logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Suede 12-03-26
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 14 mei 2009 03:00

The Hickey Underworld

Het Antwerpse The Hickey Underworld won in 2006 net vòòr The Black Box Revelation de Humo’s Rock Rally. The BBR gaan al een mooie toekomst tegemoet, maar het ziet ernaar uit dat dit kwartet hen langzaam achterna gaat. Na lang zwoegen hebben ze nu ook hun debuut uit. De titelloze cd klinkt hard rockend, rauw en verwoestend. De tien nummers klinken stevig, scherp en venijnig . Ze krijgen zelfs een stevige scheut grunge en noise. Luister maar eens naar “Sick of boys”, “Zorydan”, “Mystery bruise” en “Flamencorpse”. Ze klinken spannend en geweldig door de krachtige hooks en de diverse snedige tempowisselingen, ondersteund door een felle schreeuwzang.
”Blonde fire” en “Blue world order” zijn op hun beurt meer aanstekelijk en broeierig. Binnen dit concept is de alom bekende single “ Future words”(die de cd lang vòòr ging) de meest poppy.
De groep heeft met dit hevig, intens overdonderend debuut een plaat uit met internationale uitstraling!

donderdag 14 mei 2009 03:00

Turning down water for air

James Yuill is een jonge Britse singer/songwriter die invloeden haalt van de indie/popelektronica van Tunng, Postal Service, The Notwist en ons eigen Styrofoam, en het moeiteloos combineert met z’n singer/songwriterschap. We horen een ideaal evenwicht tussen deze twee sferen, van de pakkende opener “You always do” en “How could I love” tot de meer zalvende en krachtige elektronicabeats van “Head over heels”, “No surprise” en “Somehow”. Hij tracht zowel de romantische zielen als de danslustigen onder ons aan te spreken. Binnen deze afwisselende aanpak vormt “This sweet love” één van de hoogtepunten: dromerig, prikkelend en fris sprankelend.
James Yuill is een man van vele kunstjes, die een perfecte samensmelting zocht tussen singer/songwriting en een clubsfeer op deze tweede plaat.

James Yuill is een Britse singer/songwriter die op de tafel een sliert elektronica-apparatuur, toetsen, een laptop en een microfoon heeft staan en onder de arm een akoestische gitaar. De tweede plaat ‘Turning down water for air’ bracht al enkele poppareltjes voort van sfeervolle pop indie/elektronica als “You always do”, “She said in jest”, “Head over heels” en “How could I lose”.

Het deed toch wat vreemd aan, een man alleen te zien met z’n instrumenten die zowel de romantische zielen als de danslustigen tracht aan te spreken. Het waren liedjes met een kalme, zalvende elektronicabeat die af en toe wat krachtiger klonk; op het eind zette hij eens alle schuivers open in het pittoreske zaaltje van de MaZ, dat hij plots omtoverde in een trendy club.
Yuill haalde bands aan als Tunng, Postal Service, The Notwist en ons eigen Styrofoam, en plaatste deze invloeden naast z’n songwriterschap of naast de vettige, schurende basses van Justice, de Chemical (break) beats en de‘80’s electro van Depeche Mode.
De jonge Woody Allen lookalike (ronde montuurbrilletje, blonde haren) bracht een gevarieerde set van dromerige en aanstekelijke popdance. Hij zette aan tot een danspas waaronder een sprankelende “No surprise”, “Head over heels” en “Somehow”. Hij wist twee wisselende versies te brengen van “This sweet love”, innemend op akoestische gitaar en prettig in het gehoor liggend door een frisse, dansbare elektronicabeat.

James Yuill: man van vele kunstjes, die een perfecte samensmelting zocht tussen singer/songwriting en een clubsfeer …

Organisatie: Cactus Club, Brugge

donderdag 07 mei 2009 03:00

Wait for Evolution

Na al die jaren is er nu eens een Nederlandse band opgestaan, die zich buiten de landsgrenzen zal weten te onderscheiden: De Staat. De Staat startte als project van zanger/gitarist en producer Torre Florim. Deze man uit Nijmegen kon beroep doen op leden met dezelfde roots, die op de koop toe puike bijdrages leveren en een hechte klinkende band zijn. Ze verwerken de Amerikaanse roots/rock ’n’roll van Jon Spencer, Masters Of Reality en het oude QOSA en gieten er een Nederlands sausje van Claw Boys Claw en Stuurbaard Bakkerbaard overheen. Hun vettig rootsrockende en poppy sound klinkt speels, fris en aanstekelijk. Het kwintet kan rauw rocken: “Sleep tight”, “My blind baby” en “Meet the devil” (met een link aan Black Sabbaths “War Pigs”, of kan zoals op “Habibi” en “Kill the man” meer groovy zijn. “We’re gonna die” heeft een folky inslag en de rootsrock is dan te horen op songs als “The fantastic journey of the underground man” en “I am hero to lose control”.
’Wait for Evolution’ is een origineel plaatje en rijk aan ideeën binnen deze stijlen …

