logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

L7
Viagra Boys
Festivalreviews

Winterfest Ieper 2011 – Hardcore Wintereditie met Defeater

Geschreven door

 

De Amerikanen van Defeater laten begin maart hun nieuwe album ‘Empty Days, Sleepless Nights’ op de wereld los.  Om die release te promoten zijn ze volop aan het touren. Niet in hun thuisland wel te verstaan, maar wel in verschillende Europese landen, allesbehalve typisch voor een Amerikaanse hardcoreband maar misschien wel voor deze mannen uit Boston die het Europese continent duidelijk diep in hun hart dragen.  Zo bracht deze  tournee hun naar de Wintereditie van Ieper Hardcore Fest in de gezellige Fenix-zaal.

Naast Defeater vonden we op  de affiche van deze wintereditie verschillende fijne acts waaronder een combinatie van enkele  binnenlandse (The Setup, Crimson Falls,  Hive Destruction...)  en buitenlandse acts (Carpathian, Knukledust, Shaped By Fate, Last Hope...).  Jammer genoeg konden we pas ’s avonds aanwezig zijn en moesten we daardoor  het gros van de bands  missen.  Zoals het een hardcore-festival betaamt, was de sfeer op Winterfest heel gemoedelijk en aangenaam en stonden zowel  fans als artiesten samen in de zaal te genieten van de verschillende acts.  Zo konden de fans trouwens rustig een babbeltje slaan met hun idolen, we zien het bij  de verschillende megafestivals die België rijk is, nog niet te snel gebeuren...  Typisch voor hardcoreshows zijn de vele toeschouwers  die op  de stage gewoon naast de optredende  muzikanten staan en zo letterlijk op een aantal millimeter meegenieten  van de diverse shows.  Best fijn voor de jongens en meisjes in kwestie  maar verdomd moeilijk om als verslaggever een deftige foto te kunnen nemen van de artiesten...

Dit gezegd zijnde was Length of Time de eerste formatie die we aanschouwden.   De brute metalcore van deze Brusselaars was best verdienstelijk maar wist jammer genoeg  weinig fans te boeien.  We vrezen dat Length Of Time niet al te veel nieuwe zieltjes wist te winnen deze avond.

Een stuk intenser en boeiender was de set van de Londense hardcoreveteranen van Knuckledust.  Een heerlijk ouderwetse maar vooral stevige hardcoremix  in het verlengde van bands als Terror, Madball en Blood For Blood serveerden ze in Ieper en het fanatieke publiek had er best wel kaas van gegeten.  Het sympathieke viertal genoot duidelijk met volle teugen en onder aanleiding van frontman Pierre (klein van gestalte maar wat een strot!) vuurde de band  voortdurend het publiek aan.  Heel wat mensen lieten het zich geen tweede keer zeggen en leefden zich fantastisch uit op de dynamische set van Knuckledust. 

Er was zeer weinig tijd tussen de optredens van de verschillende bands en zo was het  niet lang wachten op de Amerikanen van Defeater.  Al van de eerste noot van “I Don’t Mind”  (een van de vier(!) akoestische songs op hun te verschijnen album) was het duidelijk dat heel wat mensen vooral voor Defeater naar Ieper waren gekomen.  Dit openingsnummer werd solo gebracht door zanger Derek die bewees  op muzikaal gebied over verschillende talenten te beschikken .  Het dak van de Fenix-zaal ging er daarna meteen al af wanneer wereldsong  “The Red White And Blues” uit de speakers knalde.  De massa ging compleet uit zijn dak, zong samen met zanger Derek uit volle borst en het aantal mensen dat een sprong van het podium waagde was meteen niet meer bij te houden.
De band is  door het vele touren uitgegroeide tot een retestrakke machine, dat was meteen duidelijk.  “Dear Father” was het tweede nieuwe nummer dat gespeeld werd en hoewel het album nog niet officieel uit is, werd dit nummer al volop meegezongen door zowat alle aanwezigen! Met “Blessed Burden” werd daarna een snoeihard nummer uit debuutalbum ‘Travels’ uit de kast gehaald waarna een volgende nieuweling werd gepresenteerd.  “Empty Glass” is een song die  alle karakteristieken herbergt die Defeater  zo goed maakt en waardoor ze  door zovelen aanbeden worden: cleane gitaren in combinatie met two-step drums, de intense, doorleefde stem van zanger Derek en de fenomenale lyrics ( “Tell me about the old days, another night at the Copper Coin”).
Vervolgens werd ‘oudje’ “Everything Went Quiet” gespeeld, volgden  “Home ain’t never Home” en een prachtige  versie van “Prophet in Plain Clothes”.  Ook het schitterende  ‘A Wound A Scar” mocht natuurlijk niet ontbreken in deze gevarieerde set.  Het was opvallend dat het vooral nummers uit de EP ‘Lost Ground’ waren die zorgden dat de temperatuur in de zaal nog iets hoger opliep.
Het laatste nummer van de set was zoals gebruikelijk “Cowardice” waar zanger Derek nog eens alles uit de kast haalde zonder daarbij de fans te vergeten die volop de kans kregen om mee te schreeuwen in  zijn microfoon. De Fenix  ging zo nog een laatste keer total los en er volgde in het midden van het nummer  ook nog een tekstueel  intermezzo  van de Amerikaanse collega’s van Touche Amore.
De bandleden verlieten onder massaal applaus  de stage waarna zanger Derek vlug nog even terugkeerde en met z’n akoestische gitaar (maar zonder enige andere versterking ! ) de akoestische outro van “Prophet in Plain Clothes” speelde.

Defeater zorgde voor een dijk van een optreden en was zo de kers op de taart van een zeer fijn festival.  Vermoedelijk zien we de heren uit Boston pas in het najaar terug in Europa.  Na de Europese Tournee zijn ze namelijk te gast in Australïe en Nieuw-Zeeland waarna een uitgebreide Amerikaanse tournee volgt. In juli en augustus zouden ze even een break houden waarna ze zeer waarschijnlijk naar Europa terugkeren.

Ook Ieperfest zelf had nog een fijne verrassing  in petto: op 12, 13 en 14 augustus volgt opnieuw de zomereditie van het festival en men wist al een paar serieuze kleppers te strikken. Wie Comeback Kid, Exodus, Strike Anywhere en de legendarische heren van Sheer Terror wil zien, houdt best deze data vrij.  Voor nog meer namen, surf naar www.ieperfest.com  

Organisatie: Ieperfest, Ieper

The Next Big Thing Deluxe – 10 jarig bestaan van Keremos

Geschreven door

The Next Big Thing Deluxe
Naar aanleiding van het 10 jarig bestaan van Keremos, het managementbureau achter bands als: Absynthe Minded, School is Cool, Team William, The Galacticos, Roadburg en Arquettes bouwden ze een feestje in de Vooruit te Gent. Op dit feestje dat The Next Big Thing gedoopt werd stonden 8 bands waarvan 7 ooit de finale van Humo’s Rock Rally bereikten. Alle bands mochten een korte set van zo een 20 minuten spelen behalve Absynthe Minded die als headliner wat langer mochten spelen en ons bovendien trakteerden op nieuw werk.

