logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
The Wolf Banes ...
Festivalreviews

Melkrock Tielt 2012 – dringt zich stelselmatig op …

Geschreven door

Melkrock Tielt 2012 – dringt zich stelselmatig op …
Melkrock Tielt 2012

Wat waren we aangenaam verrast even af te zakken naar Melkrock Tielt. VZW Heelal is al toe aan hun vijftiende editie en is al een paar jaar gegrondvest op het recreatiedomein Watewy in Tielt . En hier heerst een aangename , amicale sfeer en drukte ; het kleine terrein is een combinatie van een mini Couleur Café, Cactusfestival en Festival Dranouter. Het recreatiedomein is een voorname troef voor families, kinder – en randanimatie,  wat de organisatie ten volle benut. Een variatie in eet- en drankstandjes, allemaal dicht bij elkaar, vergroten de gezelligheid. TOPkaas!

En dan de muziek … met een affiche van Zion Train, Steak Number Eight, Bed Rugs, Steven H, Polaroid Fiction, Tiny Legs Tim, Renée, Reena Riot, Kapitein Winokio, Berlaen en Elco gokte de organisatie breed . Een gevarieerd programma dus, dat zowel gezinnen, jongeren en pure muziekliefhebbers aansprak.
Eén podium  en een kleine tent (Radio Topkaas tent) waar solo artiesten hun gading vinden. Mooie formule voor een festival dat zich stelselmatig opdringt en niet godvergeten wordt.

Impressies
Een glimp zagen we nog van de sfeervolle pop van Renée,  intieme, breekbare ‘lofi’ fluisterpop, met een zachte fluwelen , indringende stem . Fijne sing/songwriter popsongs, waarbij de huppelende melodietjes van de single “Dum dum dum” pasten in het feeërieke decor.

De Limburgers van Polaroid Fiction hadden eerder al de Limbomaia prijs gekaapt en mogen zich Artist in Residence noemen in de Muziekodroom in Hasselt . Het trio brengt rauw rockende songs , niet vies van experiment, en wordt gedragen door lichthese, zweverige , verbeten zangpartijen . De groep heeft iets van Rage en Black Box Revelation in de ritmes , maar durft noisier uit de hoek te komen en gaat dan de richting noisepop  van Future of the left . Ze gaven “Live & let die” van Paul McCartney een alternatief rockende jasje .

In de Topkaas tent zette Steven H(eyse) uit Kaster de boel op stelten met z’n hiphoprhymes. Hij rapte op giftige wijze in een West-Vlaams dialect en geeft z’n aanstekelijke hiphopsounds een pompende creatieve dynamiek , vol verrassende wendingen en een breed gesmeerde  laagje humor  , waaronder “danig verward” , “gen lief en zere a min moage”. Hij rapte, zong en danste op die voorprogrammeerde ritmes en had meteen het publiek mee . Fris, speels en opzwepend. Artiest met een feestneus en een groots entertainer!

Ook beloftevolle Eigen Kweek zijn  Bed Rugs, die met ‘8 th cloud’ een smaakvol debuut uithebben.  De invloed van Metal Molly van Deweze is hier onmiskenbaar te horen , alsook de Britse Last Shadow Puppets, Noel Gallagher en The Beatles; de psychedelische en shoegaze pedaaleffects vinden meer en meer hun weg in die subtiele,  vindingrijke sound . Het kwartet bracht een boeiende afwisseling van snedige , weerbarstige gitaarrock en sfeervolle popsongs, die elan hadden door de meerstemmige zang, waarbij de Afrekening single “What does it mean?” niet ontbrak.

West – Vlaams talent  ontbrak niet met Steak Number 8, de ex Humo’s Rock Rally winnaars; bijna een thuismatch . Muziek ‘veur op j’un muulle’ hoorden we presentator Dufourmont zeggen . Volwassen gasten zij ze intussen geworden, en ze zorgen ervoor dat hun combinatie van postmetal, sludge/doom en noise een toegankelijker, aardser karakter heeft. Isis, Neurosis, Amenra zijn onmiskenbare invloeden door de donker, dreigende sound, de logge , diepe, rauwe ritmes, de snedige tempowisselingen en de intens broeierige opbouw. Songs die ruimte laten voor de instrumenten, uitgesponnen kunnen zijn,  exploderen  en ingevuld worden door een rauw bezwerende zang en screamo’s. Spannend, broeierig en beukend … ‘raw power’, waarbij de single “The perpetual” niet te missen was, en ze de cd ‘All is chaos’ elan gaven . Overtuigend en Behoorlijk indrukwekkend!

De programmatie was uitermate afwisselend en sprak iedereen wel aan . Ze konden het Britse Zion Train strikken, onder de tandem Neil Perch (DJ/bassist/producer/ knoppenfreak) en de zanger Molara, aangevuld met hun vaste twee blazers, die ruim twintig jaar lang de onvervalste pioniers van de dubreggae/dancehall/rave zijn. Ze zijn invloedrijk op de worldreggae , ragga en kuduro sound.
Niemand die erom maalt of zij nieuw werk uithebben . Sfeer en hier tellen de vibes en de grooves. Ze staan garant voor een stomend feestje, waarbij je in hun ‘mishmash’ web wordt geweven en waarbij de trancy aanstekelijke beats wat kracht kunnen worden bijgezet, zoals een Dreadzone ooit nog deed. Molara kon het publiek ophitsen  met een “Are you ready” , “I can’t hear you” en “Jump to the Zion Train sound” . “War on Babylon” is een blijvertje en hun muziek spreekt zowel de ‘open minders’ , de doorwinterde reggaeliefhebber als de jonge, jeugdige proevers aan!

Organisatie: VZW Heelal, Tielt

Sziget Festival 2012 – overzicht 08 t/m 12 augustus 2012

 

Sziget Festival 2012 – overzicht 08 t/m 12 augustus 2012
Sziget Festival 2012
l’île Obudai
Budapest (Hongarije)

De Hongaarse hoofdstad huisvestte al voor de twintigste keer het Sziget-festival. Na jarenlange positieve verhalen en de officiële bevestiging daarvan met hun verkiezing tot ‘Best European Major Festival’, was het eindelijk aan ons om dit te kunnen bezoeken.
Het festival begon op maandag (‘day -1’) met lokale groepen en dinsdag (‘day 0’) werd als ‘metal day’ bestempeld. Wijzelf waren pas paraat vanaf woensdag, de eerste dag van het internationale luik van het festival.

Uit ervaring met andere grote festivals hadden we ons bij aankomst verwacht aan eindeloze wachtrijen, maar dit bleek bij Sziget geen probleem. Na ongeveer vijf minuten waren we binnen en hadden we reeds onze Sziget-paypass in het bezit, het enige officiële betalingsmiddel op het eiland waarmee je in de talloze drank- en eettentjes terecht kan.
De indruk die we kregen was dus meteen overweldigend. Sziget, in het Hongaars “eiland”, is groot, en wat meteen opvalt is de enorme ruimte en vrijheid die dit eiland biedt. De kampeerders mogen in principe hun tent overal opzetten, en je vindt ze dan ook verspreid terug over het gehele terrein. Er is overal ruimte en dus bewegingsvrijheid genoeg. Ook aan die standjes moet je niet als haringen in een ton gaan kruipen want als je ergens wat volk op hun bestelling ziet wachten, loop je doodleuk enkele meters verder naar het volgende standje waar je niet moet aanschuiven. Welk een comfort! Bijkomend voordeel is dat je in elke eetstand ook drankjes kan bestellen, heel praktisch zodat je telkens in één beweging een compleet menu kan kopen terwijl je hiervoor op andere festivals twee keer mag aanschuiven.
Bovenop de vele podia vind je her en der extra muzikaal vertier in de ontelbare bars die tot club omgebouwd worden. Ook kom je voortdurend DJ’s tegen die vanuit het niks opduiken in de meest originele mobiele installaties. Een gigantische stalen constructie wordt elke avond gebruikt om machtig circustheater op te voeren in openlucht, tientallen masseuses staan permanent ter beschikking voor wie een danspasje teveel gezet heeft, elke dag komen de liefhebbers van de (uiteraard artistiek verantwoorde) regenboogkleurenfilms aan hun trekken in de Magic Mirror-tent, er kan altijd gesport worden in het Olympisch dorp terwijl de minder fysiek maar meer cognitief begaafden eveneens hun kunnen mogen etaleren bij de vele logic games die op verschillende plekken aangeboden worden, twee bungee-jump-installaties draaien de ganse week op volle toeren, een reuzenrad laat toe om het eiland eens op het gemak van bovenaf te bekijken ,…
Het is onbegonnen werk om een volledige opsomming te geven van alle randanimatie want elke keer opnieuw stuitten we op dingen die we ondanks onze vele wandelingen nog niet eerder tegengekomen waren. Ook het decor verandert soms want plots duiken houten constructies op die de dag ervoor in geen velden of wegen te bespeuren waren dus zelfs voor neuroten die steeds dezelfde route nemen, zijn er voortdurend nieuwe ontdekkingen te doen.
Een ander verschil met de meeste festivals is het feit dat je veel minder geconfronteerd wordt met piepjonge festivalgangers die straalbezopen lopen te wezen. Vermoedelijk is dit gelinkt aan het feit dat het publiek zeer internationaal is. We hoorden tussen het volk meer Nederlands, Engels, Duits en Frans praten dan Hongaars. Een erg groot deel van het publiek komt dus van ver en heeft de leeftijd om zonder ouders op meerdaagse vakantie te mogen en heeft dus ook al voldoende katers achter de rug om nog vaak de aandrang te voelen om er zo snel mogelijk een nieuwe te gaan opzoeken.
Denk nu vooral niet dat iedereen daar nuchter rondloopt, maar mede dankzij de lange duur van het festival en de vele ontspanningsmogelijkheden lijkt iedereen meer dan elders geneigd om wat te doseren. Stel u voor: we hebben zowaar niemand zien kotsen en dat terwijl we toch een uur of 45 op het festivaleiland rondgelopen hebben! Op Belgische festivals lukt het nooit om ook maar 5 uur te vertoeven zonder iemand aan te treffen die vol overgave aan de omstaanders illustreert wat hij/zij nutteloos naar binnen gewerkt heeft.

