Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Deadletter-2026...

The Antler King

Ten for a bird

Geschreven door

Je hebt artiesten of kunstenaars waarvan de leden elkaar telkens opnieuw blindelings vinden, en net door die kruisbestuiving onaards mooie dingen weten te creëren. Dat is niet alleen in muziek zo, dat kom je in alle culturen en kunstvormen tegen. Ook het duo Maarten Flamand en Esther Lybeert, die sinds 2011 het project The Antler King vormen, kun je onder die categorie onderbrengen. Wat ze samen aanraken, wordt gegarandeerd tot goud omgetoverd. De band bracht eerder een onwaarschijnlijk mooie debuut uit in datzelfde jaar 2011. Ook opvolger 'Patterns' heeft een onuitwisbare indruk nagelaten. Met de nieuwste schijf 'Ten For A bird' bevestigt The Antler King zijn status, en doet daar zelfs nog een paar schepjes bovenop.
De hoge verwachtingen worden al vanaf die eerste song “448 Figures” compleet ingelost. Dit duo verstaat de unieke kunst om eerder donkere melancholie zodanig intens te laten klinken dat het niet dreigend aanvoelt, maar eerder als een deken tegen de koude winternachten. En dat is net de verdienste van twee uitzonderlijk talentvolle muzikanten die al hun capaciteiten in de weegschaal gooien, om de aanhoorder een sprookjesachtige wereld aan te bieden. Na het lekker up tempo “Orange Monkey” bezorgt een bijzonder weemoedig klinkend “Siberian Times” je o.a. door breekbare vocalen een ware krop in de keel. Diezelfde melancholische naklank, met de engelenstem van Esther , die je duistere hart verwarmt, gerugsteund door klanken virtuoos Maarten , die deze vocale inbreng perfect aanvult, met nog meer perfectie. Zowel vocaal als instrumentaal.
Nogmaals het bewijs dat dit uitzonderlijk getalenteerd duo elkaar blindelings aanvult.  Mijmerend de zon tegemoet wandelen, ontroerende schoonheid, een traan wegpinken of een vreugde dans doen door de regen. Het zit allemaal verborgen binnen deze klasse plaat. En dat zelfs in elke song apart.
Variatie is namelijk één van de voornaamste reden, waardoor we vanaf begin tot einde geboeid blijven luisteren en tot de toppen van de tenen genieten van deze parel. Datzelfde mijmeren onder de sterrenhemel, met een klankenbord dat het midden houdt tussen bevreemdend en enorm veel weemoedigheid, keert ook terug bij “Beatles” en “Foreign Land”.
Mogen we trouwens ook een pluim op de hoed steken van Tom Callens, die zijn beeldschone saxofoon klanken leent voor enkele songs, en zo een meerwaarde vormt binnen dat geheel. Alsof dat nog kon. Want de perfectie wordt bij elke song opnieuw overschreden.
Besluit: De derde is altijd een moeilijke bevalling. Maar dit duo verlegt een grens, waar geen grenzen zijn. Alsof Antler King niet van deze planeet afkomstig is, zo klinkt: 'Ten For A Bird'. Telkens opnieuw wanen we ons in een heel andere wereld. Zoveel betoverende mooie kleuren, zoveel adembenemende soundscapes, zoveel uiteenlopende en indrukwekkende vocalen komen op jou af dat je onder hypnose wordt gebracht en in diepe gedachten, ver verwijderd van die harde realiteit, tot gemoedsrust komt zonder in slaap te worden gewiegd; eerder in een diepe trance, compleet zen en dus weg van deze wereld. Een gemoedstoestand waaruit je niet meer wil ontsnappen, waardoor je die trip nog maar eens aanvat tot het oneindige. Want bovendien heeft de plaat een enorm verslavende inwerking op  datzelfde gemoed; na meerdere luisterbeurten krijgen we er nog niet genoeg van. Kortom, en indrukwekkende plaat brengt Antler King uit die enorm veel donkere emoties losmaakt, en zelfs dat is een understatement.

Tracklist:

1.448 Figures
2.Orange Monkey
3.Siberian Times
4.Beatles
5.Foreign Land
6.Pixie-Led
7.Future Echoes
8.Birds in Disguise
9.Moon Shaped Sounds
10.Il est où le Manchot?

Kloot Per W.

