AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
The Wolf Banes ...

Dear Leader

Dear Leader Big in Belgium

Geschreven door

Het was weer druk in Leuven, om het met Stijn Meuris te zeggen. Het Depot was dan ook uitverkocht voor een triple line up met Creature with the Atom brain, Dear Leader & Tim Vanhamel, in het kader van het Kulturama MuziekFestival 2008

Dear Leader
Nee, het was dus niet Stijn Meuris die op het podium stond, maar zijn look-a-like Aaron Perrino van Dear Leader, had opnieuw zijn knalrode gitaar meegebracht (er staan trouwens foto’s van de olijke tweeling op dear-leader.com). Dear Leader  is big in Belgium, zodat er toch een concert tour in Belgie inzat voor deze band, alhoewel hun laatste CD toch al voor de zomer van 2007 uitkwam. De man was goed bij stem, de nummers werden met passie gebracht, en er passeerden een aantal Stu-bru hitjes de revue alhoewel hun bekendste nummer “All I ever wanted was tonight”, achterwege bleef. “Raging red” (hands up, shakem), was het hoogtepunt van de set, ook omdat er een Guns ’n Roses medley inkwam, met onder meer “Patience” & Paradise City”.

Setlist Dearleader: * Nightmare alleys * Empty chair * Bleed * Father Baker * A billion served * Our war * Corroded Anchor Radar * Everyone looks better * Raging red
* Everyman * Nation once again * Labor on


Organisatie: Het Depot, Leuven

Tim Vanhamel

Tim Vanhamel: een V.U. reïncarnatie

Geschreven door

Het was weer druk in Leuven, om het met Stijn Meuris te zeggen. Het Depot was dan ook uitverkocht voor een triple line up met Creature with the Atom brain, Dear Leader & Tim Vanhamel, in het kader van het Kulturama MuziekFestival 2008.

Tim Vanhamel
De laatste  van Millionaire was serieus zwaar op de hand, moeilijk om in een keer uit te zitten alsof ze Queens of the Stone Age, Barkmarket  of John Frusciante in zijn drugperiode probeerden te overklassen. Tim Vanhamel staat er nu terug met een solo album, ‘Welcome to the blue house’, wat heel wat poppier en gevarieerder is dan ‘Paradisiac’, de vorige worp van Millionaire.
Tim had vijf buddies meegebracht om zijn solowerk voor te stellen, maar het was duidelijk dat het publiek voor hem kwam. Tim moet zowat de meeste rock en rolle der Belgen zijn na Arno. Het leek wel of de jonge Lou Reed van de Velvet Underground gereïncarneerd was: krullenbol en zonnebril. De lichtshow deed ook aan V.U. denken, de achtergrond was met stroboscopen verlicht, terwijl de band vooraan in het donker stond of in het tegenlicht.
De band zette de set strak in, het leek wel Interpol bij momenten (opnieuw de belichting). De single, “Until I found you”, zat vrij vroeg in de set. Trage nummers wisselden af met stevige rockers en noise erupties. Andere op merkelijke nummers waren “Living the way you should”, “Red River”, “Sometimes I wanna run” en “Which of us”, dat sterk aan “Hang wire” van de Pixies deed denken.
Conclusie, een heel sterk optreden, de band slaagt er met gemak in live de nummers van de plaat naar een hoger niveau te brengen. Een plaats in de Piramid Marquee op Werchter zit er dik in.

Setlist Tim Vanhamel: Buy the album

Organisatie: Het Depot, Leuven

Steve Wynn

Steve Wynn ook unplugged grote klasse

Geschreven door

Onder de noemer ‘Paisley Dreams, Kerosine Miracles and Other Tales from the Gutter’ waagt Steve Wynn zich de komende weken aan een akoestisch avontuur waarin hij een overzicht biedt van ruim een kwarteeuw meesterschap. Begin jaren ’80 stond Wynn met The Dream Syndicate mee aan de wieg van de zogenaamde Paisley Underground, een intussen legendarische scene die een hernieuwde interesse in de epische gitaarrock van The Velvet Underground en Neil Young & Crazy Horse inluidde. Een klein dozijn solo albums later blijkt Wynn uitgegroeid tot een alom gerespecteerde cult figuur en graag geziene klant op allerhande Belgische podia. Wie afgelopen maandag geen 130 EUR over had voor een zitje op de schoot van Neil Young kon een paar dagen later voor een luttele 10 EUR terecht in de immer sympathieke 4AD club om dit ander icoon uit de singer-songwriter sector van dichtbij te bewonderen.

