logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
avatar_ab_20
Festivalreviews

Les Nuits Botanique 2010 - The Drums – Beloftevolle band

Geschreven door

Er viel nog heel wat te beleven op de afsluitende Nuits Bota … de geprogrammeerde bands zaten nog niet op hun tandvlees …In de Chapiteau kon je terecht voor de funkende souldance, afrojazz en pop van Jamie Lidell, het Canadese Holy Fuck speelde energieke, opzwepende vibes en ritmes van luchtige elektronica, percussie, noise en rock in de Orangerie of je genieten van de sing/songwriterpop van Richard Hawley in het KC. En tot slot in de Rotonde stond één van de gehypte bands van het moment, The Drums … Hun single “Let’s go surfing” heeft een groot meezing- en fluitgehalte en zorgt er net als “Young Folks” van Peter, Bjorn en John voor dat de koude dagen van april en midden mei een zomerse temperatuur krijgen.

Het NY-se kwartet heeft al een tijdje hun EP ‘Summertime’ uit en binnenkort kloppen ze aan met hun debuut. In een volgepropte Rotonde konden we alvast op ontdekking gaan. Achterna konden we zeggen dat het kwartet, dat zich in Engeland schuilhoudt, meer in petto heeft dan een minnestrelend leuk nummer. The Drums rond gitarist Jacob Graham en zanger Jonathan Pierce goochelen met waveritmes van Joy Division, The Cure, de gitaarwaverock van Ian McCulloch (Echo & The Bunnymen) en The Smiths, halen invloeden aan van Fad Gadget, The Chameleons en roepen beelden op van de cold/glamour wave van Spandau Ballet en Theatre of Hate (zie hun haarsnit). En alsof dit nog niet genoeg was, hoorden we in songs de galmende, diepe bas van Peter Hook, de electro van New Order, de hoekige, springerige ritmes van The Rakes en Bloc Party in hun begindagen en zijn ze niet vies van de zomers surf van de Beach Boys en van de girlgroupies Shangri-Las en The Ronettes. En inderdaad, Interpol, White Lies en Editors mogen toch opkijken naar het opkomende talent.
Een mengelmoes en recyclage dus, die door deze jonge gasten een catchy melodie, een dosis lichtvoetigheid en een frisse, luchtige noot krijgen. Ze laten ook bitterzoete melancholie sluimeren in enkele songs. Wat maakt dat ze voldoende variaties aanbrengen en veel in hun mars hebben. De aanstekelijke deuntjes werden hoedanook sterk door het publiek onthaald.
De theatrale, spastische bewegingen, de hoekige danspassen en de grappige aankondigingen van Pierce deden denken aan onze Bijna Slimste Mens, Das Pop zanger Bent Van Looy (… had uiterlijk wel iets mee van hem!).
In de eerste songs straalde de zon nog niet echt, “It will all end in tears” en “My best friend (died)” waren qua tekst nu niet meteen de vrolijkste om mee te starten, maar hadden muzikaal voldoende dynamiek en vitaliteit. De daaropvolgende songs “I felt stupid”, “Submarine”, “Moon”, “Make you mine” en “Book of stories” waren grotendeels van dezelfde leest, hadden speelse, verrassende wendingen, gingen van een slepend naar een meer huppelend ritme of explodeerden ergens middenin. “Jerk” had dan iets mee van Vampire Weekend door de verleidelijke, opzwepende drumritmes. En “Skipping town” kleurde door het galmende gitaargetokkel. De single “Let’s go surfing” met z’n  overbekende, aanstekelijke deuntjes, beëindigde na een goede 45 min de set. Het nummer klonk alvast krachtiger en directer dan op de radio.
Na bijna elk nummer werd het publiek hartelijk bedankt voor de respons, boog Pierce voorover en maakte een boogie danspas. En de momenten dat Graham even niet op z’n gitaar speelde, sprong hij wat in rond met z’n tamboerijn. Leuk allemaal.

