logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
avatar_ab_19
Festivalreviews

Labadoux 2010: zaterdag 8 mei 2010

Geschreven door

Door andere festiviteiten moesten we vandaag de doedelzakken van Hevia missen. Maar als het begint te duisteren horen we op het plein een eenzame Piper op een Schots instrument blazen. Frank Dubois hoorde het voor het eerst op de Franse grens in Wervicq-Sud toen zijn broer op reis vertrok. Meteen was hij verkocht en leerde het instrument bespelen. Nu maakt hij deel uit van één van de vele Piperbands die ons land rijk is. Een fijne ontmoeting op een rustige festivalweide…

Op zaterdag stonden de warmtekanonnen aan in de tent langs de vaart in Ingelmunster. De muziek van Pama International straalde zelf evenveel warmte uit. Tropische reggaeklanken nodigden de ene keer uit tot heupwiegen en meespringen op het opzwepende ritme of anders tot zalig nietsdoen in een hangmat in de zon. Voor de zon zijn we blijkbaar in het verkeerde land geboren. Maar wie mee ging in de set van Pama, genoot van van een ander soort warmte. Een schot in de roos!

The Blik Dooze Band & Bart Vandenbossche
De vijfkoppige Blik Dooze Band bracht in zijn bekende stijl een mix van traditionals uit de hele folkgeschiedenis met cabareteske humor en West-Vlaamse grappen en grollen (Zij: “We gaan een gordijn moeten hangen in de badkamer want de buren kunnen binnen kijken uit hun keuken” – Hij: “We gaan die kosten niet moeten doen als ze u ene keer gezien hebben. Ze zullen dan zelf wel gordijnen hangen”). Soms speelden ze nummers van hun vrienden die er jammer genoeg niet bij konden zijn Flaco Jimenez was naar een trouwpartij en Willem Vermandere had een ehnne die moest leggen). Of ze brachten een ode aan het ongebonden leven van de echte Pallieter met nummers uit diverse vaatjes getapt zoals “Ik hou van alle vrouwen” van Rum of “Het Luiaardsgild” dat we kennen van Kadril.
Bart Vandenbossche voelde zich als een vis in het water tussen deze specimen die even ervoor nog in Junglebook verdwaald waren (met de wilde (h)oester als bijzonderste exemplaar). Ze begeleidden hem zowel bij zijn eigen wereldhits als bij klassiekers zoals “The Wild Rover” of “Drunken Sailor”. Een geslaagde combinatie en inderdaad een stevig werkend antidepressivum!

Faran Flad
”Faran Flad, nu ook de revelatie op Labadoux?” is volgens ons een retorische vraag op de website van Labadoux. Het geheel was veel meer dan de combinatie van de individuele leden.
De Britse zangeres/fluitiste Heather Grabham groeide op in een gezin doordrenkt van folk. Met de groep Tan Tethera (de cijfers 2 & 3 bij het schapen tellen) speelt ze met haar vader Dave (op gitaar and zang) en haar moeder Kath (zang). (http://www.myspace.com/heathergrabham)
Door haar samenwerking met Kadril aan het project 'De andere kust' leerde ze Erwin Libbrecht kennen. Jan Debrabandere van Green Jacket is de harmonische en ritmische bassist van Faran Flad. Luc Pilartz is een van de beste violisten die ons land rijk is en een drijvende kracht in meerdere groepen zoals Verviers Central, Panta Rhei, Trio Trad en zijn eigen ensemble. Bart Deblaere en Frederik Vandaele zorgden voor percussie en het onmisbare geluid van de bodhran terwijl Koen Dewaele op bas speelde. De groepsnaam betekent ‘reizen in schoonheid’.  Deze groep is ook een rijzende ster aan het folkfirmament..

Motown met Jr. Walkers Allstar Band From Motown Records
Deze oudgedienden uit de stal van Motown vormen samen nog altijd een geoliede machine. Sommigen mogen dan al een gezegende leeftijd bereikt hebben, ze swingen nog als de besten. Het publiek werd laaiend enthousiast bij het horen van de onuitputtelijke voorraad kaskrakers uit de sixties en seventies. Vlak voor het podium stond een zwarte broeder het optreden te filmen in volle adoratie. We genoten mee en trokken moe maar voldaan naar huis.
Buiten ontmoetten we nog een kenner. Van hem kwam de vraag of er plaats is een kleine festival voor dergelijke commerciële muziek. Voor hem ware Mumford & Sons een betere optie geweest. Volgend jaar misschien…?

Neem gerust een kijkje naar de pics …

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

 

Les Nuits Botanique 2010 - Paul Kalkbrenner, Shameboy, Curry & Coco

Geschreven door

Les Nuits Botanique trapte vandaag af onder ruime belangstelling: de trapjes van de Kruidtuin waren goed gevuld, en verschillende concerten waren uitverkocht, waaronder ook het dance-luik in de Chapiteau met Shameboy en Paul Kalkbrenner.

Het Deense Fagget Fairys kwam niet opdagen, en werd vervangen door een Frans electro-pop duo, Curry & Coco. Deze jongens hadden duidelijk een jaren-tachtig fixatie, er sijpelden zelfs new-wave invloeden door, en met drums en keyboard wisten ze toch de nodige variatie uit de beperking van die bezetting te halen.

Shameboy heeft al op vele Belgische festivals de buitenlandse DJ’s naar huis gespeeld, met hun catchy electro waarbij de stroboscopische lichtshow de nummers slim naar een climax stuurt. Met hun derde worp, ‘808 state of mind’, borduren ze op hetzelfde stramien voort: stadion electro met acid-invloeden, vandaar ook de verwijzing naar de Roland 808. Jimmy Dewit werd vervangen door Dominik Friede, maar dit heeft niet echt tot een muzikale koerswijziging geleid. Shameboy kreeg 50 minuten, dus we verwachten dan ook dat ze er direct zouden invliegen, in plaats van rustig op te bouwen, en dit bleek ook zo te zijn: 50 minuten vol gas, zonder rustmomenten.
Ouwe klassiekers zoals “Strobot” en “Rechoque “werden afgewisseld met het nieuwere werk zoals “Blastermind”, maar jammer genoeg klonk alles nogal uniform, de nummers zijn onderling inwisselbaar, en we konden ons niet van de indruk ontdoen dat Shameboy voor het gemak van de herhalingsoefening gevallen is. Natuurlijk misten de nummers en de belichting hun effect op het publiek niet, maar echt ontploffen deed de tent toch niet. Acts zoals Bloody Beetroots serveren hun electro net iets vuiler, meer tongue-in-cheek, en laten ook meer invloeden uit andere genres dan electro toe. Herkansing voor Shameboy deze zomer op een festival?

