Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Hooverphonic

Guitar Wolf

Guitar Wolf - Dementerende rock-‘n-roll

Geschreven door

Guitar Wolf zag in ‘87 het levenslicht in Tokyo maar het was pas in de jaren ‘90 dat de wereld, dankzij een zetje in de rug van Eric Oblivian, met hen kennismaakte. Sindsdien bleef de groep onverminderd touren en platen maken (zo’n 17) en werd zo één van de zeldzame overlevers van de garagerock-revival van toen.
Elke zichzelf respecterende rock-‘n-roll liefhebber zou ze minstens één keer gezien moeten hebben! En hoewel hun interessantste platen, ‘Missile me!’ uit ‘95 en ‘Jet Generation’ uit ‘99, thuis op het schap staan , slaagde ik erin om ze telkens te missen.
Ook dit keer had ik minstens drie redenen om verstek te laten gaan maar besloot uiteindelijk toch dat alles moest wijken en ik heb het me geen seconde beklaagd. Extra argument om door te zetten was de plaats van het gebeuren. Magasin 4 had een dag later ook gekund maar de l’Imposture in Lille, een café niet groter dan de Pit’s, leek me ideaal, temeer daar Guitar Wolf er vorig jaar ook al mocht opdraven. Altijd een goed teken als een groep mag terugkomen!
Net vooraleer de groep verscheen ging Malik, de sympathieke baas van het pand, even voor het podium postvatten om ook de laatste twijfelaars naar voren te wenken. Nadat bassist Gotz en drummer Toru hun instrumenten even gewelddadig beproefd hadden, alsof ze leken te solliciteren bij een jazzrockband, kapten de drie theatraal een volle pint binnen waarna het feestje definitief kon losbarsten.
Guitar Wolf bracht een smeuige mix van dementerende rock-‘-roll, garagerock, noise en seventies punk waarin ik echo’s van zowel The Ramones, Link Wray als de Oblivians hoorde. Zelf noemen ze het ‘jet rock-‘n-roll’ waarbij jet niet staat voor Joan Jett, zoals sommigen beweren, maar voor het harde geluid van een ‘jet plane’. Wat dat harde betreft viel het beslist mee. Luid was het zeker , maar niet té.
Japanners hebben al eens de neiging om te overdrijven maar hier bleek alles (volume, distortion, chaos,..) perfect gedoseerd. Bij een naam als Guitar Wolf zou je misschien exuberante gitaarpartijen verwachten, niets daarvan. Integendeel, de techniek van Seiji was zelfs eerder beperkt maar bij dit soort herrie is dat eerder een zegen dan een handicap.
De set zat clever in elkaar met af en toe een cover (“Gimme some lovin’” (Spencer Davis Group), “Summertime blues” (Eddie Cochran/ Blue Cheer)) om de ambiance kolkend te houden. Halverwege ging de bassist zelfs wat crowdsurfen waarbij hij even aan de airco (?) ging hangen en een daaraan gemonteerde beamer net niet naar beneden stuikte. Alle drie volledig in het zwarte leer en met zonnebril leken ze afstandelijk maar ook dat was slechts schijn. Seiji zocht geregeld contact met het publiek , alleen zorgde zijn zwaar geaccentueerde Engels voor een erg moeizame communicatie. De setlist mee grissen was trouwens zinloos of je moest de Japanse taal machtig zijn.
Na een gebalde set waarin ze ongetwijfeld iedereen over de streep trokken , kwamen ze nog eens terug voor drie bisnummers om er met “I saw her standing there” van The Beatles er een punt achter te zetten. Schitterend optreden en zo kocht ik warempel na precies twintig jaar nog eens een Guitar Wolf plaat: ‘Love & Jett’, uit op Third Man Records.

Organisatie: Imposture, Lille

RAMAN

Birth of Joy (EP)

Geschreven door
De Gentse band RAMAN timmert al een paar jaar aan de weg. In eerste instantie bouwde de band een stevige live-reputatie op, won verschillende wedstrijden en vond het nu tijd worden om eindelijk een eerste EP op de markt te brengen.