Twee nummers besloten, het meeslepende, opbouwende “Down by the water” ( the love for all the boys & the girls) en het strakke, intens broeierige “Forever (and ever)”, de komende single, die doet denken aan de Psychedelic Furs.
We zagen een knappe, melodieuze set van het kwartet, die een grootse toekomst kunnen tegemoet gaan; ze stonden er overduidelijk als liveband en kunnen net als White Lies vorig jaar de hoopvolle band zijn van 2010!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010 – Wolf Parade, Surfer Blood en Warpaint

Geschreven door

In de Orangerie was het vanavond ‘the place to be’ om enkele ‘upcoming’ bands aan het werk te zien, die met de gevestigde waarde, het Canadese Wolf Parade van het duo Spencer Krug en Dan Boeckner heel erg schoon en overtuigend besloot. Beide heren zijn actief in bands als Frog Eyes, Sunset Rubdown en Handsome Furs en worden genoemd met bands als Broken Social Scene, Postal Service, Fiery Furnaces, Built To Spill en Arcade Fire.
Van het kwartet mogen we volgende maand nieuw werk verwachten, ‘Expo 86’, die ‘Apologies to the Queens Mary’ (‘05) en ‘At Mount Zoomer’ (’08) opvolgen. Duidelijk was dat ze een erg goed op elkaar ingespeelde band zijn en over tonnen enthousiasme, dynamiek, speels-  en frisheid beschikten … een hechte band met klasse, die er vanavond stevig tegen aan ging, broeierig klonk door de gitaren en opzwepende drums en onderhuids geïnjecteerd werd door forse psychedelicatoetsen. De afwisselende vocals en de vloeiende samenzang in de refreinen gaven elan aan de sound. Bezwerend boeiend materiaal, dat heerlijke tempowisselingen onderging en krachtig, energiek en geëmotioneerd kon zijn; ze lieten ruimte voor de instrumentatie en hielden de subtiliteit onder controle. Met zwaar aangezette synths opende “Soldier’s gun” de ruim anderhalf uur durende set. Ze zorgden voor prachtmomenten met o.a. “Fast ballad, “It’s a curse” en “Sun & daughters of hungry Gods”; hun favoriete song in het rijtje was trouwens “Ghost pressure”. We verstaan er ons niet aan dat de band nog steeds niet de verdiende airplay krijgt op hun snedig materiaal.
“This heart’s on fire”en “What did my lover say” verraadt het puike songwriterschap van het duo en met een finale reeks als “Kissing the beehive” en “I’ll believe it anything” besloten ze en verve hun staaltje ‘direct alternative indierock’.
De band gaf aan dat ze vanavond wel hun beste concert speelden … En zagen we ergens in de zaal de heren van Team William niet …?!

Wolf Parade werd vooraf gegaan door de dames Emily, Theresa en Jenny van Warpaint, aangevuld met Stella Mozgawa op drums. De indie van de dames wordt nogal omgeven door post-punk, wave en galm; zweverige en dromerige songs, die een donkere, broeierige intensiteit hadden, waarover hemelse vocals en een harmonieuze samenzang heen waaide. Een betoverend sfeervolle sound die The Cranes (Alison Shaw), The Mazzy Star (Hope Sandoval) en Slowdive omarmde. Een beloftevolle band die eerder al de EP ‘Exquisite corpse’ uitbracht en waarvan de komende zomer het debuut verwacht wordt. Checken dus!

Even opmerkzaam was de lekker in het gehoor liggende catchy powerpop van de vijfkoppige indierockband Surfer Blood uit West Palm, Florida. Deze jonge gasten bundelden hun muzikale invloeden samen in het aanstekelijke debuut ‘Astro Coast’. Inderdaad, verslavende poppy songs met een scherpe randje, opgezweept door toetsen en een dubbele percussie. Weezer, Pixies, Pavement, Vampire Weekend borrelden op in songs als “Fast jarboni”, “Take it easy”, “Catholic pagans” en “Anchorage”; de single “Swim” sierde door de gitaarexplosies tussenin en reeg “Gigantic” (The Pixies) en “Sweet Jane” (Lou Reed) aaneen. Tja, een bandje die van alles proefde en het in een kort gebald, strak setje overtuigend bracht!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010 - CocoRosie en Efterklang

