logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
The Wolf Banes ...

Danny Blue And The Old Socks

Backyard Days

Geschreven door

Pop/Rock
Backyard Days
Danny Blue And The Old Socks
Starman Records
2017-09-28
Sam De Rijcke
Deze jonge band uit Antwerpen heeft een EP afgeleverd met vijf aangename en frisse garage-pop tracks. Niet alleen het hoesje oogt heel kleurrijk, ook de songs zijn fleurig en herbergen een soort van onbevangen en welgekomen naïviteit.
De opener “Six Ft Tall Baby” lijkt aanvankelijk uit een cassetterecordertje van Ariel Pink te komen om dan over te gaan in iets wat als een montere Richard Hell song door het leven kan gaan. Er hangt een vleugje van de nonchalance van Peter Doherty rond in “Be With Me” en “Belgian Venice”, dingetjes die uit de losse pols lijken te zijn geschud maar die echt wel als frisse songs door het leven kunnen gaan. Het lekker borrelende “King Of The Trashcan” peddelt ergens tussen Jamie T en Howler, een catchy song met een aardig tempo en een beetje luchtige punk in de rangen.
Om toch een beetje te kunnen muggenziften, willen we nog kwijt dat zanger Sam De Neef het soms een beetje te veel op zijn Balthazars wil doen. Maar fuck it, verder staat die kerel aardig en welgemutst te zingen en geeft hij alle songs een levendige schwung.
‘Backyard Days’ is een luchtig en pienter EP tje van een veelbelovend bandje. Op 8/11 komen Danny Blue and The Old Socks dit prikkelende plaatje voorstellen in de Antwerpse Kavka.

Undskyld

A Little Closer (EP)

Geschreven door

Pop/Rock
A Little Closer (EP)
Undskyld
Fons Records
2017-09-28
Wim Guillemyn

Op 28 oktober wordt het debuut ‘Wishing Well’ uit 2016 heruitgebracht. Dit samen met een 7’’ met twee nieuwe tracks op. Undskyld is een trio uit Antwerpen. De band baant zich een weg tussen invloeden van grunge, indie, folk en postpunk. Op ‘A Little Closer’ hebben ze zich meer gericht op songs terwijl ze op hun debuut de nadruk iets meer op het ontwikkelen van soundscapes lag. Het debuutalbum bevat leuke grooves, ritmewisselingen en andere twist en turns. Alles werd live in een studio opgenomen en klinkt dan ook organisch en direct. De moeite waard om te ontdekken.
De single “A Little Closer” bevat dus twee tracks. De eerste is “Many Times Before”. Een semi-akoestische song dat een beetje aan de stijl van bv Absynthe Minded doet denken. “A Little Closer” begint met aardig gitaar- en baswerk. De zang neigt een beetje naar een Tom Barman toe. De opbouw van de song is subtiel en slim. Er zit bv een mooie tempoversnelling in het refrein. Een klein pareltje is dit liedje. De twee tracks op deze single zijn iets toegankelijker en radiovriendelijker dan de tracks op hun debuut.
Undskyld is voor mij een leuke kennismaking. ‘A Little Closer’ is een goeie single die verkrijgbaar is via Fons Records op witte en blauwe vinyl. Live schijnen ze ook een fenomeen te zijn en niet bang van improvisatie, loopings en dergelijke meer om zo hun live optredens tot een sonische en unieke trip te maken…

