logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
The Wolf Banes ...

Noah & The Whale

Noah And The Whale – Gezwind en met oog voor verandering de nacht in

Geschreven door

Met het zopas uitgebrachte ‘The Last Night On Earth’ heeft de Londense formatie Noah And The Whale een derde koerswijziging in evenveel albums doorgevoerd. Waar de debuutplaat ‘Peaceful, The World Lays Me Down’ uit 2008 (met het aanstekelijke, zomers getinte « 5 Years Time » als exponent) gekenmerkt werd door een mix van pop, rock en een stevige dosis folk, stond opvolger ‘The First Days Of Spring’ (2009) bol van cinematografisch uitgedrukt gemis, verdriet en dramatiek. De aanvankelijke optimistische, lichtvoetige teksten en voortgebrachte klankkleur via onder meer akoestische gitaar, ukelele en handgeklap hadden daarbij plaats gemaakt voor een spaarzame elektrische gitaar, een weemoedig klinkend piano, strijkers en een zangkoor met daartussen de donkere vocalen van zanger/gitarist en tekstschrijver Charlie Fink.
De ommezwaai kwam er niet zozeer omwille van enig gebrek aan succes (het debuut was meteen goed voor een top 10 notering in eigen land) maar situeerde zich eerder op het gevoelsmatige. Want op dat vlak heeft Charlie Fink het de voorbije periode niet onder de markt gehad.
Toen zijn broer, steun en toeverlaat Doug uit Noah And The Whale stapte om zich toe te leggen op een professionele loopbaan als arts maar vooral ingevolge het feit dat  voorafgaand hieraan groepslid Laura Marling niet alleen voor een solocarrière opteerde maar daarbij ook een punt zette achter haar jarenlange relatie met Fink, bleef deze met een gebroken hart achter en kon hij dit enkel verwerken door alles van zich af te schrijven. Het muzikale werkstuk dat hieruit voortvloeide, was weliswaar prachtig (uw recensent van dienst plaatste dit trouwens bovenaan het lijstje van beste albums uit 2009) maar als we de groep vorig jaar in Frankrijk zagen concerteren, konden we ons niet van de indruk ontdoen dat ondanks de goede optredens, Fink zich afstandelijk opstelde en een zekere tristesse bleef uitstralen.

Maar kijk, amper een jaar verder blijkt op de nieuwe plaat optimisme de hoofdtoon te voeren.  Dit wordt geëtaleerd in een uitgebreidere instrumentatie via o.m. het toevoegen van synthesizers en wat gospel (Jen Turner van Here We Go Magic en de Water Sisters die indertijd te horen waren op Michael Jackson’s « Wanna Be Startin’ Somethin’ » verzorgen onder meer de vocalen). Mede daardoor wordt ook een ander, meer gepolijst en radiovriendelijk geluid gecreëerd dat in de pers en bij de fans op gemengde gevoelens onthaald werd. Hoe dan ook, van het star vasthouden aan één enkele succesformule kan men Noah And The Whale niet beschuldigen en bovendien kan men niet om de knappe melodieën en het tekstschrijverschap van Fink heen.
Voor het eerst besloot Fink vanuit de derde persoon te schrijven en is ‘The Last Night On Earth’ minder autobiografisch te noemen. Het thema van de plaat is de onbegrensde mogelijkheid die de nacht biedt, alsook de opwinding en vrijheid om te veranderen en aldus een nieuwe persoon te worden.
Tekstueel worden daarbij « Bone Machine » van Tom Waits en « Berlin » en « New Sensations » van Lou Reed als invloeden naar voor gebracht en qua productie haalt Fink geregeld in interviews platen als ‘Before And After Science’ en ‘Another Green World’ van Brian Eno, ‘Calling Out Of Context’ van Arthur Russell en ‘Dirty Mind’ van Prince aan.
Dé referentie vormt evenwel het gedicht ‘The Laughing Heart’ van Charles Bukowski en de zin “Your life is your life, know it while you have it” in het bijzonder. Er wordt aangeraden te leven alsof het de laatste nacht op aarde is.

Vanaf de aanvang van hun concert afgelopen dinsdag in een uitverkochte AB Club, stond Noah And The Whale inderdaad te musiceren alsof het hun ultieme vertoning zou worden. Gezwind, vol overgave en bijzonder uitgelaten werden de nummers hoe divers ook van aard, gepresenteerd.
De sfeer op als voor het podium zat er meteen goed in met heel wat lachende gezichten. Dit werd tijdens het optreden onder meer onderstreept tijdens een opzwepende uitvoering van « Love Of An Orchestra » via samenzang, viool (bespeeld door Tom Hobden), piano (via Fred Abott) en gerichte drumslagen (van de 21-jarige nieuweling Michael Petulla) dat enthousiast door het publiek werd onthaald en het nummer via ritmisch handgeklap begeleidde.
De meeste groepsleden waren getooid in strakke pakken met dito das en leken hiermee het frivole en nieuwe nog extra in de verf te willen plaatsen. Dit werd nog aangewakkerd door de klankkleur van de recentste plaat live niet te behouden maar eerder te opteren voor een meer algemeen rockgetint geluid met daarbij enkele keyboards die niet zozeer prioritair maar wel complementair aangewend werden.
Waar bijvoorbeeld « Tonight’s The Kind Of Life », dat de volgende single zal worden, op de nieuwe plaat nog associaties oproept met Bob Seger of Tom Petty, leek de in de AB Club uitgevoerde versie meer te refereren aan Bruce Springsteen of op kleinere doch niet minder beminde schaal aan Steve Wynn.
Door de aanpak klonk de groep overwegend eerder Amerikaans dan Brits. Zonder haar eigenheid te verliezen, kon het swingende en melodieuze « Waiting For My Chance » van de hand van Wilco geweest zijn, « Rocks And Daggers » begon net als op de debuutplaat folky mede door de vioolpartij van Hobden maar mondde na enkele tempowisselingen uit in southern en countryrock die niet zou misstaan bij Drive-By Truckers (evenals het bijzonder snedige « Shape Of My Heart ») en « My Door Is Always Open » was dan mede door de slide van Fred Abott, een secuur bespeelde basgitaar door  Matt ‘Urby Whale’ Owens en vooral de samenzang, in het fraaie straatje van The Low Anthem terug te vinden.
In het verlengde van laatstgenoemde nummer was er ook ruimte voor enkele fraaie rustige passages tijdens de zoals – een overigens spraakzame – Fink liet weten “Romantic section of the show”. Zo werd de akoestische gitaar bovengehaald en de lichten gedoofd bij het breekbare « I Have Nothing » en bij het prachtige « Wild Thing » werd met behulp van een vleugje elektronica, een Chris Isaak aandoend gitaarrifje en spanning brengende viool de warme voorzomerse bries die buiten heerste, muzikaal de zaal ingeblazen.
De reguliere set werd afgesloten met het indrukwekkende « The First Days Of Spring » dat via een paukenintro, viool en een aanvankelijk spaarzame doch crescendo gaande gitaar de zwaarmoedige sfeer van het gelijknamige album perfect naar voor bracht. Mede door een uitgesponnen outro leek zowaar postrock zich onderhuids de groep te willen nestelen.

