logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Hooverphonic
Concertreviews

Clement Peerens Explosition

Clement Peerens Explosition: dirty vervlogen nineties rockers were back …

Geschreven door

De Clement Peerens Explosition zijn sinds midden vorig jaar terug bijeen en kunnen rekenen op een sterke belangstelling … zeker in A‘pen, want de leuke funteksten van ‘den Clement’ zijn in een vet Antwerps dialect. Ruige, smerige maar onschuldige ‘70’s retro(hard) rock, die teruggrijpt naar de AC DC, Iggy Pop, Jimi Hendrickx en Deep Purple jaren. In de sound en gitaarriffs zijn er van hen duidelijke verwijzingen.

Het gaat ‘em hier rond recht-door-zee rock’n’roll, grappige bindteksten en een soort stand-up comedy. Den Clement (Hugo Matthysen) wordt bijgestaan door de Africa outfit en gimmicks van Sylvain (Ronny Mosuse) en de in wielertenue geklede Dave Depeuter (de nieuwe drummer Aram Van Ballaert die den Swa (Bart Peeters) vervangt). De studentikoze aanpak weet zowel aan te slaan bij de jongeren als bij dertigers en veertigers, die houden van rock’n’roll, humor en sentiment.
In Antwerpen was er het startschot van een nieuwe clubtournee, die vorig jaar noodgedwongen moest worden stopgezet. Het was al meteen raak want de Trix zat afgeladen vol. Een goed uur stelden ze er de compilatie ‘Masterworks’ voor.
De drie weirdo’s vlogen er meteen in en pakten meteen uit met een paar stevige melodieuze rockers “Leve de Clement zijn wijf”, “‘t Is altijd iets met die wijven” en de meezing single “Da kakske na is hier”. Inderdaad, de drie houden ervan een loopje te nemen met de …
Naast de ruige Clement, pepte den Sylvain het publiek op met Engels statements en drummer Dave ontpopte zich als een ‘real Animal’ van de Muppets door enkele sublieme partijtjes op z’n drumstel. Het klonk allemaal lekker, leuk en luchtig!
Iets minder verbeten, maar met meer groove hoorden we “Zeg dat ni waar is” en “Zagen”. En het plezante “Express gedaan”, “Pinokkio” en “Bloemen” waren wat meer ingetogen en opbouwend. Ze verloren de vaart en het tempo niet van hun rockers, want ze gaven er nog ne ferme lap op door meezingers en uitgekiende covers: “In twa gebeten” - met ritmbox-, Amy’s “Rehab”, dEUS’ “The architect” en knallers “Dikke lu”, “Foorwijf” en “Vinde gij mijn gat”.
De band onderscheidt zich van de doorsnee band Vlaamse rockscène door die spontaniteit en speelsheid.
Luidkeels meegezongen was het uitgesponnen “There’s is only one Sylvain”, de Andre Hazes “Only crying/ never walk alone”. De waverocker “Boecht van dun Aldy” besloot de set.

De dirty vervlogen nineties rockers were back … en iedereen zal het geweten hebben tegen dat 2010 begint …

Support was King Freddy & The Lady Intercoolers. Het uitgebreid ensemble (15 koppig!) met maar liefst zes lieflijk ogende backing vocalistes (The Roadbar Beauties) plezierden het publiek met hun Nederlandstalig dampende, rockende mambo (op z’n El Tattoo’s) en truckersgeluid van country, en surfblues.

Antwerpen boven met deze twee gadgets van bands die het publiek moeiteloos naar hun hand zetten …

Organisatie: Trix ism Lintfabriek, Antwerpen

Beoordeling

Dream Theater

Progressive Nation 2009….. Dream Theater, Opeth, … - ’finally en Europe’ !

