Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Wilde Westen, Kortrijk – events

Wilde Westen, Kortrijk – events Concerten 2026 02/05 Spoetnik @Textielhuis 06/05 Alan Sparhawk (solo ‘with trampled by turtles’ / Low), camille camille 07/05 Brennt Vanneste, Pieter-Paul Devos 08/05 Scott McCloud ‘make it forever” album, Head on stone 09 +…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
avatar_ab_18

Hunter

Hunter

Geschreven door

Hunter is een collectief van vrienden/muzikanten die met het hart op de juiste heavy metal- en rock-plaats, samen muziek spelen alsof ze terug kind geworden zijn. Echter zonder zichzelf belachelijk te maken, maar eerder toont deze band aan dat ouder worden niet moet resulteren in bij de pakken gaan zitten of ergens in een hoekje voor de tv zitten mijmeren over de tijd van toen. Hunter brengt een strak, gezapig en energiek potje heavy metal van de meest pure soort.
Toen we de heren vorig jaar zagen aantreden op Pluto Metal Fest, schreven we daarover: ''Twintig jaar ervaring kan er namelijk voor zorgen dat een band trapt in de val van het afleveren van een flauwe routineklus. Dat is bij Hunter dus totaal niet het geval. Integendeel. Hier staat een band op het podium boordevol enthousiaste vrienden die in het vel van ouwe rotten in het vak tekeer gaan als jonge wolven die nog alles moeten bewijzen. Zonder meer is Hunter dan ook een band om in het oog te houden en de bovendien nodige speelkansen te geven. Want op basis hun status als ervaren muzikanten en de spontaniteit waarmee de band op het podium staat op Pluto Metal Fest, kan Hunter met het grootste gemak er menige daken laten afgaan. Bij deze een oproep aan menig concert organisatie. Boeken die handel! Het loont de moeite." De band brengt nu eindelijk zijn titelloze debuut op de markt en zet eerder ingenomen stellingen nog wat meer in de verf.
Dat Hunter niets nieuws onder de zon brengt, is een beetje het enig kritische punt dat we willen aangeven bij het beluisteren van dit aanstekelijke heavymetalschijfje. Pareltjes als “Dominion”, “Infiltrator” en “Then Comes The Night” laten echter een band horen die verdomd goed weet waar ze mee bezig is. De technische bagage uit het verleden werpt in dit project zijn vruchten voldoende af, om ervoor te zorgen dat kwaliteit wordt afgeleverd van de bovenste plank. Echter zorgt dit niet voor een flauw routineklusje, maar een heel energiek heavymetalschijfje dat aan je ribben kleeft en het beetje heavymetalfan in ons de ene energieboots na de andere adrenalinestoot bezorgt waardoor je prompt lekker zit te headbangen tijdens het beluisteren van deze plaat. Waardoor we dan ook kunnen stellen dat de band in zijn opzet is geslaagd. Dat blijkt ook uit daarop volgende songs als “No Mans Land”, “The Knight Of The Black Rose” en “Glorious”. Eén voor één knappe heavymetalsongs die ons hardrockhart op een strakke wijze doorklieven.
Ga het bij Hunter vooral niet te ver gaan zoeken. Hou je van eenvoudige, oldschool, heavymetal en hardrock zonder al teveel show en franjes? Dan is deze schijf een 'must have' die thuishoort in jouw platenkast. Hunter vindt geen nieuwe muziekstijlen uit, maar doet die typisch lekker oldschool heavymetal alle eer aan die dit genre verdient. En daarvoor kunnen we alleen maar waardering opbrengen. Dat is bij Hunter live het geval, dat wordt op plaat nog maar eens in de verf gezet.

Tracklist: Dominion 04:12; Infiltrator  02:50; Then Comes The Night  03:37; Underground  03:05; No Mans Land 03:44; The  Knight Of The Black Rose 05:29; Glorious 03:49