Inhale slowly and feel

Geschreven door

Kloot Per W/Claude Perwez. De man is een monument in de vaderlandse indierockscene. Hij speelt sinds de jaren ’70 in talloos veel bands en is als gastmuzikant of producer betrokken bij heel wat muzikale projecten. Nu heeft hij zich gewaagd aan een tribute-album voor de Velvet Underground, een band die hij reeds lang bewondert. Mauro Pawlowski mocht als één van de gasten meespelen.
Per W heeft wel iets met tribute-albums. Hij was samensteller van een dubbelalbum met vooral Belgische en enkele internationale bands die nummers van The Ramones coverden (en maakte deel uit van een reeks bands op dat dubbelalbum). Op ‘1,2,3,4... A Lo-Fi Ramones Tribute’ uit 2001 staan heel wat covers die dicht bij het origineel blijven, maar evengoed tracks waarin je nog nauwelijks iets van het origineel herkent.
Per W is onder het pseudoniem The Claudio Serpentino in 2015 ook het brein achter het Wide Album, een door sommigen als pastiche aangeduid album met zo goed als onherkenbare Beatles-tracks. Hij is ook de spilfiguur van de ‘coverband’ Belpop Bastards, de behoeders van het Belgische rockerfgoed.
Op ‘Inhale Slowly And Feel’ blijft Per W verrassend dicht bij de originele versies. “Real Good Time Together” is geen platte kopie, maar wel meteen herkenbaar. “European Son” krijgt een postpunk-bas die diepe voren ploegt in de intro en eigenlijk in heel de track. Per W benadert het experimentele sitar-achtige gitaarsolo-geluid van het origineel, maar dankzij de prominent aanwezige volle, warme bas en de fijne keyboard-lijntjes, is deze versie makkelijker te verteren voor een ‘gemiddeld’ rock-publiek. Ook het oorspronkelijk arty “Venus In Furs” krijgt een donker postpunk/Bauhaus-jasje met broeierige drone-drums.
Wat na een paar nummers opvalt: Per W is een betere zanger dan Lou Reed of John Cale ten tijde van de Velvet Underground. Op “Lady Godiva’s Operation” zit hij ergens tussen de eerder vermelde postpunktoets en het oorspronkelijke, kalere geluid en komt hij vocaal in de buurt van de jonge Lou Reed, al had het net zo goed de jonge David Bowie kunnen zijn. “Foggy Notion” is in zijn oorspronkelijke versie al een – toch voor de Velvet Underground – heel rechttoe-rechtaan bluesrocktrack en Per W doet daar nog een klein schepje bovenop.
Per W’s dochter Mona krijgt de rol van Maureen Tucker op “Afterhours”, een lekker onschuldig nummer dat al werd gecovered door Eddie Vedder, REM, Babyshambles en The White Stripes. Mona brengt een leuke versie van het nummer, die dicht bij het origineel blijft. Ook “Sweet Jane” is reeds vele malen verschenen als cover. Per W’s versie is een brave, klassieke rock-variant. Gelukkig probeert hij de solo’s niet noot voor noot na te spelen, maar kneedt hij die naar zijn eigen gevoel.
De vinyl-versie van ‘Inhale Slowly And Feel’ stopt na “Run Run Run” en “What Goes On”, maar elke koper van het vinyl krijgt tegelijk een CD met het album en nog vijf extra nummers: “Pale Blue Eyes”, “Can’t Stand It Anymore”, het heel bekend “Waiting For The Man”, “Beginning To See The Light” en “Femme Fatale”, met Mona als Nico.
In zijn poging om The Velvet Underground te rehabiliteren heeft Kloot Per W de meeste scherpe kantjes van de tracks afgevijld. Een beetje een gemiste kans, want als je een muzikaal enfant terrible van zijn niveau loslaat op het reeds tegendraadse werk van die band, hoop je eigenlijk ergens uit te komen voorbij de Evil Superstars en de Ugly Papas. Het is pas bij bonusnummers als “Can’t Stand It Anymore” en “Waiting For The Man” dat Per W voorzichtig de teugels viert en het nummer zijn eigen weg laat zoeken. Tegelijk zijn er op dit album nog genoeg scherpe kantjes om de originele intenties van de tracks te herkennen.
Zo kan dit album een respectvolle introductie zijn om alsnog het werk van de Velvet Underground te gaan ontdekken.

European ghost

Collection of shadow

Geschreven door

Het Italiaanse trio European Ghost is geen onbekende voor ons. Reeds in 2016 deed deze band ons met verstomming staan. We schreven over het toen op de markt gebrachte album 'Pale and Sick' het volgende: " Door het aanbieden van een bonte variatie tussen new wave, post punk, krautrock - ja zelfs EBM vinden we terug op deze plaat - zou een breed publiek aan liefhebbers van het donkere elektronische genre, hierin zijn of haar gading moeten vinden. We besloten, European Ghost vindt geen nieuwe muziekstijl uit, maar verlegt wel grenzen binnen dat aanbod van eerder vernoemde muziekstijlen, die we nog maar zelden zijn tegengekomen." In juni dit jaar bracht European Ghost een nieuwe plaat uit via UnknownPleasures Records. Op 'Collection Of Shadow' blijft de band bewust ingeslagen paden verder bewandelen.
Duistere melancholie, overgoten met een saus van vreemde klanken. Dat is wat we voorgeschoteld krijgen bij die eerste songs “Suspended In The Void”, “Another Vision”, “Dream House”. Dat is de rode draad zou later blijken. European Ghost blijft gewoon op datzelfde elan doorgaan als ongeveer twee jaar geleden, en betovert de aanhoorder door enorm veel variatie aan te bieden, waardoor je geboeid blijft luisteren en genieten.
De doorsnee Postpunk liefhebber, die houdt van bands die hun eigen grenzen aftasten tot het oneindige , zullen zich in deze knappe schijf zeker kunnen vinden. Is dat door je koude rilling over de rug te laten lopen door intens darkwave klanken? Of luide drumsolo's door de boxen te laten loeien, waarbij je de neiging voelt te dansen in de huiskamer? Telkens speelt de band met donkere emoties van de aanhoorder.  Echter is het vooral het feit dat deze band aan het improviseren slaat en bewust buiten die darkwave tot postpunk lijntjes kleurt, dat ons nog het meest over de streep trekt. Ook al zitten daar wel degelijk typische postpunk songs in, zoals het wondermooie “Acid Man”.
De spanning is gedurende de volledige plaat dan ook gewoon te snijden. Van een loeiende harde “Moderate” - waarbij alle registers compleet worden opgegooid in een verschroeiende finale die je de ultieme doodsteek bezorgt - gaat European ghost gewoon over naar songs die eerder gevoelige snaren raken, echter steeds binnen diezelfde donkere omkadering. Zoals bij het wondermooie, typische darkwave klanken geschoeide, “Return” het geval is. En zo kunnen we nog even doorgaan.
Besluit: Een sound die vertrouwd klinkt, maar ook weer anders. Dat schotelt European Ghost ons voor. Telkens zet de band je heel bewust op het verkeerde been, waardoor je enerzijds gaat zweven over de dansvloer, zoals we dat in de gouden tijd van postpunk deden. En anderzijds twijfelend  in diepe donkere gedachten tot gemoedsrust komt. En net dat variëren in stijlen en brengen van al even gevarieerde emoties, trekt ons nog het meest over de streep. Pure klasse wat de band weer doet, door zijn eigen grenzen verder te verleggen.