Dit alles bracht ons al vlug tot het besef dat het Sziget-festival de meest indrukwekkende totaalervaring is die we ooit al mochten meemaken. En dat voor een uiterst betaalbare prijs, niet enkel voor het ticket maar ook voor eten en drinken en transport en baden etcetera (tip: de Sziget-CityCard-pass laat je toe om per trein of per boot gratis naar het festival te gaan met daarbovenop gratis openbaar vervoer in gans Boedapest en één gratis bezoek aan één van de vele befaamde badhuizen en korting op musea, enzovoorts….).
U merkt het: de loftuitingen die we hoorden over de fantastische faciliteiten zijn volledig terecht. 400.000 visitors can’t be wrong!

Aangezien er zowel op het eiland als in Boedapest zelf (die baden, die heuvels, die pleinen, die gebouwen, die cafékes,….) te veel te beleven valt om in deze festivalrecensie exhaustief te zijn, beperken we ons hieronder tot een korte review van die optredens waarvan wij tijdens deze dolle week getuige mochten zijn. Een groot deel daarvan betrof een bewuste keuze, maar heel vaak ook lieten we ons leiden tot waar het toeval ons bracht. Iets wat op Sziget haast nooit tot een teleurstelling kan leiden.

dag 1 - woensdag 8 augustus 2012
Op de Main Stage gaf de Japanse groep Gocoo de aftrap. Met elf drummers (waarvan 7 vrouwen) en één didgeridoo-speler bleek deze band de perfecte opwarmer voor het festival. De opzwepende ritmes kregen de menigte meteen in beweging en ook visueel zorgde Gocoo voor het nodige spektakel. De sproeiers boven de weide kwamen voor de eerste keer in actie en zorgden voor welgekomen verfrissing bij de al snel verhitte festivalgangers. Gocoo maakt gebruik van traditionele drums (taiko's) hetgeen zelfs voor een regelmatige festivalbezoeker geen alledaags zicht is.

Ook het Britse Glasvegas bracht het er niet slecht vanaf, dit ondanks het feit dat de frontman de naar eigen zeggen eerste fout van zijn leven maakte waardoor “Geraldine” twee keer gespeeld werd. Iets waar wij helemaal niet rouwig om waren.

Het schitterende decor van de OTP World Stage ontdekten we voor het eerst tijdens de passage van de Amsterdam Klezmer Band, een bende met toeters en trombones getooide mafketels uit Holland die onder andere met de collectief uitgevoerde klompendans (aangekondigd als ‘the dance with wooden shoes’) aantoonden dat onze Noorderburen massaal aanwezig waren op het Szigetfestival. Iets wat nog eens extra in de verf gezet werd tijdens de vrolijke polonaise die erop volgde.

De A38-stage (grootste tent op de festivalsite met een capaciteit van 12000 toeschouwers) werd tijdens warme momenten afgekoeld middels een achttal reuzeventilatoren. Geen overbodige luxe tijdens het optreden van Anna Calvi want gewoontegetrouw kregen we het heel warm van haar verschijning en muziek. Ze begon met nog vrij ingehouden gesoleer op elektrische gitaar om vervolgens als een mix van PJ Harvey en Patti Smith te imponeren met eigen songs als “Desire” en “Love won’t be leaving” alsook met schitterende covers zoals “Jezebel” (Edith Piaf) en “Wolf like me” (TV on the Radio). Kippenvel (en dit keer niet dankzij de ventilatoren) kregen we vooral als ze volop haar duivels ontbindt in gierende gitaarsolo's die vele monden deden openvallen van verbazing. Het enige minpunt van dit optreden was simpelweg het feit dat het te laat begon en te vroeg voorbij was. Maar bon, de kleine veertig minuten die Calvi op het podium stond rechtvaardigden op zichzelf al de aanschaf van een naar Belgische normen belachelijk goedkoop dagticket (45 euro).

Niet dat het toen al tijd was om tent-, hotel- of huiswaarts te keren want in dezelfde tent kropen vervolgens onze landgenoten van dEUS druipend van de goesting op het podium. Met “The Architect” begon een optreden dat ook de niet-Belgen overtuigd zal hebben dat dEUS niet onterecht al voor derde keer op de Sziget-affiche prijkte. Tom Barman droeg een nummer op aan de Russische meiden van Pussy Riot waarmee hij duidelijk maakte dat er een dam geworpen moet worden tegen de in sommige landen opnieuw oprukkende censuur (een boodschap die in de politiek van het hedendaagse Hongarije trouwens niet door iedereen gewaardeerd wordt). Op de setlist stonden nummers als “Sirens”, “Instant Street, “4 Mains”, “Fell off the floor man”. Tijdens “Suds & soda” kregen tientallen festivalgangers de gelegenheid om op het podium hun danskunsten te etaleren. Een geste die altijd op bijval kan rekenen van het enthousiaste publiek maar die de lokale security-mensen uiteindelijk wel tot lichte wanhoop dreef. Vooraleer ze zowel publiek als groep van het podium gejaagd werden, kregen we nog een flard “Sabotage” van The Beastie Boys gepresenteerd. Samengevat kunnen we stellen dat dEUS in Sziget meer zieltjes gewonnen zal hebben dan bij de iets fletsere prestatie die ze onlangs op Rock Werchter leverden.

Op het hoofdpodium stond Placebo geprogrammeerd. Het drietal liet zich af en toe begeleiden door een jongedame die aardig weg kon met de viool en de synthesizer, gelukkig maar want voor het overige viel hun optreden toch wat tegen. De nogal gesloten houding van Brian Molko bracht niet veel beterschap aan de nogal makke publieksreactie. “The bitter end” maakte zijn titel volledig waar en ook een weinig overtuigende cover van “Running up that hill” (Kate Bush) kon de meubelen niet redden. Maar niet geklaagd want over het algemeen bracht onze eerste dag op Sziget al veel meer dan we zelfs in onze stoutste dromen durfden te denken.

dag 2 - donderdag 9 augustus 2012
Dag 2 bracht normaliter The Roots op het hoofdpodium maar blijkbaar hadden de heren ergens een vlucht gemist waardoor het publiek verrast werd met een optreden van Anti Flag. Niet meteen ons ding, eerlijk gezegd, dus aan de prekerige punk uit Pittsburg (Pensylvania) gaan we weinig woorden vuilmaken. Toen ze op het einde van hun set “Should I stay or should I go?” speelden, hadden we dus snel ons antwoord klaar: go!

The Roots
werden een dik anderhalf uur later dan voorzien uiteindelijk op de A38-stage gejaagd om daar hun heerlijke lange jamsessie te houden. Gewoontegetrouw betoonden ze eer aan diegenen die op muzikaal vlak echt ‘roots’ gelegd hebben, zie bijvoorbeeld de ondanks zo vaak gehoord toch nimmer tot verveling leidende versie van “The Seed” van Cody Chesnutt. Ook de Beastie Boys (“Paul Revere”), Guns’n’Roses (“Sweet Child o’ mine”) en Kool & The Gang (“Jungle Boogie”) werden gecovered. Het stomende feestje leidde ertoe dat uiteindelijk iedereen naar de verkoeling brengde blazers toegezogen werd.

Voor de World Stage verzamelde zich aardig wat volk voor HK & Les Saltimbanks. Deze Franse groep herinnerde eraan dat hun vorige president Hongaarse voorvaderen heeft maar ze voegden er meteen aan toe dat ze onder geen beding teruggezonden willen worden naar het Sarkozy-tijdperk. Heel wat volk zong uit volle borst mee met “J'ai travaillé toute ma vie” waarbij men zich oprecht de vraag kan stellen of dit bij sommigen misschien met een zekere ironie gescandeerd werd.

Omdat de heuvel aan de World Stage te uitnodigend is om er zich niet op te laten neervleien, bleven we ook bij Muchachito Bombo Infierno ter plekke. Deze Spanjaarden vallen vooral op dankzij de blijkbaar tot deze band behorende kunstenaar die tegen het einde van de set een wit doek omtoverde tot een best geslaagd schilderij.

Korn
kon op het hoofdpodium misschien de liefhebbers bekoren, maar zelf kozen we voor het meer dansbare Friendly Fires. De uitgebreide percussie zorgde er in combinatie met de twee blazers en de immer uitzinning dansende frontman voor dat ook op dag 2 aardig wat zweet vergoten werd.

