logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
giaa_kavka_zapp...

King Gizzard & The Lizard Wizard

King Gizzard & The Lizard Wizard - Psychedelische rollercoaster

Geschreven door

Het is geleden van die snikhete dag in juni 2017 dat wij een werkelijk uitzinnig concertje meemaakten van King Gizzard & The Lizard Wizard in een kolkende Kortrijkse Kreun. Toen al bekroonden wij deze krachttoer als concert van het Jaar, tot ene Nick Cave een paar maanden later met een prestatie buiten categorie roet in het eten kwam gooien. Maar King Gizzard is toch maar mooi op nummer 2 gebleven.

Ondertussen is de buitentemperatuur zowat 40 graden lager en heeft King Gizzard al 4 nieuwe platen uitgebracht. Jawel, 4, en we zijn amper 8 maanden verder. Van een productief bandje gesproken, hier kunnen zelfs Ty Segall en John Dwyer niet tegenop.
King Gizzard is hot, de Gentse Vooruit is propvol geladen voor deze Australische freaks en wederom is het een kolkend feestje dat wordt opgefleurd met vermakelijke beelden die baden in een seventies LSD sausje en niet gespaard zijn van de nodige humor.
Wat wij al lang wisten wordt met stip bevestigd, King Gizzard & The Lizard Wizard is één van de meest energieke en opwindende bands van dit moment, is er eigenlijk één rockfestival die naam waardig die hier deze zomer onderuit zal kunnen ?
Het duurt deze keer misschien iets langer dan die fameuze avond in juni om het publiek op te warmen. Is ook niet moeilijk, in Kortrijk was iedereen al haast gesmolten van voor er één noot gespeeld werd, in de Vooruit komt alleman binnen met ijspegels op de neus. Maar eenmaal de trein goed op dreef is, is er geen houden meer aan. Na een hoogst vermakelijke inloopronde met prikkelende pareltjes als onder andere “Rattlesnake”, “Open Water” en “Sleep Drifter” schakelt King Gizzard over op een driftige heavy-metal modus met “Digital Black” en “The Lord Of Lightning”, de strafste kopstoten uit ‘Murder Of The Universe’.
Ondertussen wordt er ook nog eens met branie een dwarsfluit beroerd en komt het hele zootje in een lekkere psychedelische en freaky sfeer terecht. Een  uitgesponnen “Crumbling Castle” is een bekoorlijke en nonchalante trip doorheen de backstage van Woodstock, het is een wandeling in mushroomland die enkele keren plagerig dreigt te stoppen om dan steeds heel fijntjes terug open te breken.
De echte waanzin komt er wanneer King Gizzard & The Lizard Wizard het tempo helemaal in de rooie jaagt met de ophitsende explosieve drieling “Robot Stop”, “Big Fat Wasp” en het fenomenale “Gamma Knife”, drie ophitsende prijsbeestjes uit dat wervelende album ‘Nonagon Infinity’. De toestanden in de zaal moeten hier al helemaal niet meer onderdoen voor dat legendarische bruisende feestje in De Kreun.

Als iedereen buiten adem is dan is de tijd aangekomen voor de Zappateske psychedelica en lome jazz van een bijzonder lang en wonderlijk “The River”, die overheerlijke feelgood song uit ‘Quarters’. Met daaraan gekoppeld nog een prettig gestoord “God Is In The Rhythm” lijkt het wel of The Mothers Of Invention terug zijn opgestaan. Verrukkelijk einde van een alweer geweldige show.

Organisatie: Democrazy, Gent

The BellRays

The Bellrays - Stevige rock met een gouden soulrandje

Geschreven door

Ik weet niet of het ene met het andere te maken heeft maar daags na dit optreden werd ik geveld door een gemene griep waardoor mijn herinneringen aan deze avond soms wat wazig zijn.

Na een eerdere ontmoeting wist ik dat Drums‘n’Guns mijn ding niet is. Maar zie, dit vijftal uit Waregem begon met een brok geïnspireerde postrock die me meteen weer hoop gaf. Helaas keerden de gitaren, vanaf het tweede nummer, hun steven richting (post)metal en leek Sam Dufoor met zijn zwaar aangezette zang en theatrale armbewegingen te solliciteren voor een stek bij een progrockband. Wat het moest voorstellen weet ik niet maar hier had ik geen enkele affiniteit mee. De laatste twee songs klonken dan plots weer melodieuzer en ontdaan van dat botte gitaargeluid zodat het toch nog even mooi werd.