Voor deze ‘Unplugged’ tournee heeft Steve Wynn naar eigen zeggen keuze uit een back catalogue van zo’n 150 nummers, maar een meer passende kick-off dan “Tears Won’t Help”, openingsnummer uit diens eerste solo album ‘Kerosine Man’ (’90), kon ondergetekende ook niet onmiddellijk verzinnen. Ook andere publiekslievelingen zoals “Carolyn” (’90), “Carry a Torch” (’93) en “Southern California Line” (‘01) stonden elkaar te verdringen voor een plaatsje op de setlist. Fans van het eerste uur werden bovendien getrakteerd op een aantal Dream Syndicate classics, met naast het obligate “Boston” en “Days of Wine and Roses” dit keer ook een stripped-to-the-bone versie van “My Old Haunts” uit het laatste Dream Syndicate album ‘Ghost Stories’ (’88). De jongste jaren vertikt Wynn het steevast om nummers te brengen van Gutterball, zijn hobbygroepje dat hij met een aantal drinkebroers midden jaren ’90 oprichtte, dus we kunnen gerust van een primeur spreken toen “One by One” uit het eerste Gutterball album werd ingezet. Weliswaar één dag te laat werd “Candy Machine” opgedragen aan Wynn’s eigen Valentijn Linda Pitmon, sinds jaar en dag vaste drummer in diens begeleidingsband The Miracle 3.
Tijdens deze tour wordt Wynn live vergezeld door multi-instrumentalist Robert Lloyd die o.a. ook al meespeelde op diens solo album ‘Fluorescent’. Tot groot vermaak van het publiek werd Lloyd op een ietwat clowneske manier door de set geloodst door een immer grappige Wynn, en kleurde op een schijnbaar nonchalante manier de songs vakkundig in met mandoline, piano/synth en electrische gitaar. Even later werd het duo vervoegd door een contrabassist, zodat er tegen de tweede helft van het optreden uiteindelijk toch een ware groep op het podium stond. In deze bezetting maakte Wynn van de gelegenheid gebruik om een aantal nieuwe nummers voor te stellen uit een nog te verschijnen album dat hij afgelopen zomer samen met Walkabouts opperhoofd Chris Eckman bij elkaar schreef in Slovakije. Tijdens een gezellige babbel annex handtekeningensessie achteraf verklapte Wynn dat hij in de bijhorende tournee graag de orkestrale en bombastische toer zou opgaan; alweer een nieuw hoofdstuk dus in ’s mans reeds indrukwekkende oeuvre waar de fans halsreikend kunnen naar uitkijken!

Nadat een stomend “Amphetamine” het eerste deel van de set had afgesloten kwam Wynn tot tweemaal terug voor obligate bissers. In de eerste ronde stak naast “Wired” en “Kerosine Man” ook een beklijvende versie van “The Deep End” uit ‘…Tick…Tick…Tick’ (’05). De keuze van de allerlaatste nummers liet Wynn zoals verwacht over aan het publiek, wat resulteerde in voor-de-vuist-weg versies van “What Comes After” en de vergeten Dream Syndicate gem “When You Smile”. Hiermee breidde Wynn een passend einde aan een uiterst genietbaar avondje ‘Tales from the Gutter’, en bevestigde moeiteloos zijn status als één van de meest begaafde en sympathieke songwriters van zijn generatie.

