Pukkelpop 2014 – donderdag 14 augustus 2014
Pukkelpop 2014
Festivalterrein
Hasselt-Kiewit
2014-08-14
Johan Meurisse
Pukkelpop kreeg (opnieuw) terecht het bordje uitverkocht . Pukkelpop maakte na al die jaren z’n naam van driedaagse airshow meer dan waar: eigentijdse, opmerkelijke en progressieve muziek. De organisatie heeft een prachtige variatie klaargestoomd over de drie dagen , een lijst namen van beloftevolle ontdekkingen, gevestigde waarden en een rits artiesten en bands die de Belgische trots uitdragen in de Wablief?! en op de andere podia.
Tja niet voor niks is hun logo dit jaar ‘You’re being part of PKP#14 …’
Kleurrijk wordt het festival ingedeeld door de dance acts en dj’s, die qua belangstelling op de rockbands en artiesten steeds meer winst maken en het publiek naar zich toetrekken. De beats halen het meer en meer dus … De terreindecoratie, de randanimatie, de kermisattracties, de immense diversiteit van eet- en drankstandjes en het ecologisch bewustzijn sieren het geheel. Respect!
Een fijne affiche van ‘voor elk wat wils’ en ‘voor alle leeftijden’, verspreid over de drie dagen om je ‘alternatieve’ ei kwijt te kunnen … de jonge freaks en de doorwinterde liefhebber zijn bijeen en konden hun muzikaal hartje ophalen …
Een uitverkocht festival – Ideaal festivalweer , zon of geen zon - Geen stress van de vorige dagen toen de Clubtent instortte – Een gevoel van samenhorigheid, de selfies met Chokri en Uiterst genietbare muziek.
Kortom, Pukkelpop heeft een meer dan geslaagd weekend achter de rug. Er waren elke dag 66000 festivalbezoekers . De 30ste editie lonkt …
Een overzicht van ons parcours
dag 1 – donderdag 14 augustus 2014
Heel wat bands zagen we die de dansspieren aanspraken. In die reeks was het Zuid-Afrikaanse Die Antwoord op de mainstage diegene die de meeste bijval had, met hun onrustige, hyperkinetische, energieke , opwindende , beukende en trancy neurotische beats’n’sounds van DJ Hi-Tek en de afwisselende, op elkaar afgestemde vocals en raps, vlijmscherp van Ninja en de frêle, orgasmatische van Yo-Landi.
Zij staan ook bekend voor hun ranzige videoclips. “Pitbull terrier”, “Cookie thumper”, “I think you’re freaky …” sloegen in als een bom en zijn er al 3 die in het geheugen gegrift zijn.
De drie traden op in een oranje fluorescerend trainingspak, geflankeerd door twee zangeressen. Al gauw hitsten ze het publiek op . ‘Fuck your rules’ scandeert Ninja, die totaal opgaat in de bruisende set. Het mag misschien platjes klinken en muzikaal weinig om het lijf hebben, plezierig, dampend , sexy was het wel. Een Major Lazer populariteit is nog wat veraf , maar hier viel toch een volle weide te noteren waar iedereen graag uit de bol ging! Was dit een vulgair daverend feestje? Ja hoor! En één die we niet rap zullen vergeten. (dank ook aan Masja De Rijcke)
We hadden het beloftevolle Mo, te situeren binnen de electrorock, die qua taal soms niet moet onderdoen van Die Antwoord . De Deense Karen Marie Orsted steekt in haar toegankelijke sound diepgang en klinkt zelfs gewaagder door de vleugjes hiphop , soul en pop , waardoor ze een intense spanning behoudt in haar materiaal . Het koel Scandinavisch geluid, niet vies van wat Knife invloed , beklijft en intrigeert . De Deense had heel wat belangstelling in de dance hall .
Of een Clean Bandit (dance hall) , (die net als Ella Eyre iets later) er een luchtige dansbare sound van maakte. Samen met twee zangeressen én met live instrumenten (waaronder viool en cello) wordt drum’n’bass, soul en funk toegevoegd. We ervaren een discothequegevoel en voelen nog de vakantie door de ontspannende, zomerse tunes . Ze komen aardig in de buurt van Rudimental . Closing final van hun summer vibes waren Robin S‘ “Show me love” en hun feelgood single “Rather be” met die leuke vioolpartijtjes.
We pikten in het genre ook nog Say Lou Lou (Marquee) op die in de voetsporen traden van Chvrches. Hun debuutplaat moet nog verschijnen . Onschuldige aantrekkelijke 80s synthpop , die zich niet direct onderscheidt, maar waarbij een paar aardige groovy singles als “Julian” en “Everything we touch” overtuigden.
