logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Gavin Friday - ...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

Editie 35 van Rock Werchter was er eentje onder een verzengende, tropische hitte en één gutsende regenbui. Om vier dagen Werchter mee te maken en het muzikaal vol te houden was een goede conditie opportuun.
4 keer 80000 bezoekers konden worden genoteerd door de organisatie, waarbij het opviel dat het festival telkens internationaler wordt. Op onze weg kwamen we Ieren, Spanjaarden, Australiërs en Scandinaviërs tegen, naast Engelsen en Nederlanders.
Nieuw was de ‘tournipit’ vooraan de Mainstage: om te vermijden dat er een te grote druk kan ontstaan in het publiek vooraan, konden via een draaihek een gelimiteerd aantal mensen de toegang krijgen tot de afgebakende ruimte voor het podium.
Rock Werchter blijft Vlaanderens grootste en is het best georganiseerde festival ter wereld. De headliners bevestigden, singer/songwriters konden zich ontplooien en er waren de dansacts en DJ’s ,die zorgden voor afwisseling en variatie. En de gehypte controverse omtrent Milk Inc werd de grond in geboord.
Een tevreden publiek, een tevreden organisatie en ... een tevreden reporter.
Een overzicht van de indrukken van de concerten – ‘Ready to Rock Werchter 2009’…

- dag 1: donderdag 2 juli 2009
Eagles of death metal (Mainstage) gaf de aftrap van de vierdaagse marathon. Het kwartet onder spil Jess ‘the devil’ Hughes dompelde ons onder in een stevige portie stoner rock’n’roll van snedige, rauwe, zompige en strakke gitaarlicks, “Only want you”, “Make a bang”, “Bad dream” en “Wanna be in L.A.”. Rockclichés vlogen om de oren. Ze hielden het bij de eenvoud van de rock’n’roll: een stomend rechttoe-rechtaan setje, zonder al te veel franjes. Moeder Hughes en zijn zoontje waren van de partij in de coulissen, keken toe en zagen dat het goed was. Fijn dat de familie er op die manier kon bij betrokken worden.

Ondanks dat ze uit alle uithoeken komen hebben de heren van Expatriate (Pyramid Marquee) Australië als thuisbasis. De groep kwam in de bekendheid als support van dEUS en speelde een set van melodieus meeslepende, gedreven poprock. De keys verraden een ‘80’s Simple Minds en ook in de zang hoorden we Gavin Rossdale (van Bush) en Jim Kerr van Simple Minds terug. We hoorden een doordeweeks bandje met songs die er niet direct uitsprongen.

Eén van de toppers die al in de namiddag op de Mainstage stond, was Lily Allen. In tijgerbh en legging trok ze de aandacht. Onze felgebekte jonge Londense dame stal volledig de show en had de jongens en meisjes vooraan de stage volledig mee om de refreintjes van haar fijne pop te laten meezingen, als “Everyone’s at it you”, “Smile”, “The fear” en “Fuck you”. Ze trakteerde op een paar overtuigende covers “Oh my God (Kaiser Chiefs), “Day’n’nite” (Kid Cudo vs Crookers) en “Womanizer” van Britney Spears, waarbij ze ondertussen al haar legging had uitgedaan en te zien was in passend tijgerslipje … Een wulpse dame, glimlach op het gezicht, een goed op elkaar ingespeelde band, een heldere zang en wuivende handjes … Beter kon niet onder de stralende zon. Naast enkele aanstekelijke, dansbare nummers hoorden we ook enkele mellow souljazzy zonnebadende nummers, waaronder “He wasn’t there” en “Little things”. “It’s not fair” mocht met een fikse scheut electro het feestje besluiten. “Dit was het meeste naakte optreden dat ik ooit gaf”, scandeerde ze nog. Mooi meegenomen dus…

We pikten nog iets mee van de gig van de sympathieke IJslandse zangeres Emiliana Torrini. Ze brak door met haar derde plaat ‘Me & Armini’ en het opzwepende “Jungle drums”. Maar ze maakt tevens plaats voor haar singer/songwriterschap, wat te horen was in de sfeervolle luistersongs “Big jumps” en “Lifesaver”. Aanstekelijk klonk het met “Heard it all before” en het obligate “Jungle drums”, die het vuur in de pan sloegen in de Pyramid Marquee.

De eerste grote afspraak in de Marquee was met het vijfkoppige Fleet Foxes uit Seattle: dromerige indiepop, psychedelica, americana, folk en ‘60s pop gedragen door warme, hemelse meerstemmige vocale pracht. De band heeft een pak klassesongs klaar, die live niks inboeten aan subtiliteit. Ze werden erg overtuigend gespeeld: “Sun giant”, “White winter hymnal”, “Ragged wood” en “Tour protector”. Het publiek reageerde enthousiast en de band was onder de indruk. Ze profileerden zich tussen My Morning Jacket, Band of Horses, Belle & Sebastian, Beach Boys en Crosby, Stills & Nash. Op het nieuwe “Bedouin dress”, mocht het publiek de maat meeklappen en op “Mykonos”, één van de prachtsingles van de cd, palmden ze letterlijk de tent in. Wat een elegante muzikale schoonheid en wat een blijdschap zagen we op het podium.

