logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Kreator - 25/03...
Concertreviews

The Marcus King Band

The Marcus King Band - (te) competente soulvolle bluesrock

Geschreven door

Supertalent is een term die soms al te gauw in de mond wordt genomen. Akkoord, de nog piepjonge Marcus King kan een verdomd potje gitaar spelen en hij is gezegend met een zeer soulvolle stem die niet aan iedereen gegeven is. Tot zover de factor talent.

Van songschrijven heeft hij echter minder kaas gegeten. Tussen alle virtuoze passages van Marcus King en zijn bandleden bespeuren wij niet echt onvergetelijke songs.

We zien eerder een band die meermaals vervalt in de clichés van het genre. Dit is immers een mengeling van zeer Amerikaans getinte bluesrock met soul-, jazz- en funkinvloeden. Een sound in het verlengde van bands als Blues Traveller, Gov’t Mule of Dereck Trucks Band, allemaal groepen die zweren bij rockmuziek met uitgesponnen songs en wel zeer lange instrumentale passages, alsof de seventies nooit zijn weggeweest. Dergelijke bands zijn dan ook groot in Amerika, maar in Europa laten ze de zalen niet met duizenden vollopen, waarschijnlijk omdat men bij ons nog efficiëntie verkiest boven muzikaal vakmanschap. Een halfvolle Zwerver lijkt hier het hoogst haalbare.

Zo komen we ook meteen bij het grootste probleem van deze band. Er moet zo nodig worden aangetoond dat alle de groepsleden meer dan aardig overweg kunnen met hun instrumenten. Uiteraard is dat zo, de blazers zijn uitmuntend, de keyboards fantastisch en het gitaarvernuft van Marcus King is van buitengewone aard. Alleen de drummer valt wat uit de toon, we zijn sowieso al niet tuk op drumsolo’s (voor ons doorgaans het ideale moment voor een sanitaire pauze), maar deze die we vanavond krijgen voorgeschoteld is één van de meest lamlendige die we ooit hebben mogen meemaken.

Maar goed, op zijn best doet dit bedreven gezelschap ons denken aan Janis Joplin, Frank Zappa, Santana, Allman Brothers Band of Ten Years After, en dat zijn natuurlijk niet van de minsten. Geregeld komt ons ook SIMO voor de geest, een band die vorig jaar nog een geweldig concert verzorgde in de AB Club.

Hoezeer Marcus King ook zijn teamgenoten in de picture zet, hij is natuurlijk nog altijd zelf de ster van de avond. En dat weet hij, zijn soulstem schittert meermaals doorheen de set en zijn gitaarsolo’s vliegen per lopende meter door de zaal. Die zijn steeds genietbaar, maar wij missen in zijn gitaarspel toch wat rauwheid of hier en daar een smerige riff die de set zou kunnen openrijten.

Marcus King lijdt ook een beetje aan het Bonnamassa-syndroom, hoewel het eigenlijk nog net draaglijk blijft. Bij Bonnamassa kan je immers in een tijdspanne van één gitaarsolo achtereenvolgens de lunch nuttigen, een siësta doen en vervolgens nog gauw even de hond uitlaten. Bij Marcus King valt het dus nog best wel mee, hij streelt en omhelst zijn gitaar, maar hij neukt ze niet. Bovendien heeft hij ook niet dat gigantische ego van Joe -kijk eens wat ik allemaal kan- Bonnamassa. Toch best in de gaten houden, want het overkill-beestje lonkt.