Door het wat later aankomen dan voorzien hoorden we nog net de laatste tonen van “New Kids In Town” het radiohitje van Humo’s Rock Rally winnaar 2010 School Is Cool.

Na het gemis van School Is Cool waren we helemaal klaar voor Maya’s Moving Castle.
Tot onze grote verbazing stond er geen band op het podium maar moesten we het doen met zangeres Ann-Sophie Claeys, die naast de zang nu ook de gitaar en cello/keyboard voor haar rekening nam. Het feit dat deze helemaal alleen op het podium stond deed afbreuk aan de anders zo donkere krachtige mysterieuze sound die weergalmt van de echo’s. Het werd zo een iets meer ingetogen set dan we van Maya’s Moving Castle gewoon zijn; gekende nummers passeerden de revue met als uitschieter “Feed Me”.

Met Steak Number Eight stond er een postrock-/noiseband uit het West – Vlaamse Wevelgem op het podium; deze jonge snaken die in 2008 nog de winnaars waren van Humo’s Rock Rally zijn momenteel bezig aan een nieuwe plaat samen met Mario Goossens (Triggerfinger). Hun intense en heel diep gaande gitaarriffs grepen ons bij de keel om ons 20 minuten later pas los te laten met lichte oorsuizingen. Met hun harde stomende set dwongen ze ondanks hun jonge leeftijd meer dan respect af!

Nog een topper van Humo’s Rock Rally 2008 was Roadburg. Deze Limburgse indie/rockband kon ons bekoren met nummers uit hun debuutplaat die eerder dit jaar uitkwam en ‘Raise Cain’ als naam meekreeg. Met “Instant Flowers” hebben ze een super single die ook enkele weken in de bovenste regionen van de Afrekening mocht vertoeven. Dit Limburgs 5-tal die in 2007 nog met de publieksprijs van Limbomania aan de haal gingen, brachten ons deze avond helemaal in beroering met hun donkere uitgesponnen nummers die na een rustige opbouw helemaal ontploffen. Wij zijn heel benieuwd naar wat we de komende jaren nog van deze jongens mogen verwachten!

Heel benieuwd waren wij naar de Arquettes; deze Gentse band kenden we alleen van hun single “Gutters” waarvan de videoclip met politici in de Charlatan opgenomen werd. Voor hun optreden speelden ze nummers uit hun in oktober verschenen debuut album, een album waar de donkere rock en zware bassen er van af druipen, doen vooral aan de grunge van de jaren 90 denken. Ergens halverwege hun set kwamen Floris De Decker en Arne Sunaert (zanger/gitarist en keyboards) bekend van bij Team William de boel een beetje opfleuren en gaven zo een soort gastoptreden weg. De mannen van Arquettes bewezen dat hun single “Gutters” een ijzersterk nummer is, dat niet voor niks zo hoog genoteerd staat in de Afrekening. Met “Wave On” wat tevens de titeltrack is van hun debuutalbum, maakten ze een einde aan hun gesmaakte set.

Wij hadden het duidelijk mis toen we dachten dat alleen Steak Number Eight ons van onze sokken zou blazen … The Galacticos starten heel furieus, sterk en snedig. Ze zorgden ondanks het niet spelen van hun hit “Humble Crumble” voor een waar feest op de voorste rijen. Het putten uit nieuw werk was een risico maar kon de meeste mensen wel boeien, voor ons persoonlijk was het wel even wennen aan de sound die we van hen niet gewoon zijn. Het is zeker en vast uitkijken naar hun debuutalbum dat ze momenteel samen met Pascal Deweze (Sukilove, Broken Glass Heroes) aan het opnemen zijn. De eerste single uit die plaat is voorzien begin januari, de plaat zelf zou voor in februari zijn, uitkijken dus!

Na al dat jong geweld was het aan de gevestigde waarde Absynthe Minded, Bert Ostyn en de zijnen trakteerden ons op een soort semi- akoestische set waarbij hun grootse hits op ons afgevuurd werden. “My Heroics, Part On” en “Plane Song” werden in een ander jasje gegoten en violist Renaud Ghilbert toverde geluiden uit zijn viool waarvan wij niet eens wisten dat je die met een viool kon maken. Het werd een heel zweverige set waarbij ze vooral herwerkte versies van nummers uit hun eerste 4 albums brachten. Met “Moodswing Baby” en “Envoi” bereikten ze de climax van een meer dan geslaagd optreden weer ze weer maar eens toonden hoe veelzijdig ze zijn.

Met The Next Big Thing Deluxe toonde Keremos ons nog maar eens dat er heel wat kwaliteit in ons Belgenlandje te vinden is, kwaliteit waar we meer dan trots op mogen zijn!

Organisatie: Keremos ism Democrazy, Gent

The Golden Years 2010 – oldiesmarathon

Geschreven door

The Golden Years 2010
Het Antwerpse Sportpaleis was weer heel goed gevuld voor de jaarlijkse oldiesmarathon, die The Golden Years eigenlijk is. Meer dan vier uur tophits van topgroepen, niet één onbekend nummer passeert de revue.
Het wordt steeds moeilijker een concert met oldies uit de sixties en de seventies te organiseren. De muzikanten worden steeds ouder, de gezondheid wordt er niet beter op, sommigen zijn ondertussen reeds overleden…
Maar het spreekt vanzelf dat zij de kans niet onbenut laten om nog eens op te treden voor meer dan 10000 toeschouwers: een leuke schnabbel en een serieuze kick. Ook het dankbare publiek mogen we niet vergeten: zij klappen mee, zingen mee telkens als dat van hen gevraagd wordt. En waarom niet? Want The Golden Years zijn één groot feest.

Natuurlijk slagen niet alle groepen er in een even goede prestatie te leveren. Maar het is opvallend hoe de organisatoren er telkens weer in slagen de volgorde van de groepen zo te programmeren dat de kwaliteit de ganse avond in stijgende lijn gaat.
Carl Huybrechts praat de acts vlot aan elkaar en de videoclips op groot scherm houden de sfeer er in tijdens de setwisselingen. Nochtans moet ik vermelden dat de overgangen helemaal niet zo vlot verliepen als vorige jaren: soms vielen er stiltes, de geluidskwaliteit van de clips was soms zeer slecht.
Ik heb heel veel respect voor de muzikanten, maar een grote naam en goede referenties, die dertig jaar oud zijn, zijn voor mij niet voldoende. Sommige balorkesten produceren een betere klank dan wat hier soms neergezet werd.