Placebo (Mainstage) verkocht in geen mum van tijd het KC uit, zal op één van de Pukkelpopdagen afsluiten en komt begin december terug in het Sportpaleis. Maar eerst was het uitkijken wat ze op de wei in Werchter zouden doen. De band is een uitgebreid collectief geworden met twee gitaristen/keyboards en een violiste. Brian Molko en Stefan Olsdal hebben met Steve Forrest een nieuwe drummer, die de band alvast nieuw leven heeft ingeblazen op de recente cd ‘Battle for the sun’ … een hernieuwde drive die de band ten goede kwam. Als een volleerd QOSA-drummer, mepte hij erop los en gaf vaart aan het geheel. De band speelde strak en stevig, was soms messcherp en stelde eerst een pak nieuw materiaal voor aan een geboeid en dankbaar publiek: “Kitty litter”, “Ashtray heart”, “For what it’s worth”, “Seak in tongues” en de titelsong. De herkenbaarheid van oudere songs hoorden we dan met “Every you & every me” en “Special needs”. De groep, die de ‘80’s rockwave laat doorschemeren in hun sound, gaf jongere bands toch even het nakijken. Ze zetten een ‘best of’ Placebo in: “Meds”, “Come undone”, “Special K” en een fel bedreven en noisy “Sing to say goodbye”. Placebo is uitgegroeid tot een topband en beet z’n ereplaatsje in Werchter af. Het verzilveren gebeurt in Hasselt-Kiewit?!

Het Brits/Australische Pendulum dreunde er op los in de Pyramid Marquee. De band deed vervaarlijk aan het te vroeg heen gegane Atari Teenage Riot van Alec Empire denken door de scherpe metalgitaren, drum’n’bass, bonkende electro beats en trancy soundscapes. Een loeihard pompende set van het gezelschap.

Wie Oasis (Mainstage) in januari ll aan het werk zag , moest bekennen dat Oasis er terug stond: “Fuck the people who say fuck Oasis!”, bleek het besluit van onze redactie, ondanks Liam’s arrogante koelheid en hautaine opstelling, handen op de rug en de lippen genageld aan z’n micro. Ook hier was de band onder een deels nieuwe bezetting te zien, naast de broers Gallagher, wat de sound hechter en homogener maakte. Oasis trok de kaart van de rock’n’ roll die de ‘60’s en ‘70s samenbrengt, en The Beatles onvoorwaardelijk hoog in het vaandel droeg. Het bewijs was er met het afsluitende “I am the wallrus”, dat rauw, hard en nosiy klonk. Anderhalf uur putten ze, zonder al te veel commentaar, uit hun vroegere classics. De taal van de instrumenten sprak: “Rock’n’roll star”, “Lyla”, “Cigarettes & alcohol” en “Roll with it”. Grootse nummers als “What’s the story morning glory”, “Wonderwall”, “Champaign supernova” zaten tussen de broeierig rock van “Slide way”, “Supersonic” en “Live forever”. “The masterpaln”, “Songbird” en het heel innemende “Don’t look in back anger” ( Noel op gitaar en een luidkeels meegezongen refrein door het publiek) waren de paar rustmomenten die de band in z’n set voorzag. Op het eind begaf Liam zich naar de eerste rijen, vroeg een sigaret en keek naar z’n eigen band. Oasis: een band op z’n beste niveau, die erin slaagde een pittig gedreven set te spelen.

Als warming up voor The Prodigy, ondergingen we nog even de deep funky basses en dance van techno, house en drum’n’bass van Tiga (Pyramid Marquee), die België als z’n tweede thuis beschouwt. Onze knoppendraaier pompte er een breed arsenaal van deze stijlen door .

Het Britse Prodigy overweldigde midden de jaren ’90 met een hardcore rave aan breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industral. Dancerock! De daaropvolgende jaren namen ze de tijd, maar de inspiratie bleek zoek: mak stuurloos materiaal wat zich vertaalde in rommelige, schreeuwerige en chaotische livegigs. Howlett (productionele brein achter Prodigy), Maxim R en Keith Flint (uitgangsbord van de band) hebben zich duidelijk hierin herpakt: als ‘real warriors’ gingen ze te werk. Het trio, met band op het podium, klonk strijdvaardig en plaatste de oude hits netjes binnen het nieuwe, wat hun niveau naar boven trok. Ook nam Maxim R het voortouw tav Flint, die op die manier (terecht) minder in de picture stond. Ze fokten hun publiek op met classics als “Breathe”, “Their law”, “Poison”, “Firestarter” en “Voodo people”, naast een “Worlds on fire” en “Warriors dance”. Prodigy had er duidelijk zin in en met hun fans als prooi zorgden ze voor een nachtelijke party op de wei (Mainstage); hun mokerslagen van beats breidden ze uit in de bis: “Diesel power”, “Smack my bitch up”, “Outta space” en de huidige “Invaders must die” en “Take me to the hospital”. Treffende afsluiter!

Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

woensdag 08 juli 2009 03:00

Rock Werchter 2009: zaterdag 4 juli 2009

Geen evidente keuze om bands te kiezen die tegelijkertijd spelen, maar het gaf je de ruimte artiesten aan het werk te zien zonder tegen elkaar geprest te zijn; halfweg zo’n marathon kan het wel eens aangenaam zijn…

Triggerfinger schudde ons meteen wakker aan de Mainstage met hun vettige retro rock’n’roll, waarin stoner en blues invloeden voor de hand liggen. Het trio speelde een strakke, uitgekiende, meedogenloze set in maatpak, onder een stralende zon rond dit middaguur. Ze hebben “Commotion” van CCR niet meer nodig om straf te spelen: de meeslepende en martelende gitaarsoli, de diepe bas en de opzwepende drums hoorden we al op “Short term”, die meteen de maat van sexy vibes en rhythmes gaf; “Lil teaser”, “First taste” en “On my knees” waren de klassiekers en “Is it” de opkomende rocker van het begeesterende sympathieke trio. “Bedankt lieve kindjes, jonge meisjes en jongens”, grauwde hij nog op eind …

Social Distortion kon misschien het leuk opgebouwde feestje van Triggerfinger verder zetten door hun rechttoe- rechtaan melodieuze punkrock. In de voetsporen van Bad Religion zijn zij ook al ruim 25 jaar bezig met meer uit hetzelfde vaatje tappen. De Californische band kwam met een hoop nummers af als “Sick boy”, “Highway 101” en “Still alive” en merkten zich op door “Ring of fire” van Johnny Cash en “The story of my life” die ‘de mess’ van zanger Mike Ness samenvatte. Punkrock die weinig potten brak …

Het Mexicaanse Rodrigo y Gabriela stond eerder onverwachts op het hoofdpodium. Hen zagen we liever in de Pyramid Marquee, maar soit, het was genieten van hun geniaal gitaarspel, die met het vleugje flamenco ideaal tot z’n recht kwam. Het duo goochelde met staaltjes bedreven, opzwepende gitaarloops, - tokkels, supersnelle vingertics, (drum)slagen op de gitaar en experimentjes met de snaren, zonder in te boeten aan structuur en ritme. Wat een verbluffend schouwspel!
We pikten ook nog iets mee van Regina Spektor (Pyramid Marquee). Met een knipoog naar An Pierlé, want de dame speelde een resem prachtige songs aan haar vleugelpiano en experimenteerde af en toe met een drumstick op haar stoel. Ze had een band mee die de songs spaarzaam begeleidde op strijkers en drums. Emotievolle pop, waaronder “The calculation”, “Poor littke rich boy” en de gekende singles “Laughing with” en “Samson”, die ze durfde af te wisselen met twee rauwe, rudimentaire songs op gitaar. Haar maatschappijkritische kijk en haar gevoel pasten in het muzikale gevarieerde palet.

De laatste keer dat we het Amerikaanse Limp Bizkit aan het werk zagen was op Pukkelpop 2003 en … het einde was nabij, want als afsluiter toen speelden ze maar een matige, inspiratieloze set, door de songs oeverloos uit te melken. In 2005 ging elk z’n eigen weg, maar kijk, vier jaar later zijn ze terug springlevend, waarbij de rollen werden omgedraaid door de band, die nu eens fier was te rekenen op de steun van hun publiek. De band gaf de nodige adrenalinestoten met hun hard gebalde hiphopcore. Een happy return met een paar snedige onder het stof gehaalde rockers. Ze hadden terug de juiste vibe, groove en tempowisseling gevonden, als “My generation”, “Show me what you got” en “Re-arranged”. In het midden van de set zakte de spanning en het niveau, maar met “My way”, “Nookie”, “Take a look around” en George Michael’s melige “Faith”, speelde de band rond Fred Durst (met de pet op) en gitarist Wes Borland (gezicht en bovenlichaam vol bodypaint!) een schitterende finalereeks.

Franz Ferdinand (Mainstage) namen we voor de helft, gezien het feit dat we ze in het voorjaar al overtuigend zagen spelen in de AB en in de l’Aéronef. In snelvaart raasden ze de eerste songs erdoor; de herkenbare singles volgden elkaar op, “Walk away”, “No you girls”, “The dark of the matinée”, “This fire”en “Do you want to”. Franz Ferdinand liet weinig ruimte tot interactie en koos voor een opwindend rockfeestje.
Mogwai was die ander Schotse band …’at same time as’ Franz Ferdinand in de Pyramid Marquee. Deze wilden we terugzien, gezien ze op OLT Rivierenhof te Deurne, eind augustus 2008 een ietwat lome tegenvallende set speelden (het nieuwe materiaal hadden ze nog niet goed genoeg onder de knie? ). De postrockers pur sang haalden uit elke cd wel iets en deden de songs aanzwellen naar een feller en krachtiger geluid door de gitaarerupties. De melodie hield stand en de stemmige, lieflijke orkestraties van vroeger materiaal, hadden ze mooi ingebed binnen een warm, emotievol en uitgelaten geheel. De groep heeft momenteel het ideale evenwicht gevonden, wat resulteerde in een uiterst spannende, broeierige set. Mogwai op z’n best! Hun keuze viel op “I’m Jim Morrison, I’m dead”, “Hunted by a freak”, “Itheca”, “Friend of the night”, “Summer”, “Helicon” en “2 rights make 1 Wrong” …Their hawk was howling …

Nog maar bekomen van de Schotse pracht van Mogwai en Franz Ferdinand of daar kwam Cave met z’n Bad Seeds aandraven. Samen met de weirde Warren Ellis op viool/gitaar beleeft Cave (de vijftig voorbij!) en z’n band nieuwe hoogdagen. Vorig jaar zagen we beiden nog een verschroeiende set spelen met het Grinderman project; ook vanavond ging het deze weg op met een ‘best of list’ en songs die in een stevig en strak rockpak werden gehuld. Messcherp dus! Het oude “Tupelo” (die hij sinds een paar jaar opnieuw speelt!) opende de set gevolgd door een opzwepende “Dig! Lazarus! Dig!”. Ze behielden de frisse, dynamische aanpak op andere klassiekers: “Red right hand”, “Deanna”, “The mercy seat”, “The weeping song”, “Papa won’t leave you Henry” en “Stagger lee”, dat een prachtige opbouw had en de apotheose van de set vormde. Twee sfeervolle stukken maar, “The ship song” en “We call upon the author” in de bis. Onkruid vergaat niet, dat was wel erg duidelijk met Cave en de zijnen.

