logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Hooverphonic

The Dirty Denims

Ready Steady Go!

Geschreven door

The Dirty Denims hebben een nieuw half album klaar. Net als bij ‘Back With A Bang’, het vorige album van deze Nederlandse happy hardrockers, krijgen we eerst een EP met zes nummers en dan later het volledige album. Ook muzikaal is er weinig veranderd: The Dirty Denims brengen potige en aanstekelijke hardrock in het straatje van AC/DC, The Darkness, Suzy Quatro en Joan Jett. Een beetje retro dus.
In de lyrics hoor je uiteraard verhalen over drinken (“Last Call For Alcohol”) en snelle wagens (“Ready Steady Go!”), hoe zou het anders kunnen voor een hardrockband. Maar het gaat soms ook dieper dan dat bij deze Dirty Denims. “Too Much Information” gaat over het ongewild moeten meeluisteren naar persoonlijke gsm-gesprekken als je het openbaar vervoer neemt. “Turn Off The Radio” is dan weer een sneer naar radiozenders die geen rock meer draaien (StuBru mag zich aangesproken voelen).Bij een songtitel als “Thunder From Down Under” zou je je al vanalles kunnen voorstellen, maar het is een al bij al brave ode aan de rockbands uit Australië.
Een leuke knipoog is wat ze zelf de kater-versie noemen van “Last Call For Alcohol”, met enkel een akoestische gitaar, een percussie-eitje en de stemmen van de twee dames in de band.

Fenella

Fenella

Geschreven door

Jane Weaver kennen sommigen van haar solowerk dat schippert tussen folk en elektronica. Weaver is ook de drijvende kracht achter Fenella, een trio dat zich waagt aan een ‘nieuwe soundtrack’ bij de psychedelische Hongaarse tekenfilm ‘Fehérlófia’ uit 1981. De cultfilm inspireerde sinds zijn release al menig artiest tot een muzikale bewerking. Nu de film een opknapbeurt kreeg, komt het op deze klassieker gebaseerde vinyl van Fenella netjes op tijd.
Verwacht geen folktronica zoals Weaver brengt bij Misty Dixon, hoewel dat ook had gekund. De Britse countert het visuele van de animatiefilm met koude soundscapes en zuinig gedoseerde ijzige stemmen. Weaver en haar twee bandleden bij Fenella begeleiden de film met regenachtige soundbytes van vervormde synths en niet meer te herkennen gitaren. Het wordt gelukkig wel niet te zwaar op de hand, maar ook weer niet voluit vrolijk. Een paar keer is er een aanzet van wat een complete song zou kunnen zijn, maar dat was waarschijnlijk geen absolute must in dit concept.
Deze nieuwe begeleidende soundtrack is zonder meer intrigerend en spannend, op een wazige, dromerige manier. Als je de oorspronkelijke geluidsband van ‘Fehérlófia’ wegdenkt en bij het luisteren van dit vinyl die beelden in je hoofd oproept, krijg je een heel andere invalshoek, die het psychedelische en mythologishe van het Hongaarse verhaal nog versterkt.

Ixotopia

Choris Tachytita

Geschreven door

Het Griekse duo Ixotopia (afhankelijk van de schrijfwijze vind je ze soms ook als Hxotopia) heeft een intrigerend concept. Oorspronkelijk maakten ze synthwave met dialoogstukjes uit oude films. Dat gaf hun een neo-noir-sound. Hun nieuwe album ‘Choris Tachytita’ (ook wel Horis Tahitita) is net iets anders, maar nog steeds verrassend. De filmdialogen werden vervangen door de stem van George Grammatikakis (professor, schrijver en politicus). Zijn bijdragen zullen voor de Belgische luisteraars misschien wat exotisch en intrigerend klinken, het blijft vooral jammer dat we er weinig van begrijpen.
Ixotopia haalt zijn inspiratie uit zowat de hele elektronische muziek. Soms hoor je echo’s van Telex en Kraftwerk (op ”Mesa”), dan weer zijn er stukken die doen denken aan Kavinsky en Air. Als ze meer naar de ambient soundcapes gaan, hoor je wat Brian Eno. De smoothe synthwave van Enzo Kreft telt ook als referentie. Toch klinkt het nergens voluit retro. De muziek van deze Grieken is goed doordacht en verfrissend. De tracks lopen over van de catchy melodieën en verrassende en toch organische hooks en breaks.
Er zit zelfs een cover verscholen op het album: “Direct Lines” van de Britse 80’s-synthpopband The Electronic Circus wordt hier “Eftheies Grammes”. Als je deze band online wil ontdekken, begin dan bij “Volta” en “Atmos”.

