logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Gavin Friday - ...
Festivalreviews

4x4 Festival 2011 - een meer dan geslaagd bilateraal feestje onder muzikale geestesgenoten

Geschreven door

4x4 Festival 2011 - een meer dan geslaagd bilateraal feestje onder muzikale geestesgenoten
Het 4X4 festival dat vorige zaterdag doorging in de Kreun in Kortrijk was terug een schot in de roos. Niet alleen omdat ze een prachtige line-up konden verzamelen voor dit jaarlijks terugkerend festival, maar ook door de schitterende grensoverschrijdende muzikale samenwerking tussen 4 clubs die hun liefde voor muziek hoog in het vaandel dragen. De bilaterale samenwerking tussen 2 Vlaamse (4AD-Diksmuide & De Kreun-Kortrijk) en 2 Noord-Franse clubs (Les 4 Ecluses-Dunkerque & Le Grand Mix-Tourcoing) is al jaren een succesformule onder de noemer ‘Franco-Belges’ en werd al diverse malen uitgetest in het verleden (Student Welcome Concert, Krakrock, Rif Hifi, hiphopdays…).
Het 4x4 festival is dan ook hét summum van deze samenwerking. We moesten dan ook een mondje Frans spreken, daar een groot gedeelte van het opgekomen publiek enkel de taal van Molière meester was. Maar dit was geen enkel probleem: er werd minzaam verbroederd en er werden straffe verhalen uitgewisseld.


Ed Wood Jr. mocht de avond rond 18h00 openen en wist ons al van bij aanvang te boeien. Het tweetal, afkomstig uit Lille (Fr.), bracht een gesmaakte mix van noise, emocore, mathrock en trippy electronica. Bij wijlen deden ze denken aan het Brusselse duo Casse Brique. Er werd vooral getapt uit hun laatste worp: ‘Silence’ (2011), maar in tegenstelling tot wat de titel van deze recente release laat vermoeden, kregen we een grote portie noise door onze gehoorgangen gestuwd. We hoorden een leuke mix van The Ex, Sonic Youth, Battles en Shellac. Luister hier en geniet van “Walk Woman” uit hun nieuwste album, dat ze recent in Les 4 Ecluses voorstelden: http://4x4music.eu/playlists/watch/ed-wood-jr

Black Cassette is het éénmansproject van Sukilove-gitarist Sjoerd Bruil. Hij laat zich hierbij omringen met een klasse ritmesectie: Pascal Deweze (ex-Metal Molly en Sukilove) op bas en Jeroen Stevens (I Love Sarah, Lais) op drums. “Let Me In” ging er letterlijk vlotjes in. Heupwiegende vuile bluesy vuilbakkenrock met een funky randje. Vergelijkingen met Mauro Pawlowski zijn nooit ver weg. Bruil is dan ook een Mauro look-a-like. Halverwege de set kreeg een van een sexy baslijn en funky gitaar voorziene “7 Measures” (met een knipoog naar Tim Vanhamels Millionaire) het overgrote deel van het publiek in beweging. Als uitsmijters verrastte Black Cassette ons met een gesmaakte rauwe versie van “Funny” (Eagles Of Death Metal meets Queens Of The Stone Age) en “Not Ready Yet”, een stonersleper om U tegen te zeggen. Gezien en goedgekeurd. Check hun debuutplaat ‘Black Cassette’ die in september 2011 werd uitgebracht en overtuig u van deze Belgische hoop in bange dagen.
Setlist Black Cassette: [1] Let Me in [2] Gotta Move [3] Complicated [4] Presence [5] 7 Measures [6] Ask A Question [7] Oh My [8] Funny [9] Not Ready Yet

Het kwartet The Megaphonic Thrift uit het Noorse Bergen houdt van luid, luider en nog het meest van luidst! En dit zouden we geweten hebben. Een prijs voor originaliteit zullen ze wel nooit in ontvangst mogen nemen, daarvoor is hun noisy geluid te opvallend gelinkt aan bands als Dinosaur Jr. en Sonic Youth. Maar waar je wel niet naast kon kijken is de gedrevenheid waarmee ze hun songs in onze oren bliezen. Wat zeker ook een pluspunt was, was de ravissante verschijning van bassiste-zangeres Linn Frøkedal, die menig mannelijk hart in de Kreunzaal op hol deed slaan. We onthouden een explosieve versie van “Talks Like A Weed King” met een ontketende drummer Fredrik Vogsborg,  een bruisend “Acid Blues” met een overload aan feedback en een gierend “Queen Of Noise” waar Frøkedal transformeerde in een gekloonde Kim Gordon. Met deze laatste song zetten The Megasonic Thrift een punt achter hun noisy set. We bleven achter met ringende oren.
Setlist The Megaphonic Thrift: [1] You Saw The Silver Line [2] Talks Like A Weed King [3] Dragon vs. Dust [4] Acid Blues [5] Neues  [6] Tune Your Mind [7] Candy Sin [8] Funny [9] Queen Of Noise

Het Japanse Nisennenmondai uit Tokyo bestaat uit 3 vrouwen die van wanten weten. Ze startten hun set met disco wat het publiek op een verkeerd been zette. Langzamerhand schakelden ze echter over naar hun typische rauwe en repetitieve postpunk met een groove. No Wave is nooit veraf. Hun dynamische live shows zijn aanstekelijk en laten je als toeschouwer dan ook niet onberoerd. Ze kregen dan ook een goede respons vanuit het publiek. Een meer dan leuke ervaring was deze eerste kennismaking met dit Japanse trio vrouwen met ballen. Dit jaar stonden ze al op het prestigieuze Sonar Sound Festival in hun thuisstad en straks kan je ze ook aan het werk zien op het All Tomorrow’s Festival (ATP) in Minehead (Engeland). Curator Battles zorgde hiervoor

Hoofdvogel van de avond was Pinback (Zie foto). Het was een tijdje stil rond deze indie rock band uit San Diego (California) maar na een kleine 5 jaar afwezigheid (laatste album ‘Autumn Of The Seraphs’ dateert van 2007) staat ons begin volgend jaar een nieuwe release (“Information Retrieved”) te wachten.
JP Inc. (het alter ego van John-Peter Hasson) zorgde voor de komische noot van de avond. Hij was de warming-up van dienst en de van pruik en nepbaard voorziene stand-up comedian bracht een reeks nep-theme-songs die onze lachspieren niet stil konden houden.
Het werd een luchtige aanloop naar het meer donkere werk van Pinback. En dat de heren het nog niet verleerd zijn, bewees de gretigheid waarmee ze zowel ouder werk brachten alsook twee songs uit hun nog uit te brengen nieuwste: het mooie, melancholische “Sherman” en de prachtige ballad “Thee Scum Proggitt”.
Bij Pinback kan je enerzijds wegdromen bij hun meeslepende songs (bvb. opener “Tres” of bisnummer “Tripoli”) en anderzijds wakker geschud worden door ritmische roffels en opzwepende gitaren (bvb. bij “A.F.K.” en “Devil You Know” en “Bouquet”).
Een hoofdact zijn naam waardig. We kregen in totaal (inclusief encores) 25 (!) prachtsongs in ons zweverig hoofd geperst en we konden met een brede grijns op ons gezicht terugkijken op een meer dan geslaagd festival.
Volgend jaar opnieuw!
Setlist Pinback: [1] Tres [2] Bloods On Fire [3] Bouquet [4] Torch [5] Non Photo Blue [6] Syracuse [7] Penelope [8] Good To Sea [9] How We Breath [10] Loro [11] Your Sickness [12] Sherman [13] Fortress [14] Boo  [15] Walters [16] B [17] Devil You Know [18] Thee Scum Proggitt [19] F.N.T.N. // Encores = [20] Sender [21] Shag [22] A.F.K. [23] Tripoli  [24] Chaos Engine [25] Manchuria

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Autumn Falls Festival 2011: Pink Mountaintops, Siskiyou, Califone, She Keeps Bees

Geschreven door

Autumn Falls Festival 2011: Pink Mountaintops, Siskiyou, Califone, She Keeps Bees
She Keeps Bees was niet aan haar proefstuk toe in de Botanique. Dat een duo ruimschoots kan volstaan om een hoop herrie te maken bewezen eerder The White Stripes of The Kills al (die dezelfde avond trouwens wat verder optraden in de AB). Verassend genoeg moesten de rauwe, energieke bluesrocksongs “Gimmie” en “Cold Eyes” van Jessica Larrabee, half Patti Smith half Chan Marschall, en drummer Andy LaPlant niet gek veel onderdoen voor boven genoemden. Vreemde eet in de bijt tussen het meer ingetogen werk op de rest van de affiche, dat wel, maar daarom ook des te indringender.

Het Amerikaanse Califone heeft al aardig wat jaren op de toerenteller staan zonder echt aan de muzikale oppervlakte te komen bovendrijven. ‘Cinematografisch’ is het vakje waarin deze Amerikanen weleens gecatalogeerd worden  en dan weet je dat je extra bij de leest moet blijven om niet weg te dromen, zoals ook die avond; af en toe verfijnd gitaar getokkel in combinatie met andere snaarinstrumenten, dat wel, maar het gebrek aan variatie, het nasale geneuzel van zanger Tim Rutili en de niet aflatende folky tristesse (die de naam van de laatste plaat ‘All My Friends Are Funeral Singers’ alle eer aan doet) deden dit optreden de das om. Califone… monotoon.