Het echtpaar Lisa Kekaula en Robert Vennum (Riverside, Californië) zag ik reeds talloze keren aan het werk. Meestal als The BellRays maar ook een paar keer gewoon als Bob & Lisa of laatst (2015) in volle glorie samen met een uitgebreide Spaanse band als Lisa & The Lips op Sjock.
Nu was het blijkbaar tijd om The BellRays, acht jaar na de vorige en uitstekende plaat, “Black Lightning”, nieuw leven in te blazen. Onder de deskundige leiding van Jim Diamond werd een nieuwe plaat, “Punk funk rock soul Vol 2” (vol 1 is een EP’tje) opgenomen en daaraan werd ook een tour gekoppeld.
Afgaande op die titel leek er weinig mis te kunnen gaan, toch bleef ik bij de eerste nummers wat met gemengde gevoelens zitten. Het gitaarspel van Vennum klonk wat steriel en balanceerde vervaarlijk tussen harde rock en hardrock waarbij het te vaak het laatste werd. Gelukkig beterde dat gaandeweg, niet in het minst door de ongebreidelde gretigheid van zowel de bassist als de drummer terwijl Vennum zelf ook steeds beter de rock-‘n-roll finesse in de vingers terugvond.
Maar de pijler van de groep is uiteraard Lisa Kekaula, zowat de mooiste stem uit de garagerock. Dit optreden had eigenlijk vorig jaar al moeten doorgaan maar werd toen uitgesteld wegens stemproblemen. Problemen die blijkbaar helemaal van de baan zijn want die stem klonk krachtiger en soulvoller dan ooit en als je ze met iemand wil vergelijken kom je uit bij de allergrootsten zoals Aretha Franklin. Een geboren frontvrouw ook, twijfel over wie de leiding had kon er niet zijn. Toen ze op een gegeven moment van plaats wilde wisselen,  deed ze dat met een teken aan manlief zoals je een hond naar zijn mand verwijst. En een publieksmenner. We werden herhaaldelijk gevraagd om wat meer lawaai te maken (het is hier net een kerk) waarop ze zelfs even tussen het publiek ging lopen om ons aan te moedigen. Hilarisch werd het toen ze tijdens een wat stiller nummer aan twee tetterende dames aan de zijkant vroeg of ze soms de microfoon nodig hadden. Toen er geen reactie kwam volgde een bulderend “Shut up” maar ook dat kon de twee niet uit hun, wellicht diepgaand, gesprek halen.
‘Punk funk rock soul Vol.2’, waaruit alle nummers de revue passeerden is een wat misleidende titel. Rock, vooral rock en een beetje soul hoorden we maar punk of funk? Een blues : “Every chance I get” en wat powerpop : “I can’t hide”, dat wel. Niet alles uit die plaat is even sterk maar tijdens de mindere momenten was er dan nog steeds de immer begeesterende Kekaula. Zelfs tijdens die enkele nummers die ze niet zelf zong , bleef ze prominent aanwezig. Niets uit het verre verleden wel  een drietal songs uit ‘Black lightning’ en eentje uit ‘Hard,sweet and sticky’ (2008). Het was misschien niet de meest originele bis, “Johnny B Goode”, gezongen door Robert Vennum, inclusief poging tot duckwalk, maar dit monument van Chuck Berry gaat er bij mij nog steeds in.

The BellRays, terug van eigenlijk nooit ver weggeweest!

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Claw Boys Claw

It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1

Geschreven door

De Nederlanders van Claw Boys Claw scoorden hun grootste hit in Vlaanderen met “Rosie”. Dat was in 1992. Het waren de hoogdagen van de eigenzinnige Nederlandse gitaarrock met o.a. Fatal Flowers, Julia P. Herscheimer, Daryll-Ann en Bettie Serveert. Daarna ebde de aandacht voor Claw Boys Claw in Vlaanderen langzaam weg. Ondertussen zijn we 26 jaar verder en de band bestaat nog steeds. Peter Te Bos is nog steeds de zanger van de band, John Cameron is nog steeds de gitarist. Drummer Jeroen Kleijn (o.a. Daryll-An, Spinvis) kwam er pas bij in 2013.