En in de closing acts was het terug moeilijk kiezen: Kings Of Leon, die afstevenen naar een goed uitgebouwde carrière en terecht één van de headliners waren die avond en Grace Jones, die vorig jaar tekende voor een nieuwe muzikale wending; ze kon een tweede (of derde?) leven aanvatten met de cd ‘Hurricane’ en gaf al overtuigende optredens tijdens de Lokerse Feesten en in de AB. Het stijlicoon (ondertussen voorbij de zestig!) van de jaren ’80 liet een onuitwisbare indruk na binnen het nightclubbin’ clubdance circuit. Ze zorgde voor songs met een broeierige, sensuele opbouw, groovy, funky dubs en softe dancebeats, gedragen door haar diepe, scanderende zegzang (met een knipoog naar Bowie, Roxy Music en Barry White). Weliswaar een halfuur te laat on stage in de Pyramid Marquee zagen we een overweldigende verschijning; zoals het elke popdiva beaamt, trok ze na bijna elk nummer een nieuw hoofddeksel aan, kronkelde meermaals rond een paal die op het podium stond en slaagde in een minutenlange hoelahoep tijdens een nummer. Op alle vlakken trok ze de aandacht, betrok haar fans bij de set en … genoot zelf van de respons. Het was zelfs zo dat ze op het eind het publiek uitnodigde om te dansen op de stage. Het ging van de funky basses en dubs van “Nightclubbin’” naar “I’ve seen that face before” en “La vie en rose”. De sterkste songs van het recente ‘Hurricane’ (“Well well well” “en “William’s blood”) stonden mooi naast het oudere materiaal. Een puike climax realiseerde ze door “Pull up to the bumper”, “Slave to the rhythm” en Bryan Ferry’s/Roxy Music “Love is a drug”. Wat een wervelende comeback.

De elektro, beats en neurotische trance van Boys Noize (Pyramid Marquee) en het geanimeerde remixwerk van de Dewaele broertjes, 2 Many DJ’s (Mainstage), bekoorden het jongere publiek. Het was dansen aan de beide fronts van de wei. En de 2 Many DJ’s gooiden er massa’s platenhoezen tegenaan op de grote schermen.
Beats’n’pieces en dance was hier op z’n plaats …

Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

woensdag 08 juli 2009 03:00

Rock Werchter 2009: zondag 5 juli 2009

Ook vandaag stonden de groepen zo goed als tegelijkertijd geprogrammeerd. Het hoofdpodium werd ingevuld door hardere (power) bands, en er viel veel aangenaams te ontdekken …

De uit Hollywood afkomstige Metro Station is erg populair bij het jonge publiek door het radiohitje “Shake it”. De jonge snaken vielen wat licht uit op de Mainstage. Hun catchy rock klonk af en toe wat strakker. Te weinig boeiend materiaal. Hun body vol tattoes sprak wel tot de verbeelding …

Geen hapklare metal van het Amerikaanse Mastodon. Als volleerde vikings baanden ze zich muzikaal een weg door onze zenuwbanen. Een loeiharde, massieve sound met een donkere dreigende spanning, vlijmscherpe, complexe en onnavolgbare soli, pompende drums en apart brullende vocals. De band speelde vorige week een trapje hoger op de affiche van GMM. ‘Crack the skye’ betekent de definitieve doorbraak. De twee langharige, bebaarde zangers waren mannen zonder woorden tussendoor, maar zorgden op dit middaguur voor een verwoestende sound die je de hel introk of je in de hemel zoog …

Seasick Steve en z’n drummer klonken als een verademing na die striemende metal van Mastodon. Deze laatbloeier treedt in de voetsporen van R.L. Burnside en John Lee Hooker en heeft iets mee van Ben Harper met z’n boogiebluesrock. Dankzij de passage bij Jools Holland, een goede twee jaar terug, kwam de man in houthakkershemd, overall en John Deere pet uit de vergetelheid. Op het podium bracht hij met z’n drummer entertainment en snedige bluesrockende songs op een gitaar van amper drie snaren, die al verschillende oorlogen leek meegemaakt te hebben. Ook had hij een eigen gebouwde steelpedal mee, in elkaar geknutseld van stukjes hout en met twee snaren. Doorleefd, rauw, venijnig. Puur oprechte, eerlijke rootsrock, wat meteen gebundeld zat in de opener “Thunderbird”. Eenvoud siert dus! Het sympathieke tweetal genoot van de belangstelling, haalden zelfs een meisje uit het publiek om naar hun “Walking man” te luisteren en de flinke geut Jack Daniels gaf Seasick Steve voldoende brandstof om met enkele grandioze gitaarlicks uit te halen (waronder “Dog house blues”).