Siskiyou zanger Colin Huebert bleek er die avond niet bepaald vrolijker op geworden te zijn nadat hij in 2008 Great Lake Swimmers vaarwel wuifde om op een bioboerderij aan de slag te gaan. Werd deze door velen bejammerde beslissing nog gemotiveerd door het verkennen van nieuwe muzikale horizonten, van een echte stijlbreuk was niet echt sprake die avond. “So Cold” en “Everything I Have” ademden dezelfde treurnis en verlies uit van weleer die je associeert met streken waar het in de winter veel te vroeg donker wordt (de nieuwe plaat “Keep Away The Dead” werd opgenomen in een parochiezaal in British Columbia) en ook tijdens “Big Sur” leek een warme Californische zeebries verderaf dan ooit.
Tijdens het originele en geslaagde Simon & Garfunkel covernummer “El Condor Passa” kregen we het dan toch nog warm.

Pink Mountaintops, het Canadese zijproject van Black Mountain genie en Jezus lookalike Stephen McBean, serveerde dé psychedelische kers op de kaart. Iedereen die deze verdwaalde en bebaarde zonderling die avond bezig zag moest toegeven: deze heer kent zijn klassiekers!   Het enkel van akoestische gitaar voorziene “While We Were Dreaming” knipoogde naar het solowerk van John Lennon, “Vampire” of “Leslie” klonken als vintage Neil Young, terwijl het forsere “Single Life” naar The Stooges neigde. Maar tijdens het grootste deel van de set was toch aangenaam duizelen van de langgerekte in reverb gedrenkte spacy jams waar ook Black Mountain of de hippies van Brightblack Morning Light een patent op hebben.  Benieuwd of de binnenkort te verwachten opvolger van het in 2009 verschenen ‘Outside Love’ onze hooggespannen verwachtingen kan inlossen.

Organisatie: Botanique, Brussel (ism Toutpartout)

Autumn Falls Festival 2011: Low – Bill Callaghan – Pinback

Geschreven door

Autumn Falls Festival 2011: Low – Bill Callaghan – Pinback
Fans van de slowcore konden hun hartje ophalen bij de triple – bill van Low – Bill Callaghan – Pinback

Een goede vier jaar terug verscheen het laatste werk ‘Autumn of the seraphs’ (toepasselijk voor Autumn Falls!) van het Amerikaanse Pinback, onder het onafscheidelijke duo Rob Crow  en Zach Smith (bas/gitaar). Ze zijn er terug bij en werken nu aan de vijfde cd. Pinback, gegroeid uit Three Mile Pilot, midden de jaren ’90, introduceerde samen met Low de lofi en slowcore van traag meeslepend en sfeervol dromerig, overlappend gitaargetokkel en -akkoorden, keys en opzwepende percussie, onder een emotionele, zweverige soms verbeten samenzang.
Het trio hebben de keys vervangen door vooraf opgenomen sampleloops. Ze respecteerden de gevoelige sound van “Penelope” en “Loro”, maar klonken vanavond steviger en staken meer beats in songs als “Good to sea”, “Sherman” en “Fortress”, waarbij de lijvige Crow de show stak; hij plofte zich neer op de grond en als een dolfijn bewoog hij over het podium. Onverwachts spitsvondig! We zijn benieuwd naar het nieuwe materiaal, maar duidelijk was dat Pinback kon rekenen op een warm onthaal op hun return .

Eerder was Bill Callaghan  nog te zien tijdens les Nuits Bota in het Théâtre 140 in Schaarbeek. De sing/songwriter bracht eerst jarenlang platen uit onder het alterego Smog, maar heeft er al een pak uit onder de eigen naam. Als de bard van Dave Eugene Edwards , Nick Cave, Stuart Staples en Gavin Friday neemt hij ons mee op een boeiende, broeierige, melancholische indie/sadcore country trip, gedragen door z’n diepe, indringende, grauwe stem op z’n Leonard Cohen’s. Meteen had hij het publiek mee op z’n trip met “Rising for the feeling” , “Baby’s breath” en “America” . Naast z’n stem en het aanstekelijk semi-akoestisch gitaargetokkel, werden we op sleeptouw genomen door het aanvullende drumspel, maar vooral door het avontuurlijke, slepende,  tegendraadse reverbgitaarspel van z’n kompaan, die door de verrassende wendingen een spanningsboog en een ‘wall of noise’  verwezenlijkte . Songs van de recente cd ‘Apocalys’ zinderden . Closing final waren “One fine morning” en “Too many birds”. Tussenin hadden we het sobere ingetogen “Our anniversary” . Wat een boeiende ‘pop noir’ en intensiteit hoorden we in het  sing/songwriterschap van Callaghan en  z’n uitmuntende muzikanten . Klasse dus!

Ook Low  toonde zich van zijn beste kant en liet net als twee vorige de muziek spreken . Low koos in hun ruim anderhalf uur durende set , tot net vóór middernacht, voor hemelse gitaarpop van beheerst opbouwende melodieën, en songs die durfden aan te zwellen  en omgebogen worden tot stevige,  rauwe, korrelige, gejaagde, overstuurde rock, en kon exploderen.
Het onafscheidelijke duo Alan Sparhawk (gitaar) - Mimi Parker (minimalistische drums) en een goed ingespeelde bassist ontroerden, beten sterk van zich af en contrasteerden in hun materiaal . Ook in de zang ervaarden we hetzelfde; de zang van Sparhawk kon warm, getormenteerd zijn, en werd verweven, samengebracht en afgewisseld met de behoedzame,  innemende, mooie stem van Parker.
Uitroeptekens plaatsten we bij snedige parels “Violent pass”, die de bloedmooie set opende , “Nothing by heart”, “Monkey”, “Sunflowers” en het ingetogen “Nightingale”. Verder zorgde Low voor een boeiende, meeslepende trip van o.m. “Try to sleep”, “Breaker” en “$20”, die een onderhuidse dreiging hadden. Verder een sfeervol dromerige “Witches”, “In the drugs”, “Murderer”, en een toegankelijke “Last snowstorm of the year”.
Tussenin pakte Parker ons in met “You see everything”, “Especially me”  en “Laser beam” in de bis .
Low bracht voldoende varianten aan en speelde een frisse, aanstekelijke, emotionele set die kon huiveren. Het afsluitende “When I go deaf”  fascineerde: de song  trok nog eens alle registers open , sierde door een declamerende voordracht van Sparhawk en deinde mooi uit. Kippenvel kregen we.
Low is trouwens één van de eerste namen op het komende Cactusfestival op zaterdag 7 juli. Is genoteerd met deze!

Organisatie: Botanique, Brussel (ism Toutpartout)

Crossing Border Festival 2011 – Afsluiter The Low Anthem stuwt het festival de hemelse hoogte in

Crossing Border Festival 2011 – Afsluiter The Low Anthem stuwt het festival de hemelse hoogte in
Crossing Border Festival 2011
DAG 2 – zondag 20 november 2011
Bij aanvang van dag 2 van Crossing Border hadden we aanvankelijk de indruk dat het publiek haar pijlen vooral gericht had op de eerste dag en op het concert van Gavin Friday in het bijzonder, want het was opmerkelijk rustig toen we de deuren van de Arenbergschouwburg openden en ons naar het eerste concert van de dag begaven, namelijk van Larkin Poe.
Door het afgelasten van de tour van Elvis Costello was Crossing Border het enige optreden van Larkin Poe (***) in België. De Amerikaanse zusjes Megan en Rebecca Lovell hebben hun thuisbasis in Georgia maar komen oorspronkelijk uit Tennessee. Dat is te horen op ‘Band For All Seasons’, een verzameling van vier EP’s (Spring, Summer, Fall, Winter) waarop ze folk mengen met country en bluegrass. Live vallen deze zusjes op door de manier waarop Megan (het blondje) haar gitaren bespeelt: ze hangt zowel dobro als lapsteel rond haar nek en bespeelt die dan horizontaal. Rebecca neemt dan weer de zang voor haar rekening en speelt ook mandoline en ukulele. Op papier lijkt dit heel erg country en op de leest geschoeid van de rootsprogramma’s op Radio 1 maar toch werkt het ook naar een ruimer publiek omdat de zusjes in hun muziek tevens folk en pop verweven. In ieder geval een origineel begin van de tweede avond.

Toen we ons via de rode loper richting het Toneelhuis (Bourlaschouwburg) begaven voor het concert van Ed Sheeran, passeerden we eerst nog de ‘Club de Ville’ waar Colourmusic voor een gering aantal kijklustigen erg luid tekeer gingen met hun psychedelische rock De oortjes van de dames die de vestiaire/garderobe bewaakten of die de aanwezigen van eet- of drankjetons voorzagen, zullen het geweten hebben. Onze eigen exemplaren hadden we zelf goed voorzien van geluiddempende dopjes en daar hadden we geen spijt van. We konden te weinig meepikken van de set van Colourmusic om deze in zijn globaliteit te recenseren maar we konden ons niet van de indruk ontdoen dat het de nummers ontbrak aan een grote dosis afwisseling. Anderzijds aan enthousiasme geen gebrek getuige het feit dat de gitarist zich een opvallende podiumpose aanmat door wijdbeens zijn gitaar laag boven de grond te bespelen.