Het comfortabel zittend publiek werd eerder op de avond opgewarmd door Trixie Whitley (piano) & Greg McMullen (gitaar). De 20-jarige dochter van de betreurde Chris Whitley beschikt over een uiterst soulvolle stem die bij momenten deed denken aan Joss Stone, doch evengoed genadeloos uit de bocht kon gaan wanneer de blonde juffrouw zich even Nina Simone waande. De ietwat onevenwichtige set kende vooralsnog een sterke finale met “Silent Rebel”, een nagelnieuw nummer waarop Trixie zichzelf zowaar op gitaar begeleidde, en het aan haar vader opgedragen “Strong Blood”.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Girls In Hawaii

Girls In Hawaii een internationale doorbraak waardig

Geschreven door

Het Waalse zestal uit Eigenbrakel, Girls In Hawaii, de ideale groepsnaam bij een zomerse cocktail aan het strand van …, hebben pas hun tweede cd uit ‘Plan your escape’, die ‘From here to there’ opvolgt. Bijna drie jaar lieten ze op zich wachten. Ze hebben het etiket van beloftevolle band meer dan waargemaakt én het brengt Vlaanderen een beetje dichter bij Wallonië, want de Trix te Antwerpen was volledig uitverkocht! Een samenhorigheidsgevoel wat we ten zeerste ondersteunen!

Girls In Hawaii is de kruising van Sparklehorse, Bonnie ‘Prince’ Billy en dEUS. Na de gespannen indruk die ze op Dour vorig jaar maakten en na de opwarmende secret gig in de Bota , was het tijd voor het grote werk. We merkten een vastberaden en standvastige band op, die klaar stond om definitief door te breken met hun dromerige, broeierige, aanstekelijke en frisse indiegitaarpop, die zeggingskracht had door de zalvende zang van Antoine en Lionel.
In een decor van een knusse huiskamer van tv’s en ‘lampedeires’ begonnen ze met de single van de nieuwe cd “This farm will end up in fire”, een fijn opgebouwd avontuurlijk nummer. Na een kort krachtig “Bees & butterflies” kwamen de dromerige indiesongs “Sun of the sons” en “Field of gold”. De songs kregen kleur door tv beelden van binnenhuisarchitectuur en bouwwerven. Wat een beheerste sound en zang.
Op de titelsong “Plan your escape” werd een sfeervol intiem karakter beklemtoond, mede door de xylofoon. “The fog” zette de lijn verder, die door enkele stevige, pittige songs als “Time to forgive” kon worden ontkracht.
Een gevarieerde, bedachtzame set was het resultaat, die de kwalitatieve sterkte van het songwriterschap van de twee leadzangers benadrukte. Na “Couples on tv”, “Colors” en “Found in the ground” ging Girls In Hawaii naar een schitterende finale met de intens broeierige “Birthday call” en “Flavor”.
De groep werd door een opvallend jong publiek op handen gedragen. Girls In Hawaii was onder de indruk van de respons en breiden er nog een puike bis aan met het Beatlesque “Taxman”, “Bored”, “Casper” en “Grashopper”.
Antoine en Lionel besloten tenslotte met een aan Sparklehorse gelinkt nummer op akoestische gitaar en softe percussie.

Girls In Hawaii moet in het oog gehouden worden. Het is een Belgische band met internationale allures. Ondanks het feit dat hun songs donkere inhouden verraadden, hadden we te maken met een zelfzekere band, die nu een plaatsje buiten Wallonië meer dan ooit verdient. Hun uitverkochte optredens te Vlaanderen zijn alvast een stap in de goede richting. Ingenieuze band!


Support act was Tiny Vipers, waarachter dame Jesy Fortino schuil gaat. We zagen haar al aan het werk met Buffalo Tom. Trouwens, zij is de dochter van Colbourn (bassist bij Buffalo Tom). Begeleid door haar akoestische gitaar en haar fragiele stem, speelde ze enkele intieme, sobere songs refererend aan het ‘Duyster’ concept van Great Lake Swimmers , José Gonzalez en Joan As Police Woman. Haar klagerige, onvaste stem en de repetitieve gitaarklanken konden onvoldoende de aandacht behouden; het geroezemoes had de bovenhand. Geen beklijvend songmateriaal dus!