Ondanks de soms te uitgebreide solomomentjes weet deze band ons toch meer dan anderhalf uur te entertainen met hun uiterst vaardige en soulvolle rockmuziek. Een beetje te veel van het goede, dat wel, maar dat is natuurlijk eigen aan het genre. En als we het wat bondiger willen, zetten we bij thuiskomst toch gewoon iets van The Ramones op.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

 

Beoordeling

Superchunk

Superchunk - Angry old men hebben nog altijd het vuur

Geschreven door

Superchunk - Angry old men hebben nog altijd het vuur
Superchunk
Kreun
Kortrijk
2018-06-01
Nick Nyffels

Superchunk is een van die bijzonder invloedrijke Amerikaanse gitaarbands uit de jaren negentig, die misschien niet het succes gekend hebben dat ze verdienden, ook omdat ze dat bewust afgehouden hebben. Wij waren toen student met een beperkt budget en zonder auto, en omdat ze toen nooit op T/W en Pukkelpop gestaan hebben, is deze band een beetje aan ons voorbijgegaan in de nineties: ongetwijfeld zullen we wel een video gezien hebben op 120 Minutes of in Beavis & Butthead, en natuurlijk ook op de Matador-compilatie cd’s uit die tijd, maar dat was het zowat voor onze Superchunk-ervaring. Compromisloos waren ze trouwens ook, want toen Matador records door een major verdeeld werd, besloten ze te stoppen op dit label, en verder te gaan op hun eigen label, Merge records, dat later het grootste succes zou kennen met Arcade Fire.

Tijd dus om onze schade op te halen, en dat treft, want Superchunk kwamen hun nieuwe plaat ‘What a time to be alive’ voorstellen in de Kreun. Bassiste Laura Ballance schrijft nog altijd mee op de platen, maar live laat ze zich vervangen door een andere bassist, omdat ze gehoorschade opgelopen heeft in de bijna dertig jaar dat deze band uit Chapel Hill, het universiteitstadje in North Carolina, bezig is. De nieuwe plaat pakt Trump en de vergoelijking van “The Alt-right” als respectabele mening aan, en is de eerste plaat sinds 1993 die zonder keyboard opgenomen is, frontman Mac Mccaughan omschrijft ze dan ook als een punkplaat.

Op het podium van de Kreun kwam dat er ook uit: Superchunk schoot razend uit de startblokken met “I got cut” en hielden dat tempo bijna het volledige uur aan: we merkten een mid-tempo nummer op na vijfentwintig minuten, maar dat moet het ongeveer geweest zijn. We kregen veel nummers uit de nieuwe plaat, maar het publiek mocht ook verzoeknummers doorgeven, dus we kregen een bloemlezing uit hun dertigjarige carrière. De perfecte soundtrack voor skateboarders, al zullen die van Superchunk dit nu wel aan hun kinderen overlaten. Maar kwaad klonk frontman Mac Mccaughan nog altijd, een songtitel als “Reagan youth” loog er niet om. Mcaughan heeft nog altijd die ijle stem, die moeite lijkt te hebben om het einde van de zinnen te halen, en ziet er ondertussen uit als de oudere, maar minder corpulente versie van James Murphy (LCD Soundsystem), maar als gitarist was hij verschroeiend vanavond: bij wijlen was dit J. Mascis, maar dan zonder de classic rock solo’s, snedig en to the point. Ook de ritmesectie was overdonderend en verbeten, net als de tweede gitarist die nog meer razernij in de mix gooide.

Eigenlijk klonk Superchunk nog even energiek als in hun begindagen, of misschien zelfs nog kwader dan toen. Hits heeft deze band nooit gehad, wel een resem anthems, zoals “Slack motherfucker” dat vanavond afsloot.
Tijdens de bis kregen we nog een furieuze cover met “Brand new love” van Sebadoh, we vinden het origineel nog altijd beter wegens de snik van Lou Barlow, maar we klagen niet, en “Throwing things” uit “No pocky for kitty” sloot af.

Setlist: I got cut / Reagan youth / what a time to  be alive / From the curve / good dreams / Detroit has a skyline / Black thread / Bad choices / Low F / Learned to surf / Erasure / Break the glass / Driveway to driveway / the first part / Slack motherfucker
Bis: Brand new love/ Cloud of hate / Throwing things

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/super-chunk-01-06-2018/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/a-band-called-e-01-06-2018/

