logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
avatar_ab_03

Julien Clerc

Julien Clerc - zoveel meer dan Hélène

Geschreven door

Recent ontviel ons Charles Aznavour, één van invloedrijkste Franstalige muzikanten uit de tweede helft van de 20ste eeuw. Samen met generatiegenoten zoals Gilbert Bécaud en Yves Montand, inspireerde hij talrijke zangers en muzikanten in Frankrijk en ver daarbuiten. Eén van hen is de Frans-Guadeloupse zanger Julien Clerc, die eind jaren ’60 triomfeert als hij mag aantreden in het voorprogramma van Gilbert Bécaud.

Ondertussen staat ook hij al 50 jaar op de scène en om dit te vieren trekt Julien Clerc door Europa met La tournée des 50 ans. Een greatest hits, zeg maar. Uitverkopen doet de Parijse zanger Vorst Nationaal niet, maar toch lijkt de zaal zaterdagavond tot de nok gevuld.
Clerc geeft de aftrap met “Utile” uit 1992 en de meezinger “Je t’aime etc.”, een single uit het album ‘Á nos amours’ uit 2017, waaruit hij later op de avond ook “À vous jusqu’à la fin du monde” brengt.
Geïnspireerd door de mei ’68-beweging aan de Sorbonne en de hippiegemeenschap in de Verenigde Staten, schrijft Clerc “La Californie”, een uptempo nummer dat hij in Vorst met verve brengt. Uit deze periode dateren ook het luid gescandeerde “La Cavalerie” en “Laissons entrer le soleil” uit de musical Hair. Mijn persoonlijke favoriet “Ce n’est rien” brengt Julien Clerc aan de piano en is een eerste hoogtepunt van de avond.
Julien Clerc wordt altijd in één adem genoemd met zijn tekstschrijvers, die wil hij op deze tournee dan ook in de bloemetjes zetten. “Si on chantait” en “Coeur de Volcan” markeren de vruchtbare samenwerking met Étienne Roda-Gil, die voor hem tal van teksten schreef. In “Quatre heures du matin” herdenkt hij zijn jeugdvriend en tekstschrijver Maurice Vallet (alias ‘Momo’), en met “Si j’étais elle”, uitgebracht op het gelijknamige album uit 2000, viert hij de auteur in Carla Bruni. De tekst van “Partir”, over het leven on the road, is dan weer van de legendarische Jean-Loup Dabadie.
Voor hij de hit “This Melody” inzet, vertelt Julien Clerc een anekdote over de Franse komiek Coluche, die op een feestje van Clerc toekwam verkleed als ‘een bokaal noten’. Hij wilde de zanglijn ‘dans ce pays, dont les fruits sont si beaux, qu'on se contente des noyaux’, uitbeelden. Volgt het wollige “Chanson d'Émilie et du grand oiseau”, een nummer uit de musical ‘Émilie Jolie’ uit 1979, waarvoor het gastzangeresje Chloé wordt ingeschakeld. Het in bossa nova-tempo “La Jupe en Laine” en het ietwat kleffe “Femmes, je vous aime”, geeft dan weer uiting aan zijn meer dan grote bewondering voor het vrouwelijk geslacht. Ook “Mélissa” borduurt verder op hetzelfde thema en wordt luidkeels meegezongen, toch een pittige tekst in deze #Me Too tijden.
Een prachtig moment volgt wanneer Julien Clerc de tonen inzet van “C’est en septembre”, het nummer van Gilbert Bécaud dat het einde van de zomer viert in het door toeristen geteisterde zuiden van Frankrijk (Bécaud groeide op in Toulon). Een hommage aan zijn leermeester die hem op jonge leeftijd al de kans gaf om te schitteren in de mythische Olympia. Ook een nummer van Aznavour kan op deze avond niet ontbreken: “For me Formidable” wordt luidkeels meegezongen.
Julien Clerc is het befaamdst om zijn tijdloze love songs, die hij als geen ander weet te brengen met zijn zachte, unieke stemtimbre. Het bloedmooie “Fais-moi une place”, een romantisch eerbetoon aan zijn geliefde, op de prachtige tekst van Françoise Hardy, doet de zaal een eerste keer verstommen. Met “Ma Préférence”, een nummer dat Julien Clerc schreef voor de Franse actrice Miou-Miou, waarmee hij in 1975 de film ‘D'amour et d'eau fraîche’ draait, beleeft Brussel opnieuw een hoogtepunt. Miou-Miou werd toen immers als een ‘duivelse’ partij beschouwd en in dit nummer legt Julien Clerc alle criticasters op poëtische, subtiele wijze het zwijgen op. Het populaire “Hélène” tenslotte, ook bij ons een grote hit, veroorzaakt een stormloop naar het podium met bloemen en oplichtende smartphones (hadden we dit niet nog al eens meegemaakt bij Adamo?).

Julien Clerc sluit af met twee bisnummers, waaronder “Travailler c’est trop dur” aan de piano. Voor het aanwezig publiek had hij echter nog wat mogen blijven doorwerken. De avond leek te kort voor onder meer “Nouveau Big Bang, J’ai le coeur trop grand pour moi” en nog zoveel andere nummers van deze productieve muzikant. Ondanks zijn 71 lentes, hopen we toch op een vervolgtournée binnen een aantal jaren.

photo homepag - Sadaka Edmond/SIPA

Organisatie: Next-Step

Hanna Paulsberg

Hanna Paulsberg – Gurls & Hanna Paulberg Concept – Een kennismaking

Geschreven door

Hanna Paulsberg heeft met Gurls dit jaar een album uit ‘Run Boy Ru’ en ook met haar Hanna Paulsberg Concept heeft ze een album uit ‘Daughter of the Sun’. Tijd voor een kleine kennismaking.