Seagulls

Regg’n Roll

Geschreven door

Seagulls bestaat uit drie broers die met relaxte chillout-muziek sinds 2015 talrijke podia in vuur en vlam zetten. De jonge Belgische band tourde al door Australië en Europa, eigenlijk liefst overal waar ze ook nog kunnen surfen. Het trio is gewapend met zelfgemaakte gitaren, mondharmonica, stompbox en tal van percussie-instrumenten. Ze brengen zonnige, aanstekelijke rockmuziek die gemixt wordt met reggae en ska. Denk aan het eerste solo-album van Manu Chao en het vroege werk van zijn band Mano Negra, maar dan met minder maatschappijkritiek of politieke boodschappen.
Seagulls’ EP ‘Regg’n Roll’ omvat twee eerder uitgebrachte digitale singles (“The City” en “Dirty Moustache”) en nog vier extra tracks. “The City” doet hard denken aan “Pick It Up” van The Employees en het zou mooi zijn mocht “The City” net zo’n hit worden. “Regg’n Roll” begint met een catchy bluesrock-riff, maar transformeert al snel tot gezapige reggaerock. “Southern Girls” heeft dat ondeugende van Mano Negra, zowel in de muziek als in de lyrics. “Dirty Moustache” gaat over het cliché dat een beetje rockartiest op z’n minst een snor moet hebben. Tegenwoordig is dat eerder een baard, maar kom, ze maken er een grappige en catchy song mee en dan is het ook al goed.
Het akoestische “Rover” heeft een paar draaibeurten nodig vooraleer het een beetje begint binnen te komen, terwijl het geinige “Banana” wel meteen een glimlach op je gezicht tovert.
Van de originele 2Tone- en skabands zijn er niet veel meer over. Seagulls vult die leegte met lichtvoetige skarock. Lyrics die nog net iets dieper graven zullen wel komen als de bandleden wat ouder worden. Tot dan is het leuk skanken op hun ‘Regg’n Roll’.

https://www.youtube.com/watch?time_continue=2&v=NcFYD_Yxmg4&feature=emb_logo

Step In Fluid

Back In Business

Geschreven door

De Franse band Step In Fluid deed er liefst acht jaar over om een vervolg uit te brengen op hun debuutalbum ‘One Step Beyond’ Dan is een albumtitel als ‘Back In Business’ al zeker raak gekozen. Ze grossieren nog steeds in instrumentale metal die schippert tussen freejazz en progmetal, met op dit album ook nog eens uitstapjes naar funk en cinematic rock. Het is allemaal heel onderhoudend en variërend en het speelplezier druipt er van af, maar er zijn ook momenten waarop je denkt dat je al dat vrijblijvende freewheelen al eens eerder gehoord hebt. Een paar decennia geleden dan. Het instrumentale en het feit dat ze al eens vaker naar ongeveer dezelfde breaks en muzikale bewegingen grijpen, maakt dat de tracks soms een eigen gezicht missen. De beste tracks zijn opener “Booty Shake” (dansbare metal!) en “Sex In An Elevator”.
‘Back In Business’ is een prima comebackalbum, maar het had allemaal nog wat frisser mogen zijn.

Whitney

Whitney - Seventies roadtrip op automatische piloot

Geschreven door

Smaken mogen uiteraard verschillen, maar wij zijn van mening dat de weemoedige folksongs van Whitney uit Chicago, die knipogen naar de seventies, het best gebaat zouden zijn bij een eerder minimale bezetting.  Dat een likje gitaar, wat drumgeroffel en een spaarzame trompet op zich ruimschoots voldoende zouden moeten zijn om de mooie, dromerige falsetstem van zanger/tevens drummer Julien Ehrlich volop te laten schitteren.