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Beoordeling

Lonesome Shack

Lonesome Shack - Uitgeklede blues

Geschreven door

Wellicht had het terrasjesweer een aandeel in de bedroevend lage opkomst, maar toch. Waar waren al die bluesliefhebbers? Ok, dit was niet echt blues in de traditionele betekenis van het woord maar hetgeen we hier gepresenteerd kregen was zoveel beter dat wat er tegenwoordig op een doorsnee bluespodium te beleven valt.
Lonesome Shack, een trio uit Seattle, bracht al verschillende platen uit, waaronder één, ‘More primitive’, op het kwaliteitslabel Alive records, wat toch een belletje zou moeten doen rinkelen. Maar blijkbaar heeft niemand dat gehoord.  De mannen van Lonesome Shack lieten het niet aan hun hart komen en speelden een meeslepende set. Uitgeklede blues gegoten in stuk voor stuk sterke, eigen songs waarin de geest van Junior Kimbrough voortdurend rondwaarde. Het leek misschien eenvoudig maar het zat bijzonder knap in elkaar. De combinatie van de lome maar steeds indringende gitaarpatronen van zanger Ben Todd, de kurkdroge drums van Kristian Garrard en de subtiel tot dansen uitnodigende bas van Luke Bergman leidde tot een intrigerend resultaat. Ergens te situeren in de hoek waar ook GravelRoad, die hier vorig jaar ook op het podium stond en met wie ze de fascinatie voor Junior Kimbrough delen, zich bevindt. Het wordt nu vooral uitkijken naar de nieuwe plaat die er zit aan te komen...

Vooraf zagen we nog Vincent Slegers uit Gent. North Mississippi Hill Country Blues is zijn ding en dat hij bracht dat met verve. Knappe, donkere songs gezongen met een schuurpapieren stem en voorzien van inventief gitaarspel op dobro (af en toe wat slide) terwijl hij met een stompbox het ritme aangaf. De laatste twee nummers koos hij voor een elektrische gitaar waardoor de sound wat voller klonk. Ook mooi maar ik verkoos toch die breekbare en soms magisch klinkende dobro.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Beoordeling

Pere Ubu

Pere Ubu - Rariteitenkabinet aan de voet van de Ijzertoren

Geschreven door

Al 43 jaar lang hebben musicologen de grootste moeite om Pere Ubu in een welafgelijnd hokje te proppen. Omdat regelmatig terugkerende termen als ‘postpunk’ en ‘artrock’ de lading amper dekken heeft het Amerikaanse gezelschap rond de -in alle opzichten- imposante frontman David Thomas dan maar zelf een muzikale stempel bedacht: avant garage. In die garage staan afgedankte grasmaaiers, ingedeukte jerrycans en roestige mestvorken broederlijk zijn aan zij als metaforen voor de  avantgardistische spielerei die elke goeie Pere Ubu song boven de conventionele middelmaat doet uitstijgen.

Om haar voorjaarsoffensief met een orgelpunt af te sluiten liet de 4AD club Pere Ubu tijdens hun ‘MonkeyNet’ tour halt houden in Diksmuide. Thomas hoort zijn weg redelijk goed te kennen naar de Ijzertoren: ook in 2011 strompelde hij al een keer het podium van de 4AD op met Pere Ubu’s ‘The Annotated Modern Dance’, en in 2015 deed hij zelfs een geslaagde poging om de nihilistische protopunk van de pre-Ubu band Rocket From The Tombs uit het graf te doen herrijzen.  Na die reunie bleef de punkspirit nog flink nazinderen bij Thomas, wat vorig jaar resulteerde in het meest gitaargeoriënteerde album uit de Pere Ubu geschiedenis, ‘20 Years in a Montana Missile Silo’.

Die laatste worp, waarvoor de band de overstap maakte naar het legendarische Engelse indielabel Cherry Red Records, maakte vanavond het hoofdmenu uit.  Nooit gedacht dat we Pere Ubu nog zo pissig uit de hoek zouden horen komen als tijdens de lichtontvlambare garagepunk van “Monkey Bizness” en “Toe To Toe”, een koppel  rechttoe rechtaan uppercuts die wel weggelopen leken uit de comeback plaat van Rocket From The Tombs. Ook tijdens de funky cross-over van “Funk 49”, de naar PJ Harvey knipogende murder ballad “Howl” en de vintage Ubu weirdness van “Prison Of The Senses” voerde de gitaar de boventoon.