Geschreven door

Dit najaar is de Progressive Nation tour voor het eerst in Europa te zien. Na enkele succesvolle edities in de States, maakt dit grote progressieve circus, voor het eerst een trip tot over de plas. Progressive Nation bedacht en ontworpen door meesterbrein (en de wereldbefaamde drummer) Mike Portnoy van Dream Theater.
Het concept: één avond vol avontuurlijke, originele progressieve rockbands. Naast de unieke mogelijkheid om een aantal ‘nieuwere’ bands binnen het genre te kunnen ontdekken bleek deze formule voor de doorwinterde Dream Theater fan toch ook een concept met redelijk wat beperkingen. Doorgaans zijn we in Europa toch gewoon om Dream Theater shows van enkele uren mee te maken. Tijdens deze Progressive Nation tour is dit voor het eerst toch wel anders. In praktijk bleek het lange wachten op de afsluitact van de avond voor velen een ernstige opgave.

Terwijl er eerder tijdens deze tour geen noemenswaardige vertragingen werden gemeld werd het startschot in de goed volgelopen Rijselse Zénith pas om 19.30 gegeven; toch een uurtje later dan was voorzien.

Eerste band van de avond was het knotsgekke gezelschap Unexpect. Dit avant-garde gezelschap uit Montréal (Canada) kon het publiek in hun eigen taal verwelkomen. Unexpect haalt de beste elementen uit zowel: Gothic, Death, Progressive & Melodic Metal, Classical, Operatic, Medieval,Goth, Electro, Ambient, Psychotic, Noise en Circus Music. Qua originaliteit heb ik binnen het metal genre zelden zoiets gehoord. Helaas sloeg de frisheid al vlug over in een te complexe geluidsbrij waarin het vaak erg moeilijk zoeken was naar de essentie van de song. Beluister eens hun laatste album: ‘In A Flesh Aquarium’ uit 2006 en je zal versteld staan hoeveel elementen je in één metalsong kan proppen.

Bigelf, de volgende band op de affiche, zorgde voor tegengewicht en was dan ook een stuk toegankelijker. Deze Progband uit Los Angeles was de revelatie van de avond. Bigelf haalt het beste uit bands zoals: Black Sabbath, Deep Purple, The Doors, T-Rex tot Pink Floyd maar slaagde er vooral in om toch een unieke, eigentijdse sound neer te zetten. Bigelf, doorspekt van de beste ouwe Britse bands voegt aan het geheel een calorierijk theatraal, bombastisch sausje toe. Toch zijn het vooral de sterke composities en het sterke stemgeluid van zanger en songwriter Damon Fox die Bigelf tot één van de boeiendste hardrockbands van het ogenblik maken. Live overtrof de band zichzelf met een zeer sterke, doch te korte set doorheen het Bigelf oeuvre. Hoogtepunten van de Bigelf avond waren het meesterlijke Pink Floydish “Disappear” (uit ‘Hex’ 2006) en het bijzonder aanstekelijke “Blackball” (uit ‘Cheat The Gallows’ 2008).

Opeth hoeft nog weinig introductie. De Zweedse band rond boegbeeld Mikael Akerfeldt is bij het progressieve metalpubliek zeer geliefd. Hun progressieve metal spreekt verschillende talen. De band kan zowel heel melodieus uit de hoek komen, alsook erg stevig uithalen. Opener “Windowpane” en opvolger “The Lotus Eater” zetten ons meteen op het juiste spoor. Pas tijdens de megaballade “Burden”, die voor het eerst live werd gespeeld, krijgt Opeth ook mij mee. Na dit unieke rustpunt, haalt de band nog eens duivels uit tijdens “Deliverance”. Een moeilijk punt voor mij blijft de zang van Mikael die vaak in één song zowel ‘clean’ als ‘grunts’ vocalen combineert. Gelukkig kon Opeth wel het grootste deel van het publiek bekoren!

