Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
avatar_ab_01

Carl Barât

Carl Barât - Everybody can be a Libertine

Geschreven door

Het is woensdag  6/10/2010, ik zit te studeren achter mijn bureau en kan maar aan 1 ding denken: “Godverdomme, vandaag komt de CD van Carl Barât uit in België!”
Na een aantal vruchteloze pogingen om mij verder te verdiepen in mijn leerstof besloot ik toch maar richting CD-winkel te trekken en het album te gaan kopen.
De cover maakt het album, stel u ‘London Calling’ van The Clash voor met een andere cover, het zou hetzelfde niet zijn. Deze albumcover was gewoonweg lelijk, compleet in strijd met het fraaie artwork waar ex-compaan Peter Doherty mee kwam aanzetten bij zijn soloplaat. 
Ook het luisteren van de plaat was ondraaglijk, de nummers pasten helemaal niet in het Libertines-ethos en het was moeilijk om te geloven dat dit Carl Barât was.
Toen hij dan op 30 oktober naar de Botanique kwam, verkoos ik om mij van kop tot teen in het zwart te verkleden en de sfeer te gaan opsnuiven in Hasselt voor Sinner’s Day.

Een aantal maanden en luisterbeurten later raakte bekend dat hij weer naar Brussel kwam en deze keer twijfelde ik niet, Carl Barât is en blijft Carl Barât en hem 2 keer missen zou een schande zijn voor een Libertines-fan als ik. Helaas annuleerde hij het concert in ware Libertines-stijl en werd het verplaatst naar 15 april.

Voorprogramma van dienst was TBHB oftewel The Big Hat Band. Een mengeling tussen Schotten en Brusselaars, The Jam meets Buzzcocks, een fantastisch optreden. Ze pakten mij dan ook wel helemaal in toen ze zeiden: “The next song is delicated to Mick Jones.” Mick Jones! De punkheld! De Guitar Hero! Maar ook de producer van de 2 Libertines platen!

Toen moest Carlos komen, gelukkig moest ik niet al te zenuwachtig zijn of hij al dan niet zou komen, vrienden van mij hadden hem al gezien en gesproken. Maar tegen de verwachtingen in strompelde iemand op het podium… Wie hebben we daar? Kurt Cobain on stage! Euh, ik bedoel een langharige blonde kerel die als 2 druppels water op Ons Kurtje leek. Met een fles wijn in de hand kwam hij met de boodschap dat Barât hem gevraagd had wat songs te spelen. 5 nummers en weg he, Kurtje, het publiek snakt naar de ex-Libertine.
En zo geschiedde, na 5 nummers en een overdonderend applaus kwam de begeleidingsband en 20 seconden later Carl Barât himself op podium, waarop het publiek de controle verloor. “The Magus” en “Run With The Boys” (de 2 hoogtepunten van de CD) gevolgd door “The Man Who Would Be King”, het was een droomstart.
Vervolgens een rustmoment met het wondermooie “Carve My Name”. Want zo zag ik de nummers uit z’n soloplaat, als ideale rustmomenten in afwachting van nummers van The Dirty Pretty Things en vooral The Libertines. We werden verwend tot en met, “Up The Bracket” en “Death On The Stairs” van The Libs en “Deadwood” en het knallende “Bang Bang You’re Dead” van DPT.
Maar het verwenarrangement bleef maar duren, we kregen een bisronde die minstens even lang duurde als de set. Biggles fungeerde als wandelende Libertines jukebox! “France, Ballad of Grimaldi”, absoluut hoogtepunt “Music When The Lights Go out” en de kaakslagen “Time For Heroes” en “Don’t Look Back into the Sun” als laatste 2 nummers van de avond.

De interactie met het publiek was fenomenaal … ‘Everybody can be a Libertine’; platen signeren, bier geven aan dorstige fans, een Britse vlag aannemen, een scheut wijn drinken van een fan en discussiëren met mezelve of ik nu al dan niet op podium met hem “Don’t look back into the sun” mocht gaan zingen. “You look like Pete, but you probably can’t sing like him, so it won’t work out…”
Toch ging ik mijn kans en sprong ik het podium op, helaas werd ik weggehaald door de security. Wat een verschil met de early Libertines periode waar er meer publiek op dan voor het podium stond!
Nu ja, Carl wordt ook ouder en zoals hij het zelf zegt: “Ik kan niet blijven rond cruisen met een gestolen fiets met Pete op de bagagedrager…’

Het raakte ook bekend dat Carlos naar Les Ardentes komt, ik geef jullie alleen 1 gouden tip: Don’t you fuckin’ miss it! In een gesprek met een fan verklaarde Biggles trouwens ook dat “hij zeer graag op Pukkelpop wil spelen.” Chokri, boeken die Libertines!

Organisatie: Botanique, Brussel


James Leg

James Leg - Echt vuurwerk pas na de pauze

Geschreven door

Nadat de tour van de Soledad Brothers samen met James Leg jammerlijk niet door ging werd ter elfder ure nog een nieuwe Europese tour voor James Leg alleen in elkaar geflanst waarbij ons land over het hoofd werd gezien. Dan maar de grens over naar Kaffee 't Hof in Middelburg, een aangename kroeg waar de patron een goeie muzikale smaak heeft. Alleen moest je er wat tijd hebben want het optreden, dat uit twee delen bestond, begon pas rond 22u30.