Eerder werden al twee singles uitgebracht waaronder: 'Maestoso'. De recensie hiervan kunt u hier nog eens nalezen: http://www.musiczine.net/nl/cd-reviews/item/76081-maestoso-single.html.
De debuut EP 'Birth of Joy'  kwam in november op de markt. We gaven het kleinood enkele luisterbeurten en stellen vast te maken te hebben met een band die een muziekstijl brengt waarop je geen label kunt kleven. Dat laatste trekt ons zelfs nog het meeste over de streep. Dit trio bestaat uit één voor één klassemuzikanten. Simon Raman is niet alleen een gitarist die een klankentovenaar blijkt te zijn, ook zijn heldere stem doet je wegzweven naar andere oorden, zonder de ziel van pure rockmuziek uit het oog te verliezen. Geruggesteund door drummer Bernd Coene en bassist Jasper Peeters ontstaat een hemelse kruisbestuiving die ons doet uitzien naar een gouden toekomst. Dat de heren lang hebben kunnen werken om al die songs te perfectioneren, het werpt zijn vruchten af. “Birth Of Joy” is een binnenkopper van formaat, waar rock en emoties met elkaar worden verbonden tot een magisch geheel.
Want het meest opvallende aspect aan deze band en EP is inderdaad het verbinden van die dunne lijn tussen melancholie en weemoedigheid met krachtige rocklijnen die je doen headbangen in de huiskamer. Die hoekige rockmuziek hoor je bijvoorbeeld ook terug bij “Without Whiskey” en “Maestoso”. Het bewijst nogmaals dat RAMAN van vele markten thuis is.
In de bijgevoegde omschrijving lezen we het volgende: ''RAMAN is rauwe emotie, een no nonsense gitaargeluid, melancholische instrumentale intermezzo’s en een stem die je nooit meer loslaat als hij je eenmaal vastgrijpt. Hun ‘back to basics’ attitude zorgt voor een rauwe maar soulvolle sound die geworteld is in blues- en rootsmuziek die je doet denken aan oudere zielen als Chris Whitley, Jeff Buckley en een vroege Triggerfinger" . Een stelling die zeker steek houdt, maar vooral beschikt deze band over een eigen rocksmoel, en is niet vies van je hart eveneens sneller te doen kloppen. Daardoor kan een ruim publiek worden aangesproken. Dat laatste merk je bijvoorbeeld bij het zeer emotioneel startende “Pieces” waar weer die bijzonder breekbare en hoge stem van Simon je meerdere kroppen in de keel bezorgt. Wederom geruggesteund door een muzikale omlijsting die perfect past binnen dat plaatje, worden langzaam maar zeker alle registers open getrokken tot de  vulkaan compleet losbarst in een verschroeiende climax waarbij geen geluidsmuren sneuvelen maar harten wel geraakt. Dit allemaal in het verlengde van bovenstaande voorbeelden, en daar is uiteraard nooit iets mis mee. RAMAN bewijst trouwens dat eerst een live reputatie opbouwen, en noest werken aan songs ervoor zorgt dat het perfecte product kan afgeleverd worden. Luister maar naar wederom een knap in elkaar gebokst meesterwerk als “Big Sky Country”. Weer zo een song die letterlijk alle hoeken van de kamer uitgaat. Dat laatste zet de band in de verf bij “Come Back Home”, waar je ook de jazzinvloeden voelt naar boven komen.
RAMAN is zonder meer een band die graag buiten elk lijntje kleurt en daardoor je voortdurend, zeer bewust op dat verkeerde been zet. De aanhoorder die in hokjes wil denken of houdt van een label kleven op een band zal het daar wellicht moeilijk mee hebben.
De rock- en alternatieve rockliefhebber echter die houdt van bands die voortdurend uit de comfortzone treden, die zullen watertanden bij zoveel veelzijdigheid.
Ook wijzelf waren dus vooral onder de indruk over deze EP net omdat RAMAN op avontuur trekt in een landschap waar rock en melancholie hand in hand dansend de horizon tegemoet gaan.

The Tallest Man On Earth

The Tallest Man On Earth - Klein mirakel met een groot hart!

Geschreven door

The Tallest Man On Earth - Klein mirakel met een groot hart!
Na een vermoeiende rit doorheen het hectische verkeer naar Brussel kom ik met een zucht (van opluchting) toe in de muziektempel Ancienne Belgique. Ik keek bijzonder hard uit naar vanavond, want Kristian Matsson’s (alias The Tallest Man on Earth) passage op Cactusfestival 2013 blijft mij bij als een briljant, ontroerend mooi optreden.

