logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Suede 12-03-26
Concertreviews

Midlake

Hoed af voor de muzikale moed van Midlake

Geschreven door

Le Grand Mix liep behoorlijk vol voor de Texanen van Midlake. Een deel van het Franse publiek werd ongetwijfeld ook gelokt door Cascadeur, een ons onbekende Fransman die dringend de landsgrenzen moet oversteken want de breekbare muziek die deze excentriekeling liet horen verdient een internationaal publiek. Zijn stem deed ons bij enkele uithalen denken aan Jeff Buckley terwijl ze bij ingetogen gebruik erg appelleert aan Anthony zonder zijn Johnsons, een associatie die versterkt werd aangezien deze solo optredende artiest zich grotendeels beperkte tot zang en piano. Na een uitvoerig dankwoord sloot hij zijn eerder intimistische set af met het speelse “Bye Bye” waarin hij volop gebruik maakte van de elektronische speeltjes die hij op het podium gesleurd had.
De pracht die Cascadeur ons presenteerde betrof allesbehalve het ruwe geweld dat men op basis van zijn naam en uiterlijk (voortdurend houdt hij een soort catch-masker op) zou verwachten. Hou deze kerel in de gaten want het zou ons niet verbazen indien hij ooit ook buiten Frankrijk komt stunten.

Onze avond was dus al vroeg geslaagd en dan moest de hoofdact er nog aan beginnen. Het zevental dat het podium betrad had geen nood aan een opwarmingsronde want onmiddellijk klonk hun rijke klank smetloos. Het ligt niet meteen voor de hand dat vier gitaristen, één bassist, een drummer en een dwarsfluitspeler van bij de aftrap harmonieus musiceren, Midlake bewees echter dat het kan. Opener “Winter Dies” vloeide naadloos over in “The Courage of Others” en toen ze vervolgens met “Van Occunpanther” en “Young Bride” teruggrepen naar hun doorbraakalbum (het vier jaar oude ‘The Trials of Van Occupanther’) hadden we moeite om jubelkreten te onderdrukken.
Het merendeel van de set bestond logischerwijze uit materiaal dat prijkt op het splinternieuwe ‘The Courage of Others’. Nadat de openingsnummers ons al overtuigd hadden van het feit dat ook hun recentste worp eeuwigheidswaarde verdient, bevestigden ze dit met verve in hun vier volgende songs: het erg naar Pink Floyd (en in iets mindere mate naar Radiohead) neigende“Bring Down”,het voor de verandering eens met blok- i.p.v. dwarsfluit opgeluisterde “Fortune”, het met een vrij stevige elektrische gitaren op gang gebrachte “The Horn” en “Small Mountain” waarin frontman Tim Smith zelf ook even de dwarsfluit ter hand nam. Waren we zo belachelijk/oud (schrappen wat niet past) om een hoed te dragen, dan zouden we er ons dan en daar ostentatief van ontdaan hebben want dat muzikale salvo was meer dan ‘Chapeau’!
Net toen we dachten dat ze er in één ruk gans hun laatste plaat gingen doordraaien, weerklonk eerst “Bandits” en zette men nadien het eveneens uit ‘The Trials of Van Occupanther’ stammende “Roscoe” in. Dit laatste gebeurde met een stevige jam die gewoonlijk gehanteerd wordt om een lang einde te breien aan een song terwijl Midlake dus de omgekeerde beweging maakte. Spijtig genoeg bleek men in die intro-jam veel pijlen verschoten te hebben want toen men uiteindelijk aan het spelen van hun grootste hit zelf toekwam, hoorden we de eerste foutjes in hun samenspel sluipen. Tijd om wat gas terug te nemen en dat deden ze gelukkig ook met het grotendeels akoestisch gebrachte “Acts of Man”. Toen er weer wat slordigheidjes kropen in “Rulers, Ruling All Things” was het duidelijk dat er wel degelijk wat vermoeidheid in het zevental geslopen was, iets wat we ze niet euvel kunnen duiden want ze hadden reeds een dik uur op een extreem hoog niveau gemusiceerd. Tot onze opluchting bleek het slechts een dipje te zijn want in “Core of Nature” hoorden we op het einde wel een scheurende gitaarsolo en mocht ook de drummer zich eens uitleven maar waren we vooral opnieuw getuige van het harmonieuze samenspel waarin Midlake zo excelleert.
Luid en lang applaus werd hun verdiende deel waarna het hemelse “Branches” weerklonk in een dromerige versie die muzikaal niet zou misstaan op de soundtrack die Air brouwde bij ‘The Virgin Suicides’. Na een lang uitgesponnen maar beheerst gebrachte gitaarsolo namen de Texanen afscheid van het dankbare publiek.
Niet veel later werd Le Grand Mix getrakteerd op een erg gedreven versie van toegift “Head Home”, één van de vele uitschieters die pronkt op hun voorlaatste plaat. Na anderhalf uur zetten de Texanen een punt achter hun set die volledig teerde op hun laatste twee albums. Op weg naar buiten hoorden we iemand beweren dat hij ‘too much guitars’ gehoord had, een conclusie waar we ons als liefhebber van het betere snarenwerk niet bij aansluiten.