Het lijf van Thomas is in volle aftakeling, maar de radde tong, de cynische bindteksten en de nasale kopstem doen het wel nog steeds. De 64-jarige bompapunk moet al jaren het publiek noodgedwongen entertainen vanop een stoel, steevast vergezeld van een bundel tekstbladen en een fles rood, toch is en blijft hij de onbetwiste leider van het rariteitenkabinet genaamd Pere Ubu.

Want toegegeven, bij geen enkele andere band bestaat de loonlijst uit een gitarist in maatpak die overgeconcentreerd naar zijn partituren staart (Gary Siperko), een bassiste die een paar koppen kleiner leek dan haar instrument (Michele Temple), een sjofele veeboer met baseball pet die de theremin keer op keer laat ontsporen (Robert Wheeler), een langharige drummer die zo leek weggelopen uit de Foo Fighters (Steve Mehlman) en een klarinetspeler (Darryl Boone) die Thomas een paar geleden oppikte in een Engelse jazz club. Check!

Met een back catalogue die intussen reeds vijf decennia overspant hebben Thomas & co een echt luxeprobleem bij de oldies selectie, maar verrassend genoeg speelt de groep tijdens deze tour op veilig door vooral te gaan grasduinen in hun Fontana Years trilogie ‘The Tenement Year’ (’88), ‘Cloudland’ (’89) en ‘Worlds In Collision’ (’91). Dit mogen dan wel met voorsprong de meeste melodieuze jaren in de Pere Ubu geschiedenis zijn, in Diksmuide bleek nog maar eens dat ze met o.a. “Breath”, “Worlds In Collision” en “We Have The Technology” een paar tijdloze popsongs hebben opgeleverd.

In het eerste anderhalf uur onderstreepte Pere Ubu met verve haar bestaansreden anno 2018, zij het tegen een gezapig tempo en met voldoende ruimte voor gevatte oneliners en persoonlijke anekdotes van David Thomas.

Het contrast kon amper groter zijn met de band die na een rookpauze terug uit de kleedkamers tevoorschijn kwam. In een dolle rit met de teletijdsmachine krijste Thomas ineens alles uit zijn vege lijf tijdens withete versies van de punkevergreens “Kick Out The Jams”, “Sonic Reducer” en “Final Solution” (met een cynische knipoog naar Nirvana’s “Smells Like...”).

 

De boodschap is alleszins loud and clear aangekomen: Pere Ubu verloochent haar eigen roemruchte verleden niet maar staat toch vooral met twee benen (en een wandelstok) in het heden.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

 

Beoordeling

Ty Segall

Ty Segall & The Feedom Band – Waanzinnig

Geschreven door

De immer bedrijvige Ty Segall wordt wel eens de wonderboy van de garage-rock genoemd. Met die wonderboy gaan we volledig akkoord, maar garage-rock is een veel te eng begrip voor dit veelzijdige talent. Segall waagt zich immers evenzeer met de vingers in de neus aan hard-rock, psychrock, stoner of zelfs Beatlesque pop, en telkens komt er magie uit. De bands waarin hij de laatste tien jaren speelde , zijn veel te talrijk om op te noemen, en dan zwijgen we nog over zijn werk als producer. Ty is een genie, maar bovenal een muzikant die overloopt van de goesting en altijd en overal de pannen van het dak wil spelen. Eigenschappen die steevast terugkomen bij al zijn bands zijn spontaniteit, onbezonnenheid en tonnen speelplezier.

Een knap staaltje daarvan kregen we in l’Aeronef, waar Ty Segall en zijn opgehitste Freedom Band voor een werkelijk waanzinnig concert zorgden. Eentje waar we nog niet helemaal van bekomen zijn. Dit was uitzinnig, wild, chaotisch, luid, smerig, noisy, onstuimig, punky, uitgelaten, ruig en heavy. Kortom, fantastisch !