Een avondje electro’clashende’ pop van drie voorname exponenten van strak om het lijf hangende electrodancerock: Naive New Beaters, We Are Wolves en Metronomy, waarvan het Canadese We Are Wolves het haalde op punten…Tja, niet voor niks had de organisatie al een Nuits Quebec geprogrammeerd in één van de zaaltjes om de Canadese pop te duiden …Er leeft daar duidelijk wat …

Het Frans-Amerikaanse Naive New Beaters trok alle registers open met aanstekelijke beats, vibes, nu rave, hiphop, indierockende gitaarloop en opzwepende raps. Hun debuut verschijnt eerstdaags. Plaats bands als Klaxons, The Rapture en Friendly Fires binnen hun stijl en je hebt als uitkomst deze jonge Fransen …

Het Canadese We Are Wolves is één van de hippe bands voor de toekomst. Ze zijn toe aan hun derde cd. ‘Nous Sommes Loupes’ houden de electropop erg boeiend. Eerst hoorden we invloeden van uit de Electronic Body hoek van ‘80’s Front 242 en Neon Judgement, dan hadden we een strakkere electro aanpak in een rockconcept, en tot slot kregen we bruisende postpunk met krachtige synthbeats. Gracieus besloten ze met “Magique”, gelaagd aan het dreunende Suicide onder een declamerende zang en vocoder vocals. Alternatief toegankelijk. Het trio zijn ook fervente kunstliefhebbers, hetgeen te zien was in hun performance, plus dat ze een soort ‘vliegenmepperend’ hoofddeksel droegen …

We maakten kennis met het Britse Metronomy als support van Bloc Party, anderhalf jaar terug. Ze traden aan in een bijna totaal nieuwe bezetting. Ze zijn uitgebreid tot een kwartet en na het vertrek van één van de elektrotechneuten zijn ze nu geëvolueerd tot een volwaardige live band. Een voller geluid hoorden we, waarbij de elektronica en laptopsounds wat op het achterplan zijn geraakt. Heerlijk frisse indie-elektronica, die aanstekelijk inwerkte op de dansspieren. We zagen dansende eerste rijen en heupwiegende fans op “Heart rate rapid” en “Holiday”. “Radio Ladio” en “A thing for me” benaderden de sfeervolle, hartverwarmende pop van het kwartet en ze verhoogden het tempo opnieuw met “Heart breaker” en “What do I do now, overstelpt met Kraftwerk synths.
Met ”The end of U2” en “On danceflooors” trok het kwartet de kaart van groovy, pompende dance, die samen met “You could easily have me” in de bis grootse dancefloorkillers waren. Ze werden heel sterk onthaald. En btw onze Franstalige vrienden zijn er hevig fan.

We Are Wolves haalde het op variëteit en originaliteit, Metronomy op toegankelijkheid en dance.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

Deze avond in de Chapiteau was voorzien voor enkele beloftevolle singer/songwriters, die met een band op tour zijn en hun songs op die manier een breder en voller geluid geven. Een programmatie die van start ging met de variéty swingpop van Coltman, gevolgd werd door de zomerse cocktailpop van de Franse Grace en met de charismatische Charlie Winston de kers op taart vormde door een aanstekelijke, stomende, opwindende set.

De Brit Hugh Coltman verhuisde naar Parijs toen z’n band The Hoax werd opgedoekt. Hij kon al een aardig mondje Frans spreken tussen de nummers. Hij is op tour om z’n solodebuut ‘Stories from a safe house’ kracht bij te zetten: doorleefde singer/songwriterpop en broeierige rootsrock door Hammond toetsen. De stemming zat er alvast goed in bij deze sound, wat hem ertoe de bracht de songs te laten uitdeinen in enkele ‘OohOohs’ en handclics zoals op Roxy Music’s “Jealous Guy”. Het gaf z’n swingende variétypop zeggingskracht.

