logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

the_offspring_i...
Amyl And The Sn...
Festivalreviews

Couleur Café 2014 – zondag 29 juni 2014

Geschreven door

Couleur Café 2014 – zondag 29 juni 2014
Couleur Café 2014

In vergelijking met de voorgaande dagen viel de hoeveelheid regen op deze derde en laatste dag van Couleur Café al bij al nog mee. Een stevige bui kan nog een sfeerschepper zijn op een festival, maar de druilerige lucht die zondag boven Brussel hing zeker niet. Het was dan ook wachten op een artiest die de weergoden zou kunnen bedwingen.

De eerste die dat mocht proberen was traditiegetrouw talent van eigen bodem en hij gaat onder de naam Little Collin. De Brusselaar deed met zijn met jazz en soul doorspekte popdeuntjes een verdienstelijke poging, maar de wolken wilden nog niet wijken.

'Sun is shining', daar heb je een Marley voor nodig. Ky-Mani Marley, nog zo'n zoon van, stond voor een bescheiden, opvallend jonge menigte op het Titan-podium. Geflankeerd door een blonde booty shakende schoonheid, begroette Ky-mani gekleed in combat-vest zijn dreadlock army. Duidelijk meer war dan peace bij deze jongen en in nummers zoals “One time” vlogen de warriors, soldiers en AK's ons om de oren. Waar is de “One Love” van z'n vader gebleven? Die heeft hij blijkbaar voor zijn aankomend album “Love over all” gereserveerd en op de tonen van één van zijn nieuwe nummers brak dan eindelijk de zon door. Een teken van hierboven? Geen idee, maar voor Ky-mani wel het teken om over te schakelen op een reeks covers van de papa. “Iron, lion, zion”, “Is this love” en “Could you be loved” kregen het publiek helemaal op gang en konden de reggaehonger enigszins stillen.

Zij die maar geen genoeg kregen, konden terecht in de Univers-tent waar Protoje de Jamaicaanse vlag bleef zwaaien, maar wij zakten af naar het kleine Move-podium waar een man uit Ghana het mooi weer maakte. Blitz the Ambassador brengt hip-hop, doorspekt met soul en funk en overgoten met een heerlijk Afrikaans sausje. Gekleed in een maatpak uit traditionele Ghanese stof toont hij met trots zijn roots, maar ook zijn bewondering voor zijn grote voorbeelden 2Pac en Public Enemy steekt hij niet onder stoelen of banken. Met zijn in smoking geklede band slaagde deze man er zeker in om samen met het in beperkte getale aanwezige publiek een zomers feestje te bouwen. De matige opkomst blijft trouwens nog de hele dag opvallen, want waar het vorig jaar over koppen lopen was, blijft Tour & Taxis dit jaar grotendeels een lege vlakte.

Ondertussen waren de goedgemutste (letterlijk!) folkrockers van The John Butler Trio van start gegaan op het hoofdpodium. De Australiërs begonnen hun set weinig inspirerend en ondanks het loeiend gitaargeweld dat over het plein rolde kregen ze weinig beweging in het publiek dat na een tijdje zichtbaar uitdunde. Met enkele strakke solo's op gitaar en drum werd het optreden dan toch nog naar een hoger niveau getild en kende uiteindelijk zelfs nog één van de hoogtepunten van de dag toen frontman John Butler alleen op zijn elfsnarige gitaar het magistrale “Ocean”  bracht, een instrumentaal pareltje! Hierna was het publiek weer helemaal mee en met een reggae-getint meezingrondje werd het optreden dan toch met een positief gevoel afgesloten.

Terwijl de Univers warm liep voor de Frans-Congolese rapper Youssoupha haastten wij ons naar het Move-podium voor een optreden dat we niet wilden missen. The Soul Rebels zijn een achtkoppige brassband uit New Orleans die in Brussel vol trots hun stad kwamen vertegenwoordigen. New Orleans + brassband = party en dat was zeker ook deze keer het geval. De trompetten, saxen en trombones zaten er meteen bonk op en kregen de mensen die nu wel massaal aanwezig waren onmiddellijk aan het dansen. Na enkele opwarmers deden the Soul Rebels dan eindelijk waar ze het best in zijn, herwerkingen van bekende nummers. Onder andere Jay-Z, Bruno Mars, The White Stripes en Daft Punk werden onder handen genomen, maar ook “Tom’s Diner” van Suzanne Vega, “Under the bridge” van The Red Hot Chilipeppers en “It's a hard knock life” uit de musical Annie klonken zoals we ze nog nooit eerder hoorden.

Op weg naar Gabriel Rios pikten we nog enkele minuten van Alpha Blondie mee. Deze Afrikaanse reggaegrootheid kon heel wat volk trekken en bood het publiek een aangenaam rustpuntje op deze festivaldag. Ze konden rustig meewiegen en door de knieën zakken op deze klassieke, maar daarom niet minder goede, reggae. Gabriel Rios startte alleen op het podium van de Univers, met een heel ingetogen versie van “Voodoo Chile”, een cover van “Voodoo Child” van Jimi  Hendrix. Tijdens de daaropvolgende nummers werd hij vervoegd door een contrabas, een cello en drie blazers. Rios hield het echter bij eenvoudige, korte, rustig voortkabbelende liedjes die de grote tent niet konden vullen. Veel ging verloren in het rumoer van het publiek en gecombineerd met het zwak verlichte podium leek het aslof we door gefluisterde kinderliedjes in slaap werden gewiegd. Ontgoocheld hielden we het daarom na een half uurtje voor bekeken.

Dan maar gaan kijken wat het voor ons nog onbekende Suarez in de aanbieding had. Het overschakelen van de slaapverwekkende set van Gabriel Rios blijkt meteen een verstandige keuze, want hier klinkt frisse opzwepende lekker dansbare muziek door de speakers. Met een leuke mix van pop, rock en world brengt Suarez het soort muziek en ambiance waarvoor mensen naar dit festival komen. Suarez ontleent zijn naam aan de ontdekkingsreiziger Diego Suarez die Madagascar ontdekte, het land waar de meeste bandleden hun roots hebben. Laat dat u echter niet op het verkeerde been zetten, want deze band is op en top Belgisch! Dat ze in het zuiden van ons land al een stuk bekender zijn blijkt wanneer “L'indécideur'” van hun gelijknamige tweede album volmondig wordt meegezongen. Ook het rockende “Prends-moi” en de geslaagde cover van “Porque Te Vas” van Jeanette kunnen ons bekoren. Een zeer geslaagd en verrassend optreden.

Daarna was het tijd om onze funky boots aan te trekken, want op het hoofdpodium was het grote moment aangebroken. Geen probleem als u nog nooit van Bootsy Collins had gehoord, want niet één, maar minstens drie personen gaven ons tijdens de inleiding van het optreden een uitgebreid overzicht van Bootsy's palmares. Onder andere 'the young James Brown' kwam ons vertellen dat we een legende zouden zien, de man die funk heeft uitgevonden, een held die nog met James Brown en George Clinton heeft gespeeld, ... Who gives a funk, give us Bootsy! Aangevoerd door een master of ceremony in glitterend wit pak verscheen eerst The Funk Unity Band, gekleed in NASA-overals. Logisch, want Bootsy is playing with the stars! Als kind moet hij ooit in een ketel met discoballen gevallen zijn, want uiteindelijk verscheen Bootsy Collins ten tonele in een glinsterend pak, met dito hoge hoed en bril en met zijn iconische stervormige basgitaar rond de nek. 'We want the funk', 'We got the funk', Bootsy en zijn band waren hier duidelijk met één doel, een funking goed optreden geven. Toegeven, het is veel kitsch en veel show, maar het is ook zo dansbaar en fans van P-funk konden met volle teugen genieten. “Don't take my funk away” werd opgedragen aan soullegende Bobby Womack die twee dagen eerder overleed. Tussen de nummers door schuwden Bootsy en zijn danseres zich niet voor enkele kostuumwissels en duidelijk op dreef deden ze er alles aan om het publiek tot ruim voorbij hun speeltijd te vermaken. Voor wie het nog niet wist, funk is making something out of nothing.

Asian Dub Foundation
lieten we even links liggen, want Magnus is terug van weggeweest. Na hun eerste plaat uit 2004 komt nu in september hun tweede plaat ‘Where Neon Goes To Die’ uit. Hun optreden op Couleur Café is het eerste op Belgische bodem of op het Belgische landsgebiedgedeelte, zoals Tom Barman het zo mooi kan zeggen. Samen met CJ Bolland en een clowneske Tim Van Hamel op gitaar serveert Tom ons na een duistere inzet een meer up-tempo set waarbij krakende elektronische beats en funky gitaarriffs met elkaar versmelten. Hun nieuwe single “Singing man”, maar ook het gekende “French movies” kwam voorbij, maar echt ontploffen deed Magnus nooit helemaal. Leuke achtergrondmuziek misschien bij een achtervolgingsscène of een politiereeks, maar wij bleven een beetje op onze honger zitten.

De avond afsluiten deden we met Jurassic 5, een hip-hopnaam die klinkt als een bel. Deze Californische rappers hadden hun grote succes in de jaren negentig en zijn dus niet meer zo heel jong, maar net als bij wijn kan een paar jaartjes liggen soms wonderen doen. Het zestal wist perfect hoe ze het publiek mee konden krijgen en via vingeraerobics en denkbeeldige motorfietsen (jawel!) ontstond er een leuke dialoog met de artiesten. De meeste indruk maakten ze met hun originele instrumenten, want naast de keytar bestaat er nu blijkbaar ook een LP-tar, een combinatie van gitaar en draaitafel. Centraal op het podium stond ook een draaitafel waarop een plaat van 1,5 meter doorsnede lag, waarmee de dj's ook konden scratchen. Terwijl in Brazilië de Grieken door Costa Rica naar huis werden gestuurd, scoorde Jurassic 5 op Couleur Café de winning goal met hun nog steeds frisse old skool hip hop. Peace out!


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/couleur-cafe-2014/
Organisatie: Couleur Café, Tour & Taxis, Brussel

Couleur Café 2014 – zaterdag 28 juni 2014

Geschreven door

Couleur Café 2014 – zaterdag 28 juni 2014
Couleur Café 2014

Couleur Café 2014 - Keziah Jones – DJ Tudo – Burning Spear – Chance the Rapper – Ben Howard – Chinese Man

Voor de 25ste editie van Couleur Café mocht het iets meer zijn; naast de meer dan 60 groepen en de traditionele dance workshop, was er non stop partymogelijkheid in Club Clandestino, stond een variant van het Indische kleurenfeest Holi op het programma en ontsnapte je ook in de XL-versie van de indoor wereldkeuken niet aan DJ-geweld.
Op de tweede dag van Couleur Café 2014 was de regen wel spelbreker. Vooral in het begin van de avond staken de weergoden stokken in de wielen, met een bescheiden opkomst als gevolg. In de tweede helft van de avond, na de buien, zorgden enkele sterke acts ervoor dat de avond toch in een feestje eindigde.
De programmering op de twee hoofdpodia liep zo goed als parallel. Dit betekent dat het ofwel kiezen was, ofwel switchen tussen de twee om van beide indrukken te verzamelen.