Drie toegiften volgden nog. Vooreerst kwam er ons met het broze en ingetogen « Old Joy » een nieuw hoogtepunt ter ore om vervolgens plaats te maken voor de huidige single « L.I.F.E.G.O.E.S.O.N » -  perfect op maat gemaakt voor het komende festivalseizoen -  en het onvermijdelijke « 5 Years Time » dat ietwat te overhaast en enkele kleine slordigheden bevattende na 1u20’ een einde maakte een bijzonder aangenaam concert waarbij Noah And The Whale veel hechter en op alle vlakken pakkender uit de verf kwam dan bij hun passage vorig jaar.

In het voorprogramma stond niet de in eerste instantie aangekondigde Hannah Peel (die naar de Botanique verhuisde) maar wel het jonge Britse groepje Exlovers. In onze contreien nog vrij onbekend maar via hun combinatie van shoegaze en dreampop zijn muzikale gelijkenissen met pakweg Teenage Fanclub, Lush of The Pains Of Being Pure At Heart nooit ver weg. Mede door de samenzang tussen Peter Scott (zanger/gitarist) en Laurel Sills (zangeres/ keyboards) klonken nummers als « Silhouette », « Unlovable » en « Clouds » lieflijk terwijl de huidige single « Blowing Kisses » gekenmerkt werd door het snelle drumgeroffel van Brooke Rogers. Vernieuwend noch wereldschokkend maar een niet onaardige opener.

Setlist :
Give A Little Love, Blue Skies, Tonight’s The Kind Of Night, Give it All back, Love Of An Orchestra, Just Me Before We Met, Life Is Life, Jocasta, The Line, I Have Nothing, My Door Is Always Open, Wild Thing, Rocks And Daggers, Shape Of My Heart, Waiting For My Chance, The First Days Of Spring
Bis: Old joy, L.I.F.E.G.O.E.S.O.N., 5 Years Time

Organisatie: Ancienne Belgique, Brusse


Lisa Germano

Lisa Germano - Klassieke pracht

Geschreven door

Niet dat je het haar zou toegeven, maar Lisa Germano is ondertussen reeds 52 jaar geworden en in die jaren heeft deze vrouw gezien hoe een ster kan rijzen maar ook hoe ze kan dalen. De Amerikaanse begon haar eerste muzikale stappen bij John Cougar Mellencamp en eens ze het solopad verkoos, viel ze al gauw in de gratie van 4-AD baas Ivo Watts-Russell.
Niet alleen waren haar eerste platen op dit label de bekende kip met de gouden eieren maar werd zij ook betrokken bij het superproject This MortalCoil.
De liefde had echter zijn beperkingen want toen Germano op toer was met The Smashing Pumpkins bemerkte ze tot haar verbazing dat 4-AD haar prompt gedropt had omwille van de teleurstellende verkoopcijfers van ‘Slide’.
Het resulteerde in een gedegouteerde Germano die de muziekindustrie liet voor wat het was. Als bij wonder werd zij opgepikt door Swans-opperhoofd Michael Gira die de diva een nieuw dak toewees onder diens Young God Records.

Germano zou nooit meer de undergroundster worden die ze destijds was, maar het leverde haar naast een reeks sterke albums wel een horde trouwe fans op die gisteren wederom present waren in een volle Orangerie. De stoeltjes wezen er op dat dit geen rockconcert ging worden en inderdaad, vrouwe Germano had deze keer genoeg aan een piano. Zoals steeds was Lisa de gezellige kletskous waarbij je doorheen de humor ook de tragiek kon zien.
Zo verwees ze bij een ingetogen “From a Shell” naar 9/11 en dus naar de dood. Zoals we van haar gewoon zijn, kon ze het niet laten om haar, bij momenten macabere, gedachten op het publiek los te laten en wat haar bij momenten die bekende clown met zijn lach en traan maakte.
Een vrouw gedurende een uur op een piano zien pingelen kan best vervelend zijn, behalve als ze Lisa Germano heet. We werden getrakteerd op ruim een uur klassesongs die voornamelijk uit haar laatste albums ‘
Lulllaby For Liquid Pig’ en ‘Magic Neighbour’ kwamen, naast ook nog een nummertje uit haar repertoire met OP8, een samenwerking met Giant Sand, die haar eerder in de Botanique bracht.

Nadien kwam Lisa tot tweemaal toe terug. Deze keer was het om verzoekjes te spelen, ook al was de voorwaarde dat het bespeelbaar op piano moest zijn.

Toen “Reptile” niet bepaald de ideale keuze bleek, beloofde Lisa dat ze de volgende keer haar gitaar zou meebrengen. Wedden dat wij er volgende keer weer staan?