Juist daarom deed de keuze om hun tweede, lovend onthaalde album “Forever Turned Around” te presenteren met een keurig uitgedoste 7 koppige band, het vrouwelijk strijkers achtergrondkoortje niet eens meegerekend, ons met de wenkbrauwen fronsen. Jawel, ze bestaan zeker, multi instrumentale indiefolk bands die op ongeëvenaarde wijze live weten te imponeren, denk aan Belle & Sebastian of Beirut bijvoorbeeld. Maar dergelijke hoge verwachtingen kon Whitney helaas nooit inlossen die avond in de Ancienne Belgique, na een nochtans veelbesproken passage eerder deze zomer nog op Pukkelpop.
Openingsnummer “Polly” was vooral een zoektocht naar de juiste geluidsbalans, nog enigszins begrijpelijk. Maar wat daarna volgde, zoals ”Giving Up”, “Dave’s Song”, en “On My Own”, nochtans stuk voor stuk subtiele aanradertjes, bracht helaas niet al te veel verbetering. Het was pas bij het instrumentale “Rhododendron” dat onze oren voor het eerst echt gespitst werden. En op “Golden Days” kon niemand, wijzelf incluis, eraan weerstaan om de “nahnahnahnahnahnah” outtro luidkeels mee te zingen, waarop nog een kort dankwoordje volgde.
Ergens halverwege de set verklaarde frontman Julien Ehrlich dat dit zowat hun vierhonderd twintigste optreden moest zijn. Een ironische opmerking natuurlijk, al kon het even goed een excuus zijn. Want de pijnlijke vaststelling was alleszins dat Whitney ook zo klonk die avond: als een automatische piloot die geroutineerd en zonder veel begeestering een vaste koers voer, zonder nieuwe zijpaden te verkennen.

Al moet het wel gezegd dat de voortreffelijke bisronde met 4 nummers nog veel kon goedmaken. Met onder andere het aan Neil Young schatplichtige “Used To Be Lonely” en “No Woman”, de doorbraaksingle die veel muziekliefhebbers Whitney in hun hart deed sluiten en die, zoals te verwachten viel, het onbetwiste hoogtepunt was van de set.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Vampire Weekend

Vampire Weekend - Strak en oerdegelijk

Geschreven door

In 2008 liet het piepjonge collectief Vampire Weekend een frisse wind uit New York overwaaien, en België (alsook de rest van de aardkluit) was meteen wild van hun vrolijke gitaardeuntjes en clevere teksten. Verschillende keren trad de band in onze contreien op, maar ondertussen was het toch al weer een dikke zes jaar geleden. Het publiek snakte dus naar een sterke liveshow.

Onder een gigantische wereldbol - de hoes van hun nieuwste plaat ‘Father of the Bride‘ - gingen de heren van start met hun recentste single “This Life”, gevolgd door “Unbelievers”. Het valt op dat de sound nog niet echt goed zit, het lijkt eerder een lo-fi concert in een kroezelig café. Bij “Sympathy” wordt dit hersteld, en enkele nieuwe nummers passeren de revue. Hun laatste worp werd door de gespecialiseerde pers met ietwat gemengde reacties onthaald, maar hier bewijst de groep dat de liedjes live best goed overeind blijven.
Bij “Finger Back” wordt geknipoogd naar het refrein van wereldhit “Harmony Hall”, maar “I don’t wanna live like this” mag pas later volop meegezongen worden. Samplen doen ze blijkbaar graag, want “This feels so unnatural, Peter Gabriel too” komt voor in “Cape Cod Kwassa Kwassa”, en later tijdens de bisnummers ook nog eens in “Ottoman”. De band én het publiek komen helemaal onder stoom tijdens de gouwe ouwe nummers vanop het self-titled ‘Vampire Weekend en Contra’.
Wat volgt is een unieke versie van “Step”, een minutenlange, harde gitaarjam tijdens “Sunflower”, en een uiterst subtiele maar zeer verzorgde overgang naar “White Sky”. VW bewijst hier dat ze één voor één topmuziekanten zijn. Zanger Ezra Koenig, gitarist Chris Baio en de twee percussionisten, ze laten complexe muziek toch zo kinderlijk eenvoudig lijken. “Cousins” en “A Punk” doen iedereen dansen, terwijl het maatschappijkritische “2021” de zaal volledig stil krijgt.
De strakke set wordt afgesloten met “Jokerman”, een Bob Dylan cover, en een David Goffin lookalike naast ons geraakt bijna in trance. Hier valt het pas echt op dat de groep de mosterd voor deze mengeling van pop met Afrikaanse invloeden haalde bij ‘Graceland’. Paul Simon als inspiratiebron, New York als gemeenschappelijke thuishaven. Bij de eerste noten van de encore “Big Blue” vallen vier vlaggen naar beneden, elk staan ze symbool voor de vier singles die de band ter voorbereiding van hun nieuwe cd maandelijks de wijde wereld instuurde.
Als slotakkoord worden nog een paar verzoeknummers gespeeld, en met “M79”, “Diplomat’s Son” en “Mansard Roof” worden enkele klassiekers aangevraagd en maar al te graag te berde gebracht. Singles als “Oxford Comma” en “Holiday” zijn zelfs niet nodig om ons te overtuigen.