Keziah Jones (Titan) - De 46-jarige New Yorker van Nigeriaanse afkomst (na passages in Londen en Parijs) stond aan het begin van zijn set slechts voor een kleine schare die-hard fans in de regen te spelen, maar liet zijn enthousiasme er niet onder lijden. Geflankeerd door een tweede gitaar, bass en drums en met drie blazers op de achtergrond, liet hij zijn typische slapping-speelstijl op het publiek los (zoals in “A million miles from home”). Vergelijkingen met Lenny Kravitz zijn niet ver weg, hoewel de meeste songs strakker en meer funky klinken. Er was ook plaats voor interactie en speels entertainment met het publiek toen Keziah zijn gitaar horizontaal begon te beroeren. Als afsluiter mocht het in 2007 heruitgebrachte nummer “Rhythm is Love” (oorspronkelijk al uit 1992) uiteraard niet ontbreken en de catchy tonen lieten het ondertussen aangegroeide en heupwiegende publiek met een voldaan gevoel achter. 

DJ Tudo e Sua Gente de Todo Lugar (Move) - Hoewel de bandnaam anders doet vermoeden, stond hier geen DJ-act op het programma. Wel kreeg het publiek (dat door de regen het podium gade sloeg van onder het dichtst bij zijnde afdak) een heel arsenaal muziekgenres voorgeschoteld. Alfredo Bello, een icoon van de electroscene in Brazilië, verzamelt de meest uiteenlopende samples van over heel Brazilië en giet die in een modern jasje. Dat resulteert in een stijl die varieert van samba, over traditionele sounds, naar electro. Soms jazzy, dan weer sterk ritmisch. Hierbij laat hij zich omringen door muzikanten ‘van overal/de todo lugar’, voor de gelegenheid onder andere twee Belgen. Vooral de vrouwelijke percussioniste en de blazers maakten indruk. De zangkwaliteiten van DJ Tudo zelf zijn niet altijd indrukwekkend, maar zijn grote verdienste ligt in de aanstekelijke en moderne uitvoering van heel uiteenlopende genres. Al bij al een aangename verrassing voor het niet zo talrijk opgekomen publiek.

Burning Spear (Titan) - Voor Winston Rodney aka Burning Spear het podium betrad, herinnerde een bandlid er ons nog eens aan dat de man al 40 onafhankelijk muziek maakt. Hij voegde er zonder blozen een streepje reclame aan toe: we mochten allemaal naar zijn website surfen om er merchandising te kopen. Het bijna zeventig jarige icoon van de rootsreggae zwierde van bij de start zijn grijze rasta’s lustig in het rond en had zelfs nog een paar energieke danspassen in huis. Inhoudelijk verschilt Burning Spear niet van zijn landgenoot Bob Marley: de meeste teksten draaien ook om het geloof in de rastafari levenshouding en het pan-Afrikaanse gevoel. De boodschap kreeg in de eerste plaats uiteraard veel bijval bij de trouwe fans in het rood-geel-groen en met dreads maar we zagen ook hipsters mee te springen in de massa, een beetje vreemd contrast. Terwijl de geur van wiet rondom ons met de minuut intenser werd en de riddims verder kabbelden, pikten we nog het slot mee van de act die tegelijk in de Univers-tent bezig was.

Chance The Rapper (Univers) - De 21-jarige Chancelor Bennet aka als Chance the Rapper was al een half uur bezig aan een loeiharde en hyperkinetische set, waarbij hij meermaals de zangpartijen uit het oog verloor en inzette op goedkope interactie met het publiek. De dooddoener ‘I love you’ (236 keer na elkaar herhaald) werkte na een tijdje gewoon op de zenuwen. En handjes schudden met de bakvissen op de eerste rij leek ook meer om zichzelf moed in te praten. De man beweert inspiratie te halen bij Kanye West maar daar was live weinig van te merken. Jammer, want zijn zelf uitgebrachte mixtape “Acid Rap” uit 2013 klinkt meer volwassen en werd positief onthaald door muziekcritici.

Ben Howard (Titan) - Ook hier stond een hele schare jongedames op de eerste rijen met huwelijksaanzoeken en hartjes te zwaaien, met dat verschil dat de Britse singer-songwriter er totaal ongevoelig voor leek. Gefocust als hij was op het subtiele samenspel met zijn bandleden, beloofde het een sobere set te worden, zonder overtollige bindteksten of flauwe grapjes. De indie folk (afwisselend op de akoestische en de elektrische gitaar) zorgde voor een romantische sfeer op het uitgeregende festivalterrein en Howard speelde verzorgd maar tegelijk ingehouden. Ook bij de hits “Keep your head up” en “The Fear” leek hij niet voluit te gaan, hoewel dat geen belemmering was om iedereen in het publiek te doen meezingen.

Chinese Man (Titan) - Het trio uit Marseille liet het publiek een goeie 20 minuten wachten, maar eens het trip hop collectief het podium ingepalmd had, maakte het gemor snel plaats voor een dansfeestje. De meeste Couleur Café-gangers waren gekomen voor een bevestiging van het gesmaakte optreden uit 2012 en kregen waar voor hun geld. Vlotte omschakelingen tussen triphop, funk en jazz, vette scratches en een opzwepende guest rapper uit Zuid-Afrika: de perfecte cocktail voor een geslaagde afsluiter.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/couleur-cafe-2014/
Organisatie: Couleur Café, Tour & Taxis, Brussel

Couleur Café 2014 – vrijdag 27 juni 2014

Couleur Café 2014 – vrijdag 27 juni 2014
Couleur Café 2014

De festivalzomer wordt traditioneel het laatste weekend van juni afgetrapt met spotlights o.m. op Couleur Café ! Het wereldmuziekfestival staat al jaren garant voor een sfeervol en kleurrijk multicultureel, meerdaags festival; een mix van muziekgenres uit alle windstreken, een gemoedelijke sfeer, en niet te vergeten fijne randanimatie, dans(workshops), expo/loungeruimtes, geschminkte gezichten en kindersnoetjes, verfrissende cocktails en een fantastische ‘Palais du BienManger’ (met wel 50 world food keukens) om U tegen te zeggen .

Op deze 25ste Couleur Café was  het weer dikwijls een spelbreker , maar de regen werd  verdrongen door de artiesten en een publiek die het niet aan zijn hart liet komen en ook al snel onderdak vond in de gebouwen en  tenten op Tour & Taxis.
Er waren ongeveer 72000 bezoekers , 25000 op vrijdag, 25000 op zaterdag en dan nog een goede 22000 op de afsluitende dag .
In de kleurrijke affiche waren een reeks toppers te noteren die een divers, breed en jong publiek voor zich wisten te winnen. Een ontspannend , relaxt gevoel , een goede vibe , samenhorigheid, solidariteit en … een feestje bouwen zijn sterke ingrediënten bij Couleur Café. We koesteren steeds opnieuw die herinnering …

dag 1 – vrijdag 27 juni 2014
Dilated people (Titan),  raptrio uit L.A. , al van in de jaren 90 actief , ging van start met onversneden hiphop, raps, scratches en sampling . Zoals bij elke hiphopformatie kreeg de DJ voldoende ruimte om z’n kunsten in de beste Mix Master Mike traditie te tonen . Een opsteker, die een zomerse inslag bood bij het overtrokken weer op het festival …

Eén van die fijne ontdekkingen  was het Argentijnse La Yegros We kregen aangenaam ontspannende , zwoele dansbare muziek door de trancy, meeslepende, aanstekelijke ritmiek vna congas’s, drums , accordeon , gitaar en ga zo maar door . Hun straffe  world sound kreeg nog een bijkomend genietbaar kantje door de hotsende, springende zangeres . De respons aan de kleine Move stage was dan ook terecht .

De Britse Dizzee Rascal (Titan), al meteen de tweede hiphopact op de mainstage, trachtte de regen letterlijk van zich af te spuwen door een spervuur aan raps van de MC’s , de bonkende beats en natuurlijk die aanstekelijke cocktail van hiphop , drum’n’bass , garage en dance . Kleppers als « Dance wiv me » , « Holiday » en « Bonkers » zijn in het geheugen gegrift en zorgden eigenlijk voor de doorbraak van deze uit Londen residerende MC. In de set zaten songs als « Fix up , look sharp », « Just a rascal » en « Love this town » verweven . Live nog steeds energiek en opzwepend , maar deze Dizzee is nu wel z’n hoogtepunt wat voorbij …

Morcheeba was intussen al bezig aan hun set in de Univers tent en kon rekenen op heel wat bijval . Toegegeven, het regenweer zit er altijd wel voor iets tussen , maar het warme onthaal deed de Britse band van de broers Godfrey  en zangeres Skye Edwards zichtbaar deugd.
Hun voeger triphopconcept is geëvolueerd door de jaren en breder geworden naar een sfeervolle mix van pop , soul, lome beats en laidbacklounge. Hun laatste cd’s overtuigden niet echt meer , maar live klinken ze extravert genoeg. De zachte, zalvende, indringende soulstem van Edwards, die straalde in haar wapperend kleedje ,  en het gitaarspel van één van de jarige broers kregen veel ruimte toegemeten. Met maar liefst met z’n zessen op het podium, intrigeerde het gezelschap met songs als « Trigger hippie », « Blindfold »  en « Rome wasn’t built in a day » !

Tiken Jah Fakoly (Titan) uit Ivoorkust kon de regen definitief verdrijven met z’n bezwerende afroreggae . De juiste stemming was er meteen . De politiek geëngageerde Ivoriaan is de woordvoerder van een heel continent . Er stond dan ook een uitgebreide band achter hem, met danseressen en backing vocalisten die de  aantrekkelijke , aanstekelijke , slepende ritmes van het genre nog wat punch gaven . Hij zorgde dan ook voor een soort spirituele beleving …

Girls In Hawaii (Univers) wordt door de gerespecteerde Franstalige popliefhebber op handen gedragen . Met het nieuwe album ‘Everest’ , vorig jaar verschenen , hebben ze een mooi eerbetoon aan hun in 2010 overleden drummer Denis Wielemans uit.
Een doorbraak naar Vlaanderen kon gebeuren . Beetje bizar was dat de tent niet vol stond voor de band rond Lionel Vancauwenberghe en Antoine Wielemans . De dromerige indiemelancholica klinkt live minder subtiel en kreeg een levendige injectie, zonder dat het donker kantje van de band werd vergeten .
Girls In Hawaii zet de trend van een snedig , gedreven , weerbarstig , maar even emotievol; pakkend optreden door in nummers als « Not dead » , » Misses » en « This farm will end up in fire » . Natuurlijk ontbraken die psychedelica tunes van Pink Floyd en Granddaddy niet in een nummer als « Rorscharch » ; niet voor niks werd naast de Mount Everest een link gemaakt naar het Pink Floyd prisma. Op « Birthady call » en een lang uitgesponnen « Flavor » werd het tempo opgedreven , de strakke ritmiek onderstreept en hadden we die energie-uitbarstingen, die GIH zo mooi maken …

We namen nog iets mee van De Jeugd Van Tegenwordig . Toch even benieuwd hoe zij werden ontvangen door onze Brusselse vrienden . Het is voor ons als Vlaming al moeilijk hun verbasterd Nederlands te verstaan , maar kijk , de respons was hier enorm. Het dansbare volkje hield van de bezwerende , grillige, pompende, bonkende grooves en hiphoprhymes. Aan de Move tent was duidelijk een feestje aan de gang . Iedereen was hier aan het hossen en aan het springen. Aangenaam luistervertier!