James Leg (echte naam John Wesley Myers) is de zanger-pianist van de Black Diamond Heavies, één van de indrukwekkendste live-sensaties van de jongste jaren, die momenteel noodgedwongen onder eigen naam opereert nu zijn partner in crime, drummer Van Campbell, het wat rustiger aan wil doen na zijn huwelijk. Sinds het (voorlopige) verscheiden van de Black Diamond Heavies was de eeuwig tourende Myers al eens in Europa met Cut In The Hill Gang, maar dat was eerlijk gezegd toch een halve ontgoocheling. Er viel dus nog wat goed te maken en we waren dus benieuwd wat hij er met zijn nieuwe drummer en oude vriend, Andy Jet Jody, van zou bakken. "Gewoon Black Diamond Heavies met een andere drummer" had hij me na het optreden van Cut In The Hill Gang beloofd maar dat pakte toch enigszins anders uit.
Aanvankelijk kon James Leg het optreden in Middelburg met de beste wil van de wereld niet van de grond krijgen. Er waren wat problemen met de klank die niet meteen opgelost raakten maar dat was echt niet de enige reden. Op zijn nieuwe plaat ‘Solitary pleasure’ vaart Leg toch een wat andere koers en precies die meest afwijkende (i.v.m. Black Diamond Heavies) songs zaten in het eerste deel van de show. Nummers waarin het distortionpedaal met rust werd gelaten en zijn Fender Rhodes zowaar klonk als een New Orleans piano. Mogen "Nobody's fault" (kon zo geplukt zijn uit Tom Waits' ‘Closing time’, "No license (song for the caged bird) of "Whatever it takes" op plaat beslist overtuigend klinken, live vielen ze nogal slapjes uit en konden zeker niet beklijven.
Voor het eerst kreeg ik het gevoel dat ik dit niet meteen terug moest zien, dat terwijl ik BDH minstens tien maal aan het werk zag en nog steeds naar meer snakte. Maar was het geen Nederlander die ooit zei "'t kan verkeren"? Met de gospelstamper "Georgia", dat klonk alsof ik het mijn hele leven al kende maar toch gewoon van de nieuwe plaat afkomstig is, sloeg het vuur uiteindelijk toch in de pan. Eindelijk hadden beide heren de juiste drive te pakken en net nu de stomende trein goed op de rails stond werd er een break ingelast en kwam de twijfel weer de kop op steken. Misten we dan toch die fantastische Van Campbell op drums?
Blijkbaar had James Leg onze gedachten gelezen want het tweede deel van de avond was van een compleet andere wereld. De ‘Fender Rhodes fingerfucker’ snauwde zich met die indrukwekkende growl van hem en druipend van het zweet als vanouds door zijn songs, hierbij zijn piano en basorgel voortdurend molesterend. Dit terwijl Andy Jody onze twijfels de deur uit mepte en één blok zinderende rock-n'-roll bleek. Heeft waarschijnlijk niet voor niets ooit bij Barrence Whitfield & The Savages gespeeld. Een groot zanger is hij niet maar de door hem gezongen cover, "Oh sweet nuthin' " van de Velvet Underground, was verdomd één van de hoogtepunten van de avond. En zo waren er nog bij de vleet : het onverslijtbare " Poor brown sugar", de Link Wray-cover " Fire and Brimstone" en "Drinking too much" waarbij James de daad bij het woord voegde en zijn whisky met een biertje doorspoelde.
Met een zelden geziene gretigheid raasde dit duo door die tweede set, geen seconde verslappend en o, zo fel contrasterend met het eerste deel van de avond. Je wou dat er nooit een einde aan kwam maar met een koppel bluessongs gebeurde het onvermijdelijke toch : het nog steeds hypnotiserende "Take a ride" van T-Model Ford en "Got my mojo workin' ", bekend van Muddy Waters en waarbij James zijn drummer op de proef stelde want dit hadden ze nog nooit eerder gespeeld.

Nog één keer kwamen ze terug om alles en iedereen (de Stones incluis) te verpletteren met een razende versie van "Jumpin' Jack Flash". Daarna konden we enkel naar adem happend de frisse buitenlucht opzoeken.
Achteraf vernam ik dat James Leg dit jaar opnieuw komt naar het Folks Blues Festival in Binic, Bretagne (eerste weekend van augustus, net als Left Lane Cruiser (!!!), Radio Moscow, Bloodshot Bill en Mark Porkchop Holder (in het prille begin derde lid van BDH).

Organisatie: Kaffee ’t Hof, Middelburg

The Young Gods

Cercueil – The Young Gods - Frans synthpoptalent ontmoet uitmuntende Zwitserse klasse

Geschreven door

Vorig jaar waren talrijke Sinners Day-bezoekers ervan overtuigd dat The Young Gods één van de hoogtepunten in de Ethias waren. Met zo een gedachte in het achterhoofd was het dan ook uitkijken naar de komst van de Zwitserse indusrockers die ons land tweemaal een bezoekje brachten, want daags na de Botanique stonden ze op de planken in Diksmuide.