Traditiegetrouw sluit “Walcott” de gig af, en zo klokt Vampire Weekend af op zevenentwintig (!) nummers, netjes verspreid over hun vier albums, stuk voor stuk pareltjes, elk op hun eigen manier, en live vormt dit alles een erg knap, oerdegelijk geheel.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/vampire-weekend-18-11-2019.html
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/liss-18-11-2019.html

Organisatie: Live Nation

The Libertines

The Libertines - Hun charmante rammelrock is nog geen verleden tijd

Geschreven door


Margate, 2018. The Libertines kondigen aan dat hun passage op het Wheels & Finns Festival hun laatste optreden zal zijn van de reünietour die in 2014 in het Londense Hyde Park begonnen was. Hun degelijk derde album, “Anthems for Doomed Youth” (2015), het product van de comeback, was genoeg gepromoot en dus werd het tijd het rondtouren on hold te zetten en te werken aan een vierde plaat.
Baserend op hun voorgeschiedenis verbaast het niet dat The Libertines geen personen zijn die je te allen tijde op hun woord moet geloven, maar toch was het vreemd dat ze amper een jaar later een goedgevulde concertreeks aankondigden zonder enig nieuws omtrent die vierde plaat.
Geld nodig? Vermoedelijk wel. De band is volop bezig met een hotel te openen in het kuststadje Margate, hun nieuwe thuishaven. Met hun prioriteiten zit het alvast goed: de pub is al open, aan de slaapfaciliteiten is wel nog heel wat werk.
Naast de hotelbusiness is er ook nog The Puta Madres, Peter Doherty’s solo/hobbyproject. Doherty gaf al meermaals te kennen dat hij The Libertines nodig heeft voor het financieren van de band waarin hij - in tegenstelling tot bij The Libertines - de volledige vrijheid krijgt z’n chaotische zelve te zijn. Could be worse¸ om geld in te zamelen voor een comebacktournee met Public Image Ltd maakte zelfverklaard anarchist John Lydon ooit reclame voor een botermerk.

The Libertines debuteerden in 2002, wat hen ondertussen al old school maakt. Vorige week zag ik op Sonic City de new school aan het werk, met Shame en een resem andere bands die onder de brede noemer van de South London Scene geplaatst worden. Datzelfde Londen dat de uitvalsbasis van The Libertines was rond de eeuwwisseling. Er vallen naast de Britse hoofdstad ook nog andere paralellen te trekken, zeker. Zo waren The Libertines katalysator van een revival van de Britse indierock, in hun kielzog volgden later Arctic Monkeys en Franz Ferdinand.
Hun “anyone can be a Libertine”-credo kenmerkte hun optredens in de begindagen, geen barrière tussen band en publiek, alles mag. Ook Shame is de voortrekker van een recente nieuwe golf Britse gitaarbands, en hun optredens barsten tevens van de jeugdige branie. Maar waar de kracht van Shame onder meer ligt in hun down-to-earth-mentaliteit, hebben The Libertines altijd iets ongrijpbaars en anachronistisch gehad. Toen Pete en Carl de leeftijd hadden van de jongens van Shame waren ze vooral rare kwieten die dweepten met de romantic poets à la Keats, Wordsworth en Byron, en geobsedeerd waren door Albion, het oude Engeland dat zij een mythische invulling gaven.

De centrale vraag waarmee ik op 18 november richting het Koninklijk Circus trok was of er zich echt een wissel van de macht heeft voorgedaan. Heeft de new school de old school volledig verdrongen, en zijn The Libertines en hun charmante rammelrock verleden tijd?