  1. Dit jaar heb je twee releases gehad. De eerste met Gurls en nu een soloalbum met Magnus Broo. Was het een groot verschil om de twee albums te maken?

Het meest voor de hand liggende verschil voor mij is waarschijnlijk dat GURLS meer popgerelateerd is en het andere project met name Hanna Paulsberg Concept echt jazz is. Ik hou van spelen met en componeren voor GURLS, maar de muziek die we samen spelen in Hanna Paulsberg Concept ligt dichter bij mijn hart en is de reden waarom ik saxofoon speel.

 

  1. Op ‘Daughter of the Sun’ horen we veel Afrikaanse invloeden. Is dat de invloed van Magnus of was dat het plan voor de start van het maken van dit album?

De Afrikaanse invloeden zijn altijd al erg aanwezig geweest in het kwartet, nog voordat Magnus binnenkwam. We hebben onze muzikale wortels diep in de Afro-Amerikaanse jazztraditie, het is een traditie die we liefhebben en bewonderen.

 

  1. Ik begrijp dat u het gebruik van analoge instrumenten belangrijk vindt, kunt u ons beschrijven waarom?

Het was altijd belangrijk voor mij dat muziek organisch, natuurlijk, levend zou moeten klinken. Dit is ook mogelijk met elektronische instrumenten, maar voor mij hebben akoestische instrumenten altijd als een meer natuurlijke manier gevoeld om die kwaliteit te bereiken. Ik denk dat ik ook van akoestische installaties houd omdat het gemakkelijker is om zacht te spelen. Wanneer de dingen te luid worden, verdwijnen zoveel details en dat vind ik bijzonder jammer.

 

  1. Hoe heb je de liedjes voor het nieuwe album geschreven? Alleen? Samen?

Ik heb de nummers alleen gemaakt, maar het nummer “Serianna” is het nummer van de bassist Trygve Fiske dat hij schreef voor zijn pasgeboren dochter.

 

  1. Ik hoor veel ruimte in de liedjes. Bijvoorbeeld @ "Hemulen Tar Ferie". Voor jazz niet zo gebruikelijk. De sax klinkt ook erg melancholiek.

De ruimte is de plaats. :)

 

  1. Ik ben geen grote jazz-expert, maar voor mij is dit album het meest toegankelijke album dat je tot nu toe hebt gemaakt. Mee eens?

Ik weet het niet, misschien? Mijn vader zegt dat dit het minst toegankelijke album is dat ik tot nu toe heb gemaakt. Maar ik vind eigenlijk dat het vrij toegankelijk is.

 

  1. Heeft de titel van het album een ​​bepaalde betekenis of is het gewoon een titel?

Onze drummer las een boek over Hatshepsut, een van de weinige vrouwelijke farao's die ooit bestonden. Blijkbaar was ze een zeer sterke en succesvolle leider, maar na haar dood probeerden de mannen die achter haar aan kwamen haar prestaties te verbergen. Het album is dus een eerbetoon aan haar en alle andere sterke vrouwen die harder hebben moeten vechten om erkenning te krijgen vanwege hun geslacht. Ze werd ‘Daughter of the Sun’ genoemd.

 

 

  1. Met Gurls sta je op het Jazz International Festival @ Nijmegen en Rotterdam. Ben je ooit naar Nederland gekomen? En wat verwacht je ervan? En wat kunnen we van u verwachten?

Ik ben een paar keer naar het North Sea Jazz Festival geweest met het Trondheim Jazz Orchestra. Maar ik kijk er erg naar uit om met GURLS te komen, ik denk dat het heel leuk zal zijn. Van ons mag het publiek ongetwijfeld een groovy, intiem en leuk concert verwachten!

 

Bedankt voor je tijd en veel succes.

 

  1. This year you have had two releases. The first with Gurls and now a solo album with Magnus Broo. Was it a great difference making the two albums? The most obvious difference for me is probably that GURLS is more pop-related and the other project Hanna Paulsberg Concept is jazz. I love playing with and composing for GURLS, but the music we play together in Hanna Paulsberg Concept is closer to my heart, and the reason why I play saxophone.
  2. On “Daughter of the Sun” we hear many African influences. Is that the influence of Magnus or was that the plan before the start of making this album? The African influences have always been very present in the quartet, even before Magnus came in. We have our musical roots deep in the african-american jazztradition, it is a tradition we love and admire alot.
  3. I understand that you find the use of analogue instruments important, can you describe us why? It has always been important for me that music should sound organic, natural, alive. This is ofcorse possible with electronic instruments as well, but for me, acoustic instruments has always felt like a more natural way to achieve that quality. I think I like acoustic insttruments better as well because it is easier to play soft. When things get too loud, so many details dissapear, and that is a big turn off for me.
  4. How did you write the songs for the new album? Alone? Together? I made the songs alone, but the tune 'Serianna' is the bassist Trygve Fiske's tune that he wrote for his newborn daughter.
  5. I Hear a lot of space in the songs. For example @ “Hemulen Tar Ferie”. For jazz not so common. The sax sounds also very melancholic. Space is the place. :)
  6. I’m not a big jazz expert but for me this album is to most accessible album you made so far. Agree? I dont know, maybe? My father says this is the least accessible album I have made so far. But I actually think it is quite accessible.
  7. Has the title of the album a certain meaning or is it just a title? Our drummer was reading a book about Hatshepsut, one of the few female pharoas that ever excisted. Apparently she was a very strong and succesful leader, but after her death, the men who came after her tried to hide her accomplishments. So the album is atribute to her and all other strong women who have had to fight harder to get recognition because of their gender. She was called "Daughter of the Sun".
  8. With Gurls you stand on the Jazz International Festival @ Nijmegen and Rotterdam. Have you ever come to the Netherlands? And what do you expect from it? And what can we expect from you? I have been to North Sea Jazz Festival a couple of times, with the Trondheim Jazz Orchestra. But I am looking very forward to coming with GURLS, I think it will be alot of fun. From us, the crowd can excpect a groovy, intimate and fun concert, no doubt!