Toen we de grote zaal van het Toneelhuis (voor de gelegenheid ‘The Parish’ genaamd) betraden, was Ed Sheeran (***) net aan zijn set begonnen. Meteen werd duidelijk dat het idee dat op zondag minder toeschouwers waren komen opdagen in vergelijking met de eerste dag van het festival louter op een illusie bleek te berusten. De benedenverdieping van de zaal was namelijk erg goed gevuld en opvallend daarbij was dat er veel vrouwelijk gezelschap zich in de fluwelen zetels hadden neergevleid. Nummers als “The A Team”, “You Need Me, I Don’t Need You” en “Lego House” zullen daar niet vreemd aan geweest zijn want alle drie bereikten ze de top 10 van de hitlijsten in de UK en dermate op maat zijn gemaakt dat ze gemakkelijk tegen de vrouwelijke borst gedrukt kunnen worden. Vooral als “The A Team”  door Sheeran werd ingezet, was de herkenningsfactor bij het publiek hoog en gingen de ogen van heel wat (jonge) dames aan het blinken. En het moet gezegd, wat we in het Toneelhuis hoorden, was veel sterker en puurder dan de zoetgevooisde poppy studioversie die terug te vinden is op zijn nieuwste album ‘+’ (Plus) (dat in februari 2012 ook bij ons officieel wordt uitgebracht). Ontdaan van alle propere productiewerk en louter op akoestische gitaar gebracht, kwam de song veel meer tot zijn recht.
Sheeran stak ook wat variatie in zijn nummers door bijvoorbeeld bij “You Need Me, I Don’t Need You”  via een loop pedal gebruik te maken van een sound over sound techniek. Een truc die hij voordien ook al uithaalde bij het vertolken van Jamie Woon’s versie van de traditionele folksong “Wayfaring Stranger”. 
Als toegift bracht Sheeran nog een cover, namelijk “Guiding Light” van Foy Vance. Vance is een artiest waar hij al jaren naar opkijkt en hij stond in Antwerpen nog steeds te glunderen toen hij vertelde dat hij recent in de mogelijkheid was om met hem samen op te treden.
De amper 20-jarige Sheeran die zijn Ierse/Engelse roots moeilijk kan verloochenen want anatomisch behept met een lichte huidskleur en rood haar (enige gelijkenissen met Mick Huknall zijn niet veraf), vertoonde heel wat lef en liet zien wat in zijn mars te hebben als entertainer.

Loch Lomond (****) komt in tegenstelling tot wat de groepsnaam zou doen vermoeden, niet uit Schotland maar uit Portland Oregon, gekend voor zijn uitgebreide indie-scene. De band rond Ritchie Young (een kortere versie van Erlend Øye) kende al veel gedaantes en bezettingen (tot 30 muzikanten), maar zijn nu een zestal en hebben hun tweede album ‘Little Me Will Start A Storm’ uit op het – toch wel – Schotse label Chemikal Underground. Na Den Haag was dit hun tweede Europese show. Deze band gebruikt graag veel verschillende instrumenten maar vulde hun nummers spaarzamer in dan bijvoorbeeld Other Lives (die een dag eerder op Crossing Border schitterden). Loch Lomond experimenteert ook graag. Zo zagen we hoe ze een xylofoon met een strijkstok bespeelden of op een viool tokkelden alsof het een gitaar betrof. Ritchie Young wisselde tussen zijn gewone stem en een heel ijle falset en de nummers waren dikwijls meerstemmig met keyboardspeelster Brooke Parrott die de tweede vocalen voor haar rekening nam.
Crossing Border slaagde er bij deze opnieuw heel goed in om onbekende maar erg goede bands te programmeren. En Loch Lomond was er een eentje van hoge kwaliteit.


Voor een festival dat voornamelijk folk programmeert, was Islet (***) de verrassendste band van het weekend. We glipten nog snel de grote zaal binnen voor het laatste halfuur van dit Welsh collectief dat niet echt een frontman heeft. Ze gebruiken keyboards en heel veel drums en rapten op nummers die ergens tussen Talking Heads, Tune-Yards, Holy Fuck en Suuns te situeren vallen (check bij deze maar eens hun plaat ‘Celebrate This Place With Me’). De vier bandleden sprongen op en neer, renden door de zaal, en headbangden al knielend terwijl ze hun keyboard mishandelden. Bij momenten deed het ook wat denken aan het opzwepende van !!! (Chk Chk Chk). De zaal bleef verbijsterd achter maar wij konden de amalgaam van stijlen van deze band ‘met een hoek af’ wel smaken.

Marcus Foster (***1/2), sterk aanbevolen door Ed Sheeran, is een in Londen geboren muzikant die net een album genaamd ‘Nameless Path’ heeft uitgebracht waarop een mix van rock, blues en folk terug te vinden is. Op Crossing Border werd hij omringd door twee muzikanten en met zijn geraspte, doorleefde stem (soms verwant aan Marcus Mumford), heel wat mimiek en bovenal bezield musiceren, kon zijn optreden op heel wat enthousiasme rekenen van de toeschouwers. “I Was Broken” was sober uitgevoerd met gitaar, een beetje bas en wat ritmische percussie op een houten box. Het bluesy “Kiss Is A Knife” deed ons dan weer denken aan de Georgia Satellites en “Tumble Down” van de gelijknamige EP werd ingetogen gebracht (enkel gitaar en wat ritmische percussie). Jammer dat we niet lang konden nagenieten. In de ‘Red Eyed Fly’ was namelijk Amy Lavere aan het concerteren, terwijl James Vincent McMorrow hetzelfde deed in de grote zaal van het Toneelhuis.   

Amy Lavere (**) komt uit Louisiana en speelt op staande bas. Deze dame is ook actrice en heeft al het voorprogramma van Seasick Steve gedaan. Op Crossing Border had ze een volledige band mee voor haar laatste optreden van haar Europese tournee. Een band die overigens leek te zijn samengeraapt op een rommelmarkt: een oude bluesgitarist met dito pet, een jonge hond (dons op de kin dat moest doorgaan voor een ringbaardje) op drums die veel met borstels speelde en een violiste. Ondanks die bluesbezetting zaten er toch veel popelementen in de songs van haar derde album ‘Stranger Me’ die door de Engelse pers als een van de albums van het jaar wordt beschouwd. Opmerkelijkste song die we afgelopen zondag te horen kregen, was “Damn Love Song”.

Wat de Ierse muzikant James Vincent McMorrow (****) op het podium van het Toneelhuis bracht, was een aaneenschakeling van nagenoeg louter hoogtepunten. Vorig jaar verscheen zijn debuutplaat ‘Early In The Morning’ dat hij afgezonderd opnam in een strandhuis. Als dit isolement een belletje doet rinkelen, dan vrezen wij dat opnieuw de naam van Justin Vernon moet vallen. Vooral omdat ook het stemgeluid van McMorrow bij de hoge tonen dicht aanleunt bij dit van het boegbeeld van Bon Iver. Maar er kunnen op dat vlak ook vergelijkingen met Sam Beam of Patrick Watson gemaakt worden.
McMorrow trad – eerder uitzonderlijk - op met een vijfkoppige band en de muzikanten vulden elkaar goed aan met een fraai, harmonieus resultaat tot gevolg. We vermelden daarbij graag de ritmische folkrock van “This Old Dark Machine” en “From The Woods” dat erg rustig aanvatte maar gaandeweg crescendo evolueerde om te eindigen in een expressieve outro. 
McMorrow bespeelde afwisselend gitaar, piano en wat drums en wanneer hij solo uit de hoek kwam, zoals bij het bijzonder fraaie en innemende “We Are Ghosts”, werd het muisstil in de grote zaal. Een prater is McMorrow totaal niet en een interactie met het publiek was vrijwel onbestaand. Daartegenover stond dat hij de muziek voor zich liet spreken en deze was uitstekend. De staande ovatie van het publiek na “If I Had A Boat” was dan ook volkomen terecht.

Een totaal ander genre was aan te treffen bij Wye Oak (****) Ze speelden luid, maar o zo lekker. Dit duo uit Baltimore, drummer Andy Stack en gitariste Jenn Wasser, bracht in 2011 hun derde album ‘Civilian’ uit.  Live drijven ze de tegenstelling tussen hard en zacht ten top. Het ene moment klinkt Jenn Wasser dromerig en zacht tot ze haar effectpedaal intrapt en men bijna omvergeblazen wordt van de feedback die ze genereert. Wasser heeft een opmerkelijke stem: een beetje hees en soms klinkt ze een beetje als Chrissie Hynde. Haar gitaarstijl twijfelt tussen fifties pop, Cocteau Twins en Sonic Youth. Wasser zou kunnen doorgaan voor de jongere zus van Patricia Arquette. Mocht David Lynch een ‘Lost Highway 2’ willen maken, kan zij ronddwalen in de verknipte wereld van Lynch op de soundtrack van haar eigen Wye Oak. Het afsluitende nummer van Wye Oak, “For Prayer” was werkelijk verschroeiend. Neil Young heeft een dochter en ze heet Jenn Wasser. Net als voorbeeld Dinosaur Senior wisselde ze countrymelodieën af met keiharde kapotte riffs. We waren serieus onder de indruk van dit duo uit Baltimore.

Vooraleer het laatste concert van de dag in het Toneelhuis mee te maken, passeerden we nog even snel bij de jonge Belgische formatie Oscar & The Wolf. Ook al bleef het beperkt tot een blitzbezoek, wat we hoorden nodigde sterk uit tot meer. Mooie, vaak melancholische en dromerige composities en dito arrangementen met als bonus een samenzang tussen Max Colombie en Eva Vermeiren.    

