logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_16
giaa_kavka_zapp...

Einstürzende Neubauten

Alles Wieder Offen

Geschreven door

Einstürzende Neubauten brengen zo om de drie jaar een nieuwe plaat uit. De bezielde Duitse band uit Berlijn - spraakmakend binnen de avantgardepop door de staalpercussie -, onder Bargeld/Hacke, zijn al een kleine dertig jaar bezig. Met de plaat ‘Tabula Rasa’ uit ‘93 sloegen ze de weg in van subtiliteit en schoonheid , naast het aspect van experiment.
De songs worden gekenmerkt door een intrigerend broeierige en repetitieve opbouw en een meer melodieuze structuur, krijgen elan door Blixa’s praatzang, en naast gitaar, bas, percussie is er een allegaartje aan verfijnd gedoseerd gebruik van staven en metalen (iron plates), plastic pipes, metal bass spring, metal tank bassdrum, blue bin, housdehold appliances en jet turbine als je er alles op nahoudt.
Het resultaat blijft uniek, want geen band klinkt als Einstürzende Neubauten., Innemend, sfeervol materiaal met een ingehouden spanning sieren het nieuwe werkstuk van de heren. Volgende songs zijn gewoonweg verbluffend binnen hun concept: “Die wellen”, “Von wegen”, “Unvollständigkeit”, “Susej” en “Ich warte”. “Weil weil weil” en de titelsong hebben meer elektronica beats.
Al sinds 2003 is Einstürzende Neubauten gestart met een abonnementsmodel op internet, waarbij ze geld inzamelen om muziek te kunnen componeren om hun kunst te creëren, wat geapprecieerd wordt door hun fans. Ze hebben een puike opvolger klaar op ‘Perpetuum Mobile’.

Stormwarrior

Heading Northe

Geschreven door

’Heading Northe’, de derde langspeler van het Duitse Stormwarrior, werd op 29 februari de wijde wereld ingestuurd. Zowel de hoes als de titel, doen reeds sterke vermoedens over het album ontstaan. Bij het beluisteren werd al snel duidelijk of we het bij het juiste eind hadden…
Een pot stevige en razende heavy metal zonder compromissen, waarbij de metalcliché’s niet geschuwd worden. Toch onderscheidt Stromwarrior zich van de meeste andere bands binnen dit genre. Net als op de twee voorgaande platen, speelt de band kwalitatief sterke muziek, waarbij zowel het gitaargeluid als de stem van Lars Ramcke niet al te gepolijst klinken. Steekt dit af tegenover het geheel? Bijlange niet, naar mijn mening, zorgt het net voor die unieke onvolmaakte touch waardoor het geheel zo natuurlijk klinkt.
De speelvreugde druipt van de plaat en dat kan enkel de gemoedstoestand van de luisteraar bevorderen. Na de “And the Horde Calleth for Oden”, een sfeer creërende intro, steekt men van wal met één van de toppers van het album. Dubbele bas, flitsende gitaarriffs, een aantrekkelijk klinkend accent in de zanglijnen en een ontzettend snel in het hoofd kruipend refrein. “Heading Northe” heeft met andere woorden alles in huis om het openingsnummer bij uitstek te worden tijdens live-shows. Ook “Metal Legacy” zal het wellicht erg goed doen bij de fans. De titel zegt genoeg om te weten waarover het nummer zou kunnen gaan.
Diepzinnige teksten moet je namelijk niet verwachten op dit album. “Metal Legacy” kan beschouwd worden als een ode aan de fans, zich afspelend in het tijdperk van de vikingen, waarbij de metalwarriors hoogtij vierden. Hoewel Stormwarrior uit Duitsland afkomstig is, zijn ze goed genoeg op de hoogte van de Noorse mythologie, om ook bij deze inspiratiebron hun mosterd te halen. Heldhaftige veldslagen vormen dan ook de grootste basis voor de teksten op ‘Heading Northe’.
Het gebrek aan originele teksten weegt echter niet op tegen de vlotheid waarmee het album wegluistert. Veel tijd krijg je niet om bij de teksten stil te staan. Muzikaal wordt je namelijk voortdurend aangespoord om mee te gaan met de muziek. De zeldzame rustpunten op het album, doen zich voor in de vorm van intro’s, gesproken teksten, het geluid van galopperende paarden of veldslagen, …  De nummers waarop het tempo iets terug geschroefd wordt, “The Revenge of Asa Lande” en “Into the Battle”, lenen zich uitstekend tot meezingen. Waarmee we meteen al aan het derde en vierde nummer zijn gekomen, die hoge verwachtingen spannen voor een komende tour.
Dat het legendarische Manowar, Stormwarrior voor de tweede maal laat aantreden op hun eigen Magic Circle Festival, is dan ook geen toeval. Live staat de band als een huis en met deze nummers, zal het zeker niet anders zijn. En geef toe, hoewel Stormwarrior stukken sneller en ruwer speelt, liggen de verschilpunten tussen beide bands toch niet zover uit elkaar. Onvervalste Heavy Metal-warriors, die zich van cliché’s geen bal aantrekken en op vrolijke wijze hun eigen ding doen… Zo hoort het!