Damnations Day

A World Awakens

Geschreven door

Zonder overdrijven beluister ik jaarlijks enkele honderden releases om te reviewen. Ik ben dan ook een muzikale veelvraat. Van tijd tot tijd weet een release mij te verrassen, bij de keel te grijpen of te ontroeren. Voor deze momenten doe ik het. Namelijk iets ontdekken dat je raakt.
Zo ook met dit Australisch trio dat hier wat mij betreft één van de metal albums van het jaar heeft gemaakt. Hun album klinkt potig, volwassen en melodieus. Een pluim voor de ritmesectie is hier zeker op zijn plaats. Mark Kennedy heeft een fantastische stem en de gitaarpartijen zijn modern en origineel. Luister maar eens naar opener “The Witness” of “I Pray” die heerlijke vocals bevatten en meteen blijven hangen of zich in je hersenpan nestelen. Hier geen grunts of geschreeuw maar cleane metal vocals van een hoog niveau. Toch klinkt alles modern. De meeste songs bevatten clevere ritmewisselingen en fijn riffwerk. De solo’s van John King zijn aangenaam en een meerwaarde voor de songs. Door de productie klinkt alles haarfijn en massive.
Ik kan hier allerhande superlatieven bedenken waarom je dit album een kans moet geven maar luister gewoon naar de openingstrack en je zal snappen waarom ik hier zo enthousiast over ben. Een superplaat die ontdekt mag/moet worden!

Diablo Blvd

Zero Hour

Geschreven door


Frontman Alex Agnew geeft het aan in een aantal interviews. Op de vorige albums van zijn band Diablo Blvd was er telkens de opmerking dat er toch telkens een paar hints en vage referenties naar de donkere jaren ’80 opdoken. Omdat dat blijkbaar hetgeen is dat hen onderscheidt van de zowat alle andere metalbands, zijn ze dat aspect nog gaan uitvergroten op het nieuwe album ‘Zero Hour’.
Dus hoor je nog meer echo’s van pakweg Joy Division, Killing Joke en Type O Negative en zit er nog steeds veel galm op de stem van Agnew. Als geheel is het misschien minder metal of heavy metal dan voorganger ‘Follow The Deadlights’, maar het is wel een mooie, consistente rockplaat geworden waar behalve liefhebbers van stevige rock ook metalheads zich nog zullen kunnen in vinden.  Vooral het drumwerk is nog meer in de richting van de rock en minder metal, maar de Antwerpse band is (gelukkig) nog steeds geen doorslagje van The Editors. Daar zorgen de stevige gitaarpartijen wel voor.
Alleen een sterke single leek te gaan ontbreken. De vooruitgeschoven nummers “Animal” en “Sing From The Gallows” zijn mooie ambassadeurs van de nieuwe richting die Diablo Blvd is ingeslagen, maar echt begeesteren konden ze niet. Dat geldt voor wel meer nummers op ‘Zero Hour’. Prachtig groepsgeluid, knap ingespeeld, mooi opgebouwd en zelfs een tekst die ertoe doet, maar toch ontbreekt er nog iets. Pas halverwege het album begint de boter echt te pakken, met o.a. “The Song Is Over”, “Like Rats” en “Demonize”.  Ook “The Future Will Do What It’s Told” kan bekoren.
De afsluiter en huidige single “Summer Has Gone” is één van de hardste en tegelijk meest meezingbare nummers op ‘Zero Hour’: catchy, met veel vaart en met een knappe solo.  Dit nummer zou het goed moeten doen op Studio Brussel, voor zover daar nog plaats is voor heavy metal.

Mount Kimbie

Love What Survives

Geschreven door

Doorgaans hebben we het niet zo voor laptopknoeiers die hun elektronisch gefriemel als kunst trachten te slijten. Dergelijk hautain gepruts klinkt ons vaak drammerig en irritant in de oren en meestal zetten we het dan al na vijf minuten op een lopen. Er zijn echter uitzonderingen. Voor ‘Migration’ van Bonobo bijvoorbeeld gaan wij met plezier achterover leunen en ook Mount Kimbie weet op het aangename en gevarieerde ‘Love What Survives’ onze aandacht vast te houden.
Net als Bonobo jaagt Mount Kimbie zijn elektronica niet als een terreuraanval onze trommelvliezen in, hij heeft echt wel oog voor melodie. Dit is immers het soort elektronica die je thuis al eens wat luider mag zetten zonder dat uw hamster een epileptische aanval krijgt of dat uw buurvrouw naar de flikken belt. Hier zit muziek en sfeer in. De meeste klanken mogen dan al uit een batterij computers komen, het geheel klinkt nergens koel of steriel. Mount Kimbie creëert een warme atmosfeer en draait Oosterse klanken, subtiele piano’s, eighties ritmes en Joy Division baslijntjes in de mix. Zelfs een streepje nachtelijke jazz is hem niet vreemd. Ook de gastzangers King Krule en James Blake dringen zich niet te zeer op en stellen zich volledig ten dienste van de songs en van de vaak heerlijk glooiende lijnen die Mount Kimbie heeft uitgezet.
Wij zweren nochtans bij gitaren, maar op tijd en stond kan een borrelend elektroplaatje als dit ons ook wel bekoren.