Omwille van het late aanvangsuur was het al bijna 23 uur alvorens Dream Theater het podium mocht beklimmen. Geopend werd met “A Nightmare To Remember” uit het nieuwe album ‘Black Clouds & Silver Linings’, een indrukwekkende opener die meteen alle Dream Theater registers opengooide. Pure klasse! Tijdens de ballad “Wither”, ook al uit het nieuwe album, zag ik toch enkele metalfans richting bar stormen. Jammer, want het werd een erg mooie versie met vooral een zeer sterke James LaBrie, die erg goed bij stem was! Na een korte keyboardsolo van Jordan Rudess mocht de band zich in het instrumentale “Erotomania” nog eens volledig uitleven. De immer coole bassist John Myung, toetsenwizard Jordan Rudess, gitaarfenomeen John Petrucci en drumgod Mike Portnoy bewezen nogmaals waarom zij tot de top van de progressieve rockscene behoren. De geweldige instrumental ging naadloos over in de song “Voices”, ook al uit ‘Awake’ van 1994. Met het semi-akoestische “Solitary Shell” gingen we de finale in die werd afgesloten met het gebruikelijke “Take The Time”.
Het was al een stuk na middernacht toen de band nog éénmaal terugkwam voor de toegift (en enige vaste waarde op de setlist tijdens deze tour) “The Count Of Tuscany”, het epos gebaseerd op Petrucci’s ervaringen in Italië van 2004.

Deze eerste Europese Progressive Nation was dik de moeite waard. In tegenstelling tot de eerdere edities: ‘A Evening With Dream Theater’ kregen we toch wel veel minder Dream Theater voor ons geld. Maar, we ontdekten Bigelf, een band die ik in de toekomst zeker zal blijven opvolgen. Bovendien bleek het ook geen evidentie om tijdens een gewone weekdag een festival van bijna 5 uur ‘uit te zitten’…..vermoeid en voldaan heet zoiets.

Setlist Opeth
*Windowpane, *The Lotus Eater, *Reverie/Harlequin Forest, *Burden, *Deliverance, *Hex Omega

Setlist Dream Theater *A Nightmare To Remember, *Constant Motion, *Wither,, *Erotomania, *Voices, *Solitary Shell, *Take The Time
*The Count Of Tuscany

Organisatie: Agauchedelalune, Lille


Beoordeling

Sparklehorse

De ‘Fishtank’ van Sparklehorse + Fennesz

Geschreven door

Op twee dagen tijd creëerden de Oostenrijkse elektronica-artiest Christian Fennesz en Sparklehorse-spilfiguur Mark Linkous in december 2007 voldoende materiaal om een verdienstelijk vervolg te breien aan de stilaan befaamde ‘In the Fishtank’-reeks van het Nederlandse Konkurrent-label. In het verleden waagden o.a. Tortoise en The Ex, Low en The Dirty Three, Sonic Youth en The Ex alsook Isis en Aereogramme zich aan een gelijksoortig (niet altijd even geslaagd) avontuur.

