logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Deadletter-2026...

Audun Skjolberg

Last Days On Earth

Geschreven door

Schrik niet want Skjolberg heeft geen terminale ziekte; ‘Last Days On Earth’ is gewoon de titel van zijn derde soloplaat. Hij was in het verleden lid van de bekende Noorse bluegrassband EarlyBird Stringband waarmee hij rond de wereld toerde.
De titel dekt niet helemaal de lading want de acht liedjes bevatten een zekere luchtigheid en friste. Opener “Baby Come On” bijvoorbeeld is een zomers klinkend indiepop liedje. “Take Me Back” klinkt iets zwaarder maar bevat terug mooie refreinen en melodieën. Dat lijkt wat zijn handelsmerk te zijn. De songs klinken vrij authentiek en naturel. Hij speelt ook op oude instrumenten (een 1960 Silvertone en Wunder CM 112 microfoons bijvoorbeeld). En het werkt voor de man. De tracks hebben een zekere warmte (“Ray”) maar vooral klinken ze goed en zijn goed gemaakt. Denk aan singer/songwriters zoals Paul Simon, James Taylor of Tim Hardin.
Moderne invloeden moet je dus niet meteen zoeken maar je krijgt gewoon acht energieke en aanstekelijke songs voorgeschoven die wat refereren aan de jaren 70. De fingerpicking die hij hanteert dragen daar ook aan bij natuurlijk. Het ontdekken waard deze artiest die in onze contreien nog te weinig bekend is.

Hanna Paulsberg

Daughter of the Sun

Geschreven door

Toen ik de naam Hanna Paulsberg zag passeren begon er een lichtje te branden maar ik kon niet meteen thuiswijzen dat het de Hanna van het trio Gurls betrof, eerder al besproken. Een album dat mij erg wist te boeien.
Dus solowerk van deze saxofoniste sprak mij wel aan. Daarnaast inviteerde ze ook trompettist Magnus Broo om mee te werken aan dit album. Broo is al 20 jaar lid van Atomic heeft ook roots in de ‘African American Tradition’.
Wat krijgen we te horen? Zeven composities die telkens tussen de zes a acht minuten lang zijn. Op “Scent of Soil” wordt middels piano een terugkerend patroon opgestart en zijn de andere instrumenten vooral sfeerbrengers. Het kan zo onder een Afrikaanse docu of film geplaatst worden. “Little Big Saxophone” leunt meer aan bij experimentele jazz. Op “Hemulen Tar Ferie” zijn terug Afrikaanse invloeden aanwezig.”Serianna” is een compositie van de dubbele basspeler Trygve Fiske. Een nummer dat opgewektheid uitstraalt.
‘Daughter of The Sun’ is een jazz plaat die wel wat Afrikaanse jazz invloeden verwerkt maar bovenal het resultaat is van het geknetter tussen rasmuzikanten. Ben je jazz fan? Zeker eens luisteren.

African oriented jazz
Daughter of the Sun
Hanna Paulsberg Concept + Magnus Broo

Miles Hunt

The Custodian

Geschreven door

Miles Hunt is de man achter The Wonder Stuff. Een band dat in eigen land hoge toppen scheerde eind de jaren 80 en begin de jaren 90. Op het vasteland was het succes iets minder. Na een split tussen 2004 en 2010, waarin Hunt zich toelegde op solowerk, is de band terug samen en toeren ze nu en dan. Miles Hunt vond nog de tijd om zelf bezig te blijven en dat resulteert in dit album ‘The Custodian’. Eigenlijk is dit een dubbel album met een greep uit de meer dan 200 songs die Hunt heeft geschreven gedurende zijn carrière. Songs die hij terug in eigen bezit heeft na wat gekibbel met voormalige platenmaatschappijen.
Wat was het opzet voor deze herneming van de nummers. Volgens Hunt is het idee ontstaan toen hij in NY het voorprogramma van Tom Robinson deed. Tom Robinson legde hem daar tijdens de soundcheck uit dat, ongeacht wie er wettelijk eigenaar was van de songs, het publiek de songs toe eigent. Het vormt de soundtrack bij hun leven. Als artiest ben je de bewaarder, herder (Custodian) van die songs en moet je ervoor zorgen dat dat die behandeld en gespeeld worden met het respect die het publiek verdient. Naar eigen zeggen was Miles daarvan enorm onder de indruk en bleef dit door zijn hoofd spoken. Daarom besloot hij tot het opnemen van dit album.
Kort door de bocht gezegd zijn de nummers akoestische hernemingen van liedjes van The Wonder Stuff. Enkel Hunt en zijn gitaar. Erg verrassend is het concept niet. Meerdere artiesten hebben dit hem al voorgedaan: songs strippen en puur brengen. Je merkt wel dat een heel pak songs recht blijven staan in deze opzet. Daarnaast is het album ook een kapstok tot de akoestische tournee die hij in de UK zal doen. Daarvoor oefende hij zestig van zijn, naar eigen mening, beste songs om ze dan op tournee in chronologische volgorde te performen.
Op ‘The Custodian’ vinden we dertig tracks terug waarbij Hunt ook wel bekendere songs bij gezet heeft zoals: “The Size of a Cow”, “Caught in my Shadow” en “On The Ropes”. Het is een aangenaam luister album geworden waarbij de meeste songs het ook goed doen in deze setting. Iets nieuws moet je er niet meteen op zoeken en daarom denk ik dat het vooral gekocht zal worden door de grote fans van The Wonder Stuff.

Moster!

States of Minds

Geschreven door

Moster! is saxfenomeen Kjetil Moster die een monstergroepbezetting rond zich heeft geschaard voor dit album. Onder andere Hans Magnus Ryan van Motorpsycho, drummer Kenneth Kapstad (ex-motorpsycho en Grand General, bas en electro speler Nikolai Haengsle (Needlepoint, Band of Gold) maken deel uit van deze band.
‘States Of Minds’ is een dubbel album geworden vanwege twee epische tracks die elk zo een 20 minuten duren. Met name “Brainwave Entertainment” en “Life Wobble”. De eerste track is een koortsige brok muziek dat chaotisch begint om dan op en neer, links en rechts uit te gaan. Op golven van de muziek. “Life Wobble” is iets introverter en bezit een soort onderhuidse drang die naar buiten wil komen. Op “Plate Sized Eyes” doet de slide en bottleneck wat aan Ry Cooder denken. “Mystère” gaat een beetje in die zelfde blues/rock sfeer door. Mooi opgebouwde song met mooie basis groove. “Sounds Like A planet” is een soundscape met bewerkte sounds en ongedefinieerde stukken muziek in. Het geheel klinkt donker en verontrustend. Ideale soundtrack voor een apocalyptische wereld.
‘States of Minds’ is geen hapklare brok. Verre van zelfs. Maar het is kwaliteit. Muziek waarvan je stukken als soundtrack kan gebruiken. Er zit heel veel variatie en veel muziekstijlen in verwerkt. Dat maakt het soms moeilijk beluisterbaar. Maar mondjesmaat is het zeker genietbaar.
Mijn favoriete tracks zijn “Mystère”, “Mon Plaisir” en “Sounds Like A Planet”.