Tracklist:

1.         Suspended In The Void 04:56
2.         Another Vision 04:26
3.         Dream House 04:08
4.         Skeletons Are Dancing 04:14
5.         Collection Of Shadows 04:36
6.         My Hibernation 05:16
7.         Acid Man 04:23
8.         Moderate 03:44
9.         Return 04:18
10.       Black Ocean 05:52 

Distant Fires Burning

For the Love Of...

Geschreven door

Op de creativiteit van Gert De Meester staat geen maat. Wij leerden hem kennen door zijn Ambient projecten. Maar Gert is ook bassist geweest van o.m. The Seven Laws en The Hindu Needle Trick. Hij steekt dus ook zijn voorliefde voor rock, punk tot funk niet onder stoelen of banken. Wat dan weer aangeeft dat Gert van veel markten thuis is.
Neem nu zijn project Distant Fires Burning, wat zich ontpopt tot een speeltuin voor Gert waar hij zich naar hartenlust kan uitleven en experimenteren met allerlei klanken en drones, tot in het oneindige. Op 12 september kwam er een gloednieuwe plaat uit, verkrijgbaar op cassette. 'For the Love Of...' staat boordevol soundscapes die je verdoven, hypnotiseren en tot diepe innerlijke rust brengen. Zonder je in slaap te wiegen. Eerder zal de aanhoorder bewust vertoeven in andere oorden, binnen Gert zijn eigen wereld.
De rode draad op de plaat is zijn geliefkoosde Fender Jazz bas geluid, dat in elk van de songs wordt verfijnd. Verder uitgewerkt en aangesterkt door heel aanstekelijke drumpartijen. Distant Fires Burning brengt minimalistische Ambient die langs je oor, afzakt naar je hart, waarna je ziel diep wordt geraakt. Langzaam maar zeker doen de, op het eerste zicht, monotone drones je in een diepe trance belanden waaruit je niet wil ontsnappen. Net door het experimenteren en improviseren met diezelfde monotone drones, krijg je dus niet het gevoel dat alles diezelfde lijn uitgaat. Heel bewust zorgt Gert ervoor dat de aanhoorder een inspanning moet doen om de muziek echt te begrijpen. Je moet die drones echt op jou laten inwerken, zoals dat bij Ambient eigenlijk altijd gaat, door je gehoor, hart en vooral al je zintuigen compleet daarvoor open te zetten. Anders werkt het niet.
Gert brengt eigenlijk zes nummers. Daarbovenop zijn er al even interessante remixen en samenwerking met al even grote meesters in drones en bevreemdende klanken. ‘Stratosphere’, ‘Misantronics’ en ‘Ashtoreth’. De housebeats die ‘Misantronics’ bewust toevoegt aan “I Would Move” zorgen ervoor dat deze song zo mogelijk een danshit  zou kunnen worden, een rave op de dansvloer. Die typische eerder donkere aankleding van ‘Ashtoreth’ doet je dan weer naar adem happen. Zoals bij die “Channeling Distant Fires Burning: Any” het geval is. Of neem nu de typische melancholische walmen die ‘Stratosphere’ over jou doet waaien binnen een song zoals “Mountain”. Dit door middel van o.a. intensieve mooie strijkers. Elk van de medewerkende artiesten bezorgt de plaat extra meerwaarde, waardoor we nog meer met verstomming worden geslagen.
Besluit: Distant Fires Burning gooit zijn jarenlange ervaring in het vak in de strijd, samen met zijn geliefkoosde basgitaar die de rode draad vormt. Hij brengt een heel gevarieerde, kleurrijke ambient plaat uit, waarbij  hij je heel bewust alle hoeken van de kamer laat zien en horen.  De enige voorwaarde om de plaat echt te begrijpen. Zet je hart, ziel en geheel lijf tot gehoor compleet open voor deze indrukwekkende drones parel. Vooral omdat je de muziek moet voelen tot het diepste van je genen, en niet zomaar beluisteren.

Tracklist:

K & J 09:38
I Would Move 09:02
Any 05:22
Mountain 08:10
And More 04:26
each Day 09:00
K & J (Stratosphere Cave Mix) 08:26
Ashtoreth channelling Distant Fires Burning: Any 09:00
I Would Move (Misantronics Remix) 08:35
Mountain (Stratosphere Plus Mix) 08:12 

Jonas Meersmans

Monnift II

Geschreven door

Op de virtuositeit van Jonas Meersmans staat geen maat. In het verleden heeft deze klasse muzikant zijn sporen verdiend bij het gezelschap Codasync. Ook schreef hij muziek voor succesvolle films. Waaronder het bekroonde 'Broeders' van Adil El Arbi en Bilall Fallah. In 2017 bracht Jonas Meersman een solo album uit 'Monnift'. Een knappe schijf met vijf akoestische gitaar parels, en een afsluiter “Eindstrijd” met een prachtige viool. Deze plaat werd overal heel goed ontvangen, en geprezen om de manier waarop Jonas schittert in eenvoud. Eind augustus bracht Jonas Meersman een gloednieuwe uit 'Monnift II'. Volgens zijn vi.be pagina: '' meer aandacht voor interactie en het zoeken naar compositie. De viool heeft een prominentere rol, ondersteund door af en toe koperblazers." Het eindresultaat is een instrumentale schijf die je tot gemoedsrust brengt, en waarin de virtuositeit van Meersman en zijn kompanen nog meer in de verf wordt gezet.
Vanaf het circa zeven minuten lange “Busmalis” zijn we vertrokken voor een trip die een warme gloed op ons doet neerdalen. De Folk elementen komen daarbij nog het meest naar boven drijven. Naast de wonderbaarlijk gitaar klanken, zorgt de magische viool van Nikki Verlinden ervoor dat we wegzweven naar heel andere oorden. Door de eerder melancholische tot weemoedige ondertoon van songs als “Kytti”, “General Konrad” en “Hanekop” krijgen we prompt een krop in de keel, en pinken we zelfs een traantje weg dankzij zoveel innerlijk genot.
Jonas laat zich dus vooral omringen door muzikanten die zijn eenvoudige maar heel verdovende muziek nog meer doen stralen dan op de eerste plaat, luister maar naar die “Misjka’s Quest”. De kruisbestuiving tussen Jonas en Nikki, maar ook de inbreng van French Horn van Tinne Dehertefell, benaderen de perfectie niet. Ze overschrijden deze.
Besluit: Net zoals op de eerste schijf, valt ook op hoe Jonas Meersmans het gegeven 'schitteren in eenvoud' hoog in zijn vaandel draagt. Telkens de gitaar, viool en koperblaas instrumenten samensmelten tot één geheel, ontstaat iets onbeschrijfelijk mooi, dat we moeilijk onder woorden kunnen brengen.
In vergelijking met het debuut krijgen we deze keer een  veel voller geluid, waaruit blijkt dat Jonas Meersmans zijn grenzen verder aftast. Maar vooral. Ga het dus niet te ver gaan zoeken, het is net die eenvoudige maar zo magische mooie aanpak waarmee Jonas ons bij de eerste schijf bij het nekvel greep, dat er ook nu weer voor zorgt dat we volledig onder hypnose gebracht wegzinken in diepe gedachten. Gerugsteund door muzikanten die hem perfect aanvullen, kan deze nieuwe schijf ons zelfs nog meer bekoren dan het wondermooie debuut.

