logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
giaa_kavka_zapp...

Jessie Ware

Jessie Ware – Een geboren performer aan het werk

Geschreven door

Jessie Ware – Een geboren performer aan het werk
Jessie Ware + Ivy Falls
Ancienne Belgique
Brussel
2018-03-14
Mark Van Mullem

De zaal was dan wel officieel niet uitverkocht, woensdag 14 maart 2018, we durven er bijna gif op  innemen dat dat wel het geval was tegen dat het Britse fenomeen Jessie Ware aan haar set begon voor een behoorlijk tjokvolle AB, waarbij mensen ook op de trappen van de tribunes zaten. Neem ons nu niet op onze woorden wat dat gif betreft, maar het was alleszins gezellig druk woensdagavond.

Wanneer het Gentse Ivy Falls aan hun set begon, was er toch al redelijk wat volk opgedaagd in de AB. Nog voor we kans kregen ons te ergeren aan die paar praters in de zaal, werden die automatisch de mond gesnoerd wanneer de fragiele en wonderlijke stem van Fien Deman door de zaal klonk. Jawel, het gepraat stokte. Faut le faire! Met hun heerlijke atmosferische elektronische droom- en fluisterpop, of ook triphop, wist Ivy Falls dan ook te overtuigen en bekoren, woensdagavond in de AB. De knappe muzikale blend van ondermeer Elisa Waut, Björk, Paatos of ook Lamb en natuurlijk het zalvend mooie stemgeluid van Fien Deman zorgden er zeker voor dat de fan base na woensdag vergroot werd. Nadat de geniale single Twelve op ons werd losgelaten, als laatste snoepje in de set, dankte Deman het publiek uitdrukkelijk voor het aandachtig luisteren, al had ze dat natuurlijk volledig zelf afgedwongen.
 
Stipt negen uur. De laatste noten van Running Up That Hill, die fenomenale eighties hit van Kate Bush die we integraal cadeau kregen, verstomden. Terwijl klaar en duidelijk naam en titel Jessie Ware en ‘Glasshousing’ geprojecteerd werd, had Wares band al discreet plaatsgenomen achter een lang wit scherm, later bleek dat de muzikanten ook volledig in het wit gehuld waren, net als Jessie Ware zelf trouwens. De Londense zangers wandelde onder luid applaus het podium op om meteen te imponeren met een heel erg knappe, ei zo na a capella-versie van “Sam”. Of hoe de Britse haar sterke vocale kunnen meteen etaleerde. En die vocale kwaliteiten en capaciteiten bleven op hoog niveau tijdens de rest van de set.

Ware had haar show verdeeld in verschillende stukken zoals “Exposition”, “Climax”, “Dénouement”  respectievelijk ‘Acts I’, ‘II’ en ‘III’, de toegiften zaten vervat in ‘Act IV: Encores’. Tijdens de volledige eerste act stond Wares begeleidingsband keurig 'verstopt' achter de (doorzichtige) schermen, met alle spots op Ware. Zo leek het wel of de zangeres er moederziel alleen stond. We vroegen ons af of ze haar band tijdens de hele show zou 'wegstoppen' maar bij aanvang van ‘Act II: Climax’ gingen  de bewuste schermen dan toch weg, al bleef de band op de achtergrond op hun eigen mini-podiumpje, terwijl de zangeres voortschreedt en zuinig danste over het voor haar dan ogenschijnlijk veel te grote podium.
Het jongste album ‘Glasshouse’ was goed vertegenwoordigd in de set, met behalve het eerder vermelde “Sam” ook “Last of the True Believers”, “Thinking About You”, dat de zangeres voor en over haar dochtertje schreef, het up tempo “Your Domino” en “Selfish Love” alsook “No To Love”, twee van onze favorieten die ons zonder veel overdrijven stilistisch en muzikaal alsook qua sfeer een beetje deden denken aan zowel Grace Jones als Sade. Maar bij Ware is het dan net ietsje te veel geregisseerd en afgelikt. Niet dat wij ons nog illusies maken dat er bij diva Jones nog veel échte spontaniteit aan te pas komt.
“Vermaken jullie je een beetje, Brussel? Ik weet het nooit zeker want jullie luisteren altijd zo aandachtig en dat vind ik fantastisch” wou Ware kwijt aan het AB-publiek. Toen ze wat later vroeg om mee te zingen, was dat geen enkel probleem. De jonge meisjes achter ons besloten vervolgens om net dat ietsje meer te doen en vanaf dan van elk liedje alle woorden mee te schreeuwen. Bij hits als “Say You Love Me”, “Tough Love” of ook “Running” dat al vrij vroeg in de set zat, ging dat als vanzelf.