Het Texaanse Mars Volta, onder de eigenzinnige tandem Omar Rodriguez-Lopez (gitaar) en Cedric Bixler (zang), zijn gekend van hun weirdo, complexe doch gecontroleerde ‘70’s retro/symfo avantgarde rock. Een pak creativiteit en avontuur van zalig gecontroleerde chaos. Een apocalyptisch geheel dat door de plotse plensbui een perfecte soundtrack vormde … Ondanks de stomende pletwals met mokerslagen van drums en retro Led Zeppelinriffs, klonk het geheel toch iets meer gestroomlijnd. Vanuit hun interpretatie was Mars Volta eerder wat ontzet van de lauwe reactie. Het was hectisch hallucinant deze band aan het werk te zien met een paar meesterlijke songs als “Goliath”, “Roulette dares”, “Viscera”, “Drunkship of laterns” en de afsluiter “Wax”.

The Black Eyed Peas waren ook in Werchter toen hun vorige cd ‘Monkey Business’ uit was. De solo-uitstap van de bevallige zangeres Fergie zorgde ervoor dat het ruim vier jaar wachten was op de opvolger ‘E.N.D.’ (The Energie Never Dies). Hun combinatie van hiphop, r&b, pop, funk en ietwat latino leverde de leuke hiphopcrew al aardig wat hits op; de huidige single ”Boom boom pow” moet hier zelfs niet onderdoen en werkt aanstekelijk op de dansspieren. Live bleek het gezellig, fijn en plezierig te zijn, maar ondanks de raps en zang van Will.I.Am en de zijnen was het vooral de warme, zwoele stem en Fergie’s uitstraling die de hoofdprijs wegkaapte. De grooves kwamen door haar vocals beter tot hun recht, zoals op “Meet me halfway” en “My humps”. Een eerbetoon aan Michael Jackson kon niet uitblijven tijdens een geïmproviseerde DJ set. “Let’s get it started”, “Don’t phunk with my heart” en een scheutje “Shut up” waren meteen knallers. De entourage mocht er ook zijn: een paar danseressen, gigantische opblaasrobots en confetti. Live viel het gezelschap niet écht uit de boot, maar kon zich onvoldoende onderscheiden. Het waren vooral de singles die het moesten doen; het nieuwe materiaal kon niet echt een meerwaarde bieden. “Pump it” (twee keer ingezet), “Where is the love” en de huidige hit maakten de finalereeks …

De Franstalige Brusselaars Ghinzu waren onze moedertaal vergeten en drukten zich het liefst uit in het Engels. Hoe het soms kan gaan… Dit euvel terzijde, keken we uit naar wat Ghinzu kon betekenen, want net als Girls In Hawaii lagen de verwachtingen erg hoog voor deze beloftevolle band, die heel lang heeft gewerkt aan hun tweede plaat ‘Mirror mirror’. De broeierige gitaarrock, soms snedig en scherp, heeft een vleugje kitsch en bombast. De elektronica en pianopartijen van spil Stargasm waren niet onbelangrijk binnen dit geheel. De groep ging gedreven en explosief te werk (“Take it easy” wonderwel). Het technisch defect, ergens middenin de set, pijnigde de technici, want het was écht zoeken wat er aan de hand was. Het bracht de band niet hun lood; de vaart, het ritme, de uiterste concentratie en de show toonden een verbeten band die nog enkele krachtige songs “Mine” en “Do you read me” in petto had . We hoorden wat electrorock op het eind, wat snoof naar het Kortrijkse Gooze. Ghinzu kan groots worden als ‘Belgische’ band…

Nine Inch Nails is aan hun laatste toer bezig; toch keek ik uit naar Royksöpp, gezien ik NIN de laatste jaren voldoende aan het werk zag in zaal en op festivals. Het Noorse Royksöpp uit Tronsö kwam in de belangstelling met hun beeldrijke elektronica van de poolvlaktes, met “Eple” als uitgangsbord. Het stoeien met ’80’s electro, trancegerichte dansbeats en pop zijn het meest evenwichtig op de huidige cd ‘Junior’, met een keur aan gastzangeressen, naast de eigen vocodervocals. Ze zweepten alvast de boel op met lekker in het gehoor liggende, dromerige en frisse popelektronica. Zangeres Anneli Drecker (Bel Canto) nam de zang op haar en liet even de andere zangeressen Robyn en Karen Dreijer (The Knife/Fever Ray ) vergeten op de groovy tunes van “You don’t have a clue” en “The girl and the robot”. De classics “Remind me”, “Happy up here”, “What else is here”, “Poor Leno” en “Eple” overtuigden sterk. En de ‘80’s wavedansbeats klonken goed door op “Tricky tricky”. Tot slot zorgden de sfeervolle instrumentals voor een aangenaam rustpunt in de set van een anders ontketend duo met band …