Om nog maar te zwijgen van hetgeen Emir Kusturica & His No Smoking Orchestra ten berde brachten op de World Stage. Er werd uit de meeste van zijn films (‘Time of the Gypsies’, ‘Life is a Miracle’, ‘Arizona Dream’, ‘Undergound’, ...) wat muziek gepuurd. Het meeste succes werd geboekt met het uit ‘Black Cat, White Cat’ stammende “Pitbull Terrier”. Zowel een lach als een traan kregen gedurende anderhalf uur een plaats op het podium maar daarbovenop zagen we ook enkele uit de eerste rijen geplukte dames en gejongleer met gigantische strijkstokken en dergelijke meer. Een Balkanfeestje uit de oude (film)doos en menig okselvijver zag dus het levenslicht in het het beperkte deel van het uitzinnige publiek dat nog niet in bloot bovenlijf rondhoste.

dag 3 – vrijdag 10 augustus 2012
Met The Vaccines stond op het hoofdpodium een groep geprogrammeerd die de na ‘slechts’ twee tot vier dagen reeds vermoeide festivalgangers de nodige injectie energie zou geven. Na openingsnummer "No Hope" van de in september verwachte plaat ‘Come of Age’, brachten ze meteen het nauwelijks anderhalf minuut durende "Wrekkin' Bar (Ra Ra Ra)”, voldoende om de weide in lichterlaaie te doen staan. Het meeste succes oogstten ze uiteraard met de nummers van hun debuutplaat ‘What did you expect from the Vaccines’. "Post break-up sex" werd luidkeels door de weide meegezongen en ook "Do You Wanna", "Wetsuit" en "Norgaard" zorgden voor de nodige ambiance bij de crowdsurfende menigte.
Zelf waren we niet geheel tevreden van het optreden, vooral vanwege de slechte geluidskwaliteit waarbij drum en basgitaar zodanig overheersten dat van zang en gitaar nog maar weinig merkbaar was. Misschien een (zeldzame) fout van het geluidsteam, maar mogelijk een indicatie dat zanger Justin Young weer met stemproblemen kampt na het afgelopen jaar reeds drie keeloperaties te hebben ondergaan.

Terwijl plots tussen het publiek een groep Hongaarse volksdansers in traditionele kledij hun beste beentje voorzetten tijdens een zich door het festivalpubliek slingerende demonstratie, begaven wij ons richting World Stage om ons daar met Roy Paci & Aretuska in Siciliaanse sferen te laten onderdompelen. Ambiance verzekerd en dat niet alleen met hun eigen werk maar ook met vrolijke covers zoals bijvoorbeeld het van Prince Buster en later natuurlijk Madness ontleende “One Step Beyond”.

Iets later dan voorzien waren we vervolgens getuige van de bekoorlijke vertoning die Agnes Obel in de A36-tent opvoerde. Gelukkig bleef het publiek geduldig ter plaatse toen het concert wegens technische problemen maar niet van de grond geraakte want nadien maakte Obel samen met haar celliste (die regelmatig ook de achtergondvocalen verzorgt) dat er op het A38-podium minstens evenveel moois te rapen valt als op het hoofdpodium.

Niet dat het daar huilen met de pet op is, integendeel, want tegelijktertijd bevestigde The XX het vele moois dat ze de voorbije maanden al op menig festival laten zien en – vooral – horen hadden. Een beetje spijtig dus dat twee zulke betoverend mooie optredens op hetzelfde moment gepland stonden, maar ja, dat is nu eenmaal eigen aan een festival waar zo veel interessante artiesten geprogrammeerd staan.

Wat denken jullie bijvoorbeeld van The Stone Roses? Hoewel het merendeel van het publiek nog in de luiers of in vaders teelballen vertoefde op het moment dat deze Britten het mooie weer maakten, stond de vlakte voor het hoofdpodium heel goed gevuld om getuige te zijn van een overtuigend optreden. Met “I wanna be adored” zette men de toon voor een aaneenschakeling van hoogtepunten. Nog voor de helft van de set weerklonk “Fool’s Gold” dat een heerlijk lang uitgesponnen versie kreeg. Bovenop de vele muzikale hoogtepunten noteerden we ook dat de verantwoordelijke voor de grote schermen zich eens mocht laten gaan met superspacy visuals. Afsluiten deden The Stone Roses met “She bangs the drums” en het toepasselijk getitelde “I am the ressurection”. Vlak voor die beide afsluiters maakte “This is the one” duidelijk dat dit de groep is die iedereen deze zomer gezien moet hebben, al is het maar voor de meest supercoole basgitaar die er dit festivalseizoen te bezichtigen valt.

dag 4 – zaterdag 11 augustus 2012
De vierde dag begonnen wijzelf met een snuifje Sergent Garcia (World Stage) om vervolgens te gaan postvatten voor het hoofdpodium alwaar de Ieren van Two Door Cinema Club een vijftiental nummers balden in een degelijke set die begon met “Cigarettes in the Theatre” en voorts festivaltoepasselijke titels omvatte als daar zijn “This is the life” en “Costume Party”. Over het feit of titels als “Eat that up, it’s good for you” en de afsluiters “Sleep alone”, “Come back home” en “I can talk” toepasselijk zijn voor het festivalpubliek, valt dan weer te discussiëren.

Tijdens één van de vele wandelingen belandden we in de ‘Magic Mirror’-tent alwaar er zich op dat moment een kleinschalige versie van een Cirque du Soleil-spektakel voltrok. Een afwisseling die we wisten te waarderen. Hetzelfde gold voor de groep (en dan, eerlijk is eerlijk, vooral de zangeres van) Magashegyi Underground dat op het Hongaarse podium een thuismatch speelde. Altijd leuk om te proberen geloofwaardig over te komen bij het meezingen tijdens songs in een taal waar je geen jota van begrijpt. We denken niet dat er één Hongaar was die niet direct doorhad dat we zwaar aan het faken waren, maar bon, op een festival waar tolerantie hoog in het vaandel gevoerd wordt, kraait daar geen haan naar.

Het legendarische Leftfield begon zowel muzikaal als visueel sterk aan hun set in een redelijk gevulde Arena. Zestien jaar jaar geleden zagen we hen in Zeebrugge op de avond dat Fredje goud pakte in het zwembad van Atlanta (en Johnny Rotten op datzelfde Zeebrugse podium goud in neertimmeren van de security, een sport waarvan we hopen dat ze in het post-Rogge-tijdperk toegevoegd wordt aan de lijst van olympische disciplines, wij weten alvast op wie we ons geld inzetten).
We gingen er zaterdagavond 11 augustus 2012 dus ook vanuit dat Tia goud zou halen in Londen maar blijkbaar bestaat er dan toch geen verband tussen het winnen van goud op de Olympische Spelen en onze aanwezigheid op een Leftfield-gig.
Tenzij dat verband enkel geldt indien we tot op het einde van het optreden aanwezig blijven aangezien we er in Boedapest voor kozen om Fink te spotten in de A38-tent. Een keuze waar we dankzij bloedstollende versies van “Yesterday was hard on us” (alweer een titel waar menig festivalganger zich perfect mee kon identificeren), “Berlin Sunrise” (een ode aan Berlijn die volgde na zijn even welgemeende uitgesproken liefdesverklaring aan de Hongaarse hoofdstad) en “Fear is like fire” weinig spijt van hadden. Naar het einde van “Sort of Revolution” toe komt de oude Fink weer naar boven: het bespelen van de verschillende geluidspedalen leidt ertoe dat we live getuige zijn van ’s mans kunde op het vlak van ingenieuze elektronica. Het publiek is zodanig onder de indruk dat het loeihard schreeuwt om een bisronde. Net als we denken dat die er om organisatorische redenen niet zal komen, krijgt het dat ook in de vorm van “Sorry I’m late”.

Aangezien we met onze blijdschap geen blijf weten, achten we de tijd gekomen om ons in het feestgewoel van de Roma-tent te storten. Een uitmuntend idee want aldus zijn we nog een kwartiertje getuige van het prachtspektakel dat Vodku aan het opvoeren was. De Roma-tent is the place to be voor wie zich 100% wil onderdompelen in hetgeen de zigeunercultuur toegevoegd heeft aan het muzikale erfgoed. Zelf probeerden we alle dagen van de sfeer in die tent te gaan proeven, bovenop de hier opgesomde groepen hoorden we dus nog meerdere andere gezelschappen magyar nóta, csardas (een soort boerendans) en verbunk (een opzwepende dans die wat doet denken aan de kozakkendansen) brengen.

De ondertussen al aardig op leeftijd gekomen bende van The Pogues mocht op zaterdag als headliner fungeren op de World Stage. Shane MacGowan bleek zowaar in staat om volledig autonoom richting microfoon te wandelen, deze keer dus geen assistent die hem voor gestruikel of verlorengeloop moest behoeden. Niet dat moeders minst mooie (dat hopen we althans voor zijn eventuele broers en zussen) niet af en toe nood had aan een rustpauze, maar de momenten waarop hij van het podium verdween bleven telkens vrij kort waardoor hij misschien wel zo’n 80% van het optreden vooraan stond (alhoewel bij onze berekeningen met een zekere foutenmarge rekening gehouden moet worden want om niet al te zeer uit de toon te vallen zagen wij ons genoodzaakt om tijdens het optreden zelf af en toe eens te gaan bijtanken aan één van de vele togen).
In zijn geval mogen we hier dus dezer dagen wel degelijk spreken van een olympische prestatie. Zonder MacGowan zijn de resterende bandleden capabel om vrij strak te spelen, iets wat ze o.a. illustreerden middels een snedige versie van het door Spider Stacy met volle goesting gezongen “Tuesday Morning”. Een vocale prestatie die technisch gezien waarschijnlijk het hoogtepunt van het concert betekende. Ook Stacy beseft echter dat de massa The Pogues niet als volwaardig beschouwt zonder de ondanks alles nog levende legende die MacGowan ondertussen al een drietal decennia is. Het is deze laatste die in zijn eentje de pure rauwheid incarneert waarvoor deze groep altijd het referentiepunt zal blijven in de wilde wereld van de folk-rock.
Het van Ewan MacColl geleende “Dirty Old Town” zal - ondanks verwoede pogingen van grootheden als The Dubliners - nooit een betere interpretatie krijgen dan deze die The Pogues er ook nu weer van brachten. Onbegonnen werk om alle hoogtepunten van het optreden op te sommen dus we beperken ons tot de apotheose: een stomende versie van het onverslijtbare “Fiësta” deed het stof nog steviger opwaaien dan voorheen. Soms waanden we ons als wielrenners tijdens een kurkdroge editie van Parijs-Roubaix. Na afloop zullen onze longen alleszins niet minder stof te verwerken gekregen hebben, maar bon, niet geklaagd want zoals eerder gezegd waren er drankstandjes genoeg om ons weer bij onze positieven te brengen (iets wat die coureurs dankzij de dopingjagers nu net moeten proberen vermijden).