In het laatste album zit er behoorlijk wat variatie en zijn er zelfs pure poppareltjes te bespeuren, maar op het podium vertaalde dat zich toch naar een heuse wervelstorm met uit de bocht vliegende gitaren, uitfreakende keyboards, heavy baslijnen en ontspoorde drums. Ty Segall gaf zijn songs een dubbele adrenaline-injectie en zette er nog eens extra 1000 Volt op. The Freedom Band ging vaak helemaal loos en volgde hun frontman in vaak luide jams en improvisaties. Het was wel duidelijk dat dit een band is die je er niet zal op betrappen dat ze iedere dag dezelfde show brengen. De muzikanten wisten soms nog niet bij de aanvang van een song waar die uiteindelijk zou uitkomen. Extatische songs als “Warm Hands” en de moordende Groundhogs cover “Cherry Red” mondden uit in lange snoeiharde noise-explosies waarin de gitaren in volle razernij tegen elkaar op soleerden. Het kwam de spontaniteit van het concert alleen maar ten goede, dit was bij momenten zeer chaotisch, maar wel altijd verdomd spannend.

Na al dat onstuimig geweld mocht het toch even iets rustiger, zoals in het Beatlesque “Goodby Bread” of “My Lady’s On Fire”, maar ook aan deze songs zat een ruig en onbesuisd kantje. Ook “Alta” begon nog als een zuivere popsong maar groeide algauw uit tot een heetgebakerde hardrocker die uit al zijn voegen tegelijkertijd barste. En met de pokkenluide afsluiters “Love Fuzz” en “Girlfriend” kwam het gezelschap als een dolgedraaide punkband de boel nog eens keertje volledig op zijn kop zetten. Er kwam stoom uit.

Het enige zweempje van kritiek waarop u ons kan op betrappen is dat Ty Segall onze twee absolute favorieten uit die laatste plaat achterwege liet, met name “She” en “And Goodnight”. Doorgaans speelt hij die twee wonderlijke krakers wel. Hadden wij even pech.

Organisatie: Aéronef, Lille

 

Beoordeling

Gavin James

Gavin James - Hij is ros? Hij is Iers? Hij is een singer-songwriter? Het is Gavin James!

Geschreven door

The Book of Love is long and boring. No one can lift the damn thing”. Deze intro klinkt misschien bekend in de oren vanwege de Ultratop-lijst in 2015. Origineel van Magnetic Fields, maar grootgebracht door Gavin James bij de jongere generaties. Voor een tweede keer op rij werd deze Ierse gentleman uitgenodigd naar Het Depot!

Gavin James of eerder Gavin Wigglesworth is een Ierse singer-songwriter, die al enkele jaren een plaats heeft willen veroveren binnen de muziekwereld. Echter was het pas in 2014 dat zijn muzikale carrière een juiste wending kreeg. Zo loofde zijn landgenoot, ‘Ed Sheeran’, hem via Social Media, maar heeft zijn sublieme cover van “The Book of Love” ook zijn succes bepaald. In een mum van tijd werd hij bekend in Europa alsook in Amerika.
Het Depot is altijd een goede keuze voor een leuk optreden. De kwaliteit van het geluid is zalig, de organisatie is vriendelijk en de infrastructuur is goed. Overigens is de zaal niet heel groot, waardoor de sfeer sneller op gang kan worden getrokken. Daarbij heeft men ook de keuze tussen zit- en staanplaatsen, maar waren deze zitplaatsen niet beschikbaar tijdens het optreden. Zo werd er vriendelijk verzocht om dichtbij het podium te staan aangezien er een zwart doek hing voor de zitplaatsen. Waarschijnlijk door de povere opkomst voor het optreden van Gavin James.
Gavin James kwam niet alleen on stage. Zo bracht hij zijn band mee naar België om ook een paar nieuwe nummers aan te kondigen en te testen. Bekendere nummers als “Bitter Pill”, “22” en “Tired” kwamen natuurlijk ook aan bod. Daarbij waren zijn solo prestaties subliem! Dit bracht een leuke afwisselende sfeer, dankzij een zalige stem, een overdreven goede kopstem en goede skills op zijn gitaar. Met andere woorden is hij een singer-songwriter in hart en nieren.
Op het podium kwam Gavin James wel hyper over bij zijn nummer presentaties. Maar ondanks zijn koffie-overload en zijn overenthousiasme, was hij nog steeds een topentertainer. Zo maakte hij wel eens een grapje of coverde hij spontaan enkele nummers om het moment te breken. Verder bracht hij een leuke sfeer op het podium.