Het antwoord op die drieledige vraag kan ik alvast verklappen. Dat is namelijk nee. The Libertines weten anno 2019 nog steeds hoe ze een publiek moeten inpakken. De aanloop naar het concert voorspelde nochtans niet veel goeds. Die was namelijk - vintage Peter Doherty - bijzonder chaotisch verlopen. Komt ie, komt ie niet? Amper een week voor hun optreden in Brussel werd Pete opgepakt voor het aankopen van cocaïne in Parijs. Achter de rug van z’n spitsbroeder Carl Barât die had benadrukt een drug free tour te willen. Pete was vrij snel weer op vrije voeten, om vlak daarna opnieuw gearresteerd te worden omdat ie iemand op z’n gezicht getimmerd had. Enfant terrible, ook nu hij veertig geworden is.
De chaotische aanloop bleek dus geen voorbode te zijn van een turbulent optreden. Hun doortocht in het Circus was opwindend, gedreven en bovenal opvallend strak. Dat had alles te maken met Carl Barât die er nauwlettend op toekeek dat de concentratie niet verloren ging. Liep ie gepikeerd door Pete z’n gevangenisperikelen? Moeilijk te zeggen, maar vanaf Pete aan het dollen sloeg (toen hij bijvoorbeeld vroeg of de ober van Chez Max voor wie hij kaartjes geregeld had ook binnengeraakt was), gaf Carl niet toe, en nam hij de teugels strak in de handen. Of zoals het weerklonk in hun opener: “let’s get straight to the heart of the matter.” No-nonsense, spelen godverdomme.
“Heart of the Matter” was het eerste van vijf songs uit de comebackplaat, waarvan “Fame and Fortune” en “Barbarians” ook netjes in het begin zaten. Vooral de andere twee die later passeerden, het door Clash-reggae beïnvloedde “Gunga Din” en het breekbare “Dead For Love” (in de bisronde), golden als hoogtepunten en konden moeiteloos hun voet naast het ouder werk plaatsen.
Het leeuwendeel van de set teerde op dat ouder werk, en al vrij snel bleek dat niemand daar echt om maalde: er werd meegebruld bij “What Became of The Likely Lads” en “Can’t Stand Me Now”, gecrowdsurft op de tonen van “Boys in the Band” en “Time For Heroes”, stevig gemosht tijdens “Horrorshow” en “Vertigo”, en vooral veel gejuicht telkens Pete en Carl een microfoon deelden. En akkoord, her en der werden een paar noten vals gezongen, en zat een gitaarlijntje ietwat scheef, maar dat bleef naar Libertines-normen mooi binnen de perken. Het maakte ook allemaal deel uit van de verdomd strakke onversneden punkset die, op rustpunt “You’re My Waterloo” met Carl aan de piano na, afgewerkt werd in een rotvaart.
Na een verschroeiend “Up The Bracket” verdwenen the likely lads, na een dik uur spelen, zonder enige bedanking in de coulissen, waar ze vervolgens minutenlang gezellig vertoefden. De lichten in de zaal gingen aan en uit, waardoor onduidelijkheid heerste of ze nog zouden terugkomen.
De bisronde kwam er wel degelijk, en opende met het wonderschone “Dead For Love”. Opnieuw nam Carl plaats aan de toetsen, en toen het einde van het nummer naderde kwamen de drie overige Libertines hem vervoegen rond die piano om in samenzang de laatste regels te brengen. Alsof ze wouden aantonen dat ze wel degelijk een collectief zijn, ondanks hun woelig verleden én heden.
Voor het tweede bisnummer, “What Katie Did”, vroeg Doherty wat “what on earth have you done, Katie?” was in de lokale taal. Even mengde hij zich zo in de communautaire kwestie door te vragen of in Brussel Frans of Duits gesproken wordt. “Flemish!” antwoordde iemand, waarna Pete zich wijselijk terugtrok. Het toont in ieder geval aan in wat voor losse sfeer de toegift werd afgewerkt, zo werd ook een flard uit het vergeten b-kantje “Dilly Boys” gespeeld, en moesten “What a Waster”, “Music When The Lights Go Out” en “The Good Old Days” (die wel degelijk op de setlist stonden) verrassend plaats ruimen voor een bijzonder stevige versie van “The Ha Ha Wall”. Het uitbundige “Don’t Look Back Into The Sun” was de gedroomde afsluiter, maar in deze bisronde was geen plaats voor conventioneel gedrag. The Libertines gooiden er nog “Bangkok” tegen aan, een b-kantje van de “Time For Heroes”-single. Een rommelig punknummer, maar het enthousiasme spatte er wel van af.

“Bangkok” was het einde van een vinnig optreden dat twee zaken demonstreerde: (1) dat de schending van hun belofte enkel nog te touren met een vierde album op zak hen gemakkelijk vergeven kan worden, en (2) dat hun charmante rammelrock geen verleden tijd is. Ook aan de vooravond van een nieuw decennium hebben Doherty, Barât & co nog steeds hun bestaansrecht, en dus zullen de new school bands de troon van de Britse indierock nog eventjes met die oude knarren van The Libertines moeten delen.