Maar eerst was het tijd aan Julie Byrne*** om ons op te warmen. De New Yorkse singer-songwriter was voor mij nog onontdekt terrein, dus ik was benieuwd. Op het podium zag ik een ietwat schuchtere vrouw die na een aantal woorden met hoge, fluisterzachte stem, haar gitaar nam en begon te spelen voor ons. In de zaal was er nog niet overdreven veel volk aanwezig maar toch was veel geroezemoes hoorbaar. Zeker op het balkon (waar ik zat) werd erg veel gepraat. Jammer genoeg was dit zodanig hinderend, dat het mij moeilijk werd om haar muziek ten volle op te nemen, laat staan de teksten te verstaan.
Wat mij bijblijft, was haar zangstem die opvallend vol en zwaar kon klinken, maar ook heel hoog en licht. Een vrij wendbare stem dus, maar toch niet altijd even toonvast. Haar songs waren allen rustig en instrumentaal sober, maar wekten wel veel interesse omdat ik zag hoe Julie zich inleefde in haar muziek.
Na het eerste nummer werd ze bijgestaan door iemand op een oude synth. Tijdens een bepaald nummer zong ze zonder haar gitaar, en was die synth prominent aanwezig. Hier mijmerde ik op vlak van sfeer en geluid kort weg naar Nick Cave and the Bad Seeds, waarvan hun ‘Skeleton Tree’-plaat veel gelijkenissen had met deze song.
Na een zes- à zevental nummers zat de korte set van Julie Byrne erop. Ik bleef achter met een gemengd gevoel: ik was geprikkeld om meer van haar te horen, maar dan liever in een intiemere setting met een discreter publiek.

Klokslag 20u35 kwam Kristian Matsson, vol enthousiasme en duidelijk zichtbare goesting het podium op. Hij begon niet meteen te spelen, maar nam eerst rustig de tijd om vanop verschillende posities van het podium het publiek te bekijken. Het leek alsof hij de energie in de zaal opsnoof, om die dan later te gebruiken als ingrediënt in zijn muziek. En toen was het zover: Kristian ging naar ’t midden van het podium, nam zijn gitaar en werd belicht door drie wit-gouden lichtstralen.
“I sense some kind of fog
Could be helpful with this kind of sunset
When your eyes see too far
And so deep into life you don't know yet”
Met deze prachtige tekst, vanuit “Waiting For My Ghost”, werd de toon van de avond gezet. Het publiek werd - tot mijn grote verbijstering - muisstil. Het viel mij op dat The Tallest Man on Earth*****, nu al, niet alleen mij, maar gewoon iedereen in zijn greep had. Na de eerste twee songs bedankte hij ons allen oprecht, om naar hem te komen luisteren.
Hierna begon hij aan een volgend nummer, vanop zijn gloednieuwe plaat ‘I Love You, It’s A Favor Dream’. Zijn gitaarspel in het nummer “Hotel Bar” klinkt in den beginne fragiel, maar het nummer ontpopt zich af en toe ook tot subtiele krachtigheid. Een kleine, maar zo’n mooie paradox. Ik besef dat dergelijke sterke songs niet worden geschreven door zomaar eender welke muzikant. Hiervoor moet je talent hebben, veel talent.
Zo vuurt Kristian het ene na het andere nummer op ons af, en steeds geeft hij mij ondanks de grote afstand het gevoel dat hij zo dicht staat. Achter hem, staat een rij van houten kisten die met led-verlichting in alle mogelijke kleuren kunnen belicht worden. Ook al heeft hij het volgens mij niet nodig, geven die kisten bij iedere song gepaste kleurschakeringen wat alles extra sfeer en kracht bijzet.
Alvorens ik het ook maar een klein beetje besef, is er al één uur gepasseerd. Dit terwijl ik het gevoel heb dat hij nog maar nèt, bezig is. Kristian is een artist met zoveel charisma, zoveel overtuigingskracht, en vooral… zoveel authenticiteit. Hij doet er niet om, maar toch slokt hij ons spontaan op en brengt hij iedereen in vervoering. Tussen z’n songs door, weet hij ons ook te boeien met opvallende, fijne, grappige en soms zelfs ontroerende bindteksten. Hoe hij het daar allemaal op zijn ééntje weet te brengen, dwingt mij tot diep respect en dankbaarheid.
Minpunten van zijn optreden? Ik kan ze onmogelijk vinden. Moesten ze mij wijsmaken dat hij de zoon is van Bob Dylan, of Neil Young, zou ik het meteen geloven.
De setlist bestond uit een gezonde mix van vele nieuwe nummers en ook ouder, steengoed werk. Z’n nieuwe songs, zoals “Hotel Bar”, “I’m A Stranger Now” en “I’ll Be a Sky” kwamen bij mij heel overtuigend over. Absolute hoogtepunten van zijn concert waren voor mij: “Hotel Bar”, “The Gardener”, “Revelation Blues”, “Like The Wheel”, “Love is All”, “1904”, “King of Spain” en “The Wild Hunt”. Ik weet het… Een hele waslijst, maar het is nu eenmaal heel moeilijk kiezen, tussen songs die allemaal zo sterk geschreven zijn. En… (!) nog sterker gebracht worden.
Uiteindelijk moesten we na deze uitzonderlijk mooie, geestige en betekenisvolle avond met Kristian, afscheid nemen. Hij sprak ons nog éénmaal toe en gaf hierbij de boodschap dat hij al onze positieve energie en enthousiasme met hem zal meedragen. Omdat hij het hiervoor doet, vernoemt hij letterlijk. Zo bewandelt die kleine, excuseer mij, terecht bejuwelde ‘TALLEST Man on Earth’ zijn levenspad.