Dave Dee kon twee jaar geleden al niet optreden met zijn makkers ‘Dozy, Beaky, Mick & Tich’ omdat hij vlak ervoor ziek werd. Hij zou enkele weken daarop ook overlijden. Bij gebrek aan hun originele zanger maakten de anderen er het beste van. Een goede opener.
‘The Tremeloes’ waren gehandicapt door de ziekte van hun bassist. Die werd dan maar vervangen door de sologitarist van Gerry & The Pacemakers. Zij brachten de meeste nummers iets te traag. Een slordig optreden dat ons toch nog kon bekoren met een leuke versie van “Silence is Golden”.
‘Gerry & The Pacemakers’ waren niet zo veel beter. De typische klank van Gerry’s stem geeft iets uniek aan hun songs, maar die ontbrak grotendeels. Spijtig. Alleen afsluiter “You Never Walk Alone” bracht ons even in stadionsfeer.
Tot op dat moment waren de beste zangprestaties geleverd door het publiek en dat bleef zeker zo tijdens het optreden van ‘The Searchers’. Tijdens een aantal nummers was de balans volledig zoek, de zang klonk vals, de drummer klonk als een volleerde houthakker die maar enkele ritmes beheerst.
Zouden ‘The Hollies’ dit snel doen vergeten? Gedeeltelijk wel, hoewel de zang, vooral in het begin, nogal wisselvallig was.
Maar ze eindigden sterk met hun ballads “He Ain’t Heavy, He’s My Brother” en “The Air That I Breathe”.
De overgang naar ‘Smokie’ was groot, maar ze slaagden er in met een behoorlijk heavy set het publiek voor te bereiden voor ‘The Sweet’. Die startten met loeiende sirenes en zwaaiende zoeklichten hun “Blockbuster” op. Even werd het wat rustiger met medleys van hun zachtere werk, maar “Fox On The Run” en “Ballroom Blitz” klonken dan weer keihard door de boxen. The Sweet werken duidelijk aan de kwaliteit. Ze teren niet louter op nostalgie, maar ze staan er nog steeds.
De grote vraag was hoe ‘Steve Harley & Cockney Rebel’ dit geweld zouden counteren. Vooral omdat Steve Harley bekend staat als tegenstander van elektrische gitaren en het liever akoestisch doet. Maar hij wou de Belgen bedanken voor het feit dat “Sebastian” hier een reuzenhit werd en zijn carrière lanceerde. En dat was te horen.
Met 8 muzikanten, waaronder zelfs een violist en een dwarsfluitiste, produceerde hij een overrompelende klank. Ik werd helemaal weggeblazen door een schitterende versie van “Sebastian”. Hierdoor alleen al zou mijn avond goed geweest zijn. Dat het geplande slotnummer, met iedereen samen op het podium, niet doorging (waarschijnlijk door tijdsgebrek), was daarom niet zo erg. De meeste vijftigers verlangden toen reeds duidelijk naar hun bed…

Setlists
Dozy, Beaky, Mick and Tich
: Hold tight, Zabadak, Legend of Xanadu, Bend it

The Tremeloes: Suddenly you love me, Here comes my baby, My little lady, Silence is golden, Even the bad times are good
Gerry and the Pacemakers: How do you do it, Don’t let the sun catch you crying, I like it, Ferry Cross The Mersey, You’ll never walk alone
The Searchers: Sweets for my sweet, Don’t throw your love away, Love potion Nr. 9, Needles and pins, When you walk in the room
The Hollies: Here I go again, Jennifer Eccles, Bus stop, Sorry Suzanne, Carrie Anne, He ain’t heavy, he is my brother, The air that I breathe
Smokie: Lay back in the arms of someone, Don’t play your rock and roll to me, Oh Carol, Living next door to Alice
The Sweet: Blockbuster, Coco - Funny Funny - Poppa Joe, Wigwam Bam - Little Willy, Fox on the run, Ballroom Blitz
Steve Harley and Cockney Rebel: Here comes the sun, Mr Soft, A Friend for Life, Sebastian, Make me smile

Organisatie: The Musical Box - Sportpaleis – The Golden Years - Antwerpen

Persistence Tour 2010 – Sick Of It All, D.R.I., Blood For Blood, Unearth, …

Geschreven door

Persistence Tour 2010
Na jaren van relatieve leegstand qua muziek was de Brielpoort in Deinze aardig volgelopen voor de aftrap van het Europese luik van de Persistence Tour '10. Hopelijk een nieuwe start van de rocktempel uit vervlogen tijden, én misschien een nieuwe kans voor programmatoren en buitenlandse bands...!?
Een blik Amerikaanse bands werd opengetrokken om de absolute headliner Sick Of It All te supporten op dit rondreizend circus.

Reeds om 17u werd afgetrapt en warmden respectievelijk Vera Cruz, Casey Jones, Cruel Hand en Evergreen Terrace de zaal op en dat was graag meegenomen om de vriestemperatuur buiten op te vangen. Wij pikten in bij de 5de band Unearth. De positieve noot was dat de timings tot hiertoe perfect gerespecteerd bleven … het is ooit anders bij hardcore optredens... Unearth dus, dit vijftal is de laatste jaren aan een opmars bezig in de scène; met hun snelle metalcore doorspekt met melodieuze breaks werden ze ook hier goed onthaald. Momenteel werkend aan hun nieuwe album, dat begin volgend jaar uitkomt bij Metal Blade, gaven ze hier reeds enkele voorproefjes van het nieuw materiaal.De fans lusten het wel en hun halfuur speeltijd was dan ook direct om; kortom, een overtuigende set van dit combo uit Massachusetts.

Een dikke 20 minuten later was het uitkijken naar de comeback van Blood For Blood. Na enkele jaren van stilzwijgen is de band back on track en met schoon volk – Billy Graziadei van Biohazard op gitaar- in de rangen.Een exclusieve voltreffer dus voor de Brielpoort want het was immers het eerste optreden sinds 2004! Brulboei van dienst Eric 'Buddha' Medina trok fel van leer en de zaal kreeg direct een boost door de performance van de band. De agressieve hardcore/streetpunk is intens en uit het hart en deed menige circle- en moshpits ontstaan. Als een brutale wervelwind pakten ze de zaal in en toonden ze terug te zijn van nooit weggeweest. Graag nu ook een volgende plaat.

Normaliter moest nu Sepultura spelen maar door diverse redenen waren ze een tijdje geleden vervangen door D.R.I. Deze veteranen on the road sinds 1982 waren hier misschien de vreemde eend in de bijt maar bewezen zeker hun plaatsje op de line up te hebben. Als trendsetters in de trash en crossoverscene zijn zij ook na een rustpauze back on stage en gedreven zoals nooit tevoren. Boegbeeld en zanger Kurt Brecht is nog steeds dezelfde aimabele frontman die het publiek bespeelt, en in combinatie met de solide band gaven ze een gesmaakte greatest hits set ten berde. De Texanen werden bejubeld en hielden 45 minuten het gaspedaal goed ingedrukt, ook hier is het uitkijken en hopen op een volgende studioalbum.

En dan was het uitkijken naar de NYHC van één van de sympathiekste bands uit het genre Sick Of It All. Rond 23.30u en onder aanvoering van de Koller broers schoten ze zoals steeds furieus en energiek uit de startblokken om dit hoge tempo een vol uur lang door de boxen te jagen. Het lijkt alsof de tijd geen vat heeft op deze band … al jaren op handen gedragen en steeds dezelfde attitude en waarden behouden … de appreciatie van het publiek loog er dan ook niet om. Ontelbare circle- en moshpits ontstonden in alle uithoeken van de zaal, oude krakers en recenter werk werden telkens luidkeels meegebruld. “Uprising nation”, “Built to last”, “Step down”, alle klassiekers passeerden de revue. Wat een drive, wat een overgave … de superlatieven waren niet te tellen … topconcert dus!

