logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Biohazard 8/8/2...
Guns N Roses
Festivalreviews

Kraakpand 2010 - Kraakpand 5.1. – Vijf bands – Vijf uiteenlopende genres

Geschreven door

Kraakpand 5.1. – Vijf bands – Vijf uiteenlopende genres
In Gent was de tijd weer aangebroken om het startschot te geven voor een nieuw seizoen van het Kraakpand dat naar jaarlijkse gewoonte doorgaat in de Handelsbeurs. Voor deze editie had de organisatie vijf bands geprogrammeerd van uiteenlopende genres waarbij gekozen werd voor een erg uniek concept.
Het concept bestond er in om de vijf bands elk op een podium te zetten om hun songs afwisselend en willekeurig ten berde te brengen.
Heel dit gegeven werd aan elkaar gepraat door gastheer Dirk Blanchart die af en toe de tijd nam om een mini interview van de artiesten af te nemen.

De jonge wolven van Willow die eerder dit jaar nog met de 3de plaats op Humo’s Rockrally gingen lopen en tevens de publieksprijs in de wacht sleepten openden met “Sweater” een nummer waarbij we spontaan aan “Banquet” van Bloc Party moesten denken, ook waren de invloeden van The Cure echter nooit ver weg. Dat deze jonge gasten overliepen van de energie bewezen ze met hun nummer “
High Frequency”, een nummer dat fors versterkt en overstelpt werd van pedaaleffects. Tot slot trakteerden ze ons met hun nieuwste worp, “House Of Love”.

Als er een prijs zou uitgereikt worden voor de band van de avond die de meeste sfeer en ambiance bracht,dan zou deze zonder twijfel naar de Mo & Grazz en Band gaan. Mo & Grazz en Band is een samenwerkingsproject van Monique Harcum (van Zap Mama) en DJ Grazzhoppa. Hun muziek is een unieke mix van hip-hop, funk, jazz, gospel en klassieke R & B en kon de meeste aanwezigen bekoren, het vergde dan ook bijna geen moeite voor de 7 enthousiastelingen om de aanwezigen in beweging te krijgen. De vingervlugge scratches  van Dj Grazzhoppa zorgden voor dat tikkeltje extra die de set af maakten, verder was hun openingsnummer “Home” er eentje om te onthouden.

Muisstil werd het in de Handelsbeurs toen pianovirtuoos Guy Van Nueten de eerste noten speelde. Hij is een klassiek geschoolde pianist/componist en maakte roem door samen met Tom Barman (dEUS) in 2003 een dubbel cd uit te brengen die de naam ‘Live’ droeg en waarvan hij de piano stukken voor zijn rekening nam; trouwens klassieker “April & June” van The Sands is van zijn hand. Ondanks hij van alle markten thuis is, beperkte hij zich tot het spelen van klassieke nummers waarbij het af en toe heerlijk wegdromen was.

De vierkoppige Gentse experimentele Rock Band Marvelas Something, waarvan verteld wordt dat ze knettergek en zo stoned als een ei zouden zijn, openden zeer stevig met ”Doing It She Flies Up”; daarmee was de toon gezet voor een vlijmscherp optreden, een mix van het eerder dit jaar uitgebrachte driedubbele album. Erg uniek is het feit dat dit album in drie grote stukken qua stijl onderverdeeld is. Zo waren wij verbaasd om na een iets wat stevig rocknummer als “Move On” een Nederlandstalig pop nummertje “De Wet Van De Causaliteit” genaamd, te horen. Hun originaliteit en hun ‘je m’en fou’ - mentaliteit hadden we goed ontvangen en de set smaakte naar meer …

Ex-Girls Against Boys frontman Scott McCloud mocht met zijn nieuwe band, Paramount Styles, zijn akoestische plaat voorstellen. Geruggensteund door Simon Lenski (DAAU) op cello en Chris Smet op elektrische gitaar openden ze hun set met “Amsterdam Again”, een nummer over een vlucht uit Rusland na allerlei mislukkingen om in Amsterdam tot rust te komen. Het trio afkomstig uit de VS, bracht een rustige ingetogen set met soms erg emotioneel geladen nummers die naar de keel grepen …

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Night Of The Proms 2010 – nog te evenaren?!

Geschreven door

Als het oktober wordt dan kan er afgeteld worden naar een nieuwe reeks concerten van NOTP. Dit jaar de 26ste keer en de affiche beloofde een uitstekende editie te worden. En dat is het meer dan ooit ook geworden. Na de “Ouverture” en “An der schonen blauen Donau” gebracht door Il Novecento kwam de 24-jarige Charlie Siem op het podium. Deze vioolvirtuoos, die reeds begon op 3-jarige leeftijd, deed heel wat jonge meisjesharten sneller slaan. Er was vooraan ook heel wat gegil te horen telkens hij opkwam.
Daarna was het de beurt aan Boy George, uiteraard met felgekleurde outfit. De stem was nog niet optimaal maar “Victims” en “Do you really want to hurt me” werden toch door de bijzondere versies heel erg gesmaakt. En dan kwam de diva, na nog een stukje klassiek, voor de eerste maal op het podium in een nauwsluitend zebrapakje, met name Grace Jones … Ze is op 62-jarige leeftijd nog altijd een vrouw in topvorm en heeft een stem om U tegen te zeggen. “Williams blood” was het eerste nummer dat ze bracht.
Robert Groslot is deze zomer getrouwd en om die reden bracht hij met il Novecento de “Wedding march” terwijl er achter het podium door toeschouwers opgestuurde trouwfoto’s werden geprojecteerd op het scherm. Daarna speelde John Miles samen met Charlie Siem “Mack the Knife”. Het onvermijdelijke “Music” volgde en leverde het meeste applaus op! Grace Jones deed met “La vie en rose” iedereen met een goed gevoel de pauze ingaan.

Na de pauze werd er direct ingevlogen met ”The show must go on” in een uitstekende versie van John Miles. En het werd alleen maar beter mede dankzij de surprise act.
Barry Hay van de Golden Earring kwam opdraven met “Radar love” en “When the lady smiles”. Voor het eerst kon de zaal in vuur en vlam gezet worden. Hier zag je duidelijk dat Rock in combinatie met een Orkest uitstekend werkt. Na enkele klassieke tussendoortjes en perfomances van Boy George en vooral Grace Jones met haar fantastische jurken ( ze ging zelfs met de billen bloot!), was het de beurt aan John Fogerty. Die mocht er een klein miniconcertje van maken want we hoorden maar liefst zes nummers na elkaar, met o.m. “Down on the corner” en “Have you ever seen the rain”. De singer-songwriter van Creedence Clearwater Revival gaf het beste van zichzelf en het mag gezegd zijn … het gitaarspel en de zang zijn nog steeds van uitstekend niveau. Na het traditionele “Land of hope and glory” mocht hij de kers op de taart zetten met “Proud Mary”.