De bewuste samenwerking die in de Handelsbeurs naar het podium vertaald werd, ligt in het verlengde van de almaar meer elektronische weg die Sparklehorse ingeslagen lijkt. Op hun laatste plaat, ‘Dreamt for Light Years in the Belly of a Mountain’, werd er trouwens reeds samengewerkt met diezelfde Fennesz. Ook de inbreng van Danger Mouse was op dat uit 2006 daterende album niet te verwaarlozen. Met die laatste werd in 2008 ook nog samengewerkt aan het ‘Dark Night of the Soul’-project van David Lynch. Het publiek wist dus waaraan het zich mocht verwachten: eerder dromerige soundscapes dan ‘rechttoe rechtaan’-rocksongs.
Nadat Mark Linkous een zekere Anabelle een cadeautje voor haar twintigste verjaardag overhandigd had (duidelijk een verplicht nummer waar hij zich zo snel mogelijk vanaf wou maken), trapte het drietal (want ook Scott Minor, drummer en multi-instrumentalist bij Sparklehorse, droeg zijn steentje bij) het concert af met “Goodnight Sweetheart”, één van de twee nummers van de ‘In the Fishtank’-CD waarop er gezongen wordt (al dient dit laatste met een korreltje zout genomen te worden aangezien Linkous zich beperkt tot het herhaaldelijk declameren van de songtitel).
Het tweede nummer van de avond, getiteld “Trilogy 1”, klonk wat meer als een klassieke song en liet Scott Minor toe om zijn drumkunsten te etaleren terwijl Linkous de elektrische gitaar ter hand nam en Fennesz wat verder frunnikte aan zijn computerarsenaal. Met “If My Heart” bracht men vervolgens dat andere lied met gezang dat op hun gezamenlijke album prijkt, ook hier dienden de vocals echter vooral ter ondersteuning van de ijle ambient-tonen die Fennesz tevoorschijn tovert. De tekst is zowel op plaat als live quasi onverstaanbaar hetgeen geen afbreuk doet aan het geheel aangezien de klemtoon bij dit soort muziek dus meer op sfeerschepping dan op het vertellen van verhaaltjes ligt. Hierna weerklonk “New Ceremony”, een stuk dat - net als de daaropvolgende songs “Dim Fairys” en “Hibernate” - niet prijkt op de CD die ze kwamen promoten. Dit gegeven wijst erop dat Sparklehorse en Fennesz wilden bewijzen dat ze tot meer in staat zijn dan hetgeen ze onlangs op de platenmarkt loslieten. Graag hadden we echter nog meer van hun kunnen gehoord want na “The Run”, een nummer dat we zullen terugvinden op de volgende Sparklehorse-plaat (waarop Fennesz opnieuw een bijdrage zal leveren), deelde Linkous plots - tot consternatie van het a.h.w. net opgewarmde publiek - mee dat de avond erop zat. Dit terwijl ze slechts een luttele veertig minuten op het podium stonden!
Na een welverdiend applaus kwamen de heren echter terug voor twee bisnummers, een enthousiast onthaald “Sad and Beautiful World” (uit het Sparklehorsedebuut met de lekker wegbekkende titel ‘Vivadixiesubmarinetransmissingplot’ en het door Fennesz met oerwoudgeluiden gelardeerde “Mark’s Guitar Piece”.
Uit dankbaarheid voor de redelijk mooie opkomst (alle stoeltjes waren volzet terwijl er ook enkele tientallen rechtstaand genoten van het concert) en de positieve respons speelden ze, naar eigen zeggen zeer tegen hun gewoonte in, een tweede bisronde die beperkt bleef tot een indrukwekkende versie van “NC Bongo Buddy”, één van de meest beklijvende songs op ‘In the Fishtank’.

Kwalitatief viel er dus niet te klagen maandagavond, kwantitatief bleven we echter wel wat op onze honger zitten want in totaal duurde dit concert slechts een uurtje. De volgende keer hopen we dat de heren hun fameuze vistank wat beter gevuld zal zijn.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Beoordeling

Tinariwen

T-Model Ford en Tinariwen: AB in trance

Geschreven door

De jarige AB (30 lentes) houdt dit najaar een eerbetoon aan musicoloog Alan Lomax (1915-2002) met een reeks concerten, tentoonstellingen en filmvoorstellingen. Alan Lomax was samen met zijn vader de ontdekker van Leadbelly en Woody Guthrie maar minstens even belangrijk is zijn immense verzameling fieldrecordings van onbekende maar des te authentiekere figuren die ons laten kennismaken met de wortels van de blues en de folk. Voor het concert konden we hier eens van proeven via de film ‘The land where the blues began’ waarin enkele van die fascinerende kerels hun verhaal mochten doen.

Een documentaire waarin T-Model Ford zeker niet uit de toon ging vallen. De naar eigen zeggen 89-jarige James Lewis Carter Ford – zo heet hij echt – moet zowat de laatste markante artiest zijn die de blueswereld nog heeft. Na tien jaar gezeten te hebben voor moord werd hij op hoge leeftijd alsnog opgevist door Matthew Johnson van het Fat Possum-label. De man is al jaren slecht te been, kreeg vorig jaar nog een pacemaker ingeplant maar dat alles belet hem niet nog eens te gaan toeren wat hem dus ook naar de AB bracht voor een concert. En het ging hem fantastisch af. T-Model Ford bracht bijzonder primitieve blues, gezongen met die typische rauwe strot van hem. Zijn vingers gleden letterlijk over de snaren en produceerden vrij repetitieve patronen. Hierbij werd hij prima bijgestaan door Tommy Lee Miles, een prachtige drummer maar toch miste ik de extraordinaire Spam van enkele jaren terug een beetje. Nuchter bekeken kan men zeggen dat het allemaal een beetje veel van hetzelfde was (soms effectief dezelfde nummers) en dat het technisch niet zoveel voorstelde. Langs de andere kant zagen we hier toch een set waar het spelplezier zó van afdroop en eenmaal meegezogen in het universum van T-Model Ford was er geen ontkomen meer aan. Trouwens, ik zie het weinigen op hun 89-ste nadoen.