Organisatie: Heartbreaktunes

Autumn Falls 2010 – Atari Teenage Riot – Aux Raus – Vermin Twins

Geschreven door

 In het algemeen vind ik het aperitiefhapje - ja, de band die nog aan de beurt is vóór het voorgerecht - dat de toeschouwer krijgt toegeworpen bij een concert, meestal maar flauw en flets. Maar dan is dat buiten Vermin Twins gerekend, een duo dat bestaat uit Micha Volders (ex-El Guapo Stuntteam) en Lotte Vanhamel (jawel, zus van). Nog voor ze goed en wel beginnen, is het al duidelijk dat er geen gewone elektro zal volgen. In bijzondere zwart-wit pakjes betreden ze het podium, Vanhamel als een kokette kat dansend over alle kabels en machinerie die her en der verspreid liggen. Ze zijn voor haar absoluut geen obstakels, eerder attributen! Maar het is niet enkel de présence die deze band maakt, o nee, ze maken ook steengoede, loeiharde elektro. Voor het gemiddelde publiek misschien een beetje te hard, maar wees gerust, u laat zich algauw meeslepen door de allesomverwerpende energie. Deze elektro valt het beste te beschrijven als de Ed Banger-herrie, zo kenmerkend voor goden als Justice, maar met nog een iets grotere portie lawaai. Dat zich ten volle laat smaken!

Daarna volgt Aux Raus, die zichzelf graag laten omschrijven als 'gabberpunk'. De term zegt het zelf, een genre voor liefhebbers. Zelf ben ik niet zo tuk op de mengeling van hardcore-punk met pure techno. Het gaat er ronduit hárd aan toe, met een zanger die naarmate de set vordert, zo veel mogelijk kleren probeert uit te spelen. Altijd tof als dit initiatief wordt genomen door knappe adonissen, maar we zullen het er allemaal roerend over eens zijn dat dat in dit geval niet van toepassing is. Bovendien staat iedereen al te springen voor het hoofdgerecht...

Sympathiek, die mensen van Atari Teenage Riot! Ze beginnen er al aan, vijf minuten vóór ze eigenlijk van start zouden moeten gaan. Hoezo, goeie artiesten beginnen altijd een kwartier te laat? De toeschouwers worden al wild bij aanvang van nog maar een klein beetje noise. En dan gaat de riot van start, zodra het geschreeuw begint, danst iedereen zo wild dat er een golf van chaos over de zaal neerdaalt. Maar hoe hard iedereen ook springt, als er iemand valt, rapen we deze persoon op. Het zijn niet alleen de nieuwe nummers die inslaan als een bom, maar vooral klassiekers als “Too dead for me” maken ons helemaal gek.
Het kan dan ook niet meer op als we “Ghostcase” en “Revolution Action” nog als toemaatje krijgen. Frontman Alec Empire betreedt de zaal met een megafoon in de hand, ongelovig kijkend naar wat voor een feest hij wel niet veroorzaakt. Meisjes staan als beesten te dansen vooraan, iedereen is gewoon volledig losgeslagen.
Afschuwelijk lawaai, zo zou de gemiddelde grootouders het noemen, maar iedereen is herenigd, zowel de punker uit de jaren negentig, als de nieuwe generatie alternatievelingen. Het zijn alle blauwe plekken méér dan waard.

Organisatie: Vk* (ism ToutPartout)

Spot On Denmark 2010 – The Kissaway Trail – Efterklang – Cody – Chimes&Bells

Geschreven door

Spot On Denmark 2010
Voor de vierde editie van Spot On Denmark waagden de organisatoren voor het eerst de overstap van de kleine, intieme AB Club naar de veel grotere AB Box, maar niet zonder enige vorm van risicobeheersing. Deense groepen als The Kissaway Trail en vooral Efterklang zijn immers al lang niet meer aan hun proefstuk toe in onze contreien. Men kon zich zelfs afvragen of de missie van deze originele showcase, met name ‘het ontdekken van nieuw Deens muzikaal talent’,wel nog overeind bleef dit jaar. Een kniesoor die hierover zijn beklag doet, want ook deze keer gaf de bijna volgelopen zaal met opvallend veel (schoon) Deens volk zich gretig over aan een sfeervol avondje ‘Spotten”. Al bleken de nieuwkomers dit jaar uiteindelijk wel met de bloemen te gaan lopen.

Chimes&Bells
De avond begon onder een somber gesternte met Chimes & Bells, een jong, schuchter collectief uit Kopenhagen rond zangeres/celliste Cecilia Trier die eerder al haar sporen verdiende bij Choir Of Young Believers. Enkele occasionele noise uitspattingen niet te na gesproken was traagheid hét handelsmerk van Chimes&Bells, waardoor je al vroeg in de set het gevoel kreeg naar het Deense antwoord op Beach House te staan luisteren. Niet alleen het sterk aan Victoria Legrand verwante, soulvolle stemgeluid van Cicilia Trier was onmiskenbaar, ook de arty uitstraling van dit multi-instrumentele gezelschap moeten de heren van Bella Union overstag hebben doen gaan om de debuut EP ‘Into Pieces Of Wood’ op hun prestigieuze label (o.a. Fleet Foxes) te strikken. Door het té eentonig deprimerende karakter van de songs (“Golden Sweater”, “Stand Still”) sloeg de verveling wel wat toe naarmate de set vorderde. Als Chimes & Bells er echter in slagen om hun donkere composities af en toe wat meer zonlicht te gunnen lijkt een nieuwe Deense belofte wél in de maak.

Cody
Afgaande op de muzikale superlatieven waarmee Cody de voorbije jaren in hun thuisland overladen wordt (beste concert op Roskilde 2009, Best Danish Album,…) koesterde je de verwachting dat Cody wel eens dé revelatie zou kunnen worden van deze editie. Een verwachting die eigenlijk al vanaf het openingsnummer ingelost werd. Met hun met veel overgave gebrachte mengeling van country, folk en americana had dit zevental dat weggeplukt leek uit een koeienranch in Montana weliswaar de muzikale tijdsgeest aan hun kant. Maar met ronduit schitterende nummers als “Comfort And Rage” en “Your Window” nam dit “alternatif country” gezelschap uit Kopenhagen duidelijk geen genoegen met een figurantenrolletje binnen dit genre. In tegendeel, ze nestelden zich zowaar moeiteloos naast het beste wat pakweg The Low Anthem in aanbod heeft, geen geringe prestatie als je ziet hoe hoog hun plaat ‘Oh My God, Charlie Darwin’ vorig jaar in de eindejaarslijstjes prijkte. De meeste nummers namen een voorzichtige, ingetogen start om gaandeweg aan te zwellen met violen, cello en slide gitaar, zonder afbreuk te doen aan de voortreffelijke zang van frontman Kaspar Kaae wiens licht melancholische timbre soms aan Ryan Adams deed denken. “Another Year” mondde zelfs uit in een zinderende banjo apotheose die op luiden kreten en met voetengestamp in de zaal onthaald werd als betrof het een nummer van het populaire Mumford And Sons. Cody speelde in eigen land al in het voorprogramma van The National, Bonnie Prince Billy en Tindersticks, maar het moment dat dit gezelschap volledig op eigen benen staat is niet meer veraf.