Vooraleer het allemaal zover was mochten we eerst kennis maken met een trio uit Lille: Cercueil. Deze band begint in het gothwave-milieu aardig naam te maken en daar zal de stem van Penelope wel voor veel tussen zitten.
Het toeval wil namelijk dat zij met een stem gezegend is die als twee druppels water lijkt op die van Siouxsie. Beweren dat ze een kopie zouden zijn van dit gothinstituut zou echter meer dan oneerlijk zijn want ook al bezit hun geluid de typische staccatogitaartjes die in de jaren ’80 iedere waveplaat sierden, balanceren ze mooi tussen eigentijdse synthpop en donkere wave.
Het trio moet misschien nog leren dat je op een podium best wat beweegt maar voor de rest waren alle verwachtingen ruimschoots nagekomen.

De laatste cd van The Young Gods ligt ondertussen reeds enkele maanden in de winkel  te glunderen. De nieuwe plaat is weliswaar wat je noemt een groeier maar toch behoort ‘Everybody knows’ niet tot het sterkste van wat The Young Gods ooit gepresteerd hebben.
Niettemin blijft het steeds een verademing om de stem van Franz Treichler door je boxen te horen galmen en dat bleek gisteren ook nog maar eens het geval te zijn in de 4AD.
Meteen bij opener “Blooming” beseften we weliswaar dat Franz opgescheept zit met die vervelende grijze haren maar gelukkig bezit deze man nog steeds dezelfde betoverende stem als uit de tijden toen we met zijn allen naar de platenwinkel trokken om ‘L’eau rouge’ aan te schaffen.
Het eerste deel van het concert bestond grotendeels uit materiaal dat uit de nieuwe cd geplukt werd. Hierdoor kregen, mede door het overdonderend livegeluid, nummers als de uptempo-rocker “No man’s land” of het langzaam kabbelende “Mr. Sunshine” een extra dimensie die het op cd wat mist.
The Young Gods zijn niet voor niets vernoemd naar een nummer van Swans en anno 2011 staan zij nog steeds garant voor een hoge brok energie waarbij beukende gitaren de electronicaklanken van Alain Monod mooi weten te omhelzen en dit met Treichler als ideale dirigent.
Van de nieuwe tracks onthouden we vooral het ingetogen “Introducing” en “Tenter le grillage” die ons deed herinneren hoe beklijvend nummers als “Envoyé” ooit wel waren, dat trouwens later op de avond bovengehaald werd en zoals te verwachten op enthousiast gedans door het publiek onthaald werd.
Met een concert dat bijna de kaap van twee uur haalde, verwenden The Young Gods niet alleen hun fans door hun nog eens “Gasoline man” of meebruller “Skinflowers” uit de kast te halen maar ze bewezen ook dat hun geluid heeft weinig of niks aan decibels ingeboet had.
Een mens zou zelfs het woord ‘Memorabel’ durven prevelen!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Horse Feathers

Superieure folk van Horse Feathers

Geschreven door

Kill rock Stars is een indie label uit Portland,Oregon, met als bekendste artiesten Gossip en Elliott Smith. Horse Feathers is een van de juweeltjes op dit label, en werd bij ons opgepikt met hun vorige album ‘House with no home’. Voor fans van Bon Iver, Fleet Foxes of Decemberists is deze band zeker het ontdekken waard.

Vanavond stond dit viertal rond zanger Justin Ringle in de Nijdrop, het jeugdhuis uit Opwijk die dit voorjaar een heel sterke programmatie in elkaar gestoken heeft.
Horse Feathers is nog niet erg bekend in Europa, wat hen verplicht om een low budget tournee te ondernemen.Zo stonden ze de avond voordien in een huiskamer in Gent, en hadden ze een beperkt aantal instrumenten meegenomen. De Nijdrop had ook voor een intieme setting gezorgd, zodat het publiek aan tafeltjes het concert kon volgen, en je bijna van een aperitief concert kon spreken.
Justin Ringle is zowat de enige vaste man in Horse Feathers, terwijl Horse Feathers nog een drietal was ten tijde van 4House with no home’, heeft hij ondertussen alle andere bandleden vervangen en is de band nu uitgebreid tot een viertal voor de live uitvoering van het nieuwe album ‘Thistled Spring’.

