logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Biohazard 8/8/2...
L7
Festivalreviews

Pukkelpop 2010: vrijdag 20 augustus 2010

Pukkelpop 2010: vrijdag 20 augustus 2010
Ook de tweede Pukkelpoprit was er eentje om U tegen te zeggen. Ondanks de muzikale variaties en puike sets had Pukkelpop ook een zwart randje, het overlijden van de geluidstechnicus van BRMC vrijdagavond en gisteren nog de zanger/keyboardspeler van Ou est le swimming pool, die uit het leven stapte. Spijtig dat het 25jaar Pukkelpopfeest op die manier overschaduwd wordt …

Rond de middag schreeuwde en krijste Kate Nash (**) (Mainstage) er maar op los. Het onschuldige meisje van het debuut is een krolse kat geworden en haar klauwen zorgden voor een strak, rammelend geluid. Een handvol songs van de tweede cd ‘My best friend of you’, “Do wah doo”, “Kiss that girrrl” en “Model behaviour” werden op jachtige, nerveuze wijze er door gedraaid. “Foundations” was het enige herkenningspunt met het debuut. Het afsluitende “I just love you more” was alvast een meerwaarde door de gastbijdrage van de gitarist van The Cribs … meer rock … minder punky … slepend en bedreven. Net als haar concert in de Bota konden we ook hier niet direct spreken van een fijne, subtiele set, maar leek het erop de songs op miserabele wijze af te haspelen … is die tweede plaat nu écht zo flets … ?!

Harvey Quinnt, (Wablief?! tent) (***) - Philippe Fierens, is een singer/songwriter uit Antwerpen die dit jaar een naamloze debuut plaat uitbracht, en is tevens de lieveling van Daan.
Hij werd geruggensteund door een paar muzikanten die we kennen van bij Think of One en Zita Swoon. De stekelige danspasjes, die zanger Phillipe Fierens uit zijn lijf schudde en nummers als “Infinite Street” en “Black Pearl”, werden door het publiek ferm gesmaakt. Volgens mij een artiest om in de gaten te houden!

Optimaal genot toen Speech Debelle (***) (Club) begon … Een onderhouden sound van mellow soul en hiphop, een onnavolgbare zegrap en een ongelofelijk goed op elkaar afgestemde band. ‘Laid back dream poetry’ op de leest van Arrested Development, Lauryn Hill en Leela James. Terecht won ze won eerder al de Mercury Prize.

De Chateau was ondertussen in een sauna omgedoopt, de belangstelling voor het charismatische Fanfarlo (***) was groot. De dromerige indiefolkpop neigt naar Aracade Fire en klonk fris, speels, beheerst en pakkend. Hun arsenaal aan instrumenten (het toevoegen van trompet, viool, xylo) en de fijne geluidjes, gaven elan en kleur aan het uitgekiende songmateriaal. De tempowisselingen bracht hen onderhuids naar Mumford & Sons. Een heerlijk geluid. De lang uitgesponnen “Harold T Wilkins, or how to wait for a very long time” en het eind van “Luna” kregen een prachtige swing en meeklapgehalte … Indiefolk op z’n … en een tip voor Festival Dranouter volgend jaar …

Blood Red Shoes, (***) duo uit Brighton, Groot-Brittannië, deed vanaf het begin tot het einde van hun set de temperatuur in de Marquee enkele graden stijgen. De interactie tussen drummer Steven Ansell en gitariste Lisa -Marie Carter was heel vurig en deed de passie oplaaien; de energie straalde op het publiek, met als gevolg dat echt niemand nog stil kon blijven staan. Nummers als “Don’t Ask” en “You bring me down” gingen als zoete broodjes naar binnen en vroegen naar meer,dit kregen we, zodat het optreden van Blood Red Shoes meer dan af was!

De synthpop van We Have Band (**) klonk leuk, jong, fris en dynamisch. Aanstekelijke discokitsch/elektro/danspop door de springerige ritmes, electrobeats en opzwepende danspasjes. Maar hun ravesound klonk wat te eenduidig en ze tapten wat teveel uit hetzelfde vaatje om de grote Dancehall te bekoren, waardoor ze voorlopig een klein, fijn dansbandje blijken …

De waverock van White Lies (**) zal op de volgende plaat giftiger zijn door de trage, slepende ritmes, opbouw en de repetitief dreunende toetsen. White Lies stelde een handvol nieuwe songs voor, die een luisterbeurt meer nodig zullen hebben dan de melodieuze reeks van “To lose my life”, “Death” en “Farewell to the fairground”. De groep had een schitterend debuut uit en neigden te dingen naar Interpol en Editors, maar de nieuwe nummers beklijfden totnutoe onvoldoende. De dramatiek nam alvast nog meer plaats in, wat een bocht naar de typical ‘80’s van Joy Division betekende.

Onze Belgische trots The Black Box Revelation (****) stond voor de 3de keer op rij op Pukkelpop; sinds hun deelname aan Humo’s Rock Rally in 2006 hebben ze op bijna elk festival in Vlaanderen gestaan, wat niet kon verhinderen dat de Marquee bijna uit haar voegen barstte van het volk. Jan Paternoster en Dries Van Dijck trokken meteen de aandacht met kleppers “Set Your Head On Fire” en “High On A Wire”. Na de stevige openers deden ze ietwat kalmer aan met onder meer “Sleep While Moving”. De fans kregen een echt vette show voorgeschoteld waar zelfs problemen met de versterker de jonge knapen niet kon stoppen.

Het jonge Avi Buffalo (***) scoorde al een aardige hit met “What’s in it for?”. De schoonheid en subtiliteit van de dromerige indiepop werd  af en toe gekruid door gecontroleerde pedaaleffects en distortie, en de hoge zang riep referenties van Grizzly Bear en Band Of Horses op. Als een jonge Ira Kaplan van Yo La Tengo ging zanger/songschrijver Avigdor Zahner-Isenberg tekeer op het lang uitgesponnen “Remember last time”. Een speelse ongedwongenheid hoorden we in de Club, maar live kon het nog niet volledig beklijven …  De aanzet van een grootse muzikale carrière lonkt evenwel …

Het Californische Avi Buffalo (**) is een band die te nemen of te laten is. Niet iedereen is namelijk te vinden voor het hoge stemgeluid van de nog geen twintigjarige zanger/gitarist Avigdor Zahner-Isenberg. Wie dit wél een troef eerder dan een nadeel vindt, zal dit jaar al volop genoten hebben van hun gelijknamige, zomergetinte debuutplaat. Ook binnen onze redactie werd het plaatje erg positief onthaald en we keken reikhalzend uit naar hun passage op Pukkelpop.
Jammer genoeg werd het niet de triomftocht die kon verwacht worden. “What’s in It For” waarbij zowel Band Of Horses, The Shins als Mercury Rev om de hoek komen kijken, bleek opnieuw het prijsbeest van dienst te zijn maar de rest van de set kabbelde wat te rustig voort en klonk te vrijblijvend. Dit had deels ook te maken met de afwezigheid van toetseniste en vocaliste Rebecca Coleman die normaal de nummers wat voller laat klinken. Pas toen er wat meer kracht op de ritmesectie werd gestoken en de gitaar wat meer fuzzeffecten meekreeg zoals bij “Summer Cum”, kon de aandacht wel terug aangescherpt worden.
Maar al bij al waren die momenten te schaars. Ook een lang uitgesponnen “Remember Last Time” kon niet meer verhinderen dat podiumgewijs Avi Buffalo het bordje ‘belofte’ opgeplakt blijft krijgen (dank aan Erwin)


Altijd verrassend uit de hoek komt Eels (****) (Mainstage). Mark E Everett heeft al een rijkelijk gevuld oeuvre, en speelt bij elke wereldtour bijna telkens met een andere begeleidingsband, die vandaag even goed bij ZZ Top kon staan .. Als een bebaarde zeerover serveerde hij het drieluik ‘Hombre Lobo’, ‘End times’, (het komende) ‘Tomorrow morning’ en gaf hij het materiaal een fikse geut garagerock, bluesrock en gospel. Ruimte voor intieme songs waren er met “Spectacular girl” en “The look you give”, naast de bekende “My beloved monster”, “Mr E beautiful blues” en “Souljacker”, die hij van een paar alternatieve tics voorzag. En Mr E houdt van covers waaronder “Summer in the city” en “Summertime” … de donkere wolken zijn (eventjes) verdwenen uit E’s leven … Kijk, dit concert was af, en terecht kreeg hij een gouden plaat in de armen … Wat een zonnige namiddag beleefden we hier ...

Een volgend hoogtepunt was Foals (****) (Marquee), die een potige set speelden. De songs hadden een intrigerende, opzwepende opbouw, hyperkinetische ritmes, een nerveuze melodie, hoekige strakke riffs en ondergingen verrassende wendingen. De elektronica gaf een eigen specifieke toets en de zang
van Yannis Philippakis waaide over de songs heen; gebalde energie en intense explosies. Doeltreffend, pakkend, dartelend en twinkelend waren woorden op hun plaats voor hun op punkfunk geënt materiaal, “Cassius”, “Electric bloom” en “Two steps twice” klonken gewoonweg schitterend.

In 2008 zagen we Foals (****) ijzersterk op Pukkelpop uitpakken. Ze hadden hun debuutplaat ‘Antidotes’ uitgebracht en hun set was hoekig, snedig en scherp. Dit jaar verscheen hun tweede album ‘Total Life Forever’ en het aan Bloc party, !!! en Battles verwante geluid wordt daarop sfeervoller uitgebouwd. Rustige passages komen nadrukkelijker op het voorplan en krijgen epische, aan progrock verwante afmetingen.
Bij hun passage op de 25ste editie van hét alternatieve festival werden uit beide albums nummers geplukt en dit vormde een mooie afwisseling. Zo kon er genoten worden van energetische uitspattingen in de vorm van “Cassius” en “Balloons”, alsook van aanzwellende pracht als tijdens “Spanish Sahara” dat ingetogen aanving maar een stevig einde aangemeten kreeg.
Foals palmde het podium en het publiek van de Marquee in en liet dit niet meer los. In die mate zelfs dat tijdens “Electric Bloom” frontman Yannis Philippakis vergezeld van zijn gitaar een wandeling inzette richting de p.a. Knap concert en we mogen terecht zeggen: Total Foals Forever! (met dank aan Erwin)

Benieuwd waren we of de 3de passage van Limp Bizkit (***) hier op Pukkelpop er één teveel zou zijn ... Op de scratchtonen van DJ Lethal en onder luid applaus maakte de band in originele bezetting z'n entree op de Mainstage. Opvallende verschijning was Wes Borland, de topgitarist die teruggekeerd is naar het oude nest en zoals steeds een bizarre outfit om de lenden had en een heksenhoed op z'n kop.
Fred – met de pet – Durst, voor de gelegenheid in een Boston Celtics outfit, loofde het publiek voor het hartelijke ontvangst en opende met “Rollin” en “My generation”. Strak en hard werden ze gebracht en overal werden crowdsurfers gespot. “My way on the highway”, “Take a look around” en “Livin it up” zorgden voor enorm veel beweging in de frontstage en ver daarbuiten, en maakten duidelijk dat de nu metalband terug is van 'nooit' weggeweest.
Durst bleef de menigte bespelen en ophitsen en vertelde ook dat we binnenkort een nieuw album mogen verwachten, helaas kregen we hier geen voorsmaakje van te horen. Cover “Behind blue eyes” is eerder een storend rustpunt in een overigens stomende set maar in het slot maakt kraker “Breakstuff” alles goed.
Het optreden eindigt toch nog met een mindere noot wanneer de jarige frontman even later tientallen jonge meisjes het podium oproept zodat het slot in een enorme chaos eindigt met een overbodige versie van “Faith” waar ze toch beter voor de classic “Nookie” hadden gekozen.