Organisatie: Trix, Antwerpen

Hooverphonic

Hooverphonic: romantiek voor een fatalistische Valentijn

Geschreven door

Hooverphonic vierde vorig jaar z’n tienjarig bestaan met de ‘Electric Hoover tour’, waarbij ze hun debuutalbum ‘A new stereophonic sound spectacular’ voorstelden. Het was een fijne terugblik naar de roots van de trippop, zoals we het hoorden van Tricky, Portishead en het fel onderschatte Lowpass van eigen bodem.
Het heeft alvast het duo Callier/Geerts en de lieftallige, mooi ogende zangeres Geike Arnaert muzikaal geïnspireerd voor de nieuwe cd ‘The President of the LSD Golfclub’, want er is meer het werk van een echte band; het knip- en plakwerk en de strijkersarrangementen zijn volledig op het achterplan. De plaat onderscheidt zich door ‘60’s gitaarrock’n’roll, ’70’s psychedelica toetsen, ‘80’s wave en een diepe bas, gedragen door de hemels breekbare, ijle én soms onheilspellende stem van Geike. Hooverphonic staat op die manier in voor een poppy dromerige en een filmisch, bevreemdende, dreigende sound.

Een ingenieus lichtdecor van stroboscoopeffects en witte spotlights (aan de statieven van draaiende spiegels bevestigd) hadden iets mee van een filmset of van een straatverlichting.
Het eerste half uur was gewijd aan de nieuwe plaat. “Stranger”, donker en huiveringwekkend, was de ideale geleider in dit lichtdecor. Een bezwerende trippoppsychedelicatrip van “50 W” volgde. “Expedition Impossible” liet de gitaarklanken stevig doorklinken. En Hooverphonic’s hitpotentie was te horen op “Gentle storm”. Geike trakteerde het publiek op een intiem Valentijn met Godley & Creme’s “Cry”…pakkend en emotievol…Om kippenvel van te krijgen en haar een zoen te geven!
Na “Cry” grossierde het zestal in hun uitgebreide oeuvre; de songs werden muzikaal aangepast en klonken rauwer en directer: een poppy “Club Montepulciano”, een snedige “No more sweet music” - waarbij de drummer een paar krachtige slagen liet horen -, “The magnificent tree” - die ze nog maar een paar keerden speelden -, en een sfeervolle “Billy”.
De groep ging naar een climax met het op gitaargetokkel herkenbare “Jackie Cane”, “The world is mine” en een uitgesponnen “Eden”, op het eind omgeven door een scherp, krachtig gitaarspel en distortion.
Vocaal werd Geike af en toe ondersteund door Alex Callier. Enkele leuke verwijzingen naar Valentijn en anekdotes van Callier doorbraken de ‘coole’ sets van vroeger.
De groep werd sterk onthaald. Tweemaal keerden ze terug en speelden een uitgebreide bis: “Mad about you”, “Sometimes” en “Inhaler” waren strakker, zwollen aan en hadden een repetitieve opbouw. Het donker, dreigende “Bohemian laughter” besloot na ruim anderhalf uur de set.

Bij Hooverphonic heeft de rock’n’roll /psychedelica de bovenhand genomen; ze lijken de soundtrack te vormen van fatalistische romantiek-/suspensefilms. Hun op de klippen gelopen liefdessongs,waren nu net niet toepasselijk voor de romantiek van Valentijn!

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Gotthard

Gotthard: “and the Oscar goes to Gotthard!”