Organisatie: Botanique, Brussel

British Sea Power

Valhalla dancehall

Geschreven door

British Sea Power - Buitenbeentje in de Britpop werden ze omschreven. Op de vijfde plaat wordt nogmaals de diversiteit onderstreept. Grilligheid, eigenzinnigheid en toegankelijkheid zijn de sleutelwoorden van dit boeiende gezelschap. Dwars, tegendraads, beklemmend, bedreven, groots en meeslepend zijn ze. Al op de eerste songs “Who’s in control”, “We are sound” en “Stunde null” weten ze me te veroveren, ze klinken nogal fel en krachtig met breed uitwaaierende gitaarrifs. Ook “Cleaning out the rooms”, dromerige shoegaze en het opbouwende, aanzwellende, lang uitgesponnen “Once more now” zijn behoorlijk spannend en behoren tot hun beste werk. Vervolgens draaien ze makkelijk de knop om op “Georgia Ray”, “Mongk II”, “Luna” en “Baby”, die eerder atmosferisch, indringend, sfeervol en licht hallucinant van aard zijn en die de variëteit en de klasse van de band benadrukken. En dan zitten er nog een pak songs tussen die daar tussenin bengelen en ervoor zorgen dat British Sea Power een straffe band is die niet binnen 1 hokje te plaatsen valt.

The Strokes

Angles

Geschreven door

The Strokes hebben een nieuwe plaat uit, maar of ze de fans van weleer en nieuwe fans zullen plezieren is een andere vraag … tien jaar na het debuut ‘Is this it, vijf jaar na de laatste cd ‘First impressions of Earth’ en na de solo uitstappen van o.m. Albert Hammond Jr en Julian Casablancas.
Het Amerikaanse vijftal imponeerde toen nog met gave, boeiende, frisse, levendige en pakkende retropoprocksongs. Ten dele horen we de intens broeierige catchy aanpak met “Machu Picchu”, “Under cover of darkness” en “Two kinds of happiness” die het retropoppend gitaargerinkel benadrukt. “Gratisfaction” en “Metabolism” die op het eind van de cd staan, behouden dezelfde rock intensiteit, maar ze raken en beklijven minder als voorheen.
Nu voegen ze 80’s synths aan toe zoals op “Games” en klinken ze dus op meerdere songs, “You’re so right” en “Taken for a fool” avontuurlijker. Verschillende ideeën zijn samengebracht, maar samenhangend klinkt het echter niet … synthpop en retrorock zijn nog niet voldoende ingebed samen …”Call me back” is dan de ‘sleper’ van de plaat.
Geen groot tromgeroffel dus bij de terugkeer van The Strokes. Goede plaat, maar niet meer dan dat. Het charmante van hun retrorock is duidelijk vervaagd.
Toch dit: de kunstzinnige hoes van de cd is van de vergeten Belgische schilder Guy Pouppez, die de late jaren ’70 en begin jaren ’80 samenbrengt. De inspiratie tot deze plaat …

Esben & The Witch

Violet Cries

Geschreven door

‘Violet Cries’ is een opmerkelijke debuutplaat van Esben & The Witch , een trio uit Brighton, gitaar/keys Thomas Fischer, gitaar/elektronicaloops Daniel Copeman en Rachael Davis op percussie, die over een etherische stem beschikt. Hierdoor past de band makkelijk binnen het concept van Bat For Lashes, Miranda sex garden en The Cranes, door de repeterende lijnen binnen de sombere, dreigende, etherische gothic pop, sierlijk ondersteund van trippop en postrock.
Terecht kan je ook van vroeger de invloeden aanhalen van Curve, Cocteau Twins, Siouxie Sioux, Evanescence (Amy Lee), de oude PJ Harvey en de Twin Peaks soundtrack (het ritme en de zanglijn van Julie Cruise).
Traag slepend, beklemmend songmateriaal door het dof apocalyptische drumgeroffel, prikkelende gitaarloops en onheilzwangere elektronica zorgen ervoor dat “Argyria”, “Marching song”, “Warpath” en “Eumenides” in het oog springen. ‘Suspense’ daar draait het ‘em om bij het trio en ze hebben hierdoor een fraai plaatje afgeleverd.

The Vaccines

What did you expect from The Vaccines?

Geschreven door

‘One –two – three’, zo eenvoudig kan het soms zijn een klasse rock’n’roll song te schrijven … 81 seconden , meer had het Londense kwartet The Vaccines van zanger Justin Young niet nodig om subiet uit te groeien als één van de beloftes van 2011. Op het debuut merken we overwegend onvervalste rock’n’roll, fris, rechttoe-en-gaan, energiek, opwindend, puntig en direct. Meteen waren we onder de indruk van de openingssong “Wreckin’bar (ra ra ra)” en “Norgaard”, die beiden strak en gejaagd zijn. En evenzeer blijven we onder de indruk van de intens broeierige, opbouwende songs “All in white”, “Family friend” en “Blow it up”. “Post break-up seks”  en “Wolf pack” zijn melodieus spannend net als “If you wanna” en “A lack of understanding”. Op adem kom je even met “Westuit”. Songs met een ‘waw’ gevoel, recht voor de raap en catchy!
Hoe het soms kan lopen … Spil Justin Young aka Jay-Jay Pistolet maakte vroeger deel uit van een Londense  folk-scene rond Mumford & Sons en Laura Marling, had totaal geen succes en besloot met nieuwe vrienden vanuit de losse pols rock’n’roll songs te schrijven.
The Vaccines hebben een rock’n’roll debuut uit, die bands als White Stripes, The Strokes, The Libertines en Franz Ferdinand eerder al leverden. Ze refereren aan oude bands als The Jam, The Ramones, The Ronettes en The Undertones.
Schitterend debuut die ongelofelijk snel beluisterd en her beluisterd is . Mooi he!

Green Day

Awesome As F**k

Geschreven door

In 2009 lieten de Amerikaanse punkrockers  van Green Day het album ‘21ste Century Breakdown’ op de wereld los. Dit ondertussen al achtste studio-album sloeg bij velen in als een clusterbom en kon het succes van ‘American Idiot’ moeiteloos evenaren.
Green Day trok uiteraard op een uitgebreide tournee die hen in alle uithoeken van de wereld zou brengen (ze hielden oa een fel gesmaakte passage op het jaarlijkse feestje  van ene Herman Schuermans) en waarbij ze elke show ook opnamen.