Moge hij een voorbeeld zijn voor velen, dat kleine mirakel met een groot hart! Ik ben ervan overtuigd dat we lang nog niet alles van ‘m gezien hebben. Het was magnifiek, een concert dat ik eerder uitzonderlijk, maar met overtuiging de volle vijf sterren geef!
En ohja, alvorens ik het vergeet: bedankt AB voor de -opnieuw- puike programmatie, organisatie, het opvallend goed geregeld geluid en de prachtige omkadering. Zonder jullie was dit niet mogelijk.

Setlist: Waiting For My Ghost - To Just Grow Away - Hotel Bar - I Won’t Be Found - The Gardener - What I’ve Been Kicking Around - Revelation Blues - I’ll Be A Sky - The Running Styles of New York - Like The Wheel - Burden of Tomorrow - Little Nowhere Towns - Love is All - Time of the Blue - Somewhere in the Mountains, Somewhere in New York - 1904 - My Dear - I’m A Stranger Now - King of Spain - The Dreamer
Encore: The Wild Hunt - There’s No Leaving Now

Neem gerust een kijkje naar de pics
The Tallest Man on Earth
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/the-tallest-man-on-earth-12-11-2019.html
Julie Byrne
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/julie-byrne-12-11-2019.html

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Skarbø Skulekorps

Skarbø Skulekorps

Geschreven door

Wat we persoonlijk het mooie en interessante vinden aan jazz is het spelen met uiteenlopende emoties, blazers en trompetklanken die je enerzijds tot tranen toe bewegen en anderzijds doen dansen, de horizon tegemoet. Als een jazzplaat aan die voorwaarden voldoet, dan worden wij gegarandeerd over de streep getrokken. Nu, eerder kwam er via Hubro een schijf uit van Skarbø Skulekorps die op alle vlakken aan deze hoogstaande voorwaarden voldoet.
De band rond drummer Øyvind Skarbø bestaat dan ook uit topmuzikanten die geen jazz spelen maar het echt leven. Met “1-555-3327” worden de heupen aangesproken, want door een aanstekelijke sound met een vocale aankleding daarbovenop is hierop stilstaan onmogelijk. Ook al gaat het over een eerder verdrietig onderwerp. De titel verwijst namelijk naar een persoon die omkwam in een hotelbrand in kamer nummer 3327.  In sombere tijden die eraan komen voelt deze song echter ondanks alles dan ook eerder zeer zonnig aan en doet hij je wegdromen naar verre zuiderse oorden. Dat zuiders temperament zullen we nog een paar keer tegenkomen op deze plaat. Zo ook bij opvolger “Turnamat”. Vooral biedt Skarbø Skulekorps een veelkleurig allegaartje aan waar aanstekelijke dansmomenten worden afgewisseld met intieme momenten die een gemoedsrust over jou doen neerdalen zoals bij het prachtige “Gliploss”, een song die trouwens opbouwt naar een climax, gedreven door de combinatie tussen trompetklanken en een verdovend percussiegeluid. Er is ook de toch unieke inbreng van marsmuziek gebracht door een lokale band. En dat laat toch een andere en onuitgegeven zijde zien van jazz, vinden we toch.