Dit was één van de beste edities ooit en we kijken er nu al naar uit of dit volgend jaar te evenaren valt. In 2011gaat NOTP in première op vrijdag 28 oktober. Je kan al checken naar nieuwe data en voorverkoop … Verder kunnen we NOTP ondergaan op zaterdag 23, donderdag 28, vrijdag 29 en zaterdag 30 oktober en op donderdag 4, vrijdag 5 en zaterdag 6 november. Aanvang telkens om 20.30 uur.

Setlist:
1 Ouverture                                                                 Il Novecento & Fine Fleur
2 An der schonen blauen Donau                          Il Novecento 
3 Caprice 1 or 5 from paganini (Solo)              Charlie Siem
4 Presto from ‘summer’ – vivaldi                          Charlie Siem
5 Victims                                                                     Boy George
6 Do you really want to hurt me                                    Boy George
7 Ouverture abu hassan                                           Il Novecento
8 William’s blood                                                   Grace Jones
9 Wedding march                                                  Il Novecento & Fine Fleur
10 Saltarella                                                                 Charlie Siem
11 Estrelita                                                                   Charlie Siem
12 Mack the Knife                                                   Charlie Siem & John Miles
13 Libertango                                                              Grace Jones
14 Capricio Italien                                                   Il Novecento
15 Music                                                                     John Miles
16 La vie en rose                                                     Grace Jones & John

Intermission

17 Italiana in Algerie                                                 Il Novecento
18 The show must go on                                           John Miles
19 Radar Love                                                 Barry Hay (Golden Earring)
20 When the lady smiles                                           Barry Hay (Golden Earring)
21 Czardas                                                                  Charlie Siem en Patrick De Smet
22 Karma Chameleon                                                       Boy George & Charlie Siem
23 Always on my mind                                               Boy George
24 Slave to the rhythm                                     Grace Jones
25 Suite from Harry Potter                                         Il Nocecento
26 Down on the corner                                            John Fogerty
27 Long as i can see the light                                                John Fogerty
28 Don’t you wish it was true                                    John Fogerty
29 Have you ever seen the rain                              John Fogerty
30 Bad moon rising                                                    John Fogerty
31 Rockin’ all over the world                          John fogerty
32 Land of hope and glory                                     Il Novecento
33 Proud Mary                                                            John Fogerty

Organisatie: Sportpaleis, Antwerpen

JonGeduld Festival 2010 - beloftevol!

Geschreven door

JonGeduld Festival 2010 – beloftevol!
Op een trieste druilerige herfstdag trok ik richting de Kinky Star in Gent voor het
JonGeduld Festival 2010.

Eenmaal daar aangekomen stond ene Bossie al het beste van zichzelf te geven,gerustgesteld was ik dan ook dat die Bossie iemand totaal anders was dan ik in gedachten had. Deinzenaar Maarten Van den Bossche bracht een akoestische set gevuld met pop/rocksongs. Die pop/rocksongs bestonden meestal uit covers,zo passeerden onder andere “No One Know” van Queens Of The Stone Age en “Best Of You” van Foo Fighters. Het viel wel op dat deze jonge singer-songwriter die ondanks hij over een meer dan degelijk stemgeluid beschikte iets of wat onzeker op de planken stond…

Na het rustige Bossie was het tijd voor het iets stevigere werk van Cockfish,een Gentse Rockband met hardrock, rock’n’roll en metal invloeden. Dat de Gentenaren een grote bewondering hebben voor The Ramones was duidelijk te horen en werd bevestigd toen ze “Hey Ho, Let’s Go” van die zelfde Ramones ten berde brachten. De band straalde heel veel energie uit en bracht heel wat ambiance alleen was het jammer dat ze te kampen hadden met heel wat technische problemen.

Onze avond sloten we af met 5 jonge gasten van 17jaar die afkomstig zijn uit Eeklo en die naar de naam Jerusalem Syndrome luisteren. Ondanks hun jonge leeftijd hebben ze al het één en het ander bereikt in de muziekwereld, zo schopten ze het dit jaar nog tot de halve finale van Humo’s Rockrally. De heren brachten een snoeiharde,strakke set die barste van de energie en waarbij de volumeknop van hun versterker volledig open gedraaid werd. Bij hun sound die ze voortbrachten waren groepen als The Kooks en Razorlight nooit veraf. Afsluiten deden ze met “Julliet” een heel aanstekelijk popnummertje dat er eentje van The Kooks kon zijn. Met Jerusalem Syndrome zagen wij een beloftevolle band die met hun kwaliteiten vroeg of laat wel eens heel wat potten zouden kunnen breken.

Organisatie: JonGeduld – Kinky Star, Gent

Elements Festival 2010 - zaterdag 25 september 2010

Geschreven door

Elements is een festival dat in het kader staat van 'Brugge Centraal'. Om dit op en top Brugs feest, durend van 17 september tot 30 januari (!) ook aantrekkelijk te maken voor jongeren, waren er niet minder dan vijf podia met elektronische muziek geïnstalleerd bij Stal Tillegem, Brugge. Er was voor elk wat wils, waaronder de meer mainstream elektro op het Redbull Elektropedia Mainstage, de iets ruigere MuSick Stage, waar er de hardere dubstep en verscheidene soorten core werden gedraaid; de Suburb Soundz Hardtechno Stage stond helemaal in het teken van - jawel - techno, terwijl Cliché Stage meer de kant van de hiphop clubmuziek uit wou. Het laatste podium gaf de kans aan jonge deejays, bij Villa Bota Young Talent Corner namen nieuwe talenten het tegen elkaar op in een wedstrijd. De winnaar kon na afloop iets langer draaien!
Elements Festival was een niet te missen event voor elke electroliefhebber!


De dag werd rustig ingezet met de relaxte muziek van Stagga. Zachte dubstep die wat werd opgevoerd door een opgewekte rapper, die niet alleen bij zijn eigen band aanwezig bleef. Nee, hij was even later nog steeds van de partij bij de jongens van Counterstrike. Hier was het voor hem echter moeilijker het ritme bij te houden, aangezien deze elektronica van een heel ander kaliber is. Drum'n’bass van een intensief niveau, zo zou je het wel kunnen noemen, met hier en daar een behoorlijk aantal breakbeats, waardoor het ook wel eens naar het genre van de breakcore durft te neigen. Maar ook dit is slechts een voorproefje op het écht harde werk dat eraan zit te komen.
Als de zon door de wolken breekt is het tijd voor Radium, pure core. Het is bizar om zo'n enthousiast publiek te zien bij zo'n duister genre dat verbannen lijkt tot gure kelders bij nachttij. Dit festival is het er duidelijk niet mee eens, en programmeert deze artiest dus zo dat er op een doodgewone namiddag hard gefeest kan worden in ontzettend drassige modder. Voor mij voelt het een beetje onwennig, maar na enkele nummers spring ik ook gezellig bij in de modderpoel. Ook is het fijn dat de eentonigheid van core - waarvan ik vast wel niet de enige zal zijn die daar nu en dan problemen mee heeft - teniet wordt gedaan, doordat hij meezingers als “Technologic” van Daft Punk en “We will rock you” van Queen in zijn mix verwerkt. Dat bewijst van kunde, is het niet?