Vijf jaar na het bij het Belgische label Play It Again Sam uitgebrachte album ‘Hammer’ komt de iconische Nederlandse band nu met het splinternieuwe album ‘It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1’ bij Butler Records.

'It's Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1' is inmiddels de twaalfde langspeler van de band. Het is een herkenbaar Claw Boys Claw-album waarin de garagerock van de jaren ’60 en ’70  nog eens heruitgevonden wordt. Dat wordt dan gekoppeld aan een hoop heerlijke weerbarstigheid waarvan we dachten dat wij er in de Vlaamse rock het patent op hadden.

Single “Polly Maggoo” start als een retestrakke indierocksong zoals we die in de jaren ’90 kenden, verzandt dan in wat psychedelica en neemt een tweede, akoestische start. Het nummer maakt duidelijk dat Claw Boys Claw nog steeds en meer dan ooit de band is van Peter Te Bos. In alles van deze song merk je zijn hand en zijn uit duizend herkenbare stem draagt de song volledig.

Neem alle muziek weg en met enkel zijn stem weet Te Bos je aandacht nog steeds vast te houden. Hij valt grofweg te vergelijken met Jeffrey Lee Pierce van The Gun Club, maar ook met een jonge Roland Van Campenhout of een norse versie van Dirk Dhaenens van Derek & The Dirt.

Niet alle tracks op ‘It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1’zijn zo sterk als “Polly Maggoo”. De titeltrack is een gejaagde rocker, maar over de betekenis achter de bizarre titel word je geen haar wijzer. Dat hoeft ook niet. “Red Letter” en het gejaagde “Suck Up the Mountain” hebben vaag iets van Midnight Oil en de Tragically Hip. Op “Throw Me A Bone” kruipt Te Bos een beetje meer in de schaduw en mag Cameron iets meer op de voorgrond, maar voorts zijn de rollen duidelijk verdeeld.

Een nieuwe “Rosie” staat er niet op ‘It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1’, maar daar zaten we misschien ook niet op te wachten. Toch is dit één van de beste gitaarrockalbums van het moment. Degelijk zoals ze dat in de jaren ’90 deden.

Hopelijk wil Vlaanderen Claw Boys Claw opnieuw in de armen sluiten, want voorlopig laten ze ons links liggen voor optredens.

 

Kendrick Lamar

Kendrick Lamar – Keizerlijke intrede

Geschreven door

Dankzij de grillen van de vakbonden en een eveneens uitverkocht Elbow concert in de Lotto Arena, was het geen sinecure om zich dinsdagavond naar het Sportpaleis te begeven. Maar voor the greatest rapper alive doen we al eens wat extra moeite: enkele files, parkeerproblemen en aanschuifrijen later komen we aan in het Sportpaleis, waar James Blake gelukkig op tijd was om het voorprogramma te verzorgen. Hit “Limit To Your Love” klinkt net door de boxen, maar de Brit nam vooral de gelegenheid aan om te experimenteren met zijn nieuwe, elektronische sound. Een ietwat rare keuze als opwarmer, maar dat James Blake goedgekeurd is door Kendrick en zijn crew was al duidelijk door de recente samenwerking op het ‘Black Panther’ Album.

Het is overigens de eerste keer dat Kendrick Lamar in Antwerpen optreedt. Door de jaren heen heeft de rapper uit Compton heel wat bijnamen verzameld – King Kendrick, K-Dot, Cornrow Kenny, om er enkele uit te pikken – en sinds de release van ‘DAMN.’ mag de grootmeester van de hiphop ook aangesproken worden met Kung Fu Kenny. De Chinese krijgskunst blijkt tevens de visuele rode draad doorheen de show. Clever bedachte animatiefilmpjes, aangepaste kledij en een oosterse danseres zorgen voor het show element. Het podiumkostuum van Lamar, een wit, badjas-achtig gewaad, geeft hem de allure van Chinese gevechtsstrijder, en tevens van oppermachtige paus. We worden al nederig voor hij nog maar een woord heeft uitgesproken.