 

Thanks for your time and lots of success.

Beach House

Beach House – Hypnotiserende dreampop met een extravert tintje

Geschreven door

Al sinds de oprichting van Beach House in 2005 betoveren Alex Scally en Vitoria Legrand ons met hun hypnotiserende dreampop . Opnieuw kwamen we terecht in een bedwelmend, meeslepende sfeertje van atmosferische en dromerige klanktapijten , gedrenkt in melancholie. Anderhalf uur hoorden we in een uitverkocht AB een carrière overzicht van traag slepend en (licht) pulserend materiaal, vertederend en extravert .

De doomy indiepoppers staan al voor de vierde maal . “We’re getting old” stamelde Victoria van achter haar keys . Haar verschijning, haar zang en de lang wapperende haren doen ergens Nico van de V.U. opborrelen . In al die jaren horen we die fragiele , breekbare , timide , donkere , grimmige en hartige, openbloeiende sound . De zweverige klanken worden door solide drums sterker ondersteund .
In het voorjaar verscheen ‘7’ , een kleine drie jaar na ‘Depression cherry’ en ‘Thank your lucky stars’ . De productie was in handen van Sonic Boom-er Pete Kember , die de stijl van z’n Spacemen 3 en andere space/psychedelica pop bands toevoegt.
We worden opnieuw meegevoerd in hun geluidskunst ; het kleurenpalet op het grote scherm doet z’n werk en spreekt tot de verbeelding en mooi zijn de schaduwen van de drie , die schakeren op het podium.
“Levitation” zet meteen de toon . De zacht fluwelen en (diep)grauwe vocals zijn verstrengeld in het kenmerkende, voortkabbelende Beach House geluid. “PPP” is forser, krachtiger van aard en op het gekende “lLzuli” twinkelt , fonkelt; de keys en drums nemen het voortouw.
Daarna zitten we in de zweverige , etherische spiraal van stemmige , sfeervolle , dromerige nummers als “Space song” , “Black car” en de nieuwe “Drunk in LA”, “Girl of the year” en “l’Inconnue” . Een soundtrackgevoel ervaren we van weidse landschappen en Air heeft hier een patent .
Het tempo wordt opgedreven , de trage, slepende , repeterende ritmiek is geïnjecteerd van tempoversnellingen en wordt feller, verbetener door de grooves . In de aanzwellende opbouw gaan we in de invloedssferen van hun producer , en postrock krijgt een duw voorwaarts door die verontrustende , donkere onderlaag . De sound davert en stroboscoops doen hun werk op “Dive” , de perfecter afsluiter in dit genre .

Door de jaren wordt het drietal nog steeds sterk onthaald . Beheerst weet Beach House om te gaan met hun dromerige , genietbare , onderkoelde, frisse geluidskunst . We worden meegevoerd in hun bezwerende , grillige dreampop . Die verschillende kenmerken zorgen nog steeds voor een uniek sfeertje . Mooi dus wat het trio verwezenlijkt . Beach House is helemaal terug!

Organisatie: Toutpartout ism Ancienne Belgique, Brussel

Ry Cooder

Ry Cooder – Na 50 jaar nog geen gebrek aan zuurstof

Geschreven door

Stipt op tijd startte een klein ‘voorprogramma’ waarbij Joachim Cooder in enkele nummers zijn ding mocht doen. Hij bracht een soort ‘wereldmuziek’ waarbij het moeilijk uit te maken was wat de bron van de klanken was. Dat intrigeerde ons en wat opzoekwerk leverde snel een antwoord: voor de meeste nummers begon Cooder met het creëren van een loop van klanken die hij produceerde met een elektrische mbira (een product van Array Instruments).. Wie zich hiervan een idee wil vormen, vraagt het eens aan Mr. Google. Naast hem tokkelde ene Sam Gendel op de gitaar. Na een drietal nummers (wat voor de meerderheid van het publiek waarschijnlijk volstond) beloofden ze dat ze meteen terug zouden komen…