Organisatie: Live Nation

Steve Harley

Steve Harley & Cockney Rebel - make you smile ? (smiley aub)

Geschreven door

Steve Harley & Cockney Rebel - make you smile  ? (smiley aub)

Sommige popartiesten boeren goed. Het is hen gegund zolang ze hun talenten benutten en hard werken. Laten we het muziekpad even verlaten en ons in de sfeer van Top Gear begeven. De welstand van rocksterren kan je afleiden uit het soort voertuigen waarmee ze rijden. Neem nu Steve Harley. Zijn eerste wagen was een ordinaire Ford Escort. Begin jaren ‘70 scoort hij hits en prompt schakelt hij over op een statige Bentley. “In de States verwarren ze de Bentley meestal met een Roller (Rolls Royce). Soms ging ik op restaurant met mijn vriend Rod Stewart. Nadien grapte hij: ‘Zullen we de Roller naar huis brengen?’ ” In de jaren ‘80 staat er wat minder op de bankrekening en bestuurt hij een Volkswagen Golf of een Volvo. “Ik vroeg me af: ik ben toch een rockster, wat doe ik in een Volvo?” Gelukkig stromen de auteursrechten verder binnen. Bij zijn vorig concert parkeerde hij een immense BMW 7 achter de zaal. Nu tuft hij als James Bond zowaar met een sportbolide rond: een Aston Martin. Een man met smaak (en geld).
Het zijn niet enkel de platenverkoop en SABAM die een artiest rijk maken. Later kom je te weten welke bijkomende weg je lucratief kan berijden.

Ik interview Steve Harley voor de tweede maal. De vorige keer was 4 jaar geleden. Het artikel genereerde online via Musiczine 2.200 extra lezers. Beeld je in, 40 volle autobussen.

Harley is een veel belezen man, dat merk je aan zijn songteksten. Als jij je eerste single (“Sebastian”) - jouw visitekaartje - laat beginnen met:
“Radiate simply, the candle is burning, so low for me.
Generate me limply, can't seem to place your name, cherie.”

weet je dat er potten zullen gebroken worden.
Ik beloof Steve andere vragen te stellen. “Thanks, mate!” Een goed begin want hij lacht.

Laten we het eens over een andere boeg gooien. Welke auteur is volgens jou de beste?
Ik ga voor Virginia Woolf, een van de grootste Engelse schrijvers. Haar boek The Waves betekende een openbaring voor me. Het bestaat uit monologen van zes personages. Ook haar gedichten zijn van uitzonderlijk hoog niveau. Helaas pleegde Woolf zelfmoord omdat ze stemmen hoorde.
Bij de liedjesteksten staat uiteraard Bob Dylan op kop, gevolgd door - verschiet niet - Chuck Berry. Je mag hem als de belangrijkste songwriter van het rock-'n-rolltijdperk beschouwen. Berry leverde scherpe kritiek op de Amerikaanse maatschappij. Hij had als tekstschrijver en gitarist een grote invloed op The Rolling Stones, The Beatles, Bob Dylan en zelfs Bruce Springsteen.

Sommigen vergelijken je stem met die van Bob Dylan
Daarmee ga ik niet akkoord. Ik hou wel ontzettend veel van zijn frasering. Ik volg hem sinds mijn twaalfde. Soms draag ik een T-shirt met een beeltenis van hem. Het is een foto uit ‘69 vanop het Isle of Wight festival.

Klopt het dat je begon als busker / straatmuzikant?
Begin jaren ‘70, toen we nog jong en mooi waren… Ik groeide op met mijn songs in metrostations en op straat, vooral Portobello Road en Hyde Park Corner. Alleen met mijn gitaar. De meesten speelden er folksongs. Ik probeerde er mijn composities uit. Het busken gaf me een platform om te experimenteren. Ik had eentje dat “Sebastian” noemde en het duurde 6 minuten. Evenzeer “Judy Teen” en “Mr. Soft” kwamen embryonaal aan bod. En, ik had geen nagel om aan mijn gat te krabben.

Aan welk optreden heb je een blijvende herinnering?
Ontelbare, elk concert kan je speciaal noemen. Wat me zeker bijblijft: in juni dit jaar trad ik op nadat mijn vader overleden was. Uiteraard dacht ik aan mijn pa en droeg een song aan hem op. Dit gaf me rillingen.
Staat eveneens in mijn geheugen gegrift: Vorst 1975, een magische nacht. Ik had toen drie goedlopende albums uit en een hit met “Make Me Smile”. Of de shows in de Roma, Antwerpen. Wat een briljante zaal. Ze vertelden me dat dit destijds een bioscoop was en dat vrijwilligers de renovatie op zich namen. Wonderbaarlijk. Bovendien een beschermd monument.

