logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Ora Cogan
The Cure
Festivalreviews

Pukkelpop 2012 – vrijdag 17 augustus 2012

Geschreven door

Pukkelpop 2012 – vrijdag 17 augustus 2012
Pukkelpop 2012

Op dag 2 van Pukkelpop was het warm– bloedheet zelfs; 66000 bezoekers trotseerden de hitte. Muzikaal hadden we een drankcontainer klaar en kon je makkelijk het kaf van ‘t koren onderscheiden … De reünieconcerten vandaag waren uitermate geslaagd …
Een overzicht van ons parcours …

… Zoals een Keane in loop van de avond . Knuffelbeergehalte voor een Pukkelpop  publiek … Publiekslieveling Chaplin charmeerde en trakteerde op een ‘best of’ . Hun recente album ‘Strangeland’ klinkt minder geforceerd en gaat terug naar de begindagen; op die manier heb je een reeks gevoelige popsongs  met een zalvend weerhaakje, aangevuurd door pianist/toetsenist Tim Rice-Oxley; van “Crystal ball”, “Bend & break”, “Spiralling”, “This is the last time” tot “Everybody’s  changing”, “Somewhere only we know “ en “Is it any wonder”  … Tja , die mannen hebben al een pak ‘Feelgood’ songs op hun actief en waren duidelijk een hitmachine . .

Later op de avond The Stone Roses, de Manchester band die de jaren ’90 inluidde met hun memorabel titelloos debuut, én die de Britpopscene ‘opnieuw ‘ in kaart bracht. Persoonlijk moet ik terug gaan naar het Futuramafestival Deinze, en dan spreken we al van ’89- ’90, dat we de band nog aan het werk zagen . We keken alvast uit wat deze reünie kon betekenen . Brown en de zijnen speelden een snedig, gedreven , slepende set en ondanks de spanningen die er kunnen heersen, zijn zij sterk op elkaar ingespeeld . Wat een gitaarriffs, effects , diepe basstunes en overweldigende drums .  We genoten van hun versies “I wanna be adored”, “Sally cinnamon”, “Ten storey love song”, “Fools gold” (wat een versie btw) , “Waterfall” , “Love spreads”, “ This is the one” en “ I am the resurrection” . Heerlijk uitgesponnen bezwerende songs . Geniaal!  
Brown kan  een nors, vies opzicht hebben en smoelen trekken, maar in een goede bui is hij tot veel in staat en naast de stem vaste zang , kon er wat ‘fun ‘ van af met figuurtjes en papieren vliegtuigjes voor de camera . De drummer was in de nineties blijven hangen met z’n zomerhoedje op … ‘Mad’chester op z’n best …

En eerder op het hoofdpodium?
Rode schoenen met veters zagen we zwaaien van uit het publiek … Inderdaad , vroeg op de middag speelde het amicale duo Steven Ansell – Laura-May Carter, Blood Red Shoes , al voor de vierde keer op Pukkelpop; dynamiek , opwinding en standvastigheid is iets dat ze perfect beheersen . Een treffend en stevig samenspel, al is de nieuwe plaat ‘In time to voices’ minder hitsend , ze staan er op de Mainstage en brachten  een furieuze lijst van “It’s getting bored by the sea”, “Dont ask”, “Say something, say anything”, “I wish I was someone better” en een zwetende “Je me perds “.

Maxïmo Park
moet het nog steeds hebben van hun eerste twee platen van springerige en energieke postpunk.  Ze gaan breder en klinken gevoeliger op het nieuwe werk,  maar die postpunk van “Girls who love guitars”, “Apply some pressure”   en “Book from boxes” blijven we van houden . En met een zanger Paul Smith , die zo geplukt kan zijn uit een notoire Britse serie. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen nu minder onder de indruk te zijn van dit enthousiast spelende gezelschap .

Ideaal bij dit zomer weer …de fris, twinkelende, aanstekelijke, dansbare pop van Two door cinema club, die binnenkort nieuw werk zullen uithebben . Af en toe hoorden we al een tip van de sluier , maar op ‘t eerste zicht blijft het ons nog niet bij . Afwachten tot er meer werk van te horen zal zijn met hun cluboptreden in de Bota november a.s.  Onder de brandende zon boden ze aangenaam , ontspannende ijsblokjes en zijn het  de singles “Do you want it all”, “This is the life”, “Something good can work” , “Eat that up, it’s good for you” en “You’re not stubborn” die ‘em deden …

De Zweedse Lykke li moest de onwennigheid wat doorbreken op zo’n grote stage . Bevreemdende (triphopsounds), sfeervolle  en toegankelijke synthpop gingen hand in hand samen, met een zangeres die meer en meer uit haar schelp kwam . Net als bij Björk zagen we bij die sound een acterende dame. Haar songs werden fors ondersteund van synths en percussie, met een knipoog naar The Knife . “Sadness is a blessing”, “Little bit” , “Get some” en “I follow rivers” stonden garant voor een fijn optreden, al had men toch beter een switch gedaan met Goose  die de  Marquee deden ontploffen  ...

In de Marquee kregen we al vroeg op de middag de stoner/postmetal/sludge  van de Texanen O’Brother , slepende songs, met een onderhuidse spanning  die durfden te exploderen . Een dampend concertje met maar liefst vier gitaren. Boeiend zeker in het begin, maar dan zakte het wat in elkaar en daalde de sensatie. Goed , maar niet verrassend.

Minder spannend klonk de uit de VS afkomstige  Oberhofer ; ze brachten alles in 1 song samen in hun noisy indierock, waardoor we niet goed wisten welke richting en stijl ze wensten te hanteren . Beetje wat Mars Volta vroeger deed .

The Walkmen speelde in de namiddag de meest evenwichtige set met hun broeierige intrigerende gitaarrock … Niet meteen beklijvend , maar een ruime voldoende . Btw de New Yorkers zijn al een decennium bezig , maar beginnen nu pas wat airplay te verkrijgen .

Sam Sparro had hier een volle tent . Niet verwonderlijk , want hij heeft momenteel een instant zomerhit “Happiness” (in de Magician remix). Algemeen kregen we een portie funkende soulbrotherpop door een heuse band, ondersteund door backing vocalistes. Op “I feel for you” , “Black & gold” en “Happiness” werd stevig gedanst en werd het nog een graadje warmer …

Meteen raak, The Band Of Skulls . Hun songs staan er overduidelijk
, jachtig, zompig, strak verbeten en meespelend; kortom snedige gitaarrock van een trio zonder scrupules. Er werd uit de twee albums deftig geswitcht , maar de emotievol potige rock‘n’roll van de eerste plaat “Fires”, “Hollywood Bowl”, “Light of the morning”, “I know what I am” en natuurlijk “Death by diamonds and pearls” zijn kleppers. Ook “Sweet sour”, “Bruises” en “The devil takes care of his own” pakten ons snel in. Een trio op volle toeren!

En dan de oudjes Grandaddy en Afghan Whigs … overtuigende reünies en heerlijk om hun nineties nostalgie te horen , de ene met de dromerige sound, de synthbleeps en de zweverige vocals , de andere die de donkere melancholie een krachtige rockface gaf . Jason Lytle en Greg Dulli , je bezorgde ons onvergetelijke momenten …
* de catchy psychedelische popdeuntjes van Grandaddy , gekenmerkt van verrassende wendingen , blijft na al die jaren iets unieks . Een fijne comeback, met even fijne beelden op het achterplan, de ideale outfit voor de houthakkershemden met baarden en pet . Bezwerend, meeslepend en  opzwepend materiaal, o.m. “El caminos in the west” , “The crystal lake”, “AM 180”,  “Summer here kids”, “Stray dog & chocolate cake”  en een lang uitgewerkt uitgesponnen “He’s simple , he’s dumb, he’s the pilot” , een nummer waarvan de heren van Pink Floyd een kluif konden aan hebben …
* En als de nacht valt, dan zwerven heren als Lanegan en Dulli rond; The Afghan Whigs zijn back en gaven al een verpletterend optreden in de KC, juni ll. De zo goed als oorspronkelijke band werd aangevuld en zette een messcherpe, strakke, krachtige set neer . Een diep getrokken, pakkende, emotievolle, broeierige sound  alsof twintig jaar Afghan Whigs verdiende los te barsten, te exploderen en een Dulli die de ziel uit z’n lijf schreeuwde. Geen soulfulle uitstapjes die we vroeger wel eens konden horen , maar een band die er gretig tegenaan ging met bijna welgeteld 20 songs . Geen moment verveling als je een som maakt van “Crime scene”, “Uptown again”, “What jail is like” , “Gentlemen” , “66”, “Going to town”, “Debonair”, “Miles iz ded” en “See & don’t see” . Wat een return . 

De songs van Skindred  klonken fors in de shelter. Hun gig - een explosieve cocktail van metal en reggae- deed de temperatuur nog een paar graden stijgen. Songs als “Rat Race”, “Nobody” en “Roots Rock Riot” bonkten. Met frontman Benji Webbe heeft Skindred een top entertainer in huis die de menigte in de hitte moeiteloos liet moshen, springen en crowdsurfen. Opeens klonk het welombekende “Single Ladies” van Beyoncé door de tent, menig toeschouwer zong mee, maar opeens werd het lied afgebroken. Een verontwaardigde blik van frontman Benji Webbe?! Hij smeet zich helemaal en sprong wild rond op het podium. De aparte intro leidde uiteindelijk het prestigieuze nummer “Pressure” in. Stomend setje alvast. (Tehani – Pieter)

En onze dag was nog niet ten einde … We stonden even stil in de Club met de subtiel , uitgekiende rock van Zulu Winter , die aangenaam verrast waren van de respons. Het Britse ensemble houdt van gelaagde melodieën, een ingehouden melancholie en hoekige ritmes. Met het debuut  ‘Language ‘ kwamen ze onder de aandacht en kunnen ze een doorbraak forceren. Charmerende rockende songs hadden we van het talentvolle We are augustines , die een uitstapje richting Gaslight Anthem en Bad Religion niet schuwen en duidden op de  factor gevoeligheid en ingetogenheid.  
Tot slot The tallest man on earth, sing/songwriterpop van
de Zweedse troubadour Kristian Matsson . Hij houdt z’n songs uitermate boeiend met z’n akoestische gitaar, het -getokkel en z’n bezielde, emotievolle stem . Hij kan rekenen op heel wat bijval , want bij valavond was hier veel volk opgedaagd die de man op handen droeg . De Club werd ingepalmd door een groots artiest. Folky sing/songwriterpop van het hoogste niveau die een Bruce Cockburn en Luka Bloom naar de kroon steekt .

Drive Like Maria is een graag gezien gast op het festival en kon opnieuw terecht in de pittoreske Wablief?! Tent . R
ockers in hart en nieren. Hun rauwe rock’n’roll, stoner  en bluesrock getuigde van puur vakmanschap en was de adrenaline verhogende pil bij uitstek . Alsof het nog niet warm genoeg was … Een Nederlands/Belgische rocksensatie pur sang!

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2012 – donderdag 16 augustus 2012

Geschreven door

Pukkelpop 2012 – donderdag 16 augustus 2012
Pukkelpop 2012

‘So good to see you’ was het credo om de ellende van vorig jaar door te spoelen . Met respect.
Pukkelpop maakte z’n naam van driedaagse airshow meer dan waar: eigentijdse, opmerkelijke en progressieve muziek. De organisatie beet sterk van zich af en stoomde een lijst namen klaar van beloftevolle ontdekkingen, gevestigde waarden en artists die de Belgische trots uitdragen op de verschillende podia. Kleurrijk wordt het ingedeeld door de dance acts en dj’s; de terreindecoratie, de randanimatie en de kermisattracties; de immense diversiteit van eet- en drankstandjes sieren het geheel.
En het zag er opnieuw goed uit. Pukkelpoppers die de zon en warmte trotseerden en er een onvergetelijk feest van maakten.
Een ijzersterke affiche van ‘voor elk wat wils’ en ‘voor alle leeftijden’, verspreid over de drie dagen om je ‘alternatieve’ ei kwijt te kunnen … de jonge freaks en de doorwinterde liefhebber konden hun muzikaal hartje ophalen …
Met een replay van Foo Fighters op zaterdag als absolute headliner . Moest er nog stof zijn? met ruim 66000bezoekers per dag …’It was good to see you’ …

Een overzicht van ons parcours

dag 1 – donderdag 16 augustus 2012

Muzikaal was de eerste dag van Pukkelpop  top en we plaatsen in het immense aanbod eerst de spotlight op de Mainstage.