De Ierse Gavin James verdiende zeker en vast meer toeschouwers. Hij is een zeer goede muzikant en kan een gevoelige snaar raken. Ik raad hem wel aan om meer variatie te brengen in zijn muziek en zich niet enkel te verdiepen in de melodische romantische, drama nummers. Als hij meer variatie zou brengen, zal hij nog sterker groeien in zijn carrière. Hij heeft kwaliteiten à volonté dat iedereen live zou moeten bewonderen. Ik heb er alvast van genoten.

Organisatie: Depot, Leuven

Beoordeling

Courtney Barnett

Courtney Barnett - Heerlijk uit de losse pols binnen een vast kader

Geschreven door

De Australische sing/songschrijfster Courtney Barnett maakt in een charmant nonchalante uitstraling een kruising van indiepop, garagerock, americana en folkpop; een reeks rauwe, stoere, sfeervolle, kwetsbare songs volgen.
In het eerste deel van de set speelde het kwartet nummers van de recente plaat ‘Tell me how you really feel’ . Op dreef gekomen haalde ze krachtig en verbeten uit in het tweede deel .

In de sound, zang en de looks zijn er referenties aan Joan Jett, Chrissie Hynde, Patti Smith , Joni Mitchell, Liz Phair en specifiek in het gitaarspel komen Kristin Hersh (Throwing Muses), Tanya Donelly (Belly), Kim Deal (Breeders), Juliana Hatfield en Polly Harvey ‘old style’ opdraven. En zelf stofte ze ergens die Paisley Underground van Steve Wynn en z’n Dream Syndicate of het latere Pavement op. Je hoort de gitaarunderground in een leuk , aangenaam , ontspannend als vastomlijnd , strak kader. Een speelse, rustige rauwheid en lofi inhoud ervaarden we in het materiaal of het nu sfeervol , meeslepend , broeierig , fel, gedreven klonk.
Flamboyant en zelfverzekerd gaat ze te werk . Eerst kregen we tien songs van de onlangs verschenen tweede plaat , een coolness en warmte , de opbouwende , repetitieve ritmes intrigeerden op openers “Hopefulessness”, “City lost pretty” en “Charity”. Op “I’m not your mother, I’m not your bitch” schudt ze letterlijk alles van zich af , zoals  de titel  van het nummer al liet vermoeden. Het melodieus broeierige “Nameless, facelees” hecht zich vast in het geheugen . Een sfeervolle intensiteit sijpelt door en af en toe wordt er scherp op de gitaren uitgehaald . Een meeslepend , bedreven gespeeld “Sunday roast” sluit dan ook een geslaagd eerste deel af. Een warm onthaal is er en Courtney geniet . Iedereen in de juiste stemming dus.

In het tweede deel worden de snaren strakker gespannen , het tempo opgedreven en haar stem klinkt krachtiger . Een meer straf , jengelende sound in een  strak melodieuze outfit. “Avant gardener” vormt de aanzet , “Don’t apply compression gently” en “An illustration of loneliness sleepless in NY” geven ruimte aan het gitaarspel , bouwen op en  rocken. Gevoeligheid bleef onderhuids aanwezig. Courtney is met haar band op dreef. We komen uit op hitsige , opwindende versies van “Small poppies” en “Depreston” . De sfeer zit er nu goed in en de respons is verdiend. Na een sfeervol spannend “Anonymous club” volgt een ongepolijst rauw melodieus “Pedestrian at best” , haar doorbraaksingle enkele jaren terug .