Tracklist:

1.         Busmalis 07:15
2.         Kytti 02:45
3.         General Konrad 04:46
4.         Whitewing 04:23
5.         Hanekop 04:26
6.         Misjka's Quest (part one) 03:31
7.         Misjka's Quest (part two) 03:48
8.         Konrad Reprise 02:21
9.         Paw Paw 06:14 

Ishani

Dark Angel (single)

Geschreven door

Ishani is één van de rijzende sterren in de UK. Haar muziek zit ergens tussen triphop en donkere synthpop. (De vroege) Hooverphonic is een goede referentie, al zit er ook een snuifje gothic-bombast à la No Doubt en This Mortal Coil in haar mix.

Ishani gaat de moeilijke onderwerpen zeker niet uit de weg op haar singles. Met “Dark Angel” vraagt ze aandacht voor zelfmoord en geestelijke gezondheid. Eerder deed ze hetzelfde voor verkrachting (op “Don’t Stop the Fight”), de gevolgen van slaapstoornissen (op “Insomnia”) en vier jaar geleden ook al eens voor zelfmoord (op “One Can Jump”).

Dat Ishani een beetje een getroebleerde ziel is, kan je ook afleiden uit de covers die ze kiest. Op haar Soundcloud-pagina hoor je o.m. een heel etherische cover van het bitterzoete “Love Song” van The Cure.

“Dark Angel” overtuigt niet helemaal als track. Muzikaal en in de teksten klopt het plaatje, maar het gehijg en de wellust die ze in haar stem legt, smaken een beetje wrang in combinatie met het onderwerp. Maar als het publiek zo naar het niet mis te verstane onderwerp van “Dark Angel” getrokken wordt, zien we dat meteen over het hoofd. Een titel als “One Can Jump” was daarin misschien iets te direct.

 

M1NK

The Far Side (single)

Geschreven door

M1NK is het nieuwe samenwerkingsproject van de Brit Barry Snaith (The Inconsistent Jukebox) en de Griekse Erika Bach (Lola Demo). Als M1NK brengen Snaith en Bach op hun eerste single "The Far Side" een mix van synthwave en triphop.

Het doet wat denken aan een zwoelere versie van het werk van Anne Clark. Het is zelfs meer dan zwoel. Lust is zowat het hoofdbestanddeel van deze song. De single is donker, een beetje gothic en vooral heel elektronisch.

“The Far Side” klinkt een beetje als de oer-versie van Hooverphonic die een soundtrack maakt voor een film of serie van David Lynch, met een hitsige Lana Del Rey achter de microfoon.

Als single is dit best vermakelijk, maar of dit duo een volledig album vol krijgt en daarbij de aandacht van de luisteraar niet verliest, is nog maar de vraag. We geven deze M1NK voorlopig het voordeel van de twijfel. 

Leffingeleuren 2018 – van 14 t/m 16 september 2018 - Een boeiende driedaagse – Een overzicht

Geschreven door

De nieuwe formule van Leffingeleuren is intussen genoegzaam bekend. Terwijl de meeste bezoekers genieten van het gratis gedeelte met zijn talloze eetkraampjes, het Busker Street podium, straatorkesten en vele dj’s kan de ware muziekliefhebber op zoek naar nieuwe ontdekkingen in de Zaal, het Café of de Kapel. Dit jaar kon je er zelfs de Kerk binnen voor enkele live sessies van het (voor even) her opgegraven radioprogramma ‘Duyster’. Geen risicoloze onderneming om al die nagenoeg onbekende groepen zonder echte publiekstrekker te programmeren maar het blijft een feest voor de muzikale avonturier.
Een verslag van een boeiende driedaagse.

dag 1 – vrijdag 14 september 2018
Mijn parcours begon in de Zaal met het Gentse Public Psyche (het vroegere Rape Blossoms), dat al dan niet onder invloed van #MeToo van naam veranderde. In wat voor een arme wereld leven wij als zelfs een rockband het niet meer aandurft een min of meer controversiële naam te bezigen. Niet alleen de naam veranderde ook de muziek onderging wat wijzigingen.  Zo bleek de gitaar verdwenen, wat meer ruimte liet voor de synths. Meestal een heikel punt voor me maar vreemd genoeg vond ik het hier geen slechte zaak. Geruggensteund door stuwende drums en een bijwijlen funky klinkende bas zorgden ze voor een sound die ruim afstand nam van de doorsnee postpunk waar we tegenwoordig mee overspoeld worden. Maar het blijft postpunk of darkwave of hoe je het ook wilt noemen (niet mijn favoriete genre) en daar hoort ook een zeurende zanger bij. David Defrenne deed het hoogstwaarschijnlijk uitstekend maar van dit soort ijskoude, galmende en naar Robert Smith refererende vocalen moet ik eigenlijk niets hebben. Toch vond ik Public Psyche meer dan een aardige opener.