Op het middaguur kregen we al meteen een ‘best of’ setje van Zornik van Koen Buyse . Ze zijn al meer dan tien jaar bezig , hebben tientallen radiohits uit en er wordt nu naarstig gewerkt aan een nieuwe plaat . Radiohits? Jawel , Zornik rockte en bracht het publiek meteen in de juiste stemming met
frisse, aanstekelijke en energieke rocksongs. “Believe in me”, “It’s so unreal”, “Scared of yourself”, “The enemy” en “Black hope shot down”.

Het Britse Rizzle Kicks bouwden een feestje iets later, met hun aparte mengeling van hippop, mariachi en ska . Een uitgebreid ensemble met blazerssectie dus . De twee rappers deden de eerste rijen bewegen en hadden een gezond gevoel van humor. Summerfeelings met “Down with the trumpets”. 

Erg vroeg stond Snoop Dogg geprogrammeerd . Tja , onze gangsta luv-er, intussen naar de rastabeweging overgestapt, heeft vandaag nog een tweede optreden, een enig zaalconcert in de 013 in Tilburg.  Met een grote reggae vlag en rastakruin manifesteerde hij zich en palmde hij volledig de wei in . Snoop Dogg  gaat momenteel als Snoop Lion door het leven en is een rang hoger in het dierenrijk geklommen …
En ook live slaagde hij daar wel in … Op het podium stond hij er met een volledige liveband, een paar MC’s en een DJ … real hiphop met allerhande invloedjes (G-funk, reggae en Dr Dré geluidjes), samples ( “PIMP”, “I wanna love you”, “Jump around”)  en een laidback van het eigen materiaal als “Next episode”, “California gurls”, “Who am I, what’s my name”, “Young wild and free”, “Gin & juice” en “Drop it like it’s hot”. De entourage van een dansende, oude man , met een reuzenjoint in de hand, en discochicks, die ervoor zorgden dat de temperaturen nog een graadje hoger de lucht ingingen  … Snoop vs Kingston vs Dr Dré …

De wedergeboorte van Bush was er eentje om U tegen te zeggen . Rossdale en C° spanden de snaren strak; maar moesten het vooral hebben van het oude werk als “Machine head”, “Everything zen” en “Glycerine”.
Goed afgetraind was hij er voor z’n fans, en ging hen persoonlijk groeten . De betrokkenheid, enthousiasme, spelplezier was groot. Aan dynamiek en gedrevenheid  geen probleem dus . Een samenhorigheidsgevoel creëerden ze met “Come together” van The Beatles. Maar of hun comeback succesvol is , is iets anders!

Santigold ,
de ‘o’ door een ‘i’ gewijzigd, had goed gekeken naar de combi PP bandjes . In fleurrijk fluogroen kwam ze met haar danseressen op de stage en bracht een even frisse cocktail van hippop, funk , soul en electro . Het was een tijdje geleden (2008 dat we de dame hier nog aan het werk konden zien . Een nieuwe plaat heeft ze uit ‘ Master of my make believe’ .
Een fijne zomerse band en twee danseressen
die synchroon danspasjes uitvoerden, omringden de excentrieke, sympathieke zangeres , die over een klok heldere, indringende stem beschikt. “LES artistes”, “The keepers” en “Disparate youth” zaten mooi verdeeld in de set . Op “Creator” kon het publiek mee de stage op . Leuke set , al zat er op ‘t eind wat sleet . Zo hot als een paar jaar terug, is ze wel niet meer …

Je ziet maar wat een time out kan meebrengen . Het heeft Kele en de zijnen deugd gedaan om er opnieuw in te vliegen  met Bloc Party . “Glad to be here” en we kregen een ‘best of’ met o.m. “Hunting for witches”, “Positive tension” , “Song for clay”, “ Banquet “, “So here we are”, “One more chance”, “The prayer” , “Flux”, “Helicopter” en een link naar het nieuwe werk met “Kettling”, “Team a“ en de single “Octopus” … Het jonge publiek was nog niet echt mee na ruim vier jaar stilte. Heerlijk straf rockend spul, en indien nodig ondersteund van synths. Btw, de nieuwe plaat ‘4’ verschijnt binnen een paar dagen …

Apart , heel apart was de show, de act en de muziek van Björk . Geluidskunst , met knisperende , abstracte elektronica, drums,  een koorzang en haar frêle stem . De visuals kleurden een onschuldige, onheilspellende droomwereld , vulkaanuitbarstingen, vuurwerk, onderwaterwereld en allerhande meer.  Met een knipoog naar LFO en Aphex Twin. Interessant wel, maar niet meer voor het grote publiek . Haar fanbase is waarschijnlijk de laatste twee platen niet meer toegenomen .
De klemtoon kwam op de recente ‘Biophilia’, en een paar oudjes “Hunter” , Hidden place”,  “Pagan poeltry” en  “Possible maybe”  kregen een vervormd, eigenwijs kleedje toegemeten  … De dame heeft alvast niet stilgezeten de laatste jaren,  en ze slaagde in een avontuurlijk, apart , heel aparte set en show …

Moet er nog stof zijn? Een stevig feestje kon  beginnen met Netsky live . Ongelofelijk wat onze Boris Daenen in staat is en hoe hij wordt overvallen door het succes. Een ganse wei valt voor z’n drum’n’bass en  dance  met poppy invloeden . Een  generale repetitie tijdens de try-outs , een geslaagde tweedaagse in de AB en een stomend concert op Rock Werchter . Hier boog en danste de menigte. Een MC (Script) en twee gastzangeressen (Diane Charlemagne en Scarlet) vulden aan en zorgden voor grootse uitvoeringen van “Moving with you”, “Love has gone”,  “Give & take” en  “Come alive”. Wat een ongelofelijke groei . Netsky live stond ér en klonk groots op de Mainstage. Net als op Werchter, één van de hoogtepunten en een waardige afsluiter . Magistraal. Hij haalde er z’n ouders bij als support . Wat een mooi hartverwarmend gebaar. Respect. Schitterend concert! 

En er viel op dag 1 nog veel te beleven . In de Marquee had Bram Vanparys aka  The Bony King Of Nowhere  de Gentse scene mee  van o.m. An Pierlé & White Velvet, Amatorski, Kiss the anus of a black cat en Esther Lybert. Deze ‘Bon Iver’ sing/songwriter (‘a man & his guitar’) stond in de spotlights; de songs van ‘Alas my love’ en ‘Eleonore’ kregen een bredere omlijsting, zonder ook maar bombastisch aan te voelen . Nee, de sound was uitermate beheerst, fraai gearrangeerd en gedragen door de melancholische stem van Vanparys. Een sfeervol concept, voor herhaling vatbaar . Als toemaatje speelden ze er eentje van Leonard Cohen ( “Tonight will be fine”) , die tijdens die week en in het weekend te zien was op het  Sint-Pietersplein in Gent.

Het Australische The Jezabels brachten een kneur van dromerige, onheilzwangere indierock, twinkelende synthpop en gothic invloeden; gevarieerde ‘pop noir’ met een rockend kantje.  Hayley Mary is een sterke zangeres. De cd ‘Prisoner’ heeft nog niet het verhoopte succes in Europa , maar de gig was standvastig en klonk overtuigend.

Het 50 minuten durende optreden van Of Monsters and Men was een aanvoer van één voor één vrolijke nummers. De stemmen Nanna Bryndís Hilmarsdóttir en Ragnar 'Raggi' Þórhallsson zijn beiden heel erg mooi, maar ze zijn het mooist wanneer er een samenzang is tussen de twee. De stem van Nanna Bryndís Hilmarsdóttir heeft iets speciaal, enige kritiek is dat het niet altijd even duidelijk is, het lijkt alsof ze haar woorden op het einde inslikt waardoor het soms moeilijk is om te begrijpen wat ze zingt. Heeft de IJslandse taal er iets mee te maken?. Tijdens het nummer “Little Talks” zong het publiek uit volle borst mee, iedereen voor en op het podium had er plezier in. Het nummer was dan ook uitzonderlijk goed gebracht en je kon het verschil bijna niet horen. Voor ons is Of Monsters And Man een band om in de gaten te houden, iets zegt ons dat de band binnen paar jaar met gemak naast andere IJslandse kleppers als Jonsi, Sigur Ros en Björk kan staan. (Tehani – Pieter)

Hot Chip
 is na talrijke solo-uitstapjes terug bij elkaar en doet uitkijken naar hun show in de AB met hun “Ready for the floor” en “I feel better” deuntjes . Geen ballads , maar heerlijke danspopelektronica . Hier kwam een party gevoel naar boven en hadden we een mishmash, die aanstekelijk inwerkte op de dansspieren; “I was a boy from school” , “Don’ deny your heart”, “Over & over” en “Hold on” ontbraken niet,  aangevuld met een vleugje Fleetwood Mac’s “Everywhere” … Hot shot!

We werden iets later in een Feist  web geweven , gedegen songs met een brede instrumentatie en een uptempo karakter … Haar zaal optredens hadden het al ingeleid en ze gaat verder dan haar geestesgenoten Cat Power en Joan Wasser. Feist staat live op scherp!
Een goed op  elkaar afgestemde band verzekerde een ritmisch sterke aanpak en gaf boeiende wendingen, wat de nummers opbouwde, breder, forser en meer opwindend maakte, met enkele explosies, gedragen door haar warme, gevoelige, licht melancholische stem. Wat een power, dynamiek, extravertie en intimiteit … “My moon , my man” stak het vuur aan de lont , “Limit to your love” (also known by James Blake) werd in een volledig nieuw jasje gestoken,  en ze trakteerde ons op een ingenieus leuke “See lion woman” (Nina Simone).

Acht jaar heeft Lanegan gewacht op eigen nieuw werk . En hij houdt van ons landje en klopte aan bij Belgische muzikanten . ‘Blues funeral’ werd de opvolger van ‘Bubblegum’ ; het resultaat: broeierige , innemende rock met een donker randje en een dreigende ondertoon , dit is Mark Lanegan (Band) , een soort ‘4 Horses of the Apocalyps’. Het tempo werd nogal hoog gehouden en we hadden denderende versies van “The gravedigger’s song” , “Hit the city” en  “Riot in my house”. ‘Praatvaardig’ zoals hij is, lag de klemtoon op de kwaliteit, de ruimte voor de instrumentatie en  z’n grafstem. Op het eind haalde hij er nog Greg Dulli bij en kon met een fenomenaal “Methamphetamine blues” afgesloten worden …

Andere ontdekkingen?  jawel een check in de Castello leverde volgende bands op
Van No ceremony///, met backslashes, uit Manchester , hebben we weinig info vooraf. Ze speelden op de middag slepende wave/electro, niet vies  van een  James Blake geluidje. Bakken synths, gitaren en elektronische drums en een indringende, hemelse vocaliste, een sound beetje in de voetsporen van Peter Hook, wat je in de ‘Ceremony’ sferen van Joy Division – New Order doet belanden.

Alt-J is één van de Britse sensaties  uit Leeds; de muziek van hun debuut ‘An awesome wave’ laat zich op vele manier omschrijven en heeft als rode draad broeierige, weerbarstige als dromerige, gevoelige indierock, niet vies van een zweverig melodielijntje. Ze speelden voor een volle tent, en een ongerepte vindingrijkheid  in het materiaal viel op, warm, toegankelijk en  avontuurlijk , met al die ritmes en voices . Ze waren sterk onder de indruk van de respons. Iemand zei me invloeden van een 22-Pistepirkko, inderdaad een fijne referentie . Songs die wat tijd nodig hebben, maar die rijpen en respect afdwongen door al die verschillende contouren . In het najaar in de AB Club en in de GrandMix . Be there !

De Chromatics dan, uit Portland , ook sterk onthaald met hun ‘Kill for love’ album ; de gelijknamige single is in ons geheugen gegrift; we hoorden een combinatie van synthpop, zweverige, ijle gitaren en bleeps onder de dromerige, galmende zang van Ruth Radelet. Voor de prachtige titelsong waren we iets te laat, maar “These streets will never took the same” maakte het meteen goed .  Heel wat referenties selecteerden we van hun aparte ‘pop noir’, in een Curebedje , met op het eind een rits covers,  “Running up that hill” en ”My my hey hey”.