Het was duidelijk dat iedereen deze avond voor Paul Kalkbrenner gekomen was, hij kreeg al een oorverdovend applaus voor de eerste beat uit de boxen spatte. Pauk Kalkbrenner, een Berlijnse DJ, die al jaren meedraait in de B-Pitch Control posse van Ellen Allien, kende vorig jaar zijn doorbraak met “Sky and Sand” en de soundtrack van een techno film, ‘Berlin Calling’. De Chapiteau was tot de nek gevuld met zowel jonge tieners als dertigers die allemaal zin hadden om er eens goed in te vliegen. De security liet het allemaal rustig begaan, twee meisjes konden zonder probleem hun dansmoves op het podium demonstreren. Paul Kalkbrenner had vandaag meer dan genoeg tijd om zijn set rustig op te bouwen, een uur en drie kwartier volgens het programma, dus in het begin kregen we vooral nieuwe nummers, duidelijk techno, maar zeker geen minimal. Ergens vooraan zat “La Mezcla”, met zijn Braziliaanse touch, iets waar Duitsers meestal heel goed in zijn, denk maar aan Jazzanova. Paul Kalkbrenner bouwt veel van zijn nummers op verschillende niveaus, dwingende beats die doordenderen, en dikwijls van tempo verwisselen, en daarboven dromerige composities die de songs bijeen houden. Hij kent duidelijk de trucjes om het publiek te bespelen, zoals de beat laten wegvallen, om dan weer veel harder in te vallen, maar hij blijft inventief. Ook de nummers van Berlin Calling kwamen aan bod, maar de beats en melodieën had hij altijd wel bewerkt, zodat het toch net altijd iets anders klonk. Absolute prijsbeesten zoals “Gebruen Gebruen”, “Aron”, “Square 1” en “Azure” bouwden naar de climax op: even voor twaalven staken alle handjes in de lucht in de Chapiteau.
Net zoals op Pukkelpop vorig jaar, biste Paul Kalkbrenner met zijn versie van “Mad World” van Tears for Fears. Het publiek was al op weg naar de uitgang, toen Paul Kalkbrenner iedereen nog op het verkeerde been zette door met een andere melodie “Sky and Sand” te beginnen. Iedereen stormde natuurlijk terug de tent in, om luidkeels mee te brullen. De eerste nacht van Les Nuits was bijzonder leuk begonnen.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota 2010)

Labadoux 2010: vrijdag 7 mei 2010

Geschreven door

We zijn alweer aan de 22ste editie van het Labadouxfestival toe! Met The Levellers voor de tweede maal als top of the bill. En die blazen evenveel kaarsjes uit! … Dit jaar wil Labadoux samen met chefkok Frank Fol de bezoekers gezonde eetgewoonten bijbrengen… Zondag is mayovrije dag! Een nobel streven, maar het jonge volkje hoorden wij toch morren om hun portie vettigheid op de frieten…
De muziek viel iedereen in de smaak. Er was dan ook voor elk wat wils: oldies uit de sixties of folk uit een ver verleden, funk uit Motown of reggae uit de Caraïben. Elke dag waren er ook de onvervalste West-Vlaamse klanken. Zowel inboorlingen als ‘anderstaligen’ kunnen dit sappige taaltje smaken! Net als een gezond sausje van Fol moet je er wat aan wennen…

Dit jaar was het dikketruiendag! Het vroor nog niet zoals dat jaar met gitarist Snowy White (wanneer was dat ook alweer), maar het was zeker nog geen terrasjesweer. De organisatoren zullen dat ook wel gevoeld hebben aan de opkomst. Op het plein was de gezellige drukte van vorig jaar soms ver te zoeken. Maar de tenten boden onderdak aan alle koukleumen.

Lode et La Cactusse
Zoals beloofd bracht Lode Buscan met zijn Ieperse folkband dansbare balfolkmuziek. Na enkele Bourrées, walsen en mazurka’s sloeg de vlam in de pan een origineel arrangement van “Poezeminneke” van Rum, maar dan gezongen in het Westvlaams (“Ratten en muuzen moeten verhuuzen…”) gevolgd door het reuzenlied dat we allen leerden op de kleuterschool. Het was een gezellig optreden en de groep liet zich niet ontmoedigen door de 20 toeschouwers die de weg naar de tent gevonden hadden op de vroege uur. Ze sloten dan ook af met enkele honderden luisteraars en … jawel: dansers!