Na een vluchtige kennismaking via Bandcamp waren mijn verwachtingen voor Boytoy (Brooklyn, New York) flink geslonken. Toch zorgden deze vier pittige jongedames in het Café voor een eerste hoogtepunt. 60’s en 70’s rock, vrij klassiek van snit (even meende ik zelfs een riff van Bad Company te horen) maar ontdaan van elke gram macho vet. Geen spierballengerol op gitaar. Nee, de twee aanwezige exemplaren klonken steeds aanstekelijk en fijnbesnaard. Dat in combinatie met een stel, fijn in elkaar geknutselde, songs zorgde voor een erg gesmaakte set. Zeker te vergelijken met hun stadsgenotes van La Luz maar dan iets minder onderkoeld. La Luz bassiste, Lena Simon, speelt trouwens mee op hun laatste plaat, “Night leaf”.

Lumerians (San Francisco/ Oakland) waren al een tijdje bezig toen ik in de Zaal arriveerde. Er was ons psychedelica, space rock en krautrock beloofd maar ik hoorde ellendige new wave, derderangs Gary Numan. Een ijskoude douche, zo vlak na het begeesterende Boytoy. Nochtans zagen de vier er beeldig uit als glittermonniken met rode lichtjes waar je normaal een stel ogen verwacht. Doodzonde dat de muziek niet mee wou hoewel het op het einde wat beterde. De laatste drie nummers hadden wat meer power en met een beetje goed wil hoorde je zelfs wat Hawkwind invloeden.

Vlug naar de Kapel dan waar ik nog de finale van Why? kon meepikken. Dit viertal uit Cincinnati, Ohio is reeds sinds 1998 actief en heeft een zestal platen gemaakt, waaronder toch enkele parels. Oppernerd Yoni Wolf was helemaal vooraan in de weer op synths en percussie en zorgde voor een wonderlijke combinatie van hiphop, indie en alt rock met een eigenzinnige complexiteit. Uitermate sprankelende nummers werden afgewisseld met enkele kleffe gedrochten. Geen onverdeeld succes.

Hun recente vierde album, ‘Beyondless’, liet het beste verhopen voor Iceage uit Kopenhagen. Veel volk op het podium, het kwartet was aangevuld met een saxofonist en een violist. De punk van weleer was dan ook ver weg. Dit was monumentale, zwalpende rock waarbij zanger Elias Bender Ronnenfelt voor een grote Nick Cave factor zorgde terwijl ook Madrugada om de hoek loerde. Groots en meeslepend maar soms ook vermoeiend door die eindeloze woordenstroom terwijl die extra muzikanten niet altijd voor een verfrissende toets zorgden waardoor de sound soms te dicht geplamuurd klonk.

Intussen was The Oscillation uit Londen al een tijdje bezig in het Café. Meesterbrein Demian Castellanos produceerde er samen met een bassist en een drummer een indrukwekkende en oorverdovende wall of sound. Psychedelische space rock met aanstekelijke grooves volgens het boekje. Liefst van heel dichtbij en zonder reserves te beleven.

Na vijf jaar was de luidste band van New York opnieuw te gast op Leffingeleuren, dit keer met heel wat meer publieke belangstelling. Veel leek er nochtans niet veranderd. A Place To Bury Strangers maakt nog steeds een mix van ziedende noise en shoegaze, alleen oogde het dit keer heel wat spectaculairder. Nog steeds opererend in het donker en de zaal vol mist spuitend , keilde Oliver Ackermann al tijdens het eerste nummer zijn gitaar tweemaal keihard tegen de vlakte waarna hij met een half exemplaar verder moest. Een tijdje later moest het ding er helemaal aan geloven, iets wat bassist Dion Lunadon trouwens ook overkwam. Even is er een moment van rust wanneer drumster Lia Braswell (nieuw in de groep) een nummer solo mag brengen. Welk instrument ze hierbij hanteerde werd me niet duidelijk want qua belichting moesten we het stellen met een zich murw draaiende stroboscoop. Intussen hadden de twee anderen zich ergens midden in de zaal opgesteld voor een wat meer elektronisch intermezzo. Leuk maar het kon toch niet tippen aan de waanzinnige apotheose daarna op het podium waarin A Place To Bury Strangers zichzelf overtreffend alle registers opentrok en bewees veel meer te zijn dan alleen maar een sensationele belevenis.

Door het noodgedwongen afhaken van Ammar 808 verhuisde Donny Benét van het Café naar de Zaal. Een geluk bij een ongeluk, zo bleek, want de man uit Sydney die ooit begon als Tom Jones-coveract liet de zaal vollopen en slaagde er bovendien in om de hele meute aan het dansen te krijgen. En dat met compleet foute italo disco die dan nog eens op tape stond. Erg hip zag hij er trouwens ook niet uit, kaal met een nektapijtje en een pornosnor terwijl zijn danspasjes waarschijnlijk nog dateerden uit zijn Tom Jones periode. Nu, zingen kon hij wel en als een Willy Sommers Pukkelpop op stelten mag zetten heeft deze Donny Benét zeker recht van bestaan. Toch bleef het een vreemd gezicht om al die muzikale fijnproevers, die je toch verwacht op een festival als Leffingeleuren, hier met volle teugen van te zien genieten.

dag 2 – zaterdag 15 september 2018
Zaterdag was wat mij betreft de minst boeiende dag maar dat had alles te maken met die uitgebreide waaier aan stijlen die dit keer wat minder aan mij besteed waren. Toch vielen er voldoende parels te rapen.