Daarna hebben we wel even genoeg van het harde gedoe en zoeken we de meer mainstream oorden op. Bij het Rebull Elektropedia Mainstage is de set van de Mixfitz met een halfuurtje uitgelopen en dat komt ons goed uit, want we kunnen andermans hits die ze naadloos aan elkaar kunnen rijgen, best wel smaken. Dit zijn gewoon goeie, Belgische deejays die de komende tijd nog moeten ontdekken hoe ze nog meer hun eigen sound in hun optredens kunnen verwerken.
Maar tot nog toe is het fijn dat er voor elk wat wils is; oké, zowat elk nummer dat ze draaien heeft wel eens voorgekomen in de hitparade, maar zowel de meer gekende drum'n’bass zoals die van The Prodigy, als elektro en zelfs Nederlandse hiphop, komen aan beurt.

Ze worden opgevold door DJ Godfather, die helemaal vanuit Detroit komt. Detroit staat ook wel bekend als stad van de ghettotech en DJ Godfather doet zijn geboortestad wel eer aan - het genre muziek dat hij draait sluit hier volledig bij aan. Om het begrip even te verklaren; ghettotech is een mix van elektro, hiphop en techno, maar springt vooral in het oog omwille van de pornografische teksten waarvan deze mengelmoes vergezeld wordt. Feministe zijnde moet ik toegeven dat ik gedurende het uur van deze ontdekking, meermaals mijn ogen ten hemel hebben geslaan. Hoeveel 'girl shake that booty's de revue hebben gepasseerd, zijn hoogstwaarschijnlijk niet op één hand te tellen.
Meer keek ik uit naar Tiefschwarz, al bleek dit nogal een teleurstellend begin. Er stond slechts één broertje op het podium en die eenzaamheid leek hem te parten te spelen - hij kreeg de massa niet zo aan het dansen als zijn voorganger. En toen de regen de hemel begon open te scheuren, vluchtte meer dan de helft van zijn publiek onder het schamele aantal tenten. Gelukkig voor hem was de wolkbreuk niet van lange duur, en besloten wij hem nog een tweede kans te geven. Hij besloot wat meer bassen en climaxen in te lassen en voilà, Tiefschwarz kon nu perfect aan DJ Godfather tippen. En zo stoomde hij ons alvast klaar voor de elektroclash van Mish Mash Soundsystem.
Sinds de eerste keer dat ik Gunther Desamblanx op Studio Brussel hoorde, was ik verkocht. Niet alleen zijn keiharde humor, maar ook zijn muzieksmaak sprak me aan. Het was dus wel een kleine teleurstelling toen ik ondervond dat hij die avond geen deel zou uitmaken van Mish Mash. Al kon ik me best verzoenen met wat zijn collega's me voorschotelden; ze wisselden bekendere nummers af met gewoon pure en vettige elektro, natuurlijk hier en daar begeleid door het welbekende en hoogst irritante toetergeluid. Al leek dit enkel de massa nog méér op te zwepen. Er was een zwaar feest aan de gang, dat moet worden toegegeven, maar ik vertrok terug naar de Musick Stage, om zeker front row te kunnen staan bij Borgore.
The Panacea liep wat uit, maar ik had absoluut geen spijt van de elektro die ik aan het missen was. Een even hard feestende menigte troonde mij mee naar de afwisseling van drum 'n bass en pure core en even vergat ik de persoon voor wie ik zo graag naar Elements was gekomen. Maar toen ik hem in een simpel, wit hemdje zag verschijnen naast de deejays van The Panacea, wilde ik zo snel mogelijk de loeiharde beats inruilen voor Mr. B's ultragortige dubstep. Zelf ben ik allesbehalve een dubstep-fanaat, dus wat zegt het over het kunnen over onze welbekende Israeli, als ik vertel dat, hoewel ik nog nooit eerder zo doorweekt was, de regen zelfs niet langer voelde, en mij gewoon liet meevoeren op de dreunende bassen. Zijn nieuwe sound is gewoon nóg beter dan het prachtige werk dat deze metalfan al eerder neerzette, een prestatie die niemand ooit had verwacht. Hij verwerkt nog meer metal in zijn reeds monsterlijk harde dubstep. Een uur lang nam hij ons mee op een wilde rit, waarbij niet bewegen ronduit onmogelijk was.

En het terrein verlatend, bedekt onder de modder, dacht ik dat dit festival zeker de moeite waard is om volgend jaar opnieuw naar uit te kijken.

Organisatie: Elements Festival, Brugge

Leffingeleuren 2010 in de ogen van … - de kleintjes maken veel goed

Geschreven door

Leffingeleuren 2010 in de ogen van … - de kleintjes maken veel goed
2010-09-17 t/m 2010-09-19
Leffingeleuren lijkt stilaan het evenwicht tussen avontuurlijke, nog te ontdekken groepen en gevestigde waarden gevonden te hebben. Met naast het onvermijdelijke leger nationale namen (er moet nog volk komen ook,hé) genoeg buitenlandse (en minder gekende) acts om ook te muzikale veelvraten te plezieren. Interessante namen genoeg op de affiche dit jaar maar daar begint net de frustratie : te veel bands spelen gelijktijdig en men moet soms onmogelijke keuzes maken maar dat probleem stelt zich natuurlijk niet enkel in Leffinge.

dag 1 – vrijdag 17 september 2010


De zaal liep dit jaar al van bij de eerste groep helemaal vol, het is ooit anders geweest. Verantwoordelijk hiervoor was het Gentse Amatorski, momenteel een kleine hype dankzij "Come home". Mooie, breekbare muziek waarvoor het woord Duyster destijds is uitgevonden, met een heerlijk fluisterzangeresje die me soms aan Cat Power deed denken. De versterking met maar liefst drie saxen en eenmaal een viool (van Balthazar) bracht niet veel bij, deze muziek is eerder gediend met een minimale bezetting. Na het ijzersterke begin verwaterde de set wat wegens gebrek aan ideeën en teveel toeters en bellen. Maar al bij al bleef het een vrij aangename verrassing. (op 20/11 nog te zien in de 4AD)

Phosphorescent kende ik van hun cd ‘Pride’ uit 2007, een klein meesterwerkje vol beklemmende indierock. Intussen is de groep van Matthew Houck (uit Brooklyn) geëvolueerd naar meer conventionele americana. Hun tribute voor Willie Nelson zal daar wel niet vreemd aan zijn. Phosphorescent begon met een lap stevige countryrock (“Hard to humble”). Maar al vlug was er tijd en ruimte voor wat meer ingetogen werk dat evenwel voortdurend gestoord werd door een vrolijk kakelend publiek. Een dwingend sssht van pianist Scott Stapleton kon daar niets aan verhelpen. Matthew Houck nam dan de ,op het eerste zicht, vreemde beslissing om solo verder te spelen maar met twee fantastische songs kreeg hij de meute dan toch stil. Waarna de groep nog even terug kwam om een overtuigende set af te sluiten.