Japan Suicide

Ki

Geschreven door

Japan Suicide ontstond in 2010 en steekt zijn voorliefde voor de typische jaren '80 postpunk niet onder stoelen of banken. In verlengde van bands als Joy Divison, The Cure, Jesus and Mary Chain en Depeche Mode bracht Japan Suicide vorig jaar nog een gloednieuwe schijf op de markt. 'Santa Sangre' trekt vooral de typische postpunkliefhebber over de streep. Maar de band houdt gelukkig ook van grenzen aftasten en buiten de lijntjes van postpunk kleuren en experimenteren. En dat laatste was de reden waarom wij vielen voor deze knappe plaat. Eind april kwam een opvolger op de markt 'Ki'. Waar de band blijft zichzelf heruitvinden, binnen een al even avontuurlijke omkadering.
"Door shoegaze- en postpunkelementen te vermengen met subtiel durven experimenteren, verlegt de band daardoor een grens binnen de typische jaren '80-opleving die van tijd tot tijd de kop opsteekt. En dat is wellicht de voornaamste reden waarom ook wij, als postpunkliefhebbers van de oudere generatie die zijn mee geëvolueerd met hun tijd, nog het meest over de streep worden getrokken", schreven we over voorgaande schijf.
Nu, dat gevoel overvalt ons ook bij die eerste song “Empire” op de nieuwe plaat. Die lijn wordt trouwens verder doorgetrokken op daarbij volgende pareltjes als “Fancy Mate”, “Mishima” en “Fury”. Het dansbare met het beklemmende vermengen, waardoor je binnen donkere walmen staat te zweven over de dansvloer, dat is de rode draad op die songs. En ook op  het volledige album.
Instrumentaal zijn het de catchy en aanstekelijke, typisch naar bands als The Cure refererende soundscapes die ons het meest opvallen. Maar ook de vocale aankleding doet ons terugkeren in die bonte postpunktijden. De band is echter slim genoeg om deze stijl dus weer niet zomaar te kopiëren, maar daadwerkelijk er iets mee te doen. Het postpunkgenre uitkleden en opnieuw uitvinden binnen een eigenzinnige omkadering, zodat zowel de oude postpunkers als de nieuwe generatie over de streep kunnen worden getrokken. Nee, vergeleken met de vorige schijf is er inzake totaalbeleving inderdaad niet zoveel veranderd. Maar de impact op ons is nog steeds even groot en de mysterieuze omkadering blijft daarbij ook overeind staan.
Met het bevreemdend aanvoelende “Kanagawa-ok Nami-Ura” waar Oosterse elementen plots ook komen opduiken, blijft de band ons weer op het verkeerde been zetten.
Om af te sluiten met weer een meesterlijke song die werelden en muziekstijlen verbindt tot een boeiend en avontuurlijk geheel. Het bewijst nog maar eens dat Japan Suicide een band is die niet in het verleden blijft hangen, ook al zijn die vergelijkingen daarmee aanwezig, maar vooral dus naar de toekomst kijkt.
Wel degelijk gebruik makende van typische ingrediënten uit postpunk en shoegaze vindt de band ook op 'Ki' deze muziekstijl opnieuw uit binnen een frisse en montere omkadering. En dat is, net zoals vorig jaar, de grote sterkte van zowel band als schijf. Waardoor we ook nu weer zwevend over de dansvloer, onder hypnose worden gebracht door Oosterse kunsten en Westerse postpunk/shoegaze-krachten. En dansen, dansen, dansen tot de vroege uurtjes.

Tracklist: Empire; Fancy Mate; Mishima; Dance For You; Fury; One Day The Black Will Swallow The Red; Kanagawa-Ok Nami-Ura; The Devil They Know; Erlebnis.

Luke Appleton

Snake Eyes

Geschreven door

Toen we tijdens het evenement '8 jaar Elpee' Luke Appleton (bekend van o.a. zijn samenwerking met Blaze Bayley en bassist bij Iced Earth) aan het werk zagen, waren we danig onder de indruk van de emotionele manier waarop hij en zijn kompaan Rishi Mehta (Babylon Fire) ons diep wiste  te ontroeren. Eind april bracht Luke Appleton zijn nieuwe schijf 'Snake Eyes' op de markt. Een knappe schijf die bewijst dat Luke niet alleen een getalenteerde muzikant en zanger is, hij draagt zijn rock-'n-roll hart op de juiste plaats.
“Snake Eyes is an emotional rollercoaster of which I’m extremely proud. Lyrically and performance-wise I believe this is some of my best work to-date. I wanted to create something that is much more than ‘just an acoustic album’ and I feel I’ve succeeded in that goal." Zegt hij zelf over deze schijf, en inderdaad een emotionele rollercoaster boordevol lekker aanstekelijke rock riffs is deze plaat zeker geworden.
De kruisbestuiving tussen Luke en Rishi zorgt daarbij voor een uitzonderlijke magie, die aan je ribben kleeft. Dat blijkt al door die eerste song “Inside Out”. Die ingeslagen weg van rockmuziek die snaren raakt, wordt verder ingeslagen op “Medusa”, “Snake Eyes”, “First Star” en “Crocodile Tears”. Allemaal songs boordevol emoties, zonder klef te gaan klinken. Want deze man straalt rock-'n-roll van de puurste soort uit. Dat bewees hij in zijn vele projecten waar hij aan mee werkt. Dat zet Luke Appleton op deze soloschijf gewoon nog wat meer in de verf.