Op 23 april speelt Midlake in de Antwerpse Trix en op 1 juli vindt u ze in de Pyramid Marquee te Werchter. Wie affiniteit heeft met de betere folkrock en daarbij niet vies is van een paar gitaartjes meer of minder, weet dus waarheen. See you there!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Beoordeling

M

M blijft Mister Mystère …

Geschreven door

M-, alias Mister Mystère, alter ego van Matthieu Chedid (de M trekt zich zelf door tot in zijn kapsel), stelde in december vorig jaar zijn laatste album ‘Mister Mystère’ (2009) voor in de AB. Vorige week donderdag was hij te zien Vorst Nationaal, goed voor twee uitverkochte avonden. Chedid, alvast geboren onder een gelukkig gesternte als zoon van zanger Louis Chedid en schrijfster en dichteres Andrée Chedid, profileert zich als multi-instrumentalist en producer (hij producete o.a. het album Divinidylle van Vanessa Paradis en verzekerde de gitaarpartijen op haar tournee in 2007). In 1999 zet hij voor het eerst een stevige plaat neer, Je Dis Aime, waarvoor hij een Victoire krijgt voor beste concert en gelauwerd wordt als beste mannelijke performer (in 2000 en 2005).

Jammer genoeg lijken deze eretekens zich niet te vertalen naar 2009 (tenzij men in Frankrijk andere criteria hanteert). De Morgen berichtte over het concert in december en schuwde de kritiek niet: Chedid werd geportretteerd als carnavaleske volksmenner die zich van elk rockcliché bediende: ellenlange gitaarsolo’s, een vervelende drumsessie als interludium, hanerige gitaristenposes (G. Van Assche, Virtueel curiosium in een ‘time warp’, De Morgen, 21 december 2009). Ook in Vorst meer van hetzelfde:klassiekers zoals Je Dis Aime en Le Roi des Ombres waren onherkenbaar onder zoveel gitaargeweld. Chedid wilde zich blijkbaar als Jimmy Hendrix-descendent in de verf zetten: gedurende zeker 20 minuten rende hij de zaal door om af en toe een stevige rif neer te zetten. De melodieën van deze klassiekers waren onherkenbaar, onafscheidbaar van elkaar geworden.
Tragere en eenvoudigere nummers als La Bonne Etoile (met zijn zus als adembenemende tweede stem) en La Fleur kwamen dan weer beter tot zijn recht en ookde techno-interludia en electro-popsongs als Hold-Up kwamen nog goed uit de verf tegen het witte retro-futuristische decor. Maar dit kon niet op tegen missers zoals de franstalige cover Close tot Me van The Cure, dat volledig van zijn bezwerende mysterie werd ontdaan. Bovendien werd ik een beetje moe van zijn pogingen om het publiek te ‘entertainen’ (éénmaal kon hij het publiek niet stil krijgen omdat iemand tijdens het moment suprême telkens weer “à poil” door de zaal scandeerde…).