Geschreven door

Het kunstminnende cabaretier CocoRosie van de zusjes Casady zijn vaste klanten tijdens het Les Nuits concept. Ze dompelen ons onder in hun unieke, wondere sprookjes droomwereld. Ze gooiden er vanavond bijna de volledige nieuwe cd ‘Grey Oceans’ tegenaan die mee werd geproduceerd door Dave Sitek van Tv on the radio. De eigenaardigheden zijn duidelijk gefilterd en van de haaks vocale tegenstellingen en van de geniale gekte van het vroeger materiaal van allerhande geluidjes is er dus duidelijk minder sprake.
Sierra’s operastem weet steeds dieper in te dringen en Bianca’s rauw raspende stem is geëvolueerd naar een fraaie soms emotievolle hoge zang. Het weirde klankenpalet van knusse, iets–niet-van-deze-wereld freefolk/elektronicableeps laat meer sfeervolle hiphopbeats en Oosterse en Indiase invloeden toe, klinkt in z’n totaliteit minder bevreemdend en is toegankelijker geworden. De schoonheid zit subtieler in elkaar en de songs laten zelfs een meer rustige indruk na.

We konden vorig jaar al ‘een tip van de sluier horen’ toen de zusjes met beatboxer Tez en Gael Rakotondrabe, vaste pianist sinds de vorige tour, aangevuld met een drummer op Folkdranouter te zien waren met een soort ‘Unplugged’ tour. De fraaie zangpartijen en het pianospel namen een prominente rol in!
De fans van het eerste uur zullen wel niet afhaken na vanavond, want de CocoRosie herkenbaarheidfactor blijft torenhoog maar door de verfijnde, melodieuze, gemoedelijke, sfeervolle aanpak kunnen ze nog een breder publiek aanspreken. De ietwat krachtig aandoende nummers als het intrigerende melodieuze “Fairy paradise”, het obscure puike “Fatherhood” door de huppelende ritmes en de prachtige “Moon asked the crow”, “Hopscotch”, kunnen door de explosiever wordende beatbox en keelzang duidelijk hun mannetje staan naast “(black) Rainbowwarriors”, het enig opzwepend oudje in het eerste deel van set.
In de overwegend sfeervolle set hadden we het ingetogen “Grey oceans” bepaald door de pianotunes en een broeierig opbouwende “Lemonade”, die zich moeiteloos nestelden in de prachtige (oudjes) “Black poppies”, “Animals”, “Promise” en “K Hole”.
We hoorden rijkelijke Oosterse sounds in “Undertaker” en “Smokey taboo”, die refereerden aan het werk Loop Guru, Transglobal Underground en die zelfs een vleugje Ofra Haza koesterden. De speelgoedgeluidjes waren zo een beetje de rode draad binnen de sound, en niet voor niks zagen we ‘toys’ en een kermiscarrousel op het grote doek achter hen.
Het samenhorigheid – kampvuur - gevoel brandde iets minder fel, maar treffend en pakkend klinken ze nog steeds. Tez kreeg traditiegetrouw de ruimte om z’n beatbox te showen.
In de bis bleven de meesterlijke “Beautifuil boyz”, “Werewolf”, “By your side” en “Japan” in de koelkast, maar ze maakten een sterke beurt met een geschifte versie van “Bear hides & buffalo” en “Tranny power”, een song die op geen cd terug te vinden is, maar de instant klassieker “Japan” benadert met z’n pompende karakter en afrogrooves. Regendansjes en een ‘Wizard Of Oz’ gehalte waren hier op z’n plaats.

Kijk, CocoRosie is één van m’n favorieten én van de Bota en blijft iets bijzonders & magisch … wordt vervolgd …

Met de support van het Deense Efterklang had de organisatie eigenlijk wel een ‘double bill’. Efterklang grossiert momenteel tussen de Scandinavia van Sigur Ros, Björk, Mum en de Britpop van Elbow en Grizzly Bear adepts op het recente ‘Magic chairs’; dromerige popkracht met verrassende wendingen staan nu voorop. De episch indringende parelpop is wat op het achterplan geraakt. Naast enkele belangvolle oudjes als “Step aside” hoorden we o.a.. “Full moon”, “I was playing drums”, “Modern drift” en “Alike” van de nieuwe cd. Ze hebben definitief de bombast en de typisch artistieke schoonheid van zich afgeschud!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010 – Joanna Newsom en Roy Harper