Nadien beluisterden ze alle opnames en selecteerden ze de volgens hen beste fragmenten.  Resultaat is dit nieuwe  live-album (het derde al in het bestaan van de band) dat bestaat uit zeventien nummers.  Oudere hits als “American Idiot”, “ Boulevard Of Broken Dreams” en “East Jesus Nowhere” ontbreken uiteraard niet naast verschillende nummers uit het laatste album ‘21st Century Breakdown’.  Ook een minder bekende track  als “Going to Pasaqacqua” uit het debuutalbum van Green Day passeert de revue én er is zelfs een nieuwe song “Cigarettes and Valentines”. De 17 nummers werden allen op verschillende plaatsen opgenomen (van de  UK, VS, Japan, Duitsland, Australië tot Oostenrijk) en knallen verdomd lekker uit de speakers.  Het is duidelijk dat de drie heren weten hoe ze een fijn punkrockfeestje  dienen te bouwen.  Een kleine kanttekening zijn de verschillende overgangen tussen  de nummers die het  geoefende oor zeker zal opmerken...
De live dvd betreft een registratie van de show in Tokio in januari 2010.  Een zeer leuke show die mooi de sfeer van het concert weergeeft maar ongetwijfeld ook een commercieel interessante keuze want de verkoop van deze dubbelaar zal er in Japan niet minder op zijn...  Deze dubbelaar is best een leuk ding voor fans die alles van Green Day verzamelen, voor andere muziekliefhebbers zal de relevantie ongetwijfeld een stuk minder zijn...

Cluster

Cluster 71

Geschreven door

Wij zijn het ondertussen al gewoon om releases van Bureau B te bespreken, maar hoor je ons klagen?
Deze plaat werd origineel in 1971 uitgebracht en wel op het Philips-label. Op zich is dat geen wonder want ook “Autobahn” van Kraftwerk werd destijds op dit label uitgebracht.
Maar wat heeft die Kraftwerk nu met die Cluster te maken, horen we je denken.
Alles en niets. Oorspronkelijk werden ook de elektronica-grootmeesters uit Dusseldorf net als deze Cluster aanzien als makers van Krautrock. Een term die alle Duitse groepen samenbrengt die zich bezig hielden met experimentele elektronica. Cluster bestond uit Hans-Joachim Roedelius en Dieter Moebius, een tweetal dat aanzien wordt als één van de grondleggers van het ambientgenre.
De ene mens zal niet begrijpen hoe ‘muziekkenners’ het ooit in hun hoofd kunnen halen om zo’n plaat zo hoog te waarderen terwijl andere dan weer hun vingers zullen aflikken bij de atmosferische, dromerige klanken van dit Duits duo.
H
et is maar hoe je het bekijkt maar wij vinden wij dit essentieel platenvoer!

Roadburn 2011 – dag 4 – Afterburner

Roadburn 2011 – dag 4 – Afterburner

Ook al waren er nog kaarten te verkrijgen op zaterdag voor de Afterburner: op zondag stond het bordje “sold out” mooi te pronken aan de ingang van de 013. Met andere woorden: 4 dagen Roadburn voor een vol huis! De Afterburner is een beetje de uitloper, die sommige mensen nog de kans geeft om toch één dag van dit legendarisch festival te kunnen meepikken en te genieten van de excellente sfeer die zo typisch is voor Roadburn. Deze Afterburner is een traditie geworden en voor het eerst werd – met de komst van de Canadezen van Black Mountain – gebruik gemaakt van de hoofdzaal, met afwisselend de Green Room. Twee zalen in plaats van vier dus op deze laatste dag.

Over opener SPINDRIFT, uit Newark (Delaware) op de Main Stage kunnen we kort zijn. Een set vol flauwe, zondagse, psychedelische spaghettiwestern-rock die door het publiek lauw werd ontvangen. De prachtige visuals die op de achtergrond werden geprojecteerd, hadden meer bijval bij het publiek. Hierdoor verslapte de aandacht voor de muziek nog meer en werd er enkel nog gefocust op deze visuals, die op het netvlies gebrand bleven. Het oor echter bleef kniezend in de hoek staan bij dit zéér teleurstellend optreden. Dat Spindrift maar vlug eens zijn inspiratie zoekt bij wijlen stadgenoten van Zen Guerrilla (hun tegenpolen en de bastaardzonen van MC5 met optredens waar de gensters van het podium schoten als op een kampvuur met een teveel aan te droog gesprokkeld hout er bovenop).

Het Nederlandse SUNGRAZER deed het ondertussen stukken beter in de Green Room. Het drietal uit Nederlands Limburg had er duidelijk zin in op deze zonnige en lazy sunday en dat sloeg over op het publiek. Nederlands hoop in bange dagen trakteerde ons op een extralange, hypnotiserende powertrip (de lokale coffeeshop ‘The Grass Company’ moet dringend eens het recept navragen).
Kyuss op zijn Hollands. Orgelpunt van hun set was een schitterende en krachtige versie van “Common Believer”. Gitarist Rutger Smeets, bassist Sander Haagmans en drummer Hans Mulders verlieten met een big smile en onder luid applaus het podium. Puik concert!


Op de Main stage waren de BLOOD FARMERS voor de tweede maal aan de beurt tijdens de vierdaagse. In tegenstelling tot donderdag bakten ze er weinig van. Hadden de heren teveel in ‘The Grass Company’ vertoefd of was het ook voor hen ‘zondag = rustdag’?  Wie zal het zeggen.
Een inspiratieloze set was het gevolg. In tegenstelling tot Winter en Count Raven, brachten de New Yorkers hun doommetal zonder bezieling, waardoor het publiek vroegtijdig afhaakte of apatisch en ongeïnteresseerd het optreden uitzat. Jammer en een gemiste kans.

Gelukkig was DRAGONTEARS in de Green Room stukken beter. Het zijproject van Lorenzo Woodrose (zanger van BABY WOODROSE), een vaste gast op Roadburn, was het eerste hoogtepunt van deze zondagnamiddag line-up.
De Deense spacerock spatte van het podium en dreef ons op kruissnelheid mee voor een rondje universum. Ogen sluiten en gaan met die banaan! Een zalige zondagse ruimtewandeling was het gevolg en een welgekomen verademing na de wat lauwe afkooksels die we deze namiddag al te horen gekregen hadden. Space on!