Vertel me over je vriend Marc Bolan van T. Rex
Om een zinspeling op zijn voornaam te maken: “He was remarkable.” Een unieke, zowel letterlijk als figuurlijk knappe man. Hij was diegene die begon met glam rock (make up, glitters, plateauzolen… ). Hij scoorde hits met de seksueel getinte singles “Hot love”, “Get it on”, “20th Century boy” … Zijn populariteit kon je op zijn hoogtepunt vergelijken met de Beatlemania. Ik gebruikte vaak het Latijnse gezegde: “Vanitas vanitum. All is vanity, Marc.” “IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid”. Marc was behoorlijk narcistisch. Hij schreef ook poëzie en was eveneens geïnteresseerd in wagens. We hadden veel plezier en deden enkele tv-shows samen. Tot zijn vrienden behoorden ook David Bowie. Hij is veel te vroeg gestorven. Hij crashte met zijn Mini op amper 30-jarige leeftijd.

Word je bewonderd door collega artiesten?
Jawel en ik kan niet ontkennen dat dit plezier doet. De band Elbow - deze van de hit “One day like this” - noemde aanvankelijk “Mr Soft”. Fascinerend, hé. Ik heb hen verschillende malen ontmoet. Het zijn jongere mensen. Er is verdorie een leeftijdsverschil van 20 jaar.
Ook Johnny Marr, ex-gitarist van The Smiths, is gek op mijn werk. Evenals Noel Gallagher van Oasis.

“Make me smile” schreef je na het vertrek van je eerste groep. Wat is er van hen geworden?
Geen flauw idee. Ik heb geen contact meer met hen. Zo weet ik jammer genoeg ook niet wat George Harrison vond van onze bewerking van “Here comes the sun”.

Waarom ga je akoestisch op tour?
Voor mij is het gemakkelijker want met groep gaat het behoorlijk luid. Ik word vergezeld door de originele Cockney Rebel-leden Barry Wickens (viool, gitaar) en James Lascelles (piano, percussie), twee rasmuzikanten. Ik ben altijd al een notoir tegenstander van de elektrische gitaar geweest. Met deze bezetting voel ik me goed in mijn vel. Het zijn de min of meer naakte songs, zonder veel franjes. Zo merk je of een lied overeind blijft. Tussen de nummers door durf ik al eens een monoloogje op te voeren, met hier en daar een knipoog.
Barry is een violist die meer kan dan wat riedeltjes te voorschijn toveren. Zijn solo’s en begeleiding zijn hemels. Toetsenist James tovert diverse klanken uit zijn keyboards. Op die manier heb je de indruk dat je naar een grote groep zit te luisteren.

Het interview zit er op. Terug naar de inleiding, de Bentley en the money maker. Je kan een centje bijverdienen door je songs te laten gebruiken voor advertenties. Arno, een artiest zonder rijbewijs, maakte reclame voor het automerk Lancia. Bij Steve Harley is het eveneens grappig. “Come up and see me, make me smile” wordt gebruikt in een reclamefilmpje om paarse erectiestimulerende pillen aan te prijzen. Ikzelf neem het aanbod van aspirine in overweging.

Met of zonder pillen, Harley gaat als trio en unplugged de baan op. “Sebastian” bijvoorbeeld staat nog altijd als een huis. Het is in de akoestische versie mooier en breekbaarder, zonder al die trammelant.

Steve Harley & Cockney Rebel
unplugged concert
zaterdag 30 november 2019 - 20 uur
cc Zomerloos Gistel
059 27 98 71 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
€ 20 voorverkoop

www.gistel.be

RAMAN

RAMAN - Het perfecte huwelijk tussen melancholie en pure rock-'n-roll

Geschreven door

Minard Gent is een historische locatie met een geschiedenis die teruggaat tot 1847. De schouwburg kwam er dankzij de architect Minard die dit gebouw optrok als reactie op de Franstalige schouwburg en opera in Gent. Bij het binnenkomen, valt de ode op aan personen die nauw betrokken waren bij deze schouwburg, waaronder Romain Deconinck (1915-1994) een iconische Gentse figuur die Gent op de wereldkaart wist te zetten, dan ook onmiddellijk op.
In deze historische omgeving mocht een jong, talentvol gezelschap RAMAN op zaterdag 16 november zijn allereerste EP 'Birth Of Joy' voorstellen. En zo is de cirkel rond. In een interview liet Simon Raman ons weten klaar te zijn om die volgende bladzijde om te draaien. Het volledige interview kunt u hier trouwens nog eens nalezen: http://www.musiczine.net/nl/interviews/item/76226-raman-we-zijn-eigenlijk-veel-verschillende-genres-dat-maakt-het-voor-ons-zo-spannend.html
In Minard kregen we dan ook het perfecte huwelijk voorgeschoteld tussen melancholie en pure rock-'n-roll!