Roland & Band
Als een heer van stand kwam Roland op het podium met een witte sjaal, witte schoenen, een lange zwarte jas en bijpassend hoofddeksel dat op het eerste zicht wat weg had van een hoge hoed. Bij nader inzien leek het eerder een oosterse oorsprong te hebben.
Wie dacht dat dit heerschap ons zou bedienen van oude onvervalste Blues, kwam bedrogen uit. Roland is met zijn tijd mee. Dat is het minste wat kan gezegd worden. Met Roland op steelguitar en Steven de Bruyn (El Fish - The Rhythm Junks – kijk zeker ook eens naar http://www.youtube.com/watch?v=4yE7uloFG_Y ) op harmonica kregen we van bij het eerste nummer “Chicken Massa” een psychedelisch geluidstapijt de zaal in gerold. Tien minuten lang wisselde hij ritmische melodielijnen af met zweverig aangehouden klanken die ons deden denken aan Ry Cooder uit de tijd van Paris-Texas. Met zijn slagwerk speelde Georges Triantafylou (inderdaad van Griekse origine) perfect in op de freewheelende frontmannen.
Voor het tweede nummer werd dit trio vervolledigd door Allan Gevaert op bas. Steven versterkte het geluid van zijn harmonica’s met zijn jaren’50 micro en net als de eerste stoomtrein (175 jaar na dato) denderden ze doorheen een nummer waarin Roland ons een verhaal opdiste over de cultuurschok tussen een vrijgevochten Europeaan en de Amerikaanse Immigration Officer: “Officer kiss me please!”
Adepten van de klassieke blues werden dan toch op hun wenken bediend met “I had my fun”. Een echte blueskraker, traag en vettig, zoals ze die in de Mississippidelta lusten. Daarna herrees de oude El Fish uit zijn as met “Best Kept Secret”. Steven zong met zijn falset afwisselend in beide micro’s en demonstreerde en passant het gebruik van de neusfluit. Daarbij toverde Roland zowaar een Hammondorgel uit zijn gitaar. De set werd afgesloten met het nummer “King Kong” (with his big Ding Dong). Het was veel te snel gedaan. En dat beaamden de groepsleden achteraf ook. Maar op een festival moet de klok in de gaten gehouden worden!
Roland signeerde achteraf een oude LP uit onze privéverzameling. Hij was aangenaam verrast en drukte ons op het hart dat het intussen een collectoritem geworden is. “Zeker weten!”

Piv Huvluv
In de club-tent zagen we met Piv Huvluv één van de pioniers van de stand-up comedy in Vlaanderen.  Het was lang geleden dat we nog eens een stand-up zagen die ook geschikt was voor kinderen. Daarmee zeggen we niet dat het een kinderachtig optreden was. Jong en oud genoot met volle teugen van zijn filosofische kijk op de jeugd van tegenwoordig en op zijn eigen jeugd. De foto’s op het scherm waren een toegevoegde waarde. We mochten jong Pivke bewonderen op een oude klasfoto.
Het jonge volkje in de zaal mocht ook mee de show maken. Toen Piv ons ervan wou overtuigen dat er in tegenstelling met nu, vroeger tenminste nog aan poëzie gedaan werd vroeg hij lukraak aan een meisje wanneer ze de laatste keer een gedicht had moeten van buiten leren. Het antwoord was grappiger dan hij het bedoeld had: “Ik volg voordrachtschool”… De leukste moppen zijn niet gepland!

No Crows
No Crows, voor velen een aangename verrassing, brachten met Steve Wickham ( de legendarische fiddler van The Waterboys) en Oleg Ponomarev een tandem violen die de hele tent uit het wiel reden! Een afwisseling van weemoedige zigeunerklanken en opzwepende Ierse gigs en reels bracht het publiek in vervoering.
Even kwam Django Rheinhardt om het hoekje kijken. De geest van wijlen Stéphane Grappelli werd opgewekt in die 2 violen. Beide virtuozen leken met hun strijkstokken soms de degens te kruisen. Het was genieten van hun grappen en grollen. In het laatste nummer hoorde je bv. de kraaien echt krassen. Dit was echte ‘wereldmuziek’ een festival zoals Labadoux waardig. No Crows: een naam om te onthouden… Ze verlieten het podium om plaats te maken voor hun eigen gastgroep:

Ishtar
Zangeres Soetkin Baptist werd begin dit jaar vervangen door twee zangeressen: Hannelore Muyllaert en Isabelle Dekeyser. Het was een lust voor het oor en … jawel, ook voor het oog! Dat vonden beide violisten van No Crows ook. Nadat het publiek werd vergast op zowel de bekende hits als enkele nieuwe nummers van Ishtar, kwamen de gastheren opnieuw het podium opgedarteld om met hun violen de zangeressen te charmeren. Een unieke combinatie die we hopelijk nog zullen zien!
In deze nieuwe bezetting is de Ishtar zeker een nieuw leven beschoren. We horen er zeker nog van.

The Levellers
Net zoals Labadoux blazen The Levellers in 2010 hun 22ste kaarsje uit! Opnieuw maakten ze hun reputatie als live band helemaal waar. De zaal zat –nee, stónd- afgeladen vol voor de muzikanten uit Brighton. De snoeiharde songs volgden elkaar op in een moordend tempo dat menig punkband jaloers zou maken. Na ruim twee decennia op het podium is Mark Chadwick nog steeds uitstekend bij stem. Jeremy Cunningham op bas, steelt de show, pogoënd met zijn meterslange dreads. Jon Sevink zorgt met zijn viool voor de folktune in de rockmuziek van de groep.
Wie hen voor de eerste keer zag, beleefde halfweg hun optreden plots een verrassing toen uit het niets een didgeridoospeler opdook. Stephen Boakes, (zie http://home.swipnet.se/~w-26367/boakes.htm), met een wit geschminkt gezicht en rode haren, lijkt zo uit Australië weggelopen. Met het 2 meter lange instrument op de grond rustend zien we een soort Engelse Aboriginal staan. Maar als hij de buis naar het tentzeil omhoog richt, lijkt alsof een voorhistorische mammoet zich klaar maakt om te chargeren. Indrukwekkend!
Vijf jaar geleden zetten de Levellers Labadoux al in vuur en vlam. We konden exclusief een kijkje nemen in het gastenboek en stelden vast dat de heren zich beide keren kostelijk geamuseerd hebben. The Levellers werden een hoogtepunt op de eerste avond van het 22ste Labadouxfestival…

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Roots & Roses Festival 2010 – een festival vol moderne folk, blues & met stevige roots

Geschreven door

Op zondag 2 mei overstemde het festivalgeluid van het Roots & Roses Festival de plaatselijke kermis in Lessen of Lessines. Dit festival was ingericht op een sportterrein gelegen langs de Ancien Chemin d’Ollignies. Onder de twee tenten stond het beste geafficheerd van wat momenteel bestaat in de moderne folk, blues, rock naast gevestigde waarden, de zogenaamde roots.
De organisatie had kwaliteit hoog in het vaandel gezet, zowel voor de namen op de affiche, als voor de inrichting. Het festivalterrein was dan ook gezellig ingedeeld met kraampjes en overdekte eetgelegenheden. Geen grote merken of snelle (vettige) festivalkost, maar kwalitatieve (h)eerlijke producten van plaatselijke producenten die smaakten! Dit kon allemaal betaald worden met festivalgeld, waarvan de waarde gekoppeld was aan de Euro. Een schitterend detail. Ook de twee podia waren overdekt, niet onnodig zo bleek tegen de avond.