We stelden vast dat de Britse zangeres een geboren performer is en dat ze die prachtige stem een hele show mooi kan aanhouden. De tongue-in-cheek-popdeuntjes konden ons evenwel niet allemaal bekoren, ook omdat niet alle liedjes even sterk zijn. Soms klonk de muziek ook wat te gladjes en gefabriceerd, te braaf ook, waarop je je afvroeg wat die live-band, die dan ook (letterlijk) nog es flink naar de achtergrond geplaatst werd, daar eigenlijk stond te doen. We dachten dat er op elk moment een vette soulfunk groove kon aankomen, of iets in die orde... maar dan hadden we ons vergist.
Maar dat hier een groot vocaal talent op de planken stond, is wel duidelijk. Nu nog wat meer van die liedjes die er echt uitspringen en een iets meer levendige begeleidingsband, Jessie! Of minder bling bling en show en nog meer muzikaliteit.

Ism Luminousdash.com http://www.luminousdash.com

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/jessie-ware-14-03-2018/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/ivy-falls-14-03-2018/

Organisatie: Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel

BBC Planet Earth II live in concert

BBC Planet Earth II live in concert – Ode aan Moeder Aarde en diens wonderlijke schepsels



Dat’Planet Earth II’, de documentairereeks van BBC over buitengewone natuurfenomenen, ook in ons land een enorm succes werd, mag niet verbazen. Gedurende meer dan drie jaar verzamelden de makers beelden in een 40-tal verschillende landen. Fans van het eerste uur die houden van een streepje meerwaardemuziek moesten woensdag 14 maart in de Lotto Arena zijn: de beste beelden van de bekroonde documentaire werden er immers getoond op groot scherm, begeleid door live muziek van het Praags Filharmonisch Orkest.

Planet Earth II Live in Concert  was een niet te missen totaalervaring want de hoge verwachtingen werden absoluut ingelost. De muziek, bedacht door  Oscarwinnend filmcomponist Hans Zimmer (‘The Lion King’, ‘Gladiator’, ‘inception’, ‘12 years a slave’) met mede-componisten Jacob Shea en Jasha Klebe, zorgde voor een extra dimensie, die van de eerste seconde voor kippenvel zorgde. Een 80-tal uitmuntende muzikanten voerden deze verrassend frisse compositie uit onder leiding van dirigent Matthew Freeman.
Naast de muziek was ook het beeld van een bijzonder hoge kwaliteit en door de gigantische omvang ervan, gaf het oog in oog staan met een hongerige Kalahari-leeuw of een roepende Indri toch net een andere dimensie aan de al eerder vertoonde beelden. De toeschouwers lieten zich meevoeren naar exotische eilanden, dorre woestijnvlaktes en mangrovewouden, maar ook naar metropolen en Europese (Vlaamse?) velden, waar het leven van de dwergmuis nooit eerder zo dichtbij in beeld werd gebracht. De meeslepende muziek, die voortdurend in interactie trad met de beelden, leverde vaak ontroerende, maar nu en dan ook hilarische momenten op.
Onze eigenste natuurgoeroe Dirk Draulans voorzag de beelden van tekst en uitleg maar het moet gezegd, hij kon bijlange niet aan de goddelijke Sir David Attenborough tippen. Gelukkig spraken de beelden voor zich. Zo gleed er een zucht van verlichting door de zaal wanneer (de inmiddels legendarisch geworden) beelden getoond werden van een babyzeeleguaan die ternauwernood aan een slangenwurggreep ontsnapte en werd er medelevend gereageerd toen een ijverige luiaard de verleidingskreten van een vrouwtje volgde om dan vast te stellen dat een rivaal hem net voor was. Een collectief lachsalvo brak dan weer uit toen een bruine beer zich al dansend tegen een boomstam ontdeed van jeukende parasieten.