De loodzware death/doommetal die we daarna van het Japanse COFFINS in ons gezicht gespuugd kregen, haalde ons direct uit de trip en terug naar de rauwe realiteit. Ons namiddagdutje konden we vergeten en het hoofdpodium stond in vuur en vlam. Opener “Buried Death” opende letterlijk onze gehoorhangen en we sperden onze ogen wijdopen voor zoveel geweld op een ‘decibelloze’ zondag.
Een loeiharde zompige ritmesectie ondersteunde de rake en ranzige gitaarriffs. We liked it a lot en de rest van het publiek dat ook wakker geschud was, eveneens! De Japanse tsunami gaf het 4-dagen oude publiek wat energie om de laatste loodjes van de avond nog te kunnen wegen! Great concert of zoals de Japanners het zo mooi kunnen uitdrukken:
素晴らしいコンサート (Subarashii konsāto)!

Daarna moesten we noodgedwongen een pauze inlassen zodat we DEAD MEADOW, THE MACHINE en BLACK PYRAMID oversloegen om een praatje te maken met andere wereldburgers en de innerlijke mens wat te versterken met spijs en drank. Menselijke behoeften die primair zijn en dus niet genegeerd kunnen worden! J

We waren terug paraat om het hoogtepunt van de dag te aanschouwen op het hoofdpodium. BLACK MOUNTAIN, met één voor één getalenteerde muzikanten, dat in korte tijd een trouwe en uitgebreide schare aan fans rond zich wist te verzamelen, trad dan ook op voor een tot de nok gevulde 013.
De PA-problemen bij aanvang (de sound-engineer van dienst had blijkbaar last van gehoorproblemen) waardoor drums en bas alle andere instrumenten, inclusief de zang van Amber Webber overstemden, werden gelukkig na een tijdje rechtgezet. Toen pas kon je merken dat vooral de hemelse zangpartijen van publiekschuwe mevrouw Webber een welgekomen extra dimentie gaven aan de pompende bas van Matt Camirand, de repetitieve drumroffels van Joshua Wells en de Black Sabbath riffs die uit de gitaar van Stephen McBean schoten. McBean die jarig was en door de andere groepsleden op het podium werd getrakteerd op een fles champagne. “Happy Birthday To You” werd ingezet door de groepsleden en het publiek viel luidkeels in. McBean liet zich dit alles met een big smile welgevallen. Hoogtepunt van de set was ongetwijfeld het mystieke, van vibrato voorziene, door Amber Webber solo gezongen “Queens Will Pay”. Goosebumps all over!
Deze Canadezen trakteerden ons op een schitterend concert en daar waren niet alleen wij, maar de volledige 013 zéér gelukkig om! Check eens hun albums ‘In The Future’ en het vorig jaar uitgebrachte “Wilderness Heart” en je zult het volmondig met ons eens zijn: Black Mountain is een héél grote groep aan het worden die één voor één schitterende songs uitbrengt. Mogen ze nog lang blijven musiceren: onze oren kunnen er alleen blij van worden!


Afsluiter in de grote zaal was het sludge/doom metalgezelschap SOURVEIN uit Cape Fear, North Carolina, USA. Het kwartet opgericht in '93 door zanger T-Roy Medlin (ex-Buzzov*en, Hail! Hornet) en enig origineel lid, deden dat met een groovy, heavy en brutale set.
We hoorden granaatbommen als “Uneasy” en “Dirty south” (van ‘Salvation’), “Bangleaf” (uit ‘Will to mangle’), “Witch rides out” (van de ‘Emerald vulture’-EP) en het spijkerharde “Fangs” uit het binnenkort te verschijnen ‘Black fangs’.
Het muzikale plaatje van het viertal, dat verder bestaat uit gitarist 'King' James Haun, bassist Dave Sherman (Earthride, Spirit Caravan) en drummer Jeffrie Moen was vergelijkbaar met dat van illustere en luidruchtige oproerkraaiers als Eyehategod, Floor, Cavity, Weedeater, enz. Datvvertaalde zich live in vette, opzwepende riffs, diepe baspatronen en hardbeukende drumroffels. De getormenteerde vocals van T-Royb dienden vooral als sfeerschepping zonder dat ze een boodschap of betekenis wilden overbrengen. Maar daar stoorde niemand zich aan. Er werd lustig gesprongen, gemosht en meegebruld. En dat was trouwens de laatste kans van Roadburn 2011! Een terechte afsluiter van een bijzonder geslaagde editie!

NAWOORD
Om als groentje (eerstejaars Roadburners) deel uit te mogen maken van dit bonte allegaartje was een geschenk uit de hemel. We bedanken Walter en zijn crew van harte dat we erbij mochten zijn en we kunnen eigenlijk geen slecht woord verzinnen over dit schitterend georganiseerd festival. We kijken nu al reikhalzend uit naar onze tickets voor de editie 2012, die terug doorgaat in Tilburg van donderdag 12 tot en met zondag 15 april. Voorlopig hebben we nog een beetje last van een Roadburnout, maar we kunnen bijna niet wachten tot het weer zover is! Roadburn stole our heart!

Ook als laatste noot nog eens vermelden dat onze landgenoten prominent aanwezig waren op deze Roadburn-editie. Naast Shazzula Nebula (die ook optrad bij White Hills) waren ook Peter Brems, beter bekend onder de naam DJ cosmicmasseur en residence DJ in Het Depot en Sojo in Leuven tijdens stoner- en aanverwante gigs en Sven Daems, beter bekend als DJ SVN, die je wel ergens in het land tegenkomt op concerten en festivals van de partij. Ze onderhielden het publiek tussendoor op leuke plaatjes. En laten we zeker ook de twee energieke reporters van FM Brussel niet vergeten (waaronder de altijd sympathieke Saïd Al-Haddad) die gedurende deze 4-daagse menig interview deden en weetjes sprokkelden die we later in een compilatie op het site FM Brussel 98.8 zullen kunnen beluisteren! Dit zal de afwezigen een perfect beeld kunnen voorschotelen van hoe het er op Roadburn aan toe gaat. Allen luisteren, zouden we zo zeggen. Met andere woorden: de Belgen lieten de Nederlanders een poepje ruiken op DJ-gebied. En het moet gezegd: Tilburg op zich is al de moeite om de oversteek van de Schelde te wagen! We hebben niets dan vriendelijke en voorname Nederlanders ontmoet tijdens ons kort verblijf. Het was hartstikke leuk en voor herhalling vatbaar. Tot volgend jaar!

