logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

L7
Editors
CD Reviews

Dave Hause

Resolutions

Geschreven door

De Amerikaan Dave Hause bouwde de voorbije jaren al een mooi muzikaal CV bij mekaar. Begonnen als roadie bij punk- en hardcoregrootheden als Bouncing Souls en Sick Of It All was hij nadien zanger en gitarist bij een resem andere bands in het genre waaronder Paint It Black en The Loved Ones.  Net zoals zoveel andere muzikanten (denk maar aan Tony Sly, Jim Ward, Chuck Ragan...) opteert hij ervoor om met een eigen solocarriëre te starten.  ‘Resolutions’ is zo zijn eerste full album dat in de USA al eind december 2010 werd uitgebracht en nu ook dankzij Xtra Mile Recordings in Europa te vinden is. Het starten van een eigen project is voor velen dikwijls geen muzikale hoogvlieger maar voor Dave Hause mag er op deze regel een uitzondering gemaakt worden. 
Allereerst pakt de man niet alleen uit met stem en gitaar maar beschikt hij over een volledige band achter zich. 
Ten tweede opteerde de frontman van The Loved Ones voor een korte plaat met slechts tien liedjes.  10 goeie songs wel te verstaan waarbij er heel wat variatie is. Zo zijn   “Heavy Heart”, “Prague Rankers and Rotters”en ”Melanin” melodieuze en ritmische folknummers met een klein punkrandje waar de prima strot van Hause mooi tot uiting komt. “Pray For Tuscan”  en “Heavy Heart” zijn dan weer  akoestische, emotionele  ballads. Beste nummer van de plaat is ongetwijfeld “C’mon Kid”, een onvervalste meezinger die het op diverse festivalpodia schitterend zal doen.  Wie de songs van Hause lekker wil meezingen, kan dat op de komende editie van Groezrock waar hij een optreden geeft op de Acoustic Stage.

Caged Animals

Eat their own

Geschreven door

Een bijzonder plaatje kwam aandraven van de Amerikaanse do-it-all Vincent Cacchione , die deel uitmaakt van de mij onbekende band Soft black . Caged Animals is z’n soloproject, en klinkt ongrijpbaar als toegankelijk, is honingzoet als avontuurlijk.  Dreampop met verrassende wendingen , inderdaad, hij brengt in elkaar gekunstelde, dromerige popsongs met allerhande betoverende elektronicageluidjes en psychedelische tunes.
Indiepop in een elektronisch klanktapijt gebed, met een hoge psychedelicafactor en niet vies van een ruw randje door huppelende ietwat krachtige ritmes en een surfgitaartje, bepaald door een lome (soms hoge falset) zang. “Teflon heart” en “All the beautiful things in the world” intrigeren in dit aardig gesofisticeerd treffend synthpopalbum!

Zita Swoon

Wait for me

Geschreven door

Zita Swoon Group - Wait for me
Een onvoorwaardelijk respect hebben voor de charismatische zanger/componist Stef Camil Carlens die z’n muzikale ontdekkingstocht door Burkino Faso en Mali , een kleine tweetal jaar terug, omzette in deze plaat . Eerder kwam hij al op de proppen met een paar voorstellingen van de theater/dansproductie ‘Dancing with the Sound Hobbyist’.
De inspiratie en opgedane ervaring gaven een nieuwe wending voor de toekomst van Zita Swoon.
Inderdaad, de broeierige sfeer , spanning en de verrassende wending van de typische ZS identiteit( = het tossen met muziekstijlen als
 pop, soul, funk, jazz, latingroove, balkan en cabaret) integreert hij moeiteloos met wereldmuziek op een originele, boeiende, creatieve en kwalitatieve wijze . Hij switch in ritme en tempowisseling en verliest de traditie niet uit het oog .
In deze omgeving gaat de ZS Group een kruisbestuiving aan met zangeres Awa Démé en balafonspeler Mamadou Diabaté. De balafon (= een aparte houten xylofoon ) bepaalt alvast de stemmige songs “A ni baara” en “Nisondiya”. De energieke, krachtige stem van Démé plaatst zich moeiteloos naast de licht krakende, hese stem van Stef Camil.
Een muzikale samenwerking en versmelting die warm, teder als aanstekelijk, dansbaar is , en een soort gelukzaligheid uitstraalt.
Op die manier gidst de ZS Group ons van het zwierige “Sababu” naar de broeierige “A sera a waara” tot een breder omlijsting “Tasuma/Ji” , drie songs die de variatie aantonen voor de rest van de cd .
Als een ZS ‘World’ Group is ZS Back!

S.C.U.M.