Dat hij niet gekomen is om geleidelijk aan op te bouwen, bevestigt hij door te starten met een van de hardste platen van zijn meest recente album. “DNA.” is een sterk staaltje rap, maar ook thematisch niet onbelangrijk: het is een ode aan de black culture en een ‘dikke fuck you’ aan iedereen die er ook maar aan denkt om die onrecht aan te doen. Wanneer Lamar zijn gastverzen op “Goosebumps” (Travis Scott) en “Collard Greens” (ScHoolboy Q) brengt, lijkt het even of de setlist een allegaartje van vanalles en nog wat zal worden. Het is echter al snel gedaan met rond de pot te draaien. Wat volgt is `the first test for all the day 1 fans´. “Swimming Pools”, de lead single van het album ‘good kid, m.A.A.d. city’ katapulteerde Lamar zo´n zes jaar geleden van opkomende West Coast rapper naar meest invloedrijke hiphopartiest ter wereld.
De nummers lopen zo vlot in elkaar over dat het lijkt alsof Kendrick zijn hele repertoire op elkaar afgestemd is. De begintonen van “YAH.” die “King Kunta” inleiden bijvoorbeeld of “Untitled 07” dat vlotjes overgaat in “Goosebumps”. Kendrick mixt en matcht dat het een lieve lust is en bij elke nieuwe overgang neemt de ontlading toe. Op het podium staat een man van veel woorden, maar die vervat hij allemaal in zijn muziek. Voor de rest geen poespas: bindteksten, kledingwissels of extra volk op het podium? Het idee alleen al!
Pal in het midden van de set verplaatst Kendrick zich voor wat een letterlijk en figuurlijk hoogtepunt zal worden. Geknield op een platform middenin het publiek kijkt hij met lege ogen de zaal in terwijl de intro van “LUST.” weerklinkt. Krachtig, maar beheerst begint hij aan het nummer. Ondertussen stijgt het platform, omgeven door fonkelende lichtjes, tot Kendrick helemaal boven de mensenzee uitstijgt. Hij ziet er even getroebleerd uit als het nummer klinkt. Rappend over het monotone en never satisfying bestaan van the rich and famous is hij even de ultieme representatie van een leven in een gouden kooi. Hij blijft op zijn hurkje zitten als de gelukzalige eerste tonen van “Money Trees” het publiek uit hun hypnose haalt. ´Money trees is the perfect place for shade, that´s just how I feel!’ schreeuwt het Sportpaleis Lamar toe, die ondertussen opgestaan is en als een keizer de menigte opzweept.
Na een entertainend filmpje waarin Kung Fu Kenny het in een videogame als schildpad opneemt tegen slang – we moeten toch iets te zien krijgen terwijl Lamar zich terug naar het hoofdpodium begeeft – vervolgt hij met het ritmisch sterke nummer “XXX”, een samenwerking met U2. Geen Ieren in het Sportpaleis, wel een indrukwekkende danseres die doorheen het concert meerdere keren een perfect duet aangaat met Kendrick. Rhymes en moves, meer heeft een mens niet nodig. Voorts ontploft de zaal op “M.A.A.D. City”, hult het zoete “LOVE.” het publiek in euforie en op “PRIDE.” besluit de Kung Fu meester om ons met zijn danseres even een mindfuck te bezorgen. Beiden zweven horizontaal boven de vloer; zij leunend met een hand op de grond, hij leunend met een hand op haar. Kendrick heeft ook nog een andere curveball in petto; het refrein van de klassieker “Bitch, Don’t Kill My Vibe” wordt luidkeels meegezongen, maar wij breken vooral ons hoofd over de rest van de de tekst, die compleet verschillend is van het originele nummer. Na navraag bij de superfan in de rij achter ons, blijkt het om de remix met Jay-Z te gaan. Zo leer je nog eens iets van ons dat niet in de Humo vermeld staat.
 “HUMBLE.” krijgt voor de gelegenheid twee versies: de eerste keer stopt Kendrick met zingen, waarna zijn fans het nummer minutenlang zelf aanvullen. Als het nummer niet zo geweldig uitbundig was geweest, hadden we er kippenvel van gekregen. De ironie bereikt zijn toppunt wanneer Kendrick afsluit met de boodschap dat hij niet beter is dan ieder ander in de zaal (lief hoor, maar dat betwijfelen we sterk) en daarna terugkomt om “GOD.” als bisnummer te brengen.