Enkele minuten later schept Sam Gendel een bevreemdende sfeer met een soundscape op elektronisch versterkte sax. Daar bovenop creëert de slidegitaar ”Nobody's Fault But Mine”, een eerste bluesklassieker van Blind Willie Johnson. Doorheen de avond brengt Ry Cooder op sublieme wijze een mix van eigen werk met parels uit het Great American Songbook. “Everybody Ought to Treat a Stranger Right” stamt ook uit de jaren ‘30 toen de Grote Depressie de VS teisterde. Maar het thema is nog altijd even actueel. Het is fijn voor gitaristen dat hun spel met de jaren alleen maar verbetert zolang ze gespaard blijven van reumatiek. Voor zangers ligt het een stuk moeilijker om hún instrument gaaf te houden want niets is zieliger dan een zanger met stembanden die het aflaten. Ry Cooder prijst zich gelukkig als prille zeventiger met vingers en stem die nog even levenslustig zijn als in de vorige eeuw!
Links op het podium staan de Hamiltones. Met hun donkere brillen lijken het de Blind Boys From Alabama die de backing vocals verzorgen. De hele avond zorgen ze voor een swingende gospelsound die ambiance brengt in het uitverkochte Kursaal dat door Cooder geprezen wordt om zijn akoestiek. En het wordt nog gezelliger als Ry even aan de toog komt zitten met een anekdote over Bob Dylan die hem aanraadde de ‘merch’ te verzorgen want vooral T-shirts doen het goed! “Ik maak alleen muziek, geen kledij”, was het antwoord. En dat doet Ry al meer dan 50 jaar! De Hamiltones waren het geknipte trio voor “Go Home Girl” (Arthur Alexander), één van die klassiekers waarvan je na al die jaren begint te geloven dat die uit de pen van Cooder zelf kwam. De elektronische vervorming van de saxofoon vormden een vreemde combinatie met de klassieke gitaarklanken voor “The Very Thing That Makes You Rich (Makes Me Poor)”. Een applaus van herkenning kwam pas toen het nummer zijn originele ritme vond bij eerste refrein. De solo van de sax leek uit het oeuvre van Ian Dury geplukt. Niet echt ons kopje thee…
We waren reeds halfweg, tijd voor Cooder om -naar eigen zeggen- even aan de zuurstoffles (een cadeau van Emmylou Harris) te gaan liggen en voor de Hamiltones om op het voorplan te treden. Meteen bewijzen ze dat ze heel wat meer aankunnen dan het backingwerk. We krijgen ook het individuele stemgeluid te horen van de drie fantastische zangers met een presence van échte performers! Met “74 Jesus on the Mainline” transformeren ze de Oostendse muziektempel in een kerk uit de Bible Belt. Meteen gaan ze uptempo verder met “Gotta Be Lovin Me” met mister Ry op double neck.
Tot onze spijt ontbrak een instrumental zoals “Paris-Texas” op de setlist. Maar dat werd ruimschoots goedgemaakt met “Vigilante Man” (Woody Guthrie). De slidegitaar doorsneed de stilte van de bomvolle zaal en even scherp waren de nieuwe lyrics in deze oude traditional: “Weak mind in the White House. He is not a clown. He’s controlled by others.” De schietgrage lui van de NRA zijn Cooders vrienden niet: “This song hasn't changed since Woody wrote it in thé 30ies.”
Vervolgens trekt Ry van leer tegen het materialisme in “You must Unload”. “Modegevoelige christenen raken niet in de hemel met hun hoge hakken.” De sax steelt opnieuw de show met alweer een atypische solo waar Ry ten zeerste van geniet. De Hamiltons wiegen mee van de ene voet op de andere. En voor het te prekerig wordt, bedient Cooder de roepers om verzoeknummers in de zaal met een eigen keuze uit zijn oude covers: “How can a poor man stand such times like this?” en “Down in the Boondocks” (Billy Joe Royal). Bij het eerste nummer geeft hij deemoedig de nodige duiding: “Blind Alfred Reed schreef het in de depression. Zoiets zou ik niet kunnen schrijven…. Maar wel spelen. Check dit thuis eens op YouTube voor het origineel.”
Met een bottleneck op de zingende snaren mogen we even mee naar Hawaii. We surfen verder op het aanstekelijke ritme van de titelsong uit de nieuwe plaat ‘The Prodigal Son’ dat ook van John Hiatt kon zijn. The Hamiltones mogen afsluiten met “99 1/2 Won't Do (Dorothy Love Coates)”. Nog een oproep van priester Cooder: “Kijk 's morgen in de spiegel en zeg dat je voor 100 gaat!”
Het trio gaat met een ton charisma James Brown achterna. Een staande ovatie begeleidt de band naar de coulissen en terug.
Als bisnummer wordt nog een verzoekje gegeven: “Little Sister” (Elvis Presley) en The Hamiltones sluiten af met “I Can’t Win”.

Met de nieuwe CD op zak haast ik me naar de auto om mijn oren te verwennen. De onderste trede van een marmeren Kursaaltrap gooit roet in het eten en mijn voet moet het ontgelden. Ik laat me nog vallen als een echte judoka om de voet te mijden, maar ‘s anderendaags is het verdict onverbiddelijk: voetbeentje gebroken. Als Ry Cooder mijn gips nu zou komen signeren...

Organisatie: Greenhouse Talent

Christine & The Queens

Christine & The Queens - Dans , theater en muziek in een sfeerrijk geheel.

Geschreven door

Die Héloïse Letissier heeft het op korte tijd wel gemaakt met haar Christine & The Queens. Op een goede drie jaar tijd gaan haar nummers erin als zoetebroodjes . Twee platen noteren we nu met een handvol singles , die een breed publiek omarmen.
Ook vanavond was het een charmant weerzien en wordt de zangeres/performster/animatrice onthaald als een ‘Queen’ , die het ‘anders zijn’ zo muzikaal ‘normaal’ mogelijk maakt … Op haar vorige passage in Vorst had ze af te rekenen met een fysiek belabberde toestand van hoge koorts en ontoereikend stembereik. Hier zagen we een kwieke verschijning met haar band die de temperatuur deed stijgen …