Geschreven door

De 28 jarige Californische Joanna Newsom overdonderde drie jaar terug met de modern klassieke neofolky plaat ‘Ys’. Dankzij de freefolky stijl van Cocorosie, Devandra Banhart en de aparte stijl van Antony Hegaert en Sufjan Stevens kreeg ze de verdiende spotlights op haar gericht. Want ze brengt een heerlijk betoverend geluid op haar harp, gedragen door een hemelse zang, die het nauwst leunt aan Kate Bush. We hoorden na het debuut ‘The milk-eyed mender’(2004) lang uitgesponnen, zwaar aangezette partijen van subtiel uitgewerkte songs door strijkerarrangementen, ‘Ys’, gekenmerkt door lappen tekst. Na de EP ‘And The Ys Street Band’ verscheen onlangs de 3 dubbelaar ‘Have one on me’, telkens zes songs en twee uur luisterplezier, die linkt naar de sobere aanpak van haar debuut, soms aangevuld met enkele orkestrale versieringen.

Vanavond kregen haar songs een minimale omlijsting van violen, trombone, gitaar en drums. Zoals op de laatste plaat speelde ze afwisselend een handvol songs op haar reuzengrote harp en vleugelpiano.
De bevallige, jonge, lieflijke dame speelde met haar begeleiding nagenoeg een perfect technische set, was enthousiast, ging in dialoog met haar publiek en straalde op het podium.
Ergens middenin de set moest de harp worden bijgesteld, wat geen evidentie was. Tegen de tijd dat haar harp in orde was, voerde ze een vragenronde in. Drummer Neil Morgan ontpopte zich hier als moderator en kreeg dan ook de meeste vragen afgevuurd. En ondanks dat Joanna zich concentreerde op haar harp, gaf ze samen met hem enkele leuke antwoorden.
We konden bijna twee uur genieten van een uiterst sfeervolle set. Ze putte rijkelijk uit haar recentst plaat ‘Have one on me’, aangevuld met een paar songs van haar debuut en slechts één nummer van het orkestrale ‘Ys’.
Ze pakte meteen uit één van de meest gevoelige songs van de plaat, het broze, intens pakkende “81”. Haar ‘Garden of Eden’ refereerde aan het klassieke ‘The Spirit of Eden’ van Mark Hollis’ Talk Talk. De titelsong zette ze eerst solo in en werd dan op zalvende wijze spaarzaam ondersteund door haar band. Een imaginair dromerige song, die lang uitrekte, veel aan de verbeelding overliet en verrassende wendingen onderging. Ook het mooie, op piano gespeelde, “Easy” zat al vroeg in de set …downtempo zonder aan intensiteit in te boeten.
Ze liet ons meedrijven in de finesse en subtiliteit van haar elfenpop. Haar prachtige stem, haar kunde, de aanvulling van de band en de lieflijke uitstraling en spontaniteit deden sprookjesachtige taferelen opborrelen. Zomaar hadden we de ‘Ark van Noah voor ons door de klassieke instrumentatie van het lange “Monkey & beat” en de ingetogen, intieme “Soft as chalk” en “Autumn” en droomden lekker weg op het oudere “The book of right-on”.
De mooi op elkaar ingespeelde band kon zelfs iets krachtiger gaan op dat ander oudje “Inflammators writ”. Ze hield ons volledig in haar greep met het filmische “Good intentions paving co”, bepaald door haar begeesterende pianospel en de trombone van Andrew Strain. En het vleugje experiment misstond niet op de slotsong “Peach, Plum Pear”.
De dramatiek van haar materiaal was onderhouden en met een dosis gezond verstand kon ze het ook relativeren, wat ik ten zeerste bewonderde, want na de set wou ze er ook eens op uit om een goed Belgisch Biertje te drinken! Het onderscheidde haar alvast van Soap & Skin, die totaal in haar huiveringwekkende songs gevangen zat.
Ze was haar optreden in de AB van een paar jaar terug nog niet vergeten; ze kreeg toen een mooi gedichtje van een vrouwelijke fan; klaarblijkelijk was deze er niet meer bij, want reactie bleef uit … haar lieve fan zal er een andere muzikale stijl op nahouden, grapte ze. “Baby Birch” in de bis, naast “81” ook één pareltjes op de plaat , intrigeerde door de intens broeierige opbouw, de prachtige klankkleur op de harp, de bredere maar sober gehouden omlijsting en enkel gitaarerupties!