We get the message, Kendrick. Je kwam, rapte en overwon en deed dat met zo´n schijnbaar gemak dat het leek alsof de show vijf minuten duurde in plaats van een dikke zeventig minuten. Het Sportpaleis had zijn naam niet gestolen gisterenavond. Kendrick Lamar – koning van de hiphop – heerste er van de eerste tot de laatste minuut en had zijn 20,000 onderdanen volledig in de greep.
Wie geen tickets kon bemachtigen voor het concert, krijgt nog een herkansing: op zaterdag 18 augustus staat Kendrick Lamar op de main stage van Pukkelpop.

Met dank aan Dansede Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Live Nation

Elbow

Elbow – Warm suikerbrood voor stille genieters

Geschreven door


Elbow bevindt sinds 2017 opnieuw volledig onder de mensen. Guy Harvey had in de jaren voordien een vinkje gezet naast het hokje ‘soloproject’, nam afscheid van zijn geliefde en vond op reis rond de wereld een nieuwe vlam. Drummer Richard Jupp besloot na 25 jaar in het rijk der muzikanten dat het eens tijd werd om wat anders te gaan doen. De platen die na ‘Build A Rocket Boys’ waren gekomen, kon je ook bezwaarlijk hoogvliegers noemen, maar een jaar geleden kwam Elbow met prachtplaat ‘Little Fictions’ op de proppen. Alsof ze een verborgen bron van inspiratie, gevoel en drive konden aanboren ergens achter een valse muur in hun repetitiekot, na de gebeurtenissen van de afgelopen jaren.

“This is a song about love and trains, I love trains” was de boodschap waarmee frontman Guy Harvey meer dan één keer een nummer aankondigde. Ietwat ironisch op een dag, waar wij net als veel andere gefrustreerde concertgangers verstrikt raakten in de verkeerstrechter richting Antwerpen, bij gebrek aan zijn geliefde voorkeursmiddel. Bijgevolg moesten we verstek geven voor Jonathan Jeremiah, die er naar horen zeggen – zonder uitbundig te zijn – een aangename en laidback apéro van had gemaakt. Wij schoven dus zonder Ricard onze voeten onder tafel voor de hoofdbrok, en die maakte heel wat ellende goed.

Elbow - Al van bij het begin maakten Harvey en co hun intenties duidelijk. De klemtoon zou vanavond vooral op ouder werk liggen. Aftrappen deden we met “Starlings” en het gekende “The Bones Of You” uit het tien jaar oude ‘The Seldom Seen Kid’. Het eerste maakte ons warm met zijn trompetten, achtergrondzang en uitmuntende strijkers. Het tweede kreeg de handen van het publiek al een eerste keer op elkaar en inspireerde de immer goedgezinde Harvey voor het eerst tot het vragen van wat liefde van het publiek. De frontman bracht de songs zoals steeds met ongelofelijk veel inleving en expressie. Zijn uitstraling heeft iets vertrouwelijks, iets huiselijks, iets dat je automatisch een gevoel van welbehagen geeft. In het verleden strooide hij al eens wat te kwistig met zijn liefde, gisteren in de Lotto Arena was alles perfect gedoseerd zonder daarbij aan spontaniteit te verliezen.