Danny Blue And The Old Socks

Backyard Days -2-

Geschreven door

Pop/Rock
Backyard Days
Danny Blue And The Old Socks
Starman Records
2017-09-28
Filip Van Der Linden
Danny Blue and the Old Socks is een nieuwe band uit Antwerpen. Het zijn vier jonge snaken met een goed gevoel voor humor en een nog betere muzikale smaak.
De inspiratie voor hun debuut-EP ‘Backyard Days’ vonden ze naar eigen zeggen o.m. bij Mac Demarco, Hockey Dad, Surf Curse,  Skeggs en The Growlers. Zelf zouden we daar graag Band of Horses, DadaWaves, Tame Impala en The Allah-Las aan toevoegen als referentiepunten. Of Eels of The Glücks op een wel heel zonnig moment van de dag, na een paar aperitiefjes.
Danny Blue and the Old Socks houdt muzikaal ergens het midden tussen lo-fi, garage en psych. Zo komen ze uit bij dromerige, onbeschaamd zomerse en bij momenten dansbare retro-pop met veel positieve energie. “King Of The Trashcan” is de catchy single van deze EP, maar ook “Be With Me” of “Belgian Venice” hebben genoeg troeven om single-waardig te zijn.
Deze EP roept spontaan herinneringen op aan vrolijke zomermomenten en wordt zo de ideale soundtrack bij de schaarse zonnige dagen van de herfst en de winter.
http://vi.be/dannyblueandtheoldsocks

Sarah Jane Scouten

Sarah Jane Scouten - Frisse country uit Toronto

Geschreven door

Sarah Jane Scouten - Frisse country uit Toronto
Sarah Jane Scouten
Cowboy Up
Waardamme
2017-09-24
Oliie Nollet

‘Country’ leeft weer en het hoeft niet eens uit Nashville te komen, Canada mag ook. Eerder hadden we al de fenomenale Daniel Romano (die ondertussen andere muzikale oorden opzocht), Corb Lund en Colter Wall (die dit jaar nog een indrukwekkende debuutplaat afleverde). Op basis van haar derde en laatste plaat (‘When the bloom falls from the rose’) en haar optreden in de Cowboy Up mogen we Sarah Jane Scouten gerust aan dat lijstje toevoegen. Het artwork van die plaat, dat trouwens smaakvol geborduurd was op de hemden van haar begeleiders, toont opvallend veel gelijkenissen met de hoes van ‘Sweetheart of the rodeo’ van The Byrds en dat zal wel geen toeval zijn. Dat was namelijk de plaat waarop The Byrds het dichtst de authentieke country benaderden en de enige waarop Gram Parsons van de partij was.