De eerste die we meepikten op de Rootsstage was The Experimental Tropic Blues Band. Deze Belgische band met de leden Devil D'Inferno, Dirty Wolf en Boogie Snake brengt ruige moderne blues. Het drietal bracht een verhitte en opwindende live act waar de vonken van af vlogen en die prikkelde om hun nieuw album Captain Boogie beter te leren kennen.

Daarna stond op de Rosesstage Fred Lani & Superslinger op het programma. Deze Belgische gitarist en componist, bekend van Fred and the Healers en X-Three,  keerde terug met een nieuwe band en een nieuw album 'Second life'. Deze set kon in eerste instantie minder bekoren, maar werd na verloop van tijd steviger en interessanter. Een krachtige mix van rock, pop en moderne blues, gevuld met groovy klanken en melodieën, met inspiratie van ondermeer Jimi Hendrix, G Love, Tom Waits, de Rolling Stones en zo veel anderen zodanig dat de bandleden het zelf ‘unstable blues’ noemen.

De eerste echte revelatie op het podium was Slim Cessna’s Autoclub uit Denver, Colorado. Dit zestal staat bekend als één van de stevigste live acts in de huidige Amerikaanse scène en put invloeden uit rock, country en gospel. Hieruit breien ze een unieke sound vol pedal steel, banjo, piano, contrabas en drums geleid door twee zangers. De heren konden ons zowel muzikaal als ‘live on stage’ vermaken op onnavolgbare wijze. Geflipt, gek, zot, prettig gestoord,… zijn zeker termen die door de gedachten van het publiek gingen bij het bekijken van deze band. De twee zangers zetten, tot groot jolijt van het publiek, de security menigmaal op het verkeerde been met hun kapriolen op en naast het podium en eindigden hun set in het publiek. Velen verlieten de tent met een smile op het gezicht en de albums Always Say Please & Thank You’ en ‘Cipher’ onder de arm. Zeker een aanrader!!

Next in line was de eerste legend van de dag Andre ‘Mr Rhythm’ Williams. Dit ondertussen 74-jarige icoon staat bekend om zijn soulvolle krachtige stem en funky groove. Hij serveert pure Blues en American R&B en grijpt geregeld terug naar de oude soul muziek. Zijn set werd op gang getrokken door The Goldstars. Een vierkoppige band die strakke rock and roll brengt met een hoog fun gehalte, want ‘the only way to rock seriously, is by not taking rock and roll too seriously’.
Andre Williams zette zelf direct de toon met zijn fenomenale kleurige opkomst. He is indeed a ‘Baaaad Motherfucker’ en met een gevarieerde lijst van rock and roll, naar blues, naar soulnummers bracht hij de tent in een wat sleazy sfeer. Een zeer warm “I can tell” werd gevolgd door “Bacon fat” dat hij opdroeg aan the new breed. De show werd nog even verstoord door een gesprongen snaar van de gitarist van The Goldstars, maar deze werd ter plekke vliegensvlug vervangen. Band en icoon gingen verder met hun sleazy show en kwamen tot een hoogtepunt met “Mustang Sally”.

De programmatie van het festival was strak geregeld. De optredens op de Roots- en de Rosesstage volgden elkaar met 5 minuten tussentijd op. De afstand tussen de tenten liet dit gerust toe en het is tevens handig om niet te moeten staan wachten tijdens de soundchecks. Anderzijds liet het weinig speling toe om de gezellig ingerichte weide met kraampjes te bezoeken en iets te eten of te drinken zonder iets op te offeren.

Voor mij werd dat Jon Allen. Deze Britse folkzanger draagt de stempel van beste vertegenwoordiger van de nieuwe folk ‘made in London’ en is momenteel de hype in de Britse muziekwereld. Zijn muziek wordt voornamelijk gekenmerkt door de folk en rock scène uit de late jaren ‘60, begin jaren’70. Maar zoals gezegd liet ik deze kelk grotendeels voorbij gaan, om de lokale (h)eerlijke kwaliteitsproducten te nuttigen. De laatste nummers pikte ik wel mee, maar het was heel duidelijk dat deze Britse hype vermoedelijk in de aswolk boven de Noordzee is blijven hangen.

In de Rosestent was ondertussen veel volk samengekomen voor een Belgische hype, The Black Box Revelation. Er werd veel verwacht in Lessines van dit
Brussels duo bestaande uit Jan Paternoster (zang en gitaar) en Dries Van Dick (drums). Vanaf de eerste noten verkende het duo de grenzen van de geluidsinstallatie. Loeihard perste het duo de songs “Our town has changed”, “High on a wire”, “I am the one” en “In touch with the devil” door de speakers. The Black Box Revelation ging, even luid maar erg inspiratieloos en met weinig energie, verder met “I think I like you”. Dit spoorde het publiek wel tot bewegen aan. Ook “Do i know you” en “I don’t want it’, inclusief een lange gitaarsolo, passeerden de revue. The Black Box ging open maar de revelatie bleef deze keer toch uit. Ik bleef nog tot “Set your head on fire” om dan te verhuizen naar de Rootstent voor een echte gitaargod.