Sfeervolle , dromerige popliedjes met elektronica/elektrowave/funk/hiphop -motiefjes en beats klinken eenvoudig , aangenaam en lekker in het gehoor. Het Franse chanson krijgt meer finesse en de sound is onschuldig , leuk en goed . Ze omschrijft het graag als freakpop , die wordt omfloerst met wonderlijke synths , roffelende, hitsende drums en een magistrale , doorleefde zang, met heerlijke refreinen, ook al zijn er zanglijnen voorgeprogrammeerd. Het doet er niet toe, iedereen geniet , beweegt en zet danspasjes .
Die muzikale eenvoud wordt omgezet tot in de puntjes uitgewerkte choreografie . Een dansproductie met haar rits dansers (-essen) en een videowall achter de groep . Een fantastisch live spektakel. Een dansmusical die het plaatje compleet maakt; muziek en dans gaan hand in band, de energie wordt gebald in bruisende dynamiek, levendigheid én in emotionaliteit en dramatiek . Een soort West Side story , of wat het Kursaal in de zomermaanden de laatste jaren weet te bieden …
Opener “Comme si on s’aimait” refereerde aan “Beat it” van Michael Jackson. Al gauw horen we die schitterende single “Damn, dis-moi” van de nieuwe plaat ‘Chris’. Synchrone danspassen sieren het nummer. Afgetraind danst, hotst en zwiert onze zangeres. Het combo wordt warm onthaald . “Le G” blikt terug naar die synthpop van Giorgi Moroder .
Haar recyclage stemt iedereen gelukkig. Science-fiction wordt er tegen aan gegooid , met pompende electrobeats . Jawel , het mag harder , feller , energieker . “Radio gaga” leidt “Les paradis perdus” van landgenoot Christophe in , waarin zelfs een flard Kanye West te horen is; ze zingt en voert het solo uit, ondersteund van zachte pastelkleurige keys.
Bijna halverwege de set komen twee interessante singles voorbij , “Christine”, “5 dollars , voorafgegaan door het slepende “Feel so good” . Daarna valt de spanning wat weg , niet alle nummers zijn even-single-waardig , komt de klemtoon op show en de act ; sneeuwvlokken dwarrelen in ‘t rond en geven elan aan de sound.
Een zwoel, dampend sfeertje groeit op “Follarse” , een Janet Jackson/Vanity 6’s “Nasty” wordt er mooi aan gebreid . Intiem moment hebben we op “Nuit 17 à 52” , feeëriek door de smartphonelichtjes ; solo staat ze daar op het grote podium , zingt a capella en wordt door het publiek op handen gedragen. Wat een meezinggehalte . “It doesnt matter” en “La marcheuse” als slotstuk brengen muziek en dans te samen.
Een volleerd gezelschap is aan het werk, die met twee oudere nummers uitwuiven ; het zijn de gekende tunes van “Saint claude” en “Intranquilleté” die een extraverte , dansbare tint krijgen . Ze is hier te zien aan de andere kant van de zaal .

Christine & The Queens brengen ‘la chaleur humaine’, gelijkwaardigheid van de kleurrijke wereld van de gays en de transgenders. Een boeiende artieste die dans , theater en muziek samen brengt in een sfeerrijk geheel.

Organisatie: Live Nation

Tien Ton Vuist

Tien Ton Vuist: tien ton adrenaline

Geschreven door

Tien Ton Vuist stelde zopas zijn eerste, in eigen beheer uitgebrachte EP voor in zaal Harmonie in Oudenaarde. Het duo speelde zo goed als een thuismatch en had het café-orkestje 't Kliekske aangezocht om het publiek op te warmen. Misschien om het contrast duidelijk te maken tussen het verleden en vandaag of om te koketteren met Oudenaarde als ingedommeld provinciestadje. Behalve die bedenkingen voegde ’t Kliekske weinig toe aan de avond.

De breuk met het verleden werd door Tien Ton Vuist nog eens opgerakeld door als openingssong “I’m On Fire” van Bruce Springsteen door de mangel te halen. Later in de set gaven ze dezelfde weinig respectvolle behandeling aan “American Woman” van de Guess Who. Om maar te zeggen dat het Oudenaardse duo al eens graag tegen de schenen schopt. “Where Is My Mind” van de Pixies werd dan weer wel met veel respect gebracht. Maar het gaat bij een EP-voorstelling natuurlijk in de eerste plaats over de eigen nummers.
De EP werd ‘Bidole’ gedoopt en twee nummers ervan, die de band eerder reeds opname en online plaatste, zaten helemaal vooraan in de set in de Harmonie: “Youvegotagoodfacebutashittyattitude” en “Askinguy” (asking you why). Als visitekaartjes voor Tien Ton Vuist zijn die beter dan de eerder vermelde covers. Ruige rock met weinig compromissen, grungy, overlopend van energie, uptempo en toch plaats voor nuances en details in de intro’s en de rustiger stukken. “High-Low”, “Best Plan Ever” en “Peaks And Valleys” doen wat denken aan SONS, die andere jonge en brutale rockband uit Vlaanderen. Net zo catchy en toch met genoeg weerhaken om het publiek bij de les te houden. Bovendien smokkelen ze bij Tien Ton Vuist al eens een boogie-lick of een disco-beat in hun nummers. Dat helpt ook.
Zanger-gitarist Tijl had in Oudenaarde een paar nummers nodig om helemaal in de flow te komen, maar vanaf dan ging hij er compleet voor: over het podium stuiteren, het publiek opjutten, de rand van het podium opzoeken, tussen het publiek gitaar spelen, al crowdsurfend een nummer beëindigen, … geen rock ’n roll-cliché is hem vreemd. Gelukkig niet zo destructief als Kurt Cobain, want zelfs al gaat hij helemaal op in het moment, dan nog legt Tijl netjes zijn gitaar veilig weg vooraleer er iets stoms kan gebeuren.
Op drummer Nikki kan je veel minder het etiket ‘punk’ of ‘grunge’ kleven. Hij blijft heel subtiel en zelfs wat jazzy in de intro’s en de rustiger passages en haalt hard en strak uit als ook Tijl voluit gaat, maar dan nog zit hij zo stoïcijns als Charlie Watts achter zijn drums. Nikki voegt voorts in kleine dosissen een scheutje waanzin toe aan de energie op het podium. Zo zit er van bij het begin een banaan over de staander van één van zijn bekkens (cimbaal) en ergens voorbij halfweg begint hij die op te eten. Vermoedelijk eerder een ingeving van het moment dan een knipoog naar Red Zebra of de Velvet Underground. Ook heeft de drummer naast de gitaarversterkers een schermpje opgesteld waarop een tekenfilm van Platvoet speelt, ‘voor de mensen die ons niet leuk vinden’.
Over dat laatste hoeft Tien Ton Vuist zich alvast geen zorgen te maken. Naarmate de set vorderde, at het publiek in de Harmonie uit de handen van Tijl en Nikki. In de finale zaten de drie resterende nummers van ‘Bidole’: “Smetterling”, “Todaywedie” en het door het publiek luid meegezongen “Boomlala”. Als toegift wordt “Askinguy” nog eens hernomen omdat de band door zijn nummers heen zit.