Experimental/Alternative/free jazz
Moster!
States of Minds

Whispering sons

Image

Geschreven door

We volgen deze Brusselse band al sedert hun overwinning in Humo’s Rock Rally 2016. Wie toen dacht dat het hier om ééndagsvliegen ging , komt bedrogen uit. Live maken ze indruk en zijn ze mondjes maat bezig met Europa in te pakken. Sinds 2015 bouwen ze hun donkere muzikale wereld stap voor stap, maar zonder stoppen, uit. Velen kijken dan ook reikhalzend uit naar hun debuutplaat.
Voldoen ze aan de verwachtingen en is hun debuut er eentje om in het oog te houden? Jazeker! Dit is moderne postpunk met een eigen smoel! Het bewijs dat het ook anders kan dan een kloon van The Cure of Joy Division te zijn. Opener “Stalemate” klinkt weeral beklemmend en bezit een mooi tempo. De subtiel aanwezige synths doen hier goed hun werk en geven diepgang aan de gitaren en ritmesectie. Opwinding voel ik dames en heren. Op “Stole A light” gaan ze verder de ingeslagen weg op. De ritmesectie doet hier mooie dingen. Je merkt dat het toeren de band goed heeft gedaan. Ze klinken nog meer als een goed op elkaar ingespeelde band. “Alone” is de nieuwe single en het gitaarwerk klinkt hier catchy, mooi ondersteund door de synths en bass.
De uithalen en lage passages van vocaliste Fenne Kuppens zijn nu ook weer aanwezig maar ze lijkt ze beter onder controle te hebben waardoor alles heel natuurlijk klinkt. Op “Skin” wordt het tempo even terug geschroefd en krijgen we een soort ballade. Een schitterende en weemoedige track. Zo krijgen we tien tracks waarvan geen enkele een stinker of een halfbakken nummer is. Ook indrukwekkend zijn “Hollow” en “No Image”.
Whispering Sons zijn met dit album klaar om Europa op hun knieën te krijgen. Hun uitstraling, hun live performances en nu ook een resem toptracks maken hen tot een unieke band. Op het vlak van postpunk lijkt mij dit nu al de plaat van 2018 te zijn. Diegene die dit wil overtreffen zal met straf materiaal moeten afkomen.

Alejandro Escovedo

Alejandro Escovedo - En nu uitkijken naar het boek...

Geschreven door

Don Antonio is het alter ego van Antonio Gramienteri die ik in 2012 al eens aan het werk zag met Sacri Cuori in Den Trap. Toen begeleidde de Italiaan Dan Stuart, dit keer was hij met zijn andere groep, simpelweg Don Antonio geheten, mee met Alejandro Escovedo. Het lijkt een beetje zijn specialiteit om overzeese artiesten doorheen Europa te accompagneren. Eerder waren Richard Buckner, Hugo Race, Terry Lee Hale en JD Foster ook al zijn reisgezellen. Maar eerst mocht hij zijn eigen plaat, ‘Don Antonio’, voorstellen.
Samen met een saxofonist/toetsenist, een bassist en een drummer bracht hij verfijnde, meestal instrumentale rootsmuziek met nogal wat latin en jazz invloeden. Balancerend tussen stijlvol en muzak, wild werd ik er niet van. Toch was Antonio best een aangename peer die sappig kon vertellen en met “Sunset, Adriatico”, een americana getint nummer, dan toch bewees best iets te kunnen. Maar de rock-‘n-roll spaarde hij voor de set met Escovedo, zei hij en gelukkig hield hij woord.

Alejandro Escovedo leerde ik pas echt kennen zo’n twee jaar geleden toen ik zijn uitstekende plaat, ‘Burn something beautiful’ kocht. Bij nader inzien bleek ik reeds in 1982 al eens een LP van hem gekocht te hebben. ‘Sundown’, gemaakt met zijn toenmalige band Rank And File, bevatte country georiënteerde gitaarrock, een beetje in de stijl van Green On Red, dat in datzelfde jaar debuteerde. Nog vroeger maakte hij Los Angeles onveilig met de punkband The Nuns maar nu is hij ondertussen reeds toe aan zijn dertiende plaat onder eigen naam.
De nu 67-jarige Alejandro Escovedo is dus al een tijdje bezig en alom gerespecteerd. Er verscheen zelfs een tributeplaat ter ere van hem. Des te opmerkelijker dus dat hij in een cafeetje als De Zwerver met zoveel gretigheid zijn ding kwam doen.
Hij opende de set met enkele songs uit het nieuwe, ‘The crossing’, een conceptalbum over twee immigranten. Verrassend stevige rootsrock waarin Don Antonio zich inderdaad ontpopte tot een totaal ander gitarist. Na die heftige start volgden dan wat meer ingetogen nummers die stuk voor stuk bleven boeien. Slechts eenmaal liet het fout. Het aan Bill Withers herinnerende “Always a friend”, dat hij ooit nog samen met Bruce Springsteen opnam en hier gekruid werd met flarden “The tracks of my tears” (Smokey Robinson) en “Lively up yourself” (Bob Marley), werd veel te lang uitgemolken. Maar dit slippertje zette hij meteen recht tijdens de bissen met een wat overbodige maar toch leuke cover van Neil Young’s “Like a hurricane” en een ronduit magistrale versie van The Velvet Underground’s “ Rock & Roll”.
Tussen de songs bleek hij tevens een begeesterend causeur die honderduit over zijn leven vertelde. Hoe hij als kind met het gezin, een nest van twaalf, zonder uitleg plots van San Antonio, Texas naar Los Angeles verhuisde. Of over zijn vele muzikale familieleden zoals zijn jongere broer Javier die in de punkband, The Zeros, speelt of zijn nichtje Sheila E. (bekend van Prince en zichzelf).
De man zou naar verluidt van plan zijn een boek te schrijven. Dat wordt echt iets om naar uit te zien, te meer omdat hij zowat iedereen kent. Op zijn laatste plaat alleen al kreeg hij hulp van Wayne Kramer (MC5), James Williamson (Stooges), Peter Perrett en John Perry (The Only Ones) en Joe Ely. Daar hangen ongetwijfeld smeuïge verhalen aan vast.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

The Melvins

The Melvins + Jon Spencer + ShitKid - Jon Spencer! haalt het van Melvins

Geschreven door

Op basis van haar debuut, 'Fish' uit 2017, waren mijn verwachtingen voor ShitKid, een one woman band uit Stockholm, niet al te hooggespannen. Maar het is toch niet iedereen gegeven te mogen touren met de Melvins dus moest dit wel iets meer voorstellen dan het broze slaapkamerproject dat ik in gedachten had.
ShitKid bleek intussen uitgegroeid tot een duo en klonk op de planken gelukkig een stuk potiger. Daar zal de inbreng van de sensuele bassiste, die de spektakelwaarde een stuk de hoogte in dreef, niet vreemd aan geweest zijn. Asa Söderqvist laveerde behendig tussen meezingbare punk, slaapliedjes en lofi pop met weerhaakjes terwijl de Melvins de ganse set vanop de zijlijn goedkeurend mee knikten.
Een simpele gitaar, elektronische drumbeats, een geil swingende bas en een wendbare stem die soms iets had van een embryonale Courtney Barnett waren de bouwstenen. Beiden hadden ook een tweede micro die op halve hoogte geïnstalleerd was waar ze dan af en toe gehurkt of geknield door zongen. En dan was er nog eentje bijna tegen de grond opgesteld waar de bassiste tijdens de slotsong niet zonder enige moeite onder ging liggen. Rock-‘n-roll?