De eerste helft van de show was het op enkele uitschieters na vooral stil genieten van de wonderlijke klankkleur van Guy Harvey, die erg goed bij stem was, en de heerlijke instrumentatie (denk aan de zeemzoete violen en warme piano op oudje “Fugitive Motel”). Verder werd “Station Approach”, ook al weer uit 2005, knap uitgebouwd en vond “The Loneliness of a Tower Crane Driver” voor deze tour na lange tijd opnieuw een plek op de setlist. Ook “New York Morning” klonk hoopvol en warm, en liet ons eerdere ellende snel naar de achtergrond dringen om met volle teugen te genieten. Dit eerste deel van de set deed het publiek bevredigend heen en weer wiegen, de ene al expressiever dan de andere. Harvey pikte er af en toe de meest uitbundige mensen uit, gaf hen speciale aandacht en nam hun gewuif of gezwaai over om het voltallige publiek aan te porren. Af en toe lukte dat goed, maar het was toch vooral in het tweede en meer dynamische deel van het concert dat publiek volledig loskwam.
Aanvankelijk een zoet en zacht suikerbrood dus vooral, wat niet wil zeggen dat er geen plaats was voor af en toe een stevige brok charcuterie. In “Fly Boy Blue / Lunette” liet gitarist Mark Potter zien dat hij een uitstekende gitarist is met wat huilende gitaarpartijen. De mensen die dachten enkel easy listening popnummers te horen, werden meteen een eerste keer van antwoord gediend. Ook “Any Day Now”, ouderdomsdeken van de avond, klonk snediger dan op plaat. Tevens een uitschieter was het politieke “Leaders Of The Free World”, dat na zoveel jaar van stal gehaald mocht worden wegens opnieuw brandend actueel.
We zitten dan intussen al een eindje over de helft van de set. Omslagpunt was de favoriete song van de bandleden zelf. “The Birds” liet ons bloed opnieuw wat sneller pompen met steviger gitaarwerk en synths. Het deed ons zowaar denken aan een band als Editors indertijd in topvorm. Pas bij het tiende nummer was een eerste notering voor ‘Little Fictions’ op te merken. Titelnummer “Little Fictions” was filmisch en theatraal, met een sterke baslijn. Later kwam het in eenvoud uitblinkende “Kindling” van de laatste plaat de hoek om piepen. Single “Magnificent (She Says)” kon ook niet ontbreken en presenteerde zich van bij de eerste noten als een heuse voltreffer. Het nummer deed euforie en trots opwellen, met zijn enig mooie melodieën en zanglijnen. Een triomf is misschien nog de beste omschrijving, bevestigd door het luide applaus bij afloop. De klank bij de nummers van de laatste worp was uitmuntend, en indachtig welke pareltjes ‘Little Fictions’ nog huisvest, is het ergens jammer dat we niet meer van het album te horen kregen.
Uiteraard was er los daarvan meer dan genoeg kwaliteit aanwezig om met een uitstekend label bekroond te worden. Tijdens “Puncture Repair” bleven Harvey en toetsenist Craig Potter met z’n twee over op het podium voor een intiem momentje met enkel piano en zang, en vroegen om een welgemeende dankjewel voor bewezen diensten van Richard Jupp. Nadat het applaus van “Magnificent” uitgedoofd was, besloten de mannen uit Manchester om nog even plankgas te gaan. De volumeknop ging volledig open op de strike die naar de naam “Grounds For Divorce” luistert, met een glansrol voor de gitaar van Mark Potter.
In de bis floten we met z’n allen mee op een integer “Lippy Kids” en het refrein van afsluiter -hoe kan het ook anders- “One Day Like This” bleef zich in ons hoofd herhalen terwijl we aanschoven in de stoet auto’s die huiswaarts keerde. Een sterk finale, zoals we dat van Elbow kunnen verwachten.

We zagen dus een set waarbij stille genieters volop hun hart konden ophalen. Zo smolt een enig mooi “Mirrorball” als chocolade op onze tong, daarbij geholpen door twee discoballen die tientallen lichtstralen mooi de zaal in versplinterden. Guy Harvey entertainde ons bijna twee uur lang op perfecte wijze met domme grapjes en fratsen (even een badje pakken en wat snurken nadat ik het publiek heb leren zingen). Stil genieten veranderde uiteraard ook af en toe in eens flink van jetje geven, of collectief meezingen met Harvey en co. Elbow reikte ons in de Lotto Arena een warme sjaal, muts en handschoenen aan om de koude te gaan trotseren, en wij namen die maar al te graag in ontvangst. Chapeau!