Altijd fijn om te zien en te horen dat er nog steeds jonge bands luide gitaarrock omarmen en daarmee zelfs nieuwe generaties publiek warm kunnen maken. Het wordt tijd dat de Belgische of buitenlandse labels wakker worden, want Tien Ton Vuist is een band met toekomst.

Organisatie: Harmonie Oudenaarde.

Therapy?

Therapy? - Geloof in nieuw materiaal doet Therapy? herrijzen van Eigenlijk Nooit

Geschreven door

Therapy? heeft een nieuw album 'Cleave' uit, wat altijd een reden is om naar ons land af te zakken voor een optreden. Maar wat nog beter is dat dit album één van hun sterkste van de laatste jaren is. We waren dan ook zeer benieuwd hoe deze songs het live zouden doen.

Eerst kregen we de Noorse band Ondt Blod (wat zoveel betekent als ‘Slecht Bloed’). Zij brachten hardcore mee vanuit het hoge Noorden. Er werd met tribal geluiden geopend. De zanger gekleed in een Noorse traditionele outfit bracht screameo en cleane zang. De songs waren stevig en de leadgitaar bracht nu en dan metal invloeden binnen in de songs. Alles klonk wel vrij catchy en lag goed binnen het gehoor. Twee maal sprong de zanger van het podium en zong verder tussen het publiek dat maar mondjesmaat toestroomde. Alles zat goed in elkaar enkel de zanger moet nog leren dansen op de maat van de muziek.

Tegen dat Therapy? eraan moest beginnen stond de zaal overvol (was al een tijdje uitverkocht!). Er werd afgetrapt met twee nieuwe songs: het geweldige “Wreck It Like Beckett” en “Kakistocracy”. Vooral die eerste song klonk stevig en als ene habitue. De set bestond, zoals Andy Cairns aan het begin zei, uit deels nieuw en deels oud werk. Wat viel op tegenover de vorige passages? Dat er heel veel nieuw werk passeerde. Het is te zeggen: alle tien de songs op ‘Cleave’ werden gespeeld. Die songs werden goed onthaald maar natuurlijk waren het de hits en de klassiekers zoals “Teethgrinder”, “Trigger Inside”, “Screamager”… die de boel deden ontploffen. De moshpit was een feit alsook het crowdsurfen.
Verder kwam er ook nog een sneer naar Trump en de Brexit voorbij en toonde Cairns zijn bewondering voor Eden Hazard. “Dumbdown” werd geschreven door drummer Cooper en het was toevallig ook nog zijn verjaardag. Andy Cairns nodigde het publiek uit tot het toezingen van “Neil Cooper plays the drums real hard” (of zoiets). Wat massaal werd gedaan en dan mocht hij van Andy een drumsolo geven.
Ook de bassist kreeg zo’n zangstonde en werd door Cairns als de discoking gehuldigd. Na “Potato Junkie” verdwenen ze in de coulissen om onder luid gezang terug te keren voor een uitgebreid bisronde.
Die bisronde begon met een ingetogen versie van “Diane” (duozang en band). Ditmaal niet de gebruikelijke snelle versie. Dan werd de zaal plat gespeeld met zes songs: “Save Me From The Ordinary”, “Callow”, “Stories”, “Nowhere”, “Knives” en “Success? Success is survival”.
Zoals steeds was Cairns de dankbaarheid zelve tegenover het publiek maar van hem lijken we dat te pikken. We geloven hem graag als hij zegt dat het dankzij ons is dat ze nog steeds deze fantastische job mogen doen.

Therapy? bracht geen best-of concert maar veel nieuw werk waar ze zelf , denk ik, ook hard in geloven. Ze zeiden zelf dat het een heel goed album was. En toch zeker vijf songs staan meer dan hun mannetje tussen het oude materiaal. Ik denk dan aan “Wreck It Like Beckett”, “No Sunshine”, “Success? Success is Survival”, “Expelled” en “Save Me From The Ordinary”. Er waait een nieuwe wind in Therapy? ondanks dat ze als vanouds klinken.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Uriah Heep

Uriah Heep – gesprek met Mick Box nav nieuwe plaat ‘Living the dream’

Geschreven door

Uriah Heep –gesprek met Mick Box nav nieuwe plaat ‘Living the dream’

1. Hallo, gefeliciteerd met je 25e album. Ik moet zeggen dat ‘Living The Dream’ geïnspireerd en fris klinkt. Wat is het geheim daarvoor?

We hebben nog steeds een passie voor onze muziek, die we altijd hebben gehad. We namen het album allemaal op in de studio en speelden samen als een band en dat alleen al geeft het een fris en geïnspireerd gevoel, en onze producer Jay Ruston heeft dit perfect vastgelegd.