Na haar aanwezigheid op de zomerfestivals Pukkelpop en Rock Werchter paar jaar geleden, was dit in zaal een must . In de AB klonk ze gematigder , maar we kregen een emotievol rakende set zonder al te veel franjes, heerlijk uit de losse pols binnen een vast kader . Mooi.
Op Sonic City (Wilde Westen, Kortrijk) is Courtney curator , noteer het alvast van 9 – 11 november …
Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/courtney-barnett-30-05-2018/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/loose-tooth-30-05-2018/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Monster Magnet

Monster Magnet - Spacerock, Motherfucker !

Geschreven door

Monster Magnet is nog zo een goeie ouwe band waarbij de rock’n’roll uit alle poriën spat. Ze hebben na al die jaren nog steeds de looks, de attitude én de strakke sound, en ze geven van jetje als een bende jonge wolven die gulzig aan de spacecake hebben gezeten. Bovendien trekken ze zich niks aan van de huidige muzikale trends, er is met name op de nieuwe plaat ‘Mindfucker’ weinig of niks veranderd aan de simpele maar uiterst efficiënte retro-rock formule. Waarom zouden ze, er zit hoegenaamd nog geen sleet op. Op ‘Mindfucker’ stuift Monster Magnet immer stevig door met een portie vuile stoner-, garage- en hardrock met hier en daar een psychedelisch randje.

Dat zet zich ook over op het podium. In de Vooruit bolt Monster Magnet op zijn doel af als een goed geoliede F1 bolide met een hevig ronkende motor en een op hol geslagen knalpot. Van een opwarmingsronde is er geen sprake, al vanaf minuut nummer één ligt het gevaarte met de klassieker ‘Dopes To Infinty’ op kruissnelheid. Daarna raast Monster Magnet door met een snerend trio uit die nieuwste plaat. “Rocket Freak”, “Soul” en “Mindfucker” zijn stuk voor stuk hete lavabrokken die de kenmerkende power, de gedrevenheid en de tomeloze energie van dit zwaar rockende gezelschap meer dan ooit uitstralen.

Er zit serieus wat vaart in de set, er worden nauwelijks pauzes genomen tussen de songs, de trein dendert stevig door en ballads zijn even ver te zoeken als goudvissen in de Nevada woestijn. De loden riffs waarop het geweldige oudje “Look To Your Orb For The Warning” voortdrijft brengen de heavyness enkele graden naar boven, en het monster graaft zelfs nog wat dieper in het verleden met een smerig “Dinosaur Vacume” uit ‘Superjudge’, een album dat onlangs 25 kaarsjes mocht uitflikkeren.

De slopende jaren lijken trouwens al bij al nog niet zo een vat te hebben gehad op de band. David Wyndorf heeft al een zwaar leven achter de rug, met onder meer overmatig drankgebruik en een gebeurlijke overdosis medicijnen, maar op zijn zestigste ziet de charismatische frontman er nog bijzonder rock’n’roll uit en lijkt hij de tijd van zijn leven te hebben. Wat trouwens ook geldt voor de voltallige band, die gasten hebben er echt goesting in.

Nog zo een klepper uit de nieuwe plaat is het wilde “When The Hammer Comes Down” dat de ideale springplank is naar de onsterfelijke beestjes als “Negasonic Teenage Warhead” en de publiekslieveling en ondertussen Monster Magnet’s ultieme lijfsong “Space Lord”, waarin de motherfuckers met honderden tegelijk de lucht invliegen.

Een bisronde kan niet uitblijven, en ook deze is uitmuntend, ruig en wild. Het nieuwe “Ejection” vliegt er snel en hard tegenaan en klinkt een stuk feller dan op plaat. Wat volgt is een verbluffend en majestueus “End Of Time”, niet meteen Monster Magnet’s bekendste song, maar wel een formidabele retro hardrocker die zich manifesteert tot één van de hoogtepunten van de avond. Als ultieme toetje mag het publiek op de tonen van een vlammend  “Powertrip” een laatste keer uit de bol gaan.

De Vooruit kan een zoveelste legendarische concertje in de boeken registreren.

Organisatie: Democrazy, Gent

 

Beoordeling

Pagina 132 van 386