Tot slot in de Club … Kort na de middag was er de folky americana van Bowerbirds , in een rustige, innemende, voortkabbelende
Band Of Horses en South San Gabriel stijl. Sfeervolle, sobere ‘flyin’ birds music’ …  Minus The Bear uit Seattle , al ruim tien kaar bezig, trad iets later op; eerste indruk: intens broeierige rockende songs …
De overtuigende act van Django Django ; ze hebben onze gebeden na Les Nuits Bota gehoord en lieten de percussie en de synths overheersen. Na de clubervaring hebben ze de kaart  van ‘opwinding’ gekozen . De ‘catchy’ songs werden
rijkelijk gecharmeerd door pulserende beats, psychedelicatunes , ‘60s rock’n’roll, percussie en uitgeholde kokosnoten. “Default , één van de meest aanstekelijke songs de afgelopen maanden, was het absolute hoogtepunt . Ons gedacht van een ‘Beach Boy ‘Surfin’ California  in de (streamin’ whiskey) Highlands van Schotland’ , werd hier opnieuw bevestigd … Django Django , onthou die naam!
Of de shoewave van The Big Pink  … ze penden een stevig live concert neer; het zwakke materiaal van de recente ‘Future this’ werd vergeten. Ze gaven er ne ferme lap op door een geweldig prikkelend geluid van krachtige synths, opzwepende percussie en galmende gitaren . Er was geen sprake van zwaar aangezette en overdreven bombast . Zanger  Robbie Furze hitste het publiek op. Singles “Hit the ground (Superman)” en  “Dominoes” sprongen wild om zich heen .
tUnE-yArds
van de uit Oakland afkomstige zangeres/multi-instrumentaliste Merrill Garbus en bassist Nate Brenner stoeide met allerhande geluiden , een soort knutselpop, die door gretig aanstekelijke drumloops en blazers  afroritmes  sterk integreerde. De songs werden gedragen door bedwelmende, variërende, verbeten zangpartijen.  Een ritmisch kleurrijk geluid  van het talentrijke tUnE-yArDs besloot de Clubstage. Sjeik!

Ohja , Het Finse viertal Apocalyptica in de shelter, brak door in ’93 met Metallica covers op cello. Me First and the Gimme Gimmes fungeerde als ideale geleider. Als achtergrond zagen we de cover van hun cd '7th Symphonie'. Klemtoon komt op meer eigen nummers van wisselende kwaliteit. Tijdens het optreden was “Nothing Else Matters' (Metallica) het hoogtepunt. Een kippenvel moment volgde toen het lied uit volle borst werd meegezongen door het publiek, wat ook gebeurde tijdens het nummer “Master of Puppets” (Metallica). De zangstem tijdens “End of me” was niet helemaal zuiver maar tijdens elk refrein leek hij zich te herpakken. De zang tijdens “I Don’t Care” was veel beter omdat de vocals meer bij de song aansloten. Een geslaagd optreden en het publiek interageerde. Spijtig genoeg was  het geluid niet optimaal en de cello’s waren soms heel stil tegenover het geluid van de drum. (Tehani – Pieter)

Pukkelpop is back … “So Good To See U at PP” …

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Yellowstock Festival 2012 – geslaagde zesde editie!

Geschreven door

Yellowstock Festival 2012 – geslaagde zesde editie!
Yellowstock Festival 2012
JH De Bogaard
Geel
2012-08-17 – 2012-08-18

Yellowstock is het geesteskind van Freek Cruysberghs en zijn maten van Jeugdhuis De Bogaard in Geel.Yellowstock Festival gaat door op de grondvesten van het jeugdhuis en is dit jaar aan zijn zesde editie toe.
Yellowstock staat voor psychedelische rock muziek and beyond. Headliners van dit jaar waren Electric Moon en Gnod. De zon was van de partij net als de hoeveelheden aan psychedelica.
Yellowstock lijkt een postmoderne versie van Woodstock maar dan kleinschaliger. De bezoekers die er waren leken van overal ter wereld toe te stromen om deel uit te maken van dit psychedelisch Walhalla.
We vinden er een chill out corner met tuinstoelen, handgeschilderde deuren die de line up aankondigen, een Aziatisch eetkraam, een hamburgertent voor omnivoren, een alternatieve bar met het lekkerste vruchtensap ter wereld,  en gezellige huis- en tuindecoratie die het decor een intieme sfeer geven als de schemer de nacht inluidt.
Hoewel het festival plaatsvindt op de jeugdhuissite van De Bogaard lijkt de jeugd in de minderheid te zijn. Enige punt van kritiek is dat de lichtjes in de bomen al van de start van de dag branden, wat in tijden van ecologisch bewustzijn een grote verspilling lijkt.
Tussen de korte pauzes van de optredens door zien we de Yellowstockcrew naarstig aan het werk om de vuilnis op te pikken,wat dit toch wel een clean festival maakt. Opletten geblazen als je je te grootmoedig voelt en met de blote voeten door het gras loopt, want sigarettenpeuken wachten er om de onderkant van je voeten te verbranden. Gelukkig is de Rode Kruis stand op wandelafstand, die je met alle plezier van de beste verzorging voorziet.

dag 1 – vrijdag 17 augustus 2012
The Grand Astoria uit Sint-Petersburg zet de toon van onze eerste dag op Yellowstock. In hun set brengen ze zowel atmosferische postrocknummers als onversneden psychedelische stonerrock met hoge tonen die het geheel een spacy vibe geven. Verrassend zijn verder hun sprongen naar meer jazzy-mathrock ritmes. Ze breien dit aaneen zonder in een onsamenhangendheid te vervallen. The Grand Astoria is Grand in wat ze doen,en na het optreden moeten we toch even bekomen van de schroeiende hitte onder een psychedelische hemel.

Ira de Dios is de tweede band die we te zien krijgen en stelt ons toch wel teleur. Er is weinig variatie in ritme en hun nummers komen nogal rommelig over. Bij momenten lijkt het eerder op heavy punkrock, zonder vernieuwend te zijn. Na hun Rolling Stonesriff verwerkt in een eigen nummer haken we dan ook af en zoeken verkoeling in de chill out corner.

De volgende band in de rij was normaal gezien Obelyskkh, maar wegens panne met hun bus wordt er een wissel gedaan met SardoniS, een band uit onze contreien. SardoniS bestaat slechts uit twee bandleden en waren eerder dit jaar al te zien op Stonerfest. Hun tweede album is net uit,en hun set was dan ook een mix van oude en nieuwe nummers. SardoniS staat voor postmetal sludge afgewisseld met hardcore drumritmes.

Obelyskkh arriveerde veilig ter plaatse en speelt een iets kortere set dan voorzien. Pure stonerrock met een postmetalkantje, die na enkele nummers toch wat monotoon begint te klinken.  Hier geldt de regel dat als je één nummer heb gehoord, je ze eigenlijk allemaal hebt gehoord.

Als er iets bestaat als psychedelische postrock dan is Jastreb/Seven That Spells er het boegbeeld van. Ze bewijzen goede muzikanten te zijn door er af en toe ook mathrock tussen te gooien.

De verrassing van de avond was BONG. Ze speelden binnen en het leek of je een tempel van drone binnenwandelde. Ze creëren door hun repetitieve ritmes in een bad van drone en spacy soundscapes een atmosferische duisternis. Ze staan garant voor een langzame opbouw en meer dan zaligmakende outro’s. Niet voor gevoelige kijkers daar in hun videoprojectie beelden werden getoond van het villen van een leguaan. BONG is echter een band waar je met de ogen gesloten nog meer  van kan genieten, maar van slapen was geen sprake.

My Sleeping Karma kon vanaf het eerste nummer rekenen op een enthousiast publiek. De band bruist van de energie en weet Yellowstock van begin tot eind in de ban te houden.
Door de zinderende hitte van de eerste dag en de wervelwind aan muzikale psychedelica houden we het na My Sleeping Karma voor bekeken en geven Electric Moon aan het publiek die er maar niet genoeg van kan krijgen.

dag 2 – zaterdag 18 augustus 2012
We starten de tweede dag met Monkey3 uit Zwitserse regionen. Ze staan voor psychedelische stonerrock hoewel samenhang bij deze band toch ver te zoeken is. Goed uitgebouwde postrock met Arabische invloeden creëren eerder een filmische soundtracksound die dan weer plots afgewisseld wordt met psychedelische postmetalstukken. Een vreemde cocktail…

Abramis Brama speelt op het warmste punt van de dag en we kiezen er dan ook voor om de show van buiten te volgen. Ze brengen rauwe stonerrock die door merg en been gaat. De frontzanger valt op door z’n wit kostuum en kapitein Hookhand. Abramis staat voor het typische stonerrockgeluid versterkt met stevige powerriffs.

De volgende band in de lijn is Baby Woodrose en bestaat uit vier groepsleden.  Onlangs is Ralph A. Rjeily, hun toermanager , overleden en Baby Woodrose bracht dan ook een eerbetoon aan hem deze avond. Baby Woodrose is het toonvoorbeeld van authentieke stonerrock die het publiek in vlam zet met nummers als “I am a vulcano”, ”Bad Drugs”, “Go” en andere catchy nummers. Je kan er funkinvloeden in horen afgewisseld met psychedelische gitaareffecten.

Naam kan het best omschreven worden als een poststonerband. Postrock, psychedelische rock en stonerrock, het is hun allemaal niet vreemd. De synths, orgel en pianogeluiden zorgen voor variatie in nummers die bij veel andere bands ontbreekt.

Spectrum bestaat uit bandleden van Space Man 3 en Spiritualized. De set van Spectrum kwam in slow motion op gang maar mondde al snel uit tot een psychedelische woestenij. Spectrum staat voor psychedelische rock waar de repetitieve bas en drum een voorname plaats innemen. De zang was niet altijd toonvast wat op zich niet meteen storend was. In februari dit jaar brachten ze hun tweede cd uit met de titel ‘Lust and Lost Joy’ en intussen zijn ze hard aan het werken aan een derde album.

We sluiten deze laatste dag Yellowstock af met de hypnotiserende show van GNOD, de Meesters der Psychedelische Bezwering. Hun repetitieve psychedelische sound versterkt door hun sociaal-politieke boodschap die door videoprojecties afgevuurd wordt maken van GNOD meer dan gewoon een band. De grens tussen band en publiek vervalt dan ook bijna onmiddellijk door de zinderende energie die ze uitstralen en je opzuigt in een bijna transcendentale toestand.
Het is zeker de moeite waard deze band live aan het werk te zien en naar Incubate te trekken,waar ze op vrijdag 14 september in Extase spelen.

Organisatie: JH De Bogaard, Geel (Yellowstock Festival)

Alcatraz Metal Festival 2012 – 5e editie - zondag 12 augustus 2012

Geschreven door

Alcatraz Metal Festival 2012 – 5e editie - zondag 12 augustus 2012
Alcatraz Metal Festival 2012

Op zondag 12 augustus werd de 5e editie gehouden van Alcatraz Metal Festival in de Brielpoort, Deinze. Dit festival zag reeds het levenslicht in 2005, maar pas vanaf 2008 gaat deze door in Deinze. De line-up dit jaar was wederom indrukwekkend, met volgende bands geprogrammeerd: Warbringer, Hell, Crimson Glory, Primordial en de toppers Testament, Iced Earth en de hoofdaffiche uit Noorwegen Immortal.

Bij aankomst aan het festivalterrein scheen de zon over de menigte voor wie stond aan te schuiven om hun e-ticket in te wisselen. Aangezien er helaas maar 1 loket beschikbaar was (= een mogelijk verbeterpunt in de toekomst) duurde de wachtrij lang, waardoor ik Warbringer niet kon aanschouwen. Bij de start van de Engelse horror/NWOBHM band Hell was ik wel tijdig present, zodat de schade al bij al nog meeviel. Hell, een speciaal optreden in mijn ogen, soms deed het pijn aan de oren wat ze brachten, maar meestal was er wel een leuke groove te bespeuren. Zanger David Bower was diegene die het meest in het oog sprong, want hij was gekleed als een gekwelde Jezus Christus, die op een bepaald moment op zijn eigen lichaam rode plekken liet ontspruiten door het gebruik van vrouwlief ’s sms-zweepje. Grappig om te zien! De teksten van deze Engelsen werden in mijn ogen vooral gebracht in een verhaallijn waarbij diverse personages uit de microfoon van David aanhoort konden worden. Denk hierbij dan vooral aan een schreeuwerige stem, afgewisseld met een ingetogen vocaal om dan vliegensvlug over te schakelen in één duistere godenklank. King Diamond en/of Mercyful Fate kwam spontaan naar boven in mijn hoofd.