Wij kozen voor het standje in de Roma-tent alwaar we eerst Söndörgd en later King Naat Veliov & Original Kocani Orkestar aan het werk zagen (althans, dat leiden we af uit de programmabrochure want we dompelden ons iets te serieus in de sfeer onder om dit op zelfstandige basis te kunnen bevestigen).

De voorlaatste dag was dus opnieuw meer dan de moeite. Gelijktijdig met The Pogues entertainde Snoop Dogg het publiek vanop het hoofdpodium maar een mens moet nu eenmaal kiezen dus we hebben geen flauw benul hoe hij het daar vanaf gebracht heeft. Was Snoop Dogg al volledig getransformeerd in Snoop Lion of teerde hij nog op zijn oude werk? We hebben geen idee maar vermoedelijk bracht hij in Boedapest ongeveer dezelfde set als diegene die hij een vijftal dagen later op Pukkelpop zou opvoeren.

dag 5 – zondag 12 augustus 2012
De vijfde en laatste dag werd op het hoofdpodium in gang geschoten door The Subways. Zoals steeds was het niet moeilijk om Belgen te vinden tussen het publiek. Overal worden immers volop vlaggen rondgedragen. Een ietwat vreemd ogende maar uiteindelijk best sympathiek en spraakzaam blijkende landgenoot vertelde ons enthousiast dat hij in 2004 (of 2005 want zijn geheugen bleek hem wel eens in de steek te laten) in Leeds woonde en zich afvroeg wat te doen op een koude vrijdagavond in North-Yorkshire. Joseph Well’s was altijd een optie om beginnende groepjes in een obscuur achterzaaltje te zien en in 2004 (of 2005?) bleek één van die groepjes The Subways te heten.
Rauw, energiek, onvolmaakt maar met potentieel, dat was zeker. Wat deze ietwat bizarre (maar zoals gezegd dus best wel sympathieke) kerel zich echter vooral wist te herinneren was de sexy, blonde bassiste (Charlotte) die plagerig haar borsten aanraakte en vroeg wie er zin in had. Niet te verwonderen dus dat we die weirdo nu op Sziget terugvonden op het moment dat The Subways van jetje gaven. Was ons dat een uppercut: stevig in het ritme, strak en duidelijk volwassen geworden. Het publiek lustte er ook wel pap van. Songs als “Kiss Kiss Bang Bang”, “Celebrity” en “It’s a party” werden uit volle borst meegezongen. Het was eraan te zien dat Sziget hun favoriete festival was, aldus Charlotte die er met de jaren nog sexier op geworden blijkt te zijn. ‘Being fucked by the gods of electricity’ schreeuwde de zanger na een gitaarpanne. Waarop onze nieuwste kennis brulde dat hij verkoos ‘to be fucked by the goddess of bass players’. Waarop wij verkozen om uiteindelijk toch tijdig afscheid te nemen van onze nieuwe vriend. Niet dat we hem dus niet sympathiek vonden, integendeel, maar god weet hoeveel vuile woorden er nog in deze review zouden belanden als we al te lang onder de invloed van deze prettig gestoorde kerel bleven.

Tijd om ons naar de A38 te begeven waar De Heideroosjes voor een uiteraard voornamelijk Hollands publiek het Hongaarse luik van hun afscheidstour verzorgde. Punkrockers werden op hun wenken bediend middels een aardige selectie uit hun best wel indrukwekkende oeuvre. Met een cover van “Blitzkrieg Bop” van The Ramones werd eer betoond aan hun soortgenoten maar De Heideroosjes durven verder te kijken dan hun neus lang is want ook liefhebbers van Stef Bos kwamen aan hun trekken dankzij “Tussen de liefde en de leegte”. Met “Time is ticking away” werd nog eens uitdrukkelijk verwezen naar het feit dat ze er heel binnenkort definitief een punt achter zetten. Sziget kreeg alvast een gepast afscheid, niks meer maar vooral ook niks minder.

Op de World Stage konden we nog een stukje meepikken van het 11-koppige Fanfara Ciocarlia uit Roemenië. Zoals de naam doet vermoeden, betreft het hier voornamelijk (90,9%, wie kan raden hoeveel dit in absolute aantallen is en het antwoord op een gele briefkaart stuurt naar minister Muyters stuurt, wint onze eeuwige waardering) blazers. Wetende dat er op zondag vele fans van Goran Bregovic op het eiland rondliepen, kozen ze ervoor om verschillende door Goran Bregovic de onsterfelijkheid in gezongen nummers te brengen (bijvoorbeeld “Kalashnikov” waarover later meer).

Best wel de moeite, hetgeen ook gezegd mag worden van Supernem, de ongecompliceerde rockgroep waarvan we op het Hongaarse podium nog een kwartiertje konden meepikken.

Nog beter klonk de puike garagerock van het Zweedse Mando Diao op het hoofdpodium. Zelf waren we niet echt vertrouwd met dit combo maar het tegenovergestelde bleek het geval voor de vele tienduizenden die uit volle borst meezongen met een resem van hun blijkbaar tot hits verworden songs. Hun vijf studioplaten blijken dus vooral buiten België gretig aftrek gevonden te hebben, voor MTV Duitsland mochten de heren bijvoorbeeld een Unplugged-sessie opnemen.

Iedereen moet deze zomer minstens enkele minuten meegepikt hebben van het geflipte LMFAO, maar laat het alstublieft bij die enkele minuten blijven want dan heb je het echt wel gehad met hun monotone party-sound. De jeugd van tegenwoordig gaat hier blijkbaar en masse voor uit de bol maar daarvoor waren wij die zondag in Sziget zelf toch nog iets te nuchter. Misschien hadden we er enkele uren later met volle teugen van kunnen genieten hetgeen nu dus allesbehalve het geval was. Niet dat we per definitie ons veto stellen tegen alles dat meer prefab-product dan vrucht van creatieve arbeid is, maar het gaat ons toch net iets te ver om dit gedoe “goed in zijn genre” te noemen ofzo. Wel leuk om te zien hoe massa’s prettig gestoorden zich uitleefden op deze dus blijkbaar massaal gesmaakte gimmick. En in die zin moeten we dus misschien mild genoeg zijn en als oude zakken toegeven dat het uiteindelijk ook wel zijn plaats heeft op zo’n eclectisch festival. Voor één keertje dan…

In de A38-tent stond gelijktijdig met de partyrock van LMFAO het subtielere Lamb geprogrammeerd. Ze brachten een al bij al redelijk stevige set die niet mis was maar te weinig betoverde om van een groots concert te spreken. We waren ooit al meer onder de indruk van Lamb dus heel lang kon het onze aandacht niet vasthouden.

Als afsluiter op het hoofdpodium stonden The Killers geprogrammeerd. Zelf kozen we echter voor het slotfeest op de immer sfeervolle OTP World stage. Daar kwam namelijk Goran Bregovic and The Wedding & Funeral Band, en ervaring leert ons dat zijn optredens steeds voor een geweldige ambiance en de nodige gekte zorgen. We werden in onze keuze niet teleurgesteld. Het publiek was talrijk opgekomen en vanaf de eerste noten zat de sfeer goed. Ook een plotse korte regenbui (de eerste van het festival) kon de meute niet bedwingen maar zette integendeel aan tot nog meer springen en wild dansen.
Goran Bregovic, in West-Europa vooral bekend geworden na het schrijven van de muziek voor Emir Kusturica's film ‘Underground’, brengt met zijn Wedding & Funeral Band een mix van Gipsy Brass band muziek met elektrische gitaar, traditionele gezangen en strijkers. In zijn muziek weerklinken invloeden van Joodse- en Zigeuner huwelijksmuziek, zowel als orthodoxe en katholieke kerkgezangen. Hij was de persoon die Balkanmuziek met zijn amalgaan van invloeden op de wereldkaart zette en met zijn band zijn ze zeer gevraagd op festivals wereldwijd.
Ook nu weer zorgde good old Goran voor een fantastische afsluiter van een al even fantastisch festival. Aan het begin van de show schreeuwde hij de menigte toe met de woorden "if you don't go crazy, you're not normal", woorden die overbodig bleken want ‘crazy’ ging de menigte sowieso. Crowdsurfen, ronddansen en springen van de eerste tot de laatste toon. Ondanks dat ongetwijfeld slechts enkelen de woorden echt kennen, werd er luidkeels meegezongen op de tonen van "Mesecina", en toen hij zijn twee slotnummers inzette, het anti-facistische lied "Bella Ciao" en het explosieve "Kalashnikov", ontplofte het reeds dolle publiek nog voor een laatste keer. Getuige het filmfragment te bekijken op het officiële Sziget Youtube kanaal: http://www.youtube.com/watch?v=sAEWQ6opwoI. Het was een waardige afsluiter voor het volgens ons leukste podium, de OTP World Music Stage.

Nog nahijgend van dit geschift slotfeest, trokken we de heuvel over naar de Roma-tent alwaar bleek dat het feest nog maar net was begonnen! Eerst zweepte Parno Graszt de boel op en vervolgens zorgde Fanare Savale er voor het laatst voor dat de Roma-tent uit de bol kon gaan op live gebrachte zigeunermuziek van de bovenste plank. De Roemenen zorgden onder andere met “
Două guri în timp ce celălalt este de a picta” voor een meer dan waardige afsluiter van het immense feestje dat tienduizenden een week lang in de ban hield.