De Franse zangeres en wereldburger Grace brengt een boodschap van verdraagzaamheid en hoop. Zij brengt net als de Frans/Israëlische songschrijfster Yael Naim en de Duits/Nigeriaanse zangeres Nneka een afwisseling van heerlijk dromerige, ontroerende pop en een bruisende mix van soul, folk, afro en flamenco, gedragen door haar heldere, warme en indringende stem. Ook het publiek was duidelijk gewonnen voor deze gevarieerde aanpak. Op het eind wist zij vele hartjes te winnen met een prachtig innemend, gevoelig nummer. Aanstekelijke, groovy, heupwiegende pop, dat ideaal tot z’n recht komt op een ‘midnight summer dream’ (Btw het nummer van The Stranglers dat we tijdens de pauze door de boxen hoorden ) …

De Britse songschrijver Charlie Winston heeft met “Like a hobo” van z’n tweede plaat ‘Hobo’(op het Real World label van Peter Gabriel) al een aardige hit op zak. In de anderhalf uur durende set palmde hij als muzikant en als performer probleemloos de ganse Chapiteau in. We zagen een dampend, stomend concert van deze verbijsterende, lieve songschrijver. Een groots artiest in wording die ergens het midden houdt van Ben Folds, Ben Harper, G Love, Andrew Dorff en Soul Coughing. Z’n innemende pop gaf hij live een fikse injectie, gedragen door z’n fluwelen, gouden stem.
Hij dompelde ons onder in een eigentijdse ‘50’s revival met z’n danspasjes en met ‘z’n look’ (ondervestje, hemd, das en hoed); hij leek wel de reïncarnatie van Gene Kelly – ‘Singing in the rain’. ”I’m a man”, “Generation spent”, “Kick the bucket”, “My life as a duck” en de single “Like a hobo” waren live wereldsongs. Ook het innemende “Gone gone” en “Boxes” en de sfeervolle aanpak van “Tongue tied” en “My name”, solo als met groep, wisten te beklijven.
Charlie Winston is een ‘do-it-zelfer’, een man van alle kunstjes, die stoeide op z’n piano en z’n akoestische gitaar, z’n stem in alle bochten wrong en kon beatboxen. Telkens kon hij rekenen op een puik onthaal. Er was het laatste jaar veel veranderd in z’n leven, zei hij. Terecht, want de man is een groot performer en muzikant geworden!
In de bis hoorden we eerst het intieme, broze “Every step”, een song die het publiek op de knieën dwong, en hij spatte uit met een leuke versie van “I love your smile”, dat door de dubbele percussie en het bedreven pianospel van de man opbouwend en opzwepend klonk; het neuriën van de obligate ‘OohOohs’ en de gekke danspasjes gaven het geheel elan. En de eerste rijen kregen afkoeling met plastic flesjes water…
Charlie Winston was een personaliteit met een grote P. Hij gaat een grootse carrière tegemoet, wat hem na vanavond van harte gegund is… Wat een doorbraak!

Neem gerust een kijkje naar de live pics onder live foto’s

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

donderdag 30 april 2009 03:00

Beware

De laatste twee jaar geeft Bonnie Prince Billy z’n introvertie, ontroering en weemoed in een meer catchy aanpak ‘Is this the sea’ klinkt krachtiger en werd begeleid door het Schotse Harem Scarem. Ook de nieuwe plaat klinkt gevarieerd en laat een luchtige en vrolijke noot toe binnen de americana/countryrock. Inderdaad door de toevoeging van banjo, steelpedal, strijkers en blazers schemert de countryfolk meer door, die naast z’n zalvende, lichthese stem door backing vocals nog meer kleur krijgen. Luister maar eens naar “You can’t hurt me now”, “You don’t love me”, “I don’t belong to anyone”, “I am goodbye” en de titelsong.
Naast deze songs horen we innemend, ingetogen werk, dat spaarzaam wordt begeleid en nog steeds het handelsmerk vormt van songschrijver Will Oldham.
Beware balanceert tussen het nalatenschap van Cash/Parsons en gezapige folkcountry.