‘Planet Earth II Live in Concert’ was een ware ode aan Moeder Aarde en haar wonderlijke schepsels in een wereld van verandering. Hopelijk kunnen we in de toekomst nog van dergelijke spektakels genieten. Uiteraard hangt dit in eerste plaats af van de richting waarin we onze planeet sturen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/bbc-planet-earth-ii-14-03-2018/
Organisatie: Greenhouse Talent

 

Parkway Drive

Parkway Drive – ‘Heerlijk intiem, heerlijk hard’

Geschreven door

Parkway Drive – ‘Heerlijk intiem, heerlijk hard’
Parkway Drive
Ancienne Belgique (AB Club)
Brussel
2018-03-13
Louis Follebout

Het waren een goeie paar weken voor fans van Parkway Drive. In twee weken tijd releasede de band 2 nieuwe singles én maakten ze bekend dat er een nieuw studioalbum aan zit te komen dat op 4 mei het daglicht zal zien. Als kers op de taart streek de band neer in Brussel voor een clubshow met 250 gelukkigen.

Beginnen doen we die avond met Polar, een Britse metalcore band. Meteen een stevige binnenkomer met “Blood for blood”. Het duurt letterlijk 10 seconden eer de eerste pits geopend worden. Het is duidelijk dat er een paar grote fans in de zaal zitten. Met gebalde vuisten worden de agressieve lyrics meegebruld. Als een herder bespeelt frontman Adam Woodfort het publiek en zet de zaal naar zijn hand. Circle – en moshpits worden prachtig georkestreerd en zijn stevig. Het is duidelijk dat we hier niet ongeschonden gaan uitkomen. Polar zet een zeer stevige set neer met als extra aandachtpuntje de ruwe vocals. Het is zelden dat livevocals even sterk en juist klinken als op een album, maar Polar krijgt dit zonder enige moeite voor elkaar. Publiek opgewarmd, kelen gesmeerd en kleren uitgespeeld, de volgende gang mag komen!

‘I spoke a vow today and asked if God would come and play’. Dit zijn de eerste woorden van het nieuw nummer “Wishing Wells” en tegelijk ook de opener van het optreden. Het was duidelijk dat de fans gestudeerd hadden op de lyrics, want vanaf seconde 1 zong het publiek even luid mee als de band zelf. Bij  de eerste breakdown brult het publiek harder dan ooit te voren en de glimlach op het gezicht van frontman Winston bewees dat hij dit niet verwachtte. De volledige zaal, en ja ik bedoel echt de volledige zaal, veranderde in een kolkende massa van ellebogen en rondzwierend haar. Na de benjamin uit hun arsenaal gespeeld te hebben, krijgen we de publieklieveling “Carrion” naar ons hoofd gesmeten. Zoals verwacht gaat Parkway Drive hard. Harder dan ooit te tevoren. Het voelde als een throwback naar de jonge jaren van de band. Kleine venue, stagedivers op het podium en ondertussen bandleden een schouderklopje geven, zowel publiek als band genoot ten volle teuge.
Zelf “The void”, een nummer dat 6 uur eerder uitkwam was geen onbekende. Het is de tweede single van het komende album ‘Reverence’. Het nummer werd online geprezen, maar ook afgebroken. Het zou niet meer hetzelfde zijn als de oude Parkway Drive en te soft zijn. Wel, ik kan u verzekeren, het nummer staat als een rots tussen de klassiekers “Idols & anchors” en “Wild Eyes”.
Om deze avond extra speciaal te maken, haalde de band wat oude nummers uit hun bestofte trukendoos. Nummers als “Breaking point” en “Dead mans chest”,  naar Winston’s eigen zeggen niet zo populair, konden rekenen op een stevige onderbouw van het publiek en zo werden zelf de minder bekende songs een heel groot feest.

Het is overduidelijk dat de band geniet van een clubshow als deze. Festivals en arena’s spelen is de grote droom, maar dit is waarvoor ze het doen. Contact met hun fans, highfives geven aan de eerste rij, stagedivers recht helpen en zelf happy birthday zingen voor een jarige job. Op een avond als deze kan je het jezelf permitteren van niet af te sluiten met een publiekslieveling, maar met de titeltrack van je eerste album. ‘Horizon’ is het laatste nummer voor de encore en dit werd zeer sterk geapreccieerd. Lang geleden dat we dit nog eens live zagen.
Natuurlijk kunnen ze de avond niet afsluiten zonder de ondertussen klassiekers “Crushed” en “Bottomfeeder”. Afkomstig van het laatste album ‘IRE’, maar , mijn god,  zijn dit al classic PWD-nummers geworden. Onder luid applaus, gefluit, geroep en ik vermoed een klein beetje gehuil ook, verlaten de Aussies het podium. Het einde van een zeer intense avond. Een avond om niet snel te vergeten.