Dit pareltje van een jazzplaat laat een band en bedenker horen die buiten de lijntjes van jazz om, de comfortzone buiten treedt op zoek naar avontuur. Dat is een extra reden om achterover leunende in onze stoel, gewillig te laten meevoeren over de vele kleuren die deze band ons aanbiedt. Of dat door intieme schoonheid is binnen een weemoedige aankleding zoals bij “50 MB RAM” of door lekker loos te gaan. Het zit allemaal verborgen in deze zeer gevarieerde jazzplaat die jazzliefhebbers moet aanspreken die verder kijken dan het genre, en grenzen durven verleggen.
Want dat is wat Skarbø Skulekorps over de hele lijn doet op deze schijf.

Popol Ace

Silently Loud

Geschreven door

Doet de naam Popol Ace geen belletje rinkelen? Dan zal de naam Popol Vuh dat wellicht wel doen. De Noorse progressieve pop/rockband bracht namelijk reeds vanaf 1972 platen uit onder die naam. Om de verwarring met de Duitse band met dezelfde naam te voorkomen, verschenen twee latere albums onder de naam Popol Ace. De Noorse band haalt invloeden uit pop, opera, jazz en dergelijke meer. En worden in sommige media vergeleken als een mix tussen Genesis, Chicago en Procol Harum. In 2003 mocht de band twee optredens verzorgen met The Norwegian Radio Orchestra (KORK) in Oslo en Drammen. Dat werd vastgelegd op het album 'Silently Loud'. Een must have pareltje voor wie houdt van de sound uit de '70's zo typisch aan voornoemde bands.
Deze band was mij eigenlijk onbekend en dat blijkt toch een zeer groot gat in mijn cultuur te zijn. Want een song als “Bury Me Dead” doet ons rock/jazzhart al sneller slaan. Op de gehele plaat blijkt hoezeer Popol Ace een even toonaangevende band blijkt te zijn in dat genre, dan die voorbeelden uit die gouden jaren '70. Elke song doet ons van verwondering, een traan wegpinken en bezorgt je dat kippenvelmoment dat deze bands ons ook bezorgden. Is dat door lekker rockend het tempo op te drijven, of eerder door een intieme maar o zo wondermooie omkadering rust te brengen in ons gejaagde hart zoals bij “I Can See Tears” - prachtig aangevuld door KORK die de songs naar een nog hoger niveau doen stijgen. Nergens valt er een speld tussen te krijgen. Het warme en gemeende applaus dat je na elke song hoort is dan ook gemeend en vanuit het hart. Op dit elan blijft de band trouwens doorgaan tot het eindpunt van “Queen Of All Queens”.
Op “Silently Loud” worden geen nieuwe Popol Ace-songs naar voor gebracht, maar doet de band de sound van toen wel herleven, binnen een unieke omkadering net door die inbreng van KORK. En daarom is dit een grensverleggende plaat die ieder beetje van zowel het genre als de band zelf met gerust gemoed in huis kan en zou moeten halen. Want deze live-registratie is toch een vrij uniek collectors item dat we niet elke dag onder de neus geschoven krijgen.