Metaprism-zangeres Theresa Smith levert eveneens een bijdrage aan dit meesterwerk. Haar inbreng mag gezien worden als een meerwaarde voor het geheel. Het is net door zich te omringen door topmuzikanten dat de muziek van Luke Appleton nog het best tot zijn recht komt. De man straalt iets vriendelijk uit op het podium en dat komt ook naar voor op plaat. Het spelplezier, gekruid met een stem en sound die je een krop in de keel bezorgt, is voortdurend aanwezig. 'Snake Eyes' raakt je langs alle kanten en dat is dus in grote mate doordat Luke zich laat omringen door topmuzikanten. Maar ook Luke zelf beschikt over een Hemelse en veelzijdige stem, die de haren op je armen doet recht komen van puur genot. Luister maar naar “Walkers”, wederom gerugsteund door de virtuositeit van Rishi Mehta, een song waarbij Luke zijn stem zo hoog klinkt, dat niet de trommelvliezen barsten maar eerder dat je tranen in de ogen krijgt van innerlijk genot.
Zo intensief, speelt Luke Appleton over heel de lijn met je emoties op deze 'Snake Eyes' dat je - eens in zijn veelkleurige wereld terecht gekomen - wegzakt naar een weemoedig aanvoelende totaalbeleving, binnen een lekker aanstekelijke rock omkadering.
Bovendien weet Luke zich te omringen door al even gedreven muzikanten, die goed weten waar Luke zelf naartoe wil met deze bijzonder emotionele en persoonlijke schijf, waarbij de man in zijn leven doet kijken maar ook jou een melancholische spiegel voorhoudt die je enerzijds tot tranen bedwingt maar waardoor hij anderzijds eveneens een glimlach op je gezicht tovert. Waardoor je dan weer diep onder de indruk van zoveel rock en melancholie pracht, verweest in de hoek van de kamer achterblijft na deze bijzonder veelzijdige trip boordevol uiteenlopende rock emoties.

Tracklist: 1. Inside Out; 2. Medusa; 3. Snake Eyes; 4. First Star; 5. Heart Returns; 6. Crocodile Tears; 7. Stone Broke From My Heart; 8. Walkers; 9. The Other Side; 10. Slay The Hydra; 11. A Man Of A Thousand Words; 12. How Does It Feel to Be Alive? (Live – Bonus Track).

Pamplemousse

High Strung

Geschreven door

Pamplemousse is, zoals we lezen op hun facebook pagina, een powertrio. Een soort noise-bluesgroep, ergens tussen RL Burnside, Unsane en George Michael . De Franse band bracht in 2017 zijn debuut op de markt. Dat titelloze album bevatte negen aanstekelijke songs die vanaf begin tot einde aan de ribben blijven kleven. Bovendien vermengt Pamplemousse elementen van noiserock met een potje blues, tot post-hardcore maar ook garagerock. Op hen een label kleven is dus bijna onmogelijk. Hoe het met de band ondertussen is vergaan? Pamplemousse is gewoon verder aan zijn eigenzinnige weg aan het timmeren. Medio april kwam een nieuwe schijf uit, 'High Strung', waarop de band grenzen blijft aftasten met oog voor experimenteren met stijlen en geluiden.
Dat laatste is al te merken bij opener “High Strung”. Geen song voor luisteraars die graag binnen de lijntjes kleuren, maar voer voor muziekliefhebbers die eerder houden van bands die graag op avontuur gaan door muziekland. Zowel vocaal als instrumentaal gaat het dan ook letterlijk alle kanten uit, ontstaat een gestructureerde chaos en is absurditeit tot het oneindige eveneens een fijne rode draad doorheen het geheel. Soms flirt de band wel met toegankelijke muziek zoals te merken is op songs als “Losing Control” en “Porcelain”, maar eens de registers - vocaal en instrumentaal - worden opengetrokken gaat Pamplemousse liever over tot lekker eigenzinnig experimenteren en nog maar eens improviseren. Je kunt er kop nog staart aan krijgen en daar houden we wel van, moeten we toegeven.
Nog een opvallend punt is dat de band enorm veel tempowisselingen invoert in zijn songs. Zo horen we eerder ingetogen soundscapes passeren bij “Back In LA”, en worden die prompt de nek omgedraaid door pompende riffs en drumwerk en een schreeuwerige stem die dreigend je de kop indrukt, wisselingen in emoties, veel experimenteren en improviseren.
Is er iets negatief aan deze schijf? Nu, als je houdt van enige structuur in het leven kan dit potje chaotische mengelmoes wat confronterend zijn, dat geven we ruiterlijk toe. Als je echter houdt van het avontuur opzoeken, binnen een brede muzikale omlijsting, dan is deze knappe schijf een plaat die je zonder verpinken in huis kan en moet halen.