Organisatie: Roadburn, Nederland

Roadburn 2011 – dag 3

Roadburn 2011 – dag 3

CANDLEMASS (Main Stage – 15:45-18:00)
De Zweedse grondleggers van de doom metal, Candlemass, speelden een uiterst lange maar sfeervolle set. De band, opgericht in Stockholm in ’84, rond bassist en songwriter Leif Edling, bracht voor de gelegenheid twee zangers mee: het eerste deel van het optreden werd verzorgd door Robert Lowe (ook Solitude Aeturnus) sinds 2006 de vaste frontman en het tweede gedeelte nam origineel zanger Johan Langquist voor zijn rekening.
De muziek wortelt in de traditie van Black Sabbath, waarbij de riffs logger worden gespeeld, miste zijn uitwerking niet op het enthousiaste publiek. Onderwerpen als duistere stemmingen, onheilspellende locaties en gebeurtenissen uit de donkere Scandinavische oertijden staan centraal. Met een zanger van formaat als Robert Lowe en een quasi perfecte geluidsmix kwamen mastodonten als “Marche funèbre”, “Mirror mirror”, de recente songs “If I ever die” en “Hammer of doom” (beide van ‘Death magic doom’) en de classics “At the gallows end” en “Samaritahn” (van ‘Nightfall’) bijzonder hard aan.
Dit was traditionele bombastische doom metal zoals we die graag hebben! Op aanvraag van de Roadburn-organisatie werd de blauwdruk ‘Epicus doomicus metallicus’ (’86) integraal ten gehore gebracht. Oorspronkelijk vocalist Johan Langquist zong de sterren van de hemel bij sublieme en tijdloze nummers als “Solitude”, “Demons gate”, “Crystal ball”, “Black Stone wielder” en “A sorcere’s pledge”. Hierbij gingen vele aanwezigen compleet uit de bol, dit was top!
Voor het derde en laatste deel kwam Robert Lowe terug het podium op om “The well of souls” en “Emperor of the void” (‘King of the grey islands’) te vertolken.
Als verrassing brachten beide frontmannen de fantastische en vorig jaar opgenomen Blue Oyster Cult-cover, “Don’t fear the reaper” en bij ”Darkness in paradise” (‘Ancient dreams’) nam ook het publiek de zang voor zijn rekening. Een moment dat velen zich nog zullen herinneren.
Dit was pure en onversneden klasse, zonder twijfel een hoogtepunt!

WHITE HILLS (Green Room – 17:30-18:45)
Het was een noodzaak om tijdig aanwezig te zijn in de Green Room om het uit New York opererende White Hills aan het werk te kunnen zien. Het spreekwoord ‘als haringen in een ton’ was namelijk van toepassing: zo gegeerd is White Hills bij het Roadburnpubliek. De core-bandleden Dave W. (gitaar) en sexy blonde vamp Ego Sensation (bas) laten zich op drums begeleiden door Lee Hinshaw. Onze landgenote Shazulla Nebula (a Belgian gypsy on the road) neemt het electronische gedeelte voor haar rekening: synths, effecten en Lenin’s favoriete instrument: de theremin.
White Hills brengt space-rock, doorspekt met electronische effecten en zijn duidelijk bastaardkinderen van Hawkwind. Ego Sensation kan je – in haar rode mini-outfit – uiterlijk het best vergelijken met Poison Ivy van The Cramps en Shazulla is een natural beauty met een evil-pony: haar handelsmerk. Deze twee mooie verschijningen waren zeker ook een reden waarom de Green Room té klein was. Maar in hoofdzaak was het natuurlijk de gesmaakte combinatie van de heavy spacerock en electro-effects van White Hills waar het publiek voor kwam. “Dead”, “Oceans” en “Head On Fire” verhitten de zaal en namen ons telkens hypnotiserend mee voor een trip doorheen het universum. Hoogtepunt van de set was een loeiharde versie van “Three Quarters” uit hun White Hills-album. Shazulla liet de theremin alle hoeken van de zaal zien, terwijl de andere 3 leden tekeer gingen als losgeslagen wilde dieren.
Dit werd een loodzware hallucinante trip (in de categorie Timothy Leary op een overdose LSD) die zijn uitwerking nog lang na het concert zou laten voelen. Een schitterende performance van een typische Roadburnband! We zouden er niet rouwig om zijn, mochten ze volgend jaar terug op de Roadburnaffiche staan!

WEEDEATER (Main Stage – 18:30-19:30)
Wie van moddervette grooves, bijtende riffs en bot bonkende drums hield, was op zijn plaats bij Weedeater. Dit trio uit North Carolina, Weedeater produceert als meer dan tien jaar sludge/stoner van het  smerigste soort, denk aan genre-genoten als Eyehategod, Acid Bath, Bongzilla, Rwake en Buzzov*en. Dixie Dave Collins krijste en brulde over de geneugten van marihuana, gitarist Dave Shepherd zorgde voor verpletterende en laaggestemde gitaren en drummer Keko mepte er hard op los.
Met moerassige en overrompelende tracks als “Weedmonkey”, “Mancoon”, “God luck and good speed”, “20 dollar peanut” en het Lynyrd Skynyrd rebellenverhaal “Gimme back my bullets” was er weinig ruimte voor subtiliteit en nuance, dit was een pletwals zonder weerga, een geluidsmuur van jewelste die een onvermijdelijk effect op onze nekspieren had.