Nog een laatste noot die echt vermeld moet worden. Na het optreden stroomde de meute, mezelf incluis, als uitgedroogde straathonden naar de bar om onze dorst te laven. Zotter dan dit wordt het niet dacht ik, terwijl ik even naar het podium kijk. Het podium staat ondertussen bomvol met fans die rond 1 persoon zwermen. Frontman Winston komt het podium terug op om alle fans te bedanken en met iedereen die wil op de foto te staan.
Dit is Parkway Drive ten top. Geen VIP-paketten, geen golden circle, geen gedoe. De dankbaarheid stroomt van zijn gezicht wanneer hij voor de 48ste keer hoort ‘Great show man’ en dit is wat van Parkway Drive een van de grootste metalcore bands van het moment maakt.

Setlist Polar:
Blood For BloodDestroy - Glass CutterDownfallBreathe - Black days - Tidal Waves
Setlist Parkway drive: Wishing WellsCarrionBoneyardsVice - Idols And Anchors - Romance is dead - The Void - Wild eyes - Breaking Point - Dead mans ChestDedicatedHorizonsCrushed - Bottom Feeder

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Wet Dreams (Norway)

Cartridge Belt (EP)

Geschreven door

De Noor Sebastian Ulstad Olsen is een druk baasje. Behalve zijn hoofdjob, zingen en gitaar spelen bij de poppunkers van Death By Unga Buna, heeft hij sinds kort nog een zijproject. Geholpen door leden van FOAAAM en Warp Riders startte hij Wet Dreams. Met die band verkent hij de grenzen van de typisch Amerikaanse hardrock en punk.
De eerste single - met drie nummers die in niet meer dan een paar uur geschreven en opgenomen werden - is een mooie staalkaart van het idee dat Ulstad Olsen najaagt. “I Can Fly” begint zo furieus als The Hives van vroeger, om dan halverwege de experimentele en spacey-psychedelische toer op te gaan. “Cartridge Belt” had een nummer van The Ramones kunnen zijn, zo dicht komen ze bij hun geluid. Veel energie en veel snelheid. “Wizzard Staffing” gaat ten slotte meer in de richting van de sixties-gitaarpop en klokt af op minder dan 2 minuten.
Deze eerste worp van Wet Dreams laat horen dat ook jonge mensen nog wel oog en oor hebben voor de roots van punk en hardrock. Je kan ze zo naast onze eigen Sons (van de Nieuwe Lichting van Stubru) zetten.

Joan Baez

Whistle Down The Wind

Geschreven door

‘Whistle Down The Wind’ is het eerste studio-album sinds ‘Day After Tomorrow’ uit 2008 van de legendarische Amerikaanse folkzangeres, songwriter en activiste Joan Baez. Ze heeft aangekondigd dat dit tevens haar laatste album is. Bij het album hoort ook een afscheidstournee die haar twee maal naar België brengt.
Op 77-jarige leeftijd en na meer dan 50 jaar in de business is het tijd voor rust en warmte in het hart van Baez. Ze heeft lang genoeg op de barricaden gestaan en dit album mag ook nog eens gewoon in het teken van de muziek staan. Het afscheidsalbum werd geproduceerd door Joe Henry en bevat covers van Tom Waits (twee), Josh Ritter, Anohni, Joe Henry, Mary Chapin Carpenter, Zoe Mulford, Eliza Gilkyson, Tim Eriksen en Richard Thompson.
Producer Henry schildert spaarzaam met akoestische instrumenten rond die kenmerkende stem. Het zijn allemaal warme, helende klanken met o.a. borsteldrums en piano.
De tijd heeft duidelijk sporen nagelaten op de stem van Baez, maar dat voegt eigenlijk nog iets toe aan het geheel. Het maakt dat je als luisteraar uitkijkt naar elk woord. De teksten zijn voor Baez duidelijk belangrijker dan haar eigen vocale prestatie, ook al roept niet elke song op tot revolutie. Die revolutie is Baez wel nooit ontgroeid.
Het moet Baez zwaar vallen om onder Donald Trump afscheid te moeten nemen van haar publiek. Liever dan hem rechtstreeks aan te vallen, geeft ze op ‘Whistle Down The Wind’ nieuwe zuurstof aan de oude idealen waar ze al die tijd voor gevochten heeft.
“I am the last leaf on the tree” (uit “Last Leaf”) vat het mooi samen.