Twee jaar terug stond The Low Anthem  (*****) ook al te prijken op de eerste affiche van het Belgische luik van het Crossing Border festival. Op algemeen verzoek mochten ze hun krachttoer nog eens herhalen. En dat ze hierin zouden slagen, daar mocht niet aan getwijfeld worden want zelf hebben we The Low Anthem al enkele malen aan het werk gezien en tot dusver hebben we nog niet geconstateerd dat ze ook mindere concerten kunnen geven (zelfs niet in ondankbare omstandigheden als vorig jaar op Pukkelpop waar ze vanuit de Marquee dienden op te tornen tegen de brute beats vanuit de Boilerroom).
The Low Anthem trad op als viertal met behalve hoofdzanger Ben Knox Miller, ook Jeff Prystowski, Jocie Adams en recent groepslid Mike Irwin (die sinds dit jaar Mat Davidson vervangt). Als vanouds had de Amerikaanse band uit Providence, Rhode Island heel wat instrumenten naar Antwerpen meegebracht als daar onder meer zijn: gitaar, klarinet, drumtoestel, contrabas, althoorn, xylofoon, viool, een oud, gerestaureerd orgel en – ja hoor – de opmerkelijke crotales (die opnieuw niet enkel als een slaginstrument werd gebruikt maar ook met een strijkstok werd bespeeld).
Ook de set leek aanvankelijk als vertrouwd te gaan klinken daarbij laverend tussen enerzijds rustige folk en americana zoals bij “Smart Flesh”, “Sally, Were’d You Get Your Liquor From” (van Gary Davis) en “This God Damn House” (waarbij het publiek opgeroepen werd om hun mobiele telefoons als extra instrument te laten fungeren door elkaar te bellen en de telefoons op speaker te zetten, wat een sprookjesachtig geluid opleverde alsof er honderden vogels in de zaal aan het fluiten waren) en anderzijds meer uptempo bluesgetinte nummers als “Yellowed By The Sun” (het eerste nummer dat ze als groep ooit opnamen).
Waar ze normaal op het einde van hun set rondom een oude, nostalgische microfoonstandaard gaan staan om een intieme sfeer op te wekken werd dit door de speling van het lot (de snaren van de elektrische gitaren begaven het en aanvankelijk leek er geen onmiddellijk herstel in zicht) veel vroeger doorgevoerd. We hoorden prachtige, verstilde en uitgeklede versies van “Tom Wait’s ‘Home I’ll Never Be” (een adaptatie van een tekst van Jack Kerouac), alsook van “Apothecary Love” en “Ghost Woman Blues”. Toen er vanuit de coulissen aangegeven werd dat de elektrische gitaren met succes werden gereanimeerd, had Ben Knox Miller intussen - mede door de schitterende locatie en het uiterst beleefde en gereserveerde publiek - zo de smaak te pakken, dat hij besliste om de set grotendeels op die alternatieve manier verder te zetten.
Meteen werd duidelijk dat dit een avond zou worden waarop we The Low Anthem een ander concert zouden zien geven als laatstleden in de Brusselse AB. Leuk om zien was dat dit duidelijk niet ingestudeerd was (Prystowski liep af en toe onhandig heen en weer om een nieuw instrument op te halen en dit vooraan op het podium op te stellen). Ook de spontaniteit en creativiteit drukten meer en meer hun stempel op de geleverde kwaliteit. De set van The Low Anthem evolueerde van uitstekend naar subliem. “Burn”, “Matter Of Time” en “Oh My God, Charlie Darwin” werden met een minimum aan instrumenten maar met een maximum aan vocale pracht en intensiteit vertolkt en men kon in de grote zaal van het Toneelhuis een speld horen vallen.
We kregen nummers uit de albums ‘What The Crow Brings’ (2007), ‘Oh My God, Charlie Darwin’ (2008) en ‘Smart Flesh’ (2011) voorgeschoteld maar er volgde ook nog een cover van “Bird On A Wire” (Leonard Cohen) waarbij toeschouwers die zich ook maar even (en zelfs dat leek geen vereiste te zijn) muzikant achtten, een instrument op het podium mochten uitkiezen om het viertal van The Low Anthem te begeleiden. Na heel wat aandringen was er één vrijwilliger die de moed had om op het verzoek in te gaan en de elektrische gitaar ter hand te nemen. Ontwapenend om zien was dat hij van Ben Knox Miller een innige omhelzing kreeg voor zijn moed en durf. Toen hij totaal onverwacht – zelfs de groepsleden van The Low Anthem keken verbaasd op – het nummer van een subtiel slotakkoordje voorzag, was een daverend applaus zijn deel.  
Ook kregen we al een voorproefje van het nieuwe album die ze na het toeren gaan opnemen en – vergeef ons de exacte titels - maar “Give All My Money Away” (waarbij Ben Knox Miller ook daadwerkelijk enkele muntstukken en een bankbiljet het publiek in gooide), “Her Little Cosmos” (geïnspireerd op een waargebeurde kidnapping) en “Am I The Dreamer” klonken alleszins veelbelovend.
En The Low Anthem wist niet van ophouden, hadden nog veel zin om door te gaan maar werden er kordaat op gewezen dat hun tijd er écht helemaal op zat (ze hadden al ruim 40 (!) minuten langer gespeeld als voorzien en de officiële hoofdact Cake was op dat ogenblik in de Arenbergschouwburg wellicht al helemaal klaar met spullen inpakken.
Dan maar richting de inkomhal waar ze naast en op de merchandisingtafel verder aan het musiceren gingen en nog met behulp van louter akoestische gitaar, klarinet en trompet onder meer “Cage The Songbird” en “Evangeline” (The Band) brachten.      
Het concert van The Low Anthem bevatte humor en ernst, uitbundigheid en ingetogenheid, onverwachte wendingen en over de gehele lijn sterke teksten en wondermooie muziek. Door dit te linken aan theater en literatuur vormde de groep aldus de perfecte afsluiter van de derde editie van het Belgische verlengstuk van het Crossing Border festival. 

Wie er bij was, zal het zich nog lang heugen en wie dit gemist heeft, geven we alvast volgende raad: na Monsters Of Folk (2009), Ed Harcourt (2010) en The Low Anthem (2011) lijkt Crossing Border iets te hebben met fantastische afsluiters. We zijn al benieuwd naar editie vier!


Wie van de redactie van Musiczine het schitterende concert van The Low Anthem in het Toneelhuis vroegtijdig verliet om St. Vincent (***), zijnde het alter ego van Annie Clark, aan het werk te zien, had spijt van die beslissing. St. Vincent speelde een set die interessant kan genoemd worden maar die weinig emoties opriep. Deze zangeres-liedjesschrijfster die ooit nog actief was bij Polyphonic Spree en Sufjan Stevens, heeft de potentie om Florence + The Machine naar de kroon te steken maar zoekt heel bewust het experiment op in plaats van de perfectie popmelodie. Die zit er bij wijlen wel in maar Clark opteert bewust voor heel erg bizarre keyboardgeluiden en rare effectpedalen op haar gitaar die de nummers als het ware saboteren. Het gitaargeluid zo vervormen dat het veel weg heeft van tegendraadse  gitaarklanken die Lou Reed op pakweg ‘Magic And Loss’ produceerde, is misschien wel interessant maar als dit gebeurt in ietwat minder ervaren handen, dan klinkt dit niét goed.
St. Vincent speelde vanavond onder meer ook “Cruel” (een mix van musical en een TC Matic speelgoedriff), “Your Lips Are Red” en “Actor Out Of Work” (dat klonk alsof Goldfrapp en de ‘Nite Versions’ van Soulwax samen in de studio gedoken waren).
Maar ach, het kon nog erger. Stel je voor dat het klonk alsof Lou Reed samen met Metallica in een studio aan een plaat aan het werken was …


Organisatie: Crossing Border ism Arenbergschouwburg, Antwerpen

Crossing Border Festival 2011 – Overheersing haalt het wat te vaak van de synergie

Crossing Border Festival 2011 – Overheersing haalt het wat te vaak van de synergie
Crossing Border Festival 2011
DAG 1 – zaterdag 19 november 2011
Sinds 1993 wordt in Den Haag het Crossing Border festival georganiseerd. De betrachting was van meet af aan literatuur, muziek en beeldende kunst uit elkaars cocon te halen en de diverse werelden synergetisch in elkaar te laten overvloeien zodat op één of meerdere dagen een totaalpakket kon aangeboden worden.
In 2009 kreeg dit festival een Belgisch luik door op hetzelfde weekend een deel van de artiesten, schrijvers, dichters en vertellers die in Den Haag acte de présence gaven, ook aan bod te laten komen in de Antwerpse Arenbergschouwburg.
Aanvankelijk was de Belgische versie beperkt tot één dag maar vorig jaar werd dit reeds uitgebreid met twee vooruitgeschoven concerten (meer bepaald op vrijdag Rufus Wainwright en op zaterdag het Mercury Rev Clear Light Ensemble). Afgelopen weekend werd er nogmaals een verlengstuk aangebracht doordat geopteerd werd om het programma op te delen in twee (bij momenten te) goedgevulde avonden (zaterdag- en zondagavond) en qua plaats van gebeuren kregen de vier zalen in de Arenbergschouwburg het gezelschap van het prachtige Toneelhuis (tot ruim buiten ’t Stad ook wel gekend onder de naam Bourlaschouwburg).
Dit betekende een inflatie aan artiesten en auteurs en als bezoeker kreeg men door tal van overlappingen nog meer als voorheen af te rekenen met dilemma’s: welk optreden, interview of voorleesmoment zou men kiezen en wat zou men – op gevaar af nu net dé ontdekking of hét hoogtepunt van het festival mis te lopen – links laten liggen? Ook werden de schrijvers jammer genoeg door het grotere aanbod wat naar het achterplan gedrongen en dat is bijzonder jammer, zeker als men weet dat er kleppers aanwezig waren als Alan Hollinghurst, Jennifer Egan of Elmore Leonard. 
Maar ach, laten we deze opmerking en tevens de bevinding van diverse mensen die we hebben gesproken, niet als enige conclusie weerhouden van Crossing Border editie 2011 want zelfs al diende men noodgedwongen heel wat te missen (is het inbouwen van meerdere podia trouwens geen veralgemeende evolutie geworden op festivals?), er viel genoeg fraais te beleven zoals volgend verslag zal onderstrepen. En dat laatste is mede te danken aan de organisatoren die er in geslaagd zijn om nog meer literair en muzikaal fraais naar België te halen (in totaal ruim 60 optredens). En met een ticketprijs van 40 euro voor beide avonden zat men ver onder de gemiddelde markttarieven.