Ringle nam vanavond de gitaar en banjo voor de rekening, terwijl Nathan Crockett viool, Catherine Odell cello en Sam Cooper de drums voor de rekening nam.
Het aandachtige publiek in de Nijdrop kreeg vanavond een bloemlezing uit de twee laatste albums, waarbij de wisselwerking tussen de strijkerssectie en de banjo of gitaar van Ringle vooral opvielen. Er was veel dynamiek in de nummers, van muisstil (waardoor het lawaai van de lokale band die boven in het repetitiekot iets tussen Nirvana en The Hickey Underworld aan het inoefenen was doorkwam), tot heel dynamisch.
Het hoogtepunt was wat mij betreft “Curse in the weeds” met het ietwat hese stemgeluid van Ringle dat perfect aansloot met de viool- en cellostukken die wel van de hand van  Johann Johannsson leken te komen en ook “Rude to rile” dat een nummer is dat Badly Drawn Boy in jaren niet meer geschreven heeft. De drummer verjaarde vandaag, dus kreeg hij en het publiek een “Happy Birthday” op zingende zaag.

Horse Feathers is een zo een van die kleine bands, waarvan iedereen die ze live aan het werk ziet, onmiddellijk fan is. Als je van folky americana houdt en van bands als Beirut, Bon Iver, Woven Hand of Fleet Foxes in het bijzonder, dan moet je ook deze Horse Feathers eens ontdekken, je zal niet ontgoocheld worden.

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

The Young Gods

The Young Gods – zinnenprikkelende goden van het alternatieve circuit

Geschreven door

Het Zwitsere The Young Gods (bandnaam gekozen naar een EP van hun helden Swans) zijn na meer dan een kwarteeuw nog steeds een buitenbeentje waarvan het aantal dungezaaid is in het muzikale landschap. Heden gaan ze als een viertal door het leven: naast Franz Treichler (zang, gitaar), Al Comet (toetsen) en Bernard Trontin (drums) is Vincent Hänni (gitaar en jaren creatieve sidekick) toegevoegd als vierde volwaardig lid. Roli Mosimann kan gezien worden als vijfde lid achter de schermen en tevens vaste producer.

The Young Gods zijn sinds hun debuut midden de jaren tachtig altijd een stapje voor geweest op de rest: ondergetekende vergeet nooit de opengesperde monden in het publiek bij hun doortocht in 1987 op het legendarische Futurama-festival in Deinze, waar Franz een meeuwendans deed tijdens “Je fais la mouette”. Door de jaren heen sloegen ze voortdurend nieuwe paden in. “Het voor zichzelf spannend blijven houden” is een motto dat de Zwitsers nauw aan het hart ligt. Ook op hun laatste album ‘Everybody Knows’ van eind 2010 nemen ze terug een nieuwe en spannende muzikale koerswijziging. Een mengeling van ingetogen elektronische en akoestische parels en uitbarstende mini-orkaantjes maken van dit laatste album terug een ontdekking voor het oor. Het was ook rond dit laatste album dat de tournee van 2011 werd opgebouwd en die op woensdagavond 13 april halt hield in de prachtige ‘Orangerie’-zaal in de Brusselse Botanique.

The Young Gods startten hun set met 4 songs uit hun laatste album: de duivelse intro “Sirius Business” (een kleine minuut synths on speed) dat moeiteloos overvloeide in het prachtig openbloeiende “Blooming” (een perfecte soundtrack voor een nieuwe film van David Lynch). “Tenter le grillage” zorgde voor de eerste bewegingen in de voorste rijen waar het publiek heupwiegend werd meegenomen op een mantra-esque trip met Franz Treichler’s hese stem als leidraad. Bij het opzwepende “No Man’s Land”(een song om op volume 11 af te spelen tijdens een nachtelijke autorit) was het hek volledig van de dam en stond de zaal in rep in roer. De vlam zat in de pan en met nummers als “Supersonic” uit hun ‘Second Nature’ van 2000 en “About Time” uit het ‘Super Ready / Defragmenté’ album van 2007 werd het er alleen maar heter op in de zaal.
Daarna werd terug overgeschakeld op waakvlam en volgde een ingetogen, vrolijk klinkend “Mister Sunshine”, een melancholisch en up-tempo “Miles Away” met trippy synths, een prachtig accoustisch gitaartje en een Spartaans ondersteunende ritmesessie. Deze laatste song klokte af na 10 minuten zonder één seconde verveling. De akoestische weg werd verder ingeslagen met “Introducing”, terug een meeslepend pareltje uit het laatste album. Na nog 2 songs uit het ‘Super Ready’ album (“Everythere” en “I’m the drug”) werd afgesloten met een kopstoot van jewelste: de mini-orkaan “Envoyé” uit hun titelloos debuutalbum uit 1987 – het publiek in extase achterlatend.
Een publiek dat meer wou en ook meer kreeg met een dubbele bisronde. Ronde 1 met magistrale versies van klassiekers “Skinflowers”, “Kissing the Sun” en “C’est quoi, c’est ça” en eindigend met het ingetogen “Two to Tango” van hun laatste album.
Ronde 2 met een ontvlambaar “Gasoline Man”, een bevriezend “Freeze” en een beklijvend “Once Again”.