Sarah Jane Scouten had The Honky Tonk Wingmen meegebracht, een stel doorwinterde muzikanten waarvan enkele ook actief in jazzmilieus, zijnde James McEleney op staande bas (Big Bertha), Sly Juhas op drums en Chris Stringer op gitaar. Het optreden kwam wat aarzelend op gang met “Man in love” en “Paul” (ook op plaat niet meteen hoogvliegers) maar vanaf het derde nummer, “Acre of shells”, bewees Scouten dat ze best wel een sterke song in elkaar kan timmeren. Daarnaast duikelde ze ook nog een obscure cover op : “Where the ghost river flows”, een oude folksong van de mij totaal onbekende Jasper ‘Joe’ Adams. Tussen de songs door bleek ze een onstuitbare praatvaar, babbelend over van alles en nog wat of grappend met bassist en gumbo liefhebber McEleney. Het eerste deel van de set werd afgesloten met het aanstekelijk stuiterende “Bang bang”, haar song met het meeste hitpotentieel. In de hoop iedereen na de pauze terug te zien?
Een ijdele hoop want velen bleven op deze stralende zomerse namiddag op het terras plakken. Jammer want SJS wist met enkele songs, waarbij ze in de buurt van Emmylou Harris ten tijde van “Wrecking ball” of Iris Dement kwam, ons hart nog meer te verwarmen. Om het helemaal mooi te maken kruidde ze dit tweede deel met enkele erg gesmaakte covers : Kitty Wells (“You’re not easy to forget”), Hank Williams (“Half as much”), The Louvin Brothers en Gram Parsons (“Song for you”). De afsluiter werd het rockende “When the bloom falls from the rose”, een song die me erg hard deed denken aan Hollis Brown. Ondanks het fel uitgedunde publiek kon er nog een bis af die ze vond bij Waylon Jennings. Knap concertje!

Hoewel haar muziek nog steeds gebaseerd is op klassieke honky tonk, authentieke country en traditionele folksongs slaagt Sarah Jane Scouten er steeds beter in om onbelemmerd eigentijds te klinken. Dat belooft voor de toekomst.

Organisatie: Muddy Roots - Cowboy Up, Waardamme

Portugal. The Man

Portugal. The Man - Uitbarsting van liefde en kracht

Geschreven door

Portugal. The Man - Uitbarsting van liefde en kracht
Portugal. The Man
DOK
Gent
2017-09-20
Niels Bruwier

Portugal. The Man mocht op 20 september aantreden in een uitverkochte Dok in Gent. Nu de laatste zomerdagen zijn aangebroken, was het goed dat de zaal goed gevuld was. Een aangename warmte verwarmde onze lichamen en dan moest de band nog beginnen. De set was er één waarin ze vakkundig aantoonden hoe goed ze met hun instrumenten overweg kunnen. Ze brachten geniale popsongs, afgewisseld met de nodige portie gitaargeweld. De fans die voor dat ene hitje “Feel It Still” kwamen, waren er aan voor de moeite want stil was het allerminst.