Conclusie: Chedid is gezegend met een magnifieke stem waarmee hij alle toonaarden aankan, heeft zich als producer bewezen en beschikt over een talent om de perfecte popsong te componeren (denk maar aan het aanstekelijke Onde Sensuelle). Alleen jammer dat we daarvan niet te veel meekregen donderdagavond. We weten ondertussen wél dat hij de gitaar zelfs met de tanden kan bespelen…

Chedid toert nog tot volgend jaar met de Mister Mystère-tour doorheen Frankrijk, inclusief een twintigtal optredens in de Olympia in Parijs.

Setlist (tot de bisnummers): Crise, Myster Mystère, Tanagra , Le roi des ombres, Close to Me, ça sonne faux , Hold up, La Fleur, Est-ce que c'est ça ?, La Bonne Étoile, Délivre , Je les adore , Jam, Je dis aime, Je me démasque , Le Complexe du corn-flakes , Je me suis fais la belle (Louis Chédid cover) (with Louis Chédid) , Amssétou

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Balkan Beat Box

Balkan Beat Box: Feestgedruis , maar eentje met inhoud!

Geschreven door

De vrolijke NYse bende Balkan Beat Box houdt van een feeststemming … maar eentje met een boodschap van ‘love, peace, understanding en unity’. Iets wat we al in het vaandel droegen door Michael Franti, trouwens één van de invloeden van dit bont allegaartje.

Balkan Beat Box is na drie jaar ‘back in town’, met de cd ‘Blue eyed black boy’ en de komende maanden zullen we opnieuw kunnen dansen op hun sound van beats & basses, melodieuze saxen en  opzwepende drums en percussie; een inventieve, explosieve en brede mengelmoes van Balkan, zigeuner/gypsy, rock, folk, fanfare, polka, Mediterrane klanken (Arabisch – Aziatisch) en hiphop, met uitlopers naar de klezmer en bhangra (N –Afrikaanse invloeden) . Kortom, een moeilijk te vatten stijl, die zorgt voor een broeierig sfeertje en verbroederingsfeestjes.
Ze toonden met hun ‘global grooves’ aan een geoliede feestmachine met diepgang te zijn. Af en toe bonden ze wat in, maar de power, de energie en de fiësta zorgden voor opwinding en een happy dansgevoel.
Het bonte gezelschap put kracht uit Taraf de Haïdouks, Mano Negra, Rachid Taha, Kocani Orkesatar, Asian Dub Foundation en Transglobal Underground (feat. Natacha Atlas) en plaatst zich naast een Shantel, Gogol Bordello en Goran Bregnovic.
De zomerse cocktail, de raps en de op Värttina leasing gezangen, sloegen aan bij het talrijke (jonge) publiek, die uitbundig reageerde. Kleur kreeg het partygehalte door de golvende bewegingen, de crowdsurfende jonge gasten en de V –vingers in de lucht.
De aanstekelijke, dansbare melodieën, de repeterende trancy ritmes, de Balkan fiësta, de afro ‘Leftfield’ klanken, de slangbezwerende instrumentale tussendoortjes en de raps vingen het mainstream middendeel meer dan goed op, zorgden voor variatie, dreven het tempo op en hitsten de menigte op, wat een schitterende finalereeks opleverde en de temperatuur deed stijgen.

Welke song het ook betrof, van “Move it”, “Marche dela vida”, “Gypsy queens” of de titelsong van de huidige cd, Balkan Beat Box speelde feestelijke knallers voor een wervelende livegig, zonder de Oost-Europese authenticiteit te verliezen. Op het einde kon iedereen mee het podium op!
Dat belooft voor de festivals, de komende zomer. Feestgedruis , maar eentje met inhoud!