Eens te meer maakten The Young Gods hun live-reputatie waar! Ondergetekende werd nog nooit ontgoocheld tijdens de meerdere concerten van deze ondertussen al wat oudere goden die hij mocht meemaken tijdens hun kwarteeuw carrière (of het moest vorig jaar op Hellfest geweest zijn, waar ze – buiten hun wil om – er na twee nummers de brui aan moesten geven wegens organisatorische stroomproblemen die niet tijdig opgelost geraakten). En ook woensdagavond stonden deze geniale Zwitsers terug de pannen van het dak te spelen in de Europese hoofdstad. Niet alleen het publiek genoot met volle teugen, maar ook op het podium niets dan lachende gezichten. En zo zou het altijd moeten zijn tijdens concerten. We wachten al vol ongeduld op hun volgende doortocht!

Organisatie: Botanique, Brussel

Domino 2011 - José González - Domino met behulp van Zweedse strijkkunst netjes opgeborgen

Geschreven door

Domino 2011 - José González - Domino met behulp van Zweedse strijkkunst netjes opgeborgen
Domino 2011 - José González & The Göteborg String Theory

In februari van dit jaar bleven onze muziekgevoelige oren noodgedwongen verstoken van een gepland concert van het Zweedse Junip in De Kreun, Kortrijk. Deze groep bestaande uit het trio Tobias Winterkorn (keyboards), Elias Araya (drums) en José González (zang en gitaar) diende namelijk verstek te laten gaan voor haar Europese tour ingevolge oververmoeidheid bij González.

Gelukkig hebben de curatieve maatregelen hun uitwerking niet gemist en de reeks afgelastingen impliceerde geen afstel doch louter uitstel want intussen werd voor ons land Junip aan de affiche van het komende Brugse Cactusfestival toegevoegd en ook de AB liet zich niet onbetuigd want zij besloten om – de présence van de Japanse noisegod Merzbow in de Club eventjes buiten beschouwing gelaten - José González als afsluiter van de 15de en tevens allerlaatste editie van het Domino festival te laten fungeren. Als kers op de taart zou hij daarbij bijgestaan worden door het ensemble The Göteborg String Theory.

Om de avond passend in te leiden, werd het publiek afgelopen dinsdag getrakteerd op de vertoning van ‘The Extraordinary Life Of José González’, een mooie documentaire in een regie van Mikel Cee Karlsson en Frederik Egerstrand die gebruik makend van videodagboeken, animaties en studio-, thuis- en concertopnames een inkijk biedt in het leven, werk en denken van de mens/artiest González. Treffend was te zien hoe groot en confronterend het contrast is tussen de extase en drukte van optredens tegenover het veelal  eenzame bestaan van een muzikant die twijfelend en vol verwondering op zoek blijft gaan naar de nodige creativiteit.

Ook eenzaam en alleen maar dan op de planken van de AB, verscheen daarna Little Scream of het alter ego van de Canadese zangeres en liedjesschrijfster Laurel Sprengelmeyer. Met een zopas uitgebracht eerste album genaamd ‘The Golden Record’ op haar actief en een gitaar onder de arm bracht ze een korte set die slingerde tussen nerveuze en uitbundige rock (“Cannon”) en intieme luisterliedjes (het folkgetinte “The Heron And The Fox”). Daarbij bleek de muziek van Sprengelmeyer thuis te horen in het lijstje vrouwelijke artiesten als daar zijn Lisa Germano, Joan Wasser, Leslie Feist, St. Vincent en PJ Harvey.
Tijdens de opnames van de plaat kon Sprengelmeyer rekenen op de medewerking van leden van onder meer Thee Silver Mount Zion, Stars, Arcade Fire alsook van The National en in de AB misten we vooral tijdens de zachtere nummers deze omkadering. Tevens ging de vaart er geregeld uit doordat er ter plaatse heel wat gegoocheld en geknutseld (en soms ook gestunteld) werd bij het vinden van de juiste akkoorden, het toevoegen van vocale effecten en het in de maat ritmisch voetstampen.
Veel werd dan weer goedgemaakt door het ontwapende die uitging van de attitude van Sprengelmeyer én van het feit dat zij bleek te beschikken over heel wat zelfrelativerende humor. Zo stelde ze haar metgezel Casio SK1, een polyfonische synthesizer die één luttele sample in het geheugen kan opslaan en die in het jargon ook wel eens als de ‘arme man sampler’ door het leven gaat, voor als ‘the smallest band of the World’. Het al talrijk aanwezige publiek dat duidelijk het zachtgevooisde van de muziek van González doortrok in haar respons kon dit alles wel appreciëren en trakteerde (het optreden van) Little Scream op een uitbundig en ondersteunend applaus.

Een omgekeerde beweging qua podiumbezetting maakte José González. De in Zweden geboren zanger met Argentijnse ouders heeft van eenvoud en soberheid zijn handelsmerk gemaakt. Meer dan een akoestische gitaar, zachte vocalen en sporadisch wat geringe percussie heeft hij niet nodig om zijn nummers te laten schitteren. Getuige zijn albums ‘Veneer’ (2003) en ‘In Our Nature’ (2007), de aanwezigheid op talrijke compilaties, alsook het succes dat hij – mede door een Sony reclamefilmpje - boekte met een totaal uitgeklede akoestische versie van “Heartbeats”, oorspronkelijk uitgebracht door zijn landgenoten The Knife.