Daarna was het moeilijk kiezen tussen Wolf Parade, Timber Timbre en Paul Weller. Uiteindelijk koos ik voor die laatste hoewel ik zeker geen echte fan ben maar de niet aflatende stroom positieve recensies lokten me dus naar de tent. Paul Weller had een strakke groep, allen in stemmig zwart, rond zich verzameld en begon bijzonder nijdig met "Peacock suit". Maar al vlug zakte het niveau van de songs en begon een stemmetje mijn zo al geteisterde hersenen te treiteren door me voortdurend in te fluisteren dat ik de verkeerde keuze had gemaakt.
Dan maar op een drafje naar het café waar Timber Timbre uit Montréal aan het werk was. In een niet alledaagse opstelling (Simon Trottier: lapsteel, Mika Posen: viool en Taylor Kirk: gitaar, basdrum en zang) brachten ze lome, weidse folk. Louter muzikaal vond ik dit wel knap, jammer dat de stem hier haaks op stond. Taylor Kirk klonk als een rockabilly-zanger die net zijn tong had ingeslikt en liet om de twee minuten een hevige hik horen. Toen een zittende Kirk tijdens een instrumentaal nummer even de microfoon van zich wegduwde maakte een olijkerd uit het publiek van de gelegenheid en micro gebruik om het via vreemde sjamaangezangen wat beter te laten klinken. Timber Timbre wist niet wat hen overkwam.

dag 2 – zaterdag 18 september 2010

Dag twee kende de grootste opkomst ooit (7000) terwijl het programma toch niet zo sterk leek. Drums Are For Parades is een Gents trio rond de broers Wim en Piet Reygaerd (beiden gitaar) die net een eerste plaat uit heeft. Hun mix van stoner, drones, metal en noise werd gedragen door laag overvliegende, alles aan flarden rijtende gitaren, af en toe gelardeerd door wat geschreeuw. Het klonk beslist goed (zeker met dat mespuntje Melvins erbij) maar het was toch zooo voorspelbaar. Voor een verrassende wending moet je zeker niet bij Drums Are For Parades aankloppen.

De Brit Roots Manuva (echte naam Rodney Smith) bracht een aanstekelijke mix van hiphop, dub en elektronica. Wat mij betreft stalen de extra zanger en zangeres de show maar ik ben absoluut een leek in deze wereld.

Lonelady staat voor Julie Campbell (git., zang) uit Manchester en heeft een cd uit op het befaamde label WARP. Bijgestaan door Andrew Cheetham op drums en Gareth Smith op toetsen, sampler en percussie bracht ze sterk op de eighties geïnspireerde muziek. Ik hoorde The B 52's, Gang Of Four en ook wel PJ Harvey. Mooi maar na een tijdje had je het wel gezien. Lonelady is een sterke zangeres maar ze teert toch iets teveel op datzelfde trucje en bovendien was de begeleiding te minimaal om een optreden lang te kunnen boeien.

Hierna volgde het zoveelste project van Tim Vanhamel (Evil Superstars, Millionaire,...). Samen met Pascal Deweze (Metal Molly,...) schreef hij de muziek voor het net in de prijzen gevallen tv-programma ‘Benidorm Bastards’ en zo ontstond Broken Glass Heroes (een kromme verwijzing naar Lennon's "Working Class Hero". Wat country maar vooral veel Beatles en Beach Boys hoorden we. Met wisselend resultaat : naast vele mooie momenten zaten ook enkele gigantische stinkers. En iemand moet mij maar eens komen vertellen waarom iedereen tegenwoordig als The Beach Boys wil klinken : zo fantastisch waren die nu ook weer niet.

Daarna was het weer van dat : ouwe zot Lee ‘Scratch’ Perry, de nieuwe en zeer goed onthaalde indiefolkband Stornoway of psych-rock guru Imaad Wasif. Het werd die laatste en dat heb ik me geen seconde beklaagd. In het Zwerver-café zorgde hij voor het absolute hoogtepunt van Leffingeleuren hoewel waarschijnlijk velen het hier niet mee eens zullen zijn. Imaad, van Indische komaf, geboren in Canada en nu wonend in Los Angeles, heeft een verleden bij de Yeah Yeah Yeahs en Lou Barlow's New Folk Implosion maar dat verbleekt toch bij zijn solowerk. Wat op plaat soms nog wat teveel in goede bedoelingen blijft steken gulpte er op het kleine podium in één kolkende stroom uit. Vernieuwend klinkt deze graatmagere jongen zeker niet maar zijn mix tussen Devendra Banhart, Led Zeppelin, Pink Floyd, Steppenwolf of Masters Of Reality klonk verrassend fris en bijzonder bevrijdend na een dag vol halve mislukkingen.De zware, stoere bas en de mokerende drums zorgden onmiskenbaar voor een 70's hardrock-gevoel terwijl Imaad zelf daar geuten psychedelica en/of folk aan toevoegde, waarbij de vreemdste tempowisselingen niet werden geschuwd. Absolute topper die op 9 oktober nog naar de Trix komt.

dag 3 – zondag 19 september 2010

Zondag was het al meteen raak met Deer Tick. Deze groep uit Providence, Rhode Island serveerde ons een dampende pot americana, de Jayhawks achterna maar dan een heel stuk rauwer gezongen. Met John Mc Cauley hebben ze een frontman pur sang in de rangen die toch wat minder dorstig leek dan een week voordien in Le Grand Mix, Tourcoing maar het toch nodig vond om een flesje Maes met de tanden te openen. Ondanks de soms sombere songs bezorgde Deer Tick ons een weldadig gevoel.

Meteen daarna volgde een set rauwe garagerock van de Black Box Revelation : nog steeds mooi maar intussen kennen we het zo al een beetje. En gitarist Jan Paternoster moet oppassen dat hij zich niet te veel etaleert, dit soort vuile rock-'n-roll is niet gediend met grootse gebaren.