Geschreven door

Zwitserland zal de geschiedenis zeker niet ingaan als Grote Rocknatie. Op hardrock/metal gebied herinneren we ons nog Krokus, maar dan wordt het aardig stil - tot in 1992 Gotthard uit het niets verschijnt met hun titelloze debuut. Catchy – recht voor de raapse riffs, erg refererend aan AC/DC, maar toch met invloeden uit de klassieke Europese hardrock zoals Scorpions en Whitesnake. Het is dan ook vooral de tandem Steve Lee (zang) en gitarist Leo Leoni die zowel muzikaal als visueel het mooie weer maken op het podium. Zoals op vele van de latere cd’s krijgen we op het debuut een cover, omgetoverd naar een echt Gotthard nummer. “Hush” (o.a.Deep Purple) staat nog steeds op de setlist. In 1994 verschijnt ‘Dial Hard’, een meer dan waardige opvolger, al kiest de band voor een meer bluesy georiënteerde sound.”‘Mountain Mama” en “Travlin’ Man” getuigen daarvan. Kort daarop zag ik ze voor het eerst live op het nu legendarische Via-Rock Festival. Ze maakten wel een verpletterende indruk. Het derde werkstuk, ‘G’, is wat harder, maar enkele midtempo songs en ballads maken de cd toegankelijker. Om even het gas er af te halen, brengen ze in ’97 een volledig akoestisch opgenomen live-cd uit – ‘d-frosted’. Daarop bewijst de band dat hun songs en performance staan als een huis. ‘Open’, hun 4e studio-cd vertoond m.i. een lichte vermoeidheid; de songs boeien niet echt en het lijkt er op of de band uitdooft. In 2001 slaan ze hard terug met ‘Homerun’. ‘Hard’ is anders niet echt het woord, want de cd is behoorlijk radiovriendelijk. De songs zijn behoorlijk belegen, maar de productie klinkt Amerikaans gepolijst – wat niet noodzakelijk een slechte zaak is. Het geluid is groter en hiermee moeten ze het echt gaan maken. Amerika lonkt en bij de opvolger ‘Human Zoo’ (2003) komt de Bon Jovi-faktor wel erg om de hoek kijken. Qua productie is deze uit de kunst, maar de ballen van begin ’90 zijn toch wel echt weg. ‘Lipservice’ (2005) maakt duidelijk dat de oer-band er nog steeds is. Nu ze hun definitieve geluid lijken gevonden te hebben, brengen ze hun beste werk uit. De daaropvolgende tour brengt hun overal (excl België!) Gelukkig krijgen we met de grootse live-cd ‘Made In Switzerland’ een band in topvorm. Geen meligheid, lekker gevarieerde setlist en vooral een uitmuntende band (op cd én dvd). Vorig jaar verscheen hun laatste ‘Domino Effect’. Weerom een top-cd. Op 13 februari speelden ze een uitgestelde wedstrijd in Vosselaar…

Geen support, dus iedereen op scherp voor deze bende Zwitsers! Na een lichte vertraging staken ze van wal met “Master Of Illusion”, gevolgd door “Gone Too Far”, de eerste songs van de recentste cd. Het wel erg heterogene publiek reageerde gelijk enthousiast. Geluidstechnisch was het wel dik in orde. “Top Of The World”, een echte publiekssong zette de sfeer op 11. De gitaartandem Leoni – Scherer klinkt heerlijk complementair en op de zang én presence van Steve Lee valt niets aan te merken. Alle bandleden zien er behoorlijk goed uit, dus de vrouwelijk fans werden ook meer dan op hun wenken bediend. Steve Lee weet dat en maakt er mooi gebruik van. Naast een absolute topzanger kan hij het publiek meetrekken als geen ander. De ritmesectie Hena Habegger en Marc Lynn zijn ondertussen al zo geroutineerd, dat de motor nergens sputtert. Extra muzikant Nicolo Fragile zorgt naast de keyboard ondersteuning tevens voor een aardige pianobegeleiding als de ballades de revue passeren. Met enkel zang en piano staan deze ook nog overeind en worden stevig meegezongen. Topmomenten waren er zeker met “Hush”, “Sister Moon”, “Mountain Mama” en “Domino Effect”, alwaar de band als vanouds lekker heavy kon gaan.
Afsluiter – na de bissen – was: “Mighty Quinn”, heerlijk hard afgesloten met niet ophoudende muzikanten. De spelvreugde lag deze avond dan ook erg hoog.