The Tellers

More (EP)

Geschreven door

Het Waalse The Tellers kwamen in de belangstelling met hun talrijke optredens tijdens de festivalzomer. Ze onderscheidden zich  als een niet te onderschatten jong bandje. Tot onze verbazing hadden ze al een EP ‘More’ en een full cd uit ‘‘Hands full of ink’, in het najaar van 2007 verschenen. Het leek erop dat Wallonië en Vlaanderen mijlen ver uit elkaar lagen !
Het duo Ben Bailleux-Beyon en Charles Blistin (live spelen ze met 4!) spelen semi-akoestische, broeierige en zacht ingehouden pop met een lofi inslag. Een minimale instrumentatie en een melancholische zang brengen ons in beroering; we horen zeven overtuigend pakkende songs , waaronder de sterk uithalende “Second Category” en “More”.
Aanstekelijke muziek, aantrekkelijke band, die samen met Girls In Hawaii  grensvervagend zijn.

Editors

Editors: onversneden zwaarmoedigheid

Geschreven door

Editors stonden in Vooruit voor hun tweede van drie uitverkochte clubshows in ons land in evenveel dagen tijd. Het viertal uit, toeval of niet, The Black Country (Birmingham) timmerde de laatste jaren bijzonder succesvol aan de weg naar de absolute top. Van zowel hun debuut ‘The Back Room‘ uit 2005 als van ‘An End Has A Start’ van vorig jaar gingen immers al meer dan een miljoen exemplaren over de toonbank. De groep heeft een uitstekende livereputatie hoog te houden en loste ook in Vooruit weer - met hun typische uptempo nummers en herkenbare gitaargeluid - meer dan de verwachtingen in. Het werd een tegelijk hermetische en epische set zoals we die van de groep gewoon zijn. De stem van Tom Smith kleurde opnieuw de randjes van de songs zwart als de nacht.

De set begon slepend en verkillend mooi met “Camera” waarbij de stem van Smith ons soms deed denken aan die van Brendan Perry. De scherpe uptempo titelsong “An End Has A Start” greep het publiek meteen bij het nekvel en zorgde ondanks de problemen met de basgitaar voor een veelbelovend begin. Smith vroeg en kreeg de steun van het publiek en Editors verraste met het in bitterheid gedrenkte “Blood” en “Bullets”. Met herwonnen zelfvertrouwen kronkelde Smith - met de gitaar hoog op de borstkas en gedreven door een diepe bas en een harde en strakke drums - bijna spastisch over het podium.
De respons van het publiek loog er niet om en Editors vervolgde met het langzaam openbloeiende “The Weight Of The World” en het geniaal geconstrueerde “Escape The Nest”. “Lights” zorgde voor een nieuw hoogte-punt door knap gitaarwerk doorspekt met straffe tempowissels. “When Anger Shows”, waarbij een nerveuze drum de door Smith geproduceerde pianoklanken ingenieus net niet op de hielen trapte, werd gevolgd door het atypische “Spiders”. Meer spinnen kregen we met een eigenzinnige versie van “Lullaby”, de speciaal voor de 49e verjaardag van BBC Radio 1 opgenomen cover van The Cure en naamgenoot Smith. Na dit rustpunt werd de set krachtig hernomen door knallende versies van “All Sparks” en het oorstrelende “Munich”. Nieuwe single “Push Your Head Towards The Air”, met de bassist op de toetsen en Smith op semi-akoestische gitaar, zorgde voor een laatste rustpunt alvorens de reguliere set met een fantastisch sterke uitvoering van “Bones” en het altijd in de setlist opgenomen “Fingers In The Factories” werd afgesloten.
Het uitzinnige publiek riep Editors terug en de band trakteerde op een onvergetelijke bis met “The Racing Rats” (met Smith bovenop de piano), het ijzersterk uitgesponnen “You Are Fading” (dat op sommige versies van de debuutplaat als “Cutting” is toegevoegd) en het onmisbare “Smokers Outside The Hospital Doors”.