Kiezen was verliezen dus (dit jaar concentreerden we ons zelf vooral op de muziek), maar toch vooral ook ontdekken omdat er naast een aantal grotere namen toch vooral nieuwe beloftevolle acts geprogrammeerd stonden dit weekend. Via één van die beloftes trok het festival zich op gang: in de kleinste zaal van de Arenbergschouwburg, de ‘Red Eye Fly’, mocht Ned Younger, een Londense zanger-liedjesschrijver, het festival aftrappen. Met ‘Hi, I am Monument Valley (***) introduceerde deze beschaafde Brit zich bij de vroege festivalgangers. Een ietwat bizarre naam voor een soloartiest, nog een geluk dat hij zich niet “Grand Canyon” genoemd had. Deze upper-class versie van Billy Bragg, trok ons direct mee in zijn intieme folksongs, die hij begeleidde op een afgeklemde akoestische gitaar of al tokkelend op een elektrische gitaar. Bij momenten had het iets van Nick Drake, vooral door de intimiteit en de zuiverheid van Younger’s stem. Het werd zelfs heel intiem toen hij naar het einde van de set, zelfs een stuk zonder micro bracht. Zijn gelimiteerde EP ‘No Air’ was in een mum van tijd uitverkocht en dat zal met de nieuwe, van een fraai artwork voorziene ‘Tongues’ wellicht niet anders zijn. Monument Valley greep ons direct bij het nekvel en zijn set vormde het perfecte begin van het festival.

Na de aankoop van de nodige jetons om onze honger en dorst te laven, trokken we de trappen op richting de ‘Continental Upstairs’-zaal, met als bestemming Dry The River (***). Dit vijftal uit Oost-Londen heeft al enkele EP’s uit en die zijn namelijk zeker het checken waard. De groepsleden hebben een punk- en metalverleden en dat was er aan te zien: de bebaarde bassist had tatoeages op beide armen en kon voor de Engelse neef van de broertjes Followill van Kings of Leon doorgaan. Dry The River speelt echter folkrock met drie stemmige harmonieën, gebruikt viool en pakt bij momenten heel stevig uit. Arcade Fire is nooit ver weg. De hoge stem van zanger Pete Liddle klonk in nummers als “Night Owls” en “Family Tree” als twee druppels op die van Justin Vernon (a.k.a. Bon Iver). Dezelfde Vernon die als referentiepunt nog meermaals zal terugkomen in ons verhaal.

De Rode loper werd op de VRT opgedoekt maar kreeg een tweede leven op Crossing Border. Want om zich van het ene gebouw naar het andere te begeven, fungeerde een rode loper als richtingaanwijzer en riep het bovendien een vervroegde kerstsfeer op. Mooi en efficiënt want het zorgde ervoor dat we op tijd de Bourla bereikten om Josh T. Pearson  (***** voor de bindteksten; *** voor de muziek). aan het werk te zien. Deze Texaanse ‘Uberbaard’ (ooit nog bij Lift To Experience) heeft volgens sommige critici met ‘Last Of The Country Gentleman’ de plaat van het jaar gemaakt. In ieder geval was Pearson met vlag en wimpel de beste entertainer van het weekend: zijn bindteksten en blowjobmoppen waren minstens even goed als zijn nummers.
Een bloemlezing: “The first song is called “Tuning”; “What’s the difference between a large pizza and a musician? A large pizza can feed a whole family” of “The next song is a good old Texas traditional wife beating love song”. Waar zijn bindteksten top zijn, is zijn muziek heel wat minder hapklaar: lange nummers, enkel met stem en spaarzaam begeleid door gitaargetokkel gebracht zonder veel strofes of refreinen. Echt iets voor de meerwaardezoekers, maar wel redelijk weerbarstig.

 

Het Belgische Few Bits (***) gevormd rond Karolien Van Ransbeeck (ex-Sodatune), gaf ondertussen in de foyer van de Arenbergschouwburg (voor de gelegenheid omgedoopt tot ‘Club de Ville’) een meer dan gedegen concert. Van Ransbeeck werd vorig jaar nog door Tom Van Laere (Admiral Freebee) gekozen als zijn ‘poulain’. Ze was te horen als gasmuzikante op zijn album ‘The Honey And The Knife’ en trad nadien ook aan in zijn voorprogramma. Ook op ‘Everybody Knows It’s Gonna Happen, Only Not Tonight‘ van The Go Find staat een duet met haar te prijken. Verwonderlijk is dit niet want haar vocalen deden ons herhaald denken aan deze van Hope Sandoval (Mazzy Star) en dat mag als een compliment opgevat worden. Ook de nummers mochten er zijn: deels ingetogen en intiem maar af en toe wat steviger gebracht wat de variatie ten goede kwam. 

De set van Few Bits dienden we voortijdig te verlaten want we wilden niks missen van Lanterns On The Lake (****). Na in 2008 en 2009 twee EP’s in eigen beheer te hebben uitgebracht, leenden ze een 8-track recorder en gingen thuis en nadien ook in een geïsoleerde woning te Northumberland aan de slag om enkele van deze oudere tracks opnieuw op te nemen (en te voorzien van een rijkere instrumentatie) en deze aan te vullen met nieuwe nummers. Dit resulteerde dit jaar in een eerste volledige album ‘Gracious Tide, Take Me Home‘ op het Bella Union label waarop ook groepen als Fleet Foxes, Explosion in The Sky of Vetiver onderdak vonden. Op de plaat wordt klassieke folk aangelengd met een flinke portie strijkers, en wat elektronica wat leidt tot een hartverwarmend geheel dat perfect past in uw platencollectie naast namen als Low, Mazzy Star, JJ of labelgenoten Beach House.
Hun concert op Crossing Border begon onder een slecht gesternte want dit sextet uit het Engelse Newcastle had af te rekenen met technische problemen. Met enkele minuten vertraging kon gelukkig toch van start gegaan worden. Al vroeg in de set werd “A Kingdom” overtuigend en met heel wat vaart en warmte gebracht. Bij “Ships in The Rain” werden de akoestische gitaar, de viool en de tweede gitaar bespeeld met een strijkstok, zo delicaat aangeroerd alsof je ook daadwerkelijk regendruppels voelde neerdalen. Van een nog grotere schoonheid was “You Need Better” waarbij  zangeres Hazel Wilde gebruik maakte van een tamboerijn en het geheel werd opgesmukt met extra folk en blues. Bij momenten werd ook niet geschuwd om aan de piano wat knisperende elektronica toe te voegen. 
Hoogtepunt van de set was het van een prachtige melodie voorziene “Keep On Trying”. Enkel wat drumborstels zachtjes gehanteerd door
Ol Ketteringham, de bepalende viool van Sarah Kemp en op het voorplan de dromerige samenzang tussen Hazel Wilde en Adam Sykes dat – hoewel voller van geluid – ook wat deed denken aan de manier van werken bij de XX.
“I Love You, Sleepyhead” vormde de perfecte uitgesponnen afsluiter. Ingezet met een ingetogen bespeelde piano (die naarmate het nummer vorderde meer en meer leek te zijn weggeplukt uit het album ‘Closing Time’ van Tom Waits), wat spaarzame bas (bespeeld door Brendan – broer van – Sykes) en aanzwellend tromgeroffel en viool.
Het nog prille oeuvre van Lanterns On The Lake werd iets steviger en minder sferisch, filmisch en episch dan op de plaat zelf uitgevoerd maar was daarom niet minder mooi. Enige minpuntje was dat enkele uitgelaten tieners zich op een Chirokamp waanden en het nodig vonden om wat kampvuurliederen te zingen aan de bar (door een andere zaalindeling bevond de ‘Continental Upstairs’ zich nu net naast de deuren die toegang verschaften tot de grote zaal (‘La Zona Rosa’) en werd ook extra barruimte gecreëerd met alle nadelige omgevingslawaai tot gevolg. Bij groepen die een hoog geluidsniveau produceerden, was dit niet nadelig maar bij breekbare muziek als Lanterns On The Lake kwam dit storend over. Zelfs aan de mengtafel werd meewarrig met het hoofd geschud. 
Lanterns On The Lake stond eerder deze maand ook reeds in de Brusselse Botanique. Wanneer ze nog eens ons land zullen aandoen, blijft onzeker maar intussen vormt ‘Gracious Tide, Take Me Home‘ een blindelings aan te schaffen pareltje voor al wie dweept met het Duyster programma op Studio Brussel.   

Omdat het concert van Joan As Police Woman (a.k.a. Joan Wasser) geprangd zat tussen deze van Lanterns On The Lake, Other Lives en Gavin Friday hebben we dit aan ons – moeten – laten voorbijgaan.

Onderweg naar de Bourla waar Gavin Friday na zovele jaren nog eens op een Belgisch podium te zien was, passeerden we het concert van Birds That Change Colour die als vervanger van Lost In The Trees aan de affiche werden toegevoegd. Een globaal oordeel is door de weinige minuten dat we hiervoor konden uittrekken niet te vellen maar wat ons oor aan geluiden binnenkreeg was niet van dezelfde kwaliteit die we van hen gewoon zijn. Te luid – maar aan dat euvel leden bijna alle concerten die daar plaatsvonden – en vooral niet zuiver. Ook de opvallende outfits konden niet vermijden dat de vogels nogal vaal oogden. Hier zat veel meer in.