Na de Amerikaanse blues werd ons nog een portie Saharablues voorgeschoteld. “Every Touareg in the Southern Sahara is a member of Tinariwen” zegt men vaak, gelukkig volstond het zaterdag met acht. Het blijft een indrukwekkende verschijning op het podium: die mooie traditionele gewaden, allen gesluierd behalve de Jimi Hendrix lookalike Abaraybone. En ook muzikaal werden we werkelijk overrompeld. Vreemde ritmes, Arabisch aandoende, monotone gezangen en die steeds ingetogen maar toch sublieme gitaren zorgden voor een onweerstaanbare cocktail. Met vier leadvocalisten die elk hun ding mochten doen ontbrak het zeker niet aan afwisseling, terwijl enkele dansende leden ervoor zorgden dat er ook visueel voortdurend van alles te beleven was. Ondanks die unieke sound kwamen er toch gelijkenissen met de Amerikaanse blues bovendrijven. Vooral dat hypnotiserend effect hebben ze frappant gemeen met de onevenaarbare Junior Kimbrough. Allen waren het schitterende muzikanten maar ik maak graag een speciale vermelding voor de bijzonder soepel spelende bassist die het geheel van een ongelooflijke drive voorzag, waarbij hij zich soms aan de meest gekke sprongetjes waagde. Tinariwen kreeg schijnbaar moeiteloos zowat de ganse zaal in trance en hoewel er drie elektrische gitaren voortdurend actief waren hadden we hier geen last van gitaarsolo’s, iets wat de meeste hedendaagse blues zo onverteerbaar maakt. Neen, voor de echte blues moet je tegenwoordig in west Afrika zijn.
Abaraybone zei ergens tijdens het optreden dat het altijd speciale optredens waren in Brussel en de groep een speciale band heeft met deze stad en voor één keer was ik geneigd dat te geloven want enkele jaren geleden werd ik door hen al eens omver geblazen op Les Nuits Botanique.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

T-Model Ford

T-Model Ford en Tinariwen: AB in trance

Geschreven door

De jarige AB (30 lentes) houdt dit najaar een eerbetoon aan musicoloog Alan Lomax (1915-2002) met een reeks concerten, tentoonstellingen en filmvoorstellingen. Alan Lomax was samen met zijn vader de ontdekker van Leadbelly en Woody Guthrie maar minstens even belangrijk is zijn immense verzameling fieldrecordings van onbekende maar des te authentiekere figuren die ons laten kennismaken met de wortels van de blues en de folk. Voor het concert konden we hier eens van proeven via de film ‘The land where the blues began’ waarin enkele van die fascinerende kerels hun verhaal mochten doen.