Silently Loud
Popol Ace & KORK
Grappa/PIAS
 

Megalith Levitation

Acid Doom Rites

Geschreven door

De Russische doomband Megalith Levitation wordt in de biografie als volgt omschreven: ''live rituals erase the thin line between illusion and reality, guiding the audience through parched walkways of eternity. Psychedelic sermons that take your mind on a trip to unknown recorded on a debut album of occultists from Chelyabinsk.''
Daar hebben wij, wat de introductie van deze band betreft, niets aan toe te voegen. Met 'Acid Doom Rites' brengt de band een instrumentaal doomalbum uit dat traag als een gif naar boven drijft, waarna ijzingwekkende klauwen je de adem ontnemen, binnen songs van circa zestien tot vijfentwintig minuten. Dan moet je wel sterk in je schoenen staan om de aanhoorder niet in slaap te wiegen.
Het is de hypnotiserend inwerking van de songs die daar voor zorgen. Zo voelt althans “Spirit Elixir Drunkard” aan. Een zestien minuten lange trip die je letterlijk moet ondergaan om het te begrijpen. Ook wij legden even de pen neer, om deze lange wandeling tot ons te laten doordringen. Want eerlijk? Dat is echt nodig. Deze songs zijn zo opgebouwd dat ze het best floreren in een donkere en intieme omgeving, waarbij je met de ogen gesloten je gewillig kunt laten in een duistere trance laten meevoeren en tot gemoedstrust laten brengen. Want aan geluidsmuren afbreken doet Megalith Levitation zeker niet. Maar aan loom en dreigend je onderdompelen in bijzonder donkere gedachten, die de fantasie prikkelen dan weer wel.
De songs zijn quasi instrumentaal gebracht, behalve een akelig vocaal geluid uit het duister, dat bijna fluisterend de haren op je armen doet rechtkomen van pure angst. Dat is de zwartgeblakerde draad op elk van de lange songs trouwens. Ook bij “Eternal Trip/The 4-th Plateau”, een huzarenstuk van vijfentwintig minuten lang, is dat het geval. Nee, wie graag uit de bol gaat en houdt van een gevarieerd aanbod komt niet echt aan zijn trekken, want het gaat allemaal nogal de monotone en trage weg op bij deze band.
Wie echter houdt van zich neervlijen in dampen van intense, intieme doomklanken die een duistere gemoedsrust doen neerdalen in zijn of haar hart, die zal in dit langdradige kunstwerk van een donker allooi zeker zijn gading vinden. Dat wordt verder in de donkere verf gezet bij “Acid Doom Rites”, een song van amper elf minuten lang, en de afsluiter “Smouldering Embers /Pyromagic”. Dat is weer zo een klepper van drieëntwintig minuten lang.

Jinjer

Macro

Geschreven door

De uit Oekraïne afkomstige progressieve metal band Jinjer bracht eerder dit jaar zijn tweede plaat op de markt: 'Micro'. Logisch gevolgd door een volgende schijf die nu op de markt kwam: 'Macro'. De band is aan een steile opmars naar boven toe binnen de metal scene en bewijst met deze knappe schijf waarom.
Jinjer het label progressieve metal opkleven is hen namelijk tekort doen. We horen invloeden die gaan van deathmetal, naar groovemetal en naar flirten met nu-metal. En dat maakt zowel de band als deze plaat zo een bijzonder pareltje om te koesteren. “On The Top” laat al een gevarieerd aanbod horen waarop niet alleen de verschroeiende riffs door je hart klieven maar vooral die bijzondere vocale inbreng van zangeres Tatiana Shmayluk de sound van deze band en plaat zo uniek maakt. Mede omdat ze zowel cleane vocale aankleding als oorverdovende screams bovenhaalt, doet ze enerzijds de aarde onder je voeten beven van angst maar streelt ook zacht je ziel op een zalvende wijze.
Die veelzijdige aanpak had hen geen windeieren gelegd en ook op deze nieuwe 'Macro' blijft het zeer gevarieerde aanbod door middel van songs als “Judgement (& Punishment)”, “Retrospection” en “Pausing Death” de reden waarom we van begin tot einde op het puntje van onze stoel zitten te genieten. Een elan waarop Jinjer over de gehele schijf tekeer gaat. Dit is bovendien het soort gevarieerde metal dat er trouwens voor zorgt dat de toekomst van het metalgenre er rooskleurig uitziet. Want in tijden waarin oude bands langzaam afhaken, is er behoefte aan potentiële opvolgers die het metal genre de injectie kunnen geven die het nodig heeft.
Jinjer is zo een band die elke liefhebber van het hardere of zeker de extreme kant daarvan, over de streep zou moeten trekken. Met deze klasse progressieve, death en groovemetalschijf wordt dat meermaals in de verf gezet. Het feit dat de band trouwens voortdurend buiten de lijntjes kleurt, de bijzonder tot de verbeelding sprekende vocale inbreng en een perfecte instrumentale kers op de taart zorgen er dan ook voor dat we deze band een gouden toekomst voorspellen.