Ik begon mijn nieuwe speurtocht bij Hilary Woods (Dublin) in de Kapel. De dame heeft een plaat, ‘Colt’, uit op Sacred Bones Records en dat volstond om mijn aandacht te trekken. Maar het werd een mager beestje. Woods begon op een ruimtelijk klinkende gitaar die ze na twee nummers ruilde voor de piano waardoor de spaarzame aangeklede sound dankzij enkele ingespeelde samples toch wat voller klonk. Dromerige, breekbare songs werd ons deel, niet onaardig maar stiekem hoopte ik ergens dat er eens echt iets ging breken. Later mocht ze het nog eens overdoen bij Duyster in de Kerk.

Op naar de Zaal dan voor Boy Azooga uit Cardiff. Hun plaat heet ‘1,2 Kung Fu!’ en dat zegt voldoende. Banale Britpop, weliswaar met een jeugdig enthousiasme gebracht, die ons naar de bar joeg en waar we helemaal op het einde toch nog een song, die naam waardig, hoorden.

Op zoek naar beterschap bevonden we ons daarna opnieuw in de Kapel voor Cabbage uit Manchester. De vijf lieten meteen een knallende punksong op ons los wat meteen de hoop op een nieuwe Idles deed opflakkeren. Drie nummers lang leek dat ook te kunnen maar daarna verdween al snel die brede grijns van mijn smoel. Cabbage liet die razende punk van het begin voor wat het was en koos voor iets wat op een kruising leek tussen pubrock en boertige pop terwijl ze zich tussendoor ook nog eens vergrepen aan een slechte PiL imitatie. Jammer. Zelfs de perfect als stoorzender fungerende gitarist die voortdurend met technische problemen worstelde bakte er, eenmaal alles op punt stond, niets meer van.

Naar het Café dan voor Bad Breeding, alweer een punkband (dit keer uit het Britse Stevenage), en dat zullen we geweten hebben. Hierbij vergeleken waren de mannen van Cabbage een stel, net de pampers ontgroeide, peuters. Dit was niets ontziende, slopende, noise geïnfecteerde punk op orkaankracht. Brute razernij maar verdomd fijn gespeeld door Matt Tool op gitaar, Charlie Rose op bas en Ashlea Bennett op drums. Voeg daarbij Chris Dodd, een heerlijke, van woede barstende, frontman zoals we die al lang niet meer gezien hadden, en het plaatje is compleet. Niets nieuws, uiteraard niet, maar het leek toch eeuwen geleden dat ik nog dergelijk intense punk gehoord had. Schitterend!

Toen ik vernam dat ook Bob Log III aan de affiche werd toegevoegd moest ik eens ferm geeuwen. Nog maar eens Bob Log, nog maar eens diezelfde trucjes op het podium... en toch had dit fenomeen uit Tucson, Arizona me opnieuw meteen bij de kladden. Nog steeds gehuld in een jumpsuit en voorzien van een motorhelm waarop een telefoonhoorn is gemonteerd was hij met zijn rubberboot helemaal tot in Leffinge gevaren.
Toch kon ik hem betrappen op enkele kleine wijzigingen in zijn show. Een nummer gespeeld met twee vrouwen op zijn knieën was er dit keer niet meer bij (#MeToo?). In de plaats daarvan mocht iedereen die dat wou even op zijn knie plaatsnemen voor een selfie. En dan was er nog een opgeblazen kuip in de vorm van een eend gevuld met “Champagne” die de zaal rondging. Ook eens geproefd maar dat viel behoorlijk tegen.
Vergis je echter niet! Naast al die fratsen is en blijft Bob Log III een erg begenadigd slidegitarist. Aanstekelijke blues georiënteerde nummers, weliswaar met een stofzuigersound, waar het moeilijk stilstaan bij is , zorgden voor een spetterende set. Ik zag de man al ettelijke malen en toch weet hij me nog steeds te verbazen terwijl hij er, zo te zien, zelf ook bijzonder veel zin in had.

Hierna had ik Will Samson, die in het kader van ‘Duyster. Live’ in de Kerk optrad, aangestipt maar zo vlak na het euforische feestje bij Bob Log III was ik niet in staat om meteen de knop om te draaien voor een portie verstilde muziek. Het werd dus een terrasje naast de talloze, exquise eettentjes op de markt in afwachting van Prettiest Eyes in het Café.

Prettiest Eyes is een gezelschap uit Los Angeles, bestaande uit twee Puerto Ricanen en een Mexicaan, dat zijn laatste plaat, ‘Pools’, uitbracht op Castle Face Records, een label waarvan de alomtegenwoordige John Dwyer (Oh Sees) mede-eigenaar is. Die laatste hoort er The Birthday Party in wat me wat ver gezocht lijkt. Ik hoorde hamerende synthpunk met duidelijk Latijns-Amerikaanse sporen gebracht met een ongebreideld enthousiasme waar men alleen maar vrolijk van kon worden. We werden voortdurend uitvoerig bedankt en in al zijn gretigheid viel de zingende drummer, Pachy Garcia, tot tweemaal toe achterover van zijn drumkruk. De wereld leek plots veel mooier.

Mattias De Craene, saxofonist van Nordmann, nodigde voor zijn nieuwe project, MDC III, twee gerespecteerde drummers uit, zijnde Lennert Jacobs (Hong Kong Dong, The Germans, Public Psyche) en Simon Segers (Black Flower, De Beren Gieren, Stadt).
Vreemde bezetting die wonderwel werkte want de Gentenaars zorgden op de valreep nog voor een hoogtepunt. De Craene, voortdurend inventief in de weer op sax en andere blaasinstrumenten waaronder iets dat wel heel hard op een stuk tuinslang leek, leidde ons geholpen door die twee inventieve drummers naar tribale, hypnotiserende sferen in een geheel eigen, betoverend universum waarin het heerlijk verdwalen was. De boeiende Belgische jazzscène blijft ons verrassen.

dag 3 zondag 16 september 2018
Het programma op zondag bulkte van de interessante namen en naarmate de dag vorderde , lukte me het steeds slechter om een spurt van de ene naar de andere locatie in te zetten, om toch maar nog een flard van een optreden mee te pikken. De lijst met gemiste optredens is dan ook niet min: The Devil Makes Three, The Bony King Of Nowhere, Jesse Malin & Chuck Prophet...