Setlist: Starlings - The Bones Of You - New York Morning - Fly Boy Blue – Lunette - Station Approach - The Loneliness of a Tower Crane Driver - Fugitive Motel - The Birds – Mirrorball - Little Fictions - Puncture Repair - Any Day Now - Leaders Of The Free World – Kindling - Magnificent (She Says) - Grounds For Divorce
Bis: Lippy Kids - One Day Like This

Met dank aan Dansende Beren www.dansendeberen.be

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/jonathan-jeremiah-27-02-2018/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/elbow-27-02-2018/

Organisatie: Live Nation

Weedpecker

Weedpecker III

Geschreven door

De derde plaat al van deze Poolse psych rockers. Vergeef het ons dat wij de eerste 2 gemist hebben, we halen zeker onze schade in.
Weedpecker is een band die het houdt bij flink uit de kluiten gewassen psychrock met stoner uitwasemingen, prog-rock uitstapjes en volbloed hard-rock riffs. Zelf hebben de heren het over ‘drugrock’, waarmee ze ook meteen de groepsnaam hebben uitgeklaard.
Voor deze derde plaat tekende Weedpecker bij het Duitse label Stickman Records en daar vertoeven ze in hun geliefkoosde biotoop, tussen onder meer Motorpsycho, Elder, King Buffalo, The Heads en Spidergawd. Allemaal bands die al wat ruimtereizen hebben afgelegd en die niet kijken op vijf minuten meer of minder, in één song wel te verstaan.
Bij momenten doet Weedpecker zelfs een beetje denken aan de eerste platen van Tame Impala, in de tijd dat die nog geen kermismuziek maakten maar wel avontuurlijke psychedelische rock. Doch over ’t algemeen scheuren de riffs hier toch een stuk harder en duren de space-excursies heel wat langer. Drie kwartier, vijf songs, er mag dus al wat gejamd en gefreakt worden. En dat doen ze met klasse, het is een plezier om mee in de flow te gaan. Heel vaak neigt Weedpecker naar Motorpsycho, check de gelaagdheid in de songs, de rustige intro’s en mijmeringen, de geestverruimende solo’s en de daaropvolgende heavy instrumentale uitbarstingen. Zo is elke song een avontuurlijke trip die verschillende tussenstations aandoet, met “Embrace” en “From Mars To Mercury” als voornaamste  hoogvliegers.

Wilderman

Smijt Een Bom (single)

Geschreven door

De nieuwe band Wilderman combineert jazz met de groteske, expressionistische literatuur van Paul van Ostaijen. Chris Carlier zorgt voor de composities, Elvis Peeters voor de als slogans gespuide teksten. Met Wilderman brengen ze muziek die in Vlaanderen nog niet eerder in die combinatie werd gehoord, met teksten en structuren die zelden voldoen aan het schema van strofe en refrein.
De single “Smijt Een Bom” gaat het album ‘Wilderman’ vooraf. Daarin is het verleden van Carlier en Peeters onmiskenbaar aanwezig. Na een jarenlange samenwerking voor muziek voor theaterproducties en als leden van het rockensemble De Legende (de een als bassist, de ander als frontman), besloten Chris Carlier en Elvis Peeters de krachten te bundelen voor een nieuw, eigenzinnig project waarin hun capaciteiten als makers en performers samen aan bod kunnen komen. Meer experimentele jazz dus, maar ook weer niet te moeilijk om nog te kunnen volgen en om te entertainen. Het doet allemaal een beetje denken aan Rudy Trouvé, Ugly Papas en Boggamasta.
De onconventionele zangstijl van Elvis Peeters vormt de verbale speerpunt.
“We zijn op zoek gegaan naar de plaats waar Elvis Peeters, de performer, op z’n sterkst staat.  Bij het schrijven ben ik altijd van een live-act uitgegaan. Van het idee, hoe we ons met zijn vieren op het podium in een café, in een kroeg, in een concertzaal, echt zouden kunnen amuseren, als muzikant, composities die een sfeer neer zetten, die een publiek enthousiast maakt, doet huppelen, en dansen (waarom niet?)”, zegt Elvis Peeters daarover.

https://www.youtube.com/watch?v=6PBliUUFiAs

PerW/Pawlowski

Land Of The Most Forgotten (single)