De uit Chicago afkomstige singer/songwriter en violist Andrew Bird is al een tiental jaar bezig en balanceert ergens tussen pop, rock, folk, soul, retroswing en gypsy. Hij geeft z’n nummers vorm door begeesterende vioolpartijen, een innemend gitaarspel en loopinstruments. Een ‘self made artist’ in een ‘Duyster’ concept. De charismatische zanger kan probleemloos van het ene naar het andere instrument overstappen, beschikt over een licht neurotische, zweverige stem, ergens tussen Jim James (My Morning Jacket), Rufus Wainwright en Jeff Buckley, en houdt er een deftige fluittoon op na. Momenteel is hij op tournee met een full band om de nieuwe plaat ‘Noble beast’ te ondersteunen.
In een bijna twee uur durende set zagen en hoorden we de meesterlijke vingeroefeningen van Birds speelse experimentjes en soli met de (spaarzame) begeleiding van z’n band. Zoals op “Masterswarm”, “Opposite day”, “Natural disaster” en “Nervous ticket”. De keuze viel ook op enkele broeierige, snedige rockers als “Effigy”, ”Fitz & Dizzyspells” en “Anonanimal” (met sax!), wat een voller en gestroomlijnd geheel bood. Deze nummers waren een aangename en welgekomen afwisseling binnen de overwegend sfeervolle songs, die op den duur wat saai en doordrammend klonken, ondanks de veelheid aan geluidjes en kunstjes die Bird kon toveren door z’n fingerticks op viool en gitaar en in z’n vocals. Leuk was alvast toen hij de Franse en Engelse taal mengde.
Hij verscherpte de aandacht in de bis met het indringende “Why”, een staaltje multi-instrumentalisme. Met een knipoog naar de folk en gypsy. En op “Sovay” bracht hij support Marling on stage voor de backing vocals, maar spijtig genoeg kwam dit maar onbeduidend door.
Bird: opmerkelijk artiest, uitgebreide catalogus, maar verzoop nét iets teveel in sfeervolle composities …

Laura Marling was mee op tour met Andrew Bird en opende de avond. Ingetogen innemende folkcountry op akoestische gitaar, spaarzaam begeleid door een violiste, en gedragen door haar emotievolle stem. Ze kon alvast rekenen op een aandachtig publiek en een warm onthaal.

Als je verder dacht aan een avondje easy listening americana met deze programmatie in een goed volgelopen KC, was dit eventjes buiten de NY se muzikale duizendpoot Matthew Houck van Phosphorescent gerekend. De man onderneemt een handvol concerten in ons landje en sloot de Belgische tour af in het KC. Op plaat horen we een etherische sound met z’n prachtzang en hemels prevelende klaagzangen, radeloze kreten en ijle schreeuwen, geënt op ontroering, weemoed en melancholie. Een beetje in de lijn van Midlake, Iron & Wine, Will Odham en de lofi van Mountain Goats.
Maar Houck gaf z’n songs een verfrissende injectie door de onlangs verschenen ode aan countryicoon Willie Nelson, ‘To Willie’. Net als Bonnie Prince Billy, liet Houck een bredere en krachtiger aanpak horen. Inderdaad van Phosphorescent mag je altijd wel ‘iets anders’ verwachten. Een ‘new style countryrock’ dunkt me … Hij trad op met een goed op elkaar ingespeelde band, mannen met houthakkershemden, die de rootsrock stevig doordrukten in het ingetogen “A pictuere of our torn up raise”, van de ‘Pride’ cd, met snedige gitaarpartijen, een opzwepende drums en kleurrijke toetsen. In een ware Young & Crazy Horse stijl gingen ze te werk, kijkend naar elkaar en genietend van de klanken van hun instrumenten. Op meesterlijke wijze sponnen ze de song uit … Ook “At death, a proclamation”, “Wolves” en de paar ‘unknown’ tracks, die ze tijdens deze tournee eigenlijk nog inoefenden, waren directer en werden op dezelfde intens bezielde wijze gespeeld. Ze staken er dus duidelijk vaart in op het sfeervolle materiaal van de cd. Op die manier beantwoordden ze aan de tribute ‘To Willie’, waarvan we het snedige “Reasons to quit” en het gevoelig opbouwende “It’s not supposed to be that way” te horen kregen.
De melancholie klonk meer door in het dromerige “I’m a full grown man (I will lie in the grass all day)” en het afsluitende “How far we all come away”.
In een paar nummers liet Houck z’n gitaar links liggen en wandelde als een echte predikant met veel gebaren over het podium, om het publiek in z’n catchy countryrock onder te dompelen. Een bewijs te meer hoe sterk en doordacht Houck en z’n de band zich konden in- en uitleven.
We waanden ons in een ‘Lucky Luke’ decor, aan de saloonbar, met De Daltons achter de hoek. Spijtig genoeg kreeg hij te weinig tijd om z’n songs verder uit te diepen, want dit smaakte overduidelijk naar meer, veel meer zelfs …achterna gezien …

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

 

Woven Hand is het muzikale project van songwriter en religieus predikant Dave Eugene Edwards. Het rockende country/americana avontuur van 16 Horsepower liep na ‘Folklore’ in 2002 spaak; Edwards zocht een nieuwe horizont op en dompelde z’n muziek meer onder in mystiek en een onheilspellende sfeer. Melodramatisch beklijvende songs die door het doorsijpelen van folk, gothic en de Amerikaanse Zuiderse religie en gospel en z’n declamerende voordrachten een spannende dreiging kregen en hem uit de vicieuze cirkel brachten van de americana/countryrock. Een meeslepend, duister, soms duivels geluid, dat het gevoel prikkelde en hekelde en nauw verwant was aan een Cave’s Bad Seeds en Gira’s Swans van in de jaren ’90.