Eerder ontgoochelend was Hurts (**) (Chateau). Gekend van de singles “Wonderful life” en “Better than love” en de aan Brandon Flowers ontleende zang van Theo Hutchcraft, hoorden we onderkoelde electropop met een vleugje bombast en kitsch, die nauw leunde aan de Pet Shop Boys. De songs van het debuut ‘Happiness’ konden ons deze avond niet strikken. Vraag is of dit bandje nog meer deugddoende popsongs kan schrijven …

Mumford & Sons (****) lokten de meeste kijklustigen, tot ver buiten de Marquee. Op een goed jaar tijd zijn ze uitgegroeid tot een immens populaire band. Fris tintelende indiefolk/ country en melodieuze liedjes, die stuwende, opzwepende ritmes en aanstekelijke refreinen hebben en ruimte voor gemoedelijkheid bieden. De sympathieke band houdt van ons landje, want het is hier dat ze definitief konden doorbreken met songs als “Winter weeds”, “Little lion man”, “Roll away your stone” en “The cave”. Wat een succesverhaal met hun speelse songs, die een boeiende broeierige opbouw hadden; ze staken voldoende afwisseling en emotie in de songstructuur. Netjes op een rij stonden ze met akoestische gitaren, synths, contrabas, banjo, dobrogitaar en een bassdrum. Een mooie omkadering , gesierd door de stemmenpracht én geleid door de indringende, gepassioneerde, overtuigende stem van Marcus Mumford … Op nog geen jaar tijd één van de ontdekkingen en festivalbands bij uitstek … Noteren voor Rock Werchter én Festival Dranouter!

Even op adem kwamen we met Isbells (***) (Wablief?! tent), de Belgische folkamericana groep rond sing/songwriter Gaëtan Vandewoude. Wij hadden vooraf schrik om door deze rustige muziek zachtjes in slaap gewiegd te worden, maar al snel bleek deze schrik ongegrond te zijn. De hoge, ijle zanglijnen die de 4-kopige band de tent rondstuurden zorgden voor een magisch gevoel. Bij het nummer “As Long As It Takes” mocht het kleine dochtertje van Gaëtan even op het podium komen … wat een vertederend moment! En ”Reunite” was een pareltje … Isbells is zeker en vast voor herhaling vatbaar.

Ook heel populair was de Zweedse troubadour Kristian Matsson, de jonge sing/songwriter The Tallest Man On Earth (***). Een nokvolle Chateau was gekluisterd aan z’n melancholisch dromerige, gevoelige akoestische bluesy, folky gitaarsongs. Hij slaagde in een dosis entertainment. De man werd steeds aangemoedigd verder te spelen door een ganse meute fans … Alsof hij al jaren bezig was. Mooi toch zo’n warm onthaal.

Ook Radical Slave (***) (Wablief?! tent) , een zoveelste project van Pawlowski, nu met Swartenbroeckx – Perotti, bracht ons terug naar ‘90s alternative noiserock. Ergens tussen NoMeansNo, Shellac en het oude Trans Am. Een rauwe, ruwe metaalklinkende gitaar, gortdroge drums, bezwerende synths en een overgemoduleerde zang. Een onvoorwaardelijk respect koesteren we voor Mauro … en de zijnen …

Intussen beukte de Prodigy (***) er maar op los met hun ‘Invaders must die’ en de reeks classic hits als
“Breathe”, “Poison”, “Firestarter” en “Voodoo people”; genoeg materiaal dus om het publiek te entertainen. Al twee jaar staat de Brits rockende rave/danssensatie op scherp en terecht waren zij één van de headliners. Een verschroeiend goed uurtje volksmennerij … ze zorgden ervoor dat iedereen uit hun dak kon gaan op de energieke, opzwepende, krachtige beats … jawel, adrenalineshots waren het door Liam Howlett, Keith Flint en Maxim Reality in de frontline… ze sloten de zeer gesmaakte set met “Smack My Bitch Up” in schoonheid af.

De dromerige, sfeervolle indiepop van het USA afkomstige Beach House (****) (Club) was indrukwekkend. De meeslepende melodieën door de galmende gitaarlijnen, rudimentaire drums en warme synths voerden je naar een droomwereld, die je door de forsere live aanpak terug bracht in de realiteit. De aanstekelijke vibes, ritmes en de repeterende opbouw werkten in op de dansspieren; een hoofdrol was weggelegd voor de intrigerede zanglijnen van Victoria LeGrand, die The Mazzy Star opriep. Klassesongs serveerden ze en met “Norway” en “20 Mile Stereo” noteerden we alvast twee instant klassiekers.

Snow Patrol (****) is dan de festivalband bij uitstek om het samenhorigheidsgevoel te bevorderen. De charismatische band sprak iedereen wel aan en daar zit zanger/gitarist Lightbody met z’n optimisme wel voor iets tussen. Lofbetuigingen werden het festivalterrein rondgestrooid.
De band trok de kast van een resem hits open, “Open your eyes”, “Take back the city”, “Hands open”, “Crack the shutters”, “Spitting games”, “Run”, “Chasing cars” en “Just say yes”. De U2 riffs slingerden om de oren …Meezinger van de avond was “Shut your eyes”. Opvallend waren de orkestrale partijen en het duet “Set the fire” met Eva De Roovere, een prachtige song met Martha Wainwright op plaat maar live nog nooit gespeeld. Als nieuwe song hoorden we het meeslepende “Big broken”, wat ons nieuwsgierig maakt naar de volgend jaar te verschijnen plaat.

Met The XX (***) (Marquee) kwamen de jaren 80 synthwave spontaan weer boven drijven. De Britse indie pop band die in september vorig jaar een sterk debuutplaat afleverde, bracht een donkere,iets wat deprimerende maar boeiende set van minimalistische prachtsongs als “Crystalised”, “Fantasy”, “Shelter en “VCR”, een spel van aantrekken en afstoten, die zonder al te veel show het publiek raakten. Afsluiten deden ze in schoonheid met het wondermooie “Islands” en “Infinity”.

Nofx (**) sloot een overvolle Shelter af. Begin de jaren '80, ontstaan door Michael Burkett aka Fat Mike, die nog steeds de grote man is achter het punkrocklabel Fat Wreck Records. Misschien bij het grote publiek minder bekend dan Offspring en Greenday maar dat was een bewuste keuze want ze hebben zich steeds als undergroundband geprofileerd terwijl ze meerdere keren benaderd werden door majorlabels. De feestband verkocht reeds meer dan 6 miljoen platen wat al kan tellen voor een punkrockband.
Openen deden ze met “Dinosaurs will die” en het snelle “Linoleum”, zoals steeds was er veel interactie met het publiek en zorgden El Hefe en Fat Mike voor de nodige show. Al snel leek het meer op een ‘spoken word’ optreden dan op een concert, de band oogde loom en speelde slechts 11 nummers op een klein uur én dat voor een punkrockoptreden.
De trompetdeuntjes van El Hefe zorgden af en toe nog voor wat ophef maar algemeen konden we ons niet van een onvoldaan gevoel ontdoen. Klassiekers “Kill all the white men” en “Louise” haalden niet het niveau die anders zo eigen zijn aan de livesound van de band. Ligt het aan het feit dat ze ook een dagje ouder worden of dat ze er weinig zin in hadden, wie zal het zeggen, maar de tientallen vorige shows in België indachtig moesten we teleurgesteld terugdenken aan die energieke liveprestaties uit vervlogen tijden …

Vóór slapen gaan konden we niet omheen het Canadese Holy Fuck (****) (Chateau) … Battles achterna met hun postrock elektronica experiment ... Energiek stuwende, explosieve ritmes van elektronica, drums, pedaal effects en dreunende diepe baspartijen … “Latin America”, Lovely Allen”, “Foxy boxing” en “Stilettos” brachten ons in trance en werkten in op de dansspieren. Een ongelofelijk samenspel … Samen met Fxx Buttons en Foals eerder al te zien, waren zij een even dynamische band in een criminele opstelling …

Tot slot dreunden ‘harder & faster’ de beats van The Bloody Beetroots (**) (Mainstage), een staaltje krachtiger dan de Prodigy. Een nieuwe lichting dansliefhebbers lonkt na Underworld en Chemical Brothers!

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2010: donderdag 19 augustus 2010

25 jaar Pukkelpop is iets speciaals; in een typisch ongedwongen kader kon je op zoek naar talrijke ontdekkingen op de verschillende podia, comedy, dance acts en dj’s, was er randanimatie, comedy en kermisattracties; de immense diversiteit van eet- en drankstandjes sierden het geheel.
Pukkelpop 2010 was opnieuw geslaagd. En of de formule aansloeg, want voor de eerste keer in z’n geschiedenis was het festival uitverkocht!
Elke dag meer dan 65000 bezoekers onder wie 51 nationaliteiten. Vooral Nederlanders, Britten, Ieren en Zwitsers vonden dit jaar vlot hun weg naar Kiewit. Zelfs Australië was goed vertegenwoordigd!
… Een groots succes met record aantal festivalgangers …
Een ijzersterke affiche van ‘voor elk wat wils’ en ‘voor alle leeftijden’, verspreid over de drie dagen om je ‘alternatieve’ ei kwijt te kunnen … de jonge freaks en de doorwinterde liefhebber konden hun muzikaal hartje ophalen en hielden van de ontdekkingen en van de gevestigde waarden.
Pukkelpop maakte z’n naam van driedaagse airshow meer dan waar: eigentijdse, opmerkelijke en progressieve muziek op die unieke locatie in Hasselt-Kiewit, het unieke paradijs voor muziekliefhebbers om het eerst de groepen van morgen te kunnen zien …
Pukkelpop had bijna 200 acts te gast. En blijft zijn Belgische trots uitdragen en had 41 acts van eigen bodem.
We dragen Pukkelpop een warm hart toe voor de komende jaren, ondanks het zwarte randje dat het festival overschaduwde …

Alvast tot volgend jaar op de volgende ontdekkingstocht van Pukkelpop

Een overzicht van het parcours van de redactie

dag 1: donderdag 19 augustus 2010

Het Schotse Frightened rabbit (**) (Club) gaf voor ons het startschot. Ze zijn al toe aan de derde cd en dienden hun charmante indierock diverse stroomstoten toe, zonder aan melodie en subtiliteit in te boeten. Het bandgeluid is breder geworden en muzikaal is het kwintet directer en minder beklemmend .Een toffe aanzet. Noteer alvast de platen ‘The midnight organ fight’ en ‘The winter of mixed drinks’. Gezondheid!

Even genoten we dan van de beats’n’ pieces van het Gentse DJ team van Villa (Boiler Room), pompende ‘beats of love’ tracks knalden door de boxen.