De eeuwig tourende Jon Spencer vindt altijd wel een reden om de baan op te gaan: is het niet met de Blues Explosion dan maar met Heavy Trash of Boss Hog. Totaal onverwacht werd hij nu plots solo aangekondigd en bleek hij een nieuwe plaat, ‘Spencer sings the hits!’, onder eigen naam te hebben opgenomen. Op die plaat kreeg hij assistentie van drummer M. Sord en bassist, toetsenist Sam Coomes (Quasi) die beiden ook in Kortrijk het podium deelden. The Hitmakers, zo heette Spencer zijn nieuwe groep, bestond verder nog uit een derde man en dat was absoluut geen van de minsten: Bob Bert, de legendarische drummer die naam maakte bij Sonic Youth, Chrome Cranks en in iets mindere mate Bewitched, Action Swingers, Knoxville Girls, Chicken Snake, Lydia Lunch’s Retrovirus en Pussy Galore, het allereerste vehikel van Jon Spencer.
Het mag een klein wonder heten dat hij de 63-jarige Bert bereid vond mee te gaan touren en dan nog met die vuilnisbakkendrums. Dat laatste mag je letterlijk nemen want het enige conventionele onderdeel van zijn stel was de basdrum. De rest bestond uit onder meer een authentieke metalen vuilnisbak, een benzinetank en een enorme ijzeren veer waarop hij dan met hamers of metalen buizen tekeer ging. Dit alleen al -of het nu veel bijbracht of niet- maakte mijn avond al goed.
Maar er was meer. Jon Spencer zelf bleek in goede doen, zeer goede doen zelfs. Verlost van het keurslijf, dat de Jon Spencer Blues Explosion heet, greep hij terug naar de dagen van Pussy Galore en kregen we verfrissende sixties punkstijl garagerock te horen. Veel feedback en een fuzzy gitaar, dat nog steeds, maar geen eindeloze collages of oeverloos gekrijs als ‘The Blues Explosion is number one’ meer. In plaats daarvan degelijke songs waarvan het merendeel geplukt was uit het nieuwe album aangevuld met enkele nummers van Pussy Galore, de Blues Explosion (waaronder een heerlijk “Dang”), Heavy Trash (“The loveless”) en zelfs een flard “Roadrunner” (Jonathan Richman).
Veel wezenlijk verschil met de sound van de Blues Explosion, buiten de bass synthesiser en toetsen van Sam Coomes, was er niet. Die Coomes mocht zelfs een nummer voor eigen rekening brengen waarbij zijn orgelpartij me zowaar aan Iron Butterfly deed denken en het was nog knap gedaan ook. Jon Spencer is bijlange nog niet afgeschreven, iets wat bij de Melvins wat minder duidelijk was.

De Melvins, opgericht in 1983 in Montesano, Washington, mag je stilaan als een monument beschouwen in de alternatieve rockwereld. Hoewel Buzz Osborne, ook gekend als King Buzzo, het ene resterende originele lid is blijft de groep immens populair.
Melvins, dat staat voor beuken, beuken en nog eens beuken tot het bloed je oren uitsijpelt. En omdat voor elkaar te krijgen werd voor alle zekerheid nog een extra bassist (Butthole Surfer Jeff Pinkus) gerekruteerd. Vroeger probeerde de warrigste krullenbol uit de rock het al eens met twee drummers, dit keer met twee bassen dus. Ik herinner me een vorig optreden van hen waarbij ik helemaal in extase raakte maar ik kan je meteen vertellen dat het dit keer bijlange niet zo ver kwam. Daarvoor zat er teveel sleet op de formule.
Het schouwspel mocht er nog steeds zijn: een neurotisch rondstruinende King Buzzo, in een stemmige jurk, de immer rondspringende bassist Steven Shane McDonald (Red Kross, Off!), in een blits kostuum, en de spectaculaire drummer, Dale Crover, die ooit een blauwe maandag bij Nirvana speelde. Enkel Jeff Pinkus bleef er wat onopvallend bij.
Aanvankelijk ging hun laaggestemde sludge metal er nog vlotjes in maar na een tijdje trad er een vorm van metaalmoeheid op. Of het nu eigen nummers of covers (“Saviour machine”van David Bowie, “Sway” van de Stones) waren, alles werd steeds door dezelfde mangel gehaald.
Nummers als “The kicking machine” die er wat uit sprongen kwamen veel te weinig voor in het stuk. Ik vond ze eigenlijk nog het best te genieten tijdens de lange intro’s en de instrumentale passages.
Tijdens de afsluiter, “Rebel Girl” (van Bikini Kill) mochten de twee meiden van ShitKid mee opdraven en werd het plots toch nog spannend. En dat NIET omdat Asa Söderqvist het nodig achtte haar borsten te tonen. Daarna bleef drummer Dale Crover alleen over om al “So long, farewell” zingend uiteindelijk ook in de coulissen te verdwijnen en daar was ik dit keer niet echt rouwig om.

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Evil Or Die Fest 2018 - Daken die eraf gaan, geluidsmuren die worden afgebroken, en het ontstaan van een aardbeving

Geschreven door

Midden in een pittoreske wijk ergens in Roeselare heeft voor de twaalfde keer een festival plaats dat vooral intimiteit en gezelligheid uitstraalt. De zeer sympathieke organisatie, die trouwens wel meer te zien is op 'underground' festivals binnen het metal en aanverwante gebeuren, heeft ook in 2018 een affiche op poten gezet waarvan elk beetje hardcore, metalcore, tot globaal metalfan zou moeten beginnen watertanden. De eerste festivaldag staat in het teken van Hardcore - dit in een brede omkadering van deze muziekstijl. Tegen het einde van de avond was de zaal zo goed als compleet vol gelopen - we hebben naderhand vernomen dat ook deze festivaldag compleet was uitverkocht - en dat verwonderd ons totaal niet. Met klinkende namen als Slope, Headshot, Lenght of Time, Sworn Enemy en E-Town Concrete staat namelijk de crème de la crème van wat leeft binnen dat genre - vooral in de underground - op de affiche.