Stipt op tijd was Crimson Glory klaar om hun set te starten. De progressieve US power metal van deze band bestaat al vanaf 1982. Er schuilt een grote geschiedenis achter deze band, zoals bijvoorbeeld hun legendarische zanger Midnight, en hun optredens die gepaard gingen met zilveren maskers om mysterieus over te komen. Maar ja, zoals bij iedere band gebeuren er wel geregeld zaken waardoor de line-up en banduitstraling de vereiste aanpassingen moeten ondergaan. Ook bij deze Amerikanen is dit het geval, want zanger Todd la Torre is de waardige vervanger geworden van Midnight en de zilveren maskers worden niet meer gebruikt als attributen tijdens concerten. Helaas duren mooie liedjes niet lang, want tijdens hun show werd meegedeeld dat zanger Todd binnenkort te bewonderen zal zijn bij Queensÿche…benieuwd of ze opnieuw een geschikte zanger vinden. Muzikaal was deze band een pareltje voor mijn oren, want de stem en solo’s gingen erin als zoete broodjes! Nummers zoals “Where Dragons Rule”, “Queen of the Masquerade”, “Lost Reflection” en opener “Valhalla” kwamen aan bod, maar hun beste nummer van deze middag was toch ongetwijfeld “Azrael”!

Primordial was hierna aan de beurt, maar de donkere muziek van deze mannen heb ik niet kunnen slikken. Waarschijnlijk echt voer voor de fans…

Ietsje voor zessen was het thrashtijd!! Het legendarische Testament, en zelden te betrappen op een slechte show zorgde voor de eerste keer deze dag voor een massa toeschouwers. Alcatraz Metal Fest was niet uitverkocht, maar ik ben er redelijk zeker van dat er weinig volk te zien was buiten de zaal! Met onlangs een nieuw album op de markt genaamd ‘Dark Roots Of Earth’ konden hiervan geen nummers ontbreken en dus werden “Rise Up”, “Native Blood”, “Dark Roots of Earth” en “True American Hate” gespeeld. Trouwens, indien je dit album nog niet in je bezit hebt, het is een must-have in jou muziekcollectie!
Testament gaat al een tijdje mee en beschikt dus over een goed gevulde discografie waar iedere fan wel enkele nummers vind die hem aantrekt. Niets werd aan het toeval overgelaten door deze Amerikanen want de hitjes zweepten de boel nog meer op en zorgden voor een ware zwerm crowdsurfers. Kwijlen deden we met oa “The Preacher”, “the New Order” (van het gelijknamige album), “More than Meets the Eye” en “The Formation of Damnation” en uiteraard de klassiekers “Into the Pit”, “Over the Wall” en “Practice what you Preach” die de nekspieren in overdrive lieten gaan. Geslaagde show opnieuw!

Iced Earth kwam ook Deinze verwelkomen, met helaas zanger Barlow niet meer achter de microfoon. Iedere fan zal hem blijven beschouwen als DE perfecte zanger voor deze power metal, maar helaas is het nu eenmaal zo. Zodoende kreeg nieuwe zanger Stu Block de kans om te bewijzen dat hij Barlow kan doen vergeten…en hij nam deze kans met beide handen. Hij bracht de nummers zoals ze moeten zijn, en nummers als “Slave to the Dark”, “I Died for You”, “Pure Evil”, het sterke “Wolf” van het album ‘The Horror Show’ en “Watching over Me” werden goed gebracht. Muzikaal zat alles oké (behalve dan misschien dat ene drumfoutje), maar de zaal kon deze setlist goed appreciëren. Ondanks de ups en downs in de geschiedenis van deze band, heeft boegbeeld Jon Schaffer bewezen dat hij zijn levenswerk nog steeds als prioriteit beschouwd en de moed en wilskracht niet al te rap laat zakken!

Afsluiten op deze warme zondag deden we met de Noorse black metal van Immortal. Blijkbaar waren de festivalgangers verdeeld qua mening omtrent deze band, want de zaal stond maar halfvol toen de eerste gitaarriffs uit de boxen spatten.
Uit hun eerst 4 albums (‘Diabolical Fullmoon Mysticism’, ‘Pure Holocaust’, ‘Battles in the North’ en ‘Blizzard Beasts’) werden geen nummers gespeeld, wat toch wel een rare nasmaak teweeg brengt met ondergetekende
L
Aftrappen deden ze met “Withstand the Fall of Time” om direct door te gaan met het snedige “Sons of Northern Darkness”. De Motörhead van de black metal kreeg de boel niet direct onder controle, waardoor het soms rommelig werd. Gelukkig werd het geluid beter afgestemd, waardoor krakers “Damned in Black”, “Tyrants”, het fantastische “One by one”, “All Shall Fall” (van hun laatste creatie) en het gekende “At the Heart of the Winter” klonken zoals de fans het willen! Blijkbaar zijn bisnummers niet gekend in Noorwegen, want voordat de mensen er erg in hadden, was het concert gedaan met de tonen van Leonard Cohen. In mijn opinie een optreden die toch wat beter had kunnen zijn…want wat had ik toch zo graag het nummer “Battles in the North” EN “Blashyrkh” willen zien spelen.

Ik heb mij alvast weeral goed geamuseerd op Alcatraz Fest, zoals waarschijnlijk wel vele anderen samen met mij, met als absolute uitschieter Testament!! Tot volgend jaar zou ik zo zeggen!

Organisatie: Alcatraz Music – Rock Tribune

Melkrock Tielt 2012 – dringt zich stelselmatig op …

Geschreven door

Melkrock Tielt 2012 – dringt zich stelselmatig op …
Melkrock Tielt 2012

Wat waren we aangenaam verrast even af te zakken naar Melkrock Tielt. VZW Heelal is al toe aan hun vijftiende editie en is al een paar jaar gegrondvest op het recreatiedomein Watewy in Tielt . En hier heerst een aangename , amicale sfeer en drukte ; het kleine terrein is een combinatie van een mini Couleur Café, Cactusfestival en Festival Dranouter. Het recreatiedomein is een voorname troef voor families, kinder – en randanimatie,  wat de organisatie ten volle benut. Een variatie in eet- en drankstandjes, allemaal dicht bij elkaar, vergroten de gezelligheid. TOPkaas!

En dan de muziek … met een affiche van Zion Train, Steak Number Eight, Bed Rugs, Steven H, Polaroid Fiction, Tiny Legs Tim, Renée, Reena Riot, Kapitein Winokio, Berlaen en Elco gokte de organisatie breed . Een gevarieerd programma dus, dat zowel gezinnen, jongeren en pure muziekliefhebbers aansprak.
Eén podium  en een kleine tent (Radio Topkaas tent) waar solo artiesten hun gading vinden. Mooie formule voor een festival dat zich stelselmatig opdringt en niet godvergeten wordt.

Impressies
Een glimp zagen we nog van de sfeervolle pop van Renée,  intieme, breekbare ‘lofi’ fluisterpop, met een zachte fluwelen , indringende stem . Fijne sing/songwriter popsongs, waarbij de huppelende melodietjes van de single “Dum dum dum” pasten in het feeërieke decor.

De Limburgers van Polaroid Fiction hadden eerder al de Limbomaia prijs gekaapt en mogen zich Artist in Residence noemen in de Muziekodroom in Hasselt . Het trio brengt rauw rockende songs , niet vies van experiment, en wordt gedragen door lichthese, zweverige , verbeten zangpartijen . De groep heeft iets van Rage en Black Box Revelation in de ritmes , maar durft noisier uit de hoek te komen en gaat dan de richting noisepop  van Future of the left . Ze gaven “Live & let die” van Paul McCartney een alternatief rockende jasje .

In de Topkaas tent zette Steven H(eyse) uit Kaster de boel op stelten met z’n hiphoprhymes. Hij rapte op giftige wijze in een West-Vlaams dialect en geeft z’n aanstekelijke hiphopsounds een pompende creatieve dynamiek , vol verrassende wendingen en een breed gesmeerde  laagje humor  , waaronder “danig verward” , “gen lief en zere a min moage”. Hij rapte, zong en danste op die voorprogrammeerde ritmes en had meteen het publiek mee . Fris, speels en opzwepend. Artiest met een feestneus en een groots entertainer!

Ook beloftevolle Eigen Kweek zijn  Bed Rugs, die met ‘8 th cloud’ een smaakvol debuut uithebben.  De invloed van Metal Molly van Deweze is hier onmiskenbaar te horen , alsook de Britse Last Shadow Puppets, Noel Gallagher en The Beatles; de psychedelische en shoegaze pedaaleffects vinden meer en meer hun weg in die subtiele,  vindingrijke sound . Het kwartet bracht een boeiende afwisseling van snedige , weerbarstige gitaarrock en sfeervolle popsongs, die elan hadden door de meerstemmige zang, waarbij de Afrekening single “What does it mean?” niet ontbrak.

West – Vlaams talent  ontbrak niet met Steak Number 8, de ex Humo’s Rock Rally winnaars; bijna een thuismatch . Muziek ‘veur op j’un muulle’ hoorden we presentator Dufourmont zeggen . Volwassen gasten zij ze intussen geworden, en ze zorgen ervoor dat hun combinatie van postmetal, sludge/doom en noise een toegankelijker, aardser karakter heeft. Isis, Neurosis, Amenra zijn onmiskenbare invloeden door de donker, dreigende sound, de logge , diepe, rauwe ritmes, de snedige tempowisselingen en de intens broeierige opbouw. Songs die ruimte laten voor de instrumenten, uitgesponnen kunnen zijn,  exploderen  en ingevuld worden door een rauw bezwerende zang en screamo’s. Spannend, broeierig en beukend … ‘raw power’, waarbij de single “The perpetual” niet te missen was, en ze de cd ‘All is chaos’ elan gaven . Overtuigend en Behoorlijk indrukwekkend!

De programmatie was uitermate afwisselend en sprak iedereen wel aan . Ze konden het Britse Zion Train strikken, onder de tandem Neil Perch (DJ/bassist/producer/ knoppenfreak) en de zanger Molara, aangevuld met hun vaste twee blazers, die ruim twintig jaar lang de onvervalste pioniers van de dubreggae/dancehall/rave zijn. Ze zijn invloedrijk op de worldreggae , ragga en kuduro sound.
Niemand die erom maalt of zij nieuw werk uithebben . Sfeer en hier tellen de vibes en de grooves. Ze staan garant voor een stomend feestje, waarbij je in hun ‘mishmash’ web wordt geweven en waarbij de trancy aanstekelijke beats wat kracht kunnen worden bijgezet, zoals een Dreadzone ooit nog deed. Molara kon het publiek ophitsen  met een “Are you ready” , “I can’t hear you” en “Jump to the Zion Train sound” . “War on Babylon” is een blijvertje en hun muziek spreekt zowel de ‘open minders’ , de doorwinterde reggaeliefhebber als de jonge, jeugdige proevers aan!

Organisatie: VZW Heelal, Tielt

Sziget Festival 2012 – overzicht 08 t/m 12 augustus 2012

 

Sziget Festival 2012 – overzicht 08 t/m 12 augustus 2012
Sziget Festival 2012
l’île Obudai
Budapest (Hongarije)

De Hongaarse hoofdstad huisvestte al voor de twintigste keer het Sziget-festival. Na jarenlange positieve verhalen en de officiële bevestiging daarvan met hun verkiezing tot ‘Best European Major Festival’, was het eindelijk aan ons om dit te kunnen bezoeken.
Het festival begon op maandag (‘day -1’) met lokale groepen en dinsdag (‘day 0’) werd als ‘metal day’ bestempeld. Wijzelf waren pas paraat vanaf woensdag, de eerste dag van het internationale luik van het festival.