Again into eyes

Geschreven door

S.C.U.M en The Horrors hebben wat met elkaar gemeen . Eerst en vooral zitten ze binnen die zelfde popwave te denderen , en dan zijn de bassist van de ene en de keyboardspeler van de andere broers . En de keyboardspeler van S.C.U.M is dan de zoon van het electrocombo Add N To (X).  Die muzikale onderkoelde toon is alvast te horen bij het beloftevolle gezelschap. Die solliciteert in een jaren ’80 popwave en siert het met postrock, postpunk, shoegaze, gothic, electrowave of zelfs krautrock.
Naast The Horrors borrelen groepen als ILikeTrains, Filmschool en A place to bury strangers op , die baadt in een typische kaleidoscope lichtgloed.
Muziek voor romantische zwartkijkers door een hoop meeslepende, broeierige songs , die heel wat lome synths, soundscapes en pedaaleffects bevatten. Onbehaaglijk, compromisloos , ontregeld maar gevoelig en beheerst klinkt het allemaal wat een reeks topsongs oplevert als “Faith unfolds”, “Amber hands”, “Sentinental bloom” (met een knipoog naar The Cure’s ‘Pornogrophy’,) “Paris” en “Whitechapel”.  
De groepsnaam is vernoemd naar het manifest Society for Cutting Up Men van de feminste Valerie Solanas, die in 1968 Andy Warhol neerschoot.

Hanne Hukkelberg

Featherbrain

Geschreven door

De Noorse sing/songschrijfster Hanne Hukkelberg had haar eerste plaat uit in 2004 , ‘Little things’, met een sound die zich binnen de jazzy elektronica nestelde en opviel door haar authentiek solide ‘nachtegalen’.
Op de nieuwe plaat rekent ze daar deels mee af en hebben te maken met stemmige, nerveuze songs, die een heel aparte sfeer oproepen door de stemvariatie (tussen Joni Mitchell – Bjork en Polly Harvey) en de wisselende opbouw en instrumentatie, die zalvend, toegankelijk als grillig, oneffen, experimenteel kan zijn. 
Het album ‘Featherbrain’ vergt een actieve inspanning, is best interessant en innovatief , maar klinkt misschien deze keer obscuurder dan haar vroeger werk .
Als je gefascineerd wordt door die afwisseling  door heen de rauwe dreiging van de titelsong naar het sobere “The bigger me”, het klankenspectrum  van “The time and I and what we make” tot het zwaarbewolkt slepende “You gonna” , dan knik je dat er hier een uiterst origineel album is verschenen, die je letterlijk bij de keel kan grijpen.

Voivod

To The Death 84

Geschreven door

Wie spreekt van invloedrijke bands in het metalwereldje kan absoluut niet voorbij de Canadezen van Voivod.  De band ontstond begin jaren tachtig en was zelf beïnvloed door enerzijds de new wave van British Heave Metal en anderzijds de prille hardcore en punkscène.
Het geluid van Voivod ontwikkelde zich al snel tot een hybride mix van trash metal en punk en door die unieke combinatie zou het snel populair worden in Canada en ver daarbuiten.  Deze metaliconen maakten tot op heden twaalf albums, deze ‘To The Death 84’ is geen nieuwe plaat maar wel de eerste demo van de band die in 1984 werd opgenomen in hun oefenruimte.  De vijftien tracks zijn meer dan  bekend bij de echte fans; 9  songs komen uit debuutalbum ‘War And Pain’ en “Slaughter In A Grave” is een nummer dat  op het tweede album werd gebruikt.  Daarenboven zijn er nog een aantal  coole covers van Venom en Mercyful Fate. 
Verwacht op deze demo van 70 minuten geen schitterend geluid want alles werd opgenomen met een simpele taperecorder en twee microfoons.  Wat je wel hoort is rauwe, pure en lekkere ‘in your face’ trash die zoveel jaren na datum nog altijd goed klinkt en een mooi tijdsdocument vormt van een beginnende topband!

Fightball

The Hyperbole Of A Dead Man

Geschreven door

Uit het Duitse Berlijn komen de vijf punkrockers van Fightball!  In 2008 debuteerde de band met een titelloos debuut dat vrij goed onthaald werd in diverse media.  Na wat problemen met de zanger werd geopteerd voor een nieuw exemplaar en gemotiveerder dan ooit begon Fightball opnieuw aan de weg te timmeren. 
Na een resem optredens is er nu hun tweede worp die uitgebracht wordt via Wolverine Records!  Fightball brengt op ‘The Hyperbole of A Dead Man’ een mix van ouderwetse streetpunk, rock’n-roll en melodieze, uptempo  punkrock die refereert naar bands als Social Distortion, Street Dogs, Beatstekas en ZSK. 
Hoewel het geluid van Fightball lekker uit de boxen knalt en de nieuwe zanger zeker een aanwinst blijkt, halen de Duitsers niet het niveau van de genoemde bands.  Openingstrack “On”, “Juxebox” en de leuke meezinger “Dear Diary” zijn prima songs maar de overige tracks zijn jammer genoeg  iets te matig en missen een scherp randje.  ‘The Hyperbole Of A Dead Man’ is zo een degelijke maar geen onvergetelijke punkplaat geworden.