Een ander opkomend talent is Roos Denayer (****). Deze jonge singer-songwriter haalt haar invloeden bij o.a. Joni Mitchel, Nick Drake en Suzanne Vega. Dat is toch heel wat. Ze laat zich op het podium begeleiden door een bassist Trui Amerlinck, die door haar magische inbreng de stem en gitaar van Roos perfect weet aan te vullen. Op een eerder bedeesde en onschuldige wijze zorgt deze laatste, dankzij gezapige bindteksten, voor een glimlach op de lippen. Bovendien gooit Roos Denayer haar uiteenlopend stembereik in de strijd. Puur vocaal, maar ook wat gitaar en bas betreft, zweeft het concert dan ook voortdurend tussen weemoed en lekker loos gaan waarbij zelfs lichtjes wordt geflirt met geluidsnormen overschrijdend gedrag. Die combinatie zorgt ervoor dat Roos zonder problemen iedereen uit haar hand doet eten. Het publiek stil krijgen bij die pakkende tot melancholische momenten, waarbij je een traan wegpinkt. En meeklappen en dansen vanuit de stoelen op de meer energieke songs. Het is er allemaal bij .
Besluit: Roos Denayer slaagt er, in tegenstelling tot veel voorprogramma's, zonder enige moeite in het Gentse publiek - en ook wijzelf - compleet over de streep te trekken. We zagen dan ook een bijzonder talentvolle artieste aan het werk om in het oog te houden naar de toekomst, een toekomst die er zeer goudkleurig uitziet.

Dat laatste kan ook gezegd worden van RAMAN. (****1/2). De band heeft ondertussen in en rondom het Gentse al bewezen uit het goede hout gesneden te zijn. We gaven de EP 'Birth of Joy' al enkele luisterbeurten, en werden van begin tot einde van onze sokken geblazen. Een recensie daarvan volgt nog!
Of dit live ook het geval zou zijn?, vroegen we ons af. Nu, vanaf de eerste song werden de teugels gevierd en de registers compleet open getrokken. Een vat boordevol stomende riffs en drum salvo's, die de Minard op zijn grondvesten deden daveren, werd open gedaan. Feitelijk is hierop stil zitten onmogelijk. Het publiek ging eerder uit de bol door stevig te headbangen en mee klappen, en ook wij werden door een geluidsmuur die op ons kwam murw geslagen. Echter weet RAMAN binnen deze energieke en gestroomlijnde aanpak ook genoeg weemoed en melancholie te verstoppen, met pakkende songs die eerder een krop in de keel bezorgen. Sam is niet alleen een gitaar virtuoos van een unieke soort, hij is eveneens een charismatische frontman met een uiteenlopende stem. Enerzijds breekbaar, anderzijds schreeuwt hij zijn stembanden schor. Gerugsteund door een knallende drum inbreng van Bernd Coene die zijn drumvellen bedient alsof zijn leven daarvan afhangt, aangevuld door een al even knallende en knetterende baslijn van Jasper Peeters. Zorgt dit voor een kruisbestuiving die we niet elke dag tegen komen. Vooral als al die registers compleet worden open gegooid in een stomend instrumentale wervelstorm, telkens werkende naar een verschroeiend hete climax toe, gaan de daken er compleet af in de Minard. Het gemeende, staande applaus, na de regulaire korte set, bewijst dat ook het publiek compleet mee was met de zaak.
Besluit: ''Het is eerder een mengeling van vele genres, waardoor het moeilijk is om daar een stijl op te plakken. Een bewuste keuze trouwens. We zijn vooral een live band, daarom dat catchy en streepje rock-'n-roll in onze muziek.'',  wist Simon ons in het interview dat we hadden met hem te vertellen. Nu, dat laatste wordt meermaals in de verf gezet.
Ook de snoeiharde, quasi instrumentale, bisronde is een mokerslag in het gezicht, compleet murw geslagen.
Het enige minpuntje is de te korte set van amper iets meer dan een uur, want dit smaakte naar meer, veel meer. Voor de rest hoor je ons niet klagen. Dit was een leerrijke avond inéén van de mooiste gebouwen die Gent rijk is.
RAMAN bewijst in de Minard dat ze inderdaad klaar zijn voor het grote werk, niet alleen op maar ook naast het podium. In het oog te houden naar de toekomst toe!

Organisatie: Cunae Management +  RAMAN ism Democrazy/Vooruit, Gent

Pagina 296 van 964