Een documentaire waarin T-Model Ford zeker niet uit de toon ging vallen. De naar eigen zeggen 89-jarige James Lewis Carter Ford – zo heet hij echt – moet zowat de laatste markante artiest zijn die de blueswereld nog heeft. Na tien jaar gezeten te hebben voor moord werd hij op hoge leeftijd alsnog opgevist door Matthew Johnson van het Fat Possum-label. De man is al jaren slecht te been, kreeg vorig jaar nog een pacemaker ingeplant maar dat alles belet hem niet nog eens te gaan toeren wat hem dus ook naar de AB bracht voor een concert. En het ging hem fantastisch af. T-Model Ford bracht bijzonder primitieve blues, gezongen met die typische rauwe strot van hem. Zijn vingers gleden letterlijk over de snaren en produceerden vrij repetitieve patronen. Hierbij werd hij prima bijgestaan door Tommy Lee Miles, een prachtige drummer maar toch miste ik de extraordinaire Spam van enkele jaren terug een beetje. Nuchter bekeken kan men zeggen dat het allemaal een beetje veel van hetzelfde was (soms effectief dezelfde nummers) en dat het technisch niet zoveel voorstelde. Langs de andere kant zagen we hier toch een set waar het spelplezier zó van afdroop en eenmaal meegezogen in het universum van T-Model Ford was er geen ontkomen meer aan. Trouwens, ik zie het weinigen op hun 89-ste nadoen.

Na de Amerikaanse blues werd ons nog een portie Saharablues voorgeschoteld. “Every Touareg in the Southern Sahara is a member of Tinariwen” zegt men vaak, gelukkig volstond het zaterdag met acht. Het blijft een indrukwekkende verschijning op het podium: die mooie traditionele gewaden, allen gesluierd behalve de Jimi Hendrix lookalike Abaraybone. En ook muzikaal werden we werkelijk overrompeld. Vreemde ritmes, Arabisch aandoende, monotone gezangen en die steeds ingetogen maar toch sublieme gitaren zorgden voor een onweerstaanbare cocktail. Met vier leadvocalisten die elk hun ding mochten doen ontbrak het zeker niet aan afwisseling, terwijl enkele dansende leden ervoor zorgden dat er ook visueel voortdurend van alles te beleven was. Ondanks die unieke sound kwamen er toch gelijkenissen met de Amerikaanse blues bovendrijven. Vooral dat hypnotiserend effect hebben ze frappant gemeen met de onevenaarbare Junior Kimbrough. Allen waren het schitterende muzikanten maar ik maak graag een speciale vermelding voor de bijzonder soepel spelende bassist die het geheel van een ongelooflijke drive voorzag, waarbij hij zich soms aan de meest gekke sprongetjes waagde. Tinariwen kreeg schijnbaar moeiteloos zowat de ganse zaal in trance en hoewel er drie elektrische gitaren voortdurend actief waren hadden we hier geen last van gitaarsolo’s, iets wat de meeste hedendaagse blues zo onverteerbaar maakt. Neen, voor de echte blues moet je tegenwoordig in west Afrika zijn.
Abaraybone zei ergens tijdens het optreden dat het altijd speciale optredens waren in Brussel en de groep een speciale band heeft met deze stad en voor één keer was ik geneigd dat te geloven want enkele jaren geleden werd ik door hen al eens omver geblazen op Les Nuits Botanique.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Emiliana Torrini

Het knuffelgehalte van Emiliana Torrini

Geschreven door

De immer sympathieke IJslandse zangeres Emiliana Torrini is érg geliefkoosd in ons landje … Al voor de derde keer is haar concert uitverkocht. Ze voelt zich thuis bij haar Belgisch publiek in de AB, en ze vertelde ontwapenend over haar songteksten, liefdesliedjes in leuke anekdotes. Een charismatische lady die ons meteen overstelpte met enkele sfeervolle, ingetogen, intieme luistersongs van haar twee belangvolle cd’s ‘Fisherman’s woman’ en ‘Me & Armini’. Haar songs werden sober, elegant en minimaal begeleid. Temidden haar uitgedoste band in hemd, ondervestje en bolhoed, leek ze zelf wel een elfje met haar jurkje.