dag 1 – vrijdag 19 oktober 2018
Als honderden bulldozers die de zaal platwalsen
Op een vrijdagavond een festival laten beginnen omstreeks half zes in de avond is een beetje een risico. De files zijn op vrijdag altijd iets groter. Zo hoorden we op de radio omstreeks 16u dat er een file stond van circa 264 km. Maar niet getreurd, we waren net op tijd om Mark My Way (****) het vuur aan de lont te zien en horen steken, om de boel te laten ontploffen. Deze uit Ieper afkomstige, pure hardcore band, speelt eigenlijk een beetje een thuismatch. De heren stonden voor een beperkt publiek te spelen, maar brachten een set naar voor alsof daar een compleet vol gelopen zaal compleet uit zijn dak ging. Dat siert hen. De melodieuze aanpak, het uiteenlopende stembereik van een frontman die zijn publiek bovendien voortdurend aanspreekt. Het trekt ons dan ook compleet over de streep. Vooral zagen we een band die het hardcore genre de eer aandoet, die deze muziekstijl dubbel en dik verdient. Het spreekwoord zegt 'goed begonnen is half gewonnen'. Dat zou naderhand ook blijken. Mark My Way heeft alvast de poorten open gezet, om het dak de hele avond er compleet te laten afgaan. Pure klasse!

Slope (****) heeft zijn naam niet gestolen. Deze uit Duisburg afkomstige band ontstond in 2012 en heeft ondertussen al veel zalen plat gewalst. Het meest opvallende aan Slope is dat de bandleden, binnen de chaos die ze aanbieden, elkaar blindelings vinden. Ook Slope brengt Hardcore in zijn meest puur vorm. De band laat er geen gras over groeien en raast als losgeslagen bulldozer over de hoofden van de aanhoorders, tot de zaal compleet is plat gewalst. Het meest opmerkelijke echter. Vooral zien we een band - we hebben ze ondertussen al enkele keren aan het werk gezien - die groeit en blijft groeien in zijn kunnen. Waar dit gaat eindigen weten we niet. Slope bonkt al een paar jaar op de deur van erkenning binnen hun genre, en verdienen dit op basis van dit verschroeiend optreden dubbel en dik.

De ene Bulldozer werd gevolgd door een andere. Headshot (**** 1/2) afkomstig uit Kortrijk, kon op wat meer publieke belangstelling rekenen. De files waren wellicht voorbij? Wie zal het zeggen. In elk geval de heren spelen eveneens een thuismatch. Maar een wedstrijd moet steeds worden gespeeld, en de band beschikt wellicht niet over een gewiekste makelaar om aan matchfixing te doen. Dus moet Headshot maar zelf alles op alles zetten op het publiek murw te slaan. De heren staan met zes op het podium, en wonder bij wonder zorgt dit niet voor een chaos. Integendeel. Net zoals bij hun voorganger, kijken elk van de bandleden allemaal dezelfde kant uit. Het zorgt voor een wervelend HC feest, zoals je toch niet elke dag tegenkomt. En dat zo vroeg op de avond.
Ook op Brakfest voelt een trip van Headshot aan alsof je een spiegel wordt voorgehouden, die er niet zo mooi uitziet. Een harde brok realiteit wordt recht in je gezicht geduwd, zodat elke riff, bulderende vocale aankleding, en drumsalvo aanvoelt als gedonder bij klaarlichte hemel. Nee, ook Headshot laat er geen gras over groeien, en deelt voortdurend stevige mokerslagen uit die je verweesd doen achterblijven." schreven we over het optreden van Headshot op Brakfest in Lokeren vorig jaar.
Nu, we kunnen diezelfde woorden terug gebruiken, om te omschrijven hoe we het optreden van Headshot aanvoelden op Evil Or Die Fest. Een mokerslag in het gezicht, die je met beide voeten op de grond zet!

Een langgerekte moshpit dat de zaal op zijn grondvesten doet daveren
De uit Londen afkomstige Dead Man's Chest (****) sleept circa twaalf jaar ervaring met zich mee. En dat is ook te merken. De band mixt streepjes pure hardcore met sausjes die doen denken aan thrash metal in de stijl van Slayer, en voegt daar brokjes in de stijl van bijvoorbeeld Agonstic Front aan toe. Waardoor een rauwe brok vlees ontstaat, die wat op onze maag blijft liggen. Nu, dat is het soort diner waarvoor we graag uit onze luie zetel komen. Dead Man's Chest combineert die jarenlange ervaring gelukkig nog steeds met enorm veel spelplezier en spontaniteit. De band deelt niet alleen stevige oplawaaien uit, de frontman hitst het publiek voortdurend op. Waardoor enkele stevige moshpits ontstaan die de zaal op zijn grondvesten doet daveren. Kortom: Hadden de vorige bands al de lont aan het vuur gestoken, dan doet Dead Man's Chest de boel pas echt ontploffen.

Men had gewaarschuwd om bij het optreden van Reduction (****) ons wat achteraan op te stellen. Al gauw beseffen we waarom. Ook Reduction sleept al heel wat ervaring met zich mee en brengt een mix van metalcore met hardcore. Op een zodanig verschroeiende harde en meedogenloze wijze, dat hierop stilstaan inderdaad onmogelijk is. Hoe meer de avond vordert hoe hoger die lat wordt gelegd moet Reduction hebben gedacht.
Ontstond er heel wat stevige moshpits bij de voorganger, dan was het hek volledig van de dam bij Reduction. Opvallend? Al die stevige pits gebeurden in een heel kameraadschappelijke sfeer, als iemand viel werd die prompt opgepikt. Zo hoort dat gewoon. daardoor ontstaat vooral voor een feestelijke stemming, waarbij iedereen - inclusief de band zelf - compleet uit zijn dak kan en mag gaan.

Het openen van de poorten van de Hel
De Belgisch band Lenght of Time (*****) ontstond in 1997. Wat deze band zo bijzonder maakt is dat ze bovenop die pure hardcore elementen een duister sfeertje weten te creëren waardoor het lijkt alsof de poorten van de Hel prompt zullen open gaan. Dat was in het verleden zo, dat blijkt nog steeds het geval te zijn. Binnen een donkere omkadering - ook wat de belichting betreft - grijpt de band je letterlijk bij de strot en sleurt je mee naar die diepste kelders van voornoemde Hel. Lenght of Time laat er geen gras over groeien, en gaat op die verschroeiende wijze als zijn voorgangers verder. Al vrij snel zorgt dit weer voor wervelende mosh en andere pits, die feestelijke sfeer blijft ondanks de donkere omkadering echter wel degelijk stevig overeind staan. Lenght of Time bewijst nog maar eens hoe ijzersterk ze zijn in hardcore combineren met pure duisternis, met een vette knipoog naar bijvoorbeeld Black Metal. Iets wat hen dan weer uniek maakt binnen de scene.