Afsluiters van de vierdaagse marathon, metalrockers Metallica en de hippe dansformatie Milk Inc.uit ons landje stonden rechtlijnig tegenover elkaar. Het grootse Metallica is een graag geziene gast, houdt van de Belgische fans en hun optredens in Werchter zijn op 1 hand niet meer te tellen ( + livereview maart ll op de site).
Benieuwd waren we dus eens naar Milk Inc. … Waarom iedereen er zoveel commentaar op had op voorhand, begrijpen we soms zelf niet. Regi en Linda zijn één van de meest hippe danssensaties en kregen de kans het eens op een ‘zogezegd’ rockfestival te doen. Bewijzen hoeven ze écht niet meer wat ook zij verkopen het Sportpaleis tot drie keer toe uit … Formule: een pompend, opwindende beatje, een herkenbare elektronica tune, Regi’s opzwepende intro’s en de volwassen stem van Linda. ondersteund door twee backing vocalistes. Bijhorende synths, toetsen, drums en backing vocals gaven hun tien in een dozijn songs meer diepte. Milk Inc. ging erin als zoetenkoek. De refreinen van “No angel”, “Sunrise”, “Guilty”, “I don’t care” en “Never again” werden luidkeels meegezongen. Regi maakte nog een ‘80’s/’90’s mix zoals op z’n programma bij de MNM zender. Tom Helsen was van de partij voor een groovy “Night and day”. De positive vibes van “Forever” en “Walk on water” besloten de bruisende cocktailset.
‘Mission succeed’ want de Pyramid Marquee ging helemaal plat voor de hitmachine van Milk Inc. Mag de kritiek nu definitief opgeborgen worden aub …

Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

donderdag 02 juli 2009 03:00

Everything is new

’Everything is new’ is de tweede plaat van de Londense singer/songwriter Jack Penate, (origine van Spaanse en Britse ouders), die heel goed bevriend is met de dames Kate Nash en Adele. Z’n debuut ‘Matinee’ van twee jaar terug, ging aan onze aandacht voorbij; maar door de voorstelling van de opvolger, grepen we even terug naar dit debuut wat onze nieuwsgierigheid fraai springerig popmateriaal opleverde met aanstekelijke, opzwepende ritmes.
’Everything is new’ is een luchtige opvolger: charmant rommelig en catchy zomerse pop, die een relaxte, ontspannende indruk nalaten. Uitgelaten popsongs die neigen naar de sound van Vampire Weekend door de Afrikaase ritmes, percussie, gospelkoren, blazers en ‘80’s keyboards. “Let’s all die” en de titelsong passen ideaal binnen dit concept. Maar de meeste nummers songs hebben een opzwepende groove en bevatten hitpoptentie: “Tonight’s today” voorop, gevolgd door “Pull my heart away”, “Torn on the platform”, “So near en “Be the one”. Popmuziek als medicament om je zorgen je vergeten … Ook enkele ingetogen nummers als het bezwerende “Body down” getuigen van mans volwassen aanpak.
’Evertything is new’ lijkt wel het ideale recept om je vakantie in te zetten: een frisse wind door de vaardige opbouw en een melodieus broeierig en opzwepend ritme. Ze hangen onuitwisbaar in je geheugen. Jack Penate als de vrouwelijke Lily Allen …

donderdag 02 juli 2009 03:00

Wolfgang Amadeus Phoenix

Het Franse Phoenix is al enkele jaren bezig en brengt steevast toffe en goed in het gehoor liggende popsingles uit als “Too young”, “If I ever feel better” en “Everything is everything”. Met deze vierde cd hebben ze, ondanks de afschuwelijke albumtitel, een handvol lekkere nummers uit, schuwen ze geen experimentje en overtuigen ze met toegankelijke, sfeervolle poprock. Openers “Lisztomania” en 1901” trekken meteen de aandacht. De psychedelica en experimentjes klinken door “Love like a sunset pt 1” en “Pt 2”. Een geslaagd waagstukje van het Franse gezelschap. En dan borduren ze heerlijk verder met het broeierige, frisse en intense “Lasso”, “Rome” en “Countdown”. Wat doet besluiten dat Phoenix er  aardig in slaagt fans te winnen …

donderdag 02 juli 2009 03:00

Sun gangs

The Veils zijn alvast meesters in het brengen van contrasten van lieflijke, breekbare pop tot weerbarstige americana, ergens tussen Cave, 16 Horsepower, The Triffids en V.U. De tracks van de nieuwe derde plaat ‘Sun gangs’, zoeken dat sublieme evenwicht van broeierige rootsrock en meeslepende emotionaliteit en intimiteit, onder Finn Andrews pakkende, doorleefde en gekwelde stem. De gevarieerde aanpak en de verschillende gevoelslagen zorgen opnieuw voor een grootse plaat, ondanks het feit dat we ons moeten realiseren dat ‘Sun gangs’ een niet makkelijke opvolger is van ‘Nux Vomica’, die op alle vlakken heel sterk scoorde. “Sit down the fire” is een spannende (retro) rocker samen met het pittig en frisse “Killed by the boom” en “Three sisters”. Wat wordt afgewisseld met de melodramatische “It hits deep”, “Scarecrow”, het afsluitende “Begin again” en de titelsong van de cd; de factor gevoeligheid is hoog op deze indringende, sfeervolle songs, die een spaarzame begeleiding hebben op piano en/of gitaar, gedragen door mans meesterlijke vocals. Hoogtepunt is “Larkspur”, een bijna negen minuten durende song, die iets mee heeft van de dreiging van Woven Hand en geënt is op the doors “This is te end”.
’Sun gangs’ is opnieuw een bezielde plaat, waarop The Veils erin slagen je te laten meeslepen in hun bezwerende americana/roots/poprock.