De Ierse zanger-liedjesschrijver, schilder en componist Gavin Friday (****) zal het meest tot de verbeelding blijven spreken als excentriek boegbeeld van de postpunk formatie Virgin Prunes die met hun album ‘… If I Die, I Die’ (1982) een absolute klassieker op hun naam hebben staan. Maar ook na het ontbinden van de groep halfweg de jaren ‘80 maakte Friday (echte naam Fionán Martin Hanvey) nog drie knappe soloplaten met als absolute uitschieter zijn debuut als soloartiest ‘Each Man Kills The Thing He Loves’ (1989). Nadien volgden ‘Adam ‘n’ Eve’ (1992) en ‘Shag Tobacco’ (1995). En toen bleef het 16 jaar qua albums erg stil … tot dit jaar ‘catholic’ (met kleine ‘c’ werd ons duidelijk gemaakt) in de winkels lag. Op de hoes staat Friday afgebeeld als overledene, liggend onder een Ierse vlag met kruisbeeld op de borst. Met andere woorden Friday ten voeten uit: opvallend, de gemoederen niet onberoerd latend en mogelijke confrontaties totaal niet schuwend.
Zijn concert in het Toneelhuis was minder extreem of aanstoot gevend als weleer maar anderzijds besloot de 52-jarige Friday er geen loutere gezondheidswandeling van te maken. Hij is al steeds in de ban geweest van cabaret en theatrale artiesten als Jacques Brel, Kurt Weill, Oscar Wilde, David Bowie, Enrico Caruso, Edith Piaf of Marc Bolan en onderstreepte dit overvloedig door voortdurend door de knieën te buigen, met een megafoon aan de haal te gaan, marcherend het podium af te wandelen of het publiek actief bij het hele gebeuren te betrekken.

Na anderhalf decennium wachten om nog eens studiomateriaal uit te brengen, lag het binnen de verwachtingen dat Friday in de eerste plaats zijn jongste plaat ‘catholic’ zou voorstellen. De positieve vaststelling daarbij was dat dit de kwaliteit van het concert niet onderuit haalde want stuk voor stuk bleken de nieuwelingen ook live erg sterk uit de hoek kwamen. In de eerste plaats was dit het geval met de single “Abel”, mede door de cello van Kate Ellis en de drumpartijen van André Antunes. Tijdens dit nummer werd duidelijk dat hoewel Friday al van kinds af goede maatjes is met Bono, hij qua sound nog nooit zo dicht deze van U2 heeft benaderd als nu (en meer bepaald ten tijde van ‘The Unforgettable Fire’).
Er werd natuurlijk ook ruimte vrijgemaakt voor een terugblik. Geopend werd zowaar met “Caucasian Walk” van The Virgin Prunes (alsof hij een statement wenste te maken en alle gezeur om verzoeknummers van zijn vorige groep uit de weg wou gaan). Verder volgden nog de revue: een intens “Apologia” met een mooie combinatie van piano (bespeeld door medeschrijver Herbie Macken die na enkele decennia de vertrouwde Maurice Seezer verving) en cello; “Next” (een cover van ‘Au Suivant’ van onze muzikale grootheid Brel); “Caruso” (met opvallende baspartijen door David Mooney); “King of Trash” (voorzien van de nodige elektronica); “Rags To Riches” (met een vleugje reggae en de strakke tonen van de cello) en “Angel” (dat op veel applaus mocht rekenen).  
Als toegiften volgden “Each Man Kills The Thing He Loves” en “It’s All Ahead Of You” (met een mooie balans tussen cello, drums en subtiel gitaarwerk van Robson Rocha).

Zijn passage op het Crossing Border festival was een van de eerste concerten van de nieuwe tournee van Gavin Friday en enerzijds in de veronderstelling dat naarmate de maanden vorderen de muzikanten nog meer op elkaar ingespeeld zullen geraken en anderzijds vanuit de wetenschap dat hij volgend jaar in februari driemaal te horen en te zien zal zijn in ons land, namelijk in de Gentse Handelsbeurs, het Leuvense Depot en de Hasseltse Muziekodroom, heeft u als eventuele fan weinig of geen excuses om hem in 2012 niet aan het werk te zien. Knappe terugkeer, Gavin!

Gelijktijd met Gavin Friday stond in de Arenbergschouwburg Other Lives (****) te concerteren. Dit vijftal uit Oklahoma brak eerder dit jaar door met hun tweede album ‘Tamer Animals’ en ging op Crossing Border heel avontuurlijk om met hun interpretatie van folkrock. Er vielen flarden Explosions In The Sky, Godspeed You Black Emperor, Sigur Rós, Leonard Cohen tot zelfs traditionele verstilde folk te horen. Naast cello en trompet, zaten er ook elektronica beeps en bleeps in de nummers. Soms was de sfeer pastoraal, soms donker en filmisch maar altijd subtiel en nooit overladen, en dit ondanks de vele instrumenten die de muzikanten constant onderling uitwisselden. Bijzonder sterke en avontuurlijke set van dit vijftal waarbij zanger Jesse Tabbish iets weg heeft van David Gray.

We volgen Heather Nova (***) al enkele jaren niet meer op de voet op, vooral omdat de sterke songs op haar laatste paar albums wel heel dun gezaaid zijn. maar toch besloten we om met open geest naar het afsluitende concert van de eerste avond van Crossing Border te gaan. Heather Frith is ondertussen 44, maar ze is nog altijd even slank en bevallig. Waar ze 15 jaar geleden dikwijls heel timide op het podium stond en nauwelijks contact had met het publiek, heeft de leeftijd haar blijkbaar zelfzekerder gemaakt. Nova was zaterdag heel communicatief, zocht veel contact met het publiek en babbelde uitgebreid tussen de nummers door. Ze treedt weer op met de band uit haar succesperiode (zie de albums ‘Oyster’ en ‘Siren’) en had het podium opgesmukt met een tapijt en omheen haar microstatief hingen jasmijnen, verwijzende naar haar vorige album ‘The Jasmine Flower’.
Heather Nova begon haar set van 60 minuten met “Everything Changes” en schakelde toen over naar haar oude hits, zoals “Heart And Shoulder” waarin ze bewees dat ze nog altijd zonder probleem de hoge noten haalt. Ook in “Like Lovers Do” en “I Need An Island” bewees deze nachtegaal uit Bermuda dat er nog lang geen sleet zit op die gouden stem. In een smachtende bluesy versie van “All I Need” klonk ze dan weer heel sexy waarbij ze aantoonde dat veel verschillende genres aan te kunnen.
Het probleem afgelopen zaterdag lag niet bij Heather maar eerder bij de band. De gitariste leek wel een hardrock verleden te hebben en smokkelde overal harde riffs en overbodige gitaarsolo’s in de nummers zodat bijvoorbeeld “Save A Little Piece Of Tomorrow” en “Winterblue” de nek omgewrongen werden door de middle of the road hardrock uitvoering die ze in de USA wellicht kunnen smaken maar die bij ons gewoonweg geforceerd en ongeloofwaardig overkomt. Van Heather Nova verwacht men niet dat ze als Anouk klinkt. Ook de bassist was stukken beter als hij zijn cello ter hand nam want zijn bassloopjes klonken even lomp als de gitaarsolo’s overdreven waren. “London Rain” en “Beautiful Ride” waren dan weer wel op niveau qua uitvoering. Laatstgenoemde nummer zou op een openluchtfestival zelfs tot voorbij de geluidstorens de handjes in de lucht doen gaan. Heather Nova verraste vanavond positief door haar stem en assertiviteit. Maar haar band haalde het niveau van het optreden dan weer naar beneden door de lompe AOR-rock uitvoering van de nummers.


Omdat Jessica Hoop door Peter Gabriel werd gevraagd om zijn voorprogramma te verzorgen, zegde zij af voor Crossing Border. Vervanging werd gevonden in de lieftallige en al even vrouwelijke Noorse Susanne Sundfør (***1/2). Amper 25 jaar maar met reeds drie platen op haar actief heeft ze in eigen land al een topstatus bereikt. Ook buiten Scandinavië kunnen we intussen met haar werk kennis maken omdat haar in 2010 verschenen plaat ‘The Brothel’ – in Noorwegen het tweede bestverkochte album van afgelopen jaar – nu ook een release buiten haar geboorteland heeft gekregen. We zagen een frêle, timide zangeres die door zich te bedienen van louter een keyboard in combinatie van een sober decor (slechts een witte doek waarbij door spots enkele achteraan bevestigde vogels te voorschijn kwamen) haar muziek ontdeed van overbodige franjes en deze tot de essentie herleidde.
Sundfør bood daarbij iets meer dan het vertrouwde ‘meisje achter de piano’ en leverde een mooi staaltje van haar kunnen af. Vooral haar bijzonder mooie vocalen kwamen volledig tot uiting. Fraais viel er te beleven bij “Lullaby”, “Turkish Delight” en vooral de afsluiter “The Brothel” waarbij we in het begin flarden van het themanummer van de TV reeks ‘Twin Peaks’ ontwaarden.
Halfweg haar concert excuseerde Sundfør zich voor het feit dat ze verkouden was. Welnu, op het podium was daar niet veel van te merken dus kan de vraag gesteld worden wat dit niet moet geven als ze kerngezond kan aantreden. Ze vroeg enkele malen of iedereen OK was omdat het publiek zo stil en aandachtig aan het luisteren was. Iemand riep terug dat men gehypnotiseerd was en dit was wellicht ook de bevinding van alle aanwezigen. We hoorden in het kleinste zaaltje van Crossing Border verstilde pracht uit een ander universum. Mocht men de boodschap hebben gebracht dat er buiten 30 cm sneeuw lag, we hadden niet vreemd opgekeken.