Tijd voor de co-headliner van de eerste festivaldag, Sworn Enemy (****). Ook al blijft van de originele bezetten nog enkel zanger Sal Lococo over. De oerdegelijke mix tussen metalcore/crossover en hardcore blijft ook anno 2018 nog steeds stevig overeind staan. Stevig gaat het er zeker en vast aan toe bij Sworn Enemy, die als een wilde wervelstorm alles om zich heen nog maar eens plat walst. Geen spaander blijft geheel van de zaal eens de orkaan Sworn Enemy de ene na de ander tsunami en wervelstorm doet ontstaan. Dat was in 1997 al zo, dat blijkt dus anno 2018 nog steeds het geval. Sal Lococo dirigeert zijn troepen zodanig, dat er geen speld tussen te krijgen valt. De muzikanten binnen de band zijn namelijk virtuozen, die technisch hoogstaande riffs en drumsalvo's naar voor brengen, die ons met verstomming doen slaan. Maar vooral ontstaat een duivels crossover/hardcore feestje dat het dak er nog maar eens compleet doet afgaan.

De ultieme kers op de taart: Een geslaagd huwelijk tussen de betere hip hop en pure hardcore
E-Town Concrete (*****)
sluit de avond af met een toch wel bijzonder verrassende act. De heren brengen natuurlijk pure hardcore, maar voegen daar vette streepjes hip hop aan toe. Dit zorgt voor een gevarieerde set, waarbij die Hip Hop inbreng het geheel niet verzwakt. Integendeel zelfs. E-Town Concrete brengt beide muziekstijlen samen tot een verrassend sterk geheel. Enerzijds zorgt dit voor een hip hop feestje, anderzijds deelt de band een hardcore gerichte mokerslag uit waarop stil staan onmogelijk is. Net door zodanig veel te variëren, blijf je geboeid luisteren en genieten. Het uitzinnige publiek zingt de songs uit volle borst mee, maar gaat ook geregeld over tot een stevig potje moshpitten. De frontman van dienst port de aanwezige bovendien nog meer aan, tot iedereen compleet uit zijn dak gaat.
Besluit: E-Town Concrete voegt de ultieme kers op de taart toe aan de eerste avond. Door een meer dan geslaagd huwelijk tussen de betere hip hop en Hardcore in zijn meest pure en onversneden vorm naar voor te brengen.

dag 2 – zaterdag 20 oktober 2018
Op het einde van de tweede festivaldag vernamen we dat de metaldag compleet was uitverkocht. Eveneens de Hardcore avond op vrijdag bleek - zoals we eerder aangaven - een schot in de roos. Verwonderen doet ons dit totaal niet. Op zaterdag stonden thrash metal kleppers op de affiche die in binnen en buitenland zomaar eventjes in grote zalen of doorsnee festivals hun ding doen. Zoals Onslaught en Destruction - deze laatste behoort trouwens tot de 'big 3 of German Thrash metal samen met Sodom en Kreator. Spoil Egine is eveneens een gewaardeerde band van internationale top allure.
Bovendien programmeert Evil Or Die Fest Belgische kleppers als Cowboys and Aliens, Speed Queen en Fireforce. Tenslotte stond er één veelbelovende jonge thrash band op dat podium Violent sin en Melodische death metal band Oceans Burning op het podium. Twee bands die beide een gouden toekomst worden voorspeld.
En dit allemaal aan een toch wel heel democratische prijs? Hoeft het ons dan nog te verwonderen dat zo een top evenement is uitverkocht? Nee toch?
Ons verslag van een tweede festivaldag boordevol power, thrash en bommen energie die voortdurend in je gezicht tot ontploffing komen.

Speed, Power and Beer!
Het is altijd spijtig te zien hoe een talentvolle band een inspanning doet om zijn publiek te bekoren, maar daar weinig of geen respons op krijgt. Dat is wat Oceans Burning (****) overkwam als openingsact op de tweede festivaldag van Evil Or Die Fest. En dat is op zich heel jammer. Want deze jongens doen hun uiterste best om een beperkt aanwezig publiek tot bewegen aan te zetten. Tekenend, het grootste applaus kwam er toen de frontman een lied opdroeg aan de drummer die door een zwart gat is gegaan.
De vrij jonge band legt de lat hoog, en de imposante frontman spreekt zijn publiek voortdurend aan. Bovendien blijkt diezelfde frontman over een stem als een klok te beschikken, waardoor eventuele poorten van de hel met het grootste gemak zouden moeten open gaan. Bovendien zijn de gitaristen van dienst ware tovenaars met riffs, en bezorgen ons de ene na de andere adrenalinestoot.
Kortom, over het potentieel om in de nabije toekomst die poorten van de Hel ook daadwerkelijk te laten open gaan, bestaat op basis van dit optreden op Evil Or Die Fest geen twijfel! Wij zien in elk geval al uit naar meer in de nabije toekomst.

Plots stond er wat meer volk voor het podium. Violent Sin (****) is een jonge, talentvolle speed metal band uit Oostende. Deze jonge band wordt eveneens een gouden toekomst voorspeld. Sommigen zien in hen de mogelijke opvolgers van bijvoorbeeld Evil Invaders. Of de band aan die hooggespannen verwachtingen kon voldoen was de vraag. Nu, Violent sin bestaat inderdaad uit heel getalenteerde muzikanten die goed weten waar ze mee bezig zijn, en katapulteert ons terug naar de jaren '80. We waren vooral onder de indruk van menig riffs die in ons lijf klieven als botte bijlen.
Met als kers op de taart het hoge stembereik van frontman Gillian van den Eynde. Deze laatste bezorgt ons kippenvelmomenten en een krop in de keel bij de vleet. Violent Sin voldoet wat ons betreft dus zeker aan die hooggespannen verwachtingen. Maar vooral zien en horen we een band die eveneens nog over groeimogelijkheden beschikt. We spreken elkaar terug binnen een jaartje of zo. Want zo snel kan het gaan als je noest blijft verder timmeren aan de weg.

Dat laatste heeft Speed Queen (****1/2) ons namelijk al voldoende bewezen. Elke keer zijn we onder de indruk van die duiveltjes uit een doos die tevoorschijn worden getoverd, als de charismatische frontman van Speed Queen de aanhoorders letterlijk omarmt. De man beschikt over een natuurlijk charisma dat je zelden tegen komt. Dat was in het verleden zo, dat blijkt ook op Evil Or Die Fest het geval te zijn. Met het grootste gemak doet hij iedereen uit zijn hand eten. Uiteraard gerugsteund door topmuzikanten binnen zijn band. Menig gitaar solo klieft heel diep doorheen ons hart, telkens opnieuw en opnieuw tot we totaal van de kaart in een hoek van de kamer achterblijven.
Speed Queen is ondertussen geëvolueerd van een doorsnee speed metal bandje, tot een geoliede machine waar iedereen diezelfde kant uitkijkt. Wat ervoor zorgt dat het niveau en de lat steeds hoger en hoger wordt gelegd. Wetende dat de top nog niet is bereikt, zien we reikhalzend uit naar de toekomst. Ons hoeft de band echter niet meer te overtuigen van hun kunnen, op Evil Or Die Fest zetten ze dat door het brengen van een verschroeiende set, nog maar eens in de verf. Pure klasse!