Hoewel er nog enkele mensen stonden aan te schuiven om binnen te geraken, begon de band stipt om 20u30 aan hun concert. Die werd heel donker ingezet met een cover van, jawel, Metallica. Nooit hadden we verwacht dat we “For Whom The Bell Tolls” hier zouden te horen krijgen, maar het zorgde wel voor een nodige energiestoot waarna iedereen meteen geconcentreerd zat mee te luisteren. De song liep naadloos over in “Another Brick In The Wall, Part Two”, nog zo’n cover. Uit de assen van al deze covers, ontstond een eerste origineel nummer; “Purple Yellow Red and Blue”. Normaal bevat dit nummer enkele subtiele synths, maar hier stond het bol van de gitaren, wat het veel dynamischer maakte. Al snel ging het publiek aan het dansen en daar stopten ze niet mee.
Hierna volgde “Feel It Still”, één van de nummers die de zomer van 2017 kleurde. Vreemd om het zo vroeg in de set te plaatsen, maar op zich paste het daar wel. Het vervolg van de set was er één die niet bestond uit popnummertjes, maar wel uit krachtige gitaaruitspattingen. Hierdoor moest hun meest aanstekelijk nummer al meteen voor de bijl. Gelukkig bleef de set boeiend en viel er altijd wel iets te beleven. Zo was er op de achtergrond een wondermooi beeldenarsenaal te zien met allerlei hoofden die vreemde vormen aannemen.
Dit is niet het enige wat de live-ervaring van Portugal. The Man uniek maakt, ook de durf waarmee ze hun songs live helemaal anders brengen, maakt de ervaring veel specialer. Ze serveren nummers die een body hebben waarmee je al eens durft mee te pronken op een strand in Ibiza. Ze zijn potig, bevatten heel veel kracht en zijn vooral erg natuurlijk gegroeid. Dat de band goed op elkaar ingespeeld is, hoor je telkens opnieuw wanneer ze drie a vier songs na elkaar spelen die mooi in elkaar overvloeien. Ze doen dit allemaal zonder fouten en laten vooral de instrumenten spreken.
Dit is de sterkte van het concert. Eerst en vooral is er een enthousiaste bende muzikanten waarbij vooral de bassist zich volledig inleeft. Hierdoor slaan ze ons om de oren met vettige gitaarsolo’s. Dat valt vooral op bij “All Your Light (Times Like These)”. Het begint heel rustig, maar de outro gaat door merg en been. Het is alsof de apocalyps nabij is en alles heel snel wordt verwoest. Het doet bij momenten denken aan de psychedelische rock van Pink Floyd en op het eind kruipt er zelfs wat blues in. Ze spinnen het nummer een tiental minuten uit en het harde instrumentale deel – dat op plaat maar twintig seconden in beslag neemt – krijgt hier de hoofdrol. Straf dat ze dit aandurven, maar het geeft ook aan dat ze niet bang zijn om een ‘tour de force’ te realiseren.
Op het eind krijgen we wederom een cover te verwerken, misschien wel de cover te veel. Dit keer is het Oasis die passeert met “Don’t Look Back In Anger”. Het is meteen een cliché afsluiter. Er wordt niets bijgebracht aan het nummer en ze werken het wat droogjes af. Natuurlijk keelt iedereen uit volle borst mee, maar van ons mochten ze hier toch een sterk nummer van zichzelf zetten.
De groep komt nog één keer terug en met “Number One” hebben ze een zwoele afsluiter klaarstaan. Een beetje een anticlimax van wat een heel straf concert was.

Portugal. The Man bewees in Dok Gent dat ze klaar zijn voor grotere werk. Live weten ze perfect de balans te vinden tussen gezapige popnummers en stevige rocksongs. Plaats voor het instrumentale werk is er altijd, en dankzij de goeie samenwerking tussen de bandleden, komt dit instrumentale aspect heel sterk over. Soms stonden we met open mond te kijken naar wat de band allemaal realiseerde.
Portugal. The Man is een band die je live moet zien, het is een volledig andere beleving dan op hun platen en dat maakt het net zo sterk.

Setlist: For Whom The Bell Tolls (Metallica Cover) - Another Brick In The Wall (Pink Floyd Cover) - Purple Yellow Red and Blue - Feel It Still - Head Is A Flame (Cool With It) - Got It All (This Can’t Be Living Now) - Once Was One – Waves - So Young - Modern Jesus - All Your Light (Times Like These) - So American - Live In The Moment - Hip Hop Kids - Atomic Man - Don’t Look Back In Anger (Oasis Cover) - Number One

Met dank aan Dansende Beren www.dansendeberen.be

Organisatie Democrazy ikv Autumn Falls

The Black Angels

The Black Angels – De AB baadt in een psychedelisch spectrum van licht en noise

Geschreven door

The Black Angels – De AB baadt in een psychedelisch spectrum van licht en noise
A Place To Bury Strangers + The Black Angels
Ancienne Belgique
Brussel
2017-09-19
Sam De Rijcke

Met een band als A Place To Bury Strangers als support act kunnen we maar beter op tijd komen. We stellen vast dat de heerlijke chaos, fuzz, distortion en feedback ongeschonden zijn gebleven. Dit is lawaai van het betere soort, ouwe Jesus and Mary Chain die met prille Sonic Youth in duel gaat onder een regen van fel stroboscoop licht. Oliver Ackerman is een frontman die zijn gitaar niet echt bespeelt, maar eerder geselt, molesteert en vaak ook genadeloos tegen de grond kwakt. Naar het schijnt zit hij na elk concert uren te lijmen, te herstellen en te monteren om zijn gitaren terug enigszins speelklaar te krijgen. We kunnen het best geloven, die dingen zien er inderdaad zwaar toegetakeld en terug opgelapt uit. Een beetje zoals derdehands auto’s op het Afrikaanse continent, de vehikels hangen nauwelijks nog aan elkaar maar ze rijden nog.
Dit is het soort noise rock waar wij altijd een zwak zullen voor blijven hebben. Onze drang naar nieuw werk van deze vernielzuchtige band is na deze wervelende set weer met enkele graden aangewakkerd.