Hollywood Burns

Invaders

Geschreven door

Voor wie heimwee heeft naar de soundtracks bij films als Top Gun, Ghostbusters, Fame of Flashdance kunnen we ‘Invaders’ van Hollywood Burns aanbevelen. Dit project van Parijzenaar Emeric Levardon recycleert de meest verguisde elementen uit de cinematografische disco met synthwave en eurodance. Het is onvoorwaardelijk dansbaar, bijzonder aanstekelijk en het klinkt alsof je de hele tijd op een ‘foute’ party staat.
Zelf zegt hij de mosterd te halen bij films als ‘Psycho’ en ‘Alien’, maar creepy wordt het nergens. Voor wie op zijn Facebookpagina zegt dat hij Dimmu Borgir goed vindt, had het allemaal wat extremer mogen klinken. Dan klinkt dit toch eerder als Harold Faltermeyer, Jean-Michel Jarre, John Williams of Giorgio Moroder.
Een beetje jammer dat hij voor zijn retro-elektro bijna nergens afwijkt van zijn standaard-formule. Zo zijn bijna alle tracks instrumentaal, behalve “Came To Annihilate” (met een stemvervormer die weinig heel laat van de vocalen) en een sample van een stem op “Revenge Of The Black Saucers”.  De enige echt als dusdanig herkenbare vocale bijdrage staat op “Survivor”, meteen ook de beste track van dit album. Het niet-echt overtuigende Engels nemen we er dan graag bij.
Een paar gastzangers of zangeressen had dit project naar een veel hoger niveau kunnen tillen. Of een of andere metalgitarist die een stevige solo komt geven. Levardon kent zijn klassiekers en zijn formule om die te recycleren tot iets nieuws is buitengewoon efficiënt. Maar zonder goede vocalen blijft het wat hangen in vrijblijvend slaapkamergeknutsel.
Voor fans van Perturbator en Dan Terminus en voor fans van soundtracks uit de jaren ’70 en ’80.
https://www.youtube.com/watch?v=fR4sOLWlJ_Y&feature=youtu.be

Tommy Stewart’s Dyerwulf

Shadow In The Well (EP)

Geschreven door

De oudere metalheads kennen Tommy Stewart misschien nog van Hallows Eve, de Amerikaanse thrashband die in de jaren ’80 o.m. Drie albums uitbracht op Metal Blade Records. Sindsdien gaat het Stewart minder voor de wind.
Met Tommy Stewart’s Dyerwulf zit de Amerikaan ook op een ander spoor dan dat van de thrash. Dit startte als eenmansproject, maar werd na de eerste release aangevuld met drummer Eric Vogt van Armed Chaos. De single “Shadow In The Well” is de voorbode van het tweede album van Tommy Stewart’s Dyerwulf, dat pas in november zal uitgebracht worden. Het duo brengt hierop slepende doom met cleane vocalen. Het ritme van drum en bas heeft het iets van postmetal, al had het ook stoner of sludge kunnen zijn, maar de vocalen en gitaren duwen het toch een andere richting uit, meer naar het atmosferische.
Ook best te genieten voor wie niet elke dag een plak doom tussen zijn boterhammen legt.
https://tommystewartsdyerwulf.bandcamp.com/

 

 