Niet dat het dan al gedaan was want de eer om de Roma-tent af te sluiten was voor de tweede dag op rij zowaar gegund aan ons eigen land. DJ Gaetano Fabri & Balkan Hotsteppers slaagden er met de vingers in de neus in om het dolle gezelschap in de tent opnieuw in extase te krijgen. Niet te verwonderen eigenlijk met zo’n familienaam als die van Gaetano. Ongetwijfeld heeft Nonkel Danny hem van jongsaf aan de truken geleerd om een vrolijke bende helemaal in hogere sferen te brengen. Ook neefje Danny Jr. zal als ervaringsdeskundige aan Gaetano waarschijnlijk waardevolle tips gegeven hebben om heet gezelschap nog extra op te hitsen. Wat Danny Jr. een twintig jaar geleden immers opvoerde in de onvolprezen Eddy Lipstick-productie ‘Belgische reetjes’ behoort namelijk tot de hoogtepunten uit onze vaderlandse filmgeschiedenis. Vooral dan  - kwestie van in de muzikale sfeer te blijven - de scène waarin deze steracteur op originele wijze uitbeeldt hoe men een radiotoestel kan finetunen.  Allez, dat is toch hetgeen onze meer cinefiele vrienden ons op het hart drukten. Rep u naar één van de laatst overgebleven videotheken om zelf uw oordeel te vellen.

Ter afsluiting merken we op dat het Sziget-festival dit jaar een officiële live streaming had op youtube. Het resultaat hiervan vind je op http://www.youtube.com/user/szigetofficial. Voorts zal de geïnteresseerde op het internet honderdduizenden (audio-)visuele bewijzen aantreffen voor hetgeen wij hier in zo’n vijfduizend woorden probeerden duidelijk maken hebben: Sziget is en blijft tot nader order het meest complete en beste festival. Al blijven uitnodigingen tot andere festivals uiteindelijk welkom indien iemand meent dit te kunnen tegenspreken.

Neem gerust een kijkje naar de pics http://www.musiczine.net/nl/fotos/sziget-budapest-2012/

Organisatie: Szigetfestival http://www.szigetfestival.fr

Alcatraz Metal Festival 2012 – 5e editie - zondag 12 augustus 2012

Geschreven door

Alcatraz Metal Festival 2012 – 5e editie - zondag 12 augustus 2012
Alcatraz Metal Festival 2012

Op zondag 12 augustus werd de 5e editie gehouden van Alcatraz Metal Festival in de Brielpoort, Deinze. Dit festival zag reeds het levenslicht in 2005, maar pas vanaf 2008 gaat deze door in Deinze. De line-up dit jaar was wederom indrukwekkend, met volgende bands geprogrammeerd: Warbringer, Hell, Crimson Glory, Primordial en de toppers Testament, Iced Earth en de hoofdaffiche uit Noorwegen Immortal.

Bij aankomst aan het festivalterrein scheen de zon over de menigte voor wie stond aan te schuiven om hun e-ticket in te wisselen. Aangezien er helaas maar 1 loket beschikbaar was (= een mogelijk verbeterpunt in de toekomst) duurde de wachtrij lang, waardoor ik Warbringer niet kon aanschouwen. Bij de start van de Engelse horror/NWOBHM band Hell was ik wel tijdig present, zodat de schade al bij al nog meeviel. Hell, een speciaal optreden in mijn ogen, soms deed het pijn aan de oren wat ze brachten, maar meestal was er wel een leuke groove te bespeuren. Zanger David Bower was diegene die het meest in het oog sprong, want hij was gekleed als een gekwelde Jezus Christus, die op een bepaald moment op zijn eigen lichaam rode plekken liet ontspruiten door het gebruik van vrouwlief ’s sms-zweepje. Grappig om te zien! De teksten van deze Engelsen werden in mijn ogen vooral gebracht in een verhaallijn waarbij diverse personages uit de microfoon van David aanhoort konden worden. Denk hierbij dan vooral aan een schreeuwerige stem, afgewisseld met een ingetogen vocaal om dan vliegensvlug over te schakelen in één duistere godenklank. King Diamond en/of Mercyful Fate kwam spontaan naar boven in mijn hoofd.

Stipt op tijd was Crimson Glory klaar om hun set te starten. De progressieve US power metal van deze band bestaat al vanaf 1982. Er schuilt een grote geschiedenis achter deze band, zoals bijvoorbeeld hun legendarische zanger Midnight, en hun optredens die gepaard gingen met zilveren maskers om mysterieus over te komen. Maar ja, zoals bij iedere band gebeuren er wel geregeld zaken waardoor de line-up en banduitstraling de vereiste aanpassingen moeten ondergaan. Ook bij deze Amerikanen is dit het geval, want zanger Todd la Torre is de waardige vervanger geworden van Midnight en de zilveren maskers worden niet meer gebruikt als attributen tijdens concerten. Helaas duren mooie liedjes niet lang, want tijdens hun show werd meegedeeld dat zanger Todd binnenkort te bewonderen zal zijn bij Queensÿche…benieuwd of ze opnieuw een geschikte zanger vinden. Muzikaal was deze band een pareltje voor mijn oren, want de stem en solo’s gingen erin als zoete broodjes! Nummers zoals “Where Dragons Rule”, “Queen of the Masquerade”, “Lost Reflection” en opener “Valhalla” kwamen aan bod, maar hun beste nummer van deze middag was toch ongetwijfeld “Azrael”!

Primordial was hierna aan de beurt, maar de donkere muziek van deze mannen heb ik niet kunnen slikken. Waarschijnlijk echt voer voor de fans…

Ietsje voor zessen was het thrashtijd!! Het legendarische Testament, en zelden te betrappen op een slechte show zorgde voor de eerste keer deze dag voor een massa toeschouwers. Alcatraz Metal Fest was niet uitverkocht, maar ik ben er redelijk zeker van dat er weinig volk te zien was buiten de zaal! Met onlangs een nieuw album op de markt genaamd ‘Dark Roots Of Earth’ konden hiervan geen nummers ontbreken en dus werden “Rise Up”, “Native Blood”, “Dark Roots of Earth” en “True American Hate” gespeeld. Trouwens, indien je dit album nog niet in je bezit hebt, het is een must-have in jou muziekcollectie!
Testament gaat al een tijdje mee en beschikt dus over een goed gevulde discografie waar iedere fan wel enkele nummers vind die hem aantrekt. Niets werd aan het toeval overgelaten door deze Amerikanen want de hitjes zweepten de boel nog meer op en zorgden voor een ware zwerm crowdsurfers. Kwijlen deden we met oa “The Preacher”, “the New Order” (van het gelijknamige album), “More than Meets the Eye” en “The Formation of Damnation” en uiteraard de klassiekers “Into the Pit”, “Over the Wall” en “Practice what you Preach” die de nekspieren in overdrive lieten gaan. Geslaagde show opnieuw!

Iced Earth kwam ook Deinze verwelkomen, met helaas zanger Barlow niet meer achter de microfoon. Iedere fan zal hem blijven beschouwen als DE perfecte zanger voor deze power metal, maar helaas is het nu eenmaal zo. Zodoende kreeg nieuwe zanger Stu Block de kans om te bewijzen dat hij Barlow kan doen vergeten…en hij nam deze kans met beide handen. Hij bracht de nummers zoals ze moeten zijn, en nummers als “Slave to the Dark”, “I Died for You”, “Pure Evil”, het sterke “Wolf” van het album ‘The Horror Show’ en “Watching over Me” werden goed gebracht. Muzikaal zat alles oké (behalve dan misschien dat ene drumfoutje), maar de zaal kon deze setlist goed appreciëren. Ondanks de ups en downs in de geschiedenis van deze band, heeft boegbeeld Jon Schaffer bewezen dat hij zijn levenswerk nog steeds als prioriteit beschouwd en de moed en wilskracht niet al te rap laat zakken!

Afsluiten op deze warme zondag deden we met de Noorse black metal van Immortal. Blijkbaar waren de festivalgangers verdeeld qua mening omtrent deze band, want de zaal stond maar halfvol toen de eerste gitaarriffs uit de boxen spatten.
Uit hun eerst 4 albums (‘Diabolical Fullmoon Mysticism’, ‘Pure Holocaust’, ‘Battles in the North’ en ‘Blizzard Beasts’) werden geen nummers gespeeld, wat toch wel een rare nasmaak teweeg brengt met ondergetekende
L
Aftrappen deden ze met “Withstand the Fall of Time” om direct door te gaan met het snedige “Sons of Northern Darkness”. De Motörhead van de black metal kreeg de boel niet direct onder controle, waardoor het soms rommelig werd. Gelukkig werd het geluid beter afgestemd, waardoor krakers “Damned in Black”, “Tyrants”, het fantastische “One by one”, “All Shall Fall” (van hun laatste creatie) en het gekende “At the Heart of the Winter” klonken zoals de fans het willen! Blijkbaar zijn bisnummers niet gekend in Noorwegen, want voordat de mensen er erg in hadden, was het concert gedaan met de tonen van Leonard Cohen. In mijn opinie een optreden die toch wat beter had kunnen zijn…want wat had ik toch zo graag het nummer “Battles in the North” EN “Blashyrkh” willen zien spelen.

Ik heb mij alvast weeral goed geamuseerd op Alcatraz Fest, zoals waarschijnlijk wel vele anderen samen met mij, met als absolute uitschieter Testament!! Tot volgend jaar zou ik zo zeggen!