Geschreven door

Kloot Per W en Mauro Pawlowski maken samen een album. Een eerste single van PerW/Pawlowski, met gastvocalen van Mona Per W, is reeds klaar. Deze “Land Of The Most Forgotten” is misschien nog niet het absolute muzikale vuurwerk dat je mag verwachten als twee iconen van onze vaderlandse indierockscene samen de studio induiken, daarvoor ligt het tempo toch wat traag, maar deze single is alvast wel goed om vol vertrouwen naar het album uit te kijken.
Per W en Pawloski zijn elk in hun generatie toonaangevende buitenbeentjes. Ze speelden in o.m. Polyphonic Size, dEUS, The Misters, Evil Superstars, The Employees, Hitsville Drunks, The Love Substitutes, De Kreuners, De Lama’s, Mitsoobishy Jacson, Maurits Pauwels, Lavvi Ebbel, Gruppo Di Pawlowski.

https://www.youtube.com/watch?v=e4q05VyfZtU

Derek & The Dirt

All Today’s Words

Geschreven door

Meer dan 20 jaar na de split is Derek And The Dirt terug met een nieuw album. De Gentse band maakte de podia onveilig in het begin van de jaren ’90 met zijn vuile gitaarrock. Na het vierde album gooiden ze de handdoek in de ring. Drie overblijvers (Dirk Dhaenens, Yves Meersschaert en Pim De Wolf) vonden elkaar opnieuw en krijgen bijstand van twee nieuwkomers: Frederik Van den Berghe (Admiral Freebee en The Whodads) en Philippe De Vuyst (Les Truttes, Waldorf).
Bij de try-outconcerten vorig jaar was reeds duidelijk dat de reünie niet beperkt zou blijven tot het opwarmen van de oude hits. Behalve enkele klassieke Dirt-nummers stond toen vooral nieuw werk op de setlist. De meeste van die nieuwe nummers hebben het album gehaald.
Het nieuwe album ‘All Today’s Words’ opent met “Butterfly”, dat vorig jaar goed ontvangen werd door de oude en nieuwe fans. De ruige gitaren scheuren je meteen om de oren en je waant je opnieuw in het begin van de jaren ‘90. Het speelplezier druipt van dat eerste nummer en het tempo blijft hoog op “We Still Feel”, ook al zit er parlando in de strofe. Nog meer vintage The Dirt-tracks zijn het stomende “Stop The News”, “Come On” en het stuiterende “Sugar”.
Derek And The Dirt 2.0 beperkt zich niet tot stevige rockers. “My Mistakes” en “Out Of Your Town” zijn schatplichtig aan Tom Petty en het vroege werk van Bruce Springsteen. Op twee andere, het tegendraadse “Closing The Gap” en de rauwe blues van “Mirror”, kruipt Derek in de huid van kameleon Arno en voegt hij er nog wat van zijn typische Dhaenens-drama aan toe.
Dit album heeft een paar knappe ballads, maar misschien niet van het kaliber van een “Rosie” of “Oh By The Way”. “On You Live” en “Out Of Your Town” zijn heel sterke en heel verschillende ballads. De eerste is een tranentrekkende ode aan een overleden collega-muzikant terwijl de tweede (over een gebroken hart) mooi opbouwt naar een zinderende finale. Misschien is “Yes I Can” wel de sleutelsong van ‘All Today’s Words’. Een trage liefdessong waarbij de hoop en de verwachting belangrijker zijn dan de kans op mislukking. Een beetje een metafoor voor de reünie en dit comebackalbum: als je wil dat het lukt, moet je er ook vol voor gaan.
En Derek And The Dirt is er op ‘All Today’s Words’ vol voor gegaan. We hadden het ook niet anders verwacht.

Fornet

Fornet

Geschreven door

Fornet is een indierock band die op deze 5 songs tellende EP in de nineties graaft, ze komen uit bij Pixies, Guided By Voices, Yo La Tengo en dEUS. De songs zijn echter prikkelend en weerbarstig genoeg om niet als kopieën bestempeld te worden. De gitaartjes piepen en kraken naarstig door en ze mogen al eens uit de bocht vliegen. Op de afsluiter “Erase”, misschien wel de beste track op dit plaatje, neigt Fornet zelfs een beetje naar The Fall.
Bovenal zijn dit eigenlijk 5 sterke tracks van een hoopvol indierockgroepje. Licht ontspoorde gitaren zijn terug welkom en ze hoeven niet per sé Triggerfinger of Queens Of The Stone Age achterna te hollen. Het gaat terug de goeie weg op met de Belgische rock dankzij dit soort groepjes, check ook Sons, dirk. en Firefang.

Pagina 400 van 965