Ook de Balkanworld en beats’n’pieces vòòr en na de show was mooi meegenomen, een ideale warming up om er de sfeer in te houden … de juiste beats’n’grooves dus!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Aéronef, Lille 

Beoordeling

Daniel Johnston

Domino 2010: Daniel Johnston: tussen medelijden en ontroering

Geschreven door

Het Domino-festival kon net als drie jaar terug de levende legende Daniel Johnston op de affiche zetten. Geïnteresseerden kregen in de grote zaal van de Ancienne Belgique een heus avondvullend programma gepresenteerd.
In de vooravond werd ‘The Devil and Daniel Johnston’ op groot scherm geprojecteerd, een documentaire die niemand onberoerd laat. Van jongs af aan bulkte Johnston van creativiteit hetgeen zich uitte in enthousiaste vormen van regisseren, acteren, tekenen, dichten en musiceren. In afwachting van het concert kon men in de AB een dertigtal van ’s mans tekeningen bewonderen.
De immense tragiek van Daniel Johnston schuilt in het feit dat ‘s mans waanzin al iets te vaak zijn talenten overschaduwd heeft. Hij draagt duidelijk de tekenen van zijn jarenlange strijd tegen de duivelse krachten die hij voortdurend meent te moeten bekampen. Het heeft lang geduurd vooraleer men de medicatie gevonden heeft die hem toelaten om relatief normaal te functioneren. Men ziet en hoort dat er tijdens die moeilijke zoektocht aardig wat onherstelbare neurologische schade opgelopen werd.

Tijdens zijn huidige tournee laat Johnston zich bijstaan door het elfkoppige Beam Orchestra. Deze Nederlanders komen de ene keer jazzy uit de hoek, de andere keer klinken ze als een ouderwetse big band en heel soms deed hun sound ons denken aan de vele live-albums die Frank Zappa ons naliet. Wie na die eerste minuten nog dacht dat de muzikale verfijning mogelijks toch nog hoogtij zou vieren, kwam snel bedrogen uit. De rommelige opkomst van Daniel Johnston zette meteen de toon: eerst was hij onverstaanbaar omdat de microfoon niet aangesloten bleek, vervolgens hoorden we hem eventjes veel te luid en toen het geheel wel goed afgesteld was, kon iedereen vaststellen dat hij vocaal nog steeds nergens staat. Ook zijn krakkemikkige gitaarspel is de voorbije jaren niet echt de goede kant op gegaan. De ontroerende overgave waarmee Johnston zijn nummers brengt, zorgt er echter voor dat hij wegkomt met het feit dat hij weinig toonvast is en vaak uit het ritme speelt en zingt (om nog maar te zwijgen over de vele valse noten die hij uit zijn gitaar en strottenhoofd krijgt). Een mens gaat immers niet naar zijn concerten om te kunnen genieten van het puur muzikale maar om getuige te zijn van het ‘curiosum’…..een gedachte die ons in Brussel soms wel met een schuldgevoel opzadelde (iets waar we van verlost geraakten door de gedachte dat deze uitzonderlijke artiest ten volle geniet van het succes dat hem nu te beurt valt).
De grote verdienste van Daniel Johnston ligt in de kwaliteit van zijn songs. Wie deze laatste woorden in twijfel trekt, verwijzen we bij deze naar de in ’04 verschenen tribute plaat ‘The Late Great Daniel Johnstonwaarop o.a. Tom Waits, Beck, Death Cab For Cutie, TV On The Radio en Eels zijn songs coverden.
Een groot deel van zijn liedjes doen, net als de man zelf, kinderlijk aan. Enkele omstaanders geraakten in de AB volledig vertederd en zuchtten zelfs ”zo schattig!” toen ze hem zwaar bevend over het podium zagen struinen in zijn wat slordige trainingsbroek. Zelf voelden we meer dan eens vertwijfeling omdat we heen en weer gesleurd werden tussen medelijden en ontroering. Vooral tijdens “Desperate Dan” (waar zijn begeleidingsband volledig de big band-tour opging en Johnston zich inspande om als een ware crooner te klinken) en “Worried Shoes” (met de twee strijksters in een prominente rol) kregen we samen met velen een krop in de keel.
Na drie kwartier verliet de ster van de avond enkele minuten het podium hetgeen het Beam Orchestra toeliet om enkele uitgebalanceerde arrangementen ten berde te brengen.
Vervolgens trapte Johnston met “Wicked World” de tweede helft op gang waarna het uit ‘1990’ stammende “Devil Town” (over een acid-trip die hij had in Austin, Texas) illustreerde dat hij waarschijnlijk beter “neen” had gezegd tegen drugs. Het hilarische “Walking the Cow” uit het legendarische ‘Hi, How are you?’ kreeg een opzwepende begeleiding van de blazers-sectie die recht uit de STAX-stal leek te komen.
Ook de laatste CD, het onlangs verschenen ‘Is And Always Was’, kwam in ruime mate aan bod. Eén van de hoogtepunten betrof de scheurende versie van “Fake Records of Rock and Roll” waarin de gitaristen voor het eerst een beetje loos mochten gaan.
Op het einde wenst Daniel Johnston het publiek een vrolijk kerstfeest om vervolgens het beklijkvende “True love will find you in the end” in te zetten.