Ook Fireforce (****) hoeft ons eigenlijk niets meer te bewijzen. Met die typische Combat Metal moet de band bovendien totaal niet onderdoen voor de zogenaamde grotere namen binnen het power metal genre. Dat bewees FireForce ons al verschillende keren zowel live als op plaat. Ook binnen een gloednieuwe line-up blijkt die stelling nog steeds te kloppen. Hoewel we ons niet van de indruk kunnen ontdoen dat de nieuwe bandleden nog wat aan het zoeken zijn om hun plaats te vinden binnen de band, wordt de lat naar goede gewoonte weer heel hoog gelegd. De nieuwe zanger past echter zowel qua stembereik als attitude perfect binnen het concept, en ook instrumentaal valt er geen speld tussen te krijgen.
En daar horen ook visuele effecten tot het publiek bombarderen met confetti bij. Want inderdaad, naast de verschroeiende riffs, donderende vocalen en verdovende drum salvo's , is de visuele aankleding in dit genre een al even belangrijke factor. En dat zet FireForce nog maar eens in de verf.
Kortom, ook al lijken de nieuwe bandleden nog wat te zoeken naar hun plaats binnen de band, FireForce zet op Evil Or Die Fest toch maar weer de puntjes op de 'i', door het brengen van een verschroeiende set boordevol typische combat metal elementen die aan onze ribben blijven kleven. We zien dan ook reikhalzend uit naar meer nieuwe releases in 2019 van één van onze persoonlijke favorieten binnen het power metal gebeuren.

Met de waanzin in de ogen, uw demonen bestrijden! Een eeuwige strijd
Cowboys and Aliens (*****) blijkt, ondanks de positieve ervaringen van hun voorgangers, echter het eerste echte hoogtepunt van de dag te worden. De heren slepen uiteraard enorm veel ervaring met zich mee, maar elk van de muzikanten blijken vooral ware tovenaars te zijn met riffs en drum salvo's.
Het meest in het oog springende element binnen Cowboys and Aliens is echter de heel bewegelijke frontman, die als een konijntje met Duracell batterij over het podium vliegt. Zijn microfoon statief vervaarlijk over zijn hoofd slingerend, gaat hij als waanzinnige tekeer op dat podium. Het lijkt wel of Henk al zijn demonen de vrije loop laat, en al zijn opgekropte frustratie letterlijk uitspuwt. Meteen valt hij ook onze demonen daarbij aan, wat hem siert. Niet dat het de depressieve kant uitgaat bij Cowboys And Aliens. Eerder straalt deze klasse band humor en zelfrelativering uit, maar meteen deelt de band ware mokerslagen uit die met volle geweld in je gezicht terecht komen.
Kortom, door het voorhouden van een spiegel, waarmee je zelf maar ziet wat je ermee doet, doet Cowboys and Aliens een bom boordevol energie en vuurkracht ontploffen, die ons totaal verweesd doet achterblijven in het hoekje van de zaal. Missie geslaagd Henk & co.

Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken ons Iris!
In tijden van #metoo en dergelijke hebben we nood aan meer girlpower. In die twee dagen hebben we heel weinig vrouwelijke energie gezien op dat podium van Evil Or Die Fest. Daar zou Spoil Engine (*****) vlug verandering in brengen. En hoe! Wij hebben de band in 2009 nog gezien met voormalige vocalist Niek Tournois. Over de komst van zangeres Iris Goessens bij de band nadat Niek in 2014 Spoil Engine verliet, is ondertussen veel inkt gevloeid. Ondertussen heeft Iris echter voldoende bewezen haar mannetje te kunnen staan, zowel vocaal als qua podiumprésence. Ook op Evil Or Die Fest legt Spoil Engine die lat enorm, enorm hoog om het publiek compleet in te pakken.
De dame en heren moeten niet veel moeite doen om de boel tot ontploffen te brengen, en de eerste echte mospits te doen ontstaan. Alsof dat nog niet voldoende is, legt de band de lat gewoon nog een beetje hoger. Het spelplezier dat uit de boxen loeit , gecombineerd met razendsnelle riffs tot drumpartijen en een frontvrouw die je letterlijk bij het nekvel grijpt van begin tot pril einde, zorgt ervoor dat het dak er niet één keer, maar meerdere keren compleet afgaat.
Nu ons hoeft Iris al enkele jaren niets meer te bewijzen, de eventuele twijfelaars en criticaster geeft deze jongedame nog maar eens lik op stuk. Door het brengen van een verschroeiende harde, meedogenloze, razendsnelle en energieke set waardoor iedereen murw wordt geslagen. Pure klasse. Spoil Engine treedt op 8 december nog aan op Gèsfakrock in Kuurne, en dat is bij deze nog maar eens een stevige aanrader. (Info: https://www.facebook.com/gesfakrock/ )

Thrashin till dead!
Op naar de laatste drie bands van deze editie van Evil Or Die Fest. Bij Spoil Engine was ons al opgevallen dat de zaal voor het eerst echt vol stond tot helemaal achteraan. Bij Bloodbound (***) bleek dit aanvankelijk ook het geval te zijn. De Zweden brengen een potje Powermetal, maar doen ons ook een beetje denken aan de epic metal in de richting van bijvoorbeeld Manowar . De band gooide hoge ogen met het ijzersterke debuut 'Nosferatu' uit 2005, door gitaargedreven melodische power metal die aan de ribben kleeft. En ze drukken sindsdien hun stempel op het powermetal gebeuren in binnen- en buitenland. De bombastische houding van zowel de muzikanten als de heel beweeglijk tot de verbeelding sprekende frontman, trekken ons in eerste instantie wel over de streep. Maar de band blijft helaas iets teveel uit datzelfde vaatje tappen waardoor de verveling vrij vlug toeslaat. De doorsnee Powermetal liefhebber zal hier wellicht niet om malen, en zet het aan een headbangen van begin tot einde.
Wijzelf zochten andere oorden op, en genoten toch stiekem van op afstand van de perfecte kruisbestuiving tussen lange solo's en hoge vocale uithalen gecombineerd met best leuke visuele effecten. Maar we bleven dus eveneens een beetje op onze honger zitten. Iets meer variatie had voor ons zeker gemogen.

Andere koek kregen we voorgeschoteld met Onslaught (**** 1/2) , die met zijn razendsnelle, alles om zich heen verpletterende thrash metal de zaal nog maar eens op zijn grondvesten deed daveren. De band timmert sinds 1983 aan de weg, en is uitgegroeid tot één van de meest toonaangevende speed/thrash metal bands in UK. In 1991 hield Onslaught ermee op, om in 2004 terug van zich te laten horen. Ondertussen is de band terug uitgegroeid tot een heel sterk geoliede machine waarin iedereen dezelfde kant uitkijkt. En dat is ook live te merken. Het is dus niet zo dat deze band een routineklus afwerkt op Evil Or Die Fest. Nee, hier staat een thrash/speed metal band te spelen die jarenlange ervaring combineert met speelse spontaniteit als jonge wolven in het vak. De frontman spreekt zijn publiek voortdurend aan, en de muzikanten toveren oorverdovende riffs uit hun instrumenten. Waardoor het dak er nog maar eens afvliegt.
Besluit: Onslaught trekt vanaf begin tot einde alle registers open, tot niemand in de zaal meer stil staat. Dit getuigt van pure klasse, grotere act binnen dit genre kunnen hier een punt aan zuigen.