Tame Impala (***) (Club) was al meteen een eerste aangename verrassing van de Pukkelpop feesteditie. Australiërs die een mooie psychedelische sound voortbrengen, knappe songs gedrenkt in de seventies met fijne melodieën en af en toe onstuimige gitaren. De psycherock band balt net als Black Mountain en MGMT de beide stijlen samen. De opkomende band gaf boeiende wendingen aan de songs, dompelde ons onder in een slepende, bezwerende trip en serveerde een criminele cover, “Remember me” van Blue Boy. Een interessante nieuwe naam.

De oersympathieke bluesman Seasick Steve (***) (Mainstage) was op een zonnig podium weer helemaal zichzelf. Zijn fijne en simpele bluessongs, gespeeld op verhakkelde gitaren, blijken ook wonderwel te werken op de grotere festivalpodia, en dus ook voor het jonge Pukkelpop publiek.

Omdat Kelis (**) (Dance) sneller dan verwacht terug moest naar de States, stond ze twee uur eerder dan voorzien in de Dancehall. Iedereen was op de afspraak om de grootse dance diva aan het werk te zien. Tja, zij was op vroeger platenwerk een souldiva en gaf vandaag oudjes als “Trick me” en “Milkshake” een aardige Madonna outfit door de dansbeats. Ze werd bijgestaan door twee DJ’s/knoppendraaiers en een livedrummer. Fragmenten van andermans tracks waren aardig verwerkt in haar eigen nummers; dancefloorkillers werden het, waaronder “4th of July” en “Acapella”, die de Dancehall deden ontploffen. Haar heldere vocals en de muzikale gedaantewisseling zorgden voor de nieuwe wending …

De mooi ogende Britse Ellie Goulding (**) (Marquee) pikte al een paar prijzen in de wacht als debutante, maar live is het toch nog een ander paar mouwen. De Marquee was iets te groot om optimaal te kunnen boeien. De ‘lichtvoetige’ elektropop viel letterlijk iets ‘te licht’ uit; ze overtuigde wel naar het eind met de puike dromerige songs “Under the sheets” en “Starry eyed”, die een flinke scheut percussie kregen.

Het setje van Darwin Deez (**) in de Club zullen we ons vooral herinneren omwille van de leuke danspasjes die de bandleden tussen elke song opvoerden op een tape van kitscherige disco muziek. De muziek die ze zelf speelden was soms wel frivool en geestig, maar helaas ook te licht om in onze hersenpan te blijven hangen.

De intieme, sobere pop van fietser Nils Verresen, The bear that wasn’t (**) werd spaarzaam ondersteund van strijkers en percussie en ook de backing vocaliste bezorgde die een hemels kleurtje. Het afsluitende “Headphones” klonk gewoonweg prachtig. De aangenaam weemoedige muziek van een zelf gecreëerde sprookjeswereld, gedragen door z’n zachte breekbare stem, kwamen tot hun recht. Wat een lieve sing/songwriterpop.
 
The Kooks
(*) was de eerste grote band die de aftrap gaf op de Mainstage. De Engelse pop/rockband rond zanger Luke Pritchard kwam maar traag op gang en kreeg het publiek maar moeilijk mee. Naarmate de set vorderde ging dit beter met behulp van songs als “Ooh La” en “She Moves On Her Own Way”. Een hoogtepuntje bereikten ze met hun nog steeds goed werkende “Naive”. Een matig optreden  en een goede aperitief op het stevigere werk dat nog moest komen.

Eerste ferme kopstoot van de dag was de strakke wall of sound van de Black Rebel Motorcycle Club (****) in de Marquee. Geen rustige intermezzo’s deze keer in hun set zoals eerder dit jaar in de Botanique, maar een furieuze en krachtige set die ons bij de keel pakte. Ondanks het feit dat de band de laatste jaren van de radio geweerd lijkt, hebben ze nog steeds sterke songs, een geweldige bundeling van typische shoegaze songs afgewisseld met punkrockers als “Mama”, “Stop” en “Bad blood”, die naast kleppers van het eerste uur staan, “Love burns”, “Ain’t no easy way”, “Spread that love” en “Whatever happened to my rock’n’roll”, een kanjer van een song, die hier alweer een hoogtepunt was. Enkele uren na dit bijzonder sterke optreden sloeg het noodlot toe voor BRMC. Geluidstechnicus Michael Been, vader van Robert Levon Been, kreeg een hartstilstand en overleed ter plekke. Een flinke domper voor de jubileum editie van deze Pukkelpop.

De Club tent bleek veel te klein voor de stevige ‘straight in your face’ rock van het Britse Band Of Skulls (***). Fel en verbeten torpedeerden ze hun hitsende, alternatieve, powervolle rock, die flink in de zakken van The White Stripes heeft gezeten, de enthousiaste Club in. Met potige songs als “I know what I am” en “Death by diamonds and pearls”, die op wild gejuich werden onthaald, hadden ze een gewonnen match. En verdiend! Dit trio zien we hier zeker nog terug, en dan wel op een groter podium. De fanbase kan maar blijven groeien …

Dan was het de beurt aan Blink-182 (**) op de Mainstage. Na hun split deden verschillende bandleden hun ding bij Angels & Airwaves, The Transplants en +44. Nu 4 jaar later kwam de alternatieve punk/rock band weer samen om op Pukkelpop hopelijk een zeer strakke set neer te zetten. Ondanks het feit dat ze een tijdje afwezig waren in het muzieklandschap, konden ze op aardig wat nieuwsgierigen rekenen. Ze werden op hun wenken bediend met nummers als “What’s My Name Again”, ”Down”, ”I Miss You” en “Adam’s Song”. Toen ze “All The Small Things” los lieten, werd duidelijk dat de hele wei daar zat op te wachten, deze hit werd dan ook door bijna iedereen mee gezongen.
Buiten de soms echt barslechte geluidskwaliteit kunnen we zeggen dat het optreden van Blink-182 een ‘fun the hits’ werd, waar nieuwe nummers jammer genoeg uitbleven, maar die ons dan wel doen uitkijken wat het nieuwe werk zal zijn …

Een ander hoogtepunt van de donderdag was te beleven in de Marquee met Band Of Horses (****). Boeiende en emotievolle Americana met prachtige bijpassende visuals op de achtergrond. Deze bende heeft inmiddels al een hoop onsterfelijke songs geschreven en hadden deze allemaal in hun ontzettend mooie set opgenomen. Een knappe sound, bij momenten schatplichtig aan Neil Young en The Jayhawks, gebouwd op vloeiende en soms stormachtige gitaren, en met heerlijke vocals van frontman Ben Bridwell. Wondermooi klonken “Factory”, “Is there a ghost”, “Ode to LRC”, “No one ’s gonna love you” en de emotioneel geladen prachtsong “The Funeral” als afsluiter. Kippenvel.

Een groepje waar we warm noch koud van werden was Minus The Bear (**). Hun indierock uit Seattle, verbleekte na de Band Of Skulls, die net voor hen geprogrammeerd stonden, met songs die we al vergeten waren van voor dat ze waren afgelopen. Het dertien in een dozijn- gevoel was ons deel.

School is cool (***) (Wablief?! tent), terecht winnaar van Humo’s Rock Rally, palmt al aardig wat (chiro) rockhartjes in, want de kleine tent kon je niet meer in … Een tweede grootse verovering na Festival Dranouter … Het sympathieke gezelschap was uiterst gemotiveerd, bewezen veel meer in huis te hebben dan het aanstekelijke “New kids in town”, en leverde een fijne set af van speelse, springerige songs. Confetti en slingers werden de eerste rijen in gegooid.

We hadden het al gemerkt aan de talrijke t-shirts op de weide, het overgrote deel van het publiek was ongetwijfeld gekomen voor Iron Maiden (***). Hardrockers op leeftijd (wij zouden toch enkele van hen een bezoek aan de kapper aanraden) die een bijzonder professionele en harde maar ook loepzuivere set speelden. Maar liefst drie leadgitaristen verdeelden de solo’s netjes onder elkaar en, het moet gezegd, zanger Bruce Dickinson was bijzonder goed bij stem en zong de pannen van het dak. De show, niet onbelangrijk bij hardrockers van dit kaliber, had een hoog entertainment gehalte en zorgde voor een volmaakt spektakel. Klassiekers als “The wicker man”, “Number of the beast” en “Hallowed by the name” kregen de wei plat en “Fear of the dark” en het oudje “Running Free” kregen het publiek massaal aan het zingen. De groep speelde een eerbetoon aan Dio en wouden alvast duidelijk maken dat ze er (nog) mogen staan op een PopFestival.
Je moet er voor zijn, maar ook voor wie niet alle Iron Maiden platen in huis heeft, was dit een boeiend optreden. Zeg dat wij het gezegd hebben.

Mint (**) die in de Wablief?! tent hun ding mochten doen, zorgden nog vóór hun optreden al voor een unicum door met hun fiets naar de festivalweide af te zakken. De Limburgers braken door met hun album ‘Magnetism’ en zijn ondertussen al aan hun 3de album toe.
Dat het niet alleen feest is voor Pukkelpop bleek toen ze naar aanleiding van hun 10jarig bestaan nog eens “Glow” van onder het stof haalden. De meeste nummers die ze tijdens hun set speelden kwamen van hun nieuwe plaat ‘Hits From Her Laser’ die in het voorjaar uitkwam. Ondanks het feit dat het geen slechte nummers waren, kwam het publiek niet echt los en deden ze dit pas toen de hits “Your Shopping Lists Are Poetry” en ”The Magnetism Of Pure Gold” werden boven gehaald.

Tot slot hadden we nog het Zweedse Miike Snow (****) in de Club, die de voorbije weken al opvallend veel airplay op StuBru verkregen met de singles “Black & blue” en “Animal”. Als een full band op het podium te zien, gaven ze hun sferische, dromerige en beeldrijke synthpop een bredere laag, die forser en krachtiger klonk, en af en toe explodeerde. En we hadden nog niet alles gehoord …, want ze beschikten over een hoop klassesongs. Fijne ontdekking.

We zagen het voorbije Pukkelpopweekend verschillende bands hun instrumenten tegenover elkaar opstellen. Eén van hen was het uit Bristol afkomstige Fxx Buttons (***), die hun tweede cd uithebben ‘Tarot Sport’, na ‘Street horrrsing’. Ze gingen totaal loos op hun stoorzender geluid, een combinatie van elektronicavertier, noise, herrie, ruis, galm en beats, die nu zelfs wat toegankelijker en kleurijker klonken. Aanstekelijk allemaal, een intrinsieke schoonheid, die hypnotiserende lappen elektronica, ritmes en melodieën die leuke en verrassende wendingen ondergingen. De ‘aliens’ van Fxx Buttons zijn misschien aardser geworden, ze waren één van de overtuigende acts in de kleine Chateau tent.

Veel minder volk voor de Main stage bij Placebo (****), een groep die zichzelf met het prachtige ‘Battle for the sun’ opnieuw heeft herontdekt en veel strakker voor de dag komt dan pakweg enkele jaren geleden. Uit dat laatste prima album werden stomers als “The never ending why”, “ Battle for the sun”, “Ashtray heart” en “Breathe under water” geplukt tussen het heerlijk oude geweld. De band begon verassend met het bijtende “Nancy Boy”, de song waarmee het in 1996 allemaal begon, en ook “Bionic” en het geweldige “Teenage angst” uit diezelfde debuutplaat waren tot ons groot plezier in de set opgenomen. Placebo speelde hard en met evenveel venijn als klasse. Een soort ‘greatest hits’ was het, met als krakers “Infra-red”, “The bitter end”, “Meds”, “Song to say goodbye” en “Taste in Men”. De Nirvana cover “All apologies” was misschien niet nodig geweest vanwege origineeel veel beter, maar voor de rest geen kwaad woord over dit verbluffende Placebo optreden.