De groep begon z’n adembenemende trip met enkele stevige versies van “Heart & soul”, “White bird”, “Beautiful axe” en “Not one stone” door het snedige gitaarspel en – getokkel, de diepe, soms ronkende bastune en de bezwerende, opzwepende drumpartijen. In het eerste deel van de set overweldigden de ‘birds’ thema’s van schuld, boete, hemel, hel en verdoemenis door een loeiharde sound! Aan de PA werden alle schuivers - of  in Woven Hand’s termen de hemelsluizen - opengezet … Deze repetitief opbouwende songs klonken huiveringwekkend en weergaloos. Krachtige uitspattingen van emotie en onderhuidse spanning.
De vaart nam daaropvolgend wat af, “Tin fingers”, “Cohawkin road” en “Speaking hands” hadden een meer intense, sfeervolle opbouw, enkele venijnige explosies niet links gelaten. “My Russia” leek door het uitgesponnen karakter, de bezwerende psychedelica opbouw en Edwards’s zegzang, een herbewerking van The Doors “This is the end”. Een moment van dwingende rust ervaarden we van het innemende en solo gebrachte “Whistling girl” uit ‘Mosaic’. Om kippenvel van te krijgen!
Na deze homilie in het KC kon het trio er terug vol overgave forser tegen aan met pittiger materiaal als “Kingdom of ice” en “Winter shaker”. Bijna gospelachtige kerkmuziek van ‘hallelujah’s’ die een apocalyptisch geheel vormden onder die hypnotiserende vocals van Edwards . “Horse tail”, bepaald door de gitaar- , basslides en een doffe percussie, mocht na iets meer dan uur het concert overtuigend besluiten, ondanks het feit dat we grift moeten toegeven dat het geluid soms te luid stond. Maar de pleister op de wonde was net dat het Woven Hand terug wat meer aansluiting liet verkrijgen met de  aanpak van het oude rockende 16 Horsepower.

Grails was een perfecte support voor Woven Hand . Het Amerikaanse zestal beschikte over twee drums, en gaf hun postrock een doomy en psychedelica sfeertje, ergens tussen Earth, Motorpsycho, Trail of Dead, SunnO))) en Pink Floyd. Trouwens, de geluidstechneuten van Sunn O))) en Faust zaten zelfs achter de knoppen van de recentste cd’s.
Een geheel van rock, dubs, dreigende soundscapes, diepe drones, wah wah pedaaleffects, psychedelische elektronicagolven, noisestormen en varianten van krachtige en spaarzame stukken. Een geweldige filmische trip van Woven Hand’s apocalyps, een aantrekken en afstoten van onheil, zwaarmoedigheid, onrust, dreiging en rust, gevoel en lieflijke zachtheid …

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

Polsslag 2009: De tweede échte editie van Polsslag kon net als vorig jaar op ruim 12000 belangstellenden rekenen. De Grenslandhallen van Hasselt werden omgedoopt tot het indoor broertje van Pukkelpop in Hasselt –Kiewit. Er was opnieuw het sterke aanbod van bands en DJ’s verspreid over vier zalen.
We noteerden een perfecte overgang in programmatie tussen Marquee – Club en Dance Hall – Boiler Room, wat ervoor zorgde dat de kijk- en danslustigen zoveel mogelijk bands konden ontdekken en/of de voeten onder hun lijf konden dansen …
Een tof ingerichte chill-out en een gezellige, klein ingerichte festival buitenruimte gaven verpozing.
Muzikaal viel de knappe afwisseling van zowel klinkende namen als aanstormend talent te noteren … En als de klok vijf vóór twaalf sloeg was de Dance Hall en Boiler Room ‘the place to be’ tot in de vroege morgen …

Volgend parcours legden we af:
Houssa da Racket vatte het indoorfestival aan in de Club. Het jonge Franse duo debuteerde al eens in de Botanique en als support van Sébastien Tellier. De synthbeats, wave, disco en snedige nerveuze drumpartijen vlogen ons om de oren van deze twee in het wit geklede jonge gasten. Een goede warm-up, met een knipoog naar onze Soulwax/ Goose en het Franse Yello.