2. Waar kreeg je de inspiratie voor "Living the dream"?
Phil Lanzon, onze klavierspeler, begon met het schrijven van de liedjes nadat de besprekingen waren begonnen over het opnemen van het nieuwe album. Zowel Phil als ik zijn natuurlijke schrijvers en het is iets wat we dagelijks doen, hetzij het schrijven van een riff, een akkoordsequentie, een titel, een melodie of zelfs een couplet. Zelfs als het niet voor Heep is, doen we dit nog steeds zoals het in ons creatieve bloed zit om dit te doen. Wanneer de beslissing komt voor een nieuw album ontmoet ik Phil meestal bij hem thuis, en zet ik al mijn ideeën op tafel, en Phil ook. Daarna spitten we door de ideeën die ons prikkelen, en we beginnen ze te ontwikkelen. Aangezien Phil en ik erg op elkaar zijn afgestemd, passen sommige van mijn muzikale riffs en akkoorden soms onmiddellijk in sommige ideeën van Phil en ook andersom. We werken heel snel, ook hierin zijn we erg gedreven mensen, en we hebben een goede werkethiek bij het schrijven van nummers. Meestal worden alle muziek en melodieën geschreven en daarna beginnen we met het schrijven van de songtekst. We nemen tekstschrijven zeer serieus en we vertellen graag een verhaal.

3. Heb je nooit het gevoel dat alles wordt gezegd en gedaan met Uriah Heep?
Nooit daarom brengen we nog steeds nieuwe albums uit.

4. Waar staat de titel voor?
Zowel fans als vrienden zeggen ons vaak dat we door te doen wat we doen een droom waarmaken en ik ben het daar volledig mee eens, omdat we iets doen waar we een passie voor hebben.

5. Hoe ontstonden de liedjes? Zijn er liedjes die een speciale betekenis voor je hebben? Kun je wat korte uitleg geven over de liedjes?
Het eerste nummer “Grazed by Heaven” gaat over seksuele spanning, “Living the Dream” spreekt voor zich, “Take Away My Soul”, gaat over het misbruik van mediasites om terug te gaan naar de partner die je nog hebt, “Knocking at my Door”, gaat over een man die zijn verstand verliest', “Rocks in the Road” heeft een positieve boodschap dat iedereen op een bepaald moment in zijn leven een steen in de weg tegenkomt, maar gelovig en trouw aan jezelf gekoppeld aan positiviteit kom je toch altijd aan de andere kant, “Waters Flowing” gaat over een man die op zijn gitaar speelt aan de rand van het water en een menigte aantrekt maar op een dag vermist raakt, “It's All Been Said” gaat over wat er in de kranten staat, “Goodbye to innocence”, gaat over de lol van de schooljongen', “Fall Under Your Spell”, gaat over één blik in een drukke kamer en je kruist je ogen met iemand waarvan je weet dat het zal leiden tot zoveel meer, en “Dreams of Yesteryear”, is een reflectie op hoe mensen gedachten vasthouden die eerder in hun leven plaatsvonden en het geeft hen nog steeds een gloed en een goed gevoel dat hen helpt in de moeilijke tijden die ze nu hebben.

7. De band gaat 61 landen doen om het album te promoten. Zwaar? Hoe bereid je je voor op zo'n evenement?
Nou, je moet fit blijven en je dieet volgen voor de eisen van de tour. We willen graag een zeer hoge consistentie hebben in hoe we elke avond spelen, waarbij we 100% geven voor elke uitvoering.

8. Heeft de band nog steeds een aantal dromen te bereiken?
Het zijn dromen die je stimuleren om betere nummers te schrijven en geweldige concerten over de hele wereld te spelen. Er is altijd ruimte voor verbetering en ontwikkeling en zeker dromen.

9. De muziekbussiness heeft in al die jaren veel veranderd. Op welke manier heeft dit invloed op uw manier van werken?
Op te veel manieren om hierop te antwoorden in dit interview vrees ik. Sommige veranderingen zijn goed en anderen zijn slecht, maar met de veranderingen die we hebben gehad proberen we de kansen die we krijgen te omarmen en zo onze eigen niche te vinden.

10. Uriah Heep bestaat bijna een halve eeuw. Zijn er plannen om te vieren?
Natuurlijk zijn die er, en wat een trots moment zal dat zijn. Ons eerste album werd uitgebracht in 1970, dus we kijken uit naar die vieringen die beginnen in 2020. Op dit moment nu zijn we ondergedompeld in de promotie van ons nieuwe album, maar onderweg zullen ideeën voor 2020 zeker worden besproken en ontwikkeld.

11. Je kunt uit veel nummers kiezen om een ​​setlist te maken. Moeilijk?
Er zijn bepaalde nummers die we moeten spelen en mensen die naar de shows komen verwachten dat. Dit is geen probleem voor Heep omdat we trots zijn op die muziek, dus we zullen de favorieten naast tracks van LTD spelen en we zullen ook een aantal oudere nummers opnieuw bezoeken die we al een tijdje niet hebben gespeeld.

Uriah Heep zal in november in Brussel spelen.
Bedankt en veel geluk! 'Thanks’
Mick Box URIAH HEEP

Low

Low - Radicale plaat krijgt live de vertrouwde Low-sound.

Geschreven door

De Botanique mocht de loketten sluiten voor het Amerikaanse trio Low, dat altijd immens populair geweest is in België in de 25 jaar dat ze al bezig zijn. Voor hun twaalfde album, 'Double Negative' trokken ze naar de studio van Bon Iver, en werkten ze samen met BJ Burton, de producer van Bon Iver’s overambitieuze en grotendeels (mislukte) plaat ‘22, a million’, dat onterecht met ‘Kid A’ van Radiohead vergeleken wordt, maar zich compleet verliest in vocoder effecten en verre van baanbrekende elektronica. Je kan dus stellen dat Low met deze producer het risico niet uit de weg gaat: ‘Double Negative’ is een radicale plaat die de gemiddelde fan zwaar op de proef zal stellen: overstuurde elektronica en verknipte stemmen bepalen volledig de sound, die wel nog altijd de slowcore-filosofie aanhoudt: de nummers ontwikkelen zich traag maar gestadig. Vele critici bejubelen de nieuwe plaat, maar menig gitaarliefhebber zal afhaken. Wij hebben nog geen verdict klaar, daarom gingen we ook naar de Botanique.