De band bewees live nog maar eens dat de veeleer beperkende vergelijkingen met andere bands dikwijls onterecht zijn en ze ondertussen echt wel een eigen kenmerkend geluid en dito songs hebben ontwikkeld.

De uit Brooklyn afkomstige supportact Mobius Band zorgde voor gesmaakte dansbare rock met een vinnige drums, wat een ideale opwarmer was voor Editors.

Organisatie: Live Nation

Triggerfinger

Garagerocken met Triggerfinger en The Blackbox Revelation

Geschreven door

Vergelijkingen, rock recensies kunnen niet zonder, en deze review dus ook niet…The Blackbox Revelation zijn met twee, gitaar & drums, en dus kom je automatisch bij The White Stripes of The Kills uit. Vergelijkingen zijn soms makkelijk, maar in dit geval geeft het gewoon aan dat deze jongens al heel ver staan en sterke garage rock met een grote blues invloed brengen. Je moet het maar doen, nog maar negentien, de eerste CD pas uit, en een volle Trix boeien voor de volle drie kwartier. Als je enkel met gitaar en drums kunt uitpakken, moet je sterke songs hebben om het publiek wakker te houden, en dat deed The Blackbox Revelation dan ook.
De single “I think I like you” is zo een voorbeeld van een killer song, maar het was vooral de afwisseling van songs dat indruk maakte. Naast uptempo garage rockers zoals “Set your head on fire” en “We never wondered why”, was er ook tijd voor een rustig nummertje zoals “Never alone/always together” of de bluesy hiphop track “Beatbox revelation pt.1”. Als er dan toch een minpunt te vermelden valt, is het de zang, in sommige nummers deed die mij aan The Scabs denken.

Ook bij Triggerfinger zijn er evidente vergelijkingen: Queens of the Stone Age, (eigenlijk meer Mark Lanegan dan Josh Homme, maar soit) maar misschien ook minder evidente: ZZ Top. Het drietal zat weer strak in het pak en das, en ging er de volle honderd procent voor. Net zoals bij The Blackbox Revelation (de kapoenen kregen een vermelding), weten Triggerfinger de verveling die makkelijk opduikt bij bands die cliché garage rock of bluesrock brengen, te vermijden door sterke songs te schrijven waarvan de melodie blijft hangen. Nummers van de nieuwe plaat “What grabs ya”, “First taste, half way”, wisselden af met ouder werk zoals “Lil Teaser” en “Faders up”. Het publiek ging volledig mee met de Triggerfinger groove, en we zagen dan ook de handjes in de lucht gaan. Een divers publiek trouwens van metalheads en rockers met leren vesten tot jonge meisjes. Na een promo-praatje voor de Triggerfinger plastrons, sloot het tien minuten durende “Commotion” dit overtuigend optreden af.
Setlist Triggerfinger: Short term memory, Soon, Lil teaser, First taste Half way, No one came, Scream, Is it, Faders up, On my knees, What grabs ya, Commotion, Boris

Organisatie: Trix, Antwerpen

Jo Lemaire

Jo Lemaire: de happy intimiteit van ‘La Douce France’

Geschreven door

Jo Lemaire is al een bezig bijtje van in de new wave periode, eind zeventiger jaren, onder Jo Lemaire + Flouze. Levendig herinneren we ons songs als “So static”, “Follow me in the air” en de instant klassieker “Je suis venue te dire que je m’en vais”. Na haar Flouze periode, bracht ze een handvol soloplaten uit; puike single-opnames waren o.a. “Parfum de rêve”, “La mémoire en exil”, “Tentations” en “Stand up”. Haar meertaligheid (Frans –Engels – Nederlands) maakte haar erg populair. Tenslotte legde de artieste zich toe op het Franse chanson, speelde ze bewerkingen van Edith Piaf en was er de hommage ‘Brel-Blues’. Ze groeide uit tot een kostbare chansonnière.