Buffalo Tom

Quiet And Peace

Geschreven door

‘Quiet And Peace” is niet meteen een geruststellende titel voor de fans van het oudere werk van Buffalo Tom. In de jaren ’90 werd de Amerikaanse alternatieve rockband bij de grunge gerekend dankzij luide gitaren en hoog oplopende passie. Denk aan “I’m Allowed” of  “Taillights Fade” en je denkt niet meteen aan rust en vrede.
Buffalo Tom vierde vorig jaar de 25ste verjaardag van hun doorbraakalbum ‘Let Me Come Over’ en speelde dat album tijdens een uitverkochte show in de AB in Brussel.
Voor ze dat doorbraakalbum integraal brachten, was er een opwarmronde met hun andere hits en met één nieuw nummer. “Freckles” (sproeten) kon zich toen maar met moeite staande houden tussen oudjes als “Sodajerk”, “Tree House” en “Summer”. Het nummer ademde uit elke porie onschuld en heeft geen scherp randje, geen ‘sense of urgency’ en geen volledig opengedraaide versterker die de emotie nog wat dieper in je onderbuik duwt. Het kabbelde rustig voorbij. Je kon tijdens “Freckles” makkelijk naar de toog achter de volgende pintjes zonder het gevoel te hebben dat je iets van de show had gemist. Niet echt een nummer dus om de fans met veel vertrouwen te laten uitkijken naar het nieuwe album.
Toch is dat nieuwe album een sterk Buffalo Tom-album. Niet alleen omdat “Freckles” nog flink opgeruwd werd, maar vooral omdat er voldoende betere songs staan op “Quiet And Peace”.

De eerste tracks, “All Be Gone” en “Overtime”, zijn gewoon degelijk en herkenbaar, maar blinken nog niet uit. De passie en het drama zijn grotendeels weg, maar er is vakmanschap voor in de plaats gekomen. Op een aantal tracks mag bassist Chris Colbourn de leadvocals voor zijn rekening nemen. Dat doen ze al langer. Zo kan Janovitz tijdens optredens zijn stem wat laten rusten. Op een album klinkt het toch wat smooth en doorsnee en mis je de grove korrel van Bill Janovitz. Het maakt dat “Roman Cars” en “See High The Hemlock Grows” niet helemaal hun potentieel benutten. Nog dieper zinkt de band weg op het melige “Only Living Boy In New York”, een op Simon & Garfunkel-leest geschoeide samenzang van Janovitz en Colbourn. Maar dat is maar een schoonheidsfoutje. Als ze dat nummer live brengen, weten we dat het moment is om de volgende pintjes te gaan halen.
Waar zijn dan al die goede songs op ‘Quiet And Peace’? Grofweg vanaf de tweede helft van het album slaat de slinger in de juiste richting. “In The Ice” en “Least We Can Do” zijn gewoon heel degelijke songs in de traditie van de vroege REM en Replacements. Stevig rocken als in de jaren ’90 doet Buffalo Tom op “Little Sister (Why So Tired)” en op het vurige “The Seeker”. “Slow Down” is ten slotte het beste nummer op het album. Het had 26 jaar geleden niet misstaan op ‘Let Me Come Over’.
Buffalo Tom komt deze zomer naar het Cactusfestival in Brugge.

Editors

Violence

Geschreven door

We weten dat de Editors meteen al een grote fanbase wisten te verzamelen met hun debuut ‘The Back Room’. Een album dat postpunk, donkere indierock en geweldige songs bevatte. Hun opvolger ‘An End Has A Start’  maakte hun succes nog wat groter met singles als “Smokers Outside the Hospital Door”. Hun derde album ‘In The Light and On This Evening’ brak met de postpunk en bevatte, naast een kleurrijke hoes, veel electro. Het werd op gemengde gevoelens onthaald door de fans van het eerste uur maar het bevatte wel de geweldige single “Papillon”. Het succes bleef dus nog groeien, ze speelden op grote festivals en verkochten de grote zalen uit. Mede door hun uitstekende live reputatie. De liveversie “No Sound But the Wind” werd een gigantisch succes en zo werden de Editors een grote mainstream band die albums maakte waarmee ze meer en meer op de grote podia mikten en verder weg van hun beginjaren lagen. Zo is de band commercieel en muzikaal wat op het niveau van Coldplay gekomen. Je mag het leuk vinden of niet , maar klinken zoals in hun beginjaren gaan ze niet meer doen. Als je daar op wacht mag je afhaken. Nu, wat valt er van hun zesde album te zeggen?
Ook op ‘Violence’ wordt er nogal bombast gebruikt. De single “Magazine” is daar een voorbeeld van. Maar het is wel een degelijke single. Verder wordt er verder gegaan waar ‘In Dreams’ stopte. Het geluid is wat breder geworden en er is subtiel wat moderner geluid ingeslopen. Hier en daar wat verwijzingen naar hedendaagse bands zoals een The War On Drugs. Tom Smith moet gedacht hebben we steken ook wat van hun elementen in de muziek om de jonge massa aan te trekken en up to date te klinken. Wel dat is vanuit dat perspectief zeker en vast gelukt. Hun volgende single “Hallelujah (so low)” is een beetje een gelijkaardige song als “Magazine”. Het presenteren van “No Sound But The Wind” op ‘Violence’ lijkt toch wat op gebrek aan inspiratie te duiden. Het album bevat slechts negen songs waarvan één dus die tien jaar oud is. Geef mij dan maar de openingstrack “Cold”. Een song dat meteen aanspreekt en blijft hangen. En met voldoende elementen om te blijven boeien. Een geschikte single kandidaat. De teksten zijn nog steeds wat donker en zwaar op de hand. Muzikaal proberen ze dit toch wat te ontlopen. Nog een sterke track is de afsluiter “Belong”. Met de nodige strijkers en sentiment maar wel perfect gebracht. Met een mooie synthlijn die doorheen de song loopt. Op “Nothingness” komt de electro naar de voorgrond en kon het een song uit ‘In The Light and on This Evening’ zijn.
Met ‘Violence’ continueren de Editors hun status. Voor wie niet blijven hangen is bij “The Back Room” en voor de gemiddelde muziekluisteraar die zijn gading vooral bij de radio haalt is ‘Violence’ terug een pareltje met vlotte en deskundig gemaakte tracks. Editors bieden net dat beetje meer kwaliteit dan de meeste bands in de ultratop. Wie ‘In Dreams’ en ‘The Weight of Your Love’ goede albums vonden kunnen deze zich blindelings aanschaffen. Ikzelf zal nog eens ‘The Back Room’ boven halen.