Cathubodua

Continuum

Geschreven door

Steeds meer Belgische metalbands worden opgepikt door buitenlandse labels. Epic-symphonicmetalband Cathubodua kan terecht bij het gereputeerde Massacre Records voor zijn debuutalbum ‘Continuum’. Dat is het vervolg op de EP ‘Opus 1: Dawn’ uit 2016. Die zat meer in de sfeer van de medieval- en folkmetal, terwijl de band daar vandaag toch grotendeels uitgegroeid is.
Op ‘Continuum’ horen we gelaagde, symfonische metal, met nog flinke dosissen folk-, power- en progmetal. Zelfs fantasymetal  zou een juiste term zijn als je vooral op de lyrics focust. Sara Vanderheyden is één van de grote troeven van Cathubodua. Niet alleen stemtechnisch maakt ze op dit album een grote sprong vooruit ten opzichte van de EP uit 2016, ze heeft ook het talent om je mee te zuigen in de fantasierijke en doorgaans romantische verhalen die ze vertelt.
“Abyss” en  “Hero Of Ages” zijn beide mooie cocktails van agressie en melodie, van dramatische breaks en bijtende riffs. Vanaf “Hydra” krijgen de tracks nog meer tempo en hier hoor je Sara die de hoogste regionen van haar stembereik verkent. Vaak lijkt het alsof de Cathubodua rust op synths, maar het kan net zo goed een vervormde viool of gitaar zijn. Folkelementen hoor je het meest prominent terug in”The Fire” en “My Way To Glory”.  “A Treacherous Maze” klinkt een beetje Oosters.
Voorbij de helft van het album wordt er opgebouwd naar een knallende finale, waarbij de aanloop wordt ingezet met “Legends” en “Nightfall”.  Op “A Tale Of Redemption” wordt een laatste keer gas teruggenomen om via het wisselvallige “Deified” uit te komen bij het magistrale “Apotheosis“.
Cathubodua zal voor veel Vlaamse metalheads nog een ontdekking zijn, maar met een album als ‘Continuum’ zal het aantal fans snel aangroeien.

Miles Nielsen & The Rusted Hearts

Miles Nielsen & The Rusted Hearts - Wat snoeiwerk had niet misstaan

Geschreven door

Mijn verwachtingen hiervoor waren niet al te hoog gespannen en dat kwam niet eens omdat Miles de zoon is van Rick, frontman van het door mij nog altijd onbegrepen Cheap Trick, maar eerder omdat ik voorheen nog nooit iets van deze band uit Rockford, Illinois gehoord had. Nochtans brachten ze reeds drie platen uit op Rotown Records (niet te verwarren met de gelijknamige platenzaak of concertzaal uit Rotterdam). Maar dat is, op zijn zachtst gezegd, een nogal obscuur label (buiten die 3 platen vond ik er niets anders) dat bovendien enige tijd geleden over de kop ging zodat Nielsen zijn laatste lp, ‘Ohbahoy’, dan maar in eigen beheer uitbracht.
Muziek waar niemand op zit te wachten? Bij het eerste nummer viel dat alvast best mee: een lap zalige countrysoul zoals ik die in tijden niet meer gehoord had. Miles Nielsen, zelf op elektrische en een paar keer op akoestische gitaar, had met The Rusted Hearts een uitstekende band meegebracht waarin Adam Plamann (toetsen, baritonsax en klarinet (!)) voor de verfrissende noot zorgde. Een stevige, roots georiënteerde sound, meer dan behoorlijke songs en de uitstekende zang deed me meermaals aan Hollis Brown, die hier een vijftal jaar geleden een memorabele set speelde, denken. Zelfs in het erg trage “Ghosts”, een nummer waar ene Pablo Escobar voor de inspiratie zorgde, bleef de band moeiteloos overeind. Intussen had Nielsen zich tot een aangename praatvaar ontpopt maar dat keerde zich na een tijdje tegen hem. Hij bleef immers maar doorleuteren over zijn Oostendse tourmanager, blijkbaar een gekend figuur hier maar daar had ik hoegenaamd geen boodschap aan.
Ook muzikaal durfde het nu al eens wat minder te worden. Een paar nummers waarvan de samenzang sterk aan The Beatles (in hun mindere momenten dan, die ook zij zeker kenden) deed denken klonken wat melig en de laatste twee nummers, weliswaar met een paar mooie solo’s, waren veel te lang uitgesponnen, iets waaraan hij zich voordien nooit had bezondigd.