De theatertournee van ‘La Douce France’ kadert in een bal populaire van feest en dans, verloren vakantieliefdes, nostalgie en ingenomenheid. Het is een muzikale reis en herontdekking van het Franse lied in al z’n facetten, een greep uit haar eigen repertoire en het spelen van succesnummers van haar idolen, bewerkt tot eigentijdse en verrassende composities. Muziek voor nazomerse avonden …van du vin, du pain et du boursin!

Als een volleerd performer, creëerde ze een warme band met haar publiek. De songs kregen kleur door accordeon, contrabas, piano, drums, akoestische gitaar, fluit, klarinet en blazers.
We werden getrakteerd op een twee uur durende show, waarin een korte pauze was ingelast.
In dit repertoire van ‘La Douce France’ was happy intimiteit het sleutelwoord: van het los ontspannende, zwierige karakter van “Toute la pluie tombe sur moi” (Franstalige versie van “Singing in the rain”) en “La bicyclette”, stapte ze over naar de variéty van “C’est si bon” en “Monstres sacrés”, en kwam ze tenslotte aan de melancholie van “Le plus bel tango du monde”, “Chez Lorette” en “Que reste-t-il de nos amours”.
Ze speelden trouwens ook ijzersterke interpretaties van Franse evergreens in het decor van straatlantaarns: de swingende, vrolijke songs van Jacques Dutronc (“Il est 5h, Paris s’eveille”), Joe Dassin (“Aux Champs Elysées”, waarbij het refrein zachtjes werd meegezongen), Charles Trenet (“Nationale 7”) en Françoise Hardy (“Tous les garçons et les filles”), wisselde ze af met dromerig, intiem, jazzy aandoend werk: “Nathalie” van Gilbert Becaud, “Les feuilles mortes” van Yves Montand , een ingetogen “Quand le soleil dit bonjour aux montagnes” (op akoestische gitaar en accordeon) van Lucille Star en “For me …formidable” van Charles Aznavour.
De leuke ”C’est mon bâteau” en “Il y a le ciel, le soleil et la mer” besloten deel I en Gainsbourgs “La javanaise” , Piafs “Non non je ne regrette rien” en Brels “Ne me quitte vormden een overtuigend slotstuk..

Jong en oud wist ze te bekoren. Haar tijdloze klasse maakte haar tot de perfecte ambassadrice van het Franse chanson, lazen we ergens. Correct omschreven, zie!

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Gabriel Rios

Gabriel Rios, Jef Neve en Kobe Proesmans: drie hoofdrolspelers aan het werk

Geschreven door

De Belgische Puertoricaan Gabriel Rios is de voorbije jaren uitgegroeid tot een publiekslieveling door z’n knuffelbeerpersoontje, sympathieke uitstraling en z’n broeierige, aanstekelijke sound van pop, latino, salsa, soul en hiphop. Na de twee platen ‘Ghostboy’ en ‘Angelhead’, heeft hij een mooi initiatief klaar, het akoestische ‘Morehead’, met piano/jazzvirtuoos Jef Neve en percussionist Kobe Proesmans. Sommige Rios’ songs werden ontkleed, en kregen een alternatieve, sobere aanpak. Een intrigerende kruisbestuiving, die een brug slaat met modern klassiek en jazz, gedragen door de warme stem van Rios; het toont net de vele levens aan van z’n nummers! Een klein anderhalf uur zagen we niet één (Rios), maar drie hoofdrolspelers aan het werk tijdens deze theatertournee!
“Baby lone star” vatte de set aan en was onder een minimale instrumentatie een fluistersong. De elegante, sfeervolle aanpak van een pianotoets, vioolgetokkel en akoestische gitaar zetten de drie verder op “For the wolves” en “Angelhead”. Pakkend en spitsvondig! De dreigende latino op “Raton” neigde naar The Gotan Project en “Rumba” dompelden ze onder in een tango met handgeklap. Rios kwam op “I’m gonna die tonight” en “Wish” even op het voorplan. Daarna was het tijd voor Neve’s beheerste pianospel. Vloeiend en moeiteloos ging hij van ingehouden, meeslepend naar snel en krachtig, een muzikale driehoek van jazz, klassiek en pop; hij werd af en toe ondersteund door Rios’ gitaar en Proesmans’ drums. Het dromerige “Stay”, de recentste single van Rios, bracht ons terug naar de pop, en werd zelfs heftig, als een voorbijrazende trein, besloten.
In een regelrechte 50’s stijl speelden ze “Ain’t no use” en de definitieve afsluiter “Diamond” balanceerde tussen rock’n’roll en jazz.