Surflegende Dick Dale, is dan misschien bij naam relatief onbekend bij het grote publiek. Quasi iedereen kent zijn nummer “Miserlou” uit soundtrack van ‘Pulp Fiction’ en Luc Bessons’s ‘Taxi’-films en uit het game ‘Guitar Hero II’. De gitaarlijn uit dit nummer diende tevens als basis voor “Pump it” van The Black Eyed Peas, een versie die hij tijdens zijn laatste tournee smalend persifleerde. Dick Dale is back !! Want enkele jaren geleden werd bij de man kanker vastgesteld, waardoor zijn World Tour 2009 werd uitgesteld. Maar na een zware behandeling met chemokuur en bestralingen, die hem naar eigen zeggen binnenin kapot maakten en constante pijn veroorzaken, staat hij terug op podium. Ik had de eer deze 73-jarige koning van de surfgitaar vrijdag al aan het werk te zien in de 4AD te Diksmuide, en ook nu keek ik er naar uit. De tovenaar met de Fender Stratocaster en de mythische uitvinder van surf muziek opende met de typische surfklanken van “Nitro”. Vliegensvlug weven de vingers van Dick Dale uit de gitaarsnaren, de klassiekers “Riders in the sky” en “Smoke on the water” aan elkaar. Met donkere stem ging hij over naar “House of the rising sun” dat het publiek luidkeels meezong. Dat publiek bleef gefascineerd de vlugge vingers over de gitaar volgen bij “Summertime blues”, "The California girls I love the most" (NOT!) en “Let’s go trippin”. En het blijft niet bij gitaar, ook uit een mondharmonica weet Dick Dale het onderste uit de kan te halen. En ook om een beetje reënactement zit de man niet verlegen: “Hey everybody, my name is Johnny Cash !” met “Ring of fire”.
Hoe erg Dick Dale ook lijdt na zijn behandeling, het is uit zijn performance op podium helemaal niet op te maken. Even energiek als voor zijn ziekte bespeelt hij samen met zijn drummer Bryan Head de drum, bewerkt hij de voor- en achterkant van de bass van bassist Sam(my) Bolle, ook bekend van Agent Orange en Slacktone, met de drumstokken en speelt hij trompet. Als afsluiter kreeg het publiek nog “Miserlou” en een eigen versie van “Amazing Grace” voorgeschoteld. Alweer een waar genoegen om op het podium mee te maken!!

De afsluiter van Roots & Roses waren The Paladins. Toegegeven, mij enkel bij naam bekend want ik had nog niet de eer het trio,
Dave Gonzalez gitaar & zang, Thomas Yearsley op contrabas en drummer Brian Fahey, te mogen aanschouwen. Dit trio uit San Diego California was er namelijk een tijd geleden mee gestopt, maar staat nu voor enkele gelegenheden terug op het podium en hoe!! De heren laten direct zien dat ze de kunst van optreden nog niet verleerd zijn. In een swingende combinatie van  rockabilly, country en blues overgoten met Tex Mex saus zweepten ze de tent op. De heren spelen echt alsof hun leven ervan afhangt en zijn voor geen stunt verlegen. De contrabas werd door Thomas ondermeer achter zijn rug bespeeld en om beurten kregen de muzikanten de kans hun kunnen in een solo te verzilveren. Een waar muzikaal genoegen en een waardige afsluiter voor deze eerste editie van het Roots & Rosesfestival in Lessines.

Wij hopen alvast op een sequel van het Roots & Roses festival in 2011!!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Roots & Roses, Lessines

Red Rock Rally 2010 Meuris – Waxdolls – fotoshoots

Geschreven door

Neem gerust een kijkje naar de pics - live foto’s …
Naar goede gewoonte is er op 1 mei in Brugge het Red Rock Rally festival. Elk jaar spelen hier enkele bands gratis. Dit jaar was het niet anders, de organisatie kon ons verblijden met de aanwezigheid van o.a. Waxdolls en Meuris.

Waxdolls: Dit duo weet er altijd wel iets spectaculairs van te maken met hun mix van electro en rock. Ze brengen het publiek in beweging. De hits werden ons om de oren geslagen, en we werden zelfs getrakteerd op een nieuw nummer dat aansloeg.
Het was meer een DJ set, dan ik van hen gewend was. Sporadisch werd de gitaar uitgehaald om er eens stevig op te rammen tijdens de nummers, spijtig genoeg werd de synthesizer op de veer maar één keer gebruikt, maar toch kon het mij bekoren.
Als conclusie kunnen we stellen dat het duo de sokken van ons lijf heeft geblazen en we kijken al uit naar hun volgende cd.

Meuris: De afsluiter van de avond was (Stijn) Meuris die hier was om zijn nieuwe cd te promoten (‘MeurisSpectrum’). De herwerkte nummers konden mij op cd niet echt bekoren, maar tijdens het live optreden heb ik toch voor enkele nummers mijn mening moeten herzien. Het was een krachtig en energiek optreden, een mooie afwisseling van Monza en Noordkaap. De klassieker “Satelliet Suzy” ontbrak niet en het bisnummer “Arme Joe” maakte het optreden af.

Organisatie: Red Rock Rally, Brugge

Groezrock 2010 - Punk Rock Hardcore Festival

Ieder laatste weekend van april is Meerhout het walhalla voor iedere hardcore en punkrockfanaat. Het 2 daags Limburgs festival mocht opnieuw spreken van een topeditie want maar liefst meer dan 30000 toeschouwers vonden de weg naar dit gebeuren.Opvallend was de enorme aanwezigheid van buitenlandse festivalgangers die massaal de weg vonden naar de stoffige weide.

… het Groezrockweekend vanuit het beleven van Lode Vanneste …
Het meest gezellige podium waar misschien ook  het meest te beleven viel, was dit jaar de etnies-stage. Een band die er heel vroeg optrad, was In Fear and Faith uit San Diego, Californië. Deze zeskoppige emocore-formatie bracht vorig jaar met ‘Your world on fire’ een zeer straffe plaat uit en is vooral in de VS ongelooflijk populair. In juni 2010 komen ze met hun twee full album ‘Imperial’ op de proppen en ze zijn nu al een ellenlange tour bezig die ze deze zomer ook naar ‘The Vans Warped-tour’ brengt. De band lijkt hier nog niet zo bekend want de tent zat zeker niet vol en ook de reacties bij het publiek waren vrij lauw.
In Fear and Faith bracht sterke uitvoeringen van nummers als “Pirates.. the sequel”, “Your world on fire” en “The road to hell is paved with good intentions” maar ging hopeloos de mist in bij “Gangsta Paradise”, de cover van de Amerikaanse rapper Coolio. Dit laatste had veel te maken met de prestatie van zanger Scott Barnes die werkelijk zo vals als een kat zong. Toch is dit een band die we zeker in de gaten moeten houden.