Conclusie: mits wat stevig snoeiwerk was dit een prima concertje geweest. Nu sleepte het zich na een uur en drie kwartier naar zijn einde.

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge 

Aldous Harding

Aldous Harding - Zijdezachte pantomime van de bovenste plank

Geschreven door

De Nieuw-Zeelandse atypische indie folkster Aldous Harding streek voor de vijfde keer (!) neer in de Ancienne Belgique om haar laatste plaat ‘Designer’ voor te stellen. Voor de gelegenheid werd de zaal grotendeels gevuld met extra zitplaatsen waardoor niet enkel aandachtig geluisterd maar ook gekeken kon worden naar het optreden.

Maar eerst moest Yves Jarvis het publiek opwarmen… of toch een poging tot. Na hem aan het werk te hebben gezien op Sonic City afgelopen weekend, hield ik mijn hart vast op wat zou komen. Gelukkig leek hij nu iets beter voorbereid te zijn en kon hij behoorlijk snel zijn nummers brengen. Yves Jarvis sampelt live met een tape recorder wat soms knullig overkomt. Het is de eerste keer dat de man zijn met indie doorspekte soul in Europa brengt dus laten we hem ook deze keer het voordeel van de twijfel geven. Soit.

De zaal werd tijdens de pauze tot op de nok gevuld en iedereen zette zich klaar op de verschijning van de bosnimf die Aldous Harding wel is. Uitgedost in een clowneske tenue (haar moeder werkt trouwens als clown en poppenspeler) en met perfect neervallend haar, betrad ze het podium op om de twee openers “The World is Looking for You” en “Living the Classics” solo te brengen. Het engelachtig plaatje was compleet door de ene lichtzuil die de Nieuw-Zeelandse omringde. Nog meer ook door de bevreemdende maar trefzekere zangstijl die bij momenten aan Kate Bush of (misschien van ver) aan David Bowie doet denken.

Aldous nam haar tijd om comfortabel te zitten, keek het publiek vaak indringend aan en bouwde op die manier een soort awkwardness op die haar zo typeert. Niet dat het erg is want iedereen hing aan haar lippen en keek vol verwondering toe naar wat komen zou. Zelf de typische AB-drinkbekers leken een zachte landing te maken om het schouwspel niet te verstoren. Nu de overige bandleden erbij kwamen kon het publiek rustig meebewegen met het groovende “Designer”. Aldous maakt liefst geen woorden vuil aan de betekenis van haar songs maar “Fixture Picture” kun je zelf beschouwen als een remedie tegen chronische hartzeer. 
Na een passage in Dubai waar je je kinderlijke “Zoo Eyes” kon uitkijken, kwam “Treasure” ongenadig tot diep in je hart binnen. Aldous doet gemakkelijk veel vragen oprijzen maar haar antwoorden zijn allesbehalve vanzelfsprekend. De mysterieuze zijdezachte sfeer werd ook verder gezet in “The Barrel” dat vol bewondering aanschouwd werd door de concertgangers. Ook opmerkelijk is dat de overige bandleden en Aldous Harding sterk ingespeeld zijn op elkaar. De backing artiesten hadden weinig tot niets nodig om Aldous muzikaal te begeleiden. Dat lijkt misschien dan te veel ingestudeerd maar door zij aan zij te staan met de toetsenist tijdens “Damn” vormden ze allen een mooie en gezellige groep.

‘Muziek is mijn puurste vorm van communicatie’ was het bruggetje naar “Blend”, de lofzang voor de ideale man. En het was niet gelogen want na een uur pure eerlijke muziek sloot ze haar geweldig concert af met het nieuwe Vampire Weekend-achtige “Old Peel”. Met een laatste pantomimische zwaai stuurde ze ons de wondere wijde wereld in.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 297 van 964