In de grote Blauwe Zaal werd de avontuurlijke aanpak en het samenspel van het trio sterk onthaald; de Zuiderse latinosoulpop van Rios overleefde zonder problemen het aangepaste alternatieve kleedje.
Een tip zijn voor de komende festivals?

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Arid

Comeback Arid: band moet nog wat op dreef komen

Geschreven door
De comeback van Arid kon niet beter zijn dan op de eigen Gentse thuisbasis. Het was een ‘alive & kicking’ band en een happy weerzien van beide kanten;  Jasper en z’n crew hebben nu pas de derde cd uit ‘All things come in waves’, de langverwachte opvolger na ‘All is quiet now’ (’02). Redenen waren te zoeken in de solo uitstap van de zanger en diens langdurig herstel van toxoplasmose.
De derde cd ligt in het verlengde van de twee vorige, met name melodieus emotievolle poprock en weemoedige ballads, gedragen door de hemels hoge, heldere, soms vrouwelijk aandoende stem van Jasper; doch in de live set, door de stembeperktheid klinkt ze ietwat vervelend na zo’n anderhalf uur!.
De klemtoon kwam uiteraard op de onlangs verschenen cd, poprock en een uiterst sfeervolle sound door de rijkelijk gearrangeerde toetsen en piano.
Jasper en z’n band wisten nog steeds de meisjesharten te breken; op de eerste twintig rijen vond je praktisch geen enkele jonge gast. Arid equals romantische zieltjespop!

Het kwintet had er alvast zin in en begon met twee nieuwe uptempo songs “When it’s over, it’s over” en “Tied to the hand”. De zanger liep in het begin veel heen en weer, en betrok al snel z’n fans bij de songs. En toch …lieten ze een ietwat verkrampte indruk na: te lang geleden dat ze nog samen op een podium stonden? Of podiumvrees?…Who knows.
”Too late tonight” zat al vroeg in de set, werd mooi uitgesponnen, en was de aanzet voor sfeervoller werk als “Wintertime” en “Words”. De band had een afwisselende playlist want “Right this time” en oudjes “Body of you” (waarin Marvin Gaye’s “Sexual healing” in weerklonk) en “You are” waren broeierig, hadden een spannende opbouw en klonken iets krachtiger dan vroeger.
”In praise of”, “Why do you run” volgden; “Life” was de meest avontuurlijke song waarin gitarist Du Pré op steelpedal een hoofdrol innam. Een ingetogen “Lost stories” (run away from you) kwam tot stand toen Jasper op You Tube een clip van Stereophonics zag, en zat aangenaam vervat binnen de drie rocksongs.
Arid zag dat ze nog niet godvergeten waren en trakteerden het publiek na een uur op een uitgebreide bis, waarbij Jasper twee intieme songs speelde, gedragen door z’n hemelse stem. “If you go”, “Me & my melody” en “Dearly departed” waren een rockende finalereeks van een band die er alles aan doet om het succes van vroeger te kunnen evenaren toen hun debuut ‘Little things of Venom’ verscheen.

Slotsom van het ‘late evening’ concert van Arid: goede set, présence, en voldoende variatie tussen rock en ballad, doch de band moet enkele onwennigheden overwinnen.

Organisatie: Live Nation


Eels

Een intens bezwerend avondje van twee protagonisten, E en The Chet

Geschreven door
De begenadigde singer/songwriter, Mark ‘E’ Oliver Everett, schrijft materiaal alsof het een koud kunstje is; met de eindejaarsperiode gooide hij zomaar drie cd’s te grabbel: ‘Meet The Eels – Essential Eels (vol 1 1996 – 2006)’ en de dubbelaar, met liefst vijftig songs ‘Useless trinkets’ (b sides, soundtracks, rarities en unreleased material). Deze platen volgen de 2cd ‘Blinking lights & other revelations’ op van 2005. Daarnaast schreef dear Mr E een boek met talrijke indrukken en ontmoetingen tijdens zijn tournee. Een bezige bij dus!
Wie de optredens van Eels volgt, ziet bij elke plaat een nieuwe perfomance; in 2005 trad hij met aan een strijkerensemble en op Werchter , in oranje overallplunje, gaf hij een rauwe, ongepolijste rock’n’roll show. Wat een clevere, dirty boy toch!