Elegante Pracht en Schoonheid zijn woorden op hun plaats voor de talentrijke, charismatische, joviale jonge dame Joanna Newsom … Pop door haar hemels breekbare stem en het centraal plaatsen van harp en piano. De factor emotionaliteit verhoogde ze met een band die de arrangementen treffend, perfect en puur oprecht samenbracht.

De bejaarde Britse sing/songwriter Roy Harper trok mee op haar tour. Ze was dan ook vol lof over deze ‘happy old man’, die invloedrijk was op artiesten als Richard Thompson en Luka Bloom en menig jong solo/ artiest kan inspireren van gevoelige folk/blues/rock. Zelf kenden we mans oeuvre niet, maar hij boeide met z’n beeldrijke verhalen, liefdessongs en impressies door het beheerste gitaargetokkel, gedragen door z’n diep grauwe, maar indringende stem.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010: Black Rebel Motorcycle Club, Wintersleep, Zaza, Driving Dead Girls

Geschreven door

De leadgitarist van het Brusselse Driving Dead Girls had zich voor de gelegenheid door zijn coiffeur een heuse vetkuif laten zetten, maar het was vooral de zanger/gitarist die hardnekkig probeerde Jon Spencer te zijn. Helaas is er een hemelsbreed verschil tussen proberen en slagen en de man viel dan ook volledig door de mand. Zijn geforceerde rock’n’roll pose ergerde ons mateloos en het geluid mocht dan wel strak en stevig zijn, echt overtuigend was het nooit wegens te veel clichés en te weinig songs. Er zit nog meer rock’n’roll in de broodrooster van ons grootmoeder. Termen als nep en fake waren hier volledig op hun plaats.

Over naar Wintersleep dan maar, een Canadese indie groep. Weer zat het probleem bij de zanger. Die had wel een paar aardige songs, die in het beste geval iets naar Grandaddy neigden, maar met zijn stem was het al veel erger gesteld. De man stond te zingen alsof er voortdurend iemand met een dildo in zijn aars zat te koteren en die irritante stem overheerste jammer genoeg de vaak wel interessante songs. Wil er dus dringend iemand dat ding uit zijn reet komen halen. 

Ook van Zaza hadden wij nog nooit gehoord, en wij zouden dat graag ook zo houden. Hun setje kunnen we nog best omschrijven als mislukte Raveonettes, en verder willen wij hier geen woorden aan vuilmaken.

Taai dat we zijn, hebben we toch de beproeving van de drie voorprogramma’s weten te doorstaan en werden we hiervoor rijkelijk beloond met een wervelende twee uur durende show van The Black Rebel Motorcycle Club. Uiterst nieuwsgierig waren we na de geweldige nieuwe plaat ‘Beat the devil’s tattoo’, en de band overtrof onze stoutste verwachtingen. Uit dat album werd trouwens rijkelijk geput, met maar liefst 9 songs, en met al direct twee overtuigende kleppers op kop, de stroomstoten “War machine” en “Mama taught me better”. De sound zat meteen goed, BRMC klonk van bij de aanvang fel, gretig en verbeten. Lekker gemeen, maar ook loepzuiver.
Met nu al vijf albums op zak kunnen BRMC terugvallen op een breed repertoire met pure rock’n’roll, shoegaze en donkere blues. Werkelijk al het beste uit die platen zat in de setlist vanavond. Een sterke troef is dat zij met Robert Levon (bas/zang) en Peter Hayes (gitaar/zang en af en toe eens een scherpe smoelschuiver) eigenlijk twee frontmannen in huis hebben, die ook al eens van instrument durven te verwisselen, en dat maakt dat op geen enkel moment het spook der verveling kan komen opduiken, de heren houden het lekker spannend.
Dat de blues soms onderhuids schuilt in hun massieve sound, mochten we ervaren in “Beat the devil’s tattoo” en in een geweldig “Ain’t no easy way”. Ook de nieuwkomers “Aya” en “River styx” werkten bezwerend, donker en bluesy. Een tandje hoger schakelden ze met rauwe en smerige rock’n’roll in het ophitsende trio “Berlin”, “Weapon of choice” en prijsbeest “Whatever happened to my rock’n’roll”.
De vuilste, heetste en meest vlammende song uit de nieuwe plaat is “Conscience killer” en was ook vanavond moordend en wild, de song werd meteen in dezelfde furie gevolgd door het stomende “Six Barrel shotgun”, ook een hete lap dynamiet.
In een versnelling minder was BRMC vooral overtuigend met de slepende gitaarnoise van “Love burns”, “Red eyes and tears”, “Bad blood”, “Half state” en “Spread your love”. De stekker mocht er zelfs een keertje volledig uit toen Robert Levon een mooi akoestisch “Mercy” bracht.
BRMC wist de spanningsboog maar liefst twee uur aan te houden en overdonderde ons van de eerste tot de laatste minuut. Onze vriend de Oasis-fan floepte er zelfs in al zijn enthousiasme een gemeend ‘Fuck Oasis’ uit. En of hij gelijk heeft.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organistie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010 – The Black Lips & The King Khan & BBQ Show present The Almighty Defenders