Uit ervaring met andere grote festivals hadden we ons bij aankomst verwacht aan eindeloze wachtrijen, maar dit bleek bij Sziget geen probleem. Na ongeveer vijf minuten waren we binnen en hadden we reeds onze Sziget-paypass in het bezit, het enige officiële betalingsmiddel op het eiland waarmee je in de talloze drank- en eettentjes terecht kan.
De indruk die we kregen was dus meteen overweldigend. Sziget, in het Hongaars “eiland”, is groot, en wat meteen opvalt is de enorme ruimte en vrijheid die dit eiland biedt. De kampeerders mogen in principe hun tent overal opzetten, en je vindt ze dan ook verspreid terug over het gehele terrein. Er is overal ruimte en dus bewegingsvrijheid genoeg. Ook aan die standjes moet je niet als haringen in een ton gaan kruipen want als je ergens wat volk op hun bestelling ziet wachten, loop je doodleuk enkele meters verder naar het volgende standje waar je niet moet aanschuiven. Welk een comfort! Bijkomend voordeel is dat je in elke eetstand ook drankjes kan bestellen, heel praktisch zodat je telkens in één beweging een compleet menu kan kopen terwijl je hiervoor op andere festivals twee keer mag aanschuiven.
Bovenop de vele podia vind je her en der extra muzikaal vertier in de ontelbare bars die tot club omgebouwd worden. Ook kom je voortdurend DJ’s tegen die vanuit het niks opduiken in de meest originele mobiele installaties. Een gigantische stalen constructie wordt elke avond gebruikt om machtig circustheater op te voeren in openlucht, tientallen masseuses staan permanent ter beschikking voor wie een danspasje teveel gezet heeft, elke dag komen de liefhebbers van de (uiteraard artistiek verantwoorde) regenboogkleurenfilms aan hun trekken in de Magic Mirror-tent, er kan altijd gesport worden in het Olympisch dorp terwijl de minder fysiek maar meer cognitief begaafden eveneens hun kunnen mogen etaleren bij de vele logic games die op verschillende plekken aangeboden worden, twee bungee-jump-installaties draaien de ganse week op volle toeren, een reuzenrad laat toe om het eiland eens op het gemak van bovenaf te bekijken ,…
Het is onbegonnen werk om een volledige opsomming te geven van alle randanimatie want elke keer opnieuw stuitten we op dingen die we ondanks onze vele wandelingen nog niet eerder tegengekomen waren. Ook het decor verandert soms want plots duiken houten constructies op die de dag ervoor in geen velden of wegen te bespeuren waren dus zelfs voor neuroten die steeds dezelfde route nemen, zijn er voortdurend nieuwe ontdekkingen te doen.
Een ander verschil met de meeste festivals is het feit dat je veel minder geconfronteerd wordt met piepjonge festivalgangers die straalbezopen lopen te wezen. Vermoedelijk is dit gelinkt aan het feit dat het publiek zeer internationaal is. We hoorden tussen het volk meer Nederlands, Engels, Duits en Frans praten dan Hongaars. Een erg groot deel van het publiek komt dus van ver en heeft de leeftijd om zonder ouders op meerdaagse vakantie te mogen en heeft dus ook al voldoende katers achter de rug om nog vaak de aandrang te voelen om er zo snel mogelijk een nieuwe te gaan opzoeken.
Denk nu vooral niet dat iedereen daar nuchter rondloopt, maar mede dankzij de lange duur van het festival en de vele ontspanningsmogelijkheden lijkt iedereen meer dan elders geneigd om wat te doseren. Stel u voor: we hebben zowaar niemand zien kotsen en dat terwijl we toch een uur of 45 op het festivaleiland rondgelopen hebben! Op Belgische festivals lukt het nooit om ook maar 5 uur te vertoeven zonder iemand aan te treffen die vol overgave aan de omstaanders illustreert wat hij/zij nutteloos naar binnen gewerkt heeft.

Dit alles bracht ons al vlug tot het besef dat het Sziget-festival de meest indrukwekkende totaalervaring is die we ooit al mochten meemaken. En dat voor een uiterst betaalbare prijs, niet enkel voor het ticket maar ook voor eten en drinken en transport en baden etcetera (tip: de Sziget-CityCard-pass laat je toe om per trein of per boot gratis naar het festival te gaan met daarbovenop gratis openbaar vervoer in gans Boedapest en één gratis bezoek aan één van de vele befaamde badhuizen en korting op musea, enzovoorts….).
U merkt het: de loftuitingen die we hoorden over de fantastische faciliteiten zijn volledig terecht. 400.000 visitors can’t be wrong!

Aangezien er zowel op het eiland als in Boedapest zelf (die baden, die heuvels, die pleinen, die gebouwen, die cafékes,….) te veel te beleven valt om in deze festivalrecensie exhaustief te zijn, beperken we ons hieronder tot een korte review van die optredens waarvan wij tijdens deze dolle week getuige mochten zijn. Een groot deel daarvan betrof een bewuste keuze, maar heel vaak ook lieten we ons leiden tot waar het toeval ons bracht. Iets wat op Sziget haast nooit tot een teleurstelling kan leiden.

dag 1 - woensdag 8 augustus 2012
Op de Main Stage gaf de Japanse groep Gocoo de aftrap. Met elf drummers (waarvan 7 vrouwen) en één didgeridoo-speler bleek deze band de perfecte opwarmer voor het festival. De opzwepende ritmes kregen de menigte meteen in beweging en ook visueel zorgde Gocoo voor het nodige spektakel. De sproeiers boven de weide kwamen voor de eerste keer in actie en zorgden voor welgekomen verfrissing bij de al snel verhitte festivalgangers. Gocoo maakt gebruik van traditionele drums (taiko's) hetgeen zelfs voor een regelmatige festivalbezoeker geen alledaags zicht is.

Ook het Britse Glasvegas bracht het er niet slecht vanaf, dit ondanks het feit dat de frontman de naar eigen zeggen eerste fout van zijn leven maakte waardoor “Geraldine” twee keer gespeeld werd. Iets waar wij helemaal niet rouwig om waren.

Het schitterende decor van de OTP World Stage ontdekten we voor het eerst tijdens de passage van de Amsterdam Klezmer Band, een bende met toeters en trombones getooide mafketels uit Holland die onder andere met de collectief uitgevoerde klompendans (aangekondigd als ‘the dance with wooden shoes’) aantoonden dat onze Noorderburen massaal aanwezig waren op het Szigetfestival. Iets wat nog eens extra in de verf gezet werd tijdens de vrolijke polonaise die erop volgde.

De A38-stage (grootste tent op de festivalsite met een capaciteit van 12000 toeschouwers) werd tijdens warme momenten afgekoeld middels een achttal reuzeventilatoren. Geen overbodige luxe tijdens het optreden van Anna Calvi want gewoontegetrouw kregen we het heel warm van haar verschijning en muziek. Ze begon met nog vrij ingehouden gesoleer op elektrische gitaar om vervolgens als een mix van PJ Harvey en Patti Smith te imponeren met eigen songs als “Desire” en “Love won’t be leaving” alsook met schitterende covers zoals “Jezebel” (Edith Piaf) en “Wolf like me” (TV on the Radio). Kippenvel (en dit keer niet dankzij de ventilatoren) kregen we vooral als ze volop haar duivels ontbindt in gierende gitaarsolo's die vele monden deden openvallen van verbazing. Het enige minpunt van dit optreden was simpelweg het feit dat het te laat begon en te vroeg voorbij was. Maar bon, de kleine veertig minuten die Calvi op het podium stond rechtvaardigden op zichzelf al de aanschaf van een naar Belgische normen belachelijk goedkoop dagticket (45 euro).

Niet dat het toen al tijd was om tent-, hotel- of huiswaarts te keren want in dezelfde tent kropen vervolgens onze landgenoten van dEUS druipend van de goesting op het podium. Met “The Architect” begon een optreden dat ook de niet-Belgen overtuigd zal hebben dat dEUS niet onterecht al voor derde keer op de Sziget-affiche prijkte. Tom Barman droeg een nummer op aan de Russische meiden van Pussy Riot waarmee hij duidelijk maakte dat er een dam geworpen moet worden tegen de in sommige landen opnieuw oprukkende censuur (een boodschap die in de politiek van het hedendaagse Hongarije trouwens niet door iedereen gewaardeerd wordt). Op de setlist stonden nummers als “Sirens”, “Instant Street, “4 Mains”, “Fell off the floor man”. Tijdens “Suds & soda” kregen tientallen festivalgangers de gelegenheid om op het podium hun danskunsten te etaleren. Een geste die altijd op bijval kan rekenen van het enthousiaste publiek maar die de lokale security-mensen uiteindelijk wel tot lichte wanhoop dreef. Vooraleer ze zowel publiek als groep van het podium gejaagd werden, kregen we nog een flard “Sabotage” van The Beastie Boys gepresenteerd. Samengevat kunnen we stellen dat dEUS in Sziget meer zieltjes gewonnen zal hebben dan bij de iets fletsere prestatie die ze onlangs op Rock Werchter leverden.

Op het hoofdpodium stond Placebo geprogrammeerd. Het drietal liet zich af en toe begeleiden door een jongedame die aardig weg kon met de viool en de synthesizer, gelukkig maar want voor het overige viel hun optreden toch wat tegen. De nogal gesloten houding van Brian Molko bracht niet veel beterschap aan de nogal makke publieksreactie. “The bitter end” maakte zijn titel volledig waar en ook een weinig overtuigende cover van “Running up that hill” (Kate Bush) kon de meubelen niet redden. Maar niet geklaagd want over het algemeen bracht onze eerste dag op Sziget al veel meer dan we zelfs in onze stoutste dromen durfden te denken.

dag 2 - donderdag 9 augustus 2012
Dag 2 bracht normaliter The Roots op het hoofdpodium maar blijkbaar hadden de heren ergens een vlucht gemist waardoor het publiek verrast werd met een optreden van Anti Flag. Niet meteen ons ding, eerlijk gezegd, dus aan de prekerige punk uit Pittsburg (Pensylvania) gaan we weinig woorden vuilmaken. Toen ze op het einde van hun set “Should I stay or should I go?” speelden, hadden we dus snel ons antwoord klaar: go!

The Roots
werden een dik anderhalf uur later dan voorzien uiteindelijk op de A38-stage gejaagd om daar hun heerlijke lange jamsessie te houden. Gewoontegetrouw betoonden ze eer aan diegenen die op muzikaal vlak echt ‘roots’ gelegd hebben, zie bijvoorbeeld de ondanks zo vaak gehoord toch nimmer tot verveling leidende versie van “The Seed” van Cody Chesnutt. Ook de Beastie Boys (“Paul Revere”), Guns’n’Roses (“Sweet Child o’ mine”) en Kool & The Gang (“Jungle Boogie”) werden gecovered. Het stomende feestje leidde ertoe dat uiteindelijk iedereen naar de verkoeling brengde blazers toegezogen werd.

Voor de World Stage verzamelde zich aardig wat volk voor HK & Les Saltimbanks. Deze Franse groep herinnerde eraan dat hun vorige president Hongaarse voorvaderen heeft maar ze voegden er meteen aan toe dat ze onder geen beding teruggezonden willen worden naar het Sarkozy-tijdperk. Heel wat volk zong uit volle borst mee met “J'ai travaillé toute ma vie” waarbij men zich oprecht de vraag kan stellen of dit bij sommigen misschien met een zekere ironie gescandeerd werd.

Omdat de heuvel aan de World Stage te uitnodigend is om er zich niet op te laten neervleien, bleven we ook bij Muchachito Bombo Infierno ter plekke. Deze Spanjaarden vallen vooral op dankzij de blijkbaar tot deze band behorende kunstenaar die tegen het einde van de set een wit doek omtoverde tot een best geslaagd schilderij.

Korn
kon op het hoofdpodium misschien de liefhebbers bekoren, maar zelf kozen we voor het meer dansbare Friendly Fires. De uitgebreide percussie zorgde er in combinatie met de twee blazers en de immer uitzinning dansende frontman voor dat ook op dag 2 aardig wat zweet vergoten werd.

Om nog maar te zwijgen van hetgeen Emir Kusturica & His No Smoking Orchestra ten berde brachten op de World Stage. Er werd uit de meeste van zijn films (‘Time of the Gypsies’, ‘Life is a Miracle’, ‘Arizona Dream’, ‘Undergound’, ...) wat muziek gepuurd. Het meeste succes werd geboekt met het uit ‘Black Cat, White Cat’ stammende “Pitbull Terrier”. Zowel een lach als een traan kregen gedurende anderhalf uur een plaats op het podium maar daarbovenop zagen we ook enkele uit de eerste rijen geplukte dames en gejongleer met gigantische strijkstokken en dergelijke meer. Een Balkanfeestje uit de oude (film)doos en menig okselvijver zag dus het levenslicht in het het beperkte deel van het uitzinnige publiek dat nog niet in bloot bovenlijf rondhoste.

dag 3 – vrijdag 10 augustus 2012
Met The Vaccines stond op het hoofdpodium een groep geprogrammeerd die de na ‘slechts’ twee tot vier dagen reeds vermoeide festivalgangers de nodige injectie energie zou geven. Na openingsnummer "No Hope" van de in september verwachte plaat ‘Come of Age’, brachten ze meteen het nauwelijks anderhalf minuut durende "Wrekkin' Bar (Ra Ra Ra)”, voldoende om de weide in lichterlaaie te doen staan. Het meeste succes oogstten ze uiteraard met de nummers van hun debuutplaat ‘What did you expect from the Vaccines’. "Post break-up sex" werd luidkeels door de weide meegezongen en ook "Do You Wanna", "Wetsuit" en "Norgaard" zorgden voor de nodige ambiance bij de crowdsurfende menigte.
Zelf waren we niet geheel tevreden van het optreden, vooral vanwege de slechte geluidskwaliteit waarbij drum en basgitaar zodanig overheersten dat van zang en gitaar nog maar weinig merkbaar was. Misschien een (zeldzame) fout van het geluidsteam, maar mogelijk een indicatie dat zanger Justin Young weer met stemproblemen kampt na het afgelopen jaar reeds drie keeloperaties te hebben ondergaan.

