logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_04
dEUS - 19/03/20...
CD Reviews

Gauntlet Hair

Stills

Geschreven door

Het titelloze debuut van Gauntlet Hair , een duo uit Denver , Andy Rauworth (multi-instrumentalist (gitaar, bas, toetsen, zang)) en Craig Nice (drums) , is ons vorig jaar niet onopgemerkt voorbij gegaan . Te noteren als een potpourri van indiepop , shoewave, psychedelica en surf , niet vies dus van wat echo , galm , feedback en noise .
De tweede cd werd productioneel aangepakt door Jacob Portrait van Unknown Mortal Orchestra .
Opnieuw hebben we een reeks aanstekelijke , bezwerende songs , met die kenmerkende donkere gruizige basstune , die ergens Girls Against Boys doet opborrelen , maar in deze poel daalt de spanning en intensiteit en sluipt eenvormigheid even om de hoek; het plaatje kan bijgevolg ons niet helemaal boeien , maar pleister op de wonde Gauntlet Hair blijft een heerlijk overstuurd klinkend nosiy galmbandje met een handvol puike nummers !

Braids

Flourish//Perish

Geschreven door

Een fijne ontdekking is het Canadese Braids wel , die al toe zijn aan hun tweede cd . Ze zijn intussen  gereduceerd tot een trio. Eén van de zangeressen Katie Lee verliet de band en daardoor kwam de klemtoon op de etherische, zweverige , indringende zang van Raphaelle Standell –Preston.
We horen een klankenspectrum , sfeervolle indiedroompop met soundscapes, knisperende elektronica en een psychedelisch world tintje , ergens balancerend tussen Bjork en Cocteau Twins . Hun electropopnummers hebben een lichtvoetige speelsheid, een grimmige tune en een dartelende kenmerk door de klankenwereld en percussie. Boeinde afwisseling en interessant bandje bijgevolg!

Miles Kane

Don’t forget who you are

Geschreven door

Na het uiteenvallen van z’n bandje The Rascals, heeft hij met z’n debuut ‘The colour of the trap’ en de nieuwe ‘Don’t forget who you are’ een mooie  verzameling Britpoprockende liedjes uit die ergens hangen tussen The Beatles, The Stones, Paul Weller , Oasis  (hou het dan graag op Noel Gallagher please), Arctic Monkeys en Last Shadow Puppets . Niet voor niks werkt hij graag met Alex Turner . Al die invloeden en samenwerkingen zitten gebald in zijn solowerk. Miles Kane wordt/is een grote meneer binnen de scene ! De onheilspellende klinkende gitaren zijn op het achterplan geraakt , de toetsen komen wat meer door ,  en we horen melodieus aanstekelijke , snedige, denderende, energieke, explosieve ritmes in de songs.
Heerlijk vaardig materiaal, waarbij hij raast door de tracklist; het tempo wordt maar twee keer terug geschroefd , op “Out of control” en “Fire in my heart” . Met “Taking over” , “Better than that” , “Give up” en de titelsong heeft hij een handvol sterke uptempo nummers. Miles Kane pleziert de Britpop ‘mindende’ harten en is een ‘here to stay’ in die scene!

Fuck Buttons

Slow Focus

Geschreven door

Het Britse duo, Andrew Hung en Benjamin John Power, uit Bristol spelen en stoeien graag met elektronische sounds . Ze kwamen zeer zeker in de spotlights toen “Olympians” (van de vorige cd ‘Tarot Sport’), op de openingsceremonie van de Olympische Spelen te horen was. Fuck Buttons is al een paar langspeelplaten bezig in een soort muzikaal vierkant van elektronica, dansbeats , noise en experiment.
De nummers zijn bevreemdend , schurend en neurotisch , bouwen laag per laag op , gaan van trance en groove ritmes en balanceren tussen intrinsieke schoonheid en avontuur . Het geheel klinkt best spannend , kleurrijk en toegankelijk . Het zijn hypnotiserende stukken, die ritme, melodie en verrassende wendingen hebben .
De derde , nieuwe cd klinkt aanstekelijk , broeierig door de grooves , is zalvend en herfstig door de trance en  houdt opnieuw van wat herrie.
Het zijn dus intrigerende lappen elektronica, percussie, beats en rock in een web van ruis . We komen uit op “Brainfreeze”, “Year of the dog” , “Stalker” en “Hidden xs” , die sterk overtuigen. Die Fuck Buttons boeien!