Viva L'American Death Ray Music was alleszins de groep met de vreemdste naam in Leffinge en wellicht ook met de vreemdste muziek. Slechts met zijn drieën want bassist Harlan T. Bobo was er niet bij wegens pas vader geworden. Moge dit een lichtpunt zijn in zijn donkere bestaan! Gehuld in lange gewaden en wit geschminkt betraden ze het podium en zorgden zo meteen voor een onwezenlijke sfeer. De in Memphis geboren Nicholas ‘Diablo’ Ray (ex- '68 Comeback) zong met verschrikkelijk veel galm en echo op zijn stem en ook de dwarse gitaren zorgden niet meteen voor de meest toegankelijke muziek. Dit VLADRM is bijzonder moeilijk te plaatsen en dat maakt ze misschien zo intrigerend. Zonder enige toegeving doen ze koppig hun eigen ding. Er vielen zeker invloeden te bespeuren uit de donkerste dagen van de new wave en anderzijds werd dan weer een dubnummer gespeeld ondanks de afwezigheid van de bas. Helemaal op het eind, toen het meeste volk al op weg was naar Wilco, werd het nog een feestje met enkele flink aan de ketting rammelende rock-'n-rollsongs à la Velvet Underground. Dit was de vierde keer dat ik ze zag en nog steeds weet ik niet goed wat ik ervan moet denken maar me fascineren doen ze zeker. Op 26 september nog in Trix!

Wilco was de mooie kers op de LL-taart dit jaar. Niets dan lof om hen als afsluiter te programmeren hoewel ik ze toch al beter zag spelen dan hier. De laatste jaren zijn de platen van Wilco steeds meer richting middelmaat opgeschoven -parels als ‘Being there’ ('96) of ‘Yankee Hotel Foxtrot’ ('02) zijn er al een tijdje niet meer geweest - en dat vertaalt zich blijkbaar ook tijdens hun optredens. Nu, slecht was het zeker niet, het eerste half uur was zelfs gewoon schitterend : alt. country zoals hij hoort te klinken met heerlijk sprankelende gitaren. Maar na een tijdje slopen er wat mindere songs in de set en bij een groep van dit kaliber ben ik niet geneigd dit te pikken. Maar buiten die paar missers bleef het natuurlijk wonderschoon.

Tot slot nog een pluim voor de herschikte festivalweide die er werkelijk prachtig uitzag. Dit jaar was er opnieuw een recordopkomst waardoor er een nieuw probleem opdook. De zaal bleek haast bij ieder optreden te klein en wie niet tijdig binnen was kon het tijdens de optredens vergeten om er nog in te geraken.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Leffingeleuren 2010: zondag 19 september 2010

Leffingeleuren 2010: zondag 19 september 2010
Op de derde dag werden de gitaren ingeplugd en hoordeen we varianten van rock’n’roll, americana en postrock. De synths en beats van de twee dagen ervoor waren tot een minimum herleid …Een goede 5000 bezoekers besloten de succesvolste leffingeleuren editie totnutoe …

Uniek aan Deer Tick is de knarsende stem van John McCauley, die zet de songs als gegoten.
McCauley en zijn band moeten misschien nog een beetje groeien, maar hun in americana gedrenkte songs konden best overtuigen. Wilco fans die al wat vroeger aanwezig waren mochten goedstemmend knikken.

Qua smerige rock’n’roll kende The Black Box Revelation ook in Leffinge zijn gelijke niet. Hun energetische sound bulkte van de adrenaline, hun songs waren gemeen, straight to the bone en 100 % pur sang rock’n’roll. De persoonlijke uitstapjes van Jan Paternoster op zijn gitaar waren een kolkend bewijs van welk een fantastische gitarist die kerel wel is. Zo was de ultra lange versie van “I don’t want it”, met heerlijke blues intro, een sterk staaltje gruizige rock met grommende gitaaruitbarstingen. Ook op afsluiter “Here comes the kick” deed Paternoster zijn instrument scheuren, knarsen en bruisen. Uiterst potige set. Vuil heeft nog nooit zo mooi geklonken.

De elektrische ontladingen van 65 Days Of Static waren ook niet van de poes. Van bij de aanvang gingen de bandleden tekeer als een bende hyperkinetische bavianen. Onze fotograaf van dienst vloekte zich dan ook een ongeluk omdat die gasten nog geen fractie van een seconde stil bleven staan. Vergeet de mislukte foto’s en herinner u een stomend optreden. Post rock kun je dit al lang niet meer noemen, daarvoor zaten er te veel hete beats en opzwepende keyboards tussen de onstuimige gitaren. Post-rock on speed, dan maar.
Een wervelende set die ook het publiek, dat in het begin nogal onwennig was wegens niet vertrouwd met dit soort bruisende geluid, niet onberoerd liet. Na elke track kwam er wat meer reactie en op het eind had 65 Days Of Static het grootste deel van de tent voor zich gewonnen.

Aan het gejuich in de tent te meten kunnen we stellen dat Admiral Freebee vandaag de prijs van het publiek heeft gewonnen, alle songs werden op flink wat herkenningsapplaus onthaald en het publiek werd alsmaar enthousiaster. Admiral Freebee had er dan ook duidelijk voor gekozen om met een soort ‘greatest hits’ uit te pakken, en daar was helemaal niks mis mee want de strak spelende groep vertolkte hun songs gloeiend, snedig en met veel punch. Na ettelijke optredens langs de Vlaamse clubs en festivals klinkt de band als een goed geoliede machine die weliswaar genoeg bij de pinken blijft om niet op automatische piloot over te schakelen. Het was genieten van “Always on the run”, “Lucky one”, “Ever present” en “Einstein brain”, maar wij werden nog het meest geroerd door een prachtig “Get out of town” die door Tom Van Laere op de meest sublieme wijze werd vertolkt van achter zijn piano om vervolgens te gitaar krachtig om te gorden en er nog een extra lap op te geven.
Van Laere stond kennelijk ook supergemotiveerd op het podium omdat hij net vóór Wilco mocht aantreden, de man wist namelijk geen blijf met de lofbetuigingen voor zijn favoriete band. Laat ons hopen dat Jeff Tweedy misschien een glimp van Admiral Freebee’s puike optreden heeft opgevangen en Van Laere met wat complimentjes in de zevende hemel heeft gebracht. Admiral Freebee verdiende dat vandaag alleszins.