Geschreven door

Een hilarisch leuk avondje potige, zompige, vettige en spacey punkrock’n’roll ondergingen we met de formule die de Bota organisatie voorschotelde met The Black Lips & The King Khan & BBQ Show present The Almighty Defenders.

Een goed gevuld Orangerie ging al meteen plat voor het duo The King Khan & BBQ Show uit Canada. Het duo kwam eind vorig jaar in de spotlights met ‘Invisible girl’, hun vierde cd al trouwens! De verkleedpartij van de heren , het ‘back to basics’ instrumentarium van twee gitaren, een footstepdrums en de harmonieuze en de afwisselende, doorleefde stemmenpracht gaven een opzwepende, dynamische, frisse stijl van ‘60’s Beach Boys, surf rock’n’roll, Elvis’ rockabilly, doowop en punkrock. De ‘two member’ band klonk luchtig, recht door zee, smerig, vunzig, rauw, ruw maar o zo lieflijk, met de gepaste dosis relativering en zelfspot … Zoals we het ruim 20 jaar geleden kenden van Dead Moon. Ook de heren van The Black Box Revelation waren aanwezig onder het publiek en genoten van de performance, wat misschien inspirerend kan werken voor de komende eigen gigs …
Met twee eenvoudige, onnozele versterkers gaven ze een eigen draai aan hun stijl, en hadden ze genoeg om zich rot te amuseren.

Een bekertje bier of een leren jekker vloog al eens door de lucht; de ambiance factor steeg nog op de flower punkrock’n’roll van de uit Atlanta, Georgia afkomstige The Black Lips. Een springerige sound aangevuld met garagerock, ‘60’s Beatlespop, indie en enkele powerfulle en gematigde probeersels, zoals op hun laatste cd; de ongecompliceerde, ongedwongen en aan de jaren ’60 refererende garagesound, de aanstekelijke refreintjes en de (valse) samenzang van het kwartet klonk verwarrend en chaotisch. Ondanks de variatie, rammelde het langs alle kanten en de vocals en het geschreeuw zweefden ergens in het rond. Het enthousiasme van het kwartet en de op in sneltempo volgende songs konden de pret niet bederven, met de gekende single “Bad kids” als hoogtepunt van de set.

En tot slot kwamen leden van de beide bands samen met hun Almighty Defenders . Een uit de hand gelopen, doldwaze postmodern gospel rockshow die ergens baadde in de gewaden van de Polyphonic Spree. Fun, pleasure, music, dope & beer. Een leuk project, maar niks verrassend. Dat ze samen op tour zijn, bracht al de nodige vonken in de Orangerie.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010 – Deerhunter, The Dodos en RAzoHARAANd THE odd oRCHESTRA