Slow Pilot

Gentle Intruder

Geschreven door

Slow Pilot brengt op zijn debuutalbum ‘Gentle Intruder’ dromerige (f)luisterpop met een dikke gouden rand. Denk aan het beste van Tim Finn of Crowded House, aan Dadawaves of aan Hooverphonic  en Fleetwood Mac, maar dan met een fijne, zachte mannenstem. Gesneden koek voor het publiek van Radio 1, Radio 2 en Duyster, mocht Stubru dat programma ooit opnieuw willen invoeren.
Slow Pilot is nog geen klinkende naam bij het grote publiek, maar daar kan binnenkort verandering in komen. De band is opgebouwd rond Pieter Peirsman. Die schuimde een paar jaar de lokale rockrally’s af om dan te ontdekken dat hij toch geen ambitie heeft als rockster. Hij heeft er wel een paar knappe rocksongs aan overgehouden. “Little Boy” stamt uit die periode. Het nummer refereert openlijk naar dEUS ten tijde van ‘Vantage Point’. Dat probeerde zowat elk beginnend bandje dat in die periode, maar in de versie van Slow Pilot lijkt het ook allemaal te kloppen.
Slow Pilot heeft veel tijd en moeite gestoken in de arrangementen en in de integratie van strijkers in zijn dromerige popmuziek. Hoe ze die laagjes aan violen opbouwen doet soms vaag wat denken aan de manier waarop Led Zeppelin daarmee aan de slag ging op pakweg Kashmir. De strijkers geven heel wat songs een extra dimensie. “Parade” zou zonder strijkers een Britpopnummer zonder eigen gezicht zijn. Single “Gentle Intruder” zou nooit zoveel warme weemoed uitstralen zonder die bijna oosterse, melancholische violen.
Dat de nummers van Slow Pilot ook zonder al die toeters en bellen overeind blijven, hoor je in de tweede helft van het album. Dan rijdt deze trage piloot eerder op het baanvak van Pauwel De Meyer en Crowded House, met iets meer aandacht voor de teksten en misschien net iets minder uitgewerkte arrangementen, hoewel. Het blijft wel altijd heel poppy, overgeproduced en radiovriendelijk. Alles is mooi gladgevijld en elke opgenomen seconde werd ingevuld. Elk nummer zou een single kunnen zijn. Alleen het afsluitende “Dance The Night Away” klinkt misschien net iets te donker om bij een breed publiek aan te slaan, maar dan nog is het één van de beste nummers op dit album.
‘Gentle Intruder’ maakt zijn naam helemaal waar. Deze tijdloze popmuziek slaat je niet in één keer knock out, maar sluipt heel gewiekst, op kousenvoeten, binnen in je wereld. Slow Pilot verstaat als geen ander de kunst om luisteraars te laten genieten zonder dat die het zelf beseffen.

Pagina 397 van 965