65daysofstatic

Wild Light

Geschreven door

65Daysofstatic is altijd al een buitenbeentje geweest in de wereld van de postrock omdat de groepsleden steeds een fikse dosis elektronica in hun sound hebben verwerkt en zo een milde vorm van dansbaarheid hebben geïntroduceerd in een op zich eerder eng genre. Op ‘Wild Light’ heeft de band die benadering nog wat gepreciseerd en is het perfecte evenwicht gevonden tussen bezielde post rock en vloeiende elektronica. Nergens klinkt dit gekunsteld, integendeel, dit resulteert in een geïnspireerde vorm van postrock waartoe nog maar weinig collega’s gekomen zijn. Het geluid ontspoort niet in dichtgemetselde geluidsbrijen en er zitten verrassende wendingen en spitsvondigheden in de gevarieerde tracks.
Dit is een avontuurlijke en begeesterende plaat waarop 65Daysofstatic als het ware het genre en zichzelf heeft heruitgevonden.

Motörhead

Aftershock

Geschreven door

Omwille van hartproblemen moest de legendarische Lemmy eerder dit jaar rust nemen en een reeks concerten noodgedwongen afzeggen, waaronder ook dat op de Lokerse Feesten. Maar onkruid vergaat niet, en Lemmy al zeker niet.
Motörhead slaat terug met een nieuwe plaat die klinkt als quasi al hun andere, en dat is in hun geval goed nieuws. Er zit geen sleet op de simpele en onwrikbare formule van straight-in-your-face hard rock waarvan de iconische band zich al jaren bedient.
Motörhead geeft volle gas en ‘Aftershock’ bulkt van de vuile temporockers die voortgestuwd worden door de rauwe strot van Lemmy. Koplopers zijn het razendsnelle “End of Time”, de beestige rocker “Do you believe”, de ranzige sleper “Silence when you speak to me”, de loeiharde opdonder “Queen of the Damned” en de verpletterende kruisraket “Paralyzed” die hoogst explosief de plaat afsluit.
Toch ook een paar rustpuntjes opgemerkt, de knappe en vettige blues “Lost Woman Blues” en “Dust and glass”, zowaar een ballad.
Voor de rest is dit Motörhead zoals ze moeten klinken. Rauw, hard, goor, vet en rechtdoor.
Op 11/11 in de Brielpoort te Deinze. Uitgerekend op Wapenstilstand zal Motörhead de Brielpoort omver knallen.

Drake

Nothing Was The Same

Geschreven door

Het is nog maar een dikke vier jaar geleden sinds de Canadees Aubrey ‘Drake’ Graham zijn mixtape ‘So Far Gone’ lichte furore maakte in het hiphopwereldje. Maar vandaag staat Drake al drie studio albums verder en on top of the game. Van twaalf nummer 1-hits op de billboards ‘hot rap songs’  tot een Grammy, tot vijf miljoen verkochte albums wereldwijd. Dat laatste album kwam (24september) uit gepaard met hoge verwachtingen. Getiteld: ‘Nothing Was The Same’… Wel was het?

‘Take Care’ is voorlopig nog zijn meest succesvolste album. Een plaat vol melancholische, quotebare, cheesy lyrics gecombineerd met herwerkte oude R&B klassiekers, 808’ beats en verfrissende synths. Het album werd heel goed onthaald met overal positieve reviews en werd één van de beste albums van 2011. Maar Drake werd gezien als soft en zachtaardig. Ja, hij kan best wat rhymes spitten, maar het ging meestal over de vele vrouwen in zijn leven die Drake’s hart geraakt en gebroken hebben. Voor wie dat juist goed vond aan Drake. No problem, bruh.