Gelukkig bleef het in realiteit beperkt tot dichte mist zodat we zonder al te veel problemen en met een mooi gevoel huiswaarts konden rijden om ons op te laden voor dag 2 van het festival.

Organisatie: Crossing Border ism Arenbergschouwburg, Antwerpen

I Love Techno 2011 – 16e editie - 'Orange can be hard'

Geschreven door

Midden november ligt het epicentrum van de dansmuziek in Gent, I Love Techno . De 16e editie van het dansevent kreeg net als de voorbije edities de stempel uitverkocht en zette naast de grote kleppers terug enkele talentvolle dj's op de line up … 35000 aanhangers van alle uithoeken kwamen afgezakt voor hun portie drum'n’bass, techno, house, dub step, electro en andere 'dancestyles’.
Gezien de hoogdagen van de dubstep nog lang niet ten einde zijn werd de 'Orange room' omgedoopt tot de ‘dubstepzone'; het genre kreeg dus een 'eigen' zaal toegemeten. Nog vóór het feest startte, werden traditioneel de Electropedia awards uitgereikt.
Grote winnaars waren David en Stephen Dewaele, de broers kregen de Vanguard Award, voor hun baanbrekende app Radio Soulwax. Zij wonnen ook nog Best DJ en Best Party voor Soulwaxmas. Supertalent Netsky ontving Best Artist en Best Song (voor Iron Heart).  Andere winnaars waren Tomorrowland (Best Festival) Goose (Best Album, Synrise), The Subs (Best live act), The Magician (Beste remix met I Follow Rivers van Lykke Li), Mumbai Science (Breakthrough), Lektroluv Records (Best label), Fuse (Best club) en Switch (Media award).
Rond 19u werden de hallen van Flanders Expo dan vrijgegeven en kon het feest beginnen …

Wij waren reeds vroeg present om 2 talentvolle jonge Belgische dames aan het werk te zien.
In de Red Bull Electropedia ruimte - centraal gelegen tussen de zalen- was Lisa De Rijcke aka Leesa inmiddels gestart. De 20 jarige deerne uit Eke-Nazareth heeft op enkele jaren tijd naam gemaakt in het circuit door felgesmaakte passages op o.a. Laundy Day, 10 Days Off en Crammerock. Aan het begin van haar carrière won ze de vi.be DJ wedstrijd, waardoor ze mocht openen voor Monica Electronica en enkele maanden later werd ze ook laureaat van de Freevibes wedstrijd georganiseerd door de Antwerpse club ‘Cafe d'Anvers'. Ook als producer zit ze niet stil want eind november releast ze haar 3de EP 'Manson'.
Haar sound, een mix van minimal en techhouse, was de ideale opwarmer voor de vroege vogels en voor Leesa een volgende stap in haar carrière.

Rond 20.30u klonken in de 'Yellow room' de eerste bassen door de speakers. Een andere jonge dame is Charlotte De Witte aka Raving George, die verantwoordelijk was voor een grote toeloop in de fraai aangeklede zaal die met de nodige ledwalls en visuals de juiste sfeer ademde.
Nadat ze de Switch-contest voor Tomorrowland won dit jaar, werd ze meteen geboekt voor een resem andere festivals waaronder Pukkelpop, Laundry Day en Feest in het Park. Met een mix van dubstep, techhouse en electro palmde ze zonder scrupules de zaal in no time in. Zonder pauze legde ze haar wil op aan het toestromende jonge volkje. De goede platen en de juiste vibe resulteerden in een enorme party, een hoogtepunt!

In de Orange Room was Jakwob ondertussen – onder ruime belangstelling- de dubstep liefhebbers aan het voorzien van een juiste dosis energieke vibes. Het overdonderend succes heeft hij deels te danken aan de onvoorwaardelijke steun van grote namen als Zane Lowe en Annie Mac van BBC Radio One en het warme onthaal op de blog van zijn remix voor Ellie Goulding’s « Starry Eyed ». Sindsdien heeft hij zijn productiesnelheid gevoelig opgedreven; hij heeft o.a. remixen gemaakt voor een pak artiesten als Kid Sister, Robyn, I Blame Coco, Empire Of The Sun, Temper Trap, Yeah Yeah Yeahs, Penguin Prison, Audio Bullys en Dan Le Sac Vs Scroobius Pip.
Het 22 jarige Britse talent imponeerde met zijn skills en zette de zaal in de fik met vette dubstep en kende een enorme explosie toen zijn hit “Right beside you” door de zaal knalde. Wat een wervelwind!

Iets later keek iedereen reikhalzend uit naar de live set van Katy B. Na de hoogstaande set van Jakwob waren we benieuwd of zij op dit elan kon door gaan. De zaal zat inmiddels nokvol en bereikte haar maximum. Omgeven door haar full band kwam het Britse zangeresje energiek het podium opgestoven. De temperaturen gingen de hoogte in en de sympathieke spring-in-'t-veld bracht in het openingskwartier met “Light on”, “Witches Brew” en de nieuwe catchy single “ Easy please me” een bloemlezing uit haar fel bejubelde ‘On a mission’. Met haar funky 'r&b doorspekt met flarden dubstep zette ze de zaal moeiteloos naar haar hand. Maar niet alle tracks kwamen goed uit de verf, meer dan eens hoorden we een valse noot...
Nu, dat kon de pret niet drukken, want met overtuigende covers van Inner City ( “Good life”) en Robyn S (“Show me love”) bracht ze na enkele mindere vertolkingen weer schwung in de set. Met in het slot “Katy on a mission”, ”Perfect stranger” en “Broken record” kreeg het publiek wat het wou,  maar bleven wij - de hoge verwachtingen indachtig- wat op onze honger zitten ...

Maar dat was snel vergeten ... gezien op hetzelfde podium  één van de populairste acts van het moment Nero plaats nam achter de decs. We noteerden meteen een subtropisch klimaat in de zaal door de catchy mix van drum'n’bass en dubstep. Verschroeiend! Iedereen hapte naar adem, want bommen als “Guilt” en “Innocence” werden op ons afgevuurd! Af en toe werd wat gas teruggenomen om dan weer genadeloos toe te slaan en het tempo hoog en strak te houden. Nieuwe single “Crush on you” uit z'n debuut ‘Welcome to reality’ was het volgende hoogtepunt in de moddervette weergaloze  set.
Nero is de ‘rising star’! Met “Promises” als apotheose ging de massa finaal door het lint. Wat een performance vóór Chase & Status.

Net voor het einde liepen wij even naar de 'Blue room' voor een halfuurtje Digitalism. Ze waren hier op ILT al voor de vierde keer . We waren alvast benieuwd, nu dat de  nieuwe plaat ‘I, love you Dude’ uit is. De electro met punk, rock en rave invloeden lokte ook hier een bomvolle zaal en de Duitsers legden de klemtoon op het nieuwe werk. De 'classics' “Pogo”, “Jupiter Room” en “Zdarlight” zaten mooi verweven in de set.

Toen we ons terug naar de Orange Room begaven voor Chase & Status kwamen was de zaal reeds afgesloten; ook toen we iets later  in the Yellow Room Birdy Nam Nam en Boys Noize wilden meepikken.

Terug naar de 'Blue room' dan waar Phillipe Zdar en Boombass, beter gekend als Cassius , iets meer toegankelijke beats dan de voorgaande acts boden. Cassius, ontstaan in het zog van landgenoten Daft Punk en Etienne De Crécy, scoorden nog een megahit met “I < 3 U so”.
Met hun gekende 'Franse house' bouwden ze een feestje en werden “ Toop toop” en “Cassius 1999” in een nieuwe versie tussenin gepast.

Landgenoot Brodinski stond gelijktijdig geprogrammeerd in de 'Green Room'. Deze youngster, die naam maakte door remixen voor o.m. Klaxons en Radioclit,  draaide een no nonsense old skool electro set. De opzwepende beats gaven een ‘feel good’ gevoel en werden met o.a. floorfillers ”Bad runner” en “Oblivion” stevig gekruid.

Afsluiten deden we bij één van de grootmeesters van the 'Red room' Carl Graig. Het techno zwaargewicht en de muzikale ‘do-it-all’ duivel,  is met 5 passages één de meeste gevraagde dj's ... 'Detroit techno' met  flarden van soul en jazz . Craig experimenteerde door de jaren, maar bleef z'n roots trouw en bouwde een enorme fanshare op. Baanbrekende artiesten als hij maakten het festival groot!

ILT is een relaxte, ongedwongen ‘indoor’ afsluiter van de festivals. Al is de  pure Techno soms zoek in het concept, hoorden we fijne overtuigende sets en zagen we veel ‘skoon’ volk. Weinig noemenswaardige problemen – Veiligheid voorop, gezien zalen met een grootse toeloop, moesten worden afgesloten.

Tot volgend jaar!