Een van de absolute hoogtepunten van Groezrock 2010 was zonder twijfel het optreden van Defeater. Toen we deze band vorig jaar op het Dourfestival zagen, waren ze nog volstrekt onbekend. In een jaar tijd en na de release van een briljante EP (voor ondergetekende nu al met voorsprong dé schijf van 2010) is dat nu wel anders. Defeater speelt zeer een moderne en emotionele versie van hardcore en bouwt hun gelaagde muziek zeer vakkundig op. Het vijftal uit Boston startte de set met “The Red White and Blues” en meteen stond de hele tent in lichterlaaie. De vele fans zongen luidkeels alle teksten mee en het aantal stage divers was niet op twee handen te tellen. Daarna passeerden o.a. nog “Blessed Burden”, “All went Quiet” en “Cowardice” de revue. Opvallend was dat zanger Derek amper zelf zong en vooral de fans liet meezingen. Een gesprekje met hem na de show leerde ons dat hij dit bewust doet, de man is nl een zware astma-lijder en hij probeerde zijn stem wat te sparen voor de rest van de Europese tournee.
Toen Defeater het podium na een halfuurtje verliet, scandeerden de fans ‘one more song’, waarna de band terugkeerde, aan een nieuw nummer begon en de versterkers het plots begaven...  Een onwaarschijnlijk einde van een onwaarschijnlijke show.  We zijn benieuwd hoe groot Defeater de volgende keer al zal zijn wanneer ze terugkeren ...

De jonge honden van Steak Number Eight waren ook van de partij op Groezrock. St8 was op dit festival met hun rauwe postcore een beetje een vreemde eend in de bijt en dat verklaarde misschien de geringe opkomst die er was tijdens hun show. De West-Vlamingen trapten zoals steeds af met het indrukwekkende “The Sea is Dying” waarna nog een viertal songs uit hun debuutalbum ‘When the Candle dies out’ volgden. De groep bracht ook nog twee nieuwe nummers waaronder “The Perpetual” die het beste laten vermoeden voor het nieuwe album. Die cd is normaal voorzien  rond deze zomer, maar zanger Brent Vanneste liet ons weten dat de release ervan waarschijnlijk iets later zal zijn.

Een volgende Vlaamse band was Rise and Fall uit Gent. Met enkele nummers uit hun laatste ijzersterke cd ‘The Circle is Vicious’ en oudere songs als “The Noose” en “Bottom Feeder” raasden ze als een tornado doorheen de etnies-tent. Zowat alle toeschouwers gingen compleet uit hun dak en de vele stage divers zorgden voor een waar slagveld, het ging zelfs zover dat er voor onze ogen een jonge fan na een ongelukkige val knock out ging en z’n Groezrock afgesloten zag op de brancard van het Rode Kruis. Verder viel op dat zanger Bjorn Dossche een ongelooflijke strot heeft maar een echt charismatische persoonlijkheid kun je hem bezwaarlijk noemen.  Slechts heel zelden liet hij de vele kids meezingen in z’n micro. Een enkeling kreeg het zelfs zo op zijn heupen dat hij de micro dan maar uit de handen van de zanger trok, een hardhandige verwijdering door een viertal krachtpatsers van de security was zijn deel...

Een absoluut hoogtepunt voor de vele metalcorefans was ongetwijfeld het optreden van Born From Pain. Met Igor Wouters (ex-Backfire!) als nieuwe drummer zorgde de band  voor een ongelooflijk hardcorefestijn. De vele fans  zongen uit volle borst mee tijdens hits als ‘Sound of Survival’, “The New Hate”, “Sons of a Dying World”, “Stop at Nothing”en “Rise or Die”. Zanger Rob Franssen zweepte het publiek voortdurend op en vroeg meerdere keren om een circle pit te vormen, een verzoek waar de meeste aanwezigen gretig op ingingen. Born From Pain kwam, zag en overwon!

… vanuit het beleven van John Van De Putte - zaterdag 24 april 2010
Wij gingen de zaterdag op pad en checkten in de namiddag her en der wat nieuwe acts uit om even later ons vooropgestelde lijstje te volgen.
Eerste serieus aangestipte band was het Gentse Rise And Fall. Dit combo rond frontman Bjorn Dossche mag gezien worden als één van de vaandeldragers van de huidige nationale hardcorescène. Dat was ook te merken aan de belangstelling want de Etnies stage zat bomvol. De energieke band opende meteen furieus en zou slechts af en toe wat gas terug nemen. Met inmiddels 3 albums op de teller timmert dit kwartet ook in het buitenland naarstig aan hun weg.
Hun recentste album ‘Our circle is vicious’ kreeg alweer lovende comments en resulteerde in tournees van de States tot Australië. Opvallend veel aanhangers kenden de teksten en dat resulteerde in massa's sfeer, singalongs en stagedivers. Afsluiters “Clawing” en “ Forkued tongs” waren de apotheose van een moddervette set.

Slechts voor de 3de maal ooit stond het Canadese Sum 41 op Belgische grond en het was reeds een tijdje stil rond hen, meteen een ideale reden om hen eens aan de tand te voelen. Met hits “Hell song” en “Over my head” braken deze poppunkers wereldwijd door een 10 tal jaar geleden. Maar het ging ook snel bergaf en na enkele personeelswissels en andere interesses van de bandleden bleef de band de laatste jaren maar wat aanmodderen. Maar nu er deze zomer een nieuwe schijf uitkomt, lijken ze helemaal terug en hun energieke performance hier op de mainstage was alvast een aardig voorsmaakje al werden maar enkele nieuws tracks uitgetest. Het publiek kon het wel smaken en zong luidkeels mee op “Into deep” en “Motivation”, er was misschien wel iets te veel interactie met het publiek en de Stones cover “Paint it black” was niet direct de beste keuze maar globaal gezien was deze doortocht enorm geslaagd te noemen.
Afsluiter en lijflied “ Fat lip” zorgde voor dolle taferelen rond de mainstage en zanger Derrich Whipley bewees nog steeds een eersteklas entertainer te zijn

In de middelgrote 'Eastpak stage' tent verscheen The Bronx ten tonele. De trashrockcore doorspekt met 70's punk van deze 'oude rockers' staat live als een huis met een hoofdrol voor schreeuwerige frontman Matt Caughtran. Het geluid stond opeens hard, heel hard, je werd bijna letterlijk van je sokken geblazen. Na hun laatste experimentele langspeler die met gemengde gevoelens werd onthaald was dit weer de oude getrouwe band die we willen aan het werk horen.