EVOKEN (Green Room – 19:15-20:15)
De Amerikaanse funeral doom metal van Evoken uit New Jersey, USA, bracht ons naar de peilloze donkerte van het bestaan. Het vijftal dat beïnvloed is door de Australische cult band Disembowelment, het Amerikaanse Winter, het Duitse Worship en het Finse Thergothon en Skepticism riep de meest miserabele, doodse en suïcidale klanken op.
De extreem negatief klinkende en desolate en epische doom/death metal was mysterieus, occult en bovenal indrukwekkend. De diepe maar verstaanbare growls van zanger/gitarist John Paradiso en de duistere en sobere keyboardlijnen van Don Zaros bepaalden het totaalgeluid. Toch mag leadgitarist Chris Molian ook niet onvermeld blijven, hij produceerde de traagst mogelijke riffs die velen in een soort trance brachten. Bassist Dave Wagner en slagwerker Vince Verkay zorgden voor een stevige en solide ritmesectie.
Hier was geen licht aan het einde van de tunnel, een wereld van pijn en verdriet regeerden. In doom we trust!  

VOIVOD (Main Stage – 20:00-21:00)
Net zoals de dag voordien in het Midi Theatre was Voivod in topvorm. En hoewel de nummerkeuze grotendeels hetzelfde was (ditmaal geen ‘Kaleidos’ en ‘Killing technology’), was het terug volop genieten geblazen van deze onnavolgbare en volstrekt unieke Canadese thrash/prog rockers.
Het totaalgeluid was misschien ietsje minder in balans en rommelig, toch kwamen vele toeschouwers goed aan hun trekken. Waarschijnlijk ook door het feit door de wilde verhalen over hun fantastische en intense optreden van vrijdag. Het spelplezier droop af van het viertal dat zichtbaar de tijd van hun leven hadden op het grote podium. Bij “Ripping headaches” en hun themasong “Voivod” speelden er zich wilde taferelen af.
Bassist Blacky dook zelf eventjes het talrijk opgekomen publiek in. Toeschouwers die het aangebodene duidelijk wist te waarderen. De enorme backdrop met hun typische en kleurrijke illustraties kwamen in de ruime concertzaal nog beter tot hun recht. Echte kunstwerkjes, pareltjes zijn het, die beslist een groot stuk van het imago bepalen en bijdragen aan de mythe rond de groep. Er werd weer afgesloten met “Astronomy Domine” van Pink Floyd dat ook nu weer opgedragen werd aan hun overleden broeder Piggy die duidelijk nog niet vergeten is en voortleeft bij vele fans.
Muzikaal was hier weinig of niets op aan te merken, dit zijn oude rotten die hun vak kennen, de sterren van de hemel spelen en top zijn in wat ze doen. Dit verveelt nooit, see you next year!!

IMAAD WASIF (Bat Cave – 20:15-21:15)
De enkelingen die al na een 10-tal minuten van het optreden van Imaad Wasif de Bat Cave verlieten, hadden ongelijk. Je moet Imaad Wasif en Two Part Beast (zijn ritmesectie) wat tijd gunnen om op koerssnelheid te komen en de ietwat aarzelende, schichtige start door de vingers zien.
De afwisseling van bluesy folk, psychedelische rock en heavy stoner zorgde voor geen moment verveling en klonk als muziek in de oren. Imaad’s stem werd prachtig en verstaanbaar naar de voorgrond gemixt (wat zeldzaam was tijdens deze 4-daagse). Hierdoor kwamen integere songs zoals “Oceanic” en “Turn to you” nog meer tot hun recht. Het zomerse, van glamrock doorspekte “Redeemer” (denk aan T.Rex en vooral aan Marc Bolan) bracht een warme gloed in de zaal en de eerder bedeesde Wasif geraakte op dreef!
De tengere psych-rocker waagde zich zelfs aan een crowdsurf. Van schuchterheid of verlegenheid geen sprake meer! Krachtige versies van “Priestess” en “Razorlike” gaven het publiek enkele kopstoten van jewelste!
Hoogtepunt was ongetwijfeld het schitterende “Fangs” dat ingetogen startte maar daarna wah-wahgewijs uitmondde in een tsunami van loeiharde psychedelische stonerrock met een schreeuwerige Wasif. Terug een schitterend concert van Wasif en zijn beesten! De afwezigen hadden zeker ongelijk!

SHRINEBUILDER (Main Stage – 21:30-22:40)
Dat supergroepen niet altijd garant staan voor knappe optredens werd vanavond jammer genoeg nog eens bevestigd. Grootste spelbreker tijdens hun performance was de onevenwichtige totaalsound, een euvel dat hen tijdens het gehele optreden parten bleef spelen en maar moeilijk opgelost raakte.
We hoorden vooral het imposante en dito basgeluid van Al Cisneros (Om, Sleep) en de strakke en gevarieerde drumroffels van Dale Crover (The Melvins). Het gitaarspel en de vocalen van de tandem Scott Kelly (Neusosis) en Scott ‘Wino’ Weinrich (Saint Vitus, The Obsessed, the Hidden Hand, Spirit Caravan) kwamen weinig of niet door in de mix. Spijtig, want dit is essentieel om te kunnen genieten van deze stoner metal/doom of mantra’s/chants zoals we deze nummers ook durven te bestempelen.
De gehele gelijknamige Shrinebuilder-plaat passeerde de revue, met als sterkste momenten “Pyramid of the moon” en “Science of anger”. We ontwaarden ook de Creedence Clearwater Revival-cover “Effigy” en nieuwe nummers als “Nagas 1 & 2” en “We let the hell come” uit de mistige geluidsbrij.
De te hoge verwachtingen werden niet ingelost, een spijtige zaak en bijna onbegrijpelijk als je weet dat deze kerels een vaste geluidsman hebben. Dit was teleurstellend. Volgende keer beter?!