Terwijl plots tussen het publiek een groep Hongaarse volksdansers in traditionele kledij hun beste beentje voorzetten tijdens een zich door het festivalpubliek slingerende demonstratie, begaven wij ons richting World Stage om ons daar met Roy Paci & Aretuska in Siciliaanse sferen te laten onderdompelen. Ambiance verzekerd en dat niet alleen met hun eigen werk maar ook met vrolijke covers zoals bijvoorbeeld het van Prince Buster en later natuurlijk Madness ontleende “One Step Beyond”.

Iets later dan voorzien waren we vervolgens getuige van de bekoorlijke vertoning die Agnes Obel in de A36-tent opvoerde. Gelukkig bleef het publiek geduldig ter plaatse toen het concert wegens technische problemen maar niet van de grond geraakte want nadien maakte Obel samen met haar celliste (die regelmatig ook de achtergondvocalen verzorgt) dat er op het A38-podium minstens evenveel moois te rapen valt als op het hoofdpodium.

Niet dat het daar huilen met de pet op is, integendeel, want tegelijktertijd bevestigde The XX het vele moois dat ze de voorbije maanden al op menig festival laten zien en – vooral – horen hadden. Een beetje spijtig dus dat twee zulke betoverend mooie optredens op hetzelfde moment gepland stonden, maar ja, dat is nu eenmaal eigen aan een festival waar zo veel interessante artiesten geprogrammeerd staan.

Wat denken jullie bijvoorbeeld van The Stone Roses? Hoewel het merendeel van het publiek nog in de luiers of in vaders teelballen vertoefde op het moment dat deze Britten het mooie weer maakten, stond de vlakte voor het hoofdpodium heel goed gevuld om getuige te zijn van een overtuigend optreden. Met “I wanna be adored” zette men de toon voor een aaneenschakeling van hoogtepunten. Nog voor de helft van de set weerklonk “Fool’s Gold” dat een heerlijk lang uitgesponnen versie kreeg. Bovenop de vele muzikale hoogtepunten noteerden we ook dat de verantwoordelijke voor de grote schermen zich eens mocht laten gaan met superspacy visuals. Afsluiten deden The Stone Roses met “She bangs the drums” en het toepasselijk getitelde “I am the ressurection”. Vlak voor die beide afsluiters maakte “This is the one” duidelijk dat dit de groep is die iedereen deze zomer gezien moet hebben, al is het maar voor de meest supercoole basgitaar die er dit festivalseizoen te bezichtigen valt.

dag 4 – zaterdag 11 augustus 2012
De vierde dag begonnen wijzelf met een snuifje Sergent Garcia (World Stage) om vervolgens te gaan postvatten voor het hoofdpodium alwaar de Ieren van Two Door Cinema Club een vijftiental nummers balden in een degelijke set die begon met “Cigarettes in the Theatre” en voorts festivaltoepasselijke titels omvatte als daar zijn “This is the life” en “Costume Party”. Over het feit of titels als “Eat that up, it’s good for you” en de afsluiters “Sleep alone”, “Come back home” en “I can talk” toepasselijk zijn voor het festivalpubliek, valt dan weer te discussiëren.

Tijdens één van de vele wandelingen belandden we in de ‘Magic Mirror’-tent alwaar er zich op dat moment een kleinschalige versie van een Cirque du Soleil-spektakel voltrok. Een afwisseling die we wisten te waarderen. Hetzelfde gold voor de groep (en dan, eerlijk is eerlijk, vooral de zangeres van) Magashegyi Underground dat op het Hongaarse podium een thuismatch speelde. Altijd leuk om te proberen geloofwaardig over te komen bij het meezingen tijdens songs in een taal waar je geen jota van begrijpt. We denken niet dat er één Hongaar was die niet direct doorhad dat we zwaar aan het faken waren, maar bon, op een festival waar tolerantie hoog in het vaandel gevoerd wordt, kraait daar geen haan naar.

Het legendarische Leftfield begon zowel muzikaal als visueel sterk aan hun set in een redelijk gevulde Arena. Zestien jaar jaar geleden zagen we hen in Zeebrugge op de avond dat Fredje goud pakte in het zwembad van Atlanta (en Johnny Rotten op datzelfde Zeebrugse podium goud in neertimmeren van de security, een sport waarvan we hopen dat ze in het post-Rogge-tijdperk toegevoegd wordt aan de lijst van olympische disciplines, wij weten alvast op wie we ons geld inzetten).
We gingen er zaterdagavond 11 augustus 2012 dus ook vanuit dat Tia goud zou halen in Londen maar blijkbaar bestaat er dan toch geen verband tussen het winnen van goud op de Olympische Spelen en onze aanwezigheid op een Leftfield-gig.
Tenzij dat verband enkel geldt indien we tot op het einde van het optreden aanwezig blijven aangezien we er in Boedapest voor kozen om Fink te spotten in de A38-tent. Een keuze waar we dankzij bloedstollende versies van “Yesterday was hard on us” (alweer een titel waar menig festivalganger zich perfect mee kon identificeren), “Berlin Sunrise” (een ode aan Berlijn die volgde na zijn even welgemeende uitgesproken liefdesverklaring aan de Hongaarse hoofdstad) en “Fear is like fire” weinig spijt van hadden. Naar het einde van “Sort of Revolution” toe komt de oude Fink weer naar boven: het bespelen van de verschillende geluidspedalen leidt ertoe dat we live getuige zijn van ’s mans kunde op het vlak van ingenieuze elektronica. Het publiek is zodanig onder de indruk dat het loeihard schreeuwt om een bisronde. Net als we denken dat die er om organisatorische redenen niet zal komen, krijgt het dat ook in de vorm van “Sorry I’m late”.

Aangezien we met onze blijdschap geen blijf weten, achten we de tijd gekomen om ons in het feestgewoel van de Roma-tent te storten. Een uitmuntend idee want aldus zijn we nog een kwartiertje getuige van het prachtspektakel dat Vodku aan het opvoeren was. De Roma-tent is the place to be voor wie zich 100% wil onderdompelen in hetgeen de zigeunercultuur toegevoegd heeft aan het muzikale erfgoed. Zelf probeerden we alle dagen van de sfeer in die tent te gaan proeven, bovenop de hier opgesomde groepen hoorden we dus nog meerdere andere gezelschappen magyar nóta, csardas (een soort boerendans) en verbunk (een opzwepende dans die wat doet denken aan de kozakkendansen) brengen.

De ondertussen al aardig op leeftijd gekomen bende van The Pogues mocht op zaterdag als headliner fungeren op de World Stage. Shane MacGowan bleek zowaar in staat om volledig autonoom richting microfoon te wandelen, deze keer dus geen assistent die hem voor gestruikel of verlorengeloop moest behoeden. Niet dat moeders minst mooie (dat hopen we althans voor zijn eventuele broers en zussen) niet af en toe nood had aan een rustpauze, maar de momenten waarop hij van het podium verdween bleven telkens vrij kort waardoor hij misschien wel zo’n 80% van het optreden vooraan stond (alhoewel bij onze berekeningen met een zekere foutenmarge rekening gehouden moet worden want om niet al te zeer uit de toon te vallen zagen wij ons genoodzaakt om tijdens het optreden zelf af en toe eens te gaan bijtanken aan één van de vele togen).
In zijn geval mogen we hier dus dezer dagen wel degelijk spreken van een olympische prestatie. Zonder MacGowan zijn de resterende bandleden capabel om vrij strak te spelen, iets wat ze o.a. illustreerden middels een snedige versie van het door Spider Stacy met volle goesting gezongen “Tuesday Morning”. Een vocale prestatie die technisch gezien waarschijnlijk het hoogtepunt van het concert betekende. Ook Stacy beseft echter dat de massa The Pogues niet als volwaardig beschouwt zonder de ondanks alles nog levende legende die MacGowan ondertussen al een drietal decennia is. Het is deze laatste die in zijn eentje de pure rauwheid incarneert waarvoor deze groep altijd het referentiepunt zal blijven in de wilde wereld van de folk-rock.
Het van Ewan MacColl geleende “Dirty Old Town” zal - ondanks verwoede pogingen van grootheden als The Dubliners - nooit een betere interpretatie krijgen dan deze die The Pogues er ook nu weer van brachten. Onbegonnen werk om alle hoogtepunten van het optreden op te sommen dus we beperken ons tot de apotheose: een stomende versie van het onverslijtbare “Fiësta” deed het stof nog steviger opwaaien dan voorheen. Soms waanden we ons als wielrenners tijdens een kurkdroge editie van Parijs-Roubaix. Na afloop zullen onze longen alleszins niet minder stof te verwerken gekregen hebben, maar bon, niet geklaagd want zoals eerder gezegd waren er drankstandjes genoeg om ons weer bij onze positieven te brengen (iets wat die coureurs dankzij de dopingjagers nu net moeten proberen vermijden).

Wij kozen voor het standje in de Roma-tent alwaar we eerst Söndörgd en later King Naat Veliov & Original Kocani Orkestar aan het werk zagen (althans, dat leiden we af uit de programmabrochure want we dompelden ons iets te serieus in de sfeer onder om dit op zelfstandige basis te kunnen bevestigen).

De voorlaatste dag was dus opnieuw meer dan de moeite. Gelijktijdig met The Pogues entertainde Snoop Dogg het publiek vanop het hoofdpodium maar een mens moet nu eenmaal kiezen dus we hebben geen flauw benul hoe hij het daar vanaf gebracht heeft. Was Snoop Dogg al volledig getransformeerd in Snoop Lion of teerde hij nog op zijn oude werk? We hebben geen idee maar vermoedelijk bracht hij in Boedapest ongeveer dezelfde set als diegene die hij een vijftal dagen later op Pukkelpop zou opvoeren.

dag 5 – zondag 12 augustus 2012
De vijfde en laatste dag werd op het hoofdpodium in gang geschoten door The Subways. Zoals steeds was het niet moeilijk om Belgen te vinden tussen het publiek. Overal worden immers volop vlaggen rondgedragen. Een ietwat vreemd ogende maar uiteindelijk best sympathiek en spraakzaam blijkende landgenoot vertelde ons enthousiast dat hij in 2004 (of 2005 want zijn geheugen bleek hem wel eens in de steek te laten) in Leeds woonde en zich afvroeg wat te doen op een koude vrijdagavond in North-Yorkshire. Joseph Well’s was altijd een optie om beginnende groepjes in een obscuur achterzaaltje te zien en in 2004 (of 2005?) bleek één van die groepjes The Subways te heten.
Rauw, energiek, onvolmaakt maar met potentieel, dat was zeker. Wat deze ietwat bizarre (maar zoals gezegd dus best wel sympathieke) kerel zich echter vooral wist te herinneren was de sexy, blonde bassiste (Charlotte) die plagerig haar borsten aanraakte en vroeg wie er zin in had. Niet te verwonderen dus dat we die weirdo nu op Sziget terugvonden op het moment dat The Subways van jetje gaven. Was ons dat een uppercut: stevig in het ritme, strak en duidelijk volwassen geworden. Het publiek lustte er ook wel pap van. Songs als “Kiss Kiss Bang Bang”, “Celebrity” en “It’s a party” werden uit volle borst meegezongen. Het was eraan te zien dat Sziget hun favoriete festival was, aldus Charlotte die er met de jaren nog sexier op geworden blijkt te zijn. ‘Being fucked by the gods of electricity’ schreeuwde de zanger na een gitaarpanne. Waarop onze nieuwste kennis brulde dat hij verkoos ‘to be fucked by the goddess of bass players’. Waarop wij verkozen om uiteindelijk toch tijdig afscheid te nemen van onze nieuwe vriend. Niet dat we hem dus niet sympathiek vonden, integendeel, maar god weet hoeveel vuile woorden er nog in deze review zouden belanden als we al te lang onder de invloed van deze prettig gestoorde kerel bleven.