Om 14u30 was ik al op post in de Zaal voor Vaudeville Etiquette, een vijftal uit Seattle dat hun naam vond in de titel van een oude stomme film. Gesmaakte americana waarin de twee stemmen (van gitarist Bradley Laina en de voortdurend over het podium dartelende Tayler Lynn) en de pedal steel van Matt Teske het uithangbord vormden. Er mocht één keer jazzy uitgefreakt worden terwijl de gitaar tijdens het nieuwe en heel knappe “Ontario” op zijn Neil Youngs mocht scheuren (had wel meer gemogen).
Vaudeville Etiquette, niets op aan te merken maar ook niet van die aard om zich te onderscheiden van die duizenden andere americanagroepjes.

Toen ik de Kapel binnen stapte waar Swedish Death Candy net begonnen was , vroeg ik me eerst af in welke oorverdovende heksenketel ik nu weer beland was , maar toen mijn oren zich min of meer hadden aangepast kon ik dit bonte stel uit Londen steeds meer waarderen. Zware psychedelische rock die duidelijk schatplichtig was aan (de hardere) Ty Segall en Charlie Moothart en waarin al eens een Black Sabbath riff voorbij zoefde, het had wel wat. Maar de frequent gebruikte hard/zacht afwisselingen waren niet altijd even gelukkig gekozen.

Nog net de drie laatste songs van Michael Nau (uit Maryland) gehoord en die vielen best mee. Erg lofi en laidback, enigszins te vergelijken met Bonnie ‘Prince’ Billy, ook fysiek.

Voor een eerste voltreffer moesten we in de Kapel zijn: Gunn-Truscinski Duo (Brooklyn, N.Y.) maar slechts weinigen zullen dit geweten hebben. Toen de laatste noten uitstierven , was het aantal toeschouwers gereduceerd tot hooguit een twintigtal. Velen kozen wellicht voor een terrasje met die stralende zon terwijl The Devil Makes Three, die zowat gelijktijdig bezig was, dat wel voor een volle zaal deed. Nu maakte Steve Gunn het ons ook niet gemakkelijk. Volledig instrumentaal, langgerekte jams met enkel gitaar en drums en bindteksten die zich beperkten tot ‘thank you’. Maar voor wie zichzelf een beetje een gitaarliefhebber wil noemen is Steve Gunn een godsgeschenk. Zijn gitaar is uit duizenden herkenbaar. Psychedelisch en hypnotiserend, meestal vertrekkend vanuit enkele simpele akkoorden om dan verder een geheel eigenzinnige, complexe koers te varen zonder dat je hem ook maar één luttele seconde op notenneukerij kon betrappen. De zeer bescheiden Gunn schudt het allemaal haast achteloos uit zijn mouw hierbij perfect geruggensteund door een al even bescheiden John Truscinski. Hier krijg ik, echt waar, nooit genoeg van.

Met Male Gaze (San Francisco) stond er opnieuw een exponent van Castle Face Records in het Café, dit keer zelfs eentje met mede-eigenaar Matt Jones in de rangen. Dit uitermate sympathieke trio wankelde voortdurend op de rand tussen harde rock en garagerock. Meestal hard maar met een feeling voor aanstekelijke melodieën. Lang niet alles was even geslaagd maar wie een dergelijk rommelige versie van “Pictures of matchstick men” (Status Quo) brengt krijgt bij mij tonnen krediet. Meer van dat, graag!

Ben Miller zag er wat ruiger uit dan ik verwacht had en ook de muziek van de Ben Miller Band (Joplin, Missouri) klonk een stuk onstuimiger dan op de plaat. De vier serveerden een, tot dansen uitnodigende, mix van delta blues, bluegrass en country waarbij klassiekers als “Black Betty” (Lead Belly) en “John the Revelator” (Blind Willie Johnson) niet gemeden werden. Best te begrijpen dat ZZ Top deze band graag mee op tournee neemt. Opvallende verschijning: violiste Rachel Ammons met haren die bijna tot haar enkels reikten.

Wegens fileleed hadden ze hun afspraak om 15u10 gemist maar het geluk was me welgezind en liet me op het juiste moment aan de grote bar op het marktplein passeren zodat ik The Preacher Men (Gent) dan toch nog aan het werk zag. Zes mannen rond één microfoon: twee resonatorgitaren, één akoestische, een banjo, staande bas en een zanger die zijn schoenen versleet op een chainbox (een bierplateau met een ketting in). Gedreven bluegrass en hillbilly alsof ze het ter plaatse uitvonden met een gedroomde frontman: Boer Stef die zijn teksten telkens met uitvoerige armbewegingen accentueerde. Mooi!

En het werd nog mooier met Amyl & The Sniffers uit Melbourne in de Kapel. Drie jongens met wel erg foute kapsels en een meisje, dat met haar zwarte, hoge laklaarzen ook al niet echt van deze tijd leek, brachten furieuze punk die bezeten was door de geest van de Australische seventies (hard)rock. Anachronistisch, dat zeker en toch klonk dit bijzonder fris. Daar zorgden een juiste no-nonsense attitude, geweldige nummers en vooral Amy Taylor voor. Een klein opdondertje met een krachtige stem, een betoverende glimlach en onvoorspelbaar podiumgedrag waarbij ze zichzelf niet al te serieus nam. Waarmee ik The Sniffers niet in de schaduw wil zetten. Gitarist Dec Martens, bassist Gus Romer en drummer Bryce Wilson wisten verdomd goed waar ze mee bezig waren.
Amyl & The Sniffers waren naast Bad Breeding zonder meer dé revelatie van Leffingeleuren 2018. Hun plaat ’Big Attraction & Giddy up’ (een bundeling van hun eerste twee EP’s) was tot voor kort enkel via dure Australische import verkrijgbaar maar intussen heeft het Britse ‘Damaged Goods Records’ een democratisch geprijsde, Europese versie op de markt gegooid. Mijn exemplaar is al besteld!