Na publiekslieveling Admiral Freebee was er toch behoorlijk wat volk gebleven voor de Amerikaanse klasbakken van Wilco. Eigenlijk niet verwonderlijk, gezien dit voor de trouwe schare fans (Van Laere incluis) dit jaar de enige mogelijkheid was om Wilco in België aan het werk te zien. Zij wisten dat ze hier moesten bij zijn, en wij ook. En wie heeft er altijd gelijk ? …
Met hun heerlijke songs, voorzien van dikwijls zeer fraaie gitaarpartijen en solo’s, deed ook Wilco het publiek uit hun hand eten, ook al zijn die songs niet zo voor de hand liggend. De tent was blijkbaar gevuld met echte muziekliefhebbers, dus dat zat wel snor en Wilco maakte hier dankbaar gebruik van. Jeff Tweedy was goedgemutst (ook letterlijk) en had zijn beste stem meegebracht, de rest ging kennelijk vanzelf. Er werd geput uit hun vier recente CD’s, helaas niets meer van de pré ‘Yankee Hotel Foxtrot’- periode, dat was misschien wel een beetje jammer.
Maar kom, maar we gaan nu niet leuteren over wat ze niet speelden, want op die laatste vier albums staan genoeg pareltjes om zelfs een concert van drie uren mee te vullen.
In Leffinge duurde het maar anderhalf uurtje, doch het was om duimen en vingers bij af te likken. Van het wondermooie “I am trying to break your heart” (uit het weerbarstige ‘Yankee Hotel Foxtrot’) tot het wilde “Spiders”, alles was onweerstaanbaar, geen moment ging de kwaliteitsmeter ook maar één tandje naar beneden. De songs werden in hun live uitvoering met nogal wat extra gitaren bijgekleurd (denk hier ook een beetje aan de al even fantastische geestesgenoten van My Morning Jacket) en dat was volledig naar ons gedacht, want nergens werd er overdreven. De live-meerwaarde, noemen wij dat dan. Wilco wist er wel raad mee.
Een uiterst knappe afsluiter van een meer dan geslaagd Leffingeleuren 2010.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Leffingeleuren 2010: zaterdag 18 september 2010

Leffingeleuren 2010: zaterdag 18 september 2010
Een aangenaam, keuvelende weekenddag en een herfstig zonnetje kwam in de loop van de namiddag in Leffinge door. Er was veel heen en weer geloop tussen de concerttent en zaal de Zwerver. Een kleine 7000 bezoekers genoten van de muzikale variëteit; waarvan de eigen bands Mintzkov en Absynthe Minded op het hoofdpodium en Drums are for parades, Isbells en Broken Glass Heroes in de Zwerver de meeste belangstellenden hadden. Rijen wachtenden zagen we om in het zaaltje te geraken; de gemoedelijkheid van het festival ving wat gemor van de rij wachtenden op…

dag 2 - zaterdag 18 september 2010

Na de Verse Vis winnaars The Catatonics gaf Mintzkov het startschot van de tweede dag in de concerttent. De Antwerpse band opende sterk met “Author Of The Play” en gooide daarna een paar nummers uit de oude doos er tegenaan. Daarmee waren de meesten opgewarmd voor een duo van “Opening Fire” en “Ruby Red”, deze hits werden dan ook erg gesmaakt en zetten de tent in beweging.
Mintzkov bracht een erg strakke set waarbij lustig werd afgewisseld uit de 3 albums;
de fijne samenzang van Bosschaerts – Lorquet vielen op. Intense broeierige gitaarpop van de ex Humo Rock Rally winnaar, die al een pak singles onder de schouders hebben en ze op overtuigende en enthousiaste wijze speelden! Afsluiten deden ze met het hemelse “Gemini” een song waarbij zanger Philip Bosschaerts helemaal alleen de song in gang stak,maar waar naarmate de song en het tempo vorderde, de rest van het gezelschap zich weer bij hem vervoegde om zo samen tot een climax te komen!

In de zaal werd al luidop Teenagers In Tokyo gescandeerd. Het jonge charismatische Australische electropopbandje bracht ophitsende, opzwepende en slepende electrokitsch/dancepop in een strak wave kleedje. De vier huppelende deernes en een enthousiaste drummer speelden dertien-in-een-dozijn songs, en vielen op door een opmerkelijke cover “Maneater” van Hall & Oates.

2010 is een mooi jaartje voor de jonge, beloftevolle klassemadam Hindi Zahra. Ze is afkomstig van het Berbervolk in Marokko, heeft Touareg-roots, opereert vanuit Parijs en heeft een mooi debuut klaar, die ze al verschillende malen in ons landje kwam voorstellen. Na Festival Dranouter kon Leffingeleuren niet ontbreken. Haar fusion van pop, folk, soul, blues, jazz en flamenco met Oosterse, Marokkaanse rootsmuziek werkte in op de dansspieren; de eerste rijen in de concerttent begonnen (zachtjes) te heupwiegen op de aanstekelijke knallers “Stand up” en “Beautiful tango”.

Het Gentse Drums are for parades moeten we in het oog houden. De drie mannen staan ‘hot’ in de picture met hun pas verschenen plaat, en tekenden al voor een overtuigend optreden op Pukkelpop. Een energiek apocalyptische geluid in de zaal, dreigend, donker, rauw en snoeihard. Gortdroge drums, diep dreunende basses, spannende gitaarakkoorden en een vervaarlijke zang en schreeuwzang. Het trio refereert aan de ‘90s van Helmet, Therapy?, verankeren met de metal van Channel Zero en vermorzelen stoner, noise, crossover en diverse hard- en grindcore sounds door de molen. Ze worden op handen gedragen door Chris Goss en mochten vorig jaar nog openen toen z’n Masters Of Reality naar de Vooruit kwamen. Een oorverdovend geluid in donker gedempt licht.
Ze draaiden hun versterkers volledig open en staken van wal met “Idiiot check”. Een harde, pittig gedreven set, waarvan bij enkele oudjes de eerste rijen begonnen te pogoën … Een meer dan geslaagd optreden en tevens vlekkeloze repetitie voor hun cd release in de Vooruit, volgende week.

Verden konden we aangenaam genieten van het veelgevraagde Franse Le peuple de l’herbe (concerttent), die het publiek animeerden met hun zwierige, opzwepende mix van rock, hiphop, ska, funk, drum’n’bass en dub.