YAKUZA (Green Room – 22:15-23:15)
De avantgarde-metal van het uit Chicage afkomstige Yakuza was één van de minder bekende en a-typische acts op de affiche, maar daarom zeker niet minder interessant. De boeiende en inventieve cocktail van experimentele rock, free jazz, wereldmuziek, psychedelica, progressieve rock en (doom) metal was beklijvend en ongebruikelijk. De ongebruikelijke instrumenten als de tenor saxofoon en de klarinet, bespeeld door zanger/multi-instrumentalist, Bruce Lamont zorgden afwisselend voor een slepend en opzwepend geluid. Hierbij komen namen van jazzcats als Ken Vandermark, Hamid Drake en John Zorn in ons op, dit was beslist als compliment te bestempelen.
Het kwartet bracht vooral songs uit hun alombejubelde laatste studiowerk ‘Of seismic consequences’: we hoorden potige uitbarstingen als “Thinning the herd”, “Stones and bones”, “Be that as it may” en “Testing the waters”. Van voorganger en doorbraakplaat ‘Transmutations’ werd het prachtig opgebouwde en subtiele “Egocide” de Green Room ingeslingerd net als het overweldigende “Raus”.
Gitarist Matt McClelland, bassist Ivan Cruz en drummonster/percussionist Jim Staffel waren perfect op elkaar ingespeeld en zorgden voor een krachtige en atmosferische geluidsmuur. Het oudje “Chicago typewriter’ (uit ‘Way of the dead’) zorgde voor de finale genadeslag. We lagen knock-out in de touwen! Maar wat een verbluffend straf optreden was dit!

SWANS (Main Stage – 23:15-00:45)
Absolute headliner en publiekstrekker op de zaterdag was Swans. Voor wie Swans niet kent, een kleine introductie: Swans is een invloedrijke Amerikaanse noise/industrial/experimentele rockband, opgericht in ’82, in New York door singer/songwriter/multi-instrumentalist Michael Gira. Ze waren vooral befaamd om hun krankzinnig luide en intense optredens waarbij regelmatig aanwezigen brakend de zaal uitliepen. Hun sound was log, minimalistisch, beenhard en afgekloven. Naast Gira, waren vocaliste/songwriter Jarboe en gitarist Norman Westberg de enige vaste leden. Tussen ’82 en ’97 penden ze een aanzienlijke en uitgebreide discografie bijeen: elf studio-albums, zeven compilaties, elf EP’s en negen live-platen! Een gezond werkethos noemt men dat. Na de split in ’97 profileerde Gira zich vooral als solo-artiest en frontman van Angels of Light, een project met constant wisselende musici. Gedurende deze periode maakte hij eerder breekbare, akoestische en ingetogen muziek. Hij richtte tevens zijn eigen platenlabel op, Young God Records. Toch begon het weer te kriebelen en aldus werd vorig jaar Swans nieuw leven ingeblazen door Gira, ditmaal zonder Jarboe. Er volgde een felbejubeld comeback-album (hun eerste in 13 jaar!) met de veelzeggende en sombere titel ‘My father will guide me up to a rope to the sky’.
Een achttien maand durende wereldtournee is volop aan de gang. Ze begonnen hun set met een indringend uitgesponnen drone, aanzwellende loops en gehamer op staven waarbij langzaam aan één voor één de andere instrumenten bijkwamen. Zodra de bas en gitaar invielen herkenden we “No words/no thoughts”, tevens de opener van het laatste album. Een trage opbouw is typisch voor Swans en zou een hoofdkenmerk worden van de performance. Elke song kreeg de tijd om zich live te ontwikkelen tot ‘monsterversies’ van een kwartier tot zelfs twintig minuten, dit in tegenstelling tot de studio-versies die eerder kort en beknopt zijn. Door de lange improvisaties was het altijd merkbaar wanneer een track eindigde en een ander begon.
Uiteindelijk speelde Swans ruim twee uur, waarin ze slechts elf nummers ten gehore brachten. Van verveling was er echter geen sprake, kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit, zoveel was duidelijk!
Van de oorspronkelijke bezetting zijn alleen Gira en oudgediende Norman Westberg op post, aangevuld met de ‘nieuwe werkkrachten’ Chris Prevdica op bas, lapsteel-gitarist Christoph Hahn. Phil Puleo en Thor Harris (beide ex-Angels of Light) etaleerden hun kunsten niet alleen op drums maar stonden ook hun mannetje op keyboards, xylofoon en vibrafoon. Dit alles gaf een duidelijke meerwaarde aan het totaalgeluid, een streling voor oog en oor! Tijdens “Your property”, beukrock uit ’84, sloegen de decibels je om de oren. “Sex God Sex” uit meesterwerk ‘Children of God’ was minimalistisch en ondraaglijk intens, een aanslag op de trommelvliezen.
Het recente ‘Jim’ was een uitermate expressief, donker en cynisch eerbetoon aan de Australische industrial/noise-artiest Jim Thirwell, ook wel bekend onder de naam Foetus, een tijdsgenoot en vriend van Swans. De geslaagde medley “You know nothing/Beautiful child” was bitter en bijna gewelddadig. “I crawled”, een andere stokoude Swans-song was confronterend en brutaal. “My birth” en “Eden prison” dreven allebei op onontkoombare, uitgespaarde en tribale ritmes. We werden compleet murw geslagen.
We hoorden ook een nieuw instrumentaal nummer met de voorlopige werktitel “Avatar”. Een ander opvallend nieuwe song had de memorabele zinsnede “Lady Gaga, lady go go, lady get out!!”. Een weinig subtiele sneer naar de nieuwe pop prinses. Met het korte en bijna spirituele “Little mouth” trakteerden ze ons op een bisnummer en kwam er een einde aan een verbluffende en indrukwekkende show.
Gira was niet bepaald communicatief. Hij keek gefocust en schijnbaar boos naar zijn muzikanten, vooral bassist Chris Prevdica kreeg het zwaar te verduren. Hij zei amper een woord tegen het publiek (“Thanks boys and girls”), maar dankte hen wel voor de jarenlange trouw.
Een optreden van Swans anno 2011 is een twee uur durende uitputtingsslag gedirigeerd door de machtige bariton van Gira en waarbij alles draait om volume, repetitiviteit en intensiteit. Je voelt als het ware de muziek door je hele lijf, een soort van oerritueel. Swans behoort nog steeds tot de extreemste, luidste en radicaalste gezelschappen uit het hedendaagse muzieklandschap en dit werd vanavond nog eens goed in de verf gezet. Ze serveerden ons een indrukwekkend en niet te versmaden en vooral luide performance die nog lang zal nazinderen!! Welcome back Swans!! Schitterende afsluiter van de 3de dag Roadburn!!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Roadburn, Nederland

Pagina 771 van 963