Na dit zinderende feestje vond ik nog net genoeg energie om me op te laden voor nog één concertje: Bob Wayne! Aan energie heeft die Bob Wayne trouwens geen gebrek: de zingende stoomfluit was net begonnen aan een nieuwe Europese tour, die hem dit najaar ook naar de N9 brengt, van maar liefst 62 optredens! Het was reeds de vijfde keer dat ik de man, hier opnieuw met een compleet hertimmerde band, aan het werk zag en toch kon ik opnieuw mateloos genieten van zijn outlaw country of hellbilly (zoals hij het zelf noemt) doorspekt van spitante teksten. Heerlijke kerel die zijn white trash afkomst nooit zal verloochenen.
Toen de laatste noten van “Spread my ashes on the highway” waren uitgestorven kon ik enkel tevreden terugblikken op deze drie dagen durende expeditie.
Bedankt Leffingeleuren!

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge   

The Kids

The Kids/Naughty Kids (remastered en re-released 40 anniversary edition)

Geschreven door

Iedereen in Vlaanderen kent The Kids. Dat hebben ze te danken aan die punkpop single “There Will Be No Next Time”. Maar velen hiervan zullen waarschijnlijk enkel die song kennen. Dat is zonde want The Kids zijn veel meer dan die ene track. Mensen die echt into punk zijn of waren zullen ook meestal andere nummers als hun favoriet aangeven. Een flink aantal hiervan gaan uit hun gelijknamig debuut komen waar o.a. “This Rock and Roll” (live gecoverd door Metallica tijdens hun laatste tournee), “Bloody Belgium” en “Fascist Cops” op staan. Drie klassiekers binnen het genre. The Kids zijn met deze songs ook meer bekend in het buitenland dan met “There Will Be…”. Liefhebbers van punk rond de wereld dragen hen op handen. Dat zorgt ervoor dat ze tot op heden nog steeds wereldwijd mogen optreden.
Wie had dat gedacht toen de band in 1985 voor een tiental jaren uit elkaar ging? Ik niet meteen maar met de jaren lijken ze groter en belangrijker te zijn geworden. Zonder dat ze nieuw materiaal maken overigens. Il faut le faire.
Starman Records grijpt terug naar hun eerste twee albums en brengt die uit op cd met liner notes van all-time fan Marc Didden. Daarnaast nog twee songs die niet op de albums stonden maar ergens op EP’s en zo. Voor wie niets in huis heeft van The Kids of voor diegene waarvan zijn elpees grijs gedraaid zijn een unieke gelegenheid om dit in huis te halen. Waarom? Ik leg je het hier uit.
Hun debuut uit 1978 dat naar de verrassende naam ‘The Kids’ luisterde werd geproduceerd door niemand minder dan Leo Caerts. Caerts was de bedenker van de wereldhit “Eviva Espana”. Die deed een goede job door The Kids op te nemen zoals ze waren: een rock ’n roll punkband. Er stonden twaalf nummers op waarvan de hierboven eerder genoemde songs. Maar eigenlijk waren het allemaal goeie songs. Scherpe lyrics over het zware bestaan van de arbeidersklasse in die tijd. Snedige en compacte songs met een degelijk refrein. Als toemaatje, de track “No Work” dat hier niet misstaat.
Hun opvolger ‘Naughty Kids’ kwam datzelfde jaar nog uit. Tussendoor was er al een EP verschenen met o.a. ”The City is Dead” op, die hier als bonus werd heropgevist. ‘Naughty Kids’ ging verder op het elan van hun debuut. Dit album was even goed, scherp en snedig als ‘The Kids’. Toch is hij altijd, naar mijn gevoel, een beetje ondergesneeuwd geweest door hun debuut en bevat ze iets minder bekende songs. Maar songs als “Rock Over Belgium”, “Jesus Christ Didn’t Exist”, “No Monarchy” of “Naughty Boys” blijven na al die Jaren nog steeds overeind staan.
Beide albums samen zijn goed voor een uurtje muziek want hun nummers zijn zo bondig en essentieel dat ze, zoals The Ramones, meestal maar twee minuten lang zijn. Ze staan hier op één schijf en dat is geen probleem. De vibes en de sound was grotendeels gelijkaardig. Na deze twee platen begon Mariman wat te experimenteren en te zoeken naar een bredere sound.
Deze release is een mooi eerbetoon aan een Belgische punkband die invloedrijker was dan velen indertijd dachten.

Svein Finnerud Trio

Plastic Sun (reissue)

Geschreven door

Dit is een re-release van een innovatief album op het vlak van genre overschrijdend jazz uit het jaar 1970. ‘Plastic Sun’ was het tweede album van pianist Svein Finnerud, bassist en vocalist Bjornar Andresen en drummer Espen Rud (die we ook kennen van zijn solo albums en andere projecten).
Het album namen ze op in slechts één dag. Desondanks bevat het een breed spectrum aan genres en invloeden. Gaande van funky baswerk en opgewekte pianolijnen, via gospel en folk, tot improvisatie en muziek met vreemde tijden en  toonaarden. Een deel van het materiaal schreven ze zelf terwijl “Cartoon” en “Touching” geschreven werden door Annette Peacock en te vinden zijn op verschillende Paul Bley albums. “Dee Dee” is dan hun versie van Ornette Colemans song.
‘Plastic Sun’ is een innovatief jazz album en een portret van een tijdsgeest. Dit gedurende 35 minuten met genre-overschrijdend, catchy en boeiende jazz muziek. Met de nodige liner-notes in het boekje die meer duiding en uitleg geven over dit album. Ook verkrijgbaar op vinyl.

Pagina 368 van 964