Tracklist: High Strung 02:40; Dragon's Breath 02:29; Losing Control 03:35; Porcelain 03:56; Space Out 04:03; Heebie Jeebies 04:12; Back In LA 03:46; Ventoline 02:05; Top Of The Bill 03:33; Hot Fudge Monday 02:36

Primevil

Primevil

Geschreven door

Primevil  is - zoals staat omschreven op hun facebookpagina - een narrative blackened deathmetalband uit Meerhout. De band bracht recent zijn titelloze debuut uit. Het is dus een vrij jonge nieuwkomer in dat genre. Echter blijken we niet te maken te hebben met groentjes in het vak, maar met topmuzikanten die verdomd goed weten waar ze mee bezig zijn. Dit merkten we onlangs toen de band optrad, Stormram Underground in Zulte. Technisch hoogstaande riffs en drumpartijen waardoor occulte walmen ontstaan die je letterlijk de keel dicht knijpen bewijzen deze stelling meermaals. De vocale aankleding van zanger/frontman Davy Roelstraete - die zowel cleane vocalen als verschroeiende growls naar voor brengt - blijkt dan weer de kers op de taart te zijn om ons prompt naar helse atmosferen te doen wederkeren. Het volledig verslag daarvan kan je nog eens nalezen op http://www.musiczine.net/nl/festivalreviews/item/74034-stormram-2019-underground-shows-stevige-blackened-death-metal-shows  .
De vraag die we ons stelden is of datzelfde gevoel ook weerkeert op schijf.
Wat het debuut betreft krijgen we te maken met een band die elke poort naar het licht sluit en de deuren naar de ultieme duisternis compleet openzet. De dreigende, verdovende instrumentale aankleding bezorgt je bij elke song een dodelijke adrenalinestoot. Maar het is toch die typisch naar blackmetal refererende vocale aankleding die je daarbovenop de ultieme doodsteek zal geven. Ingrediënten zo eigen aan het blackend deathmetalgenre worden telkens op een hoopje gegooid bij “Primevil”, “The Law Of Exchange” en “Excolvuntur”. En dit tot al even verschroeiende songs als “The Circle Of Fate”, “Blood Pact” en afsluiter “Reapers Of Eternal Sorrow”.
Het meest opvallende daarbij is dus inderdaad dat Primevil, net zoals op het podium, ook op plaat een occult verhaal vertelt over sages en legendes en de fantasie van de aanhoorder prikkelt. Welke fantasie naar boven komt? Dat mag je zelf invullen. Primevil houdt enkel de deur naar menige donkere poorten open en houdt de aanhoorder daarbij een spiegel voor die er griezelig uitziet. Telkens blijft de band diezelfde lijn aanhouden, waardoor je die koude rillingen, van de eerste noot tot de laatste donderslag, over je rug voelt lopen. En slaagt dan ook met brio in zijn opzet om je als aanhoorder onder te dompelen in donkere gedachten die je angst inboezemen. We raden alleen aan om de meest gruwelijke fantasie die in die gedachten voorkomt gewoon zijn werk te laten doen tijdens het beluisteren van dit heel intensief aanvoelende meesterwerk. Pas dan begrijp je echt waar het bij Primevil om draait.

Tracklist: Primevil; The Law Of Equal Exchange; Excolvuntur; The Circle Of Fate; Blood Pact; Reapers Of Eternal Sorrow.

Giant Rooks

Giant Rooks - Enthousiasme maakte het feest

Geschreven door

En of Giant Rooks de keet heeft doen laten ontploffen. Hun ijzersterke set deed heel het publiek met verstomming slaan. Door het enthousiasme van de frontzanger kregen we maar geen genoeg van deze magische Duitse band. Deze zelfde dankbare jongeman zorgde er dan weer voor dat we het kleine dipje tijdens hun optreden al snel vergaten en doorgingen met feesten.