The Kissaway Trail
Met hun titelloze debuutalbum deed The Kissaway Trail drie jaar geleden al aardig wat stof opwaaien in binnen - en buitenland. Toen al vielen muzikale referenties als Arcade Fire en Mercury Rev niet uit de lucht en stonden frontmannen Thomas Fagerlund en Sören Corneliussen zelfs mee aan de wieg van de harmonieuze samenzang die later zou in zwang zou geraken.
Opvolger ‘Sleep Mountain’ deed hen naar een eigen zeggen erg lange tour uiteindelijk ook in Brussel belanden, en dat was er duidelijk aan te horen. Vrij routineus haspelde het viertal hun nummers er door, waarbij vooral het gebrek aan afwisseling steeds meer begon te storen. Aan de intrinsieke kwaliteit van nieuwe nummers als “Beat Your Heartbeat”en “SDP”valt op zich weinig af te dingen, maar live overschaduwde de bombast teveel het psychedelisch vernuft ervan. Als ze wat frisser voor de dag komen heeft The Kissaway Trail zeker heel wat meer in haar mars.

Efterklang

Een pak luchtiger ging het er aan toe bij Efterklang, te luchtig zelfs. Net zoals hun voorgangers leek ook dit sympathiek gezelschap een wat vermoeide en uitgebluste indruk na te laten. Een kleine ramp eigenlijk, want met het begin dit jaar verschenen ‘Magic Chairs’ heeft Efterklang nochtans een pak tijdloze songs (“I Was Playing Drums, “Modern Drift”) in de aanbieding waarmee ze moeiteloos de rest van de klas naar huis zouden kunnen spelen. Nog een geluk dat de groep van de flamboyante frontman Casper Clausen tijdens “Full Moon” aangevuld werd met het strijkers sextet Efterkids uit Sint-Agatha-Berchem, veruit het hoogtepunt in een voor de rest wat slappe set die dus niet het hoogtepunt bracht wat van een headliner nochtans zou mogen verwacht worden.

Waarmee we uiteindelijk toch weer belanden bij de vraag die we ons bij het begin al stelden: moet Spot On Denmark volgend jaar niet opnieuw resoluut de kaart trekken van het jonge, aanstormende talent?

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Crossing Border Festival 2010 – Een vervaarlijke combinatie van literatuur, muziek en drank

Voor de finaledag van de tweede editie van het Belgische luik van het Crossing Border Festival diende de Antwerpse Arenbergschouwburg opnieuw als locatie en omkadering. Maar in tegenstelling tot vorig jaar hing nu geen bordje met opschrift ‘Uitverkocht’ aan de deur. Eén van de redenen is wellicht dat de organisatie dit jaar niet de grote muzikale hypes van het moment heeft kunnen strikken (in 2009 prijkten op de affiche onder meer Mumford & Sons die met hun ‘Little Lion Man’ op de radio brokken maakte en de alternatieve superformatie Monsters of Folk die een exclusief concert kwamen geven).

Maar om het op zijn Cruijffiaans uit te drukken: “Ieder nadeel heb zijn voordeel”. Aldus kon men gemakkelijker van de ene naar de andere zaal gaan zonder te moeten vrezen voor gesloten deuren te komen staan. Ook de rijen wachtende aan de bar of bij de eetkraampjes waren dit jaar opmerkelijk korter. En misschien nog het belangrijkste: zonder de nieuwste muzikale snoepjes van de maand te programmeren, was men er toch in geslaagd het publiek een bijzonder interessant programma voor te schotelen.

Dit jaar hadden de recensenten van Musiczine zich voorgenomen om eens wat meer tijd door te brengen bij de schrijvers, dichters en vertellers, alsook bij de minder gekende bands. Een literaire en muzikale ontdekkingstocht diende zich dus aan met alle risico’s van dien. Want zoals op een festival als Pukkelpop werd men vaak  verplicht te kiezen tussen een drietal optredens of interviews en was de kans niet ondenkbeeldig dat men nu net dé ontdekking van het festival misliep.

De avond begon voor ons in The Hideout, bij John Cooper Clarke (***). Deze punkpoëet uit Salford (Manchester) kwam aan het einde van de jaren ‘70 samen op met de punkbands uit die streek en deed met zijn spoken word performances dikwijls het voorprogramma van onder meer Buzzcocks, The Fall, Joy Division en Siouxsie & the Banshees. De man, 61 ondertussen, heeft nog altijd zijn vogelnestkapsel en brengt vandaag iets tussen poëzie en stand up comedy (“If Jesus was a Jew, how come he had a Spanish Name?”).
Clarke was niet altijd duidelijk te verstaan, vond zichzelf bijzonder grappig maar overtuigde toch door zijn performance en flow die wel iets van de Beat poets had. Afsluiten deed hij natuurlijk met ‘Evidently Chickentown’. Hierbij een fragmentje omdat het zo goed blijft:
“the bloody pies are bloody old
the bloody chips are bloody cold
the bloody beer is bloody flat
the bloody flats have bloody rats
the bloody clocks are bloody wrong
the bloody days are bloody long
it bloody gets you bloody down
evidently chicken town”.

Snel over naar de Zona Rosa, of de grote zaal, en naar Red Eyed Fly waar respectievelijk Villagers en Field Music acte de présence gaven.
Afgelopen zomer stond de Ierse band Villagers (****) ook op Pukkelpop maar daar hebben we ze jammer genoeg gemist. Villagers met als spilfiguur zanger-liedjesschrijver Conor O’Brien brachten dit jaar hun debuut ‘Becoming a Jackall’ uit en sleepten ook een nominatie in de wacht voor de Mercury Prize, en dit in het gezelschap van bands zoals The XX, Foals en Mumford & Sons. O’Brien vertoont een totaal gebrek aan rock ’n roll attitude (in plaats van leren jack of strakke pak staat hij gewoon in zijn doordeweekse pullover te rocken) maar deze man heeft dat ook niet nodig als je songs hebt zoals “Becoming a jackall” en een stem die lichtjes naar Feargal Sharkey neigt. De band van O’Brien was heel sterk en het publiek gaf dan ook een oververdiend luid applaus na de korte set van dit Ierse vijftal.