Jim Ward

Quiet In The Valley, On The Shores The End Begins

Geschreven door

Iedere rechtgeaarde muziekliefhebber heeft zijn absolute helden.  Voor ondergetekende is Jim Ward er zo eentje.... Deze Amerikaan uit El Paso stichtte begin jaren negentig de formidabele posthardcoreband At The Drive In (geruchten doen de ronde dat deze formatie opnieuw de handschoen zou opnemen) die drie knappe platen zou maken.  Na de split startte hij met het eveneens fijne Sparta die in vergelijking met ATDI opteerde voor een iets radiovriendelijker geluid.  Nadat ook Sparta er de bui aan gaf, begon Ward met een eigen soloproject dat vergeleken met z’n twee vorige groepen volledig aan de andere kant van het muzikale spectrum bevindt.  Jim Ward begon namelijk  met het uitgeven van akoestische EP’s: ‘Quiet’ uit 2007, ‘In The Valley On The Shores’ uit 2009 en ‘The End Begins’ uit 2011.  Nu heeft hij die drie plaatjes verzameld in zijn eerste full album ‘Quiet In The Valley, On The Shores The End Begins’.
Het kost aanvankelijk flink wat moeite om deze plaat  volledig uit te zitten gezien de twintig songs en de duur van zeventig minuten.  Bovendien klinkt alles in het begin vrij monotoon en het is pas na diverse luisterbeurten dat de schoonheid van de nummers zich prijsgeeft.  Verder dienen we aan te merken dat dit album eigenlijk uiteenvalt in veertien akoestische en rustige songs waarna nog zes hardere uitvoeringen volgen van nummersdie op dit album staan.  De invloeden van Neil Young  en Bob Dylan zijn in verschillende  tracks onmiskenbaar doch door het  talent van Ward is dit toch een bijzonder album geworden.  De plaat start aanvankelijk zeer country , getuige prima opener “On My Way Back Home Again”, “Take It Back” en “Mystery Talks”.  Op “Coastlines” en op “Easer Said Than Done” hoor je vervolgens duidelijk dat de man een begenadigd singer songwriter is.  Op meezinger “All That We Lost” en “Broken Songs”, onze twee favorieten  hoor je de pijn en de breekbaarheid van mans stem en op het instrumentale, jazzy  “Lake Travis” passeert  zowaar een mondharmonica en een trompet.  De laatste zes songs op de plaat zijn zoals vermeld elektrische, stevige  uitvoeringen en het is alsof  Ward hier weer het geluid van Sparta opzoekt.   Het kost dus wat tijd om al dit moois te ontdekken maar het is de investering meer dan waard!

Cerebral Ballzy

Cerebral Ballzy

Geschreven door

Lang geleden dat u nog eens een ferme stamp in uw kloten heeft gekregen ? Cerebral Ballzy verkoopt er u 12 op 20 minuutjes, je zal het geweten hebben.
Pure hardcore in ware Black Flag, Circle Jerks en Minor Threat stijl, loeihard, kwaad, pijlsnel, retestrak en frontaal op uw bakkes. Geniale pokkeherrie.
Aan grondige verbouwingen toe ? Uw muren zijn meteen gesloopt.

The Maccabees

Given to the wild

Geschreven door

‘Given to the wild’ is reeds het derde album van The Maccabees, en het zou wel eens hun definitieve doorbraakplaat kunnen worden. In ieder geval hebben ze van NME met een 9 op 10 een flinke duw in de rug gekregen. Uiteraard mag u, net als ons, een stuk achterdochtig zijn wat de geloofwaardigheid van NME betreft, maar men kan er niet omheen dat het invloedrijke Engelse blad een serieuze impact heeft en bands kan maken of kraken, of dat nu terecht is of niet.
In onze contreien zijn the Maccabees nog een relatief onbekend groepje en hoewel hun vorige album ‘Wall of Arms’ uit 2009 best een aardige plaat was hebben ze het daarmee bij ons niet verder geschopt dan een support postje voor The Editors. Het tij zou nu wel eens kunnen keren, onlangs gaven ze een overtuigend en veelbelovend concertje in een uitverkochte Botanique en hun stekje op Rock Werchter is inmiddels ook al gereserveerd.
The Maccabees zijn een indie band die epische pianoriedeltjes en weidse gitaren a la U2 niet schuwen en hierbij toch een prille frisheid behouden. Op ‘Given to the wild’ proberen ze al eens voorzichtig door de grote poort naar binnen te komen, maar banaal als op de laatste Coldplay platen wordt het nergens. Wij merken vooral een handvol schitterende songs op als het sferische “Child”, het dromerige “Glimmer”,  het heerlijk aanzwellende “Feel to follow” en het springere uptempo singletje “Pelican” (van die soort mochten er van ons wat meer op gestaan hebben). Van het prachtig opbouwende “Unknow” zijn we zelfs helemaal ondersteboven, een beetje bombast kan geen kwaad als het tenminste goed geplaatst is. De song doet ons trouwens niet toevallig aan Archive denken, en wij zijn fan van Archive.
Niet alles is echter onvergetelijk, soms wordt zanger Orlando Weeks een beetje te prekerig (“Heave” en “Go”) en komt het Coldplay spook gevaarlijk dichterbij, maar nergens wordt er echt door het ijs gezakt.
Conclusie : de quotering van NME is nog maar eens fel overdreven, maar toch is dit een bandje waar u rekening zal mogen mee houden.

Pagina 300 van 402