Giant Rooks, de nieuwe indie-sensatie uit Duitsland, lijkt hun naam waar te maken. In hun thuisland zijn ze ondertussen populair en verkopen ze verschillende zalen makkelijk uit, maar ook in het buitenland kunnen ze hun muziek wel smaken. De 5 heren uit Hamm brachten onlangs hun 3 de EP ‘Wild Stare’ uit, die meteen werd gesmaakt bij hun vele fans. Vandaag stoppen ze met hun ‘Wild Stare’ tour in de Europese hoofdstad Brussel.

Het voorprogramma was weggelegd aan onze landgenoot IBE die momenteel aan het schitteren is in ‘The Voice Van Vlaanderen’ en volop aan het repeteren is voor de liveshow van vrijdag. Met onder andere covers van Billie Eilish en Ed Sheeran en enkele eigen nummers stoomde hij ons warm voor het optreden van Giant Rooks. Wij zijn er inmiddels van overtuigd dat de zestienjarige IBE de grote zangwedstrijd van VTM makkelijk kan winnen.

Na dit voorprogramma was het de buurt aan de 5 jongens uit Hamm die rustig opkwamen. Ze waren duidelijk nog niet klaar op wat hun nog te wachten stond. Eens de eerste tonen van “100 mg” door de boxen klonken, zat de sfeer meteen goed. Het publiek reageerde enthousiast en frontzanger Frederik Rabe wist duidelijk hoe hij hier moest mee omgaan. Zo zocht hij meteen interactie met het publiek die hij ook makkelijk vond. Ook het enthousiasme bij de rest van de band werd duidelijk gesmaakt.

Tijdens de volgende nummers werd het pas officieel bevestigt, zowel het publiek als de artiesten voelden zich goed in deze kleine zaal in het hartje van Brussel. Hier zorgde de ludieke sfeer voor, die ook de heel het publiek aan het dansen kreeg tijdens “Bright Lies”. Ook speelde Giant Rooks enkele onuitgebrachte nummers zoals “Head By Head” en “Sighing Like A Sleeper”, deze konden ons minder bekoren en zorgde voor een klein dipje. Tijdens dat laatste nummer vroeg de band om stilte en dat begrepen enkele toeschouwers niet zo goed. Maar de sfeer bleef wel goed zitten, mede door frontzanger Frederik die met respect omging met het publiek.
Met “Chapels” ging Giant Rooks terug naar hun ware aard, sterke indiepop. Dit was wat de zaal wou horen. Frederik sprong met zijn gitaar in het publiek en bouwde van hier het feestje met ons voort. Door het wederzijds enthousiasme bracht het dit tot één van de hoogtepunten van de avond. Het feest werd nog doorgezet met “Wild Stare”, hun bekendste hit, als volgend hoogtepunt. Niet alleen alle gsm’s gingen aan het einde van dit optreden in de lucht, maar ook het dak vloog er enkele keren af door de 5 zotte heren uit Hamm.
Na dat verschillende tienermeisjes stonden te roepen om een vervolg van het optreden van hun favoriete boysband, kwamen de heren eindelijk met een brede glimlach terug op het podium. Buiten dat ze beloofde dat ze nog eens terugkwamen naar Brussel, speelden ze ook nog hun hit “New Estate”, het nummer waar het voor hen allemaal is mee begonnen. Dit werd dan ook hartelijk ontvangen door het publiek en ging hier voor de laatste keer helemaal los op. De perfecte afsluiter was weggelegd voor “King Thinking”, dat afkomstig is van hun nieuwste EP.

Als we van één ding zeker mogen van zijn, is het dat de heren van Giant Rooks van elke seconde genieten als ze op het podium staan. Ze bedanken meermaals het publiek, gaan op het enthousiasme in en brengen zo hun niveau naar een ander level. Frontman Frederik & co voelden zich goed in Brussel en straalde zelfvertrouwen uit.
We kijken uit naar hun volgende passage in België en in de tussentijd hopen we dat ze nog enkele prachtnummers uitbrengen en zeker blijven voort doen hoe dat ze nu bezig zijn!

Setlist: Cara Declares War - 100 mg - Went Right Down - Bright Lies – Slow - Head By Head - Sighing Like A Sleeper – Chapels - Walled City - Wild Stare - Mia & Keira – Rainfalls - New Estate - King Thinking

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Hollies

The Hollies - Remember the old times!