Geschreven door

Toegegeven, wijzelf hadden van RAzoHARAANd THE odd oRCHESTRA tot voor hun programmatie op Les Nuits Botanique ook nog nooit gehoord. Met zo een groepsnaam mag je in principe van alles verwachten, behalve dat het Duitse hippies met een verwijfd trekje zouden zijn misschien.  En warempel, uitgerekend het minst verwachte deed zich die avond toch wel niet voor zeker?
Zowel visueel (blote voeten, sjaaltjes) als muzikaal (sfeervolle, langgerekte loungy composities) en tussen het gitaargeweld van TheDodos en Deerhunter in hadden ze hun naam van vreemde eend in de bijt zeker niet gestolen. ROATOO putte live vooral uit hun recent verschenen album ‘II’. Al was van echte songs weinig sprake, eerder van atmosferische, soulvolle soundscapes (denk bijvoorbeeld aan Zero 7) waarin af en toe wat dub invloeden in de trant van Tied&Tickled Trio (eveneens Duits) kwamen bovendrijven. Niet verwonderlijk dus dat zanger Patrick Rasmussen met zijn hoge stemmetje af en toe behoorlijk in trance verkeerde op het podium.
Voor de talrijk opgedaagde noise liefhebbers waren RazOhara en zijn vreemde snuiters live dus niet veel meer dan een origineel opwarmertje. Als achtergrondmuziek op een terrasje ergens in een van de vele artistieke Berlijnse wijken moet dit wélbest te pruimen zijn, vooral dan met een smakelijke Weisswürst erbij.

Weinig groepen typeren Les Nuits Botanique beter dan
The Dodos: eigenzinnig, compromisloos en vooral té ontdekken. Verwacht van deze jongelui uit San Fransisco dus vooral geen meezingbare hitjes, wel een hoogst originele aaneenschakeling van energieke indiepop waarin de melodieuze stem en akoestischeg itaar van zanger Meric Long ieder nummer moet opboksen tegen een dominerende combinatie van drums en vibrafoon.
Dit mag een op voorhand verloren strijd lijken, toch bleef de frontman er met zijn opgewekte, jongensachtige uiterlijk (half Paul MacCarthy, half Ian Curtis) er die avond in een goedgevulde tent wonderwel in slagen om doorheen de set zijn deel van de koek naar zich toe te halen (al moeten we er hier wel eerlijkheidshalve aan toevoegen dat er af en toe toch enkele elektrische stroomstoten door zijn gitaar schoten). Nummers als “Fables” uit het vorig jaar verschenen ‘Time To Die’ en “Fools” klonken opvallend melodieus en de galmende zang konden voorliefde voor de Amerikaanse Rock & Roll helden uit de jaren ’50 zoals Elvis Presly niet verbergen.
The Dodos weigerden die avond halsstarrig om platgetreden paden te bewandelen maar zagen zich niettemin op de hielen gezeten door een enthousiast en dankbaar publiek.

Amper bekend bij een ‘breed publiek’, maar toch door de organisatoren al (terecht) bekroond met een plaats als hoofdact in de Chapiteau. Die eer viel
Deerhunter die avond te beurt en als wederdienst trakteerden ze ons op een optreden die de liefhebbers van experimentele gitaarnoise in te tent deden kwijlen van genot. Bij opener “WashOff” was het al direct prijs: een pingelend SonicYouth gitaar motiefje dat op sleeptouw genomen wordt door een nerveuze basspartij om ergens onderweg te exploderen in een ware eruptie van feedback en noise in vergelijking waarmee de uitbarsting van de Eyjafjallajökul niet meer dan een scheet in een fles lijkt.
En het werd nog beter, zeker naarmate het collectief uit Atlanta volop begon te putten uit ‘Microcastles’, een plaat die intussen al dateert van 2008 maar net als belegen kaas verder blijft rijpen met de jaren. “Never Stops” en “Little Kids” bijvoorbeeld, die beiden live ten overvloed bewezen dat pedaalgeluidseffecten niet ten koste hoeven te gaan van een goede melodie.
Even was er verwarring toen de bassist aan de rest van de groepsleden de toelating vroeg en kreeg om het podium te mogen verlaten, wij vermoeden om zich naar het dichtstbijzijnde toilet te spoeden. De manier waarop die afwezigheid echter muzikaal ingekleurd werd met een zinderend stukje My Bloody Valentine noise deed ons hopen dat het een grote behoefte betrof.
Deerhunter bedankte het geduldige wachten van het publiek met een vlekkeloze overgang naar “Nothing Ever Happened”, opnieuw zo een nummer waar Thurston Moore een arm zou voor afwringen.
Tijdens afsluiter “Calvary Scars”vroeg zanger meermaals om vergiffenis, al waren wij op dat ogenblik al lang bekeerd én volgeling. Deerhunter groeide die avond gaandeweg naar een hoogtepunt waar het zeer eenzaam vertoeven is.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Les Nuits Botanique 2010 - Gil Scott-Heron