Het Antwerpse 5tal van Mintzkov (***) (vroeger Mintzkov Luna) mocht dag 1 in een tot in de nok gevulde Wablief?! tent afsluiten. Het werd een set waarbij ze goed afwisselden tussen nummers uit hun jongste en reeds derde album ‘Rising Sun, Setting Sun’ en het al wat oudere werk. Uniek is de typische samenzang tussen zanger/gitarist Philip Bosschaerts en bassiste Lies Lorquet, een mix, die zorgt voor de herkenbare sound van Mintzkov. Een ode werd gebracht aan Iron Maiden met “Opening Fire” en afsluiten deden ze in schoonheid met “Roadbuilding’, het ideale slaapmutsje om tevreden de eerste zware Pukkelpopdag te besluiten …

Heerlijk geschift waren alweer The Flaming Lips (***) (Marquee) met psychedelische geflipte visuals op de achtergrond, confetti-kannonnen in de aanslag, het nabootsen van dierengeluiden op het podium, ontspoorde keyboards, vreemde gitaren en allerhande tierlantijntjes … songs die rechtstreeks vanuit de ruimte kwamen neergedaald. De avontuurlijke psychedelische opera van ‘Embryonic’ stelden ze voornamelijk voor, met songs als “Worm mountain”, “Silver trembling hands“ en “Sparrow”. Herkenbaarder waren “She don’t use Jelly”, “Yoshimi battles …” en “Do you realize” in dat concept. Een aparte droomwereld met Wayne Coyne als nar.
Door al hun gekdoenerij werd een beetje de vaart uit hun set gehaald, maar dat vergeven we hen, want, hey, dit zijn nu eenmaal The Flaming Lips. Een beetje prettig gestoord zijn kan nooit geen kwaad.

… Ooggetuige verslag van een 17 jarige 'die hard' Maiden fan …
”Eindelijk, na 2 jaar kwam de legendarische 'New Wave of British Heavy Metal' band Iron Maiden nog eens naar België om te tonen waar zwaar metaal echt om draait. Dit deden ze met hun ‘Final Frontier’ tour, genaamd naar hun zopas verschenen nieuwe album, waar ze verrassend genoeg slechts 1 nummer van speelden, namelijk “El Dorado”. Toen de vele fans die speciaal naar Pukkelpop gekomen waren voor Maiden plotseling “Doctor Doctor” van UFO door speakers hoorden knallen, wisten ze dat het lange wachten binnen enkele ogenblikken beloond zou worden. Vol spanning keken de duizenden fans naar het grote zwarte doek tot Maidens nieuwe 'space' decor onthuld zou worden (dat het vroegere Egyptische thema vervangt). Wanneer na de laatste tonen van de UFO klassieker eindelijk het doek viel, volgde een oorverdovend gejuich van de fans, en kwam drummer Nico McBrain als eerste het podium opgelopen. Hij lachte eens mooi naar het publiek en verdween vervolgens bijna volledig achter zijn gigantische drumkit (enkel op de schermen zou hij nog te zien zijn), waar hij gedurende een bijna 2 uur en 20 minuten durend concert het beste van zichzelf zou geven. Daarna stormde het gitaristen trio Jannick Gers, Dave Murray en Adrian Smith, samen met 'opper Maiden' bassist Steve Harris het podium op en vlogen ze er meteen in met “The Wickerman”. Niet veel later gevolgd door Bruce Dickinson, die als een gek over het podium vloog, en meteen het publiek kon overtuigen. Ondanks dat je met een Maiden classic als “The Wickerman” niet veel steviger kon beginnen, waren er toch enkele problemen met de klank, waardoor de vliegende start minder overtuigend was dan het had kunnen zijn. Maar gelukkig waren de problemen van korte duur.
De rest van de show had Maiden voor alle fans wel wat in huis. De setlist bevatte zowel nummers van hun eerste albums, zoals “Wrathchild”, “Running Free”, de all-time classic “The Number Of The Beast”, en “Iron Maiden”, maar ook verrassend veel nummers van hun laatste 4 albums. Vreemd was wel dat hun grootste hit “Run To The Hills” geen deel uitmaakte van de setlist. Een nummer dat toch ook gekend is bij de grote groep ‘Pukkelpop-pers’ die niet echt vertrouwd zijn met het Maiden oeuvre.
Desondanks heeft Maiden aan Pukkelpop toch maar eens getoond hoe echte metal gespeeld moet worden! Met gierende gitaarsolo’s, perfect gespeeld met opgestoken gitaren en vlammend vingerwerk, stevige gitaar riffs, maar niettemin ten gepaste tijde afgewisseld met een rustige mysterieuze passage. Het hoogtepunt van de show was natuurlijk, en zoals verwacht, “Fear Of The Dark”, dat maar weer eens zorgde voor zeven en een half onvergetelijke minuten Maiden kippenvel. Maar ook “Blood Brothers” was geweldig, het publiek vooraan voelde als één grote familie toen iedereen samen meezong “We’re blood brothers” op de golvende melodie.
De bissen waren eveneens fenomenaal: in gang gezet met het duivelse vers “Woe to You Oh Earth and Sea …”, gevolgd door “666”, het 'nummer van het beest'. Ook “Hallowed Be Thy Name” was een absolute topper, en om er nog een laatste lap op te geven sloot Maiden af met een schitterend “Running Free” - hun eerste single, ondertussen 30 jaar oud (!) - waarna ze vertrokken richting Spanje voor hun laatste optreden van 'The Final Frontier' tour …
Maar hey “ always look at the bright side of life” leert Maiden ons na elk concert …
…
dank aan Thijs DR …

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

FeestinhetPark 2010: zondag 15 augustus 2010

Op de afsluitende (hoog) dag sloop de poprock van vandaag meer door en stond de Belgische crème van Absynthe Minded en Admiral Freebee geprogrammeerd. Beiden hadden vorig jaar een nieuwe plaat uit om U tegen te zeggen en lokten veel geïnteresseerden.

dag 3: zaterdag 15 augustus 2010

Een ietwat vreemde eend in de bijt was Mad Caddies, na Mintzkov en vóór Absynthe Minded op de Mainstage. Dit Californische zestal onder contract bij het gekende Fat Wreck Records zagen we de voorbije jaren vooral op Groezrock en Pukkelpop mooie dingen doen waarvan frontman Chuck Roberson het uithangbord is. Met de traditionele blazerssectie (trompet/trombone) en de aanstekelijke ska, overgoten met punk en een reggaesausje, slagen ze er keer op keer in het publiek voor zich te winnen.Voor velen was dit de ontdekking van het weekend hoewel ze al een dikke 10 jaar ‘on the road’ zijn. Het gezellige geluid en de gedrevenheid zijn het handelsmerk van de band en aan de reacties te zien had ook Oudenaarde met volle teugen genoten; iedereen feestte mee! Tip: Volgend jaar the Mighty Mighty Bosstones of Voodoo Glow Skulls graag.

De ooit zeer populaire zwarte rockers Living Colour (Charlatan) konden op weinig belangstelling rekenen. Hun excellente en aanstekelijke potpourri van rock, metal, electronica, funk en soul verdiende nochtans meer. De band olv gitaarvirtuoos Vernon Reid was één van de pioniers van de cross-over eind jaren '80 en begin jaren '90, samen met oa. Faith no More, Fishbone, Urban Dance Squad, Primus, Rage against the Machine en the Red Hot Chili Peppers. Op FihP brachten ze vooral materiaal van hun eerste drie langspelers, ‘Vivid’, ‘Time’s up’ en ‘Stain’, nog steeds hun sterkste wapenfeiten. De knappe en tijdloze songs “Cult of personality”, “Love rears its ugly head”, “Pride”, “Funny vibe”, “Middle man” en “Bi” klonken overtuigend maar misten het nodige enthousiasme om de vonk te doen overslaan op het tamme en ongeïnteresseerde publiek. Van hun laatste, niet bepaald denderende album ‘Chair in the doorway’ werd enkel het rockende “Decadence” gespeeld. Een overbodige drumsolo van William Calhoun deed daar ook niet veel goed aan. De gitaarsolo van bassist (!) Doug Wimbish daarentegen werd kort gehouden en was wel te smaken. Deze klasbakken brachten muzikaal een sterke set maar konden de toeschouwers niet bekoren. Spijtig, maar wij geven deze legendes nog een kans.

Absynthe Minded (Grand Mix) stonden garant voor een degelijke en puike performance zonder grote verrassingen. De smeuïge en uitgebalanceerde cocktail van rock, pop, indie, jazz, folk en zigeunermuziek liet een positieve indruk na. Bert Ostyn en kornuiten waren in bloedvorm en speelden een frisse en gedreven optreden waarbij een mooie bloemlezing werd gebracht uit de vier langspelers. Op de playlist stond de classic “My heroics, part one”, het rockende “Plane song”, het intieme “Moodswing baby” en het nog steeds overrompelende “I am a fan”. Verder konden we genieten van het jachtige “Weekend in Bombay”, het onstuimige “Dead on my feet”, het poppy “Papillon” en het ingetogen “I like you when you're sad”. Afsluiter was “Envoi” dat door velen luidkeels werd meegezongen en voor de definitieve doorbraak zorgde bij het grote publiek. De warme, rijkgeschakeerde songs gezegend met prachtige melodieën en vaak onverwachte wendingen behielden hun eigen karakter en waren vakwerk. De groep was een goed geoliede machine. Deze jongens hebben het en waren één van uitschieters van deze editie van FihP … Keep the good work up Boys!

Het Deense The Raveonettes verwenden de huidige generatie shoegaze fans en speelden een krachtige set, wat we niet direct hadden verwacht, gezien de laatste cd’s overwegend een rustige sfeer uitstralen. Hun ‘60s rock’n’roll stijl, dito gitaargetokkel en zweverige samenzang van Sune Rose Wagner (zang/gitaar) en de bevallige Sharin Foo (bas/zang), werd pittig gekruid door ‘80s wave, pedaaleffects en fuzz, wat meteen de aandacht trok We hoorden een fijne afwisseling uit de vier cd’s en met “The great love sound” en “Break up, girls” een sterke finale had …

In de Igloo tent was het Antwerpse drum’'n’bass genie Netsky inmiddels aan z'n set begonnen. Het was drummen om binnen te geraken want de tent zat afgeladen vol. Netsky aka Boris Daenen is werldwijd ‘the rising star’ in het milieu en dat vertaalde zich onlangs in een platencontract bij Hospital Records, waar zijn debuutplaat begin deze zomer verscheen. De DJ/producer werd ook genomineerd als 'best upcoming producer' op de Drum'n’bass arena awards. De catchy beats knalden uit de speakers en het jonge volkje ging volledig loos op de knallende bassen; voor de afwezigen volgende week herkansing op Pukkelpop. Ook in hiphopmiddens wordt z'n naam genoemd als producer want het gerucht doet de ronde dat hij met een 'grote' naam bezig is...De jonge knaap etaleerde z'n draaikunsten en deed met z'n eigen sound de Igloo bijna smelten.