Couleur Café houdt van het Brusselse Puggy (Titan) (Belgische band zonder Belgen – check hun site maar!), die  groots zijn geworden bij onze Franstalige vrienden. Met de pas verschenen derde cd ‘To win the world’ en de gelijknamige single krijgt de band terechte airplay in Vlaanderen. Hun melodieus stekelige , krachtige pop wordt door een gepaste en beheerste dosis pathos en theatraliteit onderbouwd. Een welgemeende link naar Muse is duidelijk in sound en act , gezien zij ook een live band bij uitstek zijn, levendig , dynamisch en uitbundig . Ook hier hield het publiek van de variatie en de tempowisseling, hun speels, ongedwongen aanpak, de interacties , de betrokkenheid en hun ‘neverending enthousiasme’ op nummers als « Goes like this », « Burned » en « To win the world », die een positieve vibe ademden.

Onder de indruk waren we van het opkomend talent van de The Parov Stelar Band (Univers), het alter ego van de Oostenrijker Marcus Füreder en al de hemel ingeprezen op andere festivals en in het clubcircuit. We hebben hier een soort 50s jumpin’ jive move , een funk/jazzswing met ophitsende electrobeats . Naast het immense mengpaneel van Füreder, worden naast de beats’n’samples explosies verwezenlijkt door een bassist, drummer, saxofonist en een schuiftrompettist , die samen met de bevallige zangeres Cleo Panther er de sfeer inhouden, die op het podium en in de tent top was . De blazers daagden elkaar regelmatig uit voor jam-battles  en de zangeres wist de show aan elkaar te praten.
Hier kon je niet onbeweeglijk stil blijven en werden de dansspieren aangesproken . Het publiek was mee, danste voluit en onthaalde ieder nummer met veel enthousiasme. Een opwindend, wervelend optreden die de ideale geleider was op Basement Jaxx . Wat een revelatie!

We konden nog iets meepikken van de Nigeriaan Seun Kuti (jongste zoon van Fela Kuti) (Move stage) die ook met een heuse band te zien was .  Een bigband die het beste van zichzelf gaf  met aan elkaar gebreide nummers , aangevuld  met zangeressen en danseressen , die goed met hun kont konden shaken en de hyperkinetische zanger die heen en weer hotste op het podium. Zijn afrobeat (genre waarin invloeden van Amerikaanse jazz en funk vakkundig gemixt worden met complexe Afrikaanse ritmes en blazers) werd smaakvol ontvangen !

Tot slot Basement Jaxx (Titan) van het excentrieke leuke Britse duo Ratcliffe/Buxton die doorbraken met de platen ‘Remedy’ en ‘Rooty’, ook al bijna vijftien jaar terug intussen. Basement Jaxx heeft een apart plaatsje in ons hart … Hun latindancepop werd naar hogere hoogte gebracht binnen de housescene , een integratie van pop, dance, Brazil/latin, funk en soul, die warm, ontspannend , feestelijk, dansbaar en bovenal toegankelijk klinkt.
Het laatste werk dateert al van vijf jaar terug waarbij we reikhalzend uitkeken naar deze pioniers die ‘een beetje van alles’ weten te bieden…
Ze brachten ook vanavond  heerlijk hoekige en leuke ritmes, melodieën en stijlen , die diverse tempowisselingen en verrassende wendingen ondergingen.  Ze zorgden voor de feeststemming met hun reeks guestvocalisten , die we nu horen bij een Rudimental, Major Lazer en Disclosure , die de mosterd haalden bij deze Basement Jaxx. Ook de fleurige en kleurige kledij, die alle kleuren van de regenboog omhulden,  pushte dat zomers tintje nog meer. 
Al meteen werden we in de juiste stemming gebracht door « Good luck », « power to the people » en « red alert » . Tussenin de kunstjes van de house DJ , die middenin de set ergens brandde op een discotheek gevoel .
Als vanouds viel er heel wat te beleven op het podium, met de dames die zangtalent en act in de beste traditie van The Supremes omarmden. « Romeo » werd eerst akoestisch ingezet, om dan al snel overspoEld te raken door de fijne beats en stijlen . « Jump’n’shout », « do your thing »  en natuurlijk « where’s your head at » , zorgden net voor die gezelligheid die Basement Jaxx groots maakten . Een « bingo bango » , met de nodige salsa injecties, sloot de overtuigende set af  .
Spijtig dat een « Rendez vu » de set niet haalde , en dat de sound soms minder pulserend hard kon zijn , wat het geheel nog completer kon maken. Maar niettemin slaagden ze erin het betrokken weer op het festival op te fleuren . Een lust voor de ogen en de oren …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/couleur-cafe-2014/
Organisatie: Couleur Café, Tour & Taxis, Brussel

TW Classic 2014 – Rolling Stones – ‘the greatest rock’n’roll band in the world’

Geschreven door

TW Classic 2014 – Rolling Stones – ‘the greatest rock’n’roll band in the world’
TW Classic 2014
Festivalterrein
Werchter

Wie the greatest rock’n’roll band in the world mogelijks voor de laatste keer op Belgische bodem wou bewonderen én een felbegeerd ticket voor TW Classic op zak had zag zijn of haar droom afgelopen zaterdag werkelijkheid worden. Voorafgaand aan Mick Jagger & co werden vijf acts opgetrommeld als opwarmers van dienst, de ene al verdienstelijker dan de andere zoals zou blijken. Omdat uw twee verslaggevers ter plaatse, net zoals de doorsnee Stones fan trouwens, langzaam maar zeker een gezegende leeftijd beginnen te bereiken leek enige middagrust voor de feitelijke aftrap dus wel gerechtvaardigd. We pikken in toen het malse gras van de festivalweide al een beetje van haar maagdelijkheid verloren was, en achtereenvolgens Admiral Freebee en Seasick Steve intussen de spits hadden afgebeten.

Werken tot na je 65ste? Chanteur de charme Arno (****) maakt er absoluut geen punt van. Vrijdagavond nog één van de smaakmakers op de Bowie sessie van Radio 1 in het Rivierenhof, zaterdagavond vervolgens ‘top of the bill’ op Genk On Stage, en tussenin één van de voorprogramma’s van The Stones op TW Classic: de kans is dus groot dat zowat de helft van muziekminnend Vlaanderen dit weekend de éminence grise van de Belgische rock onder een dreigende hemel heeft zien vloeken op een podium.
Dreiging, dat is precies ook wat er uit ging van Arno’s set in Werchter. Het onheilspellende op triphop geënte “We Want More” vanop zijn laatste album ‘Future Vintage’ zette wat dat betreft meteen de toon, en bleek meteen ook het enige recente nummer op het menu. Daarna dook de geboren Oostendenaar, geruggesteund door zijn als vanouds bijzonder straffe begeleidingsband met compagnon de route Serge Feys aan het roer, in zijn ruim drie decennia beslaand repertoire op zoek naar sporen van schuimbekkende blues in alle mogelijke gedaantes. Die zoektocht leverde enkele ruwe diamanten uit de vaderlandse muziekgeschiedenis op, de ene keer vermomd als T.C. Matic (“Que Pasa”), de andere keer als Charles Et Les Lulus (Cpt.
Beefheart’s “Gimme That Harp, Boy”), Charles And The White Trash European Blues Connection (“No Job No Rock”), of gewoon als zichzelf (“Ra Ta Ta”).
De grimmige grimassen van Arno spraken boekdelen, en dus bleven de schunnige anekdotes en levenswijsheden deze keer wijselijk in de kast. Pas tijdens het slotkwartier schakelde de grijsaard in het eeuwige zwarte pak over op festivalmodus met “With You”, “Oh La La La”, “Putain Putain” en “Les Filles Du Bord De Mer”. De muzikale erfenis van Arno samengebald in vier nummers, een even onontkoombaar als noodzakelijk slot van een bijzonder straf uur op Werchter én een geslaagde opwarmer voor het publiek dat net een mals regenbuitje achter de kiezen had.

In het buitenland wil het voor Triggerfinger (***½) maar niet lukken, maar in België zijn ze het ondertussen al gewoon om voor een mega publiek te staan. En scoren doen ze altijd, of dat nu voor de immense wei van Werchter is of ergens in een klein zaaltje te lande, het maakt niet uit, Triggerfinger staat er altijd en het dak gaat er steeds onherroepelijk af. De smerige en zompige rock van opener “And There She Was, Lying In Wait” zette de lijnen uit voor een alweer strakke, harde en hoogst energieke Triggerfinger set. Hoogtepunt was nog maar eens de met seks overgoten blues “My Baby’s Got A Gun”, deze keer opgedragen aan de immer sympathieke Seasick Steve die in de coulissen goeddunkend zat mee te knikken.
Triggerfinger greep ook terug naar de 10 jaar oude debuutplaat met “Camaro” en met het weergaloze “On My Knees”, nog altijd de smerigste riff die Ruben Block tot op heden heeft geproduceerd. Een gutsende finale met natuurlijk “All This Dancin’ Around Again” en het hoogst ontvlambare “Is It” brachten Werchter op kookpunt. Triggerfinger had nog maar eens die gigantische weide ingepakt met een uurtje van de meest opwindende rock’n’roll, en daar lustten de talrijke Stones fans uiteraard wel pap van.

Jim Kerr is een Schot die kan tellen. Op zijn eentje had de frontman van Simple Minds (**) immers becijferd dat dit zowat de achtste doortocht moest zijn van zijn band in ‘Wurchter’ zoals hij het zelf graag noemt. En eerlijk is eerlijk, deze keer moet zowat de minst memorabele van alle passages geweest zijn.
De groep had nochtans zijn start allerminst gemist en zette een ronduit indrukwekkend openingskwartier neer met het wijdse “Waterfront”, de vorig jaar verschenen erg puike nieuwe single “Broken Glass Park” en de dwingende groove van “Love Song”. Jim ‘let me see those hands’ Kerr was uitstekend bij stem en tuurde als vanouds met de blik op oneindig alle hoeken van het terrein alsof het de Wembley arena anno 1985 betrof. Zijn wat papperig ogende maatje Charlie Burchill grossierde nog steeds in een glashelder en breed uitwaaierend gitaarspel die bovenvermelde songs de nodige stadionallures bezorgde.
Met “Mandela Day” ging het langzaam maar zeker de verkeerde kant uit. Respect voor de man in kwestie, daar niet van, maar een muzikaal slaapverwekkend en lichtjes gedateerd nummer als dit haalde gewoon alle vaart uit het optreden. Na een opzwepend “Imagination” en een zeer welgekomen “I Travel” leek ons dat aanvankelijk niet meer dan een schoonheidsfoutje, en weinigen hadden kunnen vermoeden dat het hierna eigenlijk al over and out was voor de Schotten.
De songkeuze ging vervolgens immers van kwaad naar erger wanneer twee -we wikken onze woorden- misplaatste covers werden opgediend. Toen Kerr zich even ging bijschminken vergreep achtergrondzangeres Sarah Brown zich op wel erg drastische wijze aan Patti Smith’s “Dancing Barefoot”, en even later onderging “Let The Day Begin” van generatiegenoten The Call een zelfde lot. “Somewhere Someone In Summertime” bleek hierna niet meer dan een doekje voor het bloeden, want aan “Don’t You (Forget About Me)” hadden we toen en nu al altijd een gloeiende hekel en een futloos “Alive And Kicking” bleek net het omgekeerde uit te stralen van wat in de songtitel wordt beloofd. Om te bevestigen of er werkelijk sleet zit op deze iconische 80ies band lijkt Suikerrock straks een goede waardemeter. Een gratis ticket, iemand?

En dan The Rolling Stones (*****), zouden ze het nog steeds kunnen? Ons antwoord, een volmondig ja met een joekel van een uitroepteken achter! Het is haast niet mogelijk, die gasten zijn allemaal de 70 voorbij (met uitzondering van Ron Wood, de snotneus is er amper 67) en ze rockten als een bende jonge veulens. De heren hebben in de jaren zeventig samen zowat een heel huis opgesnoven, maar op vandaag zijn ze levendiger dan ooit. Een topfitte Mick Jagger holde heen en weer en had nog geen greintje sleet op zijn stembanden, Keith Richards en Ron Wood toverden de meeste gemene riffs tevoorschijn en pokerface Charlie Watts deed als gewoonlijk zijn eigen onopvallende maar onmisbare ding. Een paar duizend concerten hebben wij al gezien de afgelopen jaren, maar als The Rolling Stones het podium bestijgen lijken al die anderen in het niets te vergaan. Na wat wij vandaag meegemaakt hebben, kunnen wij alleen maar stellen dat The Rolling Stones anno 2014 nog steeds de allergrootsten zijn.
Wat maakte The Stones dan weer zo fantastisch? Een werkelijk geweldige setlist, als je ’t ons vraagt (u kan het ding op de meeste internetfora gaan checken, we gaan hier nu niet alles opsommen). Een hoop van de beste songs uit de geschiedenis van de rockmuziek, stuk voor stuk mijlpalen, werden hier met brio en animo geserveerd. En nog konden wij er zo een twintigtal al even grote klassiekers aan toevoegen. The Stones hadden nog een veel groter selectieprobleem dan Marc Wilmots, er moesten sowieso een hoop briljante songs thuisblijven. Grote verschil met onze Rode Duivels, The Stones wonnen niet alleen, ze speelden ook nog eens schitterend! Jagger haalde trouwens in perfect Nederlands(nou ja) een ‘Proficiat met de Rode Duivels’ boven. Hij had het over de uitslagen, niet over het spelniveau. Na een spoedcursus van enkele minuten klonk zijn Nederlands overigens beter dan dat van Mathilde.
Als u ons vraagt naar hoogtepunten moeten wij u antwoorden: alles ! Toch halen wij er hier een paar opvallende momenten uit. Als eerbetoon aan de pas overleden Bobby Womack haalden The Stones prompt nog eens “It’s All Over Now” boven, een song die ze 50 jaar geleden voor de eerst keer op plaat zetten. Toen Jagger even backstage aan de zuurstoffles ging hangen, mocht Keith “Can’t Be Seen” en “You Got The Silver” van vocals voorzien en zoals u ook wel weet, Keith kan niet zingen maar Keith is fantastisch. Het absolute moment suprème was toch met voorsprong een zwaar rockend “Midnight Rambler” waarvoor ouwe getrouwe Mick Taylor er werd bij geroepen. Mick Taylor, destijds opvolger van Brian Jones en voorganger van Ron Wood, was gitarist bij The Stones in hun beste periode, eind jaren zestig is dat, en hij blikte de legendarische platen ‘Sticky Fingers’ en ‘Exile On Main street’ mee in. Op “Midnight Rambler” haalde hij de meest wonderlijke solo’s boven, in combinatie met de twee riffmeesters Wood en Richards gaf dit serieuze vonken, meer dan tien minuten lang om duimen en vingers bij af te likken.Ook “Gimme Shelter” stond weer als een huis en dat mede dankzij een fenomenale backing zangeres. The Stones hebben al jaren de beste backing zangeressen mee op tournee en “Gimme Shelter” is steevast één van die momenten waarbij de dames voluit mogen gaan. Dat was nog eens wat anders dan die zangeres annex breedsmoelkikker die een uur voordien met Simple Minds de Patti Smith klassieker “Dancing Barefoot” compleet naar de fillistijnen hielp. Pure heiligschennis was dat.
The Stones hadden ook nog eens een heus koor laten aanrukken (toch geld genoeg) voor “You Can’t Always Get What You Want” en ook dat was een heuglijk moment. De onvermijdelijke afsluiter was, hoe kon het ook anders, “(I Can’t Get No) Satisfaction”, de song die The Rolling Stones 50 jaar terug heeft grootgemaakt, Werchter ontplofte een laatste keer.

The Stones waren twee uur en een half aan één stuk buitengewoon sprankelend, en geen seconde pruttelde de motor. Op hun leeftijd is dit een bovennatuurlijke prestatie.


Organisatie: Live Nation
- Rock Werchter  

Hellfest 2014 – zondag 22 juni 2014 – een geslaagde 9ste editie!

Hellfest 2014 – zondag 22 juni 2014 – een geslaagde 9ste editie!
Hellfest 2014
Festivalterrein
Clisson (Fr)
2014-06-22
Ben Van Eck en Yentl Stée

Hellfest 2014 – dag 3 – zondag 22 juni 2014

Deze dag besloot ik toch weer de koene ridder te spelen ( er stond geen volk en ik wou galant overkomen) dus ging ik langs de reguliere ingang een kijkje nemen. Gelukkig had de security z’n lessen getrokken en werd niet iedereen meer grondig gefouilleerd van kop tot teen. Eerste band van de dag was het Franse Azziard. Echt bijster veel kan je daar niet over zeggen, muzikaal was het nogal een grote eenheidsworst en allesbehalve origineel. Het werd wel goed neergezet en ze brachten een best genietbare edoch vergeetbare show.
Yentl

Volgende op het lijstje was Blacklodge en die waren toch wel het vreemde eendje in de bijt. Gelukkig houdt ondergetekende van vreemde eendjes en was de dansbare Industrial black metal van deze Franse jongens van topniveau. Uitgedost met injectienaalden in plaats van de “kijk hoe krieg ik ben” spikes zetten ze een verschroeiende set neer met lekker dansbare beats waar het publiek toch wel raar van op keek. Het publiek dat bleef staan ging echter volledig uit de bol en terecht ook. Beste black metal scene, de wereld heeft nood aan meer zo’n bands dus berg je zelfbeklagende DSBM-projectje maar op en begin er aan.
Yentl

Wat een medelijden had ik met deze mannen. Och god dertig man stond voor het podium toen de Crushing Caspars opkwam: het vroege uur en het geconsumeerde bier van de vorige dag zal daar wel iets mee te maken hebben. “Credit where credit is due, though”: de Duitse hardcore-punkers lieten zich niet uit hun lood slaan en brachten een sterke, energieke set die het publiek wel kon bekoren. Er werd, ondanks het vroege uur, zelfs een erg grote moshpit gestart rond zittende mensen; ook de eerste keer dat ik dat zie op een metalconcert.
Af en toe probeert de frontman zelfs wat crowd participation af te dwingen, en hij bedankt ook uitvoerig de weinigen die de moeite hebben genomen naar hen te komen kijken. De bands energie en motivatie zijn uiteraard ook niet onuitputtelijk, en de band vervalt dan ook redelijk snel in gewoon op een staccato manier de setlist af te werken, zonder veel breakdowns of tempoveranderingen. Ook hun podiumpresence is navenant: werd er in het begin nog duchtig gesprongen en bewogen op het podium, was dit naar het einde van de show al een stuk minder het geval. De band verliet dan ook nogal snel het podium onder een matig applausje.
Nochtans brachten ze best lekkere hardcore-punk: erg meezingbare en opzwepende riffs die goed samengaan met de typische hardcore lyrics over opkomen waar je in gelooft en je niet uit het lood laten slaan door tegenstand. Ik heb al minder kwaliteitsvolle hardcoreshows gezien voor honderd keer zoveel volk, en ik durf dan ook met redelijke zekerheid voorspellen dat deze mannen nog gaan groeien en enige naambekendheid binnen het genre zullen weten te vergaren. Al bij al geen slechte manier om wakker te worden en de dag te starten, zo'n hardcore optredentje met een cider in de hand.
Ben

Één van de bands waar ik toch wel het meest naar uit keek was de eigenzinnige atmosferische black metal van The Ruins of Beverast. Zelf had ik ze nog niet live kunnen aanschouwen maar ze worden her en der als perfect beschreven dus de verwachtingen stonden hoog gespannen. Eerst leek het alsof ze die niet zouden inlossen aangezien de set nogal vrij tam begon en de band er precies niet echt zin leek in te hebben. Naarmate de set vorderde evolueerde dit echter in een zeer positieve richting en overtroffen ze zelfs mijn verwachting. Het enige jammere was wel dat er teveel licht was voor een band als dit, dit is immers een band die je een donker krocht moet zien. Als ze eens in België spelen zal ik wel gaan zien denk ik.
Yentl

Dordeduh wordt vaak Negura Bunget zonder Negru genoemd, op het eerste zicht is dat nogal logisch aangezien het ook wel degelijk leden uit bovengenoemde band zijn maar daar stopt het dan ook. Dordeduh overtreft namelijk Negura Bunget enorm naar mijn mening. Ik had de eer om ze al eens live te zien en toen was hun soundcheck langer dan hun set (en nog werkte de helft van de instrumenten niet naar behoren). Hier was dit gelukkig anders en werkte alles perfect. Het was een zeer goeie show waar vooral de ingetogen momenten de beste waren.
Yentl

Repulsion kwam, zag en overwon. Dat viel dus nogal vrij binnen de verwachtingen. Nogal wiedes aangezien ze als één van de grindcore pioniers gezien worden alhoewel ze maar één album hebben. Waar de songs dus vandaan kwamen ga ik al niet moeten uitleggen. Al van de eerste noten zette het Repulsion het publiek in vuur en vlam maar naarmate de set zijn einde naderde begonnen ze jammergenoeg een beetje te slabakken en begon ik mijn interesse te verliezen. Wel jammer want voor de rest was de show subliem.
Yentl

Van Black Tusk wist ik niet echt wat ik moest verwachten, muzikaal vind ik ze best wel goed maar de nummers blijven nooit erg lang hangen bij me. Ze worden ook nogal vaak voorgesteld als een Kylesa rip-off wat niet geheel onterecht is trouwens. Live is het echter een andere koek, waar Kylesa zich vooral kenmerkte door ingetogenheid kenmerkte Black Tusk zich door energie en passie. Ik heb zelden een band zoveel plezier zien hebben tijdens het spelen van een show en die energie straalde ook over op het publiek want die gingen lekker hard op één van de weinige pits die je in The Valley kon aanschouwen.
Yentl

'I feel like a proud, fat dad', zo verwoorde Trevor, de frontman van TBDM, zijn dank aan het publiek. Trevor had de overvolle tent tot bijna doodvallens toe aangezweept om te moshen en te moshen tot ze er bij neer zouden vallen. En ‘credit where credit is due’: de moshpit strekte zich uit van de ene kant van de zaal tot de andere, om de twee voorste pilaren, waar nog gewoon publiek stond te kijken, heen. Ook niet iets dat zomaar om het even welke band gedaan krijgt. Het feit dat dat bovendien zoveel stof veroorzaakte dat mensen met t-shirts over hun mond rondliepen vond de Trev behoorlijk hilarisch.
Aanvankelijk had ik TBDMs succes altijd toegeschreven aan het feit dat ze de grootste gemene deler waren tussen melodic death metal en metalcore, waardoor ze dus van twee walletjes konden eten qua publiek. Nu ik ze voor het eerst live heb gezien, weet ik dat hun succes vooral te danken is aan de waanzinnig intense liveshows die die mannen kunnen neerzetten. Snel, strak en chaotisch; zo staan die mannen te spelen. Wat nou melodie? Gewoon lekker raggen op die snaren en eronder een constante stroom dubbelbasgeweld van de drummer. Heerlijk simpel, heerlijk effectief en het publiek smulde ervan.
Nochtans was het begin van de set zeker niet perfect: het geluid zat nog niet helemaal goed, en het publiek reageerde maar lauwtjes op de eerste twee nummers. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat velen gewoon de tent in waren gevlucht op zoek naar wat schaduw, want het was echt wel verschroeiend heet op de wei. Het kotje zat dan ook stampvol. Na de eerste twee, drie nummers raakte het publiek al snel in vervoering. Ikzelf stond er wat bij en keek ernaar: het was een vrij eentonig optreden, maar wel één met veel energie en veel ambiance. Dik ok dus. Toch jammer dat ze die heerlijke cover van The Rolling Stones' “Paint it black” niet hebben gespeeld...
Ben

Dark Angel  was oorspronkelijk voor mij de meer dan waardige vervanger voor Megadeth, beter nog, ik was blij dat Megadeth niet kwam opdagen en nog blijer dat Dark Angel in de plaats kwam. Die vreugde verdween echter als sneeuw voor de zon zodra ze begonnen spelen. De set zelf was al behoorlijk middelmatig maar vooral het barslechte geluid (zelfs voor mainstage-normen) gooide nogal roet in het eten. De stem van de frontman was ook allesbehalve in goeie conditie dus uiteindelijk werd het vooral wachten op Behemoth in plaats van genieten van Dark Angel.
Yentl

Behemoth in het stralende zonnetje op de mainstage, ik zal er toch nooit aan kunnen wennen. Het was dan ook eventjes vrezen of ze dezelfde sfeer gingen kunnen oproepen als in een tent. Daar kan ik gelukkig positief over zijn want ze zetten een gigantisch vette show neer en ze bewezen nog maar eens dat Behemoth anno 2014 nog steeds een monument binnen de metal is. Het enige waar ik een beetje teleurgesteld in was was de songkeuze, er werden enkele nieuwe nummers gespeeld die zeker niet slecht waren maar ik miste pakweg nummers zoals “Shehamforash” en “Lucifer”.
Yentl

It's dusk and legends take the stage. Twintig jaar na de release van hun monumentale In the Nightside Eclipse en na jaren afwezigheid in de scene komt Emperor nog eens terug naar het podium. Voor de uneducated reader: Emperor heeft doorheen de jaren een beetje een cultnaam vergaard in de black metal wereld. In the Nightside Eclipse staat makkelijk naast andere klassieke albums van Burzum of Mayhem die mee het genre hebben helpen vormen zoveel jaar terug, en in tegenstelling tot pakweg De Mysteriis Dom Sathanas is de tijd Nihghtside Eclipse wel goed gezind geweest: het is nog steeds erg goed beluisterbaar en zet een donker, onheilspellend sfeertje neer dat je nu enkel nog vindt in het atmospheric black metal genre. Zeggen dat fans een beetje enthousiast waren toen de band aankondigde dat ze het hele album back-to-back gingen spelen is dan ook wel een erg groot understatement.
Geen idee hoeveel volk er aan de andere podia stond toen Emperor opkwam, maar dat kan toch niet erg veel geweest zijn: mensen stonden rij aan rij en scandeerde al 'Emperor' een kwartier voor de show begon. Oorverdovend applaus was de bands deel toen ze het podium betraden, en dat is niet eens een hyperbool. Aanvankelijk zat de mix niet helemaal perfect (gitaar te stil, bas te luid), maar tegen dat Cosmic Keys passeerde was dat euvel al verholpen en speelde de mannen een zeer secure show. Dat er weinig werd afgeweken van de plaat zelf hoeft geen negatief punt te zijn: de plaat is zo goed en zo bekend bij het publiek dat veel afwijken van het origineel het optreden enkel slechter zou gemaakt hebben.
De onheilspellende, moeilijke te definiëren sfeer die het album weet op te roepen kwam live redelijk goed over. Op zich is dat al geen sinecure: atmospherische black metal op een mainstage in plaats van in een kleine, donkere tent spelen is wat onwennig, maar Emperor komt er redelijk mee weg. In tegenstelling tot veel andere black metal bands weet Emperor die sfeer ook puur op muzikale manier te brengen. Deze heren hoeven zich niet te bedienen van corpsepaint, vuur of armbanden met ellenlange pinnen op om hun stempel op het gemoed van het publiek te kunnen drukken. Toch blijft het een wat rare ervaring om moshpits te zien ontstaan op een plaat die je normaal alleen in het donker beluistert.
Al bij al dus een zeer geslaagd optreden: de levende legende die Emperor toch al (bijna) is, weet een dijk van een klassieker nagenoeg perfect live te brengen; en dat 20 jaar na datum.
Ben

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/hellfest-2014/


Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))
 

Hellfest 2014 – zaterdag 21 juni 2014 – een geslaagde 9ste editie!

Geschreven door

Hellfest 2014 – zaterdag 21 juni 2014 – een geslaagde 9ste editie!
Hellfest 2014
Festivalterrein
Clisson (Fr)
2014-06-21
Ben Van Eck en Yentl Stée

Hellfest 2014 – dag 2 - zaterdag 21 juni 2014
Vandaag besloot ik al mijn galantheid buiten te schoppen en liet ik mijn vriendjes lekker aanschuiven terwijl ik de speciale ingang nam waar direct door kon. Dit zorgde ervoor dat ik niet enorm vroeg op voorhand moest vertrekken voor toch een pareltje, namelijk Hark. Niet zo lang geleden bliezen ze ondergetekende weg met hun laatste telg ‘Crystalline’ en het was dan ook de vraag of ze dit live konden neerpoten. Dat deden ze wel zeker en de energie spatte er vanaf ook al was het belachelijk vroeg. The Valley zelf was ook al behoorlijk goed gevuld geraakt en alhoewel het publiek nu niet direct bewoog zag je wel dat ze genoten.
Yentl

Mercyless was de volgende op het programma ( aangezien ik te lui was om tot aan de warzone te wandelen). In Frankrijk zijn deze gasten vrij geliefd maar ik had er nog maar van gehoord toen ik zag dat ze op de affiche stonden. Muzikaal spelen ze een beetje in het verlengde van pakweg Loudblast maar een pak minder interessant. Het zou nu niet zo erg geweest zijn was die middelmatigheid een rode draad geweest door hun show maar helaas was het nog een stukje erger. Ronduit saai is een betere term. Na enkele nummers begon het zodanig tegen te steken dat ik het gewoon afgetrapt ben, de bar leek interessanter.
Yentl

HERDER IS HARDER. Deze slagzin wordt nu stilaan toch automatisch gekoppeld aan deze Nederlandse sludgy stoner doom band. De zanger won onmiddellijk al goeie punten door met een Beastmilk shirt het podium op te stormen waarna hij vervolgens als een gek het publiek begon op te jutten. De band zelf was een pak energieker dan het publiek maar dat mag want het was nog een beetje vroeg. Maar dat is niet het enige, er was voor een speciale gast gezorgd. De oorspronkelijke zanger Nico (die nu ergens in Australië woonachtig is) kwam ook een paar liedjes mee zingen. Allemaal leuk en wel maar stiekem vond ik het toch een beetje overbodig aangezien “de nieuwe” naar mijn mening een pak meer stembereik en podiumtalen had. Maar al bij was het een vette show.
Yentl
Ook bij Benighted kwam het Franse chauvinisme bovendrijven en stond The Altar lekker vol om een halfuurtje los te gaan op death/grind van topkwaliteit. Dat liep echter niet van een leien dakje, vooral bij de eerste nummers was het geluid zo erbarmelijk dat het bijna onmogelijk werd om zelfs te merken welke song ze speelden. Gelukkig werd dat geluid weer rechtgetrokken het moment dat ze “Let the Blood Spill Between My Broken Teeth” op het publiek los lieten en toen schoot het pas echt op gang. Vanaf dat moment tot afsluiter “Slut” was de gehele tent één wervelende stofwolk. Enig minpuntje was toch wel dat hun nieuwe nummer met Kvarforth er niet bij zat, zou wel leuk geweest zijn aangezien de man die dag toch ook aanwezig was.
Yentl

Ik liep eventjes te twijfelen of ik wel degelijk naar  Mos Generator zou gaan. Op album weet de stonerrock/metal van deze heren me niet echt te raken maar aangezien Mgla toch niet ging spelen besloot ik om toch maar een kijkje te nemen. De show viel binnen de verwachtingen wat niet echt goed is aangezien ze niet echt bijster hoog waren. Muzikaal was het vrij middelmatig en ook de show was niet echt speciaal. Het publiek leek mijn mening te delen want naast wat volledig gerookte stoners stonden ze ook maar wat te gapen.
Yentl

Subrosa mag zich toch wel als verrassing als de dag rekenen. Ik was niet echt vertrouwt met het materiaal van deze band en het was dan ook een gok of ik ze ging zien of niet. Een goeie gok zo blijkt want dit was één van de beste shows die ik op het festival mocht aanschouwen. Subrosa bestaat bijna uitsluitend uit vrouwen en brengt een soort van doom metal met violen. Geloof me het is vet en live is het nog vetter. Niet alleen muzikaal was het dik in orde, de band had de gehele tent in één of andere greep. Die show mocht gerust nog eventjes langer geduurd hebben.
Yentl

Incantation mag zich ook tot de verrassingen rekenen maar dan in de negatieve zin. Deze legendarische death metal band heeft al vrij veel klassiekers op z’n naam staan en dus waren de verwachtingen ook hoog maar die losten ze absoluut niet in. De set kwam nogal rommelig over, het geluid zat niet goed en de muziek raakte mijn koude kleren niet. Gedurende de volledige set was er werkelijk geen enkel moment dat ze me bij mijn keel grepen en lieten los gaan, integendeel, het meeste wat ze bij mij konden veroorzaken was een verveelde zucht.
Yentl

Voor Shining waren de verwachtingen ook hoog aangezien ze uit mijn hartverscheurende keuze tussen hen en Acid King als winnaar er waren uitgekozen. Deze losten ze jammergenoeg niet helemaal in. Het was een fijne show maar er was ook niet echt iets speciaals aan. Kvarforth was ook vrij tam, naast wat whisky naar de fotografen spugen en eens diep in de ogen kijken van een vrouwelijke compagnon van me was er niet echt iets noemenswaardig te vinden aan de set. Ik moet wel eerlijk toegeven dat de hitte in de tent mij ook serieus zijn parten speelden en waarschijnlijk er deels voor in staat waarom ik niet ten volle er van kon genieten.
Yentl

Het was voor mij al een tijdje geleden dat ik het knettergekke progressieve metalcore/mathcore gezelschap Protest the Hero aan het werk zag. Ik keek eigenlijk wel uit naar deze show want de vorige die ik er van zag was ronduit fantastisch. Jammergenoeg was het deze niet zo, de energie die in hun muziek was nergens te vinden gedurende de gehele show. In feite stonden ze gewoon letterlijk hun liedjes te spelen en dat was het zo wat. Enkel de grapjes van de frontman maakten het enigszins nog interessant om te blijven. Gelukkig snapten ze zelf dat ze echt geen goeie show aan het spelen waren want ze excuseerden zich en vertelden dat ze veel beter zijn op album, daar kan ik alleen maar volmondig ja op zeggen.
Yentl

Geen idee of het aan de combinatie zon- Kronenbourg lag of aan de show zelf, maar Status Quos set was een hilarische wervelstorm van halfgekende klassiekers meebrullen. Met tienduizend man “You're in the Army Now” en “Whatever you want” meekwelen was een wat foute, doch zeer genietbare ervaring. Dat had ik aanvankelijk niet verwacht: ik hield mijn hart een beetje vast wat oude knarren als Status Quo en Deep Purple nog zouden kunnen brengen, maar ik werd aangenaam verrast!
Naast al dat langharig, vuil geweld dat je normaal op een podium ziet, vielen de mannen van Status Quo een beetje uit de toon, met hun verfijnde kledingstijl en wat pedante gedragingen, maar dat heeft uiteraard ook z'n charme en z'n plaats op een festival als Hellfest. Het wat oudere publiek kon de show duidelijk ook wel smaken: ik heb heel wat oude mannen goedkeurend zien meeknikken en iets te veel vrouwen van boven de 40 hun heupen zien meezwieren tijdens het optreden. Her en der stonden er zelfs drie generaties broederlijk naast elkaar te genieten: de puber van 16 die voor het eerst mee mag, de motorrijdende vader van in de veertig en bompa die ook nog wel eens z'n jeugd wilt herbeleven;  allemaal met een pint in de hand en een zwarte t-shirt aan, dat spreekt. Hartverwarmend, zoiets.
De set zelf was over het algemeen goed, maar wisselend van niveau per nummer. Openingsnummer “Caroline” bijvoorbeeld werd niet goed gebracht, was niet goed gemixt en kon ook maar weinig reactie uitlokken bij het publiek. Andere nummers bracht de band wel goed, maar zonder veel schwung of enthousiasme: de oude knarren stonden maar wat statisch op het podium. Naar het einde van de show toe, wanneer de eerder aangehaalde klassiekers de revue passeren, kwam de band en het publiek wel een stuk losser en kwam de sfeer goed tot z'n recht. Al bij al zeker geen slecht optreden, maar de vele jaren hebben blijkbaar bij Status Quo meer hun tol geëist dan bij bijvoorbeeld Deep Purple of Aerosmith.
Ben

Dit ging een beetje een pijnlijk optreden worden voor me, het was namelijk de laatste keer dat ik Brutal Truth ooit nog live ga zien aangezien dit hun voorlaatste Europese show was (Obscene extreme zal ik helaas niet halen). Dan Lilker stopt immers met muziek spelen en laat talloze bands dus achter. Dit liet echter zowel de band als het publiek niet aan hun hart komen en ze gingen dan ook volledig los op deze eigenzinnige grindcore titanen. Vooral frontman Kevin Sharp was weer in topvorm en liet het publiek volledig uit zijn hand eten. De set bestond uit een bloemlezing van zowat alles wat ze uitgebracht hebben en ze speelden het fantastisch. Hun laatste nummer was jammergenoeg net ietsje te kort aangezien ik mij net voor nam om mij nog een allerlaatste keer volledig te geven op Brutal Truth.
Yentl

'Un, dos, tres, quat' hoor ik al vanuit de verte, en even was ik vergeten of ik nu weer naar Sepultura, Soulfly, The Cavalera Conspiracy of naar een ander project van de Cavalera broertjes ging kijken. Doorheen de jaren heb ik de Cavaleras al zoveel keren zien spelen dat ik geen onderscheid meer kan maken tussen de verschillende bands ('was Blood, Fire, War, Hate nu van Sepultura, of....?') en eigenlijk hoeft dat ook niet: deze mannen maken gewoon eerlijke, simpele thrashmetal om op te feesten.
En feesten wordt er gedaan: pitje vragen is pitje krijgen. Het publiek reageert aanvankelijk enthousiast als ze de wilde dreads van de Braziliaanse frontman zien, maar zakt dan een beetje in en lijkt zelfs wat in te dutten. Tot op het moment dat de eerste twee nummers klaar zijn, meneer Cavalera een mopje maakt over het WK en dan bijna beleefd vraagt of er toch niet eens pitje moet gestart worden. En het publiek gaat daar gewillig op in: vanaf dat moment staat de pit nauwelijks nog stil, zelfs niet tussen de nummers in. Hoogtepunten in de set zijn o.a. “Refuse/ Resist” en “Rise of the Fallen”. Allemaal erg amusant, maar mijn neusje heeft het toch wat moeilijk met al dat bijkomende stof. Niet dat ik daar ook maar een malle moer om geef: genoeg afleiding.
Soufly trekt namelijk ook andere figuren aan dan die ene kerel in een Jezuspak die midden in de pit staat en waar de camera zo gewillig omheen blijft draaien. De zuiderse drumbeats trekken ook een hele cohorte schaarsgeklede dames met hula-hoops en Poi aan. Mijn heupen beginnen van de combinatie zowaar spontaan mee te swingen. Niet dat de frontman daar voor veel tussen zat, overigens. Hoewel de muziek lekker doorbeukt en het oog duidelijk ook wat had, staat meneer Cavalera driekwart van de tijd met z'n ogen dicht te zingen op dezelfde vierkante meter voor z'n micro. Niet bepaald inspirerend.
Tegen het einde van de set komt daar verandering in: op 3 seconden tijd introduceert hij vier nieuwe mensen ('Familia') op het podium en die zorgen eindelijk voor wat podiumpresence. Afsluiten gebeurt uiteraard met “Roots, Bloody Roots”, zo'n klassieker die iedereen kan meezingen. Daarna wordt er nog eens geïnsinueerd dat de WK-finale wel Frankrijk- Brazilië zal worden, wordt “Maidens The Trooper” nog even ingezet en komt meneer Cavalera zowaar zelfs even van z'n plaats om op de catwalk 'Olé-olé-olé' in te zetten. Metalfans en voetbalfans voor één keer eens broederlijk zij aan zij en iedereen tevreden. Soufly was namelijk 'gewoon' een goed optreden: klassiekers, veel dansen en bakken sfeer; maar wel exact dezelfde show en uitvoering als al die andere keren dat je iets van de Cavalera gaat bekijken.
Ben

Monster Magnet was een enorm twijfelgeval voor mij, eigenlijk ben ik echt geen fan en er zijn maar een drietal nummers die ik eigenlijk nog ok vind. Toch probeerde ik het er op te wagen en besloot ik ze een kans te geven. Die kans was echter niet nodig, pas op ze speelden een goeie set en publiek vond ze fantastisch maar de muziek raakte mijn koude kleren niet. Spijtig.
Yentl

'Hey pa, je raadt nooit wie ik dit weekend ga zien op Hellfest: Deep Purple!'. Eén keer eerder heb ik mijn leven het genoegen gehad om mijn pa groen te zien uitslaan van jaloezie: toen Focus speelde op Once Upon A Festival een paar jaar terug. Aan beide bands kleeft ook eenzelfde soort zeemzoet aura van nostalgie en familiariteit. Ik associeer beide met als jonge dreumes 'muziekintroductie' te krijgen van vaderlief: samen luisteren naar zijn oude cassetjes in de garage.
Ik ging dan ook met een bang hartje richting mainstage. Levende legendes aanschouwen is vaak niet meer dan een ontgoocheling at best en soms zelfs gewoon een kurkdroge desillusionering. Laat me het nu maar al verklappen: niet zo met Deep Purple. Hoewel er nog maar twee leden van de oorspronkelijke bezetting overblijven en de collectieve leeftijd van de band gemakkelijk de twee honderd overschrijdt, was Deep Purples set luid en goed. De muzikale virtuositeit die hier op het podium staat, (h)erkent een kind zelfs. De ene na de andere klassieker wordt nagenoeg foutloos ten berde  gebracht en de oude knarren stonden duidelijk met veel plezier en enthousiasme op te treden. De zangers stembereik is nog steeds enorm, en eens een Hammondorgeltje over een metalweide horen weergalmen is een bizarre, doch entertainende ervaring.
Die andere oude knarren, die en masse waren afgezakt naar de wei van Hellfest voor een dagje met stoeltjes en frigoboksen vol broodjes konden het duidelijk ook wel smaken. Het bejaarde koppel naast mij vertelt graag over hoe Deep Purple vroeger live was, inclusief sappige anekdotes over de muziekscene van toen (spoiler: ook toen werd er veel illegaals naar binnen gespeeld in de vorm van poeder of rook). Ze wisten me zelfs te vertellen dat hun shows vroeger zelfs minder goed waren, omdat de bandleden al eens wat te veel hadden gerookt/ gedronken en dan ook eindeloos doorsoleerden, of ze hun noten nu raakten of niet.
Dat is nu wel anders: de solo's vliegen je nog steeds om de oren, maar worden niet te lang uitgesponnen of met veel geëxperimenteer gebracht. Sommige mensen zouden het zelfs als 'tam' of 'braafjes' kunnen omschrijven, maar ik sta gewoon te genieten van de show en legendarische riffs als die van “Space Truckin” mee te neuriën. Het onvermijdelijke “Smoke on the Water” komt uiteraard helemaal op het einde en wordt massaal meegezongen door de tienduizenden metalfans, iets waar zowel de band als het publiek duidelijk z'n dank en appreciatie voor uitdrukte. Het is te hopen dat deze oude knarren zo nog een paar jaar verder mogen blasten.
Ben

Aangezien Infernus en “vrienden” (Gorgoroth) me echt niet meer kan schelen sinds hun laatste show die ik zag was hier de keuze snel gemaakt en ging ik naar Philip H. Anselmo & the Illegals. Echt bekend met de muziek van dit projectje was ik niet maar ik ben doorgaans wel altijd heel tevreden met de projecten van de man. Eventjes vreesde ik dat het een Pantera-cover setje ging worden (ik ben echt GEEN Pantera fan) maar die bleven gelukkig beperkt tot een tweetal nummers. Wel leuk om te horen was Agnostic Front en Superjoint Ritual cover. Ook het eigen materiaal is er om duimen en vingers mee af te likken. Hier gaat de invloeden van sludge tot death tot zelfs een vleugje grind, voor ieder wat wils dus. Ook leuk om te horen is dat het stembereik van de nu bebaarde Anselmo een stuk groter geworden is. Ondanks rugproblemen is hij ook nog niets van zijn flair verloren. Echt een goeie show.
Yentl

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/hellfest-2014/


Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

Hellfest 2014 – vrijdag 20 juni 2014 – een geslaagde 9ste editie!

Geschreven door

Hellfest 2014 – vrijdag 20 juni 2014 – een geslaagde 9ste editie!
Hellfest 2014
Festivalterrein
Clisson (Fr)
2014-06-20
Ben Van Eck en Yentl Stée

Donderdag 19 juni mochten we lekker vroeg opstaan om een 8 uur durende reis te ondergaan en naar waar anders kon dat zijn dan het Franse dorpje Clisson. De meesten onder jullie weten waarschijnlijk wel al dat ik niet ging voor de wijn maar wel voor het jaarlijkse stoner/metalfestival Hellfest die daar zijn woonst heeft.

Eenmaal daar aangekomen was ik wel onder de indruk over hoeveel werk men stak in de aankleding van het festival en dergelijke. Het leek ook alsof het festival z’n uiterste best deed om zo groen mogelijk te zijn aangezien we werden aangemaand om te sorteren (vreemd genoeg leek het meeste volk zich hier nog aan te houden ook). Ook het feit dat er ecologische toiletten waren leek best wel cool. Een beetje hypocriet werd het dan ook als je merkte dat 5 meter van de ecopot men een serieuze hoop tarmak over een best wel grote oppervlakte had aangelegd enkel en alleen om wat winkeltjes op neer te poten. Bon, genoeg de groene softie uitgehangen. Op naar het festival zelf.

Hellfest 2014 – dag 1 - vrijdag 20 juni 2014
Ook hier ga ik toch mijn beklag eventjes moeten neerleggen over de infrastructuur van het festival. Wegens het feit dat ik een heel vriendelijke jongen ben en ik mijn vrienden niet in de steek laat besloot ik ruim voor de eerste band begon met hen mee te gaan via de reguliere ingang (ik wist gewoon niet dat ik een aparte ingang kon gebruiken maar ik doe graag alsof dat ik galant ben). Ongeveer een twintigtal minuten voor Mars Red Sky begon in the valley kwamen we dan ook aan aan de ingang en zagen we dat er een duizendtal mensen stond aan te schuiven. Het duurde uiteindelijk een uur om een honderd meter af te leggen en binnen te raken. Om één of andere bizarre reden was het besluit genomen om iedere bezoeker te fouilleren terwijl de rest stond aan te schuiven in de drukkende hitte. Ik heb een tiental mensen zien afgevoerd worden door het rode kruis omdat ze onwel waren geworden of gewoon flauwgevallen waren. Er los over dus.
Yentl

Vrij pissig kwam ik dan ook halverwege de show van Weekend Nachos binnen in The Altar. Dat bleek de perfecte mood te zijn voor deze band want ze gingen hard. De mix van powerviolence en grindcore sloeg in als een bom op dit vroege uur en er was al een heuse mosh pit. De band zelf leek net ietsje minder wakker en alhoewel ze hun best deden zag je toch wel dat de vermoeidheid er in zat.  Een tien minuutjes later had ik echter alle negatieve gevoelens die ik had opgedaan in die rij kunnen opdoen en daar was ik ze dan ook dankbaar voor.
Yentl

Met een gerust hart kon ik aanzetten naar The Valley waar Conan eventjes de sfeer helemaal mocht omgooien. Die hadden met Blood Eagle eerder dit jaar eventjes zowat het zwaarste album ooit uitgebracht en nu was het afwachten of ze dit live ook konden overbrengen. Het antwoord is een volmondig ja. Al toen de eerste riffs van “Crown of Talons” op de trommelvliezen inbeukten werd het duidelijk dat dit een show van jewelste ging worden en dat werd het ook. Jammergenoeg hadden ze een wel heel kleine set, amper een halfuurtje, wat eigenlijk te weinig is voor muziek als dit. Net toen ik er helemaal in begon te raken was het al dan voorbij dus bleef ik een beetje op mijn honger zitten. De volgende keer mogen ze gerust wat hoger staan.
Yentl

Volgende op mijn lijstje waren Brutality Will Prevail alhoewel ik die vooral ging zien omdat ik echt geen zin had om Crossfaith te horen die op dat moment één van de mainstages aan het bevuilen was. Niet dat ik ze slecht vind maar het feit dat ze rond de middag op de warzone spelen was toch wel een beetje minder. Voor mensen die niet weten wat ze zich nu moeten voorstellen moeten zich een klein open air podium voorstellen recht in de zon met weinig tot geen afscherming. Ohja en een berg stof, één en al stof. Ook is Brutality Will Prevail nu niet meteen de beste band ter wereld, hun naar de beatdown neigende hardcore is best wel fijn maar ook een beetje doordeweeks. Combineer dit met de hitte en je kan je wel voorstellen hoe het is. Het publiek trok hier zich echter geen moer van aan en ging lekker los. De band zelf speelde wel ok maar het kon beter, een beetje zoals de muziek dus.
Yentl

Impiety werd mijn eerste band in the temple deze editie (die er trouwens lekker cheesy uit zag met de gigantische 666 boven het podium). Alhoewel er voor ondergetekende weinig black op de agenda stond deze editie keek ik wel uit naar deze Blackened death/thrash furie uit Singapore. Ze hebben me nog een enkele keer weten teleur te stellen op album dus hoopte ik ook heel hard dat dit live niet ging gebeuren. Dit gebeurde dus wel. Het geluid was zelfs voor black metal termen abominabel, de instrumenten liepen volledig in elkaar waardoor er één grote geluidssoep ontstond waar er nauwelijks nog muziek uit te destilleren viel.
Live kwam de energie die ze op album hebben niet over. De band leek vooral z’n best te doen om er zo kvlt mogelijk uit te zien en faalde grandioos op deze mooie zomerdag. De middelmatige set in combinatie met het barslechte geluid zorgde er dan ook voor dat ik mij ging verplaatsen naar the altar om daar te gaan wachten op de volgende band. Vandaar klonk het trouwens ook niet beter.
Yentl

Blockheads, één van de vele Franse bands op dit festival maakte de zwakke show echter meteen goed. Opvallend is hoeveel volk deze band trok terwijl grindcore naar mijn mening toch altijd vrij ongeliefd gebleven is. Gelukkig was dit bij deze band niet zo zodat het publiek lekker elkaar kon kapot timmeren op de lekkere Death/grind van deze jongens. Het feit dat het kwik de hoogte in schoot en we allemaal stoflongen aan het oplopen waren kon niemand ook maar een moer schelen en zowat de gehele show ( 40min wat best lang is voor een grind show) bleef de gehele Altar een wervelende moshpit.
Ergens wel een beetje spijtig dat de frontman besloot om het publiek in het Frans aan te spreken terwijl er ook heel wat andere nationaliteiten aanwezig waren. Maar ah, nu ben ik aan het muggenziften. Het was gewoon vet.
Yentl

Als de Conan – Weekend Nachos switch al een grote verandering was het bekijken van Downfall of Gaia een ware copernicaanse omwenteling. De gevoelige mix tussen neocrust, sludge, post-metal en screamo ligt immers mijlenver weg van de furie die Blockheads kwam. Niet dat dit erg was want deze show mag gerust tot één van de toppunten van Hellfest gerekend worden. Ondergetekende kende de band wel maar was niet helemaal bekend met het materiaal wat een regelrechte schande mag genoemd worden. De band speelde goed, heel goed. De set was enorm intens en het was voor zowel het publiek als de band onmogelijk om zich niet emotioneel te laten meesleuren tijdens de show. Mocht gerust nog een drietal uurtjes verder gegaan zijn.
Yentl

Normaal hing hier een review van Loudblast gestaan hebben maar helaas zat the Altar zo propvol dat ik er gewoon niet meer bij kon, ik ben dan maar op mijn gemak richting de mainstage gewandeld om dan eventjes later M.O.D. op te pikken. Het verbaasde mij ( en de frontman zelve ook) dat er zoveel volk op afkwam. Best wel vreemd aangezien M.O.D. in feite eigenlijk altijd al een zwak afkooksel was van S.O.D. . Desondanks stond de mainstage 2 vol en begon er al van de eerste noot een heuse moshpit ondanks de belachelijk hete zon. De show op zich viel wel mee, de set bestond uit een mix van eigen materiaal en enkele S.O.D. nummers. Met nummers zoals “Fuck the Middle-East” werd de controverse ook niet geschuwd maar voor de rest bleef frontman Billy Milano nog vrij braaf.
Yentl

Het was voor ondergetekende al reeds van 2009 geleden dat hij Kataklysm nog aan het werk zag en ik keek dus erg uit naar deze show. In mijn herinneringen waren ze tijdens hun shows altijd lekker bruut maar deze show was het anders. Er werd vrij veel recent materiaal gespeeld en het neigde allemaal ietsje teveel naar de melodeath. De show op zich was wel goed maar was niet echt heel speciaal, combineer dit met een dronken pummel die eventjes besluit om willekeurig mensen aan te vallen (waarna hij hardhandig “gevraagd” werd om te vertrekken) en ik was het daar al snel beu.
Yentl

Lekker naar Godflesh gaan dacht ik dan, bleek dat ze nog niet aangekomen waren en pas na Electric Wizzard gingen spelen. Dan maar Watain gaan zien wat uiteindelijk geen slechte beslissing bleek te zijn. Ze speelden strak en brachten heel wat show zonder over the top te gaan. Ze kwamen deze keer ook wel degelijk ‘kwaadaardig’ over. Er werd ook heel wat ouder materiaal gespeeld en van het nieuwe album kwam er zeer weinig (dat ik herkende) aan bod wat door de fans in dank afgenomen werd. Ik hoopte stiekem dat ze “They Rode On” gingen spelen (waarschijnlijk de enige persoon in het publiek die dat wou) maar helaas.
Yentl

'Circlepit, circlepit, circlepit' ad infinitum. Hoe vaak kun je je publiek nu in godsnaam vragen om circlepits? En niet dat ze het niet vanzelf al deden hé! Nu goed, ik vergeef het ze graag, ons Candace, de frontvrouw. Voor zij die haar niet kennen: Candace is een bom van een wijf, rood haar, tattoo's, een stem om een kleine stier mee om ver te blazen en een podiumpresence die bijna opvallender is dan de muziek die de band produceert. Het soort vrouw waarvan je je oprecht kunt afvragen of je ze wel in je bed wilt: kan ik die wel aan? Peuzelt die mij niet gewoon op? I'd happily find out.
Het optreden zelf was trouwens steengoed, net als alle vorige keren dat ik ze al gezien heb. Veel tempowissels, rauwe, opzwepende lyrics en een hoeveelheid energie zowel op als voor het podium die niet veel bands kunnen oproepen. Met teksten over unity, family en loyalty en wat er allemaal met je zal gebeuren als je daar aan durft te komen, kreeg Walls de menigte dan ook lekker aan het dansen. De erg melodische, nagenoeg perfect gebrachte gitaren zullen er ook wel voor iets gezeten hebben, evenals de technisch zeer vaardige drummer die al de tempowissels in goede banen wist te leiden. Zeer meeslepend en opzwepend allemaal; een genot, zelfs voor iemand die normaal niet zo'n fan is van de hele 'corescene'.
De Warzone was dan ook terecht volledig volgelopen met dat andere type metalhead dat je op festivals tegenkomt: de hardcore/ metalcore crowd. Korter haar, veel petten, hardcore dancing inclusief windmills; u kent het soort wel. Overigens valt de crowd ook weer in twee uiteen: de jongere, magerdere gastjes die veel bewegen en doen, en daarnaast de bredere, vaak kaalgeschoren stoïcijnse mannen die hoogstens eens een mondhoek optrekken als response. Toch een raar volkje.
Ben

By far het optreden waar ik het meest naar heb uitgekeken: de ongekroonde koningen van de Stonermetal passeerden op Hellfest dit jaar, en dat zullen ze wel tot in Nantes geweten hebben ook. Wie bedoel ik anders dan de (half)goden van Electric Wizzard? Het eerste dat namelijk dient opgemerkt te worden, was dat het een luid optreden was. Ik ben wel wat  gewend, en Stoner moet ook echt wel luid gespeeld worden, maar dit was echt van een ander kaliber. Sommige mensen vertelden me zelfs achteraf dat ze zich fysiek slecht voelden tijdens het optreden en zijn weg gegaan omdat de bas zo hard sleurde aan hun middenrif. Daar is wel wat van waar, maar ik vermoed ten zeerste dat bepaalde tot zich genomen substanties daar ook wel voor iets tussen gezeten hebben.
Die substanties waren trouwens dat me als tweede opviel: de bass kon je al enkele honderden meters weg voelen en horen, en eens je nog wat dichter kwam viel vooral de penetrante geur van 'petards' op. Je moest zelfs zelf niet roken om high te worden in die tent. Ook geen verrassing op een Stoner optreden natuurlijk. Voor je echt naar het podium kon, moest je je dan ook eerst voorzichtig over en tussen een hele meute slapers/ stoners die aan de rand van de tent lagen proberen te manoeuvreren.
Het optreden zelf was trouwens het beste dat ik op die drie dagen gezien heb. Zonder ook maar een voet te verzetten en aan het gestage tempo van één noot per 10 seconden nam Electric Wizard je mee onder z'n gewaad voor een wandeling van een uur door het mythische landschap van de Stoner goden. Om het met een cliché te zeggen: het was geen optreden, maar een ervaring. Minutenlang meewiegen met de ogen gesloten om dan toch even uit de trip gezogen te worden, eens rond te kijken en te zien dat bijna iedereen ook met z'n ogen dicht staat mee te genieten; het is eens wat anders dan het gemosh en geheadbang van overdag.
Eerlijkheidshalve moet wel opgemerkt worden dat het geen perfecte performance was: het geluid had echt wel wat stiller gemogen, en Jus z'n vocals (want zang kun je dat niet echt noemen) klonken tegelijkertijd vreemd en niet donker genoeg. Vrienden merkten op dat het 'toch echt wel wat sneller had gemogen', maar die hebben duidelijk nog niet genoeg naar Stoner/ doom geluisterd om door te hebben dat dat niet de bedoeling is. In short: ik vond het persoonlijk een zeer intense, genietbare show, maar ik kan me perfect inbeelden dat dit soort muziek/ optreden niet voor iedereen is weggelegd.
Ben
Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/hellfest-2014/


Organisatie: Hellfest (Clisson (Fr))

Best Kept Secret Festival 2014 – zondag 22 juni 2014

Geschreven door

Best Kept Secret Festival 2014 – zondag 22 juni 2014
Best Kept Secret Festival 2014
Beekse Bergen
Hilvarenbeek
2014-06-22
Jonas De Waele

De derde en laatste dag van het festival beloofde alvast de meest zonnige te worden en met rustige acts als Angus & Julia Stone en Belle & Sebastian op het programma is dat alleen maar positief nieuws.

Ook de Australische singer-songwriter Ry X maakt rustige muziek.  Zijn falsetto klonk een beetje zoals die van Justin Vernon en James Vincent McMorrow . Zijn muziek klonk kwetsbaar en groots tegelijkertijd en bleek het ideale ontbijt om langzaamaan weer op krachten komen.

Truckfighters verkocht ons daarna een dreun van jewelste met zijn stomende stonerrock. De mannen hadden er duidelijk zin in en voerden het tempo op het einde nog wat op. De Zweden amuseerden zich kostelijk en vooral de gitarist bleek een geboren entertainer. Tong ver uit de mond trok hij de raarste gezichten terwijl hij zijn instrument achter zijn nek geselde. Kyuss blijft de overtreffende trap van stonerrock, maar deze groep verdient zeker ook een plekje in de eregalerij.

George Ezra moet wel één van de meest gehypete artiesten van 2014 zijn en op Best Kept moest hij maar eens komen bewijzen dat dat terecht is. Helaas viel zijn set veel te licht uit, waardoor we verplicht zijn hem met een dikke onvoldoende naar huis te sturen. Zijn songs klonken ongeïnspireerd en zelfs zijn – dat moeten we ook durven toegeven – fantastisch doorleefde stem kon de boel niet rechttrekken. De 21-jarige Britse singer-songwriter lokte wel  veel publiek naar de mainstage en zijn hit “Budapest” kon op immens veel applaus rekenen. Zijn songs zijn echter te traditioneel geschoold om echt relevant te zijn en we hoorden enkel flauwe aftreksels van muzikale helden zoals Bob Dylan, Johnny Cash en Woody Guthrie.

Maydien kwam verrassend genoeg het podium opgeklauterd met een full band. We horen de Nederlandse rapper graag bezig, maar dan wel graag met beats in plaats van met cheesy gitaarsolo’s. Snel door naar Cheatahs  op Stage 5 dus.

Daar aangekomen zagen we echter een Nederlandse band aan het werk in plaats van de Britse shoegazers. Rats on Rafts bleek evenals Birth Of Joy een fantastische invaller. De mix van postpunk en wave vormde een spannend geheel en de vele tempoversnellingen hielden het publiek probleemloos bij de les.

The Horrors brachten dit jaar hun vierde LP genaamd ‘Luminous’ uit, waarop de band lichtvoetiger (cheesy 80’s synths) en poppier dan ooit klinkt. De puntige uitspattingen die hun eerste twee platen zo kenmerkten, zijn hier volledig op verdwenen. Live klonk de band gelukkige een pak scherper, maar toch zijn we nog altijd niet helemaal overtuigd van het nieuwe songmateriaal. Gelukkig passeerde halverwege het epische “Sea Within A Sea”, een beest van een song die uiteindelijk uitmondde in een wervelende krautrockstorm.

Op de mainstage mochten daarna Angus & Julia Stone en hun begeleidingsband een uur in het zonnetje spelen. Broer en zus brengen binnenkort een nieuwe plaat uit en probeerden vooral veel nieuwe nummers uit. Helaas viel dat materiaal wat tegen, waardoor we toch wat teleurgesteld waren. Het tweede nummer “For You” was het onbetwiste hoogtepunt van de set. Julia Stone betoverde de hele weide met haar prachtige stem en de hoop op een fantastisch optreden wakkerde meteen weer aan na een wel heel zoutloze openingssong. Maar vanaf dan ging het weer bergafwaarts met als absolute dieptepunt de ongeïnspireerde valiumversie van hun hitje “Big Jet Plane”. Zonder twijfel het saaiste optreden van het weekend.

Gelukkige bewandelde The Notwist spannendere paden. De Duitsers brengen nu al bijna 25 jaar een intrigerende mix van neurotische elektronica en gitaarmuziek en vormden één van de grootste inspiratiebronnen voor Radioheads ‘Kid A’. Met een nieuwe plaat onder de arm doen ze deze zomer enkele festivals aan waaronder dus Best Kept Secret. De band speelde zowel recent als ouder materiaal, maar slaagde er toch in om de set als een mooi geheel te laten klinken. Dansbare passages werden afgewisseld met ingetogen zangmomenten van Markus Acher en instrumentaal schoot de set alle kanten uit. De tent stond niet helemaal vol voor deze schitterende groep, maar dat kwam misschien voor een deel omdat België net aan zijn tweede match op het wereldkampioenschap voetbal was begonnen. Degene die de band gemist hebben krijgen een herkansing op Cactus Festival en op Dour Festival.

Belle & Sebastian moest vorig jaar noodgedwongen afzeggen voor Best Kept, maar met een jaar vertraging werden de fans van de band alsnog verwend op een schitterend optreden. Met de ondergaande zon als gezelschap klonk een song als “Another Sunny Day” dubbel zo sterk. De lieflijke luisterliedjes vielen op het strand als een warm deken om je heen. Zelfs de meest agressieve persoon moet haast wel rustig worden wanneer zanger Stuart Murdoch zijn zangstem bovenhaalt. De songs werden subtiel ingekleurd door zijn begeleidingsband en met een fris pintje had het publiek nu de kans om al even te bekomen van dit schitterende festivalweekend. De frontman haalde soms het tempo wat uit de set met zijn lange bindteksten, maar dat kwam de sfeer zo ten goede dat dat absoluut niet stoorde.  

Fat White Family moest vervolgens voor het laatste echte feestje van het weekend zorgen. De Britse rockers brengen vuige rock met invloeden uit de psychedelica en hardcore. Een geschift harde en ontzettend gave show die onze laatste restjes energie uit ons perste.

Elbow was de afsluiter van dit fantastische festival en deed dat net als Sigur Ros vorig jaar voortreffelijk. Guy Garvey weet met zijn charisma probleemloos een hele weide in te palmen en met hun indrukwekkende repertoire kunnen ze evengoed een show in elkaar steken die dubbel zo lang duurt. Net als bij Belle & Sebastian brengt de band liedjes waarvan je meteen in een goed humeur raakt. De nummers van hun nieuwe plaat ‘The Take Off and Landing of Everything’ voelen nu al aan alsof je ze al je hele leven kent en de klassiekers van hun doorbraakplaat ‘The Seldom Seen Kid’ (“The Bones Of You”, “Grounds for Divorce” en “One Day Like This”) behoren tot het beste wat het laatste decennium ons qua muziek te bieden heeft.

Net als vorig jaar waren er weer veel bands die last minute afzegden, maar dat is iets waar de organisatie weinig of niets aan kan doen. Last minute vervangers zoals Birth Of Joy en Rats on Rafts waren bovendien meer dan degelijke invallers. Het goede weer, de strakke programmatie, de gezellige omgeving en de leuke sfeer maken van Best Kept Secret één van de leukste festivals in de Benelux en wij zijn er volgend jaar wellicht terug bij.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/best-kept-secret-festival-2014/
Organisatie: Best Kept Secret Festival (Friendly Fire)

Pagina 75 van 143