We hoorden en aanstekelijke start met de sfeervol opbouwende “Fireheads” en “Heartstopper”, waarin vooral het intrigerende gitaargetokkel, de kleurrijke synths en haar emotievolle stem in de verf stonden. Naast deze zaken, kwam haar songwritertalent centraal in de dromerige “Today has been ok” , “Big jumps” en “Lifesaver”. En op die manier kabbelde de set rustig verder met het ingetogen “Sunny road”, “Hold heart” en “Nothing brings me down”. Haar gitarist ontpopte zich als een multi-instrumentalist op keys en bas. En elke song had zo z’n eigen verhaaltje … Haar betrokken houding en charisma bood zeggingskracht. Haar twee uptempo nummers “Jungle drums” en “Me & Armini” zaten middenin de set. Ondanks de volle instrumentatie klonken ze iets soberder dan op plaat. Het knuffelgehalte koesterde ze met de intieme “Tuna fish”, “Beggars prayer” en “Birds”, die breder van opzet was! Het leidde het broeierig intens prachtige “Gun” in, die door de synths, (rauwe) gitaarloops en repetitief opbouwende drums een spannende dreiging kreeg, krachtiger was en op schitterende manier de bijna anderhalf uur de set beëindigde.
De bis was er eentje om van te snoepen … ze maakte na een pakkende versie van de titelsong “Fisherman’s woman” een prachtige overstap naar de “Dear prudence” cover: akoestisch en intiem toongezet, om dan krachtiger en feller te klinken. Het poppy “Heard it all before” besloot definitief de hartverwarmende gig van deze lieflijke dame en haar band.

Haar melodieus integere pop werd uiterst stijlvol gebracht en we kunnen maar pleiten dat onze Emiliana meer mag betekenen dan enkel haar paar muzikale uptempo buitenbeentjes.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's.

Organisatie; Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

We Have Band

We Have Band: catchy, groovy, dansbaar ...

Geschreven door

We Have Band is een trio draaiende rond Darren Bancroft en het echtpaar Dede WP en Thomas WP. Ze brengen een gezonde mengeling van dance en rock en gaven in de Rotonde het startschot van hun tournee. Catchy, groovy en dansbaar …
Onze fotograaf Viktor Gil was van de partij: neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s …

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Pere Ubu

Bring me The Head of Ubu Roi - Pere Ubu onthoofd!

Geschreven door

Terwijl we ons na de laatste passage van Pere Ubu wat beklaagden over het feit dat er niet veel nieuws te rapen viel aangezien de set grotendeels overeenkwam met die van de voorlaatste passage, brachten David Thomas en zijn vijfkoppige band deze keer in de Orangerie een volledig nieuwe show. Het zittende publiek werd vergast op ‘Bring me The Head of Ubu Roi’, een soort muziektheater-versie van ‘Ubu Roi’, het uit 1896 daterende toneelstuk van Alfred Jardy. De muziek van deze productie ligt sedert enkele weken in de winkels onder de titel ‘Long live Père Ubu’. Op die studioplaat (alsook tijdens vroegere opvoeringen van de bewuste productie) vertolkt Sarah Jane Morris, in een vorig leven werkzaam bij The Communards, de rol van Mère Ubu. In de Botanique probeerde drummer Steve Mehlman als volwaardige travestiet hetzelfde te doen.