Admiral Freebee werd aangekondigd als de afsluiter van FihP 2010. Tom Van Laere en de zijnen hadden er zin in, de 'honger' om hier alles omver te blazen droop er vanaf ...Voor de verandering had hij bij de lancering van z'n nieuwe plaat 'The honey and the knife” ook live weer een blik nieuwe muzikanten opengetrokken.De bekendste ervan was Flip Kowlier, die als een bezetene op z'n basgitaar tokkelde.Ook de andere bandleden stonden op scherp en gingen volop mee in de ‘flow’, en zelfs één van de gitaristen speelde met 2 gebroken ribben. Van Laere was weer z'n eigengereide zelve en hield het tempo hoog en varieerde volop met ingetogen werk “Faithfull to the night” om dan even later terug het gaspedaal in te duwen -“Ever present”... Dylan en Young waren nooit veraf.
De teugels bleven strak gespannen en we kregen sublieme vertolkingen van “Lucky one” en “Allways on the run”. Het publiek genoot en de charismatische Admiraal straalde, slechts af en toe prevelde hij enkel woorden tussen de songs maar al even snel werd de volgende riff ingezet. Krakers als “Einstein brain” en het hevig rockende “Oh darkness” gaven FihP het ultieme orgelpunt!

Organisatie: FihP, Oudenaarde

 

FeestinhetPark 2010: zaterdag 14 augustus 2010

 

Ook op de tweede FihP kozen we na de aanstekelijke tunes van das Pop en Just Jack voor een gekruide portie beats’n’pieces …

dag 2: zaterdag 14 augustus 2010

De energieke en catchy tunes van de populaire Gentse band
Das Pop (Charlatan) sloegen behoorlijk aan bij de jonge feestvierders. Bent Van Looy en z’n kompanen trapten de set af met de popgevoelige en opgewekte songs “Underground”, “Saturday night” en het oudje “You”. Door de hoge dosis spelplezier en de nodige vaart in de performance verslapte de aandacht niet. Er werden vooral nieuwe nummers gespeeld van de titelloze, goed ontvangen derde plaat. Met het onweerstaanbare funky “Fool for love”, het ingetogen, subtiele “Girl be a man” en het rustige “Let me in” wisten ze menig festivalganger te bekoren. Wie hield van zwierige en kleurrijke popmuziek vond hier beslist zijn gading!

Het zootje ongeregeld
Disko Drunkards (Charlatan) zette de festiviteiten verder met hun originele en ongedwongen mengeling van funk, rock en elektronica. Uitgedost in grappige, weirde outfits leverde het viertal bestaande uit Stéphane Misseghers (drummer dEUS), Tim Vanhamel (Millionaire) op gitaar en occasionele zang, bassist Ben Brunin (tevens Vive La Fête) en Francois Demeyer op keyboards en lead vocals, vette en groovy ritmes. Floorfillers als “Who you gonna call?”, de fraaie Olivia Newton-John-cover “Physical” en humoristische, nonsense tracks als “Huh?”, “Kookoo” en “Dans le mille” zorgden voor een gezellig en uitgelaten sfeertje. Fun and funk bleek een gouden combinatie te zijn!

Ken Ishii (Igloo), de befaamde Japanse techno-DJ, producer, ooit nog debuterend op het Belgische platenlabel R&S Records, demonstreerde zijn feilloze en hoogstaande mixkwaliteiten. Er werd moeiteloos overgeschakeld van Detroit techno naar tech house en acid techno. Het dansminnende volkje waardeerde de verrichtingen van de grote meneer en ging volledig uit de bol. Meer moet dat (soms) niet zijn!

Na hun weergaloze passage een tijdje geleden in de clubtent op Pukkelpop keken veel mensen uit naar Just Jack. Het Britse gezelschap rond frontman Jack Allsop werd de voorbije jaren opgepikt door StuBru met de sterke singles “Starz in their eyes” en “Writer's block”. Live horen we jazzy, poppy deuntjes die vooral dansbaar zijn en dansen deden ze in Le Grand Mix. Het enthousiasme van Jack en de gevarieerde sound sloegen aan en het publiek kreeg weinig rustpauzes door de swingende set. De laatste cd ‘All night cinema’ is daarom zeker het checken waard.

In de Charlatantent waren vandaag voornamelijk DJ's geprogrammeerd, Brodinski was er één van en stond door de goede recensies in rood aangestipt. De Franse DJ/producer is een veelgevraagde artiest in België en speelde op bijna al de grote festivals en clubs. Naast remixes van o.m. Klaxons en Radioclit zitten z'n eigen tracks “Bad Runner” en “Gold Digger” in de meeste platenbakken van de topDJ's. De laatste plaat werd uitgebracht op het label van Tiga. Met een mix van oldskool classics en hedendaagse knallers toonde hij z'n skills en zuivere techniek … electro van de bovenste plank!

Even later nam Don Romini plaats achter de decks. De landgenoot van Brodinski begon rustig met een mix van dance, electro en een vleugje hip hop. Als hiphopDJ leerde hij op jonge leeftijd de kneepjes van het vak in de Parijse undergroundscene. Die hiphopgeluiden zijn nog frequent terug te horen in z'n sets en onderscheiden hem van een pak andere collega's. Door de concurrentie met Vive La Fête in de grote tent, was maar een halfvolle tent getuige van dit buitenbeentje, wat niet wegnam dat de aanwezigen de welopgebouwde set uitermate apprecieerden.

Vive la Fête hoort niet bij de resem rockbandjes die België al heeft uitgespuwd. Zij hebben een heel andere sound, iets dat me persoonlijk meer aanspreekt en me dwingt om me in een broeierige massa mensen te laten verpletteren. Live komt hun jaren tachtig-achtige elektropop sterk over. Natuurlijk heeft frontvrouw Els Pynoo hier haar aandeel in. Haar stem is absoluut niet van een fantastisch kaliber en houdt zich voornamelijk aan een afwisseling van gekir en jankerig geschreeuw, maar haar outfits laten weinig aan de verbeelding over. Dat lijkt de mannen nog geen klein beetje op te zwepen! Bovendien wordt in deze set vooral oude en gekende nummers gekregen terwijl lichten ons op de achtergrond hevig toe flitsten. Resultaat: een dansende en zwetende menigte. Niemand was bereid tot enige vorm van opgeven en de band speelde prachtig in op deze verwachtingen. Als einde kozen ze voor een eigen versie van popcorn. Elke keer als we overtuigd zijn dat dit het werkelijke einde is, komt er opnieuw een couplet. Sterk, sterk! (Fay)

Rond middernacht verschenen in de veelbesproken Igloo tent de hipste vogels van de zomer, Partyharders Squad. De Luikse partycrashers hadden versterking van Highbloo, een jonge talentvolle Waalse disc jockey die met z'n minimal, fidget en tech house als de ‘coming man’ staat aangeschreven in het dancemilieu.
Aangepord door 'orkestmeester' Mon Colonel, werd een eclectische mix van electro en noise in de kleine tent gepompt. Even later verschenen de ‘partners in crime’ The Subs op het podium … iedereen voelde dat “The pope of dope” eraan zat te komen... en zo geschiedde, net als donderdag bleek dit het 'dance-anthem' van de Belgische zomer te zijn en verschoof de tent met publiek en al enkele meters. De ultieme 'bom' van een uitzinnig feestje!

The Glimmers (Igloo), aka Mo en Benoeli, zijn graag geziene gasten op menige party’s en festivals. Op FihP werd hun eclectische en uiterst genietbare cocktail van electro, house, funk, soul, hip hop, disco en een streepje rock, met open armen ontvangen. Zowel obscure pareltjes als classics en hitsongs werden in de kleine tent geslingerd. Stilstaan was geen optie!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2010: vrijdag 13 augustus 2010

De vijftiende editie van FihP aan de oevers van de Oudenaardse Donkvijvers zal ingaan als de succesvolste van bijna 40000 bezoekers. Het festival dringt zich meer en meer op en eigent zich een uniek plaatsje na de Lokerse Feesten, Festival Dranouter en vóór Pukkelpop.
De organisatie kon terugblikken op een gevarieerde, kleurrijke programmering, een muzikale smeltkroes, de samenwerking met de Gentse scène van de Demo, Boomtown en Charlatan, een prachtig sfeerrijk decor (de opmerkzame indeling van de tenten op het terrein, met als voornaamste troef de aparte Igloo tent, enkel en alleen op FihP!), de partysfeer, de ontspannen vibe en een fantastisch publiek dat de bands warm onthaalde.
Al bij al viel het weer mee, maar eindigde in mineur toen het rotweer op zondagavond voor veel mensen op de camping leed veroorzaakte.
FihP zit er weer eens op dus …

Net als Festival Dranouter was er hier ook sprake van een Prédag. The Opposites, Baloji en Fun Lovin’ Criminals stonden er, en onderstreepten alvast de brede waaier van stijlen. Een ideale warming-up, met als gadget dat je er ook gratis heen kon. 8000 bezoekers waren er, en ondanks de mellow muzikale prestaties, bleek iedereen wel tevreden.

De eerste volwaardige dag was de uitvalsbasis voor de danslustigen, want met kleppers als Paul Kalkbrenner, Orbital, Peaches, Shameboy, Jaydee, Sound Of Stereo en Kevin Saunderson lonkte FihP heel even naar Tomorrowland en Laundry Day …

dag 1: vrijdag 13 augustus 2010

Stijn Vandeputte aka Stijn aka de Belgische funkprins (– lees: funkPrince -)  warmde het publiek op in de Grand Mix aka het hoofdpodium aan de boorden van het Donkmeer. Stijn bedankte het langzaam toestromende publiek voor de vroege aanwezigheid bij aanvang van de set. Traditionele openers “Password” en “Booty”, uit de nieuwe derde plaat, brachten het feest op gang. Zoals steeds speelde de funkmaster met het publiek en toverde hij uit z’n synths en drumcomputers elektronicaspeeltjes en de meeste diverse beats. Even later kreeg hij begeleiding op gitaar en saxofoon wat een surplus betekende.
Het merendeel van de setlist kwam begrijpelijk uit de nieuwe cd ‘Ten danz’, “Jan met de pet” en de huidige single “ Back in Detroit” kwamen goed uit de verf. Ook de oudere klassiekers “Sexjunkie”en “Hot & sweaty” deden (weer) de nodige lijven shaken en hoofden knikken, én uiteraard kon een Prince cover niet ontbreken ...”Little red corvette” werd op onnavolgbare wijze gebracht.

In de Charlatantent begon even later Lucy Love. Het Deense gezelschap viel meteen op door de outfits en de choreografie van de dansers. Met een mix van elektro, dub-beats en energieke raps probeerden ze hun vibe over te brengen naar het publiek, wat in eerste instantie niet direct lukte. Slechts na een halfuur hard werken van de dynamische frontdame op het podium, kwam alles en iedereen pas goed los. Ontdekt op het Eurosonic festival en al vrij snel geprogrammeerd op Roskilde haalde ze de mosterd bij M.I.A. en Dizzee Rascal. Het begin dit jaar uitgekomen album ‘Superbillion’ scoorde goed bij de recensenten, en na een uurtje FihP konden we besluiten dat Lucy Love de komende jaren te volgen is!