Geschreven door


De zji maakte zich klaar voor een vurige zonsondergang en het Kursaal smachtte naar een flashback into the sixties met de witte hemdjes en de zwarte smalle stropdassen van de Hollies.

Na enkele opwarmertjes kwam een eerste oude bekende: in “Sorry Suzanne” hoorden we hetzelfde koortje als destijds en oudgediende Tony Hicks heeft nog altijd de perfecte gitaarlicks in de vingers.
Het ons onbekende “Jennifer Eccles” leek de perfecte soundtrack bij ‘Endeavour’, (sixties spin-off van Morse). Peter Howarth bekende dat het hun First time in Ostend was, maar vond het wel een prima vakantiebestemming voor het einde van de tournee. “Magic Woman Touch” bleek alleen gereleased te zijn in België en Nederland. Ondanks onze bijna 60 jaren op de teller deed het bij ons geen belletje rinkelen maar toch kwam er een teken van herkenning bij de kenners in de zaal. De meerderheid onder hen leek ons al wat meer jaren op de teller te hebben!.
“Priceless” was een nummer dat nog uitgetest moest worden. Daarvoor was het publiek in Oostende het beste ter wereld. Die stroop zullen ze gisteren ook wel in de baard van de Noord-Hollanders in Hoorn gesmeerd… wat niet wegneemt dat het een pakkende song werd met Peter Howarth solo op akoestische gitaar. Ook “I Can't Tell the Bottom From the Top” werd solo ingezet met een virtuoze intro waarbij de volledige groep halfweg het nummer inviel.
Daarna volgde een fifties revival met close harmony in “Just One Look” gevolgd door “Stay”, origineel van Maurice Williams & The Zodiacs uit 1960 maar vooral bekend uit liveplaat van Jackson Browne. Deel 1 werd afgesloten met “Look Through Any Window” dat eindigde met enkele stevige riffs van beide gitaren.
Voor deel 2 werden de witte jasjes uit de garderobe gehaald. Na enkele nummers in het spoor van de jonge  Beatles kregen we een eerste grote hit: “Bus Stop”. Een spetterende versie konden we het niet echt noemen. Was het een gitaar die niet goed gestemd was of werd er gewoon naast getokkeld? Gelukkig bleef zanger Peter nog het dichtst bij het origineel en nam het publiek vocaal op sleeptouw under zijn umbrella...
“The Baby” werd ingezet met een uitgebreide intro op ‘gitaarsitar’ Tony Hicks. Het instrument klonk als een echte sitar, het populairste snaarinstrument van de psychedelische sixties. Daarna mocht drummer Bobby Elliott (volgens zanger Peter Howarth een inspiratiebron voor o.a. Cozy Powell, Ian Paice en Phil Collins) even uit zijn ‘engine room’ om uit te leggen hoe ze “4th of July, Asbury Park” uit de eerste plaat van Bruce Springsteen hadden herdoopt tot "Sandy". Het werd smaakvol ingezet op akoestische gitaar maar wat later met synthesizer naar onze smaak toch wat overgearrangeerd. Dat zou the Boss niet geduld hebben. Een groot contrast vormde “Carrie Anne” met frisse stemmetjes uit de doowop periode. Hoe verder terug in de tijd, hoe jonger de nummers klinken.
Met een opzwepende intro op de banjo slaagt Tony Hicks erin om het publiek op te jutten tot ze door het lint gaan als “Stop Stop Stop” uiteindelijk wordt ingezet. Een hoogtepunt van de avond! De band ging verder op hun elan met een meezinger van formaat: “He Ain't Heavy, He's My Brother”. Op een zee van lichtjes op de smartphones deinde het publiek mee met deze ballad.

De grootste hits stonden nog in de coulissen te wachten. het publiek wilde more en werd op zijn wenken bediend! Met “The Air That I Breathe” en “Long Cool Woman in a Black Dress” swingden de oude rockers naar het einde van hun tournee en hun passage in de stad aan de zji.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/kursaal-oostende/the-hollies-30-04-2019

Organisatie: Concertevents ism Kursaal Oostende

Les Nuits Botanique 2019 - Portland - Voor de poort van het Beloofde Land

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2019 - Portland - Voor de poort van het Beloofde Land
Les Nuits Botanique 2019
Botanique (Rotonde)
Brussel
2019-04-30
Robbe Rooms

In 2018 won Portland De Nieuwe Lichting en sindsdien gaat het goed met de band. Radiohitjes als “Lucky Clover” en “Pouring Rain” zorgen ervoor dat al vele zaaltjes volliepen. Hetzelfde geldt voor de Rotonde in de Botanique gisterenavond. Sarah Pepels en Jente Pironet staan erom bekend dat hun stemmen mooi samen gaan en de subtiliteit die zich verschuilt in hun rustige muziek. Ondanks dat de band nog redelijk nieuw is in het Vlaamse muzieklandschap weten ze al een tijdloze sound te creëren. Eentje die doet verlangen naar meer.