Tijd om ons naar de A38 te begeven waar De Heideroosjes voor een uiteraard voornamelijk Hollands publiek het Hongaarse luik van hun afscheidstour verzorgde. Punkrockers werden op hun wenken bediend middels een aardige selectie uit hun best wel indrukwekkende oeuvre. Met een cover van “Blitzkrieg Bop” van The Ramones werd eer betoond aan hun soortgenoten maar De Heideroosjes durven verder te kijken dan hun neus lang is want ook liefhebbers van Stef Bos kwamen aan hun trekken dankzij “Tussen de liefde en de leegte”. Met “Time is ticking away” werd nog eens uitdrukkelijk verwezen naar het feit dat ze er heel binnenkort definitief een punt achter zetten. Sziget kreeg alvast een gepast afscheid, niks meer maar vooral ook niks minder.

Op de World Stage konden we nog een stukje meepikken van het 11-koppige Fanfara Ciocarlia uit Roemenië. Zoals de naam doet vermoeden, betreft het hier voornamelijk (90,9%, wie kan raden hoeveel dit in absolute aantallen is en het antwoord op een gele briefkaart stuurt naar minister Muyters stuurt, wint onze eeuwige waardering) blazers. Wetende dat er op zondag vele fans van Goran Bregovic op het eiland rondliepen, kozen ze ervoor om verschillende door Goran Bregovic de onsterfelijkheid in gezongen nummers te brengen (bijvoorbeeld “Kalashnikov” waarover later meer).

Best wel de moeite, hetgeen ook gezegd mag worden van Supernem, de ongecompliceerde rockgroep waarvan we op het Hongaarse podium nog een kwartiertje konden meepikken.

Nog beter klonk de puike garagerock van het Zweedse Mando Diao op het hoofdpodium. Zelf waren we niet echt vertrouwd met dit combo maar het tegenovergestelde bleek het geval voor de vele tienduizenden die uit volle borst meezongen met een resem van hun blijkbaar tot hits verworden songs. Hun vijf studioplaten blijken dus vooral buiten België gretig aftrek gevonden te hebben, voor MTV Duitsland mochten de heren bijvoorbeeld een Unplugged-sessie opnemen.

Iedereen moet deze zomer minstens enkele minuten meegepikt hebben van het geflipte LMFAO, maar laat het alstublieft bij die enkele minuten blijven want dan heb je het echt wel gehad met hun monotone party-sound. De jeugd van tegenwoordig gaat hier blijkbaar en masse voor uit de bol maar daarvoor waren wij die zondag in Sziget zelf toch nog iets te nuchter. Misschien hadden we er enkele uren later met volle teugen van kunnen genieten hetgeen nu dus allesbehalve het geval was. Niet dat we per definitie ons veto stellen tegen alles dat meer prefab-product dan vrucht van creatieve arbeid is, maar het gaat ons toch net iets te ver om dit gedoe “goed in zijn genre” te noemen ofzo. Wel leuk om te zien hoe massa’s prettig gestoorden zich uitleefden op deze dus blijkbaar massaal gesmaakte gimmick. En in die zin moeten we dus misschien mild genoeg zijn en als oude zakken toegeven dat het uiteindelijk ook wel zijn plaats heeft op zo’n eclectisch festival. Voor één keertje dan…

In de A38-tent stond gelijktijdig met de partyrock van LMFAO het subtielere Lamb geprogrammeerd. Ze brachten een al bij al redelijk stevige set die niet mis was maar te weinig betoverde om van een groots concert te spreken. We waren ooit al meer onder de indruk van Lamb dus heel lang kon het onze aandacht niet vasthouden.

Als afsluiter op het hoofdpodium stonden The Killers geprogrammeerd. Zelf kozen we echter voor het slotfeest op de immer sfeervolle OTP World stage. Daar kwam namelijk Goran Bregovic and The Wedding & Funeral Band, en ervaring leert ons dat zijn optredens steeds voor een geweldige ambiance en de nodige gekte zorgen. We werden in onze keuze niet teleurgesteld. Het publiek was talrijk opgekomen en vanaf de eerste noten zat de sfeer goed. Ook een plotse korte regenbui (de eerste van het festival) kon de meute niet bedwingen maar zette integendeel aan tot nog meer springen en wild dansen.
Goran Bregovic, in West-Europa vooral bekend geworden na het schrijven van de muziek voor Emir Kusturica's film ‘Underground’, brengt met zijn Wedding & Funeral Band een mix van Gipsy Brass band muziek met elektrische gitaar, traditionele gezangen en strijkers. In zijn muziek weerklinken invloeden van Joodse- en Zigeuner huwelijksmuziek, zowel als orthodoxe en katholieke kerkgezangen. Hij was de persoon die Balkanmuziek met zijn amalgaan van invloeden op de wereldkaart zette en met zijn band zijn ze zeer gevraagd op festivals wereldwijd.
Ook nu weer zorgde good old Goran voor een fantastische afsluiter van een al even fantastisch festival. Aan het begin van de show schreeuwde hij de menigte toe met de woorden "if you don't go crazy, you're not normal", woorden die overbodig bleken want ‘crazy’ ging de menigte sowieso. Crowdsurfen, ronddansen en springen van de eerste tot de laatste toon. Ondanks dat ongetwijfeld slechts enkelen de woorden echt kennen, werd er luidkeels meegezongen op de tonen van "Mesecina", en toen hij zijn twee slotnummers inzette, het anti-facistische lied "Bella Ciao" en het explosieve "Kalashnikov", ontplofte het reeds dolle publiek nog voor een laatste keer. Getuige het filmfragment te bekijken op het officiële Sziget Youtube kanaal: http://www.youtube.com/watch?v=sAEWQ6opwoI. Het was een waardige afsluiter voor het volgens ons leukste podium, de OTP World Music Stage.

Nog nahijgend van dit geschift slotfeest, trokken we de heuvel over naar de Roma-tent alwaar bleek dat het feest nog maar net was begonnen! Eerst zweepte Parno Graszt de boel op en vervolgens zorgde Fanare Savale er voor het laatst voor dat de Roma-tent uit de bol kon gaan op live gebrachte zigeunermuziek van de bovenste plank. De Roemenen zorgden onder andere met “
Două guri în timp ce celălalt este de a picta” voor een meer dan waardige afsluiter van het immense feestje dat tienduizenden een week lang in de ban hield.

Niet dat het dan al gedaan was want de eer om de Roma-tent af te sluiten was voor de tweede dag op rij zowaar gegund aan ons eigen land. DJ Gaetano Fabri & Balkan Hotsteppers slaagden er met de vingers in de neus in om het dolle gezelschap in de tent opnieuw in extase te krijgen. Niet te verwonderen eigenlijk met zo’n familienaam als die van Gaetano. Ongetwijfeld heeft Nonkel Danny hem van jongsaf aan de truken geleerd om een vrolijke bende helemaal in hogere sferen te brengen. Ook neefje Danny Jr. zal als ervaringsdeskundige aan Gaetano waarschijnlijk waardevolle tips gegeven hebben om heet gezelschap nog extra op te hitsen. Wat Danny Jr. een twintig jaar geleden immers opvoerde in de onvolprezen Eddy Lipstick-productie ‘Belgische reetjes’ behoort namelijk tot de hoogtepunten uit onze vaderlandse filmgeschiedenis. Vooral dan  - kwestie van in de muzikale sfeer te blijven - de scène waarin deze steracteur op originele wijze uitbeeldt hoe men een radiotoestel kan finetunen.  Allez, dat is toch hetgeen onze meer cinefiele vrienden ons op het hart drukten. Rep u naar één van de laatst overgebleven videotheken om zelf uw oordeel te vellen.

Ter afsluiting merken we op dat het Sziget-festival dit jaar een officiële live streaming had op youtube. Het resultaat hiervan vind je op http://www.youtube.com/user/szigetofficial. Voorts zal de geïnteresseerde op het internet honderdduizenden (audio-)visuele bewijzen aantreffen voor hetgeen wij hier in zo’n vijfduizend woorden probeerden duidelijk maken hebben: Sziget is en blijft tot nader order het meest complete en beste festival. Al blijven uitnodigingen tot andere festivals uiteindelijk welkom indien iemand meent dit te kunnen tegenspreken.

Neem gerust een kijkje naar de pics http://www.musiczine.net/nl/fotos/sziget-budapest-2012/

Organisatie: Szigetfestival http://www.szigetfestival.fr

Ieper Hardcore Fest 2012 beleeft schitterende verjaardageditie!

Geschreven door

 

Ieper Hardcore Fest 2012 beleeft schitterende verjaardageditie!
Ieperfest 2012

In 1992 startte er een een kleinschalig, tweedaags hardcorefestivalletje in de oude Vort’n Vis club in Ieper.  We zijn twintig jaar later en datzelfde initiatief groeide ondertussen  uit tot het langst bestaande underground hardcore festival in de wereld.  . Deze organisatie kent steevast een sterke line up maar is ook om andere redenen zeer bijzonder.  De organisatie doet al sinds de beginjaren zoveel mogelijk om haar ecologische voetafdruk te verminderen.  Ieperfest viel zo de voorbije jaren in de prijzen en kreeg  in 2010 als 2011 de Greenevent Award uitgereikt door OVAM.  Heel wat andere festivals kwamen hier ondertussen ideeën opdoen en de stad Ieper nam verschillende zaken over op het vlak van afvalverwerking.

Dit jaar blies Ieperfest twintig kaarsjes uit en zorgde daarvoor speciaal voor een indrukwekkende line up.  Dat betekent het kruim van de internationale topbands binnen het hardcoregenre, heel wat groepen die een uitzonderlijke reünieshow verzorgden én verschillende nieuwe acts die  de kans kregen zich te presenteren aan het internationale kennerspubliek.

Zelf waren wij op de eerste festivaldag aanwezig. Traditiegetrouw is dit de kalmste dag van het festival maar desondanks was de weide toch aardig volgelopen, het optreden van H8000-pioniers Congress zal daar niet vreemd aan geweest zijn.  We konden slechts iets na 16h aanwezig zijn en misten daardoor jammer genoeg ondermeer het optreden van onze favorieten van Death By Stereo. Niet getreurd want zanger  Efrem  zou de hele dag bij verschillende andere bands op het podium verschijnen. 
Bij aankomst pikten we nog enkele songs mee  van het legendarische Skarhead met de al even befaamde Lord Ezec in haar gelederen. Jammer genoeg had de band te kampen met een verschrikkelijk slecht geluid en was het onmogelijk om de bindteksten van de overgetattoeërde frontman enigszins te verstaan. Desondanks waren de reacties in de goedgevulde tent vrij enthousiast.

Daarna volgde  Norma Jean met  een pittige set.  Deze Amerikaanse christelijke metalcoreband uit Douglasville, Georgia wist best wat mensen te enthousiasmeren met hun gelaagde en donkere hardcore. De meeste handjes gingen op mekaar toen Norma Jean vocale ondersteuning kreeg van ex-zanger Josh die iets later zelf de bühne opmoest met zijn formatie The Chariot. 

Na het geweld van Norma Jean kregen onze landgenoten van Homer de kans om de tent op zijn kop te zetten.  Jammer genoeg was er niet al te veel volk aanwezig maar desondanks slaagden zanger Johan en de zijnen er in om een gezellig feestje te bouwen. Homer heeft sinds kort een nieuw album uit (‘The Politics of Make Believe’) en presenteerde daarvan vijf songs op Ieperfest.  Daarnaast speelde het viertal ook enkele oudjes waaronder “Long Gone Dreams”, “Tear It Down”, “Your Economy is Our New World Order” en “Stuck In A Moment”.  Hoewel de kwaliteit van de geluidsinstallatie net als bij Skarhead niet optimaal  was, genoten we van de catchy mix van melodieuze punk en stevige hardcore.

Opnieuw over naar het hoofdpodium waar de Engelse hardcorepioniers van Knuckledust het beste van zichzelf mochten geven en dat mag gerust letterlijke genomen:  de band was in grote vorm!  Knuckledust gaat al vele jaartjes mee, brengt niks nieuws onder de zon maar blinkt wel  uit middels hun heerlijke cross over van  snelle hardcore met diverse breaks en lekkere moshstukken.  Bovendien staat er met  de figuur van frontman Pierre een en al charisma op het podium. Binnen twee weekjes komt hun nieuwe schijf uit die ‘Bluff, Lies and Alibis’ zal heten.  De nieuwe songs die ze op Ieperfest speelden, laten alvast het beste vermoeden.