Momenteel laat González het solowerk even voor wat het is en doet enkele Europese zalen aan waarbij hij zich laat omringen en begeleiden door The Göteborg String Theory. Dit twintigkoppige ensemble wordt hoofdzakelijk gevormd door muzikanten uit de thuisbasis van González maar telt daarnaast ook nog Berlijners in de rangen.
Het concert in de AB ving met “Hints” wél aan zoals we van González gewoon zijn: solo uitgevoerd in zijn typische introverte houding, deels voorovergebogen over zijn akoestische gitaar. Bij “In Our Nature” kwamen er druppelsgewijs enkele groepsleden hem vervoegen om vervolgens vanaf “Far Away” volledig geruggensteund te worden door het voltallige ensemble.
Meteen vielen enkele kenmerken op die de rest van de avond het concert zouden typeren: lange filmische, opbouwende intro’s (wat zeker het zonet vermeldde “Far Away” een extra cachet gaf omdat dit nummer exclusief werd gemaakt voor het in 2010 uitgebrachte en fel bejubelde western videospel ‘Red Dead Redemption’) werden opgevolgd door subtiele instrumentale inkleuringen die allen vakkundig gedirigeerd werden door een enthousiaste Nackt (die ook samen met Ben Lauber and Nils Tegen instond voor de composities en arrangementen). En wat eigenlijk nog het belangrijkste was: bijna nimmer kwam de zang en het gitarenspel van González in de verdrukking maar versmolten deze mooi en passend als één geheel samen met de laagjes instrumentatie die er over gedrapeerd werden.
Hoe verder de set vorderde hoe meer het deels zittend publiek op het puntje van de stoelen ging plaatsnemen en hoe meer de eerste rijen rechtstaande aanwezigen mee opgezogen werden in de fraaie wisselwerkingen.
Bij ieder nummer vielen er diverse instrumenten te bespeuren die detaillistisch bepalend (xylofoon in combinatie met strijkers in “How Low” en dwarsfluit, klarinet en trompet tijdens de aan Jaga Jazzist en Tortoise aanverwante instrumentale intro tot “Broken Arrows”) of richtinggevend (een streepje electronica bij “Crosses”) waren, dan weer – in positieve zin weliswaar – hun weerbarstige aard boven haalden en het geheel een ietwat scherper randje meegaven (trompet bij “Down The Line”).
Hoogtepunten waren wat ons betreft terug te vinden tijdens uitvoeringen van “Abram” (met een fraaie mix van akoestische gitaar, percussie, cello, violen en bleeps) en “Cycling Trivialities” (waar de stemmen van de twee achtergrondzangeressen crescendo meegingen met de snaarinstrumenten).
De Kylie Minogue cover “Hand On Your Heart”  werd dan weer van een Stock, Aitken en Waterman luchtbelletje uit 1989 getransformeerd tot een sprankelend juweeltje, terwijl omgekeerd het bij Massive Attack uitgeleende “Teardrop” nu net door de toegevoegde extra’s aan impact diende in te boeten.
Als toegift kwam het solo uitgevoerde “Fold” aan bod om uiteindelijk af te sluiten met het onvermijdelijke “Heartbeats” waarbij The Göteborg String Theory voltallig maar qua klank spaarzaam González nog eens kwam vervoegen.
Veel bindteksten of interactieve momenten met het publiek vielen er niet aan te treffen maar dat hoefde ook niet. De muziek sprak voor zich en met heel wat symfonie tussen de oren en een euforie op het gelaat trokken de aanwezigen de deur van de AB en deze van het Dominofestival jaargang 15 achter zich dicht.

Jammer dat het meteen ook de allerlaatste editie ooit was. Eén troost: via deze keurig gestreken muzikale vertoning van José González en The Göteborg String Theory kan de formule in schoonheid definitief opgeborgen worden om later dit jaar plaats te maken voor andere projecten die – als we Kurt Overbergh, artistiek directeur van de AB, mogen citeren – “op hun beurt weer zullen uitgroeien tot iets moois en mogelijk even groots”. Musiczine houdt zich nu al klaar.

Setlist: Hints, In Our Nature, Far Away, How Low, Crosses, The Nest, Abram, Hand On Your Heart, Göteborg String Theory Instrumental, Broken Arrows, Cycling Trivialities, Teardrop, Down The Line
Fold, Heartbeats

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Domino 2011)


James Blake

James Blake verrast positief

Geschreven door

In het danswereldje worden artiesten vaak op basis van een of twee nummers een godenstatus toegemeten. Trendwatchers en journalisten springen allen samen op dezelfde kar op zoek naar de nieuwste style en mode trends en de hypemachine schakelt automatisch in een hogere versnelling omdat iedereen mee wil zijn. Zo had enkele jaren geleden Tiga volgens sommigen het album van het millennium gemaakt. Een objectieve beluistering van de muziek, leidt dan heel dikwijls tot een serieuze bijstelling.
Bij James Blake zijn alle elementen voor zo een hype aanwezig: hij komt uit de juiste scene die iedereen hip moet vinden, hij is nog maar 23, en zijn cover van Feist “Limit to your love”, hapt zo gemakkelijk weg, dat ie zelfs voor oppervlakkige trendwatchers gesmaakt kan worden, wat al heel wat minder evident is voor de typische dubstep die hij als DJ draait, die vaak een stuk weerbastiger is.