De weken vóór het festival werd het bericht rondgestuurd dat Peaches door een gebroken been haar performance in een rolstoel zou moeten afleggen... De Canadese, die eind vorig jaar haar vierde langspeler uitbracht, hield woord en kwam in een karretje het podium opgerold, vergezeld van een hermafrodiet en van andere rare individuen.
De vuile, vunzige electroclash in combinatie met de controversiële show, was in Oudenaarde al snel het gespreksonderwerp. Trouwens, in haar teksten en show vervaagt ze de scheidingslijn tussen mannelijk- en vrouwelijkheid. Met remixes voor Basement Jaxx en Daft Punk en de samenwerking op het nieuwe album met o.a. Digitalism en Soulwax, is ze alvast goed omringd.
In een set die deed denken aan de Lords Of Acid, entertainde Merril Nisker de dansende menigte en ondersteund door de security, kwam ze af en toe uit haar 'rijtuig' om het publiek op te zwepen en om te dansen met haar 'toyboy'... Ondanks het feit dat de nieuwe plaat iets serieuzer werd bestempeld, was het spektakel doorspekt van seks, zompige electro, glam en punk; het was er soms zo over dat het goed werd!

De tent staat tot aan de nok gevuld bij De Jeugd Van Tegenwoordig. Met mijn één meter zestig is het dus een moeilijke opdracht om iets op te vangen van de gestaltes die het podium betreden. Daar lijkt niets opvallends aan – het enige wat ik opvang, is dat er blijkbaar mensen op het podium slapen. Goed, dan moet ik het maar overlaten aan mijn gehoor, denk ik, maar al snel blijkt dat ik dat op mijn buik kan schrijven. De anders zo stevige, elektronische beats die de basis voor hun muziek vormen, klinken maar flets en van hun teksten valt al helemaal geen woord te verstaan. Ze gebruiken van nature al een zodanige hoeveelheid slang dat het voor niet-Amsterdammers een onbegrijpelijk maar grappig taaltje wordt, maar mompelen hier bovenop nog eens ook! Toch lijkt dat het publiek weinig te deren. En inderdaad, als fan van De Jeugd maakt het niet zo veel uit dat ik geen bal versta van wat ze brengen – er zijn immers maar weinig nummers die zo doordringend in je hoofd blijven hangen als die van hen. Dus wanneer ze een hit als “Shenkie” brengen, lip ik de woorden toch moeiteloos mee. Meestal blijft hun muziek in een elektronisch aandoend hiphopachtig genre hangen, maar dat geldt niet voor hun experimentje gedurende “Watskeburt”. Bij het tweede refrein besluiten ze om alles met een dubbele versnelling af te rammelen. Doet nogal aan core denken, maar rappen op dat tempo is toch een duim waard. Als niet lang daarna de muziek uitvalt, zijn onze noorderburen nog maar net opgewarmd. “Watskeburt?” vraagt mijn partner zich verbaasd af. En ja hoor, het geluid blijft weg. Erg rouwig kunnen we er niet om zijn. (Fay)

Paul Kalkbrenner (Grand Mix) serveerde het hoofdzakelijk jonge volkje een melodieuze, warme en dromerige set met minimal en techno. De populaire, kale Berlijner van het Bpitch Control-label, bewees meer dan een ‘one-hit wonder’ te zijn. Zijn hymne “Sky and sand” passeerde al vroeg de revue en zat mooi geïntegreerd tussen het overige werk. Jammer dat het volume aan de lage kant was, maar daar maalden de danslustigen niet om. Zij genoten met volle teugen.

Het tempo werd iets hoger geschakeld op het Charlatanpodium toen de harde beats van Shameboy werden ingeplugd. Verschillende keren stond het duo garant voor een feestje hier. Ze hebben een belangrijke personeelswissel doorgevoerd, want begin het jaar is bezieler van het éérste uur Jim Dewit vervangen door de Duitser Dominiek Friede, die eerder al meewerkte met de band. Live waren er geen grote verschuivingen want de pulserende, harde beats onder leiding van Luuk Cox stonden nog steeds centraal. Repetitieve herhalingen zijn uit den boze want aan de oude krakers “Strobot”, “Rechoque” en “Splend it” wordt continu gesleuteld waardoor ze vernieuwend en fris blijven. Uit de nieuwe plaat ‘808 State of mind’ kregen we o.a. “Blastermind” en “Vultures”, waarmee het duo moeiteloos de tent plat speelde.

Grootste publiekstrekker van het festival waren de broers Phil and Paul Hartnoll, bij veel muziekliefhebbers beter bekend als
Orbital (Grand Mix). De Engelse electronica-pioniers, al meer dan 2 decennia actief, waren hun streken duidelijk nog niet verleerd. Hun inventieve, speelse en intelligente combinatie van techno, ambient, house en een vleugje jungle misten hun uitwerking niet. De lichtgevende en priemende oogjes, het handelsmerk van de heren, ondersteund door knappe en sfeervolle visuals, zorgden voor een intense en aparte beleving. De concertgangers wisten de leuke, ongedwongen wisselwerking tussen het melancholische, zachte en de agressievere, meer opzwepende sounds te smaken. We herkenden fantastische en energieke vertolkingen van dancefloorfillers “Satan”, “Chime”, “Omen”, “The saint” en “The box”. Wie beweert dat dansmuziek geen ziel heeft, moet dringend deze grootmeesters aan het werk zien. Voor velen een absoluut hoogtepunt.

Jaydee (Igloo) bracht een bescheiden doch aangename DJ-set. De toegankelijke house en techno zetten velen aan tot dansen. Natuurlijk mocht het alom bekende, onverslijtbare “Plastic dreams” niet ontbreken. De kraker van begin jaren '90 bracht de gezellige, kleine tent tot een kookpunt. Het unieke concept van de Igloo-tent en de visuele elementen zetten de muziek extra kracht bij. Beslist nog niet afgeschreven.

Ook jonge wolven Sound Of Stereo kregen een hoog plaatsje in de line up. Brusselaars Jochen Sablon en Vincent De Boeck zaten de voorbije jaren op een rollercoaster en uit het niets veroverden zij de afgelopen maanden hun plaatsje aan de top van de dancescène. Ze bereikten zoveel ‘kids lately’ waardoor alle grote fests zoals Pukkelpop, Dour, I Love Techno en Tomorrowland hen maar al te graag op de affiche wilden. Zowel hun draaikunsten als eigen singles “Zipper” en “Heads up” worden fel bejubeld. En al snel kregen ze het jonge volkje naar hun hand. De nodige visuals ondersteunden het anderhalf uur durend spektakel, dat bol stond van de floorfillers en aantoonde waarom ze hadden getekend op het N.E.W.S label van Dr Lectroluv.

FihP wist één van de grondleggers van de Detroit techno te strikken, nl.
Kevin Saunderson (Igloo). Samen met Derrick May en Juan Atkins zette deze man in de jaren '80 de techno- muziek op de kaart. De hooggespannen verwachtingen werden moeiteloos ingelost door deze Amerikaanse veteraan, nochtans deden technische problemen bij aanvang van de set ons het ergste vermoeden. Maar hij bewees een echte professional te zijn en serveerde de overvolle tent een solide, strakke en zelfverzekerde performance waarbij stilstaan geen optie was. Uit de bol gaan was dus de boodschap!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

Festival Dranouter 2010: zondag 8 augustus 2010

Geschreven door

De afsluitende familiedag in Dranouter kon opnieuw rekenen op heel wat belangstelling. 27000 mensen konden genieten van een afwisselende, kleurrijke programmering van pop, soul, afro en folk, waarbij Solomon Burke feat. Joss Stone een set buiten categorie speelden …

Maar er viel al een volle Kayam tent te noteren tijdens het vieruutje van het festival, want Daan, één van de meest geboekte Belgische artiesten tijdens de festivalzomer, gaf een wervelende synthpop en rootsrock setje. Sinds de cd ‘Manhay’ verscheen, vernoemd naar het Waalse dorpje, waar hij frisse lucht opsnoof om inspiratie op te doen, is hij met z’n band onophoudelijk ‘on tour’ en kreeg hij terecht 4 awards mee van de MIA’s 2009. Een ‘new face’ en ‘sound’ presenteerde hij. De band was erg goed op elkaar ingespeeld en na kleppers “Exes”, “Crawling from the wreck” en “Icon” van de laatste cd, speelde de James Dean lookalike een reeks aanstekelijke, dansbare instant klassiekers, refererend aan de eighties als “The player”, “Addicted (to love)”, “Eternity”, “Victory”, “Sweet designer drugs” en het obligate “Housewife”; de gitaren, drums en synths klonken fors door en de leden hotsten heen en weer op het podium, wat aanstekelijk werkte op de dansspieren. De hitmachine Daan was op hol geslagen. De tent stond al vroeg in de namiddag op z’n kop … Moest er nog ‘Daan’ zijn?!

Van het intieme Isbells hebben we maar een glimp kunnen zien … én ze hebben er eigenlijk zelf voor gezorgd, want wat hebben we als bezoeker en fan gevloekt op het gezelschap! De overdreven, enerverende soundcheck van ‘iets hoger’, ‘iets lager’ liep ruim 20 minuten uit, waardoor we enkel de breekbare songs “BB Chevelle”, “Without a doubt” en “Reunite” konden horen. De doorbraaksingle “As long as it takes” zal wel iets verderop gezeten hebben. Het project van Gaëtan Vandewoude is een Belgisch unicum binnen de alt.country/americana, folk en sing/songwriting en brengt een ganse ‘wave’ op gang, waaronder we ook Amatorski kunnen rekenen. Naast een instrumentarium van akoestisch ingehouden gitaren, een licht en sobere elektrische gitaar, mandoline, steelpedal, toetsen en spaarzame jambee-tics, gaat de aandacht naar het stemgenre en –timbre van zachte, zalvende, meerstemmige en hemelse vocals, aangevuld met obligate ‘oohoohs’ en ‘hoohoos’. Pareltjes van songs in een herfstig decor, dromerig en beklijvend allemaal, maar hun eigen stomme stoorzender soundcheck verbrodde het unieke sfeertje van de intimiteit … Isbells, aub, blijf je leest!