Field Music (***1/2) uit het Britse Sunderland bestaat onder meer uit de broertjes David en Peter Brewis (deze laatste nog ooit actief bij The Futureheads). Ligt het aan het amalgaam aan stijlen of het feit dat ze een echte radiohit ontberen, feit is dat op de meeste radiozenders deze groep links gelaten wordt (met uitzondering misschien van het bijzonder sporadisch gedraaide “Them That Do Nothing”). Volledig ten onrechte want hun recentste derde plaat (‘Field Music (Measure’) – een dubbelaar trouwens - is opnieuw bijzonder goed en bulkt van de inspiratievolle, gevarieerde songs. We waren dan ook bijzonder opgetogen dat we Field Music live aan het werk konden zien en ontgoochelen deden ze totaal niet.
Opener “Give It Lose It Take It” zette de toon voor de rest van de set: aan tempowisselingen geen gebrek. “Effortlessly” bevond zich in het straatje van The Posies om naar het einde toe stevig uit te halen. “See You Later” begon erg zachtjes met een piano-intro en een sloom gitaarlijntje om geleidelijk aan expressief uit te monden in een strak gebald progrocknummer. Hoogtepunten waren het reeds vermelde “Them That Do Nothing”, met een combinatie van pop en blues, en “Share The Words”.
Er waren nagenoeg geen bindteksten omdat de groep de voorziene speelduur van 45 minuten te kort vond en ze de muziek wilde laten primeren. Verstandige keuze en een mooi concert als resultaat.

Na een bezoekje aan de bar was het tijd voor DBC Pierre (****). Deze Australische schrijver vertelde hoe hij opgroeide in Mexico als rijkeluiszoontje die allerlei kattenkwaad uitstak maar aan lagerwal geraakte toen zijn vader ziek werd en de familie al hun geld verloor door een bankennationalisatie. Peter Finlay (Dirty but Clean Pierre is zijn schrijversnaam) vluchtte toen naar de USA met als enige bezit dollars die zijn meid in de zomen van zijn leren jekker ingenaaid had en verloor zich daar in drugs en gokverslaving. Al deze ervaringen gebruikt Pierre in zijn werk, want zegt hij: “Je schrijft best over wat je het best kent, ook al zijn mijn boeken niet autobiografisch”.
In 2003 werd zijn debuut ‘Vernon God Little’ bekroond met de Booker prize. ‘Vernon God Little’ gaat over een jonge knaap die ten onrechte van een school shooting à la Columbine beschuldigd wordt. Eigenlijk is dit boek een satire op de nefaste invloed van de massamedia en hoe ze buiten de rechtszaal het proces in de dorpstraat voeren.
Pierre’s nieuwste, ‘Lichten uit in wonderland’, heeft als hoofdpersonage een anti-globalist die met een zak cocaïne en het geld van zijn anti-globalistische actiegroep op een hedonistische tocht trekt over Japan en sterrenrestaurants naar Berlijn. Pierre vertelde zondagavond dat dit boek gaat over het failliet van alle ideologieen, het kapitalisme in het bijzonder.

In de grote zaal van de Arenbergschouwburg las op dat moment schrijver, (Gentse) (stads)dichter en theatermaker Peter Verhelst (****) voor uit eigen werk en toonde via rake, prachtig omschrijvende en tot de verbeelding sprekende passages moeiteloos aan dat het programmaboekje van Crossing Border geen woord verkeerd had geschreven door te stellen dat Verhelst vooral wordt geprezen om ‘zinnelijk, poëtisch taalgebruik en bijzonder gevoel voor ritme en klank’.

In diezelfde zaal zagen we aansluitend het Amerikaanse, uit Minnesota afkomstige Low (****) een van dé concerten van de namiddag en avond geven.
Opgericht in 1993 hebben ze zich via acht studioalbums opgewerkt tot een van de voornaamste groepen binnen de zogenaamde ‘slowcore’ scene (trage tempo’s in combinatie met minimalistische arrangementen). In afwachting van nieuw werk volgend jaar werd nu een eigenzinnige terugblik geboden op hun volledige carrière.
Het Mormoonse echtpaar Alan Sparhawk (zang en gitaar) en Mimi Parker (drums, pauken en zang) worden sinds twee jaar bijgestaan door bassist Steve Garrington die het vertrek van Matt Livingston opving.
Hoe traag de songs ook gespeeld werden, nooit sloeg de verveling toe. Integendeel, door de dreigende en opbouwende structuur hielden ze het publiek bij het nekvel vast. Mindere passages hebben we zondag niet gehoord maar onze top 3 was het onverwoestbare “Monkey”, “Canada” en de opener van de set “Lordy” dat door de soberheid op een meer pakkende wijze werd gebracht dan op de EP ‘In The Fishtank’ uit 2001 (een samenwerking overigens met Dirty Three). Ook de nummers waarop Parker meezong en secuur via pauken de nummers extra pakkend en dreigend maakte, zoals bijvoorbeeld tijdens “Silver Rider”, leidden tot kippenvelmomenten.
Wij zijn al jaren fan en dat kan ook gezegd worden van Robert Plant want op zijn meest recente soloplaat ‘Band Of Joy’ covert hij niet minder dan twee nummers van dit trio, namelijk de zonet vermelde “Silver Rider” en “Monkey”.

Nauwelijks bekomen, trokken we naar de reeds aangevangen set van het uit het Engelse Sussex afkomstige Smoke Fairies (****). In dit jonge groepje staan Katherine James en Jessica Davies centraal. Vooral hun prachtige samenzang in combinatie met een naar oude folk (en deels ook blues) verwijzende instrumentatie (door middel van onder meer drums, gitaar, bas en viool) werkt overtuigend en verklaart waarom zij over het kanaal omarmd worden door de muziekpers. Hun d
ebuutplaat ‘Through Low Light And Trees’ mag rekenen op erg positieve recensies en ook in Antwerpen konden nummers als “Erie Lackawanna”, “Summer Fades” en “Hotel Room” op algemene goedkeuring van het publiek rekenen. Etherische schoonheid maar met aardse voedingsbodem.

Ganglians (**), een viertal uit Sacramento, Californië, vallen te situeren tussen Vampire Weekend en Tame Impala, psychedelica met Afrikaanse invloeden en tonnen reverb. De songs konden ons niet volledig overtuigen. Ze kwamen nooit volledig van de grond en nodigen eerder uit tot rustig hoofdknikken. En dat verwacht men niet echt van een psychedelische band.

Kisses (***) betreft een trio uit Los Angeles maar kon perfect doorgaan voor een Scandinavische band à la Peter, Bjorn & John, We’re From Barcelona of The Whitest Boy Alive. Net als die bands koppelen ze perfecte popmelodieën aan vrolijke dancebeats. Vrolijk maar bij momenten ietwat te onschuldig.

De Nederlander Ronald Snijders (****) deed zijn naam als verspreider van het absurdisme alle eer aan en las bijzonder expressief en met een overvloed aan mimiek voor uit zijn eigen performance ‘Verkeerde Benen’. In een mum van tijd had hij het publiek op zijn hand en was de gepaste opwarming voor de Local Natives een feit.