Het debuut van Blake kon ons niet over de hele lijn overtuigen, een nummer of drie is ok, terwijl de rest van de plaat wat lijdt onder een teveel aan experimenteerdrift. We waren dus voorzichtig benieuwd wat Blake er live van terecht zou brengen.  Het hippe volkje had de Orangerie tot barsten toe gevuld vanavond, dit was duidelijk een van de events van het concertvoorjaar.
Blake had een gitarist en drummer meegebracht, maar de hoofdrol zou toch naar de man zijn stem en analoge synthesizer gaan: drums en gitaar kregen een volledige ondersteunende rol in de set en zouden heel beperkt hier en daar wat accentjes mogen toevoegen. Vanaf het eerste nummer, “Unluck”, werd het duidelijk dat Blake zijn stem als een instrument beschouwd: hij stuurt een zanglijn door zijn analoge synthesizer, en loopt en vervormt die zanglijn, terwijl hij er dan nog eens bovenop zingt. Zo kreeg je meteen een heel vervreemdend en spookachtig geluid, en zag je als het ware live de composities vorm nemen.
In sommige nummers gaat die instrumentale aanpak van zijn stem wellicht nog iets te ver, soms wou je dat hij het gewoon bij simpele goede songs zou houden, maar op zich kan je het een drieëntwintig jarige niet kwalijk nemen dat hij zijn composities nog alle kanten uitstuurt. James Blake zelf haat de vergelijking, maar qua aanpak heeft hij veel gemeen met de vroege experimentele Jamie Lidell, voor die neo-soul maakte.
Blake’s stem is goed, bijwijlen lijkt ze heel erg op die van Antony Hegarty, waardoor de tekstfragmenten haast automatisch een onvermoede diepgang krijgen, die ze eigenlijk objectief niet hebben. In “I never learnt to share” start Blake vanuit een tekstflard (“my brother and my sister they don’t speak to me, but I don’t blame them”, die hij dan als een mantra herhaalt en vervormt, waardoor een song over een kakkenestje onvermoede en onuitgesproken  extra betekenissen krijgt. Vanaf dit nummer begreep je plots veel beter hoe Blake zijn nummers opbouwt, en hoe zijn akoestische en beatloze nummers eigenlijk veel gemeen hebben met de dubstep composities die hij als producer en DJ uitbrengt.
De drummer en gitarist kregen een iets grotere rol in de volgende nummers, en schurkten aan tegen de akoestische dubstep van Mount Kimbie , dus zonder de loodzware bassen. Die bassen kregen we dan wel bij “Limit to your love”: broekspijpen begonnen te wapperen door de luchtverplaatsing, en de wanden van de Orangerie trilden en daverden: deze versie van Leslie Feist’s nummer transformeerde tot een echte dubreggae, met veel echos en effecten. The “Wilhelm Scream” sloot het optreden af in dezelfde lijn, zodat het publiek zich voor de eerste keer vanavond echt liet gaan.

Wij hadden vanavond een heel talentvolle artiest gezien, die nog volop aan het zoeken is en waarvan we in de komende jaren nog veel mogen verwachten. Een positieve verrassing dus, ondanks de hype die Blake op een voetstuk plaatst waar hij niet opgezet moet worden. Waarom ze de man deze zomer op de wei van Werchter geprogrammeerd hebben, is mij echter wel een compleet raadsel: hij zal er al even miscast staan als The Mars Volta of Mastodon een paar jaar geleden, een DJ set van Blake is wellicht nog de beste oplossing om de Marquee niet leeg te laten lopen.

Setlist:
Unluck, To care (like you), Give me my month, Tep and da logic, I never learnt to share, Lindisfarne, Klavierwerke, Limit to your love, The Wilhelm scream

Binnenkort in GrandMix, Tourcoing (26 april 2011)

Organisatie: Botanique, Brussel

Arsenal

Lokemo

Geschreven door

Het vierde album, van de tandem Hendrik Willemyns – John Roan, van Arsenal is er terug eentje om van te snoepen. Ze herdefiniëren hun geluid zonder de zomerse eigenheid te verliezen, en geven steeds verrassende wendingen. Hun warme zomerse, sfeervolle, aanstekelijke multi –culterele sound durft iets scherper, venijniger, dwingender en onheilspellender te zijn.
Ze deden (opnieuw) beroep op enkele gastzangers als Johnny Whitney (die z’n ervaring uit de hardcore/punk laat horen), die de songs “Glitter & Gold” en de titelsong een bepalende push geeft. Voor een donkere Arsenal tintje zorgt zangeres Mélanie Pain van Nouvelle Vague, die “Fear of heights” linkt aan The XX, door het spaarzame arrangement van meeslepende gitaarakkoorden en haar indringende stem … Ook het afsluitende “Sunn drumms” is meer dan moeite, met de hiphippers van Depotax, die het nummer doen huiveren en het een broeierige spanning bieden. Nieuw zijn de soundscapes tussen de nummers, die als rustpunten fungeren en de volgende song inleiden …
Natuurlijk graait de band moeiteloos in de bak van exotische, dromerige, dansbare pop, een mengelmoes van zwoele, opzwepende beats, Braziliaanse klanken en variërende zangpartijen die de Arsenal sound naar een hoger niveau tillen, “One day at the time”, “High venus” en de single “Melvin”.
Ze zullen live terug meer dan voldoende instaan voor opwindende live acts, zonnige cocktails, en kleuren je zomer. Prosit!