De perfecte sensuele tongkus kregen we van het Franse Nouvelle Vague die uitpakten met een keuze van bekend en minder bekend werk van ‘80’s (punk) pop en new wave classics. De coversongs hebben een zwoele, groovy ondertoon en krijgen leuke, frisse, knappe en creatieve impulsen. Het geheel klinkt bevreemdend, sensueel en romantisch, bepaald door de vocals van twee charmante zangeressen, die in navolging van de Cocorosie dames een prominente rol innemen. Met hun broeierige, fluisterende sexy stemmen en verleidelijke danspasjes kregen we een de ideale cocktailparty van ‘Was het nu ’70 of ’80’ - catalogus voorgeschoteld, waaronder “Master & servant”, “Ever fallen in love”, “The guns of Brixton”, “Dancing with myself”, “Making plans for Nigel”, “Blister in the sun” en “I just can’t get enough”. Waverocken konden we met de obscure single “Dance with me” (van Lords of the new church) en de afsluitende pakkende en opbouwende “Love will tear us apart” van Joy Division, waarbij iedereen meeklapte en het refrein meezong. Meer dan noemenswaard was de duivelse versie van Bauhaus “Bela Lugosi’s dead” en de Dead Kennedy’s klassieker “Too drunk to(o) fuck”, die veel aan de verbeelding overliet …

Minder vaart liep het bij Hope Sandoval & The Warm Inventions. De intimistische, broeierige, dreunende pop is een stijl apart. We weten onderhand wel dat Hope Sandoval niet de meest ‘happy’ muziek maakt. Na haar werk met de Mazzy Star en het gezinsleven, was ze sporadisch nog te horen als guestvocaliste; ze heeft met de nieuw geformeerde band twee platen uit, die in het verlengde liggen van haar vroegere band. Traag slepende melodieën, repeterende, dreunende tunes hebben een donkere ondertoon en bepalen samen met haar hemels dreigende stem de sfeer. Het sober ingehouden materiaal, spaarzaam begeleid, kreeg warmte door de haar bespeelde toetsen en xylo. Een beklemmend sfeertje, waarvan de dramatiek aan het hart van het publiek sloeg. Daarenboven is ze niet de meest praatlustige lady en was er de koele uitstraling en statische opstelling van de band, waardoor de finesse en subtiliteit van haar songmateriaal wat aan het publiek voorbij ging …

Een totaal ander sfeertje snoven we op bij het Congolese Staff Benda Bilili. Hun muziek zit binnen de afroworld van Congolese rumba, soukous, reggae en funk. We hadden nog niet alles gezien na Amadou & Mariam, Tinariwen en Toumani Diabéke, me dunkt, want de kern van de band, 4 polio-patiënten, zanger-gitaristen, die, alhoewel ze aan hun rolstoel gekluisterd zijn, in een funkende James Brown stijl letterlijk freewheelden op het podium, bijgestaan door een heuse ritmesectie. Intrigerende, opzwepende, dansbare nummers, ongelofelijk knap in elkaar gestoken door de afwisselende en door elkaar lopende stijlen. De vier heren ‘in a wheelchair’ zorgden voor een leuk feestje, dat niks anders dan respect afdwong van.

Peggy Sue uit Brighton … We zagen ze nog als support van Archie Bronson Outfit tijdens Les Nuits Bota 2010; ze spelen dramatiek met een rauw randje en hellen daarmee over naar de vrouwelijke songwriterpop van Feist, Cat Power en Joan as Policewoman, houden van de dromerige folkpop van Indigo Girls en Tegan & Sara en durven wel eens in de richting gaan van de ruwe bolsterrock van Sleater-Kinney en van de begindagen van PJ Harvey …. Zachte strelingen en ruwe partijen dus …

Maar niks op het ganse festivalweekend kon tippen aan de zalige muziek van Solomon Burke – Joss Stone, of beter gezegd Solomon Burke & The Soul Alive Orchestra with Joss Stone. De twee grootheden vonden elkaar en trekken voor een paar concerten op tournee. En wie erbij was keek en luisterde ernaar … Solomon Burke, een man van formaat, letterlijk en figuurlijk, preacher en ‘godfather of soul’, op zijn met goud bezette troon, werd geëscorteerd door enkele bevallige soulzangeressen en een heuse begeleidingsband, grossierde in z’n rijkelijk gevulde oeuvre, entertainde het publiek alsof hij de zondagsmis in de kerk van Dranouter aan het doen was, strooide met complimentjes en deelde roosjes uit, en … had nog een surprise achter de hand … de blanke soulzangeres Joss Stone … en dan voelde je doodgewoon de vonken spatten van een heerlijke, frisse, speelse en beheerste Motown combinatie van pop, (Memphis)soul, blues en gospel. Dit klikte zondermeer! Joss dartelde rond Burke, flirtte met het publiek en zorgde door haar charisma dat een romantische avondzon neerdaalde. De soulprinses kreeg van de Master himself ruimte om een paar eigen nummers te zingen als “Tell me what we’re gonna do now”, een “Don’t give up on me” - duet en een ‘jamming version’ van “Super duper love”. Bloemetjes en bijtjes waren er in overvloed op covers “Wonderful world”, “Rolling on a river” en “Everybody needs somebody to love”. Tot slot was er nog een medley rond “The saints go marching in”. Hier ontbrak enkel die The Wedding Chapel nog … Verbluffende gig!

Het kroonstuk van het festival moesten de folkrockpunkers van het eerste uur, The Pogues feat shane MacGowan zijn. The Pogues waren één van de bepalende bands, die de folk medio de jaren ’80 een vooraanstaande plaats gaven in de poprock. ‘Rum, Sodomy & The Lash’, ‘If I should fall from grace with God’ en ‘Hell’s ditch’ waren drie puike platen van het Londense collectief. Creatieve spil Shane kon met z’n doorleefde, grauwe, melancholische Engelse dialectvocals de songs elan geven. Maar door de overmatige ‘streams of whiskey’ en cocktails slaagde hij er met de jaren onvoldoende in nog een oerdegelijke set af te leveren en te beëindigen. Op die manier ontstonden mythes rond de ladderzatte figuur van … A. komt hij nog af en B. haalt hij de eindmeet in de set. Nu, hij slaagde vanavond in beiden, maar nuchter zullen we hem wel nooit op het podium zien.
Ze speelden een ‘Best of’, waar de klemtoon natuurlijk kwam op de zwierige en speelse folkpop, en waarbij Shane op en van het podium strompelde, als een Lanegan zich vastklampte aan z’n microstatief, af en toe nipte aan een glas (gin), wat brabbelde tot z’n publiek en zo goed mogelijk probeerde de nummers tekstvast te zingen. De toon werd gezet door ”Streams of whiskey”, “If I should fall from grace with God” en “Broad Majestic Shannon”. De banjo, accordeon en tin whistle gaven kleur. De band speelde strak, wat mogelijk maakte dat Shane niet uit z’n rol viel. Verder hoorden we alvast fijne versies van “Kitty”, “Sunnyside of the street”, “Thousands are sailing”, een rockende “Tuesday mornings” (vocaal door Spider Stacey (?)) en een aangrijpende “Rainy night in Soho”. Er zaten een paar mindere momenten in, die Shane ook meesleurden. “Dirty old town”, “Sickbed of Cuchulainn” en de feestelijke afsluiter “Fiesta!” waren goed geprogrammeerd om de zwakkere plekken op te vangen.
De succesvolle Dranoutereditie kon besloten worden door de drinkemansliederen van een matig tot goede de Pogues. Prosit! CU Next Year!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

Festival Dranouter 2010: zaterdag 7 augustus 2010

Geschreven door

Op dag 3 kwam de klemtoon op het rockluik. Vandaag geraakte het festival uitverkocht voor de eerste keer in z’n 36e editie. 30000 bezoekers … en daar zal het éénmalig optreden van dEUS wel voor iets tussen hebben gezeten.

De scharen waren al vlijmscherp toen Meuris het festival opende in de Kayam. Hij trok de voorbije maanden in het clubcircuit om geselecteerde songs van Noordkaap en Monza het nieuwe decennium in aangepaste, frisse, pittig versies te spelen, wat het album ‘Spectrum’ opleverde. Een ‘director’s cut’ heet dat volgens Meuris. En inderdaad, een goed op elkaar afgestemde band gaf het materiaal een stevige injectie, de toetsen klonken goed door en Meuris beleefde een nieuwe jeugd als zanger en performer. Broeierig en slepend krachtvoer speelden ze met “Panamarenko”, “Gigant”, “Druk in Leuven”, “Een heel klein beetje oorlog”, “Wat een fijne dag/het zou niet mogen zijn”en “Hoopvol”. Op “Satelliet Suzy” kon band als publiek even op adem komen. Tot slot werd Will Tura in de bloemetjes gezet met de versie van “Arme Joe” die een leuke synthtune kreeg op z’n Editors “Papillon”.

De sfeervolle, ingehouden rootsrock van Joan Wasser aka Joan as Policewoman klonk flets in de te hoog gegrepen Kayam tent. Begin volgend jaar verschijnt een nieuwe cd en daarvan kregen we enkele nummers van te horen waaronder het rustig voortkabbelende “Flash” en het heupwiegende “The magic”. Ook Public Enemy’s “She watch Channel Zero” dompelde ze onder in een laidbackversion. De songs worden bepaald door een semi –akoestische gitaar, piano/toetsen en een spaarzame drums, naast haar indringende, emotievolle stem. Maar haar innemende droompop beschikt ook over te weinig ‘jus’ na haar debuut om de aandacht van het publiek te houden. Het waren vooral de aanstekelijke en gevoelige oudjes van ‘Real life’ als “Eternal flame”, “Save me” en de titelsong van haar debuut die konden prikkelen. Het lijkt erop dat JAPW een stille dood tegemoet gaat, ondanks de enthousiaste ingesteldheid. Benieuwd dus wat die nieuwe plaat zal zijn in z’n totaliteit …

Blij dat we dan op zo’n moment Electric Celi konden zien, één van de komende bands binnen de traditionele scène in Ierland. De groep gaf het materiaal een uptempo swing door gitaar,toetsen, flutes en viool. Aangenaam, ontspannend, leuk en kleurrijk!

De Engelse sing/songwriter Tom McRae mag al tien jaar worstelen met droefgeestige songs, steeds weet hij te boeien, door de gevarieerde inbreng en de gigs al of niet met band. Op het recente ‘The alfabet of hurricane’ priemden de zonnestralen door. Eerder overtuigde hij al in het clubcircuit en ook vanavond kon hij veel meer dan JAPW het publiek houden. Hij ontpopte zich als een charismatische zanger, en ontlaadde de spanning door z’n weemoedige muziek enkele bezwerende en opzwepende stroomstoten te geven. Een sterke band ondersteunde hem. “Me and Stenton”, “End of the world news” stonden naast “I still loves you”, “A & B song” en de absolute kraker “Boy with the bubblegum”, die venijn in de staart had. Deprimerende songs die lieflijk, dromerig, aangrijpend als uitgelaten en dynamisch klonken. We kregen het allemaal. Zo zie je maar tot wat dit talent in staat was …

In afwachting dat Tindersticks kon postvatten, dwarrelde troubadour Harper Simon op de Mainstage rond. Vliegtuigproblemen gooide voor beiden roet in het eten: Tindersticks die een deel van hun materiaal miste in Zavemtem en Simon die er in de namiddag niet geraakte. Harper is nog niet zo bekend als z’n papa Paul, maar vuurde toch enkele bedwelmende akoestische gitaarliedjes op ons af. Een half uur lang konden we fijne songs horen van z’n pas verschenen debuut.