Geschreven door

Gil Scott-Heron’s spervuurgedichten - aggressive, no-nonense street poetry - maakten hem beginjaren ’70 onsterfelijk als ‘the godfather of rap’. Hij inspireerde praktisch elke rapper, denk Public Enemy, NWA, Michael Franti, PM Dawn, Kanye West en Common, want iedereen haalde wel eens z’n vinnige, kritische, predikende en humoristische verteltrant aan. De schrijver en ‘spoken word’ dichter was de chroniqueur van het harde leven in de ghetto … duistere poëzie en invoelbare junkiedrama’s die in ons geheugen gegrift staan met “The bottle” - ‘Winter in America’ - ’74, en “Home is where the hatred is” – ‘Pieces of a man’ - ’71. Songs die hij in een ‘back to bascis’ geluid speelde met z’n begeleiding van een percussionist, een saxofonist die ook dwarsfluit speelde en, naast Scott-Heron op orgel/toetsen, een derde man die zich bediende van een jazzy piano en een soort Toots- mondharmonica. Hij dompelde deze songs - samen met een handvol andere - onder in heerlijk, bedwelmende, dromerige druilerige ‘stadnighttrips’. Ze werden gedragen door z’n diepe, donkerbruine, rafelende stem en rapzang, nu eens weinig nadrukkelijk gezongen, dan weer met dwingende kracht uitgesproken … ze verbaasden, wisten te raken en te ontroeren.
De atmosferische omlijsting van Gils gedichten was beklijvend … Soulvolle, jazz/bluesy Hardup Poëzie noemt men zoiets in verdwaasde, bezwerende, verloren gewaande sounds.

Hoe hij de prooi werd aan de gevaren waarover hij schreef, kan een mysterie lijken. Hij is herrezen uit de dood, zestien jaar na de laatste cd ‘Spirits’. Drugsproblemen en bijhorende gevangenisstraffen hielden zijn carrière de afgelopen decennia immers flink op, maar met behulp van de productionele vleugels van XL baas Richard Russell, trok hij op de nieuwe, evenwel korte, cd ‘I’m new here’ diepe, duistere elektronische decors op. Het is dan ook glorieus dat hij terug muziek maakt!

Getekend door de jaren is hij écht een oude man geworden, licht bevend en trillend op z’n benen, die z’n songs stoffeert met een dosis relativering en humor. Het gezicht half bedekt onder een veel te grote klak en in een te korte kostuumbroek, begon hij eerst met een stukje stand up comedy. Hij wist onmiddellijk het ijs te breken, goochelde met de letters van de aswolk van de vulkaan in IJsland, moest even lachen om de newsupdates op CNN en vertelde enkele leuke impressies van z’n verblijf in een hotel in Brussel. Het onderstreepte de gezelligheid van het optreden.

We waren al meteen onder de indruk van de sobere elegantie op de “ain’t getting downs” van “The blue collar” uit ’82 door de toetsen en z’n indringende rapzang. Ook de duistere ‘on the roadsong’ “Winter In America”, “Almost Lost Detroit” en “Work for peace”, zo geplukt uit de jaren ’70 ‘Taxi’ reeks, kregen langzamerhand kleur en invulling door de andere instrumenten. Een sobere lofi omlijsting trouwens!
Het nieuwe “I’ll take care of you” zat ergens middenin de set en vormde wel de ideale link naar de lounge van Little Axe en z’n klonen. We waren al goed in de sfeer van de Scott-Heron trips, want hierop volgden wondermooie bewerkingen van “Did you hear what they said”, “The other side” en het heus intense beleven van “Home is where the hatred”, een hoogtepunt in de set.
Schitterend hoe telkens de instrumenten lichtjes aanvulden op de orgeltoets en raspende stem van Gil. Ondanks het feit dat de solo performance van de percussionist op “The bottle” er eventjes teveel aan was, hadden we hier te maken met een glorieuze comeback van één van de spils van ‘free protest spoken word raps’ in funky/jazz/soulblues. ‘The old man’ werd sterk onthaald en met een puike versie van “Better days ahead” breidde hij er met de sax en de mondharmonica een fijn, subtiel slot aan van een ruim twee uur durende set in het KC. Laat ons nu maar hopen dat hij er geraakt op Gent Jazz en niet hervalt met een arrestatie aan z’n been …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Pagina 122 van 143