Organisatie: Alcatraz Music – Rock Tribune

Lokerse Feesten 2012: DAG 10: Gers Pardoel – UB 40 – Marco Borsato – Regi

Geschreven door

Lokerse Feesten 2012: DAG 10: Gers Pardoel – UB 40 – Marco Borsato – Regi
Lokerse Feesten 2012

… Lokeren, laatste dag van 10 dagen feest. En Feest stond voorop op die afsluitende avond; met de warme zomerzon op de rug, was het niet nodig voor de eerste artiest om het publiek nog op te warmen …

Voor ons stond als eerste van de avond Gers Pardoel. Met de nummers “Morgen ben ik rijk” en “Spookstad” kon hij het publiek bekoren.  Toen hij door een vriend, een meisje uit het publiek liet halen om het ook eens van ‘zijn kant’ te bekijken, werd de jeugd op de eerste rij uitzinnig om op het podium te staan.  Toen het jonge meisje vanuit het oogpunt van Gers de menigte mocht begroeten, was “Het maakt niet uit wat je doet, zolang je maar jezelf bent” een mooie boodschap om mee te geven aan het publiek. 
Natuurlijk kwamen de toeschouwers pas echt los wanneer hij de toetsenist even op weg hielp om het nummer “Bagagedrager” in te zetten.  Met de klassieker “waar is da feestje” zorgde hij voor een mooie overgang naar: “Broodje bakpao” het nummer dat hij samen met The Opposites maakte en waardoor hij bekend raakte.  Als afsluiter werd de vraag gesteld of het laatste nummer ons bekend was, het antwoord was vrij duidelijk toen iedereen op het plein het nummer “Ik neem je mee” bijna foutloos meezong.  

Van Gers Pardoel, die toch op het lijf van de jeugd is geschreven, stapten we over naar UB40.  Een gerenommeerde groep uit Birmingham die reeds van in 1978 actief is.  Al is het niet meer in de originele bezetting, ze slaagden erin met “Here I am” de juiste sfeer te brengen op deze zomeravond.  De reggae/pop muziek werd door de meerderheid herkend en we waren vertrokken voor een super optreden, of op zijn minst, dat dachten we.  Bij de nummers “We will sing”, “Cherio, cherio baby” en “Rat in the kitchen” werd niet meer gedaan dan af en toe even naar het podium te kijken.  Pas toen het nummer “Red red wine” gebracht werd sloeg de sfeer om in een gezellige meezingpartij, met het nummer “Can't help falling in love” werd het optreden wel heel mooi afgesloten.  Het optreden was correct, de nummers werden goed gebracht maar helaas konden ze er niet in slagen een optimale sfeer te creëren. 

Na het optreden van UB40 konden we met z'n allen meegenieten van een mooi vuurwerk buiten het terrein van het festival.  Een leuk intermezzo vóór de klepper van de avond op het podium verscheen.  Want we konden er niet omheen, de meeste aanwezigen waren afgezakt naar de Grote Kaai van Lokeren om Marco Borsato te zien.  Toen we op een moment omringd werden door Nederlanders was dat wel zeker.  
Hij zette zijn concert zoals steeds spectaculair in.  Met het nummer “Branden aan de zon”, niet onmiddellijk de verwachtte opener, schakelde hij over naar “Vrij zijn” wat dan wel weer veel bekender is voor het ruime publiek.  Hij sprak het publiek aan met de woorden: “ dit is mijn eerste festival in lange tijd en nu besef ik wat ik gemist heb!” en zette de eerste tonen van “Afscheid nemen bestaat niet” in.  Hierdoor kon begrepen worden, dat het niet het laatste festival zal worden dat hij zal doen. 
Bijna alle hits kwamen aan bod en ze werden een voor een gesmaakt.  Het plein was volledig vol gelopen en er was een ambiance om u tegen te zeggen toen de nummers “Rood”, “Je hoeft niet naar huis vannacht”, “Ik leef niet meer voor jou” en “Dromen zijn bedrog” werden gebracht.  Bij de nummers “Zij” en “Dochters” gingen de gsm's en lichtjes spontaan omhoog.  Na het laatste nummer kon publiek er niet genoeg van krijgen en hij werd teruggeroepen, hij kwám ook terug met “Droom, durf doe en deel” deed hij het publiek dansen, springen en swingen.  Met het nummer “Binnen” deed hij het plein een laatste keer ontploffen.
Zichtbaar genietend van het concert verliet hij het podium, zoals steeds dankbaar voor het enthousiasme van zijn publiek.  Het moet gezegd, het was geen verwachtte gast op de Lokerse Feesten, maar zijn concert was top!

Na het verpletterende concert die Marco Borsato neerzette, liep het plein leeg.  Op het podium werd druk gebouwd aan de mix-tafel van Regi.  Toen na 20 minuten de ‘witte chesterfield’ opgesteld was, volgde de aankondiging snel, 10 minuten voor het vooropgestelde tijdstip.  Hij zette de eerste plaat op en we zagen het plein opnieuw volstromen.  Met remixes van nummers zoals van Bryan Adams' “Summer of 69” en Gustavo Lima's “Balada” zette hij oud en jong aan tot een waar dansfestijn.  Het optreden werd onwaarschijnlijk een feestje van formaat!


Neem gerust een kijkje naar de pics http://www.lokersefeesten.be

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Brussels Summer Festival 2012 - Iggy and The Stooges + The Stranglers

Geschreven door

Brussels Summer Festival 2012 - Iggy and The Stooges + The Stranglers
Brussels Summer Festival 2012

Ook in Brussel zullen ze het geweten hebben. Met Iggy Pop, the godfather of punk, breekt altijd de hel los en is niets nog wat het geweest is. De songs van The Stooges mogen dan bijna 40 jaar oud zijn, en Iggy zelf 65, de intensiteit is energieker dan ooit. Vurige songs als ”Raw Power” en “Search & Destroy”, waar Iggy steevast zijn optredens mee begint,  zijn na al die jaren nog altijd explosiever dan een kilo dynamiet. Iggy mag dan al een ouwe zak zijn met het lijf van een gegrilde scampi, op vandaag kennen wij nog altijd geen enkele artiest of band die de oerkracht van The Stooges op een podium kan benaderen.
Wij hadden de band voor het laatst voor een tam Suikerrock publiek vorig jaar aan het werk gezien, maar nu zat er veel meer power, goesting, vuur en passie in de set van The Stooges. De groep speelde alweer de meest vuile rock’n’roll die een mens zich kan inbeelden, en dit mede dankzij een geweldige James Williamson (sorry, Ron Asheton, waar je ook mag zijn) wiens stijl op vandaag veel belangrijker is dan zijn imago (de man ziet eruit als de eerste de beste boekhouder maar hij speelt gitaar als een ontketende punker). Tussen de Stooges klassiekers uit die fantastische ‘Raw Power’ plaat spendeerden Iggy en James terecht weer de nodige aandacht  aan dat fantastische ‘Kill City’ album die zij destijds samen inblikten, een plaat die overigens met de prachtige heruitgave van vorig jaar pas volledig tot zijn recht kwam. 
Tevens kregen wij een primeur vanavond. The Stooges speelden niet alleen een verpulverend “Louie, Louie”,  maar ook  “The Passenger”  mocht in de bisronde passeren, en dat was best aangenaam, hoewel  het vreemd deed deze Iggy Pop song door The Stooges te horen vertolken, vooral als dit ten koste was van “I got a right” waar wij tevergeefs zaten op te wachten. Doch, we gaan niet mopperen want dit was een zinderend Stooges optreden, één van de beste die we al hebben meegemaakt, en dat wil wat zeggen.
Hoewel wij het eigenlijk al op voorhand wisten (wij zijn fan !) stonden we nog maar eens perplex van de grenzeloze onstuimigheid, het brio, het vuurwerk en de vitaliteit van deze bende. Wij kennen alle songs al lang van buiten en hebben Iggy nu al zo een slordige twintig keren aan het werk gezien, en toch hebben wij bij zijn optredens nog nooit een déja vu gevoel gehad en vinden wij telkenmale dat dit de beste live act is die een mens ooit te zien kan krijgen.  Vanavond is onze stelling nog maar eens bevestigd.  Iggy is the greatest.


Oh, ja, voor we het vergeten. Voor Iggy mochten ook The Stranglers hun ding doen, een band die destijds tegen wil en dank mee geklasseerd werd onder de term ‘punk’ terwijl ze eigenlijk meer mee hadden van The Doors dan van The Sex Pistols.
Hun set had zo zijn goede momenten, vooral tijdens klassiekers als “Peaches”,  “Hanging Around”, “No More Heroes” en hun onsterfelijke bewerking van “Walk on by”, maar evenzeer zakten ze door het ijs en dit vooral met een zeer zwakke vertolking van  “Golden Brown” en het nog steeds erbarmelijke “Always the sun”. The Stranglers waren goed voor een paar nostalgische momenten, maar ons echt omverblazen konden ze niet.


Organisatie: Brussels Summer Festival

Ieper Hardcore Fest 2012 beleeft schitterende verjaardageditie!

Geschreven door

 

Ieper Hardcore Fest 2012 beleeft schitterende verjaardageditie!
Ieperfest 2012

In 1992 startte er een een kleinschalig, tweedaags hardcorefestivalletje in de oude Vort’n Vis club in Ieper.  We zijn twintig jaar later en datzelfde initiatief groeide ondertussen  uit tot het langst bestaande underground hardcore festival in de wereld.  . Deze organisatie kent steevast een sterke line up maar is ook om andere redenen zeer bijzonder.  De organisatie doet al sinds de beginjaren zoveel mogelijk om haar ecologische voetafdruk te verminderen.  Ieperfest viel zo de voorbije jaren in de prijzen en kreeg  in 2010 als 2011 de Greenevent Award uitgereikt door OVAM.  Heel wat andere festivals kwamen hier ondertussen ideeën opdoen en de stad Ieper nam verschillende zaken over op het vlak van afvalverwerking.

Dit jaar blies Ieperfest twintig kaarsjes uit en zorgde daarvoor speciaal voor een indrukwekkende line up.  Dat betekent het kruim van de internationale topbands binnen het hardcoregenre, heel wat groepen die een uitzonderlijke reünieshow verzorgden én verschillende nieuwe acts die  de kans kregen zich te presenteren aan het internationale kennerspubliek.