Tindersticks luidde hun reünie een paar jaar terug in met ‘The hungry saw’. ‘Falling down a mountain’ is de opvolger en Tindersticks klinkt nog als Tindersticks van in z’n eerste dagen – sfeervolle, romantische, melancholische (k)luisterpop, onder de typische ‘crooner’, raspende, zalvende stem van Stuart Stapels. De Tindersticks nummers blijven gedrenkt in smachtende soul en retro en krijgen diepgang en kleur door de toevoeging van piano, toetsen, blazers, xylo en strijkers.
Soms is de getormenteerde zielenpop wat zwaar om te dragen; we waren dus verheugd dat er zowel op plaat als live oog is voor een Cave-iaans krachtiger aanpak als op “Harmony around my table” en “Black smoke”. Spijtig genoeg hebben ze door de problemen de set moeten verkorten, waardoor de extravertie onvoldoende kon uitgespeeld worden. Een tweede kans is hen zeker gegund …

Een andere exclusiviteit op Dranouter was de programmering van dEUS. In de nieuwe optiek van het festival was het éénmalig concert dat dEUS dit jaar (buiten de ‘last instant’ in OLT Rivierenhof) alvast de kers op de taart voor de organisatie. In afwachting van de nieuwe cd die volgend jaar komt te verschijnen, zijn er een paar muzikale trainingen in Europa. Op Pukkelpop 2009 concerteerden ze nog voor 2 gigs en hoorden we al twee nieuwe nummers. Vandaag werd er 1tje toegevoegd “Second nature”, die middenin de set was en een doorsnee dEUS song was met een broeierig sfeervolle opbouw. Verder speelden ze net als Meuris een messcherpe set. Ontspannen, goedgeluimd maar uiterst beheerst en geconcentreerd ging het kwintet te werk. Sterk op elkaar ingespeeld kon elk wel z’n eigen ding doen, Janzoons op viool/xylo maar vooral op toetsen, die een meer prominente rol innamen en Mauro door z’n prikkelende gitaarwendingen en z’n raspende, schreeuwende backingvocals.
We stonden tegen elkaar gedrumd op openers “Little aritmetics die naar het einde explodeerde, een funky en dansbare “Fell of the floor, man” en een rockende “The architect”. Het gaspedaal werd met o.a. “Real sugar” en “Nothing really ends” niet steeds even fel ingedrukt. De sobere maar strakke lightshow zorgde voor bijkomende sfeerschepping. Na een snedige “Slow” en het meeslepende “Favourite game” konden we ons hartje ophalen op een uitmuntende heftige “Theme from Turnpike”. En ze hielden het tempo strak, na dit nummer met “Bad timing” en “Don’t get what you want”. Tot slot kon een uitgesponnen en afwisselende versie van “Roses” niet ontbreken om iedereen mee te krijgen. En ze hadden er zin in om de bedreven set nog meer elan te geven: een op Mauro’s lijf geschreven “Mortichair”, “Suds & soda” en een intieme “Serpentine” kon de pittige, sierlijke set definitief besluiten. Geen “Hotellounge”, maar dat hoefde ook niet meer na wat dEUS ons had voorgeschoteld. In dat jaartje toonden ze aan dat ze niet hebben stilgezeten in hun ‘Vantage Point studio’s’ …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

Festival Dranouter 2010: vrijdag 6 augustus 2010

Geschreven door

De 36 ste editie van het Festival Dranouter was een schot in de roos .. In totaal waren er tijdens de vier dagen 100000 bezoekers. De naamverandering en de bredere muziekprogrammatie binnen het pad van de poprock, waarbij voor het eerst de ‘folk’ werd geschrapt, zal daar wel voor iets tussen hebben gezeten. De nieuwe muzikale koers blijft wel oog hebben voor (familie) tradities en nieuwigheden (Low Impact Zone, Jesus Miracle Lab, Wedding Chapel, Radio Dranouter live). En verder natuurlijk nog de theatervoorstellingen, de kermisattracties van zweefmolens, de kraampjes en de pleintjes in de boerenbuiten van de Westhoek, de nachtelijke taferelen die zich afschilderen tijdens het wandelen tussen het festivalterrein en de parking enz …, maken het festival warmer en aparter van de andere grote festivals. Een prachtig decor en een uiterst genietbaar festival dus met een leuke, ontspannende sfeer en gezelligheid. En niet te vergeten Festival Dranouter is een Green Festival op en top.
Sfeerschepping, gemoedelijkheid en muziek slaan de handen in elkaar; na het startschot op donderdag konden we terecht voor een heuse boeiende afwisseling van acts als Vaya Con Dios, Paolo Conté, Anouk, Tom McRae, Tindersticks, Staff Benda Bilili, Solomon Burke feat. Joss Stone, The Pogues en het éénmalig concert van dEUS, die zorgde dat Dranouter voor het eerst in z’n geschiedenis uitverkocht geraakte met 30000 bezoekers.
En het weer? … afgezien van enkele onweersbuitjes bleef het droog en was het warm.

dag 1: vrijdag 6 augustus 2010
Op de eerste echte festivaldag kwamen ongeveer 28000 bezoekers, die genoten van de zomers zuiderse en feestelijke sounds en van de ‘la douce’ France en Italy van Vaya Con Dios, Paolo Conté en de onderhouden vrouwenpop van Anouk. Een geslaagde combinatie.

De ‘Balkan Banquets’ van het Belgisch/Franse Orchestre International du Vetex zit in de lift. De feestfanfare brengt muzikanten uit Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk van diverse sociale achtergrond samen en biedt een prachtige collecte van trompetten, saxofoon, trombone, klarinet, bugel en sousafoon, en verder accordeon, flute, drums en percussies. Een zwierig geluid geënt op de Oost-Europese traditionele muziek, gypsy, klezmer en polka zorgde voor de juiste toon en sfeer op het festival in Dranouter. Eigen nummers werden afgewisseld met traditionals uit de Balkan. (H)Eerlijk feestelijke muziek hoorden we, af en toe ondersteund door een gemoedelijke Portugees leunende zang. De Balkan pop is en blijft alvast hip door hun inbreng …

Club!in Residence was het Zuiderpershuis in Antwerpen. Ze brachten op vrijdag wereldculturen samen in de Clubstage en konden alvast enkele beloftevolle artiesten strikken waaronder Terrakota en Hindi Zahra die avond.
Terrakota hielden het even feestelijk en zomers met hun Zuiderse geluiden, Afroritmes, opzwepende percussie, dans en de puike man/vrouw samenzang. Hindi Zahra ontpopte zich als een beloftevolle jonge klassemadam. Ze is afkomstig van het Berbervolk in Marokko, heeft Touareg-roots en opereert vanuit Parijs. Ze stelde haar debuut ‘Handmade’ voor, een soort fusion van pop, folk, soul, blues, jazz en flamenco met Oosterse, Marokkaanse rootsmuziek, zonder echt wereldmuziek te zijn. In sommige nummers is er de link met de hypnotiserende retro/world/woestijnblues van Tinariwen, ook Toeareg nomaden, maar dan van Mali. Ze wisselde haar meeslepende, aanstekelijke heupwiegende poplounge af met enkele aanstekelijke knallers als “Stand-up”, die alle stijlen samenbracht en, ondanks haar ziekjes-voelen, een schitterend staartje gaf aan haar gevarieerde set. Ook Baloji was hier vanavond te zien die op z’n soloplaten een zoektocht maakt naar de Afro-Europese identiteit en op de recentste plaat ‘Kinshasa Succersale’ een cru en klaar beeld schept over z’n roots in Congo.

De muzikale smeltkroes van het uit LA opererende Fool’s Gold is nog maar bitter weinig gekend en wie ze zag, was toch onder de indruk van de verwevenheid Westerse pop, intrigerende, tintelende gitaarakkoorden vs Afrikaanse, Oosterse, Indiase aanstekelijke ritmes en melodieën. Hun world beat pop werd af en toe zelfs in het Hebreeuws gezongen door de Israeli roots. De muzikale veelkeurigheid werd opgezweept en gedragen door de drums, percussie, synths, blazers, de gitaarpedaaleffects en de indringende zang. Middenin zakte het tempo evenwel, wat de dromerige kant van de band beklemtoonde. Een bezwerende trance danstrip zoals bij Hindi Zahra, met een knipoog naar Tinariwen …

Het Belgische The Antler King in de Kring hield het publiek in z’n greep met hun gevarieerde sound van ingehouden laidback en poprock. Broeierige pop waarbij het kwintet af en toe enkele akoestische momenten inschakelde. ... ‘a cold summerbreeze wraps itself around your shoulders‘… Mooi toch voor zo’n band op het festival ...

De feestelijke stampers maakten plaats voor een ‘du vin – du pain’ avondje met de jazzy crooner ‘douce’ sound van Vaya Con Dios en Paolo Conté in de Kayam tent.
Vaya Con Dios is gecentraliseerd rond Dani Klein, inmiddels 55 geworden. Ze is back en gaf een eerste teken van leven in 2004, maar het is vooral nu dat ze terug in de spotlights staat met de recente cd ‘Comme on est venu’. De plaat, nota bene geproduceerd door haar zoon, koppelt de vroegere Latijns-Amerikaanse sound aan de muzikale leefwereld van Piaf, Brel, Adamo, Gainsbourg en Arno. Een uiterst sfeervolle plaat van het Franse chanson, pop, jazz en soul. Ze slaagde er met haar uitgebreide band in de Kayam tent om te vormen tot een rokerige nachtkroeg. De oude hits “Puerto rico”, “Heading for a fall”, “What’s a woman …” en “Hey nah neh nah” werden in een aangepast kleedje gestopt, kregen een gepaste lichte heupwiegende swing en regen de set aaneen met het nieuwe werk, “Les voiliers sauvages”, “Suffisant d’y croire”, “Le pauvre diable” en de titelsong Comme on est venu”. Ook de andere Engelstalige songs boeiden, “Ain’t no love”, “Lay your hands” en “Get to you” … danspasjes werden op ongedwongen wijze gemaakt. Kijk, na de tournee in de talrijke CC zijn we er nu nog meer van overtuigd dat Dani Klein in één adem op te noemen is met die andere meertalige chansonnière Jo Lemaire; twee perfecte ambassadrices …

Paolo Conté klonk met een glaasje wijn. De ruim 70 jarige nors kijkende, rechtvaardige rechter, zanger/componist en tekstschrijver van liedjes voor andere artiesten en later voor zichzelf, gaf met treurige, melancholische songs en z’n grauwe zegzang en korrelige gebroken stem een aparte charme aan het festival; net als bij Vaya Con Dios kwamen de songs het best tot hun recht in de rokerige nachtkroegen, voor deze gelegenheid de Kayam-tent. De man heeft al een lange carrière achter de rug en brak definitief door met het in ’90 verschenen ‘Parole d’amore scritte a machina’. Samen met een jazzbalorkest van blazers, strijkers en piano hoorden we innemend sfeervol materiaal van “Impermeabli”, “Diavolo roses”, “Max” en “Comédie”, met een zalvende, subtiele, fijne klankkleur, én die af en toe een huppelend ritme kende

Van een andere orde was Anouk, die op de eerste avond een nokvolle Kayam tent lokte. Tja, in het nieuw ingeslagen pad van de organisatie kan de Nederlandse dame worden ingepast, na vroegere concerten op Rock Werchter, T/W Classic, Suikerrock enz … was ze vanavond hier voor het enige zomerconcert in België. De refreinen van haar hitsende en ingetogen emo vrouwenpop als “In this world”, “Modern world”, “Are U kidding me”, “Nobody’s wife” en “Girl Girl” en op het verzoek gevraagde “Michelle” werden luidkeels meegezongen. Onschuldige Poprock die elan had door de blazers en toetsen, de backing vocalistes en de onovertroffen Pamela Anderson uitstraling. “Good God” dachten we, toen ze op het Festival Dranouter kwam, én nét die song besloot (qua opkomst) succesvol de avond …

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

Pagina 122 van 147