Op hun vijfde plaat ‘Death Song’ zijn The Black Angels trouw gebleven aan hun gekende geluid. Er zijn geen abrupte wijzigingen of stijlveranderingen te merken maar het is alweer een intrigerend werkstukje geworden dat dweept met sixties psychedelica, VU, The Doors, BRMC en bezwerende indie rock.
Dat weerspiegelt zich ook op het podium. Wij worden niet echt meer omver geblazen maar worden wel aangenaam onthaald met een portie kwieke psychedelische rock die als welgekomen alternatief kan dienen voor al die steriele elektronica die dezer dagen tot vervelens toe op ons af komt.
The Black Angels accentueren hun meeslepende psychedelische rock nog wat meer via een podiumscherm met projecties waarop allerlei soorten hallucinogenen vat hebben gehad.
De sound is herkenbaar, met sixties gitaren en begeesterende vocals die verweven zitten in zinderende indie-rock. The Black Angels zijn er ondertussen sterk in bedreven en kunnen bovendien terugvallen op een al flink aangedikt repertoire waaruit ze vanavond een vrij indrukwekkende best of kunnen distilleren.
Natuurlijk wordt het nieuwe album hier uitvoerig voorgesteld, en we moeten eerlijk zeggen dat enkele songs daarvan een beetje te licht uitvallen, zeker wanneer men die opstelt tussen gloeiende kanjers als “The Sniper At The Gates Of Heaven”, “Black Grease” , “Entrance Song” of “You On The Run”.
Maar anderzijds zijn er dan weer bedrijvige nieuwkomers als “Currency”, “I’d Kill For Her” en “Commanche Moon”, instant klassiekers die zich langdurig kunnen vastankeren in de setlist van deze retro-indie-rockers. Dat geldt zeker ook voor de prachtig zwevende ballad “Life Song”, een plakker die een verstilde en enig mooie afsluiter is van de reguliere set.
In de bisronde komt natuurlijk een bloedstollend “Young Men Dead” de show stelen, een kanonskogel die op vandaag nog steeds het ultieme visitekaartje is van The Black Angels.

Geen wow! gevoel misschien dit keer, doch wederom een sterke set van een band die een unieke eigen sound heeft ontwikkeld en die live steeds krachtig weet neer te poten.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Downtown Boys

Cost Of Living

Geschreven door

Rechttoe rechtaan punkmuziek met een wilde saxofoon in de gelederen en met een kwade frontdame (Victoria Ruiz) die de wereld een geweten wil schoppen. Het kan haast niet anders dan dat we het een beetje gaan zoeken in de richting van X Ray Spex. Niks mis mee, trouwens, X Ray Spex was een unieke band die punk naar een straatje bracht waar die nog nooit geweest was.
Op het tweede album van Downtown Boys treffen we dezelfde rauwe energie en de kwaadheid van de betere punkgroepen van weleer. Victoria Ruiz zingt en snauwt afwisselend in het Engels en het Spaans. Ook al verstaan we er dikwijls geen snars vast, het is duidelijk dat dat mens kwaad is en een hoop frustraties uit haar keelgat moet kunnen schreeuwen. Ze wordt daarbij geruggesteund door een urgente bende die venijnige punkrock brengt, ongecompliceerd doch niet hersenloos.
U kan het in levende lijve meemaken, Downtown Boys komen hun gal er uitspuwen in de Zwerver, Leffinge op 09/10. Het zou daar wel eens een heet punkfeestje kunnen worden.

Pagina 424 van 964