Delphic opende op z’n beurt de Marquee. Ze trokken al op als support van Bloc Party in de AB. Ze worden geplaatst binnen de ‘nu rave’ van The Klaxons, The Rapture, Hot Chip, !!! en Friendly Fires. Ze putten voor hun springerige en aanstekelijke popdance gretig uit de freakende ‘80’s pool van Talking Heads, Gang Of Four, Cabaret Voltaire en New Order. Hun groovy pop werkte in op de dansspieren door synths en dubbele percussie; door de stroboscoopeffects werd het podium omgedoopt tot een feestelijke danskotheek …

Stijn Vandeputte, Stijn als artiest, brak definitief door in 2006 met de cd ‘The world is happy now’. Hij kruidde z’n electro en P-funk met soul en jazzy invloeden en was toen te zien met full band op de podia. Van de binnenkort te verschijnen nieuwe plaat, hoorden we al het speelse, hippe “Password”; Stijn keert terug naar z’n roots van alleen werken en stoeien met z’n elektronica-apparatuur en toetsen. We zagen entertainment, sensuele, verleidelijke danspassen en een uitgewerkte performance; hij wist het publiek nauw te betrekken in z’n set. In het eerste deel hoorden we het nieuwe werk van synthwave en trancy opzwepende, pompende beats, die refereerde aan Daan’s “Housewife”.
De Beck virtuositeit en de Prince danspasjes vormden een absoluut hoogtepunt op de huidige single “Password”, ‘two microphones en one DJ’, waarin hij probleemloos z’n stem vervormde. “Gasoline & matches” en “Hot & sweaty” klonken directer en de obligate “Sexjunkie” en “G daddy” ontbraken niet en waren de perfecte afsluiters van een uiterst geslaagde livegig.

Het rijkelijke aanbod van Pukkelpop 2008 zorgde ervoor dat we de beloftevolle Britse band Red Light Company (Marquee) niet aan het werk konden zien. Het kwartet stond garant voor broeierige indierock, wat wordt ondersteund door harmonieuze vocals; ze hebben intussen na de EP ‘With lights out’ hun debuut ‘Fine fascination’ uit . Hun onwennigheid speelden ze kwijt door het warme onthaal. De band speelde een overtuigende set en heeft met songs als “Scheme Eugene”, “With lights out” en de huidige single “Arts & crafts” een goede toekomst voor ogen. In het afsluitende “When everyone is” hoorden we zelfs een rauw rockend Starsailor …

Twee jaar terug waren we sterk onder de indruk van het Londense garagetrio The Noisettes (Club). Ze traden in de voetsporen van The Bellrays en The Yeah Yeah Yeahs en speelden rauwe rock’n’roll blues, waarin een glansrol was weggelegd voor de zwarte ‘panter’ zangeres Shingai Shoniwa. Maar van die vroegere muzikale wervelwind is er op de huidige plaat ‘Wild young hearts’ dito optreden maar weinig sprake meer . Ze klonken minder explosief en trokken de kaart van lichtvoetige, zomerse pop & groove. De band aast met de aanpak van “Don’t upset the rhythm”, “24 hours” en de titelsong “Wild young hearts” op een doorbraak naar een breder publiek! Ze zijn tammere podiumbeesten geworden, die af en toe zich nog eens lieten gaan op oudjes als “Don’t give up” en “Monte Christo”, bepaald door de verleidelijke uitdagingen tussen de gitarist en zijzelf, en een ‘Animal’- lookalike drummer. We bleven op onze honger zitten en hielden meer van die venijnige, scherpe en opzwepende songs met dans- en meezinggehalte…

Het Britse The Rakes (Marquee) houdt wel van ons landje . bij elke nieuwe cd zijn zij meerdere keren te zien op de Belgische podia. Onlangs verscheen de derde cd ‘Klang’ na de beloftevolle ‘Capture/release’ en ‘Ten new messages’. The Rakes zijn een tweede linie postpunkband samen met Futureheads en Maxïmo Park, na een Franz Ferdinand en Bloc Party. De groep behield de frisse, energieke aanpak als voorheen maar met meer pianoloops(“You’re in it”, “The light from your Mac” en “The loneliness of the outdoor smoker”). Vooralsnog moeten ze het hebben van de springerige, strakke “22 grand job” en “Strasbourg”, als de broeierige “We dance together” en “The world was a mess”. De neuzelige zang van de charismatische frontman Donahue deden denken aan Stephen Malkmus van Pavement en z’n hoekige danspassen aan Ian Curtis en Piet Goddaer.

