Hugh Cornwell en band – Geslaagd zondermeer, Stranglers’ nostalgie en het nieuwere solowerk!
Hugh Cornwell
We fronsten even de wenkbrauwen , maar the voice of The Stranglers, ook is hij en z’n oude band al bijna veertig jaar van elkaar gescheiden, bracht nog steeds die authentieke, onvervalste, pure punkrockstijl in ‘a little dark punky shithole’, als de Club B52 (wat we zo graag in de hoogdagen van de punkscene omschreven).
Tijdens deze tournee in trio bezetting, speelden ze de oude classics en het nieuwere solowerk. Het recente album, ‘The moments of madness’, de zoveelste in z’n solocarrière, werd extra in de spotlight geplaatst.
In deze kleine club droop de nostalgie van de muur en genoot iedereen van het afwisselende materiaal. Geslaagd zondermeer!
‘The poet laureate of the punk’, Hugh Cornwell, 75 intussen, is een legendarisch punkfenomeen, een man van alle kunstjes, biochemicus, videokunstenaar, auteur en natuurlijk sing/songwriter. Z’n solocarrière wordt in eigen land ferm gerespecteerd. Dat deze toffe pittoreske club de man kon strikken, is een gelukzalig moment voor alle (punk) nostalgici, want hier in dit kleine zaaltje kon maar zo’n 50 man optimaal genieten van dit concert; het bracht ons terug naar die hoogdagen van de punkscene, een puur, rauw als teder, gevoelig power concert.
Met z’n drie, gitaar, bas, drums klinken de tijdloze classics natuurlijk wat anders dan met die kenmerkende, toegevoegde orgeltunes van The Stranglers; maar de nummers hebben de tand des tijds doorstaan, ze klinken nog even fris als veertig jaar terug.
Het solo materiaal zit evenzeer in die outfit van ‘ruwe bolster, blanke pit’. Cornwell mag dan wat getekend zijn door de jaren , de vocals zijn nog als vanouds en ook het gitaarspel is emotioneel ruw spannend.
De wel anderhalf uur durende set begint met twee nieuwe songs, “Coming out of the wilderness” en “Too much trash”, die een sterke opbouw hebben en meeslepend, broeierig, gedreven, snedig van aard zijn. Een mooi samenspel in dit puur, zonder al te veel franjes geluid. “Nice ’n sleazy” van het ‘Black & White’ album, ruim 45 jaar oud , is een eerste herkenning met vroeger en boet niks in aan sterkte. Net als de andere oudjes die volgen, ze klinken letterlijk in een ‘demo-stijl’.
Het warme onthaal doet Cornwell deugd. Hij heeft eigenlijk wel veel te vertellen, maar houdt het to the point. Vanavond is het de muziek die telt .
En de muziek raakt … “Wrong side of the tracks” en “Delightful nightmare”, solo materiaal, zijn gelinkt aan z’n succesvol sing/songwriting van The Stranglers. Ze klinken sfeervol strak en hebben een diepe groove. Het eigen materiaal zit dus goed in elkaar en wordt hier positief onthaald. We krijgen een heerlijk opzwepende “Totem and taboo” en “Bad vibrations”; tussenin een innemend, dromerig spaarzaam gespeelde “Golden brown”, zonder keys, in ontklede versie, één van die classics die in het geheugen gegrift staan.
Niet steeds moet er een hitje zijn van The Stranglers, een nummer als het boeiende groovende “Dead Loss Angeles” uit ‘The raven’, maar weinig geselecteerd als je er de setlist op nahoudt van vroeger, overtuigt sterk door z’n explosiviteit.
Het trio nodigt ons verder uit op hun muzikale trip van nieuw en oud. De titelsong “Moments of madness” heeft een dubreggaeske inslag en refereert aan The Clash’s brede album ‘Sandinista’. Op “When I was a young man” blikt hij terug op z’n eigen kunnen en willen. Of “Pure evil” en “Mr Leather”, meeslepende songs die ‘em als observator/tekstschrijver groots houden. Het afsluitende “Live & breathe it” onderscheidt zich door het twinkelende, sprankelende gitaarspel. Heerlijk genietbaar dus, die de slordige, vunzige emo-melodie siert. In z’n solo materiaal borrelt er altijd wel die kenmerkende ‘riot’ Stranglers’ sound.
De oudjes worden niet vergeten, “Duchess” , “Nuclear device” beiden van ‘The raven’ opnieuw, zijn nog steeds brandend actueel. Van het ‘Black & White’ album raapt hij nog het opzwepende ‘Tank’ op.
Het dankbare publiek wordt op z’n wenken bediend, want we krijgen er nog een handvol bij, van “Big bug/Mothra” (dat hij met Robert Williams deed) van het niet evidente album ‘nNosferatu’ naar “Wired” tot het intiemere “Strange little girl” en het rauwe “Goodbye Toulouse” (remember ‘Rattus norvegicus IV’).
Cornwell heeft nog een rits songs op z’n conto staan , luister maar naar “Peaches” , “Hanging around” , “Get a grip on yourself”, “No more heroes”, “Skin deep”, “Always the sun” , nummers die vanavond onder het stof bleven, anders konden we wel naar een set van drie uur gaan …
The Stranglers zelf, met enig overlevende JJ Burnel van die tijd, bestaat vijftig jaar en zijn met regelmaat wel eens te zien in de clubs of op een festival. En Cornwell, 75, is nog niet versleten, hij is ‘an old man in a young body’ en doet leuke kleine clubs aan; het siert ‘em, bijgevolg, het was fijn vertoeven anderhalf uur lang bij deze briljante sing/songwriter, die van alle markten thuis blijkt te zijn … Schitterend!
Organisatie: Club B52, Eernegem