logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Deadletter-2026...

Heather Nova

Onthaasten met Heather Nova

Geschreven door

Wanneer Heather Nova het exotische Bermuda inruilt voor het sombere Brussel willen we daar maar al te graag bij zijn. Gedurende twee jaar was ze ‘Lost’ ergens in de Atlantische Oceaan. Naar eigen zeggen om de kippen te voeren en haar inmiddels vierjarig zoontje Sebastian op te voeden. Ondertussen werkte Heather ook aan een nieuw album, dat de titel ‘The Jasmine Flower’ meekreeg. Om dit zevende studioalbum te promoten stond Heather Nova op de bühne van een uitverkochte Ancienne Belgique.

Support-act van dienst was de alternatieve indie rockband Scarce. Zelden heb ik zo’n misplaatst voorprogramma gezien. Velen namen de vlucht tot de bar want het half uurtje Scarce was dan ook een echte beproeving. Dit potsierlijke trio bakte er totaal niets van. Slechte songs en een ‘f**k off’ podiumattitude die nergens op leek. Enkel met de knotsgekke podiumbewegingen van bassite Joyce Raskin konden we ons nog aardig amuseren.

Het was dan ook een echte bevrijding toen Heather Nova even na negenen het podium op kwam enkel met een akoestische gitaar. Opener “Ride” uit het nieuwe album werd meteen één van de hoogtepunten van de avond. Melancholisch, ingetogen….Heather Nova op haar best. Zelfs vanuit de verte zag ze er adembenemend uit in een strak wit geborduurd bloemenkleedje…en ja hoor die kristalheldere engelenstem heeft ze nog steeds.
De band kwam op het podium en een stuwende versie van “Heart And Shoulder” werd ingezet. Nova’s begeleidingsband was trouwens in topvorm. Vooral het geniale drumspel van Geoff Dugmore en het wat vreemde, subtiele gitaarspel van gitariste Berit Fridahl waren bij momenten groots. Een volgend hoogtepunt was “Motherland” dat werd opgedragen aan alle moeders in de zaal. Ook het doorbraakalbum ‘Oyster’ kwam ruim aan bod. Het bovenaardse “Heal” en het poppy “Walk This World” werden gepassioneerd opgevoerd.
Tijdens “Fool For You” uit ‘Storm’ nam Heather plaats achter de piano. Alweer een erg intens, emotievol moment.
Halverwege de set bracht Heather twee akoestische songs uit haar nieuwe album. “Beautiful Storm” & “Maybe Tomorrow” staan op het nieuwe ‘The Jasmine Flower’, een album dat voorlopig in België enkel digitaal te downloaden is.
De hit “Someone New” die ontstond door een samenwerking met de Zweedse indiepop band Eskobar stond ook op de setlist. Al is de versie van Heather Nova eerder flauw en te ongeïnspireerd. Zorgde wel voor kippenvel was een ontketende versie van Nova’s allerbeste song, “Island”. Verbazingwekkend loopzuiver gezongen. “Winter Blue”, waarin flarden zaten van Don Henley’s “Boys Of Summer” sloot de mooie evenwichtige live set af. Heather Nova kwam onder luid applaus nog eenmaal terug en nam met een rockende versie van “Renegade” definitief afscheid van Brussel. Een song die ze eerder opnam met Electronic Dance DJ André Tanneberger (ATB).

Heather Nova live kan men gerust weinig verrassend, noch vernieuwend noemen. Wel is Heather Nova nog steeds in staat om ons even uit dit jachtige leven te ontvoeren…naar een wereld vol muzikale schoonheid en eenvoud. La Nova blijft een bewonderswaardige dame waarvoor mijn adoratie onvoorwaardelijk blijft!

Setlist: *Ride *Heart And Shoulder *Blood Of Me *Motherland *All I Need *Not Only Human *Heal *Walk This World *Fool For You *Redbird *Beautiful Storm *Maybe Tomorrow *Someone New *I Wanna Be Your Light *London Rain *Island *Like Lovers Do *Winter Blue *Paper Cup *Renegade

Organisatie: Live Nation

The Musical Box

The Musical Box Performs Genesis – ‘A Trick Of The Tail’ Tour: Legaal en met

Geschreven door

In 1974 bracht Genesis het dubbelalbum ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ uit. Deze conceptplaat in de ware zin van het woord mag algemeen beschouwd worden als een hoogtepunt in de progressieve rockgeschiedenis maar de keerzijde ervan was dat dit muzikaal knappe werkstuk meteen de aanleiding vormde voor het vertrek van frontzanger Peter Gabriel en daarmee een tijdperk binnen de groep moest worden afgesloten.
Over het waarom en hoe Peter Gabriel het besluit nam om het jaar nadien Genesis te verlaten en zijn weg solo verder te zetten, is al voldoende geschreven maar aan de directe basis lagen onder meer de moeilijke zwangerschap van zijn vrouw en de geboorte van hun eerste kind, het feit dat Gabriel minder en minder compromissen wou sluiten met de andere groepsleden en hij toe was aan het verkennen van nieuwe horizonten, zoals onder meer het laten verfilmen van het verhaal van ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ (een project dat trouwens nooit werd gerealiseerd). Gabriel werkte uit loyaliteit weliswaar nog de 102 shows van de met het album gepaard gaande tournee af, maar daarna zei hij de band vastberaden vaarwel.
Omdat Gabriel niet alleen de zanger maar door zijn excentrieke look eigenlijk ook het boegbeeld van de band was, lag op ieders lippen de vraag hoe de band hierop zou reageren en of Genesis nog wel een commerciële maar vooral ook een artistieke toekomst had. Even werd overwogen om als instrumentale groep verder te gaan maar uiteindelijk werd besloten dat de vocalen voortaan voor rekening zouden komen van de drummer, zijnde Phil Collins. Niet dat deze stond te springen om de plaats van Gabriel in te nemen, maar na tal van mislukte audities bleek hij gewoon de beste oplossing te zijn.
Er werd niet getalmd en tegen eind van hetzelfde jaar 1975 werd nog een nieuwe plaat, ‘A Trick Of The Tail’ afgewerkt. Ondanks de vele twijfels betekende het 7de studioalbum van de band een schot in de roos. De plaat verkocht niet alleen dubbel zoveel als haar voorgangers, ze werd ook nog eens erg goed ontvangen door de critici. Ook de bijhorende tournee (1976) kon de fans bekoren.

Jammer genoeg voor het Belgische publiek deed Genesis daarbij indertijd ons land niet aan maar hierin is 32 jaar later verandering in gekomen. Afgelopen weekend werd namelijk de show tweemaal in België opgevoerd, op zaterdag in Luik en de avond nadien ook in Brussel. Niet door Genesis zelf voor alle duidelijkheid, maar wel door het in Canada opgerichte The Musical Box (inderdaad, genaamd naar de gelijknamige track uit het album ‘Selling England By The Pound’).

Sinds 1993 legt deze groep zich toe op het uitvoeren van de shows die Genesis tijdens het Peter Gabriel tijdperk opvoerde. Hen daarbij een gewone tributeband noemen, zou te simplistisch uitgedrukt zijn, temeer daar The Musical Box zo gedetailleerd te werk gaat dat niet alleen de nummers vlekkeloos nagespeeld worden maar ook de kostuums, de decorstukken, de belichting en zelfs iedere beweging en bindtekst een perfecte en vlekkeloze kopie is van wat de echte Genesis tientallen jaren terug op de planken brachten. Daarbij kan zelfs gerekend worden op de volledige steun en medewerking van Genesis zelf, in die mate dat The Musical Box als enige een beroep mag doen op originele stukken uit het archief van de groep. Tot welk prachtig resultaat dit kan leiden, heeft ondergetekende nog eind vorig jaar mogen ondervinden toen The Musical Box de zogenaamde Black Show van de ‘Selling England By The Pound’ tournee kwam naspelen.
Sinds dit jaar heeft de groep een nieuwe uitdaging aangegaan door voor het eerst in haar bestaan ook een show na te spelen van het Phil Collins tijdperk. De keuze viel daarbij dus op - de chronologie in acht nemend - de ‘A Trick Of The Tail’ tour.
En opnieuw werd er op hoog niveau gemusiceerd. David Myers (Tony Banks), keyboards, mellotron en 12-string gitaar; François Gagnon (Steve Hackett), 6- en 12-string gitaar; Gregg Bendian (Bill Bruford, ex-Yes en King Crimson), drums en percussie; Sébastien Lamothe (Mike Rutherford), bass (pedals) en 12-string gitaar en Denis Gagné (tijdens de tournee afgewisseld door Marc Laflamme voor de drumpartijen) (Phil Collins), zang, tamboerijn en percussie, brachten de nummers alsof de ware Genesis aanwezig was en bezorgden de fans een opwindende trip naar het verleden.
Qua setlist vanzelfsprekend geen verrassingen omdat ook deze integraal gevolgd werd. Bijgevolg werd er aangevat met het openingsnummer van het album ‘A Trick Of The Tail’, “Dance On A Volcano”, om nagenoeg exact twee uur later af te sluiten met “It” dat verweven werd met een instrumentale versie van “Watcher Of The Skies”.
Er waren af en toe wel wat verkleedpartijen en er werden projecties getoond (zoals onder meer tijdens “Robbery, Assault & Battery” waar in de clip de originele leden van Genesis een rol vertolken), er was een tapdansende Phil Collins (Denis Gagné) tijdens het bij Led Zeppelin aanleunende “Squonk”, maar algemeen bekeken is deze tournee natuurlijk minder theatraal en visueel dan de vorige. Wel vielen deze keer de groene laserstralen (zelfs letterlijk) in het oog tijdens het meer dan twintig minuten lange “Supper’s Ready” (uit ‘Voxtrot’). De lasers verwezen niet alleen nog maar eens naar de meer mysterieuze voorstellingen tijdens de periode met Peter Gabriel, het betrof indertijd zelfs de eerste lasershow ooit door een rockgroep gebracht tijdens een concert.
Nummers die verder in het bijzonder te vermelden zijn, waren onder meer het prachtige “Entangled”, voorzien van mooie harmonieën en zacht door François Gagnon en David Myers bespeelde 12-string akoestische gitaren om uiteindelijk door de mellotron van Myers tot een bombastische finale te leiden, “Firth Of Fifth” en het verhalende “The Cinema Show” (allebei uit ‘Selling England By The Pound’), alsook natuurlijk het instrumentale “Los Endos” dat altijd een live favoriet is gebleven in de geschiedenis van Genesis en dat – zoals “The Cinema Show”– gekenmerkt werd  door een dubbele drumpartij.
De zang van Denis Gagné was bij momenten (nog) iets teveel Gabriel gericht (en dat zou dus niet de bedoeling mogen zijn) maar feit is dat The Musical Box er nog steeds met bravoure in slaagt om het publiek de shows die Genesis indertijd bracht, te laten (her)beleven.

Wat het volgende project behelst, wist zelfs de groep nog niet te vertellen maar ze gaven zijdelings wel te kennen zin te hebben om nog eens opnieuw de tournee van ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ te brengen. Mocht dit inderdaad het geval zijn, dan herhaal ik gewoonweg de tip van vorig jaar. Aan wie houdt van Genesis en/of liefhebber is van progressieve en symfonische rock, kan The Musical Box en het spektakelstuk dat ze brengen, sterk aanbevolen worden.

Setlist: Dance On A Volcano, The Lamb Lies Down On Broadway, Fly On A Windshield, The Carpet Crawlers, The Cinema Show, Robbery, Assault & Battery, White Mountain, Firth Of Fifth, Entangled, Squonk, Supper's Ready, I Know What I Like (In Your Wardrobe), Los Endos, It / Watcher Of The Skies

Organisatie: Spirit Of 66, Verviers

Motek

Met Motek een sfeervolle, ‘Duystere’ avond

Geschreven door

Er zit iets in het Vlaamse kraantjeswater dat talentvolle postrock en emo bandjes voortbrengt. De Cactus bracht vanavond een mooie selectie nieuwe talenten die aantoonden dat er iets aan het bewegen is en we wellicht van een Vlaamse underground scène kunnen spreken. Eat your heart out Holland!…HmmHmm …

Moses zijn een viertal uit Zedelgem, die al sinds 2004 bezig zijn en dit jaar een EP’tje uit hebben. (Check it out op http://www.myspace.com/thebandmoses). Ze hadden een aantal knap verlichte wereldbollen meegebracht en speelden hoofdzakelijk instrumentale, sfeervolle uitgesponnen nummers. Vooral naar het einde van de set hielden ze onze aandacht vast met epische, melodieuze songs. We raden ze aan in die richting door te gaan, omdat dit in het postrock genre de enige manier is om op te vallen tussen de vele Europese en Amerikaanse bands die door bands als Mogwai, Explosions in the Sky en andere beïnvloed zijn.

Penguins know why komen dan weer uit het Meetjesland, hebben een EP uit (verkrijgbaar aan de toog van Bilbo records), en tappen uit een heel ander vaatje. Hier kregen we geen postrock, maar noise en emo. De zanger vroeg bij de soundcheck of het luid genoeg stond, en daarna vlogen ze door de nummers van hun EP. Bij vlagen deden ze mij aan At-the-drive in denken, of aan Sonic Youth in hun meer punky nummers. Goe bezig!

Het was de tweede keer dat ik Motek kon zien dit jaar. In de MaZ kwamen ze sterker over dan deze zomer in de Wablief tent op Pukkelpop; de multimediale aanpak werkt gewoon beter in een concert zaal. Hoewel Motek duidelijk melodieuze postrock speelde, deden ze mij in hun aanpak nogal aan Tool denken: de interactie met het publiek is minimaal; en het zijn vooral de nummers en de visuals die het publiek naar een andere wereld voeren. Zo kregen we beelden van lichamen in een aquarium, die me sterk aan de op formol bewaarde mensenhaai van Damien Hirst deden denken. Hoogtepunten waren natuurlijk de single “Tryer” en het afsluitende “I am your son” van een eerdere EP, waarin Motek zijn duivels ontbond.

Playlist Motek: Swallow, Maybe, Combi collina, Epoxy, Ponderosa, Resist, Another seaman song, Immer blei, Tryer, Corvo, I am your son

Een sfeervol en geslaagd avondje Belgische Underground!

Organisatie: Cactus Club, Brugge

De Jeugd Van Tegenwoordig

Leuven, laat je hóóren

Geschreven door

Vieze Fur, P. Fabergé en Willie Wartaal …velen zullen het horen donderen in Keulen maar als ik “Watskeburt” uitspreek, dan rinkelt er een belletje! Met dat nummer uit hun debuutalbum ‘Parels voor de zwijnen’ uit 2005 stak De Jeugd Van Tegenwoordig meteen het vuur aan de lont. Ze zijn de smaakmaker bij de jongeren en zetten de toon voor een uur onvervalste, Hollandse ambiance. De jongeren zongen de refreinen luidkeels mee, hoe onverstaanbaar ze soms ook waren, en dansten het zweet van hun lijf op de clubbeats die de Neger des Heils, aka Majoor Vlosshart uit zijn synthesizer toverde.
Wat in 2005 leek af te steven op een ‘one hit wonder’ is nu drie jaar laten een hechte rapband geworden, die kan rekenen op een trouwe aanhang. Een uitverkocht bordje ging dan ook aan de deur van Het Depot.
Naast “Watskeburt” waren “Wopwopwop”, ”Kerk (wat werden hier bidhandjes gemaakt!)” en “Hollereer”, uit het recente ‘De machine’ hoogtepunten in dit uurtje fun. De drie MC’s porden aan tot handjeszwaaien, besprenkelden de eerste rijen fans met Red Bull, jutten hen op tot skydiven en prikkelden met de “Hollands Hoeren” bindtekst. Op het eind dook zelfs de 130kg van Willie Wartaal het publiek in.
Vunzige, sloganeske taal die wat achterhaald klinkt, maar net die ongedwongen eenvoud en de pretentieloze attitude sierde hen. Vier Hollandse lefgozers die zichzelf een weg banen tussen soul, hiphop, r&b en drum’n’bass, wist aan te slaan bij ‘de jeugd van tegenwoordig’, en zette Het Depot op z’n kop met hun praktisch onverstaanbare raps en simpele ‘beatjes’!

Het publiek werd opgewarmd dor de hits’n’beats van Mixfitz en met de DJ set van Willie Wartaal himself, de kers op de taart van een geslaagd avondje “Leuven, laat je hóóren…”.

Organisatie: Het Depot, Leuven

Steak Number Eight

Een avondje brute power met Pelican, Torche en Steak Number 8

STEAK NUMBER EIGHT: Toch ronduit verbijsterend dat zulke jonge snaken zo een verpletterende sound teweegbrengen. Volgens ons is het volkomen terecht dat die gasten Humo’s Rockrally hebben gewonnen, ook al hebben we dan de rest niet gehoord of gezien. En wat ons betreft hebben ze vanavond in Le Grand Mix ook de eerste prijs ‘simultaan headbangen’ weggekaapt, drummer inclusief. De muziek zouden we durven omschrijven als bulldozerrock met brains, dus geen hersenloze metal maar een fijne variant ervan, sommigen hebben het over post-metal (hardrock voor facteurs, denkt u dan, maar dat is het niet echt –sorry voor de flauwe woordspeling, ik kon het echt niet laten), het gaat vooral om brute power met af en toe een welkome adempauze. Ze teren echter niet op hun rockrally-succes en hebben ook een tweetal nieuwe nummers gebracht die je , ook niet als postboderocker,  meteen naar de strot grijpen. Onze Brent (zanger/gitarist) mocht gezellig zijn gitaar mishandelen en zoals gewoonlijk enkele snaren naar de filistijnen helpen.
Trouwens, onze steaks komen er vlotjes voor uit dat Isis, Godspeed en Mogwai hun grote voorbeelden zijn en dat is er duidelijk aan te horen, maar dat mag, want Isis en co zijn fantastisch en dit getuigt van een goede smaak. Verder hoorden wij ook flarden Karma To Burn en zelfs The Smashing Pumpkins in het heetst van hun dagen (era ‘Siamese dream’). Het blijft natuurlijk iets voor de liefhebbers van het genre want, maak u geen illusies, zowel Isis als Steak Number Eight zal u nooit of te nimmer op de radio horen, zelfs niet op Studio Brussel. U bestelt dan maar beter Steak Number Eight hun voortreffelijke debuutplaat via Myspace (een recensie kan u hier op uw gemak nog eens gerust nalezen op deze site). We zagen ook de heren van Torche en Pelican tijdens het concert goedkeurend knikken naar deze jonge West-Vlaamse kids van gemiddeld zestien. Een beter compliment kan het achtste biefstuk niet krijgen.

Ook TORCHE zal u niet gauw bespeuren op de radio. Dit viertal grossiert eveneens in een soort lome en zware metal maar houdt de songs vooral kort. Helmet, maar dan met gitaarsolo’s, daar moesten wij nu eens aan denken zie. Toch was deze set niet zo geslaagd als de laatste cd ‘Meanderthal’ deed vermoeden omdat de zang er maar heel flauwtjes doorkwam en het geheel een beetje te veel als een compleet dichtgeplamuurde brei klonk. De gitarist was de enige met lang haar, waarin hij dan weer overdreef, en speelde met de klassieke metal gitaarposes, zijn midlife crisis bevechtend. Maar slecht ? nee, dat hoort u ons niet zeggen.

PELICAN moest zich helemaal niks aantrekken van zangproblemen, omdat er in hun muziek gewoonweg niet gezongen wordt. De band klonk gelaagder, iets subtieler en vernuftiger dan hun twee voorgangers van vanavond, doch hard en zwaar was het alweer. Pelican is de Mogwai van de metal, als u zich daar ergens iets kan bij voorstellen. Wij vonden het allemaal bijzonder indrukwekkend en imposant, net als op hun laatste plaat ‘City of Echoes’. Pelican’s laatste song was een minutenlange formidabele bijtende gitaareruptie, gebaseerd op het eeuwenoude –nou ja- hippie-esk schemaatje in de E D A – akkoordjes, de perfecte apotheose van een geslaagde avond heavy rock. Geen voer voor facteurs.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Stephen Stills

Stephen Stills: invloedrijke artiest gehinderd door stem

Geschreven door
Afgelopen maandag stond met de in Dallas geboren Stephen Stills een – gelukkig nog - levende legende uit de rock- en folkgeschiedenis op de planken van de AB. De muzikale piekmomenten van deze inmiddels 63 jarige singer-songwriter zijn in de eerste plaats te situeren tussen eind de jaren ’60 en begin de jaren ’70 toen hij niet alleen deel uitmaakte van de spraakmakende, invloedrijke groepen Buffalo Springfield en Crosby, Stills & Nash (&Young), maar daarnaast ook enkele prachtige soloplaten op zijn naam heeft staan, die niet alleen op de appreciatie, maar nog belangrijker op de medewerking van grootheden als Jimi Hendrix en Eric Clapton konden rekenen.
De laatste twee decennia is het werk dat Stills heeft uitgebracht van een veel minder consistent niveau. Zo was de ‘comeback’ plaat ‘Man Alive!’ uit 2005, erg degelijk maar niet te bestempelen als een klassieker.
Interessantere feiten waren er vorig jaar te noteren. Zo verscheen half 2007 het album ‘Just Roll Tape: April 26th, 1968’, een verzameling songs die Stills 40 jaar geleden solo en akoestisch opnam na een Judy Collins sessie en die nadien uitgewerkt terug te vinden zouden zijn op diverse platen. Ondanks de wat minder geluidskwaliteit, is het een waardevol tijdsdocument dat de diverse grootse nummers in hun eenvoud laat horen en dat door de fans enthousiast onthaald werd. Minder opbeurend nieuws volgde enkele maanden later toen Graham Nash liet weten dat er bij Stills prostaatkanker vastgesteld werd. De muziekwereld hield de adem in en in januari van dit jaar werd hij geopereerd. Gelukkig met succes. In die mate zelfs dat de tournee verder gezet werd en ook België mocht rekenen op zijn bezoek.
Net zoals wat zijn (ex-)kompaan Neil Young bij zijn recentste zaalconcerten deed, deelde ook Stills zijn set op in enerzijds een akoestisch gedeelte, gevolgd door elektrisch uitgevoerde versies van zijn nummers. Qua concept en idee was dit veelbelovend. Maar waar het bij die Canadese grootmeester wel lukte, blijkt dit dezer dagen veel minder goed uit te pakken bij Stephen Stills. Dit is niet te wijten aan zijn zo gereputeerde gitaarspel (het Amerikaanse tijdschrift Rolling Stone verkoos hem in 2003 namelijk niet voor niets als 28ste beste gitaarspeler ooit) maar wel aan zijn stem.

Uit Amerika ontvingen we al dreigende geruchten van het twijfelachtige niveau van de shows die Stephen Stills bracht, in de eerste plaats dus te wijten aan zijn bij momenten erbarmelijk toononvast geworden stem. En ja, om meteen duidelijk te zijn. Dit bleek ook in Brussel het geval te zijn.
Toen hij tien minuten eerder dan voorzien het podium op kwam en begeleid door zijn band, “Helplessly Hoping” inzette, bleek dit al meteen erg duidelijk een euvel te worden. Stephen Stills lachte dit aanvankelijk nog wat weg met de mededeling dat de voorbije show en het verblijf in Parijs heel wat inspanningen gevergd hadden en dat als zijn stem al na één dergelijke show zo klinkt, hij het nut van tijdens een tournee sober te blijven, niet inzag. Maar er is zeker meer aan de hand. Het rockbestaan is zijn tol aan het eisen en zijn voorbije ziekte en operatie zullen daar zeker ook niet in goede zin aan bijdragen.
Stephen Stills is nooit dé uitmuntende zanger geweest maar het was bij momenten pijnlijk om zien en vooral om horen hoe de hogere noten gewoon niet meer gehaald werden en er bij nagenoeg ieder nummer een duidelijke zucht van verlichting kwam van hem dat het nummer afgerond was.
Het was niet dat hij er geen zin in had of zijn show als een bepaalde verplichting afwerkte. Integendeel zelfs, Stephen Stills speelde erg gedreven en geconcentreerd en er kon genoten worden van zijn utstekende, vlugge gitaarspel dat duidelijk intact is gebleven. Bovendien was hij uitermate goedgezind, in voor een babbel en het enthousiasme was overduidelijk aanwezig maar het kostte hem fysisch zoveel moeite. Dit werd des te duidelijker toen meteen na het openingsnummer de nummers solo en enkel akoestisch begeleid op gitaar werden gebracht.
”Blind Fiddler Medley” werd nog pakkend gebracht en “Johnny’s Garden” (een nummer indertijd uitgebracht in samenwerking met een andere bijzondere groep, Manassas) klonk goed. Maar daarmee hebben we het zowat gehad voor wat betreft het akoestische gedeelte. “Treetop Flyer”, “Girl From The North Country” (een Bob Dylan cover), “Change Partners”, “4+20”, en “Daylight Again / Find The Cost Of Freedom” klonken onzuiver en hortend. Ook het sublieme “Suite: Judy Blue Eyes”, geschreven voor en over zijn toenmalige ex-liefje, de folkzangeres Judy Collins en indertijd nog erg knap uitgevoerd tijdens het legendarische Woodstockfestival, kon niet bekoren. Door de inbreng van de band kreeg deze klassieker wel nog een stevige finale en werd het publiek een motief toegeschoven om naar het tweede, elektrische deel van de set uit te kijken.
Na een korte pauze verschenen Stephen Stills en zijn bandleden, Todd Caldwell (keyboard) en oude getrouwen Joe Vitale (drums) en Kenny Passarelli (basgitaar), op de planken om er meteen stevig tegen aan te gaan met het swingende “Love The One You’re With” (afkomstig van Stills’ solodebuut uit ‘70).
Verrassend was dat vanuit een bewondering voor Tom Petty vervolgens een potige versie werd gebracht van diens “The Wrong Thing To Do”, terug te vinden op het eerder dit jaar uitgebrachte album van de opnieuw bij elkaar gebrachte band Mudcrutch.
Wat nadien volgde, was gitaar- en bluesrock uit de oude doos. Stills liet zich niet onbetuigd en nam enkele solopartijen voor zijn rekening (vooral tijdens “Isn’t It About Time”), daarbij steeds geruggensteund door de drie strak musicerende bandleden.
Net zoals gedurende het eerste deel werd vervolgens gegrossierd uit het omvangrijke oeuvre van Stills, gaande van nummers van hem als soloartiest (het door Stills aan de piano vertolkte “Ole Man Trouble”), Crosby, Stills & Nash (“Dark Star”), The Stills-Young Band (“Make Love To You”) en Buffalo Springfield (“Rock n’ Roll Woman” en het onvermijdelijke “For What It’s Worth”). Wat dit laatste betreft, bracht de uitvoering ervan in Brussel niet de verhoopte magie. Het psychedelische effect werd totaal meegesleurd in een bluesgetinte gitaargolf en ook van de zo fameuze, uit de duizend herkenbare intro was geen enkel spoor terug te vinden. Dezelfde sfeer uit de jaren ’60 terughalen is ondoenbaar en ook geen vereiste, maar nu ademde het nummer zelfs geen sfeer uit. Weg kans om er alsnog een onvergetelijke afsluiter van te maken. Ook de toegift “Wounded World” (uit Man Alive!) dat verweven werd met “Rocky Mountain Way”, een nummer van Joe Walsh, kon daar geen verandering in brengen.

Er werd de gehele avond door het publiek steeds vriendelijk geapplaudisseerd en uitbundig gereageerd op het inzetten van al die klassiekers, maar we hadden toch de indruk dat het vooral te maken heeft met het respect voor deze artiest die ons al zoveel schitterende momenten heeft geschonken. Misschien werd er wat teveel van verwacht, maar wat ondergetekende betreft, was het concert van Stephen Stills in de AB verre van om in te lijsten en te koesteren. Het had zijn momenten maar de teleurstelling kreeg duidelijk de bovenhand. Volgende keer toch maar weer de twee heren Crosby & Nash meenemen op tour? En waarom dan ook niet meteen een uitnodiging sturen naar die legendarische Canadees?

Organisatie: Live Nation


Bon Iver

Justin Vernon vs Bon Iver: te onthouden

Geschreven door

Met als bagage amper één plaat gaat Bon Iver op tournee. Een heel sobere, naakte en integere plaat. Benieuwd hoe Bon Iver of beter gezegd Justin Vernon deze op een podium zou brengen.

Vernon treedt echter met een heuse groep op waardoor de songs meer aangekleed zijn en een breder klanktapijt worden aangemeten, ze zijn ook heviger en uitzinniger dan op het album. Grote sterkte is nu juist dat deze formidabele songs hun integriteit met deze live aanpak geenszins verliezen. Ervaar het eerder als een meerwaarde dan een gebrek. Wat op het podium nog meer uitstraalt is die hemelse stem van Vernon die, in combinatie met zijn verfijnd gitaarspel, voor een mooie spanning zorgt. Ook de groep van Vernon past perfect in het plaatje, zalvend en smeulend de ene moment, gecontroleerd uitfreakend de andere keer, en alles steeds in dienst van Vernon’s knappe songs. Maar het ultieme kippenvelmoment is toch dat waar Vernon moederziel alleen het innig mooie “Stacks” akoestisch brengt, ijselijk stil is het in de zaal.

Bon Iver , een nieuwe naam. Absoluut te onthouden.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Coldplay

Coldplay: wereldband van formaat

Geschreven door

Coldplay: de status van een wereldband kregen ze sinds de vorige cd ‘X&Y’(2005) en hun ‘Twisted Logic Tour’. Het Britse kwartet ,onder de tandem Martin (zang/gitaar/piano) en Champion (zang/drums) bevestigde in het voorjaar met de cd ‘Viva la Vida or Death and all his friends’ hun talentrijk songschrijverschap en live reputatie. Ze boeiden bijna twee uur lang met een warme, puur oprechte aanstekelijke set, waarbij er van sterallures geen sprake was. Een zelfverzekerde band die halsreikend mag uitkijken naar een stadionoptreden. Praktisch al de songs van het recente album kwamen aan bod, die ze combineerden met de hitgevoeligheid van de drie vorige cd’s.
Van deze enthousiaste, dynamische band droop het spelplezier af: Chris Martin wisselde van piano en gitaar, holde als een bezetene over het podium en palmde moeiteloos het publiek in. Kijk, in de jaren ’80 hadden we Simple Minds en U2, in de jaren ’90 Live en nu is er …Coldplay, een wereldband met een keiharde livereputatie.

Coldplay opende met een klassieke Tsaikovski intro op hun “Life In technicolor”, waarop ze verschenen achter een wazig gordijn. Ze speelden meteen vier ijzersterke, afwisselende songs op rij: “Violet hill”, “Clocks”, “In my place”en “Speed of sound”. Het sfeerlicht op de reuzengrote ballonnen aan de nok gaven de nummers een extra dimensie. “Cemeteries of London”, “Chinese sleep chant” en “ 42 “ hadden een meer gewaagd, avontuurlijk rockend karakter, wat de gevarieerde aanpak onderstreepte van deze rasmuzikanten. Het sfeervolle “Fixx You” klonk strakker naar het eind; het refrein werd door ruim 15000 kelen luidkees meegezongen. Een ‘Saturday night fever’ podium, dicht bij het publiek, kwam uit de grond op “God put a smile upon your face”, die ze omdoopten tot een grootse discostamper, en er een medley aan breiden met “Talk”. Het ingetogen “The hardest part” vatte Martin solo aan op piano, ondersteund door de zachte backing vocals van drummer Champion. Eens te meer werd duidelijk wat een belangvolle rol hij neemt in de band.
De huidige single “Viva la Vida” was samen met het broeierige “Lost” het ‘cachet’ van de avond. Buiten categorie! Minutenlang hoorden we de ‘Oohoohs’ galmen door het Sportpaleis. Even leek het erop dat dit de set beëindigde, maar plots floepte een wit licht aan toen de band hoog in het stadion enkele akoestische nummers bracht: een op gitaren en mondharmonica gedragen “The scientist” en het door Champion gezongen “Death will never conquer”, die refereerde aan een folky Billy Bragg. Eenvoud aan Coldplay!
Tijdens de korte pauze bonkten de dancebeats van “Viva la Vida” door de boxen, wat de aanzet was naar een snedige finalereeks: een uptempo klinkende “Politik” op piano, een U2/The Edge neigende “Lovers In Japan”, met prachtprojecties op het scherm en papieren vlindertjes dwarrelend op het publiek. En tenslotte besloot, na ruim anderhalf uur, het opbouwende “Death and all his friends” de avond. Coldplay trakteerde voor dit laatste optreden van hun tour op een flinke toegift: het sferische rockende “Glass of water”, een nieuwe sterke song samen met Albert Hammond Jr op gitaar. Opnieuw een bewijs dat Coldplay de kunst van mooie melodieuze popsongs schrijven onder de knie heeft. Een krachtiger “Yellow” en een rustig “The escapist” sloten definitief het prachtig uitgekiende concert af.

De fundamentele kracht van acht jaar Coldplay resulteerde in een subliem, overtuigend concert dito show, zonder weg te zakken in een moeras van voorspelbaarheid.

Minder was Albert Hammond Jr als support . Niet dat de band slecht speelde, maar het ontbreekt hen net aan goede songs schrijven, waarbij het duidelijk was dat Hammond Jr het beter houdt bij het retrorockende The Strokes.

Organisatie: Live Nation

Pagina 363 van 386