Het Amerikaanse Shearwater (Club) uit Texas hebben al vijf platen pareltjes van songs afgeleverd en bewegen tussen de alternatieve indiefolk en americana. Een doorbraak naar Europa gebeurde met de laatste cd ‘Rook’, ontroerend materiaal in een herfstig decor. De teksten van spil Meiburg gaan over natuurbeelden; niet te verwonderen, want de man is vogeldeskundige. Maar muzikaal trok hij met z’n band alle registers open, want hun romantische songs kregen een snedige, krachtige aanpak en waren meeslepend en opwindend. De band deed z’n instrumenten afzien! Meiburg zong alsof z’n leven er van ging.
Op die manier stonden “The snow leopard”, “Century eyes” en “74/75” regelrecht tegenover het dromerige, sfeervolle “Leviathan, bound” en het intieme “Home life”.

The Von Bondies (Marquee) werden in 2004 gebombardeerd als één van de talentrijke ontdekkingen. “C’mon, c’mon” was één van de singles die de band groots maakte. Maar interne spanning en het conflict tussen frontman Jason Stollsteimer en boezemvriend Jack White (White Stripes/The Raconteurs) beslisten daar anders over … Vorig jaar werd een comeback ingeleid en kwamen ze langs in de Bota om de te verschijnen nieuwe plaat ‘Love, hate and than there’s you’ te promoten (die pas dit voorjaar verscheen btw!) in een nieuwe bezetting met de bevallige dames Gbur en Banks.
Ze kwamen uiterst sympathiek over en speelden in een hels tempo van nog geen uur maar liefst dertien songs! Een melodieus krachtige, gebalde en broeierige garagerockende set. In vroegere tijden zagen we het van hen nog anders …maar ‘the times they are a-changing’. De problemen van toen lieten ze niet aan hun hart komen. De dynamiek op het podium, de opzwepende drums van vaste drummer Don Blum en de zang tussen Stollsteimer en de dames gaven een bruisend concert. De nieuwe “Pale bride”, “Not that social”, “This is perfect crimes” en “He’s dead to me” konden moeiteloos geplaatst worden naast oudjes “Going down”, “Nite train”, “It came from Japan” en het poppy “C’mon, c’mon”. Ze putten afwisselend uit hun drie platen ‘Raw & rare’, ‘Pawne shoppe heart’ en het recente ‘Love, hate and than there’s you’. Muzikaal refereerden ze nauw aan White Stripes en het oude Pumpkins.

Hooggespannen verwachtingen waren er naar het muzikale project van Karen Dreijer Andersson, Fever Ray (Club), een helft van het Zweedse The Knife. We zagen een impressionante act van de dame en haar crew: een aparte en bizarre klederdracht van de leden, waarbij Karin getooid was in een soort pels van bizons, die deed terugdenken aan de tijd van ‘Conan the Barbarian’ en een lichtdecor van lasers en lampedeires, die de spannende dreigende en sfeervolle sound elan gaven. Voor wie al onder de indruk was van het audiovisuele spektakel van The Knife, kon evenzeer z’n hartje bekoren bij Fever Ray. Het refereerde aan de jaren ‘80’s shows van The Residents (‘Eskimo’ – ‘The mole show’ – trouwens een belangvolle inspiratiebron!).
Er was heel wat volk in de Club opgedaagd. Muzikaal was Fever Ray ergens te situeren tussen Bel Canto, Björk, Cocteau Twins, Japan en het angstaanjagende van Massive Attack en Sunn o))), door de combinatie van ijzige, warme en Indiase elektronica, spaarzame melodielijnen en sluipende, slepende beats, onder haar hemels heldere en zuivere zang, die af en toe werd vervormd. De mysterieus bezwerende set werd ingeleid door de soundscapes van “If I had a heart” en eindigde even intens met “Coconut”. Het ging van het onderkoelde geluid en de lome beats op "Triangle walks” en “Concrete walls” tot de meer sfeervol toegankelijke aanpak van “Now’s the only time I know”, ” I’m not done” en de single "When I grow up". Het publiek was erg aandachtig van deze op z’n minst bijzondere, huiveringwekkende set!