Isbells (de Zwerver) bracht dan de ultieme stilte en bezinning. Hun alt.country/americana, folk en sing/songwriting is een unicum in ons landje. Hun nummers in een spaarzame
begeleiding en vocale hoogstand werden ferm gesmaakt. Buiten de akoestische gitaren en jambee-tics, hadden ze xylofoon, zingende zaag en steelpedal meegebracht, die kleur en elan gaven aan de ingehouden songs; de “Reunite’s” en de “As long as it takes” - songs kregen een leuk verfkleurtje op die manier …Isbells, die Nick Drake hoog in het vaandel houden, betoverde …

Roots Manuva ging het dubfeestje van Lee Scratch Perry vooraf in de concerttent. Hij is een veel bevraagd vocalist en trekt ook op tour met een eigen band, ‘The Banana Klan presents Dub College’. Geruggensteund door o.a. een tweede MC, een soulvocaliste, 2DJ’s en een drummer, bracht hij een frisse, groovy mix van hiphop, funk, reggae, ragga en dubstep, gedrenkt in allerhande dubs, beats en scratches. In het tweede deel van de set klonk het ensemble eenduidiger en sprak de dansspieren aan …

Een aparte dame is Lonelady aka Julie Campbell. Onderkoelde songs van een even ‘coole’, afstandelijke dame (de Zwerver). Met haar ‘80s kapsel op z’n La Roux, wordt ze begeleid door een drummer die de longen uit zijn lijf mepte en een gelaten man op synths. Ze debuteerde eerder het jaar met de cd ‘Nerve up’, een plaat electropop, indie en postpunk, die fris, catchy en onbevangen is.
De rauwe melodieën, de hoekige riffs, de nerveuze ritmes, de rinkelende gitaarriedels en de ‘80s wavesynths zijn de muzikale kapstokken. Bij haar sound en vocals halen we Siouxie Sioux, Anne Clark, PJ Harvey, Cocteau Twin Elisbeth Frazer, Kristin Hersch’s Throwing Muses vs Tanya Donelly’s Belly voor de geest.
De nummers volgden elkaar snel op, waarvan “If not now”, “Intuition” en “Immaterial” opvielen …

Absynthe Minded (concerttent) was al voor de vierde keer in Leffinge en hier was vanavond het meeste volk voor gekomen. Ze zijn nimmer zo populair als nu. Dik verdiend, want de vierde titelloze cd is er eentje om van te snoepen en getuigt van de muzikale kwaliteiten en songwriting van Bert Ostyn en de zijnen. Iedereen genoot van de warme, sfeervolle en speelse sound en de gevarieerde aanpak van de gevoelige, frisse pop en rootsrock met jazzy, blues, swing en Balkan capriolen, gedragen door Ostyns emotievolle, melancholische stem. De band is op sterk op elkaar afgestemd en staan als sinds deze zomer op scherp. “Weekend in Bombay” zette de toon. Ze grossierden in hun oeuvre en zoeken het evenwicht tussen subtiliteit, grilligheid en een stevige rockmaat. De huidige singles “Moodswing baby”, “Papillon” en “Envoi” plaatsten ze naast enkele classics als “People of the pavement”, “Plane song”, “Stuck in reverse”, “I am a fan” en het aan Gorki’s “Mia” ontleende “My heroics part one”, die het publiek probleemloos stil kreeg.
Tussendoor even verpozen toen Bert een nieuw akoestisch nummer “How Short A Time” speelde. Absolute schoonheid … 2010 is een schitterend jaar voor de heren …

Het muzikale vakmanschap van Tim Vanhamel en Pascal Deweze kon op Pukkelpop onvoldoende beklijven. Ondanks het feit dat de Broken Glass Heroes (de Zwerver) zich live voldoende geven en beter op elkaar ingespeeld zijn, blijven we met die wrange nasmaak achter dat ze hun ‘60’s en ‘70s kiemen niet écht een eigen gezicht kunnen geven …

Figuur van het weekend - Godfather of dub en topact van dag 2 was de weirde Lee Scratch Perry (concerttent), ruim de zeventig voorbij, één van de bepalende figuren binnen de reggae, en ze een forse injectiestoot bezorgde door de dubsound uit te vinden. In een glinsterpak en pet vol badges en tierlantijntjes en met sneeuwboots aan, brabbelde hij de dubreggaesongs aaneen; mystieke psychobabbel liet men mij verstaan, een extreme variant van het Engels en z’n enigszins bizar contact met de werkelijkheid. De bezwerende spacy dubreggae tunes en echo’s in slepende, hypnotiserende trance ritmes, gaven een uniek sfeertje, mede door de On- U-Sound van Adrian Sherwood …En verhalen van z’n optreden, een kleine twintig jaar terug in Leffinge, kwamen terug ten berde … Een monument ‘on stage’ dus …

Het feestje kon in de concerttent verder worden gebouwd door Mix Master Mike, de Beastie Boys huisdj. Hij overdonderde met z’n kunst –en vliegwerk en scratches. Een verbazingwekkende, originele set vol technische hoogstandjes aan de draaitafels. Party classiscs van hiphop, funk, dance, dubstep, rock’n’roll enzovoort … Iedereen kon z’n gading wel vinden in die diversiteit …

Intussen stonde de zaal op z’n kop voor het excentrieke gezelschap van de Britse Ebony Thomas en haar Bones. In kleurrijke outfits brachten ze een even kleurrijke en feestelijke mix van indierock, elektronica, punkfunk en soul, bol van springerige, huppelende ritmes en vibes. Aanstekelijk, dansbaar, opwindend en uitzinnig. “This is the sound of Ebony Bones” … Ze koppelden oudjes “Sweet dreams” en “Another brick in the wall” aan het eigen materiaal van ‘Bone of my bones’. Ze verzorgden eerder al verdienstelijke gigs op Pukkelpop en op Festival les inrocks; nu voegden ze Leffingeleuren toe aan het rijtje. “Dikke vetten ambiance” noemen ze zoiets om dag 2 te besluiten …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Leffingeleuren 2010: vrijdag 17 september 2010

De 34ste editie van Leffingeleuren zag er goed uit … Een gevarieerde affiche van smaakmakers van eigen bodem, ‘alternative’ internationale bands en enkele beloftevolle ontdekkingen. ‘Dreams can be true’ voor de organisatie, want kleppers als Paul Weller en Wilco stonden al lang op het verlanglijstje. In de pittoreske locatie rond de kerktoren werd er wat aan het terrein gesleuteld, waardoor meer ademruimte was, buiten de grote concerttent. De drank- en eetstandjes waren beter opgedeeld. Op weg naar het zaaltje van de Zwerver kon je op het marktplein doorlopend projecties op groot scherm zien, de ‘1 Minute Film & Sound Awards’.
Opnieuw stevende het festival op een groot succes af. Eerder waren de combi tickets al uitverkocht en 19000 bezoekers konden genieten van 32 concerten. Op vrijdag daagden 6500 toeschouwers op, zaterdag waren er zelfs 7000 bezoekers en tot slot waren er nog een kleine 6000 op zondag. 2000 meer dan vorig jaar dus, en dankzij het vernieuwde en uitgebreide terrein verliep alles heel gemoedelijk en vlotjes. Moest er nog zand zijn op één van de afsluitende zomerfestivals?