Een eerste bis betrof het solo declameren van een litanie waar we eerlijk gezegd nogal weinig van verstaan hebben. Nadat een aanzienlijk deel van het publiek de zaal reeds verlaten had, keerde hij samen met het voltallige Beam Orchestra terug om “Beatles” te spelen, zijn persoonlijke hommage aan zijn grootste muzikale idolen.

Tussen de documentaire en de passage van Daniel Johnston kreeg Tommigun, het nieuwe project van Thomas Devos (Rumplestitchkin) en Joeri Cnapelinckx (Kawada), de kans om hun debuut-CD aan het grote publiek voor te stellen. Het vijftal deed duidelijk zijn best maar de eerlijkheid gebiedt ons om op te biechten dat ons hoofd na ‘The Devil and Daniel Johnston’ niet naar hun sfeervolle indie-rock stond. Moge ze het ons vergeven! Hopelijk kunnen we hen later dus nog eens aan het werk zien op een meer geschikt moment want in de AB waren we te veel van de kaart om aandachtig te kunnen luisteren naar hun set.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel ikv Dominofestival 2010

Beoordeling

Karma To Burn

Karma To Burn - Als een wilde bizon

Geschreven door

Na 9 jaren van stilte volgend op hun magnum opus ‘Almost heathen’ is Karma To Burn terug met een vers album ‘Appalachian Incantation’. Het concept is hetzelfde gebleven, titelloze instrumentale heavy rocksongs ergens tussen Sabbath en Kyuss. Niet bepaald een formule om miljoenen platen mee te slijten, maar toch heeft KTB in al die jaren een trouwe horde fans bijeen verzameld. Ook in België, zo blijkt, want Het Depot is toch voor meer van de helft volgelopen voor deze niet voor de hand liggende metal groep.

Karma To Burn raast als een wilde bizon doorheen Leuven. Hun songs zijn rauwe mokerslagen die met brute power inbeuken op de zaal. Het draait allemaal om dreunende en vette riffs (geen solo’s !) met een cruciale rol voor bassist Richard Mullins, die steeds in ware Kim Clijsters spreidstand, met zijn spitse basslijnen de totaalsound van Karma To Burn een enorme boost geeft. Gitarist William Mecum ramt splijtende heavy en stoner- riffs uit zijn instrument en drummer Rob Oswald heeft blijkbaar ook al een vergevorderd stadium van razernij overschreden. Een geweldig trio dus, met een monstersound als gevolg. Vrij indrukwekkend toch hoe een band zonder ook maar één woord te zingen geen seconde weet te vervelen.

In al die tijd dat KTB op non actief stond heeft Mullins trouwens de band Year Long Disaster in het leven geroepen, een band waarmee hij hier zelf voor het voorprogramma zorgt. Bij YLD wordt er wel gezongen en dit nota bene door zanger gitarist Daniel Davis, zoon van Dave Davies van The Kinks. De man zijn strot, en ook het volledige geluid trouwens, doet ons nog het meest denken aan Wolfmother. Enig minpuntje, de zang komt er maar flauwtjes door, alsof de microfoon van dienst weet dat hij een Karma To Burn avond tegemoet gaat en hij dan ook niet bijster veel zal moeten presteren. Toch weet YLD met een weliswaar te korte set te overtuigen. De groep heeft overigens een puik album uit, het heet ‘Black Magic : All mysteries Revealed’, maar U moet liefhebber zijn van Zep, Sabbath en Purple om te kunnen volgen.