De hoofdreden waarom ondertekende naar Evil Or Die Fest naar Roeselare is afgezakt is Destruction (*****). Binnen het thrash metal gebeuren is deze Duitse band door de jaren heen uitgegroeid tot mijn absolute favoriet. Ik keek dan ook reikhalzend uit naar dit concert dat werd voorgesteld als een 'speciale best of' show.
De band heeft een ijzersterke live reputatie, en zet ook op Evil Or Die Fest nog maar eens de puntjes op de 'i'. Destruction doet gewoon waar ze heel goed in zijn: je de meest aanstekelijke, oorverdovende, vlijmscherpe portie old school thrash metal aanbieden waar geen speld tussen te krijgen valt. Bovendien, de heren trappen niet in het marketing valletje, en blijven eigenzinnig hun eigen weg uitstippelen, wat ervoor zorgt dat ze niet naast hun schoenen zijn beginnen lopen, waardoor de band nog steeds heel sterk verbonden is met zijn fans. Zo hoort dat nu eenmaal binnen dat Thrash/speed metal genre. Vanaf die eerste tot de laatste noot, krijgen we mokerslagen te verwerken waarbij hersenpannen worden ingeslagen door middel van de eeuwig bulderende vocalen en verschroeiende drum salvo's. Maar het zijn toch vooral die technisch hoogstaande gitaar/bas riffs en solo's, waardoor ik ooit ben gevallen voor deze band, van het soort dat als scherpe scheermesjes door ons lijf snijdt. En die ook anno 2018 ons nog het meest over de streep trekken. Of hoe onze favoriete thrashers ons ook na al die jaren nog steeds compleet murw kunnen slaan, en huiswaarts doen keren, de koude nacht, in met een warm gevoel vanbinnen.

Algemeen besluit
Voor ondertekende was het de allereerste keer Evil Or Die Fest. Dit festival wordt op een heel professionele wijze georganiseerd, is tot de puntjes uitgewerkt en ademt iets intiem en gemoedelijk uit dat ons enerzijds doet terugdenken aan menig underground HC en metal festivals dat we bezochten als jonge twintiger.
Echter is dit festival ook tot de puntjes uitgewerkt, van foodtrucks, tent met merchandiser, in en uitgang van elkaar gescheiden. Alles, tot de toiletten, in de nabije omtrek. Voldoende bewegingsruimte, ook al stond de zaal compleet vol. En zo kunnen we nog even doorgaan. Waardoor er geen speld tussen te krijgen is, de perfectie wordt organisatorisch compleet overschreden.
Bovendien zat de sfeer bij elk optreden heel goed. En blijft die feestelijke stemming stevige overeind staan.
Kortom, als u op zoek bent naar alternatieve, gezellige indoor festivals na de zomer zijn er wellicht nog mogelijkheden genoeg. Maar is Evil Or Die Fest net door zijn gevarieerde aanbod van Hardcore en metal - in de brede zin van beide - met als klap op de vuurpijl perfecte organisatie, aan bovendien enorm democratische prijzen, een aanrader van formaat. Tot volgend jaar!

Organisatie: Evil Or Die Fest

Bloc Party

Bloc Party - Een geslaagde throwback naar 2005

Geschreven door

Bloc Party zette gisteren nog eens een stapje op Belgische bodem in Vorst Nationaal. Ze speelden er hun debuutplaat 'Silent Alarm' in haar volledigheid, en gelukkig maar ook. Waarom? De groep bestond in 2005 nog uit frontman Kele Okereke, gitarist Russell Lissack, bassist Gordon Moakes en drummer Matt Tong. Het viertal bracht met 'Silent Alarm' volgens velen één van de beste indie albums van de 21ste eeuw. Hits als “Banquet”, “Helicopter” en “This Modern Love” behoorden tot de soundtrack van zowat elke Britse tiener. Opvolger ‘A Weekend in the City’ was eens iets anders, maar de nieuwe sound werd nog op veel gejuich onthaald bij fans en critici. De albums die later kwamen, bereikten echter nooit het niveau van het eerste album. Daarnaast verlieten Gordon en Matt de groep, en hun afwezigheid was duidelijk voelbaar op ‘Hymns’, dat in 2016 uitkwam met vervangers Justin Harris op de bas en Louise Bartle op de drum. De elektronische sound werd niet door iedereen gesmaakt en steeds meer werd er met weemoed teruggedacht aan de gloriedagen van hun debuutalbum.

Tijdens deze tour staat ‘Silent Alarm’ echter centraal en kunnen fans rekenen op indierock met stevige gitaren. Het viertal was zo beleefd om stipt op tijd te komen en begon met “Compliments”. Niet erg vanzelfsprekend om je show daarmee te openen. Voor de echte fans wordt het snel duidelijk dat de setlist eigenlijk de omgekeerde volgorde van ‘Silent Alarm’ is. De minder catchy nummers die op het einde van het album verschijnen, kwamen dus eerst aan bod. Bloc Party kwam zo wel traag op gang, maar het was net daarom uitkijken naar al het explosievere materiaal. Met “So Here We Are” kregen we al meer stemwerk te horen vanuit het publiek. Bij “The Price of Gasoline” ontwaakten al heel wat headbangers, al waren er onder hen wel veel toegewijde (en dronken) Britten die naar Brussel kwamen, en “The Pioneers” hield Vorst in zijn greep met de profetische woorden ‘We will not be the last’.
Het concert ging in stijgende lijn naar boven, want daar kwam “This Modern Love”, dat na al die jaren nog steeds een pracht van een liefdesnummer blijkt te zijn. Dat het publiek nog altijd zo in zwijm valt wanneer Kele ‘This modern love breaks me’ zingt, is daar het ultieme bewijs van. Kele en co namen het publiek mee op een nostalgische trip naar 2005. ‘Do you want to come over and kill some time? Throw your arms around me.’ En zo geschiedde, Vorst omarmde ons viertal.
Kele straalde zelfzekerheid uit en kwam ook eens af met geestige quotes als ‘Shit’s about to get cray cray’. De nogal verlegen Russell Lissack bewoog ook af en toe, na twaalf jaar podiumervaring mag dat eigenlijk ook wel. Nieuwkomer Justin Harris doet het aardig goed op de bas en andere nieuwkomer Louise Bartle bleek een fenomenale drumster te zijn. Het gemis van Gordon Moakes en Matt Tong blijft groot en zal nog altijd voelbaar zijn. Op grote hits als “Helicopter” en “Banquet” bewees Louise echter dat ze een steengoede drumster is en wel haar mannetje kan staan tussen al dat mannelijk geweld. Ook Russell steelt hier de show met zijn solo’s. Zelf beweert hij dat ‘Silent Alarm’ volledig spelen voor hem eigenlijk één grote gitaarsolo is van een uur, een terechte opmerking zo blijkt. Dat is wel altijd de sterkte geweest van deze groep: Kele is overduidelijk de frontman, maar iedereen krijgt de kans om de aandacht op te eisen.
Wanneer Kele en kompanen na “Like Eating Glass” het podium verlieten, vroegen we ons af wat er nog in de bisronde gespeeld zou worden. Geen ‘Silent Alarm’-materiaal alvast. Dit blijkt toch een jammere zaak te zijn, want nummers als “Two More Years” en “The Prayer” konden het publiek niet volledig bekoren. Spijtig, want eindigen met ‘Silent Alarm’ zou zoveel effectiever geweest zijn. Ergens is het ook wel begrijpelijk dat ze een langere show met ander materiaal willen spelen. Met “Flux” kregen we wel nog een hit voorgeschoteld en een dijk van een afsluiter. Een confettibom maakte het helemaal af en deed het publiek voor een laatste keer losgaan. Bij het verlaten van het podium probeerde Kele nog wat confetti te vangen met zijn petje en Vorst ging al dansend de nacht in.