Na het overweldigende Knuckledust opteerden we voor een bezoekje aan de gezellige More Than Music-tent. De bezoeker vond er zoals gewoonlijk  een kleine bibliotheek waar je rustig doorheen interessante  lectuur en fanzines kon bladeren.  Daarnaast was er de mogelijkheid om een vegetarische snack te veroberen, kon je kennis  maken met  organisaties zoals Sea Shepherd, Fairfin en verschillende NGO’s en was er ruimte voor film, debatten, presentaties en interviews.  Wij pikten het interview mee dat De Wereld Morgen afnam van Vinnie Stigma en Mike Gallo, respectievelijk de gitarist en bassist van Agnostic Front.  Het werd een zeer interessant gesprek met deze twee hardcoreveteranen waarbij vooral de eerste een vrij bijzondere indruk naliet.  Vinnie Stigma is niet de eerste de beste, hij is een selfmade man die naast zijn muzikale activiteiten ook diverse films opneemt en die bovendien zijn eigen tattoobedrijf uit de grond stampte.  Stigma had heel wat interessante zaken te vertellen maar dreigde jammer genoeg geregeld ook een karikatuur van zichzelf te worden.  De prima interviewer van De Wereld Morgen had het niet altijd onder de markt maar leidde toch alles in goeie banen.  Het was ook  leuk te zien dat jongere muzikanten van ondermeer The Mongoloids en Coke Bust de lof zwaaiden over hun collega’s van Agnostic Front.

Het drietal van Corrosion Of Conformity was misschien wel een wat vreemde eend in de bijt op Ieperfest.  De heren lieten het zich niet aan het hart komen en onder het credo ‘ niet lullen, maar spelen’ serveerden ze vijftig minuten lang een crossover van metal, punk, sludge en stone. Opvallend was dat zowel de gitarist, de bassist als de drummer afwisselend de vocalen voor hun rekening namen.  Jammer genoeg konden slecht enkele metalheads de muziek smaken en was COC voor velen het sein om een hapje te eten of wat bij te praten in een van de gezellige hoeken van het festivalterrein.

Ook wij zaten het optreden van het Amerikaanse drietal niet uit want we wachtten vol ongeduld op onze helden van Mucky Pup. Wij leerden de band een  kleine twintig jaar geleden kennen met het zeer fijne album ‘Lemonade’.  Deze van emotie doordrongen plaat bleek echter zeer atypisch voor Mucky Pup gezien de heren uit New Jersey zich tijdens hun loopbaan eigenlijk ontpopten tot de partyband bij uitstek.  Na lang wachten op een nieuwe geluidsinstallatie kwam frontman Chris Milnes eindelijk op het Ieperse podium en bleek dat ie met Sean Kilkenny en Marc De Backer (beiden voorheen bij Dog Eat Dog) twee topmuzikanten meehad. Vanaf opener “P.T.L. We want you Money” was het een en al feest op en voor de stage.  Mucky Pup bracht daarna de ene feestsong na de andere (“Batman”, “Nazichicm”,en “Death By Cholesterol”) waarna met enkele covers het dak zowat van de tent ging.  Zo was er eerst  Maidens “Running Free” met vocale ondersteuning van Efrem Shulz van Death By Stereo waarna een knallende versie van “Little Pigs” volgde.  Na opnieuw een eigen oudje (“The Skinheads Broke My Walkman”) en wat flarden AC/DC door Kilkenny kwam zanger Chris met zijn corpulente lichaam in een vrij smalle boksoutfit op het podium en volgden nog Danzigs “Mother” en de knallers “Hippies Hate Water” en “You Stink But I Love U”.

Na Mucky Pup was het opnieuw de beurt aan Lord Ezec die ditmaal met Crown Of Thornz op het hoofdpodium stond.  Deze formatie splitte 14 jaar geleden en werd vooral geprezen omwille van  het legendarische album ‘Train Yard Blues’   Op Ieperfest gaven ze een exclusief optreden en heel wat mensen wilden de show maar al te graag meepikken.  Ons kon Crown Of Thornz niet echt bekoren, dat kwam enerzijds door het rommelige spel  en anderzijds door te lange pauzes tussen de diverse nummers.

Op Ieperfest is er op tijd en stond wat ruimte voor death metal en dat was dit jaar ook het geval bij Aborted.  Het immer hardwerkende vijftal bracht dit jaar hun zevende plaat ‘Global Flatline’ uit en de formatie putte gretig uit het nieuwe werk. 
Ondermeer single “Global Flatline”, “Coronary Reconstruction”, “From A Tepid Whiff” en “The Origin Of Disease” passeerden de revue.  Vooral opvallen deed  frontman Svencho die met zijn hele lijf de meest geschifte geluiden produceerde.

Het contrast tussen Aborted en de volgende band van de avond was immens. Funeral For A Friend wist met zijn mix van emo, posthardcore  en uiterst melodieuze punkrock een heel ander publiek aan te spreken.  De vijf heren konden ons  best te bekoren met hun radiovriendelijke muziek, enkel zanger Matthew Davies – Kreye bleek niet al te best bij stem.

Ondergetekende wachtte net als de meeste aanwezigen vol ongeduld op Congress.  Zij waren begin jaren negentig de grondlegger van de zogeheten H8000 stijl van hardcore en bleken een onmiskenbare invloed voor tal van Europese en Amerikaanse metalcoregroepen.  Hun mix van old school hardcore met trash, metal en gothic was  meer dan vernieuwend en wie Congress hier zag optreden, moet erkennen dat de band nog steeds boven veel andere bands uitsteekt.  De ingenieuze afwisseling tussen snelle en rustige stukken, het virtuoze gitaarspel van Josh,  de strakke ritmesectie en de ijzingswekkende strot van de kleine maar indrukwekkende pitbull Josh.... het is niet zomaar dat Congress nog steeds zo indrukwekkend is.  Voeg daarbij de talloze overbekende songs  zoals “Slaves Of Decay”, “Acoustic Life”, “Blackened Persistance”,  “Underpressure”, “Lifting The Ban”, “I Lead Astray”, “Conspiracy Of Silence” ... en het is duidelijk dat dit een show is die veel Iepergangers nog lang zullen herinneren.

Agnostic Front bleek de ideale afsluiter van een geslaagde festivaldag.  Met Vinnie Stigma en Roger Miret beschikt de band uit New York over twee levende legendes die weten hoe je een goed hardcore-feestje bouwt.  Agnostic Front telt bovendien een aantal songs die iedereen probleemloos uit het hoofd meebrult en dat was ook op de Ieperse slagvelden niet anders. Vanaf opener “Victim Pain” was het drummen geblazen op en voor het podium en dat bleef zo toen ook  “Dead To Me”, “For My Family”, “Friend Or Foe” en “United Blood” uit de speakers knalden.  Zanger Chriss van Do Or Die mochten daarna meezingen bij “Piece” waarna Agnostic Front de finale inzette met “Crucified” en “That’s For Life”.  Daarna volgde “Gotta Go”, ongetwijfeld dé song van de dag die iedere bezoeker ongewijfeld de hele nacht bleef meeneurïen..  Agnostic Front liet gretig alle aanwezig meespringen en zingen op het podium en zette daarna ook “A Mi Manera” in.  Voor ons het sein om na een leuke dag huiswaarts te trekken.

Niet alleen muzikaal was Ieperfest een topeditie.  Ook qua publiekopkomst was dit een geslaagd feestje gezien de meer dan 1200 bezoekers. We geven nog mee dat op 18 februari 2013 de wintereditie van Ieperfest plaatsvindt.

Neem gerust een kijkje naar de pics van het Ieperfest weekend http://www.musiczine.net/nl/fotos/ieperfest-2012/


Organisatie: Ieperfest, Ieper

 

Lokerse Feesten 2012: DAG 10: Gers Pardoel – UB 40 – Marco Borsato – Regi

Geschreven door

Lokerse Feesten 2012: DAG 10: Gers Pardoel – UB 40 – Marco Borsato – Regi
Lokerse Feesten 2012

… Lokeren, laatste dag van 10 dagen feest. En Feest stond voorop op die afsluitende avond; met de warme zomerzon op de rug, was het niet nodig voor de eerste artiest om het publiek nog op te warmen …

Voor ons stond als eerste van de avond Gers Pardoel. Met de nummers “Morgen ben ik rijk” en “Spookstad” kon hij het publiek bekoren.  Toen hij door een vriend, een meisje uit het publiek liet halen om het ook eens van ‘zijn kant’ te bekijken, werd de jeugd op de eerste rij uitzinnig om op het podium te staan.  Toen het jonge meisje vanuit het oogpunt van Gers de menigte mocht begroeten, was “Het maakt niet uit wat je doet, zolang je maar jezelf bent” een mooie boodschap om mee te geven aan het publiek. 
Natuurlijk kwamen de toeschouwers pas echt los wanneer hij de toetsenist even op weg hielp om het nummer “Bagagedrager” in te zetten.  Met de klassieker “waar is da feestje” zorgde hij voor een mooie overgang naar: “Broodje bakpao” het nummer dat hij samen met The Opposites maakte en waardoor hij bekend raakte.  Als afsluiter werd de vraag gesteld of het laatste nummer ons bekend was, het antwoord was vrij duidelijk toen iedereen op het plein het nummer “Ik neem je mee” bijna foutloos meezong.  

Van Gers Pardoel, die toch op het lijf van de jeugd is geschreven, stapten we over naar UB40.  Een gerenommeerde groep uit Birmingham die reeds van in 1978 actief is.  Al is het niet meer in de originele bezetting, ze slaagden erin met “Here I am” de juiste sfeer te brengen op deze zomeravond.  De reggae/pop muziek werd door de meerderheid herkend en we waren vertrokken voor een super optreden, of op zijn minst, dat dachten we.  Bij de nummers “We will sing”, “Cherio, cherio baby” en “Rat in the kitchen” werd niet meer gedaan dan af en toe even naar het podium te kijken.  Pas toen het nummer “Red red wine” gebracht werd sloeg de sfeer om in een gezellige meezingpartij, met het nummer “Can't help falling in love” werd het optreden wel heel mooi afgesloten.  Het optreden was correct, de nummers werden goed gebracht maar helaas konden ze er niet in slagen een optimale sfeer te creëren. 

Na het optreden van UB40 konden we met z'n allen meegenieten van een mooi vuurwerk buiten het terrein van het festival.  Een leuk intermezzo vóór de klepper van de avond op het podium verscheen.  Want we konden er niet omheen, de meeste aanwezigen waren afgezakt naar de Grote Kaai van Lokeren om Marco Borsato te zien.  Toen we op een moment omringd werden door Nederlanders was dat wel zeker.  
Hij zette zijn concert zoals steeds spectaculair in.  Met het nummer “Branden aan de zon”, niet onmiddellijk de verwachtte opener, schakelde hij over naar “Vrij zijn” wat dan wel weer veel bekender is voor het ruime publiek.  Hij sprak het publiek aan met de woorden: “ dit is mijn eerste festival in lange tijd en nu besef ik wat ik gemist heb!” en zette de eerste tonen van “Afscheid nemen bestaat niet” in.  Hierdoor kon begrepen worden, dat het niet het laatste festival zal worden dat hij zal doen. 
Bijna alle hits kwamen aan bod en ze werden een voor een gesmaakt.  Het plein was volledig vol gelopen en er was een ambiance om u tegen te zeggen toen de nummers “Rood”, “Je hoeft niet naar huis vannacht”, “Ik leef niet meer voor jou” en “Dromen zijn bedrog” werden gebracht.  Bij de nummers “Zij” en “Dochters” gingen de gsm's en lichtjes spontaan omhoog.  Na het laatste nummer kon publiek er niet genoeg van krijgen en hij werd teruggeroepen, hij kwám ook terug met “Droom, durf doe en deel” deed hij het publiek dansen, springen en swingen.  Met het nummer “Binnen” deed hij het plein een laatste keer ontploffen.
Zichtbaar genietend van het concert verliet hij het podium, zoals steeds dankbaar voor het enthousiasme van zijn publiek.  Het moet gezegd, het was geen verwachtte gast op de Lokerse Feesten, maar zijn concert was top!

Na het verpletterende concert die Marco Borsato neerzette, liep het plein leeg.  Op het podium werd druk gebouwd aan de mix-tafel van Regi.  Toen na 20 minuten de ‘witte chesterfield’ opgesteld was, volgde de aankondiging snel, 10 minuten voor het vooropgestelde tijdstip.  Hij zette de eerste plaat op en we zagen het plein opnieuw volstromen.  Met remixes van nummers zoals van Bryan Adams' “Summer of 69” en Gustavo Lima's “Balada” zette hij oud en jong aan tot een waar dansfestijn.  Het optreden werd onwaarschijnlijk een feestje van formaat!


Neem gerust een kijkje naar de pics http://www.lokersefeesten.be

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Pagina 100 van 147