Een volle Castello hadden we voor Jungle , die hun mishmash aan stijlen (pop, soul , funk , disco, nightclubbing, …) glad en toegankelijk speelden en hun publiek in trance brachten. Het collectief , gerund door twee heren, zijn live een heuse band met ritmesectie, percussionisten en twee achtergrondzangeressen . Tijdens Les Nuits Bota waren ze nog maar net bekend , maar nu zijn ze één van de hypes van het moment . Muzikaal heeft hun materiaal steeds wel diezelfde groove en basstune, gedragen door meerstemmige zangpartijen, en worden we meegesleept in een aangenaam dansclubsfeertje. “Time” en “Busy earnin’ “ waren alvast twee kleppers .
Iets later is er feest door het uitgebreide collectief van een pak artiesten , Atomic Bomb! (Marquee) die een eerbetoon brachten aan Willliam Onyeabor , een vergeten Nigeriaanse zanger . De wereldmuzikant kwam vanavond in de spotlight en de eerste world tunes, naast de synths , disco en funk , hoorden we. We hadden o.m. Alexis Taylor van Hot Chip, Luke Jenner van The Rapture , Marie Daulne van Zap Mama, Money Mark (vroegere Beasties) en ga zo maar door . Ook Young Fathers waren hier te zien. Een zinderend optreden van hypnotiserende afrotunes. Sterk!
Tegen de avond namen we even een kijkje in de Shelter waar August Burns Red hun show op ons afvuurde. Een Amerikaanse metalcoreband. Niet voor gevoelige luisteraars dus. Als je zin had om even alles kapot te slaan wat zich te dicht in uw buurt begaf stond je daar wel op de juiste plaats. (dank aan Masja De Rijcke)
Outkast (mainstage) was één van de eerste top-acts die na jaren van onder het stof werd gehaald. Net als Gangstarr gingen zij creatief met ‘oldskool’ hiphop en waren ze te zien met twee backing vocalistes en een bassist. Beetje verbaasd van de grote belangstelling blijven ze na al die jaren nog steeds sterk gerespecteerd. André 3000 en Big Boi – in gekke outfit – probeerden het publiek bij de set te betrekken , enkele jonge meisjes konden het podium op. Singles als “Ms Jackson” “Roses” en “Hey ya!” deden de nostalgie opflakkeren, maar echt veel om het lijf had het niet.
Editors (mainstage) van Tom Smith maakte de link van hun oudere werk en het nieuwe waarop keys en beats hun broeierige waverock onder druk zette. Een dwarsdoorsnee van hun oeuvre hoorden we van een gretig spelende band en een zanger vol overgave . Editors bezorgt ons (nog steeds) een aangenaam avondje. “Munich, “An end has a start” en “All sparks” zetten de toon. Het op gepaste wijze stoeien met keys ontgoochelde niet . Net als op Rock Werchter houdt het Pukkelpop publiek van hun Editors . “Racing rats” en “Smokers outside hospital doors” klinken nog even snedig en fris . En solo ontroerde Smith de ganse weide met o.m. een innemende “No sound but the wind”. Knap wat de band nog verder presteerde en naast “A ton of love” dompelden ze het zwierige “Papillon” meer onder in gitaren . Editors mag dan al veel keer te zien zijn geweest , echt routineus haspelden ze hun set niet af , en dat konden we ten zeerste waarderen.
Verder pendelden we in de PP ontdekkingstocht naar beloftevolle bands , die het festival sieren. Opende bands op het vroege uur waren St. Lucia (Marquee) en American Authors (mainstage), synthrock en rock’n’roll, die werd opgezweept door kenmerkende Bastille singalongs en percussie . Ze slaagden in hun missie om het publiek in de juiste stemming te brengen . Tja niet voor niks is één van de hitjes van American Authors “Best day of my life” ….