Fijne avond. Wij vragen ons wel af hoeveel man (of misschien liever vrouwen) er nodig zijn om bassist Richard Mullins zijn benen na het optreden terug dicht te krijgen.

Organisatie: Depot, Leuven

Beoordeling

Fuck Buttons

Fuck Buttons: Beautiful noise

Geschreven door

Ondanks twee alombejubelde albums, kon het Engelse duo Andrew Hung en Benjamin John Power, ook bekend als Fuck Buttons, op weinig belangstelling rekenen. Slechts 150 bezoekers waren getuige van een quasi integrale versie van hun laatste wapenfeit 'Tarot Sport', aangevuld met enkele nummers uit hun knappe en zinderende debuut 'Street horrrsing'.

De heren stonden recht tegenover elkaar met hun apparatuur, klaar voor een confrontatie met het publiek. Hun avontuurlijke en hypnotiserende cocktail van electronica, noise, soundscapes/drones en post-rock nodigde de aanwezigen uit tot een bevreemdende en dromerige trip. Invloeden van Wolf Eyes, Suicide, Liars, Black Dice, Boredoms en  Spacemen 3 waren aanwezig, doch niet storend. Er was wel degelijk sprake van een eigen identiteit. Met het gruizige en krakende openingsnummer “Surf solar” kreeg het publiek de indruk dat ze de ruimte in werden geschoten. Het dansbare, gebalde “Rough steez” en de broeierige en atmosferische track “The Lisbon maru” volgden.
De toeschouwers genoten van de pulserende ritmes, tribal beats en zweverige keyboards.
De subtiele, elegante trance van “Olympians” en “Space mountain” stelden de dansspieren op de proef. Met de vervormde, creepy vocalen en knarsende, piepende dreunen van “Sweet love for planet earth” en “Bright tomorrow” werd nog even teruggeblikt naar 'Street horrrsing'.
Sluitstuk van de avond was het uiterst genietbare en epische “Flight of the feathered serpent”.
Minpunt was het volledig ontbreken van contact met het publiek, noch was er sprake van bisnummers.

De kemphanen creëerden één uitgesponnen track, zoals op hun cd's. Het was aan de luisteraars om de toegevoegde waarde ervan te bepalen. Ondergetekende gaf hen het voordeel van de twijfel. Het was aangenaam, maar weinig verrassend. De toekomst zal uitwijzen of ze met hun kleurrijke, sfeervolle klankentapijt ons kunnen blijven boeien …

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Beoordeling

Band of Horses

Mooie Band Of Horses, maar nét niet magisch

Geschreven door

Net vóór het optreden van onze favoriete Amerikaanse indie band (tegenwoordig opererend vanuit South Carolina) kregen we de kans om een kort interview te houden. Opperhoofd Ben Bridwell werd gereserveerd voor een interview voor Radio 1, terwijl wij de kans kregen om drummer Creighton Barrett en toetsenist Ryan Monroe, enkele vragen te stellen over het nieuwe album ‘Infinite Arms’. Het werd een gemoedelijk, openhartig gesprek waarin beide heren mij afwisselend te woord stonden.
Het nieuwe album kreeg oorspronkelijk de titel ‘Night Rainbows’ mee maar werd al vlug herdoopt in ‘Infinite Arms’. De band is erg trots op deze nieuwe plaat omdat dit het eerste, echte Band Of Horses album is waar de ganse groep aan meewerkte. De songs op de vorige platen werden enkel door Ben Bridwell geschreven, terwijl deze nieuwe schijf een groepssamenwerking is. Iedereen werkte mee aan het songwritergebeuren en bovendien produceerde men de plaat zelf. Wat de groep een zeer bevrijdend gevoel gaf. De songs werden gepend tijdens het vele toeren van de afgelopen jaren, wat de albumsound dan ook weer sterk beïnvloedde. De nieuwe plaat klinkt bij momenten harder als tevoren maar ook de weemoedige, fijne, meerstemmige countryrock composities komen ook nu weer uitvoerig aan bod.
Daarnaast vertelde Creighton heel erg trots te zijn over het feit dat de band straks met Pearl Jam mag gaan touren. Een droom die voor hen in vervulling gaat. Toen ik vroeg wat we die avond konden verwachten zei Creighton me “It’s gonna be a blast!, with classics and many new songs”.

Net zoals twee jaar terug (15/3/2008) was de Botanique in een mum van tijd uitverkocht. De band is op zeer korte tijd onvoorstelbaar groot geworden en daarom is het toch een beetje vreemd dat ze nu opnieuw in de Botanique geprogrammeerd stonden. Ongetwijfeld zou de Ancienne Belgique wel een haalbare kaart geweest zijn. In 2008 durfde ik na het optreden nog stellen dat dit een superband in wording was. Vandaag ben ik voorzichtiger en twijfel ik of Ben Bridwell & co dit Indie wereldje kunnen overstijgen. Algemeen kan ik stellen dat ik te weinig vooruitgang heb gezien en het optreden bijna een kopie leek van twee jaar eerder.

Ook zo voor Ramsey Tyler, vaste gitarist van Band Of Horses, die ons ook deze keer mocht opwarmen.
Had dit akoestische setje van Tyler twee jaar terug nog een duidelijke meerwaarde, deze keer kwamen de songs uit ‘A Long Dream About Swimming Across The Sea’ niet echt tot z’n recht en moeten we dit halfuurtje jammer genoeg klasseren als eerder slaapverwekkend. Het publiek kent natuurlijk ondertussen Tyler als gitarist van Band Of Horses kwam ook al niet veel verder dan een beleefdheidsapplausje.

Even na half tien begon Band Of Horses aan een begeesterende set die ruim 100 minuten duurde. Er werd sterk geopend met “Factory”, dat ook de openingstrack moet worden uit ‘Infinite Arms’. Een zeer melodieuze track waarin de meeslepende gitaarsound bepalend is. Voetenstamper “The Great Salk Lake” botste op herkenning en liet al meteen duidelijk horen dat de band moeiteloos de brug maakt tussen melodie, potige rock en pure melancholie. Tijdens het vrij stevige en korte “The Northwest Appartment” ging de geluidstechnicus even door de bocht en deed deze rocksong onrecht aan door het volume nog wat op te schroeven. Gelukkig zat de geluidsbalans weer op een aanvaardbaar niveau toen “Is There A Ghost?” werd ingezet. Een ingetogen intermezzo volgde met “Infinite Arms”, de Gram Parsons cover “A Song For You” en het superaanstekelijke “Older” (de song komt gelukkig ook op het nieuwe ‘Infinite Arms’!), dat niet door Ben maar wel door toetsenist/gitarist Ryan Monroe werd gezongen. Dat het bijzonder goed klikt tussen Monroe en Bridwell was duidelijk te zien en te horen tijdens de meerstemmige vocale stukken. De twee keken als waren verliefden elkaar in de ogen en vulden elkaar vocaal perfect aan. De onverslijtbare falset stem van Bridwell kwam deze avond toch soms in het gedrang toen hij in de hoogte wou uithalen. De vermoeidheid, het eindeloos toeren zal hier ongetwijfeld de bepalende factor zijn. Toch smeet de band zich tot het einde van de set onverbloemd en genadeloos voor de voeten van het Brusselse publiek. Losgeslagen en toch soms onzeker typeerde de wat slordige podiumprestatie. De mindergeslaagde grapjes (zoals het eindeloos bedanken van Ramsey Tyler om het voorprogramma te spelen) hadden we ook de vorige keer gehoord en verdoezelden enkel dat de band toch nog wat aan speelritme ontbrak. De finale met vooral “Ode To LRC” en de tijdloze Indie klassieker ‘The Funeral’ waren dan weer groots. Het hoogtepunt van de avond was echter “Evening Kitchen”, een akoestische countrypopsong uit het nieuwe ‘Infinite Arms’, dat werd gebracht van op de brug die van de coulissen naar het podium leidde. Een onvergetelijk moment!!

Band Of Horses is een ijzersterke live band. Toch was er twee jaar terug veel meer magie aanwezig en moet ik stellen dat er net iets te weinig vooruitgang is gemaakt richting het grote publiek. De nieuwe songs uit ‘Infinite Arms’ (uit op 17/5 bij Sony/Columbia Rec) doen echter veel goeds verwachten voor de toekomst. De band beloofde ook dit najaar nog terug te komen om dan ongetwijfeld enkele zaken recht te zetten en de nieuwe plaat nog wat uitgebreider te komen voorstellen.

Setlist:
*Factory *The Great Salt Lake *Too Soon *
The Northwest Appartment *Weed Party
*Is There A Ghost? *Infinite Arms *Older *A Song For You *Marry Song *No One’s Gonna Love You
*Blue Beard *Cigarettes, Wedding Bands *Laredo *Ode To LRC *The Funeral *Writers
*Evening Kitchen
*Snow *Sugarcube

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Pantha Du Prince

Veellagige soundscapes van Pantha Du Prince

Geschreven door

Pantha Du Prince is het alter-ego van Hendrik Weber, een Duitse producer en DJ, die nu vanuit Berlijn en Parijs opereert, en al een tiental jaar releases op het Hamburgse Dial-label uitbrengt.
Pantha krijgt met zijn derde album, ‘Black Noise’, een ruimere erkenning buiten het danswereldje. De albumtitel verwijst naar de gekleurde ruis, de stilte voor een natuurramp zoals een vulkaanuitbarsting of een aardbeving, die enkel door dieren opgepikt wordt. Een deel van het album werd opgenomen in de Zwitserse Alpen, in een chalet naast het puin van dorpje dat in 1816 onder een aardverschuiving verdween. Op dit veellagige album worden elektronica, akoestische instrumenten en natuurlijke omgevingsgeluiden geïntegreerd, en vind je onder meer gastbijdrages van leden van Animal Collective en LCD Soundsystem. Dit album past dus even goed op de dansvloer als op zondagavond in Duyster, met zijn mix van dromerige soundscapes, psychedelische invloeden, Detroit techno en Duits minimalisme.

Dik verscholen onder het kapje van zijn trainingvest, en met een fles vodka naast zijn laptop, begon Hendrik Weber in Petrol aan een korte set waarin vooral het nieuwe album aan bod zou komen. Met een subtiele waterval van belletjes werd het eerste nummer of gang getrokken, en waren we vertrokken voor een lange dubby trip, met vervreemdende soundscapes waar Boards of Canada of Nathan Fake wel een patent op hebben. Ook de onwereldse psychedelica van Animal Collective had wel enige raakpunten met de composities van Pantha du Prince.
Een clubpubliek kan je natuurlijk niet bij de les houden met drones en bliepjes alleen, zodat de beats na een paar nummers meer op de voorgrond kwamen. Pantha Du Prince wordt soms als minimal techno omschreven, maar dat doet eigenlijk geen recht aan de veellagigheid van de tracks, de beats stuiteren altijd wel op twee of drie niveaus verder, zodat je moeilijk van minimal kan gewagen. Qua filosofie leunen de composities veel dichter aan bij het werk van Autechre of de aanpak van de artiesten op het Warp label, midden jaren negentig, maw altijd op zoek naar nieuwe verrassende geluiden en invalshoeken. Bij momenten doken er ook dubstep invloeden op, zij het in de uitgepuurde Duitse stijl a la Moderat.

Het jonge volkje dat in dit paasvakantieweekend eens goed wou feesten, gooide naar het einde van de set dan ook tevreden de handjes in de lucht.
Als je Pantha Du Prince dit jaar nog eens aan het werk wil zien, kan je deze zomer op Les Ardentes terecht.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

Beoordeling

Pagina 327 van 386