Gotthard is een erg veilige band. Een uitstekende kennismaking voor (hard)rock debutanten en met een setlist die je altijd wel ergens weet te boeien. Complexloos en toch eigentijds. Gotthard staat garant voor ‘a good time’!
The Oscar Goes to Gotthard!
Setlist: *Master of Illusion *Gone Too Far *Top of the World *The Call *I Wonder *Hush *Tomorrows’s Just Begun *Anytime Anywhere *Sister Moon * One Life One Soul *Let It Be
*Mountain Mama *The Oscar Goes To You *Falling *Heaven *Lift U Up *Mighty Quinn

Organisatie: Biebob Vosselaar

Leverage

Blind Fire

Geschreven door

Het Finse Leverage bracht net op Frontiers Records zijn tweede album uit. Het debuut ‘Tides’ uit 2006 was een erg leuke, melodische rockplaat. Ook deze nieuwe ‘Blind Fire’ haalt datzelfde hoge niveau en zal fans van ‘Masterplan powermetal’ zeker aanspreken.
‘Blind Fire’ klinkt iets progressiever en is iets heavier dan zijn voorganger maar de songs blijven zeer melodieus, meezingbaar en zeer pakkend. Zanger Pekka Heino, die we kennen als frontman van Brother Firetribe, heeft een erg warme, mooie en volle stem. Geflankeerd door twee gitaristen zet de band een totaalgeluid neer om U tegen te zeggen. Verrijkt door ondersteunende keyboardlaagjes creëert de band een sound die zowel metal maar ook zeker melodic rock fans zal aanspreken.
Het is dan ook bijzonder moeilijk om echte hoogtepunten aan te wijzen. Het album staat immers vol sterke songs met catchy melodieën, waanzinnige gitaarsolo’s en vocale hoogstandjes. De productie deed de band zelf en ook daar is weinig op aan te merken.
Voor wie gek is van ‘Blind Fire’ en voorganger ‘Tides’ nog niet in huis heeft, bracht Frontiers Records net hun debuut opnieuw uit, aangevuld met enkele Japanse bonustracks. Voor echte melodieuze power-metal moeten we tegenwoordig naar Finland afreizen!

Pagan’s Mind

God's Equation

Geschreven door

Dat er in Noorwegen buiten de meer dan behoorlijke Black-metal scene, ook nog andere bands zijn die een oerdegelijke pot metal kunnen brengen bewijzen de heren van Pagan’s Mind met hun nieuwe meesterwerk ‘God’s Equation’.

Hoewel ik het doorgaans niet zo heb gezien over bands binnen het progressieve genre, moet ik eerlijk toegeven dat deze CD mij absoluut niet onopgemerkt is voorbij gegaan. De sfeervolle intro “The Conception”, zorgt onmiddellijk voor een kalmerend gevoel om daarna geleidelijk aan een intense spanning op te bouwen. Eens de spanning voldoende opgewekt is vliegen ze er krachtig in met de titeltrack van het album. Meteen één van de vele hoogtepunten van het album.
Nils K. Rue beschikt over een loepzuivere hemelse stem, die onmiddellijk opvalt tussen het bij momenten loeiharde gitaarwerk. Toch laat ook hij het niet na om bij momenten wat meer te gaan krijsen om een aantal nummers wat meer kracht bij te zetten. Onmiddellijk na de titeltrack, wordt het niveau naar het absolute hoogtepunt geheven. “United Alliance” kenmerkt zich door een afwisseling van hoogtepunten op diverse gebieden. Na de typische ruimtelijke keyboardklanken, vloeit het nummer rustig verder in een semi-ballade, om uiteindelijk geleidelijk tempo en kracht te winnen.
Met het erop volgende nummer “Atomic Firefight” word je echter meteen weer uit de droomwereld wakker geschud. Een stevige drumpartij luidt het nummer in en vloeit opnieuw voort in een staaltje puike progpower, waarbij men al eens stevig uit de hoek durft te komen. Zelfs het futuristische thema en de bijhorende klanken, waar ik nochtans absoluut geen fan van ben, werden zo goed verwerkt, dat ik de pracht ervan niet kan ontkennen.
Dat de heren ook hun idolen kunnen eren, met hun eigen mogelijkheden, bewijzen ze met de cover van David Bowie’s “Hallo Spaceboy”. Dreigend, mysterieus, melodisch, futuristisch, ronduit prachtig. Naar mijn bescheiden mening, zelfs nog iets beter dan het originele.