Er zijn nog steeds enkele songs op deze plaat die je door je liefdesproblemen sleuren. Maar op ‘Nothing Was The Same’ is Drake veel meer braggadocious, hij weet dat hij hits kan maken, is zeker van zijn stuk, durft familie en vrienden in de spotlight te stellen, terwijl hij zelf evengoed introspectief kan zijn en zichzelf evalueren. Dat is Drake zijn sterkste punt. He’s good at saying some true shit. Dat merkten we al bij de eerste single die hij vrij gaf, “Started From The Bottom”. Het werkt als een soort anthem voor zijn OVO clique/label. “No new niggas, nigga we don’t feel that. Fuck a fake friend where your real friends at?” Deze soort zinnen zijn facebook/twitter goud.  Het album opent met een zes minuten lang rhymefest op een drie keer geflipte sample van Whitney Houston’s –“I Have Nothing”, wat  “Tuscan Leather” heet. “How much time is this nigga spending on the intro?/Lately I’ve been feeling like Guy Pearce in Memento./I just set the bar, niggas fall under it like a limbo.” Van de intro af zien we een andere Drake. Hij weet wat hij kan en wil dit aantonen met dit nieuw album. “Wu-tang Forever” lijkt op een love song, maar kan gezien worden als een metafoor op the hiphopgame. Net zoals de vrouw in de song is the hiphopgame ook van Drake. Opnieuw.. He’s on top, or at least he thinks he is...De inspiratie wordt gehaald bij “It’s Yourz” van … Wu-Tang Clan, natuurlijk(duh).  “Hold On We’re Going Home” kan je vergelijken met een moderne 80’s ballad, waar Drizzy enkel zingt, weliswaar samen met een ander Canadees duo Majid Jordan. Deze wordt, jawel, op de Belgische radio’s gedraaid! Elke keer als ik deze meezing verlies ik wel een paar maten, want dit is de zachtste Drake op de plaat. Al concurreert “Own it” zeker mee. Niet klagen, these songs will make sense due time and heartbreak.  Ze horen nu eenmaal thuis op zijn albums. Hiermee kreeg hij krediet en werd hij bekend. Fans nemen deze er zeker bij.

Het album loopt een mooie mix op en af van no new friends Drake naar de vroegere melancholic Drizzy. De uitblinker is “Too Much” ft Sampha . Een introspectieve Drake op zijn best. (Gelijkaardig aan “Look What You’ve Done” op ‘Take Care’.)  De Britse Sampha uit London neemt de evenknie  op “Too Much”. Zijn soothing stem past als een legoblokje op deze lichtere pianoklanken. Het is waarschijnlijk één van Drake’s meest persoonlijke songs ooit.

Ondanks al zijn succes is de druk groot om een blijvende stempel te drukken op dit wereldje. Concurrentie komt van overal. Maar hij hoeft hem voorlopig niet echt zorgen te maken. Drake maakte één van de beste hiphopalbums van 2013. Het hangt aan elkaar, hij kent zijn sound (die hij subtiel weet aan te passen), en die slaat aan.  Quotering: 8.6/10 

 