Zelf waren wij op de eerste festivaldag aanwezig. Traditiegetrouw is dit de kalmste dag van het festival maar desondanks was de weide toch aardig volgelopen, het optreden van H8000-pioniers Congress zal daar niet vreemd aan geweest zijn.  We konden slechts iets na 16h aanwezig zijn en misten daardoor jammer genoeg ondermeer het optreden van onze favorieten van Death By Stereo. Niet getreurd want zanger  Efrem  zou de hele dag bij verschillende andere bands op het podium verschijnen. 
Bij aankomst pikten we nog enkele songs mee  van het legendarische Skarhead met de al even befaamde Lord Ezec in haar gelederen. Jammer genoeg had de band te kampen met een verschrikkelijk slecht geluid en was het onmogelijk om de bindteksten van de overgetattoeërde frontman enigszins te verstaan. Desondanks waren de reacties in de goedgevulde tent vrij enthousiast.

Daarna volgde  Norma Jean met  een pittige set.  Deze Amerikaanse christelijke metalcoreband uit Douglasville, Georgia wist best wat mensen te enthousiasmeren met hun gelaagde en donkere hardcore. De meeste handjes gingen op mekaar toen Norma Jean vocale ondersteuning kreeg van ex-zanger Josh die iets later zelf de bühne opmoest met zijn formatie The Chariot. 

Na het geweld van Norma Jean kregen onze landgenoten van Homer de kans om de tent op zijn kop te zetten.  Jammer genoeg was er niet al te veel volk aanwezig maar desondanks slaagden zanger Johan en de zijnen er in om een gezellig feestje te bouwen. Homer heeft sinds kort een nieuw album uit (‘The Politics of Make Believe’) en presenteerde daarvan vijf songs op Ieperfest.  Daarnaast speelde het viertal ook enkele oudjes waaronder “Long Gone Dreams”, “Tear It Down”, “Your Economy is Our New World Order” en “Stuck In A Moment”.  Hoewel de kwaliteit van de geluidsinstallatie net als bij Skarhead niet optimaal  was, genoten we van de catchy mix van melodieuze punk en stevige hardcore.

Opnieuw over naar het hoofdpodium waar de Engelse hardcorepioniers van Knuckledust het beste van zichzelf mochten geven en dat mag gerust letterlijke genomen:  de band was in grote vorm!  Knuckledust gaat al vele jaartjes mee, brengt niks nieuws onder de zon maar blinkt wel  uit middels hun heerlijke cross over van  snelle hardcore met diverse breaks en lekkere moshstukken.  Bovendien staat er met  de figuur van frontman Pierre een en al charisma op het podium. Binnen twee weekjes komt hun nieuwe schijf uit die ‘Bluff, Lies and Alibis’ zal heten.  De nieuwe songs die ze op Ieperfest speelden, laten alvast het beste vermoeden.

Na het overweldigende Knuckledust opteerden we voor een bezoekje aan de gezellige More Than Music-tent. De bezoeker vond er zoals gewoonlijk  een kleine bibliotheek waar je rustig doorheen interessante  lectuur en fanzines kon bladeren.  Daarnaast was er de mogelijkheid om een vegetarische snack te veroberen, kon je kennis  maken met  organisaties zoals Sea Shepherd, Fairfin en verschillende NGO’s en was er ruimte voor film, debatten, presentaties en interviews.  Wij pikten het interview mee dat De Wereld Morgen afnam van Vinnie Stigma en Mike Gallo, respectievelijk de gitarist en bassist van Agnostic Front.  Het werd een zeer interessant gesprek met deze twee hardcoreveteranen waarbij vooral de eerste een vrij bijzondere indruk naliet.  Vinnie Stigma is niet de eerste de beste, hij is een selfmade man die naast zijn muzikale activiteiten ook diverse films opneemt en die bovendien zijn eigen tattoobedrijf uit de grond stampte.  Stigma had heel wat interessante zaken te vertellen maar dreigde jammer genoeg geregeld ook een karikatuur van zichzelf te worden.  De prima interviewer van De Wereld Morgen had het niet altijd onder de markt maar leidde toch alles in goeie banen.  Het was ook  leuk te zien dat jongere muzikanten van ondermeer The Mongoloids en Coke Bust de lof zwaaiden over hun collega’s van Agnostic Front.

Het drietal van Corrosion Of Conformity was misschien wel een wat vreemde eend in de bijt op Ieperfest.  De heren lieten het zich niet aan het hart komen en onder het credo ‘ niet lullen, maar spelen’ serveerden ze vijftig minuten lang een crossover van metal, punk, sludge en stone. Opvallend was dat zowel de gitarist, de bassist als de drummer afwisselend de vocalen voor hun rekening namen.  Jammer genoeg konden slecht enkele metalheads de muziek smaken en was COC voor velen het sein om een hapje te eten of wat bij te praten in een van de gezellige hoeken van het festivalterrein.

Ook wij zaten het optreden van het Amerikaanse drietal niet uit want we wachtten vol ongeduld op onze helden van Mucky Pup. Wij leerden de band een  kleine twintig jaar geleden kennen met het zeer fijne album ‘Lemonade’.  Deze van emotie doordrongen plaat bleek echter zeer atypisch voor Mucky Pup gezien de heren uit New Jersey zich tijdens hun loopbaan eigenlijk ontpopten tot de partyband bij uitstek.  Na lang wachten op een nieuwe geluidsinstallatie kwam frontman Chris Milnes eindelijk op het Ieperse podium en bleek dat ie met Sean Kilkenny en Marc De Backer (beiden voorheen bij Dog Eat Dog) twee topmuzikanten meehad. Vanaf opener “P.T.L. We want you Money” was het een en al feest op en voor de stage.  Mucky Pup bracht daarna de ene feestsong na de andere (“Batman”, “Nazichicm”,en “Death By Cholesterol”) waarna met enkele covers het dak zowat van de tent ging.  Zo was er eerst  Maidens “Running Free” met vocale ondersteuning van Efrem Shulz van Death By Stereo waarna een knallende versie van “Little Pigs” volgde.  Na opnieuw een eigen oudje (“The Skinheads Broke My Walkman”) en wat flarden AC/DC door Kilkenny kwam zanger Chris met zijn corpulente lichaam in een vrij smalle boksoutfit op het podium en volgden nog Danzigs “Mother” en de knallers “Hippies Hate Water” en “You Stink But I Love U”.

Na Mucky Pup was het opnieuw de beurt aan Lord Ezec die ditmaal met Crown Of Thornz op het hoofdpodium stond.  Deze formatie splitte 14 jaar geleden en werd vooral geprezen omwille van  het legendarische album ‘Train Yard Blues’   Op Ieperfest gaven ze een exclusief optreden en heel wat mensen wilden de show maar al te graag meepikken.  Ons kon Crown Of Thornz niet echt bekoren, dat kwam enerzijds door het rommelige spel  en anderzijds door te lange pauzes tussen de diverse nummers.

Op Ieperfest is er op tijd en stond wat ruimte voor death metal en dat was dit jaar ook het geval bij Aborted.  Het immer hardwerkende vijftal bracht dit jaar hun zevende plaat ‘Global Flatline’ uit en de formatie putte gretig uit het nieuwe werk. 
Ondermeer single “Global Flatline”, “Coronary Reconstruction”, “From A Tepid Whiff” en “The Origin Of Disease” passeerden de revue.  Vooral opvallen deed  frontman Svencho die met zijn hele lijf de meest geschifte geluiden produceerde.

Het contrast tussen Aborted en de volgende band van de avond was immens. Funeral For A Friend wist met zijn mix van emo, posthardcore  en uiterst melodieuze punkrock een heel ander publiek aan te spreken.  De vijf heren konden ons  best te bekoren met hun radiovriendelijke muziek, enkel zanger Matthew Davies – Kreye bleek niet al te best bij stem.

Ondergetekende wachtte net als de meeste aanwezigen vol ongeduld op Congress.  Zij waren begin jaren negentig de grondlegger van de zogeheten H8000 stijl van hardcore en bleken een onmiskenbare invloed voor tal van Europese en Amerikaanse metalcoregroepen.  Hun mix van old school hardcore met trash, metal en gothic was  meer dan vernieuwend en wie Congress hier zag optreden, moet erkennen dat de band nog steeds boven veel andere bands uitsteekt.  De ingenieuze afwisseling tussen snelle en rustige stukken, het virtuoze gitaarspel van Josh,  de strakke ritmesectie en de ijzingswekkende strot van de kleine maar indrukwekkende pitbull Josh.... het is niet zomaar dat Congress nog steeds zo indrukwekkend is.  Voeg daarbij de talloze overbekende songs  zoals “Slaves Of Decay”, “Acoustic Life”, “Blackened Persistance”,  “Underpressure”, “Lifting The Ban”, “I Lead Astray”, “Conspiracy Of Silence” ... en het is duidelijk dat dit een show is die veel Iepergangers nog lang zullen herinneren.

Agnostic Front bleek de ideale afsluiter van een geslaagde festivaldag.  Met Vinnie Stigma en Roger Miret beschikt de band uit New York over twee levende legendes die weten hoe je een goed hardcore-feestje bouwt.  Agnostic Front telt bovendien een aantal songs die iedereen probleemloos uit het hoofd meebrult en dat was ook op de Ieperse slagvelden niet anders. Vanaf opener “Victim Pain” was het drummen geblazen op en voor het podium en dat bleef zo toen ook  “Dead To Me”, “For My Family”, “Friend Or Foe” en “United Blood” uit de speakers knalden.  Zanger Chriss van Do Or Die mochten daarna meezingen bij “Piece” waarna Agnostic Front de finale inzette met “Crucified” en “That’s For Life”.  Daarna volgde “Gotta Go”, ongetwijfeld dé song van de dag die iedere bezoeker ongewijfeld de hele nacht bleef meeneurïen..  Agnostic Front liet gretig alle aanwezig meespringen en zingen op het podium en zette daarna ook “A Mi Manera” in.  Voor ons het sein om na een leuke dag huiswaarts te trekken.