Ik zou nog een hele reeks positieve punten kunnen opsommen, waarvan de variatie wellicht het meest tot uiting zou komen. Dieptepunten kent dit album namelijk niet. Als ik dan toch een minpuntje zou moeten geven, zouden het de bij momenten mechanisch klinkende drumpartijen zijn. In vergelijking met de positieve punten verdwijnt dit echter in het niets. Wie een stevige pot progressieve metal weet te appreciëren, kan ik absoluut dit album aanraden.

Black Mountain

In the future

Geschreven door

Ik weet het, het jaar is nog pril, maar toch zouden we hier wel eens met het album van het jaar te kunnen maken hebben. ‘In the future’ is, beste mensen, een beest van een plaat, een briljante trip doorheen een woestijn van stoner rock, psychedelica, alt rock, folk en americana. Het is een plaat die zijn fantastische titelloze voorganger zelfs overtreft. Na Black Mountain hun weergaloze passage in de Trix te Antwerpen konden wij al niet meer wachten tot de release van de nieuwe plaat, en nu blijkt dat onze stoutste verwachtingen nog zijn overtroffen. De term stoner rock is te nauw om deze bende hun sound te omvatten. Het is veel meer dan dat. Uiteraard is het retro, maar zeker geen oubollige rock.  Het is Led Zeppelin, Black Sabbath, Hawkwind, vroege Pink Floyd, Velvet Underground, Jefferson Airplane en Neil Young, het varieert van sonische space rock (“Queens will play”) tot mooie akoestische folk rock (“Stay free”).
Maar denk in geen geval dat we hier met een stel ouwe hippies te doen hebben. Black Mountain brouwt een eigen sound uit het beste van vroeger en nu en geeft er een formidabele lap op. Lange songs als het machtige “Tyrant” kolken en broeien op een laag van loodzware gitaren en slepende keyboards. De verdeelde zangpartijen van Amber Webber en Stephen Mc Bean vormen een mooi contrast, de ijle stem van Webber vult de eerder stonede vocals van Mc Bean goed aan.
De moordende gitaarrifs van Mc Bean doen songs als “Stormy high” en “Evil ways” volledig openscheuren en de volop aanwezige ‘70’s klinkende keyboards zetten de retro sound nog een stuk meer in de verf. Een korte folk- rock song als “Wild wind” zweemt naar Bowie.
En dan is er de 16 minuten lang durende trip “Bright lights”, een song die alles in zich heeft, bezwerende vocals, sluimerende psychedelica, openbarstende gitaren, hevige acid stoner rock. Op het einde van de song worden nog eens alle registers opengetrokken, wij blijven compleet murw achter.
’In the future’ is een moordplaat, donker, hard, stomend en onheilspellend.

de portables

Topless is more

Geschreven door

De Portables zijn al ruim tien jaar bezig met muziek en film. Avontuur, diversiteit en originaliteit zijn grote troeven van het Gentse kwintet. Ze gaan hun eigen weg van een ongedwongen speelsheid binnen het muzikale landschap.
Gek gevonden songtitels, cd titel en een toffe hoes zijn mooie voorbeelden van het De Portables concept.
Muzikaal getuigt de nieuwe cd een muzikale schoonheid van aanzwellende gitaren, postrock, lofi, swingjazz en af en toe een vleugje popelektronica.
De groep balanceert tussen Yo La Tengo, The Fall, Pavement en de huidige postrock. Hun soms lang uitgesponnen nummers intrigeren en beklijven, hebben een broeierige spanning en gaan van een sfeervolle, dromerige naar een meer snedige, felle aanpak, met een vleugje distortion en dansbeats. In songs als “Bulletbabe”, “This is a song”, “Haut gay” en “In the zoo there’s a coo” weet de band zich te onderscheiden.
Fraaie band, fraaie muziek en een fraaie nieuwe cd!

Pagina 927 van 963