zaterdag 27 juni 2009 03:00

Couleur Café 2009: vrijdag 26 juni 2009

De twintigste editie van Couleur Café was een schot in de roos. Met zo goed als drie uitverkochte dangen,  klokte de organisatie af op ruim 78000 bezoekers. Couleur Café stond garant voor dansbaar feestelijke muziek op drie podia met animatie, solidariteitsprojecten, workshops, tentoonstellingen, een pak faciliteiten aan dranken en cocktails en een keur aan maaltijden. Ons eerste bezoek (Foei!) aan Couleur Café was hét ontdekken waard … Dag 1 kozen we uit …

dag 1: vrijdag 26 juni 2009
Amadou & Mariam (Titan)
Heel veel leuks komt uit Mali met o.a. Ali Farke Touré, Toumani Diabaté en het zeskoppige gezelschap onder het blinde echtpaar Amadou & Mariam. Ze leverden meteen een hartverwarmende als swingende, groovy dansbare set af door de opzwepende dubbele percussie, een fijn aanstekelijk en intrigerend gitaarspel (refererend aan de nomaden van Tinariwen) en de samenzang van het koppel. Ook de bevallige backing vocalistes/danseressen boden kleur en intensiteit.
Ze braken door met de vorige cd ‘Dimanche à Bamako’ (met dank aan Manu Chao!). Het recente ‘Welcome to Mali’ zorgde voor een evenwichtige opvolger. Het sympathieke gezelschap klinkt op plaat allemaal aanstekelijk en mellow, live speelden ze krachtiger, creëerden een zomers zwoel sfeertje en werkten in op de dansspieren, die het fleurige karakter van CC onderstreepten. De sterke respons aan het hoofdpodium deed de band erg deugd. Hun afroworldpop kwam in de schijnwerpers met songs als “Artistaya”, “Beaux dimanches”, “Coulibaly”, “Sabali”, “Africa” en de titelsong van de nieuwe cd.

We vermoedden het al toen de Duits/ Nigeriaanse zangeres Nneka (Egbuna) (Fiesta) in februari ll optrad in de Botanique. Zij komt naar CC! Haar broeierige afro/soulpop met een groovy beat palmde in geen mum van tijd de tent in. De charismatische Nneka is ergens te situeren tussen Neneh Cherry, Lauryn Hill, Leela James en Kelis. Ze putte uit haar twee platen en wist moeiteloos enkele songs uit te spinnen met haar begeleidingsband door meezingbare refreinen en enkele obligate ‘yeahyeahs’. Ook het handjeszwaaien gaf elan.
Een dame die veel te vertellen had: haar streven naar en de droom van een betere wereld kreeg muzikaal kleur door de meeslepende, bedreven opbouw en exotische klanken, of door een semi –akoestisch toongezette aanpak, gedragen door haar helder indringende en overtuigende vocals. Succesvol waren alvast de herkenbare “Walking” en “Uncomfortable truth” als “Come with me”, het sfeervolle “God of mercy” en het opbouwende “Suffri”.

Ook een aangename ontdekking was Ayo, van dezelfde afkomst als Nneka (Titan), die erin slaagde wereldculturen samen te brengen in broeierige luistersongs. Het recente ‘Gravity at last’ staat bol van die muzikale verbreding. Haar warme, aantrekkelijke stem lijkt nauw verwant aan de vervlogen tijden van Nona Hendrickx. Muzikaal plaatst ze zich tussen Angie Stone, India.Arie, Tracy Chapman en opnieuw … Lauryn Hill. Ook zij was al eerder te zien in clubcircuit.
We hoorden opbouwende songs in een muzikaal palet van afro, blues, funk, soul en gospel bepaald door sfeervolle toetsen en een bezwerende percussie en ondersteund door haar fluwelen, krachtige vocals. Net als twee jaar terug klonk ze even overtuigend en enthousiast! En door als wereldreizigster te fungeren in diverse grootsteden, was een mondje Frans haar niet vreemd, wat haar een sterk onthaal opleverde …

Ook een wereldburger is Keziah Jones (Univers) die van z’n geboortestreek van Lagos/Nigeria naar Londen en Parijs verhuisde. Een man met een boodschap van hoop en samenhorigheid, die een maatschappijkritische kijk heeft, én een man die stoeit met allerlei stijlen van funk, blues, retropop en afrobeats. Hij geeft er een rauwe scherpere speelstijl aan, wat wordt omschreven als energieke blufunk! Live klonk het trio onder deze hyperkinetische zanger/gitarist intens, strak en hevig; de klemtoon kwam op het recente ‘Nigerian wood’, aangevuld met enkele goocheltrucs van covers (o.a. Dylan’s “All Along the watchtower” en Fela Kuti’s “Colonial Mentality”). Jones was een volleerd showman: in ontbloot afgetraind bovenlijf en met hoed op, ging hij volledig op in z’n uniek, meesterlijk gitaarspel, de wahwah pedalen stevig ingedrukt, refererend aan Jimi Hendrickx, en opgezweept door deep funky basses en drums. Hij betrok het publiek nauw bij de songs met de nodige “hey en how’s”, wat hem tussen Prince en James Brown bracht. Hij eerde de creatieve geesten van de worldpop en z’n idolen Miles Davis, John Coltrane en Bob Marley tot .. zelfs Michael Jackson. We hoorden en uitstekende, stomende en bruisende liveset.

