een sprookjesachtig oord. RUTH ontroert door haar unieke stem en uitstraling . Feeëriek, gelukzalig is het, met een zekere gemoedsrust. Ze promoot haar komende EP en speelt er enkele songs uit. Een hemels mooi akoestisch optreden dus.

Er ging ook een optreden door op de iets frissere zolderverdieping met Mirco Gasparrin (*****) . Hij zorgde voor een warme gloed met z’n zwoel banjo/gitaar geluid die de temperatuur tot een kookpunt deed stijgen. De man heeft met zijn project Everyone is Guilty een plaat uit 'A Wolf and a lamb' , maar zat dus nu helemaal alleen op een stoel. Hij vertelt uitvoerig over zijn twee banjo's die hij mee heeft, en zorgt voor een warm klankentapijt. Op die zolderverdieping zorgt Mirco Gasparrin trouwens voor een cultuurschok die de verschillende windstreken met elkaar verbindt, van het Oosten, het Westen tot het Zuiden en het Noorden . Een wereldse totaalbeleving.

Een Chileen, een Amerikaan en een Australiër zaten eens samen op café … Het zou zo het begin kunnen zijn van een leuke mop. Maar het is ook het verhaal rond Yonder Boys (*****) Het trio leerde elkaar kennen in Berlijn, en stelden vast dat ze alle drie verknocht zijn aan bluesgrassmuziek … Van het één kwam het andere, en de heren besloten samen muziek te maken.
De band bestaat uit banjospeler David Stewart Ingleton afkomstig uit Forster, Australië, gitarist Jason Serious stamt uit Baltimore, USA en Tomás Peralta heeft zijn roots in Santiago, Chili en speelt in de band op contrabas, mandoline en banjo. Verschillende culturen zijn met elkaar geconnecteerd, wat zorgt voor een uiteenlopende muziekstijl. Naast de Bluesgrass horen we elementen uit folk, americana en country. De instrumentatie is met die aanstekelijke banjo en harmonieuze samenzang erg overtuigend. Yonder Boys bracht een gevarieerd en bijzonder kleurrijk slot van deze boeiende avondwandeling.
Het ultieme huiskamerconcert gevoel overheerste.

Pics homepag Yonder Boys @Lissens Johan Photography

Organisatie: Rootstown/GC De Wildeman

Pagina 160 van 966