The Strypes

Snapshot

Geschreven door

The Strypes, een kwartet Engelse snotneuzen, worden de laatste maanden nogal sterk gehyped, ondermeer via lieve woordjes van Arctic Monkeys, Dave Grohl, Roger Daltrey, Noel Gallagher en Paul Weller. In hun modieuze retro pakjes zien ze er een beetje uit als een alternatieve boysband. Er is duidelijk vanuit marketingkringen aan een look gewerkt, imagebuilding stond in het businessplan.
Maar gelukkig hebben de kereltjes zich op muzikaal valk niet laten doen, want ondanks hun piepjonge leeftijd grijpen ze terug naar de rechttoe-rechtaan rock’n’roll van Chuck Berry, The Yardbirds en Dr Feelgood, muziek die ze vermoedelijk hebben ontvreemd uit hun grootouders’ platencollectie.
Nummers van Bo Diddley (“I can tell”) en Willie Dixon (“You can’t judge a book by the cover”) mogen dan al een miljoen keer gecoverd zijn, The Strypes weten ze zo overtuigend en energiek te brengen dat wij helemaal weg van zijn van dit groepje. Ook de Nick Lowe klassieker “Heart of the City” krijgt hier een gehaaide adrenaline injectie. Maar laat ons niet vergeten dat The Strypes vooral schitteren met eigen composities waarop ze de Britse blues en pub rock meenemen richting vinnige hedendaagse rock à la Arctic Monkeys, Fratellis en Black Keys.
De kwieke openers “Mystery Man” en “Blue Collar Jane” steken het vuur aan de lont met sprankelende Dr Feelgood gitaartjes en een pittig gekruide mondharmonica. “Angel Eyes” is een smeuïge blues, “Perfect Storm” en “Hometown girls” zijn retestrakke rockertjes en “What a shame” is gewiekste britpop met peper in het gat.
Deze felle jongelui trekken momenteel de wereld rond als support act van Arctic Monkeys, een tournee die hen op 09/11 naar Vorst Nationaal brengt. Wij zouden ze eerlijk gezegd het liefst ergens in een klein zaaltje zien van jetje geven, zo een bruin kot waar het bier aan de vloer plakt en de rock’n’roll uit de muren spat.

Windhand

Soma

Geschreven door

Black Sabbath heeft de funderingen gelegd, bands als Sleep, Om, Ufomammut, Electric Wizard en deze Windhand hebben er een kolos op gebouwd. Noem het drone- of sludgemetal, wij houden het op mammoetmetal. Die van Windhand hebben hun gitaren nog een tandje lager gestemd dan Kyuss en brengen tergend traag een spoor van vernieling aan. ‘Soma’ is een sloophamer in slowmotion, een bulldozer die langzaam maar meedogenloos alles wat hij op zijn pad tegenkomt aan gruizelementen maalt. Bijtende lappen zwavelzuur als “Orchard” en “Woodbine” bedienen zich van snijdende gitaren en loodzware riffs met daarover ijle vocals gedropt. De sound is donker, heeft iets ritueels en blijft hard aan de ribben kleven.
In het midden worden voor “Evergreen” de logge motoren even stilgelegd en komt er als welgekomen rustpunt een mijmerende akoestische song tevoorschijn. Daarna gaat het sloopwerk ongehinderd verder met het vermorzelende “Cassock” en het oneindige “Boleskine”, een slepend monster van een half uur met gitaren die scheuren en daveren om uiteindelijk in de dichte mist en de gure wind een lijzige dood te sterven.
Een dreun van een plaat.

Arbouretum

Coming out of the fog

Geschreven door

Arbouretum eigent zich een apart plaatsje toe binnen de americanarock . Ze geven er een handige draai aan en balanceren tussen extravertie en kwetsbaarheid . Stevig en breekbaar zijn de sleutelwoorden waarbij het gezelschap uit Baltimore , nummers lang kan uitspinnen , ruimte laat voor de instrumenten en vooral de aandacht spitst op het rauwe , korrelige, bezwerende melodieuze gitaarspel .
Een uitermate boeiende , broeierige sound, die het materiaal kan doen voortstuwen of het houdt op intimiteit . Het levert opnieuw een mooi uitgewerkte, afwisselende plaat op met epische songs als “The promise”, “All at once, the turning weather” , “World split open” en de sfeervolle tunes en  integere slides van “Ocean’s don’t sing” en de titelsong . Een sterke intensiteit wordt steeds gerealiseerd .
Arbouretum zorgt er hier tenminste nog steeds voor dat americana als een verademing klinkt en geen slachtoffer van zichzelf wordt!

Pagina 250 van 394