Op de eerste avond was alvast iedereen op post om puike optredens te zien van Paul Weller, The Van Jets, Balthazar en Tocadisco.

dag 1 - vrijdag 17 september 2010

Het is moeilijk om één Belgisch zomerfestival op te noemen waar de heren van The Van Jets niet present tekenden dit jaar. Meer dan terecht volgens ons want ook op Leffingeleuren speelden de Oostendse Gentenaren een set om vingers en duimen van af te likken. De concerttent zat afgeladen vol toen Johannes Verschaeve en de zijnen het podium betraden. Verschaeve had met zijn zwarte cape en dito hoed wel iets weg van een vampier die net uit z’n kist kwam en ook de modieuze puntschoenen en dito jasje van bassist Frederik Tampere mochten gezien worden. De mannen starten hun set verschroeiend met de single “Down Below”. Daarna volgden verschillende stevige uitvoeringen van nummers uit de recente en zeer fijne cd ‘Cat Fit Furry’. Ook een handvol nummers uit ‘Electric Soldiers’ passeerden de revue (“High Heels”, “ What’s going on” en “Electric Soldiers”) net als de Bowie-cover “Fashion”. Het overwegend jonge publiek smulde uit de hand van podiumbeest Verschaeve en dat verminderde er zeker niet op toen hij tijdens het slotnummer vrolijk het publiek indook. Een indrukwekkende thuismatch en een geweldig openingsconcert voor Leffingeleuren!

Ook het zaaltje van de Zwerver kon telkens rekenen op massaal belangstellenden, want in het begin van elke set was het aanschuiven geblazen ...

Na The Van Jets was het dus even raak met Amatorski in de Zwerver. Hun bedwelmende, sfeervolle, dromerige slowmotion fluisterpop werd sterk onthaald. “Come home” zat al vroeg in de set en het sober,ingehouden materiaal van de EP ‘Same stars we shared’ kreeg kleur en elan door een saxofoontrio, waarmee ze momenteel ‘on tour’ zijn. De elegante schoonheid, pracht en subtiliteit durfden ze kruisen met gitaarreverbs. En in de korte set loerde Sigur Ros om de hoek … Hoe een band op korte tijd zieltjes wint … Verdiend!

De volgende band op het hoofdpodium was voor velen waarschijnlijk niet zo bekend. Nochtans zijn de heren van Babylon Circus in eigen land Frankrijk nationale helden en waren ze vorig jaar al op een aantal festivals zoals Dour en Cactus te gast. Het enthousiasme en de Engelse, Franse en zelfs Nederlandse bindteksten van frontman David Baruchel waren aanstekelijk en dat gold al evenzeer voor de mix van gipsy, ska, reggae, chanson , rock en volksmuziek. Het publiek werd close betrokken en zelf genoten we van die warme, ophitsende en opzwepende klanken. Heel wat ritmeveranderingen van de tienkoppige band waarin de ska en de trage reggaevibes zeker niet eentonig klonken. We hoorden invloeden van Manu Chao en Bob Marley maar ook bands uit de jaren tachtig zoals The Clash en Madness naast sporen van Midden-Europese volksmuziek. Een pluim voor de organisatie dat ze de fijne band wisten te strikken.

Phosphorescent (zaal) is het muzikaal project van muzikale duizendpoot Matthew Houck. Als hij met band optreedt, geeft hij z’n weemoedige, ontroerende, melancholische rootsrock/ americana een frisse, pittige en krachtige injectie. De songs klonken indringend en meeslepend en gingen richting Wilco en Crazy Horse. Welke songs hij met z’n band ook speelt, ze zijn met dezelfde bezieling en intensiteit gespeeld. In die ‘new style catchy dromerige countryrock’ gaf hij een eerbetoon aan Willie Nelson (de plaat ‘to Willie’ ) en was er ruimte voor een gevoelige solopartij.

‘Wake up the nation’ heet het nieuwe album van Paul Weller en dat was ook wat hij op Leffingeleuren deed: iedereen eens goed wakker schudden. Moest er iemand al wat moe geworden zijn, dan werd die flink tot de orde geroepen door de prille vijftiger in absolute topvorm. Omringd door topmuzikanten startte de ‘modfather’ zijn set met verschillende puntige en flink rockende songs. Er passeerden songs uit zijn hele carrière de revue en ook gevoelige zielen kwamen aan hun trekken toen hij een aantal songs vanachter zijn piano afwerkte. The Jam en Style Council kwamen ook nog even langs, waaronder “Strange town” en “Shout to the top”. Een prima straf optreden van de beroemde nekspoiler die duidelijk op scherp stond.

Tijdens les Nuits waren we al onder de indruk van Wolf Parade (zaal), Canadese band rond het duo Spencer Kruger en Dan Boeckner. Ze waren erg goed op elkaar ingespeeld en beschikten over tonnen enthousiasme en dynamiek. Op speels spontane wijze gingen ze expansief te werk en overtuigden nog meer dan tijdens les Nuits. Broeierig krachtige nummers, heerlijke tempowisselingen, afwisselende vocals en een vloeiende samenzang … alles hielden ze in toom en onder controle. Wat een staaltje direct ‘alternative indierock’ … alles paste perfect in elkaar … een hechte band met klasse. Nu maar hopen dat ze aan belangstelling winnen. Het zou verdiend zijn …

Tot slot kon het jonge publiekje loos gaan op de fuifset van de Duitse topDJ Tocadisco (concerttent). ‘De Afrekening meets eigen remixes’, surplus een glimp van zijn eigen classics “Morumbi”, “Streetgirls” en “Better begin”. De ideale party afsluiter!

Intussen kon je ook terecht om die andere Belgische belofte aan het werk te zien, Balthazar (zaal). de Kortrijkzanen bewezen dat ze uitgegroeid zijn tot één van de beste Vlaamse acts van dit moment! Hun debuutcd ‘Applause’ barst van de goeie nummers en de meeste daarvan werden op Leffingeleuren grandioos gebracht. Vanaf opener “The Boatman” tot afsluiter “Blood Like Wine” (inclusief een prachtige a cappela outro) liet de band een ongelooflijke indruk op ons. Niet te veel praten (hoogstens een dankuwel) maar spelen is het devies van dez band en dat deden ze! Twee energieke en aparte frontmannen, de componisten Devoldere – Deprez, een onopvallende bassist, een lieftallige violiste en een krachtige drummer, ze lijken misschien op een zootje ongeregeld maar samen zijn ze duidelijk  een zeer goed geoliede machine... Ze boden een uiterst gevarieerde, broeierige, dynamische en intens slepende set. En ook hier mocht het geheel krachtiger en venijniger klinken; hun “Fifteen floors” en “Hunger at the door” ontbraken niet. Die West-Vlamingen uit Kortrijk kregen terecht een sterk ‘Applaus(e)’ … Dit optreden staat nu al in ons jaarlijstje...

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Pagina 121 van 147