Toen Musiczine enkele weken terug Local Natives (***1/2) aan het werk zag in Lille, werd er in de recensie genoteerd dat de eerste vier nummers te uptempo en te hard werden afgehaspeld en dat er werd gehoopt op een herkansing op Crossing Border. Welnu de set in Antwerpen bleek aan hetzelfde euvel te lijden. De jonge Amerikaanse groep uit LA heeft van samenzang in combinatie met hoekige gitaren en stevige, hyperactieve drumpartijen haar handelsmerk gemaakt – en een vergelijking met Fleet Fowes, Grizzly Bear of Vampire Weekend is nooit veraf – maar tijdens de eerste vier nummers klonk alles te luid en diende hun folkrock die terug te vinden is op hun debuut ‘Gorilla Manor’, aan verfijning in te boeten. Ook hun cover van Talking Heads’ “Warning Sign” gaf geen enkele meerwaarde.
Maar op het moment dat men het idee kreeg dat het een afknapper van jewelste zou worden, viel alles wel in de goede plooi. Er werd onderling vlekkeloos gewisseld van instrumenten en het ging het als een sneltrein richting zinderende finale via nummers als onder meer “Wide Eyes”, “Shape Shifter”, “Airplanes” en afsluiter “Sun Hands”. Aldus mocht het voorlaatste concert van hun uitputtende tournee toch nog als geslaagd beschouwd worden en kan Local Native nu alle aandacht richten op het opnemen van de tweede – moeilijke? – plaat.

Interviewen is een moeilijke stiel. Zelfs als je interessante vragen hebt, is men  afhankelijk van de nukken van de verteller.
Soms gaat dat heel vlot, zoals bij Miguel Syjuco (***), een Filippijnse expat die honderduit vertelde over zijn boek ‘Ilustrado’, over de Filippijnse upperclass, hoe hij valse berichten op Wikipedia plaatste voor zijn boek en hoe vuile moppen in de katholieke Filippijnen dienen als uitlaatklep.
Maar er zijn ook ogenblikken dat men echter een ‘interview from hell’ krijgt. Zo beleefde de interviewster van dienst haar ‘Iwein Segers moment’ bij Michael Madsen (****), de Hollywood-acteur die we onder meer kennen van ‘Reservoir Dogs’ (Mr. Blonde) en ‘Kill Bill 2’.
Met zijn platinablonde vrouw en getooid met een cowboyhoed, was Madsen naar Antwerpen gekomen om voor te lezen uit zijn gedichtenbundel ‘American Badass’. De interviewster probeerde betekenissen te vinden in Madsen’s gedichten die er niet waren en werd dan ook op Hollywoodiaanse wijze op haar plaats gezet: “Honey, don’t start about religion or politics”. Onbedoeld grappig, net zoals de afterparty met een Madsen die samen met Sam Cutler (zie hierna) een (of wellicht meerdere?) fles(sen) Slivovitz soldaat maakte en later op de nacht met vier gebroken ribben in het ziekenhuis belandde.
Veel gemoedelijker ging het er aan toe tijdens de babbel met Sam Cutler (***1/2) zelf. In een vorig leven heeft deze 67-jarige Engelsman nog samengewerkt met onder meer Pink Floyd, Alexis Korner, Eric Clapton en Blind Faith, maar het meest zal hij herinnerd worden als tourmanager van The Rolling Stones en de Grateful Dead. Hij heeft zijn memoires te boek gesteld onder de titel ‘You Can’t Always Get What You Want’. Daarin geeft hij onder meer een authentieke blik op de woelige jaren ’60 en wat er gebeurde tijdens het gratis concert dat de Stones gaven in het Amerikaanse Altamont; een concert dat een zwarte bladzijde zou worden in bestaan van de groep omdat een  fan neergestoken werd vlak voor het podium en daarbij het leven liet. Cutler liet de groep naar Engeland ‘vluchten’ en bleef zelf in de Verenigde Staten om de zaken af te handelen. Een aangepaste en beloofde vergoeding als dank kwam er nooit en Cutler bleef berooid achter. In tegenstelling tot de Stones zelf … 
Cutler bewees in Antwerpen nog steeds een onuitputtelijk vat vol anekdotes te zijn en moest er meermaals op gewezen worden dat zijn voorziene praattijd er op zat en de groep na hem stond te popelen om te soundchecken. Maar zijn verhalen over enkele beroemde drugsdoden als zijnde
Jimi Hendrix, Janis Joplin en Brian Jones, alsook de tips hoe men een junkie kan proberen te redden bij een overdosis, wekten zoveel aandacht op dat de niet mis te verstane wenken meermaals in de wind werden geslagen; Het spektakel diende uiteindelijk kordaat maar vriendelijk stilgelegd te worden.

“It’s Only Rock ’N  Roll (But We Liked It)”. Net als Spoon (***), die in de grote zaal met glans het einde van hun toernee afsloten. Deze Texaanse indieband heeft een heel kenmerkende metalige sound en klinkt ietwat tegendraads waarbij de zang van Britt Daniel voor het tegengif zorgt. Dat deze formatie niet op grote schaal doorbreekt, kunnen we deels begrijpen want het doorgronden van de weerbarstige songs kost heel wat moeite. Niettemin vormde hun concert een mooie afsluiter in La Zona Rosa.

Om het ogenblik dat Spoon in vol ornaat aan het concerteren was, stond Ed Harcourt (****) er in een kleine ruimte (The Hideout) helemaal alleen voor. Nu ja, dat laatste is relatief te noemen. Harcourt opende solo en pianogewijs met “Lustre”, het gelijknamige nummer van zijn zopas verschenen nieuwe (vijfde) album, en met “Black Dress” (uit ‘Strangers’, 2004). Maar nadien maakte hij gebruik van diverse instrumenten zoals een akoestische (“Church Of No Religion”) en een elektrische gitaar (“
Do As I Say Not As I Do”), een banjo en trombone (“I’ve Become Misguided”) of compileerde hij ter plaatse diverse geluiden via een loop machine zodat het leek alsof er een volledige begeleidingsgroep Harcourt kwam vervoegen. We zagen in het verleden creatievellingen als Joseph Arthur en Owen Pallet zich bedienen van deze trukendoos maar ook Harcourt bracht deze oefening tot een prachtig einde. Zo liet hij ook de toeschouwers bijdragen via wolvengehuil in “Heart Of A Wolf”.
Schitterende melodieën overheersten en qua genres en sfeer was er een grote variatie, zoals bijvoorbeeld “Haywired” en “Fears Of A Father” die mooi waren in alle eenvoud versus het losgeslagen, aan Eels verwante “Undertaker Strut” (‘From Every Sphere’, 2003).
Harcourt zocht regelmatig het onmiddellijke contact op met de aanwezigen. Tijdens “Killed By The Morning Sun” ging hij zonder gebruik te maken van enige microfoon vóór het podium postvatten en helemaal op het einde van zijn set slalomde hij rustig en zingend via een oude microfoon, tussen het overwegend zittend publiek.
Harcourt werd met zijn debuutplaat ‘Here Be Monsters’ (2001) genomineerd voor de Mercury Prize en de weg richting sterrendom leek helemaal open te liggen maar toch blijkt hij in onze contreien nog een nobele onbekende te zijn. Of een knap werkstuk als ‘Lustre’ daar veel verandering zal in brengen, betwijfelen we.
In ieder geval bezorgde hij - ondanks dat het kleine podium gerelateerd aan het aantal instrumenten (te) weinig bewegingsruimte verschafte, de aan- en afkondigingen enkele opvallende blunders of tekortkomingen bevatten en Harcourt ook nog eens diende op te boksen tegen verblindende lichten (en wanneer hij vroeg om deze wat te dempen, vervolgens in gehele duisternis werd gehuld) - de tweede editie van Crossing Border een fantastische en bijwijlen beklijvende finale.
We houden nu al rekening met enige marge in onze agenda voor de volgende editie van deze aanbevelingswaardige formule.
Setlist Ed Harcourt: Lustre, Black Dress, Church Of No Religion , Do As I Say Not As I Do, Haywired, God Protect Your Soul, I’ve Become Misguided, Killed By The Morning Sun, Lachrymosity, Heart Of A Wolf, Undertaker Strut, Shadowboxing, Fears Of A Father, This One's For You, Until Tomorrow Then