Organisatie: I Love Techno - Live Nation

Festival Les Inrocks 2011 – ‘Découvertes’: Friendky Fires – Miles Kane – Foster The People

Festival Les Inrocks 2011 – ‘Découvertes’: Friendly Fires – Miles Kane – Foster The People
Heel wat meer volk op de tweede dag van Les Inrocks, veel jonge meisjes ook, en die waren vooral voor Foster the people gekomen. Deze Californische indie-pop band  rond zanger  Mark Foster had een zomerhit te pakken met “Pumped up kicks” en werd vanavond op  een staande ovatie getrakteerd nog voor ze aan hun eerste nummer begonnen waren.
FTP begon hun korte set in een overvloed van strobe-licht met een strakke beat en veel bliep-electronica, met “Houdini”, dat door de hoge falsetstem van Foster wel iets van Mika had. Het publiek reageerde extatisch, het leek wel een Westlife concert, en dat is dan ook een puntje van kritiek: een nummer als “Life on the nickel” begint heel inventief met verdraaide beats, maar zodra Foster zijn falset openzet, wordt het wel heel zoet en lijkt Foster the people op een boysband-versie van MGMT.
In “Call it what you want” zat een heel leuk piano-riedeltje, op piano-house geinspireerd, dat heel mooi contrasteerde met de springerige beat in dit nummer. “Helena Beat” begon dat weer met het soort flat beat dat we van Mr. Oizo kennen, maar kon ik minder smaken door opnieuw de ridicuul hoge stem van Mark Foster, waardoor het wel leek of Get Ready een reünie-concert in Lille kwam spelen: enkel de  danspasjes ontbraken, Foster the People klonk hier wel heel erg gay. FTP kreeg maar veertig minuten toebedeeld vanavond, dus na zes nummers was het tijd voor “Pumped up kicks”, het prijsbeest met zijn kenmerkend basloopje dat hier een elektronische, vervormde bewerking kreeg, en luidkeels door het publiek meegezongen werd in de met gitaarsolo’s gevulde outro.

Flashback naar 18 augustus, De Club, Pukkelpop. Miles Kane beklimt het podium in ware Miles-stijl, 2 handen in de lucht en zijn typische blik (als een aap voor sommigen, als een onvervalste ladykiller voor anderen). De hele club wordt als het ware weggeblazen, zonder één noot muziek. Niet echt goed beseffende wat er achter mijn rug gaande was, was ik vooral bijzonder teleurgesteld dat zijn optreden afgelast werd, achterna  gezien … natuurlijk verkeerd.
De Last Shadow Puppet bracht het festivalgevoel terug hier op het indoor festival. Ietwat minder opgefokt maar nog steeds bijzonder energiek kregen we “Better Left Invisible”, “Counting Down The Days” (knipoog naar The Beatles) en de naar eigen zeggen great rock ‘n’ roll song “Rearrange” op ons bord en het werd gesmaakt! Liters zweet werden geproduceerd in de voorste contreien, waar een heuse moshpit te vinden was. Bij mijn stelling dat er doorgaans meer sfeer is op Franse optredens dan Belgische werd er op die manier nog maar eens kracht bijgezet, waarvoor een dikke pluim voor het publiek uit Lille.
Miles zette zijn 60’s invloed extra in de verf met een opzwepende cover van Fransman Jacques Dutronc’s cult classic “Le Responsable” (‘verBritst’ naar ‘The Responsible’). De ‘papapa’-s van “Quicksand” werden luidkeels meegezongen en ook de titelsong “Colour Of The Trap” kreeg heel wat respons.
Maar het publiek ging pas écht uit zijn dak (en laat dat nog een, vergeef ons de woordkeuze, understatement zijn) tijdens afsluiters “Come Closer” en “Inhaler”. ‘ah, ah, ah, ah, oh, oh, oh,oh’-s, ‘yeah, yeah, yeah’-s,  een moshpit, al was je beland in één of ander (hardcore)punkoptreden en zowaar gecrowdsurf! Beide handen in de lucht, Miles Kane was de winnaar van de avond. Gepeperde Last Shadow Puppet surfcountry en Babyshamblerock…

Friendly Fires was vanavond de hoofdact op Les Inrocks. ‘Pala’, de plaat met de veelkleurige papegaai op de hoes, is hun tweede album. Net als Hot Chip, staan Friendly Fires met een voet in de dance en met hun andere voet in de rock. Zo laten ze hun nieuwe single remixen door Tiga, en spelen ze ook diwijls DJ-sets. Live zijn Friendly Fires sterk uitgebreid: een tweede drummer en twee trompettisten vullen de band aan. V
anaf het eerste nummer werd er flink op de gas getrapt: zanger Ed Macfarlane zong zich letterlijk in het zweet en de twee drummers zorgden voor een poly-ritmische drive die het volgende anderhalve uur niet zou ophouden. Oudjes “Jump in the pool” en “Skeleton Boy” zaten vrij vooraan in de set, maar ook de nieuwe nummers deden niet onder. “True Love” had wel iets van The Rapture of LCD Soundsystem, met zijn funkgitaarlicks en pompende bas. Macfarlane kronkelde als een bezetene, opgezweepd door het ritme van de rest van de band en dook even later het publiek in: de security kwam draad te kort en de cameras en smartphones flitsten er op los toen het publiek doorhad dat Ed plots vlakbij was.
Friendly Fires zorgde voor een opzwepende finale van Les Inrocks, met achtereenvolgend “Paris” (wat het Franse publiek bijzonder kon smaken), de single “Hawaiian Air” en “Kiss of life”. Friendly Fires won door zijn tomeloze energie (en liters zweet) vanavond een hoop nieuwe zieltjes bij, zowel bij de fans van  Foster the people als bij die van Miles Kane.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Les Inrocks ism Aéronef, Lille  

Festival Les Inrocks 2011 – ‘Découvertes’: James Blake – Laura Marling - Cults

Geschreven door

Festival Les Inrocks 2011 – ‘Découvertes’: James Blake – Laura Marling - Cults
Festival Les Inrocks 2011 - Schitterend concert van Laura Marling

Les Inrocks is een showcase festival dat op twee avonden een achttal
nieuwe beloften voorstelt in de Aéronef. We hebben er ondertussen een traditie van gemaakt om de eerste week van november naar Lille af te zakken en we kunnen meegeven dat er dit jaar opnieuw heel sterke concerten gespeeld werden op het festival van het Franse rocktijdschrift Les Inrockuptibles

Maar aftrappen deed het festival niet zo sterk: La femme is een Frans groepje waarvan de leden allen naar dezelfde coiffeur gaan. Ze brengen een vreemde mengeling tussen surfrock en electronica, maar meer hoef je niet over deze band te weten.


Cults was al veel interessanter: dit New-Yorkse tweetal, Brian Oblivion en Madeline Follin, is live uitgebreid tot een vijftal.Cults is moeilijk vast te pinnen: in “Go outside”, met zijn kenmerkend xylofoonmotiefje klonken ze heel groots, een beetje zoals Architecture in Helsinki, of zelfs Arcade Fire. Ook “Abducted” had iets groots en hartverscheurends, maar paarde dat aan de cool van The Raveonettes.
“You know what I mean” en “Never Saw the point” waren dan weer pure Supremes, inclusief de rijke orkestratie.  Nu is Cults zeker geen retro-groep, de songs van Oblivion en Follin zijn gebouwd op electronica. Een charmante ontdekking, deze Cults.

Laura Marling is nog maar eenentwintig, maar heeft met ‘A creature I dont know’ reeds haar derde album uit. Vanavond stond ze met een uitgebreide band op het podium van de Aéronef: cello, contrabas en banjo mochten de gitaar van deze Engelse folkdame bijstaan. “Rambling man” zette meteen de toon: dit zou een schitterend concert worden: Marling’s stem kraakte, wat je niet van een twintiger verwacht, maar dit meisje is dan ook een kettingrookster, maar wat een nummer: het leek wel of er een dame van vijftig op het podium stond, die door het leven getekend was, maar nee, Laura is eenentwintig. Sommige artiesten hebben geen leeftijd, en Laura Marling is een van hen.
“Ghosts” refereerde heel erg naar Nick Drake, maar dan vonden we helemaal niet erg. “ I speak because I can” werd heel mooi ondersteund door een cello, terwijl “Alpha Shallows” vreemd genoeg iets mee had van Led Zeppelin’s “Battle of evermore”, omdat Marling’s gitaar als een mandoline gestemd was.”Sophia”, één van de nieuwe nummers, was het hoogtepunt van de set, door de vermoeide, in sepia gedrenkte stem van Marling, die zich rond de muziek kronkelde en nog een extra boost kreeg door de harmonieën van de andere muzikanten.
Kortom, fantastisch concert van deze Engelse folk-babe en veruit het beste wat ik op de editie 2011 van Les Inrocks zag.

James Blake kon daarna enkel maar minder zijn, maar dat lag niet enkel aan de decompressie na het concert van Marling. In het voorjaar vonden we Blake goed in de Botanique. Ok, het concert toen was een van de hypes van het voorjaar en had een groot m’as-tu-vu gehalte, maar het concert toen deed ons ook veel beter de plaat en de muzikale aanpak van Blake begrijpen: hoe hij toen in “Unluck” zijn zang door zijn synthesizer loopte, was iets totaal nieuws en spannends. Vanavond was het gewoon minder, het experiment werd achterwege gelaten, we kregen meer dubstep: de bassen bliezen het publiek omver (en dat bij 82 Db, nog een geluk dat Blake hier niet alle knoppen op tien gezet had), maar het geluid klonk even kil als op de plaat en kon ons daarom minder bekoren. Natuurlijk bleef “Limit to your love” een ijzersterke cover, maar de andere nummers waren gewoon minder goed dan een half jaar terug in Brussel. De gitarist en drummer bepaalden het totaalgeluid vanavond ook veel minder dan toen. Dit concert maakte duidelijk dat Blake voor zijn volgende plaat toch iets anders zal moeten gaan doen.

Op dag Een was Laura Marling met overschot de dame van de avond, terwijl Cults een leuke ontdekking was.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Les Inrocks ism Aéronef, Lille

Pagina 106 van 143