Low speelde vanavond hoofdzakelijk nummers uit de nieuwe plaat, maar verrassend genoeg bleef de elektronica volledig afwezig: we kregen dus de bekende Low-sound: de brokkelige gitaar van Alan Sparhawk, het zachte geroffel van Mimi Parker en de functionele bas van Steve Garrington en vooral de hemelse samenzang van Sparhawk en Parker.
Op deze manier bewees Low dat hun nieuwe nummers uitgekleed overeind blijven, en kon je ook beter de teksten verstaan. Die zijn zoals altijd uiterst minimaal, maar trefzeker, met Bijbelse referenties met een donkere twist. De gitaarfreaks werden getrakteerd op een minutenlange drone en een mantra “One more reason to forget” in “Do you know how to waltz?”, waar ze Sonic Youth-gewijs uiteindelijk uit het bos van geluid opdoken en je een catharsis door het publiek voelde gaan.
Opvolgen deden ze met “Lazy” uit hun debuut, en we kregen zelf een heuse gitaarsolo in “Always trying to work it out”. Kippenvel kregen we bij het uitgebeende “Nothing but heart” waarin de stemmen van Sparhawk en Parker snikkend samensmolten. “Holy Ghost” openbaarde zich als een moderne countryklassieker.
Low nam uitgebreid de tijd , in totaal klokten we af op een uur en drie kwartier, de band speelt graag in de Botanique, dat vertelden ze ons. De gitaaruitbarstingen van “Dinosaur act” of “Monkey” moesten we ditmaal missen, maar gelukkig biste de band met het magistrale “Murderer”.

Low speelde een sterk concert. Sparhawk en Parker beheersen hun minimalisme tot in de puntjes, ze durven het aan nummers in te zetten puur op zang, en weten hoe ze het publiek muisstil krijgen door net stiller te gaan spelen. De gitaarliefhebbers keerden gerustgesteld en tevreden huiswaarts, de moeilijke elektronica van de plaat bleef achterwege.

Organisatie: Botanique, Brussel

Ash Of Ashes

Down The White Waters

Geschreven door

Ash of Ashes is het Duitse eenmansproject rond multi-instrumentalist en vocalist Markus Skroch (Skaldir) die zijn sporen heeft verdiend binnen heel wat andere projecten. Op een rijtje: Abscession, ex-Aphelion, ex-Cascade, ex-Hel, Claret, Elane, ex-Depression (live). De man brengt al die jaren ervaring samen in een eigenzinnig project rond de naam Ash Of Ashes. Een epische plaat omgeven door walmen van epic en pagan tot Folk metal invloeden. Down the White Waters kwam uit in eigen beheer. En laat een muzikant en vocalist zien die weet waar hij mee bezig is.
De virtuositeit en uitzonderlijke klasse loeien al bij de eerste song door de boxen. “Down the white Waters” is zo een typische pagan/epic metal song waarbij een donker en dreigend doom sfeertje wordt geschapen. Er valt totaal geen speld tussen te krijgen, we horen sprankelende riffs die klieven als bijlen. Bulderende tot heldere vocalen, worden gewoon door elkaar geschud alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Meermaals valt ons op dat Markus dus niet alleen een tovenaar met riffs en andere muziekinstrumenten is. Ook beschikt hij over een heel uiteenlopend stembereik. Geen wonder dat al die bands hem zo graag binnen halen.
Luister maar naar spetterende parels als “Flames on the Horizon”, “Ash to Ash”, “Sea of Stones” tot “In Chains (the lay of Wayland)”. Een voor één songs die aanvoelen alsof hier een volledige band staat te spelen.
Dat de man dit quasi op zijn eentje teweeg brengt dit hoogstaande epic metal pareltje? Het mag een wonder genoemd worden. Vooral de veelzijdige aanpak, waarmee Markus vuurpijl na vuurpijl afschiet is een streling voor het oor en het hart. Zonder meer bewijst de man hier meermaals uit het goed hout gesneden te zijn. Dat wisten we al door zijn medewerking aan andere projecten, met dit solo project voelt hij zich echter een vis in het water en kan rustig zijn eigen gang gaan. Daardoor gaan bij elke song alle registers open, wordt de lat heel hoog gelegd en niets aan het toeval overgelaten. Keer op keer weet Ash of Ashes ons daarbij aangenaam te verrassen.
Besluit: Je voelt aan dat Ash of Ashes dit project gebruikt als zijn eigen speeltuin, waar hij zich compleet kan uitleven. Dat zorgt voor een meesterlijke plaat, die perfect in elkaar steekt. Waar ook het spelplezier uitspat – wat erg belangrijk is – kan Markus volop en volledig experimenteren. Folk en pagan elementen worden door elkaar gegooid en overgoten met allerlei sausjes. Dit zorgt gelukkig niet voor al te veel chaos die overheerst. Maar voor een goed in elkaar gestoken totaalpakket, waar de puzzelstukken perfect in elkaar passen, wat getuigt van pure klasse.
Hier is een grootmeester aan het werk, die het perfecte schilderij aflevert zoals alleen meesters in hun vak dat kunnen.
Tracklist:
1.         Down the White Waters        05:26
2.         Flames on the Horizon           05:32
3.         Ash to Ash     04:50
4.         Sea of Stones 05:11
5.         Springar          01:57
6.         Seven Winters Long (The Lay of Wayland)             04:04
7.         In Chains (The Lay of Wayland)       04:43
8.         The Queen's Lament (The Lay of Wayland)             04:18
9.         Chambers of Stone (The Lay of Wayland)   04:36
10.       Outro 01:17

Epic Metal/Pagan
Down The White Waters
Ash Of Ashes

Pagina 367 van 966