Mastodon

Live at the Aragon

Geschreven door

Een van de beste metalplaten uit 2009 was ongetwijfeld ‘Crack The Skye’  van de Amerikanen van Mastodon.  Deze plaat was een indrukwekkende combinatie van progrock met metal en zorgde  voor een vernieuwende wind binnen de metalwereld. Slechts zeven nummers op deze plaat maar allen getuigden ze  van een ongeloofelijk complexiteit en techniciteit en een uitgesproken vakmanschap.
Hun  muzikale superioriteit hebben de heren van Mastodon nu vastgelegd op deze live cd en dvd. Het bewuste optreden vond plaats in 2009 in  ‘The Aragon’ in Chicago.  Mastodon deelde die avond trouwens de stage met illustere bands als Converge, High On Fire en Dethklok.
Op ‘Live At the Aragon’ horen we   integraal het album ‘Crack The Skye’ aangevuld met een aantal andere nummers zoals ”Aqua Dementhia”, “ Motheer Puncher” en ‘Where Strides The Behemoth”.  Er wordt afgesloten met “The Bit”, een cover van The Melvins.

Mastodon slaagt er in om de zeer complexe nummers live tot in de perfectie uit te voeren, een heuse prestatie als u het ons vraagt. Enig minpuntje zijn de vocalen op de tracks van ‘Crack The Skye’ die live   niet zo overtuigend klinken als op het studio-album.
Bij deze live cd en dvd zit verder nog ‘Crack the Skye: The Movie’, een vrij lange muziekvideo die tijdens de bewuste tournee in 2009 werd afgespeeld tijdens de optredens van Mastodon en is gebaseerd op het bewuste album.
De echte fans kunnen we dit album zeker aanraden want voor de prijs van een gewone cd krijg je immers heel wat in de plaats! Het blijft reikhalzend uitkijken naar  een nieuwe studioplaat....

Budam

Man

Geschreven door

Wie een klein beetje globetrotter is zal beslist weten dat de Faeröereilanden een archipel is dat zich ergens tussen Schotland en Ijsland bevindt, maar slechts weinig mensen zullen ook maar één noemenswaardige artiest uit deze plaats kunnen opnoemen. Wie weet, brengt deze Budam daar in de toekomst verandering in.
De echte naam van deze mens luidt Bui Dam en deze jazzgitarist besloot op een mooie dag om naar het verre Cuba te trekken om aldaar de bekende Caribische ritmes aan te leren.
Jammer genoeg veranderde deze reis ook zijn leven want bij een verwonding aan diens pols was hij genoodzaakt om zijn instrument op een volledig andere manier te gaan bespelen.
Dit ongeluk veranderde Bui Dam’s levensvisie, zo besloot hij bijvoorbeeld om de wereld te gaan rondtrekken en zo zijn inspiratie op te doen.
Deze levenservaringen transformeerden hem tot een nieuw personage Budam.
Het debuutalbum ‘Stories about angels, demons, lovers and murderers’ werd zowat overal in undergroundkringen bejubeld waarbij sommige hem al snel als de nieuwe Tom Waits gingen beschouwen. Het werd een vergelijking die hem niet lang zinde want Budam moest vooral Budam zijn en met deze tweede cd ‘Man’ gooide hij het muzikaal meteen over een andere boeg.
De thematiek van de plaat werd opgedeeld in vier delen : religie, de natuur, de liefde en de dood. Simpeler kan niet maar het zijn wel meteen de vier elementen die het leven hier op aarde bepalen.
Wie door de lijntjes heen kan lezen heeft al gauw gemerkt dat het hier vooral gaat om luistermuziek.
Budam werkt bijna op minimale wijze waardoor je verplicht bent om naar de teksten te luisteren. Deze Budam kan zich bezwaarlijk een groot dichter noemen daarvoor is het net allemaal iets te simpel, maar geen mens die de levenswaarde ervan kan ontkennen.
Zo haalt hij bij "Elephant" alle cliches naar boven van de bekende tv en de daarbij behorende chips of is " The man who knows everything" de gebruikelijke uithaal naar de brainwashmacht die de media heeft.
Soms slaat Budam de bal wel aardig mis waarbij nummers als "Last song" op een geforceerde vingeroefening lijken maar toch is de eindbalans  eerder positief, ook al blinkt deze cd niet uit als het louter om originaliteit gaat.

Pagina 772 van 963