Het publiek wordt vandaag opgewarmd door Condore. Voor wie het het trio uit Luik niet kent: denk Agnes Obel met drie Agnessen en hier en daar een elektronische invloed. Vandaag brengt het trio hun debuut EP uit, waarvan we verschillende nummers en meer te horen krijgen. De pianomuziek doet soms denken aan een sprookje met drie prinsessen. Het respectvolle publiek geniet van de magische pianomuziek en de meerstemmige harmonieën. ‘J’espère que vous ne nous trouvez pas ‘boring’ ‘, klinkt het voor “Boring”, maar de netjes afgewerkte muziek weet het publiek te boeien.

Portland staat voor het eerst in de Botanique en dat vinden ze zelf een belangrijke mijlpaal in hun carrière. Meteen begint de band met één van hun bekendste nummers: “Lucky Clover”. Zo hebben ze de Botanique mee en al snel volgt “Expectations” waardoor er wat meer energie op het podium en in de zaal komt. Door de mooie lichtshow in de prachtige, ronde zaal beleven we een magische avond. De stemmen van Sarah Pepels, Jente Pironet en de twee overige bandleden blenden ook live mooi samen. Hoewel dit vele malen gedemonstreerd wordt, valt het pas voor het eerst echt op tijdens de a capella outro van “Ally Ally”. Zalig. Het voelt alsof engelen voor ons zingen. Als Jente ons eraan herinnert dat de band over enkele maanden hun debuutalbum uitbrengt, beginnen we al af te tellen.
Een nummer dat waarschijnlijk niet op dat album zal verschijnen, maar wel een hoogtepunt is tijdens het optreden is de cover van “Matilda”. Het Alt-J nummer klinkt nog magischer dan het origineel. Een paar keer speelt Portland een instrumentaal nummer waardoor we bijna vergeten hoe hemels de meerstemmige zang van de band wel niet is. Als zanger/gitarist Jente het woord neemt merken we hoe down to earth de band is. De band maakt er niet heel veel woorden aan vuil, maar ze bestempelen dit optreden wel als het leukste dat ze ooit hebben gedaan.
De keren dat we ‘oeeeee’ of ‘aaaaah’ te horen krijgen, is niet op één hand te tellen. Vooral tijdens “Lady Moon” komen er veel klanken zonder betekenis. Met een lange bluesachtige intro sluit de winnaar van De Nieuwe Lichting af met “Pouring Rain”. Na de hit komen Sarah en Jente nog terug voor een ingetogen nummer waarop ze alleen begeleid worden op de gitaar.
Door de muziek van Portland en de sfeer die de Rotonde met zich meebrengt, krijgen we het gevoel dat we ons in het Beloofde Land bevonden. De rustige, subtiele muziek, de meerstemmige harmonieën en de schoonheid van de bandleden en zaal voelen allemaal wat hemels aan. Met hier en daar een kleine blues invloed wordt de muziek van Portland tijdloos. Dit is ongetwijfeld slechts het eerste van vele optredens in de Botanique voor het duo. Afsluiten doen we met de woorden van Jente: ‘Merci en hopelijk tot snel’.

Portland speelt deze zomer onder andere op Rock Werchter en Pukkelpop en op 8 november schittert Portland in de AB te Brussel.

Met dank aan Dansende Beren  http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2019)