Niet alleen muzikaal was Ieperfest een topeditie.  Ook qua publiekopkomst was dit een geslaagd feestje gezien de meer dan 1200 bezoekers. We geven nog mee dat op 18 februari 2013 de wintereditie van Ieperfest plaatsvindt.

Neem gerust een kijkje naar de pics van het Ieperfest weekend http://www.musiczine.net/nl/fotos/ieperfest-2012/


Organisatie: Ieperfest, Ieper

 

Lokerse Feesten 2012: The Charlatans – Royksöpp - New Order - Trentemöller

Geschreven door

Lokerse Feesten 2012: DAG 08: The Charlatans – Royksöpp - New Order - Trentemöller
Lokerse Feesten 2012

De programmatoren van de LF en Britse artiesten en bands … ‘t Is in elkaar verweven. Op die manier zie je wel pak ‘oude’ grootheden terug, die de Britse scene kunnen samenvatten.

Eentje die erin slaagt twintig jaar Britse ‘Madchester’ scene te bundelen is de band rond Tim Burgess , The Charlatans, die samen met Inspiral Carpets en The Boo Radleys in de voetsporen traden van The La’s, Happy Mondays, Blur, Oasis en Stone Roses. Ze hebben al meer dan 15 platen uit, maar het zijn vooral die nineties eerstelingen ‘Some friendly’, ‘Up to our hips’ en de paar opvolgers die de Britpopscene kleur gaven. Net als bij hun vorige passage op de Lokerse Feesten ging hier in open air hun Brit wat verloren .
Een weinig verrassende, ietwat kleurloze set , hadden we, doordat de heren statisch op het podium stonden , geflankeerd door een introverte zanger, die buiten een “Glad to be here” en “How you’re doin’” het bij z’n dromerige zang hield; toegegeven, hij was een opvallende verschijning, die verouderde Burgess , met de geblondeerde haren. Buiten de eerste rijen zat de band wat in het slob, en het waren enkele de bezwerende,  zweverige psychedelische “North country boys” , “How high” en masterpiece “The only one I know” die het publiek wat deden loskomen voor een eerste ‘movement’. Het was duidelijk dat The Charlatans een band zijn, die weinig impact meer hebben om op een groot podium het publiek te ontroeren en  in te pakken.

Beeldrijke elektronica maakte het Noorse duo Royksöpp groots, die ijzige poolvlaktes opriepen op hun doorbraaksingle “Eple” , van hun debuut ‘Melody A.M. Vanavond bleef  spijtig genoeg die heerlijke instrumental in de koelkast . Intussen hebben ze een handvol cd’s uit , waarbij hun instrumentale filmische elektronica wordt aangevuld met een keur aan gastvocalisten . En vanavond hadden ze o.m. Anneli Drecker (remember 80s Bel Canto) en Robyn mee , die elk een tweetal nummers zongen . En hun set kreeg nog meer kleur door een forse, krachtige, pompende Orbital/Leftfield  trance beat , de acts en de attributen .
Eén van de twee techneuten zong mee , wat een erg gevarieerde set opleverde. Een grote transistorradio was te zien op een groot doek , en die boxen konden luid knallen.
Hun dance bevat geen hippe invloeden richting dubstep en drum’n’bass , maar de elektronica van “So easy”, “The drug”, “Remind me” en “Poor Lena” waren een ideale geleider naar de electropop van New Order.
En dan de songs met onze dames , Anneli Drecker was gekleed als een ‘witchy’ Fever Ray ( The Knife aka Karen Dreijer Andersson) en overtuigde op “This must be it” en een prachtig uitgesponnen “What else is here”, en Robyn trok de ‘dansschoenen’ aan op “None of them” en “The girl & the robot”.

New Order begint van België te houden , zo te zien . Na hun glansrijke reünie, november ll in de AB ( btw bedoeld om de ZH kosten te betalen voor één van de vrienden van het eerste uur, videomaker Michael Shamberg, die trouwens ook nog instond voor het befaamde Factory label begin de jaren ’80) , zijn ze een goed half jaar later opnieuw in het land. Dat was even anders , want ervóór konden we hun optredens hier op één hand tellen 
De eigenzinnige invloedrijke band uit Manchester , ontstaan uit Joy Division, bracht wavepop, dancerock  en electro dichter bij elkaar. Leden van het eerste uur Bernard Sumner (zang/gitaar), Stephen Morris (drums/synths) konden niet meer rekenen op bassist Peter Hook, die met z’n diepe, hoekige , strakke, dreunende bas de sound van Joy Division en New Order bepaalde. Maar jonge gast Tom Chapman nam perfect de rol van Peter Hook over en speelde gemotiveerder dan z’n peetvader. Ook toetseniste Gillan Gilbert was er terug bij.
Net als bij hun optreden in de AB hadden we een gretig spelende band, getriggerd door de jonge bandleden , met  op het achterplan een rits projecties , die de set kleurden . Enerzijds durfden ze krachtiger te klinken, anderzijds werden enkele songs een pompend elektrojasje aangemeten.
In de bijna anderhalf uur durende set kregen we een backcatalogue in een notendop , met o.m. het oude  repetitief aanzwellende “Ceremony, de overgangssong Joy Division - New Order, “Age of consent” en “Temptation” , die konden rocken . “Crystal”, “Krafty” en “Bizarre love triangle” waren broeierige gitaar- en synthpopsongs, Maar het publiek genoot nog meer van de tunes, de vibes, de beats, de gitaarlicks van “The perfect kiss” , “True faith”, “586” en een ruwe “Blue Monday”, die niets vies waren van een vleugje discokitsch, en aanstekelijk werkten op de dansspieren ! Een hartverscheurende “Love will tear us apart” (ode aan Ian Curtis natuurlijk) klonk eigentijds  en is van treurwilgklassieker uitgegroeid tot een heuse meezinger . Zo zie je maar …
New Order is alvast aan z’n tweede of derde adem toe met die combinatie oude en nieuwe groepsleden. Ze stonden  garant voor een avondje die zowel de new waver, de electrodanser, de discofreak en de rockende gitaarliefhebber bij elkaar bracht; variatie genoeg in die nostalgische klankkleur. Opnieuw houden we aan hen een fijne herinnering over …

Ook uit Scandinavië kwam de Deense knoppenfreak Trentemöller , die zo’n event compleet maakte . Hij kwam in de belangstelling door een mix  ‘80’s dance waveklassiekers aan Scandinavische koele elektronica , ijzige soundscapes en doom te rijgen in toegankelijke, aanstekelijke dance;  hij sleepte  een classic in de wacht met “Moaner”. “Lullaby” van The Cure trapte het uurtje ‘Get u freaky on’ af  

Neem gerust een kijkje naar de pics http://www.lokersefeesten.be

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Brussels Summer Festival 2012 - John Cale - Subliem heeft een naam

Geschreven door

Brussels Summer Festival 2012 - John Cale - Subliem heeft een naam
Brussels Summer Festival 2012

Onze excentrieke Welshman John Cale heeft met een dijk van een concert bewezen dat op veelzijdigheid, klasse en genialiteit geen leeftijd staat, en dit enkele weken na zijn kompaan van destijds  Lauwe Reet  in de AB. Nog even voor de mensen die van een andere planeet komen: Cale en Reed lagen met The Velvets een dikke vijfenveertig jaar geleden aan de basis van iets wat rock en alternatieve muziek definitief heeft veranderd.

In tegenstelling tot ome Lou, die ondanks een behoorlijk concert een eerder oudere, kreupele en licht dementerende indruk gaf als was het dat hij net anaal gepenetreerd  was, zag onze favoriete alternatieveling er héél patent uit. Deze creatieve duizendpoot brengt komende weken ‘Shifty Adventures in Nookie Wood’ uit en maakte ons uiteraard benieuwd wat het nieuwe werk zou geven.
Het concert wordt aangekondigd met een tiental minuten vioolgekrijs. Onze knoppenanalfabeet komt met zichtbaar plezier het podium opgewandeld en slaat met een ietwat onhandige indruk de toetsen aan. De instrumentale intro toont meteen dat Cale een superband achter zich heeft met stuk voor stuk kraks van muzikanten. Heerlijk genieten van de gitarist die goochelt met riffs, solo’s en heerlijke dissonanten. Hij scoort niet alleen met zijn band en zijn heerlijk kapsel, maar vooral met een heerlijke mix van oud en nieuw en met heerlijke (ver)nieuw(d)e versies van het rockende “Blue tooth”, de minimalistische funk van “Hey Ray” , de new wave pastiche “Catastrofuk”, het recentere “Set me Free” en “Sold”, het nieuwe “Wanna talk 2 u” ,… etc. U ziet, veelzijdigheid troef. Onze prettig gestoorde genie hoeft maar te putten uit een oeuvre dat meer dan twintig solo-albums bevat.
Wanneer hij, na het toetsenwerk en enkele nummers op zijn akoestische gitaar, eindelijk zijn zwarte Strat, die er een beetje verweesd bij stond, ter hand neemt, kon het voor uw verslaggever niet meer op. Hij stond als genageld aan de vloer met zijn bakkes opengesperd te kwijlen van verwondering en bewondering.
Zijn manier van zingen, zijn met sarcasme en humor doorspekte lyrics en de sfeer die hij daarmee oproept, de ondersteuning van een retestrakke ritmesectie, violisten, background zangeressen en een ietwat eigenzinnige maar meer dan schitterende gitarist, en vooral het overduidelijke speelplezier hebben van zijn passage op BSF een ware topper gemaakt. De velvetnummers werden geenszins gemist.
… Keep a close watch on John Cale …

Organisatie: Brussels Summer Festival

Pagina 96 van 143