Als theaterliefhebber en bescheiden bewonderaar van Pere Ubu hadden we dus onze zinnen gezet op een boeiende avond. Bij deze kunnen we echter al vertellen dat we na afloop met een gevoel van teleurstelling huiswaarts keerden.
Om acht uur stipt was het showtime, een bij reguliere rockconcerten vrij ongebruikelijke stiptheid maar zoals gezegd werd ons een speciale avond beloofd en conform het theaterconcept viel dus wel te verwachten dat laatkomers ongelijk zouden hebben. Op de tonen van “Ubu Overture” betraden de muzikanten dansend het podium. Tijdens “Song of The Grocery Police” kwam David Thomas het gezelschap vervoegen, zich bedienend van theatrale gestes en vocaal wisselend tussen lieflijke kinderstemmetjes en raspend geschreeuw. Op de achtergrond verzorgden The Brothers Quay allerhande visuals. Zij boden de toeschouwers tevens de ganse avond lang enig overzicht door elke nieuwe act en scène aan te kondigen. Een dergelijk overzicht was best welkom want Pere Ubu zelf raakte al vrij vroeg de draad kwijt.
Het publiek bleef - zoals het een welopgevoed theaterpubliek betaamt - beleefd en lachte de missers weg. Uiteindelijk kunnen deze pioniers van hetgeen ze zelf gekscherend als ‘avant garage’ bestempelen immers rekenen op kilo’s krediet van de kenners die beseffen dat wat wanorde simpelweg thuishoort in een optreden van Pere Ubu. Zelf zagen we er het eerste halfuur dan ook geen graten in en lachten we mee met het vaak komische gestuntel van de alweder in een dichtgeknoopte regenjas getooide David Thomas. Niemand die gadeslaat wat deze man van 56 op twee uur tijd door zijn keelgat giet, is verbaasd over de blunders die hij hoe later (lees: hoe zatter), hoe meer begaat.
Na verloop begonnen we echter wel onze bedenkingen te krijgen bij dat voortdurende gestuntel. We wisten dat men ons allesbehalve traditioneel werk zou presenteren maar als het geheel uiteindelijk een aaneenschakeling van onderbrekingen en ter plekke aangepaste gedeelten betreft, kan men zich de vraag stellen of de hele opvoering überhaupt wel de moeite loont. Thomas merkte - ter verantwoording of ter relativering? - op dat de tekst elke avond herschreven wordt en dat de vele fouten te wijten zijn aan het voortdurend evolueren - of zeggen we misschien beter “devalueren”? - van de voorstelling maar uiteindelijk ziet een blinde dat zijn alcoholconsumptie - die eigenlijk even theatraal aandoet als de rest van het stuk - hem echt wel parten speelt.
Misschien past men deze show effectief voortdurend aan om zelf wat aan het keurslijf van een vaste structuur te kunnen ontsnappen maar indien dit het geval zou zijn, zou men zich beter bezinnen over de vraag of het artistiek wel verantwoord is om maandenlang met deze productie rond te touren. Het almaar knulliger aandoende amateurisme kan misschien wel grappig zijn maar de eerlijkheid gebiedt ons om te besluiten dat de toeschouwer geen waar voor zijn geld kreeg. Pere Ubu strompelde zich immers letterlijk en figuurlijk naar het einde van de avond. Pas nadat “The End” geprojecteerd werd en de groep in de bissen eindelijk de kans kreeg om vrijuit zijn gang te gaan, werd het toch nog een beetje van een feestje. Enkele enthousiastelingen verlieten hun zitje en kwamen vlak voor het podium de armen en beentjes losschudden. Heel erg talrijk werd die bende die-hards echter niet want de vier korte bisnummers waren niet voldoende om de ganse zaal te doen rechtveren. Had men het toneelstuk gelaten voor wat het was en onmiddellijk geput uit het ontegensprekelijk indrukwekkende oeuvre, dan was het hoogstwaarschijnlijk een heel leuke avond geworden en ware een staande ovatie op zijn plaats geweest. Quod non…

Ons respect voor de verdiensten van Pere Ubu zal eeuwig blijven bestaan maar het doet ons pijn aan het hart dat dit respect weinig wederzijds blijkt. David Thomas liet in de bisronde zijn kwaadheid de vrije loop door zich te beklagen over de Europese instellingen en het feit dat die instituten teren op de vele taksen en belastingen die ze zijns inziens onterecht innen. E.U.-bashing die een deel van de immer ietwat anarchistische aanhang als muziek in de oren klonk en waaraan hij zich ook van ons mag bezondigen zoveel als hij wil…..als hij zelf ook maar wat moeite zou doen voor de mensen die geld neertellen voor een avondje Pere Ubu. We hebben niks tegen een portie experiment en anarchisme en zeker niet in het toneel of de muziek, integendeel! We hopen dan wel dat het ofwel beklijft, ofwel beperkt is tot een kort komisch intermezzo.
Honderd minuten slordig alterneren tussen halfslachtig theater en halfslachtige muziek is echter te veel van het goede. Volgende keer beter (lees: wat minder of wat beter theater enerzijds en wat meer muziek anderzijds) of we zullen ons tot onze spijt een andere vaderfiguur moeten zoeken.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Pagina 343 van 386