Little Jimmy

Blues Rebel

Geschreven door

Ouwe Belgische bluesrat (Marc Claeys aka Little Jimmy en voorheen Don Croissant) laat zich producen door jonge Belgische bluesrat (Tim De Graeve aka Tiny Legs Tim). Waarbij de jonge rat laat weten dat de kunst van het producen van die ouwe rat er eigenlijk in bestaat om hem haast niet te producen. Een hard leven hebben die producers.
Maar goed, we snappen het. De blues van Little Jimmy neigt immers meer naar de ongewassen oerblues van RL Burnside of T Model Ford dan naar de design-blues van Eric Clapton of de anabole steroïden-blues van Joe Bonamassa.
Den ouwen zijn stem heeft jaren liggen rijpen in een mengsel van koffiegruis en whiskybezinksel, het resultaat is een taaie rasp die achtereenvolgens klinkt als Captain Beefheart, David Thomas en Kevin Coyne. Dat zit dus al goed.
Dan is er ook nog Little Jimmy’s gitaar die gesmeed is in de John Lee Hooker stal en die als een trouwe hond altijd blind het baasje volgt. Check het naakte “Wabash Avenue”, een puur brokje emotie die hunkert naar die stokoude John Lee Hooker platen. In “Blues Before Sunrise” mag het beestje wel een dutje doen om zich te laten vervangen door een beschonken accordeon en in “Fred Mambo” trekt Little Jimmy er zelfs zonder zijn trouwe handlanger op uit richting New Orleans.
“Everyhting Looks Spic ’n Span”, dat zich laat opfleuren door een okselfris trompetje, is qua titel de misleider van dienst.
Want als er één ding is wat Little Jimmy op dit album niet doet, dan is het zijn blues oppoetsen met javel. En dat maakt van ‘Blues Rebel’ een heerlijk plaatje. Simpel, eerlijk en op een sympathieke manier altijd een beetje bouwvallig.

Reflector

Turn

Geschreven door

De uit Oostenrijk afkomstige doom/sludgeband Reflector werd opgericht in 1997. Het duo Andreas Heller en David Ruemüller stonden de laatste jaren, volgens het bijgevoegde nieuwsbericht, een beetje met de rug tegen de muur tot ze vrij onverwacht Martin Plass, de getalenteerde zanger en bassist van de Striggles, tegenkwamen. In april kwam de nieuwe schijf op de markt en wij gaven het kleinood enkele straffe luisterbeurten. Opvallend: Martin Plass zijn inbreng zorgt voor een nieuwe wind bij Reflector, dat zijn nieuwe adem heeft gevonden. Wat 7 jaar na hun laatste schijf '15' resulteert in een gloednieuw album: 'Turn'.
De puur instrumentale magie die dit duo zo uniek maakt binnen het typische doom/sludge blijft overeind. Maar de stem van Martin - met momenten doet hij denken aan Ozzy Osbourne - blijkt dus een  enorme meerwaarde in het geheel te zijn. Die donkere doomatmosfeer, die je bedwelmt en ademloos achterlaat in de donkerste hoek van de kamer, komen we al tegen op instrumentale parels als “Turning” en “Grim Reaper”. En dan al voel je nog meer rillingen over je rug lopen als Martin zijn stem in de strijd gooit en alle registers daardoor nog meer worden opengetrokken. Dat blijkt uit songs als “Bar”, een quasi instrumentaal pareltje boordevol kippenvelmomenten die de doomliefhebber een oorgasme bezorgt. Waarna Martin zijn heel gevarieerde stembereik in de strijd gooit en ons telkens met verstomming doet achterblijven. Meermaals krijgen we een krop in de keel, sluiten de ogen en laten ons gewillig meedrijven. Als Martin zijn strot openzet, voelt dat aan als klauwen die je de adem ontnemen, waardoor je niet in slaap wordt gewiegd, maar eerder langzaam wordt platgeknepen. Tot alle de lucht uit je longen is verdwenen.
Enerzijds slaat de band je zowel instrumentaal als vocaal compleet murw. Anderzijds bedwelmt die kruisbestuiving, binnen een intensieve en zelfs rustgevende omkadering, je eerder. Razernij en woede zijn dan ook perfect verbonden met intimiteit die een gemoedsrust over jou doet neerdalen. Waardoor je je bij 'Turn' geen moment zult vervelen als sludge/doomliefhebber. Het was lang wachten voor de fans op een nieuw werk van Reflector, maar het is dat wachten meer dan waard geweest. De inbreng van Martin doet bovendien niet alleen een nieuwe wind waaien doorheen Reflector. Anno 2019 hoor je daardoor een frisse tot nieuwe sound tevoorschijn komen, met respect voor het verleden. De toekomst van Reflector ziet er dankzij deze gevarieerde, emotioneel heel intensieve, klasse plaat dan ook zeer rooskleurig uit. Of eerder zwart en donker en weemoedig, zoals het hoort bij doom en sludge.

Tracklist: Turning; Grim Reaper; Islands II; Bar; Leave The Rave; Down The Drain; If You Go Away

Pagina 328 van 964