Organisatie: Crossing Border ism Arenbergschouwburg, Antwerpen

Kraakpand 2010 – Kraakpand 5.2. – Vijf bands – Vijf uiteenlopende genres met Broken Glass Heroes als afsluiter

Geschreven door

Kraakpand 2010 – Kraakpand 5.2. – Vijf bands – Vijf uiteenlopende genres met Broken Glass Heroes als afsluiter

Voor Kraakpand 5.2. trokken we opnieuw naar de Handelsbeurs tin Gent, waar Dirk Blanchart terug de host van de avond was. De ervaren rot in het vak nam ook deze keer ruim de tijd om tussen de optredens door luchtige mini interviews van de artiesten af te nemen. Ook deze keer was de affiche rijkgevuld met een diversiteit aan bands van erg uiteenlopende pluimage, zo gaven volgende bands kleur aan de avond: Tineke Postma (NL), Ernst Löw (NL) & de Bloedvogels, T. Nile (CAN), Lisbee Stainton en Broken Glass Heroes. Op de tonen van “A Man With Harmonica” ( Ennio Morricone) betraden de artiesten de zaal, helemaal klaar om het beste van zichzelf te geven.

De spits werd afgebeten door Tineke Postma, de Nederlandse deerne is een begrip in de internationale jazz wereld. Ze studeerde aan het conservatorium in Amsterdam waar ze een beurs kreeg om aan de Manhattan School For Music in New York te gaan studeren. Nadat ze afstudeerde aan het conservatorium in Amsterdam is ze daar les gaan geven. Tineke bracht een speelse set met moderne jazz naar het voorbeeld van haar idolen zoals: Wayne Shorter en Miles Davis. Wij stonden vooral versteld van de verscheidenheid aan klanken en melodieën die ze uit haar saxofoon toverde, het feit dat ze geruggensteund werd door Geri Allen op piano, Scott Colley op de bas en Terri Lyne Carrington op de drums maakten het geheel helemaal compleet. Tineke Postma is met haar jazz niet meteen mijn ding maar het was zeker eens de moeite waard om naar te gaan kijken.

Met Ernst Löw hadden ze een Nederlander in huis gehaald die we nog kennen van bij Tweetakt (“Koning en de nar”); de trouwe ‘Thuis’ kijkers kunnen hem dan weer kennen van zijn rol als Arno waar hij een piano leerlaar speelde. Ernst Löw en zijn Bloedvogels brachten Nederlandstalige popsongs waarbij nummers als “Jezus” en “Kristal” aangenaam verrasten … met “Jezus”vertelden ze een absurd verhaal over een jonge kerel die koste wat het kost Jezus wil zijn; vooral de zuivere en heldere stem van zangeres Nikkie van Lierop (voormalige frontzangeres van Praga Khan) blonk hier meer dan uit. Het beste hadden ze duidelijk bewaard voor op het einde want met een eigen interpretatie van “Down By The Water” (PJ Harvey) die ze omdoopten tot “Onder Het Water”, kregen we een mooie afsluiter.

De eerste singer/songwritster van de avond kregen we in de gedaante van Tamara Nile aka T. Nile; de banjospeelster groeide op midden in de wildernis van Canada tussen een hippiefamilie. Van kleins af aan trok ze samen met haar vader door heel Canada en de Verenigde Staten. Na het uitbrengen van haar debuut album ‘At My Table’ in 2006 ging het erg snel voor haar, dit album opende vele deuren van verschillende clubs en festivals door heel Canada. Het vele spelen doorheen het hele land resulteerde in een Folk Music Award als beste aankomende artieste als beloning. Europa leerde ze in 2009 kennen met haar eerste Europese tournee waar ze vergezeld werd door Joanna Chapman Smith.
Hier vanavond in de Handelsbeurs toonde ze hoe je folk met pop moet vermengen met een misschien niet alledaagse banjo als instrument. Nummer “Something Better”een vrolijk liefdeslied kon op heel wat bijval rekenen van een enthousiast publiek…

Met Lisbee Stainton stond er een 21jarige Britse singer/songwritster op de planken die in haar thuisland al heel wat van haar liet horen. Na haar debuut album ‘Firefly’ dat in 2006 verscheen werd ze ontdekt door Tom Robinson (
programmamaker voor de BBC).
Ze speelde een akoestische set boordevol gevoelige en kwetsbare songs, op een 8 string guitar. Met “Just Like Me” kregen we een nummer met een dromerige tekst over hoe en wie ze later wil zijn; dit nummer werd gedragen door een vloeiend gitaarspel en vrolijke melodieën. Andere pareltjes waren “Rainbow”, een heel swingend nummer en “Gril On An Unmade Bed” een sober en ingetogen nummer dat tevens de titeltrack is van haar laatst verschenen album. Met Lisbee Stainton zagen wij een jonge dame aan het werk die over heel wat kwaliteiten beschikt om het nog ver te schoppen.

Muzikale duizendpoten Pascal Deweze en Tim Vanhamel hoeven we allicht niet meer voor te stellen, deze heren hebben door de jaren heen al in heel wat bands en projecten gespeeld met Sukilove en Millionaire als meest bekendste. Toen ze door een productiehuis gevraagd werden om de soundtrack van het inmiddels populaire tv programma ‘Benidorm Bastards’ te maken, beviel dit hen zo erg dat ze maar besloten om een volledig album te maken en een nieuw project op te starten die de Broken Glass Heroes als naam meekreeg.
Hun debuutalbum kwam eind augustus uit, ‘Grandchildren Of The Revolution’. Met die Broken Glass Heroes keren ze terug naar de jaren zestig, een soort sixtiespop. Als inspiratie voor hun plaat moeten ze tussen het neuzen door in hun cd-collectie op The Beach Boys gestoten zijn want de gelijkenis en invloeden zijn overduidelijk. Vanaf opener “Poor Little Rich Girl” at het publiek uit hun hand, dit gevoel versterkten ze met “Baby Don’t Worry”een nummer waarbij er lustig meegezongen werd. Afsluiten deden ze met “Let’s Not Fall Apart” het nummer dat beter bekend is als de soundtrack van Benidorm Bastards.
Voor ons was het de 3de keer Broken Glass Heroes in evenveel maanden en voor de 3de keer op een rij slaagden ze er in om met hun vrolijke zomerse sixtiespop ons met een brede glimlach naar huis te laten keren …

Organisatie: Handelsbeurs Gent

Pagina 120 van 147