De groep heeft het nog altijd in zich. Indie rock à la Bloc Party trekt misschien niet meer hetzelfde publiek aan als tien jaar geleden, dat was te zien aan de lege plaatsen op het balkon. Een andere zaal had ongetwijfeld ook wel beter geweest. De geluidskwaliteit in Vorst was op sommige momenten ondermaats en de zaal mist echt de gezellige sfeer van een AB, een zaal die ze misschien wel hadden kunnen uitverkopen. Hoe dan ook werd het een memorabele nacht, en werd Bloc Party bedankt voor een nostalgische reis terug naar 2005.

Setlist: Compliments – Plans – Luno - So Here We Are - The Price of Gasoline - The Pioneers - This Modern Love - She’s Hearing Voices - Blue Light – Banquet - Positive Tension – Helicopter - Like Eating Glass - Two More Years - The Marshalls Are Dead - Little Thoughts - The Prayer - The Love Within – Octopus – Flux

met dank aan Dansende Beren www.dansendeberen.be

Organisatie: Live Nation

The Vaccines

The Vaccines - Meebrullen op verschillende snelheden

Geschreven door

“Oh Brussels, we meet again”. Het was de twaalfde keer dat The Vaccines op Belgische bodem speelde, en dat de groep er zin in had, was al van voor de show duidelijk. Op hun Instagram was te lezen dat de AB één van hun favoriete zalen is, en we zagen op hun gezichten dat ze genoten van een wild publiek. Na een passage op Werchter deze zomer stelden Justin Young en co in een uitverkochte zaal hun laatste langspeler ‘Combat Sports’ voor. Na het vertrek van drummer Pete Robertson in 2016 werden touring-leden Timothy Lanham en Yoann Intoni gepromoveerd tot officiële bandleden en wij zagen in Brussel een goed op elkaar ingespeelde band die zo het publiek perfect weet te bespelen.

Openen deed het vijftal met “Nightclub”, één van de singles op hun nieuwste plaat. De drie volgende nummers, respectievelijk “Wreckin’ Bar”, ‘”Teenage Icon” en “Dream Lover” kwamen elk van een verschillend album. De eerste drie werden heel snel gespeeld, op de vierde ging het tempo merkbaar omlaag zonder daarbij aan stevigheid te verliezen. De gitaarnoten werden lang uitgesponnen en zanger Justin Young bespeelde het publiek heel doeltreffend. “Wetsuit” werd ingezet na een kleine pauze en het publiek werd helemaal gek.
Als een band een nieuw album voorstelt, is dat meestal duidelijk te merken. The Vaccines speelden echter meer nummers van op hun debuutalbum dan van op hun nieuwste, wat toch opmerkelijk is. Als er dan toch nummers uit ‘Combat Sports’ werden gespeeld, was er van verveling geen sprake. ‘English Graffiti’, hun minst goed onthaalde album werd echter bijna volledig genegeerd.
Normaal gezien is er in de AB op het geluid niks aan te merken, maar bij The Vaccines ging het soms wel eens mis. Op “Your Love Is My Favourite Band” viel het geluid net niet uit en op “Handsome” hoorden wij te weinig gitaar, waardoor het nummer de stevigheid van op de plaat miste. Op andere momenten was het geluid dan weer wel vol, op “If You Wanna” speelde de band héél erg snel en kwam dit ook heel goed over.
Na een heel goede performance van “Family Friend”, waar Young in uitblonk, verliet de band het podium. Deze keer was het echter puur functioneel, want de frontman kwam terug in gloednieuwe merchandise. Daarna volgde, uiteraard, met een erg vette knipoog “Put It On A T-Shirt”.
Afsluiten deed de band met het nieuwe “Let’s Jump Off The Top”, een nummer zonder weinig woorden dat het live goed doet, en “All In White”, waar de kelen nog een laatste keer werden opengezet. Na een luid applaus verdween het gezelschap in de coulissen en liet het publiek meer dan voldaan achter.

Op ‘Combat Sports’ greep de band terug naar de succesformule van de eerste albums en dit vertaalde zich ook naar het optreden. Elk nummer was meezingbaar en sloeg aan bij het publiek. Wij twijfelen er niet aan dat fans die het nieuwste album nog niet hoorden, daar zeker eens naar zullen luisteren. The Vaccines is een band die nooit zal vervelen, en ook in de AB was de band op missie om er een gigantisch zangfeest van te maken. Ze speelden dan niet altijd even snel, soms werden nummers traag gespeeld, maar bleef de band meer dan overeind. Hoe ze ook speelden, het materiaal dat de band ter beschikking heeft, leende zich perfect om het Brusselse publiek om te toveren tot een gigantisch zangkoor. De AB stond stampvol, en wij zijn benieuwd in welke zaal we het vijftal de volgende keer te zien zullen krijgen. Dat er ook dan weer sfeer zal zijn, staat echter al vast

Setlist: Nightclub - Wreckin’ Bar (Ra Ra Ra) - Teenage Icon - Dream Lover – Wetsuit - Out on the Street - Your Love Is My Favourite Band - Post Break-Up Sex – Norgaard - All My Friends - Take It Easy – Handsome - No Hope - I Always Knew - If You Wanna - I Can’t Quit - Family Friend - Put It On A T-Shirt - Let’s Jump Off The Top - All in White

Neem gerust een kijkje naar de pics
The Vaccines - http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/142
Whenyoung - http://www.musiczine.net/nl/foto-s/view-album/143

Organisatie: Live Nation

Pagina 363 van 964