Op het hoofdpodium werd AFI aangekondigd. Dit Amerikaans gezeldschap is reeds zo'n 20 jaar on the road en hebben de verschillende stijlwisselingen in de punkrock/hardcore opgenomen in hun huidige sound die vooral oldskool klinkt. Met reeds 8 albums op hun palmares is de veelzijdigheid tijdens hun show dan ook alom tegenwoordig, soms hard dan ingetogen maar vooral veel rock’n’roll en spelvreugde siert deze band die altijd waar voor z'n geld geeft. Favorieten “Miss murder” en “ Girl's not grey” worden goed onthaald en een aardig volgelopen tent kan het wel smaken, toch loopt de tent naderhand leeg want …

op de Eastpak stage start één van de populairste bands van het moment aan hun set: Parkway Drive. Doorheen de dag konden we al aan de enorme hoeveelheid rode shirts zien voor welke band een groot deel van het publiek gekomen was. De Aussies die de voorbije jaren reeds een goede beurt maakten op Graspop, IeperFest en Groezrock hadden er zin in en hun enthousiasme sloeg meteen over op de volledige tent. Mosh- en circlepits waren schering en inslag en frontman Winston Mccall was de ideale 'dirigent' om alle festiviteiten in 'goede' banen te leiden. De heavy metalcore klonk meedogenloos hard en een resem tracks uit hun albums “Killing with a smile” en “Horizons” passeerden de revue, ook enkele nieuwe nummers kregen een plaatstje in de setlist.Na een uur konden we dan ook besluiten dat dit één van de hoogtepunten was van de dag.

Pennywise hoeft weinig introductie... Of toch... want vorig jaar verliet originele frontman Jim Lindberg de band, Jim tot dan reeds 20 jaar lang de zanger van de band werd vervangen door niet zomaar de éérste de beste: Zoli Teglas van die andere topband Ignite nam de mic over. Benieuwd zoals vele anderen stroomt de tent bomvol om te zien hoe ' new look' Pennywise zal klinken. De Westcoast punkrockers wisselen van meet af aan oudere klassiekers af met singles uit hun recentere cd's: “Homesick”, “Peaceful day” en “Fuck authority” zijn slechts enkele tracks die massaal meegezongen worden. Zoli zingt alsof z'n leven ervanaf hangt en we moeten eerlijk concluderen dit klinkt enorm... Pennywise!
De snelle punkrock met melodische zang die sinds 1988 door hen gebracht wordt is tijdloos en levert hen al jaren een plaatsjes bij de groten van het genre op. Bij “Bro Hymn” gaat het dak eraf en besluiten we dat dit Groezrock af was zowel qua affiche als organisatorisch!Meer van dat!

Organisatie: Groezrock, Meerhout

Karma Hotel 2010: Muzikale zeebries doet stofwolk opwaaien ter hoogte van Oostende!

Geschreven door

Door de stofwolk wordt de line-up van vanavond wat door elkaar geschud. Geen Howie & Lynn, geen Tiefschwarz en geen  Buraka Som Sistema. Geen paniek verzekert de presentator, alles komt goed! Het werd goed! Namen als Goose en Hermanos Inglesos zorgden voor waardige vervangers.

Superlijm is de opener van vanavond, door de stofwolk begint Selah Sue een uurtje later. Als Oostendse band spelen ze op Karma Hotel een thuismatch. Gewonnen volgens mij! Enthousiaste en ook erg grappige band. Met hun asymmetrische kapsels, jeansvestjes, skinny pants, de nerdy-hip look, stáán ze er! De snerpende gitaartonen en de poppy sound doen de luttele vijftig man enthousiast meewiegen op hun hit “Michael Jordan”.

Op naar Selah Sue! Op youtube ook bekend als ‘white girl rhymes like a Jamaican’. Selah Sue, vroeger een klein bedeesd meisje op dat grote podium is een madam -mét band- geworden. Ze staat er, ze danst, trekt gekke bekken, maar heeft ook gewoon vooral een klok van een stem! Het optreden bestaat vooral uit veel nieuwe nummers waaronder het prachtige “Crazy Vibes” maar ook hits als “Raggamuffin” en “Black Part Love” worden niet vergeten. De nieuwe nummers bevestigen opnieuw haar veelzijdigheid, qua stem en qua genres. Een voorprogramma bij onder andere Jamie Lidell bewijst dat de wereld klaar is voor Sanne Putseys, ‘the future queen of soul’!

Het gaat Balthazar voor de wind: recent nog de Poulains van Flip Kowlier op Studio Brussel, begin april hun debuutplaat ‘Applause’… Dat belooft! Vooral nieuwe nummers passeren de revue en bewijzen wederom de veelzijdigheid van de band. De groep blijft groeien! Dit bewijzen ze nogmaals met hun nieuwe single “Hunger at the door” alle vier op één rij, alle vier in koor “We’ll get older”! Er verschijnt spontaan een glimlach op je gezicht. De mix van pop, rock en elektro zorgt onmiddellijk voor een hierop-staan-we-niet-stil-gevoel! De snijdende viool van Patricia zorgt voor dat net ietsje meer. Vooraleer ze afsluiten met hun hit “Fifteen Floors” draagt Maarten nog een nummer op aan dé band van het moment: The Van Jets. We kijken er al naar uit!