In afwachting van Peter Doherty’s komst, opgehouden om op tijd te kunnen optreden, begon het NY se The Yeah Yeah Yeahs (Marquee) eraan. Hun optredens in ons landje zijn schaars, wat wil zeggen dat onze aandacht verscherpt is als ze langskomen. De band put uit de garage rock’n’ roll van The Cramps, Sleater-Kinney en Boss Hog, de arty ‘80’s Siouxie en Nina Hagen, de shoegaze van The Raveonettes en de ‘70’s hardrock van Joan Jett. Bepalend in die sound zijn de schreeuwerige, gillende soms zuchtende zang van Karen O, de messcherpe gitaarlicks en de strakke drums. De derde cd ‘It’s Blitz’ is pas verschenen en op Polsslag konden we een handvol songs ervan horen: “Headz will roll”, “Dull life”, “Skeletons”, “Soft shock” en de single “Zero”. Ze hadden een broeierige opbouw en klonken door toetsen iets breder en sfeervoller. De levendige oudjes “Pin”, “Phenomena”, “Gold lion” en het ingetogen “Maps” zijn dreigender van aard en konden nog steeds rekenen op een puike respons. Meerwaarde blijft de performance die Karen O weet op te voeren. Tot slot was het decor de moeite waard door een – opnieuw -aan The Residents refererende eyeball met blauwe cirkels eromheen. Een geslaagde return van dit onderschat gezelschap!

Weliswaar een opluchting, want Peter Doherty (Marquee) was ér … ondanks een bemoeilijkte vlucht, betert de man duidelijk z’n leven en heeft hij een vastere dagstructuur. Hij onderneemt een heuse clubtournee om z’n soloplaat ‘Grace/Wastelands’ elan te geven. Doherty, omarmd door z’n akoestische gitaar, was in pak en had z’n alom gekende hoed op. Hij was vergezeld van twee balletdanseressen. Op het podium stond een tafeltje waarop een fles whisky, drie cola’s en een pakje sigaretten lagen; als tafelnap gebruikte hij de Britse vlag.
De punk heeft de man nog steeds in hart en nieren; hij speelde nonchalant de puntige, rammelende gitaarsongs, gedragen door z’n onvaste stem, en ging op een hoe-komt-het-uit-stijl in op de reacties van het publiek. Een sympathieke aantrekkingskracht tussen de artiest en z’n publiek, en Doherty’s recept van talentvol musiceren en vakmanschap!
Hij stelde - krachtig, innemend en pakkend -, een pak songs voor van z’n oeuvre van Babyshambles (oa “Stick & stones”, “Albion”, “In love with a feeling”, “There she goes” en “Delivery”), van het oude Libertines, waaronder “Can’t stand me now”, “What a waster”, “Time for Heroes” en “Up the bracket”, een handvol nieuwe songs (“Last of the English roses” en “Arcady”) en liet ruimte voor enkele ‘unknown’ tracks. Wat soms de nieuwsgierigheid en spanning deed afnemen en een deel van het publiek bracht richting Dance Hall/Boiler Room of besloot huiswaarts te keren.

De Dance ontsnapte ons niet … na de Franse invasie van Daft Punk, Cassius en Justice noteerden we op Polsslag de DJ virtuositeit en ervaring van de vier turntablists van Birdy Nam Nam in een Coldcut opstelling. Hun opzwepende, dynamische potpourri van electro, trance, house en beats wist in geen mum van tijd de aanwezigen in de Dance Hall in te palmen. Andere Fransen lieten zich vanavond niet onbetuigd en slaagden evenzeer in de opzet er een dampende Dance Hall van te maken met enkele dancefloorkillers waarin de ‘ooh’ en ‘aahs’ de beats trachten te overtreffen: Mr Oizo (Quentin Dupieux), tien jaar terug aan de basis van de Franse electro scène met het minimalistisch, repeterend klinkend “Flat beat”, mengde house, trance, disco en beats, waarin we o.a. z’n smash hits “Positiv” en “Two takes it” herkenden; en DJ Sebastian kwam in de belangstelling door z’n talrijk remixwerk van o.a. Daft Punk, Kelis en Das Pop. Aan de avontuurlijke arty electrorock van Fischerspooner was nog niet iedereen te vinden. Het Duitse duo Booka Shade (op het podium een live band) zette iedereen aan tot dansen met hun trancegerichte dance, bleeps en opzwepende percussie (wat electro/neotrance wordt genoemd). “Dusty Boots”, “Karma Car”, “Charlotte” en Laurie Anderson’s “Oh Superman” herkenden we in hun verbluffend staaltje dance en beats. Eén van de huidige ontdekkingen zijn het Italiaanse Crookers, die het party geweld in de Boiler Room verder zetten. Ze zijn verantwoordelijk voor enkele eigenwijze, dreunende en onweerstaanbare remixen van o.a. Robin S, Beastie Boys, Chemical Brothers en Moby. “Day’n’nite” (de samenwerking met Kid Cudi), “Knobbers”, “Madkidz”, “Big money comin’” en “Sveglia waren de perfecte zaligheid binnen de neurotische electrodance om onze dansnacht te besluiten.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pagina 151 van 180