Ben Harper & The Relentless 7 (Titan).
Onze Amerikaanse rootsrocker heeft zich duidelijk weten te herbronnen met een nieuwe band The Relentless 7 en de cd ‘White lies for dark times’. Er is sprake van een rauwer en krachtiger bluesy rockgeluid. Harper zingt feller en gedrevener. Kortom, het rockt de pan uit op plaat, en  live speelden ze op pittig overtuigende wijze. De vorige jaren, waaronder de laatste Werchter passage, gaf, klonk en liet Harper een uitgebluste indruk na met z’n Innocent Criminals (btw anders nog steeds zijn begeleidingsband!) door de traag slepende, sfeervolle solopartijen en z’n nasale stemgeluid, wat irritatie kon opwekken.
Op CC was er sprake van een strakke retroset, waarbij Harper z’n Weissenborn gitaar afwisselde met snedige gitaarlicks en z’n akoestische 12-string gitaar. Een knipoog naar de retro ZZ Top, Thin Lizzy en – opnieuw - Jimi Hendrickx. Praktisch al het nieuwe materiaal kauwden ze voor, waaronder “Number with no name” en “Shimmer & shine”; een terugblik naar z’n debuut hadden we met “Walk away” en “Another lonely day” en tot slot een verbluffende cover van Queen’s “Under pressure”. De Californische zanger en z’n drie kompanen wonnen ons hart met een stevige portie bluesrock.

In de verte hoorden we nog de raï van de Algerijnse Khaled in de Univers tent. Bijgestaan door een tienkoppige band hoorden we nog een smeltkroes aan warme stijlen die inwerkten op de dansspieren, met gekend materiaal “Aïcha” en “Didi” als hoogtepunten.

Succesvolle toppers besloten de eerste avond …

Bezoek gerust eens de Franstalige site voor het driedaags verslag van Couleur Café

Neem gerust een kijkje naar de Live pics op de site van Couleur Café op http://www.couleurcafe.be

Organisatie, Couleur Café / co ZigZag, Tour & Taxis, Brussel

donderdag 25 juni 2009 03:00

Deaths & Entrances

Op de tweede cd ‘Deaths & Entrances’ van het Schotse vijftal My Latest Novel horen we twee muzikale klemtonen: de fraaie arrangementen,de vioolpartijen en de harmonieus lieflijke samenzang doen op de eerste nummers de folkpop goed doorklinken, o.a. met songs als “All in all in all is all”, “Dragonhide”, “Lacklustre” en “I declare a ceasefire”.
Halverwege de cd durft de band directer, zelfs rauwer te zijn met enkele schaarse explosies. Op “Argument against the man”, “If the accident will” en “Re-appropriation of the meme” heerst een broeierige intensiteit.
My Latest Novel doet alvast een verwoede poging om zich een weg te banen binnen het geheel van Arcade Fire , Belle & Sebastian en The Decemberists. De groep put energie uit de ‘80’s Go-Betweens.
Net als het debuut ‘Wolves’ van een paar jaar terug nestelen de songs zich niet na 1 luisterbeurt in het hoofd. ‘Hun sfeervolle, dromerige indie/folkpop rijpt en overtuigt dan …

donderdag 28 mei 2009 03:00

Team William

Team William …Wapenfeiten: derde op Humo’s Rock Rally 2008, derde Oost-Vlaams Rockconcours, winnaar Battle of de lage landen, winnaar Fnac Unsigned Music
’The Most-Overestimated Band of Western Europe’, zo noemen ze zichzelf. Producer van hun debuut, Mario Goossens (Triggerfinger, Black Box Revelation)!
Het kwartet heeft twee jaar aan de weg getimmerd en heeft een uiterst geslaagde cd uit. Team William heeft zich ontpopt als een aanstormend talent met catchy broeierige, intense en energieke indiepop, met invloeden van Arcade Fire en Inspiral Carpets op keys. Op Dour vorig jaar werden ze al beloftevol onthaald en speelden ze een fris aanstekelijk en luchtig setje. De groep heeft met “You have my heart, okay”, “Lord of the dogs”, “First snow”, “70%”, “Hotel” en de afsluitend tracks “You look familiar” en “Peptalk” aardig frisse songs op zak; binnen zijn genre van fijne pop brengen ze voldoende variaties aan door de broeierige spanning, opbouw, groove en toetsen. Af en toe nemen ze wat gas terug. Ook in het sfeervolle materiaal boeien ze, “Judo kid” en “Last man on the moon”.
Team William deed aan ‘real teamwork’ om met zo’n plaat te overtuigen. Band met een grootse Toekomst. Gegund!

Info op http://www.myspace.com/teamwilliam

donderdag 18 juni 2009 03:00

The chemistry of common life (2)

Een jong Canadees zestal komt aandraven met stevig opgefokte hardcore, punk, stoner/rock ‘n’roll en psychedelica. We horen een resem explosieve songs onder de schreeuwerige vocals van zanger Pink Eyes (in de beste traditie van Sick of it All), evenzeer ondersteund door backing vocals van dezelfde leest, als op “Son of the father”, “Magic world” en “Days of the last”. Vaardige, snedige en stuwende riffs, opzwepende drums en bezwerende toetsen bepalen de song. Ook slagen ze erin de songs te laten aanzwellen door repetitief opbouwende en broeierige ritmes, “Crooked head”, “No Epiphany”, “Black albino bones” en de titelsong.
Het zijn allemaal aanwijzingen dat de band het genre naar een rijker niveau tilt. Een knipoog naar de oude stonerbands, Black Flag en Sonic Youth. En het Canadese gezelschap heeft al materiaal genoeg voor een volgend plaatje …

Pagina 149 van 180