We snellen van Balthazar in de Delvauxzaal naar Nouvelle Vague die reeds begonnen is op de mainstage. Door het weinige volk is er veel plaats vooraan. Gelukkig maar! Eén blik van de madammen van Nouvelle Vague betovert de eerste rijen! De ene in een doorzichtig zwart kleedje, felrode lippen en angstaanjagende ogen, de ander lang, mager en guitig, maar allebei ongelooflijk knap. Samen stralen ze pure seks uit op het podium. Dit bewees ook de blik van Olivier Libaux, aan de gitaar, die het volledige optreden vol bewondering keek naar ‘zijn madammen’. Een ongelofelijk sterke show in combinatie met de covers van New Wave klassiekers als “Ever Fallen in Love”, “Too Drunk to Fuck” en “God Save the Queen” laat het volk toch nog toestromen. En terecht!

Tupolev soundcrash wordt omschreven als een mix van baile funk, nuevo cumbia, tropical bass, barefoot, dubstep en third world rave alarm. Met een encyclopedie aan genres zijn de verwachtingen hoog. Onterecht blijkbaar. Met een overvloed aan sirenes, alarms, fluittonen en pompende beats kan Tupolev Soundcrash niet langer dan tien minuten boeien.

Op  naar ‘dé band van het moment’ , “iets waar we hier in West-Vlaanderen trots op moeten zijn!” zo kondigt de presentator The Van Jets aan. En gelijk had hij! Rock’n’roll to the bone! The Van Jets hebben het publiek onmiddellijk mee, iedereen is in de ban van furieus tierende frontman Johannes. Hun nieuwe plaat ‘Cat Fit Fury’ met daarop onder andere “Matador”, “Damage” en dé hit van het moment “Future Words” wordt duchtig meegezongen. Ook nummers als “Our Love is Strong” en “What’s going on”, bijna klassiekers geworden, blijven overtuigen! Een flinke dosis rauwe, strakke rock ‘n roll, een overdosis show en een resem meezingers maken hen inderdaad tot dé band van het moment!

Daarna nemen we een kijkje bij Eppo Janssen. Een echt feestje als je het mij vraagt. De wild dansende Krushclub aanwezigen gaan akkoord! Eppo Janssen als Pukkelpop-programmator en Duyster-samensteller kent er iets van! Van Béyoncé naar David Bowie tot The Strokes, het publiek kan deze uiteenlopende dj set wel smaken!

De eclectische dj set van Hermanos Inglesos belooft nog enkele uren door te gaan met het feestje in de Krushclub. Op de mainstage nemen Goose en Sound of Stereo het over terwijl in de Delauxroom Chase & Status voor een pompende drum’n’bass afsluiter zorgt.
Het belooft nog een lange, opzwepende dansnacht …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: VZW de Zwerver, Leffinge + Jong Oostende

Les Paradis Artificiels 2010: Iggy & The Stooges, The Black Box Revelation en Triggerfinger

Geschreven door

Een avondje ’Extremely Raw Power’
Vooraleer de levende legende kwam aantreden mocht het Franse publiek kennis maken met de crème van de Belgische rock.
Frankrijk was onder de indruk van de sherpe en luide hard rock van Triggerfinger. Potig en loeihard beukte Triggerfinger de stomende riffs in de Fransen hun hersenpan, Ruben Block ging bovenop de verstekers staan om afsluiter “On my knees” af te vuren, dit kon qua rock’n’roll gehalte nogal tellen.

En dat de vettigste garage rock dezer dagen ook uit België komt, weten de Fransen nu ook. The Black Box Revelation wisten de zaal stevig op te hitsen met hun rauwe rock’n’roll.
Wij denken niet echt dat Iggy er wakker zal van gelegen hebben, maar zijn publiek kon nooit beter opgewarmd geraken dan met het geluid van deze Vlaamse kwade honden.

Wij zullen Iggy Pop eeuwig dankbaar zijn dat hij na het jammerlijke overlijden van Ron Asheton een telefoontje pleegde naar James Williamson en vroeg om The Stooges verder in leven te houden. Williamson moest nog niet te lang nadenken en haalde prompt zijn gitaar van onder het stof. Drummer Scott Asheton en bassist Mike Watt (ook een legendarische naam voor wie enigszins een beetje thuis is in de alternatieve scène) waren nog aan boord, dus The Stooges konden weer op de rails gezet worden.

In ’73 werd James Williamson voor de eerste keer aan de haak geslagen, toen om de The Stooges hun derde klassieker op rij ‘Raw Power’ in te blikken. Nog nooit werd een album beter omschreven door zijn eigen titel.
Anno 2010 is de live uitvoering van dit monument nog even rauw, intens, vuil, gortig en smerig als destijds. Quasi de volledige plaat werd er gewelddadig doorgeramd met een volop ontketende Iggy aan het roer. Het onvermijdelijk stuiterende “I wanna be your dog” was bij wijze van uitzondering de enige overblijver uit de pré Raw Power periode. Verder werden we aangenaam verrast door ronkende uitvoeringen van “Johanna”, “Kill City” en “Beyond the law”, vergeten parels uit ‘Kill City’, de ietwat uit het oog verloren schitterende plaat die Pop en Williamson in ’77 maakten. En wat te denken van het geile en vuile “Open up and bleed”, dat in een oerversie ook staat te pronken op de rommelige live plaat ‘Metallic KO’ ?
Dat Iggy de enige echte ‘godfather’ van de punk is, stampte hij er hier nog maar eens in met kolkende punksongs als “I got a right”, “Raw power”, “Death trip” en “Search and destroy”. De zwaar ontvlambare en gemene slepers “Penetration”, “I need somedoby” en “Gimme Danger” waren vuiler en dreigender dan ooit.
Op geen enkel moment misten wij de nochtans beestig goede songs van de eerst twee Stooges platen, en al zeer zeker niet het puike post Stooges werk. Dus dat wil wat zeggen. Iggy’s bedoeling vanavond was duidelijk : Give those motherfuckers some raw power !

Beste mensen, het beest Iggy Pop was alweer fenomenaal, extatisch, overdonderend, explosief en verpletterend.
Wij weten niet wat u gaat doen op uw zestigste, maar als het maar een greintje in de buurt komt van wat deze halve gek op een podium weet te presteren, dan bent u nog geen klein beetje prettig gestoord.
Tot slot geven wij u nog een naam en een datum, doe er iets mee : Rock Zottegem, 9 juli !!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Pagina 123 van 143