In het KC zagen we op het podium een pak instrumenten, een muziekwinkel waardig. Een afgeladen KC, bestaande uit die hard ‘E’ freaks, genoten van een gezellig ‘E’ avondje van twee multi-instrumentalisten, The Chet en Mr E, die grossierden in het uitgebreide oeuvre; ze stopten de songs, op heerlijk, verrassende wijze, in een sobere, minimale, uitgeklede , soms korte, versie. Ontroering, oprechtheid, zelfspot en ironie waren de thema’s. E werd toegesproken door een stem uit de hemel (was het een goddelijke stem? Of de stem van z’n pa? Of  was het symbolisch de stem van onze onlangs verloren medewerker Jim, die Eels in het hart droeg?) bij de aanvang en het einde van de anderhalf uur durende set: In ieder geval, treffende woorden van De Stem, “This is your life” en “You’ve done good, kid”.

Een reportage van de BBC ‘Paralel Words, Paralel Lives’ over E’s uitstappen, optredens en familiaal leven leidden de set in.
De twee protagonisten speelden twintig nummers; ze volgden elkaar nogal redelijk snel op. Twee keer werd het publiek aangenaam vermaakt toen The Chet, op verzoek van E, met de nodige zelfrelativering, uit E’s boek voorlas en fanmail en positieve en negatieve reviews aanhaalde. Een spitsvondigheid, die de zwaarmoedigheid van de songs opving.

E begon solo, “Grace Kelly blues” en “Ugly love”, elektrische gitaar, piano en mans melancholisch krakende stem.Vanaf het derde “Strawberry blonde” kwam The Chet E vervoegen. In een rijkelijk gekleurd instrumentarium als klokkenspel; zingende zaag, (speelgoed)piano, toetsen, gitaargetokkel en drums, hoorden we aangename emotievolle nummers, als “In the yard, behind the church”, “Last stop: this town” en “Flyswatter”, in een jam gegoten én hoogtepunt in de set: piano en drums werden tot tweemaal toe onderling geruild, zonder dat het publiek maar iets miste; naadloos ging het over naar “Bus stop boxer”. Meesterlijk aangepakt en overtuigende klasse! “Souljacker”, “Dog’s life”, “My beloved monster” en een oerdemoversie van “Novocaïne for the soul” klonken rauwer en krachtiger. “I want to protect you” refereerde aan de bezwerende ‘80’s gitaarrock van The Feelies. “Good times, bad times (led Zeppelin)” werd door The Chet gezongen , en de twee de part van “Souljacker” besloot de set na een goed uur.
Het tweetal werd sterk onthaald, en eerder onverwachts kregen we maar twee encores te horen: “I’m going to stop pretending that I didn’t break your heart” en “You rock my world”, twee sfeervolle songs, waarbij E z’n knie boog voor z’n ‘beloved’ begeleidingsinstrumentalist The Chet, en hem een ruiker bloemen overhandigde

Eels slaagt er telkens in z’n nummers op boeiende wijze aan te passen en te spelen; wie dacht hem nog eens terug te zien als de zaallichten aanfloepten, was eraan voor de moeite. Die tijd lijkt voor eeuwig voorbij. Maar Eels, de muzikale kameleon, dragen we in ons muzikaal hartje!

Organisatie: Live Nation

Tegan & Sara

The Con

Geschreven door

Tegan & Sara is een Canadese tweeling die al enkele jaren in het circuit dwalen van de semi-akoestische folkpop. De zusjes komen in de belangstelling met de vierde cd ‘The Con’, geproduced door Chris Walla van Death Cab For Cutie. Hun eerste single “Back in your head” is niet meer weg te denken op de radio en laat de eenvoudige songopbouw (gitaargetokkel en toetsen) en de stemmenpracht van de op elkaar afgestemde (samen)zang horen van het vrouwelijk singer/ songrwitersduo. De dertien –resterende- korte, sfeervolle, intens broeierige songs liggen in het verlengde en doen refereren aan het werk van Indigo Girls, Michelle Shocked, Ani Difranco, Pinback…en ,jawel, Melissa Etheridge. Op een handvol nummers (“Hop a place”, “Nineteen”, “Floorplan” en de titelsong) komt de klemtoon op de poprock. Op “Are you ten years ago”  laten de ‘twins’ zelfs een vleugje elektronica beats doorklinken. Een experimentje die aangenaam verrast binnen deze consistente plaat.
’The Con’ heeft alle troef in handen om in Europa door te breken!

Pagina 924 van 963