De enthousiaste bende van St. Lucia zorgde er meteen voor dat de vroege vogels zich in tropische sferen voelden. De elektronische indiepop werd door het publiek goed bevonden waardoor er niemand in de tent stilstond. Met “Closer Than This” als tweede nummer werd al meteen een hit gespeeld van het eerste album. De toon werd meteen gezet voor een gezellig optreden. De zon kwam zelfs even piepen waardoor het concert, letterlijk en figuurlijk, alleen maar heter werd. Afsluiter “Elevate” deed iedereen nog voor een laatste keer springen waarna de band, die zwaar onder de indruk was van al de mensen in de tent, nog voor een laatste keer bedankte voor het enthousiasme. (dank aan Niels Bruwier)
Het Australische Vance Joy (Marquee) rond James Keogh viel op met bezwerende, licht dromerige semi- akoestische folky/americanapop. Het debuut verschijnt pas in september , maar Vance Joy heeft met “Riptide” een sterke single uit . De popsongs zijn misschien nog niet allemaal even boeiend , maar ze zijn subtiel uitgewerkt en sterk emotioneel .
De sing/songwriting van de studentikoze Dan Croll (Club) integreert met songs als de single “From nowhere” heel wat aangename, aanstekelijke grooves. De zanger die afgestudeerd is aan de door Paul Mccartney opgerichte Liverpool Institute for Performing Arts maakte dus een goeie indruk. Zelf slaat hij een brug tussen Bastille en The Whitest Boy Alive. Als echte frontman zorgde hij met zijn gezellige indiepop voor een aangename sfeer. Ook het publiek keek goedkeurend, iedereen werd gelukkig van zijn muziek. Zijn hoge stem zorgt ervoor dat de muziek zeer gezellig in de oren klinkt. “Compliment Your Soul” en “In/Out” waren zeer ophitsende nummers die live goed overkwamen . “Can You Hear Me” en “From Nowhere” zorgden er dan weer voor dat de zware gitaren boven gehaald werden, in het gezelschap van enkele goeie solo’s. Afsluiter “Home” klinkt helemaal anders dan zijn vorige nummers, het klinkt typisch singer-songwriter: een idyllisch einde. (dank aan Niels Bruwier)
The Strypes (mainstage) op hun beurt zijn één van de opkomende bands binnen de garagerock’n’roll. Deze jonge knapen speelden een daverende set met een paar stevige gitaren en een tikkeltje arrogantie. Hun eerste nummer “Mystery Man” was meteen een schot in de roos en de daarop volgende nummers hebben er voor gezorgd dat het publiek geen minuut kon blijven stiltaan. Dit was een potje stevige rock and roll en in coolness overtuigden ze na Rock Werchter opnieuw en kunnen ze dus een pak fans bijwinnen (dank aan Masja De Rijcke) …
Young Fathers (Castello), deels uit Schotland btw!, is een nieuw talent die hiphop een frisse wind biedt met een geluidsarchitectuur op z’n TV on the Radio . In een donker decor gaven zij een even donker geluid , dat verrassende , grillige wendingen onderging. Hun bezwerende en opzwepende beats gaven een zicht op hun muzikale rijkdom, naast de goed op elkaar afgestemd zang en raps. Een boeiende set dus door die bredere kijk, die een intense, broeierige spanning creëerde; warm aanstekelijke songs hoorden we , “Deadline”, “Queen is dead” en “Rumbling naast het meesterlijke “Get up”.
Perfect Pussy (Marquee) , de groepsnaam en de opgebouwde fantasie terzijde gelaten , is één van die experimentjes in de voetsporen van Rolo Tomassi, Be your own pet en Bikini kill; we hebben het dan over ontregelde, ontspoorde noiserock en hardcore/punk , die zelfs totaal geschift kan zijn. De heren zetten de boxen onder hoogspanning met hun gitaren, elektronica, drums en drukten met plezier hun effectpedalen in; de zangeres , in een soort elfenkleed, schreeuwde gevoel en frustratie van zich af . Terreur noise, die je best niet zoekt op het internet of je komt nog meer … tegen dan in de film ‘From dusk till dawn’ …
En in onze tocht hadden we nog meer mooie muzikale paden. Een volle Club hadden we voor het Ierse talent Hozier, die we nog wat konden zien. Hij was enorm onder de indruk van de respons op z’n emotievolle pop/gospel/soul/blues. De single “Take me to church” is er eentje om te koesteren , net als de “One thing” cover. Die Hozier houden we zeerzeker in het oog , want songs als “Someone new” en “Like real people do” boeiden en staken écht goed in elkaar. Veelbelovend!
Belgisch werk in de Wablief, het beloftevolle The Spectors die pop, indie en shoegaze in elkaar konden verweven . Ze hebben een sterke single uit “Nico” , die natuurlijk warm werd onthaald . In de eerste songs was de band nog wat onwennig, maar de stress ebde weg en de band speelde vol vertrouwen . Hun zalvende dreampop op z’n Lushs kreeg dan een extraverte push door een rockend concept en de beheerste input op de effectpedals . Een opstelling van het vroegere Eden op het podium was niet vreemd .
Oscar & the Wolf (Marquee) rond Max Colembie is erg populair op korte tijd geworden, en terecht , gezien deze band duidelijk , met hun hemels dromerige, zweverig toegankelijke theatrale indiepop, door de bezwerende beats, een zorgeloze mood toveren. Hij plaatst je in een aparte droomwereld van palmbomen en glitters en breidt er zelfs een leuke, overtuigende act aan , wat het materiaal naar een hoger niveau tilt, van een “Joaquim”, “Somebody wants you” naar een “Strange identity, “Undress”, “Killer you” en een prachtig uitgediepte versie van de single “Princess” met heel wat confetti. Tja, na een overtuigende Rock Werchter en Pukkelpop gaat de band een mooie toekomst tegemoet op de andere festivals en in het clubcircuit …
The Kyle Gass Band (The Shelter) - Bij gebrek aan Jack Black moesten we het maar met Kyle Gass doen. Zonder ook maar één nummer van ‘Tenacious D’ te spelen werd dit concert toch een onvergetelijk concert. Met opener “Manchild” werd er meteen gerockt zoals dat enkel te verwachten valt van een rockband uit de jaren ‘70. Een opmerkelijk feit is dat Kyle Gass zelf maar enkele nummers zingt, ook in zijn eigen band rekent hij op een andere zanger John Konesky. Kyle Gass zorgt toch mee voor de sound van de band, door op geheel eigen wijze het publiek op te jutten. De samenzang van Kyle en John zorgt voor een treffende gelijkenis met Tenacious D. Kyle Gass heeft nog een geheim wapen bij zich: een blokfluit. Hiermee doet hij veel solo’s waardoor het publiek nog meer werd opgehitst. Het concert was zeer rockend, met telkens een rustig begin en daarna hun typerende gitaarsolo’s. Volgend jaar Tenacious D? (dank aan Niels Bruwier)
We vergaten de sierlijk hemels bezwerende retrostonerrock van Temples (Club) niet waar je zalig kon op wegdromen . De jonge gasten, krullenbollen en lange haren, pasten ideaal in het plaatje. Net als Tame Impala was er aandacht voor die fijne, subtiele psychedelische geluidjes en bleeps , zonder zich te verliezen of overdreven in het genre te klinken. Songs als “A question isn’t answered”, “Move with the season”, “Shelter song” en de titelsong van hun plaat “Sun structures” waren live nog sterker en interessanter.
De bruine rock’n’roll van Black Lips (Club) sloeg een brug tussen James Dean en The Clash Het leek alsof ze nog maar net uit de garage kwamen. Geen enkel nummer duurde langer dan twee minuten. Meer hadden ze niet nodig om bij ieder nummer het volledige publiek aan het headbangen te krijgen. Ja, er werden zelfs moshpits ontwikkeld die je enkel in The Shelter zou verwachten. “Modern Art” en “O Katrina!” vormden een hoogtepunt, het klonk ook heel wat steviger dan op plaat wat het publiek wel kon smaken.
De beste zangers zullen ze nooit worden en dan kwam er nog eens bij dat het nagenoeg onverstaanbaar waren. Dit werd dan weer gecompenseerd door stevige gitaren en een drummer die zo hard sloeg dat zijn drum het bijna begaf. Afsluiter “Bad Kids” zorgde met een optimistische melodie voor een meezingmoment in de Club. (dank aan Niels Bruwier)
Tot slot na twintig jaar konden we terug genieten van de dromerig hemelse shoegaze van Slowdive (Club), die meteen deed denken aan begin 90s Ride, Swerverdriver en Loop . Na Primavera en Best Kept Secret waren zij nu op Pukkelpop. Zij waren in de beginjaren 90 één van die goed bewaarde muzikale geheimen in het genre; net als Temples was het feedbackgeraas uitermate beheerst en was het mooi verweven in hun bezwerende, meeslepende sound , die op die manier zijn schoonheid verried; net als bij de huidige sound van de postrockers Mogwai dweept en explodeert Slowdive lichtjes. “Slowdive” , “Catch the breeze” , “Souvlaki” en “Golden hair” waren hier de interessantste nummers. Slowdive bracht een heerlijk genietbare , overtuigende trip en backcatalogue.
Alvast hebben we genoten van een fijne eerste Pukkelpopdag …
Neem gerust een kijkje naar de pics van het Nederlandse Lowlandsfestival
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lowlands-2014/
Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit