logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Hooverphonic

Madrugada

BoomBox 2008: Madrugada: stevig eerbetoon aan Robert Buras

Geschreven door

De Noorse band Madrugada heeft niet echt zo’n rooskleurige periode achter de rug. De nieuwe en overigens uitstekende plaat was nog maar net op band gezet toen gitarist Robert S. Buras het leven liet. Madrugada moest dus met een noodoplossing en vooral met een bitter gevoel op toernee. Het is maar zeer de vraag of de groep zal blijven bestaan, maar inmiddels brengen ze het best mogelijke eerbetoon aan hun overleden gitarist, namelijk een reeks van splijtende concerten neerzetten.

Zo ook in Gent, waar de band tekeer ging alsof ze nog eens alles willen geven voor hun jammerlijk overleden makker. De band klonk hard, strak en gedreven. Ze speelden een bezielde set die met een flink pak nieuwe songs was gevuld. Van bij de opener “Whatever happened to you” (ook de beginsong op de nieuwe plaat) zat het goed, wat volgde waren levendige songs van een band in bloedvorm, meestal stevig en hevig zoals in “Ready” en “Hour of the wolf”, maar ook bij momenten ingehouden en heel mooi, zoals in prachtsongs als “Honey bee”, “Majesty” en “Valley of deception”. De diepe stem van Sivert Hoyem is, samen met de melancholische sound, nog steeds het voornaamste handelsmerk van deze band en doet ons vaak aan Nick Cave denken, even warm maar ook even bezeten. Het onsterfelijke “Black Mambo” , met zijn dreigende bas in een donker sfeer gehuld, was een absoluut hoogtepunt, samen met het immer mooie “Vocal”, uit hun eerste plaat nota bene (inmiddels alweer 9 jaar geleden), een song waar wij nog steeds kippenvel van krijgen. Deze song was meteen ook de afsluiter van een sterk en bijzonder  gedreven concert. Een mooi eerbetoon aan Robert Buras.

Het voorprogramma Barbie Bangkok, thuisspelers op de Gentse Feesten, krijgen van ons het plaatje ‘verdienstelijk’ mee omwille van een bruisend en gezond muzikaal enthousiasme maar helaas een tekort aan onvergetelijke songs. De Gentenaars zijn duidelijk nog op zoek naar de juiste richting, ze spelen bijwijlen wel funky en soms behoorlijk rockend, maar niets blijft echt hangen, of ’t is een cover, want Paul Mc Cartney’s“Coming up” klonk wel snedig en swingend. We geven hen voorlopig het voordeel van de twijfel.

Organisatie: BoomBox, Gent ism Democrazy, Gent

Lou Reed

Lou Reed: thank you for having us

Geschreven door

Lou Reed heeft in de Bozar te Brussel een meesterlijk concert gegeven. En daarvoor zijn er verschillende redenen.
Ten eerste, Zijne Knorpot had er duidelijk veel zin in. Hij heeft tweemaal een glimlach getoond, eenmaal het publiek begroet en heeft zowaar slechts één keer met zijn rug naar het publiek gespeeld. Naar Lou Reed-normen kunnen we spreken van een heuse euforie.
Zelf kan Zijn Gegroefdheid nog steeds niet spelen, laat staan deftig en juist gefraseerd zingen, maar weet zich weer te omringen met topmuzikanten: Baswonder Fernando Saunders, de schitterende leadgitarist Mike Rathke en de legendarische Steve Hunter die we nog kennen van de fameuse intro op “Sweet Jane” uit ‘Rock 'n Roll Animal’. Drummer Bruce mept er ook niet bepaald naast en dan hebben we nog naast de band een blazersectie en een heus Londens kinderkoor. Dat ze van die enge blauwe soepjurken aan hadden weze hen vergeven.

De derde reden is natuurlijk de inhoud. We wisten dat we een integrale uitvoering gingen meemaken van de destijds zo verguisde en nu zo erkende rockopera 'Berlin'. (Voor de playlist, neem nog eens de elpee of cd vast, en mocht u die niet hebben: shame on you). En wat voor een uitvoeringen kregen we! Ok, onze New Yorkse Autist strompelt over het podium, zucht en gromt zijn teksten, maar naast de nodige zelfbevlekking en zelftriomf laat hij ook nog heel wat ruimte voor zijn muzikanten. De kippenvelmomenten waren dan ook legio, ook mede dank zij de schitterende projecties op de achtergrond die het verhaal van Caroline en Jim
dikker in de verf zetten. Als je weet dat de originele uitvoering 46 minuten duurt en deze ruim anderhalf uur, dan weet je ook dat de intro's en outro's vaak langer waren dan de nummers zelf. Maar vreemd genoeg stoorde dit niet.
Ten vierde, Zijne Retestrakheid slaagde er ook nog in ons gewoon omver te blazen met een bisronde van jewelste. Zoals het een echte grootmeester betaamt, schotelde hij ons bloedstollende versies voor van “Sattelite of Love”, “Walk on The Wild Site”, “Rock’n Roll” die naadloos overliep in “Hanging on” (Jawel, zowaar een cover) en “The Power of The Heart”.

Ondergetekende had voorheen al een stuk of zes keer Ome Lou gezien, en al even veel keer ontgoocheld geweest. Maar wat gisteren op het podium stond, was kortom magnifiek. Na een ellenlange staande ovatie ronde Zijne Ongeschiktheid Voor Comedy Casino de avond perfect af met een kurkdroge arrogante 'Thank you for having us'.

Organisatie: Live Nation

The Butthole Surfers

The Butthole Surfers: heersers van de oernoise

Geschreven door

Het Antwerpse Creature Of The Atom Brain was de perfecte opener aan deze vooravond van de beruchte Gentse Feesten. Hun korte set klonk gestroomlijnd, meeslepend en bombastisch, bij momenten wat te braaf, maar met “I Am The Golden Gate Bridge” speelden ze vooral rocksongs gemaakt naar de regels van de kunst. COTAB toonde met het aanstekelijk catchy klinkende “Is That Lady Sniff” zich goed thuis te voelen in zowel de toegankelijke rock, als in het stevige “Crawl Like A Dog”, met een pompend Kyuss meets Shellac riffje.
Ze hebben goed naar The Butthole Surfers geluisterd en het leek dan ook alsof ze voorbestemd waren om deze punk-noise avond te openen. COTAB was met frontman Aldo Struyf (Millionaire) duidelijk niet aan hun proefstuk toe en gebruikte hun ervaring om een variërende, opbouwende en samenhangende show te brengen. Meer van dat!

The Paul Green School Of Rock is, zoals de naam het zegt, een Amerikaanse muziekschool voor jongeren tussen 14 en 18 jaar. Gibby Ganes (Butthole Surfers) zag hen aan het werk en was zodanig onder de indruk dat hij een samenwerking wenste.
Live opende deze formatie elke BHS show, en smeedde banden met de grootheden, door de BHS bij te staan in hun set. The School Of Rock bracht een repertoire van klassieke rocknummers en toonden hun kunnen met covers van o.a. Lenny Kravitz, Iron Maiden en Devo. Na elk nummer wisselde de band van muzikanten waardoor het geheel wat rommelig en onafgewerkt was. Deze jonge helden in spé hebben nog heel wat te leren.
Door een gebrek aan welgemeende passie en een overgewicht aan overexposure lukte het de band niet om het publiek te bespelen. Techniek was hen duidelijk goed aangeleerd. De vraag rees echter of ze op deze School ooit nog een buikgevoel aangeleerd kregen.

De Texaanse Butthole Surfers, opgericht in 1981, gaven een enig concert op Belgische bodem in één van de zaaltjes van de vernieuwde Gentse Democrazy. En dan nog wel in de originele line-up! Gibby Ganes (zang), Paul Leary (gitaar), Jeff Pinkus (bas) en King Coffey (drums) waren sinds 1989 niet meer samen op het podium te zien.
Deze reünie was als geen een te vergelijken met de tegenwoordige trend: The Butthole Surfers stonden er, alsof 1981 gisteren was. Gibby Hanes en de zijnen waren dan ook in bloedvorm!
Als ouwe rotten in het vak deden de BHS psychedelische punk-rock-noise herleven als ware het de muziek van de toekomst. Hun typische jaren ’80 sound raasde door de speakers en liet niemand onberoerd. Met zwetende lijven, ontblote mannelijke torsos, liters bier en een chaotisch kolkende moshpit herbeleefden overjaarse punkers en hippies met dit concert hun tweede (derde?) jeugd. BHS bespeelden moeiteloos het publiek op een magistrale wijze en met een aangeboren ‘fuck you’ attitude.
Met de logge flying-V bass sound op disto zat de sfeer er met “22 going on 23” onmiddellijk goed in. Noise, samples, rook, bliksemende stroboscopen en de typische BHS weirdo videobeelden, gaande van industriële kippen tot aerobic dansende strippers, pasten als een rebus in mekaar.
BHS klonk als King Kong op acid. Bij “Suicide” van hun debuut EP (’83) brak de hel los. Zowel het recentere “100 Million People Dead” als het oudere “Cherub”, “Cowboy Bob”, “Sweat Loof” en “Graveyard” passeerden de revue.
De BHS toverden als volleerde goochelaars het publiek naar een andere wereld. The Paul Green School Of Rock stak hierbij een handje toe en zorgde als virtueel orkest voor een ware verjongingskuur. Veel leden waren niet eens geboren toen de band hun nummers schreef. Hun inbreng tijdens de show was een aangename constante. Ze gaven bij aanvang extra cachet aan het drumwerk, om te eindigen in volle chaos waarbij op het podium bij momenten wel vier gitaristen, twee bassisten en vijf frivole zangeresjes te shaken stonden. Het visuele beeld met het jonge volk van The School Of Rock stond haaks op de diepe wall of noise die de BHS voortbrachten vanuit de donkerste gedrochten, en paste net daarom uitermate goed in het geheel. Deze succesformule zorgde voor een geslaagd feestje.

Met dit concert bewezen The Butthole Surfers dat hun kaars lang nog niet uitgedoofd is. Als uitvinders van de oernoise is dit een dikke fuck you naar wie trendy en gemaakt stoer probeert te doen. The BHS doen niet, ze zijn! Wie erbij was in de uitverkochte Democrazy zal zich deze show nog lang herinneren. Dit smaakte verdomd lekker!

Organisatie: Democrazy, Gent

Leonard Cohen

Leonard Cohen: Innemende maestro Cohen imponeert in verstild Minnewaterpark

Geschreven door

Het begrip ‘levende legende’ wordt door rockjournalisten te pas en te onpas wel eens gebruikt om de muzikale impact van zijn of haar favoriete band of artiest te beklemtonen. Doorgaans betreft het hier muzikale pioniers op gezegende leeftijd, eigenzinnig artistiek talent met een bewogen levenswandel of performers die ondanks matig commercieel succes en sporadische live optredens toch een ware cult status hebben verworven. De Canadese dichter en maestro Leonard Cohen beantwoordt aan zowat elk van deze definities, en wordt samen met Bob Dylan tot één van de meest invloedrijke singer-songwriters uit de vorige eeuw gerekend. Van Cale tot Cave en van U2 tot Sisters of Mercy, allen hebben ze hun bewondering voor de mens en de artiest in Cohen nooit onder stoelen of banken gestoken. Bij zijn terugkeer uit een Zenboeddhistisch klooster in ’99, en een matige muzikale come-back met het album ‘Ten New Songs’ twee jaar later, werd Cohen persoonlijk geconfronteerd met de inhaligheid van de mensheid, een thema dat notabene in verschillende van zijn songs wel eens opduikt. Wanneer blijkt dat een voormalige manager diens zuurverdiende pensioenkas vakkundig heeft leeggeplunderd moet de oude grijze vos tegen wil en dank terug op zoek naar een plaats onder de spotlights. Cohen brengt voor het eerst in meer dan 20 jaar een poëziebundel uit, ‘Book of Longing’, waaruit gedichten later op muziek worden gezet door Philip Glass. Hierdoor wordt zijn eerlange kandidatuur voor een plaats in de Rock and Roll Hall of Fame in maart van dit jaar eindelijk realiteit, en breekt hij bovendien met zijn oude voornemen om nooit meer op te treden door zowaar op wereldtournee te vertrekken. Het serene middeleeuwse kader van het reeds maanden op voorhand uitverkochte Minnewaterpark vormde afgelopen donderdag, aan de vooravond van het Cactus festival, een ideaal decor voor de Belgische halte op Cohen’s (laatste?) Europese doortocht.

Onder het toeziend oog van een hoofdzakelijk grijzend/grijs en kalend/kaal publiek werd de set afgetrapt met twee klassiekers uit Cohen’s poppy en toegankelijk 80ies oeuvre, “Dance Me to the End of Love” en “Ain’t no Cure for Love”. Wel ja, aftrappen is misschien niet de juiste omschrijving voor de tengere gentleman die in zwart maatpak en kenmerkende hoed voorzichtig over het podium schoof en uiterst dankbaar elk applaus in ontvangst nam. De ‘spoken words’ van de intussen 73-jarige troubadour klonken echter even donker, broos en gebiedend als op plaat, en ook diens zeer gedisciplineerde en uitstekend musicerende begeleidingsgroep eiste doorheen gans de set een hoofdrol op. Cohen bood tijdens de lange nummers dan ook ruimschoots de tijd aan klassemuzikanten zoals Neil Larsen (keyboard en orgel) en Dino Soldo (saxofoon) om afwisselend een solo te scoren. Vocaal werd de grijze vos bijgestaan door zijn co-writer Sharon Robinson, een imposante leading lady die vooral in de meer recente minimale softsoul nummers zoals “In My Secret Life” uit ‘Ten New Songs’ bewees over een indrukwekkend koppel stembanden te beschikken.
De fundamenten van Cohen’s muzikale reputatie werden in de late 60ies en vroege 70ies gelegd, en het mag dan ook geen wonder heten dat klassiekers als “Bird on a Wire” (‘69) en “Who by the Fire” (‘74) op het meeste herkenningsapplaus werden onthaald. In tegenstelling tot het eerder serene eerste deel van de set maakte een goed geluimde Cohen na de pauze ruimte voor enige humor tijdens het lang uitgesponnen “Tower of Song”, en bovenal, voor meer wereldsongs uit zijn eerste albums. Tijdens het onvolprezen duo “Suzanne” en “Hallejulah” daalde een bijna ijselijke stilte neer over het Minnewaterpark; het 8000-man sterke publiek verstilde wanneer de oude meester tijdens deze nummers dramatiek en melancholie op onnavolgbare wijze met elkaar verzoende. Enkel die ene “Bird in a tree” verscholen in de kruin van het Minnewaterpark stoorde zich hier niet aan, wat de soundtrack bij deze surrealistische zonsondergang compleet maakte. Melig werd het echter nooit, want Cohen zou Cohen niet zijn als hij tussendoor met het zowaar bijna opgewekte “Democracy (is Coming to the USA)” zachtaardig doch trefzeker uithaalde naar Bush & co. De tweede generatie Cohen adepten leerden de Canadese bard vooral kennen via de commerciële voltreffer ‘I’m Your Man’ (’88), en in de setlist doken maar liefst zes nummers uit dat album op. De grootmeester nam een eerste keer afscheid met het titelnummer en het orkestrale “Take This Waltz” waarop menig koppel uit het publiek een walsje uitprobeerde.
Innemend en dankbaar verscheen Cohen opnieuw op het podium om zijn ‘best of’ set gewoonweg verder te zetten. Decennia na hun release blijken “So Long Marianne” (’68) en “First We Take Manhattan” (’88) te zijn uitgegroeid tot evergreens uit het tijdloze oeuvre van de Canadese maestro, meezingbare lappen poëzie die verschillende generaties liefhebbers van Het Grote Lied aanspreken. De folkie in Cohen, inclusief akoustische gitaar, kreeg vervolgens de hoofdrol tijdens het donkere “Sisters of Mercy”, en wat ons betrof was “Closing Time” een ideale afsluiter geweest van een set die, zonder echt lyrisch te worden, gerust als begeesterend kan worden omschreven. De oude meester had het tijdens de uitgebreide bisronde echter meer dan duidelijk naar zijn zin en declameerde vervolgens ook nog “I Tried to Leave You” uit ‘New Skin for the Old Ceremony’ (’74), waarmee hij leek aan te geven oprecht spijt te hebben om van het enthousiaste publiek afscheid te moeten nemen.

Leonard Cohen nam letterlijk en figuurlijk meermaals zijn hoed af voor zijn voortreffelijke band, de dankbare toehoorders en het sfeervolle Brugge. Zelden stond een singer-songwriter dichter bij een festivalpubliek als vanavond, en met een welgemeend “Thank you for keeping my songs alive” was dat ook de grijze vos zelf niet ontgaan. En dan te bedenken dat we deze onvergetelijke momenten allemaal hebben te danken aan een hebberige manager... de cynicus in Cohen kan met een voldaan gevoel op retraite om te genieten van een welverdiend pensioen.

Organisatie Greenhouse Talent Gent ism Cactus Club, Brugge

Steve Lukather

‘Fifty year old teenager’ Lukather rocks!

Geschreven door

Steve Lukather is het best bekend als gitarist van de ‘love them or hate them’ band Toto. Ondertussen staat deze Amerikaanse West-coast band op non-actief en is Steve Lukather aan een Europese tournee bezig ter promotie van zijn gloednieuw soloalbum ‘Ever Changing Times’. Het einde van Toto sloeg bij de fans in als een bom. Het nieuws werd door Lukather zelf begin juni de wereld ingestuurd. Met dit statement “I just can't do it anymore and at 50 years old I wanted to start over and give it one last try on my own”, vulde Lukather de kleine, oergezellige Spirit Of 66 in no-time!
In laatste instantie had Tony Spinner besloten om niet met Lukather op tour te gaan. Wel op het podium naast Steve een erg dynamische, jonge band. Vervanger van Tony Spinner werd zanger-gitarist Ricky ‘Z’. Verder op bas de waanzinnige Carlitos Del Puerto, keyboardspeler en trouwe vriend van Lukather, Steve Weingart en de kolossale drummer Eric Valentine. Jawel…Toto is dead, long live Steve Lukather Band.

Een uitverkochte Spirit Of 66 is ook altijd een beetje een beproeving. Die unieke live clubsfeer is alleen in Verviers op te snuiven maar zoveel mensen samen in een toch wel vrij kleine club is toch wel een beetje afzien. Gelukkig viel de hitte in de zaal nog vrij goed mee en had ikzelf een erg goed zicht op het podium.
Even na 20.30 begon gitaarwonder Steve Lukather eraan. Met de stevige opener “Drive A Crooked Road” (uit ‘Lukather’ - 1989) werd de toon van de avond gezet. Na de titeltrack uit Lukather’s nieuwste soloalbum ‘Ever Changing Times’ werd Steve’s begeleidingsband een eerste keer aan ons voorgesteld. Tijdens deze song miste ik toch een beetje het studioachtergrondkoortje, want hoezeer zanger-gitarist Ricky ‘Z’ zijn baas Lukather ook bijsprong, de live uitvoering haalde nooit dat hoge niveau van de studioversie.
“Live For Today” (uit ‘Turn Back’ (1981)) was een van de Toto songs van de avond. Lukather koos bewust niet voor de hits of voor de overbekende Toto ballades. Wat mij betreft een verrassende en geslaagde zet. Erna volgde een song over die ‘Allmighty dollar’: “How Many Zeroes” werd door het publiek erg goed onthaald. Met “Stab In The Back” refereerde Lukather naar zijn vele zogenaamde vrienden die hem volledig de rug hebben toegekeerd. Een leuke fusion-rocksong à la Steely Dan.
Vervolgens mocht spilfiguur en de zeer getalenteerde keyboardist Steve Weingart zich in de kijker spelen. Een keyboardsolo die even later uitmondde in het imposante “Song For Jeff”, een ode aan zijn overleden vriend en collega Jeff Porcaro. Het werd opnieuw een waardig eerbetoon aan zijn makker die hij nog steeds diep in zijn hart draagt. Lukather is een zeer emotioneel mens. Getuige zijn boodschap aan de fans die het vertrek bij Toto wat verkeerd geïnterpreteerd hadden. Lukather verduidelijkte dat hij geen wrokgevoelens koestert tegenover de (ex-)Toto collega’s, maar dat hij uitgekeken was op de Toto formule.
In deze ‘Ever Changing Times’ werd het hoog tijd om iets nieuw te doen. Naast het heropstarten van zijn solocarrière beloofde de jonge vader zich ook wat meer te focussen op zijn familie. Zijn openhartige bekentenis werd door éénieder in de zaal met veel begrip onthaald. Met “Talk To Ya Later” kregen we een song die Steve samen schreef met Free Waybill en David Foster. Een song die op een The Tubes album uit 1981 verscheen.
Nadien zakte het niveau van het optreden toch wat. Vooral Steve’s stem liet het naar het einde toe wat afweten en we kregen ook steeds meer experimenteel gitaargeweld. Uitstekend voor gitaarfreaks, iets minder interessant voor melodic rockfans. Te breed uitgesponnen versies van “Wings Of Time” en “Hero With A Thousand Eyes” zorgden toch een beetje voor een slot in mineur. Vooral bij “Hero…” kreeg Steve het vocaal erg lastig en zong hij er hier en daar behoorlijk naast. Maar goed, het is de man vergeven want na een zeer energieke show van bijna twee uur en dertig minuten mag je al eens een foutje maken. Trouwens in de bisronde maakte de man zoveel goed door een zeer geslaagde versie te brengen van de Pink Floyd klassieker “Shine On Your Crazy Diamond”. Waarna Lukather helemaal solo terugkwam voor een akoestische versie van “The Road Goes On” uit Toto’s Tambu.

De Spirit Of 66 was getuige van deze ‘fifty year old teenager’ die bewees dat er nog leven is na Toto. Een man met oneindig veel talent en menselijke emotie verdient dan ook mijn grenzeloos respect!
Luke is the man!!

Setlist:*Drive A Crooked Road *Ever Changing Times *Live For Today *How Many Zeroes *Stab In The Back *Hate Everything About U *Song For Jeff / Fall Into Velvet *Talk To Ya Later *Tell Me What You Want From Me *Party In Simon’s Pants *Jammin’ With Jesus *Wings Of Time *Hero With A Thousand Eyes
BIS *Shine On Your Crazy Diamond  *The Road Goes On

Organisatie: Spirit Of 66, Verviers

Death Cab For Cutie

Emotionele diepgang van de indieband Death Cab For Cutie

Geschreven door

De zomer was even ver te zoeken in Antwerpen (Deurne), maar gelukkig bleef het droog toen we dinsdag afzakten naar het Openluchttheater Rivierenhof. OLT biedt heel de zomer concerten aan van bands die nog een gaatje hebben tussen de festivals.
Het amfitheater in het park was zogoed als uitverkocht voor Death Cab for Cutie, wat mij wel verwonderde. DCFC draait al een jaar of tien mee in het Amerikaanse indie-circuit; en de opkomst bewees dat ze ook in België een cult-aanhang opgebouwd hebben. Hoewel Death Cab ook op Pukkelpop niet zou misstaan, waren ze hier zoveel beter gecast; hun muziek heeft tijd nodig om open te bloeien en vraagt om een aandachtig publiek. Pas dan valt ook de emotionele diepgang die zanger Ben Gibbard in zijn teksten oplegt.

We kregen dus een uitgebreide, opbouwende set, met zowel nummers uit de nieuwe CD ‘Narrow Stairs’ (2008), als ouder werk uit ‘Plans’ (2005) en ‘Transatlanticism’ (2003).
DCFC vloog er enthousiast in met “Bixby Canyon bridge”, en “The New Year” en hield dit tempo aan in de eerste vier, vijf nummers. Toen werd wat gas teruggenomen, en volgden meer poppy nummers waar de keyboards een belangrijke rol kregen.
Het was pas bij “Soul meets body”, dat het publiek volledig los kwam, maar van dan af werd het een heel sterk concert. Tim Gibbard bracht dan het akoestische “I will follow you into the dark”, waarna een traag opbouwend “ I will possess your heart” het eerste hoogtepunt van de avond was. Grappig ook hoe de prominente baslijn mij aan Jane’s Addiction van “Three days” deed denken. “Cath” & “Styrofoam plates” (geen guest appearance van het voorprogramma) kregen het publiek nog meer op de hand, dat met een staande ovatie reageerde.

Een uitgebreide bisronde dus, waar een magistraal “Transatlanticism”, met een piano aanslag een eind maakte aan een heel overtuigend optreden.
DCFC heeft er een fan bij.

Styrofoam deed het voorprogramma van de Europese tournee van DCFC. De band rond Arne Van Peteghem was uitgebreid met een zangeres en een drummer. Hun korte set (30 minuten) wist minder te overtuigen dan hun vorige werk, omdat live de vroegere experimentele aanpak (laptop en samenwerking met rappers) verwisseld was voor een meer poppy uitvoering.

Setlist
“Bixby Canyon Bridge”, “The New Year”, “Why You’d Want to Live Here”, “Crooked Teeth”, “Photobooth”, “Long Division”, “Grapevine Fires”, “A Movie Script Ending”, “Company Calls”, “Title Track”, “Soul Meets Body”, “I Will Follow You into the Dark”, “I Will Possess Your Heart”, “Cath . . . “, “Styrofoam Plates’, “Expo ‘86”, “The Sound of Settling”
bis: “Your Bruise”, “Title and Registration”, “No Sunlight”, “Tiny Vessels”, “Transatlanticism”

Organisatie: OLT, Deurne ism Arenberg, Antwerpen

Counting Crows

Counting Crows sterker dan verwacht!

Geschreven door

Counting Crows zorgden in de jaren negentig voor een van de beste debuutalbums aller tijden. ‘August And Everything After’ sloeg in als een bom en kreeg vooral veel airplay mede door de aanstekelijke wereldhit “Mr.Jones”. Het was erg lang stil rond Adam Duritz en de zijnen, tot begin dit jaar hun nieuw album ‘Saturday Nights & Sunday Mornings’ verscheen. Deze Californische band is erg geliefd in onze lage landen. Vooral bij onze noorderburen is hun populariteit immens. Het Belgische publiek heeft een wat gereserveerdere kijk op dit Amerikaanse folkrock ensemble. Dit vooral omdat de meeste optredens van de Crows in het verleden niet altijd even vlekkeloos verliepen. Counting Crows kunnen echter bij ons ook nog steeds op heel wat interesse rekenen want dit AB concert was al een tijdje helemaal uitverkocht.

Vanaf 19.30 werden we opgewarmd door Headphone. Een jonge band uit het Gentse die reeds gekend is bij het Studio Brussel volkje, vanwege enkele hitsingles in de Afrekening lijst. Hun aanstekelijke lofi poprock werd goed ontvangen. Vooral de subtiele invloed van wat elektronica geeft de band extra glans. Met zanger Ian Marien (die soms klonk als een niet zeurende Tom Yorke (Radiohead) heeft de band ook de nodige klasse in huis om internationaal iets te gaan betekenen. “Ghostwriter”, “Lidocaine” en “She Is Electric” zijn de momenten die mij zijn bijgebleven.

Counting Crows is een band die je het liefst zou zien in je eigen woonkamer. Daarom was de intieme en volle Ancienne Belgique dan ook de droomlocatie om de band nog een live mee te maken. Niettegenstaande het nieuwe album ietsje tegenvalt, wist de band mij live deze keer voor de volle 100 procent te overtuigen. Sterke setlist (met een bloemlezing uit het volledige oeuvre), kristalhelder geluid en erg veel ambiance…kortom de Counting Crows waren sterker dan verwacht.
Op de tonen van Bill Withers “Lean On Me” kwam de zevenkoppige band vrolijk het podium op. “When I Dream Of Michelangelo” was als intieme, rustige song een verrassende opener. Duritz had er duidelijk zin in en dat positieve signaal werd in de dampende, zwoele AB met evenveel overtuiging teruggestuurd . Mister Duritz, nog steeds voorzien van een weelderige bos dreadlocks, is als frontman ongeëvenaard. Zijn interactie met het publiek is uniek. Zoals tijdens het wondermooie, poëtische “Anna Begins”. Bijzonder grappig was de lange aankondiging voor “Good Time” (over zijn vermeende relatie met een topactrice -Jennifer Aniston?), maar verder liet Adam ons vooral luisteren naar zijn goddelijke stem. Het subtiele “High Life” uit ‘This Desert Life’ was een van de vele hoogtepunten van de avond. De hitsingle “Mr. Jones” zat opvallend vroeg in de set en deed bij iedereen de herkenning toeslaan. Al bracht de band niet zo’n al te beste versie van deze monsterhit! Behoorlijk scherp en stevig rockend was “1492”, gevolgd door het zeer intense en melancholische “Black And Blue”. Een groter contrast kan je haast niet bedenken.
Later in de set kregen we een geweldige intense versie van “Round Here”. Subliem opgebouwd met in het midden stukken uit Springsteen’s “Mary Queen Of Arkansas”. Een betere live song is er niet. Een onvervalst kippenvelmoment! Voor “A Long December” werd de accordeon nog eens boven gehaald, waarna met het zwakke “Hanginaround” de band een eerste maal de bühne verliet.
Het aan Joni Mitchell geleende “Big Yellow Taxi” was de eerste encore. Zelden live gespeeld en goed voor ‘Academy Award’ nominatie volgde “Accidentally In Love” (het Love thema uit Shrek 2), terug een toppunt. Tot slot kregen we met “Holiday In Spain” Counting Crows’ grootste hit van de laatste jaren. Met dank aan de vrienden van de Nederlandse popgroep Blof die Adam dan ook uitgebreid bedankte.
Natuurlijk miste ik nog enkele persoonlijke favorieten zoals “Colorblind”, “Miami” en “Goodnight L.A.”, maar de uitstekende set zorgde voor het beste Counting Crows optreden waarvan ik reeds getuige mocht zijn.

Een Counting Crows concert valt of staat echter met de performance van boegbeeld Adam Duritz. We hadden geluk vandaag, de man was in topvorm. Hij sprong als een jonge puber over het podium, balanceerde eindeloos als een echt rockbeest over de monitors en raakte ons vooral diep in onze ziel met zijn uitstekende songs en zijn bovenaards stemgeluid. Counting Crows blijft een adembenemende band, zeker in een intieme setting!

Setlist: *When I Dream Of Michelangelo, *Angels Of The Silences, *Anna Begins, *M
rs. Potter's Lullaby, *Good Time, *High Life , *Mr. Jones , *Monkey , *All My Love (Richard Manuel Is Dead) , *Sundays , *1492 , *Black And Blue , *Have You Seen Me Lately?, *Round Here , *Hard Candy , *A long December , *Hanginaround
Bis: *Big Yellow Taxi , *Accidentally In Love , *Holiday in Spain

Organisatie: Live Nation

dEUS

dEUS: internationale uitstraling

Geschreven door

dEUS,  de charismatische oppergod van de Belgische rock scene, streek zaterdagavond in Noord Frankrijk neer, op een sfeervolle openlucht locatie te Maubeuge.

Met “When she comes down” en “Sun ra”, zette Tom Barman en de zijnen onmiddellijk de toon van een krachtig en gevarieerd optreden. Na de eerste figuurlijke donderslag die de eerste twee nummers ons bezorgden, greep de frontman even naar zijn semi-akoestische gitaar voor de zacht, intieme start van “Instant street”.
Hierna bouwde de muziek zich opzwepend, vol klasse en eenvoud op tot het sublieme “Theme from Thurnpike” en het ons nu al vertrouwde “The Architect”, dit met stevige, brekende en voortstuwende ritmes die de toeschouwers van het spektakel in beweging brachten.
Na deze opbouwbeweging bleef de groep in het tweede gedeelte op onderhoudende wijze, stevig en strak rockmateriaal brengen, gekruid met electro momenten en donker mijmerende fases. Dit alles, met ruimte voor de harmonieuze melodie zoals in “Nothing really ends”.
Het duo Barman en Mauro, geruggensteund door de trefzekere bassectie en percussie, charmeerden terecht het Franse publiek en gaven een staaltje van intense muzikale interactie en samenspel, zowel instrumentaal als vocaal. Hun gitaren werden door hen op bepaalde ogenblikken gehanteerd als partners in een meeslepende, wilde dans. Doch zelfs in staat van volle overgave en extase verloor het duo noch de klasse, noch de beheersing. Coolness op en top! Een deugd om te horen en te zien. Ook dEUS - man van het eerste uur, Klaas Janszoons, gaf met viool en keyboards, het geheel een extra dimensie.
Het thematische accent lag tijdens deze performance op huidig werk uit de cd “Vantage Point”. Regelmatig greep dEUS ook naar klassiekers uit hun ondertussen brede oeuvre.
Als apotheose, keerde dEUS, in zijn bisnummers, terug naar zijn roots en sloot even energiek af als het begon, met ondermeer “Roses” en “Suds & Soda”. Het publiek wou meer…  doch de God was reeds terug ten hemel gerezen.

We zagen een nieuwe en volwassen geworden groep die blaakt van inspiratie, muzikaliteit en energie. Kortom het nieuwe dEUS, met internationale uitstraling, stond er…  en hoe!

Het Britse beloftevolle Air Traffic boeide met hun melodieus opgebouwde poprock, onder een uitgelaten pianspel van zanger/componist Chris Wall. De jonge talentrijke band teistert al maanden onze Afrekening, maar ligt ook in Noord-Frankrijk goed in de markt. In hun jeugdig enthousiasme slaagde de groep er moeiteloos en overtuigend in sfeervol als dynamisch, felle uptempo materiaal te spelen, met de huidige single “No more running away” als absoluut hoogtepunt, die trouwens beide muzikale invalshoeken aan elkaar breidde. Een intens pakkende “empty space” besloot de korte set.
Air Traffic onderscheidde zich als een jonge spruit van Coldplay en Muse en bewees deze avond dat zij hun kopmannen achterna gaan